CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.115 RDWI - Jaarstukken 2020 GEWIJZIGD

Overige evenementen 11 mei 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: A-Post derden35.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ontv. Griffie 30-04-2021/PR21.115/475356 extra bijlagen toegevoegd d.d. 07-05-2021

Jaarstukken 2020 V0.6

Inhoudsopgave

VOORWOORD

3

1. SAMENVATTING

4

1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

FINANCIEEL – UITVOERING KERNTAKEN FINANCIEEL – ORGANISATORISCH BELEIDSINDICATOREN TOTAALOVERZICHT KERNTAKEN ONTWIKKELING VAN DE ORGANISATIE

4 5 6 7 9

2. FINANCIËLE PARAGRAFEN 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

10

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN FINANCIERING BEDRIJFSVOERING VERBONDEN PARTIJEN

10 16 16 17 19

3. BALANS

20

4. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN OVER HET BEGROTINGSJAAR

22

5. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING

25

6. TOELICHTING OP DE BALANS

27

7. TOELICHTING OP OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN

35

7.1. 7.2 7.3. 7.4. 7.5. 7.6. 7.7. 7.8.

VOLUME BUIG TIJDELIJKE ONDERSTEUNING ZELFSTANDIG ONDERNEMERS (TOZO 1,2 EN 3) BIJZONDERE BIJSTAND, IIT, CAZ EN MINIMABELEID RE-INTEGRATIE NIEUWE INWONERS WET SOCIALE WERKVOORZIENING KINDEROPVANG APPARAATSKOSTEN

35 37 38 39 41 41 42 43

8. OVERIGE TOELICHTINGEN

47

9. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN

49

10. WET NORMERING TOPINKOMENS

50

11. EXPLOITATIE OP TAAKVELDEN

52

12. SISA

53

13. VOORSTEL RESULTAATBESTEMMING 2020

55

14. CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT

57

BIJLAGE 1 REKENING COURANT GEMEENTEN

58

Jaarstukken 2020 v0.6

2

J AARVERSLAG Voorwoord

Voor u liggen de jaarstukken 2020 van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (GR RDWI). We kijken terug op een jaar waarin de organisatie goede resultaten heeft behaald. De dienstverlening aan de inwoners van de regio was ondanks de beperkende maatregelen gewaarborgd, inclusief de dienstverlening aan een grote nieuwe klantgroep, namelijk (ex-)ondernemers. We hebben het jaar afgesloten met positieve financiële resultaten en er staat een stevige organisatie die getoond heeft het nodige aanpassingsvermogen te hebben tijdens de gezondheidscrisis. Met dit uitgebreide jaarverslag informeren wij u over de resultaten van de RDWI van het afgelopen jaar. De jaarstukken bestaan uit het (financiële) jaarverslag, de jaarrekening en overige gegevens. De uitbraak van het COVID-19 virus en de impact van de maatregelen die getroffen werden, hadden grote consequenties op de organisatie zelf, op de dienstverlening aan de inwoners en niet in de laatste plaats op de inwoners zelf. Een grote groep inwoners die voorheen nooit met een sociale dienst te maken had gehad, ontvangt nu ondersteuning via de Tozo. We hebben daarnaast te maken met een kwetsbare groep inwoners voor wie de impact van de coronacrisis groot is geweest. Binnen de mogelijkheden van de coronamaatregelen hebben wij de dienstverlening aan hen zo goed mogelijk ingericht.

In die periode is de basisdienstverlening doorgegaan dankzij het aanpassingsvermogen van de organisatie. De aanvragen voor levensonderhoud en andere voorzieningen zijn binnen de afgesproken termijnen afgehandeld. Door de maatregelen was het wel moeilijker om inwoners te begeleiden naar werk, mede omdat sommigen moeite en/of angst hebben om aan het werk te gaan onder de huidige omstandigheden. Desondanks is de stijging van het bestand beperkt gebleven tot 2,5%; dat is lager dan de landelijke stijging (3,6%). En ondertussen zijn de laatste punten uit het verbeterplan ‘De RSD maakt stappen’ afgerond en geborgd. We sluiten 2020 af met een positief financieel resultaat op de apparaatskosten. Het saldo van baten en lasten voor toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves is € 1,8 miljoen positief. Na toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves resteert een gerealiseerd resultaat van € 1,7 miljoen positief. Ook de programma’s zijn vrijwel allemaal met positief resultaat afgerond. Het financiële resultaat op de BUIG is € 2,3 miljoen positief. Na toepassing van de ontschottingsafspraken heeft geen enkele gemeente een tekort op BUIG in 2020. Gezien de omstandigheden heeft de organisatie een grote prestatie geleverd. We kijken daarom vol vertrouwen naar de toekomst, waarin de lijn die is ingezet geborgd wordt.

Zeist, 28 april 2021 Namens het bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug,

S. Jansen Voorzitter

B. Ruiter Directeur

Jaarstukken 2020 v0.6

3

1. Samenvatting

In vele opzichten was 2020 geen ‘gewoon’ jaar. Desondanks sluiten we het jaar 2020 af met een positief financieel resultaat. Ook onze belangrijkste beleidsdoelstellingen zijn behaald. De borging van het verbeterplan ‘De RSD maakt stappen’ stond centraal aan het begin van 2020. Al snel kwam daar een forse uitdaging bij voor de organisatie, namelijk de uitbraak van het COVID-19 virus en de impact van de maatregelen die getroffen werden. Vanaf medio maart 2020 zijn daarom in hoog tempo aanpassingen gedaan om de basisdienstverlening aan klanten in het algemeen en in het bijzonder de dienstverlening aan ondernemers te garanderen. Medewerkers zijn ingezet op de zogenoemde cruciale processen, waaronder het afhandelen van aanvragen van reguliere klanten (Participatiewet) en ondernemers/ZZP-ers (Tozo). Vanaf juni is de reguliere dienstverlening in aangepaste vorm hervat. Re-integratieactiviteiten werden weer gestart. Ook werd de dienstverlening bij team activering en team schulddienstverlening weer gestart. Het aantal klanten dat een beroep doet op een bijstandsuitkering is gestegen, al is die stijging minder groot dan de landelijke stijging. In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de resultaten van de organisatie; allereerst in financieel opzicht (paragraaf 1.1 en 1.2), daarna inhoudelijk (1.3 en 1.4) en tot slot organisatorisch (1.5).

1.1. Financieel – uitvoering kerntaken De belangrijkste financiële ontwikkelingen met betrekking tot onze kerntaken zijn: - BUIG Het saldo op BUIG/BBZ voor gemeenten is circa € 1 miljoen positief ten opzichte van de herziene begroting bij de Najaarsnota. Dit wordt veroorzaakt door onderschrijding op de zowel de BUIG als op BBZ 2004 door minder instroom dan verwacht. Basis voor de berekening in de Najaarsnota was 3.200 bijstandspartijen eind 2020, de realisatie is 2.825. De daling van de BBZ aanvragen hangt waarschijnlijk samen met de tijdelijke steunmaatregelen voor ondernemers, waardoor zij op andere regelingen (Tozo) aanspraak konden maken. - Bijzondere bijstand, CAZ, minimabeleid Per saldo is de afwijking beperkt tot een € 12.000 lagere bijdrage voor gemeenten. - Re-integratie, participatie en werkgeversdienstverlening Doordat veel integratie trajecten hebben stil gelegen is de bijdrage gemeenten € 200.000 lager dan bij de Najaarsnota. - Nieuwkomers Er is een onderschrijding op de kosten van € 75.000. Voor dit budget geldt dat de middelen meegenomen mogen worden naar volgende jaren. Daarom is de bijdrage gemeenten niet gewijzigd. - Kinderopvang Hoewel bij de Najaarsnota het budget kinderopvang is verhoogd, is 2020 afgesloten met een tekort van € 18.000. Dit heeft te maken met een toename van het aantal sociaal medische indicaties (SMI).

Eind 2020 zijn met De Bilt en Utrechtse Heuvelrug werkafspraken gemaakt om de stijging van de kosten te beperken. - Tozo Per saldo is de bijdrage gemeenten ruim € 1,5 miljoen hoger dan bij de Najaarsnota. Hierin zijn de volledige kosten voor Tozo 1 en 2 verwerkt en de voorschotten die gemeenten hebben ontvangen voor de uitvoering van Tozo 3. Omdat deze laatste regeling doorloopt in 2021, is het nog niet bestede deel van dit voorschot overgeboekt naar de balans als vooruit ontvangen subsidie. Tevens zijn de uitvoeringskosten voor deze regeling nog niet genomen, omdat het grootste deel van de werkzaamheden in 2021 plaats zal vinden. Jaarstukken 2020 v0.6

4

Resultaat BUIG budgetten 2020 De afwijkingen die hierboven zijn toegelicht, hebben betrekking op de realisatie van de lasten bij de RSD. Daarnaast is het voor de deelnemende gemeenten relevant om een verbinding te leggen met de BUIG-budgetten die zij ontvangen van het Rijk. Daarvoor stelt de RSD bij de primaire begroting een berekening op, op basis van de op dat moment bekende macro BUIG-budgetten. In de primaire begroting 2020 werd ervan uitgegaan dat gemeenten een overschot op de BUIG zouden realiseren van € 345.000. Eind 2020 blijkt het resultaat ruim € 2,3 miljoen positief te zijn. Dit ondanks de stijging van het aantal bijstandspartijen tot 2.825. Dit resultaat wordt deels veroorzaakt door de gunstige vertrekpositie aan het begin van 2020 als gevolg van de bestandsdaling in 2019 en deels doordat de stijging van het bestand minder groot is dan verwacht en lager is in vergelijking met de landelijke ontwikkeling. Tot slot heeft het Rijk in september 2020 de definitieve BUIG budgetten verhoogd. Deze berekening is opgesteld aan de hand van de beschikkingen BUIG 2020 die de gemeenten hebben ontvangen en de werkelijke lasten die bij RSD gerealiseerd zijn.

1.2. Financieel – organisatorisch De apparaatskosten sluiten met een positief saldo van € 1.737.513 na toevoeging en onttrekking reserves. Het jaar 2020 is in veel opzichten een afwijkend jaar geweest. Hierdoor is het minder gemakkelijk om scherp onderscheid te maken tussen structurele en incidentele oorzaken. Zo is door gedurende het hele jaar sprake geweest van onderbezetting, terwijl er binnen deze bezetting ruimte was om de eerste maanden de uitvoering van de Tozo regeling grotendeels met ‘eigen’ mensen uit te voeren. Deze inzet was mogelijk omdat aan het begin van de coronacrisis een herprioritering heeft plaatsgevonden van de werkzaamheden, zoals het noodgedwongen afschalen van re-integratie activiteiten. -

-

Afwijkingen lasten incidentele activiteiten o Tozo 1 en 2 uitvoering regeling 850.000 N o Tozo 3 uitvoering regeling 130.000 N o Project nieuwe Wet inburgering 32.000 N o Dotatie voorziening frictie 315.000 N o Projecten (deels) gedekt uit reserves 440.000 N o Bijdrage BIGA (afwikkeling voorziening) 58.000 N Lasten reguliere bedrijfsvoering o Materiële lasten 137.000 V o Personele lasten 960.000 V Baten overig o Tozo 1 en 2 vergoeding uitvoering 2.383.000 V o Overige inkomsten 167.000 V Bijdragen gemeenten o bijdrage afwikkeling BIGA voorziening 58.000 V o terugstorting deel resultaat 2019 -/- 78.000 N

-/- € 1.825.000 N

€ 1.097.000 V € 2.550.000 V -/- € 20.000 N

Reserves Zie specificatie bij resultaatbestemming. Het gerealiseerd resultaat 2020 bedraagt voor reserves € 1.802.762. Na toevoegingen en onttrekkingen aan de algemene reserve en bestemmingsreserves resteert een gerealiseerd resultaat 2020 van € 1.737.513 positief.

Jaarstukken 2020 v0.6

5

Voorstel Resultaatbestemming

2020

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

1.802.762

Toevoeging bestemmingsreserve groot onderhoud

-110.000

Onttrekking bestemmingsreserve groot onderhoud

55.000

Onttrekking bestemmingsreserve huur

34.199

Onttrekking reserve Verbeterplan

225.000

Onttrekking bestemmingsreserve frictie

110.000

Onttrekking bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls

13.000

Onttrekking bestemmingsreserve ICT

30.000

Toevoeging bestemmingsreserve Tozo

-500.000

Onttrekking Algemene reserve resultaat 2019

77.552

Gerealiseerd resultaat

1.737.513

1.3. Beleidsindicatoren In de Begroting 2020 hebben wij acht doelstellingen afgesproken, waarover we gedurende het jaar periodiek gerapporteerd hebben. In deze paragraaf wordt per doelstelling aangegeven in hoeverre deze gerealiseerd is. 1. Ontwikkeling volume BUIG is 1% gunstiger dan het landelijk gemiddelde Deze doelstelling is behaald. Het klantenbestand van de RSD (volume BUIG = Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ) is hoger dan aan het begin van het jaar. Eind december 2019 waren er 2.755 klanten met een uitkering. Dit betreft uitkeringspartijen, dus dat kunnen meerdere personen zijn (bijvoorbeeld twee personen in één huishouden). Vanaf januari is het uitkeringsbestand gaan groeien, met de relatief grootste groei in april. Eind juli was het klantenbestand het hoogst in dit jaar: 2.876. Daarna is het bestand weer gedaald, waarbij de daling de laatste maanden heel beperkt is geweest. Eind december 2020 waren er 2.825 uitkeringspartijen. In totaal was dat ten opzichte van december vorig jaar een stijging van 2,5%. De stijging van het uitkeringsbestand is lager dan de landelijke trend (3,6%, bron CBS, raming d.d. 26 februari 2021). 2. Nieuwe klanten hebben binnen 1 maand een diagnose en binnen 3 maanden een traject Deze doelstelling is gedeeltelijk behaald, namelijk binnen één maand een diagnose is wel behaald en binnen drie maanden een traject gemiddeld gezien niet.

Nieuwe bijstandsgerechtigden hebben gemiddeld na twee weken een diagnose; ondanks de coronacrisis is dit gelukt doordat we de basisdienstverlening op peil hebben gehouden. De doorlooptijd voor de toekenning van de uitkering ligt onder het landelijke gemiddelde. De doelstelling van een traject binnen drie maanden heeft vanwege de coronamaatregelen onder druk gestaan. Tijdens de eerste fase van de coronamaatregelen (maart tot en met juni) zijn er geen nieuwe plannen van aanpak gemaakt. Later in het jaar is de achterstand ingehaald en in het laatste kwartaal is dit weer op peil. Bovendien boden re-integratiepartners niet allemaal dienstverlening aan waardoor het niet mogelijk was om alle trajecten aan te bieden. 3. Rechtmatige verstrekking van uitkeringen Deze doelstelling is behaald. Op basis van de interne controle en steekproeven blijkt dat we binnen de norm van minimaal 99% rechtmatige verstrekkingen blijven.

Jaarstukken 2020 v0.6

6

4. Structurele afspraken over re-integratie met BIGA Groep De structurele afspraken over re-integratie worden doorgeschoven naar 2021. Met Biga Groep was er een samenwerkingsovereenkomst tot 31 december 2020 over de trajecten Eigen Vermogen. De samenwerkingsovereenkomst in huidige vorm is niet gecontinueerd; over de samenwerking ten aanzien van trajecten, Brede Bos en Werkroute maken we nieuwe afspraken. In 2020 zijn in totaal 195 trajecten gestart. Er zijn 103 trajecten naar werk afgesloten, waarvan er 37 hebben geleid tot een dienstverband bij Biga Groep (9) of elders (28). 5. Afspraken met alle gemeenten over de helft van alle activeringsklanten Deze doelstelling is gedeeltelijk behaald. We zijn op dit moment nog volop in gesprek met de gemeenten en lokale/sociale teams over de inzet van zorgarrangementen, zodat we binnen de mogelijkheden van de huidige coronamaatregelen toch een goede dienstverlening kunnen bieden aan de inwoners. De basis daarvoor is dat we de klanten goed kennen. Het gehele bestand activeringsklanten is in 2020 voor de tweede maal gesproken. Ondertussen lopen diverse trajecten, zoals een pilot met als doel 20 kwetsbare klanten met ernstige psychische klachten op een stress sensitieve manier te benaderen. Ook is er een pilot met de GGZ om IPS trajecten in te zetten. 6.

Vroegsignalering bij schulden leidt tot voorkómen van huisuitzetting vanwege schulden Deze doelstelling is behaald. In 2020 hebben geen huisuitzettingen vanwege schulden plaatsgevonden. Klanten die zich hebben gemeld vanwege dreigende ontruiming zijn geholpen om de ontruimingen te voorkomen onder andere door inzet van moratoria en afspraken met klanten en woningbouwcorporaties. 7. Aanvragen bijzondere bijstand worden binnen 30 dagen beslist In het begin van het jaar liep de doorlooptijd op tot 45 werkdagen (dat is binnen de wettelijke termijn). Na een interventie in de eerste helft van het jaar is de doorlooptijd wederom rond de 30 dagen. 8. Business case Wet inburgering wordt begin 2020 opgeleverd Het hoofdlijnenplan inburgering is begin 2020 opgeleverd en vastgesteld in het Algemeen bestuur. Het implementatieplan is verschoven naar 2021, omdat de invoering van de nieuwe wet is uitgesteld naar 1 januari 2022.

1.4. Totaaloverzicht kerntaken Onderstaand een volledig overzicht van de kengetallen waarover we rapporteren. Indicator

Realisatie 2019

Maart 2020

Juli 2020

2.755 2.537 654 903 51%

2.776 2.554 194 192 55%

2.876 2.666 520 383 50%

2.825 2.637 848 740 46%

86

29

30

51

1.603

504

1.104

1.747

Bestandsontwikkeling Volume BUIG Omvang Participatiewet Instroom Uitstroom Percentage klanten met een arbeidsbeperking aan het werk (volgens definitie banenafspraak) Aantal afgehandelde aanvragen BBZ starters en gevestigden Aantal aanvragen bijzondere bijstand Jaarstukken 2020 v0.6

7

Dec 2020

o Waarvan toekenningen Aantal aanvragen IIT o Waarvan toekenningen

1.093 2.961 2.423

327 676 603

672 1.544 1.364

1.029 2.303 2.016

616

603

515

511

-

143

287

474

227

94

173

334

22 24%

4 n.t.b. 23%

9 n.t.b. n.t.b.

27 n.t.b. 15%

4

4

4

5

84% 25 351,86 12,2% 0% 4,1%

87% 10 334,28 10,4% 0% 4,4%

73% 15 330,48 9,8% 0% 4,5%

PM 24 329,38 9,6% 0% 4,1%

Schulddienstverlening Aantal lopende zaken schulddienstverlening Aantal nieuwe instroom (cumulatief) Juridische zaken - aantal binnengekomen bezwaarzaken - aantal gegronde bezwaarzaken - bezwaarzaken t.o.v. besluiten - beroepszaken t.o.v. bezwaarzaken - aantal gegronde beroepszaken Wet sociale werkvoorziening Aantal Wsw-ers met IOP Mobiliteit Wsw-ers Aantal Wsw-ers totaal (aantal SE) - waarvan individuele detachering - waarvan groepsdetachering - waarvan begeleid werken

Toelichting enkele afwijkingen: In het begin van het jaar lag het plaatsingspercentage van de banenafspraak nog boven 50%, maar in het tweede deel van het jaar is dat lager geworden. Het blijkt mede door de crisis lastiger om klanten aan het werk te houden of (opnieuw) te plaatsen. Het aantal bezwaarzaken was in 2020 hoger dan in voorgaande jaren. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door bezwaarzaken Tozo. De overige meest opvallende en relevante zaken met betrekking tot de kerntaken worden toegelicht in hoofdstuk 7. Aanvullende informatie: aantal en ontwikkeling Tozo In maart is door het Rijk de Tijdelijke regeling aangekondigd voor zelfstandig ondernemers (Tozo 1) waarmee zij een uitkering voor levensonderhoud of bedrijfskapitaal kunnen aanvragen vanwege het wegvallen van inkomsten door de coronacrisis. Na afloop van die regeling heeft het Rijk de regeling verlengd (Tozo 2). Het aantal afgehandelde aanvragen Tozo 1 levensonderhoud bedroeg 3.786. Het aantal binnengekomen aanvragen Tozo 1 bedrijfskrediet was 233. Het beroep dat op de Tozo 2 regeling werd gedaan, is minder in verband met de ingevoerde partnertoets. De belangrijkste wijziging ten opzichte van Tozo 1 betreft de toevoeging van de inkomenstoets van de partner bij de aanvullende uitkering voor levensonderhoud en een controle op faillissement of surseance van betaling bij verstrekking van het bedrijfskrediet.

Er zijn 1.062 Tozo 2 aanvragen levensonderhoud afgehandeld. Het aantal afgehandelde aanvragen Tozo 2 bedrijfskrediet was 63. Vanaf 1 oktober 2020 loopt de voortzetting van de Tozo-regeling (Tozo 3). De aangekondigde vermogenstoets is niet ingevoerd. Er zijn tot en met 31 december 2020 819 Tozo 3 aanvragen afgehandeld. Het aantal afgehandelde aanvragen Tozo 3 bedrijfskrediet is 34. De Tozo 3 regeling loopt door tot en met 31 maart 2021. In de volgende tabellen is de stand van zaken rond de uitvoering van de Tozo 1, 2 en 3 regeling tot en met 31 december 2020 opgenomen. Het betreft afgehandelde aanvragen. Jaarstukken 2020 v0.6

8

Gemeenten

AanAantal Aanvragen aanvragen Tozo 3 vragen Tozo 1 Tozo 2

Totaal levensonderhoud Tozo 1, 2 en 3

Aantal aanvragen bedrijfskapitaal Tozo 1

Aantal Aantal aanvragen aanvragen bedrijfsbedrijfskapitaal kapitaal Tozo 2 Tozo 3

Totaal bedrijfskredieten Tozo 1, 2 en 3

Bunnik

241

54

41

336

12

2

2

16

De Bilt

868

257

192

1317

40

11

5

56

942

230

166

1338

66

14

13

93

406

75

63

544

18

4

3

25

Zeist

1329

446

357

2132

97

32

11

140

TOTALEN

3786

1062

819

5667

233

63

34

330

Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede

De financiële resultaten van de Tozo-regeling zijn opgenomen in paragraaf 7.2.

1.5. Ontwikkeling van de organisatie Begin 2020 is het verbeterplan ‘De RSD maakt stappen’ afgerond. Het jaar 2020 zou in het teken staan van de borging van de resultaten. Die borging heeft ook plaatsgevonden; daarnaast is tegelijkertijd in maart 2020 de focus van de organisatie voor een groot deel komen te liggen op het aanpassen van de dienstverlening als gevolg van de coronamaatregelen. Vanaf medio maart 2020 zijn in hoog tempo aanpassingen gedaan om de basisdienstverlening aan klanten in het algemeen en in het bijzonder de dienstverlening aan ondernemers te garanderen. Medewerkers zijn ingezet op de zogenoemde cruciale processen, waaronder het afhandelen van aanvragen van reguliere klanten (Participatiewet) en ondernemers/ZZP-ers (Tozo). Vanaf juni is de reguliere dienstverlening in aangepaste vorm hervat, met inachtneming van de RIVM-richtlijnen. Er is een intern protocol opgesteld waarin onder andere vastgelegd is hoe we omgaan met het op locatie ontvangen van klanten. Re-integratieactiviteiten werden weer gestart, mits dit mogelijk is bij re-integratiepartners en werkgevers. Ook was de dienstverlening bij team activering en team schulddienstverlening weer gestart. Door de aangescherpte maatregelen medio december zijn medewerkers nog meer vanuit huis gaan werken. De basisdienstverlening is met de nodige aanpassingen doorgegaan.

De organisatie heeft zich in 2020 zeer flexibel getoond. Omdat de impact van het virus nog een langere tijd merkbaar zal zijn en omdat de nieuwe manier van werken ook tot nieuwe inzichten heeft geleid, is gewerkt aan plannen voor structurele aanpassingen in de werkwijze en de dienstverlening. Formatie, bezetting en ziekteverzuim De toegestane formatie in 2020 is vastgesteld op 149,4 fte. De werkelijke bezetting ultimo 2020 is 137,38 fte, inclusief 7,23 fte inhuur. Tevens is eind 2020 13,11 fte inhuur ingezet op projecten inclusief Tozo. We sluiten het jaar 2020 af met een verzuimpercentage van 8,32% en een meldingsfrequentie van 0,04. Het streven was een verzuimpercentage van 7,2% met een maximale meldingsfrequentie van 0,07. Het beoogde verzuimpercentage is dus niet behaald en de maximale meldingsfrequentie wel. Gedurende 2020 is het aantal langdurig lopende en niet-beïnvloedbare verzuimdossiers relatief hoog geweest. Dit lang verzuim heeft een behoorlijke invloed op de hoogte van het verzuimcijfer. Bij een aantal van deze dossiers geldt dat er inmiddels zicht is op (volledige) re-integratie of uitstroom in 2021. Daarnaast wordt er een onderzoek ingesteld om de huidige aanpak te evalueren.

Jaarstukken 2020 v0.6

9

2. Financiële paragrafen

2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing De RSD heeft structurele monitoring en het managen van de risico’s geborgd via de Planning & Control cyclus. Globaal ziet dit proces er als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - Voor- en Najaarsnota: het actualiseren van bestaande risico’s (begroting) en inventarisatie mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarrekening en Jaarverslag en Begroting: verantwoording en borging risico’s komende drie jaar. Omdat de jaarrekening en de begroting gelijktijdig opgesteld worden, is deze paragraaf in beide documenten vrijwel gelijk. Voor de beheersing en verantwoording is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd.

Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet. De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor maximaal drie jaar meegewogen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s hebben wij ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Risico’s doen zich normaliter niet allemaal tegelijk voor of in de volledige omvang, daarom is een optelsom van alle mogelijke risico’s niet noodzakelijk. Er kan worden volstaan met de berekening van ‘impact’ x ‘kans’. Deze werkwijze zorgt ervoor dat risico’s op een eenvoudige wijze worden gekwantificeerd. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2020 is de schatting dat de benodigde weerstandscapaciteit ultimo 2020 € 619.500 moet zijn. Na corona Het jaar 2020 stond in het teken van de coronacrisis (of COVID-19). De gezondheidscrisis heeft veel impact gehad op de economie.

Aan de ene kant maakt de economie een ongekende krimp door. Veel detailhandel en horeca zijn een deel van het jaar gesloten (geweest), en verschillende grote bedrijven hebben moeite om te overleven. Aan de andere kant is het aantal faillissementen lager dan verwacht. De instroom in bijstand is gestegen, maar minder dan we rekening mee hielden bij de Najaarsnota. Het aantal gevestigde ondernemers dat zich heeft gemeld voor de Tozo was groot, maar de stijging van de instroom van de gevestigde ondernemers in de BBZ is achterwege gebleven. De verwachte stijging in aanvragen bijzondere bijstand hebben we nog niet gezien. De maatregelen van het kabinet om de economie te ondersteunen, hebben hier waarschijnlijk een groot effect op gehad. Jaarstukken 2020 v0.6

10

Hierdoor is het niet gemakkelijk om de mogelijke gevolgen van de crisis op de (middel)lange termijn te duiden. Dat maakt het lastig om voor de risicoparagraaf de (financiële) risico’s en onzekerheden voor de komende jaren in te schatten en te kwantificeren. Daarom worden hier de ontwikkelingen benoemd die we verwachten voor de periode nadat de steunmaatregelen in verband met de coronamaatregelen worden afgebouwd. Nu en de komende maanden De uitstroom van bijstandsgerechtigden is vertraagd; we zien met name een afname van de uitstroom naar werk. We spelen in op kansrijke sectoren om uitstroom naar werk te blijven realiseren. Het aantal aanvragen voor levensonderhoud (en kapitaalverstrekkingen) als gevolg van de extra tijdelijke ondersteuning voor gevestigde ondernemers en ZZP-ers blijft fors, al is het aantal aanvragen Tozo teruggelopen. De aanvragen bijzondere bijstand, de vraag naar de collectieve ziektekostenverzekering en individuele inkomenstoeslag tonen nog geen toename. Binnen de bijzondere bijstand is er wel sprake van een stijging van de kosten voor bewindvoering. Dat laatste is een ontwikkeling die los staat van de economische crisis. Na de afbouw van de steunmaatregelen Het CPB, Divosa en het CBS waarschuwen voor langdurige effecten nadat de steunmaatregelen eindigen. De verwachting is dat de economie door een dal zal gaan.

Het CPB gaat voor de periode tot en met 2022 uit van een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden met meer dan 10%. Dat betekent dat de kans toeneemt dat gemeenten op het maximale eigen risico voor de BUIG-budgetten komen. Ten tweede verwachten we dat de instroom van ondernemers zal stijgen nadat de Tozo regeling afgebouwd wordt. De begeleiding van deze groep zal de komende jaren meer inzet vragen, misschien naar een nieuw eigen bedrijf, maar eventueel ook naar een baan in loondienst. Ook zal deze groep naar verwachting een groter beroep doen op schulddienstverlening dan voorheen. Ten derde is de verwachting dat het totaal aantal huishoudens met financiële problemen toe zal nemen. Dat betekent dat op de middellange termijn de kans groot is dat het aantal klanten voor schulddienstverlening en de aanvragen bijzondere bijstand zullen stijgen. De organisatie Voor een adequate uitvoering van de dienstverlening aan zelfstandigen is in 2020 een ondernemersteam ingeregeld. Nu wordt dit team naast de reguliere werkzaamheden vooral ingezet voor de uitvoering van de Tozo, maar het wordt ook voorbereid op de meer structurele begeleiding van ondernemers naar werk, eventueel in loondienst.

Omdat het om een uitbreiding van reguliere taken gaat is, het voornemen om deze dienstverlening uit te voeren binnen de huidige apparaatsbegroting zolang de aantallen bijstandspartijen binnen de vastgestelde bandbreedte blijven (besluit Algemeen bestuur juni 2020). De organisatie zet in op verdere digitalisering van de dienstverlening. Er wordt meer thuis gewerkt. Aandachtspunt is de efficiency en de productiviteit van medewerkers. Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI De onderstaande risico’s zijn van belang voor de bedrijfsvoering, maar zijn niet relevant voor het weerstandsvermogen, omdat het niet kwantificeerbare risico’s betreft: • De gemeenten nemen in het kader van de sociaal domein transformatie besluiten die van invloed zijn op RDWI. Door wijzigingen in de financieringssystematiek van de Jaarstukken 2020 v0.6

11

•

integratie uitkeringen sociaal domein zouden de beschikbaar gestelde budgetten onvoldoende kunnen zijn om een deel van de loonsom van de RSD te betalen; Voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering (vanaf 2022) stelt het Rijk op macro niveau voldoende budget beschikbaar voor een sobere uitvoering van deze wet. De uitvoering van de wet is complex en vraagt intensieve samenwerking met verschillende partners, wat efficiency kan verminderen. Verder is het nog onduidelijk hoe het Rijk om zal gaan met de fluctuaties in de instroom in de regeling. Ter voorbereiding op deze wet is een hoofdlijnenplan Wet inburgering opgesteld. Nadat de gemeenten in de loop van 2021 hebben bepaald hoe zij de dienstverlening willen organiseren, wordt het mogelijk de hoogte van het risico te kwantificeren.

Naast deze risico’s, zijn er ook risico’s die we kunnen kwantificeren. Voor de risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van RDWI, maar wel voor de KRH gemeenten, gaat het om de zogenaamde ‘open einde regelingen’-risico’s. Het betreft: • Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Naar aanleiding van de huidige crisis en de verwachte economische neergang daarna is de kans dat dit zich voordoet op 90% gezet; • De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als klein, omdat de vangnetregeling onderdeel uit maakt van de BUIGsystematiek; • De mogelijkheid dat de lasten bijzondere bijstand verder stijgen (door hoger dan verwachte kosten van bewindvoering, statushouders en Individuele Inkomenstoeslag). De kans dat dit zich voordoet is verhoogd naar 70%. Dit is mede nodig omdat de noodmaatregel Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) die het kabinet in de eerste helft van 2021 heeft opengesteld, gekoppeld is aan de financiering van het gemeentefonds armoede en schuldenbeleid. Het kabinet heeft extra middelen beschikbaar gesteld, maar het betreft wel een open einde regeling. Het is onduidelijk in hoeverre de doelgroep in onze regio van deze noodregeling gebruik zal maken.

Het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid heeft aangegeven dat het niet de bedoeling is dat de financiële risico’s voor de uitvoering van de TONK bij de gemeenten liggen. In het bestuurlijk overleg hierover is afgesproken dat het ministerie samen met VNG en Divosa de vinger aan de pols zal houden. • Stijging van het aantal debiteuren en het debiteurensaldo. Het debiteurensaldo is wel gestegen door de kredietverstrekking in het kader van Tozo. Omdat het kabinet volledige compensatie heeft toegezegd is dit risico ongewijzigd gelaten. Zie ook het risico bedrijfskredieten Tozo; • Kredietverstrekking BBZ. Dit risico komt voort uit de gewijzigde financieringssystematiek van het BBZ. Het kwantificeren van dit risico vraagt nader onderzoek en is mede afhankelijk van beleidskeuzes van gemeenten. De kredietverlening in 2020 is gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Dit hangt samen met de noodmaatregelen. Er zijn verschillende noodkredieten verstrekt. Het lijkt onvermijdelijk dat dit op de middellange termijn tot meer aanvragen zal leiden. Het is echter moeilijk om deze ontwikkeling te kwantificeren. Het betreft een beperkt aantal aanvragen in 2020; • Onderzoeken levensvatbaarheid gevestigde ondernemers. Bij de herziening van de BBZ regeling is de Rijksbijdrage voor deze onderzoeken verlaagd. De RDWI heeft de afgelopen tijd kennis en kunde verworven.

De onderzoeken kunnen nu veelal intern gedaan worden, alleen in specifieke gevallen wordt het onderzoek uitbesteed. Daarom is de kans op overschrijding verlaagd naar 30%; • Kinderopvang. Sinds 2018 stijgen de kosten voor kinderopvang. In 2020 zijn oorzaken in beeld gebracht. Deze hangen samen met een grotere bekendheid van de regeling bij sociale wijkteams en toekenning voor langere periode. Met enkele gemeenten zijn werkafspraken gemaakt om de duur van de regeling te beperken. Daarom is de impact (hoogte van het risico bedrag) verlaagd; • De afwikkeling van bedrijfskredieten Tozo. Onderdeel van de noodmaatregelen in verband met corona is het verstrekken bedrijfskredieten tot maximaal € 10.157 per ondernemer. Vanaf juli 2021 start de terugbetalingsperiode. Het Rijk gaat er vanuit Jaarstukken 2020 v0.6

12

dat deze kredieten volledig terugbetaald zullen worden. Gezien de negatieve vooruitzichten van de economie is het onduidelijk of dit zal lukken. Het kabinet heeft aangegeven dat gemeenten volledig gecompenseerd zullen worden voor alle lasten die samenhangen met de Tozo regeling. Tevens staat in de handreiking Tozo in verband met deze bedrijfskredieten dat….”het risico van oninbaarheid van de verstrekte kredieten Tozo ligt bij het Rijk” 1. Daarom is het risico niet gekwantificeerd. De incasso en het debiteurenbeheer zal de komende jaren wel aandacht vragen. In onderstaande tabel is de financiële impact van de ‘open einde regelingen’-risico’s opgenomen. Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen. Benodigde weerstandscapaciteit

Risico’s open einde regelingen totaal

(impact X kans X 3 jaar)

Tekorten op BUIG budgetten

11.902.000

Vangnetregeling

291.000

Lasten bijzondere bijstand en IIT

1.050.000

Debiteurenvorderingen

105.000

Bedrijfskredieten (BBZ)

444.000

Onderzoeken levensvatbaarheid

174.000

Kinderopvang Kredieten TOZO Totaal

Risico’s open einde regelingen BUIG budgetten per gemeente

102.000 PM 14.068.000

Maximaal risico op BUIG per gemeente 2020

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar) kans 90%

211.000 928.000 941.000 404.000 1.926.000 4.410.000

568.000 2.504.000 2.540.000 1.091.000 5.199.000 11.902.000

Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal

De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor het risico op de BUIG is ten opzichte van de begroting 2020 met € 2.945.000 gestegen. De stijging is veroorzaakt door een stijging van de kans naar 90% en de verhoging van het BUIG budget 2020. Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.

1 Handreiking Tozo – Stimulansz – 27 januari 2021, versie 17, pag 54, Deze handreiking is opgesteld in opdracht van het

ministerie van SZW en in afstemming met VNG en Divosa, De handreiking wordt periodiek geactualiseerd. In versie 17 zijn onder andere de verschillende aspecten van rechtmatigheid eisen opgenomen waaraan de verantwoording aan het Rijk moet voldoen.

Jaarstukken 2020 v0.6

13

Maximaal risico per onderwerp

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X Incid /Structureel

Gebreken in de informatiebeveiliging

€ 850.000

€ 255.000

ICT samenwerking RID

€ 109.000

€ 163.500

Inhuur door hoger ziekteverzuim

€ 127.000

€ 190.500

Risico’s

Uitwerking financiën strategische kaders Totaal

PM € 1.086.000

€ 619.500

Gebreken in de informatiebeveiliging Dit risico heeft betrekking op mogelijk onrechtmatig delen of gebruik van (privacygevoelige) informatie met ketenpartners en het hacken van systemen. De volgende beheersmaatregelen worden getroffen om het risico te beperken: • afspraken voor het rechtmatig gebruik -in het kader van de AVG- inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • afspraken gebruik Suwinet; • afspraken over de inrichting van de control rol binnen de RSD. De inschatting van de kans is gestegen naar beperkt (30%), omdat de RSD voor begeleiding en activering van cliënten steeds intensiever samenwerkt met externe (maatschappelijke) partners. Daarmee neemt het aantal privacygevoelige overdrachtsmomenten toe. Verbetering ICT samenwerking Het risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT systemen. Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • continue aandacht en afspraken over de dienstverlening van de RID; • ISAE 3402 verklaring RDWI (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening. De inschatting van de kans is op gemiddeld gesteld (50%). Het risico is aangemerkt als structureel.

Ziekteverzuim De beheersmaatregelen van de belangrijkste bedrijfsvoeringsrisico’s zijn gericht op ziekteverzuimbeleid: • Actief ziekteverzuimbeleid; • Maandelijks intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door AREA (arbeidsdeskundige en bedrijfsarts; • Financieel inzicht in ziekteverzuimdossiers. De inschatting van de kans is ongewijzigd op gemiddeld (50%) en het betreft een structureel risico. Samenvatting beschikbare weerstandscapaciteit In de praktijk bieden de reserves de meeste houvast als het gaat om beschikbare weerstandscapaciteit. Dat is het vermogen dat beschikbaar moet zijn om calamiteiten financieel aan te kunnen. Het is gebruikelijk om alleen de vrij besteedbare reserves en de posten onvoorzien mee te nemen voor de weerstandscapaciteit. Op de vrij besteedbare Jaarstukken 2020 v0.6

14

reserves liggen geen claims tot besteding. In de volgende tabel wordt een analyse gemaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit. Balans 31- Weerstands12-2020 capaciteit

Eigen vermogen

Algemene reserve

309.750

309.750

1.737.513

0

Bestemmingsreserve groot onderhoud

100.287

0

Bestemmingreserve frictie

53.932

0

Bestemmingsreserve huur

0

0

Bestemmingsreserve ICT

0

0

Bestemmingsreserve Verbeterplan

182.000

0

Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls

87.000

0

Bestemmingsreserve Tozo

500.000

0

Totaal eigen vermogen

2.970.483

309.750

Gerealiseerd resultaat 2020

Ratio weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Bij vaststelling van de Begroting 2021 in juli 2020 heeft het Algemeen bestuur besloten om met ingang van 2020 het weerstandsratio te verhogen van 0,5 (ruim onvoldoende) tot 1 (voldoende). De kwalificatie van het weerstandsvermogen, conform de onderstaande tabel, wordt daarmee voldoende. Om de ratio 1 te bereiken zou het weerstandsvermogen moeten stijgen tot € 619.500. Waardering

Ratio Weerstandsvermogen

Betekenis

A

➢

2,0

Uitstekend

B

1,4 < x < 2.0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Financiële kengetallen De BBV schrijft voor om een verplichte basis-set van de volgende vier financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: - Netto schuldquote; - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - Solvabiliteitsratio; - Structurele exploitatieruimte. Kengetallen

Rekening 2019

Begroting 2020

Rekening 2020

Netto schuldquote

3,8%

4,0%

0,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

3,8%

4,0%

0,7%

11,93%

2,41%

19,49%

0,3%

0,04%

0.90%

Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Jaarstukken 2020 v0.6

15

De solvabiliteitsratio is verbeterd in 2020 ten opzichte van 2019 door de toename van het eigen vermogen. De netto schuldquote is in 2020 lager ten opzichte van 2019 omdat het saldo van de openstaande leningen is afgenomen.

2.2. Onderhoud kapitaalgoederen In de jaarrekening is deze paragraaf bedoeld om te verantwoorden hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Bij het uitvoeringsorgaan RSD is sprake van een beperkt aantal kapitaalgoederen (met name aanschaffingen voor kantoorinrichting en aanschaffingen ICT). Verder beschikt de GR RDWI – sinds de overname van de GR SWZ per 1 januari 2013 – over de kapitaalgoederen gebouwen, installaties en terreinen aan de Thorbeckelaan te Zeist. Deze worden verhuurd aan BIGA Groep BV. In 2019 is het onderhoudsplan van de Thorbeckelaan geactualiseerd. De hoogte van de bestemmingsreserve groot onderhoud Thorbeckelaan is afdoende om de onderhoudsverplichtingen tot en met 2027 te dekken.

2.3. Financiering Op basis van de gemeenschappelijke regeling doen de deelnemende gemeenten bij voorschot betalingen voor de uitvoering van de taken door de RDWI. Verder heeft de RDWI de mogelijkheid om een egalisatie en innovatiereserve te vormen. De bovengenoemde regeling, tezamen met het treasury statuut en de financiële verordening en uitvoeringsregels, geven de mogelijkheid om verantwoord om te gaan met de liquiditeitspositie van de RDWI. Deze positie is in 2020 maandelijks beoordeeld. Tussentijdse financiering is niet nodig geweest, mede dankzij het systeem van periodieke bevoorschotting door gemeenten. Berekening kasgeldlimiet 2020 (Wet Fido) : Omschrijving

1e Q 2020

2e Q 2020

3e Q 2020

4e Q 2020

(bedragen x € 1.000) 1. Toegestane kasgeldlimiet Begrotingstotaal 1 januari (=grondslag)

88.951

88.951

88.951

88.951

Kasgeldlimiet in % v.d. grondslag

8.2%

8.2%

8.2%

8.2%

Kasgeldlimiet in een bedrag

7.294

7.294

7.294

7.294

0

0

0

0

6.490

11.855

21.854

19.744

0

0

0

0

6.490

11.855

21.854

19.744

548

388

495

3.481

0

0

0

0

Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

5.128

32.660

38.990

28.112

Totaal vlottende middelen

5.675

33.047

39.485

28.593

2. Omvang vlottende schuld Schulden in rekening courant Opgenomen gelden korter dan 1 jaar Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende schuld

3. Vlottende middelen Tegoeden in rekening-courant Contanten in Kas

4. Toets kasgeldlimiet Jaarstukken 2020 v0.6

16

Totaal netto vlottende schuld

814

-21.192

-17.632

-8.850

Toegestane kasgeldlimiet

7.294

7.294

7.294

7.294

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

6.480

28.486

24.926

16.144

Er is geen sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet. Renterisico 2020: Omschrijving

2020

(bedragen x € 1.000) 1. Renteherzieningen op leningen 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico (1+2) 4. Begrotingstotaal

0 503 503 88.951

5. Het bij Min. Regeling vastgestelde %

0

6. Renterisiconorm Toets renterisiconorm 7. Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

17.790 17.287

2.4. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel, huisvesting, automatisering, communicatie, organisatieontwikkeling, financieel beheer en facilitaire dienstverlening. Aan de RDWI worden hoge eisen gesteld als het gaat om de kwaliteit van de dienstverlening. Dat betreft primair de dienstverlening aan de directe klanten en daarnaast de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. Begrippen die in algemene zin en ook binnen de RDWI onder meer een rol spelen als het gaat om de bedrijfsvoering zijn: - Rechtmatigheid: de RDWI handelt rechtmatig als zij handelt volgens de geldende wet- en regelgeving; - Betrouwbaarheid: de RDWI heeft haar zaken voor elkaar en voert de (wettelijke) regels voorspelbaar uit en handhaaft de regels; - Transparantie: een transparant overheidsorgaan biedt inzicht in de uitvoering van de programma’s en ondersteunende processen; - Doelmatigheid: de gestelde doelen bereiken met zo weinig mogelijk inzet van middelen of met een bepaalde inzet van middelen een zo goed mogelijk effect bereiken; - Doeltreffendheid: de effecten bereiken die beoogd waren.

Voor de kaders van bedrijfsvoering zijn binnen de RDWI de volgende actuele verordeningen en/of regelingen van kracht: een financiële verordening; controleverordening en een controleprotocol ten behoeve van de controlewerkzaamheden van de accountant; mandaat-, volmacht- en machtigingenbesluit, waarin het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de uitoefening van met name genoemde bevoegdheden mandaat en volmacht verlenen aan de directeur; budgethoudersregeling, waarin aanvullende regels omtrent het financiële mandaat binnen de organisatie geregeld worden; er is een intern controleplan. Deze verordeningen en regelingen zijn in 2020 beoordeeld en waar nodig geactualiseerd. Het controleprotocol 2020 ten behoeve van de accountantscontrole is op verzoek van het Algemeen Bestuur nog gewijzigd. Deze wijziging is in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 25 maart 2021 vastgesteld. Jaarstukken 2020 v0.6

17

Op het gebied van planning en control is een praktisch toepasbaar Planning en controlinstrumentarium aanwezig en een planning en controle jaarkalender. Organisatie De totale bezetting inclusief inhuur per 31 december 2020 is 137,38 fte inclusief 7,13 fte inhuur. Daarnaast is 13,11 fte ingezet op projecten per 31 december 2020.

Formatie 2020 in begroting

Inhuur

Tnhuur projecten incl Tozo

Bezetting

Totaal

Directie en Advies & Support

17,39

Team Nieuwe Inwoners (TNI)

13,47

15,07

1,00

1,22

17,29

8,34

1,78

2,99

Intake, Diagnose en Werk (IDW)

13,11

39,69

35,83

2,56

4,34

42,73

Activering en Inkomen (A&I)

51,82

47,29

4,56

51,85

Financien, Informatiemanagement, Facilitair

23,81

20,62

1,67

22,29

Overige formatie Totaal toegestane formatie en bezetting

3,22

3,00

0,22

3,22

149,4

130,15

7,23

Vastgestelde formatie en bezetting RDWI (in fte)

Inhuur reguliere formatie Formatie / bezetting reguliere bedrijfsvoering

13,11

150,49

7,23 149,4

Inhuur op projecten (incl Tozo)

137,38 13,11

Totaal

150,49

Toelichting Bovenstaande tabel geeft inzicht in de toegestane formatie, inclusief team nieuwe inwoners zoals die ultimo 2020 geldt en de werkelijke bezetting van de reguliere formatie ultimo 2020. De werkelijke bezetting inclusief inhuur reguliere formatie is 12,02 fte lager dan de begrote formatie. Daarnaast is eind 2020 op tijdelijke basis 13,11 fte ingehuurd op projecten. Dit betreft onder andere externe ondersteuning bij de uitvoering Tozo en de lokale initiatieven (10% participatiebudget voor lokale projecten). In de eerste helft van het jaar heeft de werving enige tijd vrijwel stil gelegen vanwege de beperkingen door de coronamaatregelen. In de tweede helft van het jaar is de mobiliteit in de formatie toegenomen. Ter vergelijking: formatie ultimo 2019 Een vergelijking met de toegestane formatie en bezetting van één jaar eerder is lastig te maken. In 2019 is onder andere de klantreis geïmplementeerd en eind van het jaar is de nieuwe governance vast gesteld. Hierbij is het organogram gewijzigd, wat vergelijking met 2019 bemoeilijkt. De toegestane formatie op 31 december 2019 was 151,97 fte. De werkelijke bezetting per 31 december 2019 was 150,47 fte. Ultimo 2019 is de inhuur op projecten 13,84 fte. Vastgestelde formatie en bezetting RDWI (in fte)

begrote formatie

Bezetting ultimo 31-12-2019

Formatie en bezetting reguliere dienstverlening

149,40

123,46

Inhuur op formatie/ziekteverzuim Toegestane formatie en bezetting reguliere formatie

149,40

13,17 136,63

149,40

150,47

Inhuur op projecten

13,84

Totaal

Naast de reguliere dienstverlening heeft de organisatie in 2020 de (nood)regeling Tozo ingeregeld en uitgevoerd. Tevens is verder gewerkt aan het verbeteren van de Jaarstukken 2020 v0.6

18

bedrijfsvoering en informatievoorziening. Hiervan is verslag gedaan in paragraaf 1.3 Ontwikkeling van de organisatie. Rechtmatigheid Bij de controle door de accountant is getoetst of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. De verklaring die door de accountant op dit punt is afgegeven is onder hoofdstuk controleverklaring opgenomen.

2.5. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de GR RDWI een bestuurlijke en financiële band heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur van een participatie of het hebben van stemrecht. Financieel belang is wanneer de gemeenschappelijke regeling middelen ter beschikking heeft gesteld en die kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij verhaald kunnen worden op de GR RDWI.

Verbonden partijen GR RDWI

De regionale ICT-Dienst Utrecht (RID)

Doel

De GR RID wil een betrouwbare, innovatieve en doelmatige ICTdienstverlener zijn die een solide ICT infrastructuur beheert die blijvend is afgestemd op de veranderende behoefte van de klant. In het dagelijks gebruik van deze infrastructuur worden de gebruikers klantvriendelijk en adequaat ondersteund. De RID ondersteunt ruim 1.800 accounts, 1600 werkplekken en ruim 600 applicaties. In zijn rol als ICT dienstverlener levert de RID de producten en diensten die met de klantorganisaties zijn afgesproken in de Dienstverleningsovereenkomst.

Deelnemende partijen

Gemeenten Baarn, Bunnik, De Bilt, Soest, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de GR RDWI

Bestuurder(s)

Algemeen Bestuur. Namens de GR RDWI D. Smolenaers.

Financiële bijdrage

Structurele bijdrage 2020 ad € 905.000 en incidentele kosten t.b.v. projecten ca € 125.000

Financieel Resultaat

Verwacht resultaat in Najaarsnota 2020 € 10.000

Eigen en vreemd vermogen

Deze gegevens komen uit de jaarrekening 2019. Het resultaat over 2020 is nog niet bekend. EV € 64.000, Bestemmingsreserve € 10.000, Resultaat € 82.000; VV 6.840.000 (inclusief vlottende passiva).

Belang

De GR RDWI heeft een belang van ongeveer 11% in de RID.

Financiële ontwikkeling

De financiële bijdragen voor 2020 zijn gestegen met loon- en prijscompensatie. Daarnaast heeft RID in 2020 diverse projecten uitgevoerd, waaronder het faciliteren van het thuiswerken en voor de voorbereiding van E-hrm. Het RID Resultaat nog niet bekend.

Inhoudelijke ontwikkeling

De meerjarige vraag naar de ICT-diensten van de RID wordt bepaald door de strategische Informatiebeleidsplannen van de klantorganisaties. Hierop baseert de RID het automatiseringsbeleid en de ICT architectuur voor de komende jaren. Dit vraagt echter wel om afstemming van de diverse Informatiebeleidsplannen en prioriteitstelling bij de hieruit voortvloeiende projecten. Hiertoe wordt een proces van strategische informatieplanning opgezet. Informatiebeleidsplannen worden vaak ingehaald door de dagelijkse realiteit. Het proces van informatieplanning voorziet in de mogelijkheid om eerder gemaakte plannen bij te stellen.

Jaarstukken 2020 v0.6

19

J AARREKENING 3. Balans Balans per 31 december 2020 ACTIVA 31-12-2019

31-12-2020

Investeringen met een economisch nut

4.616.924

4.120.299

Totaal vaste activa

4.616.924

4.120.299

Vorderingen op openbare lichamen

156.239

0

Overige vorderingen

85.731

88.314

Uitzettingen in Rijks schatkist

4.207.784

11.268.024

Totaal uitzettingen

4.449.755

11.356.338

417

139

430.656

521.532

0

0

286.303

271.174

Totaal vlottende activa

5.167.130

12.149.183

Totaal-generaal

9.784.054

16.269.482

Vaste activa

Materiele vaste Activa

Vlottende activa

Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar

Liquide middelen Kassaldi Banksaldi

Overlopende activa De van overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Nog te ontvangen / vooruitbetaalde bedragen

Jaarstukken 2020 v0.6

20

PASSIVA 31-12-2019

31-12-2020

Resultaat boekjaar

225.888

1.737.513

Algemene reserve

161.414

309.750

Bestemmingsreserves

780.418

923.219

1.167.720

2.970.482

51.527

300.000

Vaste schulden met een looptijd > 1 jr

2.133.568

1.630.473

Totaal vreemd vermogen

2.185.095

1.930.473

Totaal vaste passiva

3.352.814

4.900.955

2.189.174

5.115.497

116.715

2.082.899

Vaste passiva Eigen vermogen

Totaal Eigen Vermogen

Vreemd vermogen Voorzieningen

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd < 1 jr Overlopende passiva Vooruitontvangen bedragen Nog te betalen bedragen

4.125.350

4.170.130

Totaal overlopende passiva

4.242.065

6.253.029

Totaal vlottende passiva

6.431.239

11.368.526

Garantstellingen

0

0

Totaal-generaal

9.784.054

16.269.481

Gewaarborgde geldleningen

Jaarstukken 2020 v0.6

21

4. Overzicht van baten en lasten over het begrotingsjaar

Toelichting overzicht baten en lasten Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Lasten

88.951.021

115.891.246

115.655.864

235.382

Baten

13.172.500

14.050.614

15.036.522

-985.908

Saldo

75.778.521

101.840.632

100.619.342

1.221.290

Bijdragen gemeenten

75.778.520

101.840.632

102.422.104

-581.472

Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

75.778.520

101.840.632

102.422.104

-581.472

-1

0

1.802.762

-1.802.762

Toevoeging reserves

-110.000

-510.000

-610.000

100.000

Onttrekking reserves

144.199

646.199

544.751

101.448

Verwacht resultaat

34.198

136.199

1.737.513

-1.601.314

Overzicht van baten en lasten

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

Programma Werk en Inkomen

Verwacht saldo van baten en lasten voor reserves

Afwijking ten opzichte van de gewijzigde begroting na de Najaarsnota 2020 Ten opzichte van de Najaarsnota is op de lasten van het programma Werk en inkomen een onderschrijding gerealiseerd van ongeveer € 235.000. Daarnaast zijn de overige baten bijna € 1 miljoen hoger. De overschrijding op de bijdragen gemeenten is bijna € 6 ton. Het saldo van baten en lasten voor reserves is ruim € 1,8 miljoen positief. De toevoeging aan reserves is € 100.000 hoger dan begroot, terwijl de onttrekkingen aan reserves ruim € 100.000 lager zijn. Het resultaat na mutaties reserves is € 1,7 miljoen. In hoofdstuk 7 worden de afwijkingen per programmaonderdeel inhoudelijk toegelicht.

Jaarstukken 2020 v0.6

22

Toelichting overzicht baten en lasten Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

-

27.029.163

27.463.018

-433.855

Gebundelde uitkeringen / BBZ

45.715.000

43.970.795

42.774.095

1.196.700

Bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslagen, Collectieve ziektekostenverzekeringen en minimabeleid

5.911.000

5.850.295

5.870.376

-20.081

Re-integratie, Participatie en Werkgeversdienstverlening

4.032.449

3.159.918

3.007.701

152.217

Wet sociale Werkvoorziening

8.272.000

9.702.399

10.022.016

-319.617

Kinderopvang

83.000

287.656

269.746

17.910

Nieuwkomers

125.000

125.000

49.876

75.124

Apparaatskosten RSD

15.547.572

15.547.571

16.275.463

-727.892

loonkosten SW

9.265.000

10.218.449

9.923.573

294.876

Totaal lasten

88.951.021

115.891.246

115.655.864

235.382

Primaire Begroting

Gewijzigde Begroting na NJN

Rekening

Verschil (gew Begroting -/- Rekening)

-

27.029.163

27.463.018

-433.855

Gebundelde uitkeringen / BBZ

45.715.000

43.970.795

42.774.095

1.196.700

Bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslagen, Collectieve ziektekostenverzekeringen en minimabeleid

5.911.000

5.850.295

5.870.376

-20.081

Re-integratie, Participatie en Werkgeverdienstverlening

4.032.449

3.159.918

3.007.701

152.217

Wet Sociale Werkvoorziening

Lasten per onderdeel

Programma Werk en Inkomen Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

Baten per onderdeel

Programma Werk en Inkomen Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)

8.272.000

9.702.399

10.022.016

-319.617

Kinderopvang

83.000

287.656

269.746

17.910

Nieuwkomers

125.000

125.000

49.876

75.124

Apparaatskosten RSD

15.547.571

15.547.571

18.078.226

-2.530.655

Apparaatskosten (bijdrage BIGA)

9.265.000

10.218.449

9.923.573

294.876

88.951.020

115.891.246

117.458.626

-1.567.380

Totaal baten

Jaarstukken 2020 v0.6

23

Verwacht saldo van baten en lasten

-1

0

1.802.762

-1.802.762

Toevoeging reserves

0

-510.000

-610.000

100.000

Onttrekking reserves

0

646.199

544.751

101.448

Verwacht resultaat

-1

136.199

1.737.513

-1.601.314

Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten voor reserves bedraagt € 1.802.762. Na toevoegingen en onttrekking aan reserves is het gerealiseerde resultaat € 1.737.513 positief. Een inhoudelijke toelichting per onderdeel is in hoofdstuk 7 opgenomen. Vennootschapsbelasting (VPB) Vanaf 2017 is het verplicht volgens het BBV om in de jaarrekening verantwoording af te leggen over de VPB. Na een onderzoek uitgevoerd door een fiscalist is gebleken dat de RSD niet VPB-plichtig is. Er is daarom geen VPB last in de jaarrekening opgenomen.

Jaarstukken 2020 v0.6

24

5. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet onder andere gedacht worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden.

Balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voorts zijn voor de waardering de bepalingen in de financiële verordening van de RDWI van belang. Overeenkomstig deze verordening gelden voor materiële vaste activa met economisch nut de volgende regels: Afschrijving geschiedt lineair. De eerste afschrijving vindt plaats in het jaar volgend op het jaar van investeren. De termijnen voor afschrijving zijn bepaald op: - maximaal 25 jaar voor renovatie, restauratie en aankoop bedrijfsgebouwen; - maximaal 20 jaar voor technische installaties in bedrijfsgebouwen; - maximaal 10 jaar voor veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, telefooninstallaties, kantoormeubilair, nieuwbouw tijdelijke bedrijfsgebouwen, groot onderhoud bedrijfsgebouwen en overige materiele vaste activa; - maximaal 3 jaar voor automatiseringsapparatuur (onder andere laptops, licenties, software) en kleine gebruiksgoederen Voorts is bepaald, dat op gronden en terreinen niet wordt afgeschreven en dat activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 niet worden geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Eigen vermogen Het totaal eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorafgaand jaar, vermeerderd of verminderd met het gerealiseerd resultaat. Voor zover het Algemeen Jaarstukken 2020 v0.6

25

bestuur gedurende het jaar besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van de reserves per jaareinde verwerkt. Uit het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten en de effecten van de besluiten van het Algemeen bestuur volgt een gerealiseerd resultaat. Dit resultaat wordt als een separate post van het eigen vermogen gepresenteerd. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorziening reorganisatie SW De voorziening reorganisatie is bedoeld ter dekking van de kosten verband houdend met het sociaal Plan van de GR SWZ. Deze kosten hebben betrekking op boven formatieve plaatsing, outplacement, afvloeiing en plaatsing op functies met een lagere functiewaardering. De voorziening reorganisatie is gewaardeerd tegen nominale waarde. In 2019 is de voorziening reorganisatie in zijn geheel vrijgevallen en in 2020 zijn de risico’s overgedragen aan BIGA Groep BV. Voorziening reorganisatie van bolwerk naar Netwerk De voorziening reorganisatie ‘van bolwerk naar netwerk’ is bedoeld ter dekking van de kosten verband houdend met het sociaal Plan van de GR RDWI.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10089626/2