CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB22.024 Toetreding Lopik tot U10

Overige evenementen 15 februari 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven (ter kennisname)17.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Kaart door: Flux/Ruimtevolk

legenda

voorzieningen

Spoor

Buslijn en haltes

Ziekenhuis

Rode contouren

Invloedsfeer bushaltes afmeting

Huisartsenpost

Tram

Invloedsfeer HOV geel

School

Stiltegebied

vastgestelde woningbouwplannen

Bibliotheek

Collegebesluiten woningbouwplannen

Supermarkt

Gebedshuis

N

0

1

2

3

4

5km

15

LANDBOUW

In heel Nederland verschuift het landelijk gebied van een agrarisch productielandschap naar een multifunctioneel consumptielandschap, ook in de Lopikerwaard. Tegelijkertijd is schaalvergroting de dominante trend in de agrarische sector. Deze schaalvergroting verandert het landschap: grotere stallen, grotere machines, grotere kavels. De uitbreidingswensen van agrariërs in het kader van deze schaalvergroting schuren steeds meer met de karakteristieke kleinschaligheid van de Lopikerwaard. Door de schaalvergroting, de sterk vergrijzende agrarische beroepsgroep en opvolgingsprobleem zal een groot deel van de agrarische bedrijven genoodzaakt zijn om te stoppen. In de Lopikerwaard nam in de periode 2000-2018 het aantal agrarische bedrijven met 30% af. De regio Lopikerwaard heeft nu al te maken met vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s). Grofweg voor een derde van de vrijkomende stallen kan geen nieuwe functie gevonden worden, met leegstand als gevolg (WUR). Dit kan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied onder druk zetten. Ook het agrarisch bedrijfsmodel zal de komende decennia veranderen. Er is een omslag naar kringlooplandbouw in aantocht. Deze circulaire bedrijfsvoering richt zich op het optimaal inzetten en hergebruiken van grondstoffen en producten en het zo veel mogelijk voorkomen van reststoffen, afval en schade aan het milieu.

Wel is het zo dat het verlagen van de milieudruk via kringlooplandbouw de ruimtevraag in het gebied vergroot, doordat voor deze extensivering extra landbouwgrond nodig is. In het veenweidegebied staat het verdienmodel van boeren, door een stapeling aan opgaven (waterberging, CO2-uitstoot terugdringen door bodemdaling tegen te gaan), extra onder druk.

Kaart door: Flux/Ruimtevolk

legenda Grasland

Concentraties VAB

Mais

Plattelandswegen 200+

Fruitteelt

25-50

Glastuinbouw

N

0

16

1

2

3

4

5km

Veeteelt bedrijven

ECONOMIE

De Lopikerwaard heeft een diverse economie waar niet één enkele sector uitspringt wat betreft werkgelegenheid. Wel is de rol van de maakindustrie in de regio UtrechtWest, waar de Lopikerwaard onderdeel van is, relatief groot. Tussen de kernen en het buitengebied bestaan duidelijke verschillen. Binnen de kernen bevindt zich een meer op diensten georiënteerde economie, terwijl buiten de kernen industrie, handel en landbouw belangrijke sectoren zijn. Deze twee gebieden kunnen zich complementair aan elkaar ontwikkelen. Door de jaren heen kende de regio wel een duidelijke groei en krimp van bepaalde sectoren. Met de afname van de bouw, landbouw en vervoer en opslag krimpt de wat ‘zwaardere’ werkgelegenheid, terwijl met cultuur, recreatie, horeca, ICT en zakelijke dienstverlening de hoogwaardige dienstverlening groeit. De arbeidsmarkt lijkt zo wat stedelijker te worden. Dat betekent ook een verschuiving in werklocaties en een menging van functies. In toenemende mate wordt er gewerkt (door zelfstandigen en werknemers) op informele werklocaties. Deze werklocaties behoren niet tot een bedrijventerrein of kantorenpark. De formele werklocaties zullen in de toekomst in toenemende mate worden benut door bedrijfsvestigingen in de industrie, de bouw en de (grootschaliger) logistiek, omdat die vaak nergens anders terecht kunnen. De vraag hiernaar blijft ook daarom nog groot.

Kaart door: Flux/Ruimtevolk

legenda Kantoorlocaties Maak industrie: 800 t/m 999 werkzame personen Bedrijventerrein

Maak industrie: 1 werkzame persoon

Winkelgebieden Overige bedrijven met meer dan 2 werknemers N

0

1

2

3

4

5km

17

18

DE LOPIKERWAARD IN 2040 WEERBAAR LOPIKERWAARD Tijd is vluchtig en wie de Lopikerwaard kent en waardeert, zal zeggen dat het de lijnen uit het verleden zijn die het gebied zo de moeite waard maken. De ontginningen en stroomruggen, de linten en oude kernen geven het groene en open gebied karakter. Zo bekeken, is een horizon van 20 jaar - tot 2040 - beperkt, maar wie goed kijkt ziet dat we juist de komende decennia veel ontwikkelingen op ons af zien komen, maar ook dat we veel kansen krijgen om kwaliteit aan het gebied toe te voegen. We werken aan het behoud van onze kwaliteit door in te zetten op verdere ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkeling. Doorkijk 2040 De Lopikerwaard is en blijft ook in 2040 het mooiste landschap van het Groene Hart. De gewaardeerde kwaliteiten, zoals de openheid en vergezichten van oer-Hollandse polders en kronkelende rivieren zijn versterkt. We hebben struinpaden en fietsnetwerken gerealiseerd en werken aan de versterking van de biodiversiteit. De diversiteit aan planten diersoorten is groter in de weilanden, houtkades en slootranden en water geven we de ruimte. In de meeste venige gebieden hebben agrarische ondernemers, in samenwerking met de overheid en bedrijfsleven, ingezet op nieuwe verdienmodellen. Natte teelten, maar ook energie, zorg, natuurbeheer en recreatie dragen bij aan een rijk boerenland.

Ook in de stadsranden zijn de ontwikkelingen snel gegaan. Hier zijn de kringlopen verkleind en wordt nu in grote mate geproduceerd voor de regionale markt. De oude relaties tussen stad en land zijn hernieuwd en versterkt met moderne technologie en innovatieve bedrijfsvoeringen. We zien precisielandbouw, moderne stallen en nieuwe soorten mest en veevoer. Een sector die steeds beter in balans is met klimaat en natuur, waardoor er een nog mooier en gezonder gebied ontstaat om te wonen, werken en recreëren. In de Lopikerwaard is ruimte gegeven aan nieuwe woonmilieus. Niet alleen in de grotere steden, maar ook in de kleine kernen. Omwille van de vergrijzing zijn er kleine woningen in en rondom de kernen toegevoegd zodat mensen er in alle geluk en gezondheid kunnen blijven wonen en elkaar ontmoeten. De verstedelijking is geclusterd in en rondom de grote kernen, nabij de verbeterde OV-infrastructuur. De energieneutrale, soms zelfs drijvende woningen hebben de kwaliteit van de stadsranden en oude bedrijfslocaties enorm verbeterd. Er is hier klimaatadaptief ontwikkelt en dat komt de leefbaarheid ten goede. Ondanks de groeiende invloed van de zelfrijdende auto is het OV populairder dan ooit, ook in de Lopikerwaard. Nu er hoogwaardig OV is tussen IJsselstein, Montfoort en

Woerden werken steeds meer mensen nabij het station in multifunctionele kantoren. De sfeer is hier belangrijk, maar de verbinding net zo goed. Zwaardere bedrijvigheid, de maakindustrie, bouw en bijvoorbeeld de logistiek die de Lopikerwaard welvarend hebben gemaakt, zijn geclusterd op gemoderniseerde bedrijventerreinen. Deze zijn soms uitgebreid vanwege de grote vraag naar ruimte, maar ook om ruimte te geven aan verdere verduurzaming en circulaire bedrijfsvoering. Daarbij zijn de werklocaties ware energiehubs geworden. In de hele regio liggen daken van grote panden vol met zonnepanelen en zorgen windmolens voor een belangrijk aandeel in de Lopikerwaardse energievoorziening. Ook langs de spoor- en snelwegen staan grote windmolens die de regio van energie voorzien. En dat is goed verdienen. Want de Lopikerwaard kan door de verduurzaming veel bijdragen aan bijvoorbeeld innovaties in de agrarische sector en voorzieningen in de kleine kernen. Met name rondom de A12 zone is een nieuw stadslandschap ontstaan waarbij kleinschalige natuur en duurzame landbouw afgewisseld wordt met moderne woonmilieus en schone energie. Doordat we de verschillende snelheden die het gebied van oorsprong kenmerken hebben benut en versterkt, ontwikkelt de Lopikerwaard zich tot een sterke regio.

In het stedelijk gebied van Woerden en IJsselstein zal het hoogdynamische karakter verder intensiveren, waarmee we - waar nodig - invulling kunnen geven aan de regionale opgaven en kansen op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid, energie en economie. In de kleinere kernen en de linten vindt een omslag plaats die past bij het tempo en de schaal van de dorpen. In het landelijke gebied is een nog geleidelijkere omslag te zien, passend bij het tragere landschap dat de Lopikerwaard kenmerkt, waarbij het koesteren en ontwikkelen van de landschappelijke waarden het vertrekpunt vormt. Desalniettemin is uiteindelijke omslag in dit landelijk gebied misschien nog wel groter dan die in de stedelijke gebieden: hier wordt het landschap weerbaar en toekomstbestendig door actief in te spelen op klimaatadaptatie, de landbouwtransitie, biodiversiteit en energie. Zo vervult elk gebied haar rol in een toekomstbestendige regio. Een weerbaar Lopikerwaard.

19

VERTREKPUNTEN VOOR SAMENWERKING

VERTREKPUNT 1: WE ZIEN HET LANDSCHAP ALS BASIS VOOR ONS HANDELEN

In deze agenda delen we onze ambities op belangrijke ruimtelijke opgaven die op de Lopikerwaard afkomen. Naast een prachtige regio delen we ook een manier van werken: een aanpak die we hanteren bij het gebruik van deze agenda, wanneer we ons positioneren in lokale en regionale trajecten. Deze manier van werken hebben we gevat in drie overkoepelende vertrekpunten die voortkomen uit een gebiedsanalyse en terugkomen in elke ambitie.

Ondanks de diversiteit delen we als Lopikerwaard een oer-Hollands polderlandschap dat door de eeuwen heen is ontgonnen, bebouwd en gekoesterd. Dit cultuurlandschap is waardevol erfgoed; het heeft elementen die we willen koesteren en bewaren, en versterken waar mogelijk. De openheid en zichtlijnen van onze polders - grootste, groene vergezichten - vinden we van grote waarde. Ook onze ontginningsstructuur is uniek; de cope-verkaveling vanuit de linten met het netwerk van slootjes en (hout)kades. Dit landschap wordt doorsneden door oude rivieren, omzoomd door kleinschaligheid, zowel in bebouwing en verkaveling. Deze historische agrarische structuur is samen met de historische binnensteden een krachtige identiteitsdrager van het gebied. Ons landschap is niet alleen onze trots, het is ook een volwaardig onderdeel en een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor de omliggende regio. Wanneer we werken aan lokale en regionale opgaven vormt dit karakteristieke landschap dan ook de basis voor ons handelen.

20

VERTREKPUNT 2: WE BENUTTEN ONZE VERSCHILLEN OM SAMEN STERK TE STAAN

VERTREKPUNT 3: WE WERKEN AAN EEN SAMENHANGENDE EN EERLIJKE AGENDA

De Lopikerwaard bestaat uit verschillende componenten: de grotere steden Woerden en IJsselstein, de kleinere kernen - vaak historische parels, de (agrarische) linten en het karakteristieke landschap. Al deze onderdelen onderscheiden zich duidelijk van elkaar en vullen elkaar tegelijkertijd goed aan. Ze hebben elk hun eigen rol in de regio. Zo gebruiken de kleinere kernen de voorzieningen van de steden, zorgen de agrarische linten voor het beheer van het buitengebied, en maken de steden gretig gebruik van de recreatieve kracht van het landschap. Samen staat de Lopikerwaard sterk. Door ook in de toekomst slim van elkaars kwaliteiten gebruik te (blijven) maken, door ‘leentjebuur’ te spelen bij elkaar en elkaar niet als concurrenten maar als netwerkpartner te zien, wordt de regio als geheel sterker, weerbaar en toekomstbestendig. Om dit te bewerkstelligen bevat deze regionale agenda geen generieke maatregelen voor de gehele regio, maar gebiedsgerichte ontwikkelprincipes die de specifieke rol die elk dorp, lint, stad of landschap inneemt binnen de Lopikerwaard, versterkt.

In deze agenda formuleren we acht ambities voor acht maatschappelijke opgaven. Maar geen van deze ambities biedt op zichzelf een toekomstverhaal voor de Lopikerwaard het toekomstverhaal zit in de samenhang van deze ambities. Zo vraagt de energietransitie iets op het gebied van vitale kernen, landbouw of mobiliteit, maar tegelijkertijd heeft ze ook iets te bieden. Denk hierbij aan kennisontwikkeling of investeringen. In ons handelen werken we daarom altijd vanuit samenhang en wederkerigheid, aan meerdere opgaven tegelijk. We trekken dingen niet uit elkaar; juist in deze verwevenheid en wederkerigheid zit de kracht van onze agenda. Dat doen we op lokaal niveau, maar ook in regionale (beleids)processen. We vinden het belangrijk dat deze verwevenheid ook terugkomt in het verdelen van de lusten en de lasten in de Lopikerwaard. Kortom, we willen dat deze regionale agenda een eerlijke is.

21

22

AMBITIES EN ONTWIKKELPRINCIPES Het toekomstverhaal Weerbaar Lopikerwaard schetst een aantrekkelijk en onderscheidend toekomstbeeld. Maar hoe komen we daar? Daarvoor hebben we in totaal acht ambities geformuleerd, elk uitgewerkt in een set ontwikkelprincipes. Deze principes zijn handvatten om gebiedsgericht te werken aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De acht ambities zijn: 1.

Bouwen aan gezonde en vitale kernen

2.

Samen werken aan een krachtige regionale economie

3.

Actief verkennen van een toekomstbestendige en duurzame agrarische sector

4.

Investeren in betere en duurzame bereikbaarheid

5.

Vormgeven aan een eerlijke en wederkerige energietransitie

6.

Zorgdragen voor een klimaatadaptieve en bodemdalingsbestendige regio

7.

Ruimte geven aan natuur en een biodivers landschap

8.

Versterken van een recreatief aantrekkelijke regio

De Lopikerwaard kent verschillende gebiedstypes, waarvoor specifieke combinaties van de hierboven genoemde ambities en ontwikkelprincipes bijzonder kansrijk en relevant zijn. Om dit te illustreren, is in dit hoofdstuk voor vier exemplarische gebiedstypen een indicatieve uitwerking gemaakt, met elk hun eigen schaal. Deze uitwerking bestaat steeds uit een 3D-doorsnede die de invloed laat zien op de schaal van het Lopikerwaardse landschap, en deeluitwerkingen op een kleinere schaal die laten zien hoe de ontwikkelprincipes op elkaar inwerken. De volgende vier gebiedstypen zijn gehanteerd, als exemplarisch voor de verschillende landschappen van de Lopikerwaard en de opgaven die er spelen: 1.

Stedelijk gebied

2.

Van agrarisch kerngebied naar stadsrand

3.

Veengebieden en kleine kernen

4.

Landschap van linten en houtkades

23

AMBITIE 1: BOUWEN AAN GEZONDE EN VITALE KERNEN De Metropoolregio Utrecht is een van de sterkst groeiende regio’s van Nederland. Daarmee bestaat er een aanhoudende druk op de woningmarkt. Prognoses voorzien een woningtekort in de U16 van ongeveer 104.000 woningen in 2040. Ook de woningmarkt van de Lopikerwaard weerspiegelt dat; in de U16 is een grote vraag naar de woonmilieus die wij bieden, zoals kleinstedelijk wonen of landelijk bereikbaar wonen, die aanvullend zijn op de woonmilieus in het grootstedelijk gebied. Daarnaast zien we een grote vraag naar woningen in kleine kernen die betaalbaar en toegankelijk zijn voor de huidige bewoner, zoals starters of ouderen die kleiner willen wonen. Het aanbod is nu echter ontoereikend, waardoor de markt vastzit. Dit komt de vitaliteit en het draagvlak van voorzieningen, die nu al onder druk staan, niet ten goede. Voor ons is het dus allereerst van belang dat we bouwen vanuit de juiste kwaliteiten, voor de juiste doelgroep.

Ontwikkelprincipe 1.1: Bouwen voor eigen behoefte in en aan de rand van de kernen De lokale woningmarkt in onze kernen staat onder druk. We zien een vraag vanuit onze huidige bewoners naar betaalbare en toegankelijke woningen, denk aan ouderen die kleiner of gelijkvloers willen wonen of starters, maar een ontoereikend aanbod. We willen daarom allereerst bouwen voor onze eigen, lokale behoefte. Dat doen we zo veel mogelijk binnen en waar noodzakelijk aan de randen van onze bestaande kernen. Het is daarbij belangrijk om te realiseren dat het bewonen van nieuwe en bestaande woningen altijd gedeeltelijk zal gebeuren door mensen van buiten de lokale woonkernen. Daarom zit in de lokale behoefte ook een regionale component. Hiertoe zetten we in op de ontwikkeling van zo’n 9.000 woningen tot 2040. Uitgesplitst per gemeente betekent dat: circa 300 woningen in Lopik, 430 woningen in Montfoort, 700 woningen in Oudewater, 2.500 woningen in IJsselstein en 4.700 woningen in Woerden. Voor een belangrijk deel gaat het hier om landelijke, dorpse en groen- en kleinstedelijke woonmilieus: een kwalitatieve aanvulling op het aanbod in de U16. We hebben deze ruimte ook nodig bij ons streven om minimaal vijftig procent te bouwen in het lage- en middensegment, wat op veel van de huidige locaties niet haalbaar is.

We hebben hierbij oog ook voor de bereikbaarheid van voorzieningen, meer hierover bij onze ambitie voor bereikbaarheid.

Ontwikkelprincipe 1.2: Regionale vraag zoveel mogelijk accommoderen nabij OV-knooppunten Naast onze eigen vraag zien we dat er vanuit het stedelijk gebied van de U16 een steeds grotere druk ontstaat op de omliggende kernen, zo ook in de Lopikerwaard. We vinden het echter van groot belang dat ons landschap open en van hoge kwaliteit blijft: van uitbreiden is dus niet zonder meer sprake. Wij zien het als de verantwoordelijkheid van de stad Utrecht om eerst zelf alle mogelijke (binnenstedelijke) locaties te benutten. Slechts indien nodig accommoderen we een deel van de additionele U16-woonvraag naar (groen)stedelijke woonmilieus. Dit doen we zoveel mogelijk nabij de bestaande OV-knooppunten Woerden en IJsselstein. Een veel kleiner deel wordt opgevangen in de overige kernen. Hierbij is een verdere investering in de bestaande knooppunten onontbeerlijk en randvoorwaardelijk.

24

Ontwikkelprincipe 1.3: In linten woningen toevoegen door vrijkomend agrarisch vastgoed (VAB) te transformeren, passend bij de identiteit van het lint Onze linten zijn divers in schaal en opzet, maar hebben allemaal kwaliteiten die we willen koesteren. De openheid van linten achten we van groot belang en dus willen we de ontwikkelruimte daar beperken. Tegelijkertijd zien we dat de komende jaren veel agrarisch vastgoed leeg komt te staan. De transformatie van dit bestaande vastgoed naar woningen willen we daarom faciliteren, maar wel binnen de kwaliteitskaders en identiteit van het betreffende lint en rekening houdend met de bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijven. Denk hierbij aan de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten zoals knooperven en erfdelen.

Ontwikkelprincipe 1.4: Behoud ontmoetingsplaats in elke kern en hoogwaardige voorzieningen strategisch en bereikbaar clusteren Zoals gezegd kampen veel kleine kernen met ontgroening en vergrijzing waardoor het draagvlak van voorzieningen onder druk staat. We vinden het belangrijk dat een basisvoorzieningenniveau voor elke kern behouden blijft (denk aan ontmoetingsplekken, een sportaccommodatie, een multifunctionele accommodatie of een basisschool). Maar we zien ook dat hoogwaardige voorzieningen - dat wil zeggen voorzieningen met een bovenlokaal draagvlak zoals een zwembad, een cultuurcluster of een afvalbrengstation - strategisch geclusterd moeten worden, waarbij de bereikbaarheid op orde moet zijn. Zo kan de kwaliteit gegarandeerd blijven.

25

AMBITIE 2: SAMENWERKEN AAN EEN KRACHTIGE REGIONALE ECNONOMIE De komende decennia zal onze economie sterk veranderen. Hoewel het goed gaat, zien we ook dat verdere groei geen gegeven is; digitalisering, automatisering en verduurzaming zullen ook effect hebben op sectoren in de Lopikerwaard. De Lopikerwaard heeft een sterke economie die niet alleen regionaal georiënteerd is, maar in verbinding staat met bedrijven over de hele wereld. Onze ligging ten opzichte van belangrijke snelwegen en de sterke verwevenheid met de Metropoolregio Utrecht maakt dat zich in de Lopikerwaard veel kansen voordoen. Onze economie is aanvullend op de stedelijke economie; in de Lopikerwaard worden tastbare dingen gemaakt. High tech (proces)industrie met bedrijven in de voeding en farma die goed aansluiten op het gezondheidsprofiel van de U16. Gezondheids- en verduurzamingsopgaven zien we dan ook als belangrijk verdienmodel voor de economie van de Lopikerwaard, ook wat betreft kleinschalige dienstverlening. Denk hierbij aan de verschillende kleine, maar pionierende ZZP-ers en zorgdiensten. Ons bedrijfsleven innoveert. Als Lopikerwaard willen we inzetten op een toekomstbestendige en krachtige economie door onze bedrijvigheid de kans te geven zich verder te ontwikkelen en groeien.

Ontwikkelprincipe 2.1: Nieuwe woon-werkmilieus nabij OV-knooppunten Door de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de groei van een hoogwaardige diensteneconomie verschuift een groot aantal banen vanuit de traditionele werklocaties naar informele werklocaties in het bestaand bebouwd gebied. Er is een steeds grotere vraag naar gezonde en bruisende werkmilieus die goed en multimodaal bereikbaar zijn; waar niet alleen gewerkt maar ook gewoond kan worden. Deze vraag willen we accommoderen door in te zetten op hoogwaardige gemengde woon-werkmilieus nabij OV-knooppunten.

Ontwikkelprincipe 2.2: Ruimte geven aan lokale en innovatieve bedrijvigheid op en rondom bestaande werklocaties In de Lopikerwaard hebben we een sterk MKB. Dit zijn vaak familiebedrijven die lokale wortels hebben, met veel personeel uit de regio. Zo is de gemiddelde woon-werkafstand bij veel MKB-bedrijven maar één kilometer. De lokale ontwikkel- en innovatie-ambities willen we stimuleren en de ruimte geven. Dit komt de vitaliteit van onze kernen en de Lopikerwaard als geheel ten goede. Dit vraagt een zekere groei aan bedrijvigheid die niet altijd makkelijk (ruimtelijk) in te passen is in het kwetsbare landschap. Het is schipperen met de ruimte, zeker nu veel binnenstedelijke bedrijfslocaties worden getransformeerd naar woningen, zoekt de bedrijvigheid ruimte buiten de stad. Maar ook de transformatie naar duurzame en circulaire bedrijfsvoering kent een stevige ruimtevraag. Daarom willen we lokale en innovatieve bedrijvigheid op en aan de randen van bestaande werklocaties de mogelijkheid bieden om te groeien, zowel binnen als buiten de rode contour. Hierbij is het een voorwaarde dat de bereikbaarheid van deze locaties op orde is of komt. 26

Ontwikkelprincipe 2.3: Transformeren vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) naar passende bedrijvigheid in de linten Ook in de linten van de Lopikerwaard is naast de agrarische sector veel andere bedrijvigheid te vinden, van horeca en campings tot logistiek en hoogwaardige diensten. Dit vinden we van belang, maar we willen de linten nadrukkelijk ook open en kleinschalig houden. Bij de transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing in de linten willen we flexibeler omgaan met de mogelijkheden voor kleinschalige bedrijvigheid. Hiervoor willen we ruimte bieden, mits bereikbaar en passend bij de identiteit van het lint.

27

VOORBEELDUITWERKING: STEDELIJK GEBIED Woerden en IJsselstein zijn met hun ligging aan de A12 en A2 en het hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) de poorten naar de Lopikerwaard. Ze spelen daarom een belangrijke rol bij het oplossen van de uitdagingen op het gebied van wonen, werken en mobiliteit. Zo liggen er kansen om investeringen in bereikbaarheid en stedelijkheid samen op te laten gaan rondom het HOV. Bedrijventerreinen binnen de kernen bieden mogelijkheden voor het versterken van de lokale en regionale economie, bijvoorbeeld door ruimte te creëren voor de maakindustrie. Maar deze locaties kunnen ook bijdragen aan de verduurzaming van de regio, door bedrijventerreinen te benutten voor het opwekken van duurzame energie. Zo wordt er gewerkt aan nieuwe en verbeterde woon- en werkmilieus.

HUIDIGE SITUATIE

Deeluitwerking 1

Vergelijkbare gebieden

Deeluitwerking 2 MOGELIJKE TOEKOMSTIGE SITUATIE 28

OV knooppunten als bruisende stedelijke hubs

1

2

1

7 4

5

Binnen de grote kernen biedt de bestaande infrastructuur mogelijkheden voor de verdere ontwikkeling tot hubs. Voornamelijk gebieden rond de OV-stations en haltes bieden kansen voor het creëren van een sterkere ‘plaatswaarde’ - een sterke plaatswaarde houdt in dat de omgeving rond het station of halte goed gebruikt wordt – waarmee stations kunnen uitgroeien tot hoogwaardige OV-hubs. Door het verbeteren van het gebruik van de stationsomgeving en het bundelen van verschillende openbaarvervoersnetwerken transformeren deze gebieden in waardevolle woon- en werkmilieus. 1

Regionale vraag zoveel mogelijk accommoderen nabij OV-knooppunten

2

Grote recreatieve barrières slechten voor fietsers en wandelaars

3

Grote kernen verbinden via hoogwaardig OV (noord-zuid)

4

Ontwikkel de knoop- en plaatswaarde van de OV-hubs van Woerden en IJsselstein

5

De reistijd tussen de kernen per (elektrische) fiets verkorten

6

Benut daken in de Lopikerwaard voor opwekking zonne-energie

7

OV-knooppunten (ook) benutten als recreatieve hubs

6 3

1

Deeluitwerking 1

Benut bedrijventerreinen als duurzame en economische knooppunten

1

3

2

Bedrijventerreinen vormen belangrijke werkmilieus voor nieuwe economische en innovatieve ontwikkelingen. Deze locaties hebben bovenal potentie om meer ruimte te geven aan de maakindustrie, maar ze bieden ook potentie voor duurzame energieopwekking.

1

Grote recreatieve barrières slechten voor fietsers en wandelaars

2

Benut daken in de Lopikerwaard voor opwekking zonne-energie

3

Realiseren windenergie op en rond bedrijventerreinen, zo dicht mogelijk bij (grote) afnemers

4

Ruimte geven aan lokale en innovatieve bedrijvigheid op en rondom bestaande werklocaties

4

Deeluitwerking 2 29

AMBITIE 3: ACTIEF VERKENNEN VAN EEN TOEKOMSTBESTENDIGE EN DUURZAME AGRARISCHE SECTOR De agrarische sector van de Lopikerwaard is altijd van vitaal belang geweest voor de kernen en omliggende regio. Niet alleen als voedselproducent, maar ook als ruimtelijk-economische drager van het gebied en hoeder van het landschap. Met de ontginning van de veengronden en de verkaveling werd de Lopikerwaard steeds aangepast aan de eisen en kansen van de tijd. Onze inwoners en (agrarisch) ondernemers zijn gewend om te innoveren. Momenteel staat de agrarische sector opnieuw op een kantelpunt. Door een stapeling van opgaven staan veel van onze boeren, veelal middelgrote familiebedrijven, onder druk. Dit komt door gebrek aan opvolging, door schaalvergroting als dominante trend, maar ook door een andere maatschappelijke blik op de landbouw. Bodemdaling, vernatting van veengebieden en klimaatverandering, vereisen een nieuw type agrarische bedrijfsvoering. Zowel vanuit de maatschappij als vanuit rijksbeleid klinkt een roep om kringlooplandbouw door. Dit is een grote uitdaging voor de Lopikerwaard, als wel het gehele Groene Hart. Toch zien we veel kansen op het gebied van voedsel, landschap, recreatie, zorg en ook energie. Wij zien daarom de transitie naar een toekomstbestendige en een op kringlopen gestoelde voedselproductie als een belangrijke opgave voor de Lopikerwaard.

Essentieel hierbij is het verdienmodel van de boer; wij vinden het belangrijk dat agrariërs die verder willen boeren een goed inkomen kunnen verdienen en dat ze hun bedrijf voortzetten met respect voor landschap en natuur. Ideeën zoals de ontwerpstudie ‘Grote Vriendelijke Reus’ laten zien dat er kansen liggen. Daarom zien wij voor alle overheden een actieve rol weggelegd om samen met deze boeren te werken aan een toekomstbestendige agrarische sector, mét een goed verdienmodel; een new deal tussen boer en burger.

Ontwikkelprincipe 3.1: Nieuwe typen agrarische bedrijfsvoering door hogere grondwaterstanden in de meeste venige gebieden In de meest venige gebieden zullen we sturen op hogere grondwaterstanden om veenoxidatie en daarmee bodemdaling en CO-uitstoot tegen te gaan. Dit vereist een nieuw type agrarisch gebruik en bedrijfsvoering die kunnen omgaan met hoge grondwaterstanden. Door de combinatie van CO2- en stikstofopgaven zal de transitie in de landbouw hier het meest prominent zijn. Deze omslag vraagt veel van de boeren. Daarom zien wij ook voor de overheden een belangrijke en actieve rol om samen met deze boeren te werken aan nieuwe verdienmodellen.

Ontwikkelprincipe 3.2: Verkleinen van kringlopen en verbreding van het agrarisch bedrijfsmodel rondom het stedelijk gebied en op de stroomruggen Zowel vanuit de maatschappij als vanuit rijksbeleid klinkt een roep om duurzame (kringloop)landbouw door. Deze circulaire bedrijfsvoering richt zich op het optimaal inzetten en hergebruiken van grondstoffen en producten en op het zoveel mogelijk voorkomen van reststoffen, afval en milieuschade. In de zones rond de stedelijke gebieden en op de stroomruggen willen we de verbinding tussen stad en (platte)land aanhalen. Hiervoor willen we de kringlopen verkleinen en inzetten op regionale productie. Daarnaast willen we de koppeling tussen de agrarische bedrijven en natuur en recreatie versterken, bijvoorbeeld door het stimuleren van verbreding van het boerenbedrijf.

30

Ontwikkelprincipe 3.3: Transitie naar kringlooplandbouw in agrarisch kerngebied door inzet van technologie en innovatie, met respect voor landschappelijke waarden. Het oer-Hollandse landschap met de koe in de wei vormt een belangrijke cultuurhistorische drager voor de Lopikerwaard. In het agrarisch kerngebied (zoals ook aangegeven in het U16 Ontwikkelbeeld Groen & Landschap) willen we daarom inzetten op het behoud van dit karakter, maar zonder de maatschappelijke opgaven, zoals klimaat en biodiversiteit, uit het oog te verliezen. Ook hier zien we een transitie plaatsvinden naar een klimaat- en toekomstbestendige landbouw, maar heel geleidelijk en met nadrukkelijke inzet van technologie en innovatie. Ook zullen we nieuwe vormen van ruilverkaveling verkennen om de stapeling van opgaven in het landelijk gebied een plek te kunnen geven.

31

AMBITIE 4: INVESTEREN IN BETERE EN DUURZAMER BEREIKBAAR Hoewel de Lopikerwaard met haar ligging aan de A12 en A2 en HOV-stations met name aan de randen goed bereikbaar is, laat de bereikbaarheid – zeker in de kleine kernen – te wensen over. Veel inwoners hebben op dit moment weinig keuze in de manier van reizen en dan ligt het gebruik van de auto voor de hand. Tegelijkertijd stellen een vergrijzende bevolking en de verduurzamingsopgave andere eisen aan de regionale bereikbaarheid. Wanneer we de kernen echter beter en duurzamer bereikbaar maken, opent zich een heel nieuw perspectief op het gebied van wonen, economie en recreatie. We zullen samen de transitie moeten maken naar een schoner systeem, dat voor jong en oud goede bereikbaarheid garandeert. Daarom willen we het gebruik van duurzaam, gedeeld of openbaar vervoer beter en makkelijker maken.

Ontwikkelprincipe 4.1: Grote kernen verbinden via hoogwaardig OV (noord-zuid) Veel van de kernen in de Lopikerwaard zijn via oost-west georiënteerde OV-lijnen (bus, tram of trein) met de stad Utrecht verbonden. De reistijd met het openbaar vervoer is vaak lang, mede omdat de reis via Utrecht loopt. Wie direct van Noord naar Zuid wil reizen is aangewezen op de buurtbus. De aanleg van een robuuste HOV-verbinding die het gebied in noord-zuidrichting doorkruist, zou de bereikbaarheid binnen de Lopikerwaard aanzienlijk verbeteren. Door andere buslijnen hier slim op aan te takken, verbetert ook de bereikbaarheid van de overige kleine kernen. Dit is nu nog een ontbrekende schakel in het ‘wiel-met-spaken’ concept van Uned.

Ontwikkelprincipe 4.2: Ontwikkel de knoop- en plaatswaarde van OV-hubs van Woerden en IJsselstein Een stationsomgeving is een knooppunt met knoopwaarde (waarde van verbindingen) en plaatswaarde (gebruik van de omgeving). In Woerden en IJsselstein ontstaat op beide knooppunten veel ontwikkelruimte als de kwaliteit en frequentie van verbindingen zou verbeteren. Dan zouden deze knooppunten ook kunnen dienen als ‘poort’ naar de rest van de Lopikerwaard. We zien rondom de knooppunten kansen om de ontwikkeling van wonen op te laten lopen met de ontwikkeling van het OV.

32

Ontwikkelprincipe 4.3: De reistijd tussen de kernen per (elektrische) fiets verkorten Door de ontwikkeling en populariteit van de elektrische fiets ontstaat er een nieuw perspectiviteit op mobiliteit, zo ook in de Lopikerwaard. Verschillende kernen, zoals IJsselstein, Montfoort en Harmelen liggen voor de fietsende forens van en naar Utrecht binnen handbereik. Ook vanuit recreatief en toeristisch oogpunt is deze ontwikkeling interessant voor de Lopikerwaard. Wij willen deze ontwikkeling faciliteren en stimuleren door de ontwikkeling van een goed en veilig (snel) fietsnetwerk.

33

VOORBEELDUITWERKING: OVERGANG VAN AGRARISCH KERNGEBIED TOT STAD Wonen in en aan het landschap van de Lopikerwaard is een grote kwaliteit. Nu zijn de overgangen tussen stad en land vaak minimaal en is er een harde grens. Het verzachten van deze overgangen kan de leefkwaliteit in de Lopikerwaard vergroten. Dit verzachten gebeurt enerzijds door het landschap naar binnen te trekken en anderzijds door het aanleggen van nieuwe paden en routes in het landelijk gebied, direct om de steden en dorpen heen. Waar (Boeren)erven in deze overgangszone de band tussen stad en land kunnen versterken via recreatie of korte voedselketens, heeft de boer in het agrarisch kerngebied meer ruimte voor bedrijfsvoering gericht op efficiëntie en technologie. HUIDIGE SITUATIE Deeluitwerking 2

Deeluitwerking 1 Vergelijkbare gebieden

MOGELIJKE TOEKOMSTIGE SITUATIE

34

Agrarische kerngebieden gedreven door technologische ontwikkeling Binnen het agrarisch kerngebied is technologische ontwikkeling de drijvende kracht achter de landbouw. Hier wordt voedsel zo efficiënt mogelijk geproduceerd, maar wel vanuit het perspectief van kringlooplandbouw, waar stromen zo veel mogelijk worden gesloten met ontzag voor de landschappelijke identiteit. 4

Benut daken in de Lopikerwaard voor opwekking zonne-energie

1

Transitie naar kringlooplandbouw in agrarisch kerngebied door inzet van technologie en innovatie, met respect voor landschappelijke waarden.

2

2 2

3

1

3

Grote recreatieve barrières slechten voor fietsers en wandelaars

4

Versterk de biodiversiteit door slootranden en waterstructuren ecologisch te beheren

Deeluitwerking 1

Versterk ommetjes vanuit de stad De houtkades vormen momenteel al de belangrijkste ecologische structuren in het landschap. Door dwarsverbindingen tussen de linten en de houtkades aan te leggen ontstaat een uitgebreid ecologisch netwerk met de houtkades als ruggengraat. Langs deze structuur kan het gebied tevens beter ontsloten worden voor water- en wandelrecreatie.

4

2

3

1

1

Verkleinen van kringlopen en verbreding van het agrarisch bedrijfsmodel rondom het stedelijk gebied en op de stroomruggen

2

Grote recreatieve barrières slechten voor fietsers en wandelaars

3

Ontwikkelen biodiversiteit door slootranden en waterstructuren te verbinden

4

Benutten daken in de Lopikerwaard voor opwekking zonne - energie.

Deeluitwerking 2 35

AMBITIE 5: VORMGEVEN AAN EEN EERLIJKE EN WEDERKERIGE ENERGIETRANSITIE Het accommoderen van de energietransitie is een van de belangrijke ‘ruimtevragers’ tot 2040. Dit geldt niet alleen voor de Lopikerwaard, maar ook voor de U16 en Nederland. Om als U16 de energietransitie te laten slagen, is samenwerking cruciaal: zo is in Utrecht en Nieuwegein de vraag groter dan de mogelijke opwek, terwijl voor de Lopikerwaard en Vijfheerenlanden het omgekeerde geldt. Hier is de opwekpotentie veel groter dan de vraag. Logischerwijs wordt er vanuit de omliggende regio in belangrijke mate naar de Lopikerwaard gekeken voor het energievraagstuk. Wij voelen ons verantwoordelijk om een volwaardige bijdrage te leveren aan de energietransitie door in ieder geval op te wekken voor eigen behoefte. Voor het draagvlak en de toekomst van de Lopikerwaard is een goede ruimtelijke inpassing randvoorwaardelijk. Een die past bij de openheid, linten en cope-verkaveling van ons gewaardeerde Groenehartlandschap. Ook een eerlijke verdeling van kosten en baten is essentieel. We willen daarom bovenal vormgeven aan een eerlijke en wederkerige energietransitie in U16-verband, waarbij opwekken samen opgaat met investeringen en lokale baten en eigenaarschap.

Om te komen tot een evenwichtige ontwikkeling zetten we in op besparing en een energiemix - zon, wind, aqua- en geothermie en omgevingswarmte - en hanteren we ruimtelijke ontwikkelprincipes zodat we ons landschap zo min mogelijk belasten. Uiteindelijk maken we echter een brede afweging, waarbij ook technische ontwikkelprincipes (net- en opslagfacaliteiten) en maatschappelijke ontwikkelingen en -draagvlak een rol spelen. Zo geven we vorm aan een eerlijke en wederkerige energietransitie.

36

ONTWIKKELPRINCIPES WARMTE Ontwikkelprincipe 5.1: Zet in op besparingsmaatregelen voor warmte in de bebouwde omgeving Een belangrijk onderdeel van de energietransitie zijn besparingsmaatregelen. We verlagen onze warmtevraag door de woonwijken en werklocaties op te waarderen, bijvoorbeeld door energieneutraal te bouwen en renoveren. Zo hoeven we minder duurzame energie op te wekken.

Ontwikkelprincipe 5.2: Benut restwarmte en omgevingswarmte van waterrijke gebieden We zetten in op het (terug)winnen van warmte uit oppervlaktewater op plekken waar dit kansrijk is. Ook zijn er verschillende locaties kansrijk voor het benutten van restwarmte van de industrie. Bijkomend voordeel is dat het benutten van deze omgevingswarmte nauwelijks impact heeft op de omgeving. Belangrijk is hierbij wel dat we afspraken maken met de omliggende regio’s over grensoverschrijdende bronnen.

37

ONTWIKKELPRINCIPES ELECTRICITEIT Ontwikkelprincipe 5.1: Zet in op besparingsmaatregelen voor elektriciteit in de bebouwde omgeving Een belangrijk onderdeel van de energietransitie zijn besparingsmaatregelen. We verlagen onze warmtevraag door onze woonwijken en werklocaties op te waarderen, bijvoorbeeld door energieneutraal te bouwen en renoveren. Zo hoeven we minder duurzame energie op te wekken.

Ontwikkelprincipe 5.2: Benut daken in de Lopikerwaard voor opwekking zonne-energie In de hele Lopikerwaard willen we de daken ten volle benutten voor zonnepanelen. Hieronder vallen zowel de daken op bedrijventerreinen als op woningen en kantoren.

Ontwikkelprincipe 5.3: Realiseer windenergie op en rond bedrijventerreinen, zo dicht mogelijk bij (grote) afnemers We zetten in op een energie-efficiënte leefomgeving. Daarom kijken we eerst naar onze bedrijventerreinen als locatie om grootschalige en duurzame energieopwekking te realiseren. Hier kunnen we immers vraag en aanbod dicht bij elkaar brengen, door energieopwekking dichtbij grote afnemers te realiseren. Het gaat daarbij niet alleen om zonne-energie, maar ook om de (grootschalige) opwek van windenergie.

38

Ontwikkelprincipe 5.4: Gebruik grote infrastructuur zoals de rivier en snelwegen als drager van de collectieve energieopwekking en hanteer een lijnopstelling Voor de grootschalige collectieve energieopwekking hanteren we grote infrastructuur in het gebied als drager. Denk hierbij aan rivieren en snelwegen. Voor de windmolens zetten we in op een lijnopstelling en de best beschikbare techniek. Een opstelling van windturbines dient een logisch geheel te vormen.

Ontwikkelprincipe 5.5: Zorgvuldige inpassing van collectieve energieopwekking in een lijnopstelling voortbouwend op de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de polder Als Lopikerwaard zijn we ons bewust van onze regionale verantwoordelijkheid voor het opwekken van duurzame energie, maar willen we hier zeer zorgvuldig mee omgaan. Opwek van collectieve energie doen we daarom altijd zo dat het onze landschappelijke- en cultuurhistorische waarden zo min mogelijk aantast. Bijvoorbeeld door het benutten van de ontginningsassen als belangrijke lijn in het landschap. Daarbij gaan we ook altijd uit van een wederkerigheid; we brengen de kosten en baten samen.

39

AMBITIE 6: ZORGDRAGEN VOOR EEN KLIMAATADAPTIEVE EN BODEMDALINGSBESTENDIGE REGIO Klimaatverandering veroorzaakt extremer weer, waarin langdurige droge periodes en extreme regenval elkaar afwisselen. Zo krijgen de boezemsystemen (Gekanaliseerde Hollandse IJssel en Oude Rijn) op piekmomenten veel meer water te verwerken. Langdurige droge periodes leiden tot een verhoogde watervraag. Deze watervraag moet aangevoerd worden vanuit de Lek en Amsterdam-Rijnkanaal. Bovendien zijn de Oude Rijn en Hollandse IJssel bij langdurige droogte essentieel voor de waterdoorvoer naar West-Nederland. Extreme weersomstandigheden vragen om robuuste boezemsystemen. Wij willen met ons landschap inspelen op de effecten van de klimaatverandering, maar ook bijdragen aan het verminderen van de klimaatverandering waar mogelijk. Daarnaast willen we dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen - woningen, infrastructuur, openbare ruimte - klimaatadaptief zijn. Door bijvoorbeeld klimaatbuffers en extra groen in de kernen.

Ontwikkelprincipe 6.1: Hanteren dynamisch waterpeil in veen- en kleigebieden Door de waterstanden in de kleigebieden meer te laten wisselen, spelen we slimmer in op natte en droge periodes. Hiermee ontstaan meer buffermogelijkheden in droge periodes en meer bergingscapaciteit in natte periodes. In veengebieden, waar een grote uitdaging ligt op het gebied van bodemdaling en CO2-uitstoot, kunnen we met hogere grondwaterstanden negatieve effecten tegengaan.

40

Ontwikkelprincipe 6.2: Bodemdalingbestendig ontwikkelen in bodemdalingsgebieden en gebieden met zetting Om klaar te zijn voor de toekomst - en onnodige kosten te vermijden - bouwen we bodemdalingbestendig. Dat betekent dat we ons bij woningbouw of infrastructuurprojecten richten op aangepast bouwen. Bijvoorbeeld drijvend bouwen op innovatieve funderingsmethoden voor het openbare gebied.

Ontwikkelprincipe 6.3: Klimaatadaptief ontwikkelen in het (bestaand) stedelijk gebied Om klaar te zijn voor de toekomst - en onnodige kosten te vermijden - bouwen we klimaatadaptief. Dat betekent dat wij nieuwe ontwikkelingen en het bestaand bebouwd gebied anders inrichten om de effecten van klimaatverandering zoveel mogelijk beperken. Zo zetten we in op voldoende groen en ruimte voor de opvang van hevige regenval. We letten daarbij op een slimme integratie in het (bestaand) stedelijk gebied.

41

VOORBEELDUITWERKING: VEENGEBIEDEN EN KLEINE KERNEN De veengronden zijn met de ontginning en de verkaveling door de eeuwen heen vrijwel volledig aangepast aan agrarisch gebruik. Nu staan deze gebieden echter voor belangrijke uitdagingen zoals bodemdaling en veenoxidatie. Het is onoverkomelijk om de bodemdaling Het is onoverkomelijk om de bodemdaling - en daarmee de CO2 uitstoot - tegen te gaan met hogere grondwaterstanden en door infiltratietechnieken toe te passen. Dit vraagt om nieuwe vormen van landgebruik en bedrijfsvoering die kunnen omgaan met hogere grondwaterstanden. In het landelijk gebied van de Lopikerwaard bevinden zich enkele kleine kernen. De leefbaarheid staat hier onder druk, mede door de beperkte bereikbaarheid. Het clusteren van voorzieningen en modaliteiten biedt kansen om de leefbaarheid en bereikbaarheid van deze plekken te verbeteren.

Deeluitwerking 1

HUIDIGE SITUATIE

Deeluitwerking 2 Vergelijkbare gebieden

MOGELIJKE TOEKOMSTIGE SITUATIE

42

Pas landgebruik aan op de omstandigheden van het veen Natte omstandigheden zijn kenmerkend voor de veenlandschappen. Om de bodemdaling in de meest venige gebieden te remmen, is een hoger waterpeil gewenst. Dit vraagt om een aanpassing van het landgebruik, bijvoorbeeld door beweiding met andere soorten, het toepassen van onderwaterdrainage, het overschakelen naar natte teelten of het omvormen naar natte natuur.

3

1 2

5

6

7

4

1

Benutten daken in de Lopikerwaard voor opwekking zonne - energie.

2

Transformeren vrijkomend agrarisch vastgoed (VAB) voor passende bedrijvigheid in linten.

3

Grote recreatieve barrières slechten voor fietsers en wandelaars

4

Ontwikkelen biodiversiteit door slootranden en waterstructuren te verbinden

5

Nieuwe typen agrarische bedrijfsvoering door hogere grondwaterstanden in de meeste venige gebieden

6

Hanteren dynamisch waterpeil in veen- en kleigebieden

7

In zones rondom steden en in lagere veengebieden meer inzetten op agrarisch natuurbeheer

Deeluitwerking 1:

Zorg voor vitale en goed bereikbare kernen Het is van belang om de vitaliteit en het draagvlak voor voorzieningen binnen de kleine kernen te behouden en te versterken. Door belangrijke voorzieningen te clusteren kunnen vitale voorzieningen in de dorpen behouden blijven. Zorg voor een goede bereikbaarheid door te investeren in (snel)fietsverbindingen en hoogwaardig OV en bouw starterswoningen om aan de lokale behoefte te voorzien.

1

3

5 4 2

1

Benut daken in de Lopikerwaard voor opwekking zonne-energie

2

Grote recreatieve barrières slechten voor fietsers en wandelaars

3

Elke kern heeft een hub die verschillende modaliteiten verbindt.

4

Behoud ontmoetingsplaats in elke kern en hoogwaardige voorzieningen strategisch en bereikbaar clusteren

5

Bouwen voor eigen behoefte in en aan de randen van kernen

Deeluitwerking 2 43

AMBITIE 7: RUIMTE GEVEN AAN NATUUR EN EEN BIODIVERS LANDSCHAP De Lopikerwaard heeft een sterk agrarisch karakter, verweven met stukken Natuurnetwerk Nederland en natuurlijk beheerd agrarisch gebied. Denk hierbij aan gebieden die speciaal beheerd worden met oog voor weidevogels. In deze gebieden is de biodiversiteit over het algemeen hoger dan in het overig agrarisch gebied, waar de biodiversiteit zelfs onder druk staat. Zo is sinds 1990 het aantal boerenlandvogels – als indicator voor de biodiversiteit - met de helft gedaald. Deze trend willen we stoppen en keren door Natuurnetwerk Nederland te versterken en natuurlijk beheer van gronden te stimuleren.

Ontwikkelprincipe 7.1: Versterken van de kwaliteit van de houtkades tot biodivers netwerk De houtkades van de ontginningen zijn over het algemeen de meer biodiverse plekken van de waarden. Op verschillende plaatsen zijn ze belangrijke schakels in het natuurnetwerk. In deze gebieden willen we de biodiversiteit verder versterken door ruimte te geven aan natuurontwikkeling, bijvoorbeeld door het aanleggen van meer kleine bossages en landschapselementen.

Ontwikkelprincipe 7.2: Ontwikkelen biodiversiteit door slootranden en waterstructuren te verbinden Water is de drager van biodiversiteit in het gebied. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uiterwaarden van de Lek en Hollandse IJssel, maar ook de talloze slootranden en kleinere waterstructuren. Zij vormen een belangrijke broedplaats voor natte natuur. We willen dit netwerk verder ontwikkelen door ontbrekende schakels en flauwe oevers aan te leggen en aangrenzende (randen van) percelen natuurlijk te beheren of met rust te laten. Het is hierbij belangrijk om aandacht te hebben voor de nu vaak nog ontbrekende noord-zuid verbindingen.

44

Ontwikkelprincipe 7.3: In zones rondom steden en in de lagere veengebieden meer inzetten op agrarisch natuurbeheer De Lopikerwaard is voor het grootste deel in intensief agrarisch gebruik en juist dat gebruik gaat niet altijd samen met biodiversiteit en natuurwaarden. Zoals beschreven in onze ambitie over de toekomst van de landbouw streven we naar een toekomstbestendige agrarische sector in de Lopikerwaard die zich op verschillende manieren ontwikkelt. In de lage veengebieden willen we meer ruimte geven aan het verhogen van het waterpeil en nattere teelten en in het uitloopgebied van de stad Utrecht en grote kernen liggen kansen om ketens te verkleinen en meer voor de lokale markt te produceren. Beide ontwikkelingen bieden een kans om in het bedrijfsmodel meer ruimte te geven aan biodiversiteit. Agrarisch natuurbeheer kan een groter onderdeel uitmaken van het verdienmodel van de boer, zoals het dat op verschillende plekken nu al doet.

45

AMBITIE 8: VERSTERKEN VAN EEN RECREATIEF AANTREKKELIJKE REGIO De Lopikerwaard is het best gewaardeerde landschap van het Groene Hart. Dat is te merken aan de vele mensen die elke dag recreëren in onze gemeenten. Met name de rivieren vormen de recreatieve aders van het gebied, waar veel recreatieve dagvoorzieningen voor toeristen te vinden zijn. Het waterrijke karakter en de oude karakteristieke kernen vormen de recreatieve kracht van het gebied. De laatste jaren heeft de recreatieve sector zich verder ontwikkeld en de groei zet zich verder door in de Lopikerwaard en daarbuiten. Denk hier bijvoorbeeld aan de mogelijkheden die liggen in de landbouw (o.a. kaas), cultuur- en watergerelateerde historische educatie (o.a. Oude Hollandse Waterlinie). We zien recreatie als een belangrijke kans voor de Lopikerwaard, maar willen niet dat dit leidt tot verrommeling en overmatige drukte, ook met oog op de andere ruimtelijke opgaven die hier hun plek moeten vinden. Dat betekent dat we recreatie kwalitatief willen kaderen en sturen op een gebiedseigen ontwikkeling van de sector. Zo kunnen we Lopikerwaard als merk sterker in de markt zetten en daar invulling aan geven via de producten en diensten van lokale ondernemers.

Ontwikkelprincipe 8.1: Ontwikkelen fijnmaziger recreatief netwerk door in de houtkades en linten routes toe te voegen. Het recreatieve netwerk van de Lopikerwaard is niet fijnmazig. Dit komt door de opzet van linten en de grofmazige ontginningsstructuur. Door routes toe te voegen in de linten, maar met name ook in de tussengelegen polder, bijvoorbeeld in de houtkades, ontstaat een fijnere wandelstructuur die het gebied aantrekkelijker maakt voor recreanten en toeristen. Hierbij zien we met name kansen in het verbeteren van de verbindingen in noord-zuidrichting, vanuit het klassieke oostwest patroon. Ook het fijnmaziger maken van waterrecreatie, bijvoorbeeld de kanoroutes, is hier kansrijk.

Ontwikkelprincipe 8.2: OV-knooppunten (ook) benutten als recreatieve hubs De stationslocaties hebben de potentie om meer als recreatieve hubs in het gebied te dienen. Veel recreanten en toeristen komen uit de omliggende steden en het openbaar vervoer wordt steeds vaker gebruikt als recreatief vervoer, maar in de Lopikerwaard liggen ze aan de rand van het gebied. We willen de stations meer als ‘buitenpoorten’ van de stad gaan ontwikkelen, om zo niet met de auto de Lopikerwaard in te hoeven, maar over te stappen op bijvoorbeeld een elektrische (deel)fiets vanuit station Woerden of IJsselstein.

46

Ontwikkelprincipe 8.3: Grote recreatieve barrières slechten voor fietsers en wandelaars De Lopikerwaard kent een rijk en beleefbaar landschap, maar voor recreanten van buiten laat de toegankelijkheid van de polder te wensen over. De Lopikerwaard wordt omgeven en doorsneden door grote infrastructuur. Dit vormt niet alleen een barrière voor recreanten en toeristen vanuit de stad, maar ook voor onze eigen inwoners die genieten van de polders of gewoon op de fiets naar school of werk gaan. We willen de infrastructurele barrières slechten door bijvoorbeeld extra tunnels, bruggen en fietspaden aan te leggen.

47

VOORBEELDUITWERKING: LANDSCHAP VAN LINTEN EN HOUTKADES Het open landschap, gevormd onder invloed van de landbouw, is een van de belangrijkste kenmerken van de Lopikerwaard. Linten en houtkades doorkruisen dit agrarische landschap en vormen de identiteitsdragers van het gebied. Recreanten en omwonenden waarderen dit hoogwaardig cultureel landschap zeer. De kwaliteit hiervan kan echter nog versterkt worden. Dit biedt meteen veel kansen om ook de natuurlijke en recreatieve kwaliteiten te ontwikkelen, evenals de kleinschalige werkgelegenheid in het gebied. Het behouden van het kleinschalig karakter en de ruimtelijke kwaliteiten van het open landschap en de linten spelen daarbij een cruciale rol. HUIDIGE SITUATIE

Deeluitwerking 2

Deeluitwerking 1

Vergelijkbare gebieden

MOGELIJKE TOEKOMSTIGE SITUATIE

48

Duurzame en kleinschalige woon-werklinten

3

1

De linten vormen een unieke ruimtelijke structuur met volop kansen voor de toekomst. Door waar mogelijk ruimte te geven aan ontwikkeling van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s), voorziet de Lopikerwaard in een uniek en kleinschalige woon-werkmilieu voor de U16. Transformatie moet passend zijn bij de schaal en kwaliteit van de verschillende typen linten; dijklinten, rechte linten en kronkelende linten. 1

Benut daken in de Lopikerwaard voor opwekking zonne-energie

2

Transformeren vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) naar passende bedrijvigheid in de linten

3

In linten woningen toevoegen door vrijkomend agrarisch vastgoed (VAB) te transformeren, passend bij de identiteit van het lint

4

Ontwikkelen biodiversiteit door slootranden en waterstructuren te verbinden

2 5

4

Deeluitwerking 1

Houtkades als recreatieve en ecologische ruggengraat. De houtkades vormen momenteel al de belangrijkste ecologische structuren in het landschap. Door dwarsverbindingen tussen de linten en de houtkades aan te leggen, ontstaat er een uitgebreid ecologisch netwerk met de houtkades als ruggengraat. Langs deze structuur kan het gebied tevens beter ontsloten worden voor water- en wandelrecreatie.

2

1

Versterken van de kwaliteit van de houtkades tot biodivers netwerk

2

Ontwikkelen fijnmaziger recreatief netwerk door in de houtkades en linten routes toe te voegen.

3

Ontwikkelen biodiversiteit door slootranden en waterstructuren te verbinden

1

3

Deeluitwerking 2

49

50

COLOFON

Deze omgevingsagenda is de uitkomst van een intenstief proces van ambtelijke en bestuurlijke samenwerking. De agenda is ontwikkeld door en onder begeleiding van RUIMTEVOLK en Flux Landscape, in opdracht van en in samenwerking met de gemeenten IJsselstein, Lopik, Montfoort, Oudewater en Woerden en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.

info@ruimtevolk.nl www.ruimtevolk.nl

info@fluxlandscape.nl www.fluxlandscape.nl

Anne Seghers Sjors de Vries Bram van den Groenendaal

Gerwin de Vries Jonas Papenborg Delina Willbrenninck

Disclaimer Het (her)gebruiken van teksten uit deze publicatie is toegestaan onder voorwaarde van duidelijke vermelding van de volledige naam van de organisatie, auteurs en bron. Hoewel aan de inhoud en samenstelling van deze verkenning de grootst mogelijke zorg is besteed, is het mogelijk dat informatie onjuist of onvolledig is. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend.

51

isimmimr mom. _gam immir

Publiekshal • Het Rond 1, Zeist

www.zeist.n1 • www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 . zeist@zeist.n1

RIIANIMIMMIMM PLANNMMIEN

Gerneente Zeist

O. G

Aan de genneenteraad

e,AL o

1Sla Datum

14 september 2021

Burgerservicenummer

Ons kenmerk

2oz1

422998

Uw kenmerk

Bijlage(n)

4

Behandeld door

Sam Vooren

Onderwerp

Toetreding van de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort en Oudewater tot de U10

Portefeuillehouder

Burgermeester Janssen

Geachte leden van de raad, Begin 2019 hebben de colleges van de gemeenten Oudewater, Montfoort en Lopik een schriftelijk verzoek om toetreding tot de U10 ingediend; het college van de gemeente De Ronde Venen heeft snel daarna ook interesse in mogelijke toetreding getoond. Dit alles was vlak voordat de vijfjaarlijkse evaluatie en de herijking van onze U10 governance zou plaatsvinden. De burgemeesters Jan van Zanen en Frans Backhuijs hebben namens de U10 de vier colleges voorgesteld om het verzoek tot toetreding te behandelen nadat de governance herijkt zou zijn en hebben hen uitgenodigd om in de tussentijd alvast aan te schuiven bij de bestuurstafels, opgaveteams en het burgemeestersoverleg. Overleg toetreding tot de U10 In oktober 2020 hebben, als resultaat van de herijking van de governance, de twaalf burgemeesters het bestuursconvenant Samenwerking U10 gemeenten ondertekend. In het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 zijn gesprekken gevoerd tussen de voltallige vier colleges en een U10-delegatie.

De U10-delegatie bestond in deze gesprekken telkens uit: Frans Backhuijs uit hoofde van het regieoverleg en in de rol van voorzitter; uit hoofde van het burgemeestersoverleg ofwel burgemeester Koos Janssen ofwel burgemeester Gilbert Isabella; uit hoofde van het regieoverleg ofwel wethouder Marcel Verweij ofwel wethouder Jeroen Willem Klomps; en in de rol van secretaris Maurits Hoeve. Volgend op deze gespreksronde hebben de colleges van Oudewater, De Ronde Venen en Montfoort, na instemnning van de gemeenteraden, het verzoek ingediend om per 1 juli 2021 toe treden. Het college van de gemeente Lopik heeft aangekondigd wellicht, ook afhankelijk van het verloop van het verkennend proces van gemeentelijke herindeling dat raad en college in maart 2021 zijn gestart, per 1 januari 2022 te willen toetreden. Positief advies vanuit regieoverleg U10 Het regieoverleg (bestaande uit de burgermeesters Sharon Dijksma (voorzitter regieoverleg) en Frans Backhuis (in zijn rol als voorzitter trekkersoverleg), gemeentesecretaris Gabrielle Haanen (in haar rol als voorzitter netwerkdirectie), wethouders Marcel Verweij en Jeroen Willem Klomps en directeur U10 Maurits Hoeve (secretaris regieoverleg)) heeft vastgesteld dat toetreding van de gemeenten Oudewater, Montfoort en

Austerlitz • Bosch en Duin • Den Dolder • Huis ter Heide • Zeist

2

De Ronde Venen tot de U10 voldoet aan de bepalingen uit het bestuursconvenant en geeft aan hen met plezier en van harte welkom te willen heten als formeel deelnemer aan de U10. Als geen van de huidige U10gemeenten bezwaren uit, zullen deze gemeenten dan ook worden uitgenodigd om toe te treden tot het U10netwerk College enthousiast over versterking U10 Wij zien, naast het voldoen aan de toetredingseisen uit het bestuursconvenant, veel voordelen om deze gemeenten als volwaardige partner te mogen verwelkomen in de U10. Dit sterkt ons in de complexe en samenhangende opgaven, die binnen de U10 worden opgepakt. Daarom stemmen wij van harte in met de toetreding van de drie hiervoor genoemde gemeenten.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

dr.

de burgemeester,

S. Grotens

Austerlitz • Bosch en Duin • Den Do!der • Huis ter Heide • Zeist

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11081200/1