CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB21.102 PenC stukken ODrU

Overige evenementen 1 juni 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven (ter kennisname)35.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

15 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

verlaagd is door bewust de kwaliteitseisen te verlagen en/of taken te schrappen (binnen de wettelijke mogelijkheden). Dit is afhankelijk van de keuzes die gemeenten willen maken. Als derde spoor kunnen binnen de keten besparingen worden gerealiseerd door het beter inrichten en harmoniseren van processen en procedures en het behalen van voordeel uit schaalvergroting ten behoeve van de vijftien aangesloten gemeenten. Diverse trajecten lopen op dit gebied om te komen tot andere samenwerkingsvormen en/of taakverdelingen. Zowel bij de gemeente als bij de ODRU kunnen als gevolg hiervan minder uren benodigd zijn voor hetzelfde resultaat op bestaande taken. Ook kunnen aan de gemeentezijde besparingen realiseerbaar zijn, door taken te beleggen bij de ODRU die wij vanuit schaalvoordelen en uitvoeringsoriëntatie efficiënter kunnen uitvoeren. Daarnaast zullen voor nieuwe taken vanuit bijvoorbeeld de Omgevingswet onnodige kosten zoveel mogelijk worden voorkomen. In het voorjaar van 2021 zou ODRU bekijken of en welke besparingen in de begroting kunnen worden opgenomen (hiertoe is ook een separate notitie ‘voortgangsrapportage kostenbesparing’ opgesteld). Ten aanzien van de inschatting van netto-kostenbesparingen bestaan op dit moment grote onzekerheden voor de jaren 2021 en 2022.

Bijvoorbeeld door de aanbesteding van een nieuw VTHzaaksysteem, de introductie van de Omgevingswet, de Wet Kwaliteitsborging Bouw en de mogelijkheden die de arbeidsmarkt biedt om voldoende vast personeel te werven. Daarom worden mogelijke kostenbesparingen nu nog niet volledig in de begroting verwerkt. Dat past bij het voorzichtige begrotingsbeleid van de ODRU, dat negatieve verassingen wil voorkomen. Een deel van de beoogde besparingen waarvan realisatie aanneembaar wordt geacht, is wel opgenomen in de begroting 2022. Dit betreft een taakstelling op inhuur derden van € 100.000, welke structureel te realiseren valt vanaf 2022 en doorwerkt in de meerjarenbegroting. De efficiencyverbetering van de bedrijfsvoering van de ODRU kan deels door de interne organisatie zelf worden gerealiseerd en deels alleen door én met onze gemeenten, door het maken van slimme keuzes. In samenwerking met de gemeenten is de koers ingezet op meer uniformiteit, standaardisatie en schaalvoordelen. Dat is in 2021 extra belangrijk in verband met de voorbereiding op de Omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt.

Een gemeente (raad en college) kan de efficiency bevorderen door het maken van heldere beleidskeuzes, de sturing op de verhouding DVO/UVP (projecturen en aanvullende uren zijn duurder voor de ODRU), het verlenen van mandaat aan de ODRU en een goede samenwerking door accurate invulling van opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap. Vervolgens mag de gemeente verwachten dat de ODRU doorgaat met het zo efficiënt mogelijk uitvoeren van de opgedragen taken, met behoud van de noodzakelijke kwaliteit. 3.5

Effecten van de Uitvoering Koers op de begroting 2022

Sinds de start van de Uitvoering Koers in 2015 is de bestemmingsreserve benut om de opgerichte programma’s te financieren ten aanzien van de organisatieontwikkeling. Het laatste programma uit de Uitvoering Koers dat in 2021 loopt, is de Omgevingswet. Dit programma komt in 2021 ten einde, waarna de bestemmingsreserve naar verwachting volledig benut is. De Omgevingswet wordt per 2022 verder vormgegeven in de lijn. Het programma heeft derhalve geen effect op de begroting 2022. De ODRU zet de vastgestelde Koers 2019-2022 wel gewoon voort. In het verleden is de organisatieontwikkeling gefinancierd door extra middelen vanuit de gemeenten. Wij willen in staat zijn om uit de reguliere financiering door gemeenten voldoende middelen te generen om de verdere ontwikkeling van de organisatie mogelijk te maken. Door besparingen die de ODRU realiseert (deels) in te zetten om de organisatieontwikkeling mogelijk te maken, is structurele organisatieontwikkeling geborgd, waaruit verdere schaalvoordelen kunnen worden gerealiseerd.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

16 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

4.

Paragrafen

Dit hoofdstuk bevat de verplichte paragrafen volgens het BBV. 4.1

Treasury paragraaf / financiering

In 2017 is het treasurystatuut door het AB vastgesteld. Hierin staat beschreven op welke wijze ODRU inhoud geeft aan treasury en financiering. ODRU beperkt de interne liquiditeitsrisico´s door de treasury activiteiten te baseren op informatie waarmee een korte termijn liquiditeitsprognose opgesteld kan worden. Valutarisico´s zijn bij ODRU uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s. Bij ODRU is er in de liquiditeit sprake van een vast patroon voor wat betreft de inkomsten. Dit heeft te maken met de voorfacturatie per kwartaal. Jaarlijks maken we een liquiditeitsprognose. Deze maakt inzichtelijk wat de verwachte liquiditeitspositie in het jaar zal zijn. Bij ODRU is sprake van een strakke controle op de uitstaande vorderingen. Het betalingsgedrag van de eigenaargemeenten is goed. Dit heeft er mede toe bijgedragen dat de liquiditeitspositie in orde is. 4.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

4.2.1

Weerstandsvermogen

In december 2020 heeft het AB de geactualiseerde notitie Weerstandsvermogen en Risicomanagement vastgesteld. Volgens de gemeentelijke regelgeving dient de omvang van de weerstandscapaciteit gerelateerd te zijn aan de omvang van de risico’s die de organisatie loopt. Met de weerstandscapaciteit kunnen alle voorziene risico’s worden opgevangen zonder dat de exploitatie daarbij in het geding komt. In deze geactualiseerde notitie zijn de risico’s in kaart gebracht en gekwantificeerd op € 672.000. Hierin wordt aangesloten op de methodiek van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR). In deze methodiek wordt gewerkt met waarderingscijfers en bandbreedte in de ratio’s voor het weerstandsvermogen. Conform de systematiek wordt uitgegaan van waarderingscijfer C, wat een weerstandsvermogen betekent met een bandbreedte tussen 1,0 tot 1,4. Het huidige weerstandsvermogen van € 703.000 valt binnen deze bandbreedte met een ratio van 1,1. Jaarlijks worden de risico’s geactualiseerd. Dit kan leiden tot nieuwe inzichten in de omvang van het aan te houden weerstandsvermogen. De jaarlijkse notitie weerstandsvermogen wordt in het najaar opgesteld. 4.2.2 Risicobeheersing In de geactualiseerde notitie Weerstandsvermogen en Risicomanagement heeft ODRU de beheersing van risico’s meer vormgegeven via uit te voeren interne controles.

In december 2020 heeft het DB in dit verband het geactualiseerd (verbijzonderd) intern controleplan ((VB)IC) 2021 vastgesteld. Hierin staan de uit te voeren activiteiten om de getrouwheid en rechtmatigheid van de interne beheersing binnen de ODRU te toetsen en daarmee te waarborgen. Bij de uitwerking van de interne controleactiviteiten krijgen de onderdelen met het grootste risico de meeste aandacht. Hierbij is een risico-inschatting gemaakt op basis van impact en waarschijnlijkheid. Hieronder treft u de uitwerking aan van de in de notitie opgenomen risico’s. De risico’s die in de tabel zijn opgenomen bevatten risico’s die binnen het risicoprofiel van de ODRU vallen en redelijkerwijs kwantificeerbaar zijn. Er is een aantal risico’s dat direct voortvloeit uit de operationele werkzaamheden van de ODRU (a t/m d), de risico’s e t/m g komen voort uit externe ontwikkelingen, zoals corona, marktontwikkeling en economische groei, andere risico’s komen voort uit (vernieuwde) wet- en regelgeving (risico h). De risico’s i en j komen voort uit de ICT-voorzieningen. De risico’s vanuit de vernieuwde wet- en regelgeving en economische ontwikkelingen hebben we per heden waar mogelijk getracht te kwantificeren, echter de onzekerheden hierin zijn groot.

De huidige actuele risico’s uit de notitie Weerstandsvermogen en Risicomanagement zijn in tabel 6 weergegeven inclusief de kwantificering van deze risico’s. Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

17 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Risico Risico's a. Hoger ziekteverzuim dan de norm

Beheersingsmaatregel Sturing op het verzuimbeleid

Strategisch personeelsbeleid, regeling b. Personele frictiekosten 'generatiepact' en mobiliteitsbevordering en loopbaanbegeleiding Protocol en instructie om contact te c. Risico op claim asbestslachtoffers vermijden Het effect van loon of prijs stijging/daling d. Berekeningsmethodiek uurtarief opnemen in de begrotingswijziging en uitgaan (loon- en prijsindexatie) van reële kostenstijging Strategisch personeelsbeleid, Young e. Onderbezetting op formatieplan professional programma, stagebeleid Tijdige communicatie en afspraken met de f. Conjunctuurgevoeligheid klant maken g. Stop op buitenwerkzaamheden Werkzaamheden mogelijk maken in als gevolg van corona aangepaste vorm Strategisch personeelsbeleid, rekening h. Verandering van wettelijke houden met ruimere flexibele schil bij milieunormen gevoelige taakgebieden Strategisch ICT-plan opgesteld en functies i. Informatiebeveiliging / privacy geformaliseerd voor informatiebeveiliging Actief werken aan implementatie beveiligingsmaatregelen j. Beveiliging IT-omgeving Periodiek uitvoeren van risico-inventarisaties conform Baseline Informatiebeveiliging Overheid De uitvoering van de Omgevingswet brengt gegarandeerd risico’s met zich mee, die in dit k. Uitvoering omgevingswet stadium nog niet te kwantificeren zijn. Beheersingsmaatregel is de investering in de implementatie.

Met de inwerkingtreding van de Wet Kwaliteitsborging Bouwen in 2022 is nog niet l. Wet Kwaliteitsborging Bouw duidelijk welke risico's dit met zich meebrengt. Zowel de implementatie, alsook de uitvoering. Totaal restrisico

I/S*

x€ 1.000

Kans %

Restrisico x € 1.000

S

200

50%

100

S

165

75%

124

I

240

10%

24

S

170

25%

43

I

300

25%

75

I

300

50%

150

I

190

25%

48

S

150

10%

15

S

600

10%

60

S

327

10%

33

I

Pm

Pm

Pm

I

Pm

Pm

Pm

672

* I = INCIDENTEEL / S = STRUCTUREEL ** DEZE RISICO’S ZIJN IN NAJAAR 2020 BEPAALD

TABEL 6: OVERZICHT RISICO’S

4.2.3

Financiële Kengetallen

Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de resultatenrekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de ODRU. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de ODRU beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. De kengetallen bedoelt in artikel 11, tweede lid, onderdeel d uit het BBV, zijn in de onderstaande tabel berekend en toegelicht en zijn afgeleid

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

18 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

uit de geprognosticeerde balans over meerdere jaren (zie hoofdstuk 7). Zie voor een nadere toelichting ook bijlage 5. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

TABEL 7: FINANCIËLE KENGETALLEN

•

Realisatie 2020

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2021 2022 2023 2024 2025

-6,28%

-1,90%

-1,08%

-0,66%

-0,04%

0,71%

-6,28% 12,83% n.v.t. -0,53% n.v.t.

-1,90% 7,99% n.v.t. 0,37% n.v.t.

-1,08% 8,14% n.v.t. 0,49% n.v.t.

-0,66% 8,17% n.v.t. 0,49% n.v.t.

-0,04% 8,19% n.v.t. 0,49% n.v.t.

0,71% 8,20% n.v.t. 0,49% n.v.t.

Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODRU ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Zoals uit de tabel is af te lezen is de quote licht negatief in 2022, en zal deze licht positief zijn vanaf 2024. Dit houdt in dat het saldo van de kortlopende schulden iets lager is dan de financiële activa. De verklaring hiervoor is dat een aanzienlijk deel aan overlopende passiva bestaat uit ontvangen voorschotbedragen en de huurkorting.

4.3

•

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De ODRU heeft geen verstrekte leningen, waardoor het kengetal niet afwijkt van het eerste kengetal, de netto schuldquote.

•

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de ODRU in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid van De ODRU. De solvabiliteit zal in 2021 afnemen ten opzichte van 2020, als gevolg van de volledige uitputting van de huidige bestemmingsreserves, waarna de ratio richting 2025 minimaal stijgt.

•

Grondexploitatie De ODRU exploiteert geen grond, waardoor dit kengetal niet van toepassing is.

•

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Het percentage blijft de komende jaren ongeveer stabiel, hetgeen betekent dat ook in komende jaren structurele lasten met structurele baten worden opgevangen.

•

Belastingcapaciteit Dit kengetal is niet van toepassing voor de ODRU, omdat ze zelf geen belastingen int. Bedrijfsvoering & personeel

Het Bedrijfsbureau en Staf leveren de ondersteuning die nodig is voor de realisatie van de doelstellingen van de organisatie die ten dienste staan van een optimale de dienstverlening door de ODRU aan de eigenaar gemeenten. Dit gebeurt op het onderdeel ICT en processen, maar ook op personeel, huisvesting, facilitair en inkoop. Hierna worden deze afzonderlijk toegelicht.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

19 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

4.3.1 ICT en processen We brengen de informatievoorziening en processen op het hogere professionele plan dat past bij de toegenomen omvang van de organisatie en waarmee we voorbereid zijn op de Omgevingswet. Hiervoor is een plan opgesteld voor de periode 2019 – 2022. In deze periode ligt het accent op het op orde krijgen van de basis van onze ICT en meer en beter gebruiken van informatie, afkomstig uit de kernapplicaties. Dit levert immers meer en beter inzicht in de prestaties van de ODRU. Hiermee versterken we onze positie als kenniscentrum en leggen we een belangrijke basis voor de ontwikkeling van kengetallen en (Kritische) Prestatie Indicatoren. ICT is een steeds belangrijker factor bij het leveren van diensten door de ODRU. Op de korte termijn zit dit vooral in een uniforme werkwijze die zoveel mogelijk wordt ondersteund door goede ICT-middelen. De invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2022 brengt extra eisen met zich mee zoals het zoveel mogelijk automatiseren van het aanvraagproces van vergunningen. Daarnaast is het hebben van kwalitatief goede informatie een belangrijke voorwaarde voor het uitvoeren van toezicht. Binnen het Thema ICT en digitalisering worden in 2022 de volgende programma’s uitgevoerd: •

Digitalisering van documentenstromen Digitaal ontvangen, versturen, archiveren en vernietigen van alle documenten. Volledig transparant maken waar stukken te vinden zijn en documenten snel toegankelijk maken.

•

Processen / continu verbeteren De ODRU als lerende organisatie, waarbij iedereen continu aandacht heeft voor het verder optimaliseren van processen. Uitgangspunt hierbij is dat we een eenduidig procesmodel hebben met zo min mogelijk afwijkingen voor de individuele gemeenten en de interne afdelingen. Ons in 2021 aanbesteed VTH/Zaaksysteem vormt de basis voor onze primaire processen.

•

Geografische informatie Alle informatie binnen de ODRU is geografisch te relateren. Dit maakt het mogelijk om alle informatie ook via een geografische applicatie te benaderen en eventueel te muteren. We gaan ons GEO-platform verder ontwikkelen zodat deze een centrale rol heeft in het eenvoudig toegankelijk maken van onze informatie voor gemeenten, ketenpartners en burgers om het gelijk speelveld voor burgers en bedrijven en de overheid te realiseren.

•

Business Intelligence en datakwaliteit Naast geografische informatie is onze data van belang voor het sturen van de processen in de eigen organisatie. Denk hierbij aan KPI’s voor vergunningverlening, maar ook aan informatie gestuurd toezicht.

4.3.2

Inkoop, huisvesting en facilitair

In 2022 vindt er mogelijk een verhuizing plaats binnen het Provinciehuis vanwege renovatie en herindeling door de verhuurder. De consequenties hiervan zullen in de loop van 2021 duidelijk worden. 4.3.3

Personeel

Hoewel bij de ODRU sinds enkele jaren gewerkt wordt met strategische personeelsplanning zal in de komende periode het gebruik van dit instrument geïntensiveerd worden. Daarnaast zal verder diepgang worden gegeven aan het spanningsveld tussen openstaande vacatures en het vinden van vakspecialistische medewerkers. Voor de vakspecialistische vacatures wordt al gebruik gemaakt van een wervingsbureau. Daarnaast is in 2020 een themagroep Vinden Boeien en Binden ingesteld. Het doel van deze themagroep is o.a. om de instroom van nieuw (gekwalificeerd) personeel te bevorderen en te behouden. Hierbij komen o.a. de

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

20 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

volgende deelthema’s aan bod: arbeidscommunicatie (gericht op werving en selectie); introductie nieuw personeel; inzetten stagiaires; begeleiden van mentoren t.b.v. het inwerken van nieuw personeel. Strategische personeelsplanning dient om de personen met de juiste kwaliteiten, kosten en flexibiliteit op de juiste momenten aanwezig te hebben op de juiste plaats in de organisatie. In 2021 wordt ten aanzien van dit sturingsinstrument een actualiseringsslag gedaan. Dit is nodig om te sturen op het behalen van de strategische doelen en uitvoering van de koers ODRU 2019-2022. De te behalen doelen zijn uitgewerkt en uitgedrukt in streefwaarden (Kritische Prestatie Indicatoren KPI). Sinds 2017 wordt er gewerkt met deze streefcijfers (KPI’s) die ook in 2022 zullen worden nagestreefd. In de komende twee jaar zal de aandacht van het personeelsbeleid met name worden gericht op het invullen van een 100% formatie. In onderstaande tabel wordt een overzicht van de KPI’s weergegeven. KPI

KPI + streefwaarde

1. 2. 3. 4. 5.

Bezettingsgraad t.o.v. formatie Doorstroming naar andere functie Generatie index conform landelijk gemiddelde Aantal YP in dienst < 30 jaar Aantal medewerkers dat een opleiding/cursus heeft gevolgd

TABEL 8: KENGETALLEN STRATEGISCHE PERSONEELSPLANNING

Streefwaarde 100% 7,5% 1,1 2à3 70-75%

Resultaat 2019 86% 6,2% 1,90 7 100%

Resultaat 2020 87% 2,0% 1,6 5 65%

Hoewel er sprake is van een spanningsveld tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en daarnaast vakspecialistische vacatures moeilijk vervulbaar zijn, worden de komende periode de volgende acties ondernomen om er zorg voor te dragen dat de bezettingsgraad wordt verhoogd. Voor de vakspecialistische vacatures wordt al gebruik gemaakt van een wervingsbureau. Tijdens een wervingscampagne wordt zowel de vakspecialistische vacatures alsmede de ODRU-organisatie door middel van een korte film gepromoot. Daarnaast wordt tijdens een wervingscampagne doelgericht gezocht naar geschikte en potentiële kandidaten. Ook zal in 2020 opnieuw het project Young Professionals worden opgestart, dat ertoe moet leiden dat wederom jongeren instromen op vacatures, zoals dat ook in 2017 heeft plaatsgevonden. Met betrekking tot stagiaires zal in plaats van het aanbod gericht werken (bij ontvangst van een stageverzoek wordt de mogelijkheid voor een stageplaats bekeken), meer vraaggericht worden gewerkt (het investeren in stageplaatsen en het zoeken daarvoor naar geschikte stagiaires). Het doel hierbij is dat studenten na voltooiing van hun opleiding mogelijk kunnen instromen binnen de ODRU-organisatie. Hiervoor wordt in 2020 beleid ontwikkeld. Daarnaast zal in het kader van arbeidsmarktcommunicatie in 2021 een plan van aanpak worden opgesteld en uitgevoerd.

Dit moet ertoe leiden dat door planmatige integratie en inzet van verschillende communicatiedisciplines de communicatie wordt beheerst en bestuurd. Dit gebeurt met potentieel personeel en met die personen en instellingen die voor de ODRU-organisatie van belang zijn voor het aantrekken daarvan. De personele formatie daalt in 2022 van 148,95 fte naar 146,55 fte. Dit wordt veroorzaakt door het beëindigen van het langdurig handhavingscontract van de gemeente De Bilt. Het percentage formatieve overhead wijkt in 2022 nauwelijks af van de situatie in 2021 (zie tabel 9). Als gevolg van mogelijke DVO-verlagingen, de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouw zal naar verwachting een nieuwe situatie ontstaan. Wanneer hier meer duidelijkheid over is, zal dit worden verwerkt in een begrotingswijziging.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

21 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Onderdeel

Aantal fte begroting 2021

Aantal fte bijgestelde begr. 2021

%

Aantal fte begroting 2022

%

%

Productie

115,97

79%

116,59

78%

114,59

78%

Overhead

31,71

21%

32,36

22%

31,96

22%

Totaal

147,68

100%

148,95

100%

146,55

100%

TABEL 9: FTE VERHOUDING PRODUCTIE & OVERHEAD

•

Flexibilisering De ODRU streeft ernaar om een flexibele organisatie met beperkte financiële risico’s te zijn voor de eigenaar gemeenten. De personeelsplanning dient goed aan te sluiten op de DVO’s, die met de eigenaar gemeenten zijn afgesloten. Deze bepalen de financiële ruimte van de ODRU; zorgvuldige personeelsplanning en realisatie van de planning is van het grootste belang om aan de overeengekomen verplichtingen te voldoen. De DVO’s vertalen zich in Uitvoeringsprogramma’s (UVP). Daarmee zijn zowel de financiële ruimte, als de verplichting ten aanzien van de te leveren diensten op voorhand bekend. Hierbij maakt ODRU zelf keuzes over de inrichting van de organisatie en de verdeling van de beschikbare formatieruimte. Hierbij wordt de begroting opgesteld op basis van de vaste contracten en zoals hierboven aangegeven is daar de formatie op afgestemd. In de praktijk is de formatie nooit volledig ingevuld en wordt het vrijkomende budget toegevoegd aan het inhuurbudget.

•

Ontwikkeling Als kennisintensieve hoogwaardige uitvoeringsorganisatie is kwaliteit van de medewerkers een eerste, minimale vereiste voor een kwalitatieve uitvoering van de dienstverlening. Voor een deel worden deze vereisten opgelegd (kwaliteitscriteria 2.1), voor een deel is dit een zelf gestelde ambitie van de organisatie. De basis voor kwaliteit is het beschikken over de juiste vakkennis. Kennis als vereiste dus, maar dat is nog niet voldoende. Goede inzet van kennis is pas mogelijk als de medewerkers ook beschikken over de benodigde competenties. Enerzijds betreft dat ervaring en vaardigheden, anderzijds houding en gedrag. Met name zal dit de komende jaren gericht zijn op de Omgevingswet. De Omgevingswet betekent een andere manier van werken wat inhoudt andere kennis en vaardigheden vereist wordt voor de functie. Dit geldt ook voor de wet Kwaliteitsborging Bouwen. Alle medewerkers dienen minimaal te voldoen aan de kennisvereisten voor hun eigen functie. Voor medewerkers met groeipotentieel is gerichte investering in (persoonlijke) ontwikkeling mogelijk, mits passend binnen het budget. De aandacht voor kennisontwikkeling blijkt ook uit tabel 8 over het aantal medewerkers dat een opleiding volgt en uit de benutting van het budget over 2020. Deze ingezette lijn zal de komende jaren worden vastgehouden en blijft belangrijk.

•

Productiviteit Bij de berekening van het aantal productieve uren is uitgegaan van 1.360 uur per productieve fte. Het uitgangspunt binnen de organisatie is dat de formatieve overhead en bezetting onder de 25% blijft. Van de overhead levert 6,75 fte van de formatieve overhead een bijdrage aan de uitvoering. Voor wat betreft de interne uren wordt per medewerker onderscheid gemaakt in individuele en collectieve uren. De individuele uren per afdeling kan het afdelingshoofd bestemmen voor bijvoorbeeld werkoverleg, opleiding, etc. De collectieve interne uren kunnen worden ingezet voor organisatie-brede projecten (bijvoorbeeld IT-project, organisatieontwikkeling). Afstemming over de besteding van de interne uren vindt plaats met het afdelingshoofd.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

22 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Berekening productieve uren

Uren

Beschikbaar (36 uur x 52 weken)

1.872

Af: verlof

-166

Af: ziek (beschikbare uren - verlof x 5%)

-86

Af: feestdagen Beschikbaar

-60 1.560

Af: intern basis (individueel)

-75

Af: intern (collectief)

-125

Productieve uren

1.360

TABEL 10: BEREKENING PRODUCTIEVE UREN

•

4.3.4

Arbeidsverzuim In de begroting is rekening gehouden met een arbeidsverzuim van 5%. Het ingezette beleid om het verzuim onder controle te brengen en te houden en waar mogelijk te reduceren zal in 2022 verder worden voortgezet. Duurzaamheid

Een belangrijk thema voor de organisatie is de aandacht voor duurzaamheid. De ODRU vervult hierin een voorbeeldfunctie. Op het provinciehuis wordt zoveel mogelijk papierloos gewerkt en vervoer wordt uitgevoerd met elektrische of hybride auto’s. Voor de korte afstanden wordt gebruik gemaakt van de (dienst)fiets of elektrische scooter. Op de nevenlocaties is ook veel aandacht voor duurzaamheid. Dit is zeker zo belangrijk, omdat daar ook veel bezoekers komen die veel leren over duurzaamheid en de natuur. In 2021 is een project opgestart om de duurzaamheid van onze eigen bedrijfsvoering nog beter te borgen, zodat in 2022 alle inkoop voldoet aan MVI criteria. 4.4

Overige Paragrafen

De overige verplichte paragrafen zoals verbonden partijen, lokale heffingen en grondbeleid zijn niet van toepassing op de ODRU. Voor onze eigenaar gemeenten hebben we in bijlage 6 een overzicht opgesteld met de belangrijkste kengetallen die overgenomen kunnen worden in de paragraaf verbonden partijen.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

23 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

5.

begroting 2022, meerjarenbegroting 2023 – 2025

5.1

Overzicht van de baten en lasten 2021

Vanuit de voorschriften van het BBV onderkennen wij vier taakvelden waarin we de baten en lasten kunnen verdelen. Dit zijn: • Volksgezondheid & Milieu (V&M); hieronder vallen alle taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en de adviestaken. • Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing (VHROSV); hieronder vallen alle bouwtaken en advisering op het gebied van RO. • Onderwijs; hieronder vallen de taken op het gebied van Natuur- en Milieu Educatie (NDC). • Overhead; hieronder vallen de werkzaamheden en lasten m.b.t. de overhead en de kosten voor het programma Omgevingswet. Overzicht van Baten en Lasten 2022

Baten

Lasten

Saldo

11.630.000 2.845.000

7.496.000 1.677.500

4.134.000 1.167.500

724.000

630.000

94.000

Overhead

-

5.385.500

-5.385.500

Algemene dekkingsmiddelen

-

-

-

Onvoorzien

-

5.000

-5.000

15.199.000

15.194.000

5.000

(per programma in euro's)

Milieu taken (V&M) Bouwen en RO (VHROSV) Natuur- en Milieu Educatie (Onderwijs)

Geraamd saldo van baten en lasten Geraamd resultaat

5.000

TABEL 11: OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 2022 PER PROGRAMMA

5.2

Toelichting op overzicht van baten en lasten

Uit het onderstaande overzicht, conform de eisen uit het BBV, van baten en lasten komt naar voren dat ruim 49% van de kosten, ofwel circa € 7,6 miljoen van de totale kosten, direct wordt besteed aan de uitvoering van taken van op het gebied van Volksgezondheid en Milieu. Dit betreft voornamelijk vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast wordt bijna € 1,7 miljoen besteed aan VHROSV voor de ODRU. Dit om bouwtaken voor de gemeenten IJsselstein, Montfoort en De Ronde Venen mogelijk te maken. Tot slot wordt er ook nog voor een bedrag van € 635.000 besteed aan onderwijstaken. Voor de ODRU gaat het om taken die we uitvoeren in het kader van Natuur- en Milieu Educatie. Onder de overhead vallen niet alleen de personele kosten van overhead maar ook van ICT, huisvesting en anderen kosten zoals beschreven in de notitie overhead conform het BBV. Lasten (in euro's)

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begrotings wijziging 2021

Bijgestelde Begroting 2021

Directe personeelskosten

9.738.182 11.894.500

Inhuur derden

5.869.508

40.000

3.570.000

3.610.000

-

Indirecte personele lasten

708.051

736.500

67.000

803.500

668.500

Bestuurskosten

272.417

91.000

-

91.000

86.000

Algemene kosten

1.100.380

1.250.000

289.500

1.539.500

1.298.500

Huisvestingskosten

605.106

670.000

-50.000

620.000

640.000

Kapitaallasten

222.711

361.000

-140.000

221.000

341.000

Diversen

135.661

5.000

-

5.000

5.000

Inhuurtaakstelling

-

-

-

-

-100.000

Totaal structurele lasten

18.652.016 15.048.000

4.168.000

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

431.500

Begroting 2022

12.326.000 12.255.000

19.216.000 15.194.000

24 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Begrotings wijziging 2021

Bijgestelde Begroting 2021

Realisatie 2020

Begroting 2021

45.682

105.000

-

Baten eigenaar gemeenten UVP

17.389.300 14.988.500

3.251.500

Baten aanvullende opdrachten

1.302.538

-

760.000

760.000

-

Overige goederen en diensten

35.324

110.000

-

110.000

110.000

245

1.000

-

1.000

1.000

4.692

-

-

-

-

Diversen

-

-

-

-

-

Inhuurtaakstelling

-

-

-

-

-100.000

Totaal structurele baten

18.777.780 15.204.500

4.011.500

19.216.000 15.199.000

-156.500

0

Baten (in euro's)

Directe personele baten

Huisvestingsbaten Kapitaalbaten

Saldo van structurele baten en lasten

125.764

156.500

TABEL 12: OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN 2022 NAAR PROGRAMMA EN KOSTENSOORT

5.2.1

Begroting 2022

105.000

105.000

18.240.000 15.083.000

5.000

Lasten

5.2.1.1 Directe personeelskosten De kosten bestaan uit salaris- en sociale lasten vast personeel en bedragen ruim € 12 miljoen. Bij de berekening van deze lasten is uitgegaan van de gewijzigde formatie in 2021 na de begrotingswijziging van 2021, en het wegvallen van het handhavingscontract De Bilt te weten 2,4 fte. Verder zijn in lijn met eerdere jaren de eindschaal niveaus voor 2021 inclusief cao-wijzigingen aangehouden. Reden om te kiezen voor de eindschaal niveaus is dat circa 80% van de medewerkers is ingeschaald op eindschaal niveau. De resterende ruimte wordt vanuit het voorzichtigheidsprincipe aangehouden voor de opvang van overuren, consignatietoeslag, piketdienst en verkoop van verlof ed. In 2022 houden we rekening met een stijging van cao en sociale lasten met 2,0%. Voor nadere gegevens: zie bijlage 1 formatieoverzicht. De salarislasten voor de overhead komen uit op ruim 2,85 miljoen (23%) en blijven daarmee onder de norm van 25%. 5.2.1.2 Inhuur derden Hieronder vallen de inhuurkosten van medewerkers en uitbesteden van werk aan derden. De hoogte voor het inhuurbudget bij de uitvoerende taken is nul, immers de vaste formatie is nauwkeurig afgestemd op de DVO’s. Bij de vaststelling van de UVP’s over 2022 kan de verhoging ervan aan de orde zijn. Bijstelling van het budget dient te gebeuren via een begrotingswijziging.

5.2.1.3 Indirecte personeelskosten Indirecte personeelskosten bestaan uit: opleidingskosten, reiskosten woon- en werkverkeer, verzekering personeel, personeelsadministratie, OR kosten en overige kosten. Voor 2022 bedragen deze ongeveer € 668.500. Een aantal kosten heeft betrekking op zowel de uitvoerende taken als op de overhead. Het gaat hierbij onder andere om de kosten voor opleiding en reiskosten. Met het oog op lage reiskostenvergoedingen na corona, is deze post lager ingeschat. Hierbij is rekening gehouden met mogelijke nieuwe onkostenvergoedingen die worden genoemd in de huidige CAO-onderhandelingen. Er is ook een aantal kosten dat alleen betrekking heeft op de overhead zoals: personele administratie, Arbokosten, leaseauto’s, verzekering personeel en kosten OR.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

25 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

5.2.1.4 Bestuurskosten Het budget voor bestuurskosten in 2022 komt uit op € 86.000. Dit omvat accountantskosten, externe advieskosten en overige bestuurskosten. 5.2.1.5 Algemene kosten Onder deze post zijn onder andere de kantoorartikelen, telefonie-, inkoop-, porto- en ICT-kosten verantwoord. Het beschikbare budget bedraagt € 1.298.500. 5.2.1.6 Huisvestingskosten Voor de kosten van huisvesting is in totaal € 640.000 gebudgetteerd. Een deel van de kosten is direct toe te rekenen aan de NDC-locaties. De meeste kosten staan opgenomen als overheadkosten. 5.2.1.7 Kapitaallasten De kapitaallasten zijn naar raming € 341.000 in 2022. Het bedrag is met € 20.000 naar beneden bijgesteld ten opzichte 2021. De laatste jaren is er een tendens dat software bij de leverancier wordt geplaatst. Dit heeft tot gevolg dat er minder hoeft te worden geïnvesteerd in hardware (storage, opslag en servers). Hierdoor zijn de kapitaallasten niet evenredig meegestegen na de contractuitbreidingen per 2019 en later. De licentiekosten nemen als gevolg hiervan wel toe. Deze zijn opgenomen als onderdeel van de algemene kosten. Conform de gehanteerde uitgangspunten blijven de investeringen binnen de 3% van de kosten. Een staat van activa is opgenomen in bijlage 3. Bij het taakveld onderwijs is een bedrag opgenomen van € 5.000,- en dit betreft de afschrijving van een verbouwing van de NDC-locatie ‘De Boswerf’.

5.2.1.8 Diversen Conform de voorschriften vanuit de BBV is voor de post onvoorzien in 2022 een bedrag opgenomen van € 5.000. 5.2.1.9 Inhuurtaakstelling Het bestuur neemt een taakstelling op in de begroting om vanaf 2022 € 100.000 te besparen op inhuurkosten. De besparing is te realiseren door waar mogelijk vast personeel in dienst te nemen, in plaats van inhuur. Inhuur wordt conform de begrotingssystematiek pas opgenomen in de bijgestelde begroting na vaststelling van de Uitvoeringsprogramma’s (UVP’s) voor 2022. De taakstelling is daarom nu opgenomen als stelpost, welke in mindering wordt gebracht op inhuur derden bij de begrotingswijziging die zal worden opgesteld naar aanleiding van de vastgestelde UVP’s. 5.2.2

Baten

5.2.2.1 Directe personele baten De post directe baten is in 2022 geraamd op € 105.000. Deze raming is gebaseerd op ervaringen uit vorige jaren en betreft voornamelijk ziektewetuitkeringen en doorbelasting van interne personele kosten. 5.2.2.2 Gemeentelijke bijdragen eigenaar gemeenten Bij de berekening van de gemeentelijke bijdragen, die in totaal ruim € 15 miljoen omvatten, is uitgegaan van 155.895 contracturen. Dit zijn de DVO-uren, plus de meerjarige gecontracteerde uren. De gegarandeerde en tijdelijke uren worden gefactureerd tegen het uurtarief van € 96,75. Bijlage 4 bevat de raming van 155.895 uur, die is verdeeld over de eigenaar gemeenten conform de contracten. Het totaalaantal uren van de eigenaar gemeenten voor het jaar 2022 en volgende jaren is inzichtelijk gemaakt in tabel 13.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

26 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Uur type / jaar

2021*

2022

2023

2024

2025

DVO uren (G + T)

165.000

155.895

155.895

155.895

155.895

Projectbudget uren (P) en balansuren (B)

27.000

-

-

-

-

Totaal gemeenten

192.000

155.895

155.895

155.895

155.895

Aanvullende uren

8.000

-

-

-

-

200.000

155.895

155.895

155.895

155.895

Totaal

TABEL 13: OVERZICHT MEERJARIGE CONTRACTUREN * AANTAL UREN IN 2022 IS OP BASIS VAN DE BIJGESTELDE BEGROTING 2021 200.000 190.000 180.000 170.000 160.000 150.000 140.000 130.000 2020 DVO uren (G + T)

2021 Projectbudget uren (P)

2022 Balansuren (B)

2023

2024

Aanvullende uren (A)

FIGUUR 5: AANTAL UUR PER CONTRACTTYPE

5.2.2.3 Projecturen en aanvullende opdrachten In 2022 zijn er geen aanvullende uren begroot. 5.2.2.4 Overige goederen en diensten Voor deze niet uren gerelateerde opbrengsten is in 2022 € 110.000 geraamd. Voor Volkshuisvesting en Milieu gaat het voornamelijk om overige projectinkomsten en voor onderwijs gaat het om inkomsten vanuit de diverse NDC-locaties. 5.2.2.5 Huisvestingsbaten Dit betreft verhuur van de NDC-locatie ‘De Boswerf’. 5.2.2.6 Inhuurtaakstelling De beoogde besparing zal bij realisatie leiden tot een korting voor gemeenten, die wordt verwerkt in de eindafrekeningen 2022 conform een verdeling op basis van de hoogte van de DVO’s per 1 januari 2022. Er volgt geen aanpassing op het reeds vastgestelde uurtarief. 5.3

Toelichting op de financiële positie

Investeringen & ontwikkelingen Investering vinden met name plaats voor ICT en Facilitaire voorzieningen. Al geruime tijd is binnen ICT een ontwikkeling gaande van het zelf aanschaffen van software en centrale hardware naar het afnemen van applicatiesoftware als een service (SAAS). Deze ontwikkeling beïnvloed de investeringsbehoefte. Voor begin 2022 is gepland om de huidige decentrale hardware (laptops en telefoons) van alle medewerkers te vervangen. Hiermee is een bedrag gemoeid van ruim EUR 200.000. Verder lopen er projecten waarin veranderingen in de infrastructuur worden doorgevoerd. Hiervoor kan een beperkte investeringsvraag nodig zijn.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

27 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

In 2022 bestaat er tevens de mogelijkheid van een noodzakelijke verhuizing binnen het Provinciehuis, door een voorgenomen renovatie en herindeling door de verhuurder. Hiervoor kan nog geen inschatting worden gemaakt voor de kosten. Bijlage 3 gaat over de vaste activa en investeringen. Omdat exacte investeringsbedragen per onderdeel nog niet bekend zijn, is een stelpost opgenomen. Deze is vastgesteld op basis van ervaringscijfers en de bovengenoemde ICT vervanging. Wanneer door groei van de organisatie of de eerdergenoemde verhuizing aanvullende investeringen nodig zijn, zal dit worden geformaliseerd via een begrotingswijziging. 5.4

Meerjarenbegroting 2023-2025

De meerjarenbegroting 2023 – 2025 sluit de komende jaren steeds met een positief saldo. In 2022 wordt er een resultaat verwacht van € 5.000,-. In de meerjarenbegroting 2023-2025 blijft het geraamde resultaat gelijk met € 5.000. Volgens het huidige inzicht waarover zekerheid bestaat, zullen de komende jaren de kosten en baten ongeveer gelijk blijven. Deze zijn dan ook ongewijzigd opgenomen in de meerjarenbegroting. De meerjarenbegroting laat elk jaar een positief geraamd resultaat zien. Dit geeft de solide en betrouwbare financiële sturing van de ODRU weer. Lasten (in euro's)

Bijgestelde Begr. 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Directe personeelskosten

12.326.000 12.255.000 12.255.000 12.255.000 12.255.000

Inhuur derden

3.610.000

-

-

-

-

803.500

668.500

668.500

668.500

668.500

Indirecte personele lasten Bestuurskosten

91.000

86.000

86.000

86.000

86.000

Algemene kosten

1.539.500

1.298.500

1.298.500

1.298.500

1.298.500

Huisvestingskosten

620.000

640.000

640.000

640.000

640.000

Kapitaallasten

221.000

341.000

341.000

341.000

341.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

-

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

Diversen Inhuurtaakstelling Totaal lasten

19.216.000 15.194.000 15.194.000 15.194.000 15.194.000

(in euro's)

Bijgestelde Begr. 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Directe personele baten

105.000

105.000

105.000

105.000

105.000

Baten

Baten eigenaar gemeenten UVP

18.240.000 15.083.000 15.083.000 15.083.000 15.083.000

Baten aanvullende opdrachten

760.000

-

-

-

-

Overige goederen en diensten

110.000

110.000

110.000

110.000

110.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Kapitaalbaten

-

-

-

-

-

Diversen

-

-

-

-

-

Inhuurtaakstelling

-

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

Huisvestingsbaten

Totaal baten Saldo van baten en lasten

19.216.000 15.199.000 15.199.000 15.199.000 15.199.000 -

5.000

5.000

5.000

5.000

Vervolg tabel op volgende pagina

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

28 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Incidentele lasten Uitvoering Koers

314.607

-

-

-

-

Incidentele baten Uitvoering Koers

-

-

-

-

-

Incidenteel saldo van baten en lasten

-314.607

-

-

-

-

Geraamd totaal saldo van baten en lasten

-314.607

5.000

5.000

5.000

5.000

Toevoeging aan reserve Uitvoering Koers

-

-

-

-

-

Onttrekking uit reserve Uitvoering Koers

314.607

-

-

-

-

-

5.000

5.000

5.000

5.000

Geraamd gerealiseerd resultaat TABEL 14: MEERJARENBEGROTING 2023-2025

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

29 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

6.

Omgevingswet

6.1

Uitvoering geven aan de Omgevingswet

Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Het programma Omgevingswet van de ODRU is erop gericht dat de gemeenten en de ODRU per die datum voldoende voorbereid zijn om de Wet uit te voeren. Het programma Omgevingswet van de ODRU loopt in 2021 af. Verdere ontwikkeling die na 1 januari 2022 nodig is, moet vorm krijgen vanuit de lijnorganisatie. Want de inwerkingtreding van de Omgevingswet is weliswaar een belangrijk richtpunt, maar dient ook te worden gezien in een breder perspectief van de transitie die tot en met 2029 plaatsvindt met betrekking tot de bescherming en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De invoering van de Omgevingswet betekent niet alleen een integratie en vereenvoudiging van regelgeving maar vraagt ook om een andere werkwijze van alle (overheids-)organisaties die betrokken zijn bij de bescherming en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Kernbegrippen in de nieuwe werkwijze zijn (onder meer): integraal en gebiedsgericht werken, participatie en bestuurlijke afwegingsruimte. In dit verband zijn goede samenwerking in de keten en digitale ondersteuning belangrijke randvoorwaarden. De implementatie van de Omgevingswet is daarom van cruciaal belang voor de Omgevingsdienst en is één van de speerpunten in de koers van de ODRU.

De invoering van de Omgevingswet vraagt van de ODRU een fundamentele verandering: een verandering in zowel de cultuur als in de rol in relatie tot de gemeente. De ODRU blijft partner en uitvoerder voor de gemeenten. Daarbij past ook een bijdrage leveren aan de continue beleidscyclus van onze gemeenten. In 2022 gaat de ODRU voortbouwen op wat het programma Omgevingswet in 2021 heeft opgeleverd in de volgende vier projecten van het programma: • • • • 6.2

Helderheid en afspraken over taken en rollen; Bijdragen aan kennisinstrumenten; (Digitaal) samen kunnen werken; Ontwikkelen van kennis en anders werken. Onderbouwing van de kosten

Bij het opstellen van de begroting 2022 is het programma Omgevingswet nog vol in uitvoering. Concreet betekent dit dat in 2021 nog op verschillende punten nadere uitwerking nodig is: • • • • • • • •

Gemeenten en ODRU erkennen en herkennen een veranderde rol van de ODRU als gevolg van de Omgevingswet; Duidelijkheid over de consequenties van taken die onder de Omgevingswet onder bevoegd gezag van de gemeente vallen; Welke taken onder de Omgevingswet wel/niet door de ODRU worden uitgevoerd voor een individuele gemeente en indien nodig vindt een tijdige overdracht plaats; De mate waarin gemeentelijke beleidskeuzes zodanig zijn of worden gemaakt dat deze samen zoveel mogelijk uniformiteit in de uitvoeringsprocessen van de ODRU mogelijk maken; Duidelijkheid over de rol en positie van de ODRU in de processen rondom Omgevingsvisies en Omgevingsplannen; Bijdrage van de ODRU in de vorm van bouwstenen over milieuthema’s en de bruidsschat ten behoeve van gemeentelijke omgevingsplannen; IT-systemen bij ODRU zijn ‘Omgevingswetproof’; Medewerkers van de ODRU hebben voldoende kennis en beschikken over voldoende vaardigheden om producten te kunnen leveren in de geest van de Omgevingswet.

Het feit dat bovenstaande onderwerpen nog zo in ontwikkeling zijn heeft als consequentie dat de begroting meer kan afwijken van de situatie die in het jaar van uitvoering (2022) daadwerkelijk optreedt, Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

30 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

dan in andere jaren het geval is. Dit effect wordt nog vergroot doordat we nog niet (kunnen) weten welk effect de Wet in 2022 heeft op inwoners en bedrijven die ermee te maken hebben en wat dat betekent voor de uitvoeringspraktijk van de ODRU en de gemeenten. Dit vereist goede afspraken over de kaders vooraf, goede monitoring van de feitelijke gang van zaken in 2022 en flexibiliteit bij zowel de ODRU als de gemeenten voor tijdige bijsturing. Conform de begrotingssystematiek van de ODRU is de initiële begroting van de ODRU gebaseerd op de structurele baten en lasten, op basis van de langlopende contracten. Vanwege de onzekerheden is in de begroting 2022 van de ODRU nog geen rekening gehouden met de eerste inschattingen van de structurele impact (zie paragraaf 6.3). In de komende maanden gaan we de nieuwe en gewijzigde taken voor zover mogelijk ook concretiseren naar de gemeenten; het te verwachten aantal producten en uren per nieuw product per gemeente. Deze cijfers zijn nodig om een betrouwbaar uitvoeringsprogramma 2022 te kunnen opstellen. Op basis hiervan zal een begrotingswijziging 2022 plaatsvinden waarin de financiële effecten zijn verwerkt. 6.3

Structurele impact

De Omgevingswet brengt verandering in de taken van de omgevingsdienst en de gemeenten. Het verandert niet alleen wat we doen, maar ook hoe we dat doen. Deze veranderingen leveren een wijziging op in de structurele bijdrage aan de ODRU. In februari 2021 hebben we in een notitie aan het Algemeen Bestuur een derde inschatting gemaakt, op basis van de op dat moment beschikbare informatie en kennis. De verwachting is, dat de structurele bijdrage (voor het aantal te maken uren en/of producten) stijgt met circa 13%. Een belangrijk deel wordt veroorzaakt door de uitvoering van nieuwe taken rondom bodem, milieu en VTH. Voor uitvoering van de bodemtaken krijgen gemeenten extra financiering vanuit het Rijk. Op het moment van het opstellen van deze begroting is de omvang van deze financiële dekking voor gemeenten echter nog niet duidelijk. In alle verwachtingen hebben gemeenten en omgevingsdiensten te maken met grote onzekerheid over de daadwerkelijke impact van de Omgevingswet. Met de aanwezige kennis is het doel geweest om zo goed mogelijk inschattingen te maken van de impact van de wet op ons werk en ons hierop voor te bereiden. De echte impact wordt duidelijk wanneer de wet in werking treedt. De impact kan dan meeof tegenvallen. Dit is een onzekerheid waar de ODRU en gemeenten op bedacht moeten zijn. 6.4

Bodemtaken

Met de komst van de Omgevingswet is de verwachting dat bodemtaken die voorheen bij de provincie waren belegd, via de gemeenten bij de ODRU belegd kunnen worden. De ODRU wil zich voorbereiden om vanaf 1 januari 2022 deze taken uit te kunnen voeren. Het bestuur constateert dat op dit moment onduidelijk is of er vanuit het Rijk voldoende middelen richting de gemeenten vloeien om de bodemtaken te financieren. De komende tijd zal hier meer duidelijkheid over moeten ontstaan, voordat gemeenten zich hieraan kunnen committeren. Zonder dekkingsmiddelen kan de ODRU deze taken niet uitvoeren.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

31 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

7.

Geprognosticeerde balans 2022 – 2025 Balans - Activa (in euro's)

Balans 2021 (na bgw)

Balans 2022

Balans 2023

Balans 2024

Balans 2025

7.500 735.562 743.062

2.500 794.607 797.107

881.977 881.977

985.964 985.964

Vaste activa Materiele vaste activa - Investeringen met een economisch nut: - Verbouwingen - Apparaten /installaties

12.500 616.979 629.479

Vlottende activa Uitzetting rente looptijd < 1jaar - Vorderingen publiekrechtelijke lichamen - Vorderingen Overige instanties - Uitzetting in 's Rijks schatkist Liquide middelen - Kassaldo - Banksaldo Overlopende activa - Overige nog te ontvangen bedragen, en vooruitbetaalde bedragen die ten lasten van volgende begrotingsjaren komen Totaal Activa

4.200.000 4.200.000 4.200.000 4.200.000 4.200.000 29.000 29.000 29.000 29.000 29.000 3.558.398 3.336.677 3.251.632 3.145.762 3.031.775 7.787.398 7.565.677 7.480.632 7.374.762 7.260.775 1.000 250.000 251.000

1.000 250.000 251.000

1.000 250.000 251.000

1.000 250.000 251.000

1.000 250.000 251.000

140.000

140.000

140.000

140.000

140.000

8.807.877 8.699.739 8.668.739 8.647.739 8.637.739

TABEL 15A: GEPROGNOSTICEERDE BALANS 2022-2025 – ACTIVA

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

32 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Balans - Passiva (in euro's)

Balans 2021

Balans 2022

Balans 2023

Balans 2024

Balans 2025

703.429 -

703.429 -

703.429 -

703.429 -

703.429 -

703.429

5.000 708.429

5.000 708.429

5.000 708.429

5.000 708.429

291.170 291.170

199.310 199.310

189.310 189.310

179.310 179.310

169.310 169.310

(na bgw)

Vaste Passiva Eigen vermogen Reserves - Algemene reserve - Bestemmingsreserve Uitvoering Koers Saldo rekening - Gerealiseerde resultaat Voorzieningen - Voorziening boventalligen Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd <1jr - Rekening courant BNG - Crediteuren - Belastingen (BTW) en Premies Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen (huurkorting) Totaal Passiva

1.250.000 1.250.000 1.250.000 1.250.000 1.250.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 2.550.000 2.550.000 2.550.000 2.550.000 2.550.000

360.000

360.000

360.000

360.000

360.000

4.850.000 4.850.000 4.850.000 4.850.000 4.850.000

53.278 32.000 11.000 5.263.278 5.242.000 5.221.000 5.210.000 5.210.000 8.807.877 8.699.739 8.668.739 8.647.739 8.637.739

TABEL 15B: GEPROGNOSTICEERDE BALANS 2022-2025 – PASSIVA

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

33 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

7.1

Toelichting op de geprognosticeerde balans

De begroting 2022 is gericht op de structurele baten en lasten van de ODRU, met als grondslag de langdurig afgesloten contracten met onze eigenaargemeenten. De structurele effecten van de Omgevingswet zijn ten tijde van het opstellen van deze begroting nog onvoldoende concreet, en zodoende nog niet opgenomen in deze meerjarenbegroting. Parallel lopend aan het opstellen van de begroting, wordt vanuit het programma Omgevingswet een inschatting gemaakt van de structurele effecten van de Omgevingswet. Hierop volgend vinden gesprekken plaats tussen de ODRU en de gemeenten over de invulling van de UVP’s 2022. Mogelijke effecten op de structurele baten en lasten zullen vervolgens in een begrotingswijziging 2022 worden verwerkt en worden opgenomen in de meerjarenbegroting 2023-2026. Op basis van de huidige langlopende contracten is de verwachting dat de ODRU de komende jaren financieel gezien in een stabiele situatie zal verkeren. Het beleid is erop gericht om een stabiel investerings- en afschrijvingsbeleid te volgen en de opgenomen voorziening aan te wenden voor de doelen waarvoor zij zijn bestemd. De verwachting is dat er geen (langlopende) leningen nodig zullen zijn. Eventuele kortdurende liquiditeitstekorten kunnen tijdelijk worden opgevangen met de kredietfaciliteiten van de BNG. 7.1.1

Activa

7.1.1.1 Materiële vaste activa De balanswaarde van materiële vaste activa is begin 2022 naar verwachting gestegen tot ruim € 629.479 en zal daarna doorstijgen tot circa € 985.964 in 2025. Met name IT-vervangingsinvesteringen dragen bij aan deze stijging. De ODRU streeft naar een ideaalcomplex waarbij er een evenwicht bestaat tussen afschrijvingen en investeringen. Voor de komende jaren wordt gestreefd naar een bedrag per jaar van € 400.000. De kantoorinrichting meubilair en dergelijke is niet in de staat van vaste activa opgenomen omdat deze door de verhuurder (provincie Utrecht) zijn aangeschaft. De inrichting voldoet nog aan de gestelde eisen en zal op termijn als vervangingsinvestering worden opgenomen. 7.1.1.2 Vlottende activa De balanswaarde van vlottende activa zullen naar verwachting de komende jaren uitkomen op circa € 7,7 miljoen. Een belangrijk onderdeel vormen de verplichte “uitzettingen” in ‘s Rijksschatkist. De verwachting is dat de liquide middelen en de overlopende activa als onderdeel van de vlottende activa, met respectievelijk € 251.000 en € 140.000 niet in waarde zullen veranderen op de balans.

7.1.2

Passiva

7.1.2.1 Eigen vermogen De verwachting is dat er de komende jaren geen grote wijzigingen zullen optreden in het eigen vermogen. Door de doorloop van het programma Omgevingswet naar 2022 wordt dit jaar ook nog de bestemmingsreserve Uitvoering Koers aangewend voor de dekking van het programma. Sinds 2020 werkt de ODRU met een bandbreedte voor het weerstandsvermogen. Hierbij is het de bedoeling dat het weerstandsvermogen tussen 1,0 en 1,4 uitkomt. Wanneer het weerstandsvermogen onder de 1,0 uitkomt, wordt de algemene reserve aangevuld, boven de 1,4 wordt een deel van de algemene reserve uitgekeerd. Het bestuur houdt altijd de mogelijkheid de algemene reserve op te hogen naar 1,4. Besluitvorming hierover vindt plaats via een bestuursbesluit. 7.1.2.2 Voorzieningen In de begroting 2022 is een voorziening boventalligen op de balans opgenomen. Deze voorziening bestaat uit drie delen. Het eerste deel heeft betrekking op een boventallige vanuit de reorganisatie uit 2014 waarvoor de ODRU mogelijk een langdurige WW-verplichting heeft en het tweede deel heeft betrekking op de organisatiewijziging uit 2019. Het derde deel is ontstaan in 2020, na het vertrek van Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

34 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

een drietal medewerkers, dat een mogelijk effect kan hebben op de begroting 2022. De verwachting is dat de voorziening de komende jaren kan worden afgebouwd doordat boventallige medewerkers elders een werkkring vinden. Vanuit de organisatie zal getracht worden om boventallige medewerkers hierbij zo goed mogelijk te begeleiden. 7.1.2.3 Vaste Schuld De verwachting is dat de komende jaren geen lening(en) nodig zijn voor de financiering van ODRU. 7.1.2.4 Overlopende passiva De verwachting is dat er bij de vlottende passiva geen grote wijzigingen zullen plaatsvinden. Onder overige vooruit ontvangen bedragen is de huurkorting opgenomen die is ontvangen van de provincie Utrecht. De ODRU heeft in 2014 per 1 juli 2014 een huurovereenkomst afgesloten voor de periode van 10 jaar. In het contract is opgenomen dat over het eerste jaar (01-07-2014 t/m 30-06-2015) geen huur hoeft te worden betaald. Conform advies van de accountant is de huurkorting verdeeld over de gehele huurperiode van 10 jaar. Het gevolg hiervan is dat de korting als overlopende passiva is opgenomen. Vanaf 2016 wordt deze korting aangewend ten gunste van de huurkosten en loopt deze evenredig af in de jaren tot en met 2023. 7.2

Waarderingsgrondslagen

Grondslagen van waardering en resultaatbepaling Voor zover niet anders vermeld zijn de activa en passiva gewaardeerd tegen de nominale, c.q. inbreng waarde. De begroting is opgesteld in euro’s. Investeringen worden gewaardeerd tegen de werkelijke verkrijgingprijs, zijnde de aanschafwaarde exclusief BTW en eventueel verminderd met ontvangen bijdragen van derden, verminderd met de daarop toegepaste afschrijvingen op basis van de te verwachten economische en/of technische levensduur en met inachtneming van de bepalingen uit de financiële verordening van de Omgevingsdienst, zoals vastgesteld door het AB d.d. 28 september 2017. Op grond van het bovenstaande, en met inachtneming van de bepalingen zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten, worden de materiële vaste activa lineair afgeschreven in: • • •

15 jaar 10 jaar 3 – 5 jaar

: Technische installaties in bedrijfsgebouwen; : Verbouwingen; kantoormeubilair; : Software; automatiseringsapparatuur; telefooninstallaties.

Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 5.000 worden niet afzonderlijk geactiveerd. Activa worden voor 50% van de werkelijke jaarafschrijving afgeschreven in het jaar van aanschaf en/of technische/economische ingebruikname. Er wordt géén rekening gehouden met een restwaarde. 7.2.1

Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) saldo

Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo is in het BBV sinds 2018 een geprognosticeerde balans voorgeschreven. Dit betekent dat met ingang van 2018 in de begroting een geprognosticeerde (meerjaren)balans per 31 december is opgenomen. Het EMU-saldo is een saldo op kasbasis en gemeenten hanteren een stelsel van baten en lasten. Toch is beheersing van het EMU-saldo de afgelopen jaren steeds prominenter op de agenda komen te staan. Op grond van de in Europa gemaakte afspraken is in economisch slechte tijden een EMU-tekort toegestaan (de overheidsschuld mag groeien), maar in economisch goede tijden moet de overheidsschuld afnemen, en daarvoor is een EMU-overschot nodig. Rijk en decentrale overheden zijn

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

35 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

gezamenlijk verantwoordelijk voor de beheersing van het Nederlandse EMU-tekort. De uitsplitsing van deze macronorm naar de verschillende overheidslagen is dan ook een discussie tussen Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen die nog volop gaande is. De uitkomst ervan beïnvloedt met name de ruimte die gemeenten hebben om investeringen te doen.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

36 Akkoord secretaris:

BIJLAGE 1. Formatieoverzicht 2022

Formatieoverzicht tbv Begroting 2022

Organisatie Directie en controller Totaal management Bestuursondersteuning Human Resources Communicatie Planning & Control Bedrijfsbureau Bedrijfsbureau – uitvoering

Totaal Staf en ondersteuning Relatiemanagement Integraal Toezicht & Handhaving Beleid & Vergunningen Expertise & Advies Bedrijfsbureau – uitvoering

Formatie BGW 2021

Totale formatie 2022

(01-07-2021)

(01-01-2022)

Aantal FTE

kosten 2021 (Bijgestelde begroting)

6,40 € 6,40 €

808.000 808.000

€231.500 €206.500 €142.500 €300.500 €1.484.500 €-336.500

25,96 €

2.012.000

25,56 €

2.029.000

2,85 37,20 41,41 29,03 6,10

€240.000 €3.029.500 €3.306.500 €2.471.500 €328.500

2,85 35,20 41,41 29,03 6,10

€245.000 €2.926.500 €3.372.500 €2.521.000 €336.500

9.376.000

114,59

148,95 € 12.196.000

Akkoord voorzitter:

824.500 824.500

3,22 2,56 1,50 3,89 20,49 -6,10

Totaal ODRU

Omgevingsdienst regio Utrecht

6,40 € 6,40 €

€227.000 €202.500 €139.500 €294.500 €1.477.000 €-328.500

116,59

Milieu Bouwen en RO (VHROSV) Milieu-educatie en recreatie (onderwijs) Overhead Totaal

kosten 2022

3,22 2,56 1,50 3,89 20,89 -6,10

Totaal Uitvoering

Per uniform taakveld

Aantal FTE

€

Aantal FTE

kosten 2021

€

9.401.500

146,55 € 12.255.000

kosten 2022

87,06

7.297.500

7.281.500

20,53 7,00 31,96 146,55

1.603.500 475.000 2.820.000 12.196.000

1.635.500 484.500 2.853.500 12.255.000

37 Akkoord secretaris:

BIJLAGE 2. Staat van activa Jaar

Aanschaf Afschrijving waarde termijn

Omschrijving

Investeringen verbouwingen 2014 Verbouwing NDC Locatie 'de Boswerf' Totaal Investeringen verbouwingen Investeringen apparaten/installaties 2017 Geluidsmeter 2017 Investering software (office 365/Join/HR) 2018 Investering monitoren & toetsenborden Investering software (OLO-koppeling/Inspectieview/platform 2018 jaarverslag) 2018 Investering kantoorinrichting 2018 Geluidsmeter 2019 Investering laptops 2019 Investering Kantoorautomatisering (servers, storage) 2019 Investering software (BI-tool, squit/join/afas koppelingen) 2020 Investering Transitie Kantoorautomatisering 2020 Investering software (migratie servers/ /signaaltoezicht app/etc) 2021 Vervangingsinvesteringen 2020 - IT (oa Laptops & telefoons etc) 2021 Vervangingsinvesteringen 2021 – Overig 2022 Vervangingsinvesteringen 2022 – IT 2022 Vervangingsinvesteringen 2022 – Overig Totaal apparaten/installaties TOTAAL

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

Afschrijving 2021

Boekwaarde eind 2021

Afschrijving 2022

Boekwaarde eind 2022

50.000

10

5.000 5.000

12.500 12.500

5.000 5.000

7.500 7.500

12.876 53.880 42.035

10 5 5

1.288 10.776 8.407

7.082 5.388 12.610

1.288 5.388 8.407

5.794 4.203

35.944 44.729 9.923 35.196 178.239 62.941 23.456 96.298 300.000 100.000 300.000 100.000

5 10 10 3 5 5 3 5 3 5 3 5

7.189 4.473 992 11.732 35.648 12.588 7.819 19.260 50.000 10.000 -

10.783 29.074 6.450 5.866 89.119 31.470 11.728 67.409 250.000 90.000 -

7.189 4.473 992 5.866 35.648 12.588 7.819 19.260 100.000 20.000 50.000 10.000

3.594 24.601 5.458 53.472 18.882 3.909 48.149 150.000 70.000 250.000 90.000

214.740

616.979

288.916

728.062

219.740

629.479

293.916

735.562

38 Akkoord secretaris:

BIJLAGE 3. Urenoverzicht eigenaar gemeenten Gemeenten

DVO (G) T-uren

Gemeente Bunnik

4.359

Gemeente De Bilt

4.554

Gemeente De Ronde Venen

Puren

Auren

Totaal uren

Bijdrage per gemeente

4.359

€421.733

4.554

€440.600

22.859

22.859

€2.211.608

Gemeente IJsselstein

19.346

19.346

€1.871.726

Gemeente Montfoort

13.135

13.135

€1.270.811

Gemeente Oudewater

4.046

4.046

€391.451

Gemeente Renswoude

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10185944/1