23RV031 Kadernota 2024
Tekst van het document
2024 € -100 € -66 € -208 € 1.100 € 726
2025 € € -66 € -216 € 1.100 € 818
2026 € € -66 € € 1.100 € 1.034
2027 € € -66 € € 1.100 € 1.034
18. Verkenningsonderzoek Dorpshuis Den Dolder Inhoudelijke toelichting: Op basis van de behoefte en wensen vanuit Den Dolder willen wij een verkenningsonderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden en haalbaarheid van het realiseren van een dorpshuis in Den Dolder. Maatschappelijk effect: Opvolging geven aan een al vele jaren bestaande wens uit (een deel van) de Dolderse gemeenschap. Onderzoeken of dit zinvol en haalbaar is, samen met maatschappelijke partners. Financiële toelichting: Het gevraagde bedrag is € 100.000,- en wordt ingezet voor een verkenningsonderzoek. Dit onderzoek zal door een extern bureau wordt uitgevoerd. Het bedrag is incidenteel. Risico’s bij niet honoreren: Door de langdurige onzekerheid raken de bewoners(organisaties) verder teleurgesteld. Zonder een verkenningsonderzoek hebben wij geen goed onderbouwde argumenten bij een eventueel negatief antwoord.
Totaal
2024 -100
2025 0
2026 0
2027 0
20 Kadernota 2024
19. Gebeidssamenwerking A tot Z Inhoudelijke toelichting: Het gebied op de Utrechtse Heuvelrug (Amersfoort- Soest-Leusden-Zeist) is een kwetsbaar gebied waar zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Ruimte is schaars en de opgaven zijn groot en urgent. Om te komen tot realiseerbare en inpasbare oplossingen van de opgaven is een brede, integrale en gebiedsgerichte aanpak essentieel. In maart 2023 heeft de gemeente Zeist samen met de gemeenten Amersfoort, Soest en Leusden, provincie Utrecht, het Waterschap Vallei en Veluwe (mede namens Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) en Defensie een alliantieverklaring ondertekend om samen te werken aan gebiedsopgaven in het gebied van Amersfoort tot Zeist. Hierbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met elkaars opgaven, zoals woningbouw, werkgelegenheid, bereikbaarheid, de klimaat- en groenopgave, energietransitie, concentratie van eenheden en vastgoed van Defensie, tijdelijke opvanglocaties, cultuurhistorie en recreatie en wordt nagedacht over een ruimtelijke inrichting die ook voor toekomstige generaties houdbaar is. Aan deze gebiedssamenwerking zijn kosten verbonden. Maatschappelijk effect: Door samen te werken aan opgaven blijft de kwaliteit van de leefomgeving voor huidige en toekomstige generaties houdbaar. Dat geldt ook voor de flora en fauna in het gebied.
Financiële toelichting: De kosten van deze gebiedssamenwerking zijn voorlopig begroot op € 350.000 per jaar. Deze kosten zullen op basis van een nog nader te bepalen verdeelsleutel toegerekend worden aan partijen. Voorlopig wordt voor gemeenten uitgegaan van €1,00 per inwoner. Voor Zeist betekent dit een jaarlijkse bijdrage van €66.000,00. Risico’s bij niet honoreren: Als niet wordt samengewerkt kan dat voor Zeist leiden tot minder optimale oplossingen, minder draagvlak van stakeholders en meer inzet van capaciteit omdat werkzaamheden niet onder andere gebiedspartners verdeeld kunnen worden.
Totaal
2024 -66
2025 -66
2026 -66
2027 -66
21 Kadernota 2024
20. Project Voor L-Kaar Vollenhove Inhoudelijke toelichting: In 2020 is het project Sociale aanpak bij renovatie L-flat gestart binnen de buurtaanpak Vollenhove Vooruit. Eind 2022 is dit project geëvalueerd en de resultaten zijn heel positief. Uw raad is hier via een raadsinformatiebrief (RIB23.022) in februari 2023 en een stamtafel sociaal domein over geïnformeerd. Inwoners en partijen in de wijk zijn zeer tevreden over team Voor L-kaar. Dit team van zorgprofessionals is in de flat geplaatst. Meer dan 300 huishoudens zijn door het team geholpen tot nu toe. De verwachte toename van crisissituaties en problemen is voorkomen. Uit de evaluatie komt naar voren dat het project een preventieve werking heeft gehad. Zo is er een afvlakking te zien in het aantal afgegeven beschikkingen Jeugdhulp en Wmo in de L-flat. Ook is er contact ontstaan met bewoners die zorg mijden of die het zorgsysteem ingewikkeld vinden. De andere manier van hulpverlenen door Voor L-kaar, namelijk erop af gaan en veel zelf doen, sluit aan bij de behoefte van deze populatie bewoners. Alle betrokken partijen zien dan ook een grote toegevoegde waarde om dit project door te zetten. Ook juist nu de renovatie is afgerond. De populatie bewoners blijft namelijk hetzelfde.
Na covid-19 en de renovatie blijven locaties met veel sociale huurwoningen, zoals de L-flat, plekken waar vaker mensen wonen in een kwetsbare positie en er veel zorg nodig is. Landelijk wordt ook al gesignaleerd dat er voor deze groep mensen specifieke hulp nodig is om problemen en zorgkosten te reduceren. We hebben geleerd dat de kwetsbaarheid van de bewoners en de daarmee samenhangende problematiek in de flat de plaatsing kan rechtvaardigen van een permanent team dat laagdrempelig en outreachend werkt. We willen graag alle opgedane lessen van dit project goed borgen (financieel en beleidsmatig) en bekijken hoe we dit het beste kunnen doen in relatie tot andere ontwikkelingen in het sociaal domein. Hier hebben we meer tijd voor nodig. Om de continuïteit van zorg voor inwoners zeker te stellen wordt er voorgesteld om dit project met twee jaar te verlengen. Dit geeft de tijd om nog meer te leren over de preventieve werking van dit project zonder renovatie én een goed plan voor de toekomst op te stellen. De financiering vanuit de RegioDeal Vitale Wijken voor dit project binnen Vollenhove Vooruit loopt eind 2023 af en daarom voeren we (Team Vollenhove Vooruit i.s.m. het Sociaal Domein) de financiering voor 2024 en 2025 op voor de kadernota. In 2025 kan een raadsvoorstel volgen over de structurele toekomst van dit project.
Maatschappelijk effect: Stapeling van problemen en zorgmijding wordt voorkomen door de nabijheid en outreachende inzet van zorgprofessionals. Inwoners kunnen dichtbij een eenvoudig en snel hun hulpvraag stellen. Beperking van het aantal afgegeven beschikkingen Jeugdhulp en Wmo en daling zorgkosten. Effectieve samenwerking in de wijk om inwoners in een kwetsbare situatie eerder en sneller te helpen. Financiële toelichting: De kosten bestaan uit de loonkosten van 3 FTE HBO- professionals gespecialiseerd op het gebied van Jeugdhulp en Wmo en bedragen per jaar € 260.000,-. De professionals zijn in dienst bij stichting Buurtzorg Jong. In 2025 krijgt de evaluatie een update door middel van monitoring. De kosten hiervoor zijn € 8.000. De kosten in 2025 bedragen dan € 268.000,-. Voorgesteld wordt 20% van de kosten, zijnde € 52.000 per jaar, te dekken uit de bestemmingsreserve 'Financiële effecten door Corona'. De gevolgen van de coronacrisis zijn groter voor mensen in een kwetsbare positie en zijn ook nog steeds (blijvend) aanwezig. Dit project richt zich specifiek op deze doelgroep. Via deze melding wordt verzocht voor 2024 een bedrag van € 208.000,- en voor 2025 € 216.000,- beschikbaar te stellen. Additionele kosten voor projectleiding en huur van de benodigde kantoorruimte worden vanuit de projectbegroting Vollenhove Vooruit gefinancierd.
Risico’s bij niet honoreren: Acute stop van outreachende en preventieve hulpverlening waar inwoners erg tevreden over zijn en ontstaan van een forse wachtlijst. Schade van vertrouwen dat is opgebouwd met een groep inwoners in een kwetsbare situatie. Onbegrip en onrust bij betrokken partijen in de wijk die een goede samenwerking hebben met Voor L-kaar en een hoge tevredenheid ervaren over dit project. Explosieve toename van de werkdruk bij ST en CJG in Noord (overdracht van op dit moment 115 lopende dossiers).
Totaal
2024 -208
2025 -216
2026 0
2027 0
22 Kadernota 2024
21. Begroten uitkering BCF-Plafond Inhoudelijke toelichting: Gemeenten kunnen de BTW op bepaalde taken declareren bij het BTW compensatiefonds (BCF). Voor de declaraties van alle gemeenten samen is een plafond ingesteld. Wanneer de gemeenten, in totaal, onder dit plafond blijven wordt het verschil toegevoegd aan het gemeentefonds en uitgekeerd aan de gemeenten. In het lopende jaar wordt in de septembercirculaire een voorschot uitgekeerd en de afrekening vindt plaats in de meicirculaire van het jaar daarna. De gemeente Zeist neemt deze uitkering niet op in de meerjarenbegroting, maar boekt dit als een incidenteel voordeel. In de praktijk blijkt echter dat het zich structureel voordoet. De provincie als toezichthouder staat toe dat gemeenten het voordeel wel opnemen in de begroting. Maatschappelijk effect: Er is geen maatschappelijk effect, alleen een budgettair effect Financiële toelichting: In de septembercirculaire 2022 is een overzicht opgenomen van de geraamde ruimte tussen plafond en gezamenlijke declaraties gemeenten. Dit bedrag loopt op van € 321 mln. in 2022 naar € 1.089 mln. in 2027. Voorgestel wordt om de uitkering op te gaan nemen in de begroting. Om risico's zoveel mogelijk te vermijden wordt voorgesteld de verwachte stijging niet te begroten, maar een vast structureel bedrag te begroten.
Voorgesteld wordt het bedrag dat bekend wordt gemaakt in de meicirculaire van jaar T, structureel te ramen in de begroting voor het jaar T+1. Bedragen in onderstaande tabel zijn een indicatie omdat de meicirculaire 2023 nog niet is verschenen. Risico’s bij niet honoreren: Bij het niet honoreren zijn er geen risico's. Bij het wel honoreren is er een risico dat het werkelijke bedrag afwijkt van de begroting. Als individuele gemeente hebben we geen invloed op wat er landelijk wordt gedeclareerd.
Totaal
2024 1.100
2025 1.100
2026 1.100
2027 1.100
23 Kadernota 2024
3.3 Inventarisatie RIOZ In Zeist hebben wij de “Reserve Integrale Ontwikkeling Zeist” (RIOZ). Doel van deze reserve is dienen als spaarpot voor toekomstige voorzieningen en ambities. Het gaat daarbij om investeringen die aansluiten op de vastgestelde visies. Om aanspraak te kunnen maken op deze middelen wordt momenteel uitgegaan van de volgende spelregels: -
-
Aan de reserve kan worden onttrokken als het doel waarvoor de middelen bestemd zijn, een fundamentele meerwaarde heeft voor de gemeente. De reserve is niet bedoeld voor zaken die van incidentele betekenis zijn, noch voor tekorten op bestaande budgetten. Toekomstige onttrekkingen vooral aan te laten sluiten bij de ambities die de gemeente heeft vastgelegd in visies, zoals de structuurvisie, brede sociale visie, groenstructuurplan en de duurzaamheidsvisie. De onttrekkingen zullen worden vastgelegd in een voortschrijdend vierjaarlijks uitvoeringsprogramma, dat ter goedkeuring aan de raad wordt voorgelegd. Begrote onttrekkingen moeten binnen 2 jaar tot uitvoering leiden. Voorgestelde bestedingsdoelen worden direct onttrokken uit de reserve. Denkrichting van het college t.a.v. actualisatie van het uitvoeringsprogramma bij kadernota informatief met de raad delen. Definitieve besluitvorming bij de begroting.
Momenteel loopt er een evaluatie van de werking van het RIOZ in de afgelopen jaren. In de tweede helft van 2023 zal de raad hierover geïnformeerd worden. Vooruitlopend op deze conclusies, maar rekening houdend met de laatste regel uit de huidige spelregels presenteren wij hieronder een overzicht van onderwerpen die mogelijk in de toekomst aanspraak op het RIOZ willen/kunnen maken. De reserve heeft per 1/1/2023 een saldo van € 6.591.210. Daarnaast is als onderdeel van de resultaatbestemming bij de jaarstukken 2022, conform de spelregels van de nota stabiliteitscriteria, voorgesteld om € 8.458.312 te doteren waarmee het totaal op € 15.049.522 uit zal komen. Thema’s/onderwerpen die momenteel als mogelijke dekking het RIOZ hebben zijn: -
Instandhoudingsplan Buitensportaccommodaties (zie “Overige ontwikkelingen – nummer 15”) Sloopkosten Vollenhove (zei “Overige ontwikkelingen – nummer 4”) “Meedoen XL” (Als onderdeel van het programma Sociaal in Balans)
Richting de Begroting zullen deze, en mogelijk andere, voorstellen verder uitgewerkt worden en ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd.
24 Kadernota 2024
3.4 Uitgangspunten Begroting 2024 Het financiële beeld van de toekomst is deels afhankelijk van diverse uitgangspunten. Met deze uitgangspunten gaan wij rekenen in de begroting 2024 en daarom moeten deze door de raad vastgesteld worden. In deze paragraaf staat beschreven welke uitgangspunten we hebben gehanteerd en worden deze toegelicht: A. Prijsindex B. Loonindex C. Overhead D. Rekenrente E. Tariefontwikkeling F. Rioolrecht G. Afvalstoffenheffing H. Markttarieven
A. Prijsindex Toepassen van een prijsindex van 7,7% in de begroting 2024 op de opbrengstenkant en kostenkant. We zijn gewoon de prijsindex te bepalen op grond van de CPB gegevens en het dakpannensysteem. We zien geen reden hier voor de begroting 2024 van af te wijken. Op grond van de CPB gegevens en het dakpannensysteem komt de prijsindex 2024 uit op 7,7%. De berekening is opgenomen in onderstaande tabel. Ontwikkeling prijsindex CPB / septembercirculaire 2021: deze prijsindex zit nu in de begroting CPB / septembercirculaire 2022: deze prijsindex zou het moeten zijn volgens recente cijfers CPB Correctie bij begroting 2024 Voorstel index begroting 2024
2020
2021
2022
2023
2,30%
2,30%
1,80%
1,90%
1,90% -0,40%
2,50% 0,20%
4,20% 2,40%
4,90% 3,00%
2024
2,50% 7,70%
Met de Raad is afgesproken de prijsindex via het zogenoemde dakpannensysteem te berekenen. Dit betekent dat niet alleen vooruit, maar ook terug wordt gekeken. Wanneer de inflatie in voorgaande jaren zich anders heeft ontwikkeld dan begroot, dan wordt dit in het komende begrotingsjaar weer hersteld. De voorgestelde prijsindex van 7,7% betreft dus de correcties voor de jaren 2020-2023 bij elkaar opgeteld (5,2%) plus de index voor 2024 van 2,5%. We kijken terug totdat het Rijk de prijsindex in enig jaar definitief heeft verklaard. Vaak geschiedt dit in het 3e jaar na afloop van een jaar. De prijsindex 2019 is in 2022 definitief verklaard, wijzigt dus niet meer en hoeft niet meer mee te worden genomen voor de correctie. De maatregel houdt ook in dat de opbrengsten waar van toepassing wel worden verhoogd met 7,7%. Ook hier zullen financieel technische uitzonderingen zijn. Zo is de opbrengst gemeentefonds afhankelijk van de circulaires en zijn de 100% kostendekkende tarieven afhankelijk van de kosten. Als de kosten met 7,7% stijgen, zullen de tarieven niet met een hoger percentage kunnen stijgen, omdat dan de 100% kostendekkendheid wordt overschreden. De prijsindex is niet van toepassing op bepaalde kostensoorten: kapitaallasten liggen vast op basis van de historische kosten, voor de loonkosten geldt een aparte index, en zo zijn er nog enkele (financieel technische) uitzonderingen.
Dit verandert niet onder deze maatregel. Indexering kosten toegang Sociaal domein Met de zorgaanbieders en de werkgevers van de toegang hebben wij overeenkomsten afgesloten. In deze overeenkomsten is opgenomen dat wij indexeren op basis van de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). De belangrijkste reden waarom deze wijze van indexering is opgenomen in de overeenkomsten is dat de gemeenten reële tarieven dienen te bieden, zowel voor de jeugdhulp, als voor de Wmo. De OVA wordt berekend op basis van cijfers die het Centraal Planbureau publiceert in het Centraal Economisch Plan. Voor 2024 is het percentage nu nog niet bekend. Bij het opstellen van de begroting 2024 zal dit percentage wel worden gehanteerd. Dit kan zorgen voor een hogere of lagere indexering op deze onderdelen van de begroting.
25 Kadernota 2024
B. Loonindex Toepassen van een loonindex van 4,29% in de begroting 2024, volgens de te verwachten loonstijgingen zoals opgenomen in de CPB-Kerngegevenstabel-raming-CEP-2023-maart-2023, onderdeel Prijs overheidsconsumptie/ beloning werknemers Vanaf 2019 wordt de loonindex berekend op basis van het CEP-kerngegeven “Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers”, zoals het CPB dat eind maart publiceert. De berekeningssystematiek gebeurt op basis van de dakpannensystematiek, zoals afgesproken met de Raad. Dit betekent dat niet alleen vooruit, maar ook terug wordt gekeken. Wanneer de loonindex in voorgaande jaren zich anders heeft ontwikkeld dan begroot, dan wordt dit in het komende begrotingsjaar hersteld. De voorgestelde loonindex van 4,29% betreft dus de correcties voor de jaren 2021-2023 bij elkaar opgeteld (-0,41%), plus de index voor 2024 van 4,70%. Ontwikkeling loonindex 1e Berap melding 2022 aangepast Prijs overheidsconsumptie/ beloning werknemers maart 2022 Correctie bij begroting 2023 Index begroting 2023 1e Berap melding 2023 aangepast Prijs overheidsconsumptie/ beloning werknemers maart 2023 Correctie bij begroting 2024 voorgaande jaren Voorstel loonindex begroting 2024
2021 0,90% -1,10%
1,80% 0,90%
2022 0,60% 4,80% 3,00%
7,40% 2,00%
2023
2024
3,30% 3,30% 3,49% 3,50% 4,70% -3,31% -,041% 4,29%
C. Overhead In het kader van een robuust gemeentelijk financieel beleid worden de lasten van de overhead op een éénduidige, transparante wijze en met een vast percentage doorbelast in de tariefberekening externe tarieven en de grondexploitaties. De sleutel voor het berekenen van het percentage is “Directe salariskosten” en het percentage wordt jaarlijks geactualiseerd bij het opstellen van de programmabegroting. De financiële uitwerking volgt bij het opstellen van de begroting 2024. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van de tarieven.
D. Rekenrente In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat niet mag worden gewerkt met een vooraf gekozen rekenrente, maar dat de berekende omslagrente moet worden gehanteerd. Deze omslagrente wordt berekend door de werkelijk betaalde (minus ontvangen) rente op onze leningen toe te rekenen aan de taakvelden, door het rentebedrag te delen door de boekwaarde van de vaste activa. Alleen als voor investeringen specifieke leningen zijn aangetrokken (partiële financiering), mag de rente van deze financiering ook worden gebruikt voor de berekening van de rentelasten van deze investering. In Zeist werken we niet met partiële financiering. De omslagrente wordt in deze systematiek bij de begroting 2024 opnieuw berekend.
26 Kadernota 2024
E. Tariefontwikkeling Op basis van de hierboven voorgestelde prijsindex van 7,7% zullen ook de gemeentelijke tarieven in beginsel met 7,7% worden aangepast. Dit geldt voor de volgende tarieven: - Toeristenbelasting - Precariobelasting - Leges (indien niet wettelijk bepaald en indien niet 100% kostendekkend) - Parkeerbelasting - Privaatrechtelijke tarieven - OZB De hoogte van de reclamebelasting voor 2024 wordt bepaald in samenspraak met de Stichting Centrummanagement. Vooralsnog wordt hier geen bijzondere tariefontwikkeling verwacht. Een aantal gemeentelijke tarieven wordt berekend vanuit het (wettelijk verplichte) uitgangspunt 100% kostendekkendheid. Bij het opstellen van de Begroting 2024 zullen deze tarieven opnieuw worden berekend op basis van de actuele kostenontwikkeling. Deze kosten kunnen zich anders ontwikkelen dan de geprognosticeerde 7,7%. Bijvoorbeeld kapitaallasten en loonkosten worden in de gemeentelijke begroting zo exact mogelijk berekend. En voor de tarieven van de afvalstoffenheffing is de kostenontwikkeling bij de RMN bepalend (100% kostendekkendheid). Daarnaast spelen de hierboven vermelde wijzingen omtrent de rekenrente hierin ook een rol. Op het moment van opstellen van deze kadernota zijn niet alle gegevens bekend om hier een goede doorrekening van te kunnen maken.
De volgende tarieven worden herrekend bij de begroting 2024 en kunnen dus afwijken van de index van 7,7%: - Rioolrecht - Afvalstoffenheffing - Markttarieven - Legestarieven met 100% kostendekkendheid Leges titel 1 en 3 Vorig jaar zijn de leges voor titel 2 opnieuw berekend vanuit het streven naar 100% kostendekkendheid verder invulling te geven. Daarbij is aangekondigd dat voor dit jaar de leges van titel 1 en 3 aan de beurt zijn. Momenteel loopt een onderzoek naar de mogelijkheden om ook deze leges richting de 100% kostendekkendheid te brengen. Bij de begroting 2024 zal hier een voorstel voor volgen.
F. Rioolrecht In december 2021 is een nieuw verbreed Gemeentelijk Riool Plan vastgesteld.) Het Gemeentelijk Riool Plan dateert uit 2021. Hierin is meerjarig besloten het rioolheffingstarief te stabiliseren (exclusief inflatie). De inflatie (indexering) wordt met deze kadernota vastgesteld op 7,7%. Per saldo betekent dit dat het tarief 2024 zal stijgen met 7,7%. Het uitgangspunt van het vGRP in Zeist is 100% kostendekkendheid. Dit wordt bereikt door middel van verrekening met de egalisatievoorziening riolering. Mogelijk dat dit nog tot een aanpassing van het beoogde percentage leidt. Bij de Begroting 2024 worden de definitieve tarieven gepresenteerd.
G. Afvalstoffenheffing De kosten van inzameling en verwerking van huishoudelijk afval worden in Zeist in rekening gebracht via een afvalstoffenheffing, waarbij het tarief afhangt van de omvang van het huishouden. De opbrengst van de afvalstoffenheffing behoort niet tot de algemene middelen, maar moet worden gebruikt om de kosten te dekken van de afvalinzameling en -verwerking. Het uitgangspunt hierbij is dat de tarieven voor 100% kostendekkend zijn. De kosten van afvalinzameling blijven stijgen. De RMN berekent deze kosten door aan gemeenten. Op dit moment is de concept begroting 2024 van RMN nog in behandeling en heeft nog geen verkenning plaatsgevonden voor het tarief afvalstoffenheffing 2024. In de begroting 2024 zal inzichtelijk worden wat de exacte tarief-ontwikkeling zal worden.
H. Markttarieven Ten tijde van het vaststellen van de Kadernota 2024 loopt er nog een onderzoek naar kostenvermindering van de markt. De uitkomsten van dit onderzoek leiden tot een nieuwe marktgeld verordening en een mogelijke verandering in de samenwerking met de marktondernemers. Deze stukken worden in de raad van december 2023 aan de gemeenteraad voorgelegd. In afwachting van de uitkomsten van het onderzoek gaan we voor nu uit van een verhoging van het tarief van de markt met de prijsindex van 7,7%. In december worden de tarieven 2024 vervolgens aangepast aan de nieuwe marktgeld verordening.
27 Kadernota 2024
3.5 Cashflow Zoals gebruikelijk informeren wij u bij de Kadernota / Bestuursrapportage ook over de cashflow. Daarbij wordt ingegaan op het verwachte financieringssaldo in de komende periode. Financieringssaldo Het financieringssaldo geeft aan of de vaste financieringsmiddelen (de som van het eigen vermogen en het lang vreemd vermogen) toereikend zijn om de investeringen (in vaste activa) te financieren. Een negatief saldo betekent dat de investeringen deels betaald moeten worden uit tijdelijke liquiditeitssaldi of door het aantrekken van (kasgeld)leningen. Zie ook hierna onder “Kasgeldlimiet”. Dit financieringssaldo is dus een heel ander saldo dan het begrotingssaldo dat het verschil tussen de jaarlijkse lasten (inclusief de rente en afschrijving op investeringen) en de jaarlijkse baten aangeeft. In de prognose van de vorige Kadernota was sprake van een verwacht positief financieringssaldo van € 1,6 mln. per eind 2022, terwijl dat saldo naar verwachting vanaf 2023 negatief zou worden. De onderstaande tabel met de geactualiseerde prognose geeft aan dat in werkelijkheid per eind 2022 sprake was van een positief financieringssaldo van € 21,0 mln. Het hogere liquiditeitssaldo per eind 2022 ten opzichte van de verwachting in de Kadernota 2022, is vooral veroorzaakt doordat de uitgaven op de geprognosticeerde investeringen in 2022 achterbleven bij de verwachtingen.
Op basis van de geactualiseerde cijfers zal het financieringssaldo naar verwachting eind 2023 negatief worden. De liquiditeitsbehoefte kan dan naar verwachting nog met kasgeldleningen worden opgelost. Uitgaande van de thans bekende investeringen en daarvoor nu verwachte uitgavenplanning, ontstaat er eind 2023 wel een negatief financieringssaldo (zie onderstaande tabel). Het negatieve saldo loopt in 2024 verder op. Vervolgens loopt het negatieve financieringssaldo vooral in 2026 verder op. De reden hiervan is vooral de relatief forse omvang van de in de planning meegenomen onderwijs-investeringen en specifiek de investering van € 20,5 mln. voor de aanpassing van het gebouw en de sporthal bij De Breul. Volgens de huidige planning zal deze investering vanaf het 3 e kwartaal 2023 worden uitgevoerd. Het mag duidelijk zijn dat als de uitvoering van de (grote) investeringen vertraging oploopt, het financieringstekort minder snel stijgt dan geschetst. Van het financieringstekort mag tot een bedrag van € 15,4 mln. gefinancierd worden met kort geld (kasgeldleningen). Dit is normaliter financieel (qua rentelast) ook het meest aantrekkelijk. Komt het saldo boven de kasgeldlimiet (zie hierna) en gaat de liquiditeitsbehoefte inderdaad langer duren, dan moet worden overgegaan tot consolidatie, dat wil zeggen tot het aantrekken van een langlopende lening.
Het moment waarop daadwerkelijk tot deze actie zal worden overgegaan, is afhankelijk van de werkelijke financieringssituatie en van de (verwachte) renteontwikkeling. Financieringspositie x € 1.000 Kadernota
2022 21.008
2023 -8.670
2024 -16.652
2025 -16.858
2026 -23.609
De financieringspositie 2022 in deze tabel betreft de werkelijke stand, de standen bij de latere jaren zijn ramingen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) als norm gesteld voor het maximumbedrag waarmee de gemeente haar activiteiten met kortlopend geld (< 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is voor onze gemeente € 15,4 miljoen. Renterisiconorm De renterisiconorm geeft het kader aan voor de spreiding van looptijden in de (langlopende) leningenportefeuille. De norm houdt in dat het bedrag dat nodig is voor de verplichte aflossingen en de renteherzieningen in een jaar niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm is op basis van de begroting 2023 ongeveer € 36,3 miljoen. Renteherzieningen komen overigens in onze leningenportefeuille niet voor. Vanuit de leningenportefeuille bedraagt de aflossing in 2023 € 3,3 miljoen. De ruimte onder de renterisiconorm komt daarmee uit op € 33,0 miljoen.
28 Kadernota 2024