RIB21.182 Klacht Familie van Essen (openbaar)
Tekst van het document
pagina 15 van 16
omstandigheden (gedetailleerd) hoeven te worden beantwoord, maar dat in zo’n geval wel moet worden gecommuniceerd waarom die beantwoording achterwege blijft of slechts op hoofdlijnen plaatsvindt. In de brief van 4 mei 2021 is uw college er volledig aan voorbij gegaan dat deze vragen er lagen, dat op 29 april een antwoord was toegezegd en dat op de vragen nog niet inhoudelijk was gereageerd. Conclusie De wijze waarop de vragen van de heer Meertens van 21 april 2021 zijn behandeld is niet behoorlijk.
5. Heeft wethouder Jansen tijdens een overleg op 15 januari 2021 ten onrechte verzuimd mededeling te doen van het feit dat op dat moment al een anterieure overeenkomst was gesloten met ontwikkelaar RV&O? Beoordeling Op 17 december 2020 is het uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid met de bijbehorende stukken ter inzage gelegd. Op blz. 57 van de toelichting op het uitwerkingsplan is vermeld dat tussen de initiatiefnemer en de gemeente Zeist een anterieure overeenkomst is gesloten. Het bestaan van de anterieure overeenkomst kon redelijkerwijs bekend zijn bij de familie Van Essen en de heer Meertens. Bekend was ook dat initiatiefnemer RV&O was. Conclusie Door tijdens het overleg van 15 januari 2021 geen mededeling te doen van het bestaan van de anterieure overeenkomst heeft de wethouder geen informatie achtergehouden. Deze klacht is ongegrond. Advies De commissie heeft op grond van de klachtbrief en de hoorzitting vijf onderzoeksvragen geformuleerd. Uit de beantwoording van de vragen is gebleken dat op de volgende punten sprake is van onbehoorlijk overheidsoptreden zoals hieronder toegelicht. • De vragen van de heer Meertens van 1 en 7 oktober 2020 zijn te laat beantwoord. • De raadsinformatiebrief van 19 mei 2021 wekt ten onrechte de schijn dat de heer en mevrouw Van Essen zich in de onderhandelingen met de ontwikkelaar niet redelijk hebben opgesteld.
• Het gevolgde traject rond het taxatie-aanbod en het procesvoorstel bevatte onvoldoende waarborgen voor de gelijkwaardigheid van partijen en was niet transparant. • Een groot aantal vragen van de heer Meertens van 21 april 2021 is niet beantwoord, terwijl een inhoudelijke reactie door het bestuurssecretariaat wel is toegezegd De commissie adviseert u de klacht op deze punten gegrond te verklaren. Zij adviseert u de klacht voor het overige ongegrond te verklaren. Dit laatste zal de commissie hieronder nog toelichten. De antwoorden op de vijf door de commissie geformuleerde onderzoeksvragen beoordelen naar het oordeel van de commissie het geheel van gedragingen dat via de klacht ter discussie staat. Voor zover daarbij naar het oordeel van de commissie sprake is van onbehoorlijke gedragingen, heeft de commissie die in het rapport omschreven in bewoordingen die zij, gelet op alle relevante omstandigheden, passend acht. Klachtgronden die aangeven dat voor de omschrijving van gedragingen zwaardere termen moeten worden gebruikt, acht de commissie ongegrond. Zo ziet de commissie geen enkele aanleiding voor het overnemen van in de klacht gehanteerde kwalificaties als “niet-integer”, “leugenachtig”, “bewust misleidend“, “manipulator”, “charlatan” en “volstrekt onbetrouwbaar” Dergelijke kwalificaties acht de commissie gelet op de feiten in dit klachtdossier niet op hun plaats.
Daarnaast is de commissie niet gebleken dat er naast hetgeen in het rapport is vermeld nog andere gedragingen zijn die als onbehoorlijk moeten worden aangemerkt. Voor zover in de klachtonderdelen wordt betoogd dat die er wel zijn, acht de commissie
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
pagina 16 van 16
die onderdelen ongegrond. Tegen deze achtergrond vindt de commissie het niet nodig om op alle 31 klachtgronden afzonderlijk in te gaan. Zeist, 26 oktober 2021 Hoogachtend, de klachtencommissie,
R.J. Lievaart, voorzitter
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
R. Snijder, secretaris