PR23.076 Zienswijze div. financiele stukken VRU
Tekst van het document
Pagina
23
innovatieve meldkamer Midden-Nederland die in 2025 operationeel moet zijn. Naast de fysieke totstandkoming van de meldkamerlocatie staan daarbij de harmonisatie en synchronisatie van de regionale meldkamerprocessen centraal. Sturen op kwaliteit en bruikbaarheid van informatie Voor veel taken in onze organisatie maken wij gebruik van informatie. Van het in kaart brengen van risico’s en het bepalen van de beste inzet bij een brand, tot het rapporteren over incidenten en opkomsttijden. De meldkamer beschikt over een belangrijk deel van de informatie die nodig is voor ons presterend vermogen. Het is daarom van belang voor onze organisatie, partners en de samenleving dat wij kunnen sturen op de bruikbaarheid en kwaliteit van deze informatie, alsmede op de snelheid waarmee deze ter beschikking komt. In de afgelopen periode hebben wij geïnvesteerd in de eenduidigheid, kwaliteit en bruikbaarheid (vergelijkbaarheid) van informatie. In 2022 is deze verder geautomatiseerd. In 2023 bouwen we verder, waarbij de aandacht o.a. uitgaat naar snellere beschikbaarheid van data t.b.v. evaluaties van incidenten met grote impact, en naar de beschikbaarheid van data die ons helpt de landelijke samenwerking van meldkamers te optimaliseren.
Overdracht beheer meldkamer De overdracht van het beheer van de meldkamer naar de politie in 2020 heeft geleid tot een financieel nadeel, omdat de uitname uit de rijksbijdrage € 0,2 miljoen hoger is dan de wegvallende beheerskosten voor de VRU. De VRU verwacht dit nadeel te kunnen compenseren na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland door het efficiencyvoordeel op de personele lasten dat daarbij ontstaat. Aanvankelijk zou de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland begin 2022 plaatsvinden. In 2020 is bekend geworden dat dit pas wordt voorzien in het eerste kwartaal van 2025 door een vertraging van de nieuwbouw in Hilversum. Door deze vertraging wordt het voorziene efficiencyvoordeel op de personele lasten pas later gerealiseerd. Met de politie is een regeling getroffen om het financiële nadeel voor de VRU in de periode 2022 tot de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland te compenseren. Met deze middelen kan vanaf 2022 het financiële nadeel als gevolg van de overdracht van het beheer worden opgevangen. Vanaf 2025, na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland, wordt verwacht dat de verlaging van de gemeentelijke bijdrage met € 0,2 miljoen structureel binnen de begroting kan worden gedekt uit het verwachte efficiencyvoordeel op de personele lasten.
Dit betekent dat de gemeentelijke bijdrage met ingang van 2022 structureel verlaagd kan worden met een bedrag van € 193k.
Productie-indicatoren Tabel 13 Productie-indicatoren Meldkamer Nr. Productie-indicatoren
1 2
Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen Verwerkingstijd meldingen
3
Multidiciplinair beeld is binnen 5 minuten beschikbaar
Realisatie 2021
Actualisatie 2022
Realisatie 2022
18.954 41 sec.
18.500 60 sec.
1
1
23.279 32 sec. 51 sec. 1
Verwerkingstijd meldingen De gemiddelde verwerkingstijd van meldingen was de afgelopen jaren gebaseerd op een deel van de prio 1 meldingen. Op basis van deze systematiek was de gemiddelde verwerkingstijd in 2022 32 seconden. We willen er naartoe dat we de gemiddelde verwerkingstijd baseren op alle prio 1 meldingen. Dan was het gemiddelde in 2022 51 seconden.
Pagina
24
Gerealiseerde baten en lasten Tabel 14 Baten en lasten Meldkamer
Pagina
25
7 Algemeen Algemene kosten en dekkingsmiddelen Tabel 15 Algemene kosten en dekkingsmiddelen Bedragen x € 1.000
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Actualisatie 2022
Realisatie 2022
Afw. Real. En act.
Bijdragen en vergoedingen gemeenten Rijksbijdrage
89.784 19.332
89.631 19.719
-153 387
Overige baten
1.442
1.815
373
110.558
111.164
606
Totaal
Overhead In de berekening van de overhead zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De organisatieonderdelen Bedrijfsvoering en Directie & Staf zijn in principe overhead, met uitzondering van: a. de centrale personeelsbudgetten die hieronder zijn opgenomen (deze worden op basis van formatie verdeeld over de taakvelden); b. de lasten van het FLO-overgangsrecht; c. kosten met betrekking tot de kazernes; d. bijdragen aan het NIPV en WVSV; e. kosten van bestuursondersteuning. 2. Overheadkosten in de primair processen zijn: a. Directeuren en afdelingshoofden: 100% b. Managementondersteuning: 100% Tabel 16 Kosten overhead Bedragen in € 1.000
Actualisatie 2022
Realisatie 2022
Afw. Real. en act.
Personeelskosten Gebouwkosten Kantoorkosten Overige kosten Overige baten Mutaties in reserve
20.573 1.605 2.542 688 -363 10
17.761 1.581 2.572 619 -626 285
2.811 24 -30 70 263 -274
Totaal overhead: % overhead
25.056 22,45%
22.192 19,41%
2.864 -3,05%
Overhead
Onvoorzien De begroting van de VRU bevat geen post onvoorzien.
Pagina
26
Gerealiseerde baten en lasten Tabel 17 Baten en lasten Algemeen inclusief Overhead
Pagina
27
Paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen, met uitzondering van de paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid, welke niet van toepassing zijn op onze organisatie. Achtereenvolgens treft u aan: Weerstandsvermogen en risicobeheersing; Onderhoud kapitaalgoederen; Financiering; Bedrijfsvoering; Openbaarheid; Verbonden partijen; Verantwoording Oekraïne.
Pagina
28
8 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Weerstandscapaciteit De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 8.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2022 € 0,5 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,4 miljoen. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) groter dan 1 (2,5). Tabel 18 Weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000
Weerstandscapacteit
2022
Bedrijfsvoeringsreserve
1.409
Totaal
1.409
Benodigde weerstandscapaciteit In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s voor 2022 weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de jaarstukken. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. Tabel 19 Benodigde weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000
Benodigde weerstandscapaciteit Omgevingswet Implementatie van bouwsteen 1 (verplichtend karakter) van het (landelijk) programma 'Toekomstbestendige brandweer' Overige (onvoorziene) exploitatierisico's Totaal
Effect
Kans
Bedrag risico
200-500 pm
25% 25%
22 pm 580
580
8.2.1 Omgevingswet Omschrijving risico Onderzoeksbureau Cebeon heeft de (financiële) gevolgen van de stelselherziening als gevolg van de Omgevingswet voor de VRU in beeld gebracht. Op basis van het Cebeon-rapport kan geconcludeerd worden dat de VRU voor de invoering van de Omgevingswet nog te maken krijgt met incidentele kosten (wegvallen capaciteit vanwege benodigde inspanningen in het project voor de inrichting van de werkprocessen en het aansluiten op gemeentelijke werkprocessen en digitaal verkeer) en structurele kosten. Bij invoering Omgevingswet speelt gelijktijdig de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Tussen het Rijk en de bestuurlijke partners zijn afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de
Pagina
29
stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden nu geschat op € 0,2 tot 0,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten). Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen. Het risico voor 2023 is berekend over het laatste kwartaal als gevolg van uitstel van invoering van de Omgevingswet (niet eerder dan per 1 januari 2024). De inschatting van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet in bedraagt ca. € 100K-€ 200K voor extra personele capaciteit. Financiële dekking voor deze incidentele kosten voor 2023/ 2024 wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf. 8.2.2
Implementatie van bouwsteen 1 (verplichtend karakter) van het (landelijk) programma 'Toekomstbestendige brandweer' Omschrijving risico De minister van JenV heeft op 21 juni 2021 het besluit genomen decharge te verlenen aan de denktank taakdifferentie en een nieuwe stuurgroep ‘toekomstbestendig brandweerstelsel’ in te richten. Deze stuurgroep heeft als opdracht gekregen om medio 2022 een plan te presenteren voor implementatie van de eerste bouwsteen van de denkrichting en als aanvullende opdracht om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om mee aan de slag te gaan, om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Bij de eerste bouwsteen gaat het om verplichte beschikbaarheid. De vrijwilliger werkt op basis van vrijwilligheid en kan niet worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment. Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft. In de opdracht van het implementatieplan voor de eerste bouwsteen worden activiteiten, planning, verantwoordelijkheden en financiën opgenomen.
Toelichting effect en kans Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de taakdifferentiatie op basis van de genoemde uitwerkingen van de stuurgroep 'toekomstbestendig brandweerstelsel' significant stijgen. De eventuele verschuiving van taken van vrijwilligers naar beroepskrachten kan leiden tot meer (parttime) beroepsaanstellingen en daarmee tot extra loonkosten voor de werkgever. Ook de kosten voor vakbekwaamheid kunnen toenemen als gevolg van een verschuiving van specialistische taken. Er is nog geen duidelijkheid over de omvang en fasering van de eventuele meerkosten als gevolg van de vrijwilligersproblematiek. Waar zich het risico van een zeer substantiële kostenverhoging gaat voordoen en het tempo van die kostenverhoging is nog niet in te schatten, omdat een eventueel besluit om het gedachte model van taakdifferentiatie in te voeren nog gekoppeld zou kunnen worden aan een derogatiebesluit (uitstel van invoering) vanuit Europa. Dit betekent ook dat de duur van het verleende uitstel van de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren voor personeel van de veiligheidsregio’s nog niet bekend is. Uitgangspunt hierbij is dat eventuele financiële consequenties als gevolg van wijzigingen in het stelsel door het Rijk worden gecompenseerd.
Pagina
30
8.2.3 Overige (onvoorziene) exploitatierisico's Omschrijving risico De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten.
Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie. De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie.
Toelichting kengetallen Netto schuldquote: Het quotiënt van totale schulden minus liquide middelen minus uitgeleende gelden en de totale baten
Tabel 20 Verplichte kengetallen
Solvabiliteitsratio: Het quotiënt van eigen vermogen en
Omschrijving kengetal
2021
2022
Netto schuldquote
22,9%
25,3%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
22,7%
25,2% Structurele exploitatieruimte:
Solvabiliteitsratio
27,0%
27,6% Het quotiënt van structurele baten
Structurele exploitatieruimte
-0,1%
-0,1% minus structurele lasten en de totale
balanstotaal
baten
8.3.1
Netto schuldquote
Onze positie met betrekking tot de schuldquote is gunstig te noemen. De norm ligt tussen de 0100%. Wij liggen hiermee ruimschoots onder het maximum van 100%. De daling van de schuldquote is veroorzaakt door een hogere stand van de liquide middelen. 8.3.2
Solvabiliteitsratio
De solvabiliteit is ten opzichte van 2021 gestegen door de afname van vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan 1 jaar. De langlopende leningen worden hoofdzakelijk gebruikt voor de financiering van de vaste activa. 8.3.3
Structurele exploitatieruimte
Alle middelen zijn structureel bestemd.
Pagina
31
9 Onderhoud kapitaalgoederen Activeren en afschrijven Conform artikel 59 van het BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar volgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat dit plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. 9.1.1 Investeringen in gebouwen De VRU had ultimo 2022 drie brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die in eigendom van de gemeenten zijn, komen voor rekening van de betreffende gemeenten. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kapitaallasten worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen, via het individueel gemeentelijk plus pakket. 9.1.2
Investeringen in overige kapitaalgoederen
Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteert de VRU een meerjarig investeringsplan welke periodiek wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten. De werkelijke kapitaallasten fluctueren. Tezamen met het meerjaren investeringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting.
Onderhoud 9.2.1
Onderhoud gebouwen en installaties
Hoofdkantoor Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het provinciehuis. Het onderhoud voor deze locatie is onderdeel van de servicekosten die wij naast de huur aan de provincie Utrecht betalen. Brandweerkazernes De kosten voor het beheer en onderhoud van de brandweerkazernes zijn voor rekening en risico van de gemeenten. 9.2.2
Onderhoud materieel
Het onderhoud van materieel wordt grotendeels in eigen beheer door - uitgevoerd of uitbesteed via het VRU-organisatieonderdeel Bedrijf Preparatie Brandweer.
Pagina
32
10 Financiering Het wettelijke kader voor het financieringsbeleid is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het treasury-beleid van de VRU ligt vast in het treasurystatuut VRU.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet laat het maximumbedrag zien waarmee een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming van de reserves. Ons netto overschot in 2022 bedroeg gemiddeld € 29,5 miljoen. Onderstaande tabel laat de berekening zien van de kasgeldlimiet in 2022. Daaruit blijkt dat de gemiddelde liquiditeitspositie over heel 2022 voldoet aan de norm.
Tabel 21 Kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000,-
Maand v/h kwartaal
Kw 1
Kw 2
Kw 3
Kw 4
(1) Vlottende (korte) schuld (1) Vlottende (korte) schuld (1) Vlottende (korte) schuld
maand 1 maand 2 maand 3
7.566 5.569 2.954
8.106 4.354 7.055
6.187 3.966 4.557
9.450 9.576 17.958
(2) Vlottende middelen (2) Vlottende middelen (2) Vlottende middelen
maand 1 maand 2 maand 3
48.179 41.897 34.507
49.460 41.058 29.758
41.226 31.329 23.329
38.713 28.887 33.478
maand 1 maand 2 maand 3
-40.613 -36.328 -31.553
-41.354 -36.704 -22.703
-35.039 -27.363 -18.772
-29.263 -19.311 -15.520
-36.165
-33.587
-27.058
-21.365
(5) Kasgeldlimiet
9.512
9.512
9.512
9.512
(6a) Ruimte onder kasgeldlimiet (5>4) (6b) Overschrijding van de kasgeldlimiet (4>5)
45.677 -
43.099 -
36.570 -
30.877 -
Berekening kasgeldlimiet (7) Begrotingstotaal (8) Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage (9) Kasgeldlimiet : 7 x 8 : 100
116.006 8,2% 9.512
116.006 8,2% 9.512
116.006 8,2% 9.512
116.006 8,2% 9.512
(3) Netto vlottende schuld (+) of Overschot vlottende middelen (-) (1-2)
(4) Gemiddelde netto vlottende schuld (+) of Gemiddeld overschot vlottende middelen (-)
Pagina
33
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel het renterisico bij herfinanciering te beperken. De jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen mogen niet méér bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Uit de volgende tabel blijkt dat is voldaan aan de renterisiconorm. Tabel 22 Renterisiconorm Bedragen in € 1.000
Renterisiconorm
2021
2022
Omvang begroting Renterisiconorm Toets renterisiconorm
98.178 20% 19.636
116.006 20% 23.201
Renteherzieningen op leningen o/g Betaalde aflossingen Renterisico
2.123 2.123
2.973 2.973
Ruimte onder renterisiconorm
17.513
20.228
Pagina
34
11 Bedrijfsvoering Personeel 11.1.1
Formatie en bezetting
De formatie en bezetting (in fte) per ultimo 2022 zijn als volgt: Tabel 23 Formatie & bezetting
Formatie per 31-12
Bezetting per 31-12
Verschil
Bezetting in %
Concerndirectie en stafafdeling Brandweerrepressie Bedrijf Preparatie Brandweer Risicobeheersing Crisisbeheersing GHOR Bedrijfsvoering
32,5 271,0 125,8 117,1 38,9 11,3 108,4
30,4 247,6 120,4 98,8 35,9 11,4 98,2
2,1 23,4 5,4 18,3 3,0 -0,1 10,1
93% 91% 96% 84% 92% 101% 91%
Totaal
705,0
642,7
62,3
91%
Organisatieonderdeel
Het verschil tussen formatie en bezetting betreft een momentopname. Een deel van de vacatures is moeilijk in te vullen, mede door de coronacrisis en de krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt een deel van de vacatures bewust aangehouden. 11.1.2
Aantal vrijwilligers
Het aantal vrijwilligers dat werkzaam is voor de VRU is als volgt: Tabel 24 Vrijwilligers Jaar
Instroom
Uitstroom
Aantal per 31-12
2021 2022
95 108
102 115
1.640 1.633
In 2022 is het aantal vrijwilligers afgenomen met 7 vrijwilligers tot 1.633. Ook in 2020 en 2021 was sprake van een afname. Ondanks diverse inspanningen, is het nog niet gelukt de daling van het aantal vrijwilligers tot staan te brengen. Begin 2020 is in het bestuurlijk vastgestelde Materieel- en personeelsbeheer en –spreidingsplan de streefsterkte van 1.691 vrijwilligers vastgesteld. Per saldo is sprake van een afwijking van 58 vrijwilligers. Naast deze afname staat ook de beschikbaarheid van vrijwilligers tijdens ‘kantooruren’ onder druk. Als gevolg van beide ontwikkelingen neemt de belasting van de vrijwilligers verder toe. 11.1.3
Jeugdbrandweer
Het gemiddeld aantal jeugdbrandweerleden bedroeg 371. Er zijn 9 jeugdleden doorgestroomd naar de reguliere brandweer.
Pagina
35
11.1.4
Wet banenafspraak
De VRU heeft voor 2022 de ambitie gesteld om 15 garantiebanen te realiseren. Ultimo 2022 zijn er 11,96 fte garantiebanen gerealiseerd. 11.1.5 Diversiteit De VRU is sinds september 2022 partner van de non-profit organisatie JINC. Door de samenwerking aan te gaan, helpen we kinderen uit wijken met een sociaaleconomische achterstand op weg naar een goede start op de arbeidsmarkt. Via de projecten van JINC maken deze kinderen kennis met allerlei beroepen, ontdekken ze welk werk bij hun talenten past en leren ze solliciteren. Op 4 oktober hebben we deelgenomen aan Diversity Day, een initiatief van de Sociaal Economische Raad (SER) om in Nederland aandacht te besteden aan diversiteit en inclusie. Dit jaar was het thema ‘Verschil Verrijkt’. Op deze dag hebben we een aantal inspirerende berichten op intranet over diversiteit gedeeld, waaronder een videoboodschap van Jaap Donker over waarom we dit onderwerp binnen onze organisatie zo belangrijk vinden. Het project dat eerder al opgestart was om collega’s te werven uit specifieke doelgroepen, maar in 2021 nog stil lag vanwege de coronapandemie, is in 2022 weer opgepakt. Met een aantal nieuwe posten is gekeken hoe zij beter in beeld kunnen komen bij deze doelgroepen en welke ondersteuning zij hiervoor nodig hebben om dit te realiseren.
In wervingsuitingen geeft de VRU nog steeds consequent aan naar inclusiviteit en talent te streven: “Veiligheidsregio Utrecht werft mensen met de beste capaciteiten en laat zich niet leiden door culturele achtergrond, fysieke of mentale beperking, genderidentiteit, geloofsovertuiging, geaardheid of leeftijd. Wij zijn op zoek naar mensen met talent.” 11.1.6
Verzuim 2022
Het verzuim in 2022 ligt in lijn met 2021. Het kortdurig verzuim het toegenomen in 2022, daarentegen is het langdurig verzuim licht afgenomen. Het streven is een verzuimpercentage van 5 %. Voor de medewerkers van de Veiligheidsregio Utrecht is in 2022 een verzuimprotocol vastgesteld. De insteek van dit protocol is niet de ziekte van de medewerker, maar zijn mogelijkheden om werkzaamheden te verrichten ondanks beperkingen. Doel is een handvat te bieden aan leidinggevenden om zo het ziekteverzuim binnen de organisatie zoveel als mogelijk te beperken. Deze regels zijn gebaseerd op de Wet verbetering poortwachter. Het verzuim zou hiermee in 2023 omlaag gebracht moeten worden. Daarnaast wordt op dit moment een analyse gemaakt van het verzuim, om per directie te bepalen welk deel van het verzuim nog beïnvloedbaar is en welke middelen daarvoor het beste ingezet kunnen worden. Tabel 25 Verzuim
Verzuimpercentage
2019
2020
2021
2022
1 tot 8 dagen (kort) 8 tot 42 dagen (middelllang) 43 dagen en meer (lang)
0,48% 0,51% 4,73%
0,36% 0,83% 3,29%
0,36% 0,94% 4,72%
0,84% 0,99% 4,26%
Totaal
5,72%
4,46%
6,02%
6,09%
Pagina
36
11.1.7 Pilot geestelijke verzorging In 2022 is verder uitvoering gegeven aan de pilot geestelijke verzorging. De geestelijk verzorger is een nieuwe functie binnen de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). Bij wijze van proef onderzoekt de VRU in een tweejarige pilot op welke wijze inzet van een geestelijk verzorger kan bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Na de aanvankelijke focus op individuele begeleiding en advies (vanwege de beperkingen van corona), werd het na corona ook mogelijk om meer te investeren op groepswerk, introducties voor teams en trainingen. De cirkel van bereikte brandweerposten wordt steeds groter. Er is in het eerste jaar een continue stroom van ongeveer 50 dossiers in de individuele begeleiding, en wekelijkse trainingen ergens in de regio. Leidinggevenden weten de geestelijke verzorger steeds beter te vinden voor advies op zorg voor de medewerkers en als klankbord. Ook het eerste jaar van het promotieonderzoek naar de impact van ingrijpende gebeurtenissen is met goed gevolg afgerond, wat daarmee een basis kan gaan vormen voor de vorm en inhoud van de geestelijke verzorging. De tussentijdse evaluatie voor 2022 heeft conform planning plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat de doelstellingen van de pilot grotendeels zijn gerealiseerd.
Op basis van de tussentijdse evaluatie is de opdracht gegeven om in het voorjaar van 2023 een concreet voorstel uit te werken om geestelijke verzorging binnen de VRU structureel te borgen. 11.1.8 Melden van Onveilige Situaties en (bijna)Ongevallen (OSIO) Het melden van onveilige situaties, incidenten en ongevallen kan bijdragen aan de veiligheid of arbozorg binnen een organisatie. OSIO meldingen geven inzicht in de risico’s voor de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de VRU medewerkers. Door de meldingen te analyseren kan er worden geleerd en kunnen maatregelen worden genomen om soortgelijke incidenten en situaties in de toekomst te voorkomen. Door bovendien te kijken naar de meer fundamentele oorzaken (de oorzaak achter de oorzaak) kan de veiligheids- of arbozorg binnen de VRU naar een hoger niveau worden getild waardoor andersoortige ongevallen, die dezelfde basisoorzaken hebben, kunnen worden voorkomen. In het kalenderjaar 2022, zijn er 171 incidenten op medewerkersniveau gemeld, waarvan 122 ongevallen; 45 bijna ongevallen/onveilige situaties; 4 meldingen agressie en geweld. Het aantal incidenten op medewerkersniveau is ten opzichte van 2021 gestegen van 111 naar 171.
Pagina
37
Inhuur Het volgende overzicht is een weergave van de besteding per inhuurcategorie. Tabel 26 Besteding per inhuurcategorie Bedragen x € 1.000
Actualisatie 2022
Inhuur
Realisatie 2022
Afwijking
Inhuur reguliere werkzaamheden Vervanging i.v.m. ziekte Vervanging i.v.m. vacature Instructeurs Subtotaal inhuur binnen formatie
465 2.369 218 3.052
871 2.676 272 3.819
-407 -307 -53 -767
Inhuur additionele werkzaamheden Tijdelijke capaciteit voor projecten Subtotaal inhuur bovenop de formatie
5.707 5.707
6.082 6.082
-375 -375
Totaal inhuur
8.759
9.901
-1.142
De hogere kosten voor inhuur reguliere werkzaamheden betreft voornamelijk ziektevervanging en de inhuur op een aantal moeilijk in te vullen vacatures. De hogere kosten inhuur voor projecten wordt veroorzaakt door project Ontheemden Oekraïne.
Beleidsindicatoren Tabel 27 Beleidsindicatoren Naam indicator Eenheid
Formatie Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Externe inhuur Overhead
Fte per 1000 inwoners Fte per 1000 inwoners Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom Totale kosten inhuur externen % van de totale lasten
Realisatie 2021
Actualisatie 2022
Realisatie 2022
0,51 0,48 € 69,0 9% € 4,9 mln 24%
0,51 0,47 € 80,6 15% € 9,7 mln 23%
0,51 0,47 € 78,9 16% € 9,9 mln 21%
Op basis van de CBS is voor de realisatie 2022 uitgegaan van 1.369.873 inwoners per 1 januari voor de provincie Utrecht.
Apparaatskosten zijn alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de ambtelijke organisaties. Dit zijn in feite de totale lasten van de VRU minus de jaarlijkse bijdrage aan het NIPV en WVSV.
Duurzaamheid In onze samenleving ligt een grote uitdaging op het gebied van duurzaamheid. Om de aandacht voor duurzaamheid vast te houden en te verstevigen is een duurzame bedrijfsvoering als beleidsbeginsel opgenomen in het VRU-beleidsplan 2020-2023. In onze interne communicatie en in onze bedrijfsvoering besteden we steeds meer aandacht aan duurzaamheid. Waar de uitvoering van onze taken dit niet in de weg staat, kiezen we voor duurzame oplossingen. In 2022 heeft een extern bureau een duurzaamheidsscan uitgevoerd en een adviesrapport opgeleverd voor de VRU met verduurzamingskansen. Met dit rapport kunnen we als VRU bepalen
Pagina
38
hoe we in de aankomende beleidsperiode 2024-2027 invulling willen geven aan onze duurzaamheidsambities. Een aantal voorbeelden van duurzaamheidsinitiatieven van het afgelopen jaar: Verduurzaming wagenpark, aanschaf energiezuinige printers, overstap naar energiezuiniger datacentra, social return in aanbestedingen. Per 1 december 2022 zijn op alle brandweerposten op kantoor- en de verblijfsruimten de thermostaat ingesteld op maximaal 19 graden Celsius en in de remiseruimte op maximaal 15 graden Celsius. Verduurzamen van de huisvesting: recent voorbeeld is de nieuwe Adembeschermingswerkplaats in Houten. Naast zonnepanelen en gasloos, maakt dit gebouw gebruik van duurzame warmte-opwekking en er is een droogkamer in de ABwerkplaats die 80% van de warme lucht hergebruikt. De VRU heeft het welzijn van haar medewerkers hoog in het vaandel. Het pand voldoet aan de eisen ten aanzien van schoon werken en kunnen onze medewerkers verantwoord werken volgens de eisen die worden gesteld vanuit de Arbo-wetgeving. Er is aandacht voor de sociale kant van duurzaamheid, bijvoorbeeld duurzame inzetbaarheid, inclusie en diversiteit. De VRU heeft samen met andere veiligheidsregio’s en het NIPV deelgenomen aan de SDG Challenge, een wedstrijd die studenten en organisaties verbindt om samen te werken aan de Sustainable Development Goals (SDG's) van de Verenigde Naties (VN).
Een studententeam van de TU Delft heeft de CO2 footprint van realistisch oefenen in kaart gebracht en een aantal mogelijkheden bedacht hoe deze gereduceerd kan worden. Er zijn dit jaar diverse communicatieberichten over duurzaamheid op intranet geplaatst om medewerkers te laten meedenken over duurzaamheid, deze berichten gingen o.a. over de Nationale Klimaatweek, er is duurzame inspiratie gedeeld en een footprint quiz.
Privacy In 2022 heeft de VRU stappen gezet op het gebied van bewustwording en training. Er is een communicatiecampagne opgezet en een training is beschikbaar gemaakt in de elektronische leeromgeving. Een verdere verbetering van bewustwording op de brandweerposten wordt voorbereid. Diverse documenten zijn geüpdatet, zoals de verwerkersovereenkomst en documenten behorende bij het meldproces datalekken. Het systeem voor het melden van datalekken is ook veranderd. In 2022 zijn er 22 datalekken bij de FG gemeld, waarvan er één geen datalek bleek te zijn, en één aan de Autoriteit Persoonsgegevens is gemeld (binnen de daarvoor gestelde termijn). Naar aanleiding van het aan de AP gemelde datalek zijn geen vragen van de AP ontvangen. Het aantal aan de FG gemelde datalekken is een forse stijging ten opzichte van 2021, maar dit kan toegeschreven worden aan de toegenomen bewustwording.
Pagina
39
12 Openbaarheid Per 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden. De Wet open overheid (hierna: Woo) is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob). Waar de Wob voornamelijk zag op het passief openbaar maken van informatie, richt de Woo zich voornamelijk op het actief openbaar maken van informatie en het op orde brengen van de informatiehuishouding van bestuursorganen. Een van de verplichtingen die uit de Woo volgt is dat bestuursorganen jaarlijks in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo en in de verantwoording verslag doen van de uitvoering van de wet, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Bestuursorganen gaan in de openbaarheidsparagraaf in op de beleidsvoornemens (c.q. behaalde resultaten) met betrekking tot de actieve en passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding. Omdat de wet halverwege 2022 in werking is getreden, is er nog geen volledige cyclus van beleidsvoornemens en daarop behaalde resultaten. Toch zijn er ten aanzien van de genoemde onderwerpen al belangrijke eerste stappen gemaakt. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) Met de inwerkingtreding van de Woo is een werkinstructie en werkproces opgesteld met daarbij verschillende briefsjablonen voor elke stap in het proces.
De eerste verzoeken om informatie op grond van de Woo zijn inmiddels volgens deze lijn binnen de daarvoor geldende termijnen afgewikkeld. Actieve openbaarmaking Om invulling te geven aan de actieve openbaarmaking is een inventarisatie opgestart en afgerond naar alle algemeen verbindende voorschriften en beleid van de VRU. Met het vernieuwen van de website VRU.nl wordt de Woo als belangrijk onderwerp gezien bij het ontwerpen van de nieuwe website. De Woo schrijft elf categorieën voor die onder de actieve openbaarmakingsplicht vallen. Met de ontwikkelaar van de nieuwe website wordt bepaald hoe de ontsluiting van deze elf categorieën zo eenvoudig mogelijk en conform de vereisten van digitale toegankelijkheid kan plaatsvinden. Op grond van de Woo moeten de elf categorieën gefaseerd actief openbaar gemaakt worden. Dit een proces van enkele jaren. Informatiehuishouding op orde Met de behandeling van een aantal Woo-verzoeken blijkt dat niet alle documenten digitaal toegankelijk zijn. Voor hele oude documenten is dit geen verplichting, echter vanaf 2018 dienen documenten al conform de vereisten van digitale toegankelijkheid te zijn opgebouwd. Naast het digitale archief is er nog sprake van een fysiek archief. Bij de behandeling van verschillende Woo-verzoeken is gebleken dat de afstemming tussen beide archieven nog aandacht behoeft.
Pagina
40
13 Verbonden partijen Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) De WVSV is de werkgeversvereniging van de 25 veiligheidsregio’s die met de werknemersorganisaties op landelijk niveau tot afspraken komt over arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers van de veiligheidsregio’s (met uitzondering van het personeel dat onder een eigen Cao valt bijvoorbeeld Cao Ambulancezorg). De WVSV is zelfstandig en onafhankelijk, juridisch vormgegeven als vereniging. Statuten en huishoudelijk reglement zijn beschikbaar op de website: www.wvsv-nl.nl. Belang De WVSV maakt namens haar leden afspraken met de vakbonden over collectieve arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Deze afspraken worden vastgelegd in de “CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s” (voorheen CAR-UWO). Met het vaststellen van de begrotingen voor 2022 en 2023 heeft de Algemene Vergadering ook de contributiebedragen voor beide jaren vastgesteld. Statutair is bepaald dat het lidmaatschap van de veiligheidsregio’s op gelijkwaardige basis plaatsvindt en dat elke veiligheidsregio 1/25ste van het saldo van de begroting bijdraagt.
Financiële informatie Eigen en vreemd vermogen voor bestemming 2022: nog niet bekend Jaarresultaat 2022: nog niet bekend Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Het NIPV is de landelijke ondersteuningsorganisatie voor de veiligheidsregio's (versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing). Via de Wet veiligheidsregio's zijn verschillende wettelijke taken overgeheveld naar het NIPV. Het NIPV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Het NIPV voert naast haar wettelijke taken ook taken uit in opdracht van de Veiligheidsregio's. Deze taken worden door de Veiligheidsregio’s betaald. Het aandeel van de VRU in de exploitatie bedraagt 6,5%. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het NIPV. De bijdrage van de VRU aan het NIPV bedroeg € 711K over 2022.
Pagina
41
14 Verantwoording Oekraïne Tabel 28 Voorlopige verantwoording Oekraïne
Pagina
42
Jaarrekening 2022
Pagina
43
1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en lasten worden slechts genomen voor zo ver zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende, arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. 1.1.1
Vaste activa
Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en eventuele bijdragen van derden in de kosten van dit actief. Ten aanzien van de investering en afschrijving worden de bepalingen en termijnen toegepast zoals deze zijn vastgelegd in de nota activabeleid. Financiële vaste activa Leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. 1.1.2
Vlottende activa
Vorderingen, liquide middelen en overlopende activa Vorderingen, liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid van de vorderingen wordt een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 1.1.3
Vaste passiva
Voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van bestaande afspraken vastgesteld of de voorzieningen nog toereikend zijn om aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen te voldoen. De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Langlopende schulden Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De langlopende schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer.
Pagina
44
1.1.4
Vlottende passiva
Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva worden opgenomen tegen nominale waarde. 1.1.5
Resultaatbepaling
Algemeen De baten en de lasten worden toegerekend aan het jaar, waarop zij betrekking hebben. De lasten zijn bepaald met inachtneming van de hierboven vermelde waarderingsgrondslagen en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Baten zijn verantwoord in het jaar waarin de diensten zijn verricht. Verliezen zijn in aanmerking genomen in het jaar waarin ze voorzienbaar zijn. Kapitaallasten De geactiveerde investeringen worden afgeschreven met de lineaire afschrijvingsmethode met de daarbij behorende afschrijvingstermijnen. Hierbij wordt de restwaarde bij de bepaling van de afschrijvingsbedragen op nihil gesteld. Van de activa die in de loop van het jaar 2022 in gebruik zijn genomen, wordt vanaf januari 2023 gestart met afschrijven. Aan de geactiveerde investeringen is een rekenrente van 1,69% toegerekend. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari en jaarlijks ten laste van de exploitatie gebracht. De hoogte van de interne rekenrente wordt bij begroting vastgesteld. Lasten FLO-overgangsrecht Op 1 januari 2006 is het Functioneel leeftijdsontslag (FLO) afgeschaft. Voor medewerkers die nog niet met FLO waren, maar wel onder deze regeling vielen, is landelijk het zogeheten FLOovergangsrecht afgesproken. De kosten voor het FLO-overgangsrecht maken onderdeel uit van het gezamenlijke basistakenpakket.
In de begroting van de VRU bevat een structurele post voor de lasten voor het FLO-overgangsrecht. Schommelingen in de begroting worden zoveel mogelijk geëgaliseerd via de bestemmingsreserve FLO-overgangsrecht. Afwijkingen ten aanzien van de realisatie worden toegelicht in de jaarrekening. Jaarlijks wordt de meerjarenraming voor de lasten voor het FLO-overgangsrecht herijkt. Hierbij wordt getoetst of de beschikbare middelen (in meerjarig perspectief) toereikend zijn. Als ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, wordt de begroting (en de daarin opgenomen bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket) bijgesteld, zodat de VRU te allen tijde aan haar verplichtingen kan (blijven) voldoen.
Pagina
45
2 Overzicht van baten en lasten Overzicht van baten en lasten naar categorie Tabel 29 Overzicht baten en lasten naar rubriek Bedragen x € 1.000
Categorie
Realisatie Geactualiseerde 2021 begroting 2022
Realisatie 2022
Afwijking realisatie en begroting
864
Lasten L1
Personele kosten
75.765
83.952
83.088
L2
Kapitaallasten
6.909
6.685
6.695
-10
L3
Materiële kosten
11.894
20.204
19.046
1.157
Totaal Lasten
94.568
110.841
108.830
2.011
-153
Baten B1
Bijdragen en vergoedingen gemeenten
87.723
89.784
89.631
B2
Rijksbijdrage
9.726
19.332
19.719
386
B3
Overige baten
2.623
1.442
1.815
373
Totaal Baten
100.073
110.558
111.164
606
5.505
-283
2.334
2.618
Saldo van baten en lasten R1
Storting reserves
4.292
5.165
5.519
-353
R2
Onttrekking reserves
1.889
5.449
3.926
-1.522
Resultaat
3.102
-
742
742
Het jaar 2022 sluit met een positief resultaat voor bestemming van € 0,7 miljoen (circa 0,7% van de begroting). De lagere personele lasten worden onder andere veroorzaakt door tijdelijk vacatureruimte. De afwijking op de materiële hebben voornamelijk betrekking op activiteiten die doorschuiven naar 2023. Een deel van de afwijkingen op de verschillende categorieën is technisch van aard en aan elkaar gerelateerd. Per saldo zorgen deze afwijkingen niet voor een resultaateffect. Uit de gecorrigeerde afwijkingen blijkt dat het resultaat van ruim € 0,7 miljoen op hoofdlijnen bestaat uit lagere personele lasten (€ 0,6 miljoen) en materiële lasten (€ 0,13 miljoen) enerzijds en hogere baten (€ 0,07 miljoen) anderzijds. De kosten voor de opvang van Oekraïense ontheemden bedroegen in 2022 € 9,5 miljoen. Deze kosten worden één op één vergoed door het rijk. Zowel de kosten als de baten maken onderdeel uit van de exploitatie van de VRU, zie tabel 1. De kosten voor de crisisnoodopvang bedragen € 6,2 miljoen. Deze kosten zijn rechtstreeks doorbelast aan het COA en daarmee geen onderdeel van de exploitatie van de VRU.
Pagina
46
Toelichting op het overzicht van baten en lasten naar categorie De tabellen geven inzicht in de afwijkingen per categorie. De grootste (>100K) en bestuurlijk relevante afwijkingen worden vervolgens nader toelicht. 2.2.1
Categorie L1 – Personele lasten
Tabel 30 Personele lasten
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Hogere salarislasten CAO (- € 474K): de werkgeversvereniging voor de Veiligheidsregio’s (WVSV) is aanvullend op de lopende cao-afspraken voor 2022 met de vakbonden een eenmalige uitkering overeengekomen die is uitbetaald in december 2022. Deze uitkering was niet begroot (€ 388K). In 2022 is het verlofsparen ingevoerd. De gebruikmaking hiervan zorgt voor een afwijking ten opzichte van de begroting (€ 86K). Lagere vergoedingen vrijwilligers (€ 233K): De vrijwilligersvergoedingen waren in 2022 lager dan begroot. Dit komt voornamelijk doordat het aantal vrijwilligers in 2022 lager dan de streefsterkte was. Lagere lasten FLO-overgangsrecht en 2e loopbaan (€ 417K): in 2022 zijn landelijk afspraken gemaakt die het mogelijk maken om eerder een verzoek kunnen doen om na 20 jaar werkzaam te blijven in een repressieve brandweerfunctie. Dit heeft ervoor gezorgd dat in 2022 minder brandweermedewerkers een opleiding hebben gedaan in het kader van hun tweede loopbaan (€ 369K). Hun recht op deze opleidingsfaciliteiten blijft bestaan. Door een lagere onttrekking aan de daarvoor reserve (zie R2-2) blijven de daarvoor bestemde middelen dan ook beschikbaar. Per saldo is in 2022 geen sprake van een resultaateffect. Dit zelfde geldt ook voor de lagere lasten FLO-overgangsrecht (48K), tegenover deze lagere lasten staat een hogere storting aan de daarvoor bestemde reserve (zie R1-2).
Hogere personele kosten opvang ontheemden Oekraïne (-€ 553K): dit betreft voornamelijk hogere kosten voor inhuur. Tegenover de hogere lasten staat een hogere rijksbijdrage. Per saldo is geen sprake van een resultaateffect. Lagere kosten voor inleen juridisch loket COVID-19 (€ 100K): in de begroting 2022 was rekening gehouden met het in stand houden van het juridische loket voor COVID-19 ter ondersteuning van de gemeenten. Dit is niet nodig gebleken. In 2022 zijn de middelen dan ook niet besteed. Tegenover de lagere kosten staat een lagere onttrekking aan de ontwikkel- en egalisatiereserve die ervoor zorgt dat er in 2022 geen sprake is van een resultaateffect en de middelen in de reserve beschikbaar blijven. Lagere salariskosten door vacatures en saldo overige afwijkingen (€ 890K): dit betreft voornamelijk het saldo aan lagere salarislasten door vacatureruimte en hogere kosten in-, door- en uitstroom. Een deel van de vacatures blijkt lastig in te vullen, zodat vacatures langer open staan en meer inspanningen nodig is om deze in te vervullen. *In dit saldo is een bedrag van € 14K saldo neutrale afwijkingen opgenomen. Lagere inhuurkosten doorgeschoven activiteiten (€ 252K): dit betreft voornamelijk ICTprojecten waarvan de realisatie voor een deel in 2023 plaatsvindt Tegenover de lagere
Pagina
47
kosten in 2022 staat een lagere onttrekking aan de reserves (zie R2-3), waardoor deze middelen beschikbaar blijven voor de afronding in 2023. 2.2.2
Categorie L3 – Materiële lasten
Tabel 31 Materiële lasten
1.
2.
3.
4.
2.2.3
Lagere kosten opvang ontheemden Oekraïne (€ 167K): in de geactualiseerde begroting was rekening gehouden met hogere materiele kosten voor de opvang van ontheemde Oekraïners dan uiteindelijk is gerealiseerd. De lagere kosten worden in de eindafrekening verrekend in de rijksbijdrage, waardoor per saldo geen sprake is van een resultaateffect. Lagere kosten beheerpakketten brandweerposten (€ 153K): de gemeenten zijn verantwoordelijk voor de brandweerposten en stellen deze om niet ter beschikking aan de veiligheidsregio. Gemeenten kunnen via het individueel gemeentelijk pluspakket beheertaken door de VRU laten uitvoeren en betalen daarvoor een kostendekkende vergoeding. De lagere kosten in 2022 zijn verrekend met een lagere vergoeding voor het individueel pluspakket. Per saldo is geen sprake van een resultaateffect. Lagere kosten operationeel uniform (€ 709K): dit betreft lagere kosten in verband met vertraagde uitlevering van het operationeel uniform. Tegenover deze lagere kosten, staat een lagere onttrekking aan de reserves (zie R2-3), waardoor deze middelen beschikbaar blijven voor de uitlevering in 2023. Saldo overige afwijkingen (€ 128K): dit betreft voornamelijk lagere materiële kosten in verband met doorgeschoven activiteiten. Een deel van de in 2022 geplande levering vindt plaatst in 2023.
Tegenover de lagere kosten in 2022 staat een lagere onttrekking aan de reserves (zie R2-1 en R2-3), zodat deze middelen in 2023 ingezet worden om de kosten voor de resterende leveringen te dekken. *In dit saldo is een bedrag van € 5K saldo neutrale afwijkingen opgenomen.
Categorie B1 – Bijdragen en vergoedingen gemeenten
Tabel 32 Bijdragen en vergoedingen gemeenten
1.
Lagere vergoeding beheerpakketten brandweerposten (-€ 153K): dit betreft de verrekening van de lagere huisvestingskosten met betrekking tot de brandweerposten (zie L3-2).
Pagina
48
2.2.4
Categorie B2 - Rijksbijdrage
Tabel 33 Rijksbijdrage
1.
Hogere vergoeding rijksbijdragen voor opvang Ontheemden Oekraïne (€ 229K): dit betreft het saldo van de eindafrekening met betrekking tot de opvang van ontheemde Oekraïners. Tegenover deze hogere opbrengsten staan per saldo ook hogere kosten (zie L1-4 en L3-1). Per saldo is geen sprake van een resultaateffect.
2.2.5
Categorie B3 – Overige baten
Tabel 34 Overige baten
1.
2.
Boekwinst verkoop activa (€ 285K): dit betreft de gerealiseerde boekwinst op de verkocht activa die conform het activabeleid wordt gedoteerd aan de egalisatieserve kapitaallasten (zie R1). Per saldo leidt dit niet tot een resultaateffect. Saldo overige afwijkingen (€ 88K): dit betreft voornamelijk hogere opbrengsten voor werkzaamheden voor andere overheden vanuit de werkplaatsen. *In dit saldo is een bedrag van € 19K saldo neutrale afwijkingen opgenomen.
2.2.6
Categorie R1 – Storting reserves
Tabel 35 Storting reserves
1.
2.
Hogere dotatie kapitaallastenreserve (-€ 305K): conform het activabeleid wordt de gerealiseerde boekwinst (zie B3-1) op verkochte activa gedoteerd aan de egalisatieserve kapitaallasten (-285K). De overige afwijking (€ -21K) betreft de dotatie van het positieve saldo van de lagere kapitaallasten. Per saldo leidt dit niet tot een resultaateffect. Hogere dotatie FLO-overgangsrecht (-€ 48K): dit betreft de dotatie van het saldo van de lagere lasten FLO-overgangsrecht (zie L1-3).
Pagina
49
2.2.7
Categorie R2 – Onttrekking reserves
Tabel 36 Onttrekking reserves
1.
Lagere onttrekking ontwikkel- en egalisatiereserve (- € 184K): dit betreft een lagere onttrekking in verband met doorgeschoven activiteiten (L3-3).
2.
Lagere onttrekking reserve 2e loopbaan (- € 377K): dit betreft de dotatie van het saldo lagere lasten 2e loopbaan (zie L1-3).
3.
Lagere onttrekking kapitaallastenreserve (- € 961K): Dit betreft doorgeschoven activiteiten. (zie L1-3, L3-3 en L3-4).
Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2022 De begroting bestaat uit een programma: Veiligheidsregio Utrecht, met daarin de programmaonderdelen die zijn opgenomen in de programmaverantwoording. Tabel 37 Overzicht baten en lasten Bedragen in € 1.000
Actualisatie 2022 Lasten Baten
Saldo
Lasten
Realisatie 2022 Baten
Saldo
Overzicht van baten en lasten Veiligheidsregio Utrecht Overhead Saldo van baten en lasten
85.432 25.409 110.841
110.195 363 110.558
24.763 -25.046 -283
86.296 22.534 108.830
110.538 626 111.164
24.242 -21.908 2.334
Mutaties in reserve Veiligheidsregio Utrecht Overhead Saldo mutaties in reserve
Dotatie 4.235 930 5.165
Onttrekking 4.529 920 5.449
Saldo 294 -11 283
Dotatie 4.566 953 5.519
Onttrekking 3.258 668 3.926
Saldo -1.308 -285 -1.593
Totaal
116.006
116.006
-
114.349
115.090
742
Pagina
50
3 Balans Balans ultimo boekjaar Tabel 38 Balans per 31 december
Pagina
51
Toelichting op de balans 3.2.1
Materiële vaste activa
De VRU heeft uitsluitend investeringen met een economisch nut. De volgende tabel geeft het verloop van de boekwaarde van de materiële vaste activa weer. Tabel 39 Materiële vaste activa Bedragen x € 1.000
Materiële vaste activa Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overige materiële vaste activa Activa in uitvoering Afronding Totaal
Boekwaarde 31-12-21
Investeringen 2022
Desinvestering 2022
Afschrijvingen 2022
Boekwaarde 31-12-22
284 2.972 3.092 27.667 11.103 878
1.539 3.158 4.262 766 2.674
156 939 3 22 -
117 689 2.843 2.306 -
45.996 1
12.399
1.120
5.955
128 3.455 5.558 29.086 9.541 3.552 1 51.321 -0
De volgende tabel geeft inzicht in de gerealiseerde investeringen (€ 12.399k minus € 2.674k activa in uitvoering) van € 9.725k ten opzichte van de begroting. Tabel 40 Investeringen Bedragen x € 1.000
Begroting 2022
Investering 2022
Verschil
Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overige materiële vaste activa
1.943 4.448 5.635 4.415
1.539 3.158 4.262 766
404 1.290 1.373 3.649
Totaal
16.441
9.725
6.716
Materiële vaste activa
Het verschil tussen de begroting en de gerealiseerde investeringen wordt voor het grootste deel veroorzaakt door het doorschuiven van (het gereedkomen van) de investeringen (€ 6.839k). Ten aanzien van deze investeringen is al wel een deel uitgegeven (activa in uitvoering ultimo 2022 bedraagt € 3.552k). 3.2.2
Financiële vaste activa
Tabel 41 Financiële vaste activa
De financiële vaste activa betreft voor de regionalisering verstrekte hypotheken aan personeelsleden die toen in dienst waren van de gemeente. Er worden door de veiligheidsregio geen nieuwe leningen verstrekt. In 2022 werd €4K aan rente ontvangen.
Pagina
52
3.2.3
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar
In de volgende tabel is een nadere specificatie opgenomen van de uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder. Tabel 42 Uitzettingen korter dan één jaar
De uitzetting in ’s Rijks schatkist is lager dan ultimo 2021 doordat in 2021 een langlopende lening is afgesloten voor de financiering van investeringen, welke in 2022 is aangewend. De toename in de vorderingen op openbare lichamen hebben betrekking op de voorgeschoten kosten voor de opgang vluchtelingen. Deze kosten worden vergoed door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De Regeling schatkistbankieren decentrale overheden geeft de VRU de mogelijkheid om een percentage van het begrotingstotaal aan geldmiddelen buiten ’s Rijks schatkist aan te houden. De volgende tabel toont dat de VRU aan deze bepaling heeft voldaan in 2022. Tabel 43 Regeling schatkistbankieren
3.2.4
Liquide middelen
Het saldo van de liquide middelen betreft uitsluitend het saldo van de rekening-courant verhouding met de BNG Bank. Deze middelen staat ter vrije beschikking van de VRU. Tabel 44 Liquide middelen
Pagina
53
3.2.5
Overlopende activa
Tabel 45 Overlopende activa
De vooruitbetaalde bedragen bestaan voornamelijk uit vooruitbetaalde erfpacht voor een brandweerpost en verzekeringen 2023. De nog te ontvangen bedragen bestaat uit nog te ontvangen gelden van de terug levering van een brandweerkazerne aan de betreffende gemeente. De nog te ontvangen van gemeenten hebben betrekking op de specifieke uitkering incidentele bijdrage ondersteuning naleving controle op corontatoegangsbewijzen. De nog te ontvangen gelden van de GGD heeft betrekking op de voorschot nota van de kosten Ontheemden Oekraïne.
3.2.6
Eigen vermogen
Tabel 46 Eigen vermogen
Hierna worden de mutaties per reserve toegelicht. De bestemming van het rekeningresultaat over 2021 is verwerkt conform het besluit van het algemeen bestuur. Bedrijfsvoeringreserve Door het aanhouden van een reserve is de VRU in staat om een deel van de risico’s op te vangen, zonder dat dit direct afgewenteld hoeft te worden op de gemeenten. De schommelingen die optreden worden opgevangen met deze reserve. De omvang van de bedrijfsvoeringreserve (weerstandvermogen) is minimaal gelijk aan de op basis benodigde weerstandscapaciteit (zie paragraaf 8.2 van het jaarverslag). De bedrijfsvoeringreserve valt met 1,4% van het begrotingsvolume binnen de afgesproken bandbreedte (1% - 2%). Egalisatiereserve kapitaallasten Via het meerjarig investeringsplan wordt gestuurd op een meerjarig evenwicht tussen de begrote en gerealiseerde kapitaallasten (afschrijving en rente). Om de kosten van afschrijving en rente over de jaren te egaliseren wordt gebruik gemaakt van een egalisatiereserve. Tekorten op de
Pagina
54
kapitaallasten worden aan deze reserve onttrokken. Overschotten worden aan deze reserve gedoteerd. Boekwinst (opbrengst activa) of –verlies (versnelde afschrijving) bij afstoten van activa wordt ten gunste of ten laste van de exploitatie gebracht en vervolgens via een dotatie/onttrekking gemuteerd in de reserve egalisatie kapitaallasten. Egalisatiereserve lasten FLO-overgangsrecht De reserve ‘lasten FLO-overgangsrecht’ wordt ingezet om de kosten voor het FLO-overgangsrecht meerjarig te kunnen egaliseren. Hiermee wordt een (structurele of incidentele) stijging van de gemeentelijke bijdrage voorkomen en ontstaat een beperkte buffer om fluctuaties die het gevolg zijn van de afspraken in het FLO-overgangsrecht in meerjarig perspectief op te vangen. Egalisatiereserve tweede loopbaan Vanwege het wegvallen van het FLO voor repressief brandweerpersoneel is tweede loopbaanbeleid geïntroduceerd. Om hieraan uitvoering te kunnen gaan geven, is de egalisatiereserve tweede loopbaan gevormd. Jaarlijks wordt een storting gedaan om de kosten voor onder andere om-/bijscholing en vervanging te dekken. In 2022 is hierin conform begroting een bedrag gestort van € 390K. De werkelijke kosten voor tweede loopbaanbeleid fluctueren en worden jaarlijks aan deze reserve onttrokken.
Ontwikkel- en egalisatiereserve Het doel van de ontwikkel- en egalisatiereserve is het vermijden van incidentele verhogingen of teruggaven van de gemeentelijke bijdragen. Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en de bijdrage van de gemeenten. De middelen uit de reserve zijn bestemd voor: • Het mogelijk maken van incidentele/projectmatige (beleids)activiteiten om de beleidsdoelstellingen uit het beleidsplan of structurele efficiencyvoordelen te realiseren. • Het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren. Bestemmingsreserve meldkamer De Meldkamer Midden-Nederland zal naar verwachting in 2025 in gebruik genomen worden. Middels deze reserve worden de door het rijk en de Nationale Politie toegekende middelen ingezet als dekking voor de te verwachten project- en frictiekosten in de jaren 2022 t/m 2025. Bestemmingsreserve Omgevingswet De kosten voor de invoering van de omgevingswet worden uit deze reserve onttrokken. Door de invoering van de omgevingswet in 2022 is € 65k onttrokken. Bestemmingsreserve hervorming OMS-stelsel De OMS-opbrengsten zijn tot en met 2021 algemeen dekkingsmiddel in de begroting van de VRU verwerkt. De reserve OMS-fonds is in 2021 ingesteld om te voorkomen dat het wegvallen van de opbrengsten per 2022 in deze beleidsperiode doorwerkt als verhoging op de gemeentelijke bijdrage.
De middelen uit de reserve worden in 2022 en 2023 ingezet om het wegvallen van de opbrengsten op te vangen. In aanloop naar de nieuwe beleidsperiode vindt nadere besluitvorming plaats over de structurele dekking.
Pagina
55
3.2.7
Voorzieningen
Tabel 47 Voorziening verlofsparen
Verlofsparen is voor het eerst in de CAO verwerkt, medewerkers hebben de mogelijkheid om verlofuren te sparen voor gebruik in de toekomst. Voor 2022 is het financiële effect € 86k. 3.2.8
Vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan één jaar
Tabel 48 Vaste schulden looptijd langer dan één jaar
De langlopende schulden worden hoofdzakelijk gebruikt voor de financiering van de vaste activa. In 2022 zijn geen nieuwe leningen afgesloten 3.2.9
Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar
De in de balans opgenomen netto-vlottende schulden met een rente typische periode koster dan 1 jaar bestaan uitsluitend uit het crediteurensaldo. Tabel 49 Vlottende schulden looptijd korter dan één jaar
Pagina
56
3.2.10 Overlopende passiva Tabel 50 Overlopende passiva
Te betalen aan het rijk In 2021 heeft het kabinet om aan gemeenten een specifieke uitkering te verstrekken voor het ondersteunen van de naleving van de controleplicht van het coronatoegangsbewijs (CTB). De Minister van Justitie en Veiligheid heeft deze incidentele bijdrage aan de veiligheidsregio verstrekt. De uitkering voor veiligheidsregio Utrecht bedroeg € 3,5 miljoen. Hiervan is in 2021 circa € 1,3 miljoen door de gemeenten besteed. Het resterende saldo van € 2,1 miljoen moet conform de regeling worden terugbetaald aan het rijk. Onder deze post is ook de afrekening van de bekostiging eerste opvang ontheemden Oekraïne opgenomen. De Minister van Justitie en Veiligheid heeft deze bijdrage aan de veiligheidsregio verstrekt. De uitkering voor de veiligheidsregio Utrecht bedroeg € 11,9 miljoen. Hiervan is in 2022 circa € 11,5 door de veiligheidsregio Utrecht en de gemeenten besteed. Het resterende saldo van € 0,4 miljoen moet conform de regeling worden terugbetaald aan het rijk. Tabel 51 Specificatie vordering en schulden specifieke uitkeringen
Vooruit ontvangen voorschotten van overheidslichamen De vooruit ontvangen voorschotten van overheidslichamen betreffen de resterende middelen van een subsidie voor beleidsontwikkeling op het gebied van overstromingen (€ 43K) en middelen van het Samenwerkingsverband Dijkringen 14/15/44 (€ 143K). Deze middelen worden in 2023 overgedragen aan veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland die vanaf dan de administratie voor dit samenwerkingsverband voert.
Pagina
57
Waarborg en garanties In 2021 is een bankgarantie verstrekt van € 56K met betrekking tot de huur van de nieuwe ademluchtbescherming-werkplaats in Houten. De bankgarantie loopt tot en met 2037.
Niet in de balans opgenomen verplichtingen Tabel 52 Niet in de balans opgenomen verplichtingen
Huurverplichtingen Ons hoofdkantoor aan de Archimedeslaan in Utrecht is contractueel tot juli 2024 gevestigd in het Huis van de Provincie te Utrecht. De jaarlijkse huur- en servicekosten bedragen € 497K (prijspeil 2022). Vanaf medio 2022 wordt voor 15 jaar een pand in Houten gehuurd waarin de adembeschermingswerkplaats wordt gevestigd. De huur bedraagt € 222,5K per jaar (prijspeil 2022). Verplichtingen investeringen In het overzicht is een aantal grote investeringen opgenomen die reeds zijn besteld, maar waarvan de levering nog moet plaatsvinden. Niet opgenomen verlofdagen Ten aanzien van de verlofdagen zijn uitsluitend de feitelijke jaarlasten in de rekening opgenomen. Ultimo 2022 is een totaal openstaand verlofsaldo van 96.889 uur aanwezig, dit is gemiddeld 150,8 uur per FTE.