PR23.074 Wijziging gemeensch. regeling AVU
Tekst van het document
Notitie zienswijzen begroting 2024
Aan de Colleges van Burgemeester en wethouders van de AVU-gemeenten
Soest, 31 mei 2023
Geacht College, Per 1 juli 2022 is de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. In deze wet is onder andere vastgelegd welke procedure moet worden gevolgd ten aanzien van ingediende zienswijzen op de ontwerpbegroting. Het Dagelijks Bestuur reageert op de ingebrachte zienswijzen en stuurt deze reacties uit naar alle colleges, met het verzoek deze aan te bieden aan de gemeenteraden. Tevens worden de reacties van het Dagelijks Bestuur gevoegd bij het voorstel aan het Algemeen Bestuur betreffende het vaststellen van de begroting en wordt in het voorstel aangegeven hoe de zienswijzen zijn verwerkt. Zienswijzen De gemeenteraden zijn verzocht om zienswijzen op de ontwerpbegroting 2024 in te dienen, voor 1 mei 2023. Van de 25 deelnemende gemeenten hebben de gemeenten Houten, IJsselstein, Oudewater en Utrecht van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. In deze notitie worden de zienswijzen en de reacties van het Dagelijks Bestuur weergegeven. De in de zienswijze gestelde vragen hebben geen gevolgen voor de inhoud en de opzet van de thans voorliggende begroting voor 2024, behoudens een tekstwijziging op pagina 9 (zienswijze Houten). Financieel gezien wordt een restitutie-bedrag voor de gemeente Houten ingevuld (zienswijze Houten), wat geen consequenties heeft op de begrote bedragen voor de overige gemeenten.
Gemeente Houten De gemeenteraad van Houten verzoekt de AVU om een toelichting te geven op een viertal onderwerpen: • Glasberekening De gemeenteraad van Houten verzoekt om een toelichting op de verdeling van het in opdracht van de AVU ingezamelde verpakkingsglas over de gemeenten waarde AVU de inzameling verzorgt. Reactie Dagelijks Bestuur De inzameling van verpakkingsglas wordt voor 14 AVU-gemeenten in opdracht van de AVU uitgevoerd door Stadsbedrijven Utrecht. Bij het opzetten van de glasinzameling door de AVU in 1995 is vanwege
1
Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303
de logistieke én de kosten-efficiency uitgegaan van intergemeentelijke inzamelroutes, waarbij het glas niet per gemeente werd gewogen, maar waarbij de ingezamelde hoeveelheid glas via een theoretische berekening werd verdeeld over de gemeenten waar werd ingezameld. Deze berekeningssystematiek wordt tot op heden nog toegepast. De verdeelsleutel welke in de berekening wordt gehanteerd, is gebaseerd op een aantal in de praktijk bepaalde variabelen, zoals onder meer de kleurverdeling van het glas, het aantal ledigingen en de per inzamelroute gewogen hoeveelheid glas. Deze variabelen zijn veranderlijk, waardoor in de praktijk soms verschillen voorkomen in de toerekening van de ingezamelde hoeveelheden glas, als gevolg waarvan de AVU enkele keren hoeveelheden moet corrigeren. Sinds geruime tijd is de AVU bezig met een herziening van het toerekeningssysteem en heeft deze op 23 november 2022 met de gemeenten gedeeld en besproken in een ambtelijk overleg. Op dit moment wordt het toerekeningssysteem nog verder getoetst en zo mogelijk nog aangepast ten einde zoveel mogelijk de werkelijkheid te benaderen. De AVU verstuurt op korte termijn een notitie aan de beleidsambtenaren van de betreffende 14 gemeenten waar Stadsbedrijven inzamelt. In deze notitie wordt de nieuwe inzamelsystematiek voor de glasinzameling verder uitgewerkt.
De AVU verwacht het vernieuwde toerekeningssysteem dit jaar nog te kunnen invoeren. Op 26 mei jl. heeft ambtelijk overleg met de gemeente Houten plaatsgevonden waarin de huidige verdeling van het ingezamelde glas uitgebreid is besproken alsmede de herziening van de systematiek. De AVU gaat ervan uit dat uw ambtelijke organisatie uw gemeenteraad naar behoeft zal informeren over deze ontwikkelingen. • Vertegenwoordiging gemeenten door de AVU De gemeenteraad van Houten geeft aan dat in de begroting wordt vermeld dat de AVU de gemeenten vertegenwoordigt, maar wijst erop dat de officiële vertegenwoordiging van de gemeenten door de VNG geschiedt. Reactie Dagelijks Bestuur De AVU is partner in de samenwerking CirkelWaarde, samen met Circulus en ROVA. Vanuit deze samenwerking wordt door verschillende collega’s van deze organisaties momenteel deelgenomen in overlegstructuren, onder meer een nationale werkgroep Circulaire Economie van de VNG, het PKO (overleg VNG - Afvalfonds), het overleg over UPV (uitgebreide producenten verantwoordelijkheid, momenteel textiel, matrassen en luiers) van NVRD en VNG en overleg over de binnen enkele jaren verplichte Europese duurzaamheidsrapportage (CSRD) van MVO Nederland. Door deelname in deze overlegstructuren worden de belangen van de gemeenten welke deelnemen in de AVU, Circulus en ROVA behartigd en worden adviezen opgesteld voor NVRD en VNG.
De VNG en de NVRD proberen steeds actiever samen op te trekken op dossiers van afval- en grondstoffen. Daar er aldus meer sprake is van een belangenbehartiging dan van een vertegenwoordiging, zal in de begroting van 2024 de tekst hiermee in overeenstemming worden gebracht. • Betrekken van de raden bij beleidsmatige keuzes De gemeenteraad van Houten vraagt op welke wijze de raden worden betrokken bij grote aanbestedingen en welke invloed raden op de hierbij te maken keuzes hebben.
2
Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303
Reactie Dagelijks Bestuur Deze vraag heeft dezelfde strekking als de vraag over betrokkenheid van gemeenteraden die door de gemeenteraad van Utrecht in de zienswijze is gesteld. Het Dagelijks Bestuur verwijst voor de beantwoording van deze vraag naar de reactie op de zienswijze van de gemeenteraad van Utrecht. • De korting voor het nascheiden van restafval gemeente Houten De gemeenteraad van Houten verzoekt de korting voor het nascheiden in de begroting 2024 te verwerken. Reactie Dagelijks Bestuur Op het moment van het tot stand komen van de ontwerpbegroting 2024 en de concept-jaarrekening 2022 in februari van dit jaar, had de AVU nog niet de beschikking over de juiste cijfers voor wat betreft de nascheiding van de gemeente Houten. De korting voor het nascheiden waar gemeente Houten in 2022 recht op had wordt verwerkt in de definitieve begroting 2024 en in de definitieve jaarrekening. Hierbij geldt dat dit geen invloed heeft op de begrote en de werkelijke bedragen voor de andere gemeenten. Gemeente IJsselstein De gemeenteraad van IJsselstein dient geen inhoudelijke zienswijze in, maar verzoekt de AVU in breder AVU-verband te onderzoeken naar mogelijkheden om kosten op lange termijn te beheersen.
Op dit moment acht de gemeenteraad van IJsselstein de kosten voor verwerken van met name brandbaar afval/grof afval en gft-afval fors hoog en vindt het belangrijk dat er minder restafval wordt aangeboden, ingezameld en verwerkt. Reactie Dagelijks Bestuur Het verminderen van de hoeveelheid restafval en de hoeveelheid grof huishoudelijk restafval is een belangrijke manier om kosten te besparen. Enerzijds door het restafval nog beter te scheiden, anderzijds door het voorkomen van restafval en afval in het algemeen. Hoe inwoners met het afval om dienen te gaan, is vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid. De AVU zorgt voor verwijdering en verwerking van het afval, maar schrijft hierbij geen beleid voor. Wel doet de AVU vooral met de samenwerking CirkelWaarde onderzoek naar de mogelijkheden van afvalscheiding en volgt nieuwe recyclingsontwikkelingen op de voet. De hierbij opgedane kennis wordt gedeeld met de gemeenten. Ook neemt CirkelWaarde deel in het overleg over producentenverantwoordelijkheid welke op een aantal afvalstromen is ingevoerd en ook nog op andere afvalstromen wordt ingevoerd en adviseert hierin de gemeenten. Daarnaast organiseert CirkelWaarde de aanbestedingen van de diverse afvalstromen.
Omdat met de samenwerking in CirkelWaarde verwerkingsopdrachten gezamenlijk in de markt worden gezet, is er sprake van een betere balans/verhouding tussen de publieke opdrachtgevers en de private opdrachtnemers, waardoor mogelijk gunstiger tarieven zijn te behalen. Tenslotte is een belangrijke rol weggelegd voor afvalpreventie. Minder afval door betere voorlichting. Wanneer we in 2050 naar 0 kg restafval willen gaan, zal zowel aan de producentenkant als aan de
3
Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303
consumentenkant veel moeten veranderen. Voor wat betreft de consumenten (gemeenten, inwoners) biedt de AVU “Afval van Utrecht” aan. Een preventiecampagne waarvan alle deelnemende gemeenten gebruik kunnen maken. Op de website van Afval van Utrecht wordt deze campagne uitgebreid toegelicht. Gemeente Oudewater De gemeenteraad van Oudewater voorziet als gevolg van de inzet op vermindering van restafval naar 0 kg/inw in 2050 een transitie van de functie van de AVU van een verwijderaar en verwerker van afvalstoffen naar een aanbieder van grondstoffen en verwacht daarin van de AVU-organisatie een ambitieuze houding. Het verzoek hierbij aan de AVU is om in alle branche-overleggen alsmede overleggen in het kader van de samenwerking CirkelWaarde, afvalpreventie bij alle ketenpartners te agenderen en tot speerpunt van beleid te maken. De gemeenteraad van Oudewater wil in het komende jaar graag op de hoogte worden gehouden van de activiteiten die voortvloeien uit deze overleggen en samenwerkingen, alsmede van de betrokkenheid van de AVU bij zaken als publiekscampagnes en het informeren en ondersteunen bij het beleid van gemeenten. Tenslotte verzoekt de gemeenteraad aan de AVU om in samenwerking met de deelnemende gemeenten daadwerkelijk werk te gaan maken van verminderen van de hoeveelheid afval.
Het is wenselijk om te komen tot een realistisch afbouwplan richting 0 kilo afval in 2050, inclusief een begroting die daarbij past. De gemeenteraad van Oudewater vraagt de AVU hier in 2024 een aanvang mee te maken. Reactie Dagelijks Bestuur Voor een deel is deze vraag reeds beantwoord met de reactie van het Dagelijks Bestuur op de zienswijze van de gemeenteraad van IJsselstein. De transitie van de AVU van afvalverwijderaar naar grondstoffenaanbieder, is al ingezet met de gezamenlijk met Circulus en ROVA opgezette samenwerking CirkelWaarde, waarbij de verwaarding van grondstoffen het uitgangspunt is. Een ander uitgangspunt is dat zolang er nog restafval is, dit restafval op een zo duurzaam mogelijke wijze dient te worden verwerkt. Daartoe wordt momenteel veel onderzoek gedaan in aanloop naar de aanbesteding van de grote afvalstromen per 1/1/2027. Momenteel is de fysiek kleine AVU-organisatie goed in staat haar bijdrage te leveren aan de diverse dossiers welke samen met de CirkelWaardepartners worden behandeld en uitgevoerd, maar er zal periodiek worden bepaald wat hierbij vanuit de AVU gezien aan expertise-inbreng is benodigd. Wanneer dit een aanpassing of uitbreiding van de organisatie vraagt, zal hierop tijdig worden geanticipeerd en zal dit met het AVU-bestuur worden besproken.
Met CirkelWaarde wordt de komende jaren vooral de nadruk op de kwaliteit van de te recyclen grondstofstromen gelegd, kwaliteit voor kwantiteit. Hiermee vervalt overigens niet het doel om in 2050 0 kg restafval te halen. Hiertoe zijn in CirkelWaarde-verband al enkele initiatieven gestart: afvalpreventie, onderzoek naar inzamelmethoden, deelname in het landelijk overleg over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. De AVU zal het verzoek om te komen tot een afbouwplan restafval inbrengen in de samenwerking. Over deze en andere ontwikkelingen informeert de AVU het bestuur, ambtenaren en gemeenten periodiek via de nieuwsbrief of incidenteel via notities. De AVU zal zich beraden op een communicatiemodel waarmee het jaarplan van CirkelWaarde én de ambities van de AVU jaarlijks kunnen worden gedeeld. Dit zou mogelijk een vast onderdeel in de begroting kunnen worden.
4
Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303
Gemeente Utrecht De gemeenteraad van Utrecht verzoekt in het kader van de komende aanbesteding van het huishoudelijk restafval, het grof huishoudelijk restafval en het gft-afval om een uitgebreid aanbestedingsadvies met verschillende opties en een reactie van de marktpartijen op deze verschillende mogelijkheden en een plan en planning hoe de raden bij deze aanbesteding worden betrokken. Tevens geeft de raad aan het van belang te achten om te blijven inzetten op duurzaamheid. Reactie Dagelijks Bestuur CirkelWaarde heeft zelf een marktconsultatie uitgevoerd. Momenteel wordt ter ondersteuning van de marktconsultatie een marktadvies opgesteld door het bureau RHDHV. Dit advies moet inzicht geven in de werking van de afvalmarkt ten aanzien van hoeveelheden, verwerkingscapaciteit, energieopwekking door afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s), CO₂-beprijzing en -belasting, buitenlands afval, concurrentie, sanering van AVI-capaciteit en meer. CirkelWaarde heeft een idee voor een aanbestedingsstrategie, namelijk het aanbesteden van totale hoeveelheid afval van de CirkelWaardepartners in meerdere kleinere percelen met verschillende looptijden, waardoor contracten als het ware elkaar gaan opvolgen. Hiermee worden meer concurrentie en stabiliteit in de tarieven verwacht. Deze strategie wordt als onderdeel van het marktadvies getoetst door het bureau RHDHV.
Wij gaan ervan uit dat deze toets voldoende inzichtelijk maakt of deze strategie effectief zal zijn. Wij willen in deze fase de beoogde strategie echter nog niet in detail delen met marktpartijen, om te voorkomen dat de marktpartijen zich hierop voorbereiden en de effecten daardoor deels zullen matigen. Na de toetsing stelt CirkelWaarde een concept-aanbestedingsstrategie en -advies op en deze zullen worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Aanbestedingen behoren tot de uitvoerende taken. Dat hierbij keuzes voor wat betreft duurzaamheid, circulariteit, logistieke efficiency en sociale inzet gemaakt moeten worden, is een belangrijk gegeven. Duurzaamheid is een wezenlijk onderdeel in de AVU-aanbestedingen en zal continu getoetst worden aan de laatste ontwikkelingen en mogelijkheden. Wanneer gekeken wordt naar het gehele inkooptraject in het onderstaande plaatje, is te zien dat het aanbesteden op zich in feite niets anders is dan het conform de wettelijke en beleidsmatige regels inkopen van een dienst (afvalverwerking = dienstverlening). Wàt er wordt ingekocht, wordt bepaald in het voortraject.
Sinds 2013 worden de gemeenten (interne klant in het plaatje) middels werkgroepen van ambtenaren al in dit voortraject betrokken bij aanbestedingen en komen de diverse keuzes aan de orde. Voor de grote aanbestedingen van de verwerkingscontracten van fijn en grof restafval en gft is het gebruikelijk dat de marktoriëntatie en de aanbestedingsstrategie worden behandeld in het Algemeen Bestuur van de AVU. De gemeenten (gemeenteraden) kunnen daardoor in een vroeg stadium aangeven, - ambtelijk of via de AVU-bestuurder -, wat zij belangrijk achten, gezien vanuit het collectief, maar ook gezien vanuit individueel gemeentelijk beleid. Mede op basis van die inbreng komt een
5
Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303
aanbesteding tot stand. Het Algemeen Bestuur van de AVU kan daarnaast besluiten een informatiebijeenkomst voor de gemeenteraadsleden te laten organiseren door de AVU, waarin de aanbesteding én de uitgangspunten ervan worden toegelicht. In het vorige aanbestedingstraject voor de grote verwerkingscontracten (fijn restafval, gft-afval en grof huishoudelijk restafval) heeft de AVU een bijeenkomst georganiseerd waarbij raadsleden van alle gemeenten zijn uitgenodigd en dit zal voor de komende aanbesteding weer worden gedaan. Het Dagelijks Bestuur van de AVU, namens hen, Hoogachtend, Was getekend Frans van Dijk, directeur.
6
Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303
Concept-Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling AVU De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten: Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, IJsselstein, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Woerden, Wijk bij Duurstede, Woudenberg en Zeist; ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd; overwegende: -
-
dat de Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht laatstelijk per 1 januari 2019 is aangepast in verband met het in werking treden van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 januari 2015 ; dat een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen op 1 juli 2022 in werking is getreden, welke het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling AVU noodzakelijk maakt; dat de Wet Open Overheid die op 1 mei 2022 van kracht is geworden het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling AVU noodzakelijk maakt; dat de gemeente Vijfheerenlanden per 1 januari 2021 de gemeenschappelijke regeling heeft verlaten;
gelet op: -
de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet; de toestemming van de gemeenteraden van Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, IJsselstein, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Woerden, Wijk bij Duurstede, Woudenberg en Zeist, overeenkomstig artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
besluiten: de Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht als volgt te wijzigen:
Artikel I De Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht wordt als volgt gewijzigd: Actieve informatieplicht en zienswijzen Artikel 15 lid 7 wordt gewijzigd in: 7 Het algemeen bestuur verstrekt aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen, die door een of meer leden van de colleges worden verlangd en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van het algemeen bestuur. Na artikel 15 lid 7 worden twee leden ingevoegd die luiden: 8 Het Algemeen Bestuur verstrekt de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 9 Er zijn geen besluiten van het Algemeen Bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen. Na artikel 23 lid 3 worden twee leden ingevoegd die luiden: 4 Het Dagelijks Bestuur verstrekt de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 5 Er zijn geen besluiten van het Dagelijks Bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen.
Burgerparticipatie en Evaluatie Na artikel 15 worden ingevoegd (waaruit volgt vernummering van de artikelen 16 e.v.) een artikel dat luidt: Artikel 16 Burgerparticipatie Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van besluiten op grond van deze regeling slechts betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover door het Algemeen Bestuur bepaald. En een artikel dat luidt: Artikel 17 Evaluatie Het initiatief tot evaluatie van de gemeenschappelijke regeling is voorbehouden aan het Algemeen Bestuur. Termijnen Artikel 33, vernummerd 35, wordt als volgt gewijzigd: In het derde lid wordt ‘acht’ vervangen door: ‘twaalf’. Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde tot vijfde lid en het vijfde tot zesde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 34, vernummerd 36, wordt als volgt gewijzigd: In het tweede lid wordt ‘1 augustus’ vervangen door: 15 september. Artikel 35, vernummerd 37, wordt als volgt gewijzigd: In het tweede lid wordt ’33 lid 3 en 34 lid 3’ vervangen door ’36 lid 3 en 37 lid 3’.
Artikel 36, vernummerd 38, wordt als volgt gewijzigd: In het vijfde lid wordt ‘15’ vervangen door ‘30’; Toe- en uittreding, wijziging en opheffing Artikel 39, vernummerd 41, wordt als volgt gewijzigd: Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede tot derde lid en het derde tot vierde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 2 Een ontwerptoetredingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerptoetredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. Artikel 40, vernummerd 42, wordt als volgt gewijzigd: Na het tweede lid wordt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 3 Een ontwerpuittredingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerpuittredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. Na het vernummerde vijfde lid worden, onder vernummering van het zesde en zevende lid tot elfde en twaalfde lid, vijf leden ingevoerd die luiden: 6.
Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
7. De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. De frictiekosten en desintegratiekosten worden berekend op basis van de principes van goed koopmanschap en de principes van accounting. 8. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer. 9. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 10. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. Een lid wordt toegevoegd, dat luidt: 13. De Uittredingsregeling AVU 2020, dan wel hierop volgende uittredingsregelingen zijn van toepassing.
Artikel 41, vernummerd 43, wordt als volgt gewijzigd: Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede tot derde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 2 Een ontwerpwijzigingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerpwijzigingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. Overige wijzigingen Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: In het tweede lid sub. d wordt ‘30’ vervangen door ‘32’; In het tweede lid sub. e wordt ‘39’ vervangen door ‘41’ en ‘42’ vervangen door ‘44’; Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd: Twee leden worden toegevoegd: 8 De directeur is contactpersoon conform het bepaalde in art. 4.7 Woo. 9 De directeur kan in zijn plaats een medewerker benoemen als contactpersoon conform het bepaalde in art. 4.7 Woo. Artikel 26, vernummerd 28, leden 1 en 2 worden gewijzigd in: 1 De medewerkers hebben een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. 2 De CAO-sgo is van toepassing op de arbeidsovereenkomst. Een lid wordt toegevoegd: 3 Organisatie-specifieke regelingen worden vastgelegd in een personeelshandboek.
Artikel II Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking daarvan, onverminderd het bepaalde in artikel 26, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Aldus vastgesteld te Leusden d.d. 28 juni 2023.
Notitie zienswijzen gemeenteraden op het ontwerp-wijzigingsvoorstel GR AVU Aan de Colleges van Burgemeester en wethouders van de AVU-gemeenten Soest, 31 mei 2023 Geacht College, Per 1 juli 2022 is de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. In deze wet is onder andere vastgelegd welke procedure moet worden gevolgd ten aanzien van ingediende zienswijzen op het ontwerp-wijzigingsvoorstel GR AVU. Het Dagelijks Bestuur reageert op de ingebrachte zienswijzen en stuurt deze reacties uit naar alle colleges, met het verzoek deze aan te bieden aan de gemeenteraden. Tevens worden de reacties van het Dagelijks Bestuur gevoegd bij het voorstel aan het Algemeen Bestuur betreffende het vaststellen van het wijzigingsvoorstel GR AVU en wordt in het voorstel aangegeven hoe de zienswijzen zijn verwerkt. Reacties van de gemeenten De gemeenteraden zijn verzocht om zienswijzen op het ontwerp-wijzigingsvoorstel voor 1 februari 2023 in te dienen dan wel te laten weten geen zienswijze te zullen indienen. In een enkel geval is uitstel gevraagd met één maand. Van de 25 deelnemende gemeenten hebben er 16 van deze mogelijkheid gebruik gemaakt, te weten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, De Bilt, Houten, Leusden, Lopik, Oudewater, Soest, Stichtse Vecht, Renswoude, Utrechtse Heuvelrug, Utrecht, Veenendaal, Woerden en Wijk bij Duurstede.
De reacties van de genoemde gemeenten zijn instemmend. De gemeenten Houten, Utrecht en Veenendaal hebben behalve de instemmende reactie ook zienswijzen ingediend. Zienswijzen Houten en Utrecht De raden van de gemeenten Houten en Utrecht onderstrepen met de ingediende zienswijze de door de AVU voorgestelde wijzigingen inhoudelijk en de gevolgde procedure. Wel benadrukken de raden dat de betrokkenheid van de gemeenteraden bij belangrijke besluiten zoals de aanbesteding van de hoofdstromen of besluiten met een groot effect op de transitie naar de circulaire economie, ook in de toekomst moet zijn gewaarborgd. Veenendaal De Raad van de gemeente Veenendaal wenst: a. in de artikelen 15 en 23 een nadere invulling van de afspraken over de wijze waarop informatie wordt aangeleverd; b. in artikel 40, vernummerd 42, een nadere invulling van de afspraken over de gevolgen van uittreding. Voorstel: De Raad van de gemeente Veenendaal stelt voor: a. om de artikelen 15 en 23 aan te vullen met de tekst uit de model-raadsbrief “Informeel organiseert de AVU raadsinformatiebijeenkomsten wanneer er belangrijke besluiten moeten worden genomen
1
Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303
en voorziet de AVU de raden ongevraagd en desgewenst van informatie door middel van notities en presentaties. b. te onderzoeken of het voldoende is om de uittredingsregeling AVU 2020 als bijlage bij de GR AVU te voegen waardoor afspraken vastliggen over de gevolgen van uittreding. Reactie op de zienswijzen Ten aanzien van de zienswijzen van de gemeenteraden van Houten en Utrecht; In essentie is de AVU een collegeregeling en informeert de raden via de colleges van de deelnemende gemeenten. In de GR is tevens vastgelegd dat de begroting voor het indienen van zienswijzen en de concept-jaarstukken ter informatie aan de raden dienen te worden voorgelegd. Wanneer het Algemeen Bestuur van mening is dat andere informatie met de gemeenteraden dient te worden gedeeld c.q. de gemeenteraden dienen te worden betrokken in het besluitvormingsproces, zal dit bestuur daartoe besluiten. ➢ Omdat de afzonderlijke leden van het Algemeen Bestuur zoals is vastgelegd in artikel 15 lid 7 om informatie kunnen verzoeken, hoeft dit niet nader in de GR AVU te worden omschreven. De wijze waarop de informatie wordt verstrekt, kan door de afzonderlijke leden van het Algemeen Bestuur worden voorgesteld, doch wordt bepaald door het Algemeen Bestuur. ➢ Aanbestedingen behoren tot de uitvoerende taken.
Dat hierbij keuzes voor wat betreft duurzaamheid, circulariteit, logistieke efficiency en sociale inzet gemaakt moeten worden, is een gegeven. Sinds 2013 worden de gemeenten middels werkgroepen van ambtenaren betrokken bij aanbestedingen en komen deze keuzes aan de orde. Voor de grote aanbestedingen van de verwerkingscontracten van fijn en grof restafval en gft is het gebruikelijk dat de marktoriëntatie en de aanbestedingsstrategie worden behandeld in het Algemeen Bestuur van de AVU. De gemeenteraden worden over deze aanbesteding geïnformeerd via notities. Het Algemeen Bestuur van de AVU kan daarnaast besluiten een informatiebijeenkomst voor de gemeenteraadsleden te laten organiseren door de AVU. Ten aanzien van de zienswijze van de gemeenteraad van Veenendaal lid: a. In essentie is de AVU een collegeregeling en informeert de raden via de colleges van de deelnemende gemeenten. In de GR is tevens vastgelegd dat de begroting voor het indienen van zienswijzen en de concept-jaarstukken ter informatie aan de raden dienen te worden voorgelegd. Wanneer het Algemeen Bestuur van mening is dat andere informatie met de gemeenteraden dient te worden gedeeld c.q. de gemeenteraden dienen te worden betrokken in het besluitvormingsproces, zal dit bestuur daartoe besluiten.
➢ Omdat de afzonderlijke leden van het Algemeen Bestuur zoals is vastgelegd in artikel 15 lid 7 om informatie kunnen verzoeken, hoeft dit niet nader in de GR AVU te worden omschreven. De wijze waarop de informatie wordt verstrekt, kan door de afzonderlijke leden van het Algemeen Bestuur worden voorgesteld, doch wordt bepaald door het Algemeen Bestuur. b. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat zowel gemeenschappelijke regelingen voor onbepaalde tijd als gemeenschappelijke regelingen voor bepaalde tijd regels moeten bevatten over uittreding. Niet alleen de gevolgen van uittreding moeten worden vastgelegd, ook de voorwaarden waaronder een deelnemer kan uittreden moeten in de gemeenschappelijke regeling zelf zijn opgenomen. De bepalingen over uittreding omvatten in ieder geval bepalingen over de gevolgen
2
Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303
voor het vermogen van de gemeenschappelijke regeling voor de deelnemende gemeenten, overigens is een eigen vermogen bij de AVU niet aan de orde. Een deelnemend bestuursorganen aan een gemeenschappelijke regeling neemt zelf het besluit tot uittreding. Het algemeen bestuur bepaalt wat de gevolgen zijn van uittreding. Meestal is in de gemeenschappelijke regeling geregeld per welke datum uittreding mogelijk is. Als sprake is van een collegeregeling, besluit het college van de uittredende deelnemer tot uittreding en is toestemming van de raad vereist. Uittreding brengt uiteraard kosten voor de achterblijvers met zich mee en het is redelijk dat daar een bedrag tegenover staat: een uittreed- of uittredingssom om de schade die de uittreding veroorzaakt, te compenseren. De uittredingsregeling voorziet in de gevolgen van uittreding van een deelnemende gemeente. Het verwijzen naar deze regeling is bij nadere beschouwing van de Wgr niet voldoende. Om aan de Wgr te voldoen, zal naast de verwijzing naar de uittredingsregeling, ook de wijze van bepaling van de uittreedsom worden opgenomen. De Wgr kent een geschillenregeling voor geschillen tussen deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling of tussen een deelnemer en het bestuur van de gemeenschappelijke regeling over de uitvoering van de regeling. Deze geschillen worden voorgelegd aan Gedeputeerde Staten.
Een geschil over de hoogte van een uittreedsom valt bij uitstek onder deze geschillenregeling. De regeling is een vorm van administratief beroep. Dit betekent dat geen plaats is voor toepassing van de bezwaarprocedure. Ten gevolge van de overwegingen onder b. naar aanleiding van de zienswijze van de gemeente Veenendaal, wordt artikel 40, vernummerd 42 in het ontwerp-wijzigingsbesluit aangepast. ➢ Artikel 40, vernummerd 42, zal als volgt worden aangepast: Artikel 42 Uittreding 1. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. Gedurende drie jaar na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding niet mogelijk. 2. Het college dat wil uittreden brengt zijn voornemen daartoe bij aangetekende schrijven ter kennis van het algemeen bestuur. 3. Een ontwerpuittredingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerpuittredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. 4. Alle kosten die de uittreding met zich meebrengt zijn voor rekening van het uittredende college. 5. Het algemeen bestuur bepaalt de hoogte van de uittredingssom bij besluit genomen met een meerderheid van ten minste twee derde gedeelten van de uitgebrachte stemmen. 6.
Het algemeen bestuur kan zich bij het bepalen van de uittredingssom laten adviseren door een extern deskundige. 7. Het algemeen bestuur regelt de overige gevolgen van de uittreding. 8. De Uittredingsregeling AVU 2020 is van toepassing. Vernummerd wordt lid 6 naar lid 11; Vernummerd wordt lid 7 naar lid 12; Vernummerd wordt lid 8 naar lid 13;
3
Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303
Ingevoegd wordt lid 6: 6. Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. Ingevoegd wordt lid 7: 7. De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. De frictiekosten en desintegratiekosten worden berekend op basis van de principes van goed koopmanschap en de principes van accounting. Ingevoegd wordt lid 8: 8. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer. Ingevoegd wordt lid 9: 9. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. Ingevoegd wordt lid 10: 10.
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. Gewijzigd wordt lid 13 vernummerd: 13. De Uittredingsregeling AVU 2020, dan wel hierop volgende uittredingsregelingen zijn van toepassing. Het Dagelijks Bestuur van de AVU, namens hen, Hoogachtend, Was getekend Frans van Dijk, directeur
4
Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING AFVALVERWIJDERING UTRECHT
Vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 12 december 2018
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING AFVALVERWIJDERING UTRECHT De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, IJsselstein, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Utrecht, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Woudenberg en Zeist, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; overwegende dat • zij deelnemen in de gemeenschappelijke regeling Afval Verwijdering Utrecht; • de Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht een samenwerkingsverband is van de gemeenten binnen de provincie Utrecht met uitvoeringstaken op het gebied van afvalverwijdering; • het samenwerkingsverband in 1984 is opgericht en de gemeenschappelijke regeling laatstelijk gewijzigd is bij besluit van 13 april 1995; • de provincie Utrecht sinds 1 januari 2014 geen deel meer uitmaakt van de gemeenschappelijke regeling; • de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 januari 2015 is gewijzigd en de Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht aan de gewijzigde wet dient te worden aangepast; gelet op • de Wet gemeenschappelijke regelingen; • de toestemming die de gemeenteraden, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, aan de colleges van burgemeester en wethouders hebben verleend voor
het wijzigen van deze regeling; besluiten vast te stellen de gewijzigde
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING AFVALVERWIJDERING UTRECHT HOOFDSTUK 1
Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. afvalstoffen: afvalstoffen bedoeld in de wet Milieubeheer; b. grondstoffen: afvalstoffen als onder a. welke opnieuw worden gebruikt na de afvalfase; c. college(s): college(s) van burgemeester en wethouders; d. deelnemers: de gemeenten waarvan de colleges deelnemen aan deze gemeenschappelijke regeling;
Versie 10 2018, vastgesteld op 12 december 2018
Pagina 1 van 18
e. overslag: f. transport: g. verwerking:
het overladen van afvalstoffen en/of grondstoffen op door Afvalverwijdering Utrecht aangewezen locaties; het vervoer van afvalstoffen en/of grondstoffen; bewerking, verwerking of vernietiging.
Artikel 2 Openbaar Lichaam 1. Er is een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid, als bedoeld in artikel 8 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, genaamd Afvalverwijdering Utrecht. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Soest.
HOOFDSTUK 2
Belang en taken
Artikel 3 Belang Het openbaar lichaam heeft tot doel in het belang van de deelnemers een doelmatige en uit oogpunt van milieuhygiëne verantwoorde wijze van overslag, transport en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en grondstoffen en andere categorieën van afvalstoffen. Artikel 4 Taken Het openbaar lichaam heeft tot taak: a. het uitvoeren van landelijk beleid betreffende de verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en grondstoffen en andere categorieën van afvalstoffen, waarbij voor de laatstbedoelde categorieën geldt indien en voor zover het bestuur daartoe heeft besloten; b. het ondersteunen van en adviseren aan de deelnemers op het gebied van afvalstoffen- en grondstoffenbeleid, alsmede met betrekking tot duurzaamheid en de circulaire economie; c. het (doen) inzamelen en/of het (doen) transporteren van de onder a. bedoelde afvalstoffen en/of grondstoffen, indien en voor zover een deelnemer heeft besloten die taak op basis van een daartoe gesloten nadere overeenkomst over te dragen aan het openbaar lichaam; d. het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot de verwerking van de onder a. bedoelde afvalstoffen en/of grondstoffen; e. het (doen) exploiteren van inrichtingen en installaties die noodzakelijk zijn voor een doelmatige verwerking van de onder a. bedoelde afvalstoffen en/of grondstoffen; f.
de overslag en het transport naar de verwerkingsinrichting van de onder a. bedoelde afvalstoffen en/of grondstoffen; g. het afstemmen van het transport tussen de gemeente van inzameling en de plaats van overslag dan wel de plaats van een inrichting voor de verwerking van de onder a. bedoelde afvalstoffen en/of grondstoffen; h. het vaststellen van tarieven voor overslag en transport naar de verwerkingsinrichting van de onder a. bedoelde afvalstoffen en/of grondstoffen; i. het vaststellen van tarieven voor verwerking van de onder a. bedoelde afvalstoffen en/of grondstoffen.
HOOFDSTUK 3
Het bestuur
De bestuursorganen Artikel 5 De bestuursorganen 1. De bestuursorganen van het openbaar lichaam zijn:
Versie 10 2018, vastgesteld op 12 december 2018
Pagina 2 van 18
• het algemeen bestuur; • het dagelijks bestuur; • de voorzitter. 2. Binnen het gebied zijn aan de organen van het lichaam in het kader van deze regeling opgedragen de verplichtingen en de bevoegdheden die zij binnen de grens van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen hebben. Het Algemeen Bestuur Artikel 6 Samenstelling 1. Ten behoeve van de samenstelling van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur besluit het algemeen bestuur tot verdeling van het grondgebied van het openbaar lichaam in drie regio’s. De regio-indeling wordt opgenomen in bijlage I bij deze regeling. 2. Het algemeen bestuur kan de regio-indeling wijzigen. 3. Een wijziging wordt aangebracht, wanneer zich daarvoor een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen uitspreekt. 4. Het algemeen bestuur bestaat uit één vertegenwoordiger per deelnemer, te benoemen door en uit de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers. 5. Voor ieder lid van het algemeen bestuur wordt een plaatsvervanger benoemd. 6. De benoeming van de plaatsvervangende leden vindt tegelijkertijd en op overeenkomstige wijze plaats als de benoeming van de leden. Artikel 7 Benoeming 1. De leden van het algemeen bestuur, bedoeld in artikel 6 van deze regeling , worden benoemd voor de duur van de zittingsperiode van de colleges waartoe zij behoren. 2.
Onverminderd het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, treden de leden van het algemeen bestuur af op de dag waarop de zittingsperiode van de colleges van burgemeester en wethouders afloopt. 3. De in artikel 6 lid 4 van deze regeling bedoelde colleges van burgemeester en wethouders benoemen bij de aanvang van elke zittingsperiode ten spoedigste, doch in elk geval binnen drie maanden, nieuwe leden van het algemeen bestuur; aftredende leden kunnen opnieuw worden benoemd. 4. Zolang de in artikel 6 lid 4 van deze regeling bedoelde colleges van burgemeester en wethouders niet hebben voldaan aan het in het vorige lid bepaalde, blijven de door hen of mede door hen aangewezen leden van het algemeen bestuur die hadden moeten aftreden, als zodanig fungeren totdat de colleges van burgemeester en wethouders nieuwe leden hebben aangewezen. 5. Onverminderd het bepaalde in lid 2 van dit artikel, houdt een lid van het algemeen bestuur dat de hoedanigheid genoemd in artikel 6 lid 4 van deze regeling verliest, daarmee tevens op lid van het algemeen bestuur te zijn. 6. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. 7. Indien tussentijds een plaats van een lid van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 7, lid 3 van deze regeling openvalt, voorziet het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende deelnemer ten spoedigste in de vacature. 8.
Van elke benoeming tot lid stelt het college van burgemeester en wethouders dat het benoemingsbesluit neemt, zo spoedig mogelijk het algemeen bestuur in kennis. 9. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden.
Versie 10 2018, vastgesteld op 12 december 2018
Pagina 3 van 18
Artikel 8 Werkwijze 1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste twee maal per jaar of zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, of ten minste zes leden zulks schriftelijk onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoeken. 2. Met inachtneming van het reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur, als bedoeld in artikel 12 van deze regeling, bepaalt de voorzitter de dag, de plaats en het uur van de opening van de vergadering en roept hij de leden op. 3. Het algemeen bestuur mag niet beraadslagen of besluiten indien niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 4. Indien het vereiste aantal leden niet is opgekomen wordt een nieuwe vergadering belegd, op de in lid 2 van dit artikel voorgeschreven wijze. Tussen het verzenden van de uitnodiging en de vergaderdatum wordt een periode van tenminste een week aangehouden. 5. De in lid 4 bedoelde vergadering wordt gehouden ongeacht het aantal leden dat is opgekomen. Indien het in lid 3 van dit artikel bedoelde quorum niet aanwezig is, kan alleen worden beraadslaagd en besloten over zaken die vermeld zijn in de uitnodiging voor de eerste vergadering. 6. De gemeenten geven op verzoek van de voorzitter kennis van de openbare vergadering op de aldaar gebruikelijke wijze. Artikel 9 Openbaarheid vergadering 1. Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar.
Op grond van het bepaalde in artikel 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen de deuren worden gesloten. 2. In een besloten vergadering wordt niet beraadslaagd, noch een besluit genomen over: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting; b. het voorlopig vaststellen van de rekening; c. het instellen van commissies als bedoeld in artikel 14 van deze regeling, alsmede hun samenstelling en bevoegdheden; d. het vaststellen of wijzigen van tarieven als bedoeld in artikel 30 van deze regeling; e. het toetreden tot, uittreden uit, wijzigen van of opheffen van de regeling overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 42 van deze regeling; f. het reglement van orde van de vergadering van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 12 van deze regeling. 3. In een besloten vergadering wordt geen besluit genomen over: a. het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere lichamen, alsmede het toetreden en uittreden; b. het oprichten van of het deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve of andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming; c. het aangaan van geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten; d. het uitlenen van gelden en het waarborgen van geldelijke verplichtingen door andere aan te gaan; e.
het vervreemden of bezwaren van goederen van het openbaar lichaam; f. het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van goederen van het openbaar lichaam; g. het onderhands aanbesteden van werken of leveranties; h. het doen van een uitgaaf, voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd; i. de regeling van de rechtspositie van het personeel.
Versie 10 2018, vastgesteld op 12 december 2018
Pagina 4 van 18
Artikel 10 Stemverhouding 1. De in artikel 6 van deze regeling bedoelde leden hebben in de vergadering van het algemeen bestuur: a. 1 stem indien afkomstig uit een gemeente tot 10.000 inwoners; b. 2 stemmen indien afkomstig uit een gemeente tot 25.000 inwoners; c. 3 stemmen indien afkomstig uit een gemeente tot 50.000 inwoners; d. 4 stemmen indien afkomstig uit een gemeente tot 75.000 inwoners; e. 5 stemmen indien afkomstig uit een gemeente tot 100.000 inwoners; f. 6 stemmen indien afkomstig uit een gemeente tot 200.000 inwoners; g. 7 stemmen indien afkomstig uit een gemeente tot 300.000 inwoners; h. 8 stemmen indien afkomstig uit een gemeente met meer dan 300.000 inwoners. 2. Als peildatum voor het aantal inwoners geldt 31 december van het voorgaande jaar. 3. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen, tenzij in deze regeling anders is bepaald. Artikel 11 Stemmingen Het bepaalde in de artikelen 28 tot en met 32 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Deze artikelen betreffen onder meer de deelname aan de stemming, de geldigheid van de stemming, de geheime stemming en het staken van de stemmen. Artikel 12 Reglement van orde 1. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. 2. Het reglement van orde bevat geen bepalingen die in strijd zijn met deze regeling.
Artikel 13 Vergoeding De reis- en verblijfskosten die de leden van het algemeen bestuur maken, worden vergoed door de deelnemer van welk college het lid deel uitmaakt, op basis van de reis- en verblijfskostenregeling van die deelnemer. Artikel 14 Commissies 1. Het algemeen bestuur kan commissies instellen. 2. De instelling van vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur geschiedt door het algemeen bestuur, op voorstel van het dagelijks bestuur. 3. Andere adviescommissies dan de in lid 2 van dit artikel bedoelde commissies van advies aan het dagelijks bestuur worden door het dagelijks bestuur ingesteld. 4. Bevoegdheden van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur kunnen worden toegekend aan: a. een functionele commissie, met het oog op de behartiging van bepaalde belangen; b. een territoriale commissie, met het oog op de behartiging van de belangen van een deel van het gebied hetwelk daarvoor hetzij door zijn ligging, hetzij door zijn karakter in aanmerking komt. 5.
Indien aan een commissie bevoegdheden van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur worden toegekend, regelt het algemeen bestuur de verantwoording aan het algemeen bestuur en voor zover zulks in verband met de aard en de omvang van de toegekende bevoegdheden nodig is, tevens de werkwijze van de commissie, de openbaarheid van vergaderingen, de voorbereiding, de uitvoering van de openbaarmaking van besluiten van de commissie, het toezicht van het algemeen bestuur of van het dagelijks bestuur op de uitoefening van de bevoegdheden van de commissie en de verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van andere organen van het openbaar lichaam. Voor zover het betreft een commissie waaraan bevoegdheden van het dagelijks bestuur worden toegekend, worden deze regels vastgesteld op voorstel van het dagelijks bestuur.
Versie 10 2018, vastgesteld op 12 december 2018
Pagina 5 van 18
6. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of de colleges van burgemeester en wethouders van meer gemeente(n) kan (kunnen) het algemeen bestuur gemotiveerd verzoeken, met het oog op het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 4 sub a en sub b, een commissie als bedoeld in lid 5 van dit artikel dan wel een vaste commissie van advies en bijstand in te stellen. Binnen vier maanden na ontvangst van het verzoek doet het dagelijks bestuur daaromtrent een voorstel aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur beslist pas over het verzoek nadat dit voorstel is uitgebracht. Een zodanig verzoek wordt ingewilligd, tenzij een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van het algemeen bestuur tegen het instellen van de verlangde commissie wordt uitgebracht. 7. Het algemeen bestuur regelt de samenstelling en bevoegdheden van commissies, met uitzondering van commissies bedoeld in lid 3 van dit artikel. Artikel 15 Politieke controle algemeen bestuur 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college van burgemeester en wethouders dat hem of haar heeft aangewezen, alle inlichtingen die door dat college of door een of meer leden daarvan worden verlangd en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van dat college. 2.
Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het college van burgemeester en wethouders, dat geen lid van het algemeen bestuur aanwijst, doch namens welk college hij of zij mede in het bestuur zitting heeft, alle inlichtingen die door dat college of een of meer leden daarvan worden verlangd. Het reglement van orde als bedoeld in artikel 12 van deze regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt. 3. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording schuldig aan het college van burgemeester en wethouders dat hem of haar heeft aangewezen, voor het door hem of haar in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van dat college. 4. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college van burgemeester en wethouders dat hem of haar weliswaar niet heeft aangewezen, doch namens welk college hij of haar wel mede in het algemeen bestuur zitting heeft. 5. Het reglement van orde als bedoeld in artikel 12 van deze regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd en de daaraan in overleg met het college dat verantwoording heeft gevraagd te verbinden gevolgen. 6.
Het college van burgemeester en wethouders dat een lid in het algemeen bestuur heeft aangewezen, heeft de bevoegdheid dit lid te ontheffen van deze taak, indien dit lid het vertrouwen van het desbetreffende college niet meer heeft. 7. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen, die door een of meer leden van de colleges worden verlangd en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van het algemeen bestuur. Het Dagelijks Bestuur Artikel 16 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit 7 leden, te weten: a. drie leden uit de regio waartoe de stad Utrecht behoort, waarvan in ieder geval één uit de stad Utrecht; b. twee leden uit elk van de beide andere regio’s. 2. De benoeming van de in lid 1 van dit artikel bedoelde leden geschiedt door en uit het midden van het algemeen bestuur.
Versie 10 2018, vastgesteld op 12 december 2018
Pagina 6 van 18
3. Voor ieder lid wordt een plaatsvervanger benoemd; deze benoeming vindt tegelijkertijd en op overeenkomstige wijze plaats als de benoeming van de in lid 1 van dit artikel bedoelde leden. Artikel 17 Benoeming 1. Het algemeen bestuur besluit bij de aanvang van elke zittingsperiode ten spoedigste, doch in elk geval binnen vier maanden over de benoeming van nieuwe leden, bedoeld in artikel 16 van deze regeling. Aftredende leden zijn terstond herkiesbaar. 2. Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 3. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur openvalt, van een lid bedoeld in artikel 16 van deze regeling, kiest het algemeen bestuur ten spoedigste doch in elk geval binnen vier maanden een nieuw lid. 4. Leden van het dagelijks bestuur die aftreden of hun ontslag indienen blijven als zodanig fungeren totdat in hun opvolging is voorzien. Artikel 18 Vervanging Indien wordt verwacht dat een lid van het dagelijks bestuur langdurig afwezig is, kan het algemeen bestuur in de tijdelijke vervanging van dit lid voorzien. Artikel 19 Werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of ten minste twee leden van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoeken, in welk geval de vergadering binnen twee weken plaatsvindt. 2.
De vergadering mag slechts beraadslagen en besluiten, indien behalve de voorzitter of zijn plaatsvervanger nog drie leden van het dagelijks bestuur tegenwoordig zijn. 3. Over personen wordt schriftelijk, over zaken mondeling gestemd. De leden van het dagelijks bestuur brengen ieder een stem uit. 4. Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door adviseurs. 5. Het dagelijks bestuur kan belanghebbenden uitnodigen of toelaten om in één of meer van zijn vergaderingen hun belangen te bepleiten of van hun gevoelen te doen blijken. 6. Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen hetwelk de goedkeuring behoeft van het algemeen bestuur. Dit reglement bevat geen bepalingen die in strijd zijn met deze regeling. Artikel 20 Vergoeding De reis- en verblijfskosten die de leden van het dagelijks bestuur maken, worden vergoed door de deelnemer van welk college het lid deel uitmaakt, op basis van de reis- en verblijfskostenregeling van die deelnemer. Artikel 21 Bevoegdheden 1. Het dagelijks bestuur is belast met: a. het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd; b. het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur; c.
het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheidslichamen en andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is; d. het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam;
Versie 10 2018, vastgesteld op 12 december 2018
Pagina 7 van 18
e. het besluiten om namens de het openbaar lichaam rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten; f. het beheer van inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam; g. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; h. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van vrijwaring en verlies van recht op bezit; i. het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van het openbaar lichaam alsmede op al wat het openbaar lichaam aangaat; j. het verstrekken van inlichtingen aan de bestuursorganen van de provincie en van de gemeenten; k. het vaststellen van verordeningen en andere regelingen die de eigen organisatie en bedrijfsvoering betreffen; l. het aanstellen, schorsen en ontslaan van het personeel van het openbaar lichaam met uitzondering van de directeur; m. het vaststellen van een directiestatuut waarin regels worden gesteld omtrent de ambtelijke organisatie, werkwijze, delegatie en mandatering. 2. Het dagelijks bestuur oefent, indien het algemeen bestuur daartoe besluit en naar door dit bestuur te stellen regels, de aan het algemeen bestuur toekomende bevoegdheden uit met uitzondering van: a.
het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de rekening; c. het vaststellen of wijzigen van tarieven. Artikel 22 Delegatie en mandaat 1. Het dagelijks bestuur kan zijn bevoegdheden, voor zover de aard ervan zich hier niet tegen verzet, bij directiestatuut mandateren aan de directeur van de het openbaar lichaam. 2. Het dagelijks bestuur kan een of meer leden, dan wel de directeur mandaat verlenen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de aard van de bevoegdheid of de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. 3. De op delegatie en mandaat betrekking hebbende artikelen 10:1 tot en met 10:23 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. Artikel 23 Politieke controle dagelijks bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. De leden van het dagelijks bestuur geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dat bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen en wel op de in het reglement van orde op de vergaderingen van het algemeen bestuur te bepalen wijze. 3.
Het dagelijks bestuur verstrekt aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen, die door een of meer leden van de colleges worden verlangd en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van het algemeen bestuur. De voorzitter Artikel 24 Benoeming en taken 1. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 2. De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.
Versie 10 2018, vastgesteld op 12 december 2018
Pagina 8 van 18
3. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij diens afwezigheid vervangt de plaatsvervangend voorzitter de voorzitter. 4. De voorzitter en de secretaris ondertekenen de stukken die van het bestuur uitgaan. Het bestuur kan het ondertekenen van bepaalde stukken opdragen aan de directeur van het openbaar lichaam. 5. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. Indien de voorzitter partij is, of als bestuurder is aangewezen door de gemeente die partij is, in een geding waarbij het openbaar lichaam betrokken is, wordt het openbaar lichaam door een ander, door het bestuur aan te wijzen lid van het bestuur vertegenwoordigd.
HOOFDSTUK 4
Het personeel
Artikel 25 Benoeming en taken 1. Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur. Benoeming van de directeur geschiedt uit een door het dagelijks bestuur opgemaakte aanbeveling, bevattende de namen van tenminste twee personen. 2. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij alles wat de hun opgedragen taken betreft, terzijde. 3. De directeur is tevens secretaris en draagt zorg voor het verslag van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 4. Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan, mede ondertekend. 5. De directeur heeft de dagelijkse leiding over het openbaar lichaam. 6. De directeur kan in zijn werkzaamheden worden bijgestaan door één of meer functionarissen. 7. Bij of krachtens het directiestatuut kunnen op te dragen taken en bevoegdheden nader worden geregeld. Artikel 26 Rechtspositie De rechtspositieregeling van de gemeente Utrecht is van toepassing op de medewerkers met uitzondering van de medewerkers met een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.