RIB21.043 U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap
Tekst van het document
Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl
Aan de gemeenteraad
Ontv. Griffie 03-03-2021/RIB21.043
Datum
3 maart 2021
Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp
Ons kenmerk
398482
Uw kenmerk
2 U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020 - 2040
Behandeld door
Inge Broekstra
Portefeuillehouder
W.D. Catsburg
Geachte leden van de raad,
Inleiding Van de U10 ontvingen wij het rapport Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020 – 2040, met het verzoek dit rapport ter kennisname aan te bieden aan uw raad. Daarnaast kregen wij een informatiebrief voor de raden over het programma Groen Groeit Mee. Beide vindt u in de bijlage. In deze brief informeren wij u over het rapport, de betekenis hiervan voor Zeist en de samenhang met het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) en de Propositie. In het tweede kwartaal kunt u via de zienswijze op het IRP desgewenst nog uw inhoudelijke mening over dit onderwerp naar voren brengen bij de U10. Rapport Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020 – 2040 (bijlage 1) Het rapport is de uitwerking van het Ontwikkelbeeld Groen en Landschap, dat in 2019 als inhaalslag is e gemaakt om te zorgen dat groen en landschap alsnog als volwaardige (5 ) pijler kon worden opgenomen in de Contour Ruimtelijk Economisch Perspectief. In de Contour REP zijn onderzoeksvragen gesteld met betrekking tot Groen en Landschap die in deze rapportage worden beantwoord.
Wat is het ruimtebeslag van de schaalsprong Groen en Landschap en de gewenste versterking van recreatie en de biodiversiteit en welke plekken/structuren zijn voor dit alles in beeld? Waar en hoe komen de groene scheggen en groenblauwe verbindingen tot stand tussen stad en landschap? Waar kunnen we de ‘Utrechtse trots’ van bestaande kwaliteiten versterken? Daarmee kan invulling worden gegeven aan de pijler Groen en Landschap in het Integraal Ruimtelijk Perspectief als uitwerking van de Contour REP. Er zijn ontwikkelprincipes benoemd (hoe pakken we de opgave slim aan), uitgebreide kaartbeelden op groene thema’s en globale berekeningen gemaakt. Het resultaat is een gedegen basis voor het opnemen van de groene pijler in het Integraal Ruimtelijk Perspectief, van een vergelijkbaar (informatie- en uitwerkings)niveau als de andere 4 pijlers mobiliteit, energie, wonen en werken.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
2
Inhoud voor Zeist: koppeling met de Propositie Zeist wordt omgeven door de Waterliniescheg (gebied 4: dit is inclusief het Kromme Rijngebied > pagina 46) en Groen raamwerk Heuvelrug-Lek (inclusief Stichtse Lustwarande, gebied 6 > pagina 48). Dit zijn de gebiedsgerichte opgaven. De kernkwaliteiten worden beschreven en de opgaven benoemd en gekwantificeerd. Denk aan routes, het toevoegen van kerngebieden voor natuur, meekoppelkansen, ontwikkelrichting voor de landbouw, wateropvang en/of buffering en andere. In het kader van de Propositie (onderzoeksrichting 1: een robuust Kromme Rijngebied) kunnen we voor gebied 4 de samenwerking met de regio zoeken als het gaat om uitwerking van deze onderzoeksrichting. Onze eigen ambities blijven leidend, maar samenwerking kan meer utvoeringskracht geven, zeker gezien het instellen van het programma Groen Groeit Mee. Programma Groen Groeit Mee (bijlage 2) De groene opgaven in de provincie en de regio zijn groot: er is – nu al – een tekort aan ruimte voor openluchtrecreatie, groene langzaamverkeersroutes en ommetjes, hectares natuur, ruimte voor waterberging en dergelijke. Dat tekort loopt op als het aantal inwoners en gebruikers van de regio toeneemt. In U10 verband werken we samen op deze opgaven een plek te geven, onder andere in het Integraal Ruimtelijk Perspectief als uitwerking van de Contour REP.
Het wegwerken van de achterstanden op het gebied van groene opgaven en het daadwerkelijk realiseren ervan na vaststelling van het IRP vraagt om een brede samenwerking. De provincie Utrecht heeft op zich genomen om daarin regie te nemen. Dat heeft geleid tot het Programma Groen Groeit Mee. Daarin werken onder regie van de provincie, de 4 waterschappen en de regio’s U10, Amersfoort en het Utrechtse deel van Foodvalley samen aan de groene opgaven. Doel van het programma is het in balans brengen van de rode en groene ontwikkeling, op basis van de waarden: toegankelijk groen, duurzame landbouw, veerkrachtige natuur, beleefbaar landschap en zichtbaar water. Voor de U10-regio is het rapport Ruimtelijke opgave Groen en Landschap de basis. Groen moet meegroeien met de verstedelijkingsopgave, door de ontwikkeling van het groen daar integraal aan te koppelen. De eerste fase van dit programma bestaat uit het verkennen van de opgave en de vraag hoe deze te organiseren en financieren. Het resultaat hiervan wordt in het voorjaar verwacht en besproken op de Bestuurstafel Groen en Landschap. In de aanbiedingsbrief van de regio (zie bijlage 2) is een beschrijving gegeven van de 4 onderdelen waaruit de eerste fase bestaat: het inspirerende verhaal, een inventarisatie van de opgaven, financiering en uitvoeringsinstrumentarium en de governancestructuur.
In deze fase wordt de U10 vertegenwoordigd door de wethouders mevrouw Broekhuizen en mevrouw van Hooijdonk. Zij zorgen voor doorgeleiding naar de bestuurstafel Groen en Landschap en de afzonderlijke gemeenten en voor afstemming tussen Groen Groeit Mee en REP/IRP en vice versa. In de tweede fase gaat het om het programmeren van de opgaven. Op dat moment is het Integraal Ruimtelijk Perspectief al verder uitgewerkt, waarmee er meer zicht is op de integrale afwegingen tussen de verschillende pijlers. In fase 2 van Groen Groeit Mee wordt de inventarisatie ruimtelijk vertaald en ondergebracht in projecten. Daarbij wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij bestaande projecten en projectstructuren, zoals het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Daartoe is vorig jaar een inventarisatie gedaan van alle organisaties, samenwerkingsverbanden en projecten op het gebied van groen en landschap in de provincie. De start en de doorlooptijd van fase 2 is mede afhankelijk van de fasering die aangebracht wordt in het IRP. Dat is op dit moment nog niet bekend. In fase 2 zullen ook andere (al lopende) programma’s worden opgenomen op het gebied van landbouw en natuur. Tenslotte Wij zijn blij met de inhaalslag die op het thema groen en landschap is gemaakt in de regio. Het thema is voor gemeente Zeist essentieel.
We zien goede kansen om de samenwerking met de regio zoeken als het gaat om uitwerking van een aantal onderzoeksrichtingen uit de Propositie. Onze eigen ambities blijven leidend, maar samenwerking kan meer utvoeringskracht geven, zeker gezien het instellen van het programma Groen Groeit Mee. We zullen u op de hoogte houden van verdere stappen op het gebied van Groen Groeit Mee. In het kader van e de zienswijzen op het IRP en het uitvoeringsprogramma Propositie (beiden in het 2 kwartaal in de raad), zult in de gelegenheid zijn om u een mening te vormen over de uitwerking van deze belangrijke pijler voor Zeist.
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
3
We gaan er van uit u hiermee tot zover voldoende te hebben geïnformeerd. Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met mevrouw Broekstra (i.broekstra@zeist.nl).
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
de loco burgemeester,
dr. H.S. Grotens
W.D. Catsburg
Bijlagen: 1. Rapport Ruimtelijke opgave Groen en Landschap U10 2. Informatiebrief van U10 betreffende het programma Groen Groeit Mee
Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist
U16 Ruimtelijke opgave Groen & Landschap 2020-2040 BVR, december 2020
Status Deze rapportage is gemaakt in opdracht van de U16 gemeenten als nadere uitwerking van het Ontwikkelbeeld Groen en Landschap van de U16 (aug 2019). Definitieve versie 18 december 2020
2
Inhoudsopgave Onderzoeksresultaten
4
Inleiding
4
Onderzoeksvragen REP
7
Ruimtebeslag Schaalsprong Groen en Landschap
8
Ontwikkelprincipes
10
Kaartenset
12
Bevindingen onderzoek
36
Aanbevelingen
40
Gebiedsgerichte opgaven
43
Bijlagen
50
Toelichting op de kaarten-set en rekenmethodiek
50
Berekening ruimtebeslag
52
Vertrekpunten onderzoek
56
Werkproces
57
Inbreng gemeenten en stakeholders
58
Gebruikte bronnen
60
Disclaimer
61
Tabellen berekening
62
3
Onderzoeksresultaten Inleiding De U16 werkt aan het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) dat naar verwachting eind 2021 wordt opgeleverd. Het REP wordt opgebouwd vanuit vijf pijlers: wonen, werken, mobiliteit, energie en groen & landschap. Voor de pijler groen en landschap is hiervoor in 2019 het Ontwikkelbeeld gemaakt.
>
Het Ontwikkelbeeld schetst de Utrechtse trots als basis. De grote natuur- en landschapseenheden en cultuurhistorische structuren (die soms ook overlappen) willen we koesteren.
>
Om mee te groeien met de verwachte schaalsprong in verstedelijking is volgens het Ontwikkelbeeld ook een schaalsprong in ‘Groen en Landschap’ nodig. Deze wordt gemaakt door het gezamenlijk realiseren van: >
>
De landbouwgebieden zijn onderdeel van de Utrechtse Trots. De landbouw heeft een groot van het gebied in gebruik en is daarmee naast producent ook beheerder van het landschap. In de U16 blijft zeker ruimte voor de landbouw als voedselproducent. Om deze voedselproductie ook voor de toekomst te borgen zal er wel een transitie nodig zijn. Het is niet langer mogelijk om de omgevingsfactoren aan te passen om te komen tot een maximale productie. In de toekomst zal het adagium worden dat de verhouding tussen productie en omgeving geoptimaliseerd moet worden met eerlijke prijzen voor de landbouwproducten. Nieuwe verdienmodellen die de verbinding weten te realiseren tussen thema’s als natuur (stikstof), energieopwekking, bodemdaling, biodiversiteit enz. hebben de toekomst.
Een U16 natuurnetwerk, parken, routes en groene zones. Dit zijn verbindingen voor recreatie en natuur en voor een aantrekkelijke en klimaat-robuuste leefomgeving, met name langs de stromen en kanalen en over de oude stroomruggen in de U16 zoals Kromme Rijn of Vecht. Een reeks groene scheggen; regionale landschapsparken die stedelijke kernen verbinden met het buitengebied en die groene buffers vormen om te voorkomen dat kernen aan elkaar groeien en om ervoor te zorgen dat inwoners toegang hebben tot Groen
Onderzoeksresultaten
en Landschap. In de groene scheggen zijn afhankelijk van de landschappelijke eigenheid en mogelijkheden, combinaties van recreatie, bos en natuur, cultuurhistorie en (aangepaste) landbouw te vinden. Het landschap van de toekomst; buitengebieden waar een nieuwe mix ontstaat van gebruiksfuncties zoals (kringloop)landbouw, energiewinning, recreatie, natuur, waterberging etc. Vitale landbouwgebieden; de grote eenheden waar de landbouwkundige functie de ruimte heeft en houdt, maar waar ingezet wordt op de transitie naar een kringlooplandbouw die natuurinclusief produceert.
4
de schematische weergave van het Ontwikkelbeeld Groen en Landschap eenten Montfoort en Oudewater
Dit is een schematische weergave van de verschillende landschappelijke ontwikkelconcepten die zijn opgenomen in het Ontwikkelbeeld, ‘de kaart achter de kaart’.
Legenda Dit is een schematische weergave
Nadere duiding van de schematische weergave van het Ontwikkelbeeld Groen en Landschap ten behoeve van gemeenten Montfoort en Oudewater
van de verschillende landschappelijke
Deontwikkelconcepten Basis die zijn opgenomen in het Ontwikkelbeeld, ‘Utrechtse Trots’ ‘de kaart achter de kaart’.
Heuvelrug
Legenda De Basis
beschermde natuur
‘Utrechtse Trots’ Heuvelrug recreatieterrein
beschermde natuur
nieuwe hollandse waterliinie recreatieterrein
Forten / WATERLINIE nieuwe hollandse waterliinie
KERNGEBIED LANDBOUW Forten / WATERLINIE
KERNGEBIED LANDBOUW
Utrechtse-/Hollandse Plassen
Utrechtse-/Hollandse Plassen
De verrijking De verrijking RECREATIEVE ZONE/ROUTE RECREATIEVE ZONE/ROUTE
Groene scheg Groene scheg
LANDSCHAP LANDSCHAPVAN VANDE DETOEKOMST TOEKOMST
ROBUUSTE ECOLOGISCHE VERBINDING
ROBUUSTE ECOLOGISCHE VERBINDING
Schematische weergave Ontwikkelbeeld 5
Ook in de toekomst zal alleen een balans tussen gebruikswaarde (profit) en belevingswaarde (people) zorgen voor echte toekomstwaarde (planet) van het gebied. Hoe deze balans bereikt moet worden is een zoektocht waar juist de landbouwsector zelf een waardevolle bijdrage aan kan leveren. Bijvoorbeeld als beheerder van de openheid en van landschapselementen, door het verbeteren van bodemkwaliteit en waterkwaliteit en via slootkantbeheer en weidevogelbeheer. Dit richt zich vooral op de belevingswaarde.
dilemma’s waar we ook in deze studie niet meteen een antwoord op hebben. Bijvoorbeeld: Hoe zit het met al die ruimteclaims op de landbouwgronden? Is het remmen van bodemdaling te combineren met de bedrijfsvoering? Wat houdt kringlooplandbouw in elk deelgebied in en welk verdienmodel is daar kansrijk? Vooral hoe de transitieperiode te overbruggen is een groot vraagstuk. Om van de huidige verdienmodellen te komen tot nieuwe verdienmodellen zijn financiële middelen nodig om de transitietijd te financieren. Het realiseren van de schaalsprong groen en landschap vereist maatwerk per gebied. Voor realistische uitwerkingen is nauwe samenwerking met de agrariërs noodzakelijk.
Op deze manier is landbouw ook in de toekomst heel goed te combineren met een aantrekkelijk en toekomstgericht landschap. Er zijn echter vragen en
Ontwikkelbeeld Groen & Landschap Vijfde Pijler Groen & Landschap: het aanbod van en aan de U16
Verdieping groene routes en scheggen | landschap van de toekomst | landbouwkerngebied
31 juli 2019
U16 Vijfde Pijler Groen & Landschap: Casestudy ontwikkelbeeld groen & landschap
1
De drie rapporten van de vijfde pijler Groen en Landschap Onderzoeksresultaten
6
U16 Ruimtelijke opgave Groen & Landschap 2020-2040 BVR, december 2020
Onderzoeksvragen REP Adviesbureau BVR werkte in opdracht van de U16 aan een verdere verdieping op dit Ontwikkelbeeld Groen en Landschap. Tussen juli en november 2020 is in samenspraak met gemeenten, provincie en waterschappen een uitgewerkte kaart gemaakt van de ambities voor Groen en Landschap 2040. In deze rapportage wordt uitgelegd hoe de kaart is opgebouwd en wat de conclusies zijn voor het ruimtebeslag van de schaalsprong.
In de Contour REP zijn onderzoeksvragen gesteld met betrekking tot Groen en Landschap die in deze rapportage worden beantwoord. >
> Het resultaat van dit ontwerpend onderzoek kent een globaal kwantitatief en kwalitatief niveau. Het ruimtebeslag is op basis van beschikbare informatie, aannames en expert judgements berekend op een niveau wat past bij het niveau van de andere pijlers. Deze kaart met de kwalitatieve en kwantitatieve onderbouwing zal worden benut om met de andere REP-pijlers te komen tot een Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). We geven kansen en keuzeopties mee en zoeken functiecombinaties en meekoppelkansen met de stedelijke programma’s (wonen, werken, energie, mobiliteit). Deze kunnen namelijk als vliegwiel werken voor realisatie van Groen en Landschap. Het combineren van groen en landschap met rode en grijze ontwikkelingen is een pittige opgave die van alle partijen inspanning vraagt. Maar als het lukt dan maakt de regio een belangrijke stap in de leefomgevingskwaliteit.
>
Met het Ontwikkelbeeld is de vijfde pijler Groen & landschap nadrukkelijk op de U16 agenda gezet. Groen en Landschap groeien mee met de stedelijke schaalsprong in de U16. In de Contour-REP is deze groene agenda dan ook opgenomen en deze wordt integraal verbonden met de andere pijlers in het IRP. De realisatie van de schaalsprong Groen en Landschap wordt gekoppeld aan de stedelijke ontwikkelingen binnen het REP en in samenhang met het programma Groen Groeit Mee.
7
Wat is het ruimtebeslag van de schaalsprong Groen en Landschap en de gewenste versterking van recreatie en de biodiversiteit en welke plekken/structuren zijn voor dit alles in beeld? Waar en hoe komen de groene scheggen en groenblauwe verbindingen tot stand tussen stad en landschap? Waar kunnen we de ‘Utrechtse trots’ van bestaande kwaliteiten versterken?
Ruimtebeslag Schaalsprong Groen en Landschap Op basis van de kaarten-set is een inschatting gemaakt van het benodigde ruimtebeslag. De achterliggende argumenten en berekeningen worden in de toelichting verderop beschreven.
>
Ter vergelijking, in het Ontwikkelbeeld is als eerste indicatie van het ruimtebeslag van de schaalsprong Groen en Landschap geschat: >
>
>
>
225 ha groen in en aan nieuw stedelijk gebied behorend bij 30.000 woningen (obv 75 m2/ huishouden voor gezond stedelijk leven.) Deze opgave moet worden gerealiseerd in de afzonderlijke stedenbouwkundige plannen. De verwachting is dat een deel van deze 225 ha niet is in te passen in stedelijke verdichtingslocaties en naar de randen van de kernen wordt geduwd. Het kan dan alsnog worden benut in het buitengebied of een scheg. 550 ha recreatief groengebied rondom de stedelijke regio (behorend bij 100.000 nieuwe woningen en deels achterstallig groen). Zie tabel rij A. 800 ha nieuwe natuur provincie-breed, dus 75% = 600 ha in U16¹. In de tabel verdeeld over de opgave groene verbindingen (rij B) en als nieuwe natuurkernen van 30 ha (rij D). 3.000 ha natuur invullen van groene contouren provincie-breed, waarvan volgens de provincie 1.318 ha in U16. Daarnaast zijn er nog ca 500
Totaal impuls Groen en Landschap U16 was = 550 ha recreatief groen nabij de stad met natuurwaarden + 600 ha nieuwe natuur = 1.150 ha. Met daarnaast nog 1.318 ha nieuwe natuur binnen reeds begrensde groene contouren (met recreatieve waarde) en nog een deel van 500 ha die nog moeten worden begrensd. Ofwel het ruimtebeslag in 2019 werd ingeschat op: 2.468 ha transformatie naar natuur/wateropgaven en recreatie. Het nu berekende ruimtebeslag van 4.110 ha is hoger. Dit is te verklaren omdat er voor recreatiegebied met 30% is over-geprogrammeerd gerekend, doordat er nu ten opzichte van 2019 ook gerekend is met hectares recreatiegebied bij de kleinere kernen (tabel rij A en B) en omdat er ten opzichte van 2019 nu ook ruimtebeslag is gecalculeerd voor ecologische verbindingen, herstel van landschapselementen en erfbeplantingen (tabel rij B en F).
1. Provincie Utrecht = 1.560 km2 = 156.000 ha U16 = 117.020 ha = 75% van provincie Utrecht
Onderzoeksresultaten
ha extra die ‘zweven’ en zullen worden verdeeld over de hele provincie. Zie tabel rij E. Bestaande grote groengebieden / grote landschappen (elk 5.000 ha) bereikbaar. Dit zijn bestaande gebieden als het Groene Hart en de Heuvelrug, rivierengebied die bereikbaar worden gemaakt door oa: > 47 km nieuwe fietspaden > 149 km nieuwe wandelpaden
8
Schaalsprong Groen en Landschap
Equivalent oppervlakte (ha) of aantal
A) Nieuwe recreatiegebieden met natuurwaarden nabij de woonomgeving incl. (zwem)water en bos. Dit is 550 ha met een over-programmering van 30% zoals ook gehanteerd wordt in de pijler verstedelijking. B) Groene inrichting van recreatieve + ecologische verbindingen door de U16, als robuuste aaneengesloten groenstroken of als ‘stepping stones’, waarbij we ervan uitgaan dat 50% van de getekende verbindingen al bestaat. Een deel van deze opgave is in bestaand stedelijk gebied te realiseren zodat het bijdraagt aan 15-20% van het bebouwde gebied als groen of water ten behoeve van natuur in de stad, klimaatopgaven en een gezonde aantrekkelijke leefomgeving.
715 ha nieuw
C) Nieuwe grote kunstwerken (ecoduct, faunapassage, brug of tunnel) voor recreatieve en ecologische doelen om grootschalige barrières te kruisen. D) Nieuwe natuurkerngebieden in te richten als stepping stones (elk van ca 30 ha) E) Invulling van de nog niet gerealiseerde Groene Contourgebieden op hiervoor aangewezen landbouwgronden in de U16 via herinrichting en ecologisch beheer.
19 stuks fietsduct, 3 stuks ecoduct, 16 stuks kleine faunapassages
F) Herstel erfbeplanting/kleine landschapselementen a 2.500 m2 op 20 % van de 2.500 erven, gespreid te realiseren in de agrarische landschappen. Totaal te realiseren nieuw areaal recreatie en natuur G) Natuurgericht beheer van nog eens 10.000 km oevers (4 meter breed slootkantbeheer op het perceel).
125 ha nieuw
1.742 ha nieuw
210 ha nieuw 1.318 ha nieuw
4.110 ha 4.000 ha ecologisch beheer
Bijschrift bij tabel: Tussen de genoemde posten in de tabel is geen overlap. Elke deelopgave draagt bij aan een eigen doel: recreatiegebied (A), ecologische verbinding of groene recreatieve route (B), natuurgebied waar NNN ontbreekt (D), natuurgebied zoals begrensd als groene contour (E), erfbeplanting en kleine landschapselementen (F). Wel is het zo dat recreatiegebieden ook een zekere natuurwaarde hebben en dat natuurgebied een zekere recreatiewaarde heeft. Voor de groene contourgebieden geldt dat er nog ca 500 ha niet zijn begrensd in de gehele provincie Utrecht. Een deel daarvan zal nog worden gelokaliseerd in de U16.
9
programmatische opgave Groen en Landschap:
dat er logische ecologische verbindingen en
in de regio; daartoe hebben de inwoners van 1. Groen en landschap als kwaliteitsdrager Groen en hun landschap alswerkomgeving kwaliteitsdragervoor hele U16. de1.regio vanuit woon en slootkanten. beeld is van natuurdoeltype Groen en landschap vormen beeld is vandenatuurdoeltypen voor U16. en landschap vormen toegang tothele groen enGroen landschap. We zorgen 6. Meekoppelkansen benutten. 5. Landschap herstellen. We de iconische drager voor kwaliteit van de We positioneren 5.hetLandschap herstellen.programma We herstellen de voor iconische drager voor deverdeling kwaliteit van van de daarom een evenwichtige groen en landschap zo, erfbeplantingen en kleine la erfbeplantingen en kleine landschapselementen de programmatische GROEN EN LANDSCHAP in de regio;van daartoe hebben de inwoners vanbenut. Dus het REP optimaal worden opgave over de U16. in de regio; daartoe hebben de inwoners van slootkanten. de regio vanuit hun woon en werkomgeving 4. Logisch ecologisch netwerk bo 2. Slim clusteren per deelgebied. In elk slootkanten. de regio vanuit hun woon en werkomgeving de toedeling verdere van We de zorgen verhogen de biodiversiteit door te 6. Meekoppelkansen benutt toegangen totdegroen en realisatie landschap. deelgebied wordt de opgave slim gecombineerd programmatische Groen en Landschap: dat er logische verbin 6. opgave Meekoppelkansen benutten. toegang tot groen en landschap.
We zorgen het groen ecologische en landschap pro daarom voor een evenwichtige verdeling van We positioneren met andere doelen. Waar dat zinvol is maken het groen en landschap programma zo, daarom voor een evenwichtige verdeling van de programmatische GROEN EN LANDSCHAP 7. Groenen ontwikkelen. we ‘massa’ en bouwen weGROEN aan structuren en Groen 1. enover landschap alslandschaps-inclusief kwaliteitsdrager van het REP optimaal word opgave de U16. de programmatische EN LANDSCHAP gebieden van formaat en betekenis. voor hele U16. Groen en landschap vormen 2. Slim clusteren per deelgebied. In elk van het REP optimaal worden benut.beeld Dus is van natuurdoeltypen opgave over de U16. iconische wordt dragerde voor de kwaliteit van de 5. Landschap herstellen. We herst 3. Stad land verbinden. We verbinden stad de deelgebied opgave slim gecombineerd 2. en Slim clusteren per deelgebied. In elk erfbeplantingen en kleine landsch en land met royale groenblauwe met andere doelen. Waar dat zinvol is maken deelgebied wordt de opgaveverbindingen slim gecombineerd en scheggen en we zorgen dat er nieuwe 7. Groen- en landschaps-inc we ‘massa’ en bouwen we aan structuren en met andere doelen. Waar dat zinvol is maken in de regio; daartoe hebben de inwoners van
gebieden van Groenformaat enenbetekenis. 7. landschaps-inclusief ontwikkelen. we ‘massa’ en bouwen we aan structuren en slootkanten. de regio vanuit hun woonen werkomgeving Stad entot land verbinden. Wevoor verbinden het programma en landschap. 6. Meekoppelkansen benutten. W groen en landschap. We groen zorgenstad gebieden van formaat en betekenis. 3. toegang en land voor metDe royale groenblauwe verbindingen het groen en landschap programm daarom een evenwichtige verdeling van kwaliteiten van groen en landschap 3. Stad en land verbinden. We verbinden stad en scheggen en we zorgen dat er nieuwe de programmatische GROEN EN LANDSCHAP enkwetsbare land met royale groenblauwe verbindingen andere gebieden wordt gespreid. Het de U16. van het REP optimaal worden ben en scheggen en we zorgen dat er nieuwe opgave overklimaatbestendige en groene leefomgeving en 2. Slim clusteren per deelgebied. In elk het programma voor groen een sterk vestigingsmilieu. verbeterd door een verbetering van de inrichting deelgebied wordt de opgave slim gecombineerd De kwaliteiten van groen en Dit zijn de toegepaste ontwikkelprincipes voor het programma voor maken groen en landschap. en door toevoeging van nu ontbrekende met andere doelen. Waar dat zinvol andere kwetsbare gebieden wordtis gespreid.
Het kwaliteiten groenen en landschap de toedeling en de verdere realisatie van de we ‘massa’ en De bouwen we aan van structuren 7. Groenen landschaps-inclusief schakels. klimaatbestendige en groen andere kwetsbare gebieden wordt gespreid. Het gebieden van formaat en betekenis. programmatische opgave Groen en Landschap: verbeterd door een verbetering van de inrichting een sterk vestigingsmilieu. klimaatbestendige en groene 3. Stad enGroen land verbinden. verbinden stad leefomgeving en en landschap als kwaliteitsdrager en1.door toevoeging van We nu ontbrekende en land met royale verbindingen verbeterd door een verbetering van de inrichting eengroenblauwe sterk vestigingsmilieu. schakels. voor hele U16. Groen en landschap vormen en door toevoeging van nu ontbrekende en scheggen en we zorgen dat er nieuwe de iconische drager voor de kwaliteit van de schakels.
Ontwikkelprincipes
het programma voor groen en lan regio. Het is een belangrijk element in het De kwaliteiten vestigingsklimaat en draagt bij aan gezond leven van groen en lands andere kwetsbare gebieden wordt gespreid. Het in de regio; daartoe hebben de inwoners van klimaatbestendige en groene leefo dedoor regio hun van woon en werkomgeving een sterk vestigingsmilieu. verbeterd eenvanuit verbetering de inrichting en doortoegang toevoegingtot vangroen nu ontbrekende en landschap. We zorgen schakels. daarom voor een evenwichtige verdeling van de programmatische GROEN EN LANDSCHAP opgave over de U16.
2. Slim clusteren per deelgebied. In elk deelgebied wordt de opgave slim gecombineerd met andere doelen. Waar dat zinvol is maken we ‘massa’ en bouwen we aan structuren en gebieden van formaat en betekenis.
3. Stad en land verbinden. We verbinden stad en land met royale groenblauwe verbindingen en scheggen en we zorgen dat er nieuwe recreatiegebieden in de scheggen komen nabij het stedelijke gebied van de Utrechtse stedelijke regio, zodat ze bereikbaar zijn en de druk op andere kwetsbare gebieden wordt gespreid. Het bestaande wandel-fiets en vaarnetwerk wordt verbeterd door een verbetering van de inrichting en door toevoeging van nu ontbrekende schakels. 4. Logisch ecologisch netwerk bouwen. We verhogen de biodiversiteit door te zorgen dat er logische ecologische verbindingen en kerngebieden tot stand komen in stedelijk gebieden en landelijk gebied, waarbij een helder beeld is van natuurdoeltypen
Onderzoeksresultaten
10
venwichtige verdeling van groen enevenwichtige landschap programma zo, daaromhet voor een van het groen en landschap programma zo, n betekenis. de regio vanuit hun verdeling woon en werkomgeving slootkanten. he GROEN EN LANDSCHAP de programmatische GROEN EN LANDSCHAP toegang tot groen en landschap. We zorgen 6. Meekoppelkansen benutten. We positioneren n. We verbinden stad 6. van het REP optimaal worden benut. Dus groen en landschap programma zo, REP optimaal worden benut. Dus opgave over dedaarom U16. voor een evenwichtige verdeling van van hethet nblauwe verbindingen deelgebied. In elk programmatische 2. Slim clusterendeper deelgebied. GROEN In elk EN LANDSCHAP e opgave slimnieuwe gecombineerd gen dat er opgave over de U16. van het REP optimaal worden benut. Dus wordt de opgave slim gecombineerd Waar dat zinvol is maken deelgebied2. Slim clusteren per deelgebied. In elk doelen. Waarwordt dat zinvol is ontwikkelen. maken wen we aan structuren en met7.andere Groenen landschaps-inclusief deelgebied de groen opgave slimlandschap. gecombineerd het programma voor en 7. Groen- en landschaps-inclusief ontwikkelen. we ‘massa’ enmet bouwen aan Waar structuren en is maken aat en betekenis. anderewe doelen. dat zinvol De kwaliteiten van groen en landschap nden. We verbinden stad gebieden van formaat en en betekenis. we ‘massa’ bouwen we aan structuren en 7.
Groen- en landschaps-inclusief ontwikkelen. eden wordt verbindingen gespreid.3.HetStad en land verbinden. groenblauwe gebieden vanWe formaat en betekenis. verbinden stad e zorgen dat er nieuwe 3.royale Stad groenblauwe en land verbinden. We verbinden stad klimaatbestendige enverbindingen groene leefomgeving en en land met enwe landvestigingsmilieu. met royale groenblauwe verbindingen betering van de inrichtingen scheggen een en sterk zorgen dat er nieuwe en scheggen en we en zorgen dat er nieuwe het programma voor groen landschap. nu ontbrekende De kwaliteiten van groen en landschap het programma voorvoor groen en en landschap. het programma groen landschap. gebieden wordt gespreid. Het De kwaliteiten van groen en en landschap De kwaliteiten van groen landschap klimaatbestendige en groene leefomgeving en kwetsbare gebieden wordt gespreid. Het kwetsbare gebieden wordt gespreid. Het sterkandere vestigingsmilieu. verbetering van de inrichting andere een klimaatbestendige en groene leefomgeving en en klimaatbestendige en groene leefomgeving van nu ontbrekende door een verbetering van de inrichting een sterk een vestigingsmilieu. sterk vestigingsmilieu. verbeterd doorverbeterd een verbetering van de inrichting en door toevoeging van nu ontbrekende en door toevoeging van nu ontbrekende schakels.
schakels.
5. Landschapselementen herstellen. We herstellen erfbeplantingen en kleine landschapselementen die sinds midden 20e eeuw zijn verdwenen uit het landschap en bouwen aan een fijnmazig netwerk van levendige boerensloten en soortenrijke slootkanten. 6. Meekoppelkansen benutten. We positioneren het groen en landschap programma zo, dat meekoppelkansen uit de andere pijlers van het REP optimaal worden benut. Dus een recreatiegebied nabij een nieuwe verstedelijkingslocatie. Of een natuurgebied nabij een benodigde waterbuffer.
7. Groen- en landschaps-inclusief ontwikkelen. Stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken, infra, energie) zijn ‘groen-, water- park- en landschaps-inclusief’, ze passen bij de lokale landschappelijke kernkwaliteiten en dragen financieel bij aan de realisatie van het programma voor groen en landschap. De kwaliteiten van groen en landschap dragen op hun beurt bij aan een waardevolle klimaatbestendige en groene leefomgeving en een sterk vestigingsmilieu. 8. Toekomstbestendige landbouw. De landbouwgebieden zijn bestemd voor economisch rendabele toekomstbestendige kringlooplandbouw. Deze is niet alleen gericht op het produceren van voedsel maar “produceert” ook andere waarden zoals natuur-inclusiviteit, energie, CO2 opslag en recreatie. Door de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen is het gebied ook financieel duurzaam toekomstbestendig en niet alleen afhankelijk van subsidies. 11
Kaarten-set 0. Basis
Onderzoeksresultaten
12
13
1a. Verbindingen + routes bestaand
Onderzoeksresultaten
14
15
1b. Groen-blauwe verbindingen
Onderzoeksresultaten
16
17
1c. Ducten
Onderzoeksresultaten
18
19
2. Kerngebieden natuur
Onderzoeksresultaten
20
21
3. Klimaat- en wateropgaven
Onderzoeksresultaten
22
Toelichting bij kaart waterdruppels Het ontwikkelen van groen en landschap kan vaak goed worden gecombineerd met de opgaven voor klimaatadaptatie. In de kaart is met waterdruppels globaal aangegeven waar klimaatopgaven spelen en meekoppelkansen liggen. Meer achtergronden zijn te vinden in de regionale adaptatiestrategie (RAS) en de watervisies/agenda’s en praatplaten van de waterschappen HDSR, Waternet en Rivierenland. Diepe polders: Er is extra aandacht nodig om functies in de polder voor de lange termijn te behouden. De problemen rondom kwel, verzilting, bodemdaling, overstromingsrisico, zeespiegelstijging en waterkwaliteit komen hier samen. Afvoer via de boezem wordt steeds moeilijker; vasthouden en bergen van water in de polder is daarom essentieel Veenweidegebieden: combineer nieuwe ontwikkelingen met een robuuster watersysteem: waterberging, tegengaan bodemdaling en voorkomen watertekort. Levendige boerensloten: zorg met ecologisch beheer van sloten en oevers als het ‘nieuwe normaal’ voor meer dan 10.000 km (water)natuur én waardevolle linten in het landschap. Water en natuur: maak ruimte voor ontwikkeling van karakteristieke waternatuur op de kansrijke plaatsen: oa. Zegveld, Meije, Willeskop, Langbroek, Lekuiterwaarden, Noorderpark, De Bilt en omgeving (kwelnatuur); Polder Voorburg oost, Kromme Mijdrecht, Botshol, Armeland Ruwiel, Terra Nova.
Stad als spons: ontwikkel ruimte voor groen en blauw om in stedelijk gebied hevige buien te kunnen opvangen en hittestress tegen te gaan. Let daarbij op gezonde waterkwaliteit. Waterbeheer Utrechtse Heuvelrug: naar 100% infiltratie voor minder wateroverlast en verdroging en een grotere drinkwatervoorraad en vasthouden schoon kwelwater op de flanken (project Blauwe Agenda). Sterke Lekdijk: ten noorden en zuiden van de Lek worden grote projecten uitgevoerd om de dijken veiliger te maken, met meekoppelkansen voor natuur, landschap, recreatie en cultuurhistorie. A12 zone: robuuster maken van watersysteem, houdt ruimte voor toekomstbestendig watersysteem. Potentie voor aquathermie en multifunctioneel ruimtegebruik. Toekomstbestendig Amsterdam Rijnkanaal: Het grootste deel van U16 voert water af op het Amsterdam-Rijnkanaal, waarin nauwelijks ruimte is om extremere buien op te vangen, die wel nu al kunnen vallen. Daarom: water beter vasthouden in steden en polders én werken aan meer toekomstbestendig watersysteem. Overstromingsveiligheid: neem maatregelen om de gevolgen van overstromingen te verminderen. Zorg bijvoorbeeld dat kwetsbare en vitale functies, zoals infrastructuur, voldoende hoog zijn aangelegd.
Vrijwaringszone keringen: voorkom kapitaalintensieve ontwikkelingen op of nabij keringen Borgen drinkwatervoorziening: verken met drinkwaterbedrijven oplossingen voor de groeiende drinkwatervraag Voldoende zwemwater: er is een toenemende vraag naar nieuwe zwemwaterlocaties
23
4. Buitenpoorten
Onderzoeksresultaten
24
25
5. Scheggen
Onderzoeksresultaten
26
27
6. Verstedelijking
Onderzoeksresultaten
28
29
7. Recreatief groen
Onderzoeksresultaten
30
31
8. Opgaven en meekoppelkansen functiecombinaties
Onderzoeksresultaten
32
33
9. Gebiedsopgaven
Onderzoeksresultaten
34
35
Bevindingen onderzoek landverbindingen, groenstructuren in de stad en de vaak soortenrijke stadsranden dragen bij aan biodiversiteit. De inzet is om ze samenhangend te koesteren. Ten slotte is het onderling verbinden van natuurgebieden blijvend noodzakelijk. De groene verbindingen op de kaart geven aan hoe een samenhangend ecologisch raamwerk eruit kan zien. Zoek bij het Amsterdam Rijnkanaal naar enkele brede oversteekplekken: ‘groene uitstappunten’ met paaiplekken.
Dit zijn de antwoorden op de gestelde onderzoeksvragen. >
Ruimtebeslag? > Het benodigde toekomstige ruimtebeslag voor de schaalsprong Groen en Landschap is geschat uit de kaart en op basis van de indicatie in het Ontwikkelbeeld. Dit is samengevat in de tabel. Een nog ontbrekend thema is energie. De inbreng vanuit de RES en de vertaling naar energielandschappen kan een grote impact hebben, maar is tevens een meekoppelkans.
>
Biodiversiteit > Natuur heeft een intrinsieke waarde, maar draagt bijvoorbeeld ook sterk bij aan gezondheid, klimaatadaptatie en aantrekkingskracht van de U16. De biodiversiteit in Nederland en ook de U16 neemt echter nog steeds sterk af. De belangrijkste sleutel om soorten in de U16 te behouden en (genetische) uitwisseling van populaties te waarborgen is een langjarig goed beheer van de natuurgebieden. In de tweede plaats is vergroting van natuurgebieden en de realisatie van nieuwe natuurkernen van belang voor het opbouwen van populaties en als schuilgelegenheid. Deze natuurkernen hebben een oppervlakte van minimaal 30 ha en worden gerealiseerd in gebieden waar Natuurnetwerk Nederland ontbreekt. Dit is met name het geval in de rivierkleigebieden van Schalkwijk en Lopikerwaard. Goede blauwgroene stad-
>
Onderzoeksresultaten
Groene scheggen > De groene scheggen zijn landschappen van elk tientallen km2 groot die stad en land verbinden. In deze scheggen liggen diverse functies van landbouw tot natuur, recreatie en cultuurhistorie. De intensiteit van recreatief bezoek en gebruik varieert van parken in de stad, recreatiegebieden in de stadsranden zo dicht mogelijk bij de woonomgeving (2-5 km) afstand van de centra, tot verder weg gelegen gebieden met natuur, landbouw en recreatie tot recreatief medegebruik in het agrarisch gebied. Zie voor een beschrijving van vorm en functies van de scheggen de in 2019 gemaakte illustratieve uitwerking bij het Ontwikkelbeeld. In het Ontwikkelbeeld zijn in eerste instantie 6 potentiële scheg-gebieden aangegeven. Sommige konden goed worden samengevoegd. Dit resulteert in 3 á 4 scheggen: van Woerden naar Breukelen, tussen Nieuwegein en de Bilt,
36
van IJsselstein naar A12 zone. Daarnaast sluit het groengebied Waverveen-Marickenland langs de Stelling van Amsterdam aan op de Amstelscheg van de MRA. Het is zaak om deze grote landschappelijke eenheden sámen te waarderen en de komende decennia te zorgen dat hier passende ruimtegebruiksfuncties blijven of komen. Dit is een transformatieopgave.
om passende vormen van natuurinclusieve landbouw met korte ketens te ontwikkelen, zoals stadslandbouw of herenboeren. >
Verstedelijking AAN of IN de scheggen is niet onmogelijk, maar vraagt uiterste zorgvuldigheid waarbij landschap, bodem en water sturend zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling. In de scheggen is een impuls gewenst met nieuw aan te leggen recreatiegroen en natuur. Dat kan in twee vormen: 1) bij verdichting binnen de bestaande kernen aansluitend recreatief groen realiseren in de stadsrand of 2) recreatief groen realiseren bij en verweven met uitleglocaties. In de scheggen kan nieuw bos (bossenstrategie provincie) en oppervlaktewater worden gerealiseerd (voor natuur, als klimaatbuffers en zwemwater) mits dat past bij de kernkwaliteiten van het landschapstype. Voor ontwikkeling van de scheg-gebieden is nauwe samenwerking essentieel tussen omliggende gemeenten. De scheggen moeten worden beschouwd als de gezamenlijke binnentuinen/adressen of voorkanten van de kernen. Nadrukkelijk aandacht voor bestaande boeren die onderdeel uit kunnen maken van de extensieve scheggen. In scheggen is de wens
37
Groenblauwe verbindingen > groen ingerichte langzaamverkeer-verbindingen zijn nodig om grote landschappen voor recreanten te ontsluiten en om ecologische verbindingen te maken. Daarbij heeft het fietsnetwerk ook een belangrijke rol in de regionale verplaatsingen voor wonen, werken en onderwijs. Door fiets- en wandelroutes te voorzien van groene bermen, natuurvriendelijke oevers en beplantingen en om de paar km groene rustpunten te creëren, ontstaat in de U16 een robuust netwerk langs de U16 stromen en cultuurhistorische structuren. Op het water kunnen kano- en suproutes worden uitgezet. Het bestaande wandelfiets en vaarnetwerk wordt verbeterd door toevoeging van nu ontbrekende schakels. Het is de moeite waard om de utilitaire snelfietsroutes aantrekkelijker te situeren en om daarmee ecologische waarden zoals langs spoorbermen te ontzien. Het is zaak om in het netwerk van groenblauwe verbindingen grote infra-barriëres te slechten met kunstwerken als bruggen of tunnels. Dit kunnen echte iconen worden van de groene schaalsprong zoals de recent aangelegde fietsbrug bij Fort Nigtevecht, of de zwevende fietsrotonde in Eindhoven.
Onderzoeksresultaten
38
>
Meekoppelkansen > Groen en Landschapsopgaven zullen ruimtelijk en financieel worden gekoppeld aan de opgaven van andere pijlers. De ontwikkeling van Nationaal park Utrechtse Heuvelrug is een grote meekoppelkans voor groen en landschap op de schaal van de provincie. Met name in de verstedelijkingsopties lijken er kansen te zijn om mee te koppelen met mogelijke nieuwe verstedelijking, infra of werklocaties (mocht deze er komen) rond Breukelen, in de A12 zone en aan de oostzijde van Utrecht. Uitwerkingen hoe dit multifunctioneel kan worden vormgegeven is aan de lokale gebiedsopgaven.
>
‘Utrechtse trots’ > Het beheer van de Utrechtse landschappen vraagt blijvend aandacht en is essentieel voor een gezonde en aantrekkelijke regio. De eigentijdse financiering en organisatie is een opgave voor de komende jaren. Daarbij is het nodig om de grote transitieopgaven als energie, woningbouw, mobiliteit en nieuwe vormen van werken met de Utrechtse landschappen te verbinden. Nieuwe arrangementen van lokaal beheer vanuit coöperaties of bewoners zijn interessant om te verkennen. Aansluiting op het recent opgefriste landschapsbeleid door het Rijk, Bodemdalingsgelden, de NOVI gebieden, de adviezen van de CrA (New Deals landelijk gebied) en bossenstrategieën is zinnig. Voor het landelijk gebied is het gesprek met lokale partijen essentieel. Voor het realiseren, ontwikkelen en beheren van groenstructuren,
landschapselementen en recreatievoorzieningen moeten we toe naar nieuw vormen van samenwerking tussen overheden, ondernemers, gebruikers en beheerders. Het belang van de opgave is te groot om deze afhankelijk te laten zijn van toevallige omstandigheden. Zeker voor de regio U10/U16 is het behoud en de ontwikkeling van natuur en landschap geen ‘nice to have’ maar een ‘must have’ waarvoor de verantwoordelijkheden gedeeld, maar vooral ook goed belegd moeten worden.
39
Aanbevelingen duurzame financiering nodig. De uitwerking van deze opgaven behoort niet tot de scope van dit onderzoek, maar wordt in Groen Groeit Mee uitgevoerd.
Wij zien op grond van de kaarten vier algemene opgaven om de schaalsprong te maken en zeven gebiedsgerichte opgaven. Algemene opgaven: 1. Financiën regelen voor beheer/onderhoud en inrichting van bestaande en nieuwe natuur- en recreatiegebieden waaronder ook kleine landschapselementen. Het vinden van financiering voor de realisatie van de groene schaalsprong is een uitdaging. Er is geld nodig voor het langjarige beheer en onderhoud van de begrensde (water) natuurgebieden en recreatiegebieden en aanleg van groen en landschap envoor het behouden door ontwikkelen van bestaande hoge cultuurhistorische waarden en landschappen (ensembles) – de Utrechtse Trots. Hiervoor staan alle partijen aan de lat. De realisatie al 20-30 jaar in beslag nemen. Versterk ook de beleving van recreatie, natuur en (water) landschappen. Naast de realisatie van hectares natuur- of recreatiegebied kan gedacht worden aan bijvoorbeeld voorlichting, het ondersteunen van lokale organisaties, het toevoegen van informatieborden, kunst, verlichting, een nieuw pad of steiger, een drinkwaterpunt etc. In het Ontwikkelbeeld zijn hiervoor aandachtspunten meegegeven. Voor deze kwalitatieve opgave is
Onderzoeksresultaten
2. U16 Netwerk groenblauwe verbindingen versterken en toevoegen van nieuwe verbindingen ten behoeve van recreatie en natuur en een aantrekkelijke en klimaatrobuuste leefomgeving. Dit zijn ecologische verbindingen en de regionale fiets- en wandelverbindingen en OV buitenpoorten in de U16. Verbindingen lopen vooral langs de grote stromen, het Amsterdam Rijnkanaal en de Waterlinies en de flanken van de heuvelrug zoals Lustwarande en noordkant Maarn-Maarsbergen. Het verkeerskundig verbeteren en aantrekkelijk vergroenen van bestaande verbindingen en het realiseren van nieuwe verbindingen is noodzakelijk voor inwoners, dieren en planten. Ontbrekende schakels in het routenetwerk voor wandelen, fietsen en varen moeten worden opgelost. Op verschillende plekken liggen grote infrastructurele barrières. Hier is het belangrijk om te zorgen voor faunapassages, ecoducten en fiets-ducten.
40
houtwallen, levendige boerensloten (en oevers), een goede bodemkwaliteit, wandelpaden over boerenland, extensieve recreatie zoals pleisterplaatsen met horeca, B&B’s, landwinkels ed. Dit geldt met name voor de agrarische gebieden van Vijfheerenlanden, Lopikerwaard, Eiland Schalkwijk en de veenweidepolders. Deze worden hierna als gebiedsgerichte opgave geconcretiseerd. De agrariër is ook opdrachtgever voor groenblauwe diensten in de toekomst. Nieuwe teelten vragen om het economisch opschalen (lisdodde, hennep ed), ze zijn nu niet levensvatbaar, maar wel nodig. Voer keukentafelgesprekken over de groene ambities met en in gebied. Het lokale gesprek is onontbeerlijk om ambities te laten landen.
3. Stimuleren van de transitie van reguliere landbouw naar economisch rendabele kringlooplandbouw. Er komt veel af op de agrarische bedrijven. Het Europese landbouwbeleid verandert, emissies van stikstof en CO2 moeten verminderen, circulariteit en energietransitie vragen om wijzigingen in de bedrijfsvoering. Met name in de lage natte delen van de landbouwgebieden en in de Landschappen van de Toekomst is verduurzaming van de landbouw urgent. Het is zoeken naar een nieuwe balans tussen landbouw, bodem, water, energietransitie, landschap en natuur. Dat vraagt volgens het College van Rijksadviseurs zelfs om een New Deal tussen samenleving en agrariërs. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de landbouwsector waarbij zowel de koplopers als de reguliere boeren worden ondersteund en gestimuleerd bij innovaties in de voedselproductie. Nieuwe kansen en verdienmodellen voor de landbouw zoals ‘herenboeren’ zijn er in de nabijheid van steden. Concreet kan de landbouw bijdragen (en doet dit al) aan natuur en recreatief medegebruik met oa agrarische natuur, erfbeplanting en kleine landschapselementen zoals knotwilgen, poelen,
4. Water en groen behouden en toevoegen IN de steden en dorpen. Voor het bestaande stedelijke gebied is niet een aparte gebiedsopgave omschreven. Hier liggen echter ook opgaven voor groen en landschap en klimaatadaptatie. Gemeenten werken aan een goede door-adering met groenblauwe verbindingen en voldoende recreatieve groenvoorzieningen op de juiste plek. Dit draagt bij aan leefbaarheid (gezonde recreatief aantrekkelijke leefomgeving), biodiversiteit en
41
bestaande stedelijke gebied levert dat een totaal op van 4.110 ha schaalsprong groen en landschap in de U16.
klimaatadaptatie (bebouwde omgeving laten fungeren als spons, verminderen van hittestress en wateroverlast). Bij nieuwe stedelijke/verharde gebieden moet tenminste 15-20% van de ruimte voor groen en water worden gereserveerd. Leg dit reeds in de aanbestedingsfase vóór de start van een project vast.
Per deelgebied wordt hiermee de gewenste landschappelijke structuur versterkt die de integrale ontwikkeling van het deelgebied mede moet ondersteunen. Dit kan worden beschouwd als het ‘bod’ van de vijfde pijler richting het REP. Definitieve ruimtelijke keuzes worden per gemeente gemaakt in het kader van de Omgevingsvisies of de daarmee samenhangende ruimtelijke ontwikkeltrajecten.
Gebiedsgerichte opgaven: Om het ontwikkelbeeld vorm te geven kunnen zeven gemeente-overschrijdende gebiedsopgaven worden benoemd. Deze gebiedsopgaven zijn gebundeld in deelgebieden waar binnen dat gebied vergelijkbare en samenhangende opgaven te formuleren zijn. In de gebiedsopgaven liggen ook ander REP-opgaven zoals zoekgebieden voor verstedelijking of energie. Dit zijn meekoppelkansen voor Groen en Landschap en andersom schept Groen en Landschap mogelijkheden voor die andere ontwikkelingen.
Hierna worden de zeven gebiedsgerichte opgaven beschreven. 1. Blauwe krans Stelling van Amsterdam 2. Polderscheg Lange Linschoten - Woerden – Breukelen 3. Hollandsche IJsselscheg / Rijnenburg / A12zone 4. Waterliniescheg 5. Groene Zoom Vijfheerenlanden 6. Groen raamwerk Heuvelrug-Lek 7. Agrarisch groenblauw netwerk
Elke gebiedsopgave bevat straks een pakket van gewenste investeringen in Groen en Landschap dat in totaal gelijk aan 4.211 ha investering in oa. recreatie- en natuurgebieden, groenblauwe verbindingen en agrarische landschappen. Samen met 364 ha aan groenblauwe verbindingen door het
Onderzoeksresultaten
42
Gebiedsgerichte opgaven 1. Blauwe krans Stelling van Amsterdam Een landschappelijke zone rond de Stelling van Amsterdam (De Ronde Venen en Stichtse Vecht) met inbegrip van de Vinkeveense en Loosdrechtse Plassen. Dit gebied is de schakel tussen U16 en de Amsterdamse Amstelscheg waar de recreatieve druk flink toeneemt. De gebiedsopgave omvat een doorgaande fiets- en wandelroute langs het Unesco erfgoed die wordt versterkt met groen en water, zoals langs de Kromme Mijdrecht. Zo wordt gebouwd aan een krans van waterrijke landschappen in de inundatiegebieden van de Stelling. Station Abcoude is hierin de groene buitenpoort, zodat het gebied met OV goed is te bereiken en van daaruit kan worden verkend. Het landschapspark bevat dwarsverbindingen voor natuur en recreatie, dwars over de barrières van het Amsterdam Rijnkanaal (met ‘uitstappunten’ zodat dieren niet verdrinken), het spoor en de A2. Oude spoorlijntjes (zoals Bellopad) worden benut. De N201 vormt een ecologische barrière. Bij dit project moet er een oplossing worden gezocht voor de otters en andere diersoorten. De Blauwe krans verbindt door middel van natte ecologische verbindingen de Vinkeveense en Loosdrechtse plassen.
Kernkwaliteiten Waterlinies: Behouden en versterken van de samenhang van het strategische landschap en de afleesbaarheid en de beleving van de ensembles van forten, accessen, dijken, kanalen en inundatiekommen. Recreatieve gebieden
nabij stad- en dorpsranden met een diversiteit aan ruimtefuncties. Kernkwaliteiten plassengebied: Afwisseling intensieve zones met watersportfuncties / oeverrecreatie en rustige plassen. Herkenbaarheid behouden van kenmerkend verveningspatroon met petgaten, zetwallen en legakkers en contrasten van grote open ruimtes van de plassen en kleinschalige bosrijke oevers en rietkragen. Extra recreatiegebied: 38 ha Groene contourgebied: 274 ha Extra recreatieve verbindingen: 171 ha Mogelijke meekoppelkans: versterking van de Amstelscheg (MRA), uitleglocatie Loenersloot Water: diepe droogmakerij Mijdrecht: voorkom graven en reserveer diepste deel voor berging, ook daarbuiten waterberging cruciaal vanwege vol Amstelsysteem, combinatie met natuurwaarden en tegengaan bodemdaling veenweidegebied, levendige boerensloten, Toekomstbestendig Amsterdam Rijnkanaal. Landbouw: natuurinclusieve landbouw en mogelijkheden voor verbreding Cultuurhistorie: verhaallijn van Unesco Werelderfgoed Stelling van Amsterdam; kansen voor inundatievelden, combinatie met waterberging droogmakerijen of tegengaan bodemdaling veenweidegebied.
1
43
2. Polderscheg Lange Linschoten - Woerden – Breukelen Een samenhangend vitaal landschap op de grens tussen de stroomruggen en het veengebied tussen Woerden / Oudewater-Linschoten / Harmelen / Breukelen. Hiermee blijft een landschappelijke verbinding mogelijk tussen Heuvelrug en veenweidepolders in een nu nog gave doorsnede. Deze zone bevat recreatieve en ecologische verbindingen tussen de Lopikerwaard (tussen Lange Linschoten en Willeskop via de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel), de groengebieden rondom Woerden en Haarzuilens, de veenweidepolders van Kamerik/Kockengen en de landschappen van Maarssen en Breukelen. De verstedelijkingsdruk in de zone van Woerden tot Utrecht is aanzienlijk. Om de ruimtelijke groene kwaliteit te borgen en te verbeteren is een versterkt groen raamwerk nodig om toekomstige verstedelijking op gebied van wonen, werken, mobiliteit, energie in te kunnen passen. Dit raamwerk krijgt vorm met een aantal nieuwe en bestaande groenzones: gebied Molenvliet, landgoed Linschoten, groenblauwe verbinding noord-zuid door Woerden via Jaap Bijzetwetering, NS station en Brediuspark, Cattenbroekerplas, Vijverbos zuid, Harmelen-Haarzuilens en omgeving, Harmelerwaard-Leidsche Rijn, Ockhuizen, Haarrijn, Fort Tienhoven. De polderscheg verbindt stad en land, versterkt de groene buffergebieden tussen de kernen en versterkt onderlinge ecologische relaties.
Belangrijke barrières van de A12, het spoor en de A2/ Amsterdam Rijnkanaal worden geslecht.
Versterken kernkwaliteiten veenweidegebieden: Benadrukken oriëntatie van het landschap, de openheid, blok- en strokenverkaveling (Cope), petgaten, laan- en erfbeplantingen. Ontwikkeling op de stroomruggen en in de linten met oog voor passende maat en schaal en doorzichten en behouden rust en stilte en recreatieve waarde. Recreatieve gebieden nabij stad- en dorpsranden met een diversiteit aan ruimtefuncties. Extra recreatiegebied: 45 ha Groene contourgebied: 155 ha Extra recreatieve verbindingen: 179 ha Mogelijke meekoppelkansen: extra (moeras) bossen, uitleglocaties Breukelen West en Woerden, Energieopwekking, project Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (project GHIJ) Water: Waterberging, tegengaan bodemdaling en voorkomen watertekort veenweidegebied, levendige boerensloten, zwemwater, Toekomstbestendig Amsterdam Rijnkanaal Landbouw: natuurinclusieve landbouw en mogelijkheden voor verbreding, tegengaan bodemdaling Cultuurhistorie: Limeszone, gedeelten van veenweides met Cope-ontginning rond Kockengen/ Kamerik als monument of Unesco voordracht? Het nieuwe Groene Hart-verhaal (biografie Groene Hart) vertellen.
1
2
Onderzoeksresultaten
44
3. Hollandsche IJsselscheg / Rijnenburg / A12zone Een landschappelijke zone aan de Hollandse IJssel tussen IJsselstein en De Meern, Utrecht en Oudewater. In dit gebied is de IJssel met alle cultuurhistorische en recreatieve waarden het verhaalmotief. Voortgebouwd wordt op de aanpak en verbetering van deze rivierzone. Het Park Oudegein en het IJsselbos van Nieuwegein worden beter verbonden met het beoogde IJsselsteinse Kromme IJsselpark en de Nedereinsdeplas. Tussen de Lek en IJsselstein moet stedelijke ontwikkeling zorgvuldig met recreatie, water en natuur gecombineerd worden. HDSR verbetert de komende jaren de waterkeringen en oevers langs de Gekanaliseerde Hollandsche IJssel (GHIJ) en wil samen met de omgeving werken aan een integrale en toekomstbestendige inrichting. Op trajecten waar twee waterkeringen parallel naast elkaar lopen is de wens om waar mogelijk terug te gaan naar één regionale waterkering. Dit biedt meekoppelkansen voor natuur, cultuurhistorie en recreatie. Natuurkernen en groene verbindingen versterken de natuurwaarden. In de zone Rijnenburg tot en met de A12 zone (tot Laagraven) wordt recreatiegebied ontwikkeld in samenhang met de verstedelijkingsopgaven. Barrieres: A2 en A12, groene verbindingen in en tussen Nieuwegein en Utrecht.
– adres aan de rivier, verschil met stroomrug en de eerste linten en kaden van de copeontginningen. Versterken kernkwaliteiten veenweidegebieden: Benadrukken oriëntatie van het landschap, de openheid, blok- en strokenverkaveling (Cope), petgaten, laan- en erfbeplantingen. Ontwikkeling op de stroomruggen en in de linten met oog voor passende maat en schaal en doorzichten en behouden rust en stilte en recreatieve waarde Recreatieve gebieden nabij stad- en dorpsranden met een diversiteit aan ruimtefuncties. Extra recreatiegebied: 255ha Extra natuurkerngebied: 30 ha Groene contourgebied: 71 ha Extra recreatieve verbindingen:1 71 ha Mogelijke meekoppelkansen: ontwikkeling uitleglocatie Rijnenburg en A12 zone, energieopwekking, project Gekanaliseerde Hollandse IJssel Water: Toekomstbestendig ARK-NZK, Waterberging, tegengaan bodemdaling en voorkomen watertekort veenweidegebied, levendige boerensloten, zwemwater, Overstromingsveiligheid rivierengebied en Sterke Lekdijk, wateraanvoer Groene Hart Landbouw: natuurinclusieve landbouw en mogelijkheden voor verbreding, bodemdaling Cultuurhistorie: geschiedenis van de Hollandse IJssel, Oude Hollandse Waterlinie
Versterken kernkwaliteiten stroomrug Hollandse IJssel: Beleefbaarheid Hollandsche IJssel als vesting- en vestigingszone (archeologie, cultuurhistorie). Ensembles stadjes, rivier en weg
2
3
45
1 Kernkwaliteiten Waterlinies: Behouden en versterken van de samenhang van het strategische landschap en de afleesbaarheid en de beleving van de ensembles van forten, accessen, dijken, kanalen en inundatiekommen. Recreatieve gebieden nabij stad- en dorpsranden met een diversiteit aan ruimtefuncties Extra recreatiegebied: 306 ha Extra natuurkerngebied: 30 ha Groene contourgebied: 145 ha Extra recreatieve verbindingen: 275 ha Mogelijke meekoppelkansen: uitleg en knooppuntontwikkelingen A12zone/Laagraven, Lunetten-Koningsweg, Bunnik, Houten. Water: water vasthouden en waterberging, multifunctioneel ruimtegebruik, klimaatwater/ zwemwater Landbouw: natuurinclusieve landbouw en 2 mogelijkheden voor verbreding Cultuurhistorie: Unesco werelderfgoed Nieuwe Hollandse Waterlinie, Limeszone
4. Waterliniescheg Een landschappelijke zone aan de zuid-, oosten noordzijde van Utrecht, tussen Noorderpark, De Bilt, Driebergen/Zeist, Bunnik, Houten en Nieuwegein. Waardevolle open landschappen met hoge cultuurhistorische, recreatieve en ecologische betekenis en passende vormen van landbouw. Deze gebieden worden door de gebiedspartijen in samenhang beschermd en ontwikkeld. Door deze scheg te beschermen en te versterken, kan de recreatieve druk op andere gebieden zoals de Heuvelrug worden verminderd. Het leidende verhaal is dat van linielandschappen: de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Limes van de Kromme Rijnzone. De bestaande groengebieden zoals sport- en golfterreinen, de vele forten en landgoederen zoals Nieuw Wulven en Amelisweerd zijn dragers voor deze scheg. In de Waterliniescheg worden ook nieuwe natuur- en recreatiegebieden ontwikkeld met: Laagraven-A12 zone, Houten/Bunnik, Lunetten (Maarschalkerweerd-Rhijnauwen), Voordorpse polder/Ruijgenhoek. Belangrijk is dat ze passen bij de ruimtelijke principes van de waterlinies. Belangrijke barrières van de A12, A27, A28 en het spoor worden geslecht.
3
4
Onderzoeksresultaten
1
46
5. Groene zoom Vijfheerenlanden Het landschap van Vijfheerenlanden is rijk aan mooie en te behouden/herstellen polders met molens, natuur en vergezichten. De voorgestelde Groene Zoom is een groen landschappelijk kader om de agrarische kern van de gemeente. Een landschappelijke zone die de Zouweboezem en Ameide omvat en versterkt (natuur, watersysteem en waterbuffers voor Alblasserwaard “Zouwespons”, recreatie) en de verbinding legt met de uiterwaarden van de Lek. Deze zone sluit aan op het gemengde landschap (van de toekomst?) ten zuiden van Vianen en maakt via Bolgerijnen verbinding met de Lekuiterwaarden bij Hagenstein. In Vijfheerenlanden ligt een deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie langs de Diefdijk tussen de Lek en Gorinchem. Het cultuurhistorische verhaal is een motief om het landschap zorgvuldig te versterken. Groene verbindingen worden gemaakt met broekbossen naar het naburige Molenlanden, langs het Merwedekanaal en via Diefdijk en Linge. In deze groene zoom rondom het agrarische hart van Vijfheerenlanden, worden de wandel- fiets en vaarverbindingen en natuurverbindingen versterkt. Een snelfietsroute verbindt Meerkerk en Vianen met Nieuwegein en Utrecht centrum. Bij Hagenstein wordt een fietsverbinding over de Lek gerealiseerd wanneer de A27 wordt verbreed. Te slechten barrières: de A27 en het Merwedekanaal.
Versterken kernkwaliteiten Lekzone: versterken van het doorgaand oostwest karakter van rivier, uiterwaarden en oeverwallen en hoge Lekdijken met cultuurhistorie (vestigingsplaats) en waterwerken. Versterken kernkwaliteiten veenweidegebieden: Benadrukken oriëntatie van het landschap, de openheid, blok- en strokenverkaveling (Cope), petgaten, laan- en erfbeplantingen. Ontwikkeling op de stroomruggen en in de linten met oog voor passende maat en schaal en doorzichten en behouden rust en stilte en recreatieve waarde. Recreatieve gebieden nabij stad- en dorpsranden met een diversiteit aan ruimtefuncties Extra recreatiegebied: 42 ha Groene contourgebied: 103 ha Extra recreatieve verbindingen: 171 ha Mogelijke meekoppelkansen: snelfietsroute Meerkerk-Vianen-Utrecht, Water: watersysteem Vijfheerenlanden als waterbuffer, Sterke Lekdijk Sterke Lekdijk (projecten ten noorden en zuiden van de Lek), prachtsloten Landbouw: natuurinclusieve landbouw Cultuurhistorie: Oude Hollandse waterlinie