PR25.049 Bijlage 4 Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en-omgeving
Tekst van het document
Werkgroep Kromme Rijn Corridor
Bewonerscollectief Odijkerweg
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Revisie 1.0 Datum 20-12-2024
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Inhoudsopgave 1
2
3
rev 1.0
Inleiding ....................................................................................................................................... 4 1.1
Doel van dit document .......................................................................................................................... 6
1.2
Bestuurlijke en politieke doelstelling .................................................................................................... 6
1.3
Leeswijzer ............................................................................................................................................. 7
Landschappelijke analyse plangebied ............................................................................................ 9 2.1
Geomorfologie en bodem ..................................................................................................................... 9
2.2
Water en grondwater...........................................................................................................................11
2.3
Ecologie binnen het gebied ..................................................................................................................12
2.4
Natuur Netwerk Nederland en Ecologische verbindingen ....................................................................13
2.5
Landschap ............................................................................................................................................17
2.6
Cultuurhistorie en Stichtse lustwarande ..............................................................................................20 2.6.1 De ligging in de Stichtse Lustwarande ............................................................................................ 20 2.6.2 Beschermde monumenten in de gemeente Zeist ........................................................................... 23 2.6.3 Beschermde monumenten in de gemeente Utrechtse Heuvelrug ................................................. 24 2.6.4 De historische ontwikkeling van het stationsgebied ...................................................................... 24 2.6.5 Archeologische waarden ................................................................................................................. 27
Visie gebiedsontwikkeling ........................................................................................................... 28 3.1
Multifunctioneel landgebruik ...............................................................................................................28
3.2
Robuuste ecologische verbindingen .....................................................................................................29 3.2.1 Natuurkwantiteit............................................................................................................................. 30 3.2.2 Natuurkwaliteit ............................................................................................................................... 30 3.2.3 Ecologische verbindingen ............................................................................................................... 31 3.2.4 Continuïteit van natuurwaarden..................................................................................................... 32 3.2.5 Natuurinclusieve woningbouw ....................................................................................................... 32
3.3
Behoud van landschap en cultuurhistorie ............................................................................................33
3.4
Huidige woonfunctie ............................................................................................................................34
3.5
Woondichtheid in relatie tot natuurbehoud ........................................................................................36 3.5.1 35 woningen per hectare ................................................................................................................ 36 3.5.2 50 woningen per hectare ................................................................................................................ 40 3.5.3 Meer dan 100 woningen per hectare ............................................................................................. 42
3.6
Potentie ruimtelijke ontwikkeling ........................................................................................................43
Pagina 2 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
3.7
Duurzame woningbouw .......................................................................................................................46
3.8
Duurzame mobiliteit ............................................................................................................................46 3.8.1 Mobiliteit in de regio ...................................................................................................................... 46 3.8.2 Mobiliteit in de gemeenten ............................................................................................................ 48 3.8.3 Mobiliteit binnen gebiedsontwikkeling .......................................................................................... 49
3.9
Doelgroep ............................................................................................................................................52
3.10
Urgentie voor woningbouw in gemeenten ...........................................................................................53 3.10.1 Woningbouwprogramma in de gemeente Zeist ............................................................................. 55 3.10.2 Woningbouwprogramma in de gemeente Utrechtse Heuvelrug ................................................... 56 3.10.3 Conclusie ......................................................................................................................................... 56
4 Conclusie .................................................................................................................................... 57 Bijlage A: Notitie Landschapsecologische Systeemanalyse Stationsgebied Driebergen-Zeist ..................... 1 Bijlage B: Monumenten Zeist nabij station Driebergen-Zeist.................................................................... 1 Bijlage C: Monumenten Utrechtse Heuvelrug nabij station Driebergen-Zeist............................................ 1 Bijlage D: Factsheet Urgentie woningbouw bij station DBZ ...................................................................... 2
rev 1.0
Pagina 3 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
1 Inleiding Het stationsgebied Driebergen – Zeist is een gebied met een zeer rijke biodiversiteit door de aanwezigheid van vele zeldzame dieren en planten. Het is landschappelijk fraai gelegen in de landgoederenzone van de Stichtse Lustwarande in de groene corridor tussen Zeist, Driebergen en Odijk. Behalve een OV-knooppunt, is het gebied vooral een ecologisch knooppunt van verbindingen van bodemleven, planten en dieren tussen de Utrechtse Heuvelrug en het Kromme Rijngebied. De smalle open, groene corridor tussen Driebergen, Zeist en Odijk heeft grote natuurwaarde. In de huidige aanpak van de gemeenten Zeist en Utrechtse Heuvelrug staat vooral de woningbouwopgave centraal. Gelet op het Klimaatakkoord van Parijs, het biodiversiteitsverdrag van Montreal en de Europese Natuurherstelwet, dient het plan in de eerste plaats te worden uitgedacht vanuit de belangrijkste opgave: herstel van de natuur- en biodiversiteitsopgave. De woningbouwopgave - hoe belangrijk ook - dient zich hiernaar te voegen. En niet andersom. Gelet op de aantastingen van het ecosysteem als gevolg van de aanleg van de infrastructuur in het verleden (mede als gevolg van het nieuwe station met spoorverdubbeling en ondertunneling), is dit een extra opgave voor de planontwikkeling. In de huidige gebiedsvisie is geen/ veel te weinig rekening gehouden met de besluiten die in het verleden over het gebied zijn genomen.
Figuur 1-1: Beeld van landgoedstation Driebergen-Zeist (Foto: Michel Kievits) De gemeenten Zeist en Utrechtse Heuvelrug werken op dit moment aan een gebiedsvisie voor het gebied rondom Landgoedstation Driebergen-Zeist. Grootschalige nieuwbouw of stedelijke hoogbouw met benoemde woningaantallen is niet te verenigen met het behoud van deze natuurwaarden. De beoogde ontwikkelingen zorgen onherroepelijk voor een aantasting van de natuur. Deze aantasting is aanzienlijk groter dan enkel het verlies van oppervlakte van natuur. Door de negatieve uitstralingseffecten van licht en de verwachte toename van de recreatieve druk op natuur en in het bijzonder ook op de ecologische verbindingen, zorgt de beoogde ontwikkeling voor een aantasting van de vitaliteit van de natuur van de Utrechtse Heuvelrug zelf, van het Kromme Rijngebied en van het open landschap hiertussen.
rev 1.0
Pagina 4 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Verder dreigt een aanzienlijke aantasting van de cultuurhistorische waarden en worden inwoners van beide gemeenten geconfronteerd met een onaantrekkelijke dicht-stedelijke en stadse gebiedsontwikkeling. Wel zijn er in het gebied goede mogelijkheden om de kwaliteiten van het gebied verder te verbeteren. Er is ruimte voor kleinschalige, duurzame woningbouw direct rondom het station. Bedrijfsterreinen kunnen worden vervangen door woningen. Het landelijke gebied daar omheen kan landschappelijk beter worden ingepast om de ecologische verbindingen robuust te maken. Gezien de bijzondere kwaliteiten van het gebied, dienen de mogelijkheden voor woningbouw te worden bepaald door de randvoorwaarden die water, bodem, natuur en landschap stellen. Vooraf bepaalde grote aantallen woningen en de subsidiemogelijkheden daarvoor verenigen zich niet zondermeer met behoud van kwaliteiten. Voor zover er een bepaalde woningbouw plaatsvindt dient deze uiteindelijk tevens de kwaliteiten van het gebied te versterken, zodat hier ook echt een groene poort tot ontwikkeling kan komen: ‘Landgoedstation Driebergen-Zeist’. Een landgoedstation waar de kernkwaliteiten van het gebied tot hun recht kunnen komen, hetgeen tegelijkertijd ook de te realiseren woonkwaliteiten ten goede kan komen.
Om op een positieve wijze bij te dragen aan gebiedsontwikkelingen hebben ecologen, ontwerpers, bedrijfskundigen, juristen van 7 lokale duurzame burgerorganisaties zich verenigd. Er is gewerkt aan een alternatief dat wel draagvlak heeft bij de lokale bevolking. In dit document wordt op basis van een gebiedsanalyse inzichtelijk gemaakt wat het gebied met betrekking tot woningbouw kan dragen. Het gepresenteerde plan geeft daarmee eveneens invulling aan de cultuurhistorische waarden van het gebied, met andere woorden dat wat passend is op deze plaats.
De brede burgercoalitie bestaat uit GoedVolk, Milieuzorg Zeist e.o., Natuurlijk Zeist-West, Tussen Heuvelrug en Wetering (THW), Beter Zeist, Burgercollectief Odijkerweg en Kromme Rijn Corridor.
Werkgroep Kromme Rijn Corridor
Bewonerscollectief Odijkerweg
rev 1.0
Pagina 5 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
1.1
Doel van dit document
De gemeenten Zeist en Utrechtse Heuvelrug zijn namelijk gezamenlijk bezig met het opstellen van een gebiedsvisie. Hierin wordt uitgegaan van woningaantallen (ongeveer 2000 woningen) die onherroepelijk zorgen voor een aantasting van de in het gebied aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie. GoedVolk en andere betrokken organisaties presenteren met dit document een alternatief. Deze ontwerpvisie heeft enerzijds als doel een gebundeld overzicht te geven van belangrijke ontwerpuitgangspunten voor de opzet van een alternatief ontwerp waarbij de natuur, het landschap, de cultuurhistorie en ook de belangen vanuit bewoners centraal staan. Deze uitgangspunten gelden als randvoorwaarde. Het aantal te realiseren woningen is daarentegen expliciet losgelaten.
1.2
Bestuurlijke en politieke doelstelling
Ten tijde van het vaststellen van het Plan van Aanpak voor het opstellen van de gebiedsvisie is in de gemeente Utrechtse Heuvelrug de motie Borging groen en blauwe waarden aangenomen. In de motie wordt opdracht gegeven om:
Figuur 1-2: Motie van Groen Links (Zeist) en Open (Gemeente Utrechtse Heuvelrug) Bij de presentatie van de alternatieve scenario’s tijdens de publieksbijeenkomst van 24 april 2024 zijn alleen scenario’s met woningbouwaantallen van ca. 2000 woningen onderzocht. En zijn geen scenario’s onderzocht die niet of veel minder zouden leiden tot aantasting van groene en/of groenblauwe waarden. Gezien het belang voor de groene en groenblauwe waarden binnen het gebied zelf en de aanwezige cultuurhistorische waarden, die van betekenis zijn op provinciaal niveau, is binnen dit document ingegaan op de impact die een ingreep heeft op de leefomgeving. Er is toegewerkt naar een alternatief waarbij die waarden wel worden gerespecteerd en zo mogelijk juist worden versterkt, zoals door de gemeenteraad van Utrechtse Heuvelrug is gevraagd.
Geconcludeerd wordt dat geen invulling wordt gegeven aan de motie, ook al was deze aangenomen. Binnen deze alternatieve visie wordt alsnog op een positieve wijze beschouwd wat wel kan binnen de randvoorwaarden van water, bodem, natuur en landschap.
Eerder heeft de gemeente Zeist bij het vaststellen van de Eerste Zeister Omgevingsvisie op 23 mei 2023 een motie en een amendement unaniem aangenomen om “per onderscheiden deelgebied, maar ook deelgebied-overstijgend, SMART-geformuleerde groene doelstellingen c.q. -ambities” te ontwikkelen.
rev 1.0
Pagina 6 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Figuur 1-3: Motie van Groen Links (Zeist) bij Eerste Zeister Omgevingsvisie 2023-2026 Het amendement en de motie vragen om op basis van inventarisaties om natuurwaarden groenblauwe waarden te inventariseren bij nieuwe ontwikkelingen. In lid 3 worden ook het robuust maken van ecologische verbindingen genoemd. Deze inventarisaties reiken verder dan het houden van een ecologische quick scan naar effecten voor beschermde soorten. Want een quick scan inventariseert niet de basiswaarden.
In wordt een eerste aanzet gemaakt voor de inventarisatie van natuur- en groenblauwe waarden. Belangrijk is dat de waarden in het proces dat gemeenten doorlopen bij de start van deze ontwikkeling voldoende aandacht krijgen. Er zijn scenario’s gepubliceerd, maar die zijn geen overzicht van waarden of beoordelingen van de effecten van de scenario's op de basiswaarden.
Vanuit de brede burgercoalitie is meermaals voorgesteld te komen tot een samenwerking om en middels een coproductie te komen tot een plan dat recht doet aan de natuur- en biodiversiteitsbelangen en aan de cultuurhistorie. Deze samenwerking is door de gemeenten meermaals afgewezen. Dit document is daarom volledig tot stand gekomen op basis van vrijwillige inzet van veel betrokkenen en zonder financiële steun van de gemeenten.
1.3
Leeswijzer
In deze gebiedsvisie wordt eerst een analyse gemaakt van de belangrijkste waarden en kernkwaliteiten voor het gebied. Het is namelijk belangrijk dat de huidige waarden en kwaliteiten voldoende aandacht krijgen. Wanneer dit niet goed gebeurt is het immers goed mogelijk dat kernkwaliteiten in het proces ondergesneeuwd raken en verloren gaan. In hoofdstuk 2 wordt daarom een landschappelijke systeemanalyse van het plangebied gemaakt. Er wordt beoordeeld welke randvoorwaardelijke kaders voortkomen uit de verschillende lagen. Gebiedsontwikkelingen uit het verleden zijn namelijk altijd gebaseerd geweest op de randvoorwaarden uit de onderliggende lagen van dit landschappelijke systeem. Hiermee wordt in hoofdstuk 3 toegewerkt naar de uitgangspunten voor een gebiedsontwikkeling. Hierin is het versterken van het huidige multifunctionele landgebruik en brede welvaart in het gebied als uitgangspunt genomen. Bijzonder is dat dit multifunctionele landgebruik op dit moment al zorgt voor versterking van de verschillende functies onderling (ecologie, recreatie, wonen, cultuurhistorisch). Bij de ontwikkeling van deze uitgangspunten is steeds gekeken naar hoe de eerder geïdentificeerde kernkwaliteiten van het gebied kunnen worden versterkt of kunnen bijdragen aan een gebiedsontwikkeling, zie §3.2 t/m 3.4. Een belangrijk uitgangspunt is de gemiddelde woningdichtheid die kan worden gerealiseerd.
Daarom zijn in §3.5 de verschillende bouwdichtheden afgezet tegen de belangrijkste kernwaarden van het gebied. Door te kijken naar een aantal kenmerkende typologieën en te reflecteren op de sterke en zwakke punten van een ontwerp is een inschatting te maken van de impact van een bepaalde bouwdichtheid. Het aantal te realiseren woningen is als taakstelling daarbij expliciet losgelaten. Verder wordt in §3.6 gekeken naar de beschikbaarheid van percelen die eventueel in aanmerking komen voor herontwikkeling tot woningen. Hieruit blijkt dat de woningbouwambitie van de gemeenten onverenigbaar zijn met de
rev 1.0
Pagina 7 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
huidige kwaliteiten van het gebied. Vervolgens worden in §3.7 t/m §3.10 voor een ruimtelijke ontwikkeling een aantal aspecten belicht. Het gaat daarbij om duurzame woningbouw, mobiliteit, de beoogde doelgroep en de urgentie van woningbouw binnen de gemeenten. Tenslotte wordt deze gebiedsvisie afgesloten met een conclusie in hoofdstuk 4
Om de lezer met weinig tijd te bedienen, zijn de belangrijkste conclusies in het document steeds samengevat in kaders.
Hoe het wel moet is opgenomen in groene kaders.
Hoe het niet moet is opgenomen in rode kaders.
Groene kaders bevatten tenslotte informatieve toelichting.
rev 1.0
Pagina 8 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
2 Landschappelijke analyse plangebied Voor het ontwikkelen van een visie worden met van het landschap als basis de diverse waarden in kaart gebracht. Daarbij wordt een Landschapsecologische systeemanalyse (LESA) gebruikt. Hierbij wordt beoordeeld welke randvoorwaardelijke kaders voortkomen uit de verschillende lagen. De ondergrond is als eerste laag historisch gezien altijd dominant geweest. Gebiedsontwikkelingen uit het verleden zijn altijd gebaseerd op de randvoorwaarden uit de onderliggende lagen. Wegen zijn ontstaan waar dit vanuit het landschap goed kon worden ingepast. Bebouwing is aangepast op de ligging van de hoofdinfrastructuur. Binnen dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste conclusies uit de LESA. De LESA is opgenomen als bijlage A.
Figuur 2-1: Lagenbenadering voor ontwikkelen van gebiedsvisie
2.1
Geomorfologie en bodem
De omgeving van Landgoedstationsgebied Driebergen-Zeist is gelegen op de overgang van de Utrechtse Heuvelrug naar het Kromme Rijngebied. De Utrechtse Heuvelrug is ontstaan door opstuwing van het landijs tijdens de een na laatste ijstijd. Kenmerkend hiervoor is dat de ondergrond vooral bestaat uit afzettingen vanuit deze ijstijd (keileem en stenen) met daarbovenop afzettingen van zandlagen met een hoogteverschil tot 70 meter.
Figuur 2-2: Door de beperkte vruchtbaarheid van schrale zandgronden leent de bodem zich eerder voor bosbouw dan voor akkerbouw of veeteelt
rev 1.0
Pagina 9 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Daarna zijn delen van de Heuvelrug weg geërodeerd. Door het sterk meanderende karakter van de Rijn is een variatie ontstaan in het landschap met stroomruggen en oeverwallen van oude rivierlopen en verder komgronden zoals het Langbroeker Weteringgebied. De oude meanders zijn in het landschap nog goed te herkennen, zowel in de bodem als in het landschap. De ondergrond is in het gebeid dus erg divers.
Blauw: Oude rivierarmen Stationsgebied
Geel: Ondergrond is zand Kromme Rijn
Figuur 2-3: Oude meanders van de Rijn hebben gezorgd voor een sterk afwisselende bodem op de overgang van het Kromme Rijngebied naar de Utrechtse Heuvelrug1
Figuur 2-4: Kommen van landgoed Wulperhorst en Blikkenburg kenmerken zich door een afwisseling tussen in weilanden, akkers en (hakhout)bossen
1
Herinrichtingsgebied Groenraven-Oost, DLO-Staring Centrum Wageningen (1993)
rev 1.0
Pagina 10 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Door de afwisselende ondergrond en kwelwaterstromen heeft het gebied een zeer grote ecologische potentie. Er worden veel bijzondere soorten waargenomen en er is veel variatie. Dit zorgt voor een interessant landschap.
2.2
Water en grondwater
Het Stationsgebied is gelegen op de overgang/flank van de Heuvelrug naar het Kromme Rijngebied. Kenmerkend voor het gebied in ecohydrologische zin, is dat basenrijk kwel die hier aan de oppervlakte komt. Dit voedingsarme kwelwater zorgt voor een overgang van droog naar relatief nat gebied. Doordat het kwelwater dat aan de oppervlakte komt relatief voedingsarm en basenrijk is, krijgen bijzondere flora en fauna in het gebied een kans. Juist door de hier aanwezige gradiënt van hoog, droog en voedselarm naar laag, vochtig en voedselrijk wordt feitelijk die gradiënt met diverse biotopen als van nature in stand gehouden, waardoor voor vele biotopen een plek is. Anders treedt al snel nivellering op. Voedingsarme grond zorgt in de natuur vooral voor specialisatie van soorten. Soorten zullen zich toespitsen op die specifieke omstandigheden. Daarom zorgt voedingsarme grond voor een verhoging van de biodiversiteit.
Figuur 2-5: Waterrelaties Heuvelrug en Kromme Rijngebied’2 Als gevolg van ingrepen in de geohydrologie van het gebied, dat met name ook door de grondwaterwinningen op zowel de Heuvelrug als in het Kromme Rijngebied is de kweldruk/-flux sterk afgenomen. Dit zorgt voor afname van natuurwaarden, droogvallende watergangen en vijvers zoals de Rijnwijckse Wetering die deels is drooggevallen. Het diepere grondwater heeft een belangrijke functie voor de drinkwatervoorziening, een belang dat veel verder reikt dan de Heuvelrug zelf.
2
Uit: ‘Landschapsbeleidsplan Zeist (1994)
rev 1.0
Pagina 11 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Figuur 2-6: Kwel speelt een belangrijke rol bij de karakteristieke serpentineachtige vijvers bij buitenplaatsen van de Stichtse Lustwarande
Het gebied is gelegen op de overgang/gradiënt van Heuvelrug en het Kromme Rijngebied waar voedingsstoffenarm en basenrijk kwelwater vanuit de Heuvelrug naar boven komt. Dit zorgt in het gebied voor een zeer grote verscheidenheid aan bodems en ook ecohydrologische situaties, hetgeen niet alleen bepalend is voor de natuurkwaliteiten, maar ook voor de grote ecologische kwaliteiten en potenties zoals deze hier aanwezig zijn.
2.3
Ecologie binnen het gebied
Als gevolg van de aanwezige gradiënten komt een relatief groot aantal verschillende biotopen (leefgebieden) voor. Een aantal soorten zijn afhankelijk van deze specifieke biotopen. Daarnaast zorgen de biotopen voor een grote biodiversiteit. In het gebied komen dan ook veel beschermde soorten voor. De biodiversiteit is een cruciale factor in de gezondheid van een ecosysteem. Hoe groter de variatie in soorten die samenwerken in een ecosysteem, hoe groter de capaciteit van dat ecosysteem om schokken te weerstaan en het leven te ondersteunen. Het beschermen van de biodiversiteit en het herstel daarvan is daarom van wezenlijk belang om de levensvoorwaarden van de planeet te kunnen behouden en deze tevens veilig te stellen voor ons eigen voortbestaan.
In het gebied komen veel bijzondere soorten voor. Juist door de overgang van type leefgebied is het gebied van vitaal belang voor de biodiversiteit in de omgeving. Wegvallen van leefgebied beïnvloed daarom ook de vitaliteit van omringende natuurgebieden.
rev 1.0
Pagina 12 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Figuur 2-7: Rode Lijstsoorten in de omgeving van Landgoedstation Driebergen-Zeist
2.4
Natuur Netwerk Nederland en Ecologische verbindingen
Het stationsgebied bevindt zich op een knooppunt van migratieroutes van dassen, reeën, vogels en amfibieën. Deze “robuuste verbindingen” zijn ook van belang om geïsoleerde populaties met elkaar te verbinden en zo inteelt te voorkomen. Dit draagt ook bij aan veerkrachtige populaties op een grotere ruimtelijke schaal door uitwisseling tussen deelgebieden, en het mogelijk maken van verspreiding van soorten binnen Nederland. Vanwege de huidige klimaatverandering zijn veel soorten hun areaal naar het noorden aan het opschuiven. Daarvoor zijn ecologische verbindingen eveneens nodig. Daarnaast zorgen weersextremen en andere drukfactoren voor lokaal uitsterven van soorten, de plekken kunnen via de ecologische verbindingen door soorten worden geherkoloniseerd. Dit maakt verbindingen extra belangrijk. Veel soorten zijn ook op verbindingen aangewezen voor dagelijks foerageren. Om dit alles te behouden en verder te ontwikkelen bestaat het Natuurnetwerk Nederland (NNN). NNN is een netwerk van op elkaar aangesloten natuurgebieden in ons land. Het NNN is een belangrijk onderdeel van het natuurbeleid van de provincie Utrecht. Het plangebied wordt omringd door de natuurroutes van dit netwerk. Om het natuurnetwerk goed te laten kunnen functioneren is het van belang dat diverse natuurgebieden met elkaar verbonden zijn, zodat er op netwerkniveau duurzame populaties kunnen ontstaan.
Het belang van de routes door het plangebied moet daarom worden gezien op een hoger schaalniveau, namelijk met een functie voor de gehele Heuvelrug, het Kromme Rijngebied en uiteindelijke heel Nederland en Europa.
rev 1.0
Pagina 13 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
De verbinding van Langbroekerwetering naar Vechtplassen bestaat deels uit robuuste stapstenen in de vorm van de vele landgoederen, bossen, relatief rustige maar wel steeds kaler en armer wordende weilanden en akkers, hakhoutpercelen en andere bosschages. Gelegen op de rand van de Heuvelrug in en langs de kwelwaterzone betekent dit een goede beschikbaarheid van water en gevarieerd voedselaanbod. Daarnaast faciliteert de route ook de migratie van aan (kwel)water gebonden soorten. De route is door de ligging langs een gradiënt geschikt voor veel planten en dieren. Langs de verbinding is uitwisseling mogelijk niet alleen oostwest, maar ook hoog - laag. In de route zijn op veel plekken faunapassages aangelegd, ook geschikt voor het grotere zoogdieren zoals het ree. Met het ree als "gidssoort" worden veel andere dieren bediend. De ecologische verbindingszone op en langs de flank van de Heuvelrug verbindt het gebied van de Grote Rivieren met het midden en noordwesten van Nederland. Figuur 2-8: Verbinding van de Langbroekerwetering naar de Vechtplassen
Figuur 2-9: De NatuurNetwerkKaart van Nederland laat de robuuste schakelende functie van de Heuvelrug en haar gradient tussen de Rijn en het Vechtplassengebied zien3. Om bij te kunnen dragen aan het netwerk moet er sprake zijn van een robuuste ecologische verbindingsroute. Het gebied bij het station Driebergen-Zeist heeft daarin een belangrijk functie.
3
https://www.atlasleefomgeving.nl/natuurnetwerk-nederland-ehs
rev 1.0
Pagina 14 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
In de LESA is de ecologische betekenis van de landgoederenzone in Zeist uitgewerkt. Mede op basis van het rapport van Altera nr. 356 “Ecologische evaluatie van de landgoederenzone (gemeente Zeist) 4. Aan dit rapport is ook de volgende figuur ontleend die een illustratie is van het gebruik voor migratie van de landgoederenzone. Meer details zijn opgenomen in de Goedvolk Visiekaart Ecologische Verbindingen Driebergen-Zeist.
Figuur 2-10: Ecologische routes volgens Alterra in 2001
4
Ecologische evaluatie van een landgoederenzone (gemeente Zeist), A.A. Mabelis, Alterra-rapport 356 (2001)
rev 1.0
Pagina 15 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Figuur 2-11: Nationaal Natuur Netwerk rondom Landgoedstation Driebergen-Zeist Op dit moment functioneren de natuurroutes niet optimaal. Wegen en spoor zorgen voor een sterke versnippering en belemmeren migratie van dieren. Langs veel percelen die onderdeel uitmaken zijn veel hekwerken geplaatst. Door de beperkte breedte van de schakels in het netwerk ter hoogte van het plangebied zijn de natuurroutes op dit moment erg kwetsbaar. De agrarische percelen die officieel geen onderdeel uitmaken van het netwerk hebben wel degelijk een belangrijke verbindings- en bufferfunctie. Belangrijke elementen zijn daarbij lichtvervuiling, geluid en afwezigheid van verstoring door mensen. Van de huidige bedrijven kan worden opgemerkt dat deze hierin faciliteren door sluiting in de avond en in het weekend.
Figuur 2-12: Hekwerken van particuliere perceeleigenaren belemmeren migratie van dieren in de huidige NNN-routes
rev 1.0
Figuur 2-13: Bij deze ecopassage onder de Hoofdstraat lopen reeën vast, althans is het niet eenvoudig meerdere hekwerken te passeren en tegelijkertijd ook de vierbaansweg
Figuur 2-14: Door een gebrek aan een goede verbinding worden dieren frequent aangereden. Hier recent op de Odijkerweg
Pagina 16 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Op onderstaande kaart zijn de knelpunten zichtbaar van de verschillende routes in het gebied. De knelpunten concentreren zich rondom de passage van weg en spoorweg. Vanuit ecologie functioneert dit als één grote route die uiteenvalt in verschillende subroutes van matige kwaliteit. Juist doordat er verschillende subroutes zijn functioneert dit op dit moment nog redelijk.
Figuur 2-15: Kaart Natuur verbinden en behouden ter hoogte van het plangebied 5
Om bij te kunnen dragen aan het netwerk moet er sprake zijn van een robuuste ecologische verbindingsroute. Het gebied bij het station Driebergen-Zeist heeft daarin een belangrijk functie. Door de beperkte breedte van de schakels in het netwerk ter hoogte van het plangebied zijn de natuurroutes op dit moment erg kwetsbaar. De agrarische percelen die officieel geen onderdeel uitmaken van de beschermde NNN hebben wel degelijk een belangrijke verbindings- en bufferfunctie.
2.5
Landschap
Vanaf de ijstijden ontwikkelden zich op de Heuvelrug en Kromme Rijngebied uitgestrekte bosgebieden. Door mensen die zich vestigden op de flanken van de Heuvelrug is in de loop der tijd steeds meer landbouw tot ontwikkeling gekomen. De vele grafheuvels (mogelijk van de late Trechterbekercultuur) en ook zogenaamde ‘Celtic fields’ zijn daarvan een stille getuige. Juist op die overgang werd al vroeg een heerweg tussen Utrecht en Keulen aangelegd, waar in de Romeinse tijd de zetel van het gouvernement gevestigd was.
5
inrichtingsplan ehs/boswet/nsw-compensatie & Faunapassages station Driebergen-Zeist, Arcadis (2013)
rev 1.0
Pagina 17 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Met name in de Middeleeuwen ontstond er door ontbossing van de Heuvelrug uitgestrekte heiden, waarop men schapen liet grazen. ’s Avonds werden die schapen dan via de vele schapendriften naar de schaapskooien gebracht, dat ook om ze beschermen. Die schaapskooien maakten dan gebruik van zogenaamde potstallen, waarbij de dieper gelegen bodem geleidelijk aan werd opgevuld met heideplaggen, waarop dan weer de uitwerpselen van de schapen werden opgevangen. Dat mengsel werd weer aangewend op akkers zoals deze met name op de flanken waren gelegen en waarbij relatief vruchtbare enkeerdgronden ontstonden. Door overbegrazing ontstonden zo wel op diverse plekken op de met name de flanken van de Heuvelrug grote stuifzandvlakten, waaronder op o.a. Heidestein. Later probeerde men dit stuifzand te bedwingen door het aanplanten van bos. Met name in de loop van tijd ontstonden er zo op de flanken de zogenaamde flankesdorpen, waarvan Zeist dan een voorbeeld is6. In het Kromme Rijngebied ontstonden er al vroeg versterkte boerenhofsteden, ook wel ridderhofsteden genaamd. Pas na 1122 toen de Rijn door de Bisschop bij Wijk bij Duurstede werd afgedamd, werd het gebied op een veel grotere schaal ontgonnen. Dit geldt met name voor het Langbroekerwetering gebied, dat in een kom is gelegen, de karakteristieke copeontginning ontstond. Dit kenmerkt zich door een lang gestrekte verkaveling.
Op de hogere oeverwallen ontstond een blokachtige verkaveling, ook wel als kampenlandschap aangeduid. Vanaf 1600 werden de flanken van de Heuvelrug en het Kromme Figuur 2-16: Occupatiegeschiedenis Kromme Rijngebied dan door zowel de rijke adel, als de koopmanslieden Rijngebied (Rapport ‘Bestemmingsplan uit de steden ontdekt om daar hun zomerbuitens te vestigen. Zo Buitengebied Zeist Zuid-West (2018) ontstond in de loop van de tijd de Stichtse Lustwarande met zijn 7 vele buitens . Het proces van de aanleg van de buitenplaatsen ) werd dan nog versneld door de aanleg van de spoorlijn Utrecht-Arnhem in 1843. Kenmerkend voor de Heuvelrug in landschappelijke zin is de uitgestrektere bosgebieden, afgewisseld met meer open heidevelden en droge schraalgraslanden. De Stichtse Lustwarande kenmerkt zich dan weer door een zogenaamde ‘korrelstructuur’ dus de afwisseling tussen meer open delen en gesloten delen, waarbij aan de buitenplaatsen dan een belangrijke betekenis kan worden toegekend. Het Kromme Rijngebied kent een veel opener structuur, zij het afgewisseld met de vele bosschages en karakteristieke bossingels en ook hagen. Dit is in met name het Langbroekerweteringgebied zichtbaar als coulissenlandschap.
6
Zie o.a. rapport ‘Landschap van het Kromme Rijn en het Langbroekerweteringgebied (Te Boekhorst-Van Maren, E., 1981) 7 Zie ‘Buitens in het Groen’ (Van Groningen, C., 1999)
rev 1.0
Pagina 18 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Figuur 2-17: Historische kaart uit 19008 In de nabije omgeving van het Stationsgebied kunnen de volgende landschapstypen worden onderscheiden: • Landgoederen en buitenplaatsen • Kleinschalig landschap
Figuur 2-18: Historische kaart uit 19009
8 9
Afkomstig van www.topotijdreis.nl Bestemmingsplan Buitengebied Zeist Zuid-West (2018)
rev 1.0
Pagina 19 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Kernkwaliteiten Door de Provincie Utrecht worden voor de Heuvelrug de kernkwaliteiten aangegeven: • Robuuste eenheid • Reliëfbeleving • Extreme historische gelaagdheid Met daarnaast de kernkwaliteiten voor de het Rivierengebied: • Schaalcontrast van zeer open naar gesloten • Samenhangend stelsel van rivier-uiterwaard-oeverwal-kom • Samenhangend stelsel van hoge stuwwal-flank-kwelzone-oeverwal-rivier • De Kromme Rijn als vesting en vestiging Al deze kenmerken komen samen in stationsgebied Driebergen-Zeist. De locatie ligt op de overgang van open naar gesloten. Door de afwisseling kan aan het gebied een relatief hoge landschappelijke waarde worden toegekend.
2.6
Cultuurhistorie en Stichtse lustwarande
Het gebied is zeer rijk aan cultuurhistorische waarden. In de LESA wordt hier dieper op ingegaan. In verband met de ontwikkeling van het landgoedstation heeft Arcadis in 2011 ook de Kwaliteitsatlas Station Driebergen-Zeist uitgebracht. Voor de cultuurhistorie zijn van belang: 1. De ligging van het plangebied in de Stichtse Lustwarande. 2. Beschermde monumenten in gemeente Zeist. 3. Beschermde monumenten in gemeente Utrechtse Heuvelrug. 4. De historische ontwikkeling van het stationsgebied en omgeving zelf. 5. Archeologische waarden. Deze elementen worden hierna verder uitgediept. 2.6.1 De ligging in de Stichtse Lustwarande Onderstaande tekst is ontleend aan De Uitvoeringsagenda Historische Buitenplaatsen 2012-2015, provincie Utrecht, die de uitwerking vormt van het Erfgoedprogramma 2012-2018 ‘De tijd maakt Utrecht mooier’.
De Stichtse Lustwarande is een brede buitenplaatsengordel op de zuidflank van de Heuvelrug tussen Utrecht en Amerongen. De ruim honderd buitenplaatsen hebben zich in een drietal zones in de gradiënt van laag naar hoog geformeerd: ten eerste in de nattere kleizone de 17de- en 18de-eeuwse grote formele buitenplaatsen, veelal als verbouwing/vernieuwing van de middeleeuwse ridderhofsteden en bestaande uithoven. Ten tweede tussen de boven- en benedenweg op de rand van het zand de 19de-eeuwse buitenplaatsen in landschappelijke stijl die de het aanzien van met name Zeist, Driebergen en Doorn zijn gaan bepalen en kenmerkend zijn geworden voor de Lustwarande en tenslotte de vroeg 20ste- eeuwse buitenplaatsen hoger op de Heuvelrug als laatste aanvulling van de Lustwarande. In de lagere kleizone is gebruik gemaakt van de bestaande verkavelingen, op de hogere zandgronden werden de schaarse veedriften ten behoeve van nieuwe lanenstelsels rechtgetrokken en is de kale heide bebost met park- en jachtbossen, eind 19de eeuw gevolgd door productiebossen. Tussen 1900 en 1940 zijn vele buitenplaatsen verkaveld als villapark en bezet door instellingen. Na 1950 werden de overgebleven parken verder uitgenut voor kantoorbebouwing. Sinds een aantal jaren is een nieuwe vervangingsgolf gaande.
Begin 19de eeuw promoveerde de benedenweg tot hoofdroute die vanaf omstreeks 1930 verbreed en op enkele plaatsen van tracé gewijzigd werd (N237-225). De benedenweg (Arnhemse Bovenweg) kreeg het karakter van een achterweg. Niet alleen door de verschillen tussen de buitenplaatsen zelf (stijl kenmerken en omvang) en
rev 1.0
Pagina 20 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
het reliëf/bodemgesteldheid, maar ook door de hoge transformatiedynamiek tijdens de laatste eeuw toont de Stichtse Lustwarande zich als een sterk gelaagde buitenplaatsengordel met grote tijdsdiepte. Ruimtelijk kenmerkend is het ‘kantwerk’ van open (weiden, overplaatsen) en gesloten (parken/bossen) delen, waarbij nauwelijks sprake meer is van grotere doorzichten. Dit kantwerk wordt gearticuleerd door een fijnmazig patroon van dwars op de hoofdroute gerichte zichtlijnen, zichtlanen, wegen en paden. Langs de weg zijn grote verschillen in gaafheid (uitgeklede buitenplaats-restanten binnen bebouwde kommen), karakteristiek (parken en huizen) en korrelgrootte (kleine en grote buitens, boszone). Het Zeister Slotcomplex behoort tot de drie landelijke topvoorbeelden van een grootse 17deeeuwse formele aanleg, Huis Doorn is vooral bekend als museum van de Duitse keizer en Kasteelmuseum Amerongen is te beschouwen als een hollands-classicistisch icoon van een adellijke levensstandaard. Molenbosch te Zeist is één van de beste voorbeelden van een vroeg 19de-eeuws neoclassicistisch buitenhuis met landschapspark door ontwerp van J.D. Zocher. Vollenhoven-Beerschoten-Houdringe vormen één grote landschapsparkcluster, dat geldt ook voor slot Zeist-Blikkenburg-Wulperhorst-Rijnwijck als een samenhangend buitenplaatslandschap met agrarisch karakter.
Tussen Zeist-Driebergen treffen we een nog gave aaneengesloten schakeling van landschappelijke buitenplaatsen. Hydepark-Beukenrode en Broekhuizen-Dartheide zijn andere toppers.
Belangrijk bij de gebiedsontwikkeling is dat de buitenplaatsen onderdeel zijn van een geheel, een buitenplaatsbiotoop. Een buitenplaatsbiotoop wordt gevormd door de buitenplaats zelf, bestaande uit verschillende onderdelen en hun interne relaties (landhuis, tuin, park, bijgebouwen e.d.), door de structuur waar de buitenplaats bewust aan is gekoppeld (bijv. weg of waterloop), door de zichtlijnen als nauw ingekaderde en ontworpen lijn, die van buiten het complex zicht geeft op het hoofdhuis en vice versa en door het blikveld als omliggende ruimte die nodig is om de buitenplaats van buitenaf als geheel (dus vooral het park) te kunnen herkennen en ervaren. Het gaat dan om buitenplaatsen met hoog opgaande beplanting in een vlak en open gebied. Het landschap van de Stichtse Lustwarande:
Figuur 2-19: De landschappen rondom de Stichtse Lustwarande (Donkergroen: Boslandschap; lichtgroen: Open, blauw: Kromme Rijngebied)
rev 1.0
Pagina 21 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Figuur 2-20: Stichtse Lustwarande, onderdeel van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de provincie Utrecht De zichtlijnen worden geïllustreerd in de onderstaande figuur. Te zien is onder andere dat de zichtlijnen van Heerewegen en De Breul gericht zijn op het er tegenover gelegen boerderijlandschap (b+l).
. Figuur 2-21: Zichtlijnen in de landgoederenzone langs de Driebergseweg 10
10
Blijdenstein c.s. Monumenten 06 (1989)
rev 1.0
Pagina 22 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Verschillende gebouwen die horen bij deze buitenplaatsen hebben een Rijk monumentale status of zijn door de gemeente vastgesteld als monument. Daarnaast zijn diverse gebieden rondom het station formeel beschermd monument.
Figuur 2-22: Overzicht van historische buitenplaatsen in omgeving van Stationsgebied Driebergen-Zeist11 2.6.2 Beschermde monumenten in de gemeente Zeist Diverse gebieden rondom het station zijn formeel beschermd monument. Onderstaand een uitsnede uit de monumentenkaart ontleend aan de door de gemeenteraad van Zeist vastgestelde kaart. Een overzicht van de verschillende nabij gelegen monumenten in de gemeente Zeist is opgenomen in bijlage B. Figuur 2-23: Gebieden rondom het station met monumentale bescherming. Deze kaart laat zien dat Rijnwijck, de Laan van Rijnwijck, De Kleine Breul, Heerewegen, De Breul en de overplaats van De Breul tot met het voormalige boerderijcomplex gemeentelijke monumentale structuren zijn. De Breul is rijksmonument. De villa's Driebergseweg 20 en 26 zijn gemeentelijk monument. Driebergseweg 24 is een rijksmonument
11
Afkomstig uit GIS omgeving Provincie Utrecht
rev 1.0
Pagina 23 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
2.6.3 Beschermde monumenten in de gemeente Utrechtse Heuvelrug Ook in de gemeente Utrechtse Heuvelrug zijn veel gemeentelijke monumenten aanwezig rondom landgoedstation Driebergen-Zeist. De lijst met gemeentelijke monumenten is opgenomen als bijlage. Om een kaartbeeld te geven van de monumentale kwaliteiten is hierna een uitsnede van de provincie GIS-kaart opgenomen ingezoomd op dit deel van het gebied. Een overzicht van de verschillende nabij gelegen monumenten in de gemeente Utrechtse Heuvelrug is opgenomen in bijlage C. 2.6.4 De historische ontwikkeling van het stationsgebied Het Station Driebergen-Zeist, dat is gelegen aan het zogenaamde ‘Rhijnspoor’ tussen Amsterdam en Keulen, werd geopend op 17 juli 1844. Dat maakte het gebied eenvoudig toegankelijk voor welgestelde Amsterdammers die mede verantwoordelijk zijn voor de vele landhuizen en villa’s, zoals deze in de loop van tijd langs de as van de Stichtse Lustwarande zijn ontstaan. Bestond de bebouwing ter hoogte van het station aanvankelijk uit niet meer dan een verbouwde directiekeet, later in 1864 komt er een geheel nieuw station. Bestond de bebouwing direct rondom het station aanvankelijk voornamelijk uit uitspanningen en hotel, later in de 20 e eeuw kwamen er direct rondom het station ook een aantal fabrieken, zij het nog met een relatief kleinschalig karakter.
Later, in de 80er en 90er jaren van de vorige eeuw werd die bebouwing dan grootschaliger, zie ook Landschap en cultuurhistorie SDZ (Arcadis, 2013). Rondom het station vestigde zich eind 19e eeuw een aantal fabrieken.
Figuur 2-24: Station Zeist-Driebergen begin twintigste eeuw12 Deze fabrieken rondom het station zijn goeddeels gesloopt en vervangen door bedrijfspanden. De voormalige Zeistermachinefabriek bestaat nog wel en is in gebruik als autogarage. Bij de fabrieken zijn een aantal karakteristieke arbeiderswoningen gebouwd. Op het dak van een deel van deze woningen is dit nog goed te zien door de contrasterende kleur dakpannen. De karakteristieke woningen zijn aanwezig langs de gehele Odijkerweg. Door aanpassingen aan het station is de landschappelijke relatie tussen de Noord- en Zuidzijde van de Odijkerweg wel veel minder geworden.
12
http://www.stationsinfo.nl
rev 1.0
Pagina 24 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Figuur 2-25: Karakteristieke gebouwen in het cultuurhistorisch speelveld van het stationsgebied In 2013 is bij de vernieuwing van het station, de aanleg van een viaduct en de spoorverdubbeling het station en omgeving aangelegd als landgoedstation. Gekozen is voor terughoudende bebouwing, fietsparkeren onder de grond, parkeergarage bekleed met hout wat verder van de weg gelegen en een busstation ruim met bomen beplant. Ook werd het viaduct verhoogd aangelegd zodat er voor de passanten zicht op groen zou blijven.
rev 1.0
Pagina 25 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
Het station is een belangrijke Poort naar de Heuvelrug, Stichtse Lustwarande en Kromme Rijngebied. Met wandelroutes als het Stoetwegenpad naar Bunnik, de rondwandeling Aderwinkelpad vanaf Rijsenburg en de NSwandeling door landgoed Bornia naar het station Maarsbergen. De stationsoverkapping is daarbij een gemeentelijk monument
Figuur 2-26: Landschapontwerp van het station13
13
Rapport Natuur Stationsgebied Driebergen-Zeist, Arcadis (2013)
rev 1.0
Pagina 26 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
2.6.5 Archeologische waarden Archeologische waarden bevinden zich in de ondergrond en hebben beperkte ruimtelijke impact. Wettelijke bescherming (Verdrag van Malta) ziet erop toe dat de waarden niet verloren gaan. De impact voor de planontwikkeling is beperkt. Het voorkomen van waarden leidt op dit moment niet tot voorwaarden voor de inrichting. Van belang is goed onderzoek uit te voeren omdat de overgangszone tussen Rijn en Heuvelrug al langdurig is bewoond. 2.6.6
Conclusie
Het gebied ligt midden in de Stichtse Lustwarande. Belangrijk bij de gebiedsontwikkeling is dat de buitenplaatsen onderdeel zijn van een geheel, een buitenplaatsbiotoop. Deze wordt gevormd door de buitenplaats zelf, de koppeling aan wegen of waterloop en de zichtlijnen als nauw ingekaderde en ontworpen lijn.; In het plangebied bevinden zich daarnaast een aantal karakteristieke cultuurhistorische woningen die dienen te worden behouden vanwege de directe relatie met de ontstaansgeschiedenis van het gebied. Van de voormalige Zeistermachinefabriek dient te worden onderzocht of behoud en herstel mogelijk is.
rev 1.0
Pagina 27 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
3 Visie gebiedsontwikkeling In het voorgaande is dan eerst een beeld gegeven van de waarden van het gebied en een aantal algemene uitgangspunten. Er kan worden erkend dat het bebouwde gebied een opwaardering kan gebruiken. Alhoewel de bebouwing van het stationsgebied aanvankelijk een relatief kleinschalig karakter had, passend bij de schaal van de hier voorkomende buitenplaatsen, is er later toch grootschaliger bedrijfsbebouwing tot stand gekomen, die de bijzondere kwaliteiten van dit gebied niet ten goede zijn gekomen. Eventuele uitplaatsing van de betreffende ondernemingen naar bedrijventerreinen in de regio of elders in den lande en daarvoor in de plaats dan woningbouw mogelijk te maken, of een combinatie van wonen en werken, maakt het mogelijk om aan het gebied als geheel een kwaliteitsimpuls te geven. Dat uiteraard onder bepaalde randvoorwaarden, teneinde die beoogde kwaliteitsimpuls ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. In dit hoofdstuk worden de ontwerpaspecten gebaseerd op de waarden van het gebied nader uitgewerkt tot een visie, dus eerst m.b.t. waarden natuur, landschap en cultuurhistorie en dan t.a.v. mogelijkheden t.a.v. bouw woningen, dat overigens ook i.r.t. de woningbehoefte, alvorens op basis daarvan het planontwerp wordt gepresenteerd.
3.1
Multifunctioneel landgebruik
Klimaatverandering, economische groei, bevolkingsgroei en de vraag naar natuurontwikkeling en biodiversiteit zullen in de toekomst zorgen voor een forse toename van de ruimteclaim. Meervoudig ruimtegebruik, ofwel multifunctioneel landgebruik, is een veelgenoemde methode om dit ruimtetekort het hoofd te bieden. Zoals uit de Landschapsecologische systeemanalyse in hoofdstuk 2 naar voren komt, blijkt dat het gebied op dit moment al meerdere belangrijke functies vervult. Bijzonder is dat het multifunctionele landgebruik op dit moment zorgt voor versterking van de verschillende functies onderling.
Figuur 3-1: Multifunctioneel landgebruik in stedelijke omgeving. Rondom het stationsgebied worden met name andere functies gecombineerd (landbouw, ecologie, wonen, recreatie, cultuurhistorie etc.) Daarnaast dienen deze functies in breder perspectief gezien te worden dan het gebied zelf. Zo heeft het gebied zelf zeer veel ecologische potenties, maar is de functie die het nu vervult groter, doordat het een belangrijke rol heeft in
rev 1.0
Pagina 28 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
de ecologische waarden van zowel de Utrechtse Heuvelrug als de Kromme Rijnstreek. Een ander voorbeeld is de rol dit het vervult binnen de Stichtse Lustwarande. Ook hier geldt dat het gebied niet alleen de ruimte biedt aan de landgoederen zelf, maar de kwaliteit zit in de samenhang tussen de landgoederen en de aanwezige zichtlijnen dwars op de verkeersroutes: het 19e eeuwse buitenplaatskarakter als geheel.
Bij een gebiedsontwikkeling is zodoende voorzichtigheid geboden, juist doordat dit multifunctionele landgebruik nu in harmonie is. Gedreven door een opgelegde woningbouwambitie in combinatie met financiële haalbaarheid is een aantasting van die waarden eenvoudig veroorzaakt. Deze woningbouwambitie is namelijk een doelstelling op slechts een van de functies die het gebied nu reeds heeft. Ook als de aantasting daarbij geleidelijk optreedt, leidt dit uiteindelijk tot verschraling van de omgevingskwaliteit van het gebied.
3.2
Robuuste ecologische verbindingen
Om de stem van de natuur echt te laten gelden blijven er eigenlijk maar twee opties over: niet bouwen en geen nieuwe activiteiten of nog meer ruimte voor de natuur! Met meer ruimte voor de natuur wordt in dit verband bedoelt: de realisatie van het best mogelijke resultaat voor de natuur, waarbij er uiteraard alleen binnen de rode contouren woningbouw plaatsvindt. Dit houdt niet in dat er elders gecompenseerd wordt, maar dat er natuurontwikkeling tot stand komt die de huidige status van het gebied ruim overstijgt. De ontwikkeling van het gebied grijpen we dus aan als een kans om de natuurwaarde van het gebied (zowel binenn als buiten de rode contour) nog veel groter te maken dan het nu al is. De ontwikkeling van het stationsgebied wordt in dit licht bezien dus geen aanslag op de natuur, maar een lichtpunt voor de natuur. Een lichtpunt dat de natuur in de huidige biodiversiteitscrisis heel hard nodig heeft.
Kun je natuurschade überhaupt compenseren? Bij grote gebiedsontwikkelingen wordt al snel gebruik gemaakt van natuurcompensatie, maar is dit effectief? Dat weten we pas over 100 jaar. Het gaat namelijk niet alleen om kwantiteit, maar ook om kwaliteit. Een 100 jaar oude (bos)bodem bestaat letterlijk uit decimeters langzaam opgebouwde humus bestaande uit organische stof en een complex ecosysteem van planten, schimmels, bacteriën en dieren. Bodems die ook nog eens grote hoeveelheden CO2 opslaan. De grond alleen al is een ontzettend waardevolle bron van biodiversiteit. Dat is niet in een paar jaar gecompenseerd. Oude bomen bieden ruimte aan vogels, marters en vleermuizen (nestholten). Het duurt bijvoorbeeld vele decennia voordat een jonge boom geschikt is voor een buizerd om een nest in te bouwen of een specht om een nesthol te hakken.
Figuur 3-2: Kwetsbare natuur nabij stationsgebied
rev 1.0
Pagina 29 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
In de navolgende paragrafen worden kort de ecologische randvoorwaarden voor ons plan benoemd. 3.2.1 Natuurkwantiteit Om de natuur te versterken is ons oriëntatiegebied een stuk groter dan in de huidige plannen van de gemeenten. Denk aan de driehoek Bunnik, Zeist Driebergen uitwaaierend naar De Woerd in het zuiden van het gebied.
Voor de inrichting van de ecologische verbindingszones kunnen middelen worden ingezet die beschikbaar zijn voor natuurherstel (bijvoorbeeld uit het Utrechts Programma Landelijk Gebied of Groen Groeit Mee). Nieuwe fietspaden e.d. die de groenzones doorsnijden worden niet toegevoegd, ook niet in de toekomst. Ook de aanleg van nieuwe wandelpaden die ecologische verbindingen aantasten moet worden vermeden. Verder zijn extra doorgangen over of onder het spoor niet nodig. Deze belasten bovendien de financiële grondslag en haalbaarheid van de ontwikkeling. Om nieuwe inwoners de gelegenheid te bieden gebruik te maken van de bestaande volkstuinen verdient het aanbeveling deze te behouden.
3.2.2 Natuurkwaliteit In de nieuw te ontwikkelen natuur vergroten we ook de natuurwaarde (dus ook biodiversiteit). Een goede monitoring van het gebied is hiervoor nodig: wat zijn de huidige natuurwaarden en welke potentie heeft het gebied? Wat is nodig voor een optimale natuurkwaliteit? Waar zijn absolute rustplekken nodig en waar laten we recreatie toe? Hoe optimaliseren we de hydrologische kwaliteit van het gebied? Wij gaan uit een natuurkwaliteit die minimaal is: een 'Basiskwaliteit Natuur (BKN')' (zie in deze o.a. ook het: 'Biodiversriteitsplan Zeist 2024 - Samen voor meer biodiviersiteit').
Figuur 3-3: Geelsprietdikkopje
De basis van de ontwikkeling vormt een goede inventarisatie van de gebiedskwaliteiten en -waarden in en rondom het gebied2). Dat op grond van de zogenaamde ‘Lagenbenadering’. Dus inclusief ook van het aanwezige bodem- en watersysteem, evenals een analyse (wat betreft de natuur) op basis van een zogenaamde ‘Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA)’ en ook een waardering daarvan. Deze waardering vormt het uitgangspunt voor het aantal toe te voegen woningen in het gebied. Hierbij kan worden aangetekend dat het gebied op een gradiënt op het gebied van hoogte, grondwater en grondslag is gelegen. Dit bepaalt niet alleen in belangrijke mate de huidige ecologische waarden3), maar ook de hoge potentiële natuurwaarden van het gebied, zeker bij herstel van de kweldruk. Verder is het van groot belang een Plan-MER c.q. een vormvrije MER-beoordeling uit te voeren om verantwoord waarden onderling af te wegen en onderbouwde keuzen te kunnen maken. Hetzelfde geldt voor onderzoek naar de effecten van de beoogde ontwikkeling(en) op verkeersvoorzieningen en de invloed op de aangrenzende woonkernen.
rev 1.0
Pagina 30 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
3.2.3 Ecologische verbindingen Een goed alternatief voor deze robuuste verbinding tussen het oosten en westen door Nederland bestaat niet of het is onduidelijk waar die dan zou zijn. Nog los het feit dat de kracht van deze ecologische verbinding ook is gelegen in de ligging langs en op de gradiënt van de Heuvelrug. Bij welke ruimte ontwikkeling dan ook mag deze route niet in kwaliteit achteruit gaan, maar moet bij voorkeur verbeterd worden. Voor de omgeving van het landgoedstation Driebergen-Zeist betekent dat: • Geen nieuwe doorsnijdingen van de route en geen toenemen andere menselijk druk anders dan volledig gemitigeerd. • Geen afbreuk aan potentiële versterkingsmogelijkheden van de hoog - laag en oost-west-verbindingen, bij voorkeur versterkingsprojecten. Het bestaande ecologische netwerk wordt geoptimaliseerd, waarin huidige knelpunten worden weggenomen en ook nieuwe verbindingszones worden gerealiseerd. Hoe robuuster hoe beter. De huidige verbindingen binnen het gebied zijn niet ideaal. Zo mist onder andere een nat/droge verbinding (bijvoorbeeld CAT) langs de Rijnwijckse wetering over de Driebergseweg. Dit is een cruciale verbinding voor bijvoorbeeld heikikker, ringslang en grote modderkruiper. In het verlengde van het ecoduct onder de A12 is de Odijkerweg niet veilig te passeren voor onder andere dassen. Hier is een dassentunnel dus nodig.
Daarnaast is de droge verbinding voor met name reeën, maar ook dassen en boommarters vanuit de rustgebieden richting het noorden problematisch. De Driebergseweg is dan wel passeerbaar (zij het met veel risico), de hekwerken ten oosten en westen van de Breul zijn dat nauwelijks. Dit is een echt knelpunt in de route richting de bossen van de Heuvelrug.
Figuur 3-4: Toekomstige ecologische verbindingen De huidige droge verbinding over de Driebergseweg is sowieso niet ideaal. De gewenste verbinding zou een directere verbinding, inclusief ecoduct, zijn met een passage waar nu de hockeyvelden liggen. Deze verbinding moet dan ten minste 150 meter breed zijn met een ecoduct van 60 meter breed. Nog idealer zou een zone zijn waarbij deze verbinding wordt gekoppeld aan de natte verbinding langs de Rijnwijckse Wetering, waardoor een zone van 400 meter breed ontstaat met zowel natte als droge zones en twee verschillende passages die alle soorten dienen.
rev 1.0
Pagina 31 van 62
Visie Landgoedstation Driebergen-Zeist en omgeving Een gebiedsvisie die gedragen wordt door inwoners, landschap, ecologie en cultuurhistorie
In het licht van de aangekondigde woningbouw ontstaan nieuwe problemen voor de connectiviteit van het gebied door met name verstoring. Dit kan indirecte verstoring zijn door katten en honden (30% van de huishoudens heeft een kat), toename recreatie en de toename van verkeerstromen, maar ook directe verstoring door licht, geluid en aanwezigheid van mensen binnen de nieuwe wijk. Dit betekent dat recreatie in een groot deel van het omliggende gebied moet worden uitgesloten en in andere delen worden gezoneerd. Ook is het zinvol om de hogere bebouwing de centreren in de kern van de wijk en lagere bebouwing de concentreren langs de rand van de wijk. Om de verstoring laag genoeg te houden is het raadzaam om een hoge beplante wal tussen de Rijnwijckse wetering en de nieuwe woonwijk aan te leggen. Uiteraard ontoegankelijk voor mensen.