24RV043 Beleidskader Financiële Bestaanszekerheid - bijlage 1
Tekst van het document
Bestaanszekerheid voor Iedereen Verschil maken om verschil te verminderen
BELEIDSKADER Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
Ambitie, visie en speerpunten voor een integrale meerjarige aanpak
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
1
Voorwoord
In gemeente Zeist willen we dat iedereen mee kan doen en erbij hoort. Maar als iemand het financieel moeilijk heeft
Daarom moeten de oplossingen die we bieden dat ook zijn. Het verminderen van gezondheidsverschillen tussen
brengt dat veel zorgen met zich mee. Meedoen is dan heel moeilijk. Dit kan een negatieve invloed hebben op de gezondheid. Vanwege chronische stress, maar ook vanwege beperkte toegang tot de samenleving. Voor iemand met geldzorgen is het vanwege de extra kosten niet vanzelf sprekend om bijvoorbeeld een sport te beoefenen of muziek les te volgen. Voor kinderen heeft opgroeien in armoede bovendien invloed op de schoolprestaties, en maakt het moeilijker om zich te ontplooien en kansen te benutten.
inwoners met hoge en lage inkomens is daarom een belangrijk speerpunt.
Daarom presenteren we het beleidskader Financiële bestaanszekerheid voor de periode 2024-2027. Hierin zetten we onze visie om in concrete uitgangspunten en doelen voor de komende jaren. We bouwen voort op wat al goed gaat, maar we realiseren ons dat een intensievere aanpak nodig is om alle inwoners van onze gemeente de kans te geven om volledig deel te nemen aan de samenleving. We willen niet alleen dat meer inwoners zonder geldzorgen kunnen leven, maar ook dat een laag inkomen geen belem mering vormt om mee te doen. We richten ons meer op het voorkomen van financiële problemen en het versterken van financiële vaardigheden. Ook zorgen we ervoor dat inwoners krijgen waar ze recht op hebben door het systeem te vereen voudigen en onze regelingen toegankelijker te maken. Dit beleid voor financiële bestaanszekerheid hangt nauw samen met ons beleidskader gezondheid, sport en bewegen en het beleid op het gebied van kunst en cultuur. Gezond heid en bestaanszekerheid zijn onlosmakelijk verbonden.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
2
We vinden het belangrijk dat ons beleid aansluit op de behoeften van onze inwoners. Daarom hebben we uitgebreid onderzoek gedaan als basis voor dit beleidskader. Ik ben trots op het sterke netwerk van maatschappelijke partners in Zeist, en ik ben de inwoners dankbaar die hebben deel genomen aan de verschillende onderzoeken. Ook in de toekomst blijven we graag in gesprek over wat er nodig is. Huishoudens met een laag inkomen kunnen rekenen op steun, zoals de Geld-Terug-Regeling en vergoeding van Stichting Leerkansen voor schoolkosten. Maar ook op de ondersteuning van maatschappelijke partners zoals Schuldhulpmaatjes, Sociaal Raadslieden en de Regionale Sociale Dienst. Én de vrijwilligers van de Wegwijscafés, die klaar staan om inwoners te helpen als ze in de administratie door de bomen het bos even niet meer zien. Hun steun is onmisbaar en van o nschatbare waarde. Het versterken van de financiële bestaanszekerheid van onze inwoners kunnen we niet alleen. Samen met onze partners en ervaringsdeskundige inwoners gaan we aan de slag om dit beleid uit te voeren. Samen bouwen we aan een gemeente Zeist waarin iedereen kan rekenen op een goede toekomst, zonder schulden en waarin iedereen mee kan doen. Laura Hoogstraten Wethouder Bestaanszekerheid, Werk en Inkomen en Taal
Samenvatting
Speerpunt 2: We willen dat mensen met een laag inkomen kunnen deelnemen aan de samenleving
Met bestaanszekerheid bedoelen we een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Onvoldoende inkomen zorgt ervoor dat bestaans zekerheid onder druk komt te staan. Dit belemmert inwoners om mee te doen, het leidt tot ongelijke kansen en soms tot een opeenstapeling van problemen. Daarom vinden we financiële bestaanszekerheid een basisvoorwaarde om mee te kunnen doen. Met ons nieuwe beleid willen werken aan bestaanszekerheid voor iedereen. Om dit te bereikenzetten we de komende jaren in op de volgende speerpunten:
ʜ Bereik en effectiviteit: We bekijken welke doelgroepen we nog niet bereiken en onderzoeken de effectiviteit van de regelingen. ʜ Eenvoudige hulp: We willen dat ondersteuning makkelijk te begrijpen, te vinden en aan te vragen is. ʜ Focus op behoeften: We bieden ondersteuning op een manier die aansluit bij inwoners en houden rekening met de effecten die langdurige stress heeft op het doen vermogen van inwoners. ʜ Gelijke kansen: We zorgen ervoor dat alle kinderen gelijke kansen hebben. ʜ Persoonlijke ontwikkeling: We willen niet alleen inkomensondersteuning bieden, maar ook inwoners helpen om zichzelf te ontwikkelen en hun netwerk te versterken.
Speerpunt 1: Meer inwoners ervaren structurele financiële bestaanszekerheid
Speerpunt 3: We willen financiële problemen bij inwoners voorkomen
ʜ Integrale benadering: Samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen binnen het Sociaal Domein om de (financiële) bestaanszekerheid van inwoners te versterken. ʜ Uitvoeringsplan: Opstellen en uitvoeren van een plan met maatschappelijke partners onder regie van de gemeente. ʜ Stimuleren van innovatieve activiteiten die financiële bestaansonzekerheid doorbreken. ʜ Verkennen inzet ervaringsdeskundigen bij beleidsvorming, maatregelen en uitvoeringsplannen.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
ʜ Gezonde financiële start: We gaan de kennis en vaardigheden vergroten van jongeren zodat zij een gezonde financiële start kunnen maken. ʜ Basisvaardigheden vergroten: We werken samen met Volwassenen educatie aan het verbeteren van taal- reken en digitale vaardigheden van inwoners. ʜ Ondersteuning bij levensgebeurtenissen: We willen inwoners ondersteunen bij belangrijke momenten in hun leven, zodat ze geen geldproblemen krijgen. ʜ Preventie en vroeg signaleren: We werken samen met de RSD Schulddienstverlening om te voorkomen dat beginnende betalingsproblemen erger worden, zodat we ze op tijd kunnen helpen. 3
Speerpunt 4: Verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen
Proces
ʜ Voorkomen en verkleinen: We proberen te voorkomen dat financiële onzekerheid leidt tot gezondheidsprobleem en we willen bestaande gezondheidsverschillen kleiner maken. ʜ Investeren en versterken: We investeren in inwoners vanuit verschillende gebieden om hun gezondheid te verbeteren.
Evaluatie oude beleid
Door middel van de evaluatie hebben we bekeken hoe goed het vorige plan heeft gewerkt en of er dingen beter kunnen. Hiervoor hebben we op verschillende manieren data verzameld en deze geanalyseerd. Centraal bij de evaluatie stonden de vragen:
Om tot dit beleidskader te komen hebben we het onderstaande proces doorlopen. In de volgende fase, na de vaststelling van dit beleidskader, gaan we met onze maatschappelijke partners aan de slag met het uitvoeringsprogramma.
Beleidskader
Dit beleidskader is als een route beschrijving voor het maken en uitvoeren van regels en plannen en welke keuzes we maken.
Het uitvoeringsplan wordt een gedetailleerd document. Het geeft aan hoe het beleid uitgevoerd gaat worden.
Het vertelt ons waarom we iets doen, wat we willen bereiken en wat we daarvoor nodig hebben.
Het bevat concrete acties, wie gaat wat oppakken en wanneer. Kortom; een uitvoeringsplan helpt ons om een plan in actie om te zetten en zo doelen te bereiken.
ʜ Hoe ziet de uitvoering van het huidige beleid en wat willen behouden? ʜ Wat willen we verbeteren en wat willen we anders doen?
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
Uitvoeringsplan
4
Evaluatie Met de evaluatie hebben we stilgestaan bij waar we vandaan komen. Wat willen we voortzetten en wat waar willen we naartoe. Op verschillende manieren hebben we het vorige beleid geëva lueerd. Zo hebben we documenten, data en de landelijke ontwikkelingen geanalyseerd. Daarnaast hebben we maat schappelijke partners gesproken en de gemeenteraad en de Adviesraad Sociaal Domein om input gevraagd. Ook hebben we inwoners gesproken door middel van zowel een focusgroep als door middel van interviews. De evaluatie heeft ons geholpen om te bepalen waar we mee door gaan (omdat dit goed gaat volgens de evaluatie), waar we naartoe willen en welke kansen we zien om een aantal onderdelen te verbeteren. De keuzes komen terug in het beleidskader en komen tot uiting in de visie, speerpunten en uitgangspunten. Onderstaande afbeelding geeft weer waar we mee door gaan, wat de verbeterpunten zijn en wat de nieuwe onderdelen in dit kader zijn.
Wat gaat er goed en zetten we voort Aandacht voor stress-sensitief werken in de uitvoering T evredenheid over het aanbod aan inkomens ondersteuning, laagdrempelige toegang tot de regelingen, informatie en hulpverleningsorganisaties Sterke netwerksamenwerking
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
Verbeterpunten Vergroten duidelijkheid en toegankelijkheid regelingen en voorzieningen Inzetten op het verhogen van het bereik van de regelingen en inzetten op specifieke doelgroepen Inzetten van ervaringsdeskundigen en visie op omgang en bejegening van inwoners in een kwetsbare positie Meer coördinatie vanuit de gemeente op de onderlinge samenwerking tussen maatschappelijke partners Realiseren van meer mogelijkheden voor volwassenen om mee te doen aan sport- en cultuuractiviteiten Activiteiten gericht op voorlichting over financiën aan kinderen en jongeren Vergroten inzet verkleinen gezondheidsverschillen in relatie tot armoede
Nieuwe onderdelen in dit kader zijn Meer inzetten op een integrale werkwijze zowel op beleidsniveau als op uitvoeringsniveau Versterkte regierol gemeente Inzetten van ervaringsdeskundigen Faciliteren van innovatieve aanpakken Onderzoek doen naar de verschillende doelgroepen en effectiviteit van de regelingen Preventie van financiële problemen bij kinderen en jongeren Verkleinen van sociaal economische gezondheidsverschillen
5
Inhoud 1. Inleiding
7
2. Beleidscontext
10
3. Cijfers en ontwikkelingen
16
4. Visie en uitgangspunten
24
5. Speerpunten
28
6. Financiën
41
7. Monitoring en evaluatie
43
Bijlagen:
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
Overzicht gebruik minimaregelingen
43
Overige bijlagen (pdf)
49
6
Inhoudsopgave
1
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Inleiding
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
7
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
1. Inleiding In Zeist willen we ervoor zorgen dat iedereen volwaardig kan meedoen aan de samenleving. Tegelijkertijd is dat niet altijd vanzelfsprekend voor inwoners die leven in bestaansonzekerheid. Gedragswetenschappelijk onderzoek wijst uit dat schaarste leidt tot stress, mensen beperkt in hun mogelijkheden, effect heeft op iemands eigenwaarde en grote impact heeft op het welzijn en welbevinden.1 Ook heeft opgroeien in armoede een negatieve invloed op de opvoeding, gezondheid en ontwikkeling van kinderen.2 Bovendien zijn er naast individuele gevolgen van bestaans onzekerheid ook (indirecte) maatschappelijke gevolgen, zoals onbenut talent, hoge zorgkosten, minder vertrouwen in de overheid en afname van sociale cohesie.3 Financiële bestaanszekerheid is daarom de basisvoor waarde bij het realiseren van onze ambitie.
In de vorige collegeperiode hebben we vanuit het bestaanszekerheidsbeleid gewerkt aan het terugdringen van armoede, tegengaan van geldzorgen en het vergroten van kansengelijkheid. We gaan door met het versterken van de bestaanszekerheid van inwoners die leven in armoede en/of met een laag inkomen. We bouwen voort op de maatregelen en initiatieven die goed lopen en tegelijkertijd zetten we in op een verbreding van onze aanpak. Zo willen we de komende jaren meer inzetten op het voorkomen van financiële problemen. Dit gaan we doen door meer aandacht te hebben voor gebeurtenissen die tot financiële problemen kunnen leiden en te inves teren in (financiële) vaardigheden van specifieke groepen. Daarnaast willen we de ruimte bieden aan maatschappelijke partners om te innoveren en willen we dat ons beleid en de uitvoering aansluiten bij de leefwereld van de (kwetsbare) inwoners van Zeist.
De afgelopen jaren stonden in het teken van snel handelen op de korte termijn om zo de effecten te dempen van de coronapandemie en de stijgende (energie-)prijzen door de geopolitieke ontwikkelingen. Mede als gevolg hiervan is er toenemende aandacht voor bestaanszekerheid in het politieke- en maatschappelijke debat. Zowel lokaal als door het Rijk zijn er aanvullende maatregelen genomen om inwoners tijdelijk door de (energie) crisis heen te helpen. Op dit moment lijken de energieprijzen te stabiliseren en hebben de lokale aanvullende maatregelen een positief effect. Dit betekent dat het nu de tijd is om verder vooruit te kijken. 1
Mullainathan, S., Shafir, E., Elskamp, I. v. d., & Waa, F. v. d. (2013). Schaarste: Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen (Achtste druk. ed.). Amsterdam: Maven Publishing. Retrieved from https://vu.on.worldcat.org/oclc/1086581192
2
Nederlands Jeugdinstituut, Opgroeien en opvoeden in armoede, december 2020
3
Commissie sociaal minimum, Een zeker bestaan I en II, van respectievelijk 30 juni en 28 september 2023
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
Dit nieuwe kader financiële bestaanszekerheid omvat een visie, uitgangs punten en vier speerpunten waar we de komende jaren (extra) op willen inzetten. De nieuwe speerpunten en uitgangspunten komen voort uit de conclusies van de beleidsevaluatie en borduren voort op de (landelijke-) beleidsontwikkelingen. Als gemeente Zeist realiseren we ons dat we onze partners nodig hebben om te werken aan ambities. We kunnen dit niet alleen. De speerpunten
8
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
die in dit kader centraal staan, zijn daarom ook gebaseerd op de input van partners om zo te komen tot een breed gedragen plan. Ook gaan we aansluitend op dit kader met de maatschappelijke partners en ervarings deskundige inwoners een uitvoeringsplan opstellen. In dit plan leggen we vast welke maatregelen we nemen en hoe we de gestelde doelen uitvoeren. Enerzijds geeft dit de mogelijkheid om afspraken te maken voor de langere termijn. Anderzijds behouden we met dit uitvoeringsplan de ruimte om ook rekening te houden met de eventuele Rijkmaatregelen voor 2024 en verder, prijsontwikkelingen en andere crises. Op deze manier blijven we flexibel en wendbaar om te doen wat op dat moment nodig is voor onze inwoners.
1.1 Leeswijzer Allereerst wordt er een omschrijving gegeven van de landelijke beleids ontwikkelingen, de definitie van financiële bestaanszekerheid, de relatie met andere beleidsthema’s en de totstandkoming van deze nota. Vervolgens volgt er een toelichting op de cijfers en ontwikkelingen met betrekking tot financiële bestaanszekerheid op zowel nationaal als lokaal niveau. Daaropvolgend presenteren we de visie, speerpunten en uitgangspunten voor de komende jaren. De speerpunten worden hierna verder toegelicht. Ook lichten we toe hoe we het beleid gaan monitoren, evalueren en financieren. In de bijlage treft u een overzicht aan van de inkomens regelingen in Zeist en de rapportages van de uitgevoerde evaluaties.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
9
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
2
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Monitoring en evaluatie
2.1 Beleidsontwikkelingen
Beleidscontext
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
2.2 Afbakening Financiële bestaanszekerheid 2.3 Samenhang met andere beleidsthema’s 2.4 Totstandkoming
10
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
2. Beleidscontext
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Bovendien leidt een stapeling aan landelijke en lokale regelingen, naast grotere afhankelijkheid, volgens de Commissie sociaal minimum ook tot extra systeemstress. Niet iedere inwoner is zelfredzaam genoeg om de verschillende regelingen te vinden en aan te vragen. Daar bovenop is er een steeds verdergaande opsplitsing van verschillende soorten armoede (kinderarmoede, energiearmoede, menstruatiearmoede e.d.), waardoor gemeenten de bestrijding nog complexer maken en slechts pleisters blijven plakken. De Commissie beveelt daarom aan om te zorgen voor voorspelbare en overzichtelijke inkomensondersteuning en meer ruimte voor maatwerk als regelgeving niet toereikend is.
In dit hoofdstuk geven we achtergrondinformatie die van belang is bij het lezen van dit kader. Ook schetsen we hiermee wat het speelveld is van ons als lokale overheid.
2.1 Beleidsontwikkelingen Verschuivingen van taken In 2023 zijn er verschillende rapporten verschenen over bestaanszekerheid zoals Rapport-I en Rapport-II over Een zeker bestaan van de Commissie Sociaal Minimum en het essay Bestaanszekerheid als belofte van de VNG. Beide rapporten signaleren dat er in de afgelopen jaren steeds meer taken zijn verschoven van het Rijk naar gemeenten. Dit gebeurde zowel op eigen initiatief van de gemeenten om de gaten te dichten, als op verzoek van het Rijk, zoals tijdens de coronacrisis en de energiecrisis. Hierdoor zijn minima regelingen van het Rijk niet langer meer een middel om de gevolgen van armoede te compenseren en zijn steeds meer inwoners afhankelijk geworden van gemeenten om rond te kunnen komen. Een ander gevolg is dat er grote verschillen zijn ontstaan tussen gemeenten met betrekking tot de lokale regelingen en ondersteunende voorzieningen. Dit leidt tot dillema’s bij de (regionale) uitvoering van de inkomensvoorzieningen en ongelijkheid.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
Visie en uitgangspunten
11
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Ontoereikend sociaal minimum Naast de conclusie dat er sprake is van een verschuiving in taken tussen het Rijk en de lokale overheid, concludeert de Commissie sociaal minimum ook dat bijna alle huishoudtypes op het minimum maandelijks tot vele honderden euro’s tekort komen. Daarbij valt onder andere op dat stellen meer tekortkomen dan alleen¬staanden. En dat de tekorten groter zijn bij huishoudens met kinderen, en verder oplopen op als er meer oudere kinderen zijn. Om de tekorten bij huishoudens op de korte termijn op te lossen stelt de Commissie voor dat het Rijk het minimumloon en de bijstand verhoogt. Hier zijn eerste stappen voor gezet door het Rijk (zoals door de aanpak Armoede, Geldzorgen en Schulden). Daarnaast beseft het Rijk inmiddels dat er nog fors doorgepakt moet worden om het stelsel te verbeteren om kwetsbare inwoners een menswaardig bestaan te garanderen. Tot slot Inkomenspolitiek is in de eerste plaats voorbehouden aan het Rijk. Dit betekent dat het garanderen van bestaanszekerheid een taak is van het Rijk. Het Rijk is dan ook aan zet om structurele maatregelen te treffen.
Hoewel we afhankelijk zijn van het gevoerde Rijksbeleid zijn we ervan overtuigd dat we samen met de professionals, maatschappelijke partners en inwoners met onze lokale aanpak nog steeds het verschil kunnen maken voor onze inwoners die financiële problemen, geldzorgen of een laag inkomen hebben.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
12
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
2.2 Afbakening Financiële bestaanszekerheid
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
Dit betekent niet dat we in dit kader geen aandacht besteden aan de bredere benadering van bestaanszekerheid. In de volgende paragrafen gaan we ook nader in op de flankerende beleidsterreinen. In hoofdstuk 2 zetten we de toepassing van ons perspectief op bestaanszekerheid uiteen. In de onderstaande figuur heeft de Commissie sociaal minimum, bestaanszeker heid en financiële bestaanszekerheid op de volgende manier weergegeven:
Bestaanszekerheid is een abstracte en brede term waar veel verschillende interpretaties van mogelijk zijn. Bestaanszekerheid gaat niet alleen over voldoende inkomen, maar ook over een goede gezondheid, betaalbare en duurzame huisvesting, werk dat loont, een adequate opleiding, gezonde en sociale relaties en een zinvol leven.4
Bestaanszekerheid en financiële bestaanszekerheid, schematische weergave
Dit maakt dat het een complex vraagstuk is en de gevolgen zich voordoen in verschillende gedaanten en gezichten. Zoals werkeloosheid, eenzaamheid, een (te) klein informeel ondersteunend netwerk, zwakke gezondheid, chronische stress, dakloosheid en schulden.5 Omdat bestaanszekerheid een breed en complex begrip is, kiezen we voor afbakening en focussen we ons specifiek op financiële bestaanszekerheid. Voldoende inkomen om rond te kunnen komen is namelijk een basisvoor waarde. In dit beleidskader hanteren wij de onderstaande definitie van financiële bestaanszekerheid: Als basis moet iedereen in staat zijn om zichzelf te kunnen voorzien van noodzakelijke levensbehoeften, maar ook om mee te kunnen doen in de maatschappij en voldoende financiële buffers te hebben om tegenvallers op te vangen.6
Bron: Commissie sociaal minimum, Een zeker bestaan I en II.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
7
13
4
Centraal Planbureau en Sociaal Cultureel Planbureau, Kansrijk Armoedebeleid, juni 2020
5
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving, Gezichten van een onzeker bestaan, april 2021
6
Commissie sociaal minimum, Een zeker bestaan I en II, van respectievelijk 30 juni en 28 september 2023
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
2.3 Samenhang met andere beleidsthema’s Zoals ook te zien in de afbeelding op deze pagina sluit bestaanszekerheid aan op meerdere beleidsterreinen binnen het Sociaal Domein. Het gaat daarbij met name om het nieuwe kader Gezondheid, Sport en Bewegen. Deze kaders zijn o.a. opgesteld en ingericht op basis van een gezamenlijk evaluatieproces. Er zit overlap tussen de (onderliggende) uitgangspunten en doelen voor wat betreft het meedoen en het verkleinen van gezond heidsverschillen. Daarnaast sluit dit kader aan op de Strategische Kaders Werk & Inkomen RDWI en de daaruit volgende Innovatieagenda Werk & Inkomen, het Meerjarig Strategisch Plan RSD en het Beleidsplan Schulddienstverlening RSD. Deze kaders zijn in ZOU-verband opgesteld en geven daarmee richting aan het beleid en de uitvoering van de RSD in samenwerking met de lokale gemeenten. Financiële bestaanszekerheid is onlosmakelijk verbonden aan de bijstand, schulddienstverlening, participatie, werk en de desbetreffende doelgroep. Met de uitvoering van deze taken bieden we financiële bestaanszekerheid aan inwoners die daar (tijdelijk) niet toe in staat zijn. Werk is uiteindelijk de meest duurzame weg naar bestaanszekerheid. Verder sluit dit kader ook aan op de Agenda Jeugd & Onderwijs en de aanpak Kansrijke Start, waarin kansengelijkheid en preventie overeenkomende speerpunten zijn.
Tot slot sluiten de ambities uit de Taalaanpak en de ontwikkelingen rondom het versterken van de Sociale Basis aan op dit kader. De nieuwe beleidsdoelstellingen die in dit kader worden genoemd worden onderdeel van de subsidieregeling Sociale Basis.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
14
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
2.4 Totstandkoming Om te komen tot dit breed gedragen en actuele beleidskader, hebben we een participatief proces doorlopen, waarin observatie en evaluatie centraal stonden. Allereerst is er een evaluatie van de huidige plannen uitgevoerd. Hiervoor zijn beschrijvende documentanalyses uitgevoerd. Daarnaast heeft de GGD-regio Utrecht (GGDrU) interviews afgenomen met stakeholders die actief zijn op het gebied van financiële bestaanszekerheid. Om niet alleen stakeholders te bevragen, maar ook inwoners, heeft de GGDrU een panel onderzoek uitgevoerd. 799 inwoners uit Zeist hebben deelgenomen aan het onderzoek. Ook heeft de GGDrU als onderdeel van het evaluatieonderzoek een focusgroep gehouden met inwoners die leven van een laag inkomen. Verder heeft adviesbureau K2, om nog meer zicht te krijgen op de signalen, behoeften en het perspectief van de inwoners, een onderzoek onder inwoners uitgevoerd. Dit onderzoek bestond uit straatinterviews en inter views met inwoners. Al deze input heeft geleid tot contouren voor het nieuwe beleid, die in het najaar van 2023 verder uitgewerkt zijn met de stakeholders. Daarnaast hebben de Gemeenteraad en de adviesraad Sociaal Domein Zeist meegedacht en geadviseerd. En in november 2023 heeft een bijeenkomst plaatsgevonden met zo’n twintig externe partners waarin zij de mogelijkheid kregen om voorstellen te doen aan de gemeente Zeist.
Voor een uitgebreide omschrijving van de evaluatie verwijzen we naar de evaluatierapportages in de bijlage.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
15
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
3
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Cijfers en ontwikkelingen
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
16
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
3.1 Landelijke ontwikkelingen 3.2 Lokale ontwikkelingen 3.3 Gezondheidsachterstanden in Zeist 3.4 Energiearmoede
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
3. Cijfers en ontwikkelingen
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
Uit de rapportage Armoede en Sociale uitsluiting 2023 van het CBS blijkt dat in 2022 335.000 van de bijna 7,7 miljoen huishoudens moesten rondkomen van een laag inkomen.7 Dat komt neer op 4,4% huishoudens met armoede risico.8 In 2021 was dat nog 6,3%. De sterke afname komt door de energie maatregelen. Huishoudens met een laag inkomen kregen in 2022 naast korting op de energierekening een energietoeslag van veelal €1.300. Zonder de energiemaatregelen zou het armoederisico ten opzichte van 2021 zijn gestegen naar 7,7%. In vergelijking met recente jaren waren er in 2022 meer huishoudens met een inkomen net onder of boven de lage-inkomensgrens.
Om een beeld te schetsen van bestaanszekerheidsproblematiek geven we allereerst een beschrijving van de omvang van bestaansonzekerheid in Nederland op basis van verschillende onderzoeken. Ten tweede geven we een beschrijving van bestaansonzekerheid in Zeist. In het laatste gedeelte van dit hoofdstuk gaan we nader in op hoe dit onderwerp aansluit op andere beleidsterreinen.
3.1 Landelijke ontwikkelingen Hierbij moet wel een kanttekening worden geplaatst. De verwachting van het Centraal Planbureau is dat, nu de koopkrachtmaatregelen van het Rijk aflopen, het aantal personen in armoede dit jaar (2024) weer gaat stijgen.
Veel Nederlandse huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum leven in financiële bestaansonzekerheid. Dit betekent dat zij niet de nood zakelijke goederen en voorzieningen hebben om rond te komen en volwaardig mee te doen met de samenleving. Onder inkomensbronnen wordt verstaan: inkomen uit arbeid, inkomen uit de Participatiewet, AOWuitkering en ander inkomen zoals uit, zelfstandige, Werkloosheidof arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Van de huishoudens met een laag inkomen moesten er 129.000 al ten minste vier jaar achtereen van een laag inkomen rondkomen. Daarmee kwam het aandeel huishoudens met een langdurig laag inkomen uit op 1,8% in 2022. Dat is minder dan het aandeel van 3,0% in 2021. 7
Centraal bureau voor de Statistiek, Armoede en Sociale Uitsluiting, van december 2023.
Er is veel discussie over de definitie van armoede. Vragen over welke leefsituatie als armoede moet worden aangemerkt en welke mensen nu daadwerkelijk arm zijn, laten zich niet eenduidig beant woorden. Daarom spreekt het CBS bij hantering van de lage-inkomensgrens niet van arme huishoudens of huishoudens die in armoede leven, maar van huishoudens met een inkomen onder de lageinkomensgrens (kortweg huishoudens met een laag inkomen) of van huishoudens met kans op armoede. De CBS-Inkomensstatistiek is de bron voor uitkomsten over lage inkomens in Nederland. In 2022 bedroeg de lage-inkomensgrens voor een alleenstaande 14 450 euro per jaar. Per maand komt dit neer op 1 200 euro. Voor meerpersoonshuishoudens is de lage inkomensgrens met behulp van een equivalentiefactor aangepast voor de omvang en samenstelling van het huishouden. De aldus gecorrigeerde inkomens(grenzen) zijn daarmee vergelijkbaar gemaakt met de besteedbare ruimte van een alleenstaande. 8
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
7
17
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Eenoudergezinnen, alleenstaanden tot aan de AOW-leeftijd, huishoudens met een niet-Europese herkomst, bijstandsontvangers, laagopgeleiden en 55- tot 65-jarigen zijn groepen die van oudsher kampen met een relatief hoog risico op (langdurige) armoede. Verder steeg het risico op armoede bij zelfstandigen met personeel en zelfstandigen zonder personeel in 2022.
6
Financiën
7
Kinderarmoede In 2022 maakten 165.000 minderjarige kinderen deel uit van een huis houden met een laag inkomen. Dat komt neer op 5,2% van alle kinderen. Er is sinds 2014 sprake van een dalende trend. Kinderen met een (langdurig) armoederisico zijn vaak afkomstig uit eenoudergezinnen. Bij de groep kinderen met een Syrische herkomst was het risico het grootst. Kinderen met armoederisico wonen overwegend in een sociale huurwoning.11
3.2 Lokale ontwikkelingen
de schuldsanering terecht dan hogere inkomens. Van de Nederlandse huishoudens heeft 7,6% geregistreerde problematische schulden.9
In het kader van de evaluatie van het bestaande beleid heeft GGDrU op basis van de beschikbare data een kwantitatieve analyse gemaakt van de bestaanszekerheidsproblematiek in Zeist. De uitgebreide rapportages zijn onderdeel van de bijlagen. Eveneens geven we in de bijlage een beschrijving van het gebruik van de inkomensondersteunende regelingen op basis van de data van de Regionale Sociale Dienst (RSD). Het onder staande (volgende pagina) komt uit deze rapportages en hiermee geven we inzicht in de financiële bestaanszekerheid in Zeist.
Geldzorgen Zowel onder als boven de lage-inkomensgrens moesten huishoudens in 2022 vaker dan in 2021 hun spaartegoeden aanspreken. Bij de lage inkomens waren er meer huishoudens met betalingsachterstanden. Vooral door een toegenomen aandeel huishoudens dat om financiële redenen de water- of energierekeningen niet tijdig kon betalen. Bij zowel lage als hogere inkomens verdubbelde het aandeel met onvoldoende geld om het huis te verwarmen, naar respectievelijk 25% en 6% in 2022. Niet alleen armoede cijfers geven inzicht over de omvang van bestaansonzekerheid. Zo maakte Centraal bureau voor de Statistiek, Schuldenproblematiek in beeld, november 2023
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
5
Speerpunten
in 2022, 29% van de volwassenen zich zorgen over hun financiële toekomst, terwijl het in 2021 nog om 21% ging. Met name jongeren en alleenstaande ouders maken zich zorgen over hun toekomstige financiële situatie.10
Financiële problemen Nederlandse huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens rapporteren vaker financiële problemen dan huishoudens met een hoger inkomen. Ze hebben vaker betalingsachterstanden (12% tegen 2% in 2022) en kunnen zich bepaalde uitgaven veelal niet veroorloven. Van elke 10 lage inkomens zeggen er bijna 4 (zeer) moeilijk te kunnen rondkomen. Het aandeel huishoudens met armoederisico dat zegt schulden te moeten maken kwam uit op ruim 14% in 2022. Van de huishoudens met een hoger inkomen was dat 3%. Lage inkomens komen bovendien vaker in
9
Visie en uitgangspunten
18
10
BS, https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/23/zorgen-over-financiele-toekomst-in-jaar-tijd-flinkC toegenomen, juni 2023
11
Centraal bureau voor de Statistiek, Armoede en Sociale Uitsluiting, december 2023
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Omvang doelgroep 6,7% van huishoudens in Zeist heeft een laag inkomen. Dit percentage is tot aan 2020 langzaam gedaald. 4% van de Zeister huishoudens ontvangt een bijstandsuitkering. Na een daling vanaf 2018 zien we een stabilisatie vanaf 2020. Dit kan deels verklaard worden door de lockdowns tijdens de corona pandemie, waardoor mensen werkloos raakten en hierdoor een stabilisatie plaatsvond van het aantal huishoudens met een laag inkomen.
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Dalende trend t/m 2020 Doordat er een daling was in het percentage volwassenen met moeite met rondkomen tot 2020, zien we ook een daling in andere statistieken terug, zoals een daling in bijvoorbeeld huisuitzettingen. Deze daling in problematiek zien we ook terug in een daling in het gebruik van ondersteunende voorzieningen door huishoudens met financiële problemen, zoals schulddienstverlening van de RSD in de periode tot 2020. Een vergelijkbare daling zien we ook terug in de aanvragen bij Stichting Leerkansen. Vanaf 2020 neemt het aantal aanvragen echter weer toe. Die stijging zien we begin 2023 bijvoorbeeld ook al bij het aantal cliënten bij de Voedselbank. In kwartaal twee zien we weer een daling, op dat moment waren de ondersteunende regelingen van kracht. Voor 2024 en verder zullen we nog te maken hebben met de effecten van de inflatie en de energiecrisis. We weten nu nog niet of de inflatie dan nog steeds hoog is, maar verwacht wordt dat we op zijn minst de na-ijleffecten gaan zien.
Financiële problemen en geldzorgen Bijna 18% van de 18- tot 64-jarigen uit Zeist heeft moeite met rondkomen. Onder de 65-plussers is dit percentage veel lager (8,7%). Daarnaast is 22,4% van de 18- tot 64-jarigen uit Zeist niet in staat om een onverwachte uitgave van €1.000 te betalen en heeft bijna 6% van de 19- tot 65-jarigen risicovolle schulden. Dit is lager dan het landelijke percentage. Opvallend is dat met name de leeftijdsgroep 18 tot 34-jarigen het meeste moeite heeft om rond te komen. Deze leeftijdsgroep heeft ook het vaakst problematische schulden en is het vaakst niet in staat zijn om een noodzakelijke uitgave van €1.000 te betalen. De bovenstaande bevindingen komen overeen met het landelijke beeld. Verder blijkt uit de data dat de financiële problematiek in Zeist het laagst is onder 75-plussers, maar dat zij wel vaker dan de andere leeftijdsgroepen niet de onverwachte noodzakelijke uitgave van €1.000 kunnen doen. Opvallend is dat de data uitgesplitst naar opleidingsniveau laat zien dat niet alleen de laagopgeleiden, maar ook de middelbaar opgeleiden meer financiële problemen hebben in vergelijking met de hoogopgeleiden.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
Visie en uitgangspunten
19
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Kinderarmoede Uit het evaluatieonderzoek van de GGDrU blijkt dat 7,3% van de kinderen uit Zeist opgroeit in een huishouden met een laag inkomen. Ruim 3% van de Zeister kinderen groeit op in een huishouden met een langdurig laag inkomen. Dit percentage ligt wat hoger dan het regionaal gemiddelde. Over de tijd zien we dit percentage lichtjes dalen tot aan 2020. Door de huidige energiecrisis en inflatie verwachten we dat het evenwel weer gaat stijgen. Verder blijken 10-11-jarigen die opgroeien in een huishouden waar ouders moeite hebben om rond te komen vaker geen zwemdiploma te hebben of lid zijn van een sportclub.
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Verhaal achter de cijfers Naast de kwantitatieve analyse hebben we ook door middel van een focusgroep en verschillende interviews het verhaal van inwoners die leven in bestaansonzekerheid willen betrekken bij de evaluatie. Dit geeft het verhaal en bovenal de mensen achter de cijfers weer. In de bijlagen zijn de rapportages van het onderzoek van K2 en de focusgroep opgenomen. Uiteraard valt niet iedereen te categoriseren in één groep en kunnen er grote verschillen zijn tussen inwoners in een groep. Wel kunnen we op hoofdlijnen de inwoners die we hebben gesproken, die in bestaans onzekerheid leven, onderscheiden in drie groepen: dak- thuislozen, inwoners met een uitkering en werkende armen. Daarnaast blijkt uit alle gesprekken dat inwoners op verschillende manieren in een onzeker bestaan terecht zijn gekomen, zoals door: psychische problemen, levens veranderende gebeurtenissen (ziekte, scheiding en verliezen van baan) of door de hoge inflatie en daardoor hogere maandelijkse lasten. Verder was moeite om financieel rond te kunnen komen voor mensen het belangrijkste element van een onzeker bestaan.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
20
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
3.3 Gezondheidsachterstanden in Zeist
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Monitoring en evaluatie
kunnen hierdoor in een negatieve spiraal komen, waarin zowel de gezond heidsproblemen als de financiële problemen toenemen. Langdurige stress als gevolg van financiële problemen verklaart voor een belangrijk deel de impact van geldzorgen op gezondheid. De onderstaande afbeelding van Pharos geeft dit proces weer.16
Gemiddeld worden we steeds ouder en blijven we steeds langer gezond, maar dit geldt niet voor alle mensen. Ook in Zeist weten we dat de sociaaleconomische verschillen op wijkniveau bovengemiddeld groot zijn.12 Zo blijkt uit de cijfers dat er duidelijke gezondheidsverschillen zijn tussen buurten in Zeist. In de wijken Zeist-Noord en Zeist-West zijn bijvoorbeeld hogere scores op gezondheidsproblemen zoals ernstige eenzaamheid, roken, overgewicht, perinatale mortaliteit (doodgeborenen) en vroeg geboorte van baby’s.13, 14 Daarnaast overlijden inwoners in Zeist-Noord en Zeist-West gemiddeld 10 jaar eerder dan inwoners uit de andere drie wijken in Zeist (Centrum, Oost en Huis ter Heide, Bosch en Duin).15 Er is een sterke wisselwerking tussen armoede en gezondheid. Inwoners met geldzorgen ervaren vaker een slechte gezondheid en meer lichamelijke- en gezondheidsklachten. Dit blijkt ook uit de data over de relatie tussen een laag inkomen en de zes domeinen van gezondheid. Volwassenen en jongeren (13-17 jaar) die moeite hebben om rond te komen hebben minder vaak een gezond gewicht, ervaren minder regie over het leven, hebben minder vaak een goed ervaren gezondheid, voelen zich minder vaak psychisch gezond, voelen zich minder sociaal vitaal en zijn ook minder vaak tevreden over hun woning. Tegelijkertijd kan een slechtere gezondheid ook leiden tot meer financiële problemen.
Bijvoorbeeld omdat inwoners meer zorgkosten maken of gedwongen minder moeten gaan werken. Inwoners
Infographic 2021, Pharos ©
12
https://zeist.raadsinformatie.nl/document/13143307/1#search=%22samen%20gezonder%20in%20zeist%22
13
ereniging Nederlandse Gemeenten (2023) Gezondheidsverschillen – wijkprofielen V https://waarstaatjegemeente.nl/jive/report?id=gezondheid_wijkprofiel&input_geo=gemeente344_363
14
Gezondheidsmonitor volwassenen 18 – 64 jaar wijken, intern document
15
Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) 2023
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
Bron: Pharos, Samenhang Armoede, Schulden en Gezondheid.
16
21
https://pharos.nl/kennisbank/samenhang-armoede-schulden-en-gezondheid/
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
3.4 Energiearmoede
Uit onderzoek van TNO komt naar voren dat de verwachting is dat de steun aan energiearme huishoudens nog langere tijd nodig zal zijn, omdat het aannemelijk is dat de energieprijzen voor langere tijd onzeker blijven en waarschijnlijk niet meer terugkeren naar het stabiele lage niveau van voor de energiecrisis.17 Energiearmoede ontstaat door diverse redenen, waar onder het hebben van te weinig geld om de energierekening te betalen of het wonen in een slecht geïsoleerd huis met een lage energiekwaliteit. De doelgroep bestaat voor een gedeelte uit energiearme huishoudens, waarbij de stijgende prijzen een verzwarend aspect zijn van de al reeds bestaande armoede (en aanverwante problemen). Bovendien blijkt uit ander onderzoek van TNO dat er een toename is aan zorgkosten bij energiearme huishoudens in combinatie met een slechte woningkwaliteit.18 Anderzijds zijn er ook nieuwe energiearme huishouden bijgekomen die niet onder de armoedegrens leven/leefden, maar specifiek vanwege hun energierekening in financiële moeilijkheden komen. Daarnaast beschikken deze huishoudens vaak niet over voldoende middelen om te investeren in energiebesparende maatregelen en mee te doen aan de energietransitie.
TNO, Energiearmoede in Nederland 2022, januari 2023
18
TNO, Verkennend onderzoek hogere zorgkosten en energiearmoede, januari 2023
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
5
Speerpunten
6
Financiën
Om inwoners met een laag inkomen of in energiearme huishoudens te ondersteunen hebben we het afgelopen jaar, vanuit de beleidsterreinen Duurzaamheid en Bestaanszekerheid, gezamenlijk met maatschappelijke partners een aanpak opgezet om energiearmoede tegen te gaan. Deze aanpak wordt de komende periode verder doorontwikkeld vanuit het beleidsterrein duurzaamheid, waarbij de huidige integrale samen werking wordt voortgezet. Verder blijven we bewustzijn creëren over de impact van de energietransitie op inwoners met een laag inkomen binnen de verschillende duurzaamheidsprogramma’s. De focus vanuit energie en duurzaamheid ligt dan ook op de slecht geïsoleerde woningen en hun inwoners.
In 2050 willen we in Zeist energieneutraal zijn. De doelen moeten zoveel mogelijk haalbaar, realistisch en betaalbaar zijn voor iedereen. Ook woningcorporaties gaan aan de slag met het geleidelijk verder verduurzamen van hun woningen.
17
Visie en uitgangspunten
22
7
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
“Ik vind het wel overleven in plaats van leven.” Sylvia
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Visie en uitgangspunten
“Gewoon geen geldzorgen meer hebben, dat is mijn droom. Dat ik niet iedere dag stress hoef te hebben, naar mijn rekening hoef te kijken, of ik überhaupt een onderbroek kan kopen. Dat is echt, gewoon dat ik kan leven zonder die stress en zorgen.” Merle
5
Speerpunten
6
Financiën
“Al zet je me in Timboektoe, het interesseert me niet. […] Nou ja, verhuizen, dat is één.” Gonny
Deze quotes zijn afkomstig uit het onderzoek van de GGDrU
“Verhuizen, wat echt op mijn lijstje staat is verhuizen. [..] Voor mijn part zetten ze me in Soest of in Amersfoort, maar laat me in vredesnaam verhuizen.” Angelique
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
“Ik had schimmel in mijn huis, dus ik kwam in dat huis wonen, (en er was) schimmel, lekkage. Dat hoorde ik van meer mensen dat dat gebeurde, dus ik gelijk bellen […] Dit is het derde jaar dat ik daar woon, het is pas afgelopen zomer in orde gemaakt.” Liesbeth
23
“Bij mij thuis is het niet warmer dan 16 graden. […] Mijn kinderen liggen in de winter de hele dag in bed. Dat is lekker warm.” Christine
7
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
4
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Visie en uitgangspunten
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
24
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
4.1 Visie 4.2 Uitgangspunten
7
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
4. Visie, speerpunten en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Het gewenste maatschappelijke effect van deze visie is dat we kansen gelijkheid bevorderen. En ook doorbreken we de vicieuze cirkel waarin sommige inwoners verkeren die leven in financiële bestaansonzekerheid. Dit is een opgave van de lange adem. Het gaat om doorlopende inzet, die niet na vier jaar afgevinkt kan worden, maar centraal staat voor een langere periode. We bouwen hiermee dan ook voort op de ambities uit het bestaanszekerheidsbeleid uit 2017.
Het college heeft een overkoepelende ambitie voor het Sociaal Domein, te weten: ‘’Als gemeente hebben we de ambitie dat iedereen volwaardig mee moet kunnen doen aan de samenleving. Door uiteenlopende oorzaken is dat echter niet voor iedereen op dezelfde manier weggelegd. Onderwijs, werk en inkomen en een goed vangnet voor bestaanszekerheid bieden rust en een stabiele basis om mee te kunnen doen’’.
Speerpunten Aan de hand van vier speerpunten beschrijven we hoe we onze ambitie en visie gaan realiseren. 1. Meer inwoners ervaren structurele financiële bestaanszekerheid; 2. Meer inwoners ervaren dat het hebben van een laag inkomen geen belemmering is om mee te kunnen doen in de samenleving; 3. We voorkomen dat inwoners in financiële problemen komen;
Het nieuwe beleid in dit beleidskader Financiële Bestaanszekerheid draagt bij aan deze ambitie. De onderstaande visie vormt de kern van dit beleid:
4.1 Visie
4. We werken aan het tegengaan van aan sociaaleconomische gezondheidsverschillen.
‘’Zorgen en stress over geld hebben grote impact op het welbevinden en de gezondheid van inwoners en vormen een barrière om mee te kunnen en willen doen met de samenleving. Vanuit dit gegeven zetten we in op het voorkomen van financiële problemen en ondersteunen we inwoners, met maatschappelijke partners, bij geldzorgen, armoede en een laag inkomen. Op deze manier wordt de financiële bestaanszekerheid van inwoners versterkt, zodat zij mee kunnen doen aan de samenleving.’’
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
Visie en uitgangspunten
25
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
4.2 Uitgangspunten
6
Financiën
7
Monitoring en evaluatie
Leefwereld staat centraal De weg naar een onzeker bestaan kan lang en hobbelig zijn, maar ook kort en heftig. Overeenkomend is dat hoe meer inwoners geconfronteerd worden met een opeenstapeling van problemen, hoe meer die elkaar versterken en hoe minder vermogen er is om deze te verhelpen. De manieren waarop mensen in bestaansonzekerheid terechtkomen,
1. Stress-sensitief werken 2. Ongelijk investeren voor gelijke kansen 3. Leefwereld staat centraal 4. Uitgaan van vertrouwen
zijn net zo divers als de groep die het overkomt.21 Ook op basis van het onderzoek uitgevoerd door K2 en door de deelnemers van de focusgroep worden deze beelden en ervaringen onderschreven. Daarom stellen we in dit kader de leefwereld centraal van inwoners die leven in bestaans onzekerheid.
Stress-sensitief werken We realiseren ons dat inwoners met geldzorgen zich vaak langere tijd in een stressvolle situatie bevinden en dat dit effect heeft op hun cognitieve vermogens. Dit vraagt om een aanpak die ervoor zorgt dat de stress bij de inwoner afneemt en hem/haar verder helpt. Hierbij hoort het bieden van maatwerk en waar mogelijk de inwoner zoveel mogelijk ontzorgen.19 In huidige beleid vormt deze manier van werken ook al een uitgangspunt. Met dit kader geven we hier een verdere impuls aan.
Uitgaan van vertrouwen Inwoners die op de bijstand en/of op inkomensondersteunende maat regelen zijn aangewezen hebben niet veel keuze en zijn in grote mate afhankelijk van de gemeente. Mensen die leven in bestaansonzekerheid blijken het stigma te ervaren dat dit als hun eigen schuld wordt gezien en
Movisie, Wat werkt bij de aanpak van armoede en schulden, maart 2020
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
5
Speerpunten
Ongelijk investeren voor gelijke kansen Niet iedere inwoner in Zeist heeft gelijke mogelijkheden om zich te ontwikkelen tot wie diegene wil en kan zijn. Dit hangt soms mede samen met in welke wijk je woont of in welk gezin je bent geboren. We zien op basis van de data dat in bepaalde buurten meer inwoners leven in een kwetsbare positie.20 Daarom hebben we extra aandacht voor bepaalde wijken en doelgroepen en maken we de keuze om ondersteuning te bieden aan inwoners die dat het meeste nodig hebben.
Naar aanleiding van de adviezen van de GGDrU, de landelijke beleids ontwikkelingen, de uitkomsten van de evaluaties en de bijeenkomsten, zijn de volgende uitgangspunten voor het nieuwe beleid geformuleerd. Deze uitgangspunten vormen de basis voor het nieuwe beleid en staan niet op zichzelf, maar komen (soms in andere bewoording) ook terug bij verschillende beleidskaders binnen het Sociaal Domein, het nieuwe beleidskader Sport, Bewegen en Gezondheid en in de beleidsstukken van de RSD. De uitgangspunten zijn:
19
Visie en uitgangspunten
26
20
https://binnenlandsbestuur.nl/sociaal/g4-kent-grootste-verschillen-leefbaarheid-tussen-buurten#:~:text=Tussen%20 2014%20en%202020%20bleef,het%20aandeel%20hoogopgeleiden%20juist%20toenam.
21
Raad voor Volksgezondheid & Samenleving, Gezichten van een onzeker bestaan, april 2021
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
dat hun arbeidsmoraal ontkend/ontzegd wordt. Hierdoor hebben ze het gevoel dat ze gewantrouwd worden. Dit stigma heeft zowel gevolgen op individueel niveau als op maatschappelijke niveau. Zo durven ze door schaamte vaak niet om hulp te vragen en heeft het stigma negatieve gevolgen voor hun gezondheid en welzijn.22 Ook deze bevindingen komen terug in het onderzoek uitgevoerd door K2 en op basis van de focusgroep. Daarom kiezen we voor het uitgaan van vertrouwen in onze bejegening en toon.
Speerpunt 1
Stresssensitief werken
22
Speerpunt 2
Speerpunt 3
We voorkomen dat inwoners in financiële problemen komen.
Uitgangspunten:
Movisie, Verkenning Stigma en Bestaanszekerheid, november 2023
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
6
Financiën
’Zorgen en stress over geld hebben grote impact op het welbevinden en de gezondheid van inwoners en vormen een barrière om mee te kunnen en willen doen met de samenleving. Vanuit dit gegeven zetten we in op het voorkomen van financiële problemen en ondersteunen we inwoners, met maatschappelijke partners, bij geldzorgen, armoede en een laag inkomen. Op deze manier wordt de financiële bestaanszekerheid van inwoners versterkt, zodat zij mee kunnen doen aan de samenleving.’’
Meer inwoners ervaren dat het hebben van een laag inkomen geen belemmering is om mee te kunnen doen in de samenleving.
Ongelijk investeren voor gelijke kansen
5
Speerpunten
Visie
Deze uitgangspunten zijn verweven in de uitwerking van de speerpunten. Daarnaast zijn de uitgangspunten ook leidend bij het uitvoeringsplan.
Meer inwoners ervaren structurele financiële bestaanszekerheid
Visie en uitgangspunten
27
Leefwereld staat centraal
Speerpunt 4
We werken aan het tegengaan van aan sociaaleconomische gezondheidsverschillen.
Uitgaan van vertrouwen
7
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
5
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Visie en uitgangspunten
5
Speerpunten
6
Financiën
Speerpunt 1: Meer inwoners ervaren structurele financiële bestaanszekerheid
Speerpunten
Speerpunt 2: Meer inwoners ervaren dat het hebben van een laag inkomen geen belemmering is om mee te kunnen doen Speerpunt 3: We voorkomen dat inwoners in financiële problemen komen Speerpunt 4: Verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
7
28
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
5. Speerpunten
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Integrale samenwerking binnen het Sociaal Domein Werken aan bestaanszekerheid vraagt meer van ons dan het bieden van inkomensondersteunende maatregelen. Een inwoner die wakker ligt van geldzorgen moeten we eerst hiervan afhelpen, voor we hem of haar een taalcursus of opvoedondersteuning aanbieden. Met andere woorden: bestaanszekerheid kan niet als een losstaand beleidsterrein worden gezien. Het vormt de basis om andere interventies en maatregelen te doen slagen. En andersom draagt de inzet op andere beleidsterreinen bij aan het structureel versterken van bestaanszekerheid of het voorkomen van een onzeker bestaan. Daarom kiezen we voor een integrale benadering. In het vorige hoofdstuk hebben we omschreven dat er veel beleidsterreinen aansluiten op financiële bestaanszekerheid. Op beleidsniveau zetten we in op een nauwere samenwerking met andere beleidsterreinen en kijken we welke plek bestaanszekerheid hierbinnen krijgt. De afbeelding op de volgende pagina laat het perspectief op bestaanszekerheid zien vanuit
In dit hoofdstuk worden de vier speerpunten beschreven die centraal staan in dit kader. Dit zijn de thema’s waar we de komende jaren actief aan werken. Per speerpunt beschrijven wat we gaan doen en waarom. De concrete uitwerking volgt in een uitwerkingsplan voor de periode van 4 jaar, welke samen met de partners en ervaringsdeskundigen wordt opgesteld na vaststelling van het beleid.
5.1 Speerpunt 1: Meer inwoners ervaren structurele financiële bestaanszekerheid Wat gaan we doen: ʜ We kiezen voor een integrale benadering. Vanuit de verschillende leefgebieden en beleidsterreinen binnen het Sociaal Domein werken we gezamenlijk aan het versterken van de (financiële) bestaanszekerheid van onze inwoners. ʜ We versterken het netwerk en stellen samen met maatschappelijke partners een uitvoeringsplan op en voeren vanuit de gemeente regie hierop. ʜ We faciliteren en jagen innovatieve activiteiten (vernieuwende activiteiten) aan die bijdragen aan het doorbreken van financiële bestaansonzekerheid. ʜ We verkennen hoe we ervaringsdeskundigen kunnen inzetten bij verdere beleidsvorming, de ontwikkelingen van maatregelen en het uitvoeringsplan.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
Visie en uitgangspunten
de inwoner en maakt ook de raakvlakken met de andere beleidsdomeinen en doelstellingen zichtbaar per levensgebied.
29
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Inkomen en uitgaven ʜ Ik heb voldoende besteedbaar inkomen voor noodzakelijke kosten, niet alleen vandaag maar ook morgen ʜ Ik kan verstandig omgaan met mijn inkomen ʜ Ik heb geen dagtaak om rond te komen (betalingen, betaalafspraken, inkopen) ʜ Ik heb geen stress over mijn inkomen ʜ Ik weet mijn weg te vinden in het regelen van mijn inkomen ʜ Ik heb geen schulden die mijn inkomenszekerheid aantasten ʜ Ik ben in staat om bij life events mijn inkomsten en uitgaven in balans te houden
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Gezondheid ʜ Ik ben goed verzekerd tegen zorgkosten ʜ Ik kan bijkomende zorgkosten betalen ʜ Ik heb de mogelijkheid om deel te nemen aan beweeg- en/of sportactiviteiten ʜ Ik nuttig elke dag drie gezonde maaltijden ʜ Ik zit goed in mijn vel ʜ Ik heb voldoende toegang tot noodzakelijke zorg Wonen ʜ Ik heb een dak boven mijn hoofd ʜ Ik woon veilig ʜ Ik kan mijn vaste woonlasten betalen ʜ Ik heb een basisinrichting van mijn woning ʜ Ik heb een voor mij toegankelijke/passende woning
Participatie / meedoen in de samenleving ʜ Ik kan maximaal naar vermogen meedoen (werk, vrijwilligerswerk, activiteiten, zinvolle dagbesteding, sport en cultuur) ʜ Ik ontmoet andere mensen als ik dat wil ʜ Ik heb voldoende sociale contacten waarbij ik hulp kan vragen ʜ Ik maak me waardevol voor de samenleving ʜ Ik kan me ontwikkelen
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
Visie en uitgangspunten
Onderwijs & opleiding ʜ Ik heb voldoende taalniveau/ik kan goed lezen en schrijven (NL) ʜ Ik heb een (start)kwalificatie passend bij arbeidsmarkt ʜ Ik heb toegang tot passend onderwijs ʜ Ik kan volwaardig meedoen in het onderwijsprogramma Bron: Nota bestaanszekerheid Tilburg
30
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Daarnaast vraagt integrale dienstverlening ook om een versterkte samenwerking tussen de teams van de RSD en het CJG en Sociaal Team. Beperkte samenwerking of informatie-uitwisseling kan ertoe leiden dat er soms onvoldoende kennis is over inkomensondersteuning, oog voor participatiebevordering en inwoners vaak bij verschillende loketten hun verhaal moeten doen. Dit kan in de praktijk betekenen dat het aanvragen van inkomensondersteuning wordt vertraagd en dat in sommige gevallen de financiële problemen verder toenemen.23 Daarom sluiten we, om dit doel te behalen, in het kader van integrale samenwerking tussen verschillende loketten aan bij de ontwikkeling van ‘geen verkeerd loket’. Een onderwerp uit de Innovatieagenda Werk en Inkomen van de RSD.
Bannink, D. & Bosselaar, H. (2018). Het probleem samenwerken. Den Haag: Boom Bestuurskunde.
Beleidskader Financiële bestaanszekerheid 2024-2027
5
Speerpunten
6
Financiën
7
Uitvoeringsplan en versterken netwerksamenwerking Naast lokale inkomensondersteunende maatregelen zijn er diverse (vrijwilligers-) organisaties en maatschappelijke partners actief in Zeist om inwoners met een laag inkomen te ondersteunen. We zijn trots op alles wat er gebeurt. Ook zijn we er ons van bewust dat het bieden van structurele bestaanszekerheid een uitdaging is en niet altijd binnen de cirkel van invloed van ons als gemeente ligt. Als gemeente weten we dat dit een opgave is voor de langere termijn en van een lange adem. Om de speer punten uit dit kader te realiseren is samenwerking tussen maatschappelijke organisaties en professionals in de vorm van een stevig en duurzaam netwerk nodig.
Aangrenzend aan de integrale benadering van bestaanszekerheid binnen het Sociaal Domein is integrale dienstverlening. Duidelijke afspraken op beleidsniveau moeten er ook aan bijdragen dat er bij de Sociaal Team en Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) meer aandacht komt voor het herkennen van (achterliggende) financiële problematiek. Zo kunnen de consulenten van het CJG of het Sociaal Team de inwoner ook doorverwijzen naar de ondersteuning binnen de Sociale Basis of de RSD. Om kennis over de financiële problematiek te vergroten gaan we investeren in trainingen rondom Stress-sensitief werken en worden deze onderdeel van het opleidingsaanbod voor de consulenten in het Sociaal Domein. Daarnaast zorgen we voor de juiste hulpbronnen om te kunnen doorverwijzen. We verkennen of we inzichtelijk kunnen maken hoe vaak er door de teams wordt doorverwezen naar de financiële ondersteuning binnen de Sociale basis of naar één van de teams binnen de RSD.
23
Visie en uitgangspunten
31
Monitoring en evaluatie
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
Beleidscontext
3
4
Cijfers en ontwikkelingen
Op dit moment is er nog te veel sprake van één op één samenwerking tussen de gemeente en verschillende organisaties. Dit leidt ertoe dat er niet altijd een overzicht is van de totale aanpak en onderlinge samenwerking tussen partijen niet altijd even goed van de grond komt. Daarom willen we een impuls geven aan het huidige organisatienetwerk. Dit vraagt wel van partners om soms over hun eigen schaduw heen te springen en hun eigen specialisme te combineren met specialismen van anderen. Een versterkte samenwerking moet eraan bijdragen dat ook deze partijen vanuit een integraal perspectief naar bestaanszekerheid kijken. Ook ontstaat er hierdoor gedeelde kennis over competenties binnen de verschillende zelfstandige organisaties. Daarbij is inzicht op welke manier ze elkaar kunnen aanvullen van groot belang om zo uiteindelijk samen een resultaat te kunnen realiseren dat geen van hen zelfstandig kan bereiken. Dit vraagt om evaluatie op netwerkniveau in plaats van het beoordelen van de bijdragen van de individuele organisaties.
5
Speerpunten
6
Financiën
7
start, de netwerkcoördinator Zorg4Zeist en de coördinator sport en gezond heid. Samen zijn zij de schakels richting de uitvoering en coördineren zij het netwerk en de voortgang van het uitvoeringsplan. Verder maken we in dit uitvoeringsplan gezamenlijke afspraken over de overlegstructuur en de randvoorwaarden voor een goede samenwerking. Ontwikkeling en innovatie Perspectief bieden aan inwoners met financiële bestaansonzekerheid vraagt om een aanpak die impact heeft. Daarom stimuleren we innovatieve projecten op het gebied van armoede en schulden en de preventie hiervan door middel van een innovatiesubsidie. Het doel is om te leren van deze nieuwe projecten en te experimenteren met nieuwe werkwijzen. Succesvolle projecten proberen we op te schalen, te versterken en daarna te integreren in de bestaande werkwijzen. Projecten zonder het gewenste resultaat beëindigen we. Ook daar leren we veel van. We ontwikkelen samen met partners een evaluatiemethode. Verder kunnen we op deze manier ook eenvoudiger inspelen op trends en ontwikkelingen. Ook moeten alle projecten bijdragen aan het vereenvoudigen van de systemen en het versterken van de onderlinge samenwerking tussen maatschappelijke partners, zodat we passende ondersteuning kunnen bieden aan onze inwoners. Binnen het uitvoeringsplan bieden we hier vanuit de gemeente ruimte en de middelen voor.