RIB21.096 Nieuwe Wet inburgering
Tekst van het document
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Aan de gemeenteraad
Ontv. Griffie 14-05-2021/RIB21.096 Datum
14 mei 2021
Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp
Ons kenmerk
406026
Uw kenmerk
2 Nieuwe Wet inburgering per 01-01-2022
Behandeld door
Suzanne Jansen
Portefeuillehouder
L. Hoogstraten
Geachte leden van de raad, Inleiding Via deze raadsinformatiebrief willen wij u informeren over de voortgang rond de voorbereiding op de nieuwe Wet inburgering. Eerder hebben wij u in mei 2020 hierover geïnformeerd (RIB 20.104 Ontwikkelingen nieuwe Wet inburgering) en bent u in november j.l. via een bijeenkomst in Teams bijgepraat. Actuele ontwikkelingen die in deze brief worden toegelicht zijn het vaststellen van het Implementatieplan door het Algemeen Bestuur (AB) van de RDWI en het aangaan van het inkoopconvenant taalonderwijs in U16 verband. Nieuwe Wet Inburgering per 01-01-2022 De gemeenten krijgen de regie op de inburgering weer terug. Dit biedt de kans om misstanden met taalscholen in het huidige stelsel op te heffen en inburgeraars beter te ondersteunen om hun plek te vinden in onze samenleving. Op 1 januari 2022 zal de nieuwe Wet inburgering naar verwachting in werking treden. Vanaf die datum zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van zowel asiel- als gezinsmigranten. Wet Inburgering in onze regio In de regio Zuidoost Utrecht (ZOU) is de inburgering opgenomen in de gemeenschappelijke regeling RDWI. Dat maakt de RDWI de uitvoeringspartner voor de wet. De RDWI doet dat niet alleen, maar samen met de lokale vluchtelingenwerkorganisaties. Zij blijven in het nieuwe stelsel in opdracht van de gemeenten maatschappelijke begeleiding organiseren.
Voor ons is dit Vluchtelingenwerk Zeist. Natuurlijk worden daarnaast ook andere maatschappelijke ketenpartners betrokken om de inburgering zo goed mogelijk en in samenhang vorm te geven. Voorbereidingen tot nu toe Eerder heeft u van ons het Hoofdlijnenplan Wet inburgering ontvangen dat is vastgesteld 0p 26 februari 2020 door het AB van de RDWI. In het Hoofdlijnenplan is afgesproken om een Implementatieplan op te stellen zodra de wet is vastgesteld en bekend is hoeveel middelen gemeenten ontvangen voor de uitvoering en de voorbereidingen van de nieuwe Wet inburgering. Op 2 juli 2020 is de wet aangenomen in de Tweede Kamer. In de meicirculaire 2020 zijn de middelen per gemeente bekend geworden. In november 2020 liet minister Koolmees (SZW) weten het onverantwoord te vinden om het nieuwe inburgeringsstelsel op 1 juli 2021
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
inwerking te laten treden. De nieuwe koers is inwerkingtreding op 1 januari 2022. Ondertussen is het Implementatieplan van de RDWI verder uitgewerkt en op 25 maart van dit jaar vastgesteld door het AB. Bij de voorbereiding en uitwerking van het implementatieplan zijn de vijf gemeenten en de vluchtelingenwerkorganisaties betrokken. Inkoop taalonderwijs in U16-verband Een belangrijk onderdeel van de inburgering is het leren van de Nederlandse taal. Hiervoor dienen gemeenten taalonderwijs en KNM (Kennis Nederlandse Maatschappij) te organiseren als onderdeel van de drie leerroutes (B1-route, Z-route en Onderwijsroute). Voor de inkoop van het taalonderwijs wordt samengewerkt in U16 verband. Zowel de RDWI als de vijf ZOU-gemeenten participeren in de voorbereidingen van de inkoop taalonderwijs. Het inkoopconvenant en bijbehorend addendum is bij alle deelnemende gemeenten in U16 verband en bij het AB van de RDWI ter besluitvorming voorgelegd en vastgesteld. Daarmee is een juridische basis voor de samenwerking gelegd en kan in het voorjaar de aanbesteding starten. Koers Implementatieplan op hoofdlijnen Het Implementatieplan is een belangrijk “spoorboekje” voor de verdere voorbereidingen op de inwerkingtreding van de nieuwe Wet. In het volgende deel van deze brief nemen wij u graag op hoofdlijnen mee in de inhoud en aanpak van dit plan, alsmede in de financiën.
Vier principes In lijn met het Hoofdlijnenplan van de RDWI en het regionaal Bestuursakkoord Asiel en Integratie van de U16, dat op 17 juni 2020 is getekend, wordt gewerkt vanuit vier principes: 1. Inburgeren doen wij integraal 2. Duurzaam inburgeren 3. Lokaal wat mogelijk is, regionaal wat meerwaarde heeft 4. Lerend ontwikkelen Vijf sporen voor implementatie Vervolgens zijn er vijf sporen gedefinieerd waarlangs de implementatie zal lopen, namelijk: Spoor 1: inburgeringsvoorzieningen regionaal (taalinkoop) De inkoop van de taalonderwijs vindt bovenregionaal plaats onder leiding van gemeente Utrecht. De RDWI neemt deel aan het proces en borgt samen met de beleidsambtenaren van de gemeenten dat de taalinkoop aansluit bij de ambities en wensen van de ZOU-regio. Het aangaan van het inkoopconvenant en addendum is een belangrijke mijlpaal in dit 1e spoor en heeft groen licht gegeven om de inkoop daadwerkelijk te starten en afspraken te kunnen maken. In het voorjaar start de aanbesteding voor het taalonderwijs en kort na de zomer wordt de uitslag van de aanbesteding verwacht.
Spoor 2: inburgeringsvoorzieningen RDWI (Partipatie Verklaringstraject (PVT), Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), participatiedeel Z-route) De inkoop van de overige inburgeringsvoorzieningen vindt in nauwe samenspraak met de gemeenten en de vluchtelingenwerken plaats om aansluiting op het lokale veld en integrale dienstverlening te borgen. De inkoop wordt in Q2 opgestart en loopt door tot Q4 van 2021. Spoor 3: ketenafspraken Dit spoor bestaat uit drie delen: 1. ontwikkeling van instrumenten die gezamenlijk in de keten gebruikt worden; 2. ontwikkeling van samenwerkingsafspraken met ketenpartners; 3. borging van de samenwerkingsafspraken in een overlegstructuur.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
3
Voor de ontwikkeling van instrumenten (brede intake en PIP) worden werkgroepen opgericht waarin de vluchtelingenwerkorganisaties en eventueel het COA deelnemen. Dit spoor is al van start gegaan met de vluchtelingenwerkorganisaties in voorbereiding op het Implementatieplan. In het kader van de Doorgaande Lijn vindt mogelijk koppeling plaats met de voorbereidingen die in de U16 regio worden gedaan. Gemeente Utrecht trekt dit proces. Spoor 4: werkprocessen en informatievoorziening De uitvoering van de Wet inburgering moet ingebed worden in de processen en systemen van de RDWI. Na vaststelling van het hoofdproces (al dan niet in de Klantreis) worden de processen ontworpen en gebouwd in de systemen. Het huidige klantvolgsysteem dat gebruikt wordt voor de Participatiewet vormt de basis. Dit wordt uitgebreid met faciliteiten voor de Wet inburgering. In dit spoor nemen we het wettelijk en AVG-proof inregelen van gegevensuitwisseling mee. Het proces van ontzorgen vraagt in dit spoor specifieke aandacht. Dit proces valt uiteen in het ‘technisch ontzorgen’ en het ‘financieel zelfredzaam’ maken. De vluchtelingenwerkorganisaties vervullen een cruciale rol bij de aanvraag van de Participatiewet-uitkering en ook bij het financieel zelfredzaam maken. Daarom zullen we deze processen in nauwe samenwerking samen uitwerken in een werkgroep.
Spoor 5: Beleids-, sturings- en bedrijfsvoering Naast de uitvoering zullen er beleidsmatige aanpassingen moeten plaatsvinden. Er moet een verordening en mogelijk een beleidsregel worden opgesteld. Inbedding van de verkregen middelen van de wet in de planning en control cyclus en toedeling naar afdelingsbudgetten moet plaatsvinden. Juridische checks moeten worden gedaan op de verordening. Dit zijn voorbeelden van beleidsmatige werkzaamheden die ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de nieuwe Wet inburgering zullen worden opgepakt. De werkzaamheden voor de bedrijfsvoering zullen doorlopen tot inwerkingtreding van de wet. Financiën Uitgangspunt is dat de uitvoering van de Wet inburgering moet plaatsvinden binnen het financieel kader van de middelen die het Rijk beschikbaar stelt. Voor de bekostiging van de uitvoering en de invoering van de nieuwe wet stelt het ministerie de volgende middelen beschikbaar: 1. Inburgeringsvoorzieningen (programmakosten), dit zijn middelen voor de taallessen en aanverwante onderdelen van de inburgering; 2. Uitvoeringskosten (apparaatskosten); 3. Implementatiekosten (aanloopkosten). Ad 1. Het Rijk zal de voorschotten voor de voorzieningen in het voorjaar bekend maken via een specifieke uitkering. Daarom is afgesproken om de bijdragen van de gemeenten voor deze voorzieningen na deze bekendmaking te verwerken in de begroting RDWI.
Dit is gebeurd in de ontwerp-begroting RDWI 2022 die thans bij de deelnemers voor zienswijzen voorligt. Onze bijdrage wordt verwerkt in de Voorjaarnota 2022 en ontwerp-begroting 2022 en verder. Een deel van de gelden blijft achter bij ons om een bijdrage te leveren aan de bekostiging van de maatschappelijke begeleiding die belegd is bij de Vluchtelingenwerken (euro 2.250 per inburgeringsplichtige asielmigrant). Ad 2. De raming van zowel de uitvoerings- als de implementatiekosten zijn gebaseerd op het AEF-rapport, een onderzoeksrapport op basis waarvan het ministerie met de VNG een bestuursakkoord heeft gesloten over de ter beschikking te stellen middelen. In het rapport is een opbouw van de implementatiekosten opgenomen. Ook bevat het rapport een systematiek voor het ramen van de uitvoeringskosten. Daarbij wordt de huisvestingstaakstelling voor statushouders als uitgangspunten genomen. De RDWI heeft de raming van de
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
4
implementatiekosten en de uitvoeringskosten op dit rapport gebaseerd en deze afgezet tegen de middelen per gemeente die in de mei- en decembercirculaire zijn opgenomen. De bijdragen van de gemeenten voor de uitvoerings- en implementatiekosten zullen worden toegevoegd aan het budget apparaatskosten van de RDWI. De uitvoeringskosten worden door de RDWI apart in beeld gebracht en gehouden zodat gemonitord kan worden of de taak binnen de van het Rijk daarvoor te ontvangen middelen kan worden uitgevoerd.
We gaan ervan uit u hiermee op de hoogte te hebben gebracht van de laatste ontwikkelingen omtrent invoering nieuwe Wet inburgering.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
dr. H.S. Grotens
drs. J.J.L.M. Janssen
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
Implementatieplan Nieuwe Wet Inburgering
01-01-2022 Wet inburgering
Auteur: Versie: Datum:
Janine Steenbergen en Julienne Holthuis 10, DB versie 24 februari 2021
1
Inhoudsopgave MANAGEMENTSAMENVATTING.................................................................................................................... 4 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Inleiding ...................................................................................................................................................... 5 1.1.
Achtergrond en context .............................................................................................................. 5
1.2.
Scope ................................................................................................................................................. 6
1.3.
Totstandkoming van dit document ......................................................................................... 6
1.4.
Inhoud en leeswijzer .................................................................................................................... 7
Onze aanpak: integraal inburgeren in onze regio ...................................................................... 8 2.1.
Vier principes .................................................................................................................................. 8
2.2.
Negen processen ........................................................................................................................... 9
2.3.
Taakverdeling met de vluchtelingenwerkorganisaties .................................................. 10
2.4.
Betrokkenheid overige ketenpartners ................................................................................. 11
2.5.
Gegevensuitwisseling ................................................................................................................. 12
Inburgeringsvoorzieningen................................................................................................................ 13 3.1
Mandaat en bestuurlijke besluitvorming ............................................................................ 13
3.2
Maatschappelijke begeleiding ................................................................................................. 13
3.3
Leerroutes en participatiedeel Z-route................................................................................ 13
3.4
Tolkenkosten ................................................................................................................................. 13
3.5
MAP en PVT .................................................................................................................................... 14
Financieel kader .................................................................................................................................... 15 4.1
Vier soorten middelen ............................................................................................................... 15
4.2
Begrotingsmechanisme op aantallen en verwachte aantallen ................................... 16
4.3
Kosten flankerend beleid .......................................................................................................... 17
4.4
Randvoorwaarden ....................................................................................................................... 17
Verdere voorbereidingen implementatie ...................................................................................... 18 5.1
Vijf sporen ...................................................................................................................................... 18
5.2
Rapportage over voortgang en evaluatie ........................................................................... 20
Financiën ........................................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.1 6.1
Beschikbare middelen ......................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.1
6.2
Begroting implementatiekosten ...................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.2
6.3
Begroting structurele uitvoeringskosten ..................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.4
6.4 Begroting inburgeringsvoorzieningen (programmakosten) .......... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.5 6.5 6.6
(Financiele) risico’s .............................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.6 Aanpassing begroting RDWI 2020 en verder ……………………………………………………26
2
7.
Risico’s ...................................................................................................................................................... 29
BIJLAGEN ........................................................................................................................................................... 31 Bijlage I: Bijlage II: Bijlage III:
AEF-rapport ................................................................................................................ 32 Taakverdeling RDWI – vluchtelingenwerkorganisaties .............................. 34 Budget per component per inburgeringsplichtige ....................................... 41
MANAGEMENTSAMENVATTING De gemeenten krijgen de regie op de inburgering weer terug. Dit biedt de kans om misstanden met taalscholen op te heffen en de inburgeraars beter te ondersteunen om hun plek te vinden in onze samenleving. Op 1 januari 2022 zal de nieuwe Wet inburgering naar verwachting in werking treden. Vanaf die datum zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van zowel asiel- als gezinsmigranten. In de regio Zuid Oost Utrecht (ZOU) is de inburgering opgenomen in de gemeenschappelijke regeling RDWI. Op 26 februari 2020 heeft het Algemeen Bestuur (AB) van de RDWI het Hoofdlijnenplan Wet inburgering vastgesteld. Daarin is afgesproken een Implementatieplan op te stellen zodra de wet is vastgesteld en bekend is hoeveel middelen gemeenten ontvangen voor de uitvoering en de voorbereidingen van de nieuwe Wet inburgering. Op 2 juli 2020 is de wet aangenomen in de Tweede Kamer. In de meicirculaire 2020 zijn de middelen per gemeente bekend geworden. In november 2020 laat minister Koolmees (SZW) weten het onverantwoord te vinden om het nieuwe inburgeringsstelsel op 1 juli 2021 inwerking te laten treden. De nieuwe koers is inwerkingtreding op 1 januari 2022. In het Hoofdlijnenplan is afgesproken dat de gemeenten zelf de maatschappelijke begeleiding organiseren via subsidie aan de lokale vluchtelingenwerkorganisaties.
De RDWI en de lokale vluchtelingenwerkorganisaties zijn daarmee samen de belangrijkste gemeentelijke uitvoeringspartners voor de wet. De wet leidt tot verschuivingen in de takenpakketten van beide organisaties. In voorbereiding op dit implementatieplan zijn deze verschuivingen met de vluchtelingenwerkorganisaties en de gemeenten besproken en is een taakverdeling op hoofdlijnen gemaakt. Het Rijk stelt apparaatskosten beschikbaar via de algemene uitkering en budget voor de inburgeringsvoorzieningen (programmakosten) via een specifieke uitkering. Daarnaast ontvangen gemeente middelen voor de implementatiekosten. De omvang van deze budgetten is gebaseerd op een adviesrapport van het bureau Andersson Elffers Felix (AEF). Op 28 oktober 2020 heeft het AB van de RDWI besloten het mandaat en beheer van de inburgeringsvoorzieningen (programmakosten) te beleggen bij de RDWI in lijn met de mogelijkheden die de wet biedt met betrekking tot mandatering aan een gemeenschappelijke regeling. De raming van de uitvoeringkosten is gebaseerd op het AEF-rapport en op de prognose van de taakstelling zoals deze half oktober 2020 bekend was 1. De raming sluit aan op het budget dat gemeenten conform de meicirculaire ontvangen voor de uitvoering. Voor de aanloopkosten is in totaal €210.000 geraamd.
Deze raming is ruim binnen het budget dat gemeenten hebben ontvangen ter dekking van de implementatiekosten. Na vaststelling van dit Implementatieplan zal de RDWI verdere voorbereidingen treffen voor de uitvoering van de wet. Dit gebeurt uiteraard in samenwerking met de vluchtelingenwerkorganisaties, onze belangrijkste uitvoeringspartner. Verder kunnen nu ook de overige lokale partners betrokken worden. Het implementatietraject bestaat uit vijf sporen. De RDWI zal het AB tussentijds informeren via de going-concern rapportage en rond de datum van inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2022 en een evaluatie opstellen na het eerste uitvoeringsjaar. 1 De taakstelling kan fluctueren. Voor het jaar 2021 is de taakstelling verdubbeld om de achterstanden van de IND weg te kunnen werken.
1.
Inleiding
De gemeenten krijgen de regie op de inburgering weer terug. Dit biedt de kans om misstanden met taalscholen op te heffen en de inburgeraars beter te ondersteunen om hun plek te vinden in onze samenleving. Met de intensieve aanpak nieuwkomers loopt de RDWI gedeeltelijk vooruit op de Wet inburgering. De intensieve aanpak zal uiteindelijk ingebed worden in de uitvoering van de nieuwe wet. Binnen de ZOU-regio is de wet gemandateerd aan de RDWI. Dit implementatieplan beschrijft hoe de RDWI de implementatie en uitvoering zal aanpakken en bevat tevens de financiële doorrekening van de kosten. 1.1. Achtergrond en context Op 14 maart 2019 heeft het AB de RDWI de opdracht gegeven om in Q4 van 2019 een businessplan op te stellen ten aanzien van de uitvoering van de nieuwe inburgeringswet. Dit plan is een Hoofdlijnenplan geworden, omdat het financieel kader nog niet helder was. Het AB heeft het Hoofdlijnenplan op 26 februari 2020 vastgesteld. In het Hoofdlijnenplan is afgesproken een implementatieplan op te stellen zodra bekend werd hoeveel middelen het Ministerie beschikbaar stelt. Eind april is een akkoord bereikt tussen VNG en SZW over de door het ministerie beschikbaar te stellen middelen voor aanloopkosten en uitvoeringskosten. Aan dit bestuursakkoord ligt een onafhankelijk onderzoek van het bureau Andersson Elffers Felix (AEF) ten grondslag2.
In de meicirculaire 2020 zijn de middelen per gemeente uitgewerkt. Hierin zijn zowel de incidentele middelen ter dekking van de voorbereidingskosten als de structurele middelen ter dekking van de uitvoeringskosten opgenomen. De programmabudgetten worden verdeeld via een specifieke uitkering (SPUK). Deze SPUK wordt in de loop van 2021 bekend gemaakt. De programmabudgetten op landelijk niveau zijn wel bekend, zowel in totaal als in een budget per inburgeraar en kunnen globaal berekend worden per gemeente. Op 1 april 2020 is op de regionale bestuurstafel GIR het plan van aanpak asiel, huisvesting en integratie nieuwkomers vastgesteld en de concept bestuursovereenkomst. Hierin is besloten de regionale inkoop van de taallessen onder leiding van gemeente Utrecht te verkennen. Op 2 juli 2020 is de Wet inburgering aangenomen in de Tweede Kamer. Er is een aanpassing gedaan met betrekking tot mandatering van inburgeringsvoorzieningen aan een GR. Onderdelen van de wet worden nader uitgewerkt in lagere regelgeving. Deze lagere regelgeving is begin september 2020 in consultatie gegaan. In de zomer hebben gemeenten in hun zienswijzen op de begroting RDWI 2020 aangegeven dat de wet binnen het financieel kader van het Rijk uitgevoerd moet worden.
Op 30 september 2020 is op de regionale bestuurstafel GIR het voorlopig Inkoopconvenant Taal vastgesteld, waarbij de intentie van de ZOU-regio en de RDWI is vastgelegd om deel te nemen aan de gezamenlijke inkoop van taalonderwijs. Op 28 oktober 2020 heeft het AB RDWI besloten het mandaat en beheer van de inburgeringsvoorzieningen (programmakosten), behalve de taken en middelen ter bekostiging van de maatschappelijke begeleiding, bij de RDWI te beleggen, in aansluiting
2
Rapport ‘Veldonderzoek kosten nieuw inburgeringsstelsel’ – Andersson Elffers Felix – 30 augustus 2019, in opdracht van VNG en het ministerie van SZW
5
op de mogelijkheden van de wet waarin gesteld is dat gemeenten ook verantwoordelijk blijven voor de programmakosten.
Figuur 1: Stappen in aanloop naar implementatie per 1 januari 2022
1.2. Scope Dit document gaat in op de doelgroep van de nieuwe wet en niet op de zogenaamde ‘ondertussen groep’ (inburgeringsplichtigen die nog onder de Wet inburgering 2013 vallen) en de ELIP-groep3 die daar onderdeel van is. De raming van de kosten sluit hierop aan. In een separate bestuurlijke notitie zal de RDWI een voorstel uitwerken voor de inbedding van de huidige intensieve aanpak nieuwkomers in de uitvoering de nieuwe Wet inburgering, en daarmee de afbouw van de huidige dienstverlening van TNI. Daarnaast zal ook een voorstel worden gedaan voor de dienstverlening aan de ELIP-groep. Beiden voorstellen zullen naar verwachting in juni ingebracht worden in de vergadering van het AB. 1.3. Totstandkoming van dit document Bij de uitvoering van de Wet inburgering zijn veel partijen betrokken. In de eerste plaats zijn dat de vluchtelingenwerkorganisaties. In aanloop naar dit plan heeft de RDWI met gemeenten en de vluchtelingenwerkorganisaties gewerkt aan een heldere taakverdeling op basis waarvan de RDWI een goede raming van de kosten heeft kunnen maken. In regionaal verband hebben gemeenten en RDWI op basis van de Bestuursovereenkomst Asiel en Integratie samengewerkt aan de inkoop van taal. De RDWI heeft samen met de beleidsambtenaren inburgering zitting in diverse werkgroepen waarin in nauw overleg gewerkt wordt aan een kwalitatief en passend taalaanbod.
3
ELIP = Einde Lening nog Inburgeringsplichtig. Dit is de meest kwetsbare groep inburgeringsplichtigen die onder de huidige wet valt.
6
De (lokale) partners zijn tot nu toe beperkt betrokken. In lijn met de aanpak van de taalinkoop door gemeente Utrecht kan dit in verband met de aanbestedingsregels pas opgestart worden na de marktuitvraag van de taalinkoop. 1.4. Inhoud en leeswijzer Hierna beschrijven we in hoofdstuk 2 de uitwerking van de aanpak van de uitvoering. In hoofdstuk 3 gaan we in op de inburgeringsvoorzieningen (programmakosten). Hoofdstuk 4 beschrijft het financieel kader van de wet en de middelen die in aanloop naar de nieuwe wet aan gemeenten beschikbaar zijn gesteld. Hoofdstuk 5 gaat over de stappen die worden gezet binnen het implementatietraject. En hoofdstuk 6 bevat een kostenraming van de nieuwe Wet inburgering, en hoofdstuk 7 zal een overzicht bieden van risico’s en beheersmaatregelen.
7
2.
Onze aanpak: integraal inburgeren in onze regio
Het Hoofdlijnenplan bevat een aantal uitgangspunten die ingevuld worden bij de voorbereidingen op de uitvoering en straks ook bij de uitvoering zelf. Vier belangrijke principes staan centraal. 2.1. Vier principes In lijn met het Hoofdlijnenplan en het regionaal Bestuursakkoord Asiel en Integratie, dat op 17 juni 2020 is getekend, wordt gewerkt vanuit vier principes: 1. 2. 3. 4.
Inburgeren doen wij integraal Duurzaam inburgeren Lokaal wat mogelijk is, regionaal wat meerwaarde heeft Lerend ontwikkelen
Inburgeren doen wij integraal Dit principe gaat over de kwaliteit van de dienstverlening. We streven ernaar dat inburgeringsplichtigen (asiel- en gezinsmigranten) zo snel mogelijk integreren door het zo makkelijk en duidelijk mogelijk te maken voor de nieuwkomer. Zodat hij niet van het kastje naar de muur gestuurd wordt, maar een integrale ondersteuning ervaart die aansluit op zijn of haar persoonlijke situatie. Om deze integrale ondersteuning te bieden is het belangrijk met alle levensdomeinen rekening te houden. We leggen de link naar laaggeletterdheid, VVE-onderwijs, zorg, gezondheid en maatschappelijke participatie. Duurzaam inburgeren Dit principe gaat over de inhoud en bedoeling van de wet. De minister beoogt met de Wet inburgering de integratie van nieuwkomers te versnellen, mede door de inburgering dicht bij de Participatiewet te organiseren. De taal leren, in combinatie met participeren en/of werken moeten elkaar versterken. Toch kan in de uitvoering spanning ontstaan tussen beide wetten. Immers, hoe verhoudt de kortste weg naar werk zich tot tijd en ruimte om eerst de taal goed te leren? Daarom zijn in het Hoofdlijnenplan in samenspraak met gemeenten en de vluchtelingenwerkorganisaties een aantal uitgangspunten geformuleerd voor de uitvoering. Het belangrijkste uitgangspunt is duurzaam inburgeren.
Duurzaam inburgeren geldt voor alle inburgeringsplichtige nieuwkomers (ook gezinsmigranten) en houdt in: - Dat participatie/werk in eerste instantie een instrument voor inburgering is en in tweede instantie een vehikel voor economische zelfredzaamheid. Het doel van participatie/werk binnen duurzaam inburgeren is dus bevordering van taal- en cultuurontwikkeling, netwerkvorming, aanleren van werknemersvaardigheden en dagritme4. - Dat alle levensdomeinen in ogenschouw genomen worden, maar het accent ligt op participatie/werk in combinatie met taalontwikkeling. - Dat inburgeraars een week vullend traject wordt geboden met alle levensdomeinen in de juiste balans. Lokaal wat mogelijk is, regionaal wat meerwaarde heeft Dit principe gaat over samenwerking en de organisatie van de uitvoering. We streven naar een goede balans tussen efficiency (door processen voor meer gemeenten regionaal uit te voeren) en lokale aansluiting. De taalinkoop wordt bovenregionaal georganiseerd, omdat bij een lager schaalniveau de kwaliteit niet kan worden geborgd. De regie ligt bij de RDWI op regionaal niveau, zodat de verbinding met de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schulddienstverlening goed gemaakt kan worden en de processen efficiënt 4
Hiermee hebben de gemeenten ingestemd met de consequentie dat duurzaam inburgeren mogelijk negatieve effecten heeft op de snelheid van uitstroom van nieuwkomers uit de bijstand en daarmee op de uitgaven van de BUIG- budgetten van de gemeenten.
8
kunnen worden uitgevoerd. Lokaal wordt de aansluiting met vluchtelingenwerkorganisaties, wijkteams en de welzijnspartijen gemaakt, dichtbij de woonomgeving van de inburgeringsplichtige. Lokaal is het uitgangspunt. Kan het niet lokaal, dan organiseren we het een schaalniveau hoger. Lerend ontwikkelen De implementatie van de wet vraagt samen ontdekken en leren wat werkt. Gelukkig hebben we al ervaring opgedaan met Team Nieuwe Inwoners. Maar er zijn veel zaken die nieuw zijn in de wet. Die zullen we al lerend ontwikkelen samen met onze partners. In aanloop naar de inwerkingtreding van de nieuwe wet worden in het kader van de Veranderopgave Inburgering (VOI) diverse pilots uitgevoerd. De ervaringen van deze pilots nemen we mee in de aanpak. Hierbij hebben we speciale aandacht voor de pilot vrouwelijke nareizigers die in onze regio door We Match wordt uitgevoerd. Zodra deze is afgerond zullen we de ervaringen bespreken en bepalen hoe verder. Dit doen we samen met de betrokken partners. Samen met alle (keten)partners werken we zo de komende jaren lerend verder aan integrale dienstverlening. 2.2. Negen processen In het Hoofdlijnenplan is aangegeven dat de onderstaande processen geborgd moeten worden bij de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. Dit zijn deels bestaande en deels nieuwe processen.
Figuur 2: De negen processen die geïmplementeerd moeten worden
Deze processen leiden tot verschuivingen tussen de takenpakketten van de vluchtelingenwerkorganisaties en de RDWI. In aanloop naar dit implementatieplan zijn daarom in intensief overleg met de gemeenten en de vluchtelingenwerkorganisaties afspraken gemaakt over de taakverdeling en afstemming. Het is belangrijk de taakverdeling en afstemming scherp te definiëren om sobere en doelmatige uitvoering binnen de financiële kaders van de wet te kunnen organiseren. Met de afspraken die nu gemaakt zijn is geen extra middeleninzet voor de samenwerking en
9
afstemming met de vluchtelingenwerkorganisaties nodig (zoals was aangegeven in het Hoofdlijnenplan). 2.3. Taakverdeling met de vluchtelingenwerkorganisaties Voor de afstemming over de taakverdeling met de vluchtelingenwerkorganisaties is onderstaand model gebruikt waarin het inburgeringsproces in drie fasen is verdeeld.
Figuur 3: Het inburgeringsproces in drie fasen
Fase 1 betreft de Doorgaande Lijn en geldt alleen voor asielmigranten. De Doorgaande Lijn is gedurende de intensieve aanpak ontwikkeld en uitgevoerd met de regio. Hierop gaan wij nu ook de vluchtelingenwerkorganisaties aansluiten (en waar we inschatten dat dit nodig is ook het sociaal team). De start is de gezamenlijke brede intake. Dit is een live gesprek op locatie in het geval de nieuwkomer in AZC Utrecht of AZC Leersum woont. In het gesprek leren de nieuwkomer, vluchtelingenwerk en de RDWI elkaar kennen en worden verwachtingen afgestemd. Het COA sluit aan. Zo hoeft de nieuwkomer maar één keer zijn of haar verhaal te vertellen, er vindt een warme overdracht plaats. Fase 2 gaat over het opstellen van het Plan Inburgering en Participatie (PIP), het opstarten van de inburgering en de maatschappelijke begeleiding, en over het ontzorgen. Met elke inburgeringsplichtige wordt een maatwerk plan opgesteld. Voor de asielmigranten adviseert vluchtelingenwerk de RDWI om te komen tot een goed plan. En voor de gezinsmigranten wordt het plan uitsluitend in samenspraak tussen RDWI en de inburgeringsplichtige opgesteld. Daarna start de inburgering. Besloten wordt welke leerroute de inburgeringsplichtige gaat volgen, er vindt aanmelding bij de taalschool plaats en er worden afspraken over terugkoppeling gemaakt. Deze taak verschuift van de vluchtelingenwerkorganisaties naar de RDWI.
Vluchtelingenwerk blijft wel ondersteunen bij de praktische invulling. In deze fase start vluchtelingenwerk de maatschappelijke begeleiding op.
10
De RDWI krijgt een nieuwe taak: ontzorgen. Dit gaat over de doorbetaling van de vaste lasten uit de uitkering voor een periode van minimaal zes maanden. Hiervoor zal voor elke asielgerechtigde inburgeringsplichtige budgetbeheer opgestart worden voor de eerste zes maanden. Waar mogelijk en nodig wordt dit verlengd met zes maanden, zodat de afbouw van de ontzorging in elk geval gelijk op kan lopen met het financieel zelfredzaam maken. Het uitvoeren van het financieel zelfredzaam maken is de taak van de vluchtelingenwerkorganisaties. De RDWI vult deze aan vanuit de expertise met betrekking tot de overgang van de uitkering naar economische zelfstandigheid en is verantwoordelijk voor uniformiteit en kwaliteit. Fase 3 gaat over de monitoring, handhaving en afronding van de inburgering. De RDWI voert de monitoring en handhaving uit en stemt deze af op wat nodig is bij elke inburgeringsplichtige. Om een goed beeld te krijgen van de voortgang wordt input opgehaald bij de taalscholen. Vluchtelingenwerkorganisaties hebben, zolang een nieuwkomer maatschappelijke begeleiding ontvangt, een signalerende rol. In deze fase ronden de vluchtelingenwerkorganisaties veelal de maatschappelijke begeleiding af. De RDWI rondt de inburgering af.
Indien een inburgeringsplichtige na afronding van de inburgering nog een Participatiewet uitkering heeft, zal de nieuwkomer overgaan naar de reguliere dienstverlening, zoals wij die overige klanten van de RDWI ook bieden. In bijlage II zijn de exacte afspraken opgenomen die de RDWI met de beleidsambtenaren van de gemeenten en de vluchtelingenwerkorganisaties heeft gemaakt. Uniformering Op dit moment is de dienstverlening van de vluchtelingenwerkorganisaties in de vijf gemeenten op hoofdlijnen gelijk, maar er zijn ook verschillen. Deze zijn merkbaar in de uitvoering van de RDWI. Uniformering is wenselijk op afspraken die impact hebben op de ontzorging, de taak die de RDWI bij budgetbeheer van schulddienstverlening belegt. De afstemming van de exacte werkwijze van ontzorging moet naadloos aansluiten op de begeleiding van de vluchtelingenwerkorganisaties, gericht op financiële zelfredzaamheid. Over de afstemming van deze dienstverlening voert de RDWI overleg met de vluchtelingenwerkorganisaties, in aanloop naar de nieuwe wet. 2.4. Betrokkenheid overige ketenpartners Lokaal en regionaal spelen veel organisaties een rol bij de integratie van nieuwkomers. Na vaststelling van het implementatieplan zal de RDWI hen gaan betrekken met inachtneming van de verschillende rollen die diverse partners hebben. De RDWI maakt een onderscheid in drie soorten samenwerkingen met ketenpartners: 1.
ketenpartners naar wie de RDWI doorverwijst en die hun eigen taak binnen het sociaal domein hebben en met wie we vooral samenwerkingsafspraken moeten maken om te komen tot sluitende ketens (o.a. sociaal teams, CJG’s); 2. partners die een deel van de inburgeringsvoorzieningen uit gaan voeren en met wie de RDWI een inkooprelatie aangaat (taalscholen, aanbieder(s) van PVT en mogelijk de MAP en het participatiedeel Z-route); 3. partners die al dan niet met gemeentelijke subsidie dienstverlening bieden die de RDWI om niet kan inzetten als inburgeringsvoorziening (bijv. lokale vrijwilligerscentrales en lokaal welzijnsaanbod). Om tot een effectieve uitvoering van de Wet inburgering te komen zal de RDWI samenwerkingsafspraken maken met de ketenpartners naar wie wordt doorverwezen zoals bijvoorbeeld de wijkteams en CJG’s.
11
Met partners die (mogelijk) inburgeringsvoorzieningen gaan leveren zal de RDWI samen ontwikkelend te werk te gaan, met inachtneming van de regels uit de inkoop- en aanbestedingswet om een gelijk speelveld voor alle partijen te creëren. Hierbij legt de RDWI de verbinding met het proces dat gemeente Utrecht opzet rondom de taalinkoop. De RDWI bouwt de samenwerking met de ketenpartners op vanuit hun verschillende rollen en stap voor stap. Het proces wordt in samenspraak met de gemeenten vormgegeven. Met de vluchtelingenwerkorganisaties worden in werkgroepen specifieke afspraken gemaakt over de overgang naar de nieuwe wet. 2.5. Gegevensuitwisseling Het Rijk werkt in samenwerking met VNG Implementatie en landelijke partners als COA en DUO aan (privacyproof) gegevensuitwisseling. Dit betreft vooral de gegevensoverdracht vanuit de landelijke systemen naar de lokale uitvoering en vice versa. Hierin wordt gestreefd naar automatische koppelingen. Landelijk opererende leveranciers van klantvolgsystemen van sociale diensten zijn op deze ontwikkelingen aangesloten en bouwen mee, ook die van de RDWI. Op dit moment zijn er nog geen systemen en werkwijzen gereed. Zodra er helderheid is over de mogelijkheden die geboden worden, zal de RDWI gegevensuitwisseling in samenwerking met de leverancier van het klantvolgsysteem inregelen.
De RDWI zal voor haar regiefunctie zelf gegevensuitwisseling moeten organiseren met leveranciers van inburgeringsvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld de taalscholen. In de uitwerking zal gemeente Utrecht vanuit het taalinkooptraject het voortouw nemen. Hierop lift de RDWI mee. Vanuit landelijke werkgroepen wordt gesproken over het inrichten van een portaal waar partners op kunnen inloggen. Ontwikkeling van een portaal is zeer kostbaar en tijdsintensief. Voor de regio ZOU is dat op dit moment niet realistisch. Zodra er portalen beschikbaar komen zal de RDWI onderzoeken of dit ook door de RDWI gebruikt kan worden. Tot die tijd wordt de meest praktische en kostentechnisch haalbare oplossing gekozen. Over de gegevensuitwisseling met ketenpartners naar wie de RDWI doorverwijst en die een eigenstandige rol hebben in het sociaal domein (zoals sociaal teams en CJG’s) lopen al afspraken in het kader van de Participatiewet. Deze zullen we waar nodig herijken in het licht van de uitvoering van de nieuwe wet.
12
3.
Inburgeringsvoorzieningen
De inburgeringsvoorzieningen (programmakosten) omvatten de drie leerroutes, de Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP), het participatieverklaringstraject (PVT), de maatschappelijke begeleiding en de tolkenvoorziening. 3.1 Mandaat en bestuurlijke besluitvorming In het AB van 28 oktober 2020 is besloten het mandaat en beheer van de inburgeringsvoorzieningen bij de RDWI te beleggen. Desondanks zullen gemeenten betrokken blijven en ook risico dragen. Bestuurlijke besluitvorming vindt plaats aan de regionale bestuurstafel en in het AB van de RDWI. Aan de regionale bestuurstafel zijn de wethouders inburgering vertegenwoordigd. In het AB schuiven de wethouders werk en inkomen aan. Er moeten afspraken gemaakt worden om de besluitvorming van beide tafels op elkaar af te stemmen. 3.2 Maatschappelijke begeleiding In het Algemeen Bestuur van 11 februari 2020 is besloten dat de gemeenten zelf het opdrachtgeverschap aan de vluchtelingenwerkorganisaties behouden met betrekking tot de taak maatschappelijke begeleiding, uitgaande van een vast bedrag per inburgeraar 5. Op 28 oktober is in het AB besloten dat gemeenten € 2.2506 per inburgeraar van de programmakosten houden, ter bekostiging van de maatschappelijke begeleiding. 3.3 Leerroutes en participatiedeel Z-route Het ministerie heeft een vast bedrag per inburgeraar begroot voor de leerroutes.
Dit bedrag vormt het plafond voor de regionale taalinkoop. De Z-route bestaat uit twee componenten: de taalcomponent (800 uur taalles per inburgeringsplichtige, waarin ook alfabetisering is opgenomen) en de participatiecomponent (800 uur participatie per inburgeringsplichtige). De taalcomponent wordt in U16-verband ingekocht. De participatiecomponent organiseert de RDWI zelf7. In een addendum op het inkoopconvenant wordt besloten welk deel van het budget per Z-routeklant beschikbaar is voor de taalcomponent en welk deel voor de participatiecomponent. Het voorstel ligt nu voor om het plafond voor de taalcomponent op €7500 vast te stellen. Er resteert dan €2500 voor de participatiecomponent. Omdat het budget voor de participatiecomponent beperkt is, gaat de RDWI er veiligheidshalve vanuit dat we een groot deel van de participatie kunnen vormgeven via lokaal vrijwilligerswerk, zoals dat nu ook de praktijk is. In tegenstelling tot de huidige situatie heeft de RDWI de plicht 800 uur participatie te bieden bij de nieuwe Wet inburgering. De afhankelijkheid van voldoende en passend lokaal aanbod neemt daarmee toe. 3.4 Tolkenkosten Gemeenten ontvangen via de uitkering voor de inburgeringsvoorzieningen tolkenkosten. De tolkenkosten zullen toenemen ten opzichte van de huidige situatie, omdat ook gezinsmigranten begeleiding krijgen.
De tolkenkosten voor gezinsmigranten zijn naar verhouding beperkt, omdat de partner van de gezinsmigrant al langer in Nederland woonachtig is en de taal naar verwachting spreekt.
AB besluit 11-02-2020: Beslispunt 2. Het opdrachtgeverschap aan de vluchtelingenwerkorganisaties ter uitvoering van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de Wet inburgering te beleggen bij de gemeenten, uitgaande van een nog nader te bepalen vast bedrag per inburgeraar. Deze keuze heeft financiële consequenties. 5
6 In het AB voorstel is nog het bedrag inclusief btw opgenomen ad € 2.250, inmiddels heeft Divosa de specificatie van de
voorzieningen aangepast naar bedragen exclusief btw, voor maatschappelijke begeleiding wordt gerekend met € 1.944 exclusief btw. In de rest van dit implementatieplan wordt waar van toepassing gerekend met het bedrag exclusief btw. In de lagere regelgeving die nog in ontwikkeling is zal het Ministerie mogelijk aanvullende eisen stellen over de invulling van het participatiedeel. Dit is nog niet bekend. 7
13
3.5 MAP en PVT De RDWI zal de modules MAP en PVT inkopen of deels zelf organiseren. Het is nog niet bekend of er aanvullende eisen door het Rijk gesteld zullen worden aan deze modules. De lagere regelgeving is in september 2020 in consultatie gegaan. Besluitvorming moet nog plaatsvinden, naar verwachting na de zomer van 2021. Pas nadat de eisen bekend zijn kan de RDWI bepalen hoe de beide modules te organiseren.
14
4.
Financieel kader
In het Hoofdlijnenplan is afgesproken dat de uitvoering van de Wet inburgering moet plaatsvinden binnen het financieel kader van de middelen die het Rijk beschikbaar stelt. 4.1 Vier soorten middelen Voor de bekostiging van de uitvoering en de invoering van de wet stelt het ministerie de volgende middelen beschikbaar: 1. Inburgeringsvoorzieningen (programmakosten), dit zijn middelen voor de taallessen en aanverwante onderdelen van de inburgering; 2. Uitvoeringskosten / apparaatskosten; 3. Implementatiekosten (aanloopkosten); 4. Middelen voor de zogenaamde ‘ondertussen groep’. Dat zijn de inburgeraars die onder de huidige wet vallen en niet kunnen profiteren van het nieuwe stelsel. In het besluit dat het AB RDWI op 28 oktober 2020 heeft genomen is vastgesteld dat de gemeenten in elk geval € 2250 per asielgerechtigde inburgeringsplichtige achter houden ter bekostiging van de maatschappelijke begeleiding. Voor de overige middelen heeft de RDWI een raming gemaakt. Deze raming is in hoofdstuk 6 opgenomen.
Figuur 4: overzicht soorten middelen en verdeling tussen gemeenten en RDWI
Ad 1. Inburgeringsvoorzieningen De middelen voor de inburgeringsvoorzieningen stelt het Rijk beschikbaar via een specifieke uitkering (SPUK). De minister heeft in de memorie van toelichting op de nieuwe wet aangegeven wat de gemiddelde ter beschikking gestelde middelen per inburgeraar zijn, en hoe de verdeling over de verschillende inburgeringsonderdelen is (zie bovenstaande figuur, het groene deel). Dit overzicht wordt gehanteerd bij de regionale taalinkoop, waarbij het donkergroene deel gezamenlijk met de regio wordt ingekocht (taal incl. KNM), behalve het participatiedeel van de Z-route.
15
Gemeenten hebben deze middelen nog niet ontvangen. Ad 2. Uitvoeringskosten / apparaatskosten Aan de begroting van de uitvoeringskosten ligt een onafhankelijk onderzoek ten grondslag dat is uitgevoerd door het eerdergenoemde bureau AEF. In het AEF-rapport zijn de kosten per uit te voeren proces per inburgeraar becijferd. Het onderzoek is gebaseerd op een veldonderzoek onder gemeenten, uitgevoerd in opdracht van de VNG en Ministerie SZW. Het organiseren van het contractmanagement van de taalinkoop maakt deel uit van deze kosten. Door deelname aan de regionale taalinkoop zal een deel van de kosten voor het contractmanagement moeten worden overgedragen aan de gemeente Utrecht. In een addendum bij het inkoopconvenant, dat colleges en AB beiden vaststellen, zijn hierover afspraken gemaakt. De uitvoeringskosten per gemeente zijn opgenomen in de meicirculaire en geactualiseerd in decembercirculaire 2020. Ad 3. Implementatiekosten (aanloopkosten) De middelen voor de voorbereiding van de Wet inburgering zijn ook gebaseerd op het AEF-rapport. Het incidentele budget voor de implementatiekosten zijn per gemeente opgenomen in de meicirculaire 2020. Ad 4. Middelen voor de ‘ondertussen groep’ Voor de begeleiding van inburgeringsplichtige asielstatushouders die onder het huidige stelsel vallen, zijn in 2019 en 2020 middelen uitgekeerd aan gemeenten (landelijk € 20 en € 25 mln.).
Vanaf 2021 komt daar incidenteel een bedrag van € 25,5 mln. bij. Deze middelen zijn bedoeld om een impuls te geven aan de uitstroom van deze inburgeringsplichtigen. In de Tweede Kamer is een motie aangenomen die stelt dat de minister nieuwe afspraken moet maken met gemeenten over de besteding van deze middelen. Hoogstwaarschijnlijk stelt het ministerie de specifieke eis de middelen van 2021 te besteden aan de ELIP-groep8. Gemeenten hebben deze middelen nog niet ontvangen. Deze middelen vallen niet binnen de scope van dit implementatieplan. In een separaat voorstel zal de RDWI een voorstel doen over de vormgeving dienstverlening aan de ELIP-doelgroep. 4.2 Begrotingsmechanisme op aantallen en verwachte aantallen De begroting van de (uitvoeringskosten en) inburgeringsvoorzieningen is gebaseerd op de prognose van de huisvestingstaakstelling van 2020. Omdat nieuwkomers druppelsgewijs instromen zal er een stapsgewijze opbouw plaatsvinden, waarbij bij aanvang slechts enkele inburgeraars begeleid worden. Het aantal klanten dat onder de nieuwe wet valt zal stapsgewijs gedurende drie jaar toenemen. Bij een gelijkblijvende huisvestingstaakstelling zal de instroom na drie jaar ongeveer gelijk zijn met het aantal inburgeringsplichtigen dat de inburgering afrondt (en ‘uitstroomt’), omdat de inburgeringsplicht op drie jaar is gesteld.
Of de huisvestingstaakstelling van de ZOU-regio daadwerkelijk op dit aantal blijft de komende jaren is nog niet bekend. Halfjaarlijks stelt het ministerie van Justitie en Veiligheid de taakstelling vast. Dat de taakstelling enorm kan fluctueren blijkt uit het feit dat voor 2021 de taakstelling is verdubbeld om achterstanden bij de IND bij te werken. 8
ELIP = Einde Lening nog InburgeringsPlichtig. Dit is het meest kwetsbare deel van de inburgeringsplichtigen onder de huidige wet, die groter risico lopen in de problemen te komen door de tekortkomingen van de huidige Wet inburgering.
16
De aanname is dat de taakstelling vanaf 2022 weer naar het oude niveau (lees: 2020) daalt. Daarom is de raming in hoofdstuk 6 gebaseerd op de taakstelling in 2020. 4.3 Kosten flankerend beleid In het AEF-rapport wordt gesproken over de kosten van flankerend beleid 9. Het succes van de uitvoering van de Wet inburgering is afhankelijk van flankerend beleid met betrekking tot onder andere kinderopvang en reiskosten. Op dit moment worden de reiskosten voor inburgering uit de bijzondere bijstand betaald. In de regionale taalinkoop benadrukt de RDWI de wens tot een of meer locaties in de ZOU-regio. Dit kan de reiskosten drukken. Voor de Z-route is hiervoor in de regionale inkoop zelfs een harde voorwaarde gesteld. Of tegemoetgekomen zal worden aan onze wensen hangt af van de uitkomst van het inkoopproces. De uitkomst kan effect hebben op de benodigde budgetten voor bijzondere bijstand. De RDWI verwacht geen noemenswaardig effect op de budgetten voor kinderopvang. Kinderopvang wordt bekostigd uit het WKO-budget (Wet Kinderopvang). 4.4 Randvoorwaarden Bij de uitvoering van de processen Wet inburgering is een aantal randvoorwaarden heel belangrijk. Deels zijn dit dezelfde zoals die nu ook gelden voor de Participatiewet dienstverlening van het huidige Team Nieuwe Inwoners. Zo gaat de RDWI ervan uit dat elke gemeente voorziet in: 1.
wijk-, buurt- of dorpsteams, waar nieuwkomers naar doorverwezen kunnen worden; 2. welzijnsaanbod, waaronder sociale activeringsactiviteiten, vrijwilligerscentrale en fietslessen; 3. informeel taalaanbod. Het informeel taalaanbod wordt, indien van meerwaarde, benut voor alle klanten van de RDWI. Vooral van taalmaatjes wordt veelvuldig gebruik gemaakt door nieuwkomers; 4. aanbod van VVE-voorzieningen; 5. tolkenaanbod bij andere ketenpartners en huisartsen. In de afgelopen jaren, sinds de start van de intensieve aanpak in mei 2018, heeft de RDWI ervaren dat het niet beschikbaar zijn van bijvoorbeeld begeleid vrijwilligerswerk sterk stagnerend werkt op de arbeidstoeleiding. Met de nieuwe Wet inburgering beoogt de minister de integratie te versnellen, juist door taal en werk/participatie te combineren. Voor Z-routeklanten is het kunnen invullen van de verplichte 800 uur participatieactiviteiten in het kader van de Wet inburgering noodzakelijk. Anders zullen zij de inburgering niet kunnen afronden.
Pag. 17 en 18, Rapport ‘Veldonderzoek kosten nieuw inburgeringsstelsel’ – Andersson Elffers Felix – 30 augustus 2019. 9
17
5.
Verdere voorbereidingen implementatie
Na de vaststelling van dit Implementatieplan zal de RDWI de voorbereidingen van de uitvoering verder ter hand nemen. De voorbereidingen worden georganiseerd langs vijf sporen. Per spoor wordt een planning opgesteld met kritische paden, risico’s en beheersmaatregelen. Een projectteam stuurt en coördineert de samenhang tussen de sporen. Bij de implementatie worden de ervaringen van de pilots van de Veranderopgave Inburgering (VOI) gebruikt, waarbij we de ervaringen met de pilot in onze regio met betrekking tot vrouwelijke inburgeringsplichtigen in elk geval meenemen. In het financiële hoofdstuk 6 wordt de onderbouwing van de implementatiekosten toegelicht. 5.1 Vijf sporen De vijf sporen hebben grote onderlinge samenhang en afhankelijkheid. Het is nog niet bekend welke stappen de gemeente Utrecht zal zetten in de regionale taalinkoop die de ketensamenwerking in onze regio zullen raken. Er zal gewerkt worden met een flexibele planning, waarbij deadlines hard zijn, maar er aanpassingen gedaan worden in de weg ernaartoe. Spoor 1: inburgeringsvoorzieningen regionaal (taalinkoop) De inkoop van de taallessen vindt regionaal plaats onder leiding van gemeente Utrecht. De RDWI neemt deel aan het proces en borgt samen met de beleidsambtenaren van de gemeenten dat taalinkoop aansluit bij de ambities en wensen van de ZOU-regio.
Dit spoor is van start gegaan in 2020 en loopt door tot eind Q4 van 2021. Spoor 2: inburgeringsvoorzieningen RDWI (PVT, MAP, participatiedeel Z-route) De inkoop van de overige inburgeringsvoorzieningen vindt in nauwe samenspraak met de gemeenten plaats om aansluiting op het lokale veld en integrale dienstverlening te borgen. De inkoop zal in Q1 opgestart worden zodra in regionaal verband besluitvorming heeft plaatsgevonden over de beschikbare middelen voor het participatiedeel Z-route. Dit spoor loopt door tot Q4 van 2021. Spoor 3: ketenafspraken Dit spoor bestaat uit drie delen: a. ontwikkeling van instrumenten die gezamenlijk in de keten gebruikt worden; b. ontwikkeling van samenwerkingsafspraken met ketenpartners, en; c. borging van de samenwerkingsafspraken in een overlegstructuur. Voor de ontwikkeling van instrumenten (onder andere brede intake en PIP) worden werkgroepen opgericht waarin de vluchtelingenwerkorganisaties en eventueel COA deelnemen. In het kader van de Doorgaande Lijn vindt mogelijk koppeling plaats met de voorbereidingen die in de U16 regio worden gedaan. Gemeente Utrecht trekt dit proces. Het is nog niet helder hoe dit eruit ziet. In diverse overleggen zullen met lokale partners afspraken worden gemaakt over samenwerking in de keten. Deze zal de RDWI borgen in een structurele overleg- en coördinatiestructuur.
In gemeente Zeist is in het kader van de Integratieroute ervaring opgedaan met regieoverleg. We willen verkennen in hoeverre deze wijze van regievoering in de keten ook in de andere gemeenten toegevoegde waarde kan hebben. Dit spoor is van start gegaan met de vluchtelingenwerkorganisaties in voorbereiding op dit Implementatieplan. Het zal worden voortgezet na vaststelling van dit plan. Dan worden naast de vluchtelingenwerkorganisaties ook andere (lokale) partners betrokken. Dit proces loopt door tot en met Q4 van 2021.
18
Spoor 4: werkprocessen en informatievoorziening De uitvoering van de Wet inburgering moet ingebed worden in de processen en systemen van de RDWI. In Q2 2021 wordt besloten of en hoe de uitvoering van de begeleiding van nieuwkomers ingebed wordt in de Klantreis, die in de zomer van 2019 is geïmplementeerd bij de RDWI. Bij de eventuele inbedding wordt geborgd dat de kennis en expertise die is opgebouwd in Team Nieuwe Inwoners niet verloren gaat. Na vaststelling van het hoofdproces (al dan niet in de reguliere Klantreis) worden de processen ontworpen en gebouwd in de systemen. Het huidige klantvolgsysteem dat gebruikt wordt voor de Participatiewet vormt de basis. Dit wordt uitgebreid met faciliteiten voor de Wet inburgering. In dit spoor nemen we het wettelijk en AVG-proof inregelen van gegevensuitwisseling mee (zie ook paragraaf 2.5). Het proces van ontzorgen vraagt in dit spoor specifieke aandacht. Dit proces valt uiteen in het ‘technisch ontzorgen’ en het ‘financieel zelfredzaam’ maken. De vluchtelingenwerkorganisaties vervullen een cruciale rol bij de aanvraag van de Participatiewet-uitkering en ook bij het financieel zelfredzaam maken. Daarom zullen we deze processen in nauwe samenwerking samen uitwerken in een werkgroep.
Om dit spoor te sturen en coördineren wordt een projectmedewerker ingezet met kennis van de uitvoering van Participatiewet, de Wet inburgering en de werking van de systemen. Een kwaliteitsmedewerker zal zich richten op het ontwerpen van processen en bijhorende documenten, en het verzorgen van werkinstructies. Deze medewerkers worden geworven en tijdelijk ingezet in het kader van het implementatietraject. De technische expertise om de processen te bouwen in de systemen heeft de RDWI niet in huis. Deze wordt ook ingekocht. Hetzelfde geldt voor koppelingen met andere systemen. Voor advies over inkooptrajecten en privacyvraagstukken heeft de RDWI intern expertise vrijgemaakt. Een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (PIA) wordt extern uitbesteed. Voor de ICT-systemen worden licentiekosten geraamd. De kosten voor de implementatie van de systemen zijn nog niet te ramen. Hiervoor is een PM post opgenomen. Spoor 5: Beleids-, sturings- en bedrijfsvoering Naast de uitvoering zullen er beleidsmatige aanpassingen moeten plaatsvinden. Er moet een verordening en mogelijk beleidsregels worden opgesteld. Inbedding van de verkregen middelen van de wet in de planning en control cyclus en toedeling naar afdelingsbudgetten moet plaatsvinden. Juridische checks moeten worden gedaan op de verordening.
Dit zijn voorbeelden van beleidsmatige werkzaamheden die ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de nieuwe Wet inburgering zullen worden opgepakt. Voor de werkzaamheden binnen dit spoor heeft de RDWI intern capaciteit beschikbaar gemaakt. Qua bedrijfsvoeringstaken regelt de RDWI in: - P-zaken, zoals de werving en/of het opleiden van medewerkers die de wet gaan uitvoeren. Het aanpassen van de formatie en de inbedding in de personele administratie. - Informatie: het bouwen van managementinformatie in onze BI-tool in lijn met de op te leveren verantwoordingsinformatie. - Organisatie: sturing inregelen en onderbrengen van de medewerkers inburgering in de huidige governance structuur. - Financiën, zoals het inbedden van middelen in de afdelings- en teambegroting. Het inregelen van de verantwoording intern. - Administratieve organisatie: het inregelen van de administratieve organisatie in lijn met afspraken over functiescheiding.
19
-
Communicatie: aanpassing website, formulieren en eventuele vertaling daarvan in talen die nieuwkomers spreken. Huisvesting: inregelen van werkplekken, faciliteiten voor de medewerkers die de inburgering gaan uitvoeren. Dit is vermoedelijk niet veelomvattend.
De werkzaamheden voor de bedrijfsvoering zullen eind in Q3 van 2021 starten en doorlopen tot januari 2022. 5.3 Rapportage over voortgang en evaluatie De wet zal naar verwachting op 1 januari 2022 in werking treden. Op dat moment zijn alle voorbereidingen op de wet getroffen en staat de RDWI klaar om te starten. Tot januari zal over de voortgang van het implementatieproces gerapporteerd worden via de going-concernrapportage. Het is een nieuwe wet waarbij we de komende jaren na invoering nog lerend ontwikkelen en steeds verbeteren. Periodiek vindt rapportage over de ervaringen plaats. Een jaar de inwerkingtreding zal de RDWI een evaluatie opleveren.
20
6.
Financiën
In dit hoofdstuk zal de kostenraming voor de implementatie en uitvoering van de nieuwe Wet inburgering worden gepresenteerd. Paragraaf 6.1 is een overzicht opgenomen van de middelen die het Rijk beschikbaar stelt de voor de implementatie en de uitvoering van de wet, en voor de voorzieningen. In paragraaf 6.2 worden de verwachte implementatiekosten toegelicht. De toelichting op de uitvoeringskosten en de voorzieningen worden in paragraaf 6.3 en 6.4 gepresenteerd. De financiële risico’s zijn opgenomen in paragraaf 6.5. Ten slotte wordt in paragraaf 6.6 aangegeven wat de gevolgen zijn voor de begroting van de RDWI. Uitgangspunten Voor de berekening van de implementatie- en uitvoeringskosten heeft de RDWI de uitkomsten van de berekeningen uit het AEF onderzoek gevolgd10. In dat onderzoek zijn de processen gedetailleerd in kaart gebracht. Op basis van deze informatie is een inschatting gemaakt van de minimale tijdsbesteding die nodig is om het proces naar behoren uit te kunnen voeren. Voor de inburgeringsvoorzieningen zijn de tarieven gebruikt die Divosa hanteert 11. Voor het aantal inburgeraars is gesteund op de inburgeringstaakstelling voor 2020. Deze taakstelling is gekoppeld aan de huisvestingstaakstelling van statushouders die jaarlijks wordt vastgesteld. Het ging in 2020 om 103 inburgeringsplichtige statushouders en 119 gezinsmigranten. In totaal dus 222 inburgeraars.
6.1 Beschikbare middelen Het Rijk heeft de volgende middelen voor de nieuwe Wet inburgering beschikbaar gesteld: - eenmalige implementatiekosten; - structurele uitvoeringskosten; - inburgeringsvoorzieningen (programmakosten). Eenmalige implementatiekosten en structurele uitvoeringskosten Ter dekking van de kosten voor de uitvoering van en de voorbereiding op de invoering van de wet heeft het Rijk middelen toegevoegd aan het gemeentefonds. De verdeling hiervan is in de meicirculaire 2020 bekend gemaakt en aangepast bij de decembercirculaire 12. De middelen voor 2020 zijn specifiek geoormerkt voor de eenmalige voorbereidingskosten. Vanaf 2021 zijn de bijdragen ter dekking van de structurele kosten voor de uitvoering van de wet. Aangezien de wet is uitgesteld tot 2022, is het de vraag wat er met de toegekende bedragen voor 2021 gaat gebeuren. Het ministerie is nog met de VNG in gesprek over de gevolgen van het uitstel van de wet voor de financiële middelen, voor zowel 2021 als 2022. Als de uitkomsten bekend zijn voor de uitwerking van de conceptbegroting 2022, dan worden eventuele mutaties nog verwerkt in de begroting zelf. Anders worden de mutaties verwerkt in de Voorjaarsnota 2022.
10 Rapport ‘Veldonderzoek kosten nieuw inburgeringsstelsel’ – Andersson Elffers Felix – 30 augustus 2019, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/11/14/rapport-veldonderzoek-kosten-wetinburgering 11 Vraag en antwoord Divosa vraag 10 Hoe zijn de budgetten voor uitvoeringskosten en (gemeentefonds) en inburgeringsvoorzieningen (SPUK), opgebouwd: https://www.divosa.nl/onderwerpen/veranderopgaveinburgering/vraag-en-antwoord-wet-inburgering 12 Meicirculaire 2020, integratie-uitkering, de bijdrage wordt waarschijnlijk vanaf 2022 overgeheveld naar de algemene uitkering, pag 28, Bijlage 3.2-4, verdeling gemeenten, via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/circulaires/2020/05/29/meicirculaire-gemeentefonds-2020