24RV057 Bijlage 1e Zienswijze Stichting Milieuzorg Zeist
Tekst van het document
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. Via o.a. de gemeentelijke website is bekend gemaakt dat de: 'Ontwerp-Gebiedsvsie Dijnselburg' voor de periode van 30 mei tot en met 10 juli 2024 voor het indienen van zienswijzen ter inzage is gelegd. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van de geboden gelegenheid gebruik een zienswijze op de betreffende gebiedsvisie aan u kenbaar te maken. Eerst zal nog kort worden stilgestaan bij het planproces, waarna de gebiedsvisie in inhoudelijke zin aan de orde zal worden gesteld. Afgesloten zal worden met een conclusie. 1. Planproces Eigenlijk is al in de 'Structuurvisie Zeist Schrijf je met een Q (Zeist, 2011 ) een eerste aanzet gegeven om voor het gebied van het landgoed Dijnselburg en omgeving tot een integrale gebiedsvisie te komen. Een en ander is dan mede in een stroomversnelling terecht gekomen toen het Aartsbisdom Utrecht besloot het landgoed Dijnselburg te verlaten en dat via de markt te koop aan te bieden, waarna het in handen kwam van Stroet projectontwikkeling BV. Teneinde dan tot een integrale gebiedsvisie te komen heeft er allereerst een participatieproces plaatsgevonden om tot een bepaalde kaderstelling te komen, waarbij bij de toekomstige ontwikkelingen zou moeten worden voldaan, zowel in inhoudelijke zin, als wat betreft het daarbij te volgen participatieproces.
Dat dan weer mede gebaseerd op basis diverse verkenningen, waaronder die m.b.t. de ecologie. Dat heeft dan geleid tot het document: 'Concept Kadernotitie Dijnselburg (BRO, 2018)', waarop indertijd ook door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. een inspraakreactie is gegeven (zie in deze ook Bijlage 1 : 'Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake Concept-Kadernotitie Dijnselburg en ook Spelregels participatie Dijnselburg') . Uiteindelijk is de betreffende: 'Kadernotitie Dijnselburg: in 2018 ook door de gemeenteraad vastgesteld. Daarna is vanaf 2019 het participatieproces opgestart om tot een gedragen gebiedsvisie te komen. Dat proces werd dan mede ook begeleid door BRO. Gedurende dat proces zijn dan in eerste instantie een tweetal scenario's gepresenteerd, waarvan dan op basis van de inbreng van de participanten de voor- en nadelen op een rijtje zijn gezet. Uiteindelijk heeft dat eind 2019/begin 2020 geleid tot een (door de eigenaren opgestelde) : 'Houtskoolschets', waarop dan door de participanten een reactie kon worden gegeven, evenals op een aantal dat moment reeds uitgevoerde nadere onderzoeken, zoals die m.b.t. de cultuurhistorie en ook ecologie. Door o.a. de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
is toen van de geboden gelegenheid gebruik gemaakt op de gegeven documenten een uitgebreide reactie te geven (zie in deze ook Bijlage 2 : 'Reactie Stichting Milieuzorg Zeist Houtskoolschets gebiedsvisie Dijnselburg, evenals onderliggende cultuurhistorische en ecologische onderzoeken', d.d. 10 januari 2020)') . Aangezien mede op basis vanuit de diverse partijen gegeven inbreng we niet direct tot elkaar konden komen, is daarna nog wet op initiatief van diverse bewonersorganisaties en ook de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. met medewerking van de BRO een poging ondernomen om tot een 'groene variant' te komen. Daarbij is dan tevens door de daarbij aanwezige vertegenwoordigers van diverse organisaties het verzoek gedaan een inzicht te geven wat er aan financiële middelen nodig is om voor het gebied van Dijnselburg als geheel tot een kwaliteitsimpuls te komen en hoe dat dan eventueel zou kunnen worden gedekt, daarmede dat (tevens) gebruik makend van de grondexploitaties van de diverse als zodanig te onderscheiden deelgebieden, daarbij zo mogelijk ook rekening houdend met een bepaalde verevening tussen de betreffende deelgebieden. Dat proces is toen evenwel om voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. toch onduidelijke redenen stopgezet. Wel is daarna in 2021 nog wel een poging gedaan tot het wederom opstarten van het proces, althans dat was o.i. toen het idee, dat o.a.
door het maken van diverse opnamen met diverse deelnemers, waarbij deze hun visie op de toekomstige ontwikkeling van het gebied konden geven, maar kennelijk
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. is ook die doorstart toen doodgelopen. Dat mogelijk ook door het vertrek van de (zoveelste) projectleider. Uiteindelijk is dan in het najaar 2022 een: 'Concept-Gebiedsvisie Dijnselburg' verschenen en ook gedeeld met de participanten. Daarna is het (wederom) enige tijd stil geweest, totdat er halverwege 2023 bekend werd dat er een voornemen vanuit de gemeente was om ter plaatse van Recreatiepark Dijnselburg/Camping Dijnselhoek, alwaar inmiddels een onderdak werd geboden aan Oekraïense vluchtelingen, flexwoningen te bouwen. Uiteindelijk bleek dat in overleg met de nieuwe eigenaar, te weten BPD, niet haalbaar. Eind 2023/begin 2024 is er dan een Raadsinformatiebrief over de voortgang van het gebiedsproces aan de gemeenteraad gestuurd (zie in deze ook: 'RIB24_024') die dan op 25 januari 2024 in een openbare raadsinformatieavond aan de orde is gesteld. Die Raadsinformatiebrief heeft er toen toe geleid dat door diverse bewonersorganisaties en ook de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. uiteindelijk een tweetal brieven naar de raad zijn gestuurd, evenals uiteindelijk ook een brief naar het Provinciebestuur, waarbij zij zo hun kanttekeningen bij het gehele proces hebben geplaatst. Daarop is dan weer per brief van 20 februari 2023 een reactie door het College van B&W gegeven (zie in deze o.a. ook: 'RIB24_039') .
Kennelijk heeft er vanaf eind 2023 toch ook een nader overleg met de provincie Utrecht over de Gebiedsvisie plaatsgevonden, evenals is het eerdere concept kennelijk ook voorgelegd aan het 'Ontwerpatelier Natuurinclusief' van de provincie Utrecht, althans zo heeft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat begrepen. Mede op basis van die overleggen met de provincie Utrecht is de eerdere: 'Concept-Gebiedsvisie Dijnselburg' kennelijk alsnog op een aantal o.i. wezenlijke punten aangepast (zie wat betreft de inbreng vanuit de provincie (sec met ) name ook de RIB24_080) . Zo is er i.t.t. de eerdere 'Concept-Gebiedsvisie Dijnslelburg' geen nieuwe bebouwing op het landgoed Dijnselburg (sec) voorzien. De in die zin aangepaste 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg' is dan eerst nog door de gemeente aan de vertegenwoordigers van bewonersorganisaties en ook de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. toegelicht, waarna deze ter inzage is gelegd. Op 27 mei j.l. is er dan nog in het landhuis Dijnselburg een nadere toelichting op de: 'OntwerpGebiedsvisie Dijnselburg' gegeven, dat dan mede aan de hand van een aantal per thema gerangschikte panelen.
Al met al kan worden geconcludeerd, dat het een zeer langdurig proces is geweest om tot een : 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg' te komen, waarbij het ook lang niet altijd duidelijk was wie daarbij een bepaalde regie had en wat nu uiteindelijk de rol van de participanten daarbij was, ook al was daartoe wel in de 'Kadernotitie' aangegeven dat 'de besluitvorming m.b.t. de Gebiedsvisie in beginsel via consent plaatsvindt'. Gezien het gehele proces zou het o.i. goed zijn dat uitvoerig te evalueren, zodat daaruit lering voor de toekomst kan worden getrokken, dat ook met de invoering van de Omgevingswet en de daarbij verplicht gestelde participatie. Daarbij dit ook kunnen worden bezien vanuit de kaders zoals deze eerder m.b.t. GONS zijn opgesteld, evenals later m.b.t. het zogenaamde: 'Handvat Participatie'. 2. Inhoudelijke aspecten Hierbij zal eerst een meer algemene reactie worden gegeven, waarna nog op een aantal meer specifieke aspecten zal worden ingegaan. 2.1 Algemeen Uit het voorgaande zal duidelijk zijn dat het proces voor het opstellen van een Gebiedsvisie Dijnselburg voor alle partijen geen eenvoudige opgave is geweest. Lag het accent bij (veel van) participanten vanuit de bevolking met name bij het behoud en waar mogelijk versterken van de binnen
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. het plangebied aanwezige (kern)waarden, bij bepaalde eigenaren en zo mogelijk ook de gemeente, ook al was dat laatste niet altijd duidelijk, toch met name ook bij de ontwikkeling van bepaalde aantallen woningen. Uiteindelijk is de gemeente dan kennelijk toch tot de keuze voor een bepaald toekomstperspectief gekomen, dat mede op basis beschikbare onderzoeken, evenals kennelijk toch met name ook de inbreng vanuit de provincie Utrecht. Hoe een en ander ook zij, de Stichting Milieuzorg Zeist e.o., de Stichtng Milieuzorg Zeist e.o. heeft er aan het begin van het proces steeds op aangedrongen ook echt eerst de waarden in kaart te brengen, evenals de kansen de te verbeteren, en dan pas te bezien hoe daaraan dan vorm kan worden gegeven, waarbij dan eventuele rode ontwikkelingen niet bij voorbaat worden uitgesloten, maar deze gezien aanwezige waarden (en dus ook kwaliteiten) niet bij voorbaat leidend zijn (vergelijk in deze dus ook het principe van 'Natuurinclusief ontwerpen' en waaraan dan mede de zogenaamde 'Lagenbenadering' ten grondslag ligt). Gelukkig hebben er m.b.t. de in het gebied aanwezig waarden in die zin wel in de loop van het proces uiteindelijk diverse onderzoeken hebben plaatsgevonden, zowel m.b.t.
de cultuurhistorie (zie in deze dus ook het rapporten 'Cultuurhistorisch onderzoek Dijnselburg (NM, 2019)' en ook de ecologie (zie in deze dus ook: 'Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna op het landgoed Dijnselburg te Zeist (Blom ecologie, 2018)' en ook: 'Oriënterend onderzoek naar de beschermde flora en fauna in de omgeving van het landgoed Dijnselburg te Zeist, (Blom ecologie, 2019)'). En alhoewel in de voorliggende 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg (BRO, 2024)' dus gelukkig wel bijzondere aandacht is gegeven aan de in het gebied aanwezige cultuurhistorische en ook ecologische waarden, was het wellicht wel goed geweest als de betreffende onderzoeken tegelijkertijd met de voorliggende 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg' ter inzage waren gelegd, hetzij via een link beschikbaar gesteld, zij het mogelijk wel van een redactieslag voorzien vanwege gevoelige informatie m.b.t. de binnen het plangebied voorkomen burchten van de das. Dan had eenieder daar ook kennis van kunnen nemen. Verder heeft er later in het kader van de procedure m.b.t.
het: 'Bestemmingsplan Huis ter Heide-West' nog wel een nader onderzoek naar met name de das plaatsgevonden, waarbij dan mede ook de betekenis van het landgoed Dijnselburg voor de betreffende soort meer uitgebreid dan bij de eerdere 'Quickscan' uit 2018 in beeld is gebracht (zie in deze dus ook het rapport: 'Aanvullend onderzoek dassen landgoed Dijnselburg en omgeving (Viridis, 2023)') , dus goed dat ook die informatie, althans zo leidt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat uit de diverse gemaakte keuzen af, nadrukkelijk is meegenomen bij de toekomstvisie voor het voorliggende plangebied. Wat betreft de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg' zelf zoals deze thans voor het indienen van zienswijzen ter inzage is gelegd, wil de Stichting Milieuzorg Zeist e.o., ondanks het moeizame proces dat is gevolgd om tot een de gebiedsvisie te komen, toch allereerst daar in algemene zin haar waardering voor uitspreken. Was de eerdere: 'Concept-Gebiedsvisie Dijnselburg' toch o.i. vooral nog meer oriënterend van aard, zowel m.b.t. het ruimtelijk raamwerk, als t.a.v. mogelijk toekomstige ontwikkelingen t.a.v. een vijftal daarbij onderscheiden deelgebieden met een eigen identiteit, in de voorliggende: 'OntwerpGebiedsvisie' worden o.i. op basis van aanwezige waarden, dus zowel die m.b.t.
de cultuurhistorie en ook de aanwezige (en nog te ontwikkelen) natuurwaarden op het niveau van het gebied als geheel (veel) duidelijker keuzen gemaakt. Juist gezien de keuzen die daarbij thans worden gemaakt, dat dus uitgaand van de waarden/ (kern)kwaliteiten van gebied als geheel, dat overigens ook in relatie tot die van de omgeving, zowel in cultuurhistorisch opzicht (denk behalve aan de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied zelf met name ook aan betekenis van het plangebied binnen de oorspronkelijke roedenverkaveling van de Wegh der Weegen) , als in ecologisch opzicht (denk behalve aan de binnen het plangebied aanwezige natuurwaarden ook aan de relatie met die uit de wijdere omgeving zoals die van het landgoed
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. Vollenhove, het Panbos, Ravenhorst( en wijdere omgeving) en in zekere zin ook van het landgoed Zandbergen), kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich in algemene zin in de voorliggende visie vinden. Dat geldt dan in het bijzonder voor de keuze om een meer dynamische ontwikkeling aan de westkant te concentreren, alwaar dus reeds in het verleden reeds toch meer ruimtelijke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden, zoals dus de realisatie van zowel een camping, als ook een sportcomplex, en dan aan de oostzijde, alwaar dan het Landgoed Dijnselburg is gelegen, voor een bepaalde rust te kiezen, dus aldaar juist de aanwezige cultuurhistorische en met name ook ecologische kwaliteiten (meer) centraal te stellen. Wel is op basis van de gegeven analyses duidelijk dat er voor het gebied als geheel, dat juist ook vanuit een meer integraal perspectief, er kansen liggen om tot een aanzienlijke kwaliteitsimpuls te kunnen komen (zie in deze dus met name ook de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg (BRO, 2024)', 'Kaart Gebiedsvisie', pag. 9), dat dan mede op basis deelkaarten: 'Cultuurhistorie en landschappelijke waarden (zie ook de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg (BRO, 2024)', kaart op pag. 16 ) en ook 'Ecologische waarden' (zie ook de: 'Ontwerp Gebiedsvisie Dijnselburg (BRO, 2024)', kaart op pag. 17). De grote kernvraag blijft hierbij dan o.i.
uiteindelijk toch, ook al zijn er met name t.a.v. bepaalde deeluitwerkingen door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. nog wel bepaalde kanttekeningen te plaatsen (zie met name ook hierna onder het betreffende Hoofdstuk 2: 'Specifieke aspecten'), hoe uiteindelijk het met de visie beoogde het 'herstel' van cultuurhistorische waarden, evenals in zekere zin ook de reeds aanwezige ecologische waarden te financieren. Zoals bekend is het gebied gelegen buiten de zogenaamde 'Rode contour', thans overeenkomstig de Provinciale Omgevingsverordening aangeduid als 'Stedelijk gebied'. Overeenkomstig de Provinciale Omgevingsverordening dienen stedelijke ontwikkelingen dan primair binnen het 'Stedelijk gebied' plaats te vinden (vergelijk overigens ook de zogenaamde: 'Ladder van duurzame verstedelijking'). Teneinde een ongebreidelde stedelijke ontwikkeling te voorkomen geldt er dan ook voor het landelijk gebied, dus gebieden gelegen buiten het "Stedelijk gebied', een verstedelijkingsverbod, zij het daarop wel een aantal uitzonderingen mogelijk zijn. Daarbij gaat het dan o.a. om 'een eenmalige uitbreiding tot maximaal 50 woningen t.b.v. vitaliteit van een kern' (zie ook de '1e wijziging Omgevingsverordening Provincie Utrecht 2022', Art. 9.14) , evenals om de 'uitbreiding van woningbouw onder voorwaarden mogelijk' (zie ook de: 1e wijziging omgevingsverordening Provincie Utrecht 2022, Art. 9.15).
In beide gevallen is het dan een voorwaarde dat de woningbouw in aansluiting plaatsvindt op het stedelijk gebied, evenals de woningbouw bijdraag een goede kwaliteit van de nieuwe kernrandzone. M.b.t. de met 'eenmalige uitbreiding maximaal 50 woningen' is het dan een voorwaarde dat 'niet binnen de kern in de behoefte kan worden voorzien', evenals dat 'de omliggende functies niet onevenredig worden geschaad'. Bij de een 'uitbreiding van woningbouw onder voorwaarden mogelijk' gaat het dan om de voorwaarden, dat de 'woningbouw past in het door GS vastgestelde Programma Wonen en Werken', evenals dat 'de woningbouw wordt ontwikkeld met lokale en regionale groenontwikkeling waarbij de omvang van de woningbouw in evenwichtige verhouding staat tot de hoeveelheid te ontwikkelen natuur en recreatie' en 'de realisatie van natuur en recreatie en de duurzame instandhouding daarvan is verzekerd'. Nu is in de 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg' aangegeven, dat het bij de ontwikkeling van woningbouw op de zogenaamde 'Woon- en 'Sportkamer' om in totaal maximaal 200' woningen zou gaan.
Voor zover de behoefte daaraan dan zou zijn aangetoond, dat in het kader van het 'Regionale programma wonen en werken', is daarbij dus in ieder geval van belang, dat 'de woningbouw wordt ontwikkeld met lokale en regionale groenontwikkeling waarbij de omvang van de woningbouw in evenwichtige verhouding staat tot de hoeveelheid te ontwikkelen natuur en recreatie' en 'de realisatie van natuur en recreatie en de duurzame instandhouding daarvan is verzekerd'.1
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. Nu zou op basis van de voorliggende 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg' kunnen worden geredeneerd, dat men daarbij in ieder geval aan het gebied een bepaalde kwaliteitsimpuls wil geven, niet alleen t.b.v. de cultuurhistorie en de natuur, maar daarmede ook aan de recreatie, ook al gaat het feitelijk niet om de realisatie tot een bepaalde oppervlakte aan extra natuur en recreatie. Hoe dat ook zij, het sowieso realiseren van een bepaalde kwaliteitsimpuls voor de kernrandzone, waar het gebied dan deel vanuit maakt, is dus sowieso een belangrijke voorwaarde voor een eventuele stedenbouwkundige ontwikkeling. In die zin acht de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. het dus mede van groot belang, voor zover een bepaalde stedelijke ontwikkeling in het voorliggende plangebied in ruimtelijke zin dan aanvaardbaar moet worden geacht, dat hierbij in ieder geval ook in financiële zin de overeenkomstig de: 'Ontwerp Gebiedsvisie Dijnselburg' voor het gehele plangebied beoogde kwaliteitsimpuls is geborgd, evenals ook het toekomstige beheersmaatregelen die er noodzakelijk zijn om de gegeven kwaliteiten ook in stand te kunnen houden.
Voor zover daar extern dan geen gelden voor beschikbaar komen, bijvoorbeeld via beschikbare subsidies of vanuit overheidsbegrotingen (of via bijvoorbeeld 'crowfunding' ) dan zou dit dus uit de ontwikkeling van het gebied moeten komen. De enige mogelijkheid daartoe, althans zoals de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat ziet, is dan behalve uit de exploitatie van bepaalde deelgebieden zelf, waarvoor ook de diverse eigenaren (vanuit een goed rentmeesterschap zelf een bepaalde verantwoordelijkheid hebben, een verevening tussen de diverse projecten, dus bijvoorbeeld vanuit de exploitatie van de beide beoogde woningbouwprojecten naar die van het landgoed Dijnselburg (sec), dat uiteraard wel ook in voldoende mate door gezamenlijke overeenkomsten geborgd. Voor zover er tegenover de beide beoogde woningbouwprojecten zoals deze met de voorliggende gebiedsvisie worden voorgestaan niet echt ook een kwaliteitsimpuls in kwantitatieve en/of kwalitatieve zin moet deze o.i. dus in ieder geval strijdig worden geacht met bepaalde instructieregels uit de: 1e wijziging provinciale Omgevingsverordening' en kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dan ook nog niet zomaar met de betreffende ruimtelijke ontwikkelingen instemmen.
Tenslotte valt het in algemene zin op dat dan weliswaar aan duurzaamheid en leefomgevingsaspecten aandacht wordt gegeven (zie in deze met name ook de: 'Ontwerp Gebiedsvisie Dijnselburg', Hoofdstuk 6 : 'Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen', maar dat dit als algemeen principe toch o.i., dat ook gezien de diverse opgaven waar we in die zin voor staan, nog wel sterker in de voorliggende gebiedsvisie als geheel naar voren had kunnen komen (zie in deze dus wel ook de: 'Kadernotitie Gebiedsvisie Dijnselburg', Hoofdstuk 5: 'Inhoudelijke randvoorwaarden en uitgangspunten' en dan onder het hoofdje: 'Water, milieu en duurzaamheid'). Wat betreft meer specifieke opmerkingen wordt dan naar het hierna volgende hoofdstuk verwezen. 1 Wat betreft de gegeven voorwaarden wordt daar dan in de : 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg' bij stilgestaan in de betreffende Bijlage 2: 'Relevante bouwstenen' en in het betreffende Hoofdstuk 3.14: 'Interim-Omgevingsverordening provincie Utrecht', pag. 51 ) , zij het dat inmiddels wel de : 1e wijziging Omgevingverordening 2022' van kracht is.
2.2 Specifieke aspecten Het zou ook gezien het lange proces, evenals de diverse relevante stukken, waarbij dan in de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg', Bijlage 2 : 'Relevante beleidsstenen (beleidsscan)' wordt stilgestaan, waarvoor ook waardering, thans te ver voeren op alle aspecten die bij de visie aan de orde worden gesteld uitvoerig stil te staan. Hierna zal dan ook met name nog bij een aantal aspecten worden stilgestaan voor zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. het van belang acht daar nog bepaalde opmerkingen/kanttekeningen bij te plaatsen. Daarbij zal in grote lijnen de hoofdstukindeling van de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg' worden gevolgd. 2.2.1 Plan voor de toekomst
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. In dit hoofdstuk wordt o.a. aangegeven dat het wenselijk is om tot een door alle direct betrokken partijen zo veel mogelijk gedragen gebiedsvisie te komen, waarbij dan tevens m.b.t. het meervoudige doel van de gebiedsvisie een 8-tal ingrediënten worden aangegeven (zie ook de: 'OntwerpGebiedsvisie Dijnselburg', Hoofdstuk 1.2: 'Naar een gebiedsvisie', pag. 6). De Stichting Milieuzorg Zeist e.o. kan in het voorkomende geval met het gegeven 8-tal ingrediënten instemmen, dat niet alleen gezien de kenmerken van het gebied, maar ook aangezien daar (in zekere zin) de 'Lagenbenadering' in valt te herkennen, namelijk eerst de waarden in beeld brengen, evenals de kansen deze te verbeteren en dan te bezien hoe deze dan, althans voor zover nodig, op basis van bepaalde ontwikkelingen kunnen worden gerealiseerd. Waar het uiteindelijk natuurlijk wel om gaat is of een bepaalde ontwikkeling dan wel in een evenredige verhouding staat tot de beoogde kwaliteitsverbetering, dus het daarbij vinden van een juiste balans. Anders lever je zeker op termijn, althans zo is de ervaring, alleen maar in op de groene kwaliteiten die de gemeente Zeist rijk is.
Daarnaast tevens hoe uiteindelijk wordt geborgd dat door bepaalde ontwikkelingen, uiteraard voor zover in ruimtelijke zin aanvaardbaar, ook daadwerkelijk, dus in het bijzonder ook in financiële zin, een bijdrage aan de beoogde kwaliteitsverbetering voor het gebied als geheel kan worden geleverd, hetgeen o.i. thans op basis van de voorliggende: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg', zoals ook hiervoor onder het Hoofdstuk 2.1 : 'Algemeen' is aangegeven, nog in onvoldoende mate is het geval is. Wel zou het o.i. dus goed zijn, dat ook gezien de diverse opgaven waar we m.b.t. het klimaat en de biodiversiteit voor staan, als toch aan het achttal gegeven ingrediënten nog een negende ingrediënt zou worden toegevoegd, namelijk ook echt een duurzame ontwikkeling voor het gebied als geheel waarborgen en dan in het bijzonder ook m.b.t. de gegeven ruimtelijke ontwikkelingen zoals deze worden voorzien.
In ieder geval dus wel ook goed dat in de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg', Bijlage 2, een overzicht wordt gegeven van diverse bouwstenen die ten grondslag liggen aan de voorliggende gebiedsvisie, zoals diverse 'waarden- en kansen-kaarten' (zie in deze overigens met name ook de diverse kaarten uit de: 'Kadernotitie Dijnselburg'), de diverse: 'Concept-Visiekaarten' zoals deze in de loop van de tijd de revue hebben gepasseerd, de 'Houtskoolschets' van gezamenlijke eigenaren, evenals van diverse relevante beleidsstukken. Wellicht dus wel goed, uiteraard voor zover mogelijk, deze stukken, zoals hiervoor ook al m.b.t. de voor het plan uitgevoerde cultuurhistorische en ook ecologische onderzoeken aangegeven, alsnog via bijvoorbeeld een link voor iedereen beschikbaar te stellen, hetgeen ook voor de diverse bronvermeldingen waar in de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg', Bijlage 1 : 'Bronvermelding', naar wordt verwezen geldt. In ieder geval ontbreken daarin nog, althans voor zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat heeft kunnen nagaan, de door de Blom ecologie uitgevoerde ecologische onderzoeken, zowel voor het landgoed zelf, als de omgeving van het landgoed. Wel wordt gelukkig verwezen naar het ecologische onderzoek van Ecogroen m.b.t. het voorkomen van de das op het landgoed Dijnselburg en de (wijdere) omgeving.
2.2.2 Visie op hoofdlijnen Zoals ook hiervoor reeds in Hoofdstuk 2.1 : 'Algemeen' aangegeven kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. op hoofdlijnen instemmen met de ambitie die aan voorliggende: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg' ten grondslag ligt, namelijk: De samenhang en kwaliteit van Dijnselburg herstellen en tegelijkertijd de unieke functies daarvan benutten. Dit alles met respect voor de rijke cultuurhistorie en met oog voor een ecologisch en economisch vitaal gebied. Zo streven we naar een duurzaam bestaansrecht voor Dijnselburg, waarbij aIles in harmonie samenkomt, zij het dus wel in voorwaardelijke zin, namelijk dat de ruimtelijke kwaliteitsimpuls zoals deze met de voorliggende gebiedsvisie wordt beoogd ook daadwerkelijk kan worden gerealiseerd en dus ook op enigerlei wijze in financiële zin geborgd.
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. Ook met het 5-tal daarbij gegeven pijlers, namelijk: - Passend in een groter geheel; - Landgoed staat centraal; - Eenheid landgoed herstellen; - Rust en reuring (wellicht beter dynamiek); - Ruimte voor (een bepaalde) ontwikkeling, kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dan eveneens in algemene zin mee instemmen, dat dan mede ook i.r.t. de daarbij in de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg' gegeven visiekaart (zie dus ook de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg', 'Gebiedsvisiekaart' op pag. 9), zij het dat daarbij het een, namelijk een bepaalde 'Ruimte voor ontwikkeling' dan wel ten dienste te dient te staan van het ander, namelijk de beoogde 'kwaliteitsimpuls voor het gebied in het geheel' en wel in het bijzonder door het herstellen (oorspronkelijke) cultuurhistorische eenheid van het landgoed en ook het versterken van de ecologische relaties. Dat niet alleen gezien de in het gebied aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, maar ook gezien de voorwaarden die in die zin t.a.v. bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen in de: 1e Wijziging Omgevingsverordening Provincie Utrecht' zijn opgenomen. Wel zou het o.i. goed zijn als ook aan het 5-tal gegeven pijlers toch nog een 6e pijler wordt toegevoegd, namelijk die van een 'duurzame voorbeeldontwikkeling', met ook een aantal uitdagende ambities, zoals het m.b.t.
natuur minimaal bereiken van een 'Basiskwaliteit Natuur (BKN)' (vergelijk in deze wel ook de actualisatie van de: 'Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2021)'). Gebiedsvisiekaart In algemene zin kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o., zoals eveneens hiervoor reeds aangegeven, dan instemmen met de zonering zoals deze op de Visiekaart tot uiting komt, namelijk met meer rust in het oostelijk gedeelte, dus het landgoedgedeelte (sec) en dan meer reuring/dynamiek in het westelijk gedeelte, dus ter hoogte van het Recreatiepark/camping en de Sporthal. Ook wordt het gewaardeerd dat men de diverse historische bomenlanen wil herstellen, zoals die bomenlanen die dan deel uitmaken van de ganzenvoet, evenals de bomenlaan die parallel aan de Amersfoortseweg loopt en die dan deel zou uitmaken van het historische patroon van de Weg der Weegen. Daarbij zij dan overigens wel aangetekend dat met name de centrale as/laan van de Ganzenvoet en die dan tevens als (een soort van) zichtlijn/zichtas functioneert van een geheel ander karakter is, dan de beide andere assen, waarbij met name de as aan zijde camping veel smaller is. Verder wordt het wat betreft het landgoed Dijnselburg (sec) gewaardeerd dat de oude moestuin en met name ook de oude moestuinmuur in ere wordt hersteld.
Dat geldt ook voor het voornemen om ter plaatse van de open ruimte aan de zuidzijde van het hoofdhuis, hetgeen dan net als de open ruimte aan de noordzijde als een belangrijke zichtas kan worden aangemerkt, kruiden (en fauna) rijk grasland tot ontwikkeling tr brengen, net als voor de kuil. Dat kruiden (en fauna)rijk grasland kan dan bij een zorgvuldig beheer tevens een functie als leefgebied voor de op het landgoed voorkomende dassenclan blijven vervullen. Ook staat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. er positief tegenover om ter plaatse van de aanwezige open ruimten aan de aldaar voorkomende bosranden, althans voor zover ook in cultuurhistorisch opzicht passend, in ecologisch opzicht waardevolle bos-mantel-zoom vegetaties te realiseren. Die positieve waardering geldt dan tevens voor het voornemen om het gehele gebied in ecologische zin beter met de natuur in de omgeving te verbinden, zoals met Ravenhorst en verder, de overplaats van het landgoed Vollenhove en ook het Panbos (zie in deze overigens ook de: 'Biodiversiteitsvisie Zeist' en dan met name de actualisatie zoals deze thans samen met een aantal 'stakeholders' wordt opgesteld) . Wel vraagt zij zich met name t.a.v. de beoogde directe ecologische verbinding met het Panbos af of deze aldaar gezien de ter plaatse reeds aanwezige bebouwing en ook diverse wegen wel realistisch is en of in die zin o.a.
niet beter prioriteit kan worden gegeven aan de verbeteren van de ecologische verbinding met de Overplaats van het landgoed Vollenhove, evenals die tussen het
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. Landgoed Vollenhove en Beerschoten, alwaar ter plaatse overigens eerder al een dassentunnel onder de N-237 is gerealiseerd en die ook heel actief door o.a. dassen wordt gebruikt. Bezien we dan de kaart als geheel, dat ook m.b.t. diverse ontwikkelingen zoals deze dan mogelijk worden gemaakt, dan plaatst de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. wel met name ook bepaalde kanttekeningen plaatsen bij de volgende onderdelen: - Het realiseren van een rondlopend pad door de kuil, hoe aantrekkelijk wellicht ook, dat moet toch tegenstrijdig worden geacht met het tegelijkertijd ontwikkelen van dit gebied als 'ecologisch rustgebied'. Daarnaast moet dit gebied tevens van belang worden geacht voor de das, die in de randen van de kuil een burcht heeft, evenals het gebied (gedurende een bepaalde tijd van het jaar) als foerageergebied gebruikt (zie in deze dus met name ook het rapport: 'Aanvullend onderzoek dassen landgoed Dijnselburg en omgeving (Viridis, 2023)'); - Ook zou de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
er eerder voor kiezen nu juist ook de meest oostelijk gelegen open ruimte op het landgoed Dijnselburg eerder als kruiden (en fauna)rijk grasland te ontwikkelen dan te benutten voor kleinschalig agrarisch gebruik, dat ook gezien de nabijheid van de aldaar gelegen dassenburcht, evenals de algemeen beoogde zonering tussen meer rustige en meer dynamische delen; - Voorts zou zij ervoor willen pleiten de schuren op het landgoed Dijnselburg eerder tot beheerschuren (voor het landgoed) te ontwikkelen, voor zover zij dat al niet waren, aangezien het bekend is dat ook daar, althans in de directe omgeving, de in de nabijheid voorkomende dassenclan met enige regelmaat foeragerend wordt waargenomen; - Verder is het zo dat de Stichting m.b.t. de aangegeven 'ontwikkelvelden met natuurinclusieve woningbouw' hiervoor reeds heeft aangegeven dat deze overeenkomstig de 1e Wijziging Omgevingsverordening Provincie Utrecht 2022' feitelijk alleen mogelijk zijn als ook een daar een kwaliteitsimpuls tegenover staat, evenals zeker bij meer dan 50 woningen ook daadwerkelijk een bepaalde groenontwikkeling die in evenredige verhouding staat tot de hoeveelheid rood die wordt ontwikkeld; - Tenslotte blijft het voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
tevens de vraag of bij de beoogde/betreffende ontwikkelingen wel ook nadrukkelijk rekening is gehouden met de huidige milieudruk in het plangebied, zoals de geluidsbelasting van de A28 en ook de N237, etc., die mogelijk toch ook, zo leren ook de ervaringen bij de planontwikkeling van Huis ter Heide-West, bepaalde beperkingen/belemmeringen aan die ontwikkelingen met zich mee kunnen brengen. Met name in de: 'Kadernotitie Gebiedsvisie Dijnselburg (BRO, 2028)', Bijlage A: 'Gebiedspaspoort' wordt dan op een van de daarbij gegeven kaarten een overzicht gegeven van de diverse omgevingsaspecten, dus goed deze toch ook als richtinggevende milieufactoren mee te geven m.b.t. eventuele toekomstige ontwikkelingen. Weliswaar wordt hierbij in zekere zin in de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg', Hoofdstuk 6.4: 'Ontsluiting, routes en parkeren' bij stilgestaan onder de betreffende ambitie 16: 'Gezonde leefomgeving', maar o.i. zou het toch goed zijn op enigerlei wijze ook de mogelijke belemmeringen vanuit de omgevingsaspecten wel ook op de visiekaart in beeld te brengen, zodat daarmede bij toekomstige ontwikkelingen nadrukkelijk rekening kan worden gehouden. Meer in het bijzonder zou het o.i.
toch wel ook goed zijn als met name op de 'Gebiedsvisiekaart' toch wel ook (op een of andere wijze) de Wegh der Weegen' meer expliciet zou worden aangegeven, aangezien deze toch ook in belangrijke mate bepalend is geweest voor de ontwikkelingen die langs deze historische weg hebben plaatsgevonden, evenals toch ook voor de toekomstige identiteit van het gebied van Dijnselburg als geheel. 2.2.3 Dijnselburg In dit hoofdstuk wordt dan een beeld gegeven van Dijnselburg, zowel van de inbedding in de omgeving, de historische en landschappelijke waarden, als van de ecologische waarden. Cultuurhistorische en landschappelijke waarden
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. Wat betreft de cultuurhistorische waarden moeten daarbij dan de diverse tijdlagen (5) van belang worden geacht (zie in deze dus ook de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg', 'Cultuurhistorische en landschappelijke waardenkaart', pag. 16 en met name ook het 'Cultuurhistorische onderzoek Dijnselburg (NM, 2019)) : - Eerst de ontwikkeling tot de Uithof Dinslo, dat open plek in het bos betekent, van het klooster Oostbroek. Uit die periode moet ook het zogenaamde Kerkepad als een belangrijk relict worden aangemerkt; - Dan later als buitenplaats in de meer formele landschapstijl die dan deel uitmaakt van de landgoederenzone langs de Wegh de Weegen, zij het daarbij wel gezien de omvang wel een bijzondere (of wellicht beter afzonderlijke) positie in inneemt; - Dan halverwege de 19' eeuw een bepaalde verlandschappelijking van het landgoed in de meer informele/romantische landschapstijl; - Vervolgens als eigendom van het Aartsbisdom Utrecht, inclusief de vestiging van een Grootseminarie; - Tenslotte wordt in de naoorlogse periode het oorspronkelijke gebied (verder) verkaveld, dat o.a. door de realisatie van de camping Dijnselhoek/het Recreatiepark Dijnselburg en ook een Sportcomplex aan de westzijde van het plangebied.
In die zin goed te lezen dat deze waarden en met name ook bijbehorende structuurelementen in beeld zijn gebracht en als basis voor de toekomstige ontwikkelingen van het hele gebied worden genomen, evenals de kansen deze te herstellen. Wel zou o.i. gezien de betekenis van de Wegh der Weegen in algemene zin voor de ontwikkelingen die langs deze historische weg hebben plaatsgevonden, daar op de betreffende kaart: 'Cultuurhistorie en landschappelijke waarden', pag. 16, o.i. een veel prominentere plek kunnen worden gegeven, zodat daar bij welke ontwikkeling dan ook ook echt rekening wordt gehouden (zie in deze dus met name ook het daartoe relevante: 'Streefbeeld Wegh der Weegen' en waarvan dan in de: 'Kadernotitie Gebiedsvisie Wegh der Weegen (BRO, 2018)' in het betreffende Hoofdstuk 7 : 'Relevante delen projectenenveloppe Streefbeeld Wegh der Weegen' een beeld wordt gegeven). Weliswaar staat deze weg dus (gelukkig) wel ook op de kaarten: 'Inbedding in de omgeving' (zie ook de: 'Ontwerp Gebiedsvisie Dijnselburg', pag. 13 en ook 'Speelveld en invloedsgebied' (zie ook de: Ontwerp-Gebiedsvsie Dijnsleurg', pag. 14 ) aangegeven, maar door deze op andere relevante kaarten telkens terug te laten komen, wordt deze historische weg uiteindelijk niet uit het oog (en dus uit het hart) verloren.
Wel komt er ten zuiden van de kuil nog een relatief lage 'grondwal' voor, dat net naast een opgaande beukenlaan, waaraan mogelijk ook een bepaalde historische betekenis kan worden toegekend, dus wellicht goed hier nog eens naar te (laten) kijken en deze voor zover aan de orde ook op de kaart als beschermingswaardig op te nemen. Ecologische waarden Met betrekking tot de ecologie is dan eerst door BRO een soort van verkenning uitgevoerd (zie in deze dus ook de: 'Kadernotitie Gebiedsvisie Dijnselburg', Bijlage A: 'Gebiedspaspoort' en dan de kaart: 'Geschiktheid voor fauna- en florasoorten' en ook het daarbij gevoegde: 'Verkennend ecologisch bureauonderzoek (BRO, 2018)'). Daarna zijn alsnog door Blom Ecologie diverse nadere ecologische onderzoeken uitgevoerd, eerst voor het landgoed Dijnselburg zelf door de eigenaren (zie in deze dus ook het: 'Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna op het landgoed Dijnselburg te Zeist (Blom Ecologie, 2018)' en later in opdracht van de gemeente ook voor de omgeving van het landgoed: 'Oriënterend onderzoek naar de beschermde flora en fauna in de omgeving van het landgoed Dijnselburg te Zeist, (Blom Ecologie, 2019)').
Mede in het kader van de ontwikkelingen zoals deze op het aan het landgoed Dijnselburg grenzende gebied van Huis ter Heide-West zijn voorzien is voorts mede op het landgoed Dijnselburg ook nog een nadere onderzoek door Viridis naar met name
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. de betekenis van het gebied voor de das gedaan (zie in deze dus ook het: 'Aanvullend onderzoek dassen landgoed Dijnselburg en omgeving (Viridis, 2023)'). Op basis van de diverse inventarisaties, ook al gaat het dan m.u.v. de das om een 'Quickscan', is dan duidelijk dat met name ook het gebied van het landgoed wel degelijk ook van belang voor diverse soorten moet worden geacht. Dat blijkt overigens ook uit het eerdere onderzoek zoals deze in 1992 door het Bureau Waardenburg is uitgevoerd. Meer in het bijzonder geldt dat voor de das, die dan op het landgoed niet alleen een hoofdburcht heeft, maar ook diverse bijburchten, zoals in de taluds van de 'kuil', maar bijvoorbeeld ook voor de hazelworm, die dan o.a. is waargenomen in heideachtige vegetatie zoals deze aan rand atletiekbaan Fit voorkomt. Mede door de ouderdom van de op het landgoed voorkomende bossen, maar ook door de afwisseling van meer open en meer gesloten vegetaties, kan aan het gebied dus wel degelijk in ecologische zin een belangrijke waarde worden toegekend. Voor de levensvatbaarheid van de er voorkomende diersoorten moet dan tevens ook een uitwisseling met de natuurgebieden in de wijdere omgeving van belang worden geacht.
Dat dan nu ook, mede door in die zin gemaakte keuzen, zoals een duidelijke zonering tussen rustige delen ter hoogte van het landgoed en meer dynamische delen aan zijde Panweg, evenals ook de kansen die in die zin worden aangegeven om het gehele gebied in ecologische zin beter te verbinden met belangrijke natuurgebieden in de omgeving, zoals met die van de Overplaats van het landgoed Vollenhove, het Panbos en ook Ravenhorst (zie in deze dus o.a. ook de actualisatie zoals deze thans m.b.t. de `Biodoversiteitsvisie Zeist' wordt opgesteld) , wordt door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dan ook bijzonder gewaardeerd. Wat betreft de gegeven kaart: 'Ecologische waarden' (zie dus ook de: 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg', kaar op pag. 17 ), zou het wellicht toch ook goed zijn om naast de monumentale beukenlaan parallel aan de Amersfoortseweg, toch ook de diverse er voorkomende andere monumentale lanen aan te geven, die vaak niet alleen door vleermuizen als vliegroute worden gebruikt, maar tevens, zeker als van een bepaald verval sprake is, ook als verblijfplaats, diverse soorten, zoals spechten, etc.. Wellicht kunnen verder toch ook nog wat 'icoontjes' m.b.t.
voorkomende diersoorten worden vermeld (vergelijk ook de kaart uit het het: 'Verkennend ecologisch bureauonderzoek (BRO, 2018)’), zodat het voor iedereen ook in een oogopslag de ecologische betekenis van het gebied duidelijk is, zonder dat dan de exacte locaties worden aangegeven. Ook zouden op de betreffende kaart de als zodanig door de provincie Utrecht aangewezen 'oude bosgroeiplaatsen' kunnen worden opgenomen, ook al vallen deze globaal wel ook binnen de gebieden die op Fig.: 'Ecologische rustzones en verbindingen' op pag. 25 als 'ecologische rustzones' worden aangegeven. 2.2.4 Ruimtelijke raamwerk Hierbij wordt dan bij het algemene 'Ruimtelijke raamwerk' stilgestaan, dat mede op basis van de aanwezige 'ruimtelijke structuurdragers', zoals de aanwezige ecologische (denk aan o.a. de binnen het gebied voorkomende oude bosgroeiplaatsen) en ook cultuurhistorische waarden/kwaliteiten (denk aan o.a. de Ganzenvoet) , evenals bij bepaalde ontwikkelingen, zoals die van zowel de 'Woonkamer', dus van het Recreatiepark tot een woongebied, als van de 'Sportkamer', dat zowel t.b.v. de sport als de bouw van een aantal woningen, dat dan (mede) om aan gebied als geheel een algehele ruimtelijke kwaliteitsimpuls te kunnen geven. Met name aan het herstel van de zogenaamde Centrale as, evenals van de Ganzenvoet wordt daarbij een belangrijke betekenis toegekend.
Dat daarbij dan de zogenaamde 'Lagenbenadering' expliciet in beeld wordt gebracht, althans deze daaraan ten grondslag ligt (zie in deze dus met name ook de": 'Ontwerp-Gebiedsvisie
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. Dijnselburg', Fig. op pag. 23) wordt dan bijzondere gewaardeerd, ook al wordt deze systematiek o.i. dan (helaas) niet in alle hoofdstukken consequent doorgevoerd. Dat men dan bij de aangegeven ruimtelijke ontwikkelingen, dus die ter hoogte van zowel de Woon - en ook de 'Sportkamer' dan inzet op een 'natuurinclusieve ontwikkelingwoningbouw', ' voor zover die ontwikkeling dan in ruimtelijke zin aanvaardbaar moet worden geacht (zie in deze dus ook het voorbehoud zoals dat dienaangaande door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. hiervoor in het voorgaande Hoofdstuk 2.1 : 'Algemeen' is gemaakt) , spreekt dan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. uiteraard bijzonder aan (zie in deze overigens ook de: 'Brede Milieuvisie (Zeist, 2016)'). Door dit ook echt zorgvuldig aan te pakken, dat o.a. door het (waar ook maar enigszins mogelijk) behoud van aanwezige bomen, evenals het meer ruimte bieden aan groene kwaliteiten, dat o.a. ook vanwege zowel de klimaat- als biodiversiteitsopgave, kan zo ook voor het gehele gebied toch een grotere eenheid ontstaan, dat ook met referentie aan het rijke historische verleden, dan thans het geval is. 2.2.5 Ontwerp-principes In het betreffende hoofdstuk wordt dan bij diverse 'ontwerp-principes' stilgestaan. Wei is het de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
opgevallen, dat diverse hoofdstukken door elkaar lopen, zo wordt eerst hoofdstuk 5.3. '…..' behandeld, althans diverse sub-hoofdstukken en dan pas hoofdstukken 5.1 : 'Een landgoed met verschillende dynamieken' en 5.2: 'Ontwikkelingsmogelijkheden bestaande bebouwing'. Hoe een en ander ook zij, het zou o.i. goed zijn om toch eerst een aantal meer algemene ontwerpprincipes die voor het gebied als geheel van belang moeten worden geacht aan de orde te stellen, alvorens op meer specifieke 'ontwerp-principes' in te gaan, zoals m.b.t. ontwikkelmogelijkheden bestaande gebouwen, toegangen, slingerpaden, specifieke ruimten, zoals de kuil, etc.. Dus bijvoorbeeld eerst die m.b.t. de meer algemene uitgangspunten zoals die m.b.t. de dynamiek van het landgoed als geheel, dan die m.b.t. de ecologie en de cultuurhistorie en vervolgens die m.b.t. de wegen en gebouwen (vergelijk ook de 'Lagenbenadering') . Dus inderdaad mogelijk eerst ook echt Hoofdstuk 5.1 : 'Een landgoed met verschillende dynamieken' aan de orde stellen, dan die algemene ontwerp-principes m.b.t. de ecologie, dus Hoofdstuk 5.3.1 : 'Ecologische omhulsel en ecologische rustzones' hetgeen dan Hoofdstuk 5.2 zou worden, en dan vervolgens die m.b.t. de cultuurhistorie, zij het wel met een duidelijke hiërarchie, hetgeen dan Hoofdstuk 5.3. zou moeten worden.
Vervolgens dan de 'Ontwikkelingmogelijkheden diverse gebouwen' dat dan inderdaad in een apart hoofdstuk, zoals het huidige Hoofdstuk 5.2, maar dan als Hoofdstuk 5.4. Dat sluit dan o.i. ook mooi aan op Hoofdstuk 6: 'Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen'. Hoe dat ook zij, hieronder zal toch eerst worden ingegaan op de hoofdstukken 5.1 en 5.2, waarna op diverse sub-hoofdstukken van Hoofdstuk 5.3 wordt ingegaan. Een landgoed met verschillende dynamieken (zie ook Hoofdstuk 5.1) Ook gezien aanwezige waarden, dus zowel die m.b.t. de cultuurhistorie, als de ecologie, evenals de historische ontwikkeling, dus naoorlogse ontwikkelingen, kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van harte instemmen met de zonering zoals deze in de 'Ontwerp Gebiedsvisie Dijnselburg' in algemene zin wordt voorgestaan, dus een meer rustig deel in het oosten/noorden (ruimte voor natuur) en meer reuring/dynamiek in het westen/zuiden (ruimte voor de mens) (zie ook onderstaande fig. : 'Rust en reuring Dijnselburg' uit 'Ontwerp Gebiedsvisie Dijnselburg', pag. 27) Ontwikkelingsmogeliikheden bestaande (en eventuele toekomstige) bebouwing (zie ook Hoofdstuk 5.2)
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. In dit hoofdstuk wordt dan bij diverse ontwikkelmogelijkheden bestaande bebouwing ingegaan en dan in het bijzonder die m.b.t. het Restaurant, het Land huiscomplex, het Zusterhuis en de Arbeiderswoning, de Schuren bij het landhuis en de Sporthal (sloopnieuwbouw). Restaurant Dit restaurant ligt zoals aangegeven op de prominente plek. In zijn algemeenheid kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich in de voor de betreffende plek gegeven ontwerpprincipes vinden, waarbij het haar wel is opgevallen dat dan weliswaar in de inleiding wordt gerefereerd dat het restaurant zich bevindt in de zichtas van de 18e eeuwse beukenlaan, maar bij de gegeven 'ontwerpprincipes' op geen enkele wijze wordt verwezen naar de ligging aan de Wegh der Weegen, tenzij dat natuurlijk voor iedereen als bekend wordt verondersteld. In ieder geval zou het goed zijn als juist ook bij de voor het Restaurant gegeven ontwerpprincipes toch ook meer direct zou worden verwezen naar de diverse ontwerpprincipes zoals deze in het Streefbeeld Wegh der Weegen zijn opgenomen (zie in deze dus o.a. de: 'Kadernotitie Gebiedsvisie Dijnselburg', Hoofdstuk 7 : 'Relevante onderdelen projectenenveloppe Streefbeeld 'Wegh der Weegen'), tenzij de in de 'Ontwerp-Gebiedsvisie Dijnselburg' voor het Restaurant gegeven principes daar direct op aansluiten.
Juist ook gezien de ligging van de Wegh der Weegen wordt het dus voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van belang geacht dat er inderdaad voor het parkeren een andere oplossing wordt gezocht en waarbij voor het gebied van het restaurant als geheel en dan in het bijzonder ook aan de voorzijde een sterke vergroening wordt nagestreefd, passend bij de buitenplaatsenzone van de Wegh der Weegen als geheel. Uitgangspunten bestaande gebouwen landgoed Dijnselburg Dat dan voor de diverse gebouwen op het landgoed naar passende gebruiksmogelijkheden wordt gezocht, daar kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich op zich in vinden, uiteraard voor zover de cultuurhistorische waarden van de betreffende gebouwen en uiteindelijk ook de ecologische waarden zoals deze in de nabije omgeving voorkomen daarbij worden gerespecteerd. Een bijzonder aandachtspunt is daarbij natuurlijk ook het parkeren, waarbij nu dan weliswaar nu vanaf de Amersfoortseweg/Wegh der Weegen aan de achterzijde is gesitueerd, alwaar dan nu juist ook thans — dat i.t.t. veel van de andere buitenplaatsen aan de Wegh der Weegen, ook de entree is gesitueerd. Dus voor zover hier dan toch bepaalde ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt, dient met name voor het parkeren/de parkeerdruk hoe dan ook bijzondere aandacht te zijn, dat ook aangezien een oplossing met respect voor zowel cultuurhistorische waarden (denk o.a.
aan het vrij houden van de zichtassen) en ook ecologische waarden nog niet een, twee, drie is gevonden. Zoals ook hiervoor reeds aangegeven staat wat betreft de bestaande gebouwen op het landgoed (sec) de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. met name ook kritisch tegenover eventuele ontwikkeling van aldaar aanwezige schuren tot schuurwoningen, dat ook gezien de nabijheid van de op het landgoed voorkomende dassenburcht. Weliswaar worden daartoe ook bepaalde voorwaarden aangegeven, maar beter zou het o.i. toch zijn een dergelijke mogelijkheid al bij voorbaat uit te sluiten en de betreffende schuren juist t.b.v. het beheer van het landgoed aan te (blijven) houden. Uitgangspunten onbebouwd deel landgoed Dijnselburg Weliswaar klopt het dat overeenkomstig de 'Omgevingsverordening Provincie Utrecht' voor buitenplaatsen ruimte wordt geboden voor wat dan als 'Behoud door ontwikkeling' wordt aangeduid, waarvoor dan tevens de 'Handreiking Behoud door Ontwikkeling' is uitgebracht. Ook gezien het feit dat nu juist met voorliggende gebiedsvisie wordt bezien, althans dat was toch het idee, hoe op de schaal van het gebied als geheel tot een kwaliteitsimpuls kan worden gekomen, dus door bijdragen vanuit het ene gebiedsdeel aan het andere, is het o.i. beter het gegeven ontwerp-principe, hetgeen dan het gehele Hoofdstuk 5.2.5 betreft, vooralsnog uit de gebiedsvisie te laten.
Voor zover de noodzaak hier voor ook echt kan worden aangetoond, kan hiervoor later desgewenst alsnog een
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. aparte procedure worden gevolgd. Hoofdstuk 5.3 ?????? Hierbij gaat het dan o.i. toch ook om een aantal meer algemene ontwerp-principes, dus wellicht toch goed zoals ook hiervoor reeds aangegeven in die zin nog eens naar de nu gekozen hoofdstukindeling te kijken, dus toch eerst meer algemene ontwerp principes, zoals die m.b.t. ecologie en ook cultuurhistorie, en daarna pas meer specifieke ontwerp-principes, zoals m.b.t. bestaande gebouwen, specifieke ruimtes, etc.. Ecologisch omhulsel en ecologische rustzones Een duidelijke ecologische zonering, met dus zones alwaar meer rust aanwezig is, zoals in het oostelijke/noordelijke gedeelte, als met meer reuring, zoals in het westelijke/zuidelijke gedeelte, evenals een ecologisch omhulsel, dat ook verbonden met de natuur uit de wijdere omgeving, moet o.i. van wezenlijk belang worden geacht om ook echt aan het gebied als geheel een ecologische kwaliteitsimpuls te kunnen geven, dat dus naast een daarop gericht beheer, zoals kleinschalig beheer van het beheer bos, rekening houdend met o.a. de successiefase waarin een bepaald bostype zich bevindt, evenals ook van overige vegetaties, zoals die van het nog in ontwikkeling te brengen 'Kruiden (-en fauna-)rijk grasland (met o.a. een sinusbeheer) . Juist om die zonering ook echt te kunnen waarborgen zou het o.i.
wel goed zijn, dat als (op termijn) het landgoed (toch) weer zou worden opengesteld, dat er dan in ieder geval een verbod zou komen voor honden, ook aangelijnd, dat ook gezien de er voorkomende dassen. Verder zou het toch ook goed zijn als er met name voor het landgoed Dijnselburg (sec) toch ook een apart: 'Inrichtings- en beheerplan' zou worden opgesteld, dat teneinde tot een optimalisatie van aanwezige en nog te ontwikkelen waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie te kunnen komen. Dan kunnen die waarden ook beter worden geborgd en waar mogelijk versterkt. Cultuurhistorie en landschap Als de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de keuze had, had zij hierbij toch eerst stilgestaan bij meer algemene ontwerp-principes die ook echt voor het gebied als geheel van belang zijn, zoals een aantal cultuurhistorische principes die de diverse tijdlagen weerspiegelen, zoals die m.b.t. Uithof Dinslo met A die tijd o.a. het Kerkepad, althans voor zover nog herkenbaar, dan die m.b.t. de Wegh der Weegen, de latere Verlandschappelijking en de kansen die dat biedt tot herstel. In die zin wel zij dan ook de volgende volgorde voorstellen: Kerkepad Dat hier wordt bezien of door 'verbijzondering' zoals aanplant onderplanting (met o.a. hazelaar) , het historische karakter van dit pad kan worden benadrukt, daar kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.i. zich op zich in vinden.
Wel is het zo dat het pad (voornamelijk) wordt gekenmerkt door beplanting van beuk, die niet alleen weinig licht doorlaat, maar het de vraag is of het gewenst is daar extra onderbeplanting aan te brengen, dat gezien daarmede mogelijk gepaard gaande beschadiging van de beworteling van de beuk die vaak heel oppervlakkig is. Verder is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus geen voorstander van dat bij dit pad alsnog een halfverharding wordt aangebracht, dat niet alleen gezien te verwachten effecten op de oppervlakkig wortelende beuken, maar ook gezien het belang van zandpaden voor diverse soorten. Wat betreft de inpassing van 'houten toestellen' in het kader van het zogenaamde 'beweegrondje' t.r.t. de herontwikkeling van het Sportpark Dijnselburg is het uiteraard zo dat ook daarbij natuurlijk met zowel cultuurhistorische als ecologische waarden van het Kerkepad en de omgeving rekening dient te worden gehouden.
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o.
Wegh der Weegen Hierbij wordt dan behalve op betekenis van de Wegh der Weegen (sec) met name ook ingegaan op herstel historische beukenlaan die dan parallel loopt aan de Wegh de Weegen en ook de locatie van het Restaurant ter hoogte van de Panweg. In ieder geval zou het goed zijn dat hierbij wat betreft de randvoorwaarden en waarbij t.a.v. Restaurant daarop hiervoor reeds is ingegaan dan met name ook ter nadere onderbouwing zou worden verwezen naar het: 'Streefbeeld Wegh de Weegen' (zie in deze dus ook de 'Kadernotitie Gebiedsvisie Dijnselburg', Hoofdstuk 7 : 'Relevante onderdelen projectenenveloppe Streefbeeld 'Wegh der Weegen'). Buitenplaats Dijnselburg (als geheel) Goed dat men hier op herstel van zowel de ecologische waarden en ook cultuurhistorische waarden inzet. Wel dus goed, zoals ook hiervoor reeds aangegeven, als daartoe dan alsnog op basis van de diverse in die zin gegeven analyses, evenals op basis van gewenste aanvullende inventarisaties, zoals m.b.t. de ecologie, waarvoor dan eigenlijk tot op heden alleen een aantal 'quickscan's' zijn uitgevoerd, dat dan m.u.v. de das, een 'Inrichtings- en Beheerplan' wordt opgesteld, dat om niet alleen inzicht te krijgen in de in die zin gewenste inrichtingsmaatregelen, dat dus mede i.r.t. tot de op de: 'Gebiedsvisiekaart' aangegeven toekomstbeelden, maar deze ook te borgen.
Wat betreft het herstel bepaalde historische assen is dat o.i. op zich een goed voornemen, maar wel zou het goed zijn te bezien wat dat voor aanwezige bomen/bos betekent, zoals voor herstellen zichtlijn centrale as in richting van het Hoofdhuis Dijnselburg. De Panweg (als sortie Wegh der Weegen) Goed dat wordt bezien of deze weg alsnog zou kunnen worden versmald van 4 naar 2 rijbanen, hetgeen een aanzienlijke kwaliteitsimpuls met zich mee kan bregen. Wel is het zo dat het van belang kan zijn de in ecologisch opzicht waardevolle groene middenberm te behouden, waar in ieder geval in het verleden o.a. de steenanjer is waargenomen (zie in deze ook het rapport: 'Beschermde en bedreigde soorten Zeist (Bureau Waardenburg, 2014)'). Ook zou bij de gegeven herstructurering meteen ook in een betere ecologische verbinding kunnen worden voorzien tussen het Sanatoriumbos en de Overplaats van Vollenhove/het Panbos, dat door deel van het viaduct over de A-28 een groene invulling te geven (zie in deze o.a. ook actualisatie van de: 'Biodiversiteitsvisie (Zeist, 2021)'). De centrale as als structuurdrager en Ganzenvoet als overgangszone Zie ook hetgeen hiervoor reeds onder het hoofdje: 'Buitenplaats Dijnselburg (als geheel)' m.b.t. herstellen historische assen naar voren is gebracht. De Kuil Zoals ook hiervoor reeds aangegeven kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
ermee instemmen als niet alleen aan de 'Kuil' een ecologische meerwaarde wordt gegeven door aldaar 'Kruiden(- en faunarijk)grasland' tot ontwikkelingen te brengen, maar deze tevens, dat o.a. vanwege de betekenis van het gebied als leefgebied voor de das, inclusief een bijburcht, als 'ecologisch rustgebied' te bestemmen. Zoals eveneens hiervoor reeds aangegeven, staat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. in die zin kritisch tegenover de aanleg van recreatieve paden in/door de kuil. Toegangen landgoed
5 – 393245 – stichting Milieuzorg Zeist e.o. Naast hoofdentree aan Panweg t.b.v. nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, dus die van zowel de 'Woonals de 'Sportkamer', wordt hierbij aandacht gegeven aan de wandel- en fietsbrug over de A-28, evenals mogelijk nieuwe verbindingen t.b.v. Huis ter Heide-West en ook ter hoogte van Vollenhove. O.i. blijft het de vraag of de ontsluiting ter hoogte brug A-28 wel ook geheel voor fietsers geschikt zou moeten worden gemaakt, dat niet alleen vanuit oogpunt ecologie, maar ook vanuit de historische waarden, zoals van oostelijk deel van de Ganzenvoet en met name ook het Kerkepad. Verder wordt dus ook mogelijkheid geopperd entree ter hoogte Huis ter Heide -West meteen ook voor fietsers geschikt te maken, maar ook daarvan is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus geen voorstander, dat ook gezien mogelijke impact op het geschikt maken bepaalde lanen voor fietsers op aanwezige en nog te ontwikkelen ecologische waarden, als ook cultuurhistorische waarden, zoals o.a. van het Kerkepad. De slingerpaden en informele wandelrondje Hierbij wordt dan weliswaar aangegeven dat t.b.v. de realisatie van het informele wandelrondje er rekening dient te worden gehouden met de nog te ontwikkelen natuurwaarden, zoals 'ecologische rustgebieden'.
Tevens wordt aangegeven dat bij eventueel ingrepen in de ondergrond of het oppervlak grondig onderzoek wordt uitgevoerd om de impact op het gebied te kunnen beoordelen en te minimaliseren. Op zich wordt dit gewaardeerd, maar teneinde een negatieve impact op waarden te voorkomen zouden daarbij ook nadrukkelijk zowel aanwezige (landschaps)ecologische en ook cultuurhistorische waarden nadrukkelijk dienen te worden afgewogen, waarbij het dan voor de hand ligt dat (inderdaad) waar maar enigszins mogelijk van bestaande paden gebruik wordt gemaakt. Verder is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. er een voorstander van dat de paden binnen het plangebied waar maar enigszins mogelijk toch hun natuurlijke karakter blijven behouden. Dat niet alleen vanwege de gevolgen van het aanbrengen van een halfverharding voor aanwezige vaak monumentale bomen, waarvoor met name ook beuk zeer gevoelig is, maar ook gezien de betekenis van juist zandbodems als leefgebied voor diverse insecten, zoals o.a. zandbijen, zij het dat zij dan wel op plekken waar zij door de zon kunnen worden beschenen. Toegankelijkheid en verblijfsplekken Hierbij wordt dan aangegeven dat de paden bij voorkeur zoveel mogelijk openbaar toegankelijk zijn, zij het daarbij wel rekening houdend met 'ecologische rustzones'. Op zich kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
zich in algemene zin hierin vinden, zij het dat zij wel van mening is dat met name op het landgoed (sec) honden verboden zouden moeten worden vanwege de kwetsbaarheid van aldaar ecologische waarden. 2.2.6 Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen Hierbij wordt dan met name een beeld gegeven van mogelijke ontwikkelingen rondom de 'Sport- en ook de 'Woonkamer', dat dan aan de hand van een 16-tal 'ambities'. In ieder geval zou het o.i. goed zijn daarbij alsnog in algemene zin zowel te refereren aan het: 'Handboek bouwen voor de Toekomst 2.0 (Natuur- en Milieu Federaties, 2024)', maar ook aan het: 'Convenant Duurzame Verstedelijking' en waarbij de gemeente dan voor 'goud' gaat. In ieder geval goed dat men ter plaatse van de betreffende toekomstige ontwikkelingen deze qua schaal en massa aan wil laten sluiten bij het karakter van de buitenplaats als geheel en dan dus in het bijzonder van het (oorspronkelijke) landgoed Dijnselburg, zodat als zodanig weer een (bepaalde) eenheid kan ontstaan (zie in deze ook: 'Ambitie 2').
Dat men daarbij zowel boskarakter en ook de hoogte van de bomen als basis neemt voor de toekomstige ontwikkeling, dus dat 'de nieuwbouw in maat en schaal ondergeschikt dient te zijn aan het boskarakter en ook 'de boomgrens leidend is voor de bouwhoogte' (zie in deze dus ook: 'Ambitie 3'), evenals de 'nieuwbouw zoveel mogelijk wordt geclusterd om natuur de ruimte te bieden' (zie ook