24RV057 - 3a- 1 NM Cultuurhistorisch onderzoek Dijnselburg 2019-12-18
Tekst van het document
• • • • • • • •
muurkassen (periode kwekerij); Restanten landschapspark voorterrein en restanten park in noordoostelijk deel (huidig bos); Gebogen entreelaan vanaf Amersfoortseweg; Zicht over zuidelijke weide; Lanenstructuur in driesprong (westelijk deel); Zichtlijn Badmeester Schenkpad; Beukenhaag/ bomenrij achter Chinees-Indisch restaurant Laan ten zuidwesten van de atletiekbaan. Solitaire bomen met eventuele monumentale waarde op terreinen landgoed en camping (nader onderzoek nodig).
Relicten uit tijdsperiode ‘Landgoed en bisdom’ • het Philosophicum met kapel; • bungalow; • parkeerplaats op voormalige tennisbaan; • riooloverstort. Relicten uit naoorlogse periode • Dijnselhoek als horeca-plek • Sporthal Dijnselburg • Bungalow Amersfoortseweg en bungalow Badmeester Schenkpad Middeleeuws kerkepad Het huidige kerkepad dat als de zandpad de oostelijke grens vormt van het plangebied, heeft als middeleeuws relict een hoge cultuurhistorische waarde. Het kerkepad is grotendeels intact, met uitzondering onderlangs de akker van Dijnselburg. De oude eikenwal langs de oostzijde van het sportveld is hier goed te herkennen, maar het pad dat vroeger langs de hele oostkant ervan liep, is nu wisselend aan oost- en westzijde gelegen. Het enige reliëf langs het pad bestaat uit lage stuifduintjes en de wallen van het kerkepad. Vanaf de ingang van de voetbalvereniging tot aan de A28 ontbreken enkele beukenbomen langs het kerkepad. Er staan nu Amerikaanse eiken. Het wallichaam van het kerkepad is nog wel herkenbaar en zichtbaar. Halverwege de akker van Dijnselburg buigt het huidige pad van het oorspronkelijke tracé af. Dit is niet voor iedereen herkenbaar.
69 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
Hoog
negatief (rood): onderdeel dat storend is of afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van de tuin.
Positief hoog (blauw): essentieel en onlosmakelijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin; Externe waardestelling vm. buitenplaats Dijnselburg
positief (groen): belangrijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin, bijvoorbeeld vanwege de
Legenda cultuurhistorische waarde instandhouding en afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis; Indiferrent
Hoog Negatief
indifferent (geel): geen wezenlijk onderdeel van de cultuurhistorische waarde van de tuin; negatief (rood): onderdeel dat storend is of afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van de tuin.
Positief Indiferrent Negatief
EXTERNE WAARDESTELLING
Toelichting kleurcode cultuurhistorische waarde: • hoog (blauw): essentieel en onlosmakelijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin; • positief (groen): belangrijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin, bijvoorbeeld vanwege de instandhouding en afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis; • indifferent (geel): geen wezenlijk onderdeel van de cultuurhistorische waarde van de tuin; • negatief (rood): onderdeel dat storend is of afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van de tuin. 70
EXTERNE WAARDESTELLING Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
5.2 Toelichting methodiek waardestellend onderzoek De gevolgde waarderingsmethodiek is gebaseerd op de richtlijnen voor tuinhistorisch onderzoek (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
te offeren of in te ruilen voor andere waarden of belangen. Bij integrale afwegingen spelen waardestellingen die met bewijsvoering zijn onderbouwd een belangrijke rol.
Een waardestelling is een waardeuitspraak over (onderdelen van) een object van onderzoek op basis van vooraf vastgestelde criteria, onderbouwd, reproduceerbaar en verifieerbaar door onderzoek in situ en op basis van bronnen zoals archieven en (historisch) kaartmateriaal. De waardestelling is mede afhankelijk van de gaafheid en de zeldzaamheid, gerelateerd aan andere objecten met dezelfde of soortgelijke waarden. Ook op die punten moet de waardestelling verifieerbaar zijn.
5.3 Externe waardestelling landgoed/ vm. buitenplaats Dijnselburg Landgoed Dijnselburg is als structuur (en daarmee als geheel) aangewezen als gemeentelijk monument. De parkaanleg van het landgoed vormt hiervoor de referentiebasis, samen met het landhuis en het Philosophicum (drie gemeentelijke monumenten). Om de waardering van het landgoed als geheel te duiden wordt onderscheid gemaakt in deelwaarden: algemeen historische waarde, ensemblewaarde, tuinhistorische waarde, tuinarchitectonische waarde en gebruikshistorische waarde. In Zeist liggen in totaal 69 buitenplaatsen, waarvan 33 in een vergelijkbare categorie (typologie buitenplaats).
Externe en interne waardestelling Voor het gehele plangebied gebiedsvisie Dijnselburg is een interne waardestelling opgesteld. Voor buitenplaats Dijnselberg is zowel sprake van een externe als van een interne waardestelling. Bij de externe waardestelling van de buitenplaats wordt de tuin- en parkaanleg van buitenplaats Dijnselburg als geheel gerelateerd aan de nationale betekenis en de positie ten opzichte van vergelijkbare buitenplaatsen, landgoederen en andere vergelijkbare gebieden in Nederland. De aanwijzing van het landschapspark als gemeentelijk monument is een eerste indicatie van deze contextuele waardestelling. Vanwege de verdiepingsslag in voorliggend onderzoek, kan deze waardering nader worden gespecificeerd. De interne waardestelling vindt plaats op deelgebied- en elementsniveau binnen de begrenzing van object, in dit geval het eigendom van landgoed Dijnselburg. Er wordt dus in principe niet gerelateerd aan vergelijkbare elementen op andere terreinen. Een nadere waardering op deelgebiedof elementsniveau geeft bijvoorbeeld meer inzicht in de betekenis of ouderdom.
Zijn er bijvoorbeeld nog authentieke elementen aanwezig uit een bepaalde tijdsperiode? Zijn er later nieuwe elementen toegevoegd en doen deze afbreuk aan eerdere elementen? De interne waardestelling geeft meer inzicht en overzicht tussen de waarden van elementen, eventuele onderlinge relaties en de essentie van de parkaanleg. Status van de waardestelling Een (cultuurhistorische) waardestelling kent waarde toe aan (onderdelen van) de aanleg, maar is geen dictaat of pleidooi voor het musealiseren of bevriezen van een aanleg. Naarmate cultuurhistorische waarden hoger zijn, moeten er krachtiger en sterker onderbouwde argumenten zijn om ze op
Algemene historische waarde • aanwezigheid van verschillende zichtbare tijdslagen binnen het geheel; • als uitdrukking van landschappelijke ontwikkeling van het gebied rond de Amersfoortseweg; • als onderdeel van een ensemble buitenplaatsen aan de Amersfoortseweg; • als uitdrukking van de katholieke geschiedenis in en om Zeist; • als uitdrukking van de typologische geschiedenis van de katholieke internaats- /opleidingsgebouwen en de roomskatholieke kapelbouw. Ensemblewaarde De samenhang met andere buitenplaatsen aan de Amersfoortseweg is een belangrijk kenmerk van Dijnselburg. De ontwikkeling van het landgoed hangt nauw samen met de grootse ingreep van de ‘Weg der Weeghen’ en de bloeiperiode van buitenplaatsen in de 18e en 19e eeuw. Echter visueel-ruimtelijk gezien is het landgoed niet altijd op de Amersfoortseweg georienteerd geweest. Zo is er bijvoorbeeld van oorsprong geen zichtrelatie tussen landhuis en Amersfoortseweg geweest en is de vroegere toegangsweg op het zuiden gericht. Ook de entree van het landhuis is niet aan de ‘voorzijde’, maar aan de achterzijde (gezien vanaf de Amersfoortseweg). Hiermee is de samenhang met andere buitenplaatsen aan de Amersfoortseweg beperkt, maar toont wel overeenkomsten door restanten van de vakkenindeling en restanten parkaanleg in landschapsstijl (idem voor bouwontwikkeling landhuis)
71 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
(blauw):plangebied essentieel en onlosmakelijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin; Interne waardestellinghoog totale (concept2)
positief (groen): belangrijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin, bijvoorbeeld vanwege de instandhouding en afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis; indifferent (geel): geen wezenlijk onderdeel van de cultuurhistorische waarde van de tuin; negatief (rood): onderdeel dat storend is of afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van de tuin.
Legenda cultuurhistorische waarde
Hoog Positief Indiferrent Negatief
Zichtlijn hoge waarde Open ruimte hoge waarde Ensemblewaarde hoge waarde
rde waa itaire e l l a ent e so num and mo besta der te van en na en k bom erzoe ond
Grens plangebied Grens landgoed
Toelichting kleurcode cultuurhistorische waarde: • hoog (blauw): essentieel en onlosmakelijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin; • positief (groen): belangrijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin, bijvoorbeeld vanwege de instandhouding en afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis; • indifferent (geel): geen wezenlijk onderdeel van de cultuurhistorische waarde van de tuin; • negatief (rood): onderdeel dat storend is of afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van de tuin. 72
EXTERNE WAARDESTELLING Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
Tuinhistorische waarde Voor het landschapspark van Dijnselburg is vooralsnog geen oorspronkelijk ontwerpplan bekend en daardoor is de tuinhistorische waarde enkel vanuit de bestaande situatie te beoordelen. De parkaanleg is in algemene zin vervaagd, de ruimtelijkheid met doorzichten en beplantingsopbouw is alleen nog op het voorterrein aan de Amersfoortseweg herkenbaar. Het voorterrein aan de Amersfoortseweg heeft begin 19e eeuw meer symmetrie gekend, hiervan zijn nog relicten aanwezig (zoals van de tweede toegangsweg aan de Amersfoortseweg). De aanwezige beplanting op dit voorterrein is van tuinhistorische waarde, zoals de rhododendrongroepen, solitaire bomen en boomgroepen. De oudste lanen betreffen de beukenlaan parallel aan de Amersfoortseweg en de entreelaan. Daarnaast zijn de eiken in de strook ten zuiden van het landhuis en de boomgroepen op de zuidelijke akker waardevol vanwege hun ouderdom. De variatie in boomsoorten is niet heel groot, maar was naar verwachting vroeger groter. Verder domineert het besloten boskarakter van veelal uitgegroeide beplantingen, zowel loof- als naaldhout. Met name in het zuidwestelijk deel is de bosbouw van invloed geweest op de park- en padenstructuur. Tuinarchitectonische waarde De parkaanleg (en het complex als geheel) is als gemeentelijk monument aangewezen vanwege de gaafheid en herkenbaarheid.
Echter dit is –vooralsnog - niet te vergelijken (te toetsen) met een oorspronkelijk ontwerpplan. Wel is de tuinstijl te categoriseren in de landschapsstijl, een veel voorkomende tuinstijl in de 19e eeuw. Nadere duiding van de tuinstijl is helaas niet mogelijk, omdat hierover in de archieven en de literatuur weinig over te vinden is. Landschapshistorische waarde Het landgoed kent verschillende verschijningsvormen. Vanaf de middeleeuwen bekeken is de plek ruim vier eeuwen lang een uithof van het vrouwenklooster geweest. De huidige verschijningsvorm relateert hier niet meer aan en Dijnselburg wordt in huidige vorm gekarakteriseerd als een (klein) landgoed. De typologie buitenplaats is niet helemaal zuiver, als men er vanuit gaat dat op Dijnselburg altijd jaarrond werd gewoond en het niet oorspronkelijk als zomerhuis was bedoeld. Er zijn verschillende verhalen aan de plek verbonden, zoals bijvoorbeeld aan het kerkepad, en hiervan zijn sommige redelijk
gedocumenteerd. De nuts- of agrarische functie speelde (en speelt nog steeds) een belangrijke rol op Dijnselburg, zoals de akkers, weides en moestuin. De agrarische functie heeft een sterke binding met het landschap en de ontstaansgeschiedenis van deze plek als uithof van het vrouwenklooster. Gebruikshistorische waarde Kenmerkend voor Dijnselburg zijn de verschillende tijdslagen en transformaties van het landgoed. De middeleeuwse oorsprong als hof van het vrouwenklooster kent een sterke binding met de regionale (kerkelijke) geschiedenis. Daarnaast is het agrarisch gebruik een terugkerend thema op Dijnselburg tot op de dag van vandaag. De vroegere veeteelt, weides, akkers en huidige moestuin zijn hier voorbeelden van. Ook is er gelange tijd een kwekerij geweest met verkoop van tuinplanten en gewassen. Het hout uit het productiebos werd ook te koop aangeboden en was een van de inkomsten voor het landgoed. Het eigendom van het landgoed is vaak, mede door de lange geschiedenis, gewisseld van eigenaar. Het eerste eigendom van het vrouwenklooster en het latere eigendom van het bisdom hebben een opvallende kerkelijke link. Deze gebruiksfunctie is dan ook sterk verbonden met Dijnselburg. 5.4 Interne waardestelling plangebied gebiedsvisie Dijnselburg Voor de interne waardestelling is er gekozen voor een thematische indeling. De thema’s komen deels overeen met de thema’s in hoofdstuk 4.
Per thema zijn elementen van de relictenkaart gekoppeld, waardoor de samenhang tussen de elementen inzichtelijk is. 1. Beukenlaan parallel aan Amersfoortseweg: hoog Dit element kent de hoogste cultuurhistorische waarde, omdat het als structuur te herleiden is tot de vakkenindeling van de Amersfoortseweg. Daarnaast had deze (zicht)laan vroeger een (zichtrelatie) met de naastgelegen buitenplaats Zandbergen. 2. Entreelaan, voorterrein en directe omgeving landhuis: hoog Deze zone kent een hoge cultuurhistorische waarde, doordat deze de verbinding met de ontwikkeling als buitenplaats aan de Amersfoortseweg vertegenwoordigt. De oude boombeplanting langs de entreelaan, het gazon met rhododendrons en het landhuis behoren tot dit thema. 3. Rand zandpad oostgrens: hoog In het zuidoosten grenst het landgoed aan het zandpad. Vroeger maakte het zandpad onderdeel uit van het landgoed. In de randen zijn restanten 73
Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
van wallen en oude beplantingen te vinden. 4. Zichtlijnen vanuit het landhuis: hoog Vanuit het landhuis zijn verschillende zichtlijnen aanwezig, richting het noorden, westen en zuiden. De zichtlijnen zijn grotendeels intact. De westelijke zichtlijn - Badmeester Schenkpad - is vervaagd maar nog wel aanwezig. 5. Open ruimtes: hoog Verschillende open ruimtes op het landgoedterrein (voorterrein landgoed, akker oostzuide en akker zuidzijde) zijn van cultuurhistorische hoge waarde omdat deze al sinds de 19e eeuw onderdeel uitmaken van de ruimtelijke opbouw en afwisseling van het parkbos. 6. Ensemblewaarde ruimtelijke eenheid plangebied: hoog Het gegeven dat het geheel van het plangebied een besloten bosrand heeft - met een eigen ‘binnenwereld’ - en van oorsprong 1 ruimtelijke eenheid als relict uit de periode van de Wegh der Weegen was, is van hoge waarde, maar moeilijk te duiden op kaart (zie dikke omsluitende donkerblauwe lijn). Bij toekomstige ontwikkelingen dient deze ruimtelijke eenheid die ingesloten ligt tussen de Panweg, Amersfoortseweg, A28 en Prins Alexanderweg, bewaard te blijven of te worden versterkt. 7. Zuidelijke weide met boomgroepen (open zichtrelatie): positief De weide ten zuiden van het landhuis is op dit moment in gebruik als maisland.
De openheid van dit deel van het landgoed gaat ver terug in de tijd en is kenmerkend voor de eerste fase van de buitenplaatsperiode. De samenhang met de westelijk gelegen eikenbeplanting, de zichtrelatie richting het zuiden en de oude boomgroepen zijn hoog gewaardeerd. 8. Parkbos ten noordoosten van landhuis: positief Ten noordoosten van het landhuis ligt een deel van de vroegere parkaanleg in het bos. Op de hoogtekaart zijn de structuren van de wandelpaden herkenbaar en ook in het terrein zijn deze zichtbaar. Door uitgegroeide beplantingen en achterstallig onderhoud is er weinig meer over van de oorspronkelijk parkaanleg. Echter zijn er nog delen van herkenbaar en zichtbaar in het bos. 9. Moestuin en omgeving koetshuis en zustershuis: positief De moestuin met muur en muurkassen kent ook een lange periode van aanwezigheid op het landgoed. Al in de beginperiode van de buitenplaats was de moestuin aanwezig. De exacte ouderdom van de moestuinelementen dient bouwhistorisch te worden bepaald. Bij de zuidoosthoek van het Philosophicum ligt een ronde grondwal. 74
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
De oorsprong is onduidelijk en dient nader te worden onderzocht. Het zou een restant kunnen zijn van een (kleine) ijskelder of de fundering van een vroegere theekoepel. 10. Restant structuur parkbos ten noordwesten van landhuis: positief Uit kaartstudie blijkt dat een deel van het vroegere parkbos (19e eeuw) niet is meegenomen met de zandafgraving. In de ondergrond resteren wellicht nog funderingen of restanten van wandelpaden. Daarom heeft dit deel van het landgoed een positieve beoordeling gekregen. 11. Laanstructuren westelijk deel: positief De drie lanen (twee beukenlanen en een eikenlaan) ten westen van het landgoed zijn grotendeels uit de 19e eeuw en van positieve waarde als relicten van het ooit grotere parkbos. Hierbij is de verwachting dat de middenlaan een oudere 18e eeuwse structuur is, deze is van hoge waarde. In het zuidwestelijk deel staan twee 19e eeuwse lanen (Amerikaanse eik) als relicten van het parkbos met positieve waarde. 12. Zandafgraving: indifferent Met de zandafgraving is letterlijk een groot gat geslagen in de mogelijk nog aanwezige structuren van de 19e eeuwse parkaanleg. 13. Atletiekbaan en omgeving: indifferent Met de aanleg van de atletiekbaan, maar ook in de periode van de aanleg van het zwembad, is een groot deel van dit terrein afgegraven en zijn oude structuren en beplantingen verdwenen. 14.
Campingterrein: indifferent Het terrein van de camping is vaak gewijzigd en daarom van indifferente waarde. De verwachting is wel dat er nog enkele monumentale bomen aanwezig zijn. Dit dient nader te worden onderzocht. De 18e eeuwse beukenlaan liep tot de aanleg van de camping ook over dit deel van het terrein, maar is gekapt ten tijde van de aanleg van de camping/ recreatieterrein. 15. Voormalige tennisbaan en huidige parkeerplaats: indifferent Vanwege de beperkte ouderdom, de beperkte verbondenheid met het landhuis (wel het latere Philosophicum) en de inbreuk op de vroegere parkaanleg is dit onderdeel als indifferent gewaardeerd. Ook de huidige parkeerplaatsen aan de voor- en achterzijde hebben geen cultuurhistorische waarde. NB2 De waardering van bestaande gebouwen is buiten beschouwing gelaten. Hiervoor wordt een bouwhistorisch onderzoek met waardestelling door een
andere partij uitgevoerd (m.b.t. eigendommen landgoed). NB3 Nader onderzoek is nodig naar de monumentale waarde van solitaire bomen binnen het gehele plangebied, inclusief inmeting van monumentale bomen. 4.4 Waardering naoorlogse periode Het westelijk deel van het plangebied, hoek sporthal, atletiekbaan en zwembad, is ontwikkeld in de naoorlogse periode. In hoeverre er ook sprake is van monumentale bebouwing is deels een nog moeilijk te beantwoorden vraag. Inventarisatie van naoorlogs erfgoed heeft in Zeist nog niet plaatsgevonden. De jaren 40-65 staan pas recent in de belangstelling als het gaat om cultuurhistorie en monumenten. In de publicatie Zeist door de tijd worden wel enkele Structuren genoemd in de categorieën Uitbreidingen wonen, Militair en Overige die potentieel van waarde zijn. Gebouwen en structuren binnen het plangebied, zoals de sporthal, het zwembad of andere naoorlogse complexen worden hier niet genoemd. Wel is de sporthal in een modern functionalistische stijl gebouwd, representatief voor de naoorlogse periode. Nader architectuurhistorische onderzoek kan hierover meer duidelijkheid geven. Het voormalig zwembad Dijnselburg had oorspronkelijk een orthogonale opzet, ook in modern functionalistische stijl. Bij de vernieuwing van het zwembad in de jaren 90 is hiervan naar verwachting alles verloren gegaan.
4.5 Visie op omgang met cultuurhistorie Voor behoud van de cultuurhistorische waarden in de toekomst zijn onderstaande ontwikkelrichtingen van belang. 1. BEHOUD 19E EEUWSE BUITENPLAATSBIOTOOP De ontstaansgeschiedenis van deze plek ligt in de oorsprong van de uithof van het vrouwenklooster en de doorontwikkeling in een 19e eeuwse buitenplaats. Alle waardevolle structuren maken hier onderdeel vanuit en horen bij elkaar. Behoud staat voorop. Door afbreuk te doen aan een van deze elementen, wordt er afbreuk gedaan aan de gehele buitenplaatsbiotoop (het ensemble). Advies: behandel de bosstructuren als 1 geheel. 2. VERSTERK RAAMWERK WEGH DER WEEGEN De eenheid van het grondeigendom van 3 vakken binnen het raamwerk van de Wegh der Weegen is door de eeuwen heen versnipperd geraakt. Door in te zetten op grootschalige structuren die aansluiten op het raamwerk wordt de relatie hersteld en blijft dit deel van de geschiedenis afleesbaar. 3. HERSTEL LANENSTRUCTUREN BINNEN RAAMWERK In het gebied zijn verschillende 18e, 19e en 20e-eeuwse lanen aanwezig. De lanen zijn zeer structuurbepalend voor het gebied in ruimtelijke zin, leggen zichtrelaties en maken het gebied toegankelijk. Echter niet alle lanen zijn meer goed herkenbaar door uitval van individuele bomen. Met name de restanten van de 18e eeuwse beukenlaan, parallel Amersfoortseweg, en de beuken langs het kerkepad.
Advies: opstellen lanenherstelplan. 4. CREËER EN VERSTERK PLEKKEN VAN BETEKENIS In het plangebied zijn verschillende plekken aan te wijzen die onderdeel uitmaken van de geschiedenis, maar niet meer als zodanig herkenbaar te zijn. Door deze plekken bij de herontwikkeling van het gehele gebied te benoemen kan er opnieuw betekenis worden gegeven aan deze plekken die nu vervaagd zijn en dreigen te verdwijnen. Denk hierbij aan behoud van een horecavoorziening op hoek met de Panweg of het mogelijk maken van een goede wandelroute die langs historische plekken gaat over bestaande lanen. Advies: bespreek met eigenaren en omwonenden wat hun geliefde plekken zijn binnen het plangebied door middel van bijvoorbeeld een dierbaarheidsonderzoek.andere partij uitgevoerd (m.b.t. eigendommen landgoed).
75 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
76
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
Gebruikte bronnen Archieven: • Het Utrechts Archief • Gemeentearchief Zeist • Nationaal archief (digitaal) Literatuur: Abrahamse, J.E., R. Blijdenstijn,’Wegh der Weegen, de ontwikkeling van de Amersfoortseweg 1647-2010, Provincie Utrecht/ Stokerkade, 2010. Blijdenstijn, R., Tastbare Tijd, Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht, 2005. Groningen, C.L., De Utrechtse Heuvelrug, De stichtse lustwarande, Buitens in het groen, Waanders uitgevers / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1999. Rhoen, R.P.M. (2003),’ De particuliere begraafplaats van de familie Nepveu op Dijnselburg’, uit: Seijst : bulletin ter bevordering van de kennis van de geschiedenis van Zeist, jg. 33 (2003), nr. 2, p. 60-68
Websites: http://topotijdreis.nl http://pdokviewer.pdok.nl http://www.agriwiki.nl/wiki/Delftse_School https://www.geheugenvanzeist.nl) http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ https://nl.wikipedia.org/wiki/Dijnselburg http://www.kasteleninutrecht.eu/DijnselburgHuisTerHeide.htm https://www.buitenplaatseninnederland.nl/huisterheide-dijnselburg.html http://www.utrechtaltijd.nl/verhalen/b/buitenplaatsen-de-trek-naar-de-heuvelrug/ http://www.utrechtsebuitenplaatsen.nl/themas/buitenplaatsen-spotten-vanaf-de-wegh-der-weegen/ https://landschapinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/kaart-groen-erfgoed https://www.dodenakkers.nl/artikelen-overzicht/algemeen/verdwenen/nepveu. html https://www.dbnl.org/tekst/gron052utre01_01/gron052utre01_01_0006.php
SB4 (2017), Cultuurhistorische inventarisatie Oud Zandbergen te Zeist. Volkers, K. (2011), Zeist door de tijd, Stokerkade Cultuurhistorische Uitgeverij. Een wandeling door het landgoed Dijnselburg (wandelgids)
77 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist