CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR22.121 Tweede nazending ALV VNG

Raad 30 juni 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken19.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1 alinea's met “sluiting”: 188

Samenvatting en preadvies motie: Concrete planning verbetertraject Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) na invoering van de wet en realistische communicatie. Indienende gemeente(n): Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen Ondersteunende gemeenten: Strekking van de motie: De gemeenten verzoeken: •

De VNG om samen met het Rijk een concrete en realistische planning te maken voor het

•

doorontwikkeltraject na inwerkintreding van de Omgevingswet; Daarin het eerste half jaar topprioriteit te geven aan functionaliteit voor verbetering vanuit gebruikersperspectief van de initiatiefnemer, aanvrager en behandelaar van omgevingsvergunningen

•

De gemaakte planning en afspraken uiterlijk 1 november 2022 terug te koppelen aan alle gemeenten en ketenpartners.

•

Afspraken te maken met alle betrokken overheden over een realistische communicatie over een lager dan gewenst niveau van dienstverlening in de maanden voor en na inwerkingtreding.

Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies In de constateringen wordt vrij stellig vooruitgelopen op de situatie rond en na 1 januari 2023. Hoedanook is het aannemelijk dat de ontwikkelingen rond de Omgevingswet onze aandacht zullen blijven vragen. Het verzoek in de motie is in lijn met de inzet en werkwijze van de VNG (en de andere interbestuurlijke partners) in de afgelopen periode. Dus aan de hand van een planning, met prioriteit en met realistische terugkoppeling en communicatie. Wij adviseren dan ook om de motie te omarmen.

Motie: Omgevingswet mag (nationale) woningbouwambitie niet vertragen De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, bijeen op 28/29 juni 2022. Stelt vast dat: -

-

de beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet momenteel 1 januari 2023 is; gemeenten hard werken om op deze datum aan de minimale eisen te voldoen en daarnaast ook bezig zijn met de nieuwe (plan)instrumenten; er nauwelijks capaciteit beschikbaar is op de (inhuur)markt; veel gemeenten het loket hebben gesloten voor nieuwe ruimtelijke initiatieven waar een nieuw bestemmingsplan voor nodig is, omdat het ontwerp hiervoor niet meer voor inwerkingtreding van de omgevingswet ter inzage kan; de dienstverlening van gemeenten daarmee tot een onacceptabel niveau daalt.

Overwegende dat, -

-

nog meer uitstel van de Omgevingswet er voor zorgt dat het loket voor ruimtelijke initiatieven nog langer gesloten blijft; dit de voortgang van de woningbouwambitie van gemeente en kabinet ernstig in gevaar brengt en daarmee de uitvoering van de primaire overheidstaak om te zorgen voor voldoende huisvesting zwaar onder druk zet; dit het draagvlak voor de Omgevingswet intern en extern (nog verder) onder druk zet.

Besluit om de VNG op te dragen om: 1. Er bij de Minister op aan te dringen alles op alles te zetten om voor een inwerkingtreding op 1 januari 2023 te zorgen; 2. De minister te verzoeken – indien er echt geen andere mogelijkheid overblijft dan nader uitstel – dit niet met enkele maanden te doen, maar met een aantal jaren, zodat de woningbouwambitie met de huidige instrumenten kan worden gerealiseerd . En gaat over tot de orde van de dag. Gemeente Moerdijk Burgemeester A.J. Moerkerke

Ondersteund door: Gemeente Rucphen, Gemeente Etten-Leur

Wethouder A.M.J. Dingemans

Bijlage 1: Motivatie van motie: Geen uitstel Omgevingswet Inleiding en doel Gemeenten zijn druk bezig met de implementatie van de Omgevingswet per 1 januari 2023. Het uitstel en onzekerheid rondom de invoeringsdatum, alsmede de ontwikkeling van het DSO-LV is van grote invloed op de voorbereiding. De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Hugo de Jonge, heeft in maart 2022 de Nationale Woon- en Bouwagenda en het programma Woningbouw gepresenteerd. Deze plannen moeten zorgen voor meer regie en meer tempo en daarmee tot een betere beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. Omgevingswet mag woningbouwambities niet vertragen Om de nationale ambitie mogelijk te maken is lokale planologische ruimte nodig: locaties om woningen en alle daarbij horende voorzieningen te kunnen bouwen. Daarvoor moeten bestemmingsplannen in procedure worden gebracht en (onherroepelijk) worden vastgesteld. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is daarvoor een wijziging van het Omgevingsplan nodig. Dat is een nieuwe – deels onbekende – manier van werken. Dat mag er niet voor zorgen dat het realiseren van de woningbouwopgave in het gedrang komt. Het is van belang dat gemeenten zich kunnen voorbereiden op die nieuwe situatie. Daarvoor is een duidelijke invoeringsdatum van de Omgevingswet nodig.

Die zorgt voor urgentie bij de voorbereidingen, en zorgt tevens voor een geolied pad voor het afbouwen van de huidige manier van werken onder de Wabo en Wro. Loketten moeten weer open! Veel gemeenten hebben het loket voor nieuwe, grotere ruimtelijke initiatieven gesloten. Dit omdat het niet meer mogelijk is om voor 1-1-’23 een ontwerp bestemmingsplan ter inzage te krijgen. Deze plannen zullen volgens het nieuwe recht van de Omgevingswet moeten worden opgepakt. De sluiting van de loketten is bij veel gemeenten verlengd door uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Wederom uitstel met 3 of 6 maanden maakt het onmogelijk om het loket weer voor een paar maanden te openen voor initiatieven waar een bestemmingsplanwijziging voor nodig is. Indien er toch moet worden besloten tot uitstel dan heeft het de zeer sterke voorkeur om dat met enkele jaren te doen en niet met enkele maanden. Alleen op deze manier kunnen de loketten weer open. Dan kunnen de plannen en initiatieven planologisch mogelijk worden gemaakt volgens de huidige bekende weg van het huidige recht en kan de woningbouwopgave daarmee adequaat opgepakt worden. Motie ALV 28/29 juni Om bovenstaande redenen is door gemeente Moerdijk, mede ingediend door de gemeenten Rucphen en Etten-Leur, een motie voor de Algemene Ledenvergadering van de VNG van 28/29 juni voorbereid.

Deze bijlage dient als achtergrondinformatie bij de motie. Deze motie dient ervoor te zorgen dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet de woningbouwopgave niet in de weg zit. De motie roept op om: -

-

Aan te sturen op een zekere invoeringsdatum van 1 januari 2023, zodat gemeenten hun organisatie kunnen afstemmen op het zowel oppakken van nieuwe processen van de Omgevingswet als het afbouwen van oude processen van Wabo en Wro; Mocht de datum van 1 januari 2023 ondanks alles inspanningen echt niet verantwoord zijn, de invoeringsdatum met een flinke periode uit te stellen: met een aantal jaren in plaats van een aantal maanden.

Op deze manier komt de woningbouwopgave van gemeenten en rijksoverheid het minst in het gedrang.

Samenvatting en preadvies motie: Omgevingswet mag (nationale) woningbouwambitie niet vertragen Indienende gemeente(n): Moerdijk Status motie: definitief Strekking van de motie: Oproep aan de VNG om: 1. Er bij de minister op aan te dringen alles op alles te zetten om voor een inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 te zorgen 2. De minister te verzoeken – indien er echt geen andere mogelijkheid overblijft dan nader uitstel – dit niet met enkele maanden te doen, maar met een aantal jaren, zodat de woningbouwambitie met de huidige instrumenten kan worden gerealiseerd. Preadvies VNG-bestuur: -

Ad 1. Overnemen Ad 2. Aanhouden.

Toelichting bij het preadvies Ad 1. Aandringen op inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 De oproep onder 1. is geheel in lijn met hoe de VNG zich in de afgelopen periode heeft opgesteld en heeft gehandeld. Deze opstelling is nog eens bevestigd in de brief aan de leden van de Eerste Kamer d.d. 13 juni 2022 betreffende duidelijkheid over de Omgevingswet, met ondertekening door Unie van Waterschappen, Interprovinciaal Overleg en Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Wij adviseren de leden om deze oproep over te nemen. Ad 2. Termijn van uitstel als inwerkingtreding op 1 januari 2023 niet haalbaar blijkt De opstelling van de Eerste Kamer ten aanzien van de datum voor inwerkingtreding is bepalend. De Eerste Kamer heeft besloten om op 21 juni geen debat te houden over inwerkingtreding Omgevingswet, maar een gesprek aan te gaan met de minister. Een stemming vóór het zomerreces over datum inwerkingtreding lijkt daarmee van de baan. En daarmee dreigt de datum van inwerkingtreding op 1 januari 2023 ook automatisch op te schuiven, als de periode van zes maanden “oefentijd” gehandhaafd blijft.

Het bestuur wil in elk geval de teneur van het gesprek tussen leden Eerste Kamer en de minister op 21 juni mee kunnen wegen bij de standpuntbepaling over hoe het proces verder moet verlopen. Op basis van de uitkomsten van dit gesprek zal het bestuur een standpunt innemen en dit mondeling inbrengen tijdens de ALV. Daarbij zal het bestuur ook een voorstel doen over de wijze waarop de leden worden geraadpleegd en betrokken.

uw kenm erk

Rijswijk

uw brief van

ons kenmerk inlichtingen bij

22.036695 V. de Bruyn

doorkiesnummer

Aan Van Bijlage Datum Onderwerp

Leden VNG College van Burgemeester & Wethouders van Rijswijk Lijst van mede indieners en ondersteunende gemeenten 3juni2022 Motie AL V Vereniging Nederlandse Gemeenten 28/29 jun i 2022

Motie: Meer aandacht voor rol gemeenten bij totstandkoming en implementatie van UPafspraken Overwegende dat: •

meerdere onderzoeken1 aantonen dat het instrument Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid niet optimaal leidt tot een sluitende afval- en grondstoffenketen van huishoudelijk afval en daarmee niet voldoende bijdraagt aan de transitie naar een Circulaire economie;

•

het onderzoek door Universiteit van Utrecht leidt tot de conclusie dat gemeenten en gemeentelijke inzamelaars ten onrechte niet als gelijkwaardige partner aan tafel zitten bij het ontwerpen van UPV besluiten;

•

er in mei 2022 nog altijd geen vergoeding is vastgesteld voor gemeenten voor ingezameld brongescheiden PMD en dat het Rijk gemeenten hierin niet bijstaat en er niet voorzien is in een passend escalatiemodel;

•

de UPV Textiel al per 2023 moet ingaan met grote impact op bestaande gemeentelijke inzamelstructuren terwijl de spelregels nog niet bekend zijn en het overleg met de gemeentelijke inzamelaars nog onvoldoende is ingevuld;

Constaterende dat: •

iedere UPV-constructie zijn eigen overlegstructuren kent en gemeenten voor de inzameling van alle huishoudelijke afvalstromen een zorgplicht kennen en daarmee ook naar het systeem van inzameling en het belang van de bewoners als geheel kijken;

•

de Rijksoverheid geen regie neemt op het sluiten van de grondstoffenketens en via het instrument producentenverantwoordelijkheid de mark! laat betalen én bepalen ten koste van gemeenten die vanuit hun zorgplicht en inzamelinfrastructuur een essentiële schakel zijn in de keten;

•

de VNG met beperkte capaciteit en kennis moeilijk alleen voor alle gemeenten en gemeentelijke inzamelaars de complexiteit van het toenemend aantal UPV's kan beheersen;

Dragen het VNG-bestuur op •

om bij het Ministerie van lenW aan te dringen op een sterkere regierol door het Rijk bij UPV's

inzake huishoudelijke afval en op het heroverwegen van het geheel aan instrumenten die nodig zijn om een circulaire economie mogelijk te maken •

om bij het Ministerie van lenW aan te dringen op het betrekken van VNG én NVRD namens de gemeenten en gemeentelijke inzamelaars bij het ontwerpen van UPV's conform de EU richtlijn.

1 (1) Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid: rol en verantwoordelijkheden gemeenten en inzamelingsorganisaties in relatie tot producenten - Juridische kaders voor de afbakening van verantwoordelijkheden 18 maart 2022 door Universiteit van Utrecht prof. Dr. C. Backes in opdracht van NVRD. (2) PBL (2021) Extended Producer Responsibility, Design, Functioning and effects. (3) Quickscan optimalisatie ketensamenwerking UPV door Partners for Innovation in opdracht van Min lenW

S.v.p. bij correspondentie datum en kenmerk van deze brief vermelden

Het stadhuis is te bereiken met tram 17,

en richten aan: Gemeente Rijswijk, Stadsbeheer, Postbus 5305, 2280

bus 22, 23, 30 en 51

HH Rijswijk

pagina 1 van 3

Conform ook de oproepen vanuit de Tweede Kamer richting de staatssecretaris tijdens het commissiedebat van 11 mei 2022; •

om bij het Ministerie van lenW aan te dringen op de herziening van het Besluit Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid op basis van het rapport van de Universiteit van Utrecht. Met als speerpunt om bij het formuleren van ontwerpbesluiten inzake huishoudelijke afvalstromen de gemeentelijke uitvoering als volwaardige partner aan de voorkant van het proces al te betrekken en dat gedurende de looptijd van de UPV de maatschappelijke belangen van de gemeentelijke en publieke afvalinzameling als gelijkwaardige ketenpartner worden opgenomen;

•

om gezien de veelheid en complexiteit van het afvaldossier hierin samen op te trekken met de NVRD, waarbij de meeste gemeenten en alle gemeentelijke inzamelorganisaties zijn aangesloten.

en gaat over op de orde van de dag. De Burgemeester en wethouders van gemeente Rijswijk, de seer tari de burgemeester (wnd),

/e

." mr.drs.

22 036695

31-5-2022 9 38

G.A,A.Verkerk

pagina 2 van 3

Bijlage: overzicht gemeenten die mee-indienen en de motie ondersteunen Mede indieners colleges van b&w van de gemeenten: Leidschendam Voorburg Wassenaar Midden Delfland Delft Pijnacker Nootdorp Nieuwkoop Zaanstad Bodegraven-Reeuwijk Enschede, Almelo, Haaksbergen, Hof van Twente, Oldenzaal, Dinkelland, Twenterand, Wierden, Borne, Losser De Wolden Roosendaal

Hellendoorn Dijk en Waard Noordoostpolder Kampen Dalfsen Amersfoort Purmerend Hendrik-Ido-Ambacht Edam-Volendam Lelystad Bloemendaal Heemstede Aalsmeer Amstelveen Diemen

Themagroep Duurzaamheid Deze motie wordt ondersteund door de themagroep Duurzaamheid van het G40 Stedennetwerk, namens

Karin Dekker Voorzitter themagroep Duurzaamheid van de G40

Pagina 3 van 3

Samenvatting en preadvies motie: ‘Meer aandacht voor rol gemeenten bij totstandkoming en implementatie van UPV afspraken.’ Indienende gemeente(n): Rijswijk Ondersteunende gemeenten: Leidschendam Voorburg Wassenaar Midden Delfland Delft Pijnacker Nootdorp Nieuwkoop Zaanstad Bodegraven-Reeuwijk Enschede, Almelo Dinkelland Oldenzaal

Hellendoorn Dijk en Waard Noordoostpolder Kampen Dalfsen Amersfoort Purmerend Hendrik-Ido-Ambacht Edam-Volendam Haaksbergen Hof van Twente Roosendaal

Lelystad Bloemendaal Heemstede Aalsmeer Amstelveen Diemen Losser De Wolden Twenterand Wierden Borne

Strekking van de motie: De indieners geven aan dat een recent onderzoek van de Universiteit Utrecht aantoont dat het instrument ‘Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid’ (UPV), niet leidt tot een sluitende afvalen grondstoffenketen van huishoudelijk afval. Daarnaast constateren de indieners, op basis van het betreffende onderzoek, dat gemeenten en gemeentelijke inzamelaars ten onrechte niet als gelijkwaardige partner aan tafel zitten bij het ontwerpen van besluiten rondom ‘UPV’. De indieners constateren dat iedere UPV-constructie zijn eigen overlegstructuur kent, maar dat gemeenten tegelijkertijd een zorgplicht kennen voor de inzameling van alle huishoudelijke afvalstromen en daarmee ook naar het systeem van inzameling en het belang van de bewoners als geheel kijken. Daarnaast wordt geconstateerd dat de Rijksoverheid geen regie neemt op het sluiten van grondstoffenketens en de markt laat betalen en bepalen ten koste van gemeenten. De indieners vinden bovendien dat de VNG niet voor alle gemeenten en gemeentelijke inzamelaars de complexiteit van het toenemend aantal UPV’s kan beheersen. Vanuit bovenstaand kader wordt opgeroepen om: -

-

-

Bij het ministerie van I&W aan te dringen op een sterkere regierol door het Rijk en op het heroverwegen van het geheel aan instrumenten die nodig zijn om een circulaire economie mogelijk te maken. Bij het ministerie aan te dringen op het betrekken van de VNG én NVRD namens de gemeenten en gemeentelijke inzamelaars bij het ontwerpen van UPV’s. Bij het ministerie van lenW aan te dringen op de herziening van het Besluit Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid op basis van het rapport van de Universiteit van Utrecht. Met als speerpunt om bij het formuleren van ontwerpbesluiten inzake huishoudelijke afvalstromen de gemeentelijke uitvoering als volwaardige partner aan de voorkant van het proces al te betrekken en dat gedurende de looptijd van de UPV de maatschappelijke belangen van de gemeentelijke en publieke afvalinzameling als gelijkwaardige ketenpartner worden opgenomen; Om gezien de veelheid en complexiteit van het afvaldossier hierin samen op te trekken met de NVRD, waarbij de meeste gemeenten en alle gemeentelijke inzamelorganisaties zijn aangesloten.

Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies De motie vraagt in algemene zin om bij het inrichten van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor specifieke afvalstromen, meer rekening te houden met de wijze waarop gemeenten het huishoudelijk afval inzamelen. Dit op een zodanige manier, dat afvalstromen waarvoor producentenverantwoordelijkheid geldt (zoals verpakkingen) of gaat gelden (textiel), door gemeenten op de juiste/optimale manier kunnen worden ingezameld en stroken met hun circulaire doelstellingen. Voor deze inspanningen dienen gemeenten een dekkende kostenvergoeding te ontvangen van de producenten, die daartoe verplicht zijn of worden. Om tot dergelijke (financiële) afspraken te komen met producenten, kan het voor gemeenten lastig zijn om tot overeenstemming te komen. De oproep om het Rijk een sterkere regierol te geven, kan helpen om sneller tot gezamenlijk gedragen afspraken te komen en voorkomen dat onderhandelingen tussen gemeenten en producenten spaak lopen. De oproep om bij het ministerie aan te dringen op het betrokkenheid van gemeenten bij het ontwerpen van UPV’s is grotendeels al de praktijk. Daar waar mogelijk en noodzakelijk zet de VNG al langere tijd in op het betrekken van individuele gemeenten en/of de NVRD bij gesprekken met het Rijk over de invulling van producentenverantwoordelijkheid.

In dit verband verwijzen we wel graag naar de in de ALV van 2021 aangenomen motie ‘Stop met sturen aan de achterkant’, waarbij vooral werd opgeroepen om een prikkel in te bouwen aan de zogenoemde voorkant van de keten. Door bij ontwerp en productie van bijv. verpakkingen al rekening te houden met duurzaamheid en hergebruik, kan daadwerkelijk werk worden gemaakt van het doel om de afvalberg te beperken en ketens te sluiten. Dit is een taak voor producenten, die gemeenten volgens de VNG niet naar zich toe moeten trekken. Dit om te voorkomen dat het afvalprobleem uitsluitend wordt neergelegd bij de achterkant van de keten, ofwel bij de inzamelende gemeenten. Kanttekening Vanuit de VNG dringen we er bij het Rijk op aan om het instrument van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid beter en effectiever in te zetten. Bij de invulling ervan is de VNG echter van mening dat gemeenten alleen aan tafel dienen te zitten wanneer de inzameling door gemeenten onontkoombaar is of als dit wenselijk wordt geacht voor een juiste werking van het gemeentelijke inzamelsysteem. Indien nodig en relevant, wordt kennis en expertise ingeschakeld van de NVRD, waarmee al sinds lange tijd een constructieve samenwerking bestaat.

Motie Een uitvoerbaar en betaalbaar inburgeringsstelsel, anders niet acceptabel voor gemeenten deel II De motie ondersteunt de eerder ingezette lijn van de VNG (juiste randvoorwaarden en financiën) Aan: De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, in vergadering bijeen op 29 juni 2022 Constaterende dat: 

 

 

 

Met het aannemen van de motie Inburgering deel I op 5 juni 2019 de leden het VNG bestuur hebben opgedragen om alleen akkoord te gaan met het overhevelen van de regie op de inburgering naar gemeenten, wanneer de randvoorwaarden voor de bekostiging en uitvoering structureel zijn geborgd, Uitgesproken werd dat de VNG enkel akkoord kon gaan met de uitvoering van de Wet Inburgering 2021 als bekostiging én uitvoerbaarheid is gegarandeerd. Een nieuwe aanpak voor inburgering noodzakelijk is, omdat vergunninghouders niet aan hun lot overgelaten mogen worden en het in ieders belang is dat zij snel participeren en integreren in de samenleving; Het voorgaande inburgeringsbeleid niet heeft geleid tot de gewenste resultaten en zelfs heeft geleid tot frauduleuze activiteiten door inburgeringsscholen; Gemeenten de aangewezen overheidslaag zijn om de regie op de inburgering te voeren, omdat zij dicht bij hun inwoners staan en de verbinding kunnen leggen met het sociale, fysieke en economische domein; De Wet op de inburgering de taken heeft gedecentraliseerd naar gemeenten, waardoor de lokale overheid de regie heeft op zowel het beleid als de uitvoering; Gemeenten gebaat zijn bij een adaptief systeem, dat qua wet en (lagere) regelgeving aan kan sluiten op nieuwe inzichten en ervaringen uit de praktijk (practice-based-werken) en in financieel opzicht structureel is afgestemd op fluctuaties in de

instroom; Gemeenten de nieuwe taken, ook in het licht van de discussie over de tekorten in de jeugdzorg, niet kunnen uitvoeren zonder structurele financiële zekerheid; Het Rijk en de gemeenten, ook in het kader van de interbestuurlijke verhoudingen, samen verantwoordelijk zijn om tot structurele werkbare oplossingen te komen voor de gesignaleerde knelpunten op het terrein van financiën, sturingsmogelijkheden, (ICT) systemen en verantwoording; Onduidelijkheid over de rolverdeling tussen COA en gemeenten (startmoment (voor)inburgering) en DUO en gemeenten (handhaving) kan leiden tot ineffectiviteit en inefficiëntie voor gemeenten en inburgeraar.

Overwegende dat: 

Het Rijk met de Wet inburgering 2021 hoge ambities heeft, maar tegelijkertijd, door vast te blijven houden aan de huidige incidentele financiële kaders, de kwaliteit, toegankelijkheid en continuïteit van de inburgeringstrajecten begrenst en de kansen voor de inburgeraar niet centraal stelt. Uit de bestuurlijke overleggen tussen de VNG en het ministerie van SZW blijkt dat het Rijk nog altijd geen structurele financiële zekerheid biedt ten aanzien van de Onderwijsroute en dat deze aanhoudende onzekerheid de inburgeraar niet ten goede komt en het aanbod in de onderwijsroute in gevaar brengt; Door politieke druk de kans groot is dat bij de uitvoering van de Wet inburgering 2021 opnieuw de nadruk komt te liggen op controle, resultaten en verantwoording in plaats van op de kansen voor de vergunninghouder.

Draagt het bestuur op om:  

Zich te blijven inzetten voor een betaalbaar en uitvoerbaar inburgeringsstelsel voor gemeenten; Ervoor te zorgen dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid neemt om samen met de gemeenten de gesignaleerde knelpunten, ten aanzien van structurele passende financiën, sturingsmogelijkheden, (ICT)systemen, privacy en verantwoording, aan te pakken en op te lossen, anders wordt de regiefunctie voor gemeenten onuitvoerbaar; Ervoor te zorgen dat gemeenten kunnen leren van (praktijk)ervaringen. Het inburgeringstraject is gebaat bij een adaptief systeem, dat qua wet- en regelgeving aan kan sluiten op nieuwe inzichten en ervaringen uit de praktijk (practice-based-werken).

Hoogachtend, Namens het college van B&W Almere,

Namens het college van B&W Tilburg,

Wethouder F.T. de Jonge Bestuurlijk trekker G40 themagroep Vergunninghouders en Asiel

Wethouder Y. Celik Bestuurlijk trekker G40 themagroep Vergunninghouders en Asiel

Gemeenten die de motie steunen zijn: 1. Alphen aan den Rijn 2. Amersfoort 3. Amsterdam 4. Assen 5. Deventer 6. Emmen 7. Enschede 8. Groningen 9. Haaksbergen 10. Losser 11. Nijmegen 12. Oldenzaal 13. Oss 14. Schiedam 15. Utrecht 16. Vereniging van Drentse Gemeenten 17. Leiden

Samenvatting en preadvies motie “Een uitvoerbaar en betaalbaar inburgeringsstelsel, anders niet acceptabel voor gemeenten deel II” Indienende gemeenten: Almere en Tilburg Strekking van de motie Draagt het bestuur op: - Zich te blijven inzetten voor een betaalbaar en uitvoerbaar inburgeringsstelsel voor gemeenten -

Ervoor te zorgen dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid neemt om samen met de gemeenten de gesignaleerde knelpunten, ten aanzien van structurele passende financiën, sturingsmogelijkheden, (ICT)systemen, privacy en verantwoording, aan te pakken en op te

-

lossen, anders wordt de regiefunctie voor gemeenten onuitvoerbaar Ervoor te zorgen dat gemeenten kunnen leren van (praktijk)ervaringen. Het inburgeringstraject is gebaat bij een adaptief systeem, dat qua wet- en regelgeving aan kan sluiten op nieuwe inzichten en ervaringen uit de praktijk (practice-based-werken).

Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies De oproep in de motie is volledig in lijn met de inzet van de VNG en zien wij als een steun in de rug.

VNG-motie Aan

: De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, in vergadering bijeen op 29 juni 2022 te Hoorn.

Datum

: 15 juni 2022

Betreft

: Evaluatie Wet Veiligheidsregio’s1

Constaterende dat: -

de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s stelt dat de lokale en regionale gezagsrol van de burgemeester en voorzitter van de veiligheidsregio ongewijzigd dient te blijven.

-

de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s constateert dat het stelsel van crisisbeheersing en brandweerzorg beter ingericht dient te worden voor grootschalige crisisbeheersing, waarvoor de besturen van de 25 veiligheidsregio’s een belangrijke verantwoordelijkheid dragen.

-

de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s stelt dat de 25 besturen van de veiligheidsregio’s gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor onder andere de inventarisatie van (gezamenlijke) risico’s en prioritering daarvan, en de aanbeveling doet dat het Veiligheidsberaad hierin een regisserende en coördinerende rol zou moeten vervullen.

-

de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s oproept de rol van rijksheren te actualiseren zodat deze beter aansluit op het staatsnood- en cisisrecht middels bestuurlijke liaisons.

Overwegende dat: -

in het stelsel van crisisbeheersing en brandweerzorg leidend dient te zijn op welke wijze en op welke schaal de veiligheid van de burgers het beste gediend is.

-

het lokale en regionale gezag het beste kan overzien wat nodig is om de veiligheid voor de inwoners te waarborgen.

-

het Veiligheidsberaad in het kader van afstemming van de 25 veiligheidsregio’s ontegenzeggelijk van toegevoegde waarde is, maar dat er vanuit het oogpunt van democratische legitimiteit voor moet worden gewaakt dat het Veiligheidsberaad zich ontwikkelt tot een extra bestuurslaag met bevoegdheden boven de 25 gemeenschappelijke regelingen.

-

het voor zowel de gemeenteraden als de Kamer mogelijk moet blijven om democratisch gelegitimeerd te sturen op een respectievelijk regionaal en nationaal veiligheidsniveau.

-

in nieuwe wet- en regelgeving rollen, taken en bevoegdheden helder moeten worden omschreven met het staatsnoodrecht als uitgangspunt, waarbij er zeer terughoudend moet worden omgegaan met het verschuiven van bevoegdheden.

-

er terughoudendheid moet worden betracht om landelijke opgaven en ambities neer te leggen bij veiligheidsregio’s en te bekostigen uit regionale middelen, gelet op het feit dat veiligheidsregio’s grotendeels worden gefinancierd door gemeenten.

1 Het rapport is bereikbaar via deze link.

Vraagt het bestuur van de VNG om: -

met de minister van Justitie en Veiligheid in gesprek te gaan en het kabinet te vragen om bij het opstellen van nieuwe wet- en regelgeving de volgende punten mee te geven, te weten (i) rollen, taken en bevoegdheden beter omschrijven met het staatsnoodrecht als uitgangspunt; (ii) zeer terughoudend omgaan met het verschuiven van bevoegdheden; (iii) terughoudendheid betrachten bij het neerleggen van landelijke opgaven en ambities bij veiligheidsregio’s en dit te bekostigen uit regionale middelen.

En gaat over tot de orde van de dag. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, de secretaris, de burgemeester,

drs. M.J.T.H. Havekes

De motie wordt ondersteund door de gemeenten: -

Bunnik

-

De Bilt

-

IJsselstein

-

Montfoort

-

Oudewater

-

Renswoude

-

Rhenen

-

Utrecht

-

Wijk bij Duurstede

-

Woerden

-

Woudenberg

G.F. Naafs

Samenvatting en preadvies motie Evaluatie Wet veiligheidsregio’s Indienende gemeente(n): Utrechtse Heuvelrug Ondersteunende gemeenten: zie motie Strekking van de motie: Verzoek aan het VNG Bestuur om in gesprek te gaan met de minister van Justitie en Veiligheid (JenV), en het kabinet te vragen om bij het opstellen van nieuwe wet- en regelgeving over Crisisbeheersing zeer terughoudend om te gaan met het verschuiven van bevoegdheden (en het creëren van een extra bestuurslaag), en tevens terughoudendheid betrachten bij het neerleggen van landelijke opgaven en ambities bij de veiligheidsregio’s en dit te bekostigen uit regionale middelen. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies De VNG heeft in november 2018 een reflectie gegeven op de afbakening van de opdracht voor de commissie Muller over evaluatie op de Wet op de Veiligheidsregio’s. Daarbij is expliciet aandacht gevraagd voor de democratische legitimiteit van de crisisbestrijding, en de wijze van financiering van crisis- en rampenbestrijding. In het evaluatierapport van de commissie zagen we ook veel onderwerpen terug die voor de lokale overheid belangrijk zijn. In onze reactiebrief van februari 2021 en in de bespreking met de minister in het Strategisch Beraad Veiligheid hebben we expliciet gewezen op de noodzaak van het betrekken van gemeenteraden en de actieve informatieplicht.

Ook hebben we gepleit voor terughoudendheid in het aanbrengen van eventuele wijzigingen in de manier van financiering van de crisisbestrijding en daarbij vooral ook de lokale overheid in positie te blijven houden vanuit verlengd lokaal bestuur. We hebben in onze reactie tot slotte ook aangegeven dat het Veiligheidsberaad (VB) een duidelijke meerwaarde heeft gehad bij de coördinatie tussen alle veiligheidsregio’s. En dat vooral ook die coördinerende rol moet worden versterkt, en niet zozeer dat het VB een extra bestuurslaag moet worden. De minister van JenV heeft als vervolg op het evaluatierapport in het voorjaar van 2022 besloten, door middel van een Agenda Crisisbeheersing, in te zetten op het versterken van de Crisisbeheersing en Brandweerzorg. De bedoeling is om december 2022 daar een contourennota voor naar de Tweede Kamer te sturen. Dit is nu tot eind augustus in ambtelijke voorbereiding. We zullen ook in bestuurlijk overleg met de minister de komende tijd de belangrijkste punten vanuit het oogpunt van de lokale overheid blijven inbrengen. Deze motie geeft de VNG een extra steun in de rug in haar lobby naar de rijksoverheid.

AAN: Bestuur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) VAN: Gemeente Heemstede DATUM: 17 juni 2022

ONDERWERP: Motie ALV 29 juni 2022

Motie: Lachgas: nu doorpakken!

Constaterende dat: • •

•

• •

• • •

Lachgas in toenemende mate een rol speelt bij overlastklachten in de gemeenten. Gelet op de veelheid aan documentatie / onderzoek de risico’s en (lichamelijke en maatschappelijke) schade van lachgas genoegzaam bekend en geaccepteerd worden verondersteld. Vele gemeenten inmiddels de Algemene Plaatselijke Verordening hebben aangepast, in lijn met de motie van de gemeente Rotterdam van juni 2021, waardoor in overlastsituaties het gebruik van lachgas als overtreding kan worden beboet. De handhaving van de openbare orde en veiligheid geen instrumentarium kent om het gewenste maatschappelijke effect te sorteren. In de toelichting bij bedoelde motie als achtergrond informatie is gememoreerd: ‘We hebben als gemeenten hetzelfde doel voor ogen: een spoedige inwerkingtreding van de aangepaste Opiumwetgeving. Deze aanpassing komt niet van de grond, omdat het Rijk aangeeft geen geld vrij te kunnen maken voor de handhaving (circa € 20 miljoen). De VNG houdt namens de gemeenten maximale druk op het Rijk om dit doel te realiseren.’ In weerwil van deze motie en de inspanningen vanuit de VNG, het besluit over de strafbaarstelling van lachgas in de Opiumwet wederom is uitgesteld. Tot die tijd lachgas een legaal product is zonder effectieve mogelijkheden tot handhaving. De winstmarge op lachgas in het economisch verkeer groter is dan cocaïne, met alle risico’s van dien.

Overwegende dat: •

Als de politie als opsporingsambtenaar wil optreden bij constatering van strafbare feiten onder de verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie, zij over de bevoegdheid Pagina 1 van 3

•

beschikt om tot inbeslagneming over te gaan om de waarheid aan de dag te brengen, wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen, het object te onttrekken aan het verkeer of het object verbeurd te kunnen verklaren. Strafbaarstelling van lachgas in artikel 3 van de Opiumwet levert derhalve een heldere en effectieve aanpak op. Als de politie ter handhaving van de openbare orde en veiligheid (artikel 3 Politiewet) onder verantwoordelijkheid van de burgemeester als bevoegd gezag wil optreden tegen de maatschappelijke gevolgen van lachgas, zij wettelijk niet over voldoende bevoegdheden beschikt om die handhaving handen en voeten te geven. Immers, - zolang lachgas niet strafbaar is, moet de politie in eerste instantie betrokkene waarschuwen en kan het gedrag na herhaling worden beboet op basis van de APV, mits sprake is van overlast. - De politie mag het lachgas in het kader van openbare orde en veiligheid niet in beslag nemen. In de praktijk neemt de politie het lachgas slechts civielrechtelijk ‘onder zich’ (het civielrechtelijke construct van zaakwaarneming, zoals ze dat bijvoorbeeld ook doet bij geluidsinstallaties indien sprake is van geluidsoverlast). - Als de overlast aanhoudt, kan de burgemeester besluiten een gebiedsverbod op te leggen.

- Als het gebiedsverbod wordt genegeerd, is dat een overtreding van artikel 184 Wetboek van Strafrecht en kan de politie (als opsporingsambtenaar, onder het gezag van het openbaar ministerie) eindelijk optreden. Een enorme omweg om overlast te doen stoppen en de orde te handhaven.

•

• •

In de praktijk – zowel in de repressie als bij handhaving van de openbare orde – zich nog een aantal andere dilemma’s voordoen, namelijk dat: - de politie het lachgas niet legaal kan vervoeren - omdat voor dat vervoer een ADR certificering nodig is (een Europees erkend vakbekwaamheidsbewijs om gevaarlijke stoffen te mogen vervoeren binnen Europa) - waardoor (kostbare) gespecialiseerde civiele partijen moeten worden ingehuurd om het (civielrechtelijke in beslag genomen) lachgas te vervoeren; - waarna het lachgas niet zondermeer bijzondere maatregelen mag worden opgeslagen; - waarna het lachgas – gelet op de grondslag van het ‘onder zich houden’- enkele dagen later weer moet worden teruggeven aan de betrokkene; De toenemende maatschappelijke problemen rondom lachgas om een effectieve en snelle aanpak vragen. Deze motie wordt ondersteund door de politie Kennemerkust.

Verzoekt het bestuur: • •

•

De druk op het Ministerie van J&V op te voeren opdat eind 2022, doch uiterlijk begin 2023 de strafbaarstelling van lachgas in de Opiumwet is opgenomen; Bij het ministerie van J&V aan te dringen op het onderzoeken en/of creëren van een wettelijke mogelijkheid (al dan niet onder het gezag van de burgemeester) om lachgas In het kader van de handhaving van de openbare orde legaal uit het ‘verkeer’ te kunnen halen teneinde de overlast te doen stoppen; In beide situaties een oplossing te vinden voor de dilemma’s rondom het vervoer en opslag van lachgas. Pagina 2 van 3

•

In de najaars ALV van 2 december a.s., of zoveel eerder als er iets substantieels te melden is, de leden te informeren over de voortgang.

En gaat over tot de orde van de dag.

Namens burgemeester en wethouders van Heemstede, A.C. Nienhuis, burgemeester

Mede-indieners:

Gemeente Bloemendaal

Gemeente Zandvoort

E.J. Roest, burgemeester

David Moolenburgh, burgemeester

Pagina 3 van 3

Samenvatting en preadvies motie: doorpakken op lachgas Indienende gemeente(n): Heemstede, Bloemendaal, Zandvoort Strekking van de motie Verzoekt het bestuur: -

De druk op het ministerie van J&V op te voeren opdat eind 2022, doch uiterlijk begin 2023 de strafbaarstelling van lachgas in de Opiumwet is opgenomen

-

Bij het ministerie van J&V aan te dringen op het onderzoeken en/of creëren van een wettelijke mogelijkheid (al dan niet onder het gezag van de burgemeester) om lachgas In het kader van de handhaving van de openbare orde legaal uit het ‘verkeer’ te kunnen halen teneinde de

-

overlast te doen stoppen In beide situaties een oplossing te vinden voor de dilemma’s rondom het vervoer en opslag van

-

lachgas In de najaars ALV van 2 december a.s., of zoveel eerder als er iets substantieels te melden is, de leden te informeren over de voortgang.

Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies De VNG onderschrijft dat de maatschappelijke problemen van het oneigenlijk gebruik van lachgas groot zijn. De VNG is met opsteller van de motie van mening dat het landelijke traject om te komen tot een wettelijk verbod op het oneigenlijk gebruik van lachgas enige voortgang kent, maar erg lang duurt. De VNG staat hierover al lange tijd in contact met de betreffende ministeries en dringt aan op zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van het wettelijke verbod. Hierbij is het van belang dat de voorbereiding zorgvuldig geschiedt. Naast het binnenkort te verwachten advies van de Raad van State zal de Europese Commissie een notificatie moeten worden gestuurd omdat lachgas wordt onttrokken aan de interne markt. Vanwege afhankelijkheid van het doorlopen van deze procedures bij de Raad van State en Europese Commissie is de verwachting dat de gewenste aanpassing van de opiumwetgeving begin 2023 van kracht zal worden. De VNG zal vindt het uiteraard van belang om haar leden op de hoogte te houden van alle relevante ontwikkelingen. Wij zullen dit dan ook blijven doen.

Motie Structurele aandacht en financiering voor informatieveiligheid op lokaal niveau Van:

college van B&W Wijk bij Duurstede college van B&W Heemstede college van B&W Noordoostpolder college van B&W Lopik college van B&W Renswoude college van B&W Meijerijstad college van B&W Eemnes college van B&W Best college van B&W Wierden college van B&W Smallingerland college van B&W Uithoorn college van B&W Katwijk college van B&W Steenwijkerland college van B&W Houten college van B&W Leusden college van B&W De Ronde Venen

Aan: de ledenvergadering van de VNG; bijeen op 29 juni 2022 te Hoorn Constaterende dat: -

-

Bescherming van onze inwoners een kerntaak is van de (lokale) overheid en dat informatieveiligheid hier integraal onderdeel van uitmaakt; Informatieveiligheid een randvoorwaarde is voor een goede bedrijfsvoering en dienstverlening; Burgemeesters niet alleen verantwoordelijkheid dragen voor het bevorderen van de fysieke openbare orde en veiligheid op lokaal niveau, maar ook voor de digitale; Burgemeesters tevens de verantwoordelijkheid dragen om op het gebied van informatieveiligheid het ‘eigen huis’ op orde te hebben; Burgemeesters en gemeenten niet altijd over voldoende middelen beschikken om deze verantwoordelijkheden waar te maken; Burgemeesters en gemeenten blij zijn met de resolutie Informatieveiligheid die op 12 februari 2021 unaniem door de ALV is aangenomen en met de ondersteuning die de Informatie Beveiligingsdienst (IBD) biedt; Al deze inzet tot nu toe helaas onvoldoende tot borging van het overheidsbeleid inzake informatieveiligheid heeft geleid. De ingezette systematiek om compliant te zijn aan Baseline Informatiebeveiliging Overheid (hierna: BIO) nog niet overal en altijd tot het gewenste veiligheidsniveau leidt.

Overwegende dat: -

-

De snelheid van communiceren in de digitale wereld exponentieel hoger is dan in de overheidswereld. Van gemeenten wordt verwacht dat ze op digitaal vlak razendsnel (pro-) actief zijn, maar daar zijn ze lang niet altijd toe in staat; Het Rijk momenteel de Nationale Cyber Security Strategie voorbereidt; Informatieveiligheid en de monitoring daarvan voortdurende en state of the art expertise vraagt, waar gemeenten lang niet altijd over beschikken; De IBD onvoldoende is toegerust om individuele gemeenten hierbij volledig te ondersteunen; Niet alle gemeenten voldoende instrumenten en middelen hebben om te voldoen aan de eisen die bijvoorbeeld in de BIO gesteld worden; Onduidelijk is in hoeverre compliance met de BIO daadwerkelijk leidt tot een effectieve en robuuste informatieveiligheid; De uitdagingen waar gemeenten voor staan op het gebied van informatieveiligheid, en de inzet die daarvoor nodig is, de komende jaren naar verwachting alleen maar verder toe zullen nemen;

Motie Structurele aandacht en financiering voor informatieveiligheid op lokaal niveau -

De proeftuinen, projecten en programma’s die vanuit ministeries als BZK, JenV en EZ, en organisaties als VNG, NCSC, en CCV worden aangeboden, beter tot hun recht komen door te investeren in de onderlinge samenhang en snelle informatiedeling;

Stellen wij de VNG-ledenvergadering voor om uit te spreken dat het bestuur van de VNG: Op zo kort mogelijke termijn in gesprek gaat met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met als doel: Te onderzoeken hoe het ministerie een rol kan pakken in het versterken van de digitale weerbaarheid van burgers; Gemeenten in staat te stellen om de Nationale Cyber Security Strategie te implementeren; Structurele aandacht en financiering ten behoeve van de preventieve en repressieve aanpak van digitale onveiligheid op lokaal niveau te realiseren; Processen rondom BIO en ENSIA, zodanig in te richten dat niet alleen getoetst wordt of het vereiste instrumentarium aanwezig is, maar ook getoetst wordt in hoeverre dit structureel bijdraagt aan informatieveiligheid voor inwoners, ondernemers en (gemeentelijke) processen. En gaat over tot de orde van de dag.

Namens het college van B&W van de gemeente Wijk bij Duurstede I.P. Meerts

Namens het college van B&W van de gemeente Heemstede A.C. Nienhuis

Namens het college van B&W van de gemeente Noordoostpolder R.T. de Groot

Namens het college van B&W van de gemeente Lopik, dr. L.J. de Graaf

Namens het college van B&W van de gemeente Krimpen aan den IJssel M.W. Vroom

Namens het college van B&W van de gemeente Renswoude P. Doornenbal – van der Vlist

Namens het college van B&W van de gemeente Meierijstad C.H.C. van Rooij

Namens het college van B&W van de gemeente Eemnes R. van Benthum

Motie Structurele aandacht en financiering voor informatieveiligheid op lokaal niveau Namens het college van B&W van de gemeente Best J.G.M.T. Ubachs

Namens het college van B&W van de gemeente Wierden D.J. Tigchelaar

Namens het college van B&W van de gemeente Smallingerland J. Rijpstra

Namens het college van B&W van de gemeente Uithoorn P. J. Heiliegers

Namens het college van B&W van de gemeente Katwijk C.L. Visser Namens het college van B&W van de gemeente Steenwijkerland H. de Jong

Namens het college van B&W van de gemeente Houten G.P. Isabella

Namens het college van B&W van de gemeente Leusden G. Bouwmeester

Samenvatting en preadvies motie: Structurele aandacht en financiering voor informatieveiligheid op lokaal niveau Indienende gemeente(n): Wijk bij Duurstede, Heemstede en Noordoostpolder Ondersteunende gemeenten: nog onbekend, de onderwerpen zijn besproken in het netwerk van cyberburgemeesters. Strekking van de motie Stellen wij de VNG-ledenvergadering voor om uit te spreken dat het bestuur van de VNG: Op zo kort mogelijke termijn in gesprek gaat met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met als doel: Te onderzoeken hoe het ministerie een rol kan pakken in het versterken van de digitale weerbaarheid van burgers; Gemeenten in staat te stellen om de Nationale Cyber Security Strategie te implementeren; Structurele aandacht en financiering ten behoeve van de preventieve en repressieve aanpak van digitale onveiligheid op lokaal niveau te realiseren; Processen rondom BIO en ENSIA, zodanig in te richten dat niet alleen getoetst wordt of het vereiste instrumentarium aanwezig is, maar ook getoetst wordt in hoeverre dit structureel bijdraagt aan informatieveiligheid voor inwoners, ondernemers en (gemeentelijke) processen. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies De voorgestelde inzet richting ministerie BZK is in lijn met de ontwikkelingen vanuit agenda digitale veiligheid.

Daarbij sluiten we de timing aan op de in ontwikkeling zijnde Nationale Cyber Security Strategie, en het lopende evaluatieproces BIO. Het bestuur onderschrijft de urgentie voor gemeenten en de VNG om digitale veiligheid op orde te brengen en te houden. De VNG informatiebeveiligingsdienst (IBD) zet maximaal in op collectieve ondersteuning aan gemeenten bij incident-response en het adviseren van gemeenten m.b.t. digitale veiligheid. Daarbij brengen we onder de aandacht dat dit niet alleen inzet vraagt van de VNG als collectief, maar ook van iedere gemeente afzonderlijk. In de unaniem aangenomen resolutie Digitale Veiligheid hebben de leden ingestemd met het zelf nemen van concrete acties ter bevordering van de digitale veiligheid. Het bestuur constateert dat veel gemeenten de meest prioritaire maatregelen1 nog onvoldoende hebben kunnen doorvoeren, welke nodig zijn om de digitale te veiligheid te kunnen waarborgen, en brengt hierbij het Cyberalert en bijbehorende maatregelen nogmaals onder de aandacht. De VNG zal via de agenda digitale veiligheid en de informatiebeveiligingsdienst (IBD) gemeenten blijven. ondersteunen bij de uitvoering van BIO en ENSIA, in de voorgestelde beweging waarin minder de nadruk komt op compliancy en meer nadruk op feitelijke digitale veiligheid wordt gelegd.

1 Zie Cyberalert, Oproep aan alle burgemeesters, 28 oktober 2021.

https://vng.nl/sites/default/files/2021-11/211028-brief-cyberalert.pdf

AAN: Bestuur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) VAN: Gemeente Heemstede DATUM: 16 juni 2022

ONDERWERP: Motie ALV 29 juni 2022

Motie: Inclusief stemmen voor mensen met een visuele beperking

De Buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG, bijeen op 29 juni 2022,

Constaterende dat: • • • • •

• •

•

• •

in Nederland naar schatting 380-400.000 mensen wonen met een visuele beperking; naar verwachting dit aantal de komende jaren zal toenemen in verband met de vergrijzing en ten gevolge van diabetes; mensen met een beperking moeten kunnen leven als anderen. Zij hebben dezelfde mensenrechten als iedereen in Nederland, zo staat beschreven in het VN-verdrag Handicap; het recht om te stemmen zo’n mensenrecht is; de Kieswet voorschrijft dat alle stemlokalen zo zijn gelegen en ingericht dat kiezers met lichamelijke beperkingen zoveel mogelijk hun stem zelfstandig kunnen uitbrengen en dit ook een Rijksverantwoordelijkheid is; sinds enkele jaren bij verkiezingen voorzieningen zijn getroffen voor mensen met een visuele beperking om hun zelfstandigheid bij het stemmen te verbeteren; in de afgelopen jaren aandacht is besteed aan het toegankelijk maken van het stemlokaal en het stemmen zelf voor deze groep inwoners, door onder andere een stemmal, de soundbox en loepen te introduceren; het stembiljet binnen het stemproces een essentiële rol heeft.

Het biljet wijzigt bij iedere verkiezing in formaat en inhoud, waardoor de middelen zoals de stemmal en de soundbox telkens moeten worden aangepast; een stemmal met soundbox naar schatting € 5.000 per stuk, per stembureau, per verkiezing kost, welke kosten niet zijn inbegrepen in de bijdrage vanuit het Rijk via het gemeentefonds; deze hoge kosten gemeentes afschrikt, hetgeen oorzaak is geweest van het feit dat slechts 82 gemeenten (een kwart van de gemeenten) bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 over een stemmal beschikten, in slechts een beperkt aantal stembureaus; Pagina 1 van 4

• •

•

de eerste kamer kort geleden heeft besloten tot invoering van een nieuw stembiljet; uit onderzoek uit 2021 van Kennis Over Zien, het kennisprogramma van diverse organisaties die zich met visuele beperkingen bezighouden, bleek dat 40 procent van de blinden en slechtzienden vindt dat de verkiezingen nog altijd te slecht toegankelijk zijn; de Eerste Kamer op 31 mei 2022 het wetsvoorstel Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten heeft aangenomen, het nieuwe model stembiljet waarmee de minister van BZK beoogt te experimenteren bruikbaar is voor een universele stemmal en daarmee in 2021 testen zijn uitgevoerd met mensen met een visuele beperking.

Overwegende dat: • • • •

• •

• •

mensen met een visuele beperking het zelfstandig stemmen bij verkiezingen ervaren als een belangrijke invulling van hun gelijkwaardige positie in onze samenleving; de mogelijkheid van een volmacht voor de geschetste uitdaging geen oplossing is; het Ministerie van BZK een tijdelijk meldpunt heeft ingericht onder de naam ‘Meldpunt onbeperkt stemmen’, als toezichthouder op de uitvoering van het VN-verdrag Handicap; dit meldpunt op basis van input vanuit de doelgroep in 2021 heeft geadviseerd: o Dat het stembiljet bruikbaar moet zijn voor een universele stemmal. De doelgroep denkt graag mee met als doel dat niet elke verkiezing een nieuwe stemmal gemaakt hoeft te worden; o Dat briefstemmen een goed alternatief is. Volgens het meldpunt waren er tijdens corona mensen die door die mogelijkheid voor het eerst in jaren weer zelfstandig gestemd hebben.

Er kleeft echter een aantal veiligheidsuitdagingen aan deze wijze van stemmen; om die reden wordt die optie ook niet meegenomen in het dictum van deze motie; de meeste ondervraagden in het onderzoek van Kennis over Zien de voorkeur geven aan digitaal stemmen; experimenten met en de uiteindelijke invoering van het nieuwe model stembiljet en de daarvoor bruikbare universele stemmal in belangrijke mate kunnen bijdragen aan inclusief stemmen voor kiezers met een visuele beperking en het daarom van belang is daarmee op korte termijn en betekenisvol ervaringen op te doen; deze motie mede wordt ondersteund door Kennis over Zien, bij monde van Dennis van Scherpenzeel, Programma Manager Toegankelijkheid, consortium Visueel; het thans lopende onderzoek van de Oogvereniging mogelijk nog nadere ideeën en suggesties oplevert.

Verzoekt het bestuur •

te bevorderen dat inclusief stemmen voor mensen met een visuele beperking expliciet wordt opgenomen / toegevoegd aan het actieplan toegankelijk stemmen van BZK (https://open.overheid.nl/repository/ronl-4a0c4e98-e7b8-4bc6-a3d0711998c29556/1/pdf/actieplan-toegankelijk-stemmen-merkbaar-minder-drempels-bijverkiezingeneenteraadsverkiezingen-2022.pdf) door de universele stemmal in dat actieplan op te nemen voor alle verkiezingen, opdat deze wordt ingezet in alle gemeenten, bij voorkeur in meerdere stembureaus;

Pagina 2 van 4

•

•

•

•

•

te bevorderen dat BZK een ontwerpwedstrijd uitschrijft onder opleidingen / onderzoeksinstellingen, zodat jongeren actief kunnen meedenken (jongerenparticipatie), om in samenspraak met belangenorganisaties en de doelgroep een volwaardig (fysiek of digitaal) alternatief te ontwerpen om inclusief stemmen mogelijk te maken; om in samenspraak met BZK dat te doen wat nodig is om inclusief stemmen via universele mal of een pilot vanuit de ontwerpwedstrijd mogelijk te maken bij de Waterschaps-/ Provinciale Statenverkiezingen van 2023; mocht onverhoopt de hierboven genoemde alternatieven (nog) niet beschikbaar zijn bij de verkiezingen van 2023, er in ieder geval voor te zorgen dat elke gemeente een kostendekkende vergoeding ontvangt van het Rijk zodat bij elke verkiezingen in 2023 ten minste 1 (bestaande) stemmal en audio in elke gemeente kan worden ingezet; er bij BZK op aan te dringen het aantal experimenten (gemeenten) met het nieuwe model stembiljet waarvoor een universele stemmal kan worden gebruikt de eerste keer (en ook de verkiezingen daarna) op te schalen, zodat breed ervaring kan worden opgedaan en zoveel mogelijk kiezers met een visuele beperking zelfstandig kunnen stemmen; uiterlijk in de ALV van 2 december 2022 (of zoveel eerder als er relevante ontwikkelingen zijn) te rapporteren waartoe de contacten met het Ministerie hebben geleid.

En gaat over tot de orde van de dag.

Namens burgemeester en wethouders van Heemstede, A.C. Nienhuis, burgemeester

Mede-ondertekend door:

Gemeenten Velsen

Gemeente Beverwijk

F.C. Dales, burgemeester

M.E. Smit, burgemeester

Pagina 3 van 4

Gemeente Zandvoort

Gemeente Uitgeest

David Moolenburgh, burgemeester

S. M. Nieuwland, burgemeester

Gemeente Smallingerland

Gemeente Katwijk

J. Rijpstra, burgemeester

C.L. Visser, burgemeester

Pagina 4 van 4

Samenvatting en preadvies motie “Inclusief stemmen voor mensen met een visuele beperking” Indienende gemeente(n): Heemstede Ondersteunende gemeenten: Beverwijk, Uitgeest, Velsen, Zandvoort, Smallingerland, Katwijk. Strekking van de motie: Verzoekt het bestuur: 1. te bevorderen dat inclusief stemmen voor mensen met een visuele beperking expliciet wordt opgenomen / toegevoegd aan het Actieplan toegankelijk stemmen van BZK, zodat met name de mogelijkheid van de universele stemmal in dat actieplan wordt meegenomen voor alle verkiezingen, opdat de inzet van de stemmal en audio wordt bevorderd en ingezet in alle gemeenten, in bij voorkeur meerdere stembureaus; 2. te bevorderen dat BZK een ontwerpwedstrijd uitschrijft onder opleidingen / onderzoeksinstellingen, zodat jongeren actief kunnen meedenken (jongerenparticipatie), om in samenspraak met belangenorganisaties en de doelgroep inclusief stemmen mogelijk te maken c.q. een volwaardig (fysiek of digitaal) alternatief voor te ontwerpen om inclusief stemmen mogelijk te maken; 3. om in samenspraak met BZK dat te doen wat nodig is om inclusief stemmen via universele mal of een pilot vanuit de ontwerpwedstrijd mogelijk te maken bij de Waterschaps-/Provinciale Statenverkiezingen van 2023; 4.

mochten onverhoopt de hierboven genoemde alternatieven (nog) niet beschikbaar zijn bij de verkiezingen van 2023, er in ieder geval voor te zorgen dat elke gemeente een kostendekkende vergoeding ontvangt van het Rijk zodat bij elke verkiezing in 2023 ten minste 1 (bestaande) stemmal en audio in 2023 in elk gemeente kan worden ingezet; 5. uiterlijk in de ALV van 2 december 2022 (of zoveel eerder als er relevante ontwikkelingen zijn), te rapporteren waartoe de contacten met het Ministerie hebben geleid. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies De VNG zet zich al een aantal jaren, in samenwerking met andere organisaties (ministeries van BZK en VWS, de Kiesraad en de NVVB), in voor het bevorderen van inclusief stemmen voor diverse doelgroepen, waaronder ook mensen met een visuele beperking. Het Actieplan toegankelijk stemmen vormt daarbij sinds 2021 een concrete leidraad. In voorbereiding op de verkiezingen van volgend jaar treedt de VNG op zo kort mogelijke termijn in overleg met BZK en de andere organisaties om (nieuwe) acties in gang te zetten. In dat overleg zal de VNG specifiek aandacht vragen voor mensen met een visuele beperking, de mogelijkheden van het op grotere schaal inzetten van een stemmal en soundbox, en de bekostiging van die uitbreiding door het rijk.

Het parlement heeft op 31 mei 2022 de Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten aangenomen, zodat verdere stappen kunnen worden genomen naar de invoering van een nieuw, kleiner model stembiljet. Bij gebruik van dit nieuwe model stembiljet is niet voor iedere verkiezing een nieuwe stemmal nodig. Dit maakt de inzet van dit hulpmiddel gemakkelijker en goedkoper. De VNG blijft zich inzetten voor het spoedig van start laten gaan van het eerste experiment en het zo snel mogelijk uitbreiden van het experiment naar een grote(re) groep gemeenten. De VNG vindt het uitschrijven van een ontwerpwedstrijd om inclusief stemmen mogelijk te maken een interessante optie om verdere ideeën uit de samenleving, en met name jongeren, voor inclusief stemmen op te halen. De VNG zal met BZK (en de andere organisaties) in overleg treden over de mogelijkheid van het organiseren van een dergelijke ontwerpwedstrijd.

GEMEENTE RIDDERKERK

VNG Motie: Verminderen administratieve druk agv explosieve groei van het aantal SISA-regelingen De gemeentebesturen van de gemeenten Barendrecht, Ridderkerk, Albrandswaard Constateren dat: 

Het aantal SISA-regelingen de afgelopen 3 jaar explosief is gegroeid (stabiel ongeveer 9 tot 2019 naar 58 in 2021) een 500% groei.

De SISA-regeling het zwaarste en duurste verantwoordingsinstrument is dat gemeenten kennen, met de meeste en gedetailleerdste rapportage-eisen en het zwaarste controleregiem door de accountant (aparte controle én accountantsverklaring).

De extra ambtelijke kosten en accountantskosten ongeveer € 50.000 voor een gemiddelde gemeente (50.000 inwoners) zijn, die niet door het Rijk worden vergoed en daarmee voor alle gemeenten optellen tot een lastenverhoging van ongeveer € 17,5 miljoen.

Het aantal regelingen de komende jaren, door nieuwe milieumaatregelen, bouwplannen en ander nieuw rijksbeleid verder zal groeien. Dus zonder wetswijziging of nieuwe afspraken tussen Rijk en VNG over een andere verantwoordingsplicht (bijvoorbeeld bij de jaarrekening) zijn deze extra administratieve kosten structureel.

Overwegen dat 

Het Rijk en gemeenten er gezamenlijk naar streven om meer beleidsvrijheid voor de lokale politiek te creëren door budgetten via de algemene uitkering beschikbaar te stellen en steeds minder via specifieke uitkeringen. Hiermee neemt de extra rapportagelast evenredig af.

Het Rijk en de gemeenten het eens zijn om de administratieve druk te beperken en dus beiden eigenlijk geen gebruik zouden willen maken van de zeer gedetailleerde en dure SISA-rapportages die vooral veel ambtelijke en accountantsuren kosten en dus niet ten goede komen aan de inwoners waarvoor het extra rijksbudget was bedoeld.

De extra inspanning voor de accountant zo groot is, dat deze nauwelijks uitvoerbaar is en beroepsvereniging van accountants (NBA) daarom ook vraagt deze groei te beperken, ook al zorgen deze extra werkzaamheden voor extra omzet.

Sommige gemeenten, door deze extra zware rapportageverplichting en controle, nog nauwelijks in staat zijn om hun jaarrekening tijdig op te leveren.

Voorts overwegende dat: 

Het Rijk nu geen eenvoudige (wettelijk) middel heeft om op eenvoudige manier te worden geïnformeerd over het effect van extra beleidsgelden en daardoor op advies van de Rekenkamer/ADD wordt gedwongen om het zware middel van de SISA-regeling in te zetten. Terwijl de SISA-systematiek juist bedoeld was om de administratieve druk terug te brengen.

Beide partijen dus gevangen zijn in hun eigen regels (de letter van de wet) in plaats van het doel wat men met het extra geld nastreeft (het doel van de wet).

GEMEENTE RIDDERKERK

Roept het VNG bestuur op om:

Het kabinet te verzoeken het aantal SISA-regelingen terug te brengen én zo snel mogelijk een lichte en eenvoudige verantwoordingsvorm te bedenken en te verwerken tot een wetswijziging, wellicht voorafgegaan aan een tijdelijke regeling/afspraak, om deze extra administratieve last te beperken, en zo het door het Rijk beschikbare geld ten goede te laten komen aan de inwoners.

d.d. 16 juni 2022

Drs. G. Veldhuijzen Burgemeester Barendrecht

A. Attema Burgemeester Ridderkerk

Drs. J.G.H. de Witte Burgemeester Albrandswaard

GEMEENTE RIDDERKERK

Samenvatting en preadvies motie Verminderen administratieve druk als gevolg van explosieve groei van het aantal SISA-regelingen. Indienende gemeenten: Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk Strekking van de motie Oproep aan het bestuur om: - het kabinet te verzoeken het aantal SISA-regelingen terug te brengen én zo snel mogelijk een lichte en eenvoudige verantwoordingsvorm te bedenken en te verwerken tot een wetswijziging, wellicht voorafgegaan aan een tijdelijke regeling/afspraak, om deze extra administratieve last te beperken, en zo het door het Rijk beschikbare geld ten goede te laten komen aan de inwoners. Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies De geschetste problematiek is voor de VNG zeer herkenbaar en de motie steunt de inzet die de VNG reeds pleegt.

Samenvatting en preadvies motie: Aanpassing abonnementstarief Wmo Indienende gemeente(n): Borsele Ondersteunende gemeenten: Zeeuwse gemeenten (VZG) Strekking van de motie De eerlijkere inkomensafhankelijke eigen bijdrage regeling die momenteel wordt ontwikkeld voor huishoudelijke hulp moet worden uitgebreid naar de Wmo voorzieningen hulpmiddelen en woningaanpassingen Preadvies VNG-bestuur: overnemen Toelichting bij het preadvies Een uitbreiding van een eerlijker inkomensafhankelijk eigen bijdrage naar woningaanpassingen en hulpmiddelen is onderdeel van de VNG strategie om daarmee een betere financiële houdbaarheid van de Wmo te bereiken op de kortere termijn. Het staat echter niet in het regeerakkoord en tot nu toe wil het rijk er niet aan meewerken. De motie versterkt onze lobby daarvoor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11638348/1