PR23.071 Personeelsmonitor Gemeenten 2022
Tekst van het document
r o t i n o m s l e e n o Pers eenten Gem
2 2 20
Postbus 11560 2502 AN Den Haag 070 7630030 secretariaat@aeno.nl www.aeno.nl
i
Inhoudsopgave Samenvatting
3
1. Bezetting gemeenten
13
Externe inhuur
2. Instroom, doorstroom & uitstroom Specifieke doelgroepen
27
30 43
3. Ziekteverzuim
52
4. Opleiding & ontwikkeling
61
5. Salarisontwikkelingen
65
Bijlagen
70
Bijlage 1 Responsverantwoording
70
Bijlage 2 Gemeentelijke samenwerkingen
72
Overzicht
73
Bezetting gemeenten
Woord vooraf Elk jaar brengt A&O fonds Gemeenten de Personeelsmonitor Gemeenten uit: dé benchmark voor HR-kengetallen van gemeenten. De Personeelsmonitor geeft inzicht in trends en ontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt in het algemeen en die van gemeenten in het bijzonder. Door uitgebreid onderzoek te doen bij zo veel mogelijk gemeenten, verzamelen we informatie over de belangrijkste kengetallen. Cijfers over ziekteverzuim, personeelsopbouw, externe inhuur, opleiding en ontwikkeling zijn zo beter te vergelijken. De benchmark die hieruit volgt, kunnen gemeenten gebruiken bij het opstellen en vormgeven van hun eigen personeels- en arbeidsmarktbeleid.
Leeswijzer De Personeelsmonitor Gemeenten bestaat uit een samenvatting en een tabellenboek. In het gegevenswoordenboek staat meer informatie over de toegepaste berekeningen en definities. Ook staan de gegevens online, in het dashboard van de Personeelsmonitor. Bekijk hier de gegevens van de laatste Personeelsmonitor, maar ook de trends van de afgelopen jaren. Op hetzelfde dashboard kunnen gemeenten (na inloggen) ook hun eigen HR-kengetallen vergelijken. Bijvoorbeeld met die van andere gemeenten van dezelfde gemeentegrootteklasse en met landelijke én provinciale cijfers.
Over A&O fonds Gemeenten A&O fonds Gemeenten is hét fonds voor alle gemeenten van Nederland. Ons doel is Nederlandse gemeenten en hun medewerkers duurzaam inzetbaar te houden. Wij inspireren, ondersteunen en adviseren bij organisatieontwikkeling en professionalisering. Zo blijven medewerkers vitaal en wendbaar en kunnen ze blijven aansluiten bij de veranderende samenleving.
2
Samenvatting
!
Bezetting gemeenten Flinke groei gemeentelijke bezetting Nederland had in 2022 342 gemeenten. Op 31 december 2022 waren 179.380 personen in dienst bij deze gemeenten. De bezetting is daarmee met 4 procent gestegen ten opzichte van 2021. De stijgende trend zette daarmee door en was het grootst van de afgelopen jaren. De stijging was met 7,2 procent het grootst bij gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners. Alleen bij de kleinste gemeenten (minder dan 20.000 inwoners) was er een daling, net als in eerdere jaren. Hier was de afname van de bezetting 5,8 procent. De schaalvergroting die bij gemeenten plaatsvindt, is daarmee zichtbaar in de resultaten van 2022.
Vacatures ruimtelijke ordening/milieu en bouwkunde/civiele techniek blijven lastig De invulling van vacatures wordt uiteraard genoemd als een belangrijke factor bij de toe- en afname van de gemeentelijke bezetting. Bijna vijf op de tien gemeenten die te maken hebben met een toename van de bezetting, noemen het invullen van vacatures bij de top 3 van redenen. De toename komt daarnaast doordat er steeds nieuwe taken op gemeenten afkomen. Voorheen waren dat voornamelijk corona-gerelateerde taken. In 2022 waren het vooral taken rondom de opvang van (Oekraïense) vluchtelingen en alle maatschappelijke problemen die voortvloeien uit verhoogde (energie)kosten voor burgers. Bijna 80 procent van de gemeenten met een dalende bezetting gaf aan dat dit komt door het niet kunnen invullen van vacatures. In totaal was 20 procent van de vacatures in 2022 moeilijk vervulbaar (2021: 19 procent). Met name in de functiegebieden ruimtelijke ordening/milieu en bouwkunde/civiele techniek blijft het lastig om geschikte kandidaten te vinden. Dat is zorgelijk: een tekort in deze functiegebieden belemmert gemeenten bij het uitvoeren van activiteiten.
Groei bezetting verwacht in 2023 Maar liefst 83 procent van de gemeenten verwacht dat de bezetting in 2023 zal toenemen. Terwijl 15 procent verwacht dat deze gelijk zal blijven. Slechts 2 procent van de gemeenten verwacht dat de bezetting zal afnemen. Groei wordt vooral verwacht in de functiegebieden ruimtelijke ordening/milieu, automatisering/ICT en wonen/volkshuisvesting. Ruimtelijke ordening blijft een uitdaging voor gemeenten: net als in 2021 werd dit functiegebied genoemd als moeilijk om vacatures in te vullen. Binnen de functiegebieden burger-/publiekszaken en dienstverlening/facilitair verwachten gemeenten krimp. Driekwart van de gemeenten verwacht op geen enkel gebied krimp.
3
Samenvatting
Gemiddelde leeftijd blijft dalen De gemiddelde leeftijd van gemeentepersoneel was in 2022 47,2 jaar. Hiermee daalde de gemiddelde leeftijd opnieuw iets (2021: 47,4 jaar). De daling van de gemiddelde leeftijd is te verklaren door een veranderende samenstelling van het personeelsbestand. De opvallendste ontwikkeling was de toename van het aantal medewerkers onder de 25 jaar en tussen 25 en 35 jaar. In vergelijking met 2018 is het aantal medewerkers in deze leeftijdscategorieën met respectievelijk 58 en 46 procent toegenomen. Het aantal 60-plussers steeg ten opzichte van 2018 met 15 procent. Hierdoor zien we nu voor het eerst sinds 2013 dat het aandeel medewerkers jonger dan 35 iets hoger ligt (18 procent) dan het aandeel 60-plussers (17 procent). Toch moeten we niet vergeten: in vergelijking met andere sectoren is het personeel van de gemeentelijke sector veel meer vergrijsd. Bij gemeenten is 61 procent 45 jaar of ouder, terwijl dat aandeel voor de hele Nederlandse werkzame beroepsbevolking 42 procent is.
Aandeel vrouwelijke leidinggevenden stijgt licht In 2022 lag het aantal leidinggevenden met 5,1 leidinggevenden per 100 medewerkers nagenoeg op hetzelfde niveau als in 2021 (5,2 leidinggevenden per 100 medewerkers). Het aandeel vrouwelijke leidinggevenden bij gemeenten nam weer iets toe. Maar de groei was kleiner dan gemiddeld in Nederland. Ter vergelijking: het landelijk percentage vrouwelijke leidinggevenden steeg van 26 naar 28 procent. Bij gemeenten steeg het percentage van 43 naar 44 procent. Het aandeel vrouwelijke leidinggevenden blijft daarmee wel flink hoger dan in de rest van Nederland. Het totaal aandeel vrouwen in dienst van gemeenten steeg van 54 naar 55 procent.
Aandeel fulltimers neemt licht toe In 2022 werkten 59 procent van de gemeentemedewerkers fulltime, 41 procent deed dat in deeltijd. Het aandeel medewerkers dat voltijds werkt, steeg daarmee opnieuw ten opzichte van het voorgaande jaar. Sinds 2019 zien we ieder jaar een stijging van 1 procentpunt van het aandeel fulltimers. In het algemeen geldt: hoe groter de gemeentegrootteklasse, hoe groter het aandeel medewerkers dat voltijds werkt. Zo ligt het aandeel medewerkers dat bij de G4 (de vier grootste gemeenten) fulltime werkt op 69 procent en bij gemeenten met minder dan 20.000 inwoners op 48 procent. Verder is opvallend dat mannen vaker voltijds werken (84 procent) dan vrouwen (40 procent) en dat in de leeftijdsgroepen tussen 35 en 45 jaar en 45 en 55 jaar minder vaak voltijds wordt gewerkt: respectievelijk 56 en 57 procent.
4
Samenvatting
Externe inhuur Beeld externe inhuur wisselt In 2022 besteedden gemeenten 17,0 procent van de loonsom aan externe inhuur. Dat is vrijwel gelijk aan 2021 (16,5 procent). De uitgaven aan externe inhuur zijn daarmee, ondanks de krapte op de arbeidsmarkt, nauwelijks veranderd. Het beeld verschilt wel per gemeentegrootteklasse. Zo zijn voor de G4 de uitgaven aan externe inhuur verhoudingsgewijs gedaald, terwijl gemeenten met minder dan 50.000 inwoners meer uitgaven aan externen. Een mogelijke verklaring is dat kleinere gemeenten in deze arbeidsmarktkrapte het lastiger hebben om personeel aan te trekken. Voor de G4 is het lastiger om een precieze oorzaak voor de daling aan te wijzen.
Gemeenten voelen zich meer genoodzaakt om extern in te huren Nood breekt wet. Om in deze krappe arbeidsmarkt toch werk gedaan te krijgen, kiezen gemeenten voor externe inhuur. Het wordt zelfs gezien als de meest effectieve manier om toch moeilijk vervulbare vacatures te vervullen. Ook het aandeel gemeenten dat ernaar streeft om externe inhuur terug te dringen, wordt steeds kleiner. In 2020 gaf 70 procent van de gemeenten nog aan beleid te hebben gevoerd om externe inhuur te willen terugdringen. In 2021 was dit gedaald naar 56 procent en in 2022 was het 50 procent. Voorbeelden van maatregelen om de uitgaven aan externe inhuur te reduceren zijn het flexibel inzetten van (eigen) medewerkers, het aanbieden van tijdelijke arbeidsovereenkomsten en het omzetten van flexibele banen in vaste banen. Net als in 2021 bestond gemiddeld 23 procent van de gemeentelijke bezetting uit flexibele bezetting (conform definitie van het CBS). Hierin zijn nauwelijks verschillen te zien tussen gemeentegrootteklassen. Hoewel de flexibele bezetting binnen gemeenten iets hoger lag dan gemiddeld in de overheidssector (22 procent) is het nog altijd lager dan het landelijke gemiddelde (44 procent). Het merendeel waren arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Detacheringsovereenkomsten, uitzendovereenkomsten en zzp’ers waren volgens gemeenten de meest gebruikte vormen van externe inhuur.
In vergelijking met eerdere jaren laten gemeenten tegenwoordig vaker de keuze op een zzp’er vallen en juist minder op payroll.
5
Samenvatting
Instroom, doorstroom & uitstroom Instroom neemt toe Het instroompercentage was in 2022 15,9 procent en is daarmee flink toegenomen ten opzichte van eerdere jaren. Het is opvallend dat in alle gemeentegrootteklassen de instroom beduidend hoger was behalve bij de G4. Bij de G4-gemeenten was slechts sprake van een lichte stijging van het instroompercentage, namelijk van 13,2 procent in 2021 naar 13,8 procent in 2022. Wat betreft de kenmerken van instroom zien we wat kleinere verschuivingen. Het aandeel vrouwelijke instromers steeg iets, net als het aandeel deeltijders. Ook nam het aandeel instroom in de groep 35-45 jaar iets toe. De instroom in lagere salarisschalen nam ook iets meer toe dan in de hogere salarisschalen.
Doorstroom neemt toe Doorstroom wordt in de Personeelsmonitor gedefinieerd als medewerkers die duurzaam van functie en/of afdeling zijn veranderd, zonder dat dit met een reorganisatie of functieherwaardering te maken heeft. In 2022 steeg het doorstroompercentage opnieuw: ditmaal van 7,3 naar 8,4 procent. Over het algemeen geldt: hoe groter de gemeentegrootteklasse, des te hoger de doorstroom. Zo lag het doorstroompercentage bij de G4 op 13,5 procent en bij de gemeenten onder 20.000 inwoners ‘slechts’ op 3,2 procent. De grotere formatie en daarmee meer doorstroommogelijkheden bij grotere gemeenten spelen hierbij ongetwijfeld een rol. De doorstroom bij kleinere gemeenten mag dan wel lager liggen, maar net als bij de andere gemeentegrootteklassen nam het percentage wel toe (van 2,2 naar 3,2 procent). De doorstroom betekent in de meeste gevallen dat een medewerker binnen de gemeente van functie is veranderd: bijna een derde van doorstroom in 2022 bestond hieruit. 21 procent was zowel van functie als afdeling veranderd en 18 procent alleen van afdeling.
Uitstroompercentage daalt, vooral minder naar pensioen In tegenstelling tot eerdere jaren nam de uitstroom licht af, van 8,8 procent in 2021 naar 8,3 procent in 2022. De daling lijkt voornamelijk te komen door de groep 60-plussers. Zo is een kleiner deel naar pensioen uitgestroomd in vergelijking met voorgaande jaren. In coronatijd zagen we dat oudere medewerkers toch vaker de keuze maakten om alvast met pensioen te gaan. Verder is opvallend dat de vrijwillige uitstroom flink steeg. In eerdere jaren lag het aandeel werknemers dat vrijwillig uitstroomde zo rond de 50 procent. In 2022 steeg dit percentage tot 61 procent. De krapte op de arbeidsmarkt is hier hoogstwaarschijnlijk debet aan, door meer (gunstige) overstapmogelijkheden. We zien namelijk dat de belangrijkste reden om uit te stromen - een verbetering van de arbeidsvoorwaarden (inclusief salaris) - net wat vaker werd genoemd dan in andere jaren. In een eerder onderzoek naar mobiliteit (rapport Personeelsdynamiek) zagen we dat gemeentemedewerkers veelal blijven werken in de overheidssector. Bij kleinere gemeenten is de beweging vooral richting grotere gemeenten. Ook weten we uit hetzelfde onderzoek dat een derde van de uitstroom binnen drie jaar plaatsvindt (‘snelle uitstroom’) en dat deze snelle uitstroom onder jonge medewerkers net nog wat hoger uitvalt.
6
Samenvatting
Jongeren 42 procent van de instromers jonger dan 35 jaar Door het vergrijsde personeelsbestand wordt niet alleen de instroom maar ook het behoud van jonge medewerkers binnen gemeenten steeds belangrijker. In 2022 bestond 42 procent van de instroom uit jongeren (onder de 35 jaar), net als in 2021. Het aandeel gemeenten dat actief beleid voert om de instroom van jongeren te bevorderen, bleef ook onveranderd: 62 procent. In 2020 voerde 76 procent van de gemeenten een actief jongerenbeleid. De jaren daarvoor was dat zelfs boven de 80 procent. Veel gebruikte vormen van beleid blijven: het aanbieden van stageplekken en traineeprogramma’s.
Aandeel trainees en werkervaringsplekken stijgt iets, aandeel stagiairs daalt licht Door het versoepelen van de coronamaatregelen was weer meer begeleiding bij gemeenten mogelijk. Daardoor steeg het aandeel werkervaringsplekken (onder 27 jaar) en trainees bij gemeenten weer iets. Toch wordt het niveau van vóór corona niet altijd bereikt. Het aandeel stagiairs is zelfs licht gedaald. In 2022 was 4 procent van de bezetting stagiair (2021: 5 procent). Ook in de Vacaturemonitor zien we een verminderende belangstelling voor stagiairs. Het merendeel van de stagiairs volgde in 2022 een hbo-opleiding (44 procent) of een mbo-bol-traject (38 procent). 18 procent van de gemeenten had mbo-bbl-studenten in dienst, net als in 2021. Het merendeel van de gemeenten ervaart geen belemmeringen bij het aannemen van jongeren. Het aandeel is wel iets gedaald ten opzichte van 2021, namelijk van 76 naar 74 procent. De belangrijkste belemmering was volgens gemeenten dat de gemeente onvoldoende bekend staat als werkgever. Een andere reden is dat er geen mogelijkheid is om ingewerkt te worden. Er wordt meteen productiviteit verwacht.
Behoud jonge medewerkers blijft lastig Sinds 2016 nam het aandeel jonge medewerkers onder de 35 jaar dat uitstroomde ieder jaar licht toe (met uitzondering van 2021). In 2022 zette deze trend door en bestond 22 procent van de uitstroom uit jonge medewerkers. De voornaamste reden voor uitstroom van jonge medewerkers was volgens gemeenten toe te schrijven aan hun hogere arbeidsmobiliteit. Daarnaast blijven onvoldoende carrièreperspectief/ doorgroeimogelijkheden een heikel punt. Desondanks voerde het merendeel van de gemeenten (62 procent) nog geen actief beleid om jongeren te behouden en/of uitstroom te voorkomen. De groep die wel actief jongerenbeleid voerde, zette voornamelijk in op opleiding en ontwikkeling.
7
Samenvatting
Andere doelgroepen Werkervaringsplekken algemeen meer ingezet Werkervaringsplekken zijn niet alleen voor jongeren: ook mensen ouder dan 27 jaar kunnen hiervan gebruik maken. Met de komst van veel (Oekraïense) vluchtelingen bieden gemeenten werkervaringsplekken regelmatig aan als weg naar werk. We zien dat ook terug in de Personeelsmonitor. Het aandeel werkervaringsplekken vanaf 27 jaar steeg in 2022 licht ten opzichte van een jaar geleden. Opvallend is de stijging in de kleinste gemeentegrootteklasse (minder dan 20.000 inwoners). Daar is het aandeel bijna verdubbeld.
55 procent verwacht doelstelling banenafspraak te halen Het kabinet en werkgevers spraken af om extra banen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit wordt geregeld in de Wet banenafspraak en arbeidsbeperkten. In totaal gaat het om 125.000 extra banen (in equivalenten van 25,5 uur per week). In totaal hebben gemeenten tot en met 2022 bijna 6.500 banen ingevuld in het kader van de banenafspraak. Hiermee is de doelstelling van 5.250 gerealiseerde banen voor gemeenten op tijd gehaald. Toch verwacht een derde van de gemeenten de doelstelling voor hun eigen gemeente niet te halen. Bij ongeveer 1 op de 10 is dat onzeker. Het percentage gemeenten dat verwacht de doelstelling wel te halen (55 procent) bleef nagenoeg gelijk aan dat van 2021 (58 procent).
Ziekteverzuim Ziekteverzuim historisch hoog Het ziekteverzuimpercentage bij gemeenten steeg in 2022 tot 6,7 procent (2021: 5,8 procent). Nooit eerder was het ziekteverzuimpercentage zo hoog. Deze stijging zien we bij alle gemeentegrootteklassen. In de traditioneel laag scorende kleinste gemeentegrootteklassen (minder dan 20.000 inwoners) is de toename wel het grootst: van 5,3 procent naar 6,7 procent (na G4 het hoogst scorend). In de rest van Nederland zien we een vergelijkbare toename van het ziekteverzuimpercentage. Het landelijke ziekteverzuim steeg van 4,9 procent in 2021 naar 5,6 procent in 2022. Bij organisaties met meer dan honderd medewerkers ging het percentage hard omhoog, van 5,5 procent naar 6,3 procent. Het ziekteverzuim bij gemeenten ligt daarmee weliswaar nog altijd hoger dan het landelijke gemiddelde maar het verschil is vrijwel hetzelfde gebleven. Het landelijk ziekteverzuimpercentage in het openbaar bestuur lag in 2022 op 6,1 procent en was daarmee lager dan bij gemeenten.
8
Samenvatting
Als we het ziekteverzuim uitsplitsen naar verzuimduur, blijkt dat in 2022 het kort verzuim (maximaal zeven kalenderdagen) flink is gestegen. Ook het middellang verzuim (8 tot en met 42 dagen) nam toe. Opvallend is dat het verzuimpercentage voor lang verzuim (43 tot en met 365 kalenderdagen) juist daalde. Het extra lang verzuim (vanaf 365 kalenderdagen) bleef vrijwel gelijk aan dat van 2021. Het nulverzuim - het deel van de gemeentemedewerkers dat zich in 2022 niet ziekmeldde - nam het afgelopen jaar flink af, van 54 naar 41 procent. De meldingsfrequentie - het gemiddeld aantal keer dat gemeentemedewerkers zich per jaar ziekmelden - steeg aanzienlijk, van 0,70 naar 1,04. Zowel het nulverzuim als de meldingsfrequentie liggen daarmee weer op vrijwel hetzelfde niveau als vóór corona. Tijdens corona zagen we dat het vele thuiswerken van invloed was op lagere verzuimcijfers. Nu gemeentemedewerkers weer vaker naar kantoor gaan, melden gemeentemedewerkers zich mogelijk sneller ziek bij bijvoorbeeld een verkoudheid. Dat resulteert in meer kortverzuim, hogere meldingsfrequentie en lager aandeel nulverzuim. De belangrijkste oorzaken van lang of extra lang verzuim zijn volgens bedrijfsartsen enerzijds fysieke en fysiologische aandoeningen en anderzijds werkdruk en stress (beide 63 procent).
Het is opvallend dat fysieke en fysiologische aandoeningen in 2022 als oorzaak van langdurig ziekteverzuim op dezelfde hoogte stonden als werkdruk en stress.
Werkdruk actueel thema Meer dan negen op de tien gemeenten geeft aan dat werkdruk een actueel HR-thema binnen zijn gemeente is. Desondanks heeft 56 procent van de gemeenten maatregelen genomen om de werkdruk terug te dringen. 5 procent daarvan zegt dat de werkdruk aanzienlijk is verbeterd door de genomen maatregelen. De meest genomen maatregelen zijn het uitbreiden van de formatie, het voeren van gesprekken met medewerkers (coaching) en het organiseren van trainingen. Het uitbreiden van de formatie is overigens niet makkelijk. Gemeenten hebben te maken met een hoog aandeel moeilijk vervulbare vacatures en een oplopend ziekteverzuim. Ook komen er steeds meer nieuwe taken bij. Bijna driekwart van de gemeenten (74 procent) heeft in 2022 instrumenten ingezet gericht op vitaliteit. Het gaat dan veelal om maatregelen voor een goede balans tussen thuis- en kantoorwerk, het uitvoeren van vitaliteitsprogramma’s en instrumenten om het verzuim terug te dringen. Ook financiële fitheid was in 2022 een belangrijk thema. 42 procent van de gemeenten heeft specifieke maatregelen genomen om te werken aan financiële fitheid. 20 procent heeft dit nog niet gedaan maar overweegt het. Hierbij valt te denken aan het aanbieden van budgetcoaches of het communiceren over het onderwerp.
9
Samenvatting
Het generatiepact/vitaliteitspact verliest langzamerhand steeds meer terrein. In 2022 had 41 procent van de gemeenten nog een generatiepact. Een jaar eerder was dat 44 procent en op zijn hoogtepunt in 2019 had bijna 60 procent van gemeenten een dergelijk beleidsinstrument om verjonging in de gemeenten op gang te brengen. Het merendeel van de gemeenten is met het generatiepact gestopt omdat het te duur was of onvoldoende resultaat opleverde.
Opleiding & ontwikkeling Gemeenten besteedden weer meer aan opleiding en ontwikkeling In 2022 gaven gemeenten gemiddeld 1,5 procent van hun loonsom uit aan opleiding en ontwikkeling. Het aandeel is daarmee voor het eerst weer toegenomen. De afgelopen twee jaar was het aandeel 1,3 procent. Dit lage percentage kwam waarschijnlijk mede door de restricties rond het organiseren van evenementen en het vele thuiswerken door corona. Toch gaven gemeenten in 2022 nog altijd minder uit aan opleidingskosten dan vóór corona. Het bestede bedrag lag opnieuw lager dan het begrote bedrag voor opleiding en ontwikkeling. Dit gold voor alle gemeentegrootteklassen. Hoewel de gemiddelde opleidingskosten voor 2022 begroot waren op 1.107 euro, waren de uitgaven per medewerker 1.033 euro. Het verschil tussen begroot en besteed was wel wat kleiner dan afgelopen jaren, vooral omdat het begrote bedrag minder hard steeg. Net als in 2021 is het grootste deel van het bestede opleidingsbudget uitgegeven aan vakinhoudelijke ontwikkeling. Toch zien we dat er weer wat meer aandacht is voor persoonlijke effectiviteit. Het leren gebeurde bij gemeenten vooral door trainingen en opleidingen.
Ontwikkelgesprekken meest gebruikte en effectieve mobiliteitsinstrument Net als in voorgaande jaren worden ontwikkelgesprekken gezien als het meest gebruikte en het meest effectieve instrument om mobiliteit te bevorderen: 92 procent van de gemeenten gaf aan dat het ontwikkelgesprek het meest gebruikt was in 2022. 73 procent gaf aan dat dit instrument ook het meest effectief was. Ook stimuleerden gemeenten mobiliteit door het volgen van een opleiding en gesprekken met een loopbaanadviseur. Toch zijn deze instrumenten volgens gemeenten veel minder effectief dan ontwikkelgesprekken.
10
Samenvatting
Salarisontwikkelingen Verschil tussen bruto maandsalaris man-vrouw loopt weer op Het gemiddelde bruto maandsalaris per medewerker was in 2022 4.183 euro (exclusief IKB en gecorrigeerd naar deeltijd). Hiermee steeg het gemiddelde salaris met 3,1 procent. In alle gemeentegrootteklassen zien we een soortgelijke stijging (G4 het grootst met 5,9 procent), behalve bij gemeenten met tussen 50.000 en 100.000 inwoners en die met tussen 20.000 en 50.000 inwoners. In de laatste twee grootteklassen zien we respectievelijk een kleine daling (-0,5 procent) en een lichte stijging (+0,7 procent). In tegenstelling tot eerdere jaren zien we het verschil tussen het bruto maandsalaris van mannen en vrouwen weer wat oplopen. Het verschil in 2022 bedroeg 102 euro - terwijl dit een jaar geleden nog 38 euro was. Het afgelopen jaar hebben mannen dan ook gemiddeld 3,8 procent erbij gekregen, terwijl vrouwen binnen gemeenten gemiddeld 2,5 procent meer gingen verdienen. Deze vergelijking houdt overigens geen rekening met veranderingen in de samenstelling van het personeelsbestand. In totaal zat 85 procent van de medewerkers in schaal 7 of hoger en 42 procent zelfs in salarisschaal 10 of hoger. In vergelijking met 2021 veranderde deze verdeling nauwelijks. Ook onveranderd in vergelijking met voorgaande jaren is dat vrouwen veel vaker in salarisschaal 7 tot en met 9 zitten dan mannen.
Mannen zitten juist vaker in de lagere salarisschalen (schaal 6 of lager) of in de hoogste salarisschalen (schaal 13 of hoger). We zien wel dat het aandeel eindschalers opnieuw wat afnam (2022: 62 procent versus 2021: 64 procent). Dit heeft ongetwijfeld te maken met de verhoogde instroom van de afgelopen jaren.
Belangrijke HR thema’s Werving en behoud prioriteit komende drie jaar De verhoogde instroom kwam er niet voor niks. Gemeenten hebben in 2022 de meeste aandacht gegeven aan werving en selectie (inclusief arbeidsmarktcommunicatie). En dat blijft ook de komende drie jaar topprioriteit. Dit heeft uiteraard te maken met de arbeidsmarktkrapte, die waarschijnlijk voorlopig niet verdwijnt. Een ander belangrijk HR-thema in 2022 was vitaliteit en duurzaamheid - en dat blijft het ook de komende drie jaar. In tijden van krapte is het uiteraard belangrijk om te blijven inzetten op het behoud van personeel.
11
Samenvatting
Samenvatting 1.1 Top 5 HR thema’s met meeste aandacht in 2022
%
1
Werving en selectie (inclusief arbeidsmarktcommunicatie)
2
Werkklimaat35
3
Vitaliteit & duurzaamheid
4
HR-Analytics18
5
SPP15
46
32
n=228 Let op: Dit betrof een open vraag waarvan de antwoordopties naderhand gecategoriseerd zijn. Een gemeente kan in meerdere categorieën terechtkomen.
Samenvatting 1.2 Top 5 belangrijkste HR thema’s in de komende drie jaar
1
Werving en selectie (inclusief arbeidsmarktcommunicatie)
2
Vitaliteit & duurzaamheid
3
SPP33
4
Persoonlijke vaardigheden
5
Sterkere en flexibelere organisatie
% 58 55
28 17
Let op: Dit betrof een open vraag waarvan de antwoordopties naderhand gecategoriseerd zijn. Een gemeente kan in meerdere categorieën terechtkomen.
12
n=228
1
Bezetting gemeenten Flinke groei gemeentelijke bezetting
Gemiddelde leeftijd
bezetting gestegen tot
179.380
gedaald
47,2 jaar
personen
59%
Uitgaven aan
externe inhuur
17%
gestegen
gestegen
Aandeel fulltimers
Vrouwelijke leidinggevenden =Licht gestegen 13
Bezetting gemeenten Het aantal gemeentemedewerkers dat werkzaam is bij Nederlandse gemeenten blijft in beweging. Factoren die daar invloed op hebben, zijn bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek en de arbeidsmarktkrapte. Maar ook processen als de transities en verzelfstandiging hebben invloed op de bezetting van gemeenten. Om deze bewegingen te kunnen volgen, analyseren we de jaarlijkse ontwikkeling van de gemeentelijke bezetting en haar onderliggende kenmerken.
1.1 Ontwikkeling van de gemeentelijke bezetting* 2018
2019
2020
2021
2022
In personen
163.650
168.500
171.050
172.500
179.380
In fte
144.750
149.460
151.890
155.100
161.340
Alle gemeenten
* Inclusief medewerkers in gemeentelijke samenwerkingen. Gemeenten in gemeentelijke samenwerkingen tellen in de Personeelsmonitor mee als één organisatie.
1.2 Bezetting als percentage van de formatie
14
fte/%
98
99
98
98
98
2018
2019
2020
2021
2022
Bezetting gemeenten Steeds meer gemeenten vervangen ‘de formatie’ als kengetal door ‘de totale loonsom’. Vandaar dat 1.3 is toegevoegd.
1.3 Loonsom in procenten van het loonkostenbudget
%
G4
105
> 100.000 inwoners
99
50.000 tot 100.000 inwoners
95
20.000 tot 50.000 inwoners
94
< 20.000 inwoners
93
Alle gemeenten
99 n=227
1.4 Verdeling van bezetting en aantal inwoners naar gemeentegrootte
pers./% 2022
2018 Inwoners
Bezetting
Inwoners
Bezetting
G4
14
25
14
27
> 100.000 inwoners
26
24
27
24
50.000 tot 100.000 inwoners
24
20
24
22
20.000 tot 50.000 inwoners
31
25
31
24
< 20.000 inwoners
4
7
4
3
15
Bezetting gemeenten
1.5 Bezetting per 1.000 inwoners
fte/1.000 inwoners 2018
2019
2020
2021
2022
G4
15,7
16,5
16,9
17,5
17,7
> 100.000 inwoners
7,8
7,9
8,0
8,1
8,3
50.000 tot 100.000 inwoners
7,6
7,5
7,7
7,9
8,2
20.000 tot 50.000 inwoners
6,1
6,4
6,8
6,7
6,8
< 20.000 inwoners
8,4
10,5
6,9
6,6
6,8
Alle gemeenten
8,3
8,6
8,7
8,9
9,1
1.6 Ontwikkeling van de gemeentelijke bezetting
pers.
50.000
40.000
30.000
20.000
G4
> 100.000
50.000 - 100.000
20.000 - 50.000
Let op: de verschillen tussen de jaren worden mede veroorzaakt door gemeentelijke herindelingen en doordat gemeenten tussen gemeentegrootteklassen verschuiven.
16
< 20.000
2022
2021
2020
2019
2018
2022
2021
2020
2019
2018
2022
2021
2020
2019
2018
2022
2021
2020
2019
2018
2022
2021
2020
2019
0
2018
10.000
Bezetting gemeenten
1.7 Jaarlijkse verandering van de gemeentelijke bezetting
pers./%
2018
2019
2020
2021
2022
G4
1,7
4,0
5,7
3,8
4,0
> 100.000 inwoners
4,4
0,6
6,3
0,6
4,0
50.000 tot 100.000 inwoners
8,7
5,4
6,6
3,8
7,2
20.000 tot 50.000 inwoners
-2,6
5,2
-0,4
-3,1
2,5
< 20.000 inwoners
-7,4
-7,3
-39,6
-8,3
-5,8
Alle gemeenten
1,8
3,0
1,5
0,8
4,0
Let op: de verschillen tussen de jaren worden mede veroorzaakt door gemeentelijke herindelingen en doordat gemeenten tussen gemeentegrootteklassen verschuiven.
1.8 Gemeentelijke bezetting naar geslacht
pers./% 2022
2018 Man
Vrouw
Man
Vrouw
G4
50
50
47
53
> 100.000 inwoners
48
52
45
55
50.000 tot 100.000 inwoners
47
53
45
55
20.000 tot 50.000 inwoners
48
52
45
55
< 20.000 inwoners
47
53
43
57
Alle gemeenten
48
52
45
55
Werkzame beroepsbevolking (NL)
53
47
53
47
Let op: Enkele gemeenten maken melding van een aantal medewerkers in de categorie ‘anders’, naast de categorieën ‘man’ en ‘vrouw’. Omdat het aantal medewerkers in de categorie ‘anders’ in alle gevallen heel beperkt was zijn deze medewerkers, in verband met privacybescherming, naar rato verdeeld over de categorieën ‘man’ en ‘vrouw’.
17
Bezetting gemeenten
1.9 Aandeel mannen en vrouwen
55
45
%
52
Personen
48
fte
1.10 Verhouding voltijd en deeltijd en gemiddelde deeltijdfactor
pers./% 2022
2018
18
Voltijd
Deeltijd
Deeltijdfactor
Voltijd
Deeltijd
Deeltijdfactor
G4
66
34
0,93
69
31
0,94
> 100.000 inwoners
58
42
0,91
59
41
0,91
50.000 tot 100.000 inwoners
56
44
0,89
56
44
0,89
20.000 tot 50.000 inwoners
52
48
0,87
52
48
0,87
< 20.000 inwoners
50
50
0,85
48
52
0,86
Alle gemeenten
57
43
0,90
59
41
0,90
Bezetting gemeenten
1.11 Verhouding voltijd en deeltijd en gemiddelde deeltijdfactor naar leeftijd en geslacht
pers./%
Voltijd
Deeltijd
Deeltijdfactor
< 25 jaar
64
36
0,86
25-35 jaar
68
32
0,94
35-45 jaar
56
44
0,90
45-55 jaar
57
43
0,90
55-60 jaar
60
40
0,90
> 60 jaar
60
40
0,89
Man
84
16
0,96
Vrouw
40
60
0,85
Totaal
59
41
0,90
1.12 Gemeentelijke bezetting naar leeftijdsklasse
pers./%
< 25
25 - 35
35 - 45
45 - 55
55 - 60
> 60
Gemiddelde leeftijd
G4
2
19
23
26
14
16
46,4
> 100.000 inwoners
2
16
22
29
15
17
47,1
50.000 tot 100.000 inwoners
2
15
21
28
16
18
47,7
20.000 tot 50.000 inwoners
2
15
21
28
16
18
47,7
< 20.000 inwoners
2
14
20
27
17
19
48,1
Alle gemeenten
2
16
22
28
16
17
47,2
Werkzame beroepsbevolking (NL)
18
21
19
20
10
11
19
Bezetting gemeenten
1.13 Gemeentelijke bezetting versus werkzame beroepsbevolking naar leeftijdsklasse 28
pers./%
Gemeenten Werkzame beroepsbevolking (NL)
21
22
20
19
18
17
16
16
10
11
2 Jonger dan 25 jaar
25 tot 35 jaar
35 tot 45 jaar
45 tot 55 jaar
55 tot 60 jaar
1.14 Gemeentelijke bezetting naar leeftijd en geslacht
pers.
30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0 < 25 jaar
20
25 - 35 jaar
35 - 45 jaar
45 - 55 jaar
60 jaar en ouder
55 - 60 jaar
≥ 60 jaar
Bezetting gemeenten
1.15 Vergelijking gemeentelijke bezetting naar leeftijdscategorie
pers. Verandering 2018-2022
2018
2022
absoluut
relatief in %
Jonger dan 25 jaar
2.330
3.690
1.360
58
25 tot 35 jaar
19.640
28.590
8.950
46
35 tot 45 jaar
36.100
38.800
2.700
7
45 tot 55 jaar
50.540
49.700
-840
-2
55 tot 60 jaar
28.180
27.810
-370
-1
60 jaar en ouder
26.850
30.800
3.950
15%
1.16 Ontwikkeling gemiddelde leeftijd / Vergelijking jongeren en ouderen
46,9
47,5
48,1
48,3
48,3
48,3
48,1
48,0
47,7
47,4
47,2 gemiddelde leeftijd
2012
20
2013
2014
2015
2016
2017
16%
2018
2019
2020
16%
17%
17%
16%
15%
15 14% 13%
14%
16%
2021
17% 17%
2022 18,0% 17,2%
15%
14% 12%
11%
11%
11%
11%
11%
10 2012
2013
2014
2015
2016
13%
> 60 jaar < 35 jaar
2017
2018
2019
2020
2021
2022
21
Bezetting gemeenten
1.17 Gemeentelijke bezetting naar dienstjaren
pers./% Korter dan 3 jaar
3 tot 10 jaar
10 jaar of meer
G4
26
26
48
> 100.000 inwoners
31
24
45
50.000 tot 100.000 inwoners
31
25
44
20.000 tot 50.000 inwoners
33
26
41
< 20.000 inwoners
34
27
39
Alle gemeenten
30
25
45
Gemiddelde lengte dienstverband (in jaren)
2018
2022
Gemeenten
12,2
11,3
1.18 Verhouding dienstverbanden voor onbepaalde en bepaalde tijd
fte/% 2022
2021 Onbepaald
Bepaald
Onbepaald
Bepaald
G4
88
12
88
12
> 100.000 inwoners
92
8
89
11
50.000 tot 100.000 inwoners
90
10
89
11
20.000 tot 50.000 inwoners
90
10
88
12
< 20.000 inwoners
90
10
87
13
Alle gemeenten
90
10
88
12
Werkzame beroepsbevolking (NL)
68
32
67
33 n=233
22
Bezetting gemeenten
1.19 Leidinggevenden per 100 medewerkers
pers/% 2018
2019
2020
2021
2022
G4
6,3
6,3
6,3
6,7
6,4
> 100.000 inwoners
5,4
5,1
5,3
5,0
5,1
50.000 tot 100.000 inwoners
4,5
4,3
3,9
4,2
4,2
20.000 tot 50.000 inwoners
4,4
4,4
3,9
4,5
4,5
< 20.000 inwoners
5,2
5,7
4,7
5,1
5,2
Alle gemeenten
5,2
5,1
4,9
5,2
5,1 n=232
1.20 Percentage vrouwelijke leidinggevenden
% 2018
2019
2020
2021
2022
G4
45
43
47
47
47
> 100.000 inwoners
41
41
41
42
43
50.000 tot 100.000 inwoners
38
42
41
41
43
20.000 tot 50.000 inwoners
34
38
40
39
42
< 20.000 inwoners
37
36
40
40
41
Alle gemeenten
40
41
43
43
44
25
26
26
26
28
Werkzame beroepsbevolking (NL)
n=234
23
Bezetting gemeenten
1.21 Verhouding leidinggevenden naar arbeidsovereenkomst en inhuur
pers/% 2022
2021 Arbeidsovereenkomst
Inhuur
Arbeidsovereenkomst
Inhuur
G4
93
7
96
4
> 100.000 inwoners
95
5
93
7
50.000 tot 100.000 inwoners
92
8
91
9
20.000 tot 50.000 inwoners
92
8
92
8
< 20.000 inwoners
92
8
90
10
Alle gemeenten
93
7
93
7 n=187
1.22 Aandeel gemeenten waarbij de gemeentelijke bezetting is toegenomen, gelijk gebleven of afgenomen
24
%
Toegenomen
Gelijk gebleven
Afgenomen
G4
75
0
25
> 100.000 inwoners
85
0
15
50.000 tot 100.000 inwoners
85
7
9
20.000 tot 50.000 inwoners
82
4
13
< 20.000 inwoners
59
9
32
Alle gemeenten
80
5
16
Bezetting gemeenten
1.23 Top 3 redenen van toename bezetting
%
1
Ingevulde vacatures
2
Nieuwe taken/deprivatiseren
3
Externe inhuur omgezet naar arbeidsovereenkomsten
45 26 13
Let op: De antwoordopties voor deze top 3 zijn veranderd. Hierdoor is geen vergelijking tussen 2022 en eerdere jaren mogelijk.
n=154
1.24 Top 3 redenen van afname bezetting
1
Niet ingevulde vacatures
2
Omzetten arbeidsovereenkomsten
3
Anders13
% 79 28
Let op: De antwoordopties voor deze top 3 zijn veranderd. Hierdoor is geen vergelijking tussen 2022 en eerdere jaren mogelijk.
n=38
1.25 Verwachte ontwikkeling van de bezetting in 2023
%
83
66 59 55 47
46 34 28 13
Hoger uitgevallen
11
2018 31
2019 15
7
3
Lager uitgevallen
2
2020 2021 2022
Gelijk blijven n=233
25
Bezetting gemeenten
1.26 Top 5 functiegebieden waar komende drie jaar groei verwacht wordt Ruimtelijke ordening/milieu
64
Automatisering/ICT
39
Wonen/volkshuisvesting
34
Openbare orde/veiligheid
34
Welzijn/jeugdzorg
33
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk.
n=221
1.27 Top 5 functiegebieden waar komende drie jaar krimp verwacht wordt Burger-/publiekszaken
4
Dienstverlening/facilitair
3
Financieel/economisch
2
Binnendienst/algemene dienst
2
Belastingen
2
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk.
26
%
%
n=220
Bezetting gemeenten
Externe inhuur 1.28 Uitgaven aan externe inhuur
% 2021
2022
G4
16,3
14,6
> 100.000 inwoners
16,9
18,2
50.000 tot 100.000 inwoners
17,1
18,5
20.000 tot 50.000 inwoners
15,7
17,6
< 20.000 inwoners
16,0
18,8
Alle gemeenten
16,5
17,0 n=194
1.29 Aandeel gemeenten dat uitgaven externe inhuur probeert te verminderen
wel
44
56 2021
niet wel
50
50
%
niet
2022 n=228
27
Bezetting gemeenten
1.30 Top 5 manieren waarop externe inhuur wordt teruggedrongen
% 2021
2022
1
Flexibele inzet (eigen) medewerkers
38
47
2
We bieden tijdelijke arbeidsovereenkomsten
41
47
3
Raamcontracten
39
42
4
We zetten flexibele banen om in vaste banen
48
42
5
Bestuurlijke maatregelen
20
22
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk.
n=114
1.31 Aandeel vaste en flexibele bezetting*
%
23,5
23,1
22,9
22,7
23,8
23,1
44
22
flexibele bezetting
76,5
76,9
77,1
77,3
76,2
76,9
56
78
vaste bezetting
G4
> 100.000
50.000100.000
20.00050.000
< 20.000
Alle gemeenten
Nederland
Sector overheid n=191
28
* Toelichting: Tot de vaste bezetting worden alle medewerkers gerekend met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een vast aantal uren. Tot de flexibele bezetting worden alle medewerkers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of met een flexibel aantal uren gerekend (zie definitie CBS). Alle vormen van externe inhuur worden ook meegeteld bij de flexibele bezetting. In 1.31 gaat het dus over een andere verdeling dan in 1.18 waar het gaat om dienstverbanden voor onbepaalde en bepaalde tijd.
Bezetting gemeenten
1.32 Meest gebruikte vormen van externe inhuur% 2021
2022
Detacheringsovereenkomsten
45
47
Uitzendkrachten
24
22
ZZP-ers
14
18
Payrolling
13
10
Anders
4
3
Let op: In de vragenlijst wordt gevraagd welke vormen van externe inhuur voorkomen in hun gemeente en welke zij daarvann=216 het meest gebruiken. De percentages in de tabel tellen daarom niet op tot 100%.
29
2
Instroom, doorstroom & uitstroom Uitstroom gedaald tot
Instroom
Doorstroom
15,9%
8,4%
gestegen tot
gestegen tot
Groei Krimp
verwacht in
ruimtelijke ordening/milieu, automatisering/ICT en wonen/volkshuisvesting
verwacht in
in burger- en publiekszaken en dienstverlening/facilitair
30
8,2%
Instroom, doorstroom & uitstroom Er zijn twee stromen die de omvang van de gemeentelijke bezetting bepalen: de instroom en de uitstroom van medewerkers. De instroom bestaat uit nieuwe medewerkers die door gemeenten worden aangetrokken. Bij de uitstroom gaat het om medewerkers die uit dienst treden bij gemeenten. We geven hier inzicht in deze stromen en laten zowel de ontwikkeling als de kenmerken van de stromen zien. Daarnaast kijken we ook naar de doorstroom: medewerkers die van functie en/of afdeling zijn veranderd.
2.1 Instroom, doorstroom en uitstroom
%
15,9
13,4
13,4
12,9
11,4
5,3
8,8
8,4
8,2
7,8
8,4
8,2
7,3 5,7
6,2
Instroom Doorstroom Uitstroom
2018
2019
2020
2021
2022
Let op: hier vindt voor doorstroom een trendbreuk plaats tussen 2020 en 2021. Vanaf 2021 is de formule uit het gegevenswoordenboek gebruikt.
31
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.2 Ontwikkeling instroom en overzicht instroompercentages
%
15,9
13,4
13,4
2019
2020
12,9
11,4
2018
32
2022
2021
2018
2019
2020
2021
2022
G4
10,9
12,8
13,3
13,2
13,8
> 100.000 inwoners
11,3
11,6
13,0
12,2
16,4
50.000 tot 100.000 inwoners
11,2
13,2
13,1
13,0
16,6
20.000 tot 50.000 inwoners
12,3
15,2
14,1
13,1
17,0
< 20.000 inwoners
11,5
15,1
14,1
13,9
15,7
Alle gemeenten
11,4
13,4
13,4
12,9
15,9
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.3 Kenmerken van de instroom*
% 2018
2019
2020
2021
2022
Man
43
42
42
43
40
Vrouw
57
58
58
57
60
Voltijd
55
52
54
55
54
Deeltijd
45
48
46
44
46
Jonger dan 25 jaar
7
8
11
9
9
25 tot 35 jaar
34
32
32
33
33
35 tot 45 jaar
26
26
24
24
26
45 tot 55 jaar
21
22
21
21
21
55 tot 60 jaar
7
7
7
8
7
60 jaar en ouder
5
5
5
5
4
Schaal 1-3*
3
1
2
2
2
Schaal 4-6
15
14
15
13
14
Schaal 7-9
45
47
46
45
46
Schaal 10-12
30
32
29
30
30
Schaal 13 en hoger
3
3
3
3
3
Niet nader gespecificeerde schaal
3
3
5
5
4
Naar geslacht
Naar arbeidsduur
Naar leeftijdsklasse
Naar salarisschaal
* De categorie ‘Schaal 1-3’ omvat ook de instroom die behoort tot salarisschaal A.
33
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.4 Instroompercentage per leeftijdsklasse
%
Jonger dan 25 jaar
144
25 tot 35 jaar
39
35 tot 45 jaar
20
45 tot 55 jaar
12
55 tot 60 jaar
7
60 jaar en ouder
3
Let op: • Volgens het Gegevenswoordenboek wordt het instroompercentage berekend als (instroom)/(bezetting –instroom), waardoor het instroompercentage op een getal hoger dan 100 kan uitkomen. • De leeftijdsverdeling in 2.3 en de aandelen in 2.4 zijn complementair: De leeftijdsverdeling in 2.3 laat zien hoe de totale instroom is verdeeld over de leeftijdsklassen. De percentages in 2.4 laten zien welk deel van een leeftijdsklasse instroomt. Stel er zijn in totaal 150 medewerkers waarvan 30 medewerkers jonger dan 25 jaar (10 instromers in 2022 en 20 blijvers). De leeftijdsverdeling in 2.3 komt dan uit op 20% (30/150). Het instroompercentage in de leeftijdsklasse jonger dan 25 jaar in 2.4 komt uit op 50% (10/(30- 10)).
2.5 Aandeel moeilijk vervulbare vacatures
% 2021
2022
> 100.000 inwoners (incl. G4)
17,2
17,9
50.000 tot 100.000 inwoners
17,5
19,2
20.000 tot 50.000 inwoners
19,0
22,6
< 20.000 inwoners
21,1
21,9
Alle gemeenten
19,0
19,8 n=204
34
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.6 Top 5 functiegebieden met hoogste aandeel moeilijk vervulbare vacatures
1
Ruimtelijke ordening/milieu
2
Bouwkunde/civiele techniek
3
Financieel/economisch47
4
Automatisering/ICT37
5
Juridisch36
78 53
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk.
n=204
2.7 Top 5 instrumenten die gebruikt worden om succesvol te werven
1
Sociale media
2
Vacaturewebsites21
3
Recruiters16
4
Regionale samenwerkingen
5
Wervingscampagnes12
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk.
%
% 25
12
n=209
35
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.8 Meest effectieve methode om moeilijk vervulbare vacatures toch te vullen
% 2021
2022
Externe inhuur
67
65
Wervingsactiviteiten intensiveren
21
23
Zelf medewerkers opleiden
4
5
Intern oplossen
4
4
Bij werven stagiairs rekening houden met functies waar tekorten onstaan
0
1
Anders
4
2
n=203
2.9 Top 5 functiegebieden waarin een tekort gemeenten belemmert in het uitvoeren van de activiteiten
1
Ruimtelijke ordening/milieu
2
Bouwkunde/civiele techniek
3
Financieel/economisch16
4
Automatisering/ICT16
5
Verkeer/vervoer/nautisch13
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk.
36
% 35
25
n=199
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.10 Ontwikkeling doorstroom en overzicht doorstroompercentages
%
8,4 7,3
5,3
2018
5,7
2019
6,2
2020
2022
2021
2018
2019
2020
2021
2022
G4
7,2
7,8
9,3
12,2
13,5
> 100.000 inwoners
5,6
6,9
7,1
7,3
8,1
50.000 tot 100.000 inwoners
6,1
5,3
5,2
5,4
6,5
20.000 tot 50.000 inwoners
2,7
3,1
3,3
3,2
4,2
< 20.000 inwoners
3,8
3,2
2,9
2,2
3,2
Alle gemeenten
5,3
5,7
6,2
7,3
8,4 n=206
Let op: Met ingang van de Personeelsmonitor 2021 is de berekening van het doorstroompercentage volledig conform het Gegevenswoordenboek toegepast. In het verleden was dat niet juist gebeurd. Hierdoor is geen goede vergelijking met 2020 en eerder mogelijk.
37
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.11 Type doorstromer
%
2
Overig
21
31
Zowel van functie als van afdeling veranderd
18
Van functie veranderd
Van afdeling veranderd
n=155
38
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.12 Ontwikkeling uitstroom en overzicht uitstroompercentages
%
8,8
8,4 8,2
8,2
7,8
2018
2019
2020
2022
2021
2018
2019
2020
2021
2022
G4
7,1
7,1
6,2
7,8
8,3
> 100.000 inwoners
7,7
8,2
8,7
8,3
8,6
50.000 tot 100.000 inwoners
7,0
8,5
8,6
9,4
7,3
20.000 tot 50.000 inwoners
9,1
8,7
9,6
9,7
8,4
< 20.000 inwoners
8,5
10,2
9,8
10,6
8,4
Alle gemeenten
7,8
8,2
8,4
8,8
8,2
Let op: Met ingang van de Personeelsmonitor 2021 wordt de berekening van het uitstroompercentage voor de G4 volledig conform het Gegevenswoordenboek toegepast. In het verleden is dat niet juist gebeurd. Hierdoor is geen goede vergelijking met 2020 en eerdere jaren voor de G4 mogelijk.
39
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.13 Redenen van uitstroom
% 2018
2019
2020
2021
2022
Vrijwillig ontslag
46
49
45
51
61
Leeftijd* of ouderdomspensioen**
22
20
25
22
13
Einde arbeidsovereenkomst
9
11
14
11
10
Regeling vervroegd uittreden (RVU)
2
1
2
1
2
Arbeidsongeschiktheid/Invaliditeitspensioen
3
3
3
2
2
Vertrekregeling (anders dan RVU)
2
2
3
3
2
Overlijden
2
1
2
1
1
Ontslag op staande voet
1
1
0
0
0
Privatisering of verzelfstandiging (ook Gemeenschappelijke regeling bijvoorbeeld voor oprichting RUD)
6
5
0
0
0
Reorganisatie of fusie (niet zijnde een privatisering of verzelfstandiging)
1
2
1
0
0
Overige redenen
5
2
3
3
0
Onbekend
3
4
4
5
6 n=232
* VUT/FPU (incl. FPU als ontslaggrond in het kader van FLO overgangsrecht) ** incl. ouderdomspensioen als ontslaggrond in het kader van FLO overgangsrecht
40
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.14 Top 5 belangrijkste redenen voor vrijwillige uitstroom
% 2021
2022
1
Verbetering arbeidsvoorwaarden (incl. salaris)
58
67
2
Reistijd woon-werkverkeer (baan dichter bij huis)
33
39
3
Onvoldoende groei- of opleidingsmogelijkheden
35
33
4
Onvrede over arbeidsomstandigheden (werkdruk, werkruimte, etc.)
21
23
5
Onvoldoende registraties/weet niet
23
19
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk.
n=179
41
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.15 Kenmerken van de uitstroom
% 2018
2019
2020
2021
2022
Man
51
49
50
48
45
Vrouw
49
51
50
51
55
Voltijd
54
52
53
54
53
Deeltijd
46
48
47
46
47
Jonger dan 25 jaar
2
2
5
3
3
25 tot 35 jaar
14
15
14
16
19
35 tot 45 jaar
20
21
17
19
21
45 tot 55 jaar
19
21
18
18
21
55 tot 60 jaar
8
8
8
8
9
60 jaar en ouder
36
33
37
35
27
Korter dan 1 jaar in dienst
24
19
22
9
11
1 tot 3 jaar in dienst
20
23
21
24
25
3 tot 5 jaar in dienst
5
6
9
13
15
5 tot 10 jaar in dienst
16
14
10
10
12
10 tot 20 jaar in dienst
20
23
21
21
18
20 jaar of meer in dienst
16
16
18
23
19
Schaal 1-3*
2
1
2
1
2
Schaal 4-6
14
13
14
12
10
Schaal 7-9
35
39
35
37
38
Schaal 10-12
34
37
35
34
39
Schaal 13 en hoger
7
9
6
6
6
Onbekende schaal
7
1
8
5
6
Naar geslacht
Naar arbeidsduur
Naar leeftijdsklasse
Naar duur dienstverband
Naar salarisschaal
42
*D e categorie ‘Schaal 1-3’ omvat ook de uitstroom die behoort tot salarisschaal A. Let op: Met ingang van de Personeelsmonitor 2021 is de berekening voor de verdeling van de uitstroom naar duur dienstverband verbeterd ten opzichte van eerdere jaren. Dit heeft geleid tot een verschuiving in de verdeling van de uitstroom naar de duur van het dienstverband. Hierdoor is geen goede vergelijking met 2020 en eerder mogelijk.
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.16 Uitstroompercentage per leeftijdsklasse
% 2021
2022
Jonger dan 25 jaar
17,2
14,2
25 tot 35 jaar
10,4
10,7
35 tot 45 jaar
7,9
8,0
45 tot 55 jaar
5,9
5,9
55 tot 60 jaar
4,6
4,4
60 jaar en ouder
18,4
12,9
Let op: De leeftijdsverdeling in 2.15 en de aandelen in 2.16 zijn complementair: De leeftijdsverdeling in 2.15 laat zien hoe de totale uitstroom is verdeeld over de leeftijdsklassen. De percentages in 2.16 laten zien welk deel van een leeftijdsklasse uitstroomt.
Specifieke doelgroepen 2.17 Wat wordt ingezet om instroom jongeren te bevorderen
%
1
Stageplekken58
2
Traineeprogramma’s52
3
Geen specifiek beleid
4
Specifieke startersfuncties
5
Vrijmaken van budget door gefaseerde uitstroom van oudere medewerkers
6
Anders11
7
Wervingsactiviteiten specifiek gericht op jongeren
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk.
20 18
15
7 n=235
43
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.18 Aantal nieuw aangenomen jonge medewerkers*
per 100 medewerkers
Arbeidsovereenkomsten tot 27 jaar
Arbeidsovereenkomsten 27 tot 35 jaar
Arbeidsovereenkomsten tot 35 jaar
G4
2,1
3,7
5,8
> 100.000 inwoners
2,1
4,1
6,2
50.000 tot 100.000 inwoners
2,1
4,8
6,9
20.000 tot 50.000 inwoners
2,3
4,8
7,1
< 20.000 inwoners
2,3
4,7
7,0
Alle gemeenten
2,1
4,3
6,5
*Toelichting: Het gaat om contracten van minimaal een jaar.
n=213
2.19 Overzicht gebruik en omvang traineeprogramma
% 2022
2021 % gemeenten met trainees begonnen
Trainees als % van de bezetting
% gemeenten met trainees begonnen
Trainees als % van de bezetting
100
0,2
100
0,4
> 100.000 inwoners
69
0,4
73
0,5
50.000 tot 100.000 inwoners
43
0,2
54
0,4
20.000 tot 50.000 inwoners
52
0,4
60
0,6
< 20.000 inwoners
37
0,6
40
0,6
Alle gemeenten
50
0,3
58
0,5
G4
n=130
44
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.20 Aandeel stagiairs ten opzichte van de bezetting
% 2021
2022
G4
6
5
> 100.000 inwoners
6
5
50.000 tot 100.000 inwoners
4
3
20.000 tot 50.000 inwoners
4
3
< 20.000 inwoners
4
4
Alle gemeenten
5
4 n=223
2.21 Stagiairs naar opleidingsniveau
%
Opleidingsniveau overig Universiteit
HBO
12 44
Opleidingsniveau onbekend
51 38
MBO-BOL
n=111
45
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.22 Aandeel gemeenten met BBL-studenten in dienst
% 2021
2022
G4
67
75
> 100.000 inwoners
46
33
50.000 tot 100.000 inwoners
29
19
20.000 tot 50.000 inwoners
14
15
< 20.000 inwoners
4
14
Alle gemeenten
18
18 n=41
2.23 Aandeel gemeenten dat belemmeringen ervaart bij aannemen jongeren
22
Ervaart geen belemmeringen
78
Ervaart wel belemmeringen
Ervaart wel belemmeringen
24
Ervaart geen belemmeringen 2021
%
76 2022
n=234
46
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.24 Top 5 belemmeringen bij werven van jongeren
%
1
Gemeente is onvoldoende bekend als werkgever
2
Geen mogelijkheid om medewerkers in te werken, meteen productiviteit vereist
3
Grote waarde gehecht aan werkervaring waardoor jongeren minder kans maken
4
Concurrentie van andere gemeenten
5
Manier van werving sluit niet aan bij manier waarop jongeren werk zoeken
57 56 44
40 39
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk.
n=56
2.25 Aandeel gemeenten dat actief beleid voert om jonge medewerkers te behouden Wel actief beleid
Wel actief beleid
38,3 Geen actief beleid
61,7 2021
%
37,7 Geen actief beleid
62,3 2022 n=235
47
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.26 Top 5 redenen uitstroom jonge medewerkers
1
Snellere arbeidsmobiliteit
2
Onvoldoende carrièreperspectief/doorgroeimogelijkheden
3
Geen/weinig uitstroom van jongeren
4
Concurrentie andere gemeenten
5
Anders8
% 25 20 16 10
Let op: De antwoordopties voor de top 5 redenen uitstroom jonge medewerkers zijn veranderd. Hierdoor is geen goede vergelijking
n=135
tussen 2022 en eerdere jaren mogelijk.
2.27 Top 3 manieren om jonge medewerkers te behouden
1
Opleiding & ontwikkeling
2
Vaste contracten aanbieden
3
Inzetten op verschillende projecten door de organisatie heen
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk.
48
% 90 53 43 n=90
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.28 Totaal aantal werkervaringsplekken
per 100 medewerkers Tot 27 jaar
Vanaf 27 jaar
Totaal
G4
0,11
0,06
0,17
> 100.000 inwoners (incl. G4)
0,17
0,29
0,46
50.000 tot 100.000 inwoners
0,07
0,26
0,33
20.000 tot 50.000 inwoners
0,10
0,27
0,36
< 20.000 inwoners
0,19
0,47
0,66
Alle gemeenten
0,11
0,22
0,34 n=131
2.29 Realisatie participatiebanen naar schatting
% Aantal ingevulde participatiebanen t/m 2022
G4
1.650
> 100.000 inwoners
1.680
50.000 tot 100.000 inwoners
1.400
20.000 tot 50.000 inwoners
1.500
< 20.000 inwoners Alle gemeenten Let op: Cijfers zijn afgerond op tientallen. Dit omdat het een schatting betreft..
250 6.490 n=181
49
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.30 Verwachting ten aanzien van het behalen van de participatiebanendoelstelling
%
Ja, doelstelling wordt behaald
Nee, doelstelling wordt niet behaald
Weet niet
G4
100
0
0
> 100.000 inwoners
38
42
21
50.000 tot 100.000 inwoners
43
41
16
20.000 tot 50.000 inwoners
57
31
12
< 20.000 inwoners
68
29
2
Alle gemeenten
55
33
12 n=204
2.31 Aandeel gemeenten met generatiepact/vitaliteitspact
%
46 41
33
31
17 11 5
4
5
5
1
1
2021
2022
Ja
Nee, we zijn eerder gestopt
Nog niet, maar wel in overweging
Nee, we zijn in 2021/2022 gestopt
Nee, nooit gehad
Weet niet
n=235
50
Instroom, doorstroom & uitstroom
2.32 Redenen geen generatiepact/vitaliteitspact
%
Te duur
36
Onvoldoende resultaat
15
Andere regeling ingevoerd
6
Nooit overwogen
6
Werd geen gebruik van gemaakt
1 n=125
51
3
Ziekteverzuim Vooral kort verzuim toegenomen
Meldingsfrequentie gestegen naar
1,04
Verzuimpercentage historisch hoog 6,7% Nulverzuim
gedaald naar
41% 52
Belangrijkste oorzaken:
fysieke en fysiologische aandoeningen, werkdruk en stress
Ziekteverzuim In dit hoofdstuk staan we stil bij het ziekteverzuim binnen de gemeentelijke bezetting. Naast het totale verzuimpercentage maken we onderscheid naar de duur van het verzuim. Ook besteden we aandacht aan de gemeentelijke verzuimnorm en het nulverzuim bij gemeenten.
3.1 Overzicht ziekteverzuim
% 2021
7,2
6,6
6,4
6,2 5,4
G4
>100.000
5,8
50.000 - 100.000
6,7
6,5 5,8
6,7 5,8
5,3
20.000 - 50.000
2022
<20.000
Alle gemeenten
n=200
3.2 Gemeentelijke verzuimnorm en best practice
% Gemeentelijke verzuimnorm*
Best practice**
2021
2022
2021
2022
> 100.000 inwoners (incl. G4)
4,9
5,7
4,3
4,9
50.000 tot 100.000 inwoners
5,0
5,8
4,1
4,7
20.000 tot 50.000 inwoners
4,4
5,5
2,8
2,5
< 20.000 inwoners
3,8
5,7
2,0
3,9
*2 5 procent van de gemeenten per gemeentegrootteklasse heeft een ziekteverzuimpercentage dat lager is dan het genoemde percentage. ** Laagste ziekteverzuimpercentage per gemeentegrootteklasse.
n=200
53
Ziekteverzuim
3.3 Vergelijking ziekteverzuim gemeenten en landelijk
% 6,7
5,8
6,3
5,8
5,8 5,5
5,2
5,2
5,5
5,4
6,1 Gemeenten
5,6
5,5
5,6
5,2
5,1
Landelijk (alle organisaties) Landelijk (> 100 medewerkers)
4,9 4,7 4,3
4,4
2018
2019
Openbaar bestuur
2020
2022
2021
n=200
3.4 Verdeling ziekteverzuim
% Kort verzuim (max. 7 kalenderdagen)
Middellang verzuim (8 t/m 42 kalenderdagen)
Lang verzuim (43 t/m 365 kalenderdagen)
Extra lang verzuim (meer dan een jaar)*
G4
9,4
19,4
51,8
19,3
> 100.000 inwoners
12,7
15,2
50,6
21,5
50.000 tot 100.000 inwoners
12,1
15,1
53,3
19,5
20.000 tot 50.000 inwoners
11,6
13,7
52,1
22,6
< 20.000 inwoners
12,2
14,2
53,3
20,3
Alle gemeenten
11,3
16,0
52,0
20,7
* In afwijking van de CBS definities voor ziekteverzuim komt bij gemeenten een verzuimduur langer dan 2 jaar voor. Dit is hier opgenomen in het ‘Extra lang verzuim’.
54
n=200
Ziekteverzuim
3.5 Opbouw ziekteverzuim
%
7,2
1,4
6,4 1,4
6,6 1,3
6,7
Totaal
1,3
1,4 5,8
Extra lang verzuim (meer dan een jaar)
3,4
3,5
3,5
Lang verzuim (43 t/m 365 kalenderdagen)
0,9
0,9
1,1
Middellang verzuim (8 t/m 42 kalenderdagen)
0,8
0,8
0,8
Kort verzuim (max. 7 kalenderdagen)
< 20.000 inwoners
Alle gemeenten
6,5
1,5
6,7
3,7 3,2
3,5
1,4
1,0
1,0
0,7
0,8
0,8
G4
> 100.000
50.000 - 100.000 20.000 - 50.000
n=200 Toelichting: 3.5 laat zien in welke verhouding het ziekteverzuimpercentage is opgebouwd uit kort, middellang, lang en extra lang verzuim. Het percentage geeft weer hoeveel procent van de potentieel beschikbare kalenderdagen is verzuimd. Daarbij tellen de percentages op tot het totale ziekteverzuimpercentage binnen een gemeentegrootteklasse, dat weergeeft hoeveel procent van de potentieel beschikbare kalenderdagen in totaal in 2022 is verzuimd.
55
Ziekteverzuim
3.6 Top 5 meest genoemde oorzaken van lang of extra lang ziekteverzuim*
%
2021
2022
1
Fysieke en fysiologische aandoeningen
57
63
2
Werkdruk en stress
60
63
3
Privé-omstandigheden
37
41
4
Andere psychische klachten
38
37
5
Corona-gerelateerde ziekten
29
30
*Toelichting: Gemeenten is gevraagd deze vraag voor te leggen aan de bedrijfsarts en op basis van diens informatie aan te geven wat de belangrijkste oorzaken zijn van het ziekteverzuim. Gemeenten mochten maximaal 3 antwoorden aankruisen.
n=229
3.7 Aandeel nulverzuim
% 2018
54
57
56
54
49 40
38
40
41
42
43
44
2022
2020
53 47
44
41
40
36
G4
>100.000
50.000 - 100.000
20.000 - 50.000
<20.000
Alle gemeenten
n=180
56
Ziekteverzuim
3.8 Overzicht meldingsfrequentie 2020
2018 1,15
1,13
1,09
1,03
0,74
G4
1,11
1,08
1,04
0,70
0,68
>100.000 (excl. G4)
50.000 - 100.000
1,01
1,11
1,05
2022
1,04
0,95
0,73
0,75
0,72
20.000 - 50.000
<20.000
Alle gemeenten
n=225
3.9 Gemeentelijke norm meldingsfrequentie
% Gemeentelijke norm meldingsfrequentie*
Best practice**
G4
1,00
0,99
> 100.000 inwoners
1,02
0,85
50.000 tot 100.000 inwoners
0,90
0,35
20.000 tot 50.000 inwoners
0,82
0,38
< 20.000 inwoners
0,83
0,36
*2 5 procent van de gemeenten per gemeentegrootteklasse heeft een meldingsfrequentie dat lager is dan het genoemde percentage. ** Laagste meldingsfrequentie per gemeentegrootteklasse.
n=225
57
Ziekteverzuim
3.10 Overzicht langdurig zieken
per 100 medewerkers 2021
2022
G4
1,60
1,65
> 100.000 inwoners
1,23
1,48
50.000 tot 100.000 inwoners
1,41
1,45
20.000 tot 50.000 inwoners
1,40
1,30
< 20.000 inwoners
1,55
1,70
Alle gemeenten
1,41
1,48
n=206
3.11 Aandeel gemeenten dat instrumenten gericht op vitaliteit inzet
Nee
Nog niet, maar wel in overweging
%
11 15 74
Ja
n=234
58
Ziekteverzuim
3.12 Top 3 instrumenten die werden ingezet in het kader van vitaliteit
1
Maatregelen voor goede balans tussen thuis- en kantoorwerk
2
Uitvoering van vitaliteitsprogramma’s
3
Instrumenten om verzuim terug te dringen
% 28 19 18
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk.
n=174
3.13 Maatregelen ten aanzien van werkdruk
%
Werkdruk is een actueel thema en er zijn maatregelen genomen
53
Werkdruk is een actueel thema, maar nog geen maatregelen genomen
36
Werkdruk is geen actueel thema
7
Werkdruk is een actueel thema, er zijn maatregelen genomen en er is sprake van aanwijsbare reductie van werkdruk
3
n=231
3.14 Top 5 genomen maatregelen ten aanzien van werkdruk
1
Uitbreiding formatie
2
Voeren van gesprekken/coaching
3
Organiseren van trainingen
4
Uitbreiden van externe inhuur
5
Prioritering van werk
% 33 29 24 17 13
Let op: Dit betrof een open vraag waarvan de antwoordopties naderhand gecategoriseerd zijn. Een gemeente kan in meerdere categorieën terechtkomen.
n=130
59
Ziekteverzuim
3.15 Maatregelen ten aanzien van financiële fitheid
%
Nog niet, maar wel in overweging
20 Nee, heeft geen maatregelen ten aanzien van financiële fitheid
42
Ja, heeft maatregelen ten aanzien van financiële fitheid
38 n=233
3.16 Top 5 genomen maatregelen ten aanzien van financiële fitheid
1
Aanbieden budgetcoach
2
Communiceren over het onderwerp
3
Aanbieden van workshop
4
Aanbieden van gesprek
5
Geven van voorlichting
% 37 28 15 14
8
Let op: Dit betrof een open vraag waarvan de antwoorden naderhand gecategoriseerd zijn. Hierdoor kan een gemeente in meerderen=103 antwoordcategorieën terecht zijn gekomen.
60
Opleiding & ontwikkeling
4
Meer besteed aan opleiding en ontwikkeling
1.033 Uitgaven opleiding per medewerker gestegen naar
euro
Vakinhoudelijke opleidingen
populair,
maar ook meer blijven aandacht voor persoonlijke effectiviteit 61
Opleiding & ontwikkeling Het vergroten van de brede en duurzame inzetbaarheid van medewerkers in gemeenten wordt steeds belangrijker. In dit hoofdstuk gaan we daarom in op de inzet van opleidingen bij gemeenten. We bekijken allereerst de opleidingsuitgaven en vervolgens het opleidingsbeleid van gemeenten.
4.1 Overzicht opleidingskosten per medewerker 2022
2021 Begroot
Besteed
Begroot
Besteed
G4
€ 995
€ 848
€ 1.036
€ 941
> 100.000 inwoners
€ 1.144
€ 883
€ 1.148
€ 1.107
50.000 tot 100.000 inwoners
€ 1.063
€ 872
€ 1.119
€ 1.062
20.000 tot 50.000 inwoners
€ 1.081
€ 893
€ 1.142
€ 1.045
< 20.000 inwoners
€ 1.061
€ 920
€ 1.106
€ 999
Alle gemeenten
€ 1.068
€ 874
€ 1.107
€ 1.033 n=226
4.2 Overzicht opleidingskosten als percentage van de loonsom
%
2018
2019
2020
2021
2022
G4
1,5
1,4
1,1
1,2
1,3
> 100.000 inwoners
1,8
1,6
1,3
1,3
1,5
50.000 tot 100.000 inwoners
1,7
1,7
1,2
1,4
1,6
20.000 tot 50.000 inwoners
1,8
1,7
1,4
1,5
1,5
< 20.000 inwoners
1,8
1,7
1,4
1,5
1,5
Alle gemeenten
1,7
1,6
1,3
1,3
1,5 n=226
62
Opleiding & ontwikkeling
4.3 Top 5 opleidingsuitgaven
% 2018
2019
2020
2021
2022
1
Vakinhoudelijke ontwikkeling
51
52
72
71
65
2
Persoonlijke effectiviteit
14
12
12
6
12
3
Leiderschap
5
6
5
4
5
4
Communicatievaardigheden
4
3
1
4
3
5
ICT-vaardigheden
1
0
2
1
3 n=233
4.4 Top 5 vormen van leren*
%
1
Training/opleidingen96
2
Externe coaching
3
E-learning32
4
Tijdelijke projecten
5
Training on the job
36
28 26
* Aan gemeenten is gevraagd om maximaal 3 vormen van leren in hun gemeente aan te kruisen.
n=232
Let op: De antwoordopties voor de top 5 vormen van leren zijn nieuw. Hierdoor is geen goede vergelijking met eerdere jaren mogelijk.
63
Opleiding & ontwikkeling
4.5 Top 5 gebruikte mobiliteitsinstrumenten
%
1
Ontwikkelgesprekken92
2
Opleiding volgen
3
Loopbaangesprekken met loopbaanadviseur
4
Uitleen/Detachering55
5
Loopbaanoriëntatietrajecten/loopbaantrainingen46
71 66
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk. Verder zijn in de vragenlijst van 2022 een aantal antwoordopties veranderd ten opzichte van 2021. Hierdoor is geen goede vergelijking tussen 2022 en eerdere jaren mogelijk.
4.6 Top 5 meest effectieve mobiliteitsinstrumenten
%
1
Ontwikkelgesprekken73
2
Loopbaangesprekken met loopbaanadviseur
3
Opleiding volgen
4
Uitleen/Detachering17
5
Loopbaanoriëntatietrajecten/ loopbaantrainingen15
39
27
Let op: Er waren meerdere antwoorden mogelijk. Verder zijn in de vragenlijst van 2022 een aantal antwoordopties veranderd ten opzichte van 2021. Hierdoor is geen goede vergelijking tussen 2022 en eerdere jaren mogelijk.
64
n=234
n=223
5
Salarisontwikkelingen Gemiddeld bruto maandsalaris
4.238 euro
62%
4.136 euro
Daling aantal medewerkers eindschaal Indeling salarisschalen nauwelijks veranderd 65
Salarisontwikkelingen In dit hoofdstuk komen de arbeidsvoorwaarden binnen gemeenten aan bod.
5.1 Overzicht salarisschaalindeling
% Schaal 1 t/m 3*
Schaal 4 t/m 6
Schaal 7 t/m 9
Schaal 10 t/m 12
Schaal 13 en hoger
Onbekende schaal
G4
4
11
39
38
8
0
> 100.000 inwoners
1
12
42
39
6
0
50.000 tot 100.000 inwoners
1
13
45
36
3
1
20.000 tot 50.000 inwoners
1
17
46
33
3
1
< 20.000 inwoners
1
17
44
34
2
1
Alle gemeenten
2
13
43
37
5
0
Man
3
18
33
39
7
1
Vrouw
1
9
51
35
4
0
Jonger dan 25 jaar
4
30
57
5
0
4
25 tot 35 jaar
1
10
53
35
1
1
35 tot 45 jaar
1
10
41
43
5
0
45 tot 55 jaar
1
12
40
39
7
0
55 tot 60 jaar
2
16
41
34
7
0
60 jaar en ouder
2
18
41
32
6
1
Naar gemeentegrootteklasse
Naar geslacht
Naar leeftijdsklasse
* De categorie ‘Schaal 1-3’ omvat ook het gedeelte van de bezetting dat behoort tot salarisschaal A.
66
Salarisontwikkelingen
5.2 Gemeentelijke bezetting per salarisschaal
% 19 19
2021
19
2022
18
12
12 12
12
11
11
7
5
5
2 1
1
1
0
Schaal 1
6
6
6
5
5
2
1
1
0 2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13 >
0 Onbekend
5.3 Overzicht bruto maandsalaris naar leeftijd en geslacht
€
5.000
4.000
3.000
2.000
1.000
18
20
22
24
26
28
30
32
34
36
38
40
42
44
46
48
50
52
54
56
58
60
62
64
65
< leeftijd
67
Salarisontwikkelingen
5.4 Aandeel medewerkers in de eindschaal
% 2018
2019
2020
2021
2022
G4
66
64
66
60
57
> 100.000 inwoners
72
68
66
66
62
50.000 tot 100.000 inwoners
71
70
67
66
64
20.000 tot 50.000 inwoners
73
71
69
67
65
< 20.000 inwoners
73
72
67
66
65
Alle gemeenten
71
68
67
64
62
Man
74
75
72
68
66
Vrouw
67
66
64
60
58
Jonger dan 25 jaar
1
1
2
1
25 tot 35 jaar
16
15
14
12
13
35 tot 45 jaar
62
61
59
55
52
45 tot 55 jaar
80
79
77
76
74
55 tot 60 jaar
87
87
85
85
86
60 jaar en ouder
92
93
91
90
88
Naar gemeentegrootteklasse
Naar geslacht
Naar leeftijdsklasse
Let op: Met ingang van de Personeelsmonitor 2021 is de berekening voor het aantal medewerkers in de eindschaal verbeterd ten opzichte van 2020 en eerder. Hierdoor is geen goede vergelijking met 2020 en eerder mogelijk. De vulling in de leeftijdsklasse ‘Jonger dan 25 jaar’ is in 2022 dermate laag dat het cijfer niet representatief is. Het cijfer wordt daarom niet getoond.
68
Salarisontwikkelingen
5.5 Ontwikkeling gemiddeld bruto maandsalaris* 2021
2022
Man
€4.084
€4.238
Vrouw
€4.036
€ 4.136
G4
€4.057
€ 4.297
> 100.000 inwoners
€4.140
€4.289
50.000 tot 100.000 inwoners
€4.114
€4.092
20.000 tot 50.000 inwoners
€3.967
€ 3.993
< 20.000 inwoners
€3.860
€3.970
Alle gemeenten
€4.058
€ 4.183
Naar geslacht
Naar gemeentegrootteklasse
*E xclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering, gecorrigeerd voor deeltijd Let op: Met ingang van de Personeelsmonitor 2021 is de berekening voor het gemiddelde bruto maandsalaris verbeterd ten opzichte van eerdere jaren. Door deze verbetering is sprake van een methodeverschil met 2020 en eerder en is een zinvolle vergelijking niet mogelijk.