24RV057 - 3a- 1 NM Cultuurhistorisch onderzoek Dijnselburg 2019-12-18
Tekst van het document
Cultuurhistorisch onderzoek Dijnselburg binnen het plangebied t.b.v. gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
| 18 december 2019
Colofon Opdrachtgever Gemeente Zeist Contactpersoon: dhr. A.J. Hille Het Rond 1 3701 HS Zeist Opdrachtnemer NM | onderzoek & advies op het gebied van erfgoed en landschap Gevestigd te Krimpen aan de Lek 06-51055251 mail@nellekemanschot.nl www.nellekemanschot.nl Project 033 Cultuurhistorisch onderzoek binnen het plangebied t.b.v. Gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist Fotografie (tenzij anders vermeld) en tekst: drs. ing. N. Manschot Datum: 18 december 2019 (definitief2)
Voorblad: Luchtfoto 2018, met aanduiding begrenzing plangebied (Gemeente Zeist). © 2019, Nelleke Manschot, Krimpen aan de Lek.
2
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
Inhoud 1.
Inleiding 07
2. 2.1 2.2 2.3
Introductie 09 Ligging plangebied 10 Gemeentelijk monument buitenplaats Dijselburg 13 Bestaande situatie plangebied 14
3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Biografie Dijnselburg in tijdslagen 29 Ontwikkeling omgeving landgoed 31 Hoeve en hof Dijnslo op de heide 31 Aan de ‘Wegh der Weegen’ 35 Buitenplaats in landschapsstijl 41 Landgoed en bisdom 49 Sport en recreatie in naoorlogse periode 49
4. 4.1 4.2
Historisch-ruimtelijke analyse 53 Analyse plangebied 55 Thematische analyse 57
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Conclusie en waardestelling 67 Aanwezige cultuurhistorische waarden 69 Methodiek waardestellend onderzoek 74 Externe waardestelling landgoed Dijnselburg 71 Interne waardestelling plangebied gebiedsvisie 73 Waardering naoorlogse periode 75 Visie op omgang met cultuurhistorie 75
Gebruikte bronnen 77
3 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
1. Inleiding
Amersfoortseweg
parkbos akker
entree landgoed moestuin Phylosophicum en kapel landhuis
camping
sportvelden Chin. Ind. restaurant parkbos akker
Panweg
zwembad en klimbos Dijnselburg
atletiekbaan
sporthal
productiebos
A28 ligging Luchtfoto projectgebied te Zeist (foto: Gemeente Zeist). 6
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
kerkepad
Het plangebied gebiedsvisie Dijnselburg ligt aan de Amersfoortseweg in Zeist. In het westen wordt het begrensd door de Panweg, in het zuiden door de A28 en in het oosten door de bebouwing langs de Prins Alexanderweg en de sportvelden van SV Zeist. Op dit moment spelen er diverse ontwikkelingen en belangen in het gebied. De betrokken (gebieds)partijen zijn in overleg ter voorbereiding op een op te stellen Gebiedsvisie Dijnselburg. De Gebiedsvisie dient invulling te geven aan o.a. een woningbouwopgave en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.
bestaande cultuurhistorische waarden in beeld en met kennis van de historie van het plangebied kunnen weloverwogen beslissingen worden gemaakt voor de toekomst.
Het van oorsprong cultuurhistorisch waardevol gebied is in de laatste decennia versnipperd geraakt en heeft aan ruimtelijke kwaliteit verloren. In de Structuurvisie van 2011 heeft de gemeente Zeist uitgesproken om de kwaliteit van de totale zone langs de A28 te verbeteren. Er is specifiek aandacht voor het gebied ten noorden van de A28 en ten oosten van de Panweg, waarvan het gebied Dijnselburg onderdeel uitmaakt. Door een integrale visie voor het gebied op te stellen wil gemeente Zeist een positieve impuls geven aan het gebied, zowel in sociaal (leefbaarheid) als ruimtelijk opzicht. Op zorgvuldige wijze in te passen woningbouw of andere functies, kunnen hiervoor een financiële drager vormen.
De indeling van het rapport is als volgt. In hoofdstuk 2 wordt het plangebied Dijnselburg geïntroduceerd door een korte beschrijving van de ligging in de omgeving, foto’s en een toelichting van het gemeentelijk monument buitenplaats Dijnselburg. Hoofdstuk 3 vertelt de biografie van het plangebied, opgesplitst in verschillende tijdslagen door de eeuwen heen. De tijdslagen representeren een bepaalde verschijningsvorm en periode van het plangebied. In hoofdstuk 4 is aan hand van de biografie een historisch-ruimtelijke analyse opgenomen. De analyse geeft meer verdieping en inzicht in de nog aanwezige structuren, onderlinge relaties en oorsprong. In dit hoofdstuk zijn ook dateringsplattegronden opgenomen, die corresponderen met de gekozen tijdslagen in het voorgaande hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk is interne waardestelling opgesteld van het plangebied en de conclusies van het onderzoek. Het rapport sluit af met de literatuurlijst en een extra kaartenbijlage.
Cultuurhistorisch onderzoek In september 2018 is door NM | erfgoed en landschap een eerste quickscan cultuurhistorie voor buitenplaats Dijnselburg in opdracht van de eigenaar uitgevoerd. Naar aanleiding van de quickscan heeft de eigenaar verzocht om een aanvullend tuinhistorisch onderzoek met waardestelling. Vervolgens heeft Gemeente Zeist verzocht het onderzoek uit te breiden naar het grotere plangebied, aangrenzend aan de buitenplaats, ten behoeve van de op te stellen Gebiedsvisie Dijnselburg. Dit rapport omvat het cultuurhistorisch onderzoek van het plangebied Gebiedsvisie Dijnselburg. Het doel van het onderzoek voor gemeente Zeist is tweeledig: enerzijds wil de gemeente de nog aanwezige cultuurhistorische waarden in beeld brengen en anderzijds is een visie op cultuurhistorie gewenst (randvoorwaarden scheppend). Beide onderdelen zullen input geven op structuurniveau voor de Gebiedsvisie Dijnselburg.
De beschrijvingen in dit rapport zijn gebaseerd op verschillende veldbezoek, namelijk: 11 september, 15 oktober, 12 december 2018 en 16 oktober 2019. Er is archiefonderzoek gedaan in Het Utrechts Archief, Gemeentearchief Zeist, Het Nationaal Archief en er is literatuuronderzoek uitgevoerd.
Cultuurhistorisch onderzoek kan worden gezien als een tussenstap om vervolgens over te gaan naar onderhoud, conservering, restauratie of reconstructie van cultuurhistorische structuren en elementen. Het brengt
7 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
2. Introductie plangebied
2.1 Ligging plangebied Het plangebied dankt zijn naam aan buitenplaats Dijnselburg. De buitenplaats kent een rijke geschiedenis en is oorspronkelijk ontstaan vanuit een eerdere hoeve of uithof met de naam Dijnslo of Dinslo. Dijnslo wordt al in een akte uit 1277 genoemd. Dit toenmalige hof was in het bezit van het Biltse vrouwenklooster. De naam Dijnslo verwijst naar een stuk bos met open plekken, geschikt voor vee. De ontstaansgeschiedenis van het plangebied hangt nauw samen met de ligging in het landschap en de natuurlijke ondergrond. Het plangebied ligt op de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug. Deze stuwwal is in de derde ijstijd gevormd. De rivier de Rijn, die oorspronkelijk naar het noorden stroomde, werd door de stuwwal afgebogen en creëerde een kleigebied ten zuiden ervan. In 838 blijkt voor het eerst uit een geschrift dat ergens op de scheiding van beide gebieden een nederzetting Zeist is gelegen. Archeologische vondsten van 300 jaar voor Chr. en zelfs nog eerder doen vermoeden dat er ook voor die tijd sprake was van incidentele bewoning op deze flank van de Heuvelrug. Op de geomorfologische kaart (linksonder rechterpagina) is te zien dat het plangebied volledig op een dekzandvlakte van smeltwaterafzettingen (M12) ligt.
Dit betekent dat in de ondergrond soms zeer diepe, door het smeltwater van het landijs gevormde geulen aanwezig zijn, die later geheel zijn opgevuld; de bovenste laag bestaat uit vlak liggend dekzand. Ter hoogte van het plangebied is haarpodzolgrond met grof zand (gHd30) aanwezig en holtpodzolgrond met grof zand (gY30). Het plangebied kent een gemiddelde hoogte van 7.7+ N.A.P. Naar het oosten toe loopt het landschap omhoog en richting het zuidwesten omlaag. De landschappelijke verschillen van de Utrechtse Heuvelrug zijn bepalend geweest voor het in cultuur brengen van de gronden. Zo zijn er verschillende deelgebieden ontstaan met ieder een eigen identiteit. Op de zuidflank van de Heuvelrug zijn langs belangrijke doorgaande wegen buitenplaatsen ontwikkeld. Ook wel bekend als de Stichtse Lustwarande. Buitenplaats Dijnselburg maakt hier niet direct onderdeel van uit, maar kan gezien worden als tweede fase buitenplaats (periode 19e eeuw). Ook maakt de buitenplaats in de geschiedenis onderdeel uit van de Wegh der Weegen (zie paragraaf 3.3). Ligging Utrechtse Heuvelrug
10
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
Deelgebieden landschap en identiteit Heuvelrug (Uit: Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen (2011) - Utrechtse Heuvelrug, p.89).
7.7+ N.A.P. M12
8.9+ N.A.P. 7.7+ N.A.P.
gHd30 gY30
Geomorfologie (PDOK viewer)
Bodem (PDOK viewer)
Hoogtekaart (ahn-viewer)
11 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
Gemeentekaarten A en B (scans uit: Zeist door de tijd, Een cultuurhistorische atlas).
12
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
2.2 Gemeentelijk monument Buitenplaats Dijnselburg Buitenplaats Dijnselburg ligt in gemeente Zeist en is als monument (grotendeels) beschermd. De gemeente heeft het landhuis, het Philosophicum en het landschapspark op de gemeentelijke monumentenlijst opgenomen. Deze onderdelen zijn aangemerkt als monument, omdat ze een culturele en/of historische waarde hebben. Hieronder de weergave van de redengevende beschrijving (uit: Redengevende beschrijving Amersfoortseweg 10, Gemeentelijke Monumentenlijst Zeist, datum opname: 12 oktober 2006) van het park. Beschrijving park Het park bestaat uit een aanleg van lanen en boomgroepen. De laan die evenwijdig aan de Amersfoortseweg loopt is een beukenlaan en dateert uit de zeventiende of achttiende eeuw. Deze laan maakt onderdeel uit van de voor die tijd kenmerkende rasterverdeling van de Amersfoortseweg. Een voormalig kerkpad is langs de oostelijke grens van het terrein gelegen. In het park staan meerdere 100 tot 150 jaar oude beukenbomen. Bescherming De volgende onderdelen van het gebouw vallen onder de bescherming van gemeentelijk monument: • het gehele exterieur van zowel het landhuis Dijnselburg als van het Philosophicum; • het interieur van beide gebouwen; • de parkaanleg van de buitenplaats. De volgende onderdelen van het gebouw vallen niet onder de bescherming van gemeentelijk monument: • de verschillende keukens in de gebouwen.
Het complex is van architectuurhistorische waarde: • als voorbeeld van een groot landhuis opgetrokken in de stijltrant van de neorenaissance; • als voorbeeld van een gebouw opgetrokken in de stijl van de Delftse School; • vanwege de esthetische kwaliteiten in het interieur en exterieur van zowel het landhuis als het Philosophicum met onder andere de strakke gevelindeling en plattegrondindeling van het Philosophicum en de groepering van de kamers in het landhuis rondom één centrale hal; • vanwege het gebruik van gebruik van natuursteen in beide gebouwen en de betonconstructie in het Philosophicum; • vanwege de ornamentiek in beide gebouwen; • vanwege de samenhang tussen het interieur en het exterieur, bij beide gebouwen. Het complex is van ensemblewaarde vanwege de verschillende zichtbare tijdslagen binnen het geheel, te beginnen met de landschapsstructuur in het park, de aanleg van de buitenplaats met de parkstructuur en het aartsbisschoppelijke internaat. Het complex is van waarde vanwege de gaafheid en herkenbaarheid van het exterieur en het interieur van beide gebouwen, alsmede van de parkaanleg. Bestemmingsplan Het landschapspark heeft ook CH-waarde 2 in het bestemmingsplan.
Redengevende omschrijving Het complex is van cultuurhistorische waarde voor Zeist: • als uitdrukking van Landschappelijke ontwikkeling van het gebied rond de Amersfoortseweg; • als uitdrukking van de katholieke geschiedenis in en om Zeist; • als uitdrukking van de typologische geschiedenis van de katholieke internaats- /opleidingsgebouwen en de rk kapelbouw.
13 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
2.3 Bestaande situatie plangebied In deze paragraaf wordt de bestaande situatie van het plangebied door middel van foto’s getoond. Op de rechterpagina zijn de locaties aangegeven waar de foto’s zijn gemaakt en eventueel de richting (met een pijl) van de foto.
14
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
48 09
01
02
14 10
07 03
45
44
39
12 06
04 05
38b
08 13
43 17 19
36
16
37
18 38a 20
26
41 47 21
22
40 46
27
28 25 30
42
11
34 29
23
35 15
24 31
33 32
Locatie waar de foto’s zijn genomen, aangegeven op luchtfoto projectgebied te Zeist (foto: Gemeente Zeist). 15 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
Foto’s bestaande situatie
16
FOTO 01 Entree landgoed (foto: 11 september 2018)
FOTO 02 Zicht op landhuis vanaf noordzijde/ Amersfoortseweg (foto: 11 september 2018)
FOTO 03 Park noordzijde landhuis, zicht richting Amersfoortseweg (foto: 11 september 2018)
FOTO 04 Landhuis neo-renaissance 1883 (foto: 11 september 2018)
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
FOTO 05 Philosophicum verbonden met landhuis (foto: 11 september 2018)
FOTO 06 Pad naar Koetshuis (foto: 11 september 2018)
FOTO 07 Voormalige muurkassen moestuin/ kwekerij (foto: 11 september 2018)
FOTO 08 Kapel (foto: 11 september 2018)
Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
17
Foto’s bestaande situatie
18
FOTO 09 Oude beukenlaan parallel aan Amersfoortseweg (foto: 11 september 2018)
FOTO 10 Zandafgraving noordwesthoek van het landgoed (foto: 11 september 2018)
FOTO 11 Akker en oude boomgroepen ten zuiden van landhuis (foto: 11 september 2018)
FOTO 12 Deel tuinmuur van moestuin (foto: 11 september 2018)
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
FOTO 13 Het zandpad op de zuidgrens van het landgoed (foto: 11 september 2018)
FOTO 14 In het noordelijke bosvak zijn solitaire bomen in het bos aanwezig (foto: 11 september 2018)
FOTO 15 Hier is te zien dat het zandpad met bewalling vroeger doorliep (foto: 11 september 2018)
FOTO 16 Een wal met bomenrij (foto: 11 september 2018)
Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
19
Foto’s bestaande situatie
20
FOTO 17 Hoek Amersfoortseweg - Panweg met Chin Ind. Restaurant (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 18 Westzijde plangebied aan de Panweg met Chin Ind. Restaurant en Esso station (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 19 Panweg richting het zuiden gezien (westzijde plangebied) (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 20 Camping Dijnselburg aan de Panweg (westzijde plangebied) (foto: 16 oktober 2019)
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
FOTO 21 Entree - zijde Panweg (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 22 Parkeerplaats op het plangebied bij de sporthal (westzijde plangebied) (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 23 Entree sporthal (foto: 16 oktober 2019)a
FOTO 24 Sporthal zuidwestzijde (foto: 16 oktober 2019)
Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
21
Foto’s bestaande situatie
22
FOTO 25 Zwembad en klimbos Dijnselburg (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 26 Parkeerplaats bij Zwembad en klimbos Dijnselburg (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 27 Parkeerplaats bij Zwembad en klimbos Dijnselburg (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 28 Locatie Fysio (foto: 16 oktober 2019)
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
FOTO 29 Atletiekbaan (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 30 Atletiekbaan (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 31 Klimbos zuidzijde plangebied(foto: 16 oktober 2019)
FOTO 32 Bosstrook zuidzijde met hekwerk op agrens plangebied - langs A28 (foto: 16 oktober 2019)
Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
23
Foto’s bestaande situatie
FOTO 33 Voetgangersbrug over A28 (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 34 Gemengd bos met naaldhout en loofbouw (foto: 16 oktober 2019)
24
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
FOTO 35 Noord-zuid georienteerde laan (Amerikaanse eik) tussen landgoed en atletiekbaan (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 36 Brede beukenlaan met zichtrelatie landhuis Dijnselburg richting terreinen zwembad
FOTO 37 Bos gezien vanaf brede beukenlaan richting landhuis Dijnselburg (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 38a Eikenlaan ten zuiden van brede beukenlaan (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 39 Camping gezien vanaf restant parallelle beukenlaan aan Amersfoortseweg (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 38b Restant beukenlaan
Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
25
Foto’s bestaande situatie
FOTO 40 Campingterrein (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 41 Campingterrein (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 42 Particuliere bungalow (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 43 Particuliere woning Amersfoortseweg (foto: 16 oktober 2019)
26
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
FOTO 44 Amersfoortseweg richting het westen gezien (noordzijde plangebied) ( foto: 16 oktober 2019)
FOTO 45 Waterberging op terrein provincie (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 46 Bewegwijzering (foto: 16 oktober 2019)
FOTO 48 Woning aan Willem Versteeghstraat, oostelijke grens plangebied (foto: google streetview)
FOTO 47 Grondheuvel aan Panweg bij camping (foto: 16 oktober 2019)
Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
27
3. Biografie plangebied in vier tijdslagen
1628
Kaart van B.F. van Berckenrode uit 1628 (uit: Zeist door de tijd).
Kaart met aanduiding ‘DynselBos’ (datum onbekend; waarschijnlijk halverwege 17e eeuw)
Prent van Vrouwenklooster van Hendrik Spilman, midden 18e eeuw, naar een tekening van Jan de Beijer uit 1744, Utrechts Archief nr. 202010
3.1 Ontwikkeling omgeving Dijnselburg (op hoofdlijn) De geschiedenis van Dijnselburg gaat terug tot de middeleeuwen. Het landgoed was toen een hof en heette ‘Dinslo’, ook wel geschreven als ‘Dynslo’ en ‘Dynsel’ (zie kaarten linkerpagina). Het hof wordt al in een akte uit 1277 genoemd. Het terrein dat bij het hof hoorde was vrij groot – 125 hectare (of zelfs 250 hectare groot afhankelijk van lokale maateenheden die per streek varieren) - en in het bezit van het Vrouwenklooster uit De Bilt. De vroegere omgeving van Dijnselburg bestond uit heide en hoogveen. Het uitgestrekte gebied werd tussen de dertiende en zeventiende eeuw in een zeer langzaam tempo ontgonnen. De ontginning begon vanuit het zuiden, waar de monnikken van het klooster Oostbroek (1121) een steeds verder noordwaarts opstrekkende verkaveling realiseerden. Voor de exploitatie van hun nieuwe gebiedsuitbreidingen stichtte Oostbroek diverse uithoven, zoals Jachtlust (Uythof te Nyveen), Vollenhoven, Houdringe, Beerschoten en Dijnselburg (Dinslo of Dinsel). Een uithof fungeerde als centrum van grootgrondbezit en/of veeteeltbedrijf. Tot in de 16e eeuw blijft het hof in eigendom van het kloosterhof. De omgeving van Dijnselburg veranderde sterk in de loop van de zeventiende eeuw, de Gouden Eeuw. Architect Jacob van Campen initieerde toen een grootse onderneming die leidde tot de huidige Amersfoortseweg.
De lijnrechte weg vormde een verbinding over de uitgestrekte heide tussen Amersfoort en Utrecht. Het wegontwerp uit 1647 was vormgegeven volgens het klassieke ideaal dat in de Gouden Eeuw populair was. De weg was elf kilometer lang, meer dan zestig meter breed en had een monumentaal karakter. De symmetrie werd benadrukt door aan weerszijden drie rijen eiken te planten. De statige weg was bedoeld voor de aanleg van buitenplaatsen voor de stedelijke elite. De aanleg startte in 1652 en geschiedde van oost naar west. Langs de weg werd grond worden uitgegeven. Deze ging in volle en vrije eigendom over, in ruil voor aanleg en onderhoud van het deel van de weg waar zo’n perceel of ‘vak’ aan lag. De ‘vakken’ zouden langs de weg honderd voet meten, en aan beide zijden van de weg vijftig voet diep zijn. Wie op zijn vak een huis bouwde, kreeg er aan beide zijden vijftig roeden bij. Om de honderd roeden (376 meter), langs de randen van de vakken, moest een zijweg of ‘sortie’ worden aangelegd met een breedte van drie roeden (11,3 meter). De sorties zouden net als de weg zelf worden bewald en beplant, maar dan met een enkele rij eiken. Deze doorgangen op regelmatige afstanden dienden om de gemeenschappelijk gebruikte heide ten noorden en zuiden van de weg bereikbaar te houden,
ondanks de doorsnijding van het gebied door de weg en de vakken. Zo zijn onder andere de buitenplaatsen Zandbergen en Beukbergen ontstaan. Dinslo kreeg, als een van de weinige reeds bestaande bezittingen, drie vakken toebedeeld. En zo ontstond de latere buitenplaats Dijnselburg. Dinslo komt in particulier bezit en wordt getransformeerd tot een buitenplaats. Dijnselburg is dus eigenlijk een latere toevoeging, die is ingepast in de restanten van het vroegere hof Dijnslo. Na het rampjaar 1672 stagneerde de ontwikkeling in het gebied voor ruim 200 jaar. De weg – toen enkele kilometers lang - lag ‘in de steek gelaten’ middenin de heidevelden en het project is nooit afgerond. Aan de overzijde van Dijnselburg werd in 1654 een tapperij ‘Huys ter Heide gebouwd door de heer Splinter. De tapperij (herberg) groeide later uit tot een druk bezocht hotel. Bij de herberg was tevens aansluiting op de route - een kerkepad - van Zeist (Bergweg – Voorheuvel) naar Soest over de Bergweg (waarvan een deel van het tracé nog steeds op Dijnselburg ligt) en de Doodeweg. Kerkpaden behoren tot de oudste wegen van Zeist. Bij de herberg ontstond later het buurtschapje ‘Huis ter Heide’. In de loop van de negentiende eeuw kwamen militaire kampementen langs de Amersfoortseweg.
Met de komst van de spoorwegen volgden villaparken, kazernes, gezondheidsinstellingen en horeca, vaak met opvallende karakteristieke architectuur. Na de aanleg van de A28 volgde ook bebouwing met minder allure. Maar de vakkenindeling van de ‘Wegh der Weegen’ is nu nog steeds zichtbaar. 3.2 Hoeve en hof Dijnslo op de heide De geschiedenis van het landgoed is bijzonder en gaat ver terug in de tijd. Het goed ‘Dinslo’ of ‘Dijnselbosch’ bestond reeds in 1027, gelegen in de Gouw ‘Flethide’ (De Eemstreken). Uit de oudste oorkonde blijkt, dat ‘Dinslo’ in 1277 behoorde aan het Vrouwenklooster te De Bilt (zie prent linkerpagina). De bisschop van Utrecht had deze gronden aan het vrouwenklooster geschonken ter ontginning. Veel land in Zeist was in die tijd in handen van het vrouwenklooster. Bisschop Jan I van Nassau had zijn zijn maarschalk Sweder opgedragen om de priorin en het Vrouwenklooster van Oostbroek te beschermen in het bezit van de tienden van 9 hoeven lands (125 hectare). De uithof betrof een boerderij die zorgde voor voedsel voor de nonnen en was 31
Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
Oude Kerk te Zeist (bron: geheugenvanzeist.nl).
32
Kaart 1000-1600 met route kerkepad Hoeve Dinslo - Oude Kerk te Zeist (Zeist door de tijd, Volkers).
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
Delen van de route van het kerkepad zijn nog aanwezig en toegankelijk.
ook een plek waar ze heen gingen om er even ‘uit’ te zijn. Vervolgens geeft een charter van 11 juni 1460 aan dat de ‘Uuthof ter Dinslo’ is verbrand door Amersfoorters tijdens een oorlog tussen Amersfoort en Utrechters. Het vee was de overwinnaars meegenomen. Uit een acte van 8 juni 1477 blijkt dat de ‘Uuthof’ weer is opgebouwd. In 1505 moest de begrenzing van het hof vastgesteld worden. Er werd een greppel getrokken langs de grens. De grenstrekking werd gevierd met een gezamenlijke maaltijd en na afloop kregen de schout en de buren een vat bier mee naar huis, ‘dat sy hem daermede vrolijck souden maecken’. Ruim een eeuw later wordt de grens opnieuw getrokken om de hofstede ‘de Dinstell’ en rond het ‘Dinstelrebosch’. Later wordt het hof ook ‘Dynslo’ of ‘Dinslaeken’ genoemd. Op een oude kaart uit 1594, staat naast van de weg van Utrecht naar Amersfoort, aan de ene kant het Panhuis (de ‘Pan’) en aan de andere kant Dinslaeken aangegeven. Ten noorden van Dinslo was trouwens een onherbergzame heidevlakte, met weinig bomen en een arme bodem. Wel liep er een pad voor marskramers (kooplui die alles in hun ‘mars’ – op hun rug – droegen); dat pad liep van Amsterdam naar Keulen. Tot in de 16e eeuw blijft het hof eigendom van het vrouwenklooster.
NB Bij de vermelding in de oorkonde wordt vermeld dat het goed Dinslo is gelegen in ‘t Rintvelt (rint is het Middel-Nederlandse woord voor rund, oftewel veld voor runderen, vee). De naam Dijnslo (Dinslol), of eigenlijk het deel ‘–lo’ verwijst naar een stuk bos met open plekken, geschikt voor vee. In en voor de middeleeuwen was het gebied trouwens veel vochtiger en was beweiding op open plekken in het bos mogelijk.
Kerkpad Dinslo De kerkpaden binnen kerspel Zeist behoren tot de oudste wegen van de gemeente. Het woord kerspel is een oude benaming voor een gemeente of parochie en daar maakten de kerkpaden indirect deel vanuit. Verschillende van deze middeleeuwse paden zijn nog (deels) herkenbaar of aanwezig in Zeist, zoals het kerkepad dat nog voor een deel op het terrein van plangebied Dijnselburg ligt. Dit kerkepad liep vroeger vanuit het noorden vanaf de Oude Woudenbergse Zandweg, nabij uithof Dinslo, richting het zuiden via de Dijnselweg naar de Oude Kerk in Zeist. Het kerkepad werd lange tijd gebruikt door inwoners van Soesterberg en Den Dolder om ‘s zondags te voet ter kerke te gaan in de Oude Kerk aan de Utrechtseweg in Zeist. De route werd ook wel ‘Kerksteegh’ genoemd. Het deel van het kerkepad dat nog aanwezig is op de linkerpagina op kaart aangegeven. De route over het plangebied is nog het meest intact, beplant als beukenlaan en met wallichamen deels nog aanwezig. Andere delen van de route zijn overgegaan in de huidige straten van Zeist, zoals de Dijnselweg, Bergweg, Voorheuvel en Montaubanstraat. Hier herkennen we het trace van het oorspronkelijke kerkepad nog in.
33 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
vak 22
vak 21
vak 20
vak 22
vak 21
vak 20
zuid
noord
zuid
noord
zuid
Dijnselburg
Boven: Schema vakkenindeling Dijnselburg (zie verder hoofdstuk 4 Historisch-ruimtelijke analyse). Onder: Detail uit kaart ‘Wegh der Weegen’.
Boven: Kaart De Roy Onder: Wegh der Weegen (Provincie Utrecht)
34
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
Prins Alexanderweg
Panweg
noord
3.3 Aan de ‘Wegh der Weegen’ (vakken 21-22 zuid) Zoals eerder beschreven veranderde de verschijningsvorm van het gebied rondom Dijnselburg sterk met de komst van de Amersfoortseweg. Het toenmalige hof ondervond langzaam een transformatie tot buitenplaats.Volgens een akte van 13 september 1632 moest de grens van de hofstede ‘de Dingstell’ en rond het ‘Dingstelrebosch’ opnieuw worden getrokken. Na de aanleg van de Amersfoortsweg werd in 1653 het gebied tussen de sorties Panweg en Prins Alexanderweg in drie vakken verdeeld: vak 22 kwam in handen van de heer van Sandenburgh en de erfgenamen van de heer Carsbergen, vak 21 ging naar ‘De Edelen van Utrecht’ als het ‘erf genaemt den Dijstel’.
Het project ‘Wegh der Weegen’ Het project voor de nieuwe weg, Amersfoortse Straatweg, werd in 1652 goedgekeurd en de aanleg moest binnen 2 jaar gereed zijn. De weg moest zestien roeden (60,16 meter) breed worden en was bedoeld als zandweg (en is dat tot begin 19e eeuw gebleven). Langs de weg zou grond worden uitgegeven. Deze ging in volle en vrije eigendom over, in ruil voor aanleg en onderhoud van het deel van de weg waar zo’n perceel of ‘vak’ aan lag. De ‘vakken’ zouden langs de weg honderd voet meten, en aan beide zijden van de weg vijftig voet diep zijn. Wie op zijn vak een huis bouwde, kreeg er aan beide zijden vijftig roeden bij. Om de honderd roeden (376 meter), langs de randen van de vakken, moest een zijweg of ‘sortie’ worden aangelegd met een breedte van eerst drie roeden (11,3 meter), later 5 roeden (18,8 meter). De sorties zouden net als de weg zelf worden bewald en beplant, maar dan met een enkele rij eiken. Deze doorgangen op regelmatige afstanden dienden om de gemeenschappelijk gebruikte heide ten noorden en zuiden van de weg bereikbaar te houden, ondanks de doorsnijding van het gebied door de weg en de vakken. Aan beide zijden werd een zoden wal aangelegd. De wal moest aan de wegkant vier voet hoog zijn, aan de buitenkant drie voet. De weg lag dus een voet verdiept. De wal moest drie roeden breed zijn en worden omgespit tot op een diepte van drie voet.
Op de wal zouden twaalf rijen ‘eijken heghout’ worden aangeplant. Op de weg, tussen de wallen, zouden aan wederzijden drie rijen eikenloten worden geplant. De buitenste rij zou op twaalf voet van de wal komen te liggen, en tussen de rijen zou een plantafstand van 12 voet gelden. Men wilde de bomen laten uitgroeien en niet als hakhout gebruiken. In de as van de weg moesten in eerste instantie drie rijen abelen worden geplant, met een tussenruimte van negen voet. Het planten van de abelen is later achterwege gelaten. De beplanting en de wallen dienden om overstuiving van de weg te voorkomen. Landgoederen en wegen op de heide werden meestal omgeving met hegwallen, omdat anders de grondverbetering en aanplant van bomen en struiken door stuifzand teniet gedaan werd. Zie ook pagina 56.
35 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
1821
Uit verkoopaktes blijkt dat Johanna Margaretha Vreelandt (1675-1748) en erven, Dijnselburg in haar bezit kreeg in de periode 1740-1752, samen met overplaats Zandbergen en de herberg. In april 1760 droeg haar dochter Aletta Vermeer (1699-1762) – ook voormalige eigenaar van Zandbergen - de herberg Huijs ter Heide en Dijnselburg over aan Carel Gustaaf. In de periode 1775-1781 kreeg Walter Bisdom (1752 – onbekend) Dijnselburg in zijn bezit, en in 1776 ook herberg Huijs ter Heide. In 1792 koopt mr. Laurens Jan Nepveu (1751-1823) ‘Dinselenburg’ van Walter Bisdom, kannunik van de Utrechtse Domkerk. ‘Dinselenburg’ bestaat uit een deel van het eerdere en grotere hofstede ‘Dinslaecken’. Nepveu rentenierde op het kapitaal van zijn vader Jean Nepveu (1719-1779), die gouverneur van Suriname was geweest. Laurens Nepveu woonde vanaf 1787 aan het Janskerkhof in Utrecht en was lid van de vroedschap Utrecht en lid van de Utrechtse provinciale staten. Nepveu kocht meer gronden aan in de omgeving van Zeist en was ten tijde van de aankoop van Dijnselburg al eigenaar van Zandbergen (van 1791 tot 1799), herberg ‘Huys ter Heyden’ en hofstede Heibergen met omliggende landerijen.
Op historische kaarten uit deze periode is te zien dat de landerijen deels waren beplant met bos, waarschijnlijk bedoeld voor de jacht en productie. De bospercelen kennen een orthogonale structuur, aansluitend op de Wegh der Weegen (zie linkerpagina). Ontwikkeling Panweg De Panweg kent een ontwikkeling van onbeduidende steeg vanaf 1653 tot een belangrijke verbindingsweg vanaf 1927-1928. De weg of steeg vindt zijn oorsprong ten tijde van de aanleg van de Amersfoortseweg/ De Wegh der Weegen. Het gebied was toen ‘woest en heuvelachtig’. Later, vanaf 1857, zou het pas de naam Panweg krijgen. De steeg werd ook wel ‘Laantje van half acht’ genoemd, naar een huis aan het begin van de wegzijde Amersfoortseweg. Een andere naam voor de Panweg was de Dodeweg, in verband met de aanwezigheid van de grafkelder van familie Nepveu. De naam Panweg verwijst oorspronkelijk naar een andere weg - die ongeveer parallel liep aan de ‘huidige’ Panweg. Deze ‘echte’ Panweg kwam als bosweg uit bij de uitspanning annex boerderij De Pan. Vandaar de naam ‘Panweg’.
In 1807 werd Nepveu’s zoon Laurent Theodore (1782-1939) de nieuwe eigenaar. Een akte uit 1808 spreekt over een ‘kapitaale boerderij, genaamd Dintzelenburg’. Het ‘Dinselse bos’ was sinds 1804 in handen gekomen van P.J. van Oosthuysen, een koopman die schatrijk was geworden door leveranties aan het toen bij Austerlitz neergestreken leger van generaal Marmont. Tot in de 19e eeuw zou Dijnselburg (en de herberg) in bezit blijven van de familie Nepveu.
Kaart geheel links: Militaire kaart uit1821 (uit: Zeist door de Tijd). Kaart linkerpagina rechtsboven: Vanaf eind achttiende eeuw werd de structuur van sorties uitgebreid. Binnen deze structuur werd rond bestaande landgoederen op grote schaal nieuw bos aangeplant (uit: Wegh der Weegen, Nationaal Archief). Foto linkerpagina rechtsonder: Oude ansichtkaart van de Panweg, Huis ter Heide (bron onbekend) Foto rechts: Oude ansichtkaart van de Amersfoortsweg, Huis ter Heide (bron onbekend) 37 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
topotijdreis.nl
1860
topotijdreis.nl
1890
Boven: Gezicht op de achtergevel van het landhuis Dijnselburg met omringend park (Amersfoortseweg 10) te Huis ter Heide (gemeente Zeist). Circa 1915-1920 (Het Utrechts Archief). Links: Gezicht op het huis Dijnselburg te Zeist met het bijbehorende park circa 1868 (Het Utrechts Archief: prent (litho) naar een tekening van P.J. Lutgers). Buitens in de omgeving
Buitenplaats Zandbergen te Huis ter Heide
Buitenplaats Huis Ter Wege
Fragment Weekbode Zeist d.d. 12 mei 1877
3.4 Buitenplaats in landschapsstijl vanaf 1854 De statige vakkenindeling van de ‘Wegh der Weegen’ staat in contrast met de glooiende lijnen en vormen van de latere landschapsstijl. Vanaf 1820 begint de bloeiperiode van de ‘Stichtse Lustwarande’ – naam voor de collectie buitenplaatsen op de Utrechtse Heuvelrug – en tranformeren veel buitenplaatsen hun formele parken naar parken in landschapsstijl. Met name in Zeist, Driebergen en Doorn zien we deze ontwikkeling tot stand komen. Ook werden in deze periode nieuwe buitenplaatsen aangelegd, met parken in landschapsstijl. Het landschap van de Utrechtse Heuvelrug was voor deze tuinstijl uitermate geschikt. Zo ontstond een landschappelijke aanleg op de volgende buitenplaatsen in Zeist: Schoonoord (1820), Dijnselburg (1854) en overplaats Zandbergen (1860). De aanleg van buitenplaatsen gaat in die periode nog door. Zo beschrijft dominee Craandijk dat in het jaar 1883 het aantal lustverblijven nog steeds groter wordt. 1854 Laurents zoon Jean Ignatius Daniel Nepveu (1810-1887), griffier van het provinciaal gerechtshof en letterkundige, liet in 1854 een nieuwe buitenplaats met landschapspark aanleggen. Zo transformeerde hij de hofstede tot een buitenplaats aan de Amersfoortseweg. In 1857 gaf hij toestemming om de huidige Panweg, toen het ‘Half Achtste Laantje’ geheten, te verbreden tot tien meter met greppels aan weerszijden.
Voor het huis kwam een ruim gazon met boom- en rhododendrongroepen. Het zicht vanaf het huis reikte niet tot aan de straatweg, maar tot de evenwijdig aan de weg lopende bomenlaan. In de achttiende eeuw was deze bosstrook verdeeld in rechthoekige bosvakken. Twee met bomen beplante toegangslanen omsluiten nog steeds het open terrein voor het huis. Tenslotte was het jhr. C.F.A. Roëll die in 1883 het witgepleisterde huis uit 1854 heeft vervangen door het huidige gebouw in traditionele neorenaissancestijl. Ontwerper was architect J.G. Wentink uit Schalkwijk. Het huis staat op een onregelmatige plattegrond, een verschijnsel dat zich vanaf deze tijd steeds meer zal gaan voordoen, en is van rode baksteen opgetrokken. Het renaissance-element bestaat uit ‘speklagen’ die door witte banden worden gesuggereerd. De vensters van de beletage eindigen met een segmentboog, die van de verdieping hebben lichtgetoogde strekken, afwisselend van witte steen en baksteen, een motief uit de 16de eeuwse Hollandse renaissance. De bogen zijn gevuld met een schelpmotief. Ten westen van het huis werd het oude bouwland omgevormd tot een land-
schapspark met slingerpaden. Als gevolg van latere zandafgraving is het nu een open en verdiept gelegen stuk maisland. Uit fragmenten in de Weekbode (zie pagina 40) weten we dat er in de 19e eeuw veel hout en gewassen werden verkocht op Dijnselburg. De huidige moestuin was toen in gebruik als kwekerij voor tuinplanten en gewassen. 1896 – 1916 Mr. H. J. H. baron van Boetzelaer van Oosterhout, die eigenaar was van het naastgelegen Dijnselburg, had interesse toen Johannes Blooker – eigenaar van Zandbergen – een vergunning aanvroeg voor aansluiting op het electriciteitsnet. In 1898 werd een vergunning aangevraagd voor het leggen van een ondergrondse kabel, vanaf Zandbergen onder de Prins Alexanderweg door naar Dijnselburg, zodat ook deze van elektriciteit kon worden voorzien. In 1928 gaf de toenmalige eigenaar van Dijnselburg H. Th. s’Jacob, commissaris van de koningin, toestemming om het oude familiegraf van Nepveu te ruimen voor de verbreding van de Panweg. Particuliere begraafplaats familie Nepveu - van 1812 tot 1928 In de zuidwesthoek van de buitenplaats Dijnselburg heeft een kleine particuliere begraafplaats gelegen van familie Nepveu. Mr. Laurent Théodore Nepveu stichtte hier in 1812, met toestemming van G.S., een begraafplaats met grafkelder van ongeveer 1.500 m2 groot.
De plek lag dicht tegen de Panweg aan, op circa 500 meter ten zuiden van de Amersfoortseweg (nu ter hoogte van het trace van de A28). De begraafplaats lag verscholen achter bomen en struikgewas, en was omheind met een draadafscheiding.
vm. begraafplaats
Detail uit historische kaart 1890 met aanduiding locatie vm. begraafplaats familie Nepveu
41 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
1897
Entree in oostgevel van landhuis met bordes
Copie. Uittreksel uit het Kadastrale plan, Gemeente Zeist, Sectie B. Vrijgegeven op 5 april 1897 (Scan uit het Utrechts Archief)
Uitsneden van linkerkaart:
Vlnr: landhuis (3817), theekoepel? (3818), koetshuis (3819), schuur? (3821), zustershuis en opstallen/ kassen moestuin (4749).
Voormalig bouwwerkje aan zandpad
Dubbel woonhuis? aan de Panweg 43
Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
1900
1910
1945
Luchtfoto van de Amersfoortseweg, 13 april 1945. (Herkomst: NIMH Beeldbank Defensie, collectie Vliegbasis Soesterberg, nr. 2160_031660.)
Gepubliceerd Z.N. 21.7.1950 47 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
Zeist door de Tijd
1964
In 1919 wilde het gemeentebestuur de Panweg, die een zandweg was en in een slechte staat verkeerde, vanaf de Oude Woudenbergse Zandweg tot aan de Amersfoortseweg verbreden. Dit eerste plan ging niet door, maar in 1925 ontstond het plan voor verbreding opnieuw. Ook zou de zandweg worden bestraat met een vijf meter verhard weggedeelte. De totale weg zou, inclusief aanleg van voet- en rijwielpaden op een breedte van 30 meter worden gebracht. De Panweg moest de verbindingsweg gaan vormen tussen Zeist en het buurtschap Bosch en Duin. Er lag een bouwverbod op de gronden aan de Panweg sinds 1857. Dit werd opgeheven in ruil voor medewerking met de verbreding. 3.5 Landgoed en aartsbisdom Halverwege de 20e eeuw begon (wederom) een nieuwe periode voor Dijnselburg. In 1927 starten eerst onderhandelingen met gemeente Zeist m.b.t. een eventuele aankoop van landgoed Dijnelburg. Na een raming wordt het bedrag van fl. 500.000,-) genoemd voor overname. De onderhandelingen leidden niet tot het gewenste resultaat en het landhuis wordt tijdelijk verhuurd aan K.L.M. Het landhuis had schade opgelopen in de Tweede Wereldoorlog en moest eerst gerestaureerd worden. In 1947 besluit gemeente Zeist definitief om niet tot aankoop over te gaan. De gemeente ziet graag behoud van het natuurschoon, maar kan de uitgave van fl. 500.000,- niet rechtvaardigen. Aansluitend dat jaar wordt het landgoed voor fl.
490.000,- aangekocht door het rooms-katholieke ‘Aartsbisdom Utrechtwijsdoelen’, toen nog bijna 100 hectare groot. Gemeente Zeist kocht voor fl. 370.000,op 12 november 1949 een groot deel van het landgoed van het bisdom: 68.6 hectare. In 1951 werd tegen het hoofdgebouw het ‘Philosophicum’ gebouwd, ten behoeve van de priesteropleiding. Het Philosophicum werd met het landhuis verbonden. Ook werd een kapel gebouwd. De architecten voor beide uitbreidingen waren A. Bosman en J. Startmans. Het Philosophicum werd gebouwd in Delftse Schoolstijl.
3.6 Sport en recreatie in naoorlogse periode Dijnselhoek Op de hoek van de Amersfoortseweg met de Panweg staat al op 19e eeuwse kaarten (vanaf 1873) bebouwing aangegeven. Ook op een kaart uit 1821 lijkt er bebouwing te staan. Oorsprong en functie is onbekend, maar vermoedelijk een dubbel woonhuis. Op het uittreksel kadastraalplan 1897 is een kadastrele verdeling van het bouwvolume te zien. Op dezelfde hoek is na de Tweede Wereldoorlog uitspanning De Dijnselhoek gekomen. Later werd dit het huidge Chinees-Indische restaurant (oorspronkelijk bouwjaar 1900, maar veel verbouwd). Achter het restaurant is sinds 1960 een camping met ruim 100 standplaaten gevestigd.
Links: Scan van suikerzakje ‘Uitspanning De Dijnselhoek’ (bron onbekend). 49 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
topotijdreis.nl
2000
Zwembad Dijnselburg Het zwembad hier gevestigd vanaf de jaren 60. Het werd en wordt ook wel Bosbad Dijnselburg genoemd. Het huidige zwembad ligt aan het Badmeester Schenkpad. In 1995 kreeg de straat deze naam ter ere van badmeester Schenk. Schenk had van 1906 tot 1933 het toezicht op het eerste zwembad van Zeist, op een andere locatie, namelijk Blikkenburg. Hij was een markant persoon. Sinds 1995 is het zwembad overdekt, zijn de zwembaden uit de jaren 60 vervangen en is het ontwerp gewijzigd. Het zwembad Dijnselburg beschikt nu over een wedstrijdbad, een instructiebad, een recreatiebad met uitzwembad en een buitenbad met 5000m². Sinds kort heeft het zwembad een klimbos op het eigen terrein. Het complex heet nu Zwembad & Klimbos Dijnselburg. Op het terrein is kort na de aanleg van het zwembad Sporthal Dijnselburg gebouwd, bouwjaar 1969. Ten westen van het zwembad staat een particuliere bungalow, bouwjaar 1963.
Linksonder: Luchtopname. Openluchtzwembad Dijnselburg te Zeist, 1968, Fotocollectie Nederlandse Heidemaatschappij. [Nationaal Archief, 2.24.06.02, 168-0570 en 168-0569]. Onder: foto van het voormalige zwembad Dijnselburg (1964). Fotocollectie Nederlandse Heidemaatschappij. Foto gemaakt op 31 mei 1964 [National Archief, 2.24.06.02, 163-1135, licentie CC-BY-SA].
In de jaren 90 is de atletiekbaan aangelegd.
51 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
4. Historisch-ruimtelijke analyse
Zichtlijnen
Lanen en bomenrijen
54
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
Groenstructuur (massa-ruimte)
Paden en wallen (incl. vervaagde paden)
4.1 Analyse plangebied Het bos in het plangebied en van bestaande landschapspark van Buitenplaats Dijnselburg kenmerkt zich als een gemengd bos met zowel naaldhout als loofhout. Veel voorkomende soorten zijn beuk, eik, amerikaanse eik, douglas, spar, grove en corsicaanse den. Ook komen pleksgewijs berken voor. In de onderbegroeiing staat af en toe hulst of taxus. Op plekken waar het zonlicht tot op de bodem komt, staan veel zaailingen. Zichtlijnen Vanuit het landhuis zijn verschillende zichtlijnen aanwezig. De zichtlijn richting het noorden/ de Amersfoortseweg, zichtlijn richting het westen en de zichtlijn richting het zuiden. De zichtlijn richting het noorden heeft van oorsprong geen zichtrelatie met de Amersfoortseweg. Dit is opvallend, omdat de meeste buitenplaatsen langs de Wegh der Weegen wel een zichtrelatie hebben. De zichtlijn richting het westen gaat via een vroeg 20e eeuwse beukenlaan richting de Panweg. De zichtlijn richting het zuiden gaat over de bestaande akker en stopt ter hoogte van de bestaande beplanting langs het zandpad. Groenstructuur Het landschapspark kenmerkt zich door veel bos, gazons, enkele akkers, tuinen rondom de bebouwing en een grote moestuin. In het bos, op het voorterrein en op de zuidelijke akker staan boomgroepen en solitairen. De solitairen op de gazons zorgen voor dieptewerking en een hogere belevingswaarde door soort, vorm en/of textuur.
De rhododendrongroep, de solitaire bomen en de glooiende randen van de plantvakken op het noordelijk gazon zijn herkenbare relicten van de parkaanleg in landschapsstijl.
Lanen en bomenrijen In het park zijn verschillende lanen en bomenrijen aanwezig. De beukenlaan, parallel aan de Amersfoortseweg, is een eind achttiende-eeuwse structuur. Enkele beuken in deze laan hebben een geschatte leeftijd van 100-150 jaar. Er zijn door de jaren heen veel gaten in de laan ontstaan door uitgevallen beuken, en veel beuken zijn ziek of dood. De allure van de statige laan is deels nog beleefbaar. De overige lanen bestaan voornamelijk uit eik. In het westelijk deel van het plangebied zijn drie lanen aanwezig in een driehoekvormige structuur, bestaande uit een brede beukenlaan (midden), een smalle beukenlaan (noord) en een eikenlaan (zuid). Daarnaast is er nog een laan met Amerikaanse eik een een restant van een laan ten zuidwesten van de atletiekbaan. Langs het zuidelijke zandpad - kerkepad is ook een beukenlaan aanwezig. Ook deze laan vertoont uitval van individuele bomen. Paden en wallen De padenstructuur is in te delen in drie categorien: toegangswegen, wandelpaden en bospaden (t.b.v. bosbouw). Door de eeuwen heen zijn verschillende toegangswegen gebruikt. De wandelpaden in het park hebben meestal een slingerende structuur en zijn veelal restanten van de 19e eeuwse parkaanleg in landschapsstijl. Sommige wandelpaden zijn vervaagd, maar in de ondergrond nog wel aanwezig. De bospaden zijn rechtlijnig en functioneel ten behoeve van de bosbouw.
Verspreid door het park liggen wallen en hoogteverschillen. Sommige wallen markeren oude padenstructuren, zoals bij het zandpad.
In het westelijk deel van het plangebied is door de aanleg van recreatievoorzieningen een groot deel van de groenstructuur in de 20e eeuw verdwenen. Ook de latere uitbreiding van het campingterrein is ten koste gegaan van de 18e eeuwse beukenlaan. Wel zijn op het terrein enkele solitaire bomen aanwezig.
55 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
vak 22
vak 22
vak 21
vak 20
vak 22
vak 22
vak 21
vak 20
Panweg
sortie 21
zuid
noord
zuid
noord
zuid
Dijnselburg
In het ontwerp van de Amersfoortseweg is er tussen elk vak een ‘sortie’ (toegangsweg) aanwezig.
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
zuid
Aan Dijnselburg zijn drie vakken (vak 20-22) toegekend en zijn er geen tussenliggende sorties aangelegd. Wel zijn aan de buitenste vakken sorties aangelegd, de huidige Panweg en de Prins Alexanderweg.
Profiel Amersfoortseweg met de hoek van een vak (uit: Wegh der Weegen). 56
noord
Prins Alexancerweg
sortie 22
noord
Profiel sortie
Dijnselburg
De noordelijk gelegen beukenlaan is volgens kaartstudie en literatuuronderzoek een achttiende eeuwse laan die als zichtlijn doorliep tot op Zandbergen. De laan verbond de Panweg met de Prins Alexanderweg. In de huidige situatie is een groot deel van het traject nog aanwezig. De zuidelijker gelegen laan is inmiddels verdwenen.
4.2 Thematische analyse In deze paragraaf wordt er thematisch dieper ingegaan op de ruimtelijke ontwikkeling en relaties van verschillende elementen met elkaar. Herkenbare vakkenindeling ‘Wegh der Weegen’ (zie pagina 46-47) Aan Dijnselburg zijn in de zeventiende eeuw drie vakken toebedeeld in het wegontwerp van de Amersfoortseweg. Parallel aan de Amersfoortseweg is een beukenlaan aanwezig op het landgoed. De herkomst en functie van de beukenlaan was tot op heden onduidelijk. In de redengevende beschrijving van de gemeente Zeist staat de laan als zeventiende of achttiende eeuws beschreven. Nadere kaartstudie (zie linkerpagina) toont aan dat het een achttiende eeuwse structuur betreft die voorkomt uit de vakkenindeling van de ‘Wegh der Weegen’, maar daar geen direct onderdeel van was/ is. Het vermoeden is aanwezig dat de laan is aangelegd (in 1760?) door Johanna Margratha Vreelandt, de eerste eigenaar die naast Dijnselburg ook Zandbergen in bezit had. De lanen liepen deels door op beide buitenplaatsen, zoals te zien is op een kaart uit de achttiende eeuw (zie linkerpagina). Het zou kunnen dat de laan als zichtlaan was bedoeld op (de westgevel van) het landhuis van Zandbergen. Deze zgn. ‘zichtlaan’ liep oorspronkelijk vanaf de Panweg (naast het verplaatste grafmonument) naar de grens met Zandbergen. De sortie tussen beide buitenplaatsen is duidelijk beplant met laanbomen.
beukenlaan - zichtlaan met Zandbergen?
Dijnselburg
Zandbergen
Ligging huidige beukenlaan op historische kaart uit achttiende eeuw.
Illustratie links: Reconstructie door Parklaan Landschapsarchitecten van het profiel van de weg en de sorties op basis van het zeventiende-eeuwse projectdocument (uit: Wegh der Weegen). Verwijzing t.h.v. Dijnselburg naar Sortie 22 in wegdek (foto: 11 september 2018) 57 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
4.3.2 Routing en entree buitenplaats Het huidige landhuis heeft een entree aan de zuidzijde. Dit is ongebruikelijk voor buitenplaatsen aan de Amersfoortseweg, aangezien deze normaliter met de entree op deze weg zijn gericht. Op de kadastrale kaart van 1897 (zie pagina 30) is te zien dat de entree vroeger aan de oostzijde was gelegen. Ook is uit kaartstudie afgeleid dat het landhuis van oorsprong geen directe zichtlaan had op de Amersfoortseweg. De strook langs de weg is in de achttiende een negentiende eeuw beplant. De twee toegangswegen vormen de verbinding met de Amersfoortseweg, als ook een toegangsweg richting het zuiden. De zuidelijke weg is de aanrijroute geweest, voordat de Amersfoortseweg werd ontwikkeld. Dit verklaart ook de situering van de entree aan de zuidkant, aangezien dit de kant was waar men tot de zeventiende eeuw het landgoed benaderde. 4.3.3. Weergave bosvakken en beplantingen 20e eeuw (zie pagina 48-49) Er zijn twee kaarten beschikbaar die meer vertellen over de bosontwikkeling en boomsoorten op het landgoed. Beide kaarten zijn opgenomen op pagina 48 en 49. De boomsoorten zijn opgesomd of in de kaart gezet.
Géén zichtrelatie met Amersfoortsweg De groenstructuur van het landschapspark is zodanig opgezet dat er geen directe zichtrelatie is tussen de Amersfoortseweg en het landhuis. Ook staat de ‘achterkant’ van het landhuis op de weg gericht en niet de ‘voorkant’. Dit is opvallend, omdat de meeste buitenplaatsen aan de Amersfoortseweg wel een zichtrelatie tussen huis en weg hebben. NB Dijnselburg heeft zich vermoedelijk ook meestal op het zuiden georienteerd.
58
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
Ruimtelijke relatie Huis ter Heide en Oud-Zandbergen Door de eeuwen heen heeft landgoed Dijnselburg verschillende eigenaren gekend. Opvallend is dat het regelmatig voorkwam dat Dijnselburg samen met Huis ter Heide en/ of Oud-Zandbergen binnen een gezamenlijk eigendom viel. De drie plekken zijn daarom landschapbiografisch aan elkaar verbonden.
Verdwenen zichtlaan In de tweede helft van de achttiende eeuw had Dijnselburg een zichtrelatie met het naastgelegen Oud-Zandbergen. Slechts een deel van de zichtlaan (beukenlaan) is nog aanwezig. Bebouwing langs de Prins Alexanderweg maakt zicht op landhuis Zandbergen inmiddels onmogelijk.
59 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
1938
Bosstatistiek uit 1938-1942: Staatsbosbeheer heeft in de periode 1938-1942 het totale bosareaal van Nederland in kaart gebracht. De kaart laat niet alleen een gedetailleerde inventarisatie van bosgebieden en boomsoorten zien, maar ook heide, zandverstuiving, veen/moeras, meren en plassen, kwelders en laanbeplanting. De kaart is ingedeeld naar boomsoort en ouderdom: naaldhout ouder en jonger dan 25 jaar; loofhout (eiken, beuken, iep ) ouder en jonger dan 40 jaar; populieren ouder en jonger dan 40 jaar. 60
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
1978
Boomsoorten die voorkwamen op het landgoed in 1978: grove den, corsicaanse den, japanse lariks, fijnspar, inlandse eik, amerikaanse eik, beuk, linde en overige loofbomen.
61 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
4.3.4 De landschapsstijl De opkomst van de landschapsstijl in Nederland hangt nauw samen met de opkomst van een ander, nieuw natuurbesef, namelijk de Romantiek als contrast met het heersende Rationalisme. De behoefte aan emoties, indrukken en belevenissen die de natuur kan verschaffen wordt afgezet tegen de ordelijke door de mens beheerste wereld. De tuin volgt in de Romantiek ‘de vrije natuur’ en wordt op ‘natuurlijke’ wijze tot park. Rondwandelend in het park moet men verschillende emoties kunnen ondergaan die bereikt worden door contrasten in de aanleg, zoals een open weidelandschap ten opzichte van dichte bossen, heuvels tegenover dalen, in het ongewisse verdwijnende waterlopen en ‘toevallige’ ruïnes of follies. Illustratief in dit opzicht zijn de aantekeningen die Van Oosthuyse omstreeks 1806 maakte over zijn buitenplaats Sparrendaal in Driebergen: ‘Dit is wel het fraayste goed met dat van Rijsenburg, dat men in een landtstreek van de 17 Provintieën kan beschouwen. Van bergen, beken, kommen, valleien en woestenijen. Het is de natuur, die veel tot vermaak bijbrengt’. De nieuwe stijl was evenwel een door de mens gemaakte en georganiseerde natuur. Meer dan een eeuw is de landschapsstijl bepalend geweest voor de uiterlijk van de parken. Veelal wordt er onderscheid gemaakt in een periode van de vroege landschapsstijl en de late landschapsstijl.
De vroege landschapsstijl begint grofweg 1750/1770 tot ca. 1800 en kan worden gekenmerkt door kleinschaligheid en beslotenheid. Er is nog duidelijk sprake van een overgangsstijl, met o.a. regelmatige kronkelende paden zonder einddoel. De late landschapsstijl (van ca. 1800 -1870) kenmerkt zich juist door meer openheid en grootschaligheid; grote open ruimten, enorme waterpartijen zonder begin- en eindpunt en een stelsel van zichtlijnen, die ook de omgeving betrekken in het park. Belangrijk onderdeel was verder het uitgestrekte padenstelsel; een labyrint van paden maakte een eindeloze wandeling mogelijk.
19e eeuws kaartbeeld met park in landschapsstijl (topotijdreis)
Het landschapspark van Dijnselburg is in 1854 aangelegd in late landschapsstijl. Er zijn geen ontwerptekeningen aanwezig of beschikbaar in de archieven en ook de ontwerper is onbekend. Ter referentie is er gekeken naar ontwerpen uit dezelfde periode van nabijgelegen tuinen. Eigenaren keken immers naar elkaar welke tuinstijl in de mode was en hoe tuinen in elkaars tijdsbeeld werden aangelegd. Zo is er een ontwerp bekend van H. Copijn uit 1860 voor de overtuin van Oud-Zandbergen. Deze is ter referentie opgenomen, om de tuinstijl te illustreren: solitaire bomen of boomgroepen op weidse gazons met glooiende paden en waterpartijen is het algemene beeld. Ter begeleiding van zichtlijnen zijn bosvakken en heesterpartijen onderdeel van het ontwerp. Ontwerp (1860) overtuin Oud-Zandbergen door. H. Copijn (bron: beeldbank RCE).
62
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
Vervallen muurkassen in moestuin Dijnselburg (foto: 11 september 2018)
Referentie muurkas (muurkas voor de druiventeelt op Vollenhoven, foto RDMZ, 1998).
4.3.5 Moestuin en muurkassen In de moestuin zijn restanten van muurkassen aanwezig. De muurkassen zijn op het zuiden gericht en werden in de 19e en 20e eeuw gebruikt om bijvoorbeeld druiven in te telen. De muurkassen zorgen voor een optimaal klimaat voor fruitsoorten (zoals perzikken en abrikozen) die extra bescherming, zon en/of beschutting nodig hebben. Een voorloper van de muurkas zijn de rechte en gebogen fruitmuren uit de 17e eeuw. Ook wel slinger- en slangenmuren genoemd. Hier stonden de leibomen en struiken in een redelijke mate buiten de wind en ontstond een microklimaat dat de rijping van het fruit bevorderde. Om het microklimaat te verbeteren plaatste men tegen de rechte muren schietramen. Al gauw werden de ramen in een frame opgenomen en in de muur vastgemaakt: het muurkasje met lessenaarsdak was ontstaan. Dit is het oudste type kas waar men bij voorkeur druiven in teelde. Over het algemeen zijn muurkassen niet verwarmd. Op veel buitenplaatsen zijn muurkassen aanwezig (geweest). Als zaai- en opkweekruimte van eenjarigen waren de muurkasjes en oranjerieën niet geschikt. Daarvoor werden andere ‘broei’ systemen uitgedacht. 63 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
laan nog aanwezig op buitenplaats
verdwenen op campingterrein
Locatie restant 18e eeuwse beukenlaan (luchtfoto: Gemeente Zeist)
Overwoekerde en vervallen 18e eeuwse beukenlaan (foto: 16 oktober 2019)
64
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
Zicht op vroeg 20e eeuwse beukenlaan, die oorspronkelijk doorliep over de toegangsweg (nu nog aanwezig als zichtlijn) (foto: 16 oktober 2019)
4.3.6 Restant 18e eeuwse zichtlaan op gemeentelijke grond De zichtlaan ligt grotendeels op de eigendommen van Buitenplaats Dijnselburg. Een klein deel ligt als restant op het terrein van gemeente Zeist, zie foto’s linkerpagina. Oorspronkelijk liep de laan door over het terrein van de camping, maar is hier in de tweede helft van de 20e eeuw gekapt. Het restant van de beukenlaan bestaat uit 7 tot 9 beuken, waarvan enkele dood zijn en/ of afgebroken. Door achterstallig onderhoud is dit deel van de laan overwoekerd geraakt en weinig herkenbaar als onderdeel van de zichtlaan op de buitenplaats. Het verdient aanbeveling voor het uitvoeren vandeskundig boomonderzoek en een herstelplan voor de belangrijkste groenstructuur binnen het plangebied. 4.3.7 Lanenstructuur en 20e eeuwse zichtlijn op landhuis Dijnselburg In het westelijk deel van het plangebied liggen drie lanen in een driehoek bij elkaar. Op het eerste gezicht doet deze opzet denken aan een ganzevoet (patte d’oie), een achttiende eeuwse element uit de barokke landschapsarchitectuur , waarbij drie lanen als assen in een driehoek bij elkaar komen. Echter de lanenstructuur blijkt - na kaartstudie - een stuk jonger. De oorsprong ligt in een grotere opzet van een structuur die meer lijkt op een sterrenbos, waarbij de middellijn een brede laan was.
Het oostelijk deel van deze lanenstructuur is nog aanwezig als begin 20e eeuwse structuur (1900-1910). De brede middenlaan (beuken) is vermoedelijk als structuur achtiende eeuws.
Op het terrein bij het Chinees-Indische restaurant staat een relict van een beukenhaag. Waarschijnlijk ooit bedoeld als erfafscheiding. De haag is al snel doorgeschoten en doorgegroeid als bomenrij. De exacte ouderdom is niet te achterhalen (> 50 jaar); het relict is van cultuurhistorische waarde.
Van links naar rechts: historische kaarten 1920, 1945 en 1965 (Topotijdreis)
65 Cultuurhistorisch onderzoek (definitief) | Plangebied gebiedsvisie Dijnselburg te Zeist
5. Conclusie en waardestelling
Relictenkaart
68
Onderzoek en advies op het gebied van erfgoed en landschap
5.1 Aanwezige cultuurhistorische waarden Het plangebied van visiegebied Dijnselburg heeft een rijke historie met een grote tijdsdiepte en verschillende tijdslagen. De meest herkenbare tijdslaag is die van de 19e eeuwse buitenplaats. Meest waardevolle structuren zijn de 18e eeuwse beukenlaan en het kerkepad. Het gehele plangebied behoorde oorspronkelijk tot een groter geheel binnen het eigendom van uithof Dinslo. Door de eeuwen heen is de eigendoms-eenheid in delen verkocht en dat heeft zijn weerslag gehad op de ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plangebied. Versnippering van historische structuren op verschillende schaalniveaus is het resultaat, denk hierbij aan de aanleg van de A28, maar ook de zandafgravingen binnen het plangebied en de aanleg van recreatieve voorzieningen. Hier is maar ten dele rekening gehouden met cultuurhistorische structuren en hierdoor is een groot deel van de ensemblewaarde verloren gegaan. De hoogste cultuurhistorische waarde ligt vertegenwoordigd in de eigendommen van buitenplaats Dijnselburg; de oudste structuren zijn hier te vinden (parkaanleg 1854 en beukenlaan 1760) met het 19e -eeuwse landhuis als middelpunt. Hieronder zijn de relicten per tijdsperiode opgesomd. Op de linkerpagina zijn de relicten aangeduid op kaart. Relicten uit tijdsperiode ‘Hof van Dinslo’: • Kerkepad uit de middeleeuwen met delen van oude laanbeplanting.
Relicten uit tijdsperiode ‘Aan de Wegh der Weegen’: • Ligging aan Amersfoortseweg (raamwerk van 3 aaneengesloten vakken nog deels herkenbaar); • Ligging aan Panweg; • Beukenlanen parallel aan de Amersfoortseweg. Relicten uit tijdsperiode ‘Buitenplaats in landschapsstijl’: • Het ensemble van bos als ruimtelijk onderdeel van de grotere buitenplaats; • Locatie en hoofdvorm van het landhuis; • Koetshuis en directe bijgebouwen; • Aanwezigheid en locatie van de moestuin, moestuinmuur en restanten