24RV045 BP HtH Bijlage 1.0 Toelichting
Tekst van het document
Er wordt dan ook geadviseerd om hierover met de gemeente in overleg te treden en hier bij de ontwikkeling invulling aan te geven. • Werkzaamheden die broedende vogels wezenlijk verstoren of hun nesten of eieren beschadigen dienen altijd te worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door te werken buiten de periode van half maart tot eind juli of door het onderzoeksgebied voor de werkzaamheden te controleren op broedende vogels en nesten binnen de invloedsfeer van het plan. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd. Het is van belang dat er geen wezenlijke verstoring plaatsvindt of nesten of eieren van broedvogels worden beschadigd of vernield, ongeacht de datum. • De zorgplicht (Wnb artikel 1.11) waarin is vastgelegd dat nadelige gevolgen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving zoveel mogelijk worden voorkomen geldt altijd. • Omdat het plangebied deels valt binnen het gebied dat in bomenverordening is beschermd is voor het vellen van bomen een omgevingsvergunning noodzakelijk. Daarom wordt geadviseerd om hierover met de gemeente in overleg te treden. Aanvullend onderzoek dassen landgoed Dijnselburg e.o. Voor dassen is in de zomer van 2023 een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd waarbij is gekeken naar de woningbouwplannen in Huis ter Heide West en de woningbouwplannen op Landgoed Dijnselburg13.
13
Ecologisch onderzoek, aanvullend onderzoek dassen landgoed Dijnselburg en omgeving, Gemeente Zeist, Ecogroen, 28 september 2023.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
88
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen
Figuur 53 – overzicht van de plangebieden (rode contouren) en het onderzoeksgebied (gele contouren). Bron: Aanvullend dassenonderzoek EcoGroen, 28 september 2023.
Hierna zijn de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van dat onderzoek weergegeven. De integrale rapportage is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. De conclusies van dat onderzoek luiden: o Binnen de plangebieden en in de directe omgeving hiervan zijn vijf bewoonde verblijfplaat-sen van dassen aangetroffen. Het gaat hierbij om één hoofdburcht, drie bijburchten en één vluchtpijp die allemaal door dezelfde dassenclan gebruikt worden. o Beide plangebieden maken deel uit van het foerageergebied van de onderzochte dassen-clan. Vanwege de afstand tot de verblijfplaatsen en de kwaliteit van het foerageergebied in de plangebieden is niet uitgesloten dat verlies hiervan ertoe leidt dat de functionaliteit van de aangetroffen verblijfplaatsen in het geding komt. Conclusie en vervolgstappen: Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt verwacht dat negatieve effecten op de functionele leefomgeving van dassen optreden tijdens de aanleg- en gebruiksfase van de voorgenomen initiatieven. Afhankelijk van de schaal en stapeling van optredende negatieve effecten worden mogelijk verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Om dit te voorkomen zijn in grote lijnen twee scenario's in het kader van de Wet natuurbescherming mogelijk: 1. De dassen kunnen worden 'ingepast' in de plannen, waardoor de dassenclan binnen het huidige territorium kan blijven bestaan. 2.
Negatieve effecten op de dassenclan als gevolg van de plannen zijn dusdanig ernstig, dat het voortbestaan van de dassenclan binnen het huidige territorium niet kan worden gewaarborgd. Vervolgstappen scenario 1:
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
89
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen
Om de dassen in te passen in de plannen, kan een combinatie van verschillende maatregelen toegepast worden. Hierbij valt te denken aan het aanpassen van de voorgenomen werkwijze en planning en de begrenzing van de plangebieden. Daarnaast zijn de inrichting van de plangebieden en het aanbieden van nieuw foerageergebied en verbeteren van bestaand foerageergebied ook van belang. Geadviseerd wordt om maatregelen ten gunste van das vast te leggen in het bestemmingsplan. Mogelijk is ontheffing van de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Onderdeel van de ontheffingsaanvraag is het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen. Vervolgstappen scenario 2: Indien het niet mogelijk is om de verblijfplaatsen en functionele leefomgeving van de dassenclan bij de voorgenomen ontwikkeling te behouden, kan het nodig zijn om de clan in zijn geheel te vangen en te verplaatsen naar ander -leeg- leefgebied. Hiervoor is uiteraard ontheffing van de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en moet een gebied elders in Nederland (waar geen dassen leven) worden ingericht voor de dassenclan. Het verplaatsen van een dassenclan is een intensief, duur, (en voor dassen) risicovol en ingrijpend traject. Wij adviseren om eerst de mogelijkheden te verkennen om de plannen aan te passen zodat de dassenclan in zijn territorium kan blijven.
Het verplaatsen van de clan is een laatste redmiddel. Aanpassing bestemmingsplan Mede naar aanleiding van dit aanvullende onderzoek en de zienswijzen tegen het bestemmingsplan is besloten om met scenario 1 verder te gaan. Naar aanleiding van het onderzoek is het bestemmingsplan dan ook aangepast conform de aanbevelingen van Ecogroen. De begrenzing van het plangebied is aangepast. Het noordelijke bosgebiedje blijft behouden en het woongebied wordt verkleind. Grondgebonden woningen met afgesloten particulier tuinen zijn ingeruild voor appartementengebouwen met collectieve tuinen die voor de das toegankelijk blijven. Daarvoor was een zorgvuldige heroverweging nodig waarbij het is gelukt om een verkavelingsopzet (raamwerk) in te passen die voldoende rekening houdt met het leefgebied van de das. Door minder vrijstaande woningen op ruime kavels te bouwen en meer compacte appartementengebouwen met collectieve tuinen, kan het woongebied worden verkleind en het bosgebied worden behouden. Op de luchtfoto’s hierna is de aanpassing van het plangebied voor woningbouw te zien. Op het linker kaartje ziet u het nieuwe woongebied, op het rechter kaartje het oude woongebied.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
90
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen
Figuur 54 – Aangepaste begrenzing plangebied. Links vast te stellen. Rechts ontwerp.
Uitgaande van het aangepaste bestemmingsplan met behoud van het bosgebiedje en een kleiner woongebied, is nader onderzoek gedaan naar compenserende en mitigerende maatregelen voor het verlies aan foerageergebied voor de das (en hazelworm). De beste mogelijkheid voor compensatie ligt op het landgoed Dijnselburg, maar de eigenaar hiervan is (vooralsnog) niet bereid om terrein hiervoor beschikbaar te stellen. De aangrenzende sportvelden zijn recent met kunstgras aangelegd en kunnen dus ook niet functioneren als compensatiegebieden. Hierdoor is bekeken of compensatie zou kunnen plaatsvinden door het bosje te optimaliseren/in te richten als primair foerageergebied voor de das. Dit is mogelijk, zij het in combinatie met het optimaliseren van de aangrenzende bosjes bij de sportvelden. Dit betekent dat op sommige plekken een beperkt aantal bomen (esdoorns en Amerikaanse eiken) gekapt zal moeten worden, maar hiervoor in de plaats worden meer dasvriendelijke (voedselrijke) bomen en struiken geplant. Op basis van vooroverleg met de provincie14 blijkt deze oplossingsrichting kansrijk en kan na afdoende uitwerking van de maatregelen de omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit aangevraagd en naar verwachting verkregen worden.
Ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning voor de flora- en faunaactiviteit (voorheen ontheffing Wet natuurbescherming) worden alle mitigerende maatregelen uitgewerkt in een Activiteitenplan en wordt een Ecologisch werkprotocol opgesteld voor de uitvoering van de werkzaamheden. Op de verdere uitwerking van het activiteitenplan en ecologische werkprotocol kan nog weer via het spoor van de Omgevingsvergunning (voorheen ontheffing Wnb) worden gereageerd. De hoofdlijnen voor deze mitigerende maatregelen zijn in het bestemmingsplan geborgd door de bosbestemming voor de bosranden en het noordelijke bosgebiedje
14 Het bevoegde gezag voor de omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
91
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen
op de verbeelding vast te leggen. In de regels voor de bosbestemming is vervolgens nadrukkelijk bepaald dat de bestemming ‘Bos’ mede is bestemd voor de instandhouding van het bos met de daarbij behorende landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden en de ontwikkeling van de ruimtelijkeen natuurlijke kwaliteit van dat bos. Zie voor de aanpassing van de verbeelding van het bestemmingsplan de schermafdrukken hierna met links het vast te stellen bestemmingsplan en rechts het ontwerp bestemmingsplan.
Figuur 55 – Verbeelding bestemmingsplan.
Naar aanleiding van de zienswijzen op het aanvullende dassenonderzoek is artikel 3.1, onder a van de regels van het bestemmingsplan (Bos) worden aangevuld, in die zin dat de ontwikkeling van de natuurlijke kwaliteit daarin expliciet wordt benoemd, in de vorm van: • optimaal foerageergebied voor de das; • verblijfplaatsen en leefgebied voor de hazelworm. Ook artikel 4.1, onder a van de regels van het bestemmingsplan (Groen) is in deze zin aangevuld. De voor groen aangewezen gronden zijn bestemd voor onder meer: de ontwikkeling en instandhouding van groenvoorzieningen (….) met natuurlijke kwaliteit in de vorm van: • optimaal foerageergebied voor de das; • verblijfplaatsen en leefgebied voor de hazelworm. Bos 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en omvang van de bebouwing vanwege de ruimtelijke en natuurlijke kwaliteit zoals beschreven in het bij deze regels behorende 'Beeldkwaliteitsplan'.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
92
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen
Groen 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en omvang van de bebouwing vanwege de ruimtelijke kwaliteit die is beschreven in het bij deze regels behorende 'Beeldkwaliteitsplan' en de natuurlijke kwaliteit. Verder is ook in de bestemmingsomschrijving van ‘Woongebied’ in artikel 8. 1, onder a, van de regels van het bestemmingsplan toegevoegd, dat deze gronden mede bestemd zijn voor een woongebied met natuurlijke kwaliteit, in de vorm van groenvoorzieningen die mede functioneren als foerageergebied voor de das en leefgebied voor de hazelworm. De verdere invulling en uitwerking van deze maatregelen uit het Activiteitenplan zijn geborgd via het spoor van de omgevingsvergunning voor de flora- en faunaactiviteit. Daarin zullen het activiteitenplan en het ecologische werkprotocol het toetsingskader vormen. Houtopstanden: In 2023 heeft de gemeente Zeist de bebouwde kom houtopstanden aangewezen overeenkomstig de Wet natuurbescherming. Daarbij is de planontwikkeling van Huis ter Heide West binnen de bebouwde kom houtopstanden komen te liggen. Dat betekent dat de planontwikkeling moet worden getoetst aan de gemeentelijke Bomenverordening Zeist 2024. Volgens de bomenverordening van Zeist is het verboden bomen te vellen in de groene gebieden op de groene kaart van de gemeente Zeist.
De groene kaart is als bijlage bij de Bomenverordening opgenomen en digitaal te raadplegen via de link: https://www.zeist.nl/afval-groen-en-water/bomen-en-beplanting/groene-kaart. Op deze groene kaart zijn de bestaande houtopstanden in en rond Huis ter Heide West als groene gebieden aangewezen. Alle houtopstanden aan de noordzijde van het plangebied, langs het Kerkepad, tussen de woongebiedjes en langs de achtertuinen van de Korte Bergweg genieten dus bescherming via de gemeentelijke Bomenverordening. Omdat deze groene randen zo belangrijk zijn voor de inpassing van het nieuwe woongebied, hebben ze ook in het bestemmingsplan bescherming gekregen. Zo geldt binnen de bestemming ‘Bos’ een verbod op het vellen van houtopstanden. Om dubbele vergunningplichten te voorkomen is in het bestemmingsplan wel geregeld dat de vergunningplicht in het bestemmingsplan niet van toepassing is als al een vergunning nodig is volgens de Bomenverordening. Maar bij een eventuele toekomstige wijziging van de Bomenverordening (waarbij het kapverbod voor Huis ter Heide West wordt geschrapt), blijft het bestemmingsplan en het daarin opgenomen velverbod gelden.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
93
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen
Figuur 56 – Groene kaart gemeente Zeist behorend bij de Bomenverordening 2024 (d.d. 21 mei 2024).
Stikstofdepositie Ruimtelijke projecten kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van (bouw)werkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen naar en grondverzet op de projectlocatie). Het gebruik van de woningen (de gebruiksfase) kan ook leiden tot een toename van de stikstofdepositie. Deze toename kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas en het autoverkeer van bewoners en bezoekers van de woningen. Omdat de nieuwe woningen in het plangebied gasloos worden gerealiseerd, is echter alleen het aspect auto- en vrachtverkeer van toepassing. De emissie (uitstoot) van stikstof in verband met de uitvoering van het bouwplan voor maximaal 82 woningen is naar verwachting zo beperkt dat op een afstand van ca. 10 km tot de ‘Oostelijke Vechtplassen’ (het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied) geen stikstofdepositie is te verwachten. Dat is omdat de stikstofemissie van verkeer niet ver draagt maar vlak bij de weg neer slaat, de locatie in het stedelijk gebied is gesitueerd (waarvan de bebouwing en beplanting in de weg staat aan een grote verspreiding van de uitstoot), en het betreffende Natura 2000-gebied op zeer ruime afstand is gesitueerd.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
94
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen
Figuur 57 - Afstand circa 10 km tot meest nabijgelegen Natura 2000-gebied.
Deze verwachting wordt bovendien nog bevestigd door de AERIUS-berekening die voor de woningbouwontwikkeling van het nabijgelegen Huis ter Heide Zuid is uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de depositie als gevolg van woningbouw op 10 km afstand nul bedraagt op het Natura 2000 gebied met stikstofgevoelige habitats. Door mRO is aanvullend een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd, voor de bouwen gebruiksfase. De notitie15 met de uitgangspunten en resultaten van het onderzoek is opgenomen als bijlage bij de plantoelichting. Uit het onderzoek blijkt dat het woningbouwplan Huis ter Heide West in zowel de bouwfase alsook in gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (>0,00 mol stikstof ha/jaar) op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000- gebieden. De woningbouwontwikkeling heeft derhalve geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Het plan voldoet daarmee aan de Wnb. Vertaling bescherming in het bestemmingsplan: In het bestemmingsplan zijn deze natuurwaarden vertaald in de bestemming ‘Bos’ die zorgt voor een groene omlijsting van het plangebied, waar het behoud en de ontwikkeling van het bos met natuurwaarden voorop staat. Het bos geniet bescherming door een verbod om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten die het bos kunnen aantasten.
Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als daardoor geen blijvende afbreuk wordt gedaan aan de natuur- en landschapswaarden van het bos.
15
mRO, b.v., Notitie Stikstofdepositieberekening Huis ter Heide West, 23 april 2024
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
95
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen
Verder is in het bestemmingsplan geregeld dat in ‘Bos’ geen gebouwen zijn toegestaan, maar enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, houtwallen, insectenhotels, bewegwijzering en constructies nodig om betreding door mensen en honden te weren (hekwerken) of om dieren te geleiden (amfibie- en reptielroosters). Bovendien is een nadere eisen regeling opgenomen met het oog op de ecologische waarden. Het College van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de situering en omvang van bewegwijzering/constructies en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanwege de ruimtelijke en ecologische kwaliteit zoals beschreven in het beeldkwaliteitsplan. Op die manier kan ook het terughoudend omspringen met verlichting worden geregeld. De bosstrook die als tuin is uitgegeven achter de bestaande tuinen van de woningen aan de Korte Bergweg hebben de bestemming ‘Tuin’ gekregen en zijn aangeduid als ‘bostuin’. Ook hier geldt een verbod om zonder vergunning bomen te kappen en dient het bos hier in stand te worden gehouden. Om te voorkomen dat deze gronden als achtererf worden aangemerkt waar vergunningsvrij kan worden gebouwd is expliciet bepaald dat de ‘bostuin’ niet kan worden ingericht als erf zoals bedoeld in artikel 1 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Een deel van het woongebied is gesitueerd in het bosgedeelte dat in de waardering van Pius Floris als waardevol is aangemerkt (vak 15). Om het bos hier te beschermen zijn deze gronden aangeduid als ‘specifieke vorm van woongebied – wonen in bos’. Binnen dit vlak is uitsluitend 1 appartementengebouw toegestaan (en geen andere woningtypen) met een collectieve tuin. De structuur met bomensingels als begrenzing van de woonvlakken is geborgd met de bestemming ‘Groen’. Hier mogen geen woningen worden gebouwd of ontsluitingswegen met parkeren worden aangelegd maar moeten de bomensingels behouden blijven. Daartoe hebben deze groenstroken een aanduiding ‘landschappelijke waarden’ gekregen. De bestaande ontsluiting van de voetbalvereniging is met een aanduiding op de verbeelding opgenomen. Andere ontsluitingen zijn hier niet mogelijk. Daarnaast zal het nieuwe woongebied van Huis ter Heide West worden aangewezen op de gemeentelijke Groene Kaart bij de Bomenverordening Zeist 2006. Dat betekent dat de bomen in het nieuwe woongebied straks de bescherming genieten van de gemeentelijke Bomenverordening, en er dan een kapvergunning nodig is voor het kappen van bomen op het erf of in de tuin. Conclusie Door de randvoorwaarden voor de ontwikkeling in het bestemmingsplan te borgen is verzekerd dat het aspect ecologie niet in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Voor de volledigheid wordt melding gemaakt dat, tijdens de uitvoering van eventuele werkzaamheden in de toekomst, uitvoering moeten worden gegeven aan de algemene Zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat ingrepen op zodanige wijze dienen plaats te vinden, dat de schade aan soorten beperkt wordt. Bij de uitvoering moet rekening gehouden worden met kwetsbare perioden van soorten (voortplantingstijd, overwintering). Daarbij dienen alle soorten die tijdens de ingreep aangetroffen worden, verplaatst of beschermd te worden, zodat zij behouden kunnen blijven.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
96
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen
5.6
BODEM
Beleid en regelgeving In het kader van een ruimtelijk plan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek (conform NEN 5740) kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. Bodemkwaliteit in relatie tot het plangebied Ten behoeve van de beoogde woningbouwontwikkeling is een verkennend en afperkend bodemonderzoek uitgevoerd door Van der Poel b.v., milieukundig adviesbureau16. Het integrale rapport is als bijlage achter deze toelichting opgenomen. De belangrijkste conclusies van het rapport luiden als volgt. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat tijdens het veldwerk in de toplaag van de bodem rondom boring 14 (en afperkende boring 109) een laag carboleum / teerlaag is aangetroffen (dikte circa 25 cm). In de onderliggende bodemlaag (0,25 – 0,75 m-mv) is een interventiewaarde overschrijding van PAK vastgesteld. Verder zijn er in de bovengrond overschrijdingen van de achtergrondwaarden aangetoond.
De sterke verontreiniging met PAK is middels het aanvullend afperkend onderzoek afgeperkt tot een omvang van ca. 10 m3. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, wordt gelet op bovenstaande verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de overige aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit (met uitzondering van de spot met PAK rond monsterpunt 14), niet te verwachten zijn. Ter plaatse van monsterpunt 14 is sprake van ca. 10 m3 met PAK verontreinigd bodemvolume (gehalte boven interventiewaarde). Het volumecriterium van 25 m3 sterk verontreinigd bodemvolume is niet overschreden. Ter plaatse is derhalve geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De exacte datum van het ontstaan van de verontreiniging is niet vast te stellen. Het zorgplichtbeginsel (onverwijlde sanering van bodemverontreiniging ontstaan na 1987) is derhalve niet van toepassing. Met betrekking tot deze verontreiniging zal in contact worden getreden met het bevoegd gezag (de Omgevingsdienst regio Utrecht, namens de gemeente Zeist) en zal een Plan van Aanpak worden opgesteld en ingediend betreffende het saneren van de verontreiniging van de bodem.
16 Van der Poel milieukundig adviesbureau, Verkennend en afperkend bodemonderzoek ter
plaatse van: Willem Versteeghstraat te Huis Ter Heide, 13 juli 2021.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
97
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen
Figuur 58 - Monsterpunten van het bodemonderzoek.
Conclusie Het aspect bodem staat er niet aan in de weg om dit plan verder in procedure te brengen.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
98
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen
5.7
NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE)
Beleid en regelgeving Het plangebied ligt voor een deel in een zone dat als potentieel verdacht gebied te beschouwen is op de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) in de bodem.
Figuur 59 - Verdacht gebied in de cirkel bij de rode pijl.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Huis ter Heide - West mRO b.v. / TOE / 06.163 – v14 / 24 juni 2024
99
NL.IMRO.0355.BPHuistHeidW-VS01 Vast te stellen