CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB21.182 Klacht Familie van Essen (openbaar)

Raad 9 november 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Bespreken klacht fam. Van Essen10.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

...

Publiekshal , Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl , www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 , zeist@zeist.nl

,;;

Gemeente Zeist Ontvangen griffie 3 november 2021 RIB21.182

Aan de gemeenteraad

Datum

3 november 2021

Ons kenmerk

Burgerservicenummer

Uw kenmerk

Bijlage(n)

Behandeld door

Onderwerp

Klacht familie Van Essen

Portefeuillehouder

429320 René van der Niet Burgemeester

Geachte leden van de raad, Op 14 juni 2021 hebben de heer Van Essen en mevrouw Van Essen-Dorresteijn een klacht ingediend tegen wethouder Jansen. De klacht is gericht tegen 'de onbehoorlijke handelswijze van wethouder Jansen, o.a. inhoudende het niet transparant handelen, het niet nakomen van toezeggingen en het niet beantwoorden van vragen m.b.t. het dossier van fam. Van Essen Met deze brief informeren wij u hoe het college van burgemeester en wethouders over de klacht heeft beslist. Bij de besluitvorming over de klacht door het college was de heer Jansen niet aanwezig. Om de klacht te kunnen beoordelen, heeft het college van B&W op 16 juli 2021 een klachtencommissie (commissie) benoemd zoals genoemd in artikel 9:14 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De commissie heeft op 12 augustus 2021 een hoorzitting gehouden. Daarna heeft de commissie een concept rapport uitgebracht, waarop partijen nog konden reageren. De commissie heeft op 26 oktober 2021 een definitief rapport opgemaakt, met daarbij een nota van zienswijzen. De klacht is gericht tegen wethouder Jansen. De wethouder functioneert als lid van het college van burgemeester en wethouders. Een klacht tegen een wethouder wordt op grond van artikel 9: 1 lid 2 van de Awb dan ook aangemerkt als een klacht jegens het college.

Voor zover de klacht zich ook richt tegen de gedragingen van ambtenaren, wordt deze op grond van artikel 9: 1 lid 2 van de Awb ook geacht te zijn gericht tegen het college. Bij de beoordeling van de klacht heeft de commissie gebruik van het door de Nationale Ombudsman ontwikkelde 'behoorlijkheidscriterium'. Dit criterium dient om onderscheid te kunnen maken tussen overheidsoptreden dat voldoet aan de normen over hoe en wat het bestuur behoort te doen, en gedrag dat niet aan die norm voldoet. Dit betekent dat ook sprake kan zijn van onbehoorlijkheid zonder dat sprake is van laakbaar, ongepast of onfatsoenlijk gedrag.

Austerlitz , Bosch en Duin , Den Dolder , Huis ter Heide , Zeist

RAPPORT VAN BEVINDINGEN OVER DE KLACHT VAN DE HEER EN MEVROUW VAN ESSEN

Geachte burgemeester en wethouders, Op 14 juni 2021 hebben de heer W.G.F. van Essen en mevrouw S.C. van Essen-van Dorresteijn bij u een klacht ingediend tegen wethouder S. Jansen. De klacht is gericht tegen “de onbehoorlijke handelswijze van wethouder Jansen, o.a. inhoudende het niet transparant handelen, het niet nakomen van toezeggingen en het niet beantwoorden van vragen m.b.t. het dossier van fam. Van Esse. De klacht heeft betrekking op de periode september 2020 tot en met 14 juni 2021. Om de klacht te kunnen beoordelen hebt u op 16 juli 2021 een klachtencommissie (commissie) benoemd zoals genoemd in artikel 9:14 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze commissie behandelt de klacht en stelt op grond van artikel 9:15 lid 4 Awb een rapport van bevindingen op. In het voorliggende rapport worden de bevindingen van de commissie uit het onderzoek naar de klacht beschreven en wordt tevens een advies gegeven voor de op de klacht te nemen beslissing. De commissie bestaat uit twee medewerkers van de gemeente Zeist en een onafhankelijk voorzitter die bij de gemeente niet in dienst is. De voorzitter is voor de gemeente Zeist wel werkzaam als onafhankelijk voorzitter van de Adviescommissie bezwaarschriften. De leden van de commissie zijn: • de heer mr. R.J. Lievaart, voorzitter, • mevrouw mr. D.M. Manie, werkzaam bij het team juridische zaken, • de heer mr. R.

Snijder, werkzaam bij hetzelfde onderdeel. De commissie heeft een hoorzitting gehouden op 12 augustus 2021. Op die hoorzitting waren aanwezig • de heer en mevrouw Van Essen, • de heer Jansen en zijn advocaat, de heer mr. A. van Beurden. De heer Van Essen heeft bij de opening van de hoorzitting, mede namens zijn echtgenote, verklaard dat zij beiden als toehoorder willen worden beschouwd en na de hoorzitting nog in de gelegenheid willen worden gesteld om een reactie te geven. De commissie heeft de hoorzitting naar aanleiding van dit verzoek kort geschorst en heeft na heropening van de zitting aangegeven dat zowel de heer en mevrouw Van Essen als de heer Jansen gedurende 14 dagen in de gelegenheid zullen worden gesteld om een schriftelijke reactie te geven op het conceptrapport en het daarbij horende verslag. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt dat deel uitmaakt van dit rapport. Naar aanleiding van het conceptrapport zijn zienswijzen ingediend door de heer en mevrouw Van Essen en door de gemachtigde van de heer Jansen. In een nota van zienswijzen heeft de commissie hierop een reactie gegeven, waarbij is aangegeven in hoeverre de zienswijzen geleid hebben tot aanpassingen in het rapport. Daarnaast heeft de commissie ambtshalve aanleiding gezien om enkele verduidelijkingen in haar eindrapport aan te brengen ten opzichte van de conceptversie.

De nota van zienswijzen en de twee zienswijzen zelf zijn bijgevoegd en maken eveneens deel uit van dit rapport.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪

pagina 2 van 16

Zeist

De inhoud van de klacht De 31 klachtonderdelen luiden woordelijk als volgt. (met “u” wordt de heer Jansen bedoeld.) 1. 2. 3. 4. 5.

6. 7

8 9.

10. 11. 12.

13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22.

23.

24. 25.

U opereert niet transparant, u bent absoluut niet voorspelbaar, u heeft geen open houding en zet uw ambtenarenapparaat aan tot misleiding. U komt uw toezeggingen niet na dan wel negeert deze. U beantwoordt bij voortduring en telkens opnieuw geen enkele vraagstelling of vraag dan wel geeft ontwijkende antwoorden en/of verkeerde informatie. U communiceert willens en wetens verkeerde informatie aan de raad over ons. U geeft leiding aan een organisatie die informatie manipuleert, informatie verstrekt die niet klopt, onvolledig is en niet duidelijk is wanneer de burger erom vraagt maar erger nog u heeft weet hiervan maar corrigeert niet uit uw zelf, terwijl u wel een aantal keren hierop bent geattendeerd. U laat na in te grijpen als de belangen van burgers niet alleen in geding zijn maar werkt ook nog mee aan het verdoezelen van de feiten. U toont nauwelijks of geen interesse voor de aangedragen argumenten laat staan hierover inhoudelijk en professioneel mee om te gaan, op te pakken en te betrekken in besluiten c.q. feitelijk handelen naar burgers. U motiveert nauwelijks standpunten waarom een overheid zo denkt, laat staan dat u e.e.a. toelicht of bereid bent toe te lichten, integendeel zelfs. U bejegent ons en onze adviseur inhoudelijk onfatsoenlijk en bent absoluut niet hulpvaardig om te komen tot een oplossing.

U heeft geen respect voor de wet of daaruit voortvloeiende belangen van de burger. U kent geen enkele openheid van zaken en komt dienaangaande afspraken niet tegemoet, en laat zelfs ter zake ambtenaren aanzetten tot misleiding om de belangen van de burgers te laten ondersneeuwen. U past het fair-play beginsel niet toe en benut geen enkele kans om op een positieve wijze de belangen van een burger te behartigen. U past het evenredigheidsprincipe niet toe in die zin dat u de zwaarste middelen bij ons gebruikt om uw gelijk te halen, het deert u niet dat daarbij onwaarheden of onvolledige waarheden voor gebruikt worden. U misbruikt het recht en systeem om uw gelijk ongeacht de wet- en regelgeving, te krijgen, en bent niet vies van het feit hier zomaar een draai aan te geven. U levert geen maatwerk (in overleg) en bent daartoe ook niet bereid, ondanks dat dit maatwerk wel tot een voor beider partijen tot een oplossing zal leiden. Samenwerking om tot een oplossing te komen is voor u een brug te ver als u geen gelijk kan krijgen. Uw opstelling is coulant totdat het tegendeel wordt bewezen en u de uitkomst niet bevalt alsdan schroomt u nergens voor terug. U heeft lak aan termijnen en/of gemaakte afspraken, van enige voortvarendheid als het u niet past is geen sprake, u werkt zelfs tegen, en laat niets meer van u horen.

U stuurt in plaats van op de-escalatie op escalatie aan, dit deert u helemaal niks, niks is uw vreemd om burgers te misleiden of gewoon in de rotzooi te laten zitten. U bent absoluut niet integer en misbruikt uw bevoegdheid, ook van uw bestuurlijk apparaat, en zet ambtenaren aan om desnoods maar het tegendeel te bewijzen. U bent volstrekt onbetrouwbaar, niet eerlijk en niet oprecht. U bent partijdig en niet onafhankelijk in uw mening maar vooral in de toepassing van wet- en regelgeving als u het niet past. Uw voorbereidingen zijn dermate slecht, dat in de overleggen die we hebben gehad, nauwelijks blijk was van enige kennis of historie laat staan de perceptie dat hier verandering in zou komen, integendeel zelfs. U geeft sturing aan een organisatie waarvan u weet heeft dat het her en der de zaak anders wordt voorgesteld dan in werkelijkheid is, u weigert overleg met medebestuurders o.a. de portefeuillehouder die wel ter zake kundig is. Ondanks verificatoir bewijsmateriaal, wetgeving, etc. blijft u de waarheid ontkennen en negeert dit ook richting raad. U past willekeur toe bij de toepassing van de wet- en regelgeving.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 3 van 16

26. U tart niet alleen met de rechtszekerheid van een burger maar werkt zelfs bewust mee om hier een andere draai aan te geven zodat de rechtszekerheid van de burger onnodig wordt tegengewerkt. 27. U schaadt het vertrouwen van burgers door niet consequent handelen, van een overheid mag worden verwacht dat een burger weet waar hij aan toe is ondanks dat er sprake is van concrete en ondubbelzinnige toezeggingen. 28. U bent zeer onzorgvuldig en niet voortvarend in het oplossen van problemen, daarbij tart u telkens de waarheid of schuwt u zelfs niet de waarheid anders voor te stellen. 29. Ondanks dat u weet heeft van de problemen zet u geen verbeterproces in, integendeel u gaat nog harder en meer de zaak frustreren, dit is onbehoorlijk handelen. 30. U werkt besluitvorming tegen en misleidt zelfs besluitvorming, lees de raadsinformatiebrieven maar eens vanaf medio vorig jaar tot nu toe. 31. Het ontbreekt u aan enige mate van professionaliteit om genoemde punten 1 t/m 30 op te pakken en met ons te (willen) bespreken om alsnog eruit te komen. Wettelijke regeling Van toepassing is hoofdstuk 9 van de Awb: klachtbehandeling. Artikel 9:1 lid 1 van de Awb bepaalt dat eenieder het recht heeft om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan.

Lid 2 bepaalt dat een gedraging van een persoon, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, wordt aangemerkt als een gedraging van dat bestuursorgaan. Het bestuursorgaan is uw college. De klacht is gericht tegen de heer Jansen. De wethouder is geen afzonderlijk bestuursorgaan maar functioneert als lid van het college van burgemeester en wethouders. Een klacht tegen een wethouder wordt op grond van artikel 9:1 lid 2 van de Awb dan ook aangemerkt als een klacht jegens het college. Voor zover de klachten zich ook richten tegen de gedragingen van ambtenaren worden deze op grond van artikel 9:1 lid 2 van de Awb ook geacht te zijn gericht tegen het college. In het klaagschrift wordt verwezen naar de correspondentie in e-mails en brieven die zijn opgenomen in de bijlagen bij de klacht. Volledigheidshalve meldt de commissie dat onder gedragingen waarover kan worden geklaagd, worden verstaan alle mondelinge en schriftelijke uitingen die zijn gedaan in relatie tot een betrekking tussen de burger en de overheid. Procedure Het concept van dit rapport van 9 september 2021 is op dezelfde datum verstuurd naar de heer en mevrouw Van Essen en naar de heer Jansen en zijn advocaat, met het verzoek uiterlijk op 29 september 2021 daarop te reageren. Op 28 september 2021 hebben de betrokkenen gereageerd.

De aldus ingediende zienswijzen heeft de commissie beoordeeld in de bij dit rapport behorende nota van zienswijzen. Voor zover nodig zijn het rapport en het daarvan deel uitmakende verslag naar aanleiding van de zienswijzen aangepast. Het definitieve rapport wordt op grond van artikel 9:15 lid 4 van de Awb toegezonden aan het bestuursorgaan. Uw college komt, mede op grond van het (definitieve) rapport, tot conclusies over de klacht en stelt de heer en mevrouw Van Essen daarover op grond van artikel 9:12 lid 1 van de Awb schriftelijk in kennis. Als de conclusies van uw college afwijken van het advies, motiveert uw college op grond van artikel 9:16 die afwijking en zendt u het advies mee met de kennisgeving. Voor de goede orde maakt de commissie uw college erop attent dat de heer en mevrouw Van Essen bij een e-mail van 11 oktober 2021 hebben gevraagd of zij vooruitlopend op de beslissing alvast een afschrift van de namens de heer Jansen ingediende zienswijze mogen ontvangen. De commissie brengt dit verzoek graag onder uw aandacht.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 4 van 16

Behoorlijk overheidsoptreden Bij de beoordeling van de klacht maakt de commissie gebruik van het door de Nationale Ombudsman (NO) ontwikkelde ’behoorlijkheidscriterium’. Dit criterium dient om onderscheid te kunnen maken tussen overheidsoptreden dat voldoet aan de normen over hoe en wat het bestuur behoort te doen, en gedrag dat niet aan die normen voldoet. Dat betekent dat ook sprake kan zijn van onbehoorlijkheid zonder dat sprake is van laakbaar, ongepast of onfatsoenlijk gedrag.

Samengevat: Een behoorlijke overheid heeft oog voor de menselijke maat en de geest van de wet. Dat houdt in dat de overheid waar mogelijk rekening houdt met bijzondere omstandigheden. Als het erop aan komt, zoekt de overheid rechtstreeks contact met de burger en andere partijen. Zij probeert problemen te voorkomen of lost ze op door goede communicatie. Overheid en burger gaan zo veel mogelijk op gelijkwaardige voet met elkaar om. Dat kan door de burger goed en tijdig te informeren, zo mogelijk bij de besluitvorming te betrekken en door te handelen op basis van vertrouwen. Afbakening De commissie doet geen uitspraak over de vraag of het ontwerp van het uitwerkingsplan voldoet aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening. Ook geeft de commissie geen oordeel over de wijziging van het tracé van de ontsluitingsweg, en ook niet over de keuze om bepaalde delen van het uitwerkingsgebied niet mee te nemen in het uitwerkingsplan. De commissie is van mening dat vragen die op deze kwesties betrekking hebben primair moeten worden beantwoord door de gemeenteraad in zijn besluit omtrent de vaststelling van het uitwerkingsplan. In tweede instantie staan die vragen eventueel ter beoordeling van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook gedragingen van ontwikkelaar RV&O vallen buiten het beoordelingskader van de klacht.

De klacht heeft betrekking op de gedragingen van de heer Jansen sinds september 2020. Uit het dossier leidt de commissie af dat de heer en mevrouw Van Essen al (ruim) voor die tijd in gesprek waren met de gemeente over de bestemming van hun perceel en de omgeving daarvan. Correspondentie uit die voorliggende periode valt echter buiten de reikwijdte van de klacht en is door de commissie dan ook niet bij de beoordeling betrokken. De commissie heeft uit het klachtdossier begrepen dat in het verleden ook rechtstreekse contacten over eventuele grondverwerving zouden hebben plaatsgevonden, tussen de heer en mevrouw Van Essen en een medewerker van de gemeente. Daarbij zou ook het woord “onteigening “zijn gevallen. Voor de commissie is echter niet duidelijk in welke context daarover is gesproken. De commissie heeft hoe dan ook geen aanwijzingen dat tijdens deze contacten de verwachting is gewekt dat het perceel door de gemeente zou worden aangekocht. Het bestemmingsplan en het uitwerkingsplan Het perceel Korte Bergweg 19 ligt in het bestemmingsplan Oud Zandbergen e.o. (hierna: het moederplan, zie ruimtelijkeplannen.nl) Ter plaatse geldt de bestemming Uitwerkingsgebied (artikel 2.9 van het bestemmingsplan). Op grond van dit artikel moet de gemeenteraad deze bestemming uitwerken waarbij aan de in het artikel neergelegde uitwerkingsregels en voorwaarden moet wordt voldaan.

Artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat uw college een wijzigings- of uitwerkingsplan vaststelt. Voor bestemmingsplannen die zijn vastgesteld op basis van de inmiddels vervallen Wet op de Ruimtelijke Ordening geldt dat de raad het wijzigingsplan vaststelt, wanneer de raad die bevoegdheid in het moederplan aan zich heeft gehouden (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 29 maart 2010, ECLI:NL:RVS: 2010:BM0239). Dat laatste is hier het geval. Het wijzigingsplan kent in de Wet op de ruimtelijke ordening dezelfde procedure als het uitwerkingsplan, zodat deze rechtspraak ook geldt voor het uitwerkingsplan. De raad is daarom bevoegd tot vaststelling van het uitwerkingsplan. De gronden binnen het uitwerkingsgebied kunnen volgens het moederplan worden bestemd voor kantoordoeleinden, bedrijfsdoeleinden, woondoeleinden, verkeersdoeleinden, groendoeleinden en water. Voor de geldende bouwregels en bijzondere voorschriften verwijst de commissie naar het moederplan. In het in het moederplan aangewezen uitwerkingsgebied is met een indicatieve lijn het tracé aangegeven voor een weg tussen de Huis ter Heideweg en de Blanckenhagenweg. Volgens de planregels moet de aan te leggen ontsluitingsweg het op de plankaart aangewezen tracé Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 5 van 16

globaal volgen; enige verschuiving ten noorden of zuiden van deze lijn is volgens de planregels toegestaan. Het op de plankaart aangegeven tracé loopt over het perceel Korte Bergweg 19 heen. Op 5 april 2019 hebt u de raad een brief gestuurd met informatie over de ontwikkeling van woningbouw in Huis ter Heide-west en Huis ter Heide-zuid. U hebt met betrekking tot Huis ter Heide-zuid toegelicht dat gebruik kan worden gemaakt van de uitwerkingsplicht uit het moederplan. Als bijlage hebt u een stedenbouwkundige schets meegestuurd. Hierop is te zien dat de ontsluitingsweg (de Glaxoweg) het in het moederplan aangegeven tracé volgt, dus over het perceel Korte Bergweg 19. Ten noorden daarvan werd volgens deze schets voorzien in woningbouw, voor een deel op het perceel Korte Bergweg 17. Het aantal en type van de woningen/appartementen is op de schets niet aangegeven. Op 17 december 2020 is een ontwerp van het uitwerkingsplan ter inzage gelegd. Het plan voorziet in de mogelijkheden om vier appartementengebouwen, vier als twee-aaneen gebouwde woningen en één vrijstaande woning te bouwen. In totaal gaat het om 72 woningen. Het hart van “de Glaxoweg” ligt – anders dan in de hiervoor bedoelde schets – ongeveer 25 meter noordelijker dan het indicatieve tracé op de kaart van het moederplan.

Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerp van het uitwerkingsplan zijn zienswijzen ingediend. Deze worden verwerkt en volgens planning zal het uitwerkingsplan, samen met de beantwoording van de zienswijzen in de zienswijzennota, in het vierde kwartaal van 2021 ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Het gebied dat bestreken wordt door het ontwerp van het uitwerkingsplan is kleiner dan het uitwerkingsgebied uit het moederplan. Naast het perceel Korte Bergweg 19 van de heer en mevrouw Van Essen en het aangrenzende perceel Korte Bergweg 17 zijn ook andere delen van het uitwerkingsgebied niet in het uitwerkingsplan opgenomen. Het onderzoek Op grond van het klaagschrift en van wat is besproken tijdens de hoorzitting meent de commissie dat de volgende vragen ter beoordeling staan: 1. Is voldoende ingegaan op de vragen over de ontwikkelingen rond het uitwerkingsplan, die namens de heer en mevrouw Van Essen zijn gesteld op 1 en 7 oktober 2020? 2. Is door of namens het college op een juiste wijze bekendheid gegeven aan de opstelling van de heer en mevrouw Van Essen in het onderhandelingstraject met de ontwikkelaar? 3. Voldoet het traject rond het voorstel om tot een onafhankelijke taxatie te komen en het bijbehorende procesvoorstel aan het behoorlijkheidscriterium? 4.

Is voldoende ingegaan op de vragen die door de heer Meertens zijn gesteld op 21 april 2021? 5. Heeft wethouder Jansen tijdens een overleg op 15 januari 2021 ten onrechte verzuimd mededeling te doen van het feit dat op dat moment al een anterieure overeenkomst was gesloten met ontwikkelaar RV&O? In het onderstaande gaat de commissie op de vragen in. 1. Is voldoende ingegaan op de vragen over de ontwikkeling van het uitwerkingsplan, die namens de heer en mevrouw Van Essen zijn gesteld op 1 en 7 oktober 2020 ? In diverse e-mails heeft de adviseur van de heer en mevrouw Van Essen, de heer Meertens, aangegeven dat (cruciale) vragen niet of niet geheel zijn beantwoord. In een e-mail van 26 december 2020 hebben de heer en mevrouw Van Essen zelf geklaagd over het uitblijven van een reactie op gestelde vragen. De vragen gaan over de keuze om het perceel Korte Bergweg 19 niet mee te nemen in het uitwerkingsplan en ook over het voorstel tot taxatie van het perceel dat naar aanleiding van het overleg van 15 januari 2021 is opgesteld. Deze laatste categorie vragen komt later aan de orde. De commissie zal eerst de correspondentie bespreken uit de periode oktober 2020 tot 15 januari 2021. Vragen over het uitwerkingsplan

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 6 van 16

In de brief van 1 oktober 2020, gericht aan de raad en het college, heeft de heer Meertens onder meer de volgende vragen gesteld: • “wie bepaalt hoe de Glaxoweg kan worden uitgevoerd, dit is immers van evident belang bij de afweging of sprake is van een goede ruimtelijke ordening? • waarom houdt de gemeente alleen maar rekening met de belangen van een projectontwikkelaar en is zij zelfs bereid om het uitwerkingsplan hierop aan te passen?

In een e-mail van 7 oktober 2020 heeft de heer Meertens in vervolg hierop elf vragen gesteld aan mevrouw Lock. De mail is in CC aan wethouder Jansen gezonden. De heer Meertens licht toe dat de vragen in hoofdzaak gaan over het bericht van ontwikkelaar RV&O dat hij het perceel van de heer en mevrouw Van Essen niet in het uitwerkingsplan wil meenemen. De heer Meertens omschrijft dit als een impasse, omdat het de (kennelijke) bedoeling was dat het perceel wel in het uitwerkingsplan zou worden opgenomen. De vragen luiden als volgt: 1. Bent u persoonlijk en/of een wethouder (AUB naam vermelden) aanwezig geweest bij de gesprekken met de buurtbewoners en de ontwikkelaar of anderzijds met de projectontwikkelaar in kwestie. 2. Wanneer punt 1 klopt, wat was uw indruk van de uitlatingen van de ontwikkelaar. 3. Wanneer punt 2 klopt, kunt u mailverkeer, documenten, gespreksnotities etc. overleggen met de gemeente waar de ontwikkelaar zich over fam. Van Essens heeft uitgelaten, zoals dat inmiddels door diverse partijen is ervaren. 4. Heeft de ontwikkelaar zich inderdaad uitgelaten over het feit dat met fam. Van Essen geen zaken valt te doen. 5. Bent u op de hoogte van het mailverkeer tussen de ontwikkelaar en fam. Van Essen. 6. Heeft u inmiddels al verslag uitgebracht richting projectontwikkelaar, zo ja, wat is zijn visie op dit moment. 7.

Heeft de gemeente op basis van de bevindingen omtrent fam. Van Essen, van de projectontwikkelaar inderdaad het plan aangepast, en wanneer is dit precies gebeurd. 8. Kunt u aangaande punt 7 (ambtelijke en/of bestuurlijke) besluitvorming aanleveren die dit hebben bewerkstelligd. 9. Wanneer is de definitieve anterieure overeenkomst ambtelijk geaccordeerd over onderhavig project. 10. Kunt u aangeven of de Raad c.q. raadsleden, fractievoorzitters of commissies zijn geïnformeerd over de ontstane impasse en zijn hierbij documenten overlegd zo ja komt hier de naam van fam. Van Essen in voor of is er sprake van duiding in die richting, als dit zo is graag een kopie. 11. Wanneer is het college van B&W en terzake wethouder op de hoogte gesteld van onderhavige impasse en door wie is dat gebeurd, en wie was feitelijk de aanleiding. De heer Meertens geeft in zijn e-mail aan dat hij graag met spoed een reactie ontvangt. In e-mailberichten van 12 en 16 oktober 2020, 13 november 2020, 15 en 23 december 2020 herhaalt hij zijn verzoek om beantwoording van de bovenstaande vragen. Op 26 december 2020 ontvangt mevrouw Lock een emailbericht van de heer en mevrouw Van Essen, waarin onder meer de volgende passage voorkomt: “Waarom geeft u geen antwoord op de vragen aan u gesteld al op 7 oktober namens ons door dhr.

Meertens? In een e-mail van 21 april 2021 heeft de heer Meertens 24 aanvullende vragen gesteld. De commissie komt daar afzonderlijk op terug bij onderdeel 4. Beantwoording Mevrouw Lock heeft op 13 oktober 2020 geantwoord dat het plan van ontwikkelaar RV&O de wettelijke planologische procedure doorloopt. Zij heeft dit toegelicht als volgt: “… Ontwikkelaar RV&O heeft een plan ingediend bij de gemeente dat door ons is getoetst op, onder andere, stedenbouwkundige en verkeerskundige gronden. Dit heeft geleid tot een positieve reactie naar de ontwikkelaar, waarop het plan verder is uitgewerkt in een ontwerp uitwerkingsplicht bestemmingsplan. Dit is het plan dat ook met direct omwonenden is gedeeld begin september. De reacties van omwonenden, buurten belangenvereniging en anderen instanties zijn inmiddels verwerkt. Het plan wordt nu voorbereid voor besluitvorming door het college. Alle reacties, dus ook de reactie van uw kant, worden meegenomen in het collegeadvies. Dit zodat het college een goede belangenafweging kan maken op basis van alle standpunten. Als het college instemt, zal het plan daarna de formele procedure ingaan, gestart met de formele inspraak (omwonenden ontvangen hiervan bericht). Na de formele inspraak vindt deze belangenafweging nog een keer plaats, maar dan in de gemeenteraad op basis van alle inspraakreacties en de beantwoording daarvan.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 7 van 16

De procedure is de formele gang van zaken. Wij toetsen het plan zoals is ingediend. Als u er alsnog uitkomt met de ontwikkelaar en de ontwikkelaar het plan op basis hiervan aanpast, dan zullen wij dit opnieuw toetsen en dezelfde procedure doorlopen. Die mogelijkheid is er dus nog steeds en we staan zeker open voor overleg hierover. Als gemeente spelen we echter geen rol in de onderhandelingen tussen ontwikkelaar en grondeigenaren. …”

Op 23 december 2020 geeft mevrouw Lock in een e-mail aan de heer Meertens aan dat de gestelde vragen aanleiding zijn voor het inmiddels op 15 januari 2021 geplande overleg. Kennelijk was het toen haar bedoeling dat de vragen tijdens dat overleg mondeling zouden worden beantwoord. In e-mails van 23 december (e-mail van de heer Meertens) en 26 december 2020 (e-mail van de heer en mevrouw Van Essen) wordt aangegeven dat dit niet de bedoeling is, omdat men al vanaf oktober 2020 bezig is om antwoorden te krijgen op essentiële vragen. Naar aanleiding daarvan schrijft mevrouw Lock in een e-mail van 30 december 2020, gericht aan de familie Van Essen, onder meer het volgende: “Hartelijk dank voor uw mail. Ik begrijp dat er een hoop speelt voor u en uiteraard blijf ik graag in gesprek. De beantwoording van de vragen die gesteld zijn, kan wellicht leiden tot weer nieuwe vragen. Dat is in een gesprek beter te organiseren, daarom ook mijn voorkeur om dit te bespreken op 15 januari. Maar gezien uw dringende verzoek, hieronder een reactie. De vragen die gesteld zijn, gaan deels in op meningen en 'indrukken' van gesprekken die gevoerd zijn. Nu begrijp ik heel goed dat er veel meningen zijn, maar het is mijn werk om te zorgen voor de inhoudelijke planbeoordeling. Ik kan dus niet reageren met meningen, enkel met feiten en de inhoudelijke planbeoordeling.

Daarbij is het plan ingediend door de ontwikkelaar en door ons beoordeeld. Het is dus niet 'een gemeentelijk plan' dat door ons is opgesteld zoals in vraag 7 wordt geïnsinueerd. Wij informeren de buurt via digitale nieuwsbrieven en de gemeenteraad via raadsinformatiebrieven na besluitvorming. Deze zijn openbaar, zoals ik ook aan de heer Meertens heb toegelicht in mijn mail van 23 december. Uiteraard is er ruimte voor een persoonlijke toelichting aan een buurtbewoner of raadslid als ze hier vragen over hebben. De vraag over de anterieure overeenkomst: zoals gebruikelijk bij plannen, is deze opgesteld en we hebben dit ook vermeld op onze website. Een laatste vraag is de manier waarop het college is meegenomen. Als een besluit wordt voorgelegd aan het college, is het onze taak om alle belangen, argumenten en kanttekeningen te benoemen. Dit is nodig zodat het college een weloverwogen besluit kan nemen. Dit is ook in december 2020 gebeurd en daarbij is ook de situatie van familie van Essen toegelicht. Daarbij is de terinzagelegging die nu is gestart juist bedoeld om de reacties van omwonenden en andere belanghebbenden op te halen, zodat daarna een uitgebreide belangenafweging kan plaatsvinden door de gemeenteraad. (tkn onderaan mijn mail het proces bij ruimtelijke projecten). Ik begrijp dat er veel onvrede, vragen en zorg is bij u. Schroom niet om nog even te bellen als u dit wilt.

Vandaag ben ik telefonisch bereikbaar, daarna weer vanaf 4 januari.” Beoordeling De in de e-mail van 7 oktober 2020 door de heer Meertens gestelde vragen worden in bericht van 13 oktober 2021 niet puntsgewijs van een antwoord voorzien. Volstaan is met een beschrijving van de gevolgde en nog te volgen planologische procedure. Op de vragen zelf wordt niet of nauwelijks ingegaan. Dat de heer en mevrouw Van Essen en hun gemachtigde ook na ontvangst van de e-mail van 13 oktober 2020 zijn blijven aandringen op beantwoording van de gestelde vragen, is tegen deze achtergrond verklaarbaar. De hierboven geciteerde e-mail van 30 december 2020 vormt naar het oordeel van de commissie de eerste inhoudelijke reactie op de vragen die door de heer Meertens gesteld zijn op 1 en op 7 oktober 2020. De vragen worden in de e-mail van 30 december 2020 weliswaar summier beantwoord, maar in combinatie met

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 8 van 16

het aanbod om zo nodig telefonisch contact op te nemen met mevrouw Lock is de commissie van mening dat deze reactie op zichzelf beschouwd aan het behoorlijkheidscriterium voldoet. De commissie merkt daarbij op dat zij begrip heeft voor het feit dat in de e-mail van 30 december niet wordt ingegaan op wat de ontwikkelaar nu precies wel of niet heeft gezegd. Uitspraken van de ontwikkelaar vinden plaats onder zijn eigen verantwoordelijkheid. Feit is echter wel dat het vanaf 7 oktober 2020 twaalf weken heeft geduurd voordat op 30 december 2020 inhoudelijk is gereageerd. Dit terwijl de heer Meertens in een brief van 1 oktober 2020 en ook nadien meerdere malen heeft aangedrongen op een spoedige beantwoording. Voor zover de commissie kan nagaan, is op de brief van 1 oktober 2020 zelfs nooit een schriftelijk antwoord gekomen, afgezien dan van de hierboven aangeduide e-mailcorrespondentie. De commissie heeft vastgesteld dat die brief is geplaatst op de lijst van ingekomen stukken voor de raad van 10 november 2020, met de aantekening “afhandeling B&W (brief nr. PR20181)”. Een van de raadsleden heeft aangegeven graag een afschrift van de reactie van het college te willen ontvangen. De commissie heeft in haar conceptrapport aangegeven dat zij graag wordt geïnformeerd wanneer er van gemeentezijde nog een andere schriftelijke reactie op de brief van 1 oktober is gegeven.

In de namens de heer Jansen ingediende zienswijze wordt dat niet gemeld, zodat de commissie er vanuit gaat dat haar dossier wat dit betreft compleet is. Conclusie De commissie is van mening dat op de brief van 1 oktober en de e-mail van 7 oktober 2020 pas op 30 december 2020 voor het eerst een inhoudelijke reactie is gegeven. Tegen de achtergrond van de belangen van de heer en mevrouw Van Essen mochten zij naar het oordeel van de commissie een meer voortvarende aanpak van de gemeente verwachten, temeer nu in de periode tussen het stellen van de vragen en de reactie daarop cruciale stappen in het proces zijn gezet, in de vorm van de voorbereiding en terinzagelegging op 17 december 2020 van het ontwerp van het uitwerkingsplan. De commissie is van mening dat de inhoudelijke reactie te lang op zich heeft laten wachten en acht dit niet behoorlijk.

2. Is op een juiste wijze bekendheid gegeven aan de opstelling van de heer en mevrouw Van Essen in het onderhandelingstraject met de ontwikkelaar? De heer Meertens schrijft in zijn brief van 1 oktober 2020 onder meer dat de projectontwikkelaar inmiddels overal laat doorschemeren dat de heer en mevrouw Van Essen nergens aan meewerken en de kwade genius zijn waardoor de “Glaxoweg” geen doorgang kan vinden. In zijn e-mail van 7 oktober 2020 schrijft de heer Meertens dat de ontwikkelaar RV&O zich publiekelijk (zelfs in het bijzijn van de gemeente) laatdunkend en op basis van leugens heeft uitgelaten over de onderhandelingen met fam. Van Essen, terwijl u (mevrouw Lock, met een CC aan de heer Jansen) stelde dat u hiervan niet op de hoogte was. Beoordeling De commissie meent dat projectontwikkelaar RV&O als enige verantwoordelijk is voor zijn uitspraken en heeft begrip voor het feit dat het college, de wethouder en de ambtenaren zich niet hebben willen uitlaten over wat de ontwikkelaar wel of niet gezegd heeft. Los hiervan geldt dat de commissie geen documenten heeft aangetroffen waaruit blijkt dat door de ontwikkelaar daadwerkelijk laatdunkende uitspraken zijn gedaan, en dus ook geen documenten waaruit blijkt dat ‘de gemeente’ deze uitspraken onvoldoende zou hebben weerlegd.

De commissie heeft ten slotte niet kunnen vaststellen dat RV&O zich mondeling heeft uitgelaten zoals hiervoor beschreven. Over de wijze waarop de gemeente de naam van de heer en mevrouw Van Essen heeft genoemd, overweegt de commissie als volgt. Raadsinformatiebrief 7 juli 2020 Op 7 juli 2020 is aan de raad een informatiebrief gezonden over de voortgang van projecten in Huis ter Heide. Hiertoe behoren de ontwikkeling van woningbouw in Huis ter Heide-zuid en Huis ter Heide-west. De ontsluitingsweg van Huis ter Heide-west via de woonwijk Huis ter Heide-zuid is ook besproken, maar in deze brief is niet verwezen naar de heer en mevrouw Van Essen. Het ontwerp van het uitwerkingsplan en het verslag van het vooroverleg Op 17 december 2020 is het ontwerp van het uitwerkingsplan ter inzage gelegd. Tot de ter inzage gelegde stukken behoorde ook het verslag van het vooroverleg. Op blz. 16 van dit verslag is een reactie van de Buurt- en Belangenvereniging Huis ter Heide vermeld. Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 9 van 16

“… Zoals reeds meermalen aangegeven, zijn wij tegen het aanleggen van een “ontsluitingsweg” dwars door het nieuwe wijkje Huis ter Heide zuid. Wij houden vast aan het oorspronkelijke plan voor een ontsluitingsweg, zoals in 2009 vastgelegd in het Programma van Eisen. Wij roepen daarom de gemeente op om actief te bemiddelen tussen de projectontwikkelaar en de familie vE. De familie vE heeft aangegeven graag op korte termijn tot een oplossing voor hun woning te komen. …”

Het antwoord van de gemeente is: “… In de uitwerkingsregels van het bestemmingsplan Oud Zandbergen e.o. is vastgelegd dat de ontsluitingsweg het tracé van de op de plankaart aangewezen ontsluiting globaal dient te volgen. Enige verschuiving ten noorden of zuiden van deze lijn is toegestaan. … Daarbij dienen wel alle betrokken belangen zorgvuldig afgewogen te worden, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. De beoogde weg ligt in het uitwerkingsplan iets ten noorden van het tracé zoals aangeduid op de plankaart van het moederplan. … Dit maakt dat ook de woningen aan de Korte Bergweg 17 en 19 onderdeel kunnen worden van de nieuwe woonbuurt. Sloop van de betreffende woningen is daardoor niet per sé noodzakelijk. Het behoud van de woningen staat niet in de weg aan een goede ruimtelijke ordening. … De ontwikkelaar heeft ervoor gekozen om de betreffende woning niet aan te kopen dan wel mee te nemen in het plan. Zoals benoemd staat het wel of niet meenemen van de woningen aan de Korte Bergweg 17 en 19 een goede ruimtelijke ordening niet in de weg. …” Deze passage uit het verslag van het vooroverleg geeft op objectieve wijze het standpunt van het college weer.

Ook voor het overige is de commissie niet gebleken dat in het uitwerkingsplan onjuiste mededelingen zijn gedaan over de reden waarom het perceel van de heer en mevrouw Van Essen niet in het uitwerkingsplan is opgenomen. Raadsinformatiebrief van 10 december 2020. In de raadsinformatiebrief van 10 december 2020 is toegelicht dat de ontwikkelaar en de eigenaar van de woning aan de Korte Bergweg 19 geen overeenstemming hebben bereikt over het verwerven van de woning. Daardoor is het betreffende perceel buiten het plangebied gelaten en is een plan ontwikkeld ‘om het perceel’ heen. Het gevolg hiervan is dat de beoogde ontsluitingsweg ten noorden ligt van het tracé zoals aangeduid op de plankaart van het bestemmingsplan. De commissie meent dat in deze brief op objectieve en correcte wijze is weergegeven wat de stand van zaken op dat moment was. Raadsinformatiebrief van 3 februari 2021 Op 3 februari 2021 informeert u de raad over de voortgang van het uitwerkingsplan Huis ter Heide-zuid. Over de verkeersafwikkeling schrijft u: “… Een laatste punt waarover we u willen informeren is de positie van de bewoners van Korte Bergweg 19, die direct naast het huidige plangebied wonen. Zij zijn niet tot overeenstemming gekomen met de ontwikkelaar over verkoop van hun woning. Hun perceel is daarom geen onderdeel geworden van de huidige plannen.

We hebben met de bewoners en hun adviseur gesproken en het aanbod gedaan om met behulp van een faciliterende rol van de gemeente te onderzoeken of het mogelijk is om alsnog tot overeenstemming over het verkoopproces te komen. Op dit moment zijn we hierover in gesprek om te komen tot een procedureafspraak voor verkoop en hopen we dat beide partijen tot overeenstemming weten te komen. Dan zullen we alsnog hun perceel laten betrekken bij de ontwikkeling van Huis ter Heide-Zuid. …” De informatiebrief geeft naar het oordeel van de commissie op objectieve en correcte wijze weer dat partijen (nog) niet tot overeenstemming zijn gekomen en dat vanuit de gemeente een aanbod is gedaan om tot een onafhankelijke taxatie te komen. Raadsinformatiebrief 19 mei 2021 In uw raadsinformatiebrief van 19 mei 2021 informeert u de raad als volgt: “… In februari van dit jaar hebben wij u geïnformeerd over de voortgang van de plannen in Huis ter Heide (RIB21.026). In deze brief informeerden wij u ook over de positie van de bewoners van Korte Bergweg 19 en

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 10 van 16

ons aanbod om te faciliteren in het verkoopproces richting de ontwikkelaar. Graag informeren wij u kort over de voortgang van dit specifieke punt. Wij hebben de bewoners een voorstel gedaan om middels een onafhankelijke taxatie het verkoopproces tussen partijen te faciliteren. We hebben ons inziens het maximale gedaan om dit te organiseren. Er is een procesvoorstel gemaakt en deze is voorgelegd aan beide partijen. Helaas heeft dit niet tot resultaat geleid. De verkopende partij heeft, ondanks herhaaldelijke verzoeken, niet ingestemd met het aanbod dat we hebben gedaan tot mediation. …” Conclusie De commissie gaat in het vervolg van dit rapport specifiek in op het aanbod om het perceel Korte Bergweg 19 te laten taxeren. Een bevinding hierover is dat het taxatie-aanbod en het bijbehorende procesvoorstel niet voldoen aan het behoorlijkheidscriterium, zoals de commissie hierna zal toelichten. In aansluiting hierop meent de commissie dat de passage waarin gezegd wordt dat “het maximale is gedaan” om het verkoopproces te faciliteren sterk subjectief gekleurd is. Dat geldt ook voor de daaropvolgende zinsnede dat de heer en mevrouw “ondanks herhaalde verzoeken” niet zijn ingegaan op het aanbod tot mediation.

Deze passages wekken sterk de suggestie dat de heer en mevrouw Van Essen in het traject onredelijke eisen hebben gesteld en dat zij de oorzaak zijn van het uitblijven van een koopovereenkomst. De commissie acht dit niet behoorlijk.

3. Voldoet het traject rond het voorstel om tot een onafhankelijke taxatie te komen en het bijbehorende procesvoorstel aan het behoorlijkheidscriterium? Ontwikkelaar RV&O heeft de grondeigenaren binnen het uitwerkingsgebied benaderd over de verkoop van hun grond. RV&O is niet tot overeenstemming gekomen met de heer en mevrouw Van Essen. Tijdens het gesprek op 15 januari 2021 is met de familie en hun adviseur gesproken over een faciliterende rol van de gemeente in het verkoopproces. De commissie heeft overigens geen verslag gezien van dit overleg. De commissie zet eerst een aantal feiten op een rij. Op 21 januari 2021 heeft mevrouw Lock de heer en mevrouw Van Essen en hun adviseur verzocht om uiterlijk maandag 25 januari 2021 aan te geven of medewerking wordt verleend aan het op 15 januari jl. besproken proces. In reactie op deze e-mail geeft de heer Meertens in een e-mail van 21 januari 2021 aan dat hij hierover overleg zal voeren met de heer en mevrouw Van Essen en er daarna op terugkomt. Op 25 januari 2021 heeft de heer Meertens, namens de heer en mevrouw Van Essen, voorgesteld dat op korte termijn wordt overlegd met de potentiële koper, om te komen tot een passende schadeloosstelling of (af)koopsom op basis van de (toekomstige) mogelijkheden ter plaatse.

In een e-mail van 26 januari 2021, gericht aan de heer Meertens, kondigt mevrouw Lock aan dat een kort procesvoorstel zal worden opgesteld, “zodat iedereen met gelijke verwachtingen aan het proces begint.” De heer Meertens reageert hierop in een e-mail van 26 januari 2021, waarbij hij onder meer het volgende opmerkt: “Wat mij betreft hoeft er geen procesvoorstel te komen, het gaat erom dat partijen tot mekaar komen op een fatsoenlijke wijze, waarbij iedereen zijn of haar voordeel heeft, zonder elkaars (financiële) belangen te dwarsbomen.” Ook geeft hij in deze e-mail aan dat voor hem van belang is te weten: • Wat er kan en mag op deze locatie? • Welke consequenties heeft dit voor de waardering? • Hoe dit zich verhoudt met een marktwaarde dan wel eerdere aanbiedingen? • Hoeveel woningen er op deze plek kunnen worden gerealiseerd? Op 12 februari 2021 stuurt mevrouw Lock toch een procesvoorstel toe aan de heer en mevrouw Van Essen en aan de heer Meertens. Het voorstel geeft aan dat het bedoeld is om te komen tot een onafhankelijke taxatie die als basis dient voor de definitieve afweging over de koop/verkoop van de woning Korte Bergweg 19. Procesvoorstel Bij het procesvoorstel gelden de volgende uitgangspunten: o Taxatie op basis van de huidige marktwaarde van de woning. o De taxatie is onafhankelijk en wordt uitgevoerd in opdracht van en betaald door de gemeente.

o Het Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 11 van 16

o

staat partijen vrij om een eigen taxatie te laten uitvoeren, verkoper geeft hieraan medewerking. Instemming om medewerking te verlenen aan deze verkoopprocedure betekent dat partijen zich inzetten om tot overeenstemming te komen.

In het procesvoorstel zijn de volgende processtappen geformuleerd: 1. Akkoord van koper en verkoper op bovenstaande voorwaarden en dit proces. 2. Na akkoord van beide partijen: Gemeente draagt 3 namen voor van partij die de taxatie kan uitvoeren. 3. Koper geeft binnen 2 werkdagen bij de gemeente aan welke van de voorgelegde partijen de voorkeur heeft. Bij geen keuze, is de keuze aan de gemeente. 4. Op basis van de taxatie gaan partijen in overleg over de (ver)koop van de woning. De gemeente is hier geen partij in. 5. Indien partijen besluiten niet tot onderhandeling over te gaan of indien onderhandelingen stranden, bevestigen partijen dit elk bij de gemeente. 6. Het proces loopt automatisch af 3 weken na het beschikbaar komen van de onafhankelijke taxatiewaarde, tenzij partijen overeenstemmen deze te verlengen. Op 5 maart 2021 geeft mevrouw Lock in een e-mail aan dat zij nog geen reactie heeft ontvangen op het voorstel. Op 7 maart 2021 schrijft de heer Meertens in een e-mail aan mevrouw Lock dat eerst duidelijk moet zijn wie de eventuele kopende partij is, en ook dat duidelijk moet zijn wat de plannen met het perceel van de heer en mevrouw Van Essen zijn, omdat in een eerder stadium aan de orde is geweest dat daar 24 appartementen gebouwd zouden kunnen worden.

In een mail van 21 januari 2021 heeft de heer Meertens eerder aangegeven dat volgens zijn inschatting op het perceel Korte Bergweg 24 appartementen kunnen worden gebouwd. De commissie heeft niet kunnen vaststellen dat dit vanuit de gemeente is geopperd of bevestigd. Op 17 maart 2021 schrijft mevrouw Lock dat is getracht snelheid te geven aan het proces om tot een onafhankelijke taxatie te komen, om te voorkomen dat het plan niet meer kan worden aangepast, mocht de ontwikkelaar bereid zijn tot aankoop; de gemeente speelt hierin alleen een faciliterende rol. Op 17 maart 2021 antwoordt de heer Meertens dat hij graag antwoord wil op de nog openstaande vragen. Kennelijk wordt daarmee gedoeld op de vragen die hij gesteld heeft in zijn bovengenoemde e-mails van 26 januari en 7 maart 2021. De heer Brokkaar schrijft op 25 maart 2021 in een e-mail aan de heer en mevrouw Van Essen en de heer Meertens dat de aangeboden taxatie wordt gebaseerd op de huidige marktwaarde. De verkoop van de woning van de heer en mevrouw Van Essen staat los van het besluit van de raad over het uitwerkingsplan. “Dit is het plan waar we mee verder gaan. “ Tot en met 2 april 2021 kunnen de heer en mevrouw Van Essen akkoord gaan met het procesvoorstel. Als dat niet gebeurt gaat de gemeente ervan uit dat zij afzien van dit proces.

Op 26 maart 2021 schrijft de heer Meertens in een e-mailbericht aan wethouder Jansen dat een taxatie alleen zin heeft als duidelijk is • of de Glaxoweg volgens het vigerende bestemmingsplan wordt uitgevoerd, • waarom de heer en mevrouw Van Essen niet in het huidige uitwerkingsplan zijn meegenomen, waarvoor de eigendom van de heer en mevrouw Van Essen moet worden aangekocht welk belang de taxatie dient, als de gemeente geen aankopende partij is. Op 21 april 2021 stelt de heer Meertens in een aan wethouder Jansen gerichte e-mail 24 vragen. Op die vragen gaat de commissie in de volgende paragraaf afzonderlijk in. Over de taxatie vraagt de heer Meertens of kan worden toegelicht waarom de gemeente wel de taxatiekosten wil betalen maar de gemeente verwerving van het perceel uitdrukkelijk uitsluit, en de gemeente een andere partij wil aanzetten om het perceel te kopen. Naar aanleiding hiervan wordt op 29 april 2021 een ontvangstbevestiging verstuurd vanuit het secretariaat van de wethouders, met de mededeling dat een antwoord binnenkort tegemoet kan worden gezien.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 12 van 16

In een brief van 4 mei 2021 biedt uw college de heer en mevrouw Van Essen een laatste kans om van het aanbod, op basis van het procesvoorstel, gebruik te maken. Daarvoor wordt een termijn van 10 dagen geboden. De heer Meertens geeft naar aanleiding hiervan aan dat de brief van 4 mei 2021 een herhaling van zetten is. De commissie heeft de exacte datum van deze e-mail overigens niet kunnen achterhalen, maar aannemelijk is dat deze tussen 15 en 21 mei 2021 is verzonden. De familie Van Essen wil eerst weten of de Glaxoweg nu wel of niet doorgaat en of hun perceel alsnog in het uitwerkingsplan wordt meegenomen, en vooral met welk doel en voornemen. Hij dringt alsnog aan op beantwoording van de door hem gestelde vragen.

Op 21 mei 2021 schrijft wethouder Jansen in een e-mail aan de heer Meertens dat het college concludeert dat de familie Van Essen geen gebruik wil maken van het voorstel. Daarom zal geen verdere actie meer worden ondernomen om tot een vergelijk te komen tussen de familie en de ontwikkelaar. Op 22 mei 2021 schrijft de heer Meertens in een e-mail aan de wethouder dat taxatie alleen zin heeft als duidelijk is wat de nieuwe bestemming wordt van het perceel van de heer en mevrouw Van Essen; de vigerende bestemming biedt immers geen soelaas. Hij vraagt waarom het perceel van de heer en mevrouw Van Essen niet is meegenomen in het ontwerp van het uitwerkingsplan, nu daar logischerwijs 24 appartementen op hadden kunnen worden gebouwd. Hij geeft de wethouder nog tot 1 juni de tijd om alle openstaande vragen te beantwoorden. Op 31 mei 2021 schrijft de heer Meertens in een e-mail aan het college en de wethouder dat één van de randvoorwaarden in het procesvoorstel zou moeten zijn dat tot een schadeloosstelling wordt gekomen die de heer en mevrouw Van Essen de mogelijkheid biedt elders ten minste een gelijkwaardige woning terug te kopen zonder geld bij te leggen. In deze e-mail maakt de heer Meertens melding van zijn voornemen om een klacht in te dienen tegen wethouder Jansen in eerste instantie en in tweede instantie tegen de burgemeester, als “hoeder van integriteit”.

Verder zal hij op korte termijn de raadsleden informeren. In een e-mail van 1 juni 2021 aan de wethouder herhaalt de heer Meertens dat de klacht binnen afzienbare tijd wordt ingediend, tenzij de wethouder alsnog per e-mail reageert. Op 14 juni 2021 is de klacht ontvangen. Tot zover de beschrijving van de feiten. Beoordeling Marktwaarde In het procesvoorstel is als uitgangspunt omschreven dat de taxatie plaatsvindt op basis van de huidige marktwaarde van de woning. De discussie die na de verzending van het procesvoorstel op 12 februari 2021 is ontstaan, spitst zich vooral toe op dit uitgangspunt. De gemachtigde van de familie Van Essen wilde dat eerst duidelijkheid zou worden geboden over de toekomstige invulling van het perceel en meer in het bijzonder over het doel van de taxatie, de partij die het perceel eventueel zou aankopen, de locatie van de Glaxoweg in het uitwerkingsplan, het aantal op het perceel te realiseren woningen e.d. De heer Meertens wilde kortom de toekomstige waarde in de taxatie verdisconteerd zien. Het is de vraag of de gemeente in staat was om op al deze punten de gevraagde duidelijkheid te bieden, mede omdat die beantwoording deels afhankelijk was van de uitkomsten van de onderhandelingen tussen de familie Van Essen en de ontwikkelaar.

Zo kan de commissie zich voorstellen dat een “harde“ uitspraak over het verschuiven van de nu in het ontwerp van het uitwerkingsplan opgenomen locatie voor de Glaxoweg naar de oorspronkelijke indicatieve locatie uit het moederplan niet mogelijk is, zolang er onvoldoende zicht ontstaat op het bereiken van wilsovereenstemming tussen de familie en de ontwikkelaar. Hetzelfde geldt voor toezeggingen over het aantal eventueel op het perceel te projecteren woningen. Hierbij neemt de commissie ook in aanmerking dat het perceel Korte Bergweg 19 moeilijk los kan worden gezien van het aangrenzende perceel Korte Bergweg 17, dat eigendom is van een derde. De woningen 17 en 19 zijn onder één kap aaneen gebouwd. Het is daarom aannemelijk dat beide percelen alleen in combinatie met elkaar kunnen worden ontwikkeld. Gelijkwaardigheid Het bovenstaande laat onverlet dat de gemeente vanuit de rol die zij op zich had genomen, moest waarborgen dat de betrokken partijen op voet van gelijkwaardigheid aan het traject Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 13 van 16

konden deelnemen. De wethouder heeft de interventie van de gemeente aangeduid als mediation. De commissie acht die benaming niet passend, zoals zij hierna nog verder zal toelichten. Een van de voorwaarden voor mediation is gelijkwaardigheid van partijen en die was hier onvoldoende gewaarborgd. Gelijkwaardigheid is volgens de normen van de NO ook een onderdeel van behoorlijk overheidsoptreden.

Dit betekent naar het oordeel van de commissie dat het op de weg van de gemeente lag om aan de familie Van Essen in ieder geval globale informatie te verschaffen over de intenties ten aanzien van het perceel. Op dit punt beschikte de ontwikkelaar volgens de commissie over een bevoorrechte positie, aangezien aannemelijk is dat RV&O over aanzienlijk meer informatie beschikte. Doel taxatie Dat de gemeente niet duidelijk is geweest over het doel van de taxatie blijkt uit een analyse van enkele emails. Op 17 maart 2021 schrijft mevrouw Lock nog dat is getracht snelheid te geven aan het proces om tot een onafhankelijke taxatie te komen, om te voorkomen dat het plan niet meer kan worden aangepast. Dit suggereert dat het toen de bedoeling was het uitwerkingsplan aan te passen als de ontwikkelaar het perceel alsnog zou verwerven. De e-mail van 25 maart 2021 van de heer Brokkaar volgde slechts acht dagen na de e-mail van mevrouw Lock. In die e-mail wordt gemeld dat de verkoop van de woning los staat van het door de raad te nemen besluit over het uitwerkingsplan. Deze mededeling staat volledig haaks op de mail van 17 maart 2021. Tegen deze achtergrond kan de commissie zich voorstellen dat bij de familie Van Essen en haar adviseur onduidelijkheid bestond over het doel van de taxatie en de intenties ten aanzien van het perceel.

Uit correspondentie blijkt ook dat het procesvoorstel in wezen geen voorstel was, maar een voorwaarde die van de zijde van de familie Van Essen geaccepteerd moest worden, alvorens het taxatieproces in gang zou worden gezet. De heer Meertens stelde daar weer allerlei randvoorwaarden tegenover, zoals duidelijke uitspraken over het aantal woningen, de uiteindelijke locatie van de Glaxoweg e.d. Vervolgens hielden beide partijen onwrikbaar vast aan hun standpunten. Mediation Het valt naar het oordeel van de commissie te betreuren dat partijen niet een open dialoog met elkaar hebben gevoerd over de uitgangspunten van de taxatie. In een situatie als deze kan de waardebepaling op verschillende manieren worden benaderd en het was denkbaar geweest om een deskundige te raadplegen over de verschillende denkbare benaderingen. De inzet was niet gericht op een bindende taxatie, zodat partijen ook bij die aanpak nog volledige vrijheid hadden behouden om al dan niet met elkaar tot een koopovereenkomst te komen. Overigens weet de commissie niet of ontwikkelaar RV&O met de hier bedoelde “open dialoog” zou hebben ingestemd. Deze aanpak past wel beter bij de gedachte achter mediation, nl. een open dialoog op grond van gelijkwaardigheid onder begeleiding van een onafhankelijk mediator. Het door de gemeente beoogde proces kan echter niet als mediation worden gekwalificeerd.

Niet alleen omdat de gelijkwaardigheid van partijen onvoldoende was geborgd, maar ook omdat de bemiddeling bij de mediation niet zou plaatsvinden door een onafhankelijk mediator. De onafhankelijkheid is naar het oordeel van de commissie onvoldoende gewaarborgd, wanneer een wethouder in een situatie als deze als bemiddelaar optreedt. De gemeente kan vanuit haar planologische rol en tegen de achtergrond van de financiële afspraken met de ontwikkelaar toch een bepaalde betrokkenheid hebben bij de uitkomst van onderhandelingen. Het beoogde proces kan ook om een andere reden niet als mediation worden gezien. Na acceptatie van het procesvoorstel zou het perceel door een taxateur worden getaxeerd en vervolgens zou het aan partijen zelf zijn om te onderzoeken of zij het op basis daarvan eens konden worden. Het procesvoorstel gaf aan dat de gemeente daarbij nadrukkelijk geen partij was. Het traject voorzag kortom niet in een bemiddelende rol voor de gemeente bij de totstandkoming van wilsovereenstemming.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

pagina 14 van 16

Koper Tot slot merkt de commissie op dat bij de familie Van Essen en haar adviseur ook onduidelijkheid bestond over de vraag wie als koper in beeld was. De commissie snapt niet waarom deze verwarring is ontstaan, nu in e-mails van 21 januari, 12 februari en 17 maart 2021 van mevrouw Lock duidelijk is aangegeven dat het om “de ontwikkelaar” gaat. De commissie heeft geen enkele aanwijzing dat daarmee gedoeld werd op een andere partij dan ontwikkelaar RV&O. Conclusie Al met al is de commissie van mening dat van de zijde van het college onbehoorlijk is gehandeld. Dit vooral omdat is nagelaten voldoende duidelijkheid te bieden ten aanzien van de intenties met betrekking tot het perceel van de familie Van Essen en ten aanzien van de uitgangspunten van de taxatie. Het proces was niet transparant. Daarnaast zijn onvoldoende waarborgen gecreëerd voor een gelijkwaardige behandeling.

4. Is voldoende ingegaan op de vragen die zijn gesteld op 21 april 2021? Op 21 april 2021 legt de heer Meertens een groot aantal vragen voor. De vragen over de taxatie zijn hiervoor al behandeld. De overige vragen hebben betrekking op de ontwikkeling van het uitwerkingsplan en zijn voor een deel al eerder gesteld, bijv. in de brieven van 1 en 7 oktober 2020. Op laatstbedoelde vragen is de commissie hiervoor reeds ingegaan en daarvoor wordt verwezen naar de conclusie bij de behandeling van vraag 1. De meeste vragen in de e-mail van 21 april 2021 waren overigens nieuw. De commissie zet eerst weer de relevante feiten op een rij: Op 29 april 2021 schrijft een medewerker van het bestuurssecretariaat dat het bericht van 21 april 2021 in goede orde is ontvangen, en dat de heer Meertens een antwoord hierop binnenkort tegemoet kan zien. In uw brief van 4 mei 2021 heeft u geschreven dat de heer en mevrouw Van Essen nog één kans hebben om op het procesvoorstel voor taxatie in te gaan. Ook hebt u meegedeeld dat de inhoudelijke bezwaren die op de plannen, zoals verwoord in de zienswijze op het uitwerkingsplan zullen worden beantwoord in de nota van zienswijzen. De heer Meertens geeft naar aanleiding hiervan aan dat de brief van 4 mei 2021 een herhaling van zetten is. Hij dringt alsnog aan op beantwoording van de door hem gestelde vragen.

Zoals de commissie hierboven onder 3 al heeft opgemerkt, heeft zij de exacte datum van deze e-mail niet kunnen achterhalen. Aannemelijk is dat deze tussen 15 en 21 mei 2021 is verzonden. Op 21 mei 2021 schrijft de heer Jansen dat op deze en andere vragen al is ingegaan door medewerkers van de gemeente en dat de reacties op de plannen zoals ingediend als zienswijze, worden beantwoord in de nota van zienswijzen. Op 22 mei schrijft de heer Meertens dat de wethouder niet op zijn vragen ingaat en dat de zienswijzeprocedure niets met onderhavige vragen te maken heeft. Hij geeft de wethouder nog anderhalve week de tijd (tot 1 juni) voordat hij vaststelt dat de heer Jansen en de gemeente onbehoorlijk handelen. Op 31 mei 2021 (om 22.29u) schrijft de heer Meertens dat de vragen nog niet zijn beantwoord. Omdat onder meer hierdoor de rechtspositie van de heer en mevrouw Van Essen wordt benadeeld, heeft hij het voornemen om op zeer korte termijn een klacht in te dienen tegen wethouder Jansen in eerste instantie en in tweede instantie tegen de burgemeester, als "hoeder van integriteit". Op 2 juni 2021 schrijft de heer Meertens dat hij nog één kans biedt om de vragen te beantwoorden maar dat hij zonder tegenbericht binnen afzienbare een klacht zal indienen. Op 14 juni 2021 dienen de heer en mevrouw Van Essen de klacht in.

Beoordeling De commissie meent dat niet alle vragen van de heer Meertens in de zienswijzennota, behorend bij de ontwikkeling van het uitwerkingsplan, beantwoord kunnen worden, zoals u als voornemen hebt toegelicht in uw brief van 4 mei 2021. De commissie heeft niet kunnen vaststellen dat de andere vragen op andere wijze zijn beantwoord, of dat op een andere adequate wijze op de vragen is gereageerd (bijv. door te verwijzen naar al gegeven antwoorden, of uitstel voor de beantwoording te vragen). Hierbij merkt de commissie op dat vragen niet onder alle Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10760040/1