CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB22.024 Toetreding Lopik tot U10

Overige evenementen 15 februari 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven (ter kennisname)17.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl

Ontv. Griffie 27-01-2022/RIB22.024 Aan de gemeenteraad

Datum

27 januari 2022

Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp

Ons kenmerk

437113

Uw kenmerk

4 Toetreding van de gemeente Lopik tot de U10

Behandeld door

Sam Vooren

Portefeuillehouder

Burgermeester Janssen

Geachte leden van de raad, Begin 2019 hebben de colleges van de gemeenten Oudewater, Montfoort en Lopik een schriftelijk verzoek om toetreding tot de U10 ingediend; het college van de gemeente De Ronde Venen heeft snel daarna ook interesse in mogelijke toetreding getoond. Afgesproken is toen eerst de vijfjaarlijkse evaluatie en de herijking van de U10 governance af te wachten. In de tussentijd konden de gemeenten alvast volwaardig deel nemen aan de bestuurstafels, opgaveteams en burgemeestersoverleg. In het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 zijn vervolgens gesprekken gevoerd tussen de voltallige vier colleges en een U10-delegatie. De U10-delegatie bestond in deze gesprekken telkens uit: Frans Backhuijs uit hoofde van het regieoverleg en in de rol van voorzitter; uit hoofde van het burgemeestersoverleg ofwel burgemeester Koos Janssen ofwel burgemeester Gilbert Isabella; uit hoofde van het regieoverleg ofwel wethouder Marcel Verweij ofwel wethouder Jeroen Willem Klomps; en in de rol van secretaris Maurits Hoeve. Volgend op deze gespreksronde hebben de colleges van Oudewater, De Ronde Venen en Montfoort het verzoek ingediend om per 1 juli 2021 toe te treden; het college van de gemeente Lopik gaf aan eerst het verloop van het verkennend proces van gemeentelijke herindeling af te wachten.

Op 19 september 2021 heeft het college ingestemd met toetreding van de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort en Oudewater tot de U10 (zie RIB met kenmerk 422998). Inmiddels heeft dit geleid tot formele toetreding, in december 2021 ondertekenden de vijftien burgemeester het hernieuwde bestuursconvenant Samenwerking U10 gemeenten. In november 2021 heeft de gemeenteraad van Lopik ingestemd met het voorstel van haar college om per 1 januari 2022 formeel toe te treden tot de U10. Het regieoverleg heeft vastgesteld dat toetreding van de gemeente Lopik tot de U10 voldoet aan de bepalingen uit het bestuursconvenant en geeft aan hen met plezier en van harte welkom te willen heten als formeel deelnemer. Uw college heeft besloten dit advies over te nemen en in te stemmen met de toetreding. Als geen van de huidige U10-gemeenten bezwaren uit, zullen deze gemeenten worden uitgenodigd om toe te treden tot het U10-netwerk.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

2

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

de locoburgemeester,

dr. H.S. Grotens

drs. S. Jansen

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

Utrecht, 24 december 2021 Aan: de vijftien colleges van burgemeesters en wethouders van de U10 gemeenten Betreft: voorstel toetreding gemeente Lopik Beste collega’s, We willen u voorstellen dat de gemeente Lopik formeel toetreedt tot de U10. Dit door het bestuursconvenant Samenwerking U10 gemeenten, zoals wij dit in december 2021 met vijftien burgemeesters ondertekend hebben, nu met zestien burgemeesters te ondertekenen. In deze brief lichten we aanleiding en achtergrond, commitment aan toetreding en netwerksamenwerking en het aan uw college gevraagd besluit graag nader toe. Aanleiding en achtergrond Begin 2019 hebben de colleges van de gemeenten Oudewater, Montfoort en Lopik een schriftelijk verzoek om toetreding tot de U10 ingediend; het college van de gemeente De Ronde Venen heeft snel daarna ook interesse in mogelijke toetreding getoond. Dit alles was vlak voordat de vijfjaarlijkse evaluatie en de herijking van onze U10 governance zou plaatsvinden. De burgemeesters Jan van Zanen en Frans Backhuijs hebben de vier colleges voorgesteld om het verzoek tot toetreding te behandelen nadat de governance herijkt zou zijn en hebben hen uitgenodigd om in de tussentijd alvast volwaardig deel te nemen aan de bestuurstafels, opgaveteams en burgemeestersoverleg.

In oktober 2020 hebben, als resultaat van de herijking van onze governance, de twaalf burgemeesters het bestuursconvenant Samenwerking U10 gemeenten ondertekend. In het bestuursconvenant zijn inhoudelijke bepalingen voor toetreding opgenomen. In het burgemeestersoverleg van 6 juli 2020 is verkend middels welk proces wij het beste in gesprek zouden kunnen gaan met de gemeenten die mogelijk willen toetreden. Met dank aan de inbreng tijdens dit burgemeestersoverleg zijn in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 gesprekken gevoerd tussen de voltallige vier colleges en een U10-delegatie. De U10-delegatie bestond in deze vier gesprekken telkens uit: Frans Backhuijs uit hoofde van het regieoverleg en in de rol van voorzitter; uit hoofde van het burgemeestersoverleg ofwel burgemeester Koos Janssen ofwel burgemeester Gilbert Isabella; uit hoofde van het regieoverleg ofwel wethouder Marcel Verweij ofwel wethouder Jeroen Willem Klomps; en in de rol van secretaris Maurits Hoeve. Volgend op deze gespreksronde hebben de colleges van Oudewater, De Ronde Venen en Montfoort het verzoek ingediend om per 1 juli 2021 toe treden. Inmiddels heeft dit geleid tot formele toetreding, in december 2021 ondertekenden de vijftien burgemeester het hernieuwde bestuursconvenant Samenwerking U10 gemeenten.

Het college van de gemeente Lopik had begin 2021 aangekondigd wellicht per 1 januari 2022 te willen toetreden. Dit ook afhankelijk van het verloop van het verkennend proces van gemeentelijke herindeling dat raad en college in maart 2021 zijn gestart. In november 2021 heeft de gemeenteraad van Lopik ingestemd met het voorstel van haar college om per 1 januari 2022 formeel toe te treden tot de U10.

Commitment aan toetreding en netwerksamenwerking In artikel 16 ‘Toetreding’ van het bestuursconvenant Samenwerking U10 gemeenten is opgenomen: 1.

Aan dit bestuursconvenant kunnen uitsluitend gemeenten deelnemen die behoren tot de provincie Utrecht en in het daily urban system van de gemeente Utrecht liggen.

2.

Het regieoverleg doet voorstellen aan de colleges met betrekking tot de toetreding van nieuwe gemeenten.

3.

Een toetredende gemeente onderschrijft de uitgangspunten als genoemd in artikel 3 en accepteert door ondertekening van dit bestuursconvenant de overige voorwaarden die gelden voor de samenwerking. Een toetredende gemeente gaat eveneens akkoord met de geldende begroting, werkplannen en andere relevante beleidsdocumenten.

In artikel 3 ‘Netwerksamenwerking’ staat bepaald: 1.

Dit bestuursconvenant is van toepassing op en beperkt tot het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

2.

De gemeenten committeren zich aan de Ruimtelijke Economische Koers 2017, of een later door de colleges vastgestelde nieuwe koers ter vervanging of concretisering van deze koers.

3.

De gemeenten committeren zich jaarlijks een vaste bijdrage te doen, als bedoeld in artikel 19, tweede lid van dit convenant.

4.

De gemeenten verplichten zich actief in te zetten voor de samenwerking door de inzet van bestuurders, medewerkers en middelen. Daarbij wordt het regionaal belang van de U10 nagestreefd, met ook oog voor de lokale belangen.

In het gesprek met het college van de gemeente Lopik heeft de U10-delegatie deze bepalingen en het gevraagd commitment nader toegelicht. Het gesprek met het college van de gemeente Lopik is mede gevoerd op basis van het regionaal position paper Lopikerwaard d.d. 20 januari 2020 (zie bijlage A) en de regionale omgevingsagenda Weerbaar Lopikerwaard d.d. 25 maart 2020 (zie bijlage B). Met deze documenten als vertrekpunt heeft het college haar antwoord gegeven op de drie strategische vragen: 1.

Wat kan de regio voor ons doen?

2.

Wat kunnen wij voor de regio doen?

3.

Waar lopen de strategie en ambities van enerzijds het college en/of de raad en anderzijds de U10 eventueel uiteen en hoe zien we de betekenis hiervan?

In het regieoverleg van 20 december 2021 hebben wij onderschreven dat de beantwoording van de strategische vragen door het college in lijn is met de strategische ambities van en visie op onze regionale samenwerking. We hebben vastgesteld dat toetreding van de gemeente Lopik voldoet aan de bepalingen uit ons bestuursconvenant en we hebben geconcludeerd de gemeente Lopik met plezier en van harte welkom te willen heten als formeel deelnemer aan de U10. Gevraagd besluit Het bestuursconvenant ‘Samenwerking U10-gemeenten’ is een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de vijftien colleges. Toetreding van de gemeente Lopik vereist dat we de overeenkomst opnieuw ondertekenen, ditmaal met de zestien burgemeesters. We vragen u om in te stemmen met het vervangen van de huidige overeenkomst, ondertekend door de vijftien burgemeesters, door het ondertekenen van het bestuursconvenant met de zestien burgemeesters. In dit nu te ondertekenen bestuursconvenant maken we graag voor een ieder inzichtelijk hoe dit zich verhoudt tot eerdere versies. Dit door het aanbrengen van enkele aanpassingen. Deze aanpassingen zijn, ten opzicht van de versie die in december 2021 door de vijftien burgemeesters is ondertekend: 

Op pagina 2-4 actualiseren wij de data van besluitvorming in de colleges en voegen wij de gemeente Lopik, met verwijzing naar datum besluitvorming en naam van de burgemeester, toe;

Op pagina 4 voegen wij direct onder “Overwegende dat” toe: o

in de eerste helft van 2020 door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist is ingestemd met het besluit governance;

o

naar aanleiding van dit besluit governance, in oktober 2020 het bestuursconvenant Samenwerking U10 gemeenten is ondertekend door de burgemeesters van de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist en dat daarmee het oorspronkelijk bestuursconvenant Samenwerking U10 gemeenten d.d. 7 december 2015 is komen te vervallen;

o

naar aanleiding van de toetreding door de gemeenten De Ronde Venen, Montfoort en Oudewater, het bestuursconvenant in december 2021 is ondertekend door de burgemeesters van de gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist en dat daarmee het bestuursconvenant Samenwerking U10 gemeenten d.d. 27 oktober 2020 is komen te vervallen;

o

de gemeente Lopik heeft aangegeven te willen toetreden, en dat de vijftien deelnemende gemeenten hiermee hebben ingestemd;

Op pagina 13, in artikel 22, voegen wij de datum van 1 januari 2022 in als datum van inwerkingtreding van het huidig bestuursconvenant met de vijftien deelnemende gemeenten.

Wij horen het natuurlijk graag als u vragen of opmerkingen heeft. Met hartelijke groet, Namens het regieoverleg, Sharon Dijksma Voorzitter regieoverleg

REGIONAAL POSITION PAPER LOPIKERWAARD BOUWEN AAN GEZONDE EN VITALE KERNEN SAMEN WERKEN AAN EEN KRACHTIGE REGIONALE ECONOMIE ACTIEF VERKENNEN VAN EEN TOEKOMSTBESTENDIGE EN DUURZAME AGRARISCHE SECTOR INVESTEREN IN BETERE EN DUURZAME BEREIKBAARHEID ZORG DRAGEN VOOR EEN EERLIJKE EN WEDERKERIGE ENERGIETRANSITIE VERSTERKEN VAN EEN GROENE EN RECREATIEF AANTREKKELIJKE REGIO Versie 20/01/20

OVER DIT POSITION PAPER Met het voorliggende position paper geven wij als regio Lopikerwaard - de gemeenten IJsselstein, Lopik, Montfoort, Oudewater en Woerden - inzicht in onze gedeelde opgaven en ambities. Het is onze gezamenlijke inzet in (boven-)regionale en provinciale samenwerkings- en beleidsprocessen, zoals binnen de U16 en de provinciale omgevingsvisie. Met dit document brengen wij als samenwerkingspartner op transparante wijze richting en samenhang aan in onze participatie. Om vanuit ieders kracht en wederkerigheid tot afspraken te komen over een toekomstbestendige regio; een weerbaar Lopikerwaard. Wij hebben daarbij zes ambities geformuleerd en uitgewerkt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Bouwen aan gezonde en vitale kernen; Samen werken aan een krachtige en regionale economie; Actief verkennen van een toekomstbestendige en duurzame agrarische sector; Investeren in betere en duurzame bereikbaarheid; Zorg dragen voor een eerlijke en wederkerige energietransitie; Versterken van een groene en recreatief aantrekkelijke regio.

Dit position paper is een dynamisch document, verbonden met de Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard 2040, die nu wordt opgesteld. De inhoud van de samenwerking is voortdurend in ontwikkeling. Dit geldt overigens ook voor de vorm. Waar nodig zullen daarom aanpassingen en/of aanvullingen worden gedaan.

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

1

WEERBAAR LOPIKERWAARD De Lopikerwaard - met onze vijf prachtige gemeenten; Lopik, Montfoort, Oudewater, IJsselstein en Woerden – is een gevarieerd gebied met een sterke identiteit en eigenheid. Het is een dynamische en afwisselende regio met groenstedelijke gebieden IJsselstein en Woerden en historische stadjes, dorpen en linten in een open groene en waterrijke landschap. In de Lopikerwaard wordt al eeuwen geboerd en geproduceerd, gewoond, ondernomen en gecreëerd. Dit is de kracht van de Lopikerwaard; een regio met een eigen karakter, grenzend aan én verweven met de grootstedelijke voorzieningen van de Metropoolregio Utrecht. Een belangrijk onderdeel van onze identiteit is het unieke landschap; de lijnen uit het verleden die de Lopikerwaard zo de moeite waard maken. Een oer-Hollands landschap van linten, cope-verkavelingen, een hoge hemel en vergezichten; het meest gewaardeerde stuk Groene Hart. Daarmee neemt de Lopikerwaard binnen een grotere regio een eigen positie in. Omdat wij ons hiervan bewust zijn en ons hiervoor verantwoordelijk voelen, beschouwen we ons landschap als de basis voor ons handelen. Aan het begin van de 21e eeuw staan we we in de Lopikerwaard echter op een kantelpunt. Verschillende ontwikkelingen zetten bestaande structuren en functies onder druk.

De aanstaande veranderingen in de landbouw, de druk op de woningmarkt, vergrijzing, leefbaarheids- en mobiliteitsvraagstukken alsmede de energietransitie zullen een grote impact hebben op onze leefomgeving. Daarnaast zijn de klimaatopgaven, droogte, vernatting en bodemdaling in delen van onze Lopikerwaard regio grote systeemontwikkelingen, met een stevige impact op de dorpen, steden en het buitengebied. Al deze ontwikkelingen kennen hun eigen ruimtevraag en zijn bovenal grensoverstijgend. We staan als overheden voor de uitdaging om binnen deze dynamische context samen een nieuw verhaal toe te voegen aan de geschiedenis van de Lopikerwaard. Want de toekomst biedt ons ook kansen. Denk aan kringlooplandbouw, het toevoegen van nieuwe unieke (groene en waterrijke) woonmilieus, een duurzame economie of het accommoderen van nieuwe vormen van mobiliteit, transport en energie. Regionaal samenwerken aan opgaven en kansen is daarom niet alleen gewenst, maar ook noodzakelijk. Daarom willen wij vanuit een verbindende en eigen agenda bijdragen aan de toekomst van de Lopikerwaard en de Metropoolregio Utrecht. De U16 zien wij daarbij als een belangrijk samenwerkingsverband om onze opgaven te realiseren en om onze bijdrage te leveren aan de Metropoolregio Utrecht.

Zorgvuldigheid is daarbij geboden om het unieke karakter en landschap van de Lopikerwaard, wat we zo koesteren, te behouden en als het kan te versterken. Het is aan ons om de benodigde en gewenste ontwikkelingen actief vorm te geven en een bijdrage te leveren op een manier die de Lopikerwaard past en versterkt. Want een toekomstbestendige en duurzame Lopikerwaard, waar men goed en gezond kan wonen, werken, ondernemen en recreëren is van meerwaarde voor onze inwoners en die van de omliggende steden en kernen. In deze position paper formuleren we daarom onze visie en behoefte in relatie tot de ontwikkeling van de U16. Vanuit de samenhang en wederkerigheid. Om vanuit ieders kracht tot afspraken te komen over een toekomstbestendige regio; een weerbaar Lopikerwaard.

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

2

1.

BOUWEN AAN GEZONDE EN VITALE KERNEN

Wat wij als Lopikerwaard bieden: -

Wij dragen bij aan de U16-woningbouwopgave door het toevoegen van complementaire dorpse en groenstedelijke woonmilieus en de transformatie van bestaande werklocaties.

-

Daarbij hebben wij, zowel binnen als buiten de rode contour, aandacht voor een goede landschappelijke inpassing en identiteit van de Lopikerwaard en de kernen. Zo willen we ons onderscheidende Groene Hart-karakter van ons gebied behouden en versterken.

-

Daarbij bieden wij ruimte voor unieke (en binnen de regio complementaire), innovatieve en klimaatbestendige woonmilieus én experimenten.

-

Slechts indien de planlocaties in het stedelijk gebied zijn uitgeput accommoderen we een deel van de additionele U16-woonvraag naar (groen)stedelijke woonmilieus nabij de bestaande OV-knooppunten Woerden en IJsselstein.

Wat wij vragen: -

Ruimte voor en ondersteuning bij het ontwikkelen van in totaal circa 9.000 woningen in de vijf gemeenten van de Lopikerwaard, zowel binnen als buiten de rode contour. We gaan er daarbij vanuit dat het stedelijk gebied zoveel als mogelijk de eigen woonvraag accommodeert, mede door de ontwikkeling van Rijnenburg.

-

Ruimte voor en ondersteuning bij het realiseren van het streven om minimaal vijftig procent van deze 9.000 woningen in het lage- en middensegment te bouwen.

-

Ruimte voor en ondersteuning bij de transformatie van vrijkomend agrarisch vastgoed om een deel van de behoefte aan landelijke woonmilieus te kunnen accommoderen.

-

Ruimte voor en ondersteuning bij investeringen in de vitaliteit en leefbaarheid van onze kernen.

Toelichting De Metropoolregio Utrecht is een van de sterkst groeiende regio’s van Nederland. Daarmee bestaat er een aanhoudende druk op de woningmarkt. Prognoses voorzien een woningtekort in de U16 van ongeveer 104.000 woningen in 2040. Ook de woningmarkt van de Lopikerwaard weerspiegelt dat; in de U16 is een grote vraag naar de woonmilieus die wij bieden. Mede omdat ze aanvullend zijn op de woonmilieus in het stedelijk gebied, zoals kleinstedelijk of landelijk bereikbaar. Daarnaast zien we een grote vraag naar woningen in kleine kernen die betaalbaar en toegankelijk zijn voor de huidige bewoner, zoals starters of ouderen die kleiner willen wonen. Het aanbod is nu echter ontoereikend, waardoor de markt vastzit. Dit komt de vitaliteit en het draagvlak van voorzieningen, die nu al onder druk staan, niet ten goede. Voor ons is het dus allereerst van belang dat we bouwen vanuit de juiste kwaliteiten, voor de juiste doelgroep. In de Lopikerwaard willen we daarom allereerst bouwen voor onze eigen lokale behoefte, daarom zetten we in op de ontwikkeling van zo’n 9.000 woningen (exclusief benodigde overprogrammering door planuitval) tot 2040, zowel binnen als buiten de rode contour. Uitgesplitst per gemeente betekent dat: circa 300

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

3

woningen in Lopik, 430 woningen in Montfoort, 700 woningen in Oudewater, 2.500 woningen in IJsselstein en 4.700 woningen in Woerden. Voor een belangrijk deel gaat het hier om landelijke, dorpse en groen- en kleinstedelijke woonmilieus, waarbij oog moet zijn voor de bereikbaarheid. We streven naar een kwalitatieve aanvulling op het aanbod in de U16 en zetten daarom in op nieuwe woonconcepten zoals drijvend wonen, knooperven en erfdelen. Belangrijk is dat ook de transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing hierbij een rol kan spelen, daarvoor hebben we planologische ruimte nodig. We hebben deze ruimte ook nodig bij ons streven om minimaal vijftig procent te bouwen in het lage- en middensegment, wat op veel van de huidige locaties niet haalbaar is. Naast onze eigen vraag zien we dat er vanuit het stedelijk gebied een steeds grotere druk ontstaat op de omliggende kernen. Wij zien het als de verantwoordelijkheid van de stad Utrecht om eerst zelf alle mogelijke (binnenstedelijke) locaties te benutten. Een volgende stap zou daarin wat ons betreft ook de ontwikkeling van Rijnenburg zijn, mits de ontwikkeling ruimtelijk goed wordt ingepast in het landschap en de polder goed en duurzaam wordt ontsloten. Slechts indien nodig accommoderen we een deel van de additionele U16-woonvraag naar (groen)stedelijke woonmilieus nabij de bestaande OV-knooppunten Woerden en IJsselstein.

Hierbij is een verdere investering in de bestaande knooppunten onontbeerlijk. In dit kader denken we dan ook graag mee over een regionaal afwegingskader. Woningbehoefte versus bouwplannen tot 2030 regio Utrecht

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

4

2.

SAMEN WERKEN AAN EEN KRACHTIGE REGIONALE ECONOMIE

Wat wij als Lopikerwaard bieden: -

We leveren een bijdrage aan de economische ontwikkeling van de Metropoolregio Utrecht en duurzame transformatie van sectoren, zoals de landbouw en maakindustrie.

-

We bieden ruimte voor nieuwe werkgelegenheid, stimuleren innovatie en versterken de vitaliteit van de kernen door ruimte te bieden aan lokale bedrijvigheid, waaronder lichte en zware maakindustrie.

Wat wij vragen: -

Gezonde en evenwichtige ontwikkelingsruimte voor lokale en innovatieve bedrijvigheid (MKB) door transformatie en uitbreiding van werklocaties, zowel binnen als buiten de rode contour.

-

Ontwikkelruimte voor kleinschalige bedrijvigheid (op agrarische erven) in de linten, passend bij de eigen identiteit.

-

Voor de verdere groei en mogelijkheid tot uitplaatsing van met name transport, logistieke bedrijven en opslag kijken we naar een oplossing in U16 verband.

Toelichting: De komende decennia zal onze economie sterk veranderen. Hoewel het goed gaat, zien we ook dat verdere ontwikkeling geen gegeven is; digitalisering, automatisering en verduurzaming zullen ook effect hebben op onze sectoren. De Lopikerwaard heeft een sterke economie die niet alleen regionaal georiënteerd is, maar in verbinding staat met bedrijven over de hele wereld. Onze ligging ten opzichte van belangrijke snelwegen en de sterke verwevenheid met de Metropoolregio Utrecht maakt dat zich in de Lopikerwaard veel kansen voordoen. Onze economie is aanvullend op de stedelijke economie; in de Lopikerwaard worden tastbare dingen gemaakt. High tech (proces)industrie met bedrijven in de voeding en farma die goed aansluiten op het gezondheidsprofiel van de U16. Gezondheids- en verduurzamingsopgaven zien we dan ook als belangrijk verdienmodel voor onze regio, ook wat betreft kleinschalige dienstverlening. Denk hierbij aan de verschillende kleine, maar pionierende ZZP-ers en zorgdiensten. Ons bedrijfsleven innoveert. Hiervoor is het van groot belang dat we bovenregionaal samenwerken aan het behoud van lokaal (technisch) talent, maar ook aan innovatieve oplossingen vinden voor het huisvesten van nieuwe werknemers en arbeidsmigranten. Binnen de U16 is ingezet op 80.000 extra arbeidsplaatsen tot 2040. Dit is voor ons geen doel op zichzelf.

Als Lopikerwaard willen we inzetten op een toekomstbestendige en krachtige economie door onze bedrijvigheid de kans te geven zich verder te ontwikkelen. In onze regio hebben we een sterk MKB, vaak familiebedrijven die lokaal geworteld zijn, met veel personeel uit de regio. Zo is de gemiddelde woon-werkafstand bij veel MKB bedrijven maar één kilometer. De lokale ontwikkel- en innovatie ambities willen we stimuleren en de ruimte geven. Ten behoeve van de vitaliteit van onze kernen en de Lopikerwaard als geheel. De groei die daarvoor onvermijdelijk is, is al moeilijk (ruimtelijk) te accommoderen in het kwetsbare landschap. Zeker nu veel bedrijvigheid door de transformatie naar woningen de stad wordt uitgeplaatst. Daarnaast vraagt de transformatie naar duurzame en circulaire bedrijfsvoering eveneens ruimte. Daarom willen we ruimte bieden aan de groei van lokale en innovatieve bedrijvigheid op en aan de

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

5

randen van bestaande werklocaties, zowel binnen als buiten de rode contour. We zetten in eerste instantie niet in op het acquireren van grote (inter)nationale bedrijven en logistieke centra. Voor de verdere groei van transport en logistiek zoeken we een oplossing in U16 verband. Ook willen we bij de transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing in de linten flexibeler om kunnen gaan met kleinschalige bedrijvigheid. Hier willen we, mits bereikbaar en passend bij de identiteit van het lint, ruimte voor bieden.

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

6

3.

ACTIEF VERKENNEN VAN EEN TOEKOMSTBESTENDIGE EN DUURZAME AGRARISCHE SECTOR

Wat wij als Lopikerwaard bieden: -

We leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van een toekomstbestendige en op kringlopen gestoelde voedselproductie.

-

Wij beheren en ontwikkelen op duurzame wijze ons gewaardeerde landschap.

-

Waar nodig ontwikkelen wij - als onderdeel van het Groene Hart - een aanpak voor de veenweideproblematiek (o.a. bodemdaling en CO2 uitstoot) in de Lopikerwaard.

Wat wij vragen: -

Aandacht voor de toekomst van de agrarische sector in provinciale en regionale processen.

-

Planologische ruimte voor innovatie en nieuwe verdienmodellen van de boerenbedrijven (nieuwe manieren van landbouw, veeteelt en andere programma’s op de erven), zoals bijvoorbeeld naar voren komt uit de ontwerpstudie ‘Grote Vriendelijke Reus’.

-

Ondersteuning bij de transitie naar kringlooplandbouw.

-

Ondersteuning bij de verkenning naar nieuwe vormen van ruilverkaveling om de stapeling van opgaven in het landelijk gebied te kunnen accommoderen.

Toelichting De agrarische sector van de Lopikerwaard is altijd van vitaal belang geweest voor de stad en stedelijke regio. Niet alleen als voedselproducent, maar ook als ruimtelijk-economische drager van het gebied en hoeder van het landschap. Met de ontginning van de veengronden en de verkaveling werd de Lopikerwaard steeds aangepast aan de eisen en kansen van de tijd. Onze inwoners en (agrarische) ondernemers zijn gewend om te innoveren. Opnieuw staat de agrarische sector op een kantelpunt. Door een stapeling van opgaven staan veel van onze boeren, veelal middelgrote familiebedrijven, onder druk. Dit komt door gebrek aan opvolging, door schaalvergroting als dominante trend, maar ook door een andere maatschappelijke blik op de landbouw. Bodemdaling, vernatting van veengebieden en klimaatverandering, vereisen een nieuw type agrarische bedrijfsvoering. Zowel vanuit de maatschappij als vanuit rijksbeleid klinkt een roep om kringlooplandbouw door. Dit is een grote uitdaging voor de Lopikerwaard, als wel het gehele Groene Hart. Toch zien we, ook voor de Metropoolregio Utrecht, veel kansen op het gebied van voedsel, landschap, recreatie, zorg en ook energie. Wij zien daarom de transitie naar een toekomstbestendige en op kringlopen gestoelde voedselproductie als een belangrijke opgave voor de Lopikerwaard.

Sneller zal de transitie gaan in het veenweidegebied en in de stedelijke randen, waar we opnieuw de verbinding tussen stad en land willen aanhalen door kringlopen te verkleinen en in te zetten op regionale productie. Daarvoor moeten we de kennis van boeren ontsluiten en helpt de ervaring die we nu al opdoen, zoals in het Veenweide Innovatiecentrum. Geleidelijker gaat de verandering in het agrarisch kerngebied. Waar door gebruik te maken van technologie en innovatie, en met

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

7

behoud van karakter, een transitie zal plaatsvinden. Essentieel hierbij is het verdienmodel van de boer; wij vinden het belangrijk dat agrariërs die verder willen boeren een goed inkomen kunnen verdienen en dat ze hun bedrijf voortzetten met respect voor landschap en natuur. Ideeën zoals uit de ontwerpstudie ‘Grote Vriendelijke Reus’ laten zien dat er kansen liggen. Daarom zien wij voor alle overheden een actieve rol weggelegd om samen met deze boeren te werken aan een toekomstbestendige agrarische sector. Met een goed verdienmodel; een ​new deal​ tussen boer en burger.

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

8

4.

INVESTEREN IN BETERE EN DUURZAME BEREIKBAARHEID

Wat wij als Lopikerwaard bieden: -

We leveren een bijdrage aan de ontwikkeling en facilitering van duurzame mobiliteitsvoorzieningen, zoals energiezuinig, gedeeld of openbaar vervoer.

-

We willen de bereikbaarheid van en naar de stad Utrecht verbeteren door de ontwikkeling van OV-overstappunten in IJsselstein en Woerden.

-

We versterken en verbeteren het (bestaande) regionaal (recreatief) fietsnetwerk.

Wat wij vragen: -

Ontwikkelen van veilige (snel)fietsroutes van en naar het stedelijk gebied en knooppunten Woerden en IJsselstein.

-

Versterken OV-knooppunten IJsselstein en Woerden (parkeren, oplaadpunten, huurfietsen, etc.) en hun verbinding met de rest van de Lopikerwaard.

-

Ontwikkelen snelle (Noord-Zuid) OV-verbinding in de regio Lopikerwaard als alternatief voor de auto.

-

Ontwikkelen bereikbaarheid van de kernen via fiets, OV en slimme woon- en mobiliteitsconcepten.

Toelichting Door de snel groeiende bevolking, woningbouw en economische dynamiek in de Metropoolregio Utrecht groeit de mobiliteitsvraag sterk. Terwijl er door een vergrijzende bevolking en de verduurzamingsopgave andere eisen worden gesteld aan de regionale bereikbaarheid. We zullen samen de transitie moeten maken naar een schoner systeem, waar voor jong en oud goede bereikbaarheid wordt gegarandeerd. Dit doen we nu al door in U16 verband een bijdrage te leveren aan de bereikbaarheid van de Metropoolregio Utrecht, via weg en OV. Ook in de toekomst nemen we onze verantwoordelijkheid door bijvoorbeeld de ontwikkeling van overstappunten op het stedelijk OV van Utrecht en het versterken van het recreatief fietsnetwerk. In de Lopikerwaard zelf – zeker in de kleine kernen – laat de bereikbaarheid echter te wensen over. Onze regio is erg auto-afhankelijk; mensen hebben weinig keuze in de manier van verplaatsen. Wanneer we de kernen echter beter en duurzamer bereikbaar maken opent zich een heel nieuw perspectief op het gebied van wonen, economie en recreatie. We zien kansen om de ontwikkeling van het wonen op te laten lopen met de ontwikkeling van het OV. Nieuwe woningen vragen om investeringen in de OV-knooppunten in IJsselstein en Woerden, knooppunten die ook dienen als poort naar de rest van de Lopikerwaard.

Daarnaast liggen verschillende kernen voor de fietsende forens binnen handbereik. Ook vanuit recreatief en toeristisch oogpunt is de ontwikkeling van een goed (snel)fietsnetwerk een kans voor de Metropoolregio Utrecht. Een gewaardeerd landschap binnen handbereik is een steeds sterkere vestigingsvoorwaarde. We willen daarom samenwerken aan de ontwikkeling van een goed en veilig (snel)fietsnetwerk. Veel van de kernen in de Lopikerwaard zijn via oost-west georiënteerde OV-lijnen (bus, tram of trein) met Utrecht verbonden. De reistijd met het openbaar vervoer is vaak lang, mede omdat de reis via Utrecht loopt. Neem bijvoorbeeld IJsselstein dat via Utrecht is verbonden met Woerden. De aanleg van een robuuste

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

9

HOV-verbinding die het gebied in noord-zuidrichting doorkruist, zou de bereikbaarheid binnen de Lopikerwaard aanzienlijk verbeteren. Door andere buslijnen hier slim op aan te laten takken verbetert ook de bereikbaarheid van de overige kleine kernen. Dit sluit aan op het nu nog ontbrekende ‘wiel-met-spaken’ concept van Uned. Veel inwoners hebben op dit moment weinig keuze in de manier van reizen, dan ligt het gebruik van de auto voor de hand. Daarom willen we het gebruik van duurzaam, gedeeld of openbaar vervoer beter en gemakkelijker maken. Hiervoor hebben we extra (financiële) ondersteuning nodig.

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

10

5.

ZORG DRAGEN VOOR EEN EERLIJKE EN WEDERKERIGE ENERGIETRANSITIE

Wat wij als Lopikerwaard bieden: -

Wij leveren een volwaardige bijdrage aan de Regionale Energiestrategie (RES) door in ieder geval op te wekken voor de eigen behoefte van de Lopikerwaard. Pas wanneer alle mogelijkheden binnen de regio zijn benut (besparing, warmte, opwek) zijn wij bereid te kijken naar mogelijkheden voor additionele collectieve opwek in ons gebied.

-

Wij zetten ons in U16 verband in voor afstemming over de grensoverschrijdende warmtebronnen van de Lopikerwaard.

Wat wij vragen: -

Een eerlijke en wederkerige verdeling van de duurzame energieopwekking richting onze inwoners en ondernemers en tussen gemeenten, met oog voor landschappelijke inpassing in U16 verband. We gaan er daarbij vanuit dat elke U16 gemeente in beginsel zelf verantwoordelijk is voor het accommoderen van de eigen energievraag.

-

Ruimte en ondersteuning voor het organiseren van lokale baten en eigenaarschap van de energietransitie.

Toelichting Het accommoderen van de energietransitie is een van de belangrijke ‘ruimtevragers’ tot 2050. Dit geldt niet alleen voor de Lopikerwaard, maar ook voor de U16 en Nederland. Om als U16 de energietransitie te laten slagen is samenwerking cruciaal: zo is in Utrecht en Nieuwegein de vraag groter dan de mogelijke opwekking, terwijl voor de Lopikerwaard en Vijfheerenlanden het omgekeerde geldt. Over een (boven)regionale energievoorziening maken we afspraken in de Regionale Energiestrategie (RES) en verkennen we de samenhang van de verschillende opgaven in het Regionaal Economisch Programma (REP). Logischerwijs wordt er in deze processen in belangrijke mate naar ons gekeken voor het energievraagstuk. Wij voelen ons verantwoordelijk om een volwaardige bijdrage te leveren aan de energietransitie door in ieder geval op te wekken voor eigen behoefte. Een grotere bijdrage is slechts bespreekbaar wanneer elke U16 gemeente eerst zo veel als mogelijk zal zorgen voor het accommoderen van de eigen energievraag. Voor het draagvlak en de toekomst van de Lopikerwaard zijn een goede ruimtelijke inpassing, die past bij de openheid, linten en cope-verkaveling van ons gewaardeerde Groene Hart landschap. Ook een eerlijke verdeling van kosten en baten is essentieel.

We willen daarom bovenal vormgeven aan een eerlijke en wederkerige energietransitie in U16 verband, waarbij opwekken samen opgaat met investeringen en lokale baten en eigenaarschap. Om te komen tot een evenwichtige ontwikkeling zetten we in op besparing en een energiemix - zon, wind, aqua- en geothermie en omgevingswarmte - en hanteren we een set ruimtelijke ontwikkelprincipes als ladder zodat we ons landschap zo min mogelijk belasten. Op deze manier denken we een goede balans te kunnen vinden tussen enerzijds het invullen van de opwekambitie en anderzijds het zuinig omgaan met ons krachtige landschap. Deze ontwikkelprincipes zijn de ruimtelijke dragers van de

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

11

energietransitie. Allereerst benutten we restwarmte en de waterrijke gebieden voor omgevingswarmte en benutten we de geschikte daken van de Lopikerwaard voor zonne-energie. Ook passen we grootschalige collectieve energieopwekking zorgvuldig in op en rondom bedrijventerreinen (dichtbij grote afnemers), langs infrastructuur en/of in de polder met oog voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarde.

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

12

6.

VERSTERKEN VAN EEN GROENE EN RECREATIEF AANTREKKELIJKE REGIO

Wat wij als Lopikerwaard bieden: -

Wij bieden het hoogstgewaardeerde landschap van het Groene Hart; een unieke groene en waterrijke regio met legio recreatieve mogelijkheden voor de Metropoolregio Utrecht.

-

Het landschap en de cultuurhistorie van de Lopikerwaard levert een belangrijke bijdrage aan het vestigingsklimaat.

-

Ons open en groene landschap en onze rustige woonmilieus leveren een bijdrage aan de ambities op het gebied van gezond stedelijk leven.

-

Wij bieden de mogelijkheid tot educatie op thema’s als landbouw, cultuurhistorie en watergerelateerde historie.

-

Wij zetten ons in voor het versterken van het natuurnetwerk en de biodiversiteit.

Wat wij vragen: -

Ondersteuning bij klimaatadaptatie en het remmen van bodemdaling in kwetsbare delen van het landelijk en stedelijk gebied.

-

Het opheffen van barrièrewerking bij fiets- en wandelpaden en vaarwegen door bijvoorbeeld grootschalige infrastructuur.

-

Ontwikkeling van een fijnmaziger en meer kleinschalige recreatieve infrastructuur.

-

Ondersteuning bij de natuurlijke ontwikkeling en beheer van het landschap.

Toelichting De Lopikerwaard is het best gewaardeerde landschap van het Groene Hart. Dat is te merken aan de vele mensen die elke dag recreëren in onze gemeenten. Het waterrijke karakter en de karakteristieke kernen vormen de recreatieve kracht van het gebied, hier zijn veel dagvoorzieningen voor toeristen te vinden. De laatste jaren heeft de recreatieve sector zich verder ontwikkeld, een ontwikkeling die zich verder doorzet door de groei in de regio en daarbuiten. Zo leveren we met een sterk cultuurhistorisch landschap een belangrijke bijdrage aan de U16 ambitie ‘Gezond stedelijk leven voor iedereen’. Denk hier bijvoorbeeld aan de mogelijkheden voor landbouw (o.a. kaas), cultuur- en watergerelateerde historische educatie (o.a. Oude Hollandse Waterlinie). We zien toerisme en recreatie als een belangrijke kans voor de Lopikerwaard, maar willen niet dat dit leidt tot verrommeling en overmatige drukte, ook met oog op de andere ruimtelijke opgaven die hier hun plek moeten vinden. De hier zo gekoesterde diversiteit - de overgang van stad naar groen buitengebied - willen we behouden en versterken. Door routes toe te voegen in de linten, maar ook in de tussengelegen poldergebieden, ontstaat er een fijnere wandelstructuur die het gebied aantrekkelijker maakt voor recreanten en toeristen.

Hierbij zien we met name kansen in het verbeteren van de verbindingen in noord-zuidrichting, vanuit het klassieke oost-west

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

13

patroon. Ook het fijnmaziger maken van waterrecreatie, bijvoorbeeld de kanoroutes, is kansrijk. Voor recreanten van buiten laat de toegankelijkheid van de polder te wensen over. De Lopikerwaard wordt omgeven en doorsneden door grote infrastructuur. Dit vormt niet alleen een barrière voor recreanten en toeristen vanuit de stad, maar ook voor onze eigen inwoners die genieten van de polders of gewoon op de fiets naar school of werk gaan. We willen de infrastructurele barrières slechten door bijvoorbeeld extra tunnels, bruggen en fietspaden aan te leggen. Door het intensieve gebruik van de Lopikerwaard staan de natuur en het cultuurhistorisch landschap echter wel onder druk. Deze ontwikkeling willen we stoppen en keren door het natuurnetwerk te versterken en natuurlijk beheer van gronden te stimuleren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uiterwaarden van de Lek en Hollandse IJssel, maar ook aan duurzaam (maai)beheer van de talloze slootranden en kleinere waterstructuren. Zij vormen een belangrijke kans voor natte natuur. We willen dit netwerk verder ontwikkelen door ontbrekende schakels aan te leggen en aangrenzende (randen van) percelen natuurlijk te beheren of met rust te laten. We zien een grote kans om dit samen op te laten lopen met klimaatadaptatie, door met de ontwikkeling van het landschap in te spelen op de effecten van extremer weer.

Dergelijke ontwikkeling van natuur en recreatie, zal moeten worden bekeken in relatie tot de toekomst van de agrarische sector. Daarnaast willen we dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen - woningen, infrastructuur, openbare ruimte - klimaatadaptief en bodemdalingsbestendig zijn. Dit vergt een verandering in de manier waarop wij onze ruimte inrichten, de technieken die wij gebruiken en de manier waarop wij werken.

Regionaal Position Paper Lopikerwaard versie 20/01/20

14

WEERBAAR LOPIKERWAARD Regionale Omgevingsagenda

VOORWOORD In onze Lopikerwaard is het heerlijk wonen, werken en recreëren. We koesteren onze oer-Hollandse polder met een bijzondere afwisseling van productie-, werk-, woon- en natuurlandschappen. Maar we constateren ook dat behoud van ons veenweidelandschap niet vanzelfsprekend is, niet in de laatste plaats omdat we de komende jaren voor een aantal grote uitdagingen in de fysieke leefomgeving staan. Denk aan de transitie in de landbouw, de energietransitie, de gevolgen van klimaatverandering, de veranderende woningbehoefte, bereikbaarheidsvraagstukken, natuur en recreatie. Uiteenlopende en complexe opgaven met allen een eigen ruimteclaim. Ze hebben impact op ons landschap en de activiteiten en belangen van onze agrariërs, bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bezoekers. Ze kunnen elkaar versterken, maar ook in de weg zitten of een bedreiging vormen voor de ruimtelijke kwaliteit. De kunst is om een nieuwe balans tussen al die functies te vinden en de landschappelijke kwaliteit van de Lopikerwaard te behouden en te versterken. Om ruimte te bieden voor gewenste ontwikkelingen en transformatie, en tegelijkertijd ook te koesteren en bewaken wat onze polder zo bijzonder en gewaardeerd maakt. Hoe dan moet voorkomen worden dat bestuurlijke grenzen in de toekomst af te lezen zijn aan het landschap, simpelweg omdat overheden niet hebben samengewerkt.

Als overheden hebben we daarom anderhalf jaar geleden besloten de handen ineen te slaan. Voor u ligt de Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard 2040, sluitstuk van een intensief ontwikkelproces met ambtenaren, bestuurders en gemeenteraden. Een gezamenlijk regionaal perspectief op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeenten IJsselstein, Lopik, Montfoort, Oudewater en Woerden en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Hiermee geven we als overheden gezamenlijke richting aan gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in de kernen en ons unieke polderlandschap. Het biedt ons als overheden handvatten om vanuit een regionaal kader lokaal te sturen, stimuleren en inspireren op de gewenste kwaliteit van onze leefomgeving. De agenda is bovendien onze gezamenlijke inzet in (boven-)regionale en provinciale samenwerkings- en beleidsprocessen. Ik kijk terug op een boeiend en constructief proces en ben er erg trots op dat het gelukt is om als overheden samen met onze partner De Stichtse Rijnlanden een gezamenlijke ambitie en integraal ruimtelijke toekomstperspectief te ontwikkelen. Ik wens alle overheden en initiatiefnemers veel succes met de uitvoering ervan!

Gerrit Spelt Voorzitter Stuurgroep Omgevingsagenda Lopikerwaard Maart 2020

2

INHOUDSOPGAVE

1. WAAROM EEN REGIONALE AGENDA?

4

2. HET DNA VAN DE LOPIKERWAARD

6

3. UITDAGINGEN EN ONTWIKKELINGEN

10

4. DE LOPIKERWAARD IN 2040

18

5. AMBITIES EN ONTWIKKELPRINCIPES

22

3

4

WAAROM EEN REGIONALE OMGEVINGSAGENDA LOPIKERWAARD? De kracht van de Lopikerwaard De Lopikerwaard - met onze vijf prachtige gemeenten; Lopik, Montfoort, Oudewater, IJsselstein en Woerden – is een gevarieerd gebied met een sterke identiteit en eigenheid. Het is een dynamische en afwisselende regio met de groenstedelijke gebieden IJsselstein en Woerden en historische stadjes, dorpen en linten in een open groen en waterrijke landschap. In de Lopikerwaard wordt al eeuwen geboerd en geproduceerd, gewoond, ondernomen en gerecreëerd. Dit is de kracht van de Lopikerwaard; een regio met een eigen karakter en dynamiek, grenzend aan én verweven met de grootstedelijke voorzieningen van de Metropoolregio Utrecht. Een belangrijk onderdeel van onze identiteit is het unieke landschap; de lijnen uit het verleden die de Lopikerwaard zo de moeite waard maken. Een oer-Hollands landschap van linten, cope-verkavelingen, een hoge hemel en vergezichten. Het is niet voor niets het meest gewaardeerde stuk Groene Hart. Met deze krachtige landschappelijke onderlegger neemt de Lopikerwaard binnen een grotere regio een eigen positie in. Omdat wij ons hiervan bewust zijn en ons hiervoor verantwoordelijk voelen, beschouwen we ons landschap als de basis voor ons handelen.

toekomstbestendige en duurzame Lopikerwaard, waar mensen goed en gezond kunnen wonen, werken, ondernemen en recreëren, is van meerwaarde voor onze inwoners en die van de omliggende steden en kernen. Een gezamenlijke stap naar voren Met de voorliggende Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard 2040 geven wij - de gemeenten Lopik, Montfoort, Oudewater, IJsselstein en Woerden en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden - inzicht in onze gedeelde ruimtelijke opgaven en ambities richting 2040. Deze agenda weerspiegelt onze gezamenlijke inzet in (boven-)regionale en provinciale samenwerkings- en beleidsprocessen, en dient als bouwsteen voor onze lokale omgevingsvisies. Met deze omgevingsagenda zetten we een stap naar voren, zodat we ook in de toekomst kunnen samenwerken aan de opgaven die in de Lopikerwaard spelen en vanuit de omliggende regio op ons afkomen. Om zo vanuit ieders kracht en wederkerigheid tot afspraken te komen over een duurzame en toekomstbestendige regio; een weerbaar Lopikerwaard.

De Lopikerwaard op een kantelpunt Aan het begin van de 21e eeuw staan we in de Lopikerwaard op een kantelpunt. Verschillende ontwikkelingen zetten bestaande structuren en functies onder druk. De aanstaande veranderingen in de landbouw, de druk op de woningmarkt, vergrijzing, leefbaarheids- en mobiliteitsvraagstukken, maar ook de energietransitie, zullen een grote impact hebben op onze leefomgeving. Daarnaast spelen uiteraard ook de klimaatopgaven, die in delen van de Lopikerwaard tot droogte, hitte en wateroverlast (zullen) leiden, met een stevige impact op de kernen en het buitengebied. Al deze ontwikkelingen kennen hun eigen ruimtelijke opgaven en vraag en zijn bovenal grensoverstijgend. We staan als overheden voor de uitdaging om binnen deze dynamische context samen een nieuw verhaal toe te voegen aan de geschiedenis van de Lopikerwaard. Want de toekomst biedt ons ook kansen. Denk aan kringlooplandbouw, het toevoegen van nieuwe unieke (groene en waterrijke) woonmilieus, een duurzame economie of het accommoderen van nieuwe vormen van mobiliteit, transport en energie. Regionaal samenwerken aan opgaven en kansen is daarom niet alleen gewenst, maar ook noodzakelijk. Want een

5

6

HET DNA VAN DE LOPIKERWAARD

WAT TYPEERT DE REGIO?

De Lopikerwaard is ligt centraal in Nederland, ten westen van Utrecht. De de regio wordt omgeven en doorkruist door grote wegen, zoals de A12 en A2, spoorwegen en provinciale wegen. Niet alleen is de verbondenheid met Utrecht daardoor groot, maar ook met Gouda en Schoonhoven, die ten westen van de regio liggen. De Lopikerwaard is onderdeel van het Groene Hart en staat in verbinding met grote plassen gebieden, zoals de Nieuwkoopse en Reewijkse plassen. De regio zelf is enorm divers; verschillende gebieden hebben hun eigen karakteristieken en geschiedenis, en kennen daarmee uiteenlopende aanknopingspunten voor verdere ontwikkeling in de toekomst. Specifieke kenmerken van onze regio zijn: •

Stad en land: de Lopikerwaard is een divers, groen gebied met grote en kleine kernen, grenzend aan én verweven met de grootstedelijke voorzieningen van de Metropoolregio Utrecht. De grote kernen kenmerken zich door een meer stadse mentaliteit, tegenover een plattelandsmentaliteit van de kleinere kernen en het agrarisch buitengebied. Elke kern heeft zo zijn eigen leefwereld en identiteit. De stedelijkheid kent een gradiënt: van grootschaliger en meer verstedelijkt in het oosten tegen Utrecht aan, naar een dunbevolktere en kleinschaligere invulling naar het westen toe.

•

Reuring en rust: de regio heeft zich door de eeuwen heen in twee ‘snelheden’ ontwikkeld. Het stedelijk gebied en de ontsluitende infrastructuur zijn in hoog tempo uitgebreid en hebben een forse schaalsprong gemaakt, terwijl de ruimtelijke structuur van het landelijk gebied op hoofdlijnen hetzelfde is gebleven. In de komende decennia neemt de verstedelijkingsdruk vanuit de stedelijke regio Utrecht verder toe, met name op de goed bereikbare plekken zoals Woerden en IJsselstein. Op de rustiger plekken is de druk lager, maar de uitdagingen op het vlak van voorzieningen en vergrijzing groter. Kortom, hier is het op peil houden van de vitaliteit een uitdaging.

•

Linten en ontginningen: de linten zijn krachtige identiteitsdragers. Onderling verschillen de linten van karakter: in schaal, dichtheid, doorkijkjes naar het landschap en functie. Met de ontginning van de veengronden en de verkaveling is het landschap door de eeuwen heen vrijwel volledig aangepast aan agrarisch gebruik. Veranderde de landbouw, dan veranderde het landschap van de Lopikerwaard. Schaalvergroting van de landbouw heeft dan ook veel invloed gehad op de diversiteit en het karakter van het landschap en de linten. De locatie van het lint, het type ontginning en bodem zijn van grote invloed op de aanstaande landbouw transitie. Verschillende gebieden geven verschillende mogelijkheden en kansen.

•

Veen en klei: de ondergrond is van grote invloed op het landschap. Door de eeuwen heen hebben rivieren als de Oude Rijn, Hollandse IJssel en Lek, maar ook stroompjes en kreken, klei aangevoerd en reliëf aangebracht. In het (noord) westen van de Lopikerwaard is de ondergrond veniger en heeft het gebied te maken met bodemdaling en veenoxidatie. In het oosten vinden we gebieden met een kleiondergrond, waar de verdroging in de komende decennia verder zal toenemen. Deze ontwikkelingen vragen om ingrepen in het watersysteem van de Lopikerwaard. Zo ligt er een belangrijke opgave om meer water vast te houden. Tegelijkertijd biedt dit een kans om dit te koppelen aan bijvoorbeeld landschaps- en natuurontwikkeling.

•

Een gewaardeerd landschap: het waardenlandschap, de dijk, rivier en haar uiterwaarden, maar ook de stroompjes en kreken, worden door veel Nederlanders getypeerd als oer-Hollands en schilderachtig. Denk hierbij ook aan de ontginningslinten, rechte weilanden en sloten, tiendwegen en houtkaden, maar ook de uitstraling van de agrarische bebouwing en historische binnensteden. De Lopikerwaard is hierdoor het best gewaardeerde landschap van het Groene Hart. Dat biedt kansen op het gebied van recreatie en vitaliteit. Aan de rivieren en in de oude kernen kan dit nog worden versterkt, in het middengebied ligt op dit gebied nog een grotere uitdaging. Met name op het gebied van toegankelijkheid. Bij het plek geven aan nieuwe functies dient dan ook oog te zijn voor de kwaliteit van het landschap. Denk bijvoorbeeld aan de opwek van duurzame energie, want de Lopikerwaard heeft de ruimte om de energietransitie op een weloverwogen manier in te passen in het gebied.

Impressie van één van de ateliers

7

HET RUIMTELIJK DNA VAN DE LOPIKERWAARD

LEGENDA Verschillende type linten breed, dicht, grote bedrijven breed, open, grote bedrijven smal, dicht, kleine bedrijven smal, open kleine bedrijven Klei Klei op veen Veen bos en landgoed NNN (Natuurnetwerk Nederland) / Natura 2000 Monumenten Landmark Wegen Hoofdwaterlopen ONDERGROND ALS REGISSEUR VAN HET LANDSCHAP Veen

Klei op veen > 40cm

Klei

Klei op veen < 20 cm

Kaart door: Flux/Ruimtevolk

8

Bron: Bodemkaart WUR

Exemplarische beelden uit de Lopikerwaard (vlnr): 1. Ontginningslint met wetering 2. Vergezichten in de polder 3. Historische stadjes 4. Waterrijke omstandigheden in het westen van de regio.

9

10

UITDAGINGEN EN ONTWIKKELINGEN

WAT KOMT ER OP DE REGIO AF?

Zoals gezegd staat de Lopikerwaard aan het begin van de 21e eeuw op een kantelpunt. Verschillende ontwikkelingen zetten bestaande structuren en functies onder druk. We weten nu wat de Lopikerwaard typeert, maar wat komt er op de regio af? Wat zijn de belangrijkste uitdagingen en wat voor een impact hebben ze op de fysieke leefomgeving? Om tot een stevig gefundeerde omgevingsagenda te komen zijn, middels een ruimtelijk maatschappelijke analyse en verschillende ambtelijke ateliers en bijeenkomsten met de gemeenteraden, de uitdagingen van de Lopikerwaard geduid en in kaart gebracht. Dit is samengebracht in de ‘Atlas Lopikerwaard’ en vormt het fundament onder de gebiedsgerichte uitspraken in deze omgevingsagenda. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste uitdagingen en ontwikkelingen uit de atlas, gegroepeerd in zes thema’s:

•

Klimaatadaptatie

•

Energietransitie

•

Natuur en recreatie

•

Wonen en bereikbaarheid

•

Landbouw

•

Economie

Raadsleden aan de slag tijdens een van de radenconferenties

11

KLIMAATADAPTATIE

Klimaatverandering heeft verstrekkende gevolgen voor het natuurlijk systeem en daarmee het gebruik van de Lopikerwaard. De komende decennia zal het weer extremer worden waardoor er meer droge periodes ontstaan, afgewisseld door extreme regenval (KNMI). Tijdens het groeiseizoen zal de droogte toenemen en dat heeft met name gevolgen voor de teelt in de kleigebieden, in het oosten van de Lopikerwaard, waar onvoldoende water kan resulteren in opbrengstverliezen. In de veengebieden zal droogte resulteren in een grotere watervraag om het waterpeil op niveau te houden. Dat kan door in natte periodes water vast te houden, maar dit heeft gevolgen voor het landgebruik. Ook de extremen in de natte periodes worden groter; de Lopikerwaard te maken met een toename van de piekafvoer van watergangen. Met name het regionale en lokale watersysteem kunnen bij ongewijzigd beleid op termijn de piekbelasting niet meer aan. Er is dus een groeiende mismatch tussen de momenten waarop er watertekort is en de momenten waarop het (overvloedig) voorhanden is. Hiermee ligt er in de Lopikerwaard niet alleen een opgave om water in het gebied beter op te vangen en geleidelijk af te voeren, maar ook om extra zoet water aan te voeren en vast te houden. Ook bodemdaling is voor de Lopikerwaard een omvangrijke opgave. Met name in het noordwesten van de Lopikerwaard treedt bodemdaling op, met zo’n 50 cm tot 2050.

Dit zorgt enerzijds voor verzakking van woningen en infrastructuur, anderzijds heeft het ook een hoge CO2-uitstoot tot gevolg als gevolg van veenoxidatie. Bodemdaling kan geremd worden door onderwaterdrainage, het gebied te vernatten of zelfs onder water te zetten. Deze maatregelen vragen extra water, terwijl het gebied juist vaker te maken krijgt met drogere periodes.

Kaart door: Flux/Ruimtevolk

legenda Dijk versterkingsprojecten

Aanvoerrichting zoet water in droge periode

Gebieden gevoelig voor bodemdaling

Klimaat bestendige wateraanvoer Verdroging landbouwgebieden

Gebieden minder gevoelig voor bodem daling N

0

12

1

2

3

4

5km

ENERGIETRANSITIE

Het accommoderen van de energietransitie is een van de belangrijke ‘ruimtevragers’ tot 2050. Dit geldt niet alleen in de regio Lopikerwaard, maar in de gehele U16 en in Nederland als geheel. Samenwerking is cruciaal om als U16 de energietransitie te laten slagen: in Utrecht en Nieuwegein is de vraag groter dan de mogelijke opwek, terwijl in de Lopikerwaard en in Vijfheerenlanden de potentie om op te wekken veel groter is dan de vraag. In de Regionale Energiestrategie wordt gewerkt aan een gezamenlijke strategie voor de U16. Een goede ruimtelijke inpassing van duurzame energie is essentieel voor het draagvlak en de aantrekkelijkheid van het landschap. Hierbij is het karakter van het landschap een belangrijke voorwaarde, maar ook gelden er rijks- en provinciale restricties voor windenergie,  zoals over de afstand tot bebouwd gebied.  Stiltegebieden zijn niet per definitie uitgesloten voor windenergie, maar er gelden wel extra voorwaarden.  Voor zonne-energie gelden restricties wat betreft Natuurnetwerk Nederland, de Groen Contour en de weidevogelgebieden. Op landbouwgrond conflicteert de claim met de agrarische productie in het buitengebied. De warmtetransitie zal met name veel inzet vergen in het bebouwd gebied.

In de Lopikerwaard is nog weinig bekend over de potentie van geothermie, maar door het waterrijke karakter ligt er in elk geval een kans om aan de slag te gaan met aquathermie. Daarnaast ligt er (beperkte) potentie voor het gebruik van restwarmte. Ook het transport en de opslag van elektriciteit zijn in de toekomst ruimtevragers in het gebied.  Bij de opwek van grootschalige elektriciteit speelt de nabijheid van een midden-, tussen- of hoogspanningsstation een belangrijke rol.

Kaart door: Flux/Ruimtevolk

legenda 0100101101010 0001010010111 01010101110010 1101110101011 01000101010100 1000111000100

Windenergie mogelijk onder voorwaarden Koppelstation

Restwarmte datacenter

Hoogspanningskabel

Restwarmte

Windenergie technisch mogelijk

NNN gebieden

Uitgesloten van windenergie

Weidevogelkerngebieden

Daken groter dan 50m2

Uitgesloten ganzenrustgebied

Stiltegebieden

N

0

1

2

3

4

Zoekgebied zon op daken

restricties voor de opwek van energie is een globale weergave van de geldende wet-

Windmolens Geschiktgebied voor geothermie

[De bijgevoegde kaart over de ruimtelijke

en regelgeving. De weergave op de kaart kan lokaal afwijken. Ook kan het geldende beleid gewijzigd worden, waardoor ook de ruimtelijke mogelijkheden veranderen.]

5km

13

NATUUR EN RECREATIE

De Lopikerwaard is onderdeel van het Nationaal Landschap het Groene Hart. De regio wordt hoog gewaardeerd, vooral vanwege de ruimte voor natuur en de openheid van het landschap. De Lopikerwaard kent dan ook verschillende stukken natuurlijk beheerd agrarisch gebied (weidevogelgebied) en Natuurnetwerk Nederland. In de natuurgebieden is de biodiversiteit hoger dan in het agrarisch gebied, waar de biodiversiteit sterk druk staat. Sinds 1990 is in Nederland het aantal boerenlandvogels – als indicatie voor de biodiversiteit - met de helft gedaald. Dat de Lopikerwaard goed gewaardeerd wordt is ook te zien aan de recreatie. De rivieren zijn de ‘recreatieve aders’ van de Lopikerwaard, waar veel wordt, gevaren, gefietst en gewandeld. Hier zijn hier relatief veel dagvoorzieningen voor recreanten te vinden. In de waarden zelf zijn die minder te vinden. Het goed gewaardeerde landschap is door de grove landschapsstructuur (ontginningen) weinig beleefbaar: het gebied is niet fijnmazig toegankelijk voor fietsers en wandelaars. De Lopikerwaard-gemeenten werken o.a. in samenwerking met provincie aan verbetering van recreatieve mogelijkheden in de regio bij het IJsselbos en Cattenbroek en door optimalisering van het wandel- en fietsroutenetwerk in de gehele Lopikerwaard.

Kaart door: Flux/Ruimtevolk

legenda Viewpoint

TOP - Toeristische Overstappunten

Provinciaal wandelnetwerk

NNN (Natuurnetwerk Nederland) / Natura2000

Horeca

Recreatiezone provincie Utrecht

Provinciaal fietsnetwerk

Bos/landgoed

Culturele voorzieningen

Cultuurhistorisch waardevol landschap

Kanoroutes Kernzone Weidevogelgebied

Monumentale plekken

Randzone Weidevogelgebied

Zwemplaats N

0

14

1

2

3

4

5km

WONEN EN BEREIKBAARHEID

Zonder uitzondering is in alle gemeenten en kernen in de regio Utrecht de vraag naar woningen op dit moment groter dan het aanbod. Prognoses voorzien een woningtekort in de U16 van ongeveer 104.000 woningen in 2040. Er wordt vooral een tekort verwacht op specifieke woonmilieus: er is een grote regionale vraag naar en weinig aanbod van de woonmilieus ‘centrum-dorps’, ‘(groen) kleinstedelijk’ en ‘landelijk maar bereikbaar’. In alle Utrechtse kernen is doorstroming op de woningmarkt een knelpunt, waardoor vooral starters en senioren moeilijk aan een woning komen. Vergrijzing is een grote uitdaging in de regio, met name in het landelijk gebied en de kleinere kernen. Ook treedt in het meer landelijke deel van de Lopikerwaard ontgroening en mogelijk krimp op, dit zet het voorzieningenniveau en verenigingsleven onder druk. De vergrijzing en daarbij horende huishoudensverdunning is in de regio het sterkst in de kleinere kernen en de voormalige groeikernen. De vergrijzing zal niet alleen woonvraag veranderen, maar ook andere eisen stellen aan de leefomgeving en voorzieningen. De woningbouwplannen in de Lopikerwaard bevinden zich voor een deel op plekken die lastig (met het openbaar vervoer) te bereiken zijn. De Lopikerwaard is bij uitstek een auto-afhankelijk gebied. Wanneer er iets aan de bereikbaarheid wordt gedaan, opent zich een nieuw perspectief voor wonen in de regio.

Er liggen kansen om de ontwikkeling van het wonen in de regio op te laten lopen met de ontwikkeling van het OV, maar ook een snelfietsnetwerk en nieuwe, slimme mobiliteitsconcepten versterken de positie van de regio. Het treinstation in Woerden is van groot belang voor de regio, maar blijft momenteel onderbenut qua knooppuntontwikkeling: er is ruimte voor meer verstedelijking (wonen/bedrijvigheid).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11081200/1