CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB21.102 PenC stukken ODrU

Overige evenementen 1 juni 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven (ter kennisname)35.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Begin dit jaar zijn binnen het project Helderheid en afspraken over taken en rollen de financiële gevolgen van de Omgevingswet op de structurele kosten van de ODRU geactualiseerd. De verwachting is dat de structurele bijdrage (voor het aantal te maken uren en/of producten) in 2022 stijgt met circa 13 %. Een belangrijk deel van deze stijging wordt veroorzaakt door de uitvoering van de nieuwe taken, het andere deel door de uitvoering van gewijzigde taken. Dit laatste zijn taken die vragen om een nieuwe manier van werken en daardoor wijzigen, en waarvoor in bepaalde gevallen een uitbreiding in uren nodig is. Van belang is om de taakverdeling en bijbehorende opdrachtverlening per gemeente komend jaar goed vast te leggen. Anderhalf jaar geleden was de afspraak in het AB dat dit vastleggen eerst in tijdelijke uren en niet in DVO-uren zou gebeuren. In deze notitie willen we de risico’s voor de ODRU en gemeenten van deze afspraak nader toelichten en het algemeen bestuur vragen een keuze te maken voor de wijze waarop opdrachtverlening voor 2022 tot stand komt. Risico’s voor gemeenten Met de uitvoering van nieuwe en gewijzigde taken onder de Omgevingswet gaan, naar uitkomst van de derde raming structurele bijdrage onder Omgevingswet, de volgende kosten gepaard: Soorten taken Nieuwe taken Gewijzigde taken Totaal

Benodigde uren 12.410 7.238 19.648

Kosten €1.178.950 € 687.610 €1.866.560

Financiële dekking Deels door het Rijk Onbekend

Toelichting bij kolom Financiële dekking: De nieuwe taken bestaan hoofdzakelijk uit de bodemtaken waarvoor de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de vaste bodem van de provincie verschuift naar de gemeente. De gemeenten zullen een deel van hun nieuwe taken op het gebied van bodem bij de ODRU beleggen, zoals geschetst in de AB-notitie 6 van 10

‘Uitvoering nieuwe bodemtaken’, d.d. oktober 2020. Voor de uitvoering van nieuwe bodemtaken krijgen de gemeenten een bijdrage van het Rijk. De verwachting is dat de exacte verdeling van deze bijdrage over de gemeenten en daarmee het uiteindelijke budget per gemeente niet voor de zomer bekend is. Het AB van de ODRU heeft in dit kader een brief gestuurd naar de VNG om spoedig meer duidelijkheid te krijgen over de financiering van de bodemtaken na invoering van de Omgevingswet. Het financiële risico om de opdracht voor uitvoering van de nieuwe taken bij de ODRU te beleggen is beperkt door de uiteindelijke financiële bijdrage van het Rijk. Voor de gewijzigde taken is nog geen directe financiële dekking in zicht. Mogelijkheden voor aanvullende leges en extra dekking vanuit het Rijk kunnen hierbij worden onderzocht. De afspraak om de taakverdeling en bijbehorende opdracht vast te leggen in het UVP 2022 heeft het voordeel van de flexibiliteit voor gemeenten. Zij maken de keuze voor de soort taken en hoeveelheid uren op het moment dat zij duidelijkheid hebben over de financiële dekking. Risico voor tijdige dienstverlening door de ODRU Het nadeel van het vastleggen in het UVP 2022 is echter dat de gemeenten het risico lopen dat de ODRU onvoldoende en onvoldoende gekwalificeerd personeel heeft voor de uitvoering van de taken.

De periode tussen het ondertekenen van het UVP 2022 in november/december 2021 en de start van de uitvoering van de Omgevingswet op 1 januari 2022 is te beperkt om voldoende goede mensen te kunnen aannemen. Omdat het in dat geval om tijdelijk uren gaat, mogen wij nieuw personeel geen vaste aanstelling bieden (dit kan alleen op basis van gegarandeerde uren), waaronder bijvoorbeeld gekwalificeerd personeel met ervaring bij de RUD. In de huidige krapte op de arbeidsmarkt levert dit een groot risico, dat de ODRU te laat is om vanaf 1 januari 2022 de taken onder de Omgevingswet goed uit te kunnen voeren. Indien de ODRU vanaf 1 januari 2022 niet direct kan starten, dan worden wettelijke publieke taken niet op tijd vervuld, en ontstaan er achterstanden die uiteindelijk meer geld kosten. Keuze aan ODRU-gemeenten De ODRU vraagt het AB om een keuze te maken over het pad voor opdrachtverlening. In dit pad zien wij drie opties:

Pad 1: Goed voorbereid

Pad 2: Nieuwe taken op de rit

Pad 3: Geen financieel risico

Pad 1: De ODRU-gemeenten kiezen ervoor om een financieel risico te nemen en de ODRU opdracht te geven voor de uitvoering van nieuwe en gewijzigde taken. Het gaat dan om een bedrag van 1.866.560 euro. Dit betekent dat de ODRU tijdig nieuwe medewerkers kan werven en op 1 januari 2022 klaar staat om de taken onder de Omgevingswet uit te voeren.

7 van 10

Pad 2: De ODRU-gemeenten kiezen ervoor om een beperkt financieel risico te nemen en de ODRU alleen opdracht te geven voor de uitvoering van nieuwe taken, waarvoor (deels) budget van het Rijk vrijkomt. Het gaat dan om een bedrag van 1.178.950 euro. Binnen pad 2 kan de keuze nog worden gemaakt of de opdracht wordt verleend in (middelen voor) tijdelijke uren of gegarandeerde uren (pad 2*). Dat laatste maakt het mogelijk vast personeel te werven en/of meerjarige uitvoeringsafspraken met de RUD te maken (die dan het vaste personeel kan behouden). Pad 3: De ODRU-gemeenten kiezen ervoor om nu nog geen financieel risico te nemen en pas aan het einde van dit jaar bij het sluiten van het UVP 2022 de benodigde uren voor nieuwe en gewijzigde taken af te nemen. De ODRU zal in dat geval moeten wachten op de ondertekening van de UVP’s 2022 om nieuwe medewerkers te werven. Gevolg daarvan is dat de ODRU op 1 januari 2022 waarschijnlijk onvoldoende geschikte capaciteit heeft om de taken onder de Omgevingswet uit te voeren. De ODRU heeft dan het eerste halfjaar van 2022 nodig om nieuwe medewerkers (tijdelijk) aan te nemen en in te werken, waardoor de ODRU in deze periode nog geen dienstverlening kan bieden op nieuwe taken.

In het geval dat ODRU-gemeenten geen extra uren in het UVP 2022 voor nieuwe en/of gewijzigde taken afnemen, dan zullen deze gemeenten keuzes moeten maken en bepaalde bestaande taken moeten schrappen en/of om bepaalde nieuwe en/of gewijzigde taken niet uit te laten voeren. Daarbij zullen de consequenties in overleg in beeld worden gebracht. De ODRU voert veelal wettelijke taken uit en het schrappen brengt risico’s met zich mee. De taken die de ODRU uitvoert hangen namelijk samen met een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Voorstel Wij adviseren de ODRU-gemeenten om in meerderheid een zeker financieel risico te nemen en de ODRU nu in ieder geval opdracht te verlenen voor de uitvoering van de nieuwe taken (pad 2). Het voorstel van de ODRU is om pad 2* te kiezen en het aantal DVO-uren hierop aan te passen. Met deze keuze kan de ODRU voor een deel goed, vast personeel aannemen (of meerjarige overeenkomst afsluiten met de RUD), zodat we op 1 januari 2022 klaar zijn voor de uitvoering van de nieuwe taken onder de Omgevingswet. Het risico op achterblijvende dienstverlening bij gewijzigde (uitgebreide) taken in de eerste maanden van 2022 wordt bij de keuze voor dit pad acceptabel bevonden. Het is belangrijk dat alle gemeenten hierin zoveel mogelijk dezelfde keuze maken.

Anders is het administratief niet goed werkbaar en worden gemeenten die wel zekerheid bieden benadeeld ten opzichte van de gemeenten die dat niet zouden doen. Gemeenten die in deze fase geen toezegging geven en financieel risico willen nemen, hebben dan ook geen rechten op de voorbereidingen die de ODRU voor de andere gemeenten treft. Om pad 1, 2 of 2* te bewandelen is na een besluit in het AB op deze notitie, besluitvorming in de afzonderlijke colleges noodzakelijk. Wij vragen de ODRU-gemeenten de keuze in het 2e kwartaal van 2021 vast te leggen in een collegevoorstel en het collegebesluit te communiceren met de ODRU. De ODRU levert hiervoor uiterlijk 23 april 2021 een gemeente specifiek voorstel aan de ODRU-gemeenten, waarmee het gekozen pad in de beslispunten wordt opgenomen. Ambtelijke werkgroep In de aanloop naar de AB-vergadering op 8 april 2021 is de inhoud van deze notitie besproken met de gemeentelijke projectleiders Omgevingswet en de regievoerders. Op advies van de regievoerders is een werkgroep gestart om over meer alternatieven en verdere consequenties na te denken. De resultaten van deze werkgroep kunnen niet tijdig in deze notitie worden verwerkt, maar worden mondeling toegelicht in de AB-vergadering op 8 april 2021. 8 van 10

Bijlage 2 Gevolgen taakuitvoering van bodemtaken vanaf 1 januari 2022 Als niet of niet tijdig door gemeenten uren worden ingekocht bij de ODRU heeft dit gevolgen voor de taakuitvoering van bodemtaken vanaf 1 januari 2022. Hieronder wordt een beeld geschetst van deze gevolgen: 1. Het niet kunnen afhandelen van melding voor de volgende activiteiten: a. Graven beneden de interventiewaarden; b. Graven boven de interventiewaarden; c. Saneren van de bodem; d. Toets ingebruikname na maatregelen op verontreinigde bodem; 2. Het niet kunnen afhandelen van zorgplichtsituaties en toevalsvondsten; 3. Het niet kunnen oppakken van specifieke bodemopgaven; 4. Het niet kunnen uitvoeren van toezicht op de uitvoering van bovengenoemde meldingsplichtige situaties; 5. Onvolledige informatievoorziening voor initiatiefnemers van ruimtelijke en civiele projecten; 6. Het niet kunnen verwerken van instructieregels, bruidsschatregels in het omgevingsplan en ook geen gebruik kunnen maken van de bestuurlijke afwegingsruimte; 7. Samenwerking met andere overheden komt niet van de grond; Ad 1. Gevolg van het niet afhandelen van meldingen is dat deze meldingen van rechtswege in werking treden. Het niet uitvoeren van de nieuwe bodemtaken betekent dat de gemeente de ingediende verzoeken voor uitvoeren saneringen niet kan toetsen.

Als er vanuit de gemeente binnen vier weken op een ingediende melding niet wordt gereageerd, kan een initiatiefnemer starten met de uitvoering. Controle of een melding volledig en juist is ingediend vindt dan niet plaats, evenals de signalering dat er een strijdigheid is met andere regels, waardoor een melding niet uitvoerbaar kan zijn. De gemeente heeft geen zicht of saneringen adequaat worden uitgevoerd. Als na realisatie blijkt dat de sanering niet goed is uitgevoerd, kan dit leiden tot noodzaak van herstel. Dit herstel is moeilijk uit te voeren en waarschijnlijk kostbaar als het plan eenmaal is gerealiseerd. In principe is de initiatiefnemer er verantwoordelijk voor dat de werkzaamheden volgens de wet- en regelgeving worden uitgevoerd. Aangezien de gemeente heeft nagelaten om toezicht te houden, kan de gemeente hier op worden aangesproken. De ervaring is nu dat er regelmatig opmerkingen zijn op de meldingen graven / saneren. Daarnaast is het niet mogelijk om maatwerk (afhandeling van een verzoek om een maatwerkvoorschrift) te leveren om ingewikkelde saneringsopgaven in goede banen te leiden, waardoor ontwikkelingen niet of tegen hogere kosten kunnen worden gerealiseerd. Verder kan niet worden beoordeeld of een bodemgevoelige locatie in gebruik kan worden genomen na het nemen van sanerende of beschermende maatregelen. Ad 2.

Gevolg van het niet afhandelen van zorgplichtsituaties en toevalsvondsten zorgt voor financiële en gezondheidsrisico’s. Als de gemeente niet optreedt bij een zorgplichtsituatie, dan ontstaat de situatie dat een veroorzaker niet aangesproken wordt op een nieuwe verontreiniging. De verontreiniging wordt daardoor niet opgeruimd, kan omvangrijker worden en uiteindelijk resulteren in hogere opruimkosten. Benadeelden als grondeigenaren zullen de gemeente verzoeken handhavend op te treden, waar geen vervolg aan kan worden gegeven. Dit kan leiden tot juridisch complexe trajecten met onzekere uitkomsten. Ook wordt de kans groter dat de gemeente zelf voor de kosten opdraait, omdat het niet meer lukt de veroorzaker aan te spreken. Bij toevalsvondsten kan sprake zijn van milieu- en gezondheidsrisico’s voor mensen. De gemeente zal dan aan moeten geven welke maatregelen nodig zijn om deze risico’s weg te nemen. Bij het uitblijven van een 9 van 10

beoordeling worden risico’s niet onderkend en blijven maatregelen uit of worden verkeerde maatregelen genomen. Later optreden of corrigeren kan juridisch en/of financieel problematisch zijn. Ad 3. Gevolg van het niet oppakken van specifieke bodemopgaven is dat de gemeenten kansen laat liggen voor een duidelijke kwaliteitsverbetering van de bodem en ondergrond. Voor specifieke bodemopgaven en toevalsvondsten komen aanvullende financiële middelen beschikbaar, die de gemeente bij het Rijk moet aanvragen. Met aanpak van deze opgaven verbetert de bodemkwaliteit, verminderen gezondheidsrisico’s (bijvoorbeeld diffuus lood) en worden de gebruiksmogelijkheden van bodem en ondergrond verhoogd (bijvoorbeeld voor de warmtetransitie met gebiedsgericht grondwaterbeheer). Ad 4. Door het ontbreken van toezicht op sanerende activiteiten groeit de kans op overtredingen bij saneringen en grondverzet. Met de Omgevingswet wordt toezicht bij bodemsaneringen belangrijker, omdat het saneringsresultaat na afloop niet meer verantwoord hoeft te worden door de initiatiefnemer. Het uitblijven van toezicht nodigt uit tot het maken van overtredingen, zeker als dit financieel voordeel oplevert voor de saneerder. Bij bodemsanering kan daarbij al snel sprake van zijn, omdat illegale verwerking van verontreinigde grond erg lucratief kan zijn.

Ad 5 Bij een onvolledige informatievoorziening vertragen ruimtelijke- en civiele projecten. De voorbereidingen van projecten vertragen, omdat bodemonderzoek niet goed kan worden uitgevoerd en vaker vervolgonderzoek plaats moet vinden. Bovendien kunnen bij de uitvoering “verrassingen” (een niet onbekende verontreiniging) worden gevonden, waardoor de uitvoering stil komt te liggen en er een oplossing voor de “verrassing” moet worden gevonden. Ad 6. Het niet kunnen verwerken van instructieregels en bruidsschatregels ontneemt de gemeente de mogelijkheid eigen ambities te bepalen en ten uitvoering te brengen (eigen bodembeleid). Met de implementatie van de bruidsschatsregels heeft de gemeente de mogelijkheid om eigen kwaliteitsdoelen vast te leggen en uitvoering van werkzaamheden beter te organiseren. Implementatie kan leiden tot een kostenbesparing voor initiatiefnemers en de gemeentelijke organisatie. Als instructieregels niet kunnen worden opgevolgd, kan de gemeente bijvoorbeeld het aantal vergunningsvrije gevallen niet uitbreiden. Om een goede afweging te kunnen maken voor de ontwikkeling van het bodembeleid is een goed proces en adequate aansluiting bij de gemeentelijke omgevingsvisie nodig.

Als er geen capaciteit beschikbaar is om aan te sluiten bij gemeentelijke processen voor de omgevingsvisie en -plan bestaat het risico dat deze processen later deels opnieuw doorlopen moeten worden, omdat essentiële zaken niet geregeld zijn. Ad 7. Bij het uitblijven van samenwerking met andere overheden kunnen er geen afspraken worden gemaakt met deze overheden. Voor een goede uitvoering van de Omgevingswet is het nodig afspraken te maken met andere overheden. Voor bodem- en ondergrond is dit met name van belang voor het grondwater, waarvoor het Rijk weinig heeft geregeld. De andere overheden moeten onderling bepalen wie waarover gaat in het grondwater. De gemeente heeft onder andere een groot belang in het grondwater als het om de energietransitie en bodemdaling gaat.

10 van 10

Bezoekadres: Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht

Gemeente Zeist Aan de gemeenteraad, ter attentie van het College van B&W Postbus 513 3700 AM ZEIST

Postadres: Postbus 13101 3507 LC Utrecht 088 – 0225000 info@odru.nl www.odru.nl kvk 55523544 btw NL85 1750 126 B01 iban NL35 BNGH 0285 1555 71

Utrecht, 12 april 2021

DIGITAAL VERZONDEN 12 april 2021

Ons kenmerk: Behandeld door:

INT20.1011/3924 A.E. van Vuuren

Onderwerp:

Verzoek zienswijze eerste (ontwerp) Begrotingswijziging 2021 en (ontwerp) Begroting 2022

Geacht college, Hierbij bieden wij u, op grond van artikel 34 jo 35 van de gemeenschappelijke regeling, de (ontwerp) Begroting 2022 alsmede de eerste (ontwerp) Begrotingswijziging voor 2021 van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) voor zienswijze aan. Het algemeen bestuur van de ODRU heeft in zijn vergadering van 08 april 2021 ingestemd met zowel de (ontwerp) Begroting 2022 als met de eerst (ontwerp) Begrotingswijziging 2021. Voor een toelichting op de beide documenten wordt verwezen naar de bijlagen. De ODRU is goed op de hoogte van de financiële opgave waarvoor veel gemeenten zich gesteld zien. Daarom heeft de ODRU ook de ambitie om kosten te besparen daar waar dat kan en de efficiency verder te verhogen. Anderzijds zijn er ook onzekere ontwikkelingen die forse invloed kunnen hebben. Dat betreft bijvoorbeeld de invoering van de Omgevingswet die voorzien is per 1 januari 2022 en daarmee consequenties kan hebben voor de begroting 2022 welke wij nu nog niet kunnen overzien. Daarom is daar in de bijgaande (ontwerp) Begroting 2022 nog niet mee gerekend. Wel is in de (ontwerp) Begroting gerekend met een bedrag van 100 K euro aan kostenbesparing, waar het streven blijft om meer kostenbesparing te realiseren. Vanwege ons beleid om voorzichtig te begroten, worden andere kostenbesparingen pas in een (aangepaste) begroting verwerkt wanneer ze zeker zijn.

Wij verzoeken u uw zienswijze – indien u gebruik wilt maken van uw recht op het geven van een zienswijzedeze ons uiterlijk acht weken na verzenddatum van deze brief te doen toekomen (tot en met 7 juni 2021). Wij zullen alle tijdig ontvangen zienswijzen van gemeenten betrekken bij de definitieve vaststelling van de Begroting 2022 en eerste Begrotingswijziging 2021 in de vergadering van het algemeen bestuur op 1 juli aanstaande.

Indien wij binnen de termijn van acht weken geen reactie hebben ontvangen, gaan wij ervan uit dat er vanuit uw gemeente geen opmerkingen zijn. Uw zienswijze kunt u richten aan het dagelijks bestuur, ter attentie van de bestuurssecretaris, mevr. B.J.N. Behrens-Benne of per e-mail bestuurssecretariaat@odru.nl ter attentie van mevr. B.J.N. Behrens-Benne. Te zijner tijd zullen wij u over de definitieve vaststelling van de stukken informeren en u de definitieve vastgestelde stukken doen toekomen. Met vriendelijke groet, het dagelijks bestuur Omgevingsdienst regio Utrecht, namens deze,

G.F. Naafs voorzitter

bijlagen:

(ontwerp)Begroting 2022.pdf eerste (ontwerp)Begrotingswijziging 2021.pdf

c.c.

regievoerders

2 van 2

(ontwerp)Begroting 2022 OMGEVINGSDIENST REGIO UTRECHT

Omgevingsdienst regio Utrecht april 2021

(ontwerp)Begroting 2022

Colofon Titel

(ontwerp)Begroting 2022

Revisie

2

Datum

12 april 2021

Aantal Pagina’s

41

Auteurs

Omgevingsdienst regio Utrecht

Contactpersoon

P&C

ODRU

Archimedeslaan 6, 3584 BA Utrecht

Copyright

© Omgevingsdienst regio Utrecht

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

opgesteld door

Planning & Control

beoordeeld door

managementteam 2 maart 2021

besproken door

dagelijks bestuur 18 maart 2021

Besproken

algemeen bestuur 8 april 2021

vastgesteld door

algemeen bestuur 1 juli 2021

Kenmerk

INT 20.xxxx

1 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Inhoudsopgave Samenvatting ..........................................................................................................................................4 1.

Inleiding .............................................................................................................................6

1.1

Algemeen ............................................................................................................................6

1.2

Leeswijzer ...........................................................................................................................6

2.

De omgeving: Wat willen we bereiken en wat gaan we doen ......................................7

2.1

Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) ............................................................................7

2.2

Ontwikkelingen....................................................................................................................8

2.2.1

Algemeen ............................................................................................................................8

2.2.2

Beleidsontwikkelingen 2021 en verder ...............................................................................9

2.3

Samenwerking met de RUD ............................................................................................ 10

3.

Wat mag het kosten ....................................................................................................... 11

3.1

Financiering ..................................................................................................................... 11

3.2

Financiële uitgangspunten begroting 2022 ...................................................................... 12

3.3

Financiële ontwikkeling .................................................................................................... 13

3.4

Efficiency .......................................................................................................................... 15

3.5

Effecten van de Uitvoering Koers op de begroting 2022 ................................................. 16

4.

Paragrafen ...................................................................................................................... 17

4.1

Treasury paragraaf / financiering ..................................................................................... 17

4.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................................... 17

4.2.1

Weerstandsvermogen ...................................................................................................... 17

4.2.2

Risicobeheersing ............................................................................................................. 17

4.2.3

Financiële Kengetallen .................................................................................................... 18

4.3

Bedrijfsvoering & personeel ............................................................................................. 19

4.3.1

ICT en processen............................................................................................................. 20

4.3.2

Inkoop, huisvesting en facilitair ........................................................................................ 20

4.3.3

Personeel ......................................................................................................................... 20

4.3.4

Duurzaamheid.................................................................................................................. 23

4.4

Overige Paragrafen.......................................................................................................... 23

5.

begroting 2022, meerjarenbegroting 2023 – 2025 ...................................................... 24

5.1

Overzicht van de baten en lasten 2021 ........................................................................... 24

5.2

Toelichting op overzicht van baten en lasten .................................................................. 24

5.2.1

Lasten .............................................................................................................................. 25

5.2.2

Baten ................................................................................................................................ 26

5.3

Toelichting op de financiële positie .................................................................................. 27

5.4

Meerjarenbegroting 2023-2025 ....................................................................................... 28

6.

Omgevingswet ............................................................................................................... 30

6.1

Uitvoering geven aan de Omgevingswet ......................................................................... 30

6.2

Onderbouwing van de kosten .......................................................................................... 30

6.3

Structurele impact ............................................................................................................ 31

6.4

Bodemtaken ..................................................................................................................... 31

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

2 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

7.

Geprognosticeerde balans 2023 – 2025 ...................................................................... 32

7.1

Toelichting op de geprognosticeerde balans ................................................................... 34

7.1.1

Activa ............................................................................................................................... 34

7.1.2

Passiva ............................................................................................................................ 34

7.2

Waarderingsgrondslagen ................................................................................................. 35

7.2.1

Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) saldo ............................................... 35

BIJLAGE 1.

Formatieoverzicht 2022 ................................................................................................ 37

BIJLAGE 2.

Staat van activa ............................................................................................................ 38

BIJLAGE 3.

Urenoverzicht eigenaar gemeenten ............................................................................. 39

BIJLAGE 4.

Toelichting financiële kengetallen ................................................................................ 40

BIJLAGE 5.

Informatie verbonden partijen ...................................................................................... 41

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

3 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Samenvatting Hierbij bieden wij u de begroting 2022 van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) aan. De begroting 2022 is opgesteld vanuit de meerjarenkaders uit de begroting 2021 en de in de Kadernota 2022 beschreven uitgangspunten. Deze Kadernota is op 17 december 2020 vastgesteld door het algemeen bestuur (AB). De begroting 2022 wordt door het AB van de ODRU vastgesteld. ODRU is een gemeenschappelijke regeling (GR) van vijftien gemeenten in de provincie Utrecht. Bundeling van taken op het gebied van het omgevingsrecht levert voor de gemeenten samen en voor elk van de gemeenten afzonderlijk betere garanties op voor de kwaliteit van de uitvoering, financiële schaalvoordelen en vermindering van kwetsbaarheid. In 2017 heeft de Rijksoverheid bepaald welke (milieu)taken gemeenten verplicht aan hun Omgevingsdienst moeten overdragen. Het AB, management en de organisatie van de ODRU zijn er van doordrongen dat naast een goede dienstverlening, efficiency en kostenbesparing van groot belang zijn. De gemeenten zijn de afgelopen jaren enerzijds geconfronteerd met bezuinigingen op en de herijking van het gemeentefonds en anderzijds met nieuwe taken voortvloeiende uit decentralisaties (onder andere jeugdzorg, participatiewet en de WMO). Ook de komende jaren krijgen gemeenten te maken met veel extra taken en budgettaire beperkingen.

De ODRU blijft ernaar streven de lastenontwikkeling in samenspraak met de gemeenten zo laag mogelijk te houden. De begroting 2022 gaat uit van een loonkostenstijging van 2,0%. De overige kosten zijn waar nodig aangepast aan de recente ontwikkelingen. Voor 2022 is uitgegaan van een gegarandeerde omzet vanuit de eigenaar gemeenten van 155.576 gegarandeerde uren en 319 tijdelijke en projecturen. Het verkooptarief voor 2022 is vastgesteld op € 96,75 per uur. Het jaar 2022, waar deze begroting betrekking op heeft, staat in het teken van de Omgevingswet. Na meerdere keren uitgesteld te zijn, is het waarschijnlijk dat dit jaar de wet in werking treedt. Voor de deelnemende gemeenten en de ODRU heeft dit grote impact. Op de grote onzekerheden en risico’s die Omgevingswet met zich meebrengt zullen de gemeenten en de ODRU bedacht moeten zijn. In deze begroting 2022 is nog geen rekening gehouden met de structurele effecten van de Omgevingswet vanaf 2022. Parallel aan het proces van de begroting 2022 wordt vanuit het programma een nieuwe berekening opgesteld van de structurele kosten, waarna de effecten samen met de gemeenten worden verwerkt in de Uitvoeringsprogramma’s 2022. De financiële gevolgen op de begroting van de ODRU worden verwerkt in de begrotingswijziging 2022.

Dit wordt gedaan op basis van de best mogelijke inschattingen, maar door de gepaard gaande onzekerheid kan de werkelijkheid mee- of tegenvallen. Naast de Omgevingswet treedt ook de Wet Kwaliteitsborging bouwen in werking per 2022. Dit betekent een verschuiving naar private kwaliteitsborging van aangewezen bouwprojecten. Wanneer de effecten hiervan verder in kaart zijn gebracht, worden deze, evenals de effecten van de Omgevingswet, opgenomen in een begrotingswijziging. De effecten van de nieuwe wet maken derhalve geen onderdeel uit van de begroting 2022. In de begroting is een taakstelling opgenomen van € 100.000, te besparen op de kosten van inhuur derden. In deze begroting is inhuur derden nog niet begroot. Inhuur wordt conform de begrotingssystematiek pas opgenomen in de bijgestelde begroting na vaststelling van de Uitvoeringsprogramma’s (UVP’s) voor 2022. De taakstelling is daarom opgenomen als stelpost, welke in mindering wordt gebracht op inhuur derden bij de begrotingswijziging die zal worden opgesteld naar aanleiding van de vastgestelde UVP’s. De beoogde besparing zal bij realisatie leiden tot een korting voor gemeenten, die zal worden verwerkt in de eindafrekeningen 2022, conform een verdeling op basis van de hoogte van de DVO’s. Er volgt geen aanpassing van het reeds vastgestelde uurtarief.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

4 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Het totale saldo van de structurele geraamde baten en lasten komt uit op € 5.000. Geraamd Resultaat 2022

Begroting 2022

Totale structurele lasten

15.194.000

Totale structurele baten

15.199.000

Structureel saldo van baten en lasten

5.000

Geraamd resultaat

5.000

TABEL 1: GERAAMD RESULTAAT

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

5 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

1.

Inleiding

Voor u ligt de begroting 2022 en de meerjarenbegroting tot en met 2025. In deze begroting zijn de uitgangspunten uit de vastgestelde Kadernota 2022 verder financieel vertaald. Tevens is als basis uitgegaan van de meerjarencijfers uit de begroting 2021, inclusief de structurele doorwerking van de bijgestelde begroting. 1.1

Algemeen

De begroting 2022 dient door de leden van het algemeen bestuur (AB) van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) te worden vastgesteld. Uiterlijk acht weken voor de voorgenomen datum van vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Deze raden kunnen binnen acht weken hun zienswijzen naar voren brengen bij het dagelijks bestuur (DB). Het DB zal de zienswijzen bij de begroting 2022 voegen ten behoeve van de definitieve vaststelling door het AB. De planning voor de vaststelling van de begroting 2022 is als volgt: • • •

Ontwerp vaststellen door AB Zienswijze termijn gemeenteraden (8 weken) Vaststelling door AB

8 april 2021 7 juni 2021 (uiterlijk retour) 1 juli 2021

Het AB stelt de begroting uiterlijk 1 juli voor het eerstkomende begrotingsjaar vast. De begroting moet uiterlijk 14 dagen na vaststelling door het AB worden toegezonden aan Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Utrecht. 1.2

Leeswijzer

De begroting 2022 bestaat uit een algemeen kader; wat is de missie van de ODRU en welke taken voert ze uit voor haar gemeenten. Daarnaast gaat de begroting in op de ontwikkelingen in het fysieke domein die we voorzien, waar we op moeten inspelen en wat ze betekenen voor de uitvoering van de taken voor de ODRU, alsmede voor de gemeenten. Dit kunt u vinden in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 beschrijft de gehanteerde kaders voor de uitwerking van de begroting 2022 en kostenontwikkeling. De verplichte paragrafen met verantwoordingsinformatie worden in hoofdstuk 4 beschreven. Een belangrijk onderdeel hiervan zijn de beschreven risico’s. In hoofdstuk 5 is de financiële vertaling van de begroting weergegeven. Dit betreft onder andere het begrote overzicht van de baten en lasten voor 2022 en de meerjarenbegroting 2023-2025, met de bijbehorende toelichting. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de voorbereidingen van de Omgevingswet. Tot slot staat in hoofdstuk 7 de geprognosticeerde balans voor de jaren 2022 tot en met 2025.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

6 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

2.

De omgeving: Wat willen we bereiken en wat gaan we doen

2.1

Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU)

ODRU is een gemeenschappelijke regeling (GR) van 15 middelgrote en kleine gemeenten in de provincie Utrecht. Los van landelijke ontwikkelingen hebben zij al eerder hun krachten gebundeld op het gebied van het omgevingsrecht. Dit levert voor zowel de gemeenten samen, als voor elk van de gemeenten afzonderlijk, betere garanties voor kwaliteit van de uitvoering, financiële schaalvoordelen en vermindering van kwetsbaarheid. De Rijksoverheid heeft met het Besluit omgevingsrecht 2017 bepaald welke taken gemeenten minimaal moeten overdragen aan hun Omgevingsdienst. De ODRU is uitvoerder van gemeentelijke VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) en het kennis- en expertisecentrum voor milieu en duurzaamheid. De ODRU werkt in opdracht van 15 gemeenten in de provincie Utrecht. De participerende gemeenten zijn: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. Ruim 200 vakspecialisten, variërend in leeftijd en achtergrond, ondersteunen gemeenten en andere samenwerkingorganisaties zoals de veiligheidsregio, het waterschap en de GGD bij de uitvoering van hun milieu- en omgevingstaken.

Dat doen we met een breed aanbod van producten en diensten op het gebied van bodem, milieu-, bouw- en woningtoezicht, vergunningen en meldingen, geluid en lucht, natuur- en milieueducatie, ruimtelijke ordening, klimaat, energie en duurzaamheid. Onze visie luidt: • onze gemeenten te ontzorgen; • onze brede kennis en onafhankelijke positie centraal te stellen; • vanuit een dienstverlenende houding te werken; • alert te zijn op politiek gevoelige dossiers en lokale verhoudingen; • vanuit mogelijkheden te denken. Voorop staat het denken in mogelijkheden, met behoud van de waarden in de fysieke leefomgeving. Onze Kernwaarden: Bij het werken aan de organisatie laten wij ons leiden door kernwaarden, die ons handelen naar klanten, partners en collega’s onderling bepalen: • Dichtbij • Samen • Deskundig • Objectief • Anticiperend • Maatschappelijk bewust

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

7 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

2.2

Ontwikkelingen

Sinds de begroting van 2019 is de paragraaf beleidsontwikkelingen een vast onderdeel van de begroting. Deze paragraaf heeft als doel te informeren over actuele ontwikkelingen die zich nu en in de toekomst voordoen en mogelijk financiële gevolgen met zich meebrengen. In deze paragraaf gaan we in op algemene ontwikkelingen op de bedrijfsvoering van de ODRU, gevolgd door beleidsontwikkelingen, die samen met de eigenaargemeenten zijn verzameld in het Document nieuwe ontwikkelingen (DNO). 2.2.1

Algemeen

Een aantal ontwikkelingen in Nederland heeft duidelijk een financieel effect op de ODRU, denk aan de gevolgen van de economische crisis voor de arbeidsmarkt en inhuurtarieven. Hier gaan we kort in op een aantal ontwikkelingen, waarop de ODRU zich moet voorbereiden, die innovatie en investeringen vragen en/of die een effect kunnen hebben op onze begroting. De financiële druk waar gemeenten mee te maken hebben betekent voor de ODRU en andere uitvoeringsorganisaties: we moeten ‘het’ anders doen, meer met minder. En scherp zijn op kostenverhogende effecten van ontwikkelingen. Koers 2019-2022 De Koers die het bestuur voor de ODRU heeft vastgesteld kent een aantal thema’s waarmee afgelopen jaren al mooie resultaten zijn behaald. Begin 2020 heeft een extern onderzoek (de ‘foto’) en een beoordeling van de beleefde werkdruk bij de medewerkers plaats gevonden. Wij herkenden ons in het beeld en hebben de aanpak van de Koers herijkt met een nieuwe opzet van ons werkplan. Hetgeen heeft geresulteerd in de volgende acht thema’s (zes bestaande en twee nieuwe): 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Omgevingswet; Duurzaamheid; Eenduidige afspraken; ICT en digitalisering; Sturing monitoring en verantwoording; Stroomlijnen; Kwaliteit van dienstverlening; Vinden, boeien, binden.

De Koers kent een interne veranderopgave: van activiteiten- naar procesgericht, meer integrale advisering en resultaatsturing en -verantwoording. Daarin staan een strakkere resultaatsturing en transparantie naar de eigenaargemeenten voorop: contractering en verantwoording op cijfers en normen (op aantallen, duur en doorlooptijden). Wij verwachten hiermee organisatiekosten beheersbaar te houden of op onderdelen zelfs te verminderen. De grootste winst is te behalen in verdergaande uniformiteit in producten en diensten voor gemeenten en het realiseren van schaalvoordelen. In de afspraken tussen de ODRU en de gemeenten kan nog veel bereikt worden. Dit heeft een aantoonbaar gunstig effect op de organisatiekosten en mogelijk op het toekomstig uurtarief. In het kader van de Koers zijn voor de professionalisering van de ODRU in de afgelopen jaren extra structurele en incidentele ICT-kosten gebudgetteerd. Extra structurele kosten zijn gemaakt om de ICT up-to-date te maken, voor de digitalisering van onze documentenstromen en het GIS/GEO-loket. Ook zijn er ten behoeve van passende kantoorfaciliteiten, extra structurele kosten gebudgetteerd voor de huisvestingskosten op de tweede verdieping. Deze structurele kosten zijn gedekt uit het ontstane structurele resultaat dat door de DVO-uitbreidingen van de afgelopen jaren is ontstaan als gevolg van schaalvergroting.

Deze structurele en noodzakelijke uitbreidingen in de kosten hebben door een adequaat financieel beleid niet geleid tot een hoger uurtarief. Ook voor 2022 (en gedeeltelijk al in 2021)

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

8 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

worden als gevolg van nieuwe ontwikkelingen extra structurele en noodzakelijke kosten verwacht om verder te professionaliseren. Daarnaast zijn er twee bestuurlijke ontwikkelingen die effect kunnen hebben op onze begroting voor 2022: •

De commissie van Aartsen onderzocht het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in het milieudomein. De hoofdvraag voor de commissie was hoe milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening effectiever en slagvaardiger kan worden gemaakt. Begin maart publiceerde de commissie het rapport. De commissie-Van Aartsen noemt tien maatregelen om het VTH-stelsel te verbeteren. Zo moet onder meer de ondergrens voor de omvang van de omgevingsdiensten worden verhoogd. Er moet meer prioriteit, capaciteit en inzet komen voor strafrechtelijke handhaving en vervolging. Takenpakket en financiering van omgevingsdiensten moeten landelijk worden afgestemd. Verder stelt de commissie dat omgevingsdiensten moeten worden verplicht tot informatie-uitwisseling en tot investeren in kennisontwikkeling. Ook moet er Rijkstoezicht komen op het functioneren van de omgevingsdiensten.

•

De Raad van State heeft afgelopen juli haar advies gepubliceerd over de wetswijziging om de politieke verantwoording over gemeentelijke samenwerkingen te versterken. De wijziging heeft betrekking op maatregelen die de betrokkenheid van raadsleden statenleden en inspraak van inwoners en maatschappelijke organisaties verbeteren. Dit kan gevolgen hebben voor de werkwijze de producten en de diensten van de ODRU.

2.2.2

Beleidsontwikkelingen 2021 en verder

De ontwikkelingen voor 2022 die afkomstig zijn uit het DNO, verdelen wij in deze paragraaf onder naar vier onderdelen: duurzaamheid; het klimaat; vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en overige wettelijke ontwikkelingen. De ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet zijn separaat beschreven in hoofdstuk 6. Duurzaamheid en klimaat In de energie- duurzaamheidsopgave zijn er wettelijke taken met financiële consequenties die mogelijk een effect op het uurtarief van de ODRU hebben. •

•

•

•

•

In 2021 stellen de RES-regio’s de definitieve Regionale Energiestrategie (RES 1.0) vast en borgen ze de besluiten en doelstellingen in de gemeentelijke omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. De besluitvorming is twee jaar van kracht. Als trekker van het transitieproces stellen de gemeenten in 2021 een Transitievisie Warmte op. De gemeenten concretiseren de Transitievisies in wijkuitvoeringsplannen warmtetransitie. De Transitievisie Warmte en de wijkuitvoeringsplannen zijn een programma binnen het Omgevingsplan van de gemeente. Gemeenten hebben in 2020 een Duurzaam mobiliteitsplan voor de vervoersregio’s opgesteld en werken dat vanaf 2021 uit in projecten. Dat vergt investeringen in duurzame mobiliteit bij bedrijven. Omgevingsdiensten krijgen een rol in het toezicht op duurzaam vervoersmanagement bij bedrijven. De klimaatadaptatie gaat over de thema’s waterveiligheid/overstromingen, wateroverlast, droogte en hittestress. Vanaf 2021 voeren de gemeenten de uitvoeringsagenda’s uit van adaptatiestrategie. De agenda kan voor iedere gemeente anders zijn, afhankelijk van de lokale situatie. De ODRU kan, vanwege gebiedskennis en beschikbare data, de gemeenten en provincie hierbij ondersteunen. De bodemdaling in een groot gedeelte van deze regio verergert de kwetsbaarheid van dit gebied. De ODRU neemt momenteel actief deel aan het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling.

Er lopen diverse pilots in de regio Midden-Holland om bodemdaling te beperken. De Omgevingswet biedt kansen voor de toepassing van specifieke innovaties voor specifieke problemen.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

9 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Vergunningverlening, toezicht en handhaving Ook in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn er ontwikkelingen met betrekking tot wettelijke taken met mogelijk financiële consequenties. •

•

Vanaf 1 januari 2023 moet een kantoorgebouw, vanaf een bepaalde minimale grootte, minimaal een geregistreerd energielabel C hebben. Het bevoegd gezag voor het Bouwbesluit – meestal de gemeente waar het kantoorgebouw staat – is verantwoordelijk voor de handhaving van de label Cverplichting. Op moment van opstellen van deze begroting zijn de ontwikkelingen rondom PAS en stikstofemissie nog volop in beweging. De impact hiervan is veelomvattend en zal ook in 2021 nog zijn weerslag hebben. Veel hangt af van de landelijke regelgeving en de besluitvorming in beide Kamers. Uiteraard zal de ODRU hierbij aanhaken en de consequenties verwerken in onze aanpak en uitwerking.

Overige wettelijke ontwikkelingen • De beoogde ingangsdatum van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is op dit moment 1 januari 2022. De hoofddoelen van de Wkb zijn de positie van de bouwconsument ten opzichte van de bouwende partijen te versterken en een nieuw systeem van kwaliteitsborging bij bouwactiviteiten. Dit houdt onder andere in dat de bouwbesluittoets bij gevolgklasse 1 bouwwerken niet meer door de gemeente (of de ODRU) wordt uitgevoerd, maar door een gecertificeerde partij. • Naar alle waarschijnlijkheid treedt de Wet open overheid per 1 januari 2022 in werking. De Woo zal de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. Het uitgangspunt is dat informatie in principe openbaar wordt gemaakt en kan worden hergebruikt. Informatie moet digitaal en duurzaam toegankelijk zijn. De ODRU zal vergunningen, andere beschikkingen en documenten openbaar moeten maken (geanonimiseerd) en contactfunctionarissen aanstellen die burgers wegwijs maken in de overheidsinformatie. • Door een wijziging van de Wet Bibob kan de aanpak van ondermijnende criminaliteit worden versterkt. De ODRU kan voor de gemeenten een grotere rol spelen met betrekking tot dit onderwerp, vanwege inhoudelijke expertise en de regionale kennis. De genoemde ontwikkelingen kunnen leiden tot verschuiving van accenten en een verandering in uren van het DVO.

Wanneer de DVO’s in 2021 gewijzigd worden zal dit via een begrotingswijziging meegenomen worden in de bijgestelde begroting van 2022. Dit geldt ook voor tijdelijke en projecturen die opgenomen worden in de uitvoeringsprogramma’s van 2022. In voorbereiding op 2022 worden de beschreven ontwikkelingen met de regievoerders van de gemeenten gedeeld. We blijven samen in gesprek om ambities op de ontwikkelingen te bepalen, afspraken te maken en deze vast te leggen in DVO’s en UVP’s zodat we hier in 2022 uitvoering aan kunnen geven. Doordat kwantificatie op dit moment niet goed mogelijk is – vooral voor de structurele impact van de Omgevingswet – is een eventuele ophoging door de ontwikkelingen niet opgenomen in deze begroting.

2.3 Samenwerking met de RUD In de provincie Utrecht is een tweetal omgevingsdiensten actief, te weten de ODRU en de RUD Utrecht. De laatste jaren is er vanuit de werkvloer van beide diensten samenwerking op inhoud ontstaan. De laatste maanden is er ook op directie en bestuursniveau de wens uitgesproken om deze samenwerking meer te formaliseren. Op dit moment wordt er gezamenlijk aan een bestuursovereenkomst gewerkt. Deze bestuursovereenkomst zal de basis vormen voor eventuele verdere formele afspraken. Voor de komende periode is de wens uitgesproken de samenwerking te intensiveren. Vanuit het maatschappelijk belang is het wenselijk dat er in de regio Utrecht gezamenlijk wordt opgetrokken om zo burgers en bedrijven op een zelfde manier te benaderen en een level playing field te creëren. Daarnaast is het voor de efficiëntie van beide diensten wenselijk daar waar mogelijk de samenwerking te zoeken, zowel op inhoud als op bedrijfsvoering.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

10 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

3.

Wat mag het kosten

3.1

Financiering

De financiële exploitatie van de ODRU is gebaseerd op de bijdragen van de eigenaargemeenten. Die kent op dit moment de vorm van inputsturing: per gemeente worden de te maken uren afgesproken, er wordt vooraf één vast uurtarief afgesproken (via de Kadernota) en daarmee is de bijdrage van elke gemeente bekend, evenals bijna alle inkomsten voor de ODRU begroting. Op jaareinde wordt een afrekening gemaakt op basis van de werkelijk gerealiseerde uren. Figuur 2 geeft de systematiek van begroten grafisch weer.

FIGUUR 2: BEGROTINGSMETHODIEK BIJ DE ODRU

1. Jaarlijks wordt een begroting opgesteld op basis van de gegarandeerde (G) gecontracteerde uren die voor onbepaalde tijd per gemeente zijn vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst (DVO). Daarnaast worden langlopende contracten begroot. De formatie en vaste kosten zijn hierop afgestemd, de begroting is zo tenminste budgettair neutraal. Dit geeft een stabiele financiële basis voor de ODRU en de gemeenten. 2. Afhankelijk van de rechtmatigheid en noodzaak wordt jaarlijks een begrotingswijziging (BGW) gemaakt. In de begrotingswijziging worden extra baten vanuit de vastgestelde UVP’s (T+Puren) opgenomen tegen het afgesproken basistarief. Hierdoor ontstaat dekking voor incidentele lasten, voornamelijk in te huren capaciteit om de productie te realiseren. De BGW wordt opgesteld met een mate van voorzichtigheid. Hiermee wordt bedoeld dat niet alle extra gecontracteerde UVP-uren worden opgenomen, maar gemiddeld 90% van de extra uren. Dit percentage is in recente jaren opgehoogd vanaf 70%. De systematiek van BGW draagt bij aan de financiële solide basis. Mocht er onverhoopt iets minder worden gerealiseerd en zijn er dus minder inkomsten, dan staan daar vanuit dit voorzichtigheidsbeginsel geen uitgaven tegenover die tot een negatief resultaat kunnen leiden. 3.

Naast de DVO (G-uren), UVP (T+P uren) is het gebruikelijk dat in het lopende jaar de gemeente of andere opdrachtgevers aanvullende taken afnemen bij de ODRU. Voor deze aanvullende uren wordt het basistarief met een opslag van 10% gehanteerd. 4. Daarnaast is het mogelijk dat er meer UVP uren worden gerealiseerd dan vooraf gecalculeerd, omdat deze UVP uren (de uren die bovenop het DVO worden afgenomen) voorzichtig worden Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

11 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

begroot (+/-90%). De extra baten geven dekking voor inhuur van tijdelijke capaciteit, de organisatie van deze inhuur en onvoorziene kosten. 3.2

Financiële uitgangspunten begroting 2022

De begroting 2022 van ODRU is opgesteld met inachtneming van de vereisten van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Cijfermatig vormen de Kadernota 2022 en de meerjarenbegroting 2022-2024 de basis voor het opstellen van de begroting 2022. Hierbij is, in lijn met de wijze van begroten in eerdere jaren de basisbegroting (formatie en kosten) afgestemd op de zekere omzet. Evenals vorig jaar en in het kader van rechtmatigheid wordt jaarlijks een begrotingswijzing opgesteld waarmee we materiële wijzigingen formaliseren en toevoegen aan de vastgestelde begroting. De meerjarenbegroting 2023-2025 van de ODRU is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de directeur en het dagelijks bestuur. De begroting 2022 borduurt voort op de huidige manier van begroten (zie figuur 2). De producten- en dienstencatalogus (PDC) is de basis voor de vertaling van de DVO in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s (UVP). Het aantal uren uit de DVO’s vormt de basis voor de toegestane formatie. Wanneer de vaste formatie niet volledig is ingevuld en dus onze streefwaarde van 100% niet wordt gerealiseerd, werkt de ODRU met inhuur om deze plekken op te vullen. Binnen de verschillende taakvelden, is er nadrukkelijk aandacht voor de juiste inzet van in te huren personeel in relatie tot het vaste personeel. Dit is mede gerelateerd aan de aard en omvang van de aanvullende omzet.

Op dit moment zijn er verschillen tussen de gemeenten met betrekking tot de verhouding DVO/UVP. We streven naar een verhouding van “80/20”. Deze wordt niet bij alle gemeenten gerealiseerd. En in 2022 kan de verhouding toch al verschuiven richting meer tijdelijke uren, vanwege de komst van de nieuwe taken als gevolg van de Omgevingswet, welke niet direct in de DVO’s worden opgenomen (vooral: de bodemtaken). Deze verhouding heeft zowel invloed op de efficiency als de kwaliteit en continuïteit. Tevens kent de inhuurmarkt steeds hogere inhuurkosten; flexibiliteit kent derhalve zijn grenzen. Alle bedragen in de begroting zijn exclusief btw. De ODRU is door de Belastingdienst aangemerkt als ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting. Hierdoor worden alle facturen die de ODRU voor haar dienstverlening verzendt, verzwaard met het vigerende tarief voor de omzetbelasting. De ODRU kan zelf geen beroep doen op het BTW Compensatiefonds. Verder is in 2016 het officiële standpunt van de Belastingdienst ontvangen dat de ODRU géén activiteiten verricht die vennootschapsbelasting (VpB) plichtig zijn. Het beleid is er op gericht om ook in 2022 en de jaren daarna geen activiteiten te verrichten die niet vrijgesteld zijn van VpB. Voor 2022 is uitgegaan van een gegarandeerde omzet vanuit de eigenaargemeenten van 155.576 gegarandeerde uren en 319 tijdelijke en projecturen.

De belangrijkste gehanteerde kaders vanuit de vastgestelde Kadernota 2022 zijn: • •

• •

de meerjarenkaders uit de begroting 2021 vormen de basis voor de begroting 2022; voor de begroting 2022 wordt uitgegaan van de zekere gecontracteerde omzet, de contractaanpassingen als gevolg van de Wet kwaliteitsboring bouwen (Wkb), de Omgevingswet en alle overige genoemde ontwikkelingen in paragraaf 2.2 maken hier zodoende geen deel vanuit; het vastgestelde formatieplan is doorgerekend op basis van het maximum schaalniveau conform CAO en verwachte loonontwikkeling van 2,0% voor 2022; en de meerjarenbegroting is opgesteld in zogenaamde constante prijzen. Er is geen loon- of prijsaanpassing verwerkt voor de jaren na 2022.

Daarnaast zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

Naar verwachting wordt de bestemmingsreserve Omgevingswet in 2021 volledig benut en wordt het programma afgerond. De Omgevingswet is per 2022 ondergebracht in de lijn.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

12 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

•

Uitdagingen op het gebied van de organisatiethema’s, inclusief de Omgevingswet, worden in 2022 gedekt vanuit interne uren.

Het basistarief voor 2022 is vastgesteld op € 96,75 per uur. Net zoals de gemeenten, is de ODRU bezig kostenbesparingen te realiseren. In de zienswijzen op de kadernota hebben gemeenten aangegeven dat zij graag zien dat kostenbesparingen waar mogelijk in de begroting zijn verwerkt. Vanwege alle onzekerheden omtrent de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de veranderopgaven die dit met zich meebrengt, is het in dit stadium nog niet verstandig de beoogde besparingen volledig in de begroting te verwerken. De ODRU werkt aan kostenbesparingen door actief te werven om de vaste personele bezetting meer aan te laten sluiten op de toegestane formatie. Er is door het bestuur een taakstelling opgenomen in de begroting van € 100.000, te besparen op inhuur derden vanaf 2022. Dit werkt door in de meerjarenbegroting 20232025. De ODRU blijft zich hiernaast inzetten om meer besparingen te realiseren, bijvoorbeeld door de processen te optimaliseren en door in de samenwerking en taakverdeling met gemeenten dingen slimmer te organiseren. De gemeenten kunnen hieraan bijdragen door structurele uren zoveel mogelijk onder te brengen in de gegarandeerde (DVO-) uren en door uniformiteit na te streven in wat van de ODRU gevraagd wordt. Het omgaan met financiële beperkingen is een gedeelde verantwoordelijkheid van de ODRU en de eigenaargemeenten.

Naast de normale bedrijfsuitoefening wordt in deze begroting nadrukkelijk ingegaan op het inwerking treden van de Omgevingswet. Dit is opgenomen in hoofdstuk 6. 3.3

Financiële ontwikkeling

Het AB, management en de organisatie van de ODRU zijn ervan doordrongen dat naast een goede dienstverlening, efficiency en kostenbesparing van groot belang zijn. De gemeenten zijn de afgelopen jaren enerzijds geconfronteerd met bezuinigingen op en de herijking van het gemeentefonds en anderzijds met nieuwe taken voortvloeiende uit decentralisaties (onder andere jeugdzorg, participatiewet en de WMO). Ook de komende jaren krijgen gemeenten te maken met veel extra taken en budgettaire beperkingen. De ODRU zal ernaar streven de lastenontwikkeling in samenspraak met de gemeenten zo laag mogelijk te houden. Loonkosten vormen voor de ODRU het hoofdbestanddeel van de kosten. Voor de begroting 2022 is uitgegaan van een loonkostenstijging van 2,0% (conform de Kadernota 2022). De overige kosten zijn waar nodig aangepast aan de recente ontwikkelingen. De huisvestingskosten blijven ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2021. De indexering van de huur- en servicekosten en de kapitaallasten zijn doorgerekend op basis van het investeringsplan (bijlage 3). De algemene kosten zijn vanaf de begrotingswijziging 2021 toegenomen als gevolg van een verschuiving vanuit inhuur derden en indirecte personele lasten voor verschillende IT-gerelateerde kosten. De grafiek geeft de onderliggende verdeling weer van de begrote kosten in 2022.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

13 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

2% 9%

0%

4% 0%

Directe personeelskosten

1%

Inhuur derden

4%

Indirecte personele lasten Bestuurskosten Algemene kosten Huisvestingskosten Kapitaallasten

80%

Diversen

FIGUUR 3: KOSTENVERDELING BEGROTING 2022

•

Tariefontwikkeling Het uurtarief zoals opgenomen in de begroting 2022 wordt, op basis van de in de afgelopen jaren gehanteerde rekenmethodiek, als volgt berekend: begrote vaste kosten voor 2022 verminderd met de ‘niet uren gerelateerde opbrengsten’ (meerjarenbegroting) gedeeld door de gegarandeerde G-uren (huidige DVO’s/vaste contracten). In 2022 is dit 155.895 uur (= 155.576 G-uren + 319 T+P-uren). In figuur 4 is de tariefontwikkeling van de afgelopen vier jaar opgenomen. Rekening houdend met de nacalculatie voor 2020 en voorlopige nacalculatie voor 2021 van respectievelijk +1,25% en -1,23% volgens de systematiek in de kadernota (zie tabel 2) stijgt het tarief voor 2022 daardoor met 1,92%. Het tarief komt daarmee uit op: € 96,75. Voor uren boven de in de contracten vastgelegde uren (veelal aanvullende opdrachten) geldt een opslag van 10%.

€ 89,75 2019

€ 92,50

2020

€ 95,00

2021

€ 96,75

2022

FIGUUR 1: ONTWIKKELING UURTARIEF

Eind 2021 verwachten wij dat de eigenaargemeenten ons meer duidelijkheid kunnen geven over het extra af te nemen aantal uren (projecturen en tijdelijke uren) voor 2022. In een begrotingswijziging zullen de financiële consequenties van de eventueel meer af te nemen uren afzonderlijk aan het AB worden voorgelegd. •

Loon- en prijsontwikkeling De voor- en nacalculatie op de methodiek van loon- en prijsontwikkeling die in 2016 is geïntroduceerd, wordt gehandhaafd. Hiermee voorkomen we dat ieder jaar een intensieve discussie moet worden gevoerd over de aanpassing van de tarieven. Hierdoor is een reële aanpassing van de tarieven niet mogelijk. Doordat er ieder jaar een nacalculatie wordt gedaan op de eerdere voorcalculatie en het verschil wordt verrekend met de nieuwe tarieven voor het nieuwe begrotingsjaar vallen de tarieven over een langere periode nooit hoger uit dan de gerealiseerde loon- en prijsontwikkeling.

Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

14 Akkoord secretaris:

(ontwerp)Begroting 2022

Jaar t

Jaar t+1

Jaar t+2

Voorcalculatie lonen t+2 reëel verwachte ontwikkelingen

Voorlopige nacalculatie loonvoet sector overheid (CPB)

Definitieve nacalculatie gerealiseerde ontwikkeling lonen (cao)

Voorcalculatie prijzen t+2 reëel verwachte ontwikkelingen

Voorlopige nacalculatie consumenten prijsindexcijfer (CPI)

Definitieve nacalculatie consumenten prijsindexcijfer (CPI)

TABEL 2:LOON- EN PRIJSONTWIKKELINGSMETHODIEK

De volgende gegevens zijn conform de Kadernota 2022. In het gehanteerde rekenmodel voor de ODRU zijn deze mutaties verwerkt tot en met 2021. In de Kadernota 2022 is voorgesteld om de voorcalculatie voor de verwachte loonontwikkeling in 2021 op 2,0% te zetten en die voor de prijsontwikkeling ook op 1,5%. De bovenstaande percentages zijn in tabel 3 weergegeven. 2020

2021

2022

Tarief 2022

Voor- en nacalculatie

Lonen Prijzen Gewogen Lonen

Schatting Kadernota Voorlopige Nacalculatie 2,90%

1,50%

2,59%

Verminderd

4,50%

1,50%

3,84%

Loon correctie

1,60%

Prijs correctie

Prijzen Gewogen Lonen Prijzen Gewogen

2,50%

1,80%

2,35% 2,00%

1,00%

1,60%

1,12%

-1,50% 0%

1,50%

1,90%

2,00% -0,20%

Gewogen L/P 1,25% -1,23% TABEL 3: BEREKENING VOOR- EN NACALCULATIE (BRON: KADERNOTA 2022)

2,10% 1,50%

1,30% 1,90%

1,92%

3.4 Efficiency De ODRU is zich bewust van de huidige precaire financiële situatie bij onze gemeenten, terwijl alle landelijke (wettelijke) ontwikkelingen die op de gemeenten en de ODRU afkomen, dit beeld nog verder bemoeilijken. Dat geeft nog meer belang aan het zo efficiënt mogelijk werken, waar de ODRU altijd al mee bezig is. Mogelijkheden tot efficiencyverbetering ziet de ODRU middels een drie-sporentraject, hetgeen ook besproken is met het algemeen bestuur op 1 oktober 2020. Dit betreft (1) het realiseren van kostenbesparingen in de sfeer van de interne bedrijfsvoering, (2) kostenbesparingen door minder besteding van uren en (3) kostenbesparingen in de keten. Binnen de interne bedrijfsvoering is het belangrijkste aandachtspunt het vergroten van het aandeel vast personeel ten opzichte van het aandeel tijdelijk personeel. In de huidige situatie opereert de ODRU structureel met een 10% lagere bezetting dan de formatie. Daarnaast kunnen verdere besparingen worden gerealiseerd in bijvoorbeeld het verder afbouwen van papierwerk door digitalisering. Binnen het tweede spoor kunnen minder uren benodigd zijn op twee verschillende wijzen. Ten eerste kunnen minder uren nodig zijn met dezelfde kwaliteit en omvang van de dienstverlening door middel van standaardisering, digitalisering in combinatie met procesoptimalisatie en door werkstructuur, rolvastheid en sturing te verbeteren.

Een tweede wijze waarop het aantal benodigde uren kan worden Omgevingsdienst regio Utrecht Akkoord voorzitter:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10185944/1