RIB21.096 Nieuwe Wet inburgering
Tekst van het document
21
Het gaat in de decembercirculaire om de volgende bedragen: Integratie uitkering mei/december 2020
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug
30.244 85.253 98.574
20.161 60.735 68.079
44.808 134.986 151.307
49.294 148.501 166.456
49.294 148.501 166.456
49.294 148.501 166.456
Wijk bij Duurstede Zeist Totaal bijdrage gemeentefonds
47.305 127.279 388.655
31.640 100.788 281.403
70.320 224.004 625.425
77.361 246.431 688.043
77.361 246.431 688.043
77.361 246.431 688.043
Inburgeringsvoorzieningen (programmakosten) De middelen voor inburgeringsvoorzieningen worden beschikbaar gesteld via een specifieke uitkering. De precieze verdeling over de gemeenten wordt naar verwachting in de loop van 2021 bekend gemaakt, naar verwachting voor 1 oktober. Middelen voor de inburgeringsvoorzieningen mogen niet worden aangewend voor de uitvoering van de wet. In het Algemeen Bestuur van 28 oktober 2020 is besloten dat het beheer van de programmabudgetten bij de RDWI wordt belegd, behalve de budgetten voor maatschappelijke begeleiding. Deze zullen bij de gemeenten achter blijven. Het gaat om de Rijksbijdrage exclusief het budget voor maatschappelijke begeleiding. De berekening is opgesteld op basis van de vergoedingssystematiek die het Rijk hanteert (budget per traject per migrant * aantal inburgeraars). Rijksbijdragen voorzieningen Inburgeringsvoorzieningen
2022
2023
2024
2025
664.300
1.076.300
1.179.400
1.179.400
Voor de berekening is uitgegaan van het taakstelling inburgeraars voor 2020 (103 asielmigranten en 119 gezinsmigranten). In bijlage III is een specificatie van de gemiddelde bijdrage per inburgeringstraject opgenomen. 6.2 Begroting implementatiekosten De invoering van de wet vraagt voorbereiding van de RDWI. AEF heeft een raming gemaakt voor de implementatiekosten. In het veldonderzoek is een indeling in soorten implementatiekosten opgenomen. Het gaat om de inrichting van beleid en processen, het inrichten van de ICT, de inrichting van de communicatie en de werving en/of opleiding van medewerkers. Omdat de wet oorspronkelijk medio 2021 ingevoerd zou worden, is de RSD vorig jaar gestart met de voorbereiding. Daarvoor is een projectmedewerker aangesteld en is onder andere gewerkt aan het procesontwerp. De kosten die dit met zich mee bracht zijn gedekt uit de apparaatskostenbegroting 2020. De volgende raming van de implementatiekosten is gemaakt: Eenmalige implementatiekosten WNI Inrichting beleid en processen Projectmedewerker Contractmanagement 2021 (U16) Kwaliteitsadviseur Bouw werkprocessen
2020 35.000 35.000
2021 150.000 57.000 24.000 49.000 11.000
22
Inhuur DPIA Inrichting ICT Licenties Schulink (kennisbank) Applicaties Communicatie Aanpassing website, brochures, etc. Werving en/of opleiding Werving Opleiding Subtotaal Onvoorzien, 10 procent Totale implementatiekosten Dekking reguliere begroting RSD Saldo bijdrage gemeenten t.b.v. implementatiekosten
-
-
35.000 35.000 -35.000 -
9.000 7000 + PM 7.000 PM 5.000 5.000 29.000 3.000 26.000 191.000 19.000 210.000 210.000
Binnen het implementatietraject gaat het volgens AEF om de volgende (categorieën) werkzaamheden: Inrichting beleid en processen Hierin zijn volgens AEF onder andere de werkzaamheden voor het ontwikkelen van beleid opgenomen. Het gaat om het opstellen van beleidsregels en een verordening, de inrichting van de verantwoording, juridische ondersteuning in verband met privacyvraagstukken, kwaliteitscontroles en financiën. Daarbij is (project)ondersteuning nodig om alle de werkprocessen in te richten en deze inrichting te bouwen. Ten behoeve van deze werkzaamheden wordt door de RDWI de inzet van een extra projectmedewerker en kwaliteitsmedewerker begroot, naast de uitbesteding van het contractmanagement aan de gemeente Utrecht. De bouw van de nieuwe werkprocessen zal bij een externe partij worden belegd. De gegevensbeschermingseffectbeoordeling (PIA) wordt eveneens extern uitbesteed. De RDWI heeft binnen de reguliere organisatie een projectleider vrijgemaakt en zal voor beleidsontwikkeling, advisering rondom privacyvraagstukken, juridisch advies, inkoopexpertise en financiële advisering, vaste medewerkers inzetten binnen het implementatietraject. Deze inzet van deze medewerkers valt binnen de reguliere apparaatsbegroting van de RDWI. Inrichting ICT Hierin zijn kosten voor de inrichting van applicatie(s) opgenomen.
Nog niet alle kosten zijn bekend; AEF heeft hier ook geen inschatting voor kunnen geven. Voor de kosten van de applicaties en licenties is een PM-post opgenomen. De kosten voor de kennisbank Wet inburgering van Schulinck zijn wel bekend, namelijk €7000 voor een half jaar. Inrichting communicatie Het betreft de opzet van de communicatie. Het gaat om aanpassing van de website, formulieren en vertaalkosten. Hiervoor is één verzamelbedrag van €5000 opgenomen. Werving en opleiding Het betreft enerzijds de werving van nieuwe medewerkers. Anderzijds betreft het kosten voor een opleidingstraject voor uitvoerders naar een hele nieuwe situatie. In totaal is voor deze kosten €29.000 begroot. Tot slot is een post onvoorzien geraamd van 10% van de bekende kosten.
23
De totale kosten in 2021 zullen € 210.000 bedragen. Voor dit bedrag wordt een beroep gedaan op de middelen die gemeenten hebben ontvangen via het gemeentefonds. De gemeenten hebben hiervoor in 2020 een bijdrage ontvangen van € 388.000. 13 Deze kosten worden nadat het Algemeen Bestuur een besluit heeft genomen over het implementatieplan, verwerkt in de lopende begroting 2021 van de RSD. 6.3 Begroting structurele uitvoeringskosten Op basis van de uitkomsten van het AEF-rapport zijn de structurele uitvoeringskosten per proces inzichtelijk gemaakt vanaf 2024, het eerste jaar na de opstart/ingroeifase 2022 t/m 2023. Het gaat om personeelskosten, overhead en materiële kosten (voor onder andere (cursus) participatieverklaring traject, maar ook voor ICT, facilitair, etc.). Het AEF-rapport gaat deels uit van inzet per inburgeraar en deels van inzet formatie (fte) per jaar. Omdat een inburgeringstraject drie jaar kan duren, betekent dit dat een deel van de kosten per inburgeraar over langere tijd lopen. Het betreft het bewaken van de voortgang en handhaving, maar kan ook gelden voor een deel van de kosten voor ontzorgen/zelfredzaam maken van inburgeraars. Tijdens de opstart periode (2022/2023) kan hierdoor onderuitputting van de middelen ontstaan.
Na de startfase is het beeld dat werkzaamheden en kosten bij een relatief constante instroom van asielmigranten ongeveer gelijk zullen zijn aan de beschikbaar gestelde middelen uit het gemeentefonds. Onderstaande raming van de processen gaat uit van 222 inburgeraars, en betreft de structurele uitvoeringskosten vanaf 2024.
Specificatie processen uitvoering brede intake en PIP voortgang en handhaving
uren per inburgeraar
aantal inburgeraars per jaar
Kosten per proces
222 222
145.200 246.900
0,224
103
24.000
0,036 0,088
103 222 222
109.900 30.100 9.500
9,5 16,36
aanbieden leerroutes ontzorgen PVT MAP Beleid en sturing, ondersteunende processen Onvoorzien/ aansluiting met bijdrage gemeentefonds Subtotaal kosten uitvoering processen
fte per gemeente/per jaar
20 1,45
0,44
84.600 38.600 688.800
De aanbesteding van de leerroutes vindt regionaal, op U16 niveau, plaats. Gemeente Utrecht trekt de aanbesteding en zal het contractmanagement verzorgen. De post aanbieden leerroutes dient ter dekking van kosten die gemeente Utrecht voor contractmanagement maakt. Deze zijn vastgelegd in addendum op het regionale Inkoopconvenant Taalonderwijs.
13
Meicirculaire 2020, integratie-uitkering, bedragen kolom 2020 – ivm implementatiekosten, pag 28, Bijlage 3.2-4, verdeling gemeenten, va https://www.rijksoverheid.nl/documenten/circulaires/2020/05/29/meicirculaire-gemeentefonds-2020
.
24
Op basis van een jaarlijkse instroom van 222 inburgeraars ziet de kostenontwikkeling over de periode 2022-2025 er als volgt uit: Uitvoeringskosten instroom 2022 instroom 2023 instroom 2024 instroom 2025 instroom 2026 Totaal uitvoeringkosten per jaar
2022
2023
2024
510.400
116.700 510.400
61.700 116.700 510.400
627.100
688.800
510.400
2025 61.700 116.700 510.400 688.800
6.4 Begroting inburgeringsvoorzieningen (programmakosten) Het Rijk maakt in het voorjaar 2021 de verdeling van de vergoedingen voor de voorzieningen over de gemeenten bekend. Uiterlijk 1 oktober 2021 vindt de definitieve vaststelling van het voorlopige budget voor 2022 plaats, en ontvangen de gemeenten een beschikking. De gemiddelde bijdrage per inburgeringstraject is bekend, namelijk € 12.712 exclusief btw per asielmigrant en € 589 per gezinsmigrant. Een traject bestaat uit meerdere componenten waaraan bedragen gekoppeld zijn (zie bijlage III). Deze bedragen per component zijn niet normstellend. De middelen mogen binnen de gestelde bestedingseisen vrij besteed worden. Dat geeft vrijheid om tussen de componenten te schuiven en bepaalde (groepen) inburgeraars intensievere trajecten te bieden. Dit laatste kan mits voor andere (groepen) inburgeraars minder kosten gemaakt hoeven worden 14. Een deel van de voorzieningen wordt regionaal ingekocht. Dit kan de mogelijkheid om tussen componenten te schuiven beperken. Het grootste deel van de voorzieningen wordt vergoed in het eerste jaar (het jaar van instroom), maar de looptijd van de voorziening kan langer dan een jaar duren. Dit geldt voor taallessen, het PVT en de tolkvoorziening, en in de meeste gemeenten de maatschappelijke begeleiding. Aan de besteding van deze middelen zijn voorwaarden verbonden.
De jaarlijkse verantwoording vindt plaats via de SiSa. Om enige flexibiliteit aan de uitvoering te geven, is de mogelijkheid opgenomen om tussen de verschillende voorzieningen te schuiven en tijdelijk middelen tussen jaren te reserveren, tot een maximum van 100% van de beschikbaar gestelde voorziening. Dit laatste is ook nodig vanwege de langere looptijd van enkele van de voorzieningen. Er is een verschil tussen de verwachte kosten en de te ontvangen vergoedingen. Dit wordt veroorzaakt door de bevoorschotting voor de taallessen (50%-40%-10%), terwijl de kosten gelijkmatig over de drie lesjaren gemaakt zullen worden. Ook lopen enkele andere voorzieningen langer dan een jaar (taallessen, PVT, MAP, maatschappelijke begeleiding en tolkenkosten). Hierdoor kunnen kosten per jaar fluctueren. Daarom is het mogelijk om een deel van de Rijksbijdrage te reserveren voor latere jaren. Op basis van de taakstelling 2020 (ca 222 inburgeraars) is een doorrekening van de kosten voor de inburgeringsvoorzieningen voor de periode 2022-2025 gemaakt.
14 Vraag en antwoord Divosa vraag 10 Hoe zijn de budgetten voor uitvoeringskosten en (gemeentefonds) en inburgeringsvoorzieningen (SPUK), opgebouwd: https://www.divosa.nl/onderwerpen/veranderopgave-inburgering/vraag-en-antwoord-wet-inburgering
25
Verwachte kosten RSD per component leerroutes map (module arbeidsmarkt en participatie) map (module arbeidsmarkt en participatie) PVT (participatie verklaringstraject) PVT (participatie verklaringstraject) tolk (3*72) tolk (7*72) Verwachte kosten voorzieningen RSD
2022 asielmigrant asielmigrant gezinsmigrant asielmigrant gezinsmigrant gezinsmigrant asielmigrant
171.700 14.000 23.200 22.200 25.800 21.200 43.000 321.100
2023
2024
2025
515.000 858.300 1.030.000 14.000 14.000 14.000 23.200 23.200 23.200 22.200 22.200 22.200 25.800 25.800 25.800 21.200 21.200 21.200 43.000 43.000 43.000 664.400 1.007.700 1.179.400
6.5 (Financiële) risico’s De (financiële) risico’s die de uitvoering van de wet met zich mee brengt zijn zo goed mogelijk in kaart gebracht. Het gaat om de volgende risico’s. Ten eerste kan de taakstelling van het aantal inburgeraars fluctueren. Zo is de taakstelling van 2021 het dubbele van 2020. Dit komt omdat de IND verwacht de achterstand in asielprocedures uiterlijk in het voorjaar van 2021 zal inlopen. De verwachting is dat de instroom daarna weer terug zal gaan tot een lager niveau. In verband met de schommelingen in de instroom heeft het kabinet toegezegd om de instroom te monitoren en dat extra middelen beschikbaar gesteld worden als dat nodig is. Het is niet duidelijk hoe zo’n aanpassing in zijn werk zal gaan. Het kabinet is hierover nog in gesprek met de VNG. Een tweede risico hangt samen met het feit dat een inburgeringstraject gemiddeld twee à drie jaar duurt, mits alle fases zonder vertraging doorlopen worden. Bij de huidige inburgeraars blijkt dat het traject langer kan duren. De budgetten voor de voorzieningen kunnen meegenomen worden naar volgende jaren. Dat geldt niet voor de budgetten voor de uitvoeringskosten. Indien de doorstroom stagneert, blijft het noodzakelijk om vinger aan de pols te houden. Bij de inrichting van de begeleiding en monitoring wordt hiermee rekening gehouden, maar het proces blijft enigszins onzeker.
Ten derde komt uit onderzoeken naar voren dat de wet binnen de toegekende budgetten kan worden uitgevoerd, mits de uitvoering sober en doelmatig is. Het is nodig om de regie zoveel mogelijk in één hand te houden en proces efficiënt in te richten. Het is belangrijk om overdrachts- en afstemmomenten te beperken. De gemeenten hebben aangegeven dat bij de brede intake, de PIP en het ontzorgen van asielmigranten de RDWI samen optrekt met lokale partners. De samenwerking en afstemming met deze ketenpartners wordt zo efficiënt en effectief mogelijk georganiseerd. Een risico dat niet rechtstreeks met de uitvoering van de nieuwe wet te maken heeft betreft de statushouders die in 2021 zullen instromen. Zij vallen qua inburgeringsplicht nog onder de huidige wet en zullen zelf in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor hun eigen inburgering, ook financieel. Dit betekent dat er binnen de kaders van de nieuwe wet inburgering geen begeleiding mogelijk is voor deze groep. 6.6 Aanpassing begroting RDWI 2022 en verder De uitvoering van de wet inburgering leidt tot structurele wijzigingen in de meerjarenbegroting 2022-2025 van de RDWI. Indien de besluitvorming over het implementatieplan in het eerste kwartaal 2021 afgerond is, kan de mutatie worden verwerkt in de definitieve begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025.
Als het nodig is, wordt het budget voor de voorzieningen 2022 gewijzigd als de voorlopige budgetten voor 2022 bekend gemaakt zijn in het najaar van 2021. Deze mutatie wordt dan verwerkt in de Voorjaarnota 2022. Als de besluitvorming over het implementatieplan niet in het eerste kwartaal 2021 wordt afgerond, zal de begrotingswijziging voor 2022 in de Voorjaarsnota 2022 verwerkt. De wijziging voor het meerjarig kader wordt in de Kadernota 2023-2026 verwerkt.
26
De geraamde implementatiekosten zullen worden verwerkt in de Voorjaarsnota 2021. De bijdragen gemeenten worden voor deze periode geraamd op: Bijdragen gemeenten Uitvoeringskosten Vergoeding voorzieningen o.b.v. instroom inburgeringsplichtigen Totaal bijdragen gemeenten
2022 510.400
2023 627.100
2024 688.800
2025 688.800
664.300 1.174.700
1.076.300 1.703.400
1.179.400 1.868.200
1.179.400 1.868.200
De bijdragen van de gemeenten voor de implementatiekosten en de uitvoeringskosten zullen worden toegevoegd aan het apparaatsbudget. Zoals hiervoor vermeld is, zullen de werkelijke jaarlijkse kosten afwijken van de bevoorschotting door de gemeenten. De werkelijke jaarlijkse kosten zijn in de volgende tabel opgenomen. Raming kosten RSD Uitvoeringskosten Voorzieningen Totaal kosten RSD
2022 510.400 321.100 831.500
2023 627.100 664.400 1.291.500
2024 688.800 1.007.700 1.696.500
2025 688.800 1.179.400 1.868.200
Tijdelijke afwijking ivm financieringssystematiek
343.200
411.900
171.700
0
De afwijking door de financieringssystematiek, wordt in de periode na 2025 geleidelijk weer ingelopen. Al blijft er wel een zekere mate van onderschrijding door het tijdsverloop tussen het ontvangen voorschot en de werkelijke besteding (vooral door de betaling van de lessen achteraf). Het voornemen is om de verwachte tijdelijke onderbesteding op de voorzieningen via dotatie aan een hiervoor te vormen bestemmingsreserve beschikbaar houden voor de besteding in volgende jaren. De verdeling van de rijksbijdrage over de vijf gemeenten wijkt van de systematiek die RDWI hanteert voor de apparaatskosten. Om te zorgen dat de bijdragen gemeenten budgetneutraal worden overgedragen, wordt voorgesteld om voor deze middelen de verdeelsystematiek conform bijdragen in het gemeentefonds te hanteren. Verdeling gemeentefonds/% bijdragen gemeenten uitvoeringsbudget
verdeelsleutel gemeentefonds apparaatskosten 2020 2021 implementatie
structureel uitvoering gemeentefonds
%
%
Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist
4,89% 20,81% 21,68% 9,19% 43,73%
30.244 85.253 98.574 47.305 127.279
7,78% 21,94% 25,36% 12,17% 32,75%
49.294 148.501 166.456 77.361 246.431
7,16% 21,58% 24,19% 11,24% 35,82%
Totaal gemeenten
100%
388.655
100%
688.043
100%
De voorzieningen zullen jaarlijks met gemeenten worden afgerekend op basis van de gerealiseerde instroom. De RSD volgt hiermee inputbekostiging van het Rijk. Voor de tijdelijke onderbesteding op de voorzieningen zal een bestemmingsreserve worden gevormd.
27
Afhankelijk van het besluit van het Algemeen Bestuur over het implementatieplan, zal in de Voorjaarsnota de verdeling van de bijdrage gemeenten voor de implementatiekosten volgens deze tabel worden verwerkt in de lopende begroting 2021. Gemeente Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal gemeenten
verdeling 7,78% 21,94% 25,36% 12,17% 32,75% 100,00%
16.342 46.064 53.262 25.560 68.772 210.000
28
7.
Risico’s
Bij de in dit implementatieplan opgenomen aanpak en financiële doorrekening houden we rekening met de volgende onzekerheden: Risico Kosten flankerend beleid. Keuzen over leslocaties die gemaakt worden in het Programma van Eisen in de taalinkoop bepalen de mate waarin inburgeringsplichtigen uit de KRH-regio zullen moeten reizen. De kosten voor Bijzondere Bijstand voor de reiskosten zullen hierdoor beïnvloed worden.
H/M/L M
Beheersmaatregel Tijdige en scherpe sturing in regionale U16-werkgroepen en tijdige informatievoorziening richting zowel gemeenten als het team dat de bijzondere bijstand uitvoert
2.
Beleidsruimte gemeente/ lagere regelgeving. In de lagere regelgeving wordt de beleidsruimte van gemeenten bepaald. De lagere regelgeving moet nog vastgesteld worden. Mogelijk worden meer eisen aan de uitvoering gesteld die een kosten opdrijvend effect hebben.
M
Aan de voorkant afstemming met gemeenten en vluchtelingenwerkorganisaties om de uitvoering zo efficiënt mogelijk inrichten.
3.
De kosten van de Z-route zullen naar verwachting hoger zijn dan de andere routes. Indien veel meer inburgeringsplichtigen de Z-route volgen kunnen tekorten ontstaan op de inburgeringsvoorzieningen.
H
Hier kunnen wij niet op sturen.
4.
Het ministerie overweegt een aantal jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe wet prestatiebekostiging in te voeren. Er ontstaan dan afrekeningsmechanismes die mogelijk ongunstige budgetfluctuaties tot gevolg hebben.
M
Hier kunnen wij niet op sturen.
5.
Discussie over de strategische kaders en bijbehorende keuzen met betrekking tot ontschotting en omvang Participatiebudget. Na ontschotting zal de inkoop van participatie- en reintegratietrajecten hoogstwaarschijnlijk minder (kosten)efficiënt zijn.
M
In overleg met de gemeenten andere (kosteloze en lokale) trajecten aanbieden voor participatie en begeleiding naar werk.
6
De taakstelling van het aantal inburgeraars fluctueren. In verband met de schommelingen in de instroom heeft het kabinet toegezegd om de instroom te monitoren en dat extra middelen beschikbaar gesteld worden als dat nodig is. Het is niet duidelijk hoe zo’n aanpassing in zijn werk zal gaan. Het
M
Hier kunnen wij niet op sturen.
1.
29
kabinet is hierover nog in gesprek met de VNG. 7
Een inburgeringstraject duurt gemiddeld twee à drie jaar, mits alle fases zonder vertraging doorlopen worden. Bij de huidige inburgeraars blijkt dat het traject langer kan duren. De budgetten voor de voorzieningen kunnen meegenomen worden naar volgende jaren. Dat geldt niet voor de budgetten voor de uitvoeringskosten.
M
Indien de doorstroom stagneert, blijft het noodzakelijk om vinger aan de pols te houden. Bij de inrichting van de begeleiding wordt hiermee rekening gehouden, maar het proces blijft enigszins onzeker.
6
Er zijn afspraken gemaakt met de vluchtelingenwerkorganisaties over de afstemming en samenwerking, zodat de er een efficiënte overlegstructuur ingericht kan worden (geen extra inzet ten behoeve van afstemming). De kans bestaat dat er meer behoefte ontstaat aan afstemming en overleg dan binnen de taakstelling mogelijk is.
M
Er zijn afspraken gemaakt met de vluchtelingenwerkorganisaties (zie bijlage II).
30
BIJLAGEN
31
Bijlage I: AEF-rapport Raming uitvoeringskosten per proces
Raming materiële kosten voor maatschappelijke begeleiding
32
33
Bijlage II: Taakverdeling RDWI – vluchtelingenwerkorganisaties
Fase 1: Doorgaande Lijn Een van de bedoelingen van de nieuwe Wet inburgering is dat inburgeringsplichtigen sneller inburgeren. In de memorie van toelichting wordt gesproken van een warme overdracht van AZC naar gemeente en eventuele start van de inburgering al in het AZC. Dit kan alleen plaatsvinden met AZC’s op afzienbare reisafstand tot de vijf gemeenten. Vanuit het Rijk wordt gestuurd op zoveel mogelijk koppelingen van AZC Utrecht en AZC Leersum in de ZOU-regio. In onze regio is al met een warme overdracht geëxperimenteerd: de RDWI heeft intensief meegedaan met de Doorgaande Lijn die in U16-verband is ontwikkeld. Eisen aan de Doorgaande Lijn vanuit de wet: Er zijn geen eisen in de wet opgenomen aan de Doorgaande Lijn. Nota bene: in lagere regelgeving wordt uitwerking gegeven aan ‘inburgeren in het AZC’. Uitgangspunten: 1. De Doorgaande Lijn wordt voortgezet en voeren we uit met AZC Leersum en AZC Utrecht; 2. De warme overdracht in het kader van de Doorgaande Lijn wordt door drie partijen uitgevoerd: AZC, de vluchtelingenwerkorganisaties en RDWI, zodat de betreffende vluchtelingenwerkorganisatie en RDWI tegelijk kennismaken met de nieuwkomer. 3. De overdracht in het kader van de Doorgaande Lijn vindt in het AZC plaats en heeft de vorm van een Brede Intake.
34
Taakverdeling: Het AZC initieert het proces en de RDWI organiseert de kennismaking en nodigt de coördinator van de betreffende vluchtelingenwerkorganisatie bij het gesprek uit. Nadere samenwerkingsafspraken worden in samenspraak met AZC, de vluchtelingenwerkorganisaties en RDWI gemaakt15. Fase 2: Opstart inburgering Fase 2 start na de verhuizing naar de gemeente. Nieuwkomers die in het AZC Utrecht of Leersum gewoond hebben, hebben dan de Brede Intake al gehad (zie Fase 1). Nieuwkomers uit andere AZC’s nog niet. 1
Brede intake De Brede intake is een onderzoek naar de mogelijkheden die de inburgeringsplichtige heeft om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Eisen aan de Brede intake vanuit de wet (art. 14): De Brede intake bestaat in ieder geval uit: Een leerbaarheidstoets, waarbij inzicht gegeven wordt in het te behalen taalniveau; Een onderzoek naar gevolgd onderwijs en werkervaring in land van herkomst; Een verkenning van de persoonlijke omstandigheden (o.a. fysieke en mentale gezondheid). Nota bene: in lagere regelgeving worden nadere regels over de brede intake gesteld. Uitgangspunten: 1. Het doel van de Brede intake is kennismaking en verwachtingen afstemmen tussen nieuwkomer, RDWI en vluchtelingenwerk; 2. We werken aan enkele gegevens uitvraag en sturen erop dat nieuwkomers niet herhaaldelijk aan verschillende partners dezelfde informatie beschikbaar hoeven te stellen. Dit doen wij met inachtneming van privacywetgeving; 3. Een goed en volledig beeld van de nieuwkomer bij de start is van groot belang voor het vervolg. Het streven is de Brede intake in één gesprek te laten plaatsvinden. Mocht de tijd hiervoor niet toereikend zijn wordt een tweede gesprek gepland. Taakverdeling: De RDWI is verantwoordelijk voor de Brede intake en heeft de regie. Dit houdt in: Organiseren van de Brede intake (plannen datum, uitnodigen gesprekspartners); Beheren van de werkwijze en de tools (o.a.
het format Brede Intake); Leiden van het gesprek. De vluchtelingenwerkorganisaties nemen deel aan het gesprek.
2
Leerbaarheidstoets De leerbaarheidstoets is onderdeel van de Brede intake en heeft tot doel inzicht te geven in het te behalen taalniveau. De toets wordt aangeboden door een door het Rijk aan te wijzen instantie (waarschijnlijk DUO i.s.m. met de uitvoerende partij, i.e. de RDWI). Eisen leerbaarheidstoets vanuit de wet (art. 14): - De gemeenten (i.e. de RDWI) neemt de toets af en bepaalt wanneer dat gebeurt; - De uitkomst is niet bindend; Nota bene: details worden in lagere regelgeving verder uitgewerkt.
15 RDWI, COA en Vluchtelingenwerk hebben een voorlopige procesflow uitgewerkt. Deze wordt in samenspraak
met U16 en COA in het kader van de doorontwikkeling Doorgaande Lijn bijgesteld als meer duidelijk is over o.a. de Voorinburgering.
35
Uitgangspunten: 1. N.t.b. (afhankelijk van lagere regelgeving) Taakverdeling: De RDWI is verantwoordelijk voor de uitvoering van de leerbaarheidstoets. Dit houdt in: - Plannen en uitvoeren van de leerbaarheidstoets (n.t.b. hoe in AZC dit te doen); - Beheren van de werkwijze en tools. 3
Maatschappelijke begeleiding Maatschappelijke begeleiding is in de ZOU-regio het domein van de vijf vluchtelingenwerkorganisaties. De gemeenten zijn opdrachtgever voor de maatschappelijke begeleiding. De vluchtelingenwerkorganisaties zijn verantwoordelijk. De maatschappelijke begeleiding richt zich op het volwaardig kunnen deelnemen van de statushouder aan de maatschappij. Het bestaat uit het regelen van een groot aantal praktische zaken vanaf moment van huisvesting in de gemeente. Naast de praktische zaken ligt het hart van de maatschappelijke begeleiding in de ondersteuning van statushouders bij alle aspecten van het zich thuis voelen in de lokale en in de Nederlandse samenleving. Het financieel zelfredzaam is een integraal onderdeel van deze begeleiding (zie ook bij 4). In de nieuwe wet vindt een verschuiving plaats van taken. Enkele taken die onder de huidige wet onder de maatschappelijke begeleiding vallen zullen onder de nieuwe wet door de RDWI worden uitgevoerd. Dit betreft advies over inburgering, aanmelding taalschool, monitoring inburgering en aanvraag verlenging of ontheffing. Eisen aan de maatschappelijke begeleiding vanuit de wet (art. 13): Maatschappelijke begeleiding bevat in ieder geval de volgende componenten: - Praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen - Voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving.
16 Nota bene: eisen aan MB worden in lagere regelgeving verder uitgewerkt. Uitgangspunten: 1. De invulling van de maatschappelijke begeleiding is in de vijf gemeenten in de basis hetzelfde17; 2. Taalcoaching maakt geen deel uit van maatschappelijke begeleiding (reden hiervoor is dat deze taak niet uit middelen van de Wet inburgering betaald wordt)18; 3. Bij taken waarin nieuwkomers in het kader van maatschappelijke begeleiding ondersteuning vragen bij de vluchtelingenwerkorganisaties, maar waarbij de regie ligt bij een andere partij (bijv. de regie op de P-wet ligt bij de RDWI) ondersteunt Vluchtelingenwerk het traject van de regievoerende partner met het doel tegenstrijdige adviezen aan de nieuwkomer te voorkomen.
In de Memorie van Toelichting wordt gesproken over hulp bij huisvesting en het opstarten van basisvoorzieningen en voorlichting over basisvoorzieningen. Onder basisvoorzieningen wordt verstaan: zaken rondom huisvesting (huurovereenkomst, inrichting van het huis), zaken m.b.t. het inkomen (aanvraag bijstand en andere inkomensvoorzieningen), zaken rondom zorg (regelen huisarts en inzetten van zorg indien nodig), regelen school voor de kinderen, regelen van verzekeringen, indien wenselijk begeleiding bij sport/welzijn, wegwijs maken in de leefomgeving en andere praktische zaken om het leven in de gemeente op te starten. Onder voorlichting over basisvoorzieningen wordt verstaan: kennismaking met maatschappelijke organisaties (let op: hier is overlap met het PVT) en werkwijze van diverse instanties en maatschappelijke organisaties (Bron: MvT). 17 Gemeenten bepalen hoeveel subsidie ze verlenen aan de VW-organisaties. 18 In twee van de vijf gemeenten is taalcoaching ondergebracht bij de vluchtelingenwerkorganisaties. 16
36
Taakverdeling: Over onderstaande taken die op het terrein van de RDWI liggen zullen nieuwkomers soms ondersteuning vragen van Vluchtelingenwerk. In die situaties is de volgende taakverdeling afgesproken. Taak Inburgering
Aandachtspunt Taak verschuift van VWorganisaties naar RDWI. De taakverdeling rondom KOV moet nog worden uitgewerkt.
RDWI Voert regie. Beslist over keuze taalschool. Verzorgt inschrijving. Monitort de voortgang. Regelt wijzigingen.
VW organisaties Ondersteunt traject RDWI. Begeleidt nieuwkomer bij praktische invulling. Geeft belangrijke signalen over de voortgang door aan RDWI.
Arbeidstoeleiding
Voorkomen van tegenstrijdige adviezen aan nieuwkomer.
Voert regie (i.h.k.v. P-wet) N.B. alleen bij uitkeringsgerechtigde nieuwkomers
Ondersteunt traject RDWI. Begeleidt nieuwkomer bij praktische invulling.
Vrijwilligerswerk
Gemeenten subsidiëren eigen lokale partner en zijn verantwoordelijk voor voldoende vrijwilligersplekken voor nieuwkomers. Gemeenten subsidiëren eigen lokale partner en zijn verantwoordelijk voor voldoende taalcoaches.
Voert regie indien i.h.k.v. arbeidstoeleiding P-wet.
Ondersteunt traject RDWI indien vrijwilligerswerk onderdeel is van arbeidstoeleiding. Begeleidt nieuwkomer bij praktische invulling. Bemiddelt naar taalhuis/ taalcoach in samenspraak met RDWI. En/of voert taalcoaching uit.
Taalcoaching
4
Bemiddelt naar taalhuis/ taalcoach in samenspraak met Vluchtelingenwerk
Financieel ontzorgen Het financieel ontzorgen is onderdeel gemaakt van de nieuwe wet, omdat nieuwkomers bovengemiddeld vaak in de financiële problemen komen en ook om de focus bij aanvang van de inburgeringstermijn bij inburgering en participatie te leggen. Ontzorgen in combinatie met een vorm van maatschappelijke begeleiding maakt dat de inburgeringsplichtigen zich kunnen concentreren op de inburgering, zodat dergelijke praktische zaken de inburgering niet vertragen. De minister wil een intensiever proces en meer aandacht voor situaties waarin vaak problemen ontstaan (overgangssituaties). Het financieel ontzorgen bevat twee delen: - De inhouding van de vaste lasten op de uitkering, de zogenoemde ‘financiële ontzorging’. - Het financieel zelfredzaam maken. De inhouding van de vaste lasten bestrijkt zes maanden en kan eventueel verlengd worden. Aan het financieel zelfredzaam maken is geen termijn verbonden.
-
Eisen vanuit de wet (art. 56a): Ontzorgen geldt voor nieuwkomers met een tijdelijk verblijfsstatus asiel.
37
-
Bijstandsgerechtigde nieuwkomers zijn verplicht mee te werken aan de ontzorging. Ontzorging houdt in dat huur, gas, water, stroom en de verplichte zorgverzekering wordt ingehouden op de bijstand gedurende zes maanden. Uitgangspunten: 1. Ook nieuwkomers die van de IND een andere verblijfstitel krijgen, maar wel als vluchteling naar Nederland zijn gekomen ontzorgen we; 2. De inhouding van de vaste lasten en het financieel zelfredzaam maken sluiten goed op elkaar aan; 3. Het financieel zelfredzaam maken was en blijft integraal onderdeel van de maatschappelijke begeleiding van vluchtelingenwerk; 4. De onderwerpen die het financieel zelfredzaam maken bestrijken zijn in de vijf gemeenten hetzelfde; 5. De overgangssituatie ‘gaan werken’ is nu onderbelicht. Hiervoor moet meer aandacht komen; 6. Het financieel zelfredzaam maken vindt zoveel mogelijk in eigen taal plaats. Taakverdeling: De RDWI is verantwoordelijk voor het ontzorgen en voert de inhouding van de vaste lasten uit (dit wordt bij Budgetbeheer van Schulddienstverlening belegd). De vluchtelingenwerkorganisaties maken de nieuwkomer financieel zelfredzaam. De RDWI borgt dat kennis en werkwijze uniform zijn in de vijf gemeenten, borgt dat indien nodig budget beschikbaar is voor cursussen en workshops en biedt waar nodig extra ondersteuning op het gebied van ‘gaan werken’.
5
Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) Het PIP omvat de afspraken over de taallessen, maar ook de afspraken in het kader van de P-wet. De nieuwkomer ontvangt dus maar één beschikking. Het PIP wordt opgesteld na de Brede intake en de leerbaarheidstoets. Het PIP mag in een bepaalde periode (18 maanden na vaststelling PIP) bijgesteld worden. Dat is dezelfde periode als waarin een klant mag switchen van route. Eisen vanuit de wet (art.15) Het PIP wordt op basis van de brede intake vastgesteld. In het PIP staat: - De door de inburgeringsplichtige te volgen route; - De daarvoor nodige ondersteuning en begeleiding; - De intensiteit van het PVT en de module MAP; - Indien van toepassing wordt de beschikking op grond van de P-wet bijgevoegd. Dit vormt onderdeel van het PIP. Nota bene: details worden in lagere regelgeving verder uitgewerkt. Uitgangspunten: 1. Bij het opstellen van het PIP hanteren we de uitgangspunten uit het Hoofdlijnenplan; 2. De intentie is dat de RDWI en Vluchtelingenwerk er samen uit komen; 3. De taalschool heeft, vanwege het intensieve contact met de inburgeringsplichtige, een belangrijke adviserende rol m.b.t. bijstelling van het PIP. Taakverdeling: De RDWI is verantwoordelijk voor de opstelling, bijstelling, bespreking met de nieuwkomer en administratieve verwerking van het PIP. De RDWI vraagt in elk geval Vluchtelingenwerk eenmalig om advies.
De RDWI vraagt hiervoor, indien nodig, ook advies van andere partners. De RDWI beheert de werkwijze en de tools. Vluchtelingenwerk adviseert de RDWI bij het opstellen van het PIP.
38
6
Taalles, incl. PVT, MAP en Z-route De inburgering bestaat uit het volgen van een van de drie leerroutes, KNM, het PVT en de MAP. De RDWI/ZOU-gemeenten doen mee met de regionale inkoop van taal die getrokken wordt door gemeente Utrecht. In het kader van deze regionale inkoop vindt afstemming over uitgangspunten en taakverdeling plaats.
Fase 3: Monitoring en afronding inburgering Fase 3 start nadat het PIP is vastgesteld. In deze fase wordt de inburgering gemonitord en vindt, indien van toepassing, verlenging en/of ontheffing plaats. Tot slot wordt de inburgering afgerond. In deze fase geven we ook de kaders en uitgangspunten voor handhaving, al kan handhaving ook aan bod komen bij de Brede intake en opstellen van het PIP. 1.
Monitoring Na vaststelling van het PIP zal de voortgang van iedere individuele inburgeringsplichtige moeten worden gevolgd: de monitoring. Eisen vanuit de wet aan monitoring: Er zijn geen eisen gesteld in de wet. De berekening van de apparaatskosten die het Rijk meegeeft aan gemeenten voor uitvoering van de wet is gebaseerd op het AEFrapport (Veldonderzoek naar kosten inburgering). Nota bene: mogelijk volgen in lagere regelgeving verdere details over de monitoring. Uitgangspunten: 1. Monitoring is maatwerk. De ene nieuwkomers moet intensiever begeleid worden dan de andere. Financieel en organisatorisch wordt gerekend met een gemiddeld aantal gesprekken. 2. Monitoring kan live of op afstand plaatsvinden, naar gelang wat effectief is. Ook telefoon- of appcontact kan onderdeel zijn van monitoring, mits dit administratief wordt vastgelegd. Taakverdeling: De minister beoogt bewust de uitvoering van de wet Inburgering in samenhang te brengen met de P-wet. De RDWI voert beide wetten uit en zal dat in samenhang doen. Voor de monitoring wordt informatie en advies ingewonnen bij de taalschool. Vluchtelingenwerk kan bij belangrijke signalen ongevraagd advies geven.
2.
Ontheffing of verlenging Met de inrichting van verschillende leerroutes in de nieuwe wet wil de minister voorkomen dat veel nieuwkomers ontheven worden. De regels voor ontheffing zullen strikter worden. Verlenging heeft tot doel om de inburgeringsplichtige op zo’n hoog mogelijk niveau te laten inburgeren. Eisen vanuit de wet aan ontheffing en verlenging (art 5 en 12): Ontheffing kan plaatsvinden indien aantoonbaar is dat een inburgeringsplichtige psychische, lichamelijke of verstandelijke beperkingen heeft die verhinderen dat hij/zij kan voldoen aan de inburgeringsplicht. Ook kan ontheffing plaats vinden op grond van aantoonbare persoonlijke omstandigheden die verhinderen te voldoen aan de inburgeringsplicht. - Verlenging kan alleen als aannemelijk is dat overschrijding van termijnen niet verwijtbaar is aan de inburgeringsplichtige. Verlenging heeft tot doel voldoen aan de plicht cf. leerroute. Nota bene: verdere uitwerking van zowel ontheffing als verlenging volgt in lagere regelgeving. -
39
Uitgangspunten: 1. Het aantonen van belemmeringen waardoor een inburgeringsplichtige ontheffing of verlenging wil aanvragen vindt plaats door een onafhankelijke partij, niet belast met de vaststelling van het PIP en de monitoring. 2. De onafhankelijke partij is ter zake deskundig. Taakverdeling: De RDWI zal op verzoek van de nieuwkomers zelf of uit eigen beweging ontheffing of verlenging aanvragen. Indien wenselijk wint de RDWI advies in bij partners. Vermoedelijk zal een partij (vergelijkbaar met Argonaut en Treve) ingehuurd worden voor medische advisering. 3.
Handhaving In het kader van handhaving kunnen boetes worden opgelegd. Dit kan voor verschillende onderdelen van de Wet inburgering. Eisen vanuit de wet aan boetes (art. 22 t/m 27): - Boetes mogen worden opgelegd voor niet verschijnen, onvoldoende medewerking en onvoldoende inspanning op de onderdelen van de inburgering; - Hoogte van de boete is aan regels gebonden; - Boetes mogen niet worden opgelegd als er verlaging van de uitkering heeft plaatsgevonden. Nota bene: nadere uitwerking vindt plaats in lagere regelgeving. Taakverdeling: De RDWI zal de handhaving uitvoeren. In de nieuwe Wet inburgering kan een nieuwkomer net als in de Participatiewet op basis van de Algemene Wet Bestuursrecht in bezwaar gaan.
4.
Afronding inburgering De inburgeringsplichtige heeft drie jaar de tijd om de inburgering af te ronden. Hij/zij moet dan, tenzij ontheven of verlengd, voldaan hebben aan alle onderdelen van de inburgeringsplicht. De B1- en de Z-route wordt afgerond met een examen. De Zroute met een certificaat. Eisen vanuit de wet aan de afronding: In de wet zijn geen eisen opgesteld ten aanzien van de afronding. Uitgangspunten: 1. Afronding kan pas plaatsvinden nadat volledige administratieve verwerking heeft plaatsgevonden. Taakverdeling: De RDWI is verantwoordelijk voor de afronding en zorgt in samenspraak met de taalschool voor de bewijsstukken (examenuitslagen/diploma/certificaat) en de administratieve verwerking.
40
Bijlage III:
Bijlage gemiddelde bijdrage Inburgeringsvoorzieningen
Het Rijk maakt in het voorjaar de verdeling van de vergoedingen voor de voorzieningen over de gemeenten bekend. De gemiddelde bijdrage per inburgeringstraject is wel bekend. Het gaat om:
41
1 april 2021
UTRECHT10 INKOOPCONVENANT TAALONDERWIJS EN KNM IN DE DRIE LEERROUTES INBURGERING U16-gemeenten
De ondergetekenden:
1. Gemeente Houten, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder S. Bos gevolmachtigd namens de burgemeester G. Isabella, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Houten; 2. Gemeente Lopik, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder J.R.C. van Everdingen gevolmachtigd namens de burgemeester L. de Graaf, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Lopik; 3. Gemeente Montfoort, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder Y. Koster - Dreese gevolmachtigd namens de burgemeester P.J. van Hartskamp - de Jong, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Montfoort; 4.
Gemeente Nieuwegein, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder J. Kuiper gevolmachtigd namens de burgemeester F. Backhuijs, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Nieuwegein;
5. Gemeente Oudewater, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder W. Kok gevolmachtigd namens de burgemeester D. de Vries, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Oudewater; 6. Gemeente De Ronde Venen, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder A.G. Schuurs - Jensema gevolmachtigd namens de burgemeester M. Divendal, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Ronde Venen; 7. Gemeente Stichtse Vecht, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester A. Reinders, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht; 8. Gemeente Woerden, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder T. de Weger gevolmachtigd namens de burgemeester V. Molkenboer, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Woerden;
1
1 april 2021
9. Gemeente IJsselstein, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder C.A. Geldof gevolmachtigd namens de burgemeester P.J.M. van Domburg, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Usselstein; 10.Gemeente Zeist, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder L. Hoogstraten gevolmachtigd namens de burgemeester K. Janssen, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Zeist; 11.Gemeente De Bilt, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder A.E. Brommersma gevolmachtigd namens de burgemeester S.C.C.M. Potters, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Bilt; 12.Gemeente Bunnik, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder A. Dekker gevolmachtigd namens de burgemeester R. van Bennekom, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Bunnik; 13.Gemeente Wijk bij Duurstede, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder W. Kosterman gevolmachtigd namens de burgemeester I.
Meerts, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Wijk bij Duurstede; 14. Gemeente Utrechtse Heuvelrug, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder H. Waaldijk gevolmachtigd namens de burgemeester F. Naafs, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Utrechtse Heuvelrug; 15.Regionale Dienst Werk en lnkomen Kromme Rijn Heuvelrug, ingevolge artikel 16 van de GR RDWI en de geldende mandaatregeling RDWI, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de directeur B. Ruiter, handelend ter uitvoering van het besluit van 4 maart 2021 van het dagelijks bestuur van de ROW!; hierna te noemen: "deelnemende gemeente(n)": en 16.Gemeente Utrecht, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder M. van Ooijen gevolmachtigd namens de burgemeester S. Dijksma, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Utrecht; hierna te noemen: "gemeente Utrecht", gezamenlijk te noemen: Partijen,
2
1 april 2021
Overwegende dat: naar verwachting op 1 januari 2022 de nieuwe Wet inburgering in werking treedt, de nieuwe Wet inburgering wordt gepositioneerd binnen het brede sociaal domein, waardoor er meer regie op en de begeleiding en activering/participatie van inburgeraars mogelijk wordt en zij hierdoor sneller mee kunnen doen in de maatschappij, gemeenten in het nieuwe stelsel de regie krijgen over de inburgering, de U16-gemeenten sinds 2017 samenwerken op het gebied van huisvesting en integratie van asielmigranten en hiertoe op 18 januari 2017 de Bestuursovereenkomst Huisvesting en Integratie vluchtelingen regio Utrecht hebben ondertekend, de bestuursovereenkomst van 18 januari 2017 is geactualiseerd en op 17 juni 2020 door Partijen is ondertekend, in de geactualiseerde bestuursovereenkomst is overeengekomen dat de U16-gemeenten kennis uitwisselen over de inkoop en opdrachtgeverschap van de leerroutes en aanverwante onderdelen van de nieuwe Wet inburgering en desgewenst een samenwerking aangaan, met dit convenant de samenwerkingsafspraken tussen Partijen over de inkoop van leerroutes en aanverwante onderdelen van de nieuwe Wet inburgering worden vastgelegd. Komen het volgende overeen:
Artikel 1 Begripsbepalingen Inburgeringsplichtige Aanbieder Leerroutes inburgering Contractmanagement
Contractbeheer
KNM Overeenkomst
de Wet
De vreemdeling zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet inburgering 20.. De cursusinstelling die onderwijs aanbiedt, gericht op het voldoen aan de inburgeringsplicht Routes bedoeld in artikel 7, 8 of 9 van de Wet Het managen van een contract tijdens de uitvoeringsfase met als doel het realiseren van de contractdoelstellingen, inclusief contractbeheer. Het bijhouden van het contractdossier, het vastleggen / registreren van alle voor het contract relevante documentatie en het beschikbaar stollen van deze informatie binnen de deelnemende gemeenten. Contractbeheer is onderdeel van contractmanagement. Kennis van de Nederlandse Maatschappij als onderdeel van de leerroutes. de Overeenkomst met de Aanbieder(s) ten behoeve van de inkoop van de dienstverlening taalonderwijs en KNM Wet inburgering 20..
Artikel 2 Onderwerp 1. Partijen richten een inkoopteam in ten behoove van de inkoop van de dienstverlening taalonderwijs en KNM in de drie leerroutes inburgering op grond van de Wet Inburgering 20.. zoals is vastgelegd in het geactualiseerde Plan van Aanpak Asiel, huisvesting en integratie nieuwkomers U16 van september 2020. 2. Onder inkoop zoals bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: het voorbereiden van de inkoop, het opstellen van het Programma van Eisen, het uitvoeren van de
3
1 april 2021
3.
4.
5.
6. 7.
aanbestedingen, het sluiten van de overeenkomst(en) met de Aanbieder(s) en indien nodig het wijzigen of beeindigen van een overeenkomst met de Aanbieder(s). De gemeente Utrecht draagt formeel zorg voor het aangaan van een overeenkomst met aanbieder(s) ten behoeve van de volgende Leerroutes inburgering en aanverwante onderdelen, overeenkomstig de eisen en voorwaarden uit de Wet en overige wet- en regelgeving voor alle Partijen: - Taalonderwijs in de B1 route - Taalonderwijs in het taal schakeltraject van de Onderwijsroute - Taalonderwijs in de Zelfredzaamheidsroute exclusief de 800 uur activiteiten ten behoeve van zelfredzaamheid, activering en participatie in de maatschappij. - Alfabetiseringsonderwijs als onderdeel van de routes - Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) als onderdeel van de routes - gewenste regionale plussen in aanvulling op de Wet. De overeenkomsten bedoeld in het derde lid worden aangegaan ten behoeve van de inburgeringsplichtigen zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid van de Wet (asielstatushouders en hun volwassen gezinsleden) De gemeente Utrecht is ingevolge artikel 3 bevoegd deze overeenkomsten aan te gaan namens de deelnemende gemeenten, die daarmee aan deze overeenkomsten zijn gebonden. De gemeente Utrecht draagt zorg voor het contractmanagement. Partijen maken nadere afspraken over het contractbeheer en de facturering.
Artikel 3 Verplichtingen deelnemende gemeenten 1. Deelnemende gemeenten verlenen de gemeente Utrecht, op basis van door elk college c.q. dagelijks bestuur afzonderlijk vast te stellen mandaat- en machtigingsbesluit, de bevoegdheid tot het vertegenwoordigen van de deelnemende gemeenten voor zover dit noodzakelijk is ter uitoefening en uitvoering van taken als bedoeld in artikel 2. Dit omvat ook de voorbereidings- en uitvoeringshandelingen. 2. Deelnemende gemeenten zijn gebonden aan de door de gemeente Utrecht afgesloten overeenkomsten met aanbieders en nemen deze overeenkomsten in acht. 3. Deelnemende gemeenten kunnen met Aanbieder(s) een contract afsluiten of een subsidierelatie aangaan voor onderdelen die niet worden ingekocht op grond van dit inkoopconvenant.
Artikel 4 Contractmanagement en contractbeheer 1. De gemeente Utrecht is op grond van artikel 2 bevoegd het contractmanagement uit te voeren. Hier valt o.a. ook het volgens aanbestedingswetgeving, inkoopbeleid gemeente Utrecht en wijzigingen wet- en regelgeving of budget lnburgering tussentijds aanpassen, wijzigingen of beeindigen van de Overeenkomst onder. Zie bijlage 1 Notitie contractmanagementbeleid Utrecht. 2. Punt 1 vindt plaats na afstemming met de deelnemende gemeenten. 3. Met Aanbieders wordt periodiek contractoverleg (strategisch/tactisch niveau) gevoerd, digitaal of op locatie Utrecht, over de wijze waarop de Overeenkomst wordt uitgevoerd. Dit overleg wordt gevoerd door de gemeente Utrecht en, indien gewenst, maximaal drie contactpersonen van de subregio's (1 contactpersoon per subregio). Als het een locatie in een bepaalde subregio aangaat, zal in principe de contactpersoon van de betreffende subsregio aansluiten. In deze overleggen zal in ieder geval de voortgang en uitvoering van de Overeenkomst aan de orde komen. De contactpersonen van de drie subregio's 4
1 april 2021
zijn verantwoordelijk om voor hun subregio tussentijds signalen op te halen over het functioneren van Aanbieders in hun subregio en delen deze met de gemeente Utrecht. De gemeente Utrecht is daarnaast ook een subregio, maar wordt al vertegenwoordigd door de contractmanager. Afspraken die in deze overleggen door de contactpersonen van Partijen zijn gemaakt zullen schriftelijk worden vastgelegd door gemeente Utrecht en worden gedeeld met de deelnemende gemeenten. 4. Regiogemeenten garanderen over en weer dat de contactpersonen die namens hen aan deze overleggen deelnemen bevoegd zijn om afspraken te maken en zullen een contactpersoon en een vervangend contactpersoon aanwijzen, die de contacten over de (wijze van) uitvoering van de overeenkomst zullen onderhouden. 5. Gemeente Utrecht voert voor de einddatum van elke contractperiode met bovenstaande contactpersonen van de subregio's en Aanbieder(s) een evaluatie uit. Uit de evaluatie kan een wijziging, verlenging of beeindiging van de Overeenkomst voortvloeien of een opzegging van de Overeenkomst door deelnemende gemeente(n). 6. Communicatie, evaluatie en escalatie over de Overeenkomst vindt plaats door middel van de door het inkoopteam op te stellen communicatie- en escalatiematrix.
lndien er wijzigingen zijn in de contactpersonen voor de gemeente Utrecht, dan geeft de subregio dit direct door aan de contractmanager en uitvoeringsmedewerkers van de gemeente Utrecht.
Artikel 5 Algemene inkoopvoorwaarden en inkoopbeleid Bij het uitvoeren van de aanbesteding en het sluiten van de overeenkomst worden de algemene inkoopvoorwaarden, verwerkersovereenkomst, andere aanbestedingsdocumenten en formats van gemeente Utrecht van toepassing verklaard en geldt het inkoopbeleid van de gemeente Utrecht.
Artikel 6 Verdeelmodel kosten inkooporganisatie 1. De eenmalige kosten van de inkoop zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 worden niet bij Partijen in rekening gebracht. 2. De gemeente Utrecht brengt de structurele kosten van het contractmanagement vanaf de periode na voorlopige gunning in rekening bij deelnemende gemeenten. De verdeling van deze kosten vindt plaats door middel van een regionale verdeelsleutel op basis van de taakstelling huisvesting vergunninghouders per gemeente. Deze verdeling geldt voor de duur van het inkoopconvenant en zal later in een addendum bij het Inkoopconvenant worden opgenomen, evenals de kosten die in rekening worden gebracht.
Artikel 7 Financieel kader en verrekening van geleverde diensten 1. De specifieke uitkering van het rijk voor de inburgeringsvoorzieningen aan Partijen vormt het financieel kader van dit convenant. Het beschikbare budget is gebaseerd op de raming van het rijk. 2. Conform de raming van het budget zoals bedoeld in het eerste lid, wordt bij aanvang van het inkoopconvenant voor het totaalbudget voor taalonderwijs incl. KNM voor de B1 route en de Onderwijsroute per inburgeraar een bedrag van € 10.000 aangehouden. 3. De Z-route bestaat uit een taalcomponent en een activiteitencomponent. Het inkoopconvenant heeft alleen betrekking op de taalcomponent. Het budget voor de taalcomponent in de Z-route zal door Partijen nader worden bepaald en worden vastgelegd in een addendum. 5
1 april 2021
4.
Binnen het budget streven Partijen naar een goede prijs-kwaliteit verhouding en realisatie van onze ambitie. Dit betekent ook dat Partijen streven naar een aantal regionale plussen bovenop de wettelijke taken, mits dit binnen het gestelde financiele kader past. Deze regionale plussen zijn: - B2-niveau in de B1-route voor doelgroep hoogopgeleide statushouders; - Vaktaal op de werkvloer in kansrijke sectoren. Partijen hebben de mogelijkheid am te kiezen voor een basispakket (de taken die verplicht zijn volgens de Wet lnburgering) of het basispakket met regionale plussen. 5. Afhankelijk van het bij de deelnemende gemeente beschikbare budget maakt elke deelnemende gemeente de keuze tussen het basispakket of het basispakket met regionale plussen. 6. De deelnemende gemeente is financieel verantwoordelijk voor het aanbod dat geleverd wordt aan een inburgeringsplichtige als doze gehuisvest is in die gemeente. Over de wijze van afrekening tussen Partijen maken Partijen nadere afspraken die warden opgenomen in een addendum bij dit inkoopconvenant.
Artikel 8 Privacy 1. Het verwerken van persoonsgegevens vindt plaats overeenkomstig de bepalingen uit de Wet inburgering en de verwerkersovereenkomst van de gemeente Utrecht op grand van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. 2. Partijen ontvangen geen persoonsgegevens van inburgeraars woonachtig in een andere gemeente.
Artikel 9 Geheimhouding 1. Partijen verplichten zich tot geheimhouding van wat hem bij de uitvoering van het inkoopconvenant ter kennis komt en waarvan het vertrouwelijk karakter bekend is of redelijkerwijze wordt vermoed. 2. De verplichting tot geheimhouding blijft oak na de beeindiging van het inkoopconvenant van kracht. 3. Het eerste lid geldt behoudens een wettelijke verplichting tot openbaarmaking op verzoek.
Artikel 10 Geschillen 1. lndien tussen Partijen een geschil ontstaat over de interpretatie of uitvoering van het inkoopconvenant, zullen Partijen zich sterk inspannen am een en ander minnelijk met elkaar op te lossen. lndien zij hier niet in slagen, kunnen Partijen zich wenden tot de bevoegde rechter van de rechtbank Midden-Nederland. 2. Partijen houden bij de oplossing van geschillen rekening met elkaars belangen en de aard en doelstelling van het inkoopconvenant.
Artikel 11 Duur, wijziging, toetreding en beeindiging inkoopconvenant 1. Het inkoopconvenant gaat in zodra ondertekening door gemeenten heeft plaatsgevonden. 2. Het inkoopconvenant heeft een looptijd tot 1 januari 2024, met een mogelijke verlenging van vier (4) x een (1) jaar. 3. Deelnemende gemeente(n) deelt uiterlijk zes maanden voor het einde van het inkoopconvenant of de verlenging daarvan aan de gemeente Utrecht mee dat zij wil uittreden uit het inkoopconvenant. 6
1 april 2021
4.
Wijzigingen van deze overeenkomst zijn slechts geldig voor zover deze schriftelijk tussen Partijen zijn overeengekomen. 5. Wanneer een (of meer) deelnemende gemeente(n) deze samenwerking beeindigt/beeindigen, worden de lopende afspraken op basis van de gesloten overeenkomst met Aanbieder(s) niet getroffen door deze beeindiging. 6. Met instemming van alle Partijen kunnen andere gemeenten toetreden tot deze overeenkomst. 7. Regionale afstemming en de afspraken over de onderwerpen in dit artikel !open via de reguliere overlegstructuur Asiel en Integratie: (ambtelijk) kernteam, Ambtelijk Overleg, het bestuurlijk trekkersoverleg en de Bestuurstafel GIR.
Artikel 12 Slotbepaling 1. In situaties waarin het inkoopconvenant niet voorziet, wordt in onderling overleg door Partijen een oplossing gekozen. Deze oplossing worden schriftelijk vastgelegd en aangehecht bij het Inkoopconvenant 2. Voor wat betreft wijzigingen in wet- en regelgeving waarin het inkoopconvenant niet voorziet, zal het inkoopconvenant aangepast worden om daar bij aan te sluiten. 3. lndien de ingangsdatum van de Wet inburgering niet meer 1 januari 2022 is, of de Overeenkomst met de Aanbieder niet met ingang van 1 januari 2022 wordt afgesloten, worden termijnen uit het inkoopconvenant aangepast om daarbij aan te sluiten.
Aldus overeengekomen en ondertekend door
Naam en handtekening gemeente Houten
S. Bos Datum
13-04-2021 Naam en handtekening gemeente Lopik
J.R.C. van Everdingen Datum
07-04-2021 7
1 april 2021
Naam en handtekening gemeente Montfoort
Y. Koster - Dreese Datum
02-04-2021 Naam en handtekening gemeente Nieuwegein
J. Kuiper Datum
11-04-2021 Naam en handtekening gemeente Oudewater
W. Kok Datum
02-04-2021 Naam en handtekening gemeente De Ronde Venen
A.G. Schuurs-Jensema Datum
03-04-2021 Naam en handtekening gemeente Stichtse Vecht
A. Reinders Datum
08-04-2021 8
1 april 2021
Naam en handtekening gemeente Woerden
T. de Weger
q-P
Datum
03-04-2021 Naam en handtekening gemeente Usselstein
C.A. Geldof Datum
02-04-2021 Naam en handtekening gemeente Zeist
L. Hoogstraten Datum
09-04-2021 Naam en handtekening gemeente De Bilt
A.E. Brommersma Datum
13-04-2021 Naam en handtekening gemeente Bunnik
A. Dekker Datum
13-04-2021 9
A-otJ
1 april 2021
Naam en handtekening gemeente VVijk bij Duurstede
W. Kosterman Datum
06-04-2021 Naam en handtekening gemeente Utrechtse Heuvelrug
H. Waaldijk Datum
12-04-2021 Naam en handtekening Regionale Dienst Werk en lnkomen Kromme Rijn Heuvelrug
B. Ruiter Datum
09-04-2021 Naam en handtekening gemeente Utrecht
M. van Ooijen Datum
06-04-2021
10