CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

13RV0038 (Concept) Actualisatie GVVP 2014-2023

Overige evenementen 6 april 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: GVVP 2014 - 202316.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Opgemerkt zij dat in 2013 al bij praktisch alle bushaltes fietsparkeervoorzieningen zijn dan wel worden geplaatst. Attractiepunten Attractiepunten zijn publieksaantrekkende functies, zoals een bibliotheek, een zwembad en sportvoorzieningen. Een locatie dicht bij de ingang (maximaal 50 meter) is noodzakelijk. In bijlage 8 van het bijlagenrapport is een lijst met attractiepunten in Zeist opgenomen. Scholen Het overgrote deel van leerlingen en studenten komt op de fiets naar school. Scholen dienen daarom te beschikken over grootschalige fietsenstallingen. Een locatie dicht bij de ingang (maximaal 50 meter) is noodzakelijk. De rol van gemeente hierin is aan te geven hoeveel fietsparkeerplaatsen een school op eigen terrein moet realiseren, bijvoorbeeld bij de nieuwbouw van een school. Bedrijven Bij bedrijven dienen voldoende stallingsvoorzieningen aanwezig te zijn voor werknemers en bezoekers. Een locatie dicht bij de ingang (maximaal 50 meter) is noodzakelijk. De rol van gemeente hierin is aan te geven hoeveel fietsparkeerplaatsen een bedrijf op eigen terrein idealiter nodig heeft, bijvoorbeeld bij de nieuwbouw of uitbreiding van een bedrijf. 4.3.4

Fietsparkeervoorzieningen

Een bezettingsgraad van meer dan 80% wordt als vol ervaren. De CROW-leidraad Fietsparkeren hanteert daarom als norm een bezettingsgraad van 80% om te bepalen of er sprake is van een capaciteitstekort. Ook kunnen voor het bepalen van het gewenste aantal plekken de parkeerkencijfers van het CROW worden gebruikt, zoals die in de Leidraad Fietsparkeren zijn opgenomen. Kwaliteit fietsparkeervoorzieningen Zeist stelt de volgende kwaliteitseisen aan de fietsparkeervoorzieningen: Gebruiksgemak bij het plaatsen en vastzetten van de fiets; Minimale kans op schade aan de fiets; diefstal- en vandalismebestendigheid; duurzaamheid van het systeem. In de FietsParkeur

10

zijn deze eisen verder uitgewerkt.

10

De stichting FietsParKeur bevordert sinds 1999 goede fietsparkeervoorzieningen (fietsenrekken, fietsenstallingen etc.). De kwaliteitseisen van FietsParKeur staan in een tweetal Normstellende Documenten.

25

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

Naast de kwaliteit van de fietsparkeervoorziening zelf is sociale veiligheid een belangrijk aspect. Hierbij gaat het om voldoende overzicht, verlichting en een goed onderhouden openbare ruimte. Daarnaast moeten de openingstijden aansluiten bij het gebruik van de omliggende functies, zoals openingstijden van winkels. Om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren kan de gemeente aanhaken bij AFAC. AFAC staat voor Algemene Fiets Afhandel Centrale. Gemeenten die geen centrale willen opzetten, kunnen met de AFAC light toch op een goede manier weesfietsen en fietswrakken registreren en verwerken. Fietswrakken en weesfietsen nemen vaak veel van de toch al beperkte plekken in een fietsenstalling in. Bovendien geven fietswrakken de omgeving een verloederde aanblik. Dat leidt, gezien de onoverzichtelijke openbare ruimte, tot een groter risico op fietsdiefstal. Binnen de gemeente Zeist wordt uitgezocht in hoeverre het haalbaar is om hierbij aan te sluiten. Fietsparkeermogelijkheden voor bijzondere fietsen Er is een groei te zien van het aantal fietsen met afwijkende maten. Het gaat bijvoorbeeld om bakfietsen, fietsen met aanhangers en fietsen met rekken aan het stuur(wiel). Bij de bestaande fietsenstallingen is er vaak geen of beperkt ruimte voor afwijkende maten. De gemeente reserveert hiervoor speciale fietsparkeerplaatsen, bijvoorbeeld in het centrumgebied. 4.3.5

Maatregelen fiets

Voor de hoofdfietsroutes zijn de onderstaande maatregelen geformuleerd. In de onderstaande tabellen worden telkens eerst de hoofdfietsroutes benoemd en daarna aangegeven welke maatregelen voorzien zijn. De routes gelden in beide richtingen. Hoofdfietsroute

Maatregel e

Utrechtseweg – Lageweg / 1 en 2 Dorpsstraat – Driebergseweg

Vollenhove - Oude Arnhemseweg Zeist Centrum

Zeist Centrum – De Uithof (via Noordweg - Bisschopsweg)

Kromme-Rijnlaan - Weteringlaan

e

Verkeerlichten worden aangepast: stapsgewijs wordt een groene golf light ingesteld, waarvan fietsers ook doorstromingsvoordelen hebben. Daarnaast worden mogelijkheden en wenselijkheden onderzocht om op éénrichtingsfietspaden in twee richtingen te fietsen. Waar mogelijk worden fietspaden verbreed. Kruispunt Oude Arnhemseweg - Schermerslaan wordt als erg onveilig ervaren, fietser heeft voorrang, kruispunt is onduidelijk ingericht. Oude Arnhemseweg tussen Schaerweijdelaan en centrum niet herkenbaar als fietsroute, Oude Arnhemseweg rommelig ingericht (vrijliggend fietspad richting centrum, gemengd verkeer richting Vollenhove, paaltjes en NP-markering op diverse plaatsen, geen eenduidige voorrangssituatie). Het heeft de voorkeur om de gehele Oude Arnhemseweg opnieuw in te richten en fietsverkeer, auto’s en parkeren van elkaar te scheiden. In Zeist West liggen niet over het gehele traject aparte fietsvoorzieningen. De maximumsnelheid is 30 km/u binnen de bebouwde kom. Wegen zijn duidelijke woonstraten, parkeren langs de weg, erfaansluitingen, woningen aan weg. Relatief veel auto’s in straatbeeld. Het is geen herkenbare route. Door de aanleg van fietsstroken waar nodig en mogelijk kan de herkenbaarheid worden vergroot. Verkeersveilige oversteek kruispunt Koppelweg - Weteringlaan. Aandacht voor de fietser bij kruispunt Weteringlaan - Waterigeweg.

26

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

(vervolg) Hoofdfietsroute

Maatregel

Montaubanstraat - Voorheuvel Bergweg Jacob van Lenneplaan

In het Centrumplan worden maatregelen beschreven voor deze route.

Blikkenburgerlaan Zeist Centrum – Verlengde Slotlaan – richting Soesterberg

Oude Woudenbergse Zandweg Krakelingweg - Zandbergenlaan Nieuwe Dolderseweg Heideweg Breullaan Oranje Nassaulaan - Jagersingel – Lindenlaan

Kerckebosch - Tussen de Dennen Prins Bernhardlaan Hoog Kanje - Grensweg

De fietsstroken op de Jacob van Lenneplaan moeten worden verbreed naar minimaal 1,50 meter. Aanbrengen fietsstroken van minimaal 1,50m breed. Slotlaan eerste deel gemengd verkeer en daarna fietsstroken. Het gedeelte vanaf de Verlengde Slotlaan – Ericaweg – Weg naar Heibergen zou als fietsstraat kunnen worden ingericht. Het heeft daarvoor min of meer al het juiste profiel. Het tweede gedeelte is al een solitair fietspad. Deze weg kan worden ingericht als fietsstraat. Het vervolg van de fietsroute bij de McDonald’s is onduidelijk, daarnaast is de aansluiting op de Ericaweg onveilig. In overleg met provincie route aanpassen of verduidelijken. Heideweg wordt in 2013 gereconstrueerd, fietsstroken van minimaal 1,50m aanbrengen Hier worden in 2013 fietsstroken (1,50 meter) aangebracht. Fietsers rijden op de parallelbanen op de Oranje Nassaulaan. De snelheid van het autoverkeer op de parallelbanen moet omlaag worden gebracht. De parallelbanen kunnen worden ingericht als fietsstraten. Hier moeten minimaal fietsstroken worden aangebracht. De route kan worden ingericht als fietsstraat. In het project Herontwikkeling Kerckebosch wordt Hoog Kanje afgesloten voor alle verkeer m.u.v. fietsers en voetgangers. De Grensweg is nu een onverplicht fietspad, check op staat asfalt / comfort route

Tabel 1a: maatregelen fiets Zeist Hoofdfietsroute Huis ter Heideweg – Prins Alexanderweg – Hobbemalaan – Dolderseweg Prins Alexanderweg – Amersfoortseweg - Spoorlaan Den Dolder - Baarnseweg - Duinweg – Mesdaglaan - Panweg - Bergweg Steynlaan Den Dolder - Pleineslaan Tolhuislaan - Biltseweg

Maatregel Op de Hobbemalaan vindt in 2013 / 2014 groot onderhoud plaats. De fysieke ruimte is alleen zeer beperkt. De Spoorlaan is onvoldoende breed, maar verbreding betekent aantasting van het groen. De fietsstroken op de Baarnseweg zijn smal en slecht zichtbaar. Fietsstroken verbreden.

Er wordt een fietstunnel onder het spoor richting het sportcomplex gerealiseerd. Op de Tolhuislaan ontbreken fietsvoorzieningen, hier moeten fietsstroken aangelegd worden. Tabel 1b: maatregelen fiets Den Dolder, Huis ter Heide en Bosch & Duin Hoofdfietsroute Maatregel Austerlitz - Oude PostwegEen gedeelte van de Traaijweg tot hoofdfietsroute opwaarderen Austerlitzseweg - Woudenbergseweg (sluit aan op route Woudenbergseweg - Laan van Beek & Royen) Tabel 1c: maatregelen fiets Austerlitz

27

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

Maatregelen voor fietsroutes worden zo mogelijk meegenomen bij beheeren onderhoudswerkzaamheden. Als er sprake is van het opstellen van een wijkverkeersplan, kunnen maatregelen daar een plaats krijgen. Overigens stelt de gemeente Zeist in 2013 een Actieplan Fiets op, waarin de benoemde uitgangspunten en maatregelen ook een plek krijgen.

4.4

Openbaar vervoer

4.4.1

Openbaar vervoer netwerk

Het openbaar vervoernetwerk is voor de komende periode vastgelegd in de regionale OV-visie. Bestuur Regio Utrecht heeft deze visie als opdrachtgever van het openbaar vervoer en in afstemming met de gezamenlijke gemeenten – waaronder Zeist – vastgesteld. Vanuit de OV-visie wordt ingezet op de zware relaties, het verbindend netwerk. Het verbindend netwerk heeft als doel om Zeist met de economische kerngebieden (vooral Utrecht Centrum / Centraal en De Uithof, maar ook Driebergen-Zeist en Amersfoort) te verbinden. Naast de zware relaties, wordt voor de ontsluitende lijnen ingezet op het versoberen en efficiënter maken van het netwerk. Het netwerk is opgebouwd uit een dragend netwerk en een servicenetwerk. Het dragend netwerk Het dragend netwerk in Zeist bestaat naast de treinlijnen uit buslijnen met een frequentie van minimaal 6 maal per uur gedurende een groot deel van de dag, met een hoge gemiddelde snelheid en een goede bezetting. Het dragend netwerk bestaat uit buslijnen met zo min mogelijk bushaltes. Op de bushaltes zijn daarom goede fietsstallingsmogelijkheden essentieel. Daarnaast is er actuele reisinformatie beschikbaar op de bushaltes voor zover deze voldoen aan de criteria die het Bestuur Regio Utrecht daaraan stelt: • DRIS op alle HOV-haltes en overige knooppunthalten.

• Indien huidige instaphalte met DRIS vervalt/wijzigt bij dienstregelingswijzigingen, dan wordt op nieuwe instaphalte ook DRIS geplaatst (indien niet aanwezig). • Bij overige halten indien het aantal (te verwachten) instappers meer dan 30.000 op jaarbasis bedraagt, ofwel circa 150 per dag. (Deze norm zal worden getoetst aan de hand van recente OV-chipkaartgegevens. Uitgangspunt hierbij is dat bijstelling van deze norm niet mag leiden tot een uitbreiding/inkrimping van het aantal DRIS-displays, maar wel op een toets en eventueel tot een herverdeling op basis van het reizigersgebruik. • In alle tijdelijke halte-situaties (langer dan 12 maanden), dienen bovenstaande criteria te worden toegepast. In kortere tijdelijke situaties is (ver)plaatsing van DRIS geen eis. Het servicenetwerk Het servicenetwerk is bedoeld om de ontsluitende functie van openbaar vervoer in wijken en kernen in te vullen op plaatsen waar het dragend netwerk (te grote) gebieden onbediend laat. Routes gaan niet direct van knoop naar knoop, maar van bestemming naar bestemming. Het eindpunt van de lijn ligt bij het eerstvolgend knooppunt. Er kan kleiner materieel worden ingezet. Op de bushaltes is statische informatievoorziening aanwezig en geen actuele reisinformatie. Om dit goed in te vullen is een onderzoek nodig naar de vorm en (financiële) haalbaarheid van de uitbreiding van het servicenetwerk.

Daarin moeten de mogelijkheden om de verbindingen tussen Zeist en Austerlitz en Zeist en Den Dolder te versterken een plaats krijgen. Voor Austerlitz wordt begin 2013 al een quick-scan opgeleverd.

28

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

Station Driebergen Zeist Station Driebergen Zeist is belangrijk voor de bereikbaarheid van Zeist. Tegelijkertijd ontstaan op de gelijkvloerse kruising van spoor en weg veel files rond het station. Daarom wordt nu een ongelijkvloerse kruising gerealiseerd, waarbij de weg met een tunnel onder het spoor doorgaat. Tevens wordt het gehele stationsgebied opnieuw ingericht. Het busstation wordt naar de noordzijde verplaatst, er komt een fietsenstalling onder het station te liggen en er wordt een P+R voorziening gebouwd. Parallel hieraan verliest station Driebergen Zeist haar intercity status in 2019. In plaats daarvan wordt Zeist opgenomen in het hoogfrequent treinnetwerk. De gemeente Zeist is geen voorstander van dit besluit, maar heeft zich hierbij moeten neerleggen.

4.4.2

Invloed gemeente Zeist

Op het netwerk heeft de gemeente Zeist alleen indirect invloed, omdat deze bevoegdheden bij de opdrachtgever van het openbaar vervoer liggen. Zeist heeft weliswaar inspraak, maar ook het regionale belang speelt hierin een rol. Daardoor kunnen de lokale belangen van Zeist niet altijd worden ingewilligd. Op het functioneren van het openbaar vervoer in het netwerk kan de gemeente Zeist invloed uitoefenen door prioriteit te geven aan bussen via de verkeerslichten, hierdoor neemt de kans op vertraging af. e e Op 1 ordewegen halteert de bus in een haltekom. Het streven is om dat op 2 ordewegen ook te e doen. In alle andere situaties halteert de bus op de rijbaan, dus ook op 2 ordewegen als een haltekom niet inpasbaar is.

Status onderzoek tram in Zeist Binnen de scope van dit GVVP kunnen anno 2013 geen richtinggevende uitspraken over de komst van een eventuele tram worden gedaan. De komst van een tram grijpt naar alle waarschijnlijkheid zwaar in op de verkeers- en groenstructuur van Zeist. Een herziening van het GVVP is dan aan de orde. Voor wat betreft de tram zijn er een aantal scenario's denkbaar: 1. Het tramnetwerk wordt beperkt tot de Uithoflijn: een onwaarschijnlijk scenario gezien uitkomsten MIRT onderzoek en regionale OV visie. Daaruit blijkt dat een tweede tramlijn noodzakelijk is voor het ontlasten Uithoflijn vanaf 2020. 2. De tweede tramlijn wordt doorgetrokken naar Mooi Zeist (grens gemeente Zeist bij Herman Jordanlyceum in de buurt). Dit scenario staat expliciet vermeld in de regionale OV visie met als uiterste termijn 2028. 3. De tweede tramlijn wordt doorgetrokken naar Dijnselburg. Dit wordt ook in de regionale OV visie als optie beschreven. 4. Het op den duur doortrekken van de tramlijn naar het centrum van Zeist of naar station Driebergen Zeist: scenario wat zeer ver in de toekomst ligt. Op zijn vroegst pas vanaf 2030 De gemeente Zeist stelt zich constructief en kritisch op ten aanzien van de komst van een tram. De gemeenteraad heeft in maart 2011 een motie aangenomen waarin de komst van de tram gebonden is aan een aantal voorwaarden.

29

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

4.4.3

Ketenmobiliteit

Onder ketenmobiliteit wordt een reis met overstappen tussen verschillende vervoerswijzen verstaan. Dus bijvoorbeeld met de fiets naar de bushalte en dan verder met de bus of met de auto naar een P+R terrein en dan verder met de trein. De kwaliteit van de keten wordt bepaald door de zwakste schakel. De bus kan snel zijn, maar als de overstaptijd groot is, dan wordt de reis toch als onprettig ervaren. Op de overstaptijden heeft de gemeente niet direct invloed, maar wel op de beschikbaarheid en kwaliteit van de bushaltes als overstapplaatsen en op de overstap fiets – bus en de overstap auto – bus. Het is een wens van de gemeente om te onderzoeken in hoeverre P+R voorzieningen rondom Zeist kunnen bijdragen aan duurzame bereikbaarheid. Het gaat in eerste instantie om Zeist West, Boulevard nabij de A28 en Driebergen-Zeist. De gemeente Zeist maakt zich hard voor voldoende fijnmazigheid in de kernen van Zeist door een beperkte halteafstand van maximaal 600 meter te hanteren. Eenmaal bij de halte aangekomen, wil de gemeente de reizigers die met de fiets komen een goede fietsparkeervoorziening bieden. Dit is al uitgewerkt in de voorgaande paragraaf: Fiets. Daarnaast is het streven om alle haltes toegankelijk te maken volgens de landelijke richtlijnen en overlast van autoparkeren bij bushaltes tegen te gaan.

Indien uit geparkeerde auto’s een behoefte lijkt te bestaan aan een P+R-functie van bushaltes dan wordt dit waar mogelijk gefaciliteerd. 4.4.4

Maatregelen openbaar vervoer en ketenmobiliteit

De maatregelen voor het openbaar vervoer richten zich enerzijds op het laten doorstromen van het openbaar vervoer en anderzijds op het beschikbaar en toegankelijk maken van openbaar vervoer bushaltes. In de huidige situatie heeft het busverkeer al prioriteit bij de verkeerslichten. De aankomende jaren worden diverse verkeerslichten vervangen. Bij deze verkeerslichten wordt de doorstroming van het busverkeer gekoppeld aan het autoverkeer en fietsverkeer, zodat alle drie de verkeersgroepen er voordeel bij hebben. Zo ontstaat een win-win-win-situatie. Om de doorstroming van het openbaar vervoer te bevorderen wordt aangesloten bij het regionale programma. Hetzelfde geldt voor de doorstroming van het autoverkeer dat binnen het regionaal verkeersmanagement wordt geoptimaliseerd. De beschikbaarheid van bushaltes ligt besloten in de structuur van het netwerk en de plaatsing van de bushaltes ten opzichte van woningen. In een klein gedeelte van de gevallen komen bushaltes op meer dan 600 meter van woningen van kernen in Zeist te liggen. Mede daarom streeft de gemeente Zeist ernaar om bushaltes te voorzien van voldoende fietsparkeervoorzieningen, welke volgens de CROWnormering worden aangelegd. Zo kunnen reizigers die verder bij haltes vandaan wonen er ook met de fiets naartoe en deze goed stallen.

Naast beschikbaarheid is de toegankelijkheid van haltes en het openbaar vervoer belangrijk om iedereen zo goed mogelijk gebruik te kunnen laten maken van het openbaar vervoer. Het principe is dat een bushalte een standaard inrichting krijgt en volgens de regionale richtlijnen toegankelijk gemaakt wordt. Waar dat fysiek onmogelijk is, worden maatwerkoplossingen gezocht.

4.5

Slim werken slim reizen

4.5.1

Uitgangspunten

‘Slim werken slim reizen’ is de hedendaagse benaming van wat eerder ‘mobiliteitsmanagement’ werd genoemd. Mobiliteitsmanagement was gericht op het verleiden van automobilisten om van andere vormen van vervoer (openbaar

30

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

vervoer en fiets) gebruik te maken. Slim werken slim reizen is meer gericht op het bewust maken van reizigers. Het is de bedoeling dat reizigers zich bewust worden van de keuze die ze hebben. De keuze gaat over of de reis überhaupt nodig is. Maar ook over het tijdstip van reizen. Pas dan komt deze keuze voor de manier van reizen in beeld. 4.5.2

Maatregelen slim werken slim reizen

Maatregelen waaraan de gemeente Zeist een bijdrage kan leveren zijn: - Verlengen van het ‘Basisconvenant mobiliteitsmanagement Zeist, De Bilt, Driebergen en Bunnik’ en meer partijen interesseren om deel te nemen aan het convenant. - De gemeente Zeist kan op het gebied van telewerken, thuiswerken en videoconferencing een voorbeeldfunctie vervullen. Daarnaast zou de gemeente kunnen assisteren bij het gezamenlijk inkopen van diensten. - Aandacht voor winkelend publiek door via een (mobiele) website parkeerinformatie te verstrekken, bijvoorbeeld over routes, capaciteit en vrije plaatsen. - Een andere manier om de aandacht op het winkelend publiek te richten is een campagne die inwoners stimuleert om boodschappen op de fiets te doen. Bijvoorbeeld door winkelbezoekers in de campagneperiode te belonen voor hun mobiliteitskeuze. - Werkgevers stimuleren om het openbaar vervoer- en fietsgebruik onder werknemers te stimuleren.

4.6

Duurzaam vervoer

4.6.1

Uitgangspunten

Met duurzaam vervoer worden alternatieve manieren van vervoer bedoeld die gericht zijn op het niet of beperkt gebruiken van fossiele brandstoffen. In Zeist zijn momenteel bijvoorbeeld op een tiental locaties oplaadpunten voor elektrische auto’s te vinden en zijn er ook diverse plaatsen waar auto’s worden gedeeld.

4.6.2

Maatregelen duurzaam vervoer

Onderstaand zijn – naast de bestaande vormen – andere maatregelen opgenomen die bijdragen aan duurzaam vervoer: - Autodelen: de gemeente kan hiervoor parkeerplaatsen beschikbaar stellen, afhankelijk van de organisatie van het autodelen. In de parkeernota moet dit worden uitgewerkt. Voorbeelden van autodelen zijn Greenwheels en Mywheels. - Realiseren van elektrische oplaadpunten voor de auto - Campagne om fietsen naar school te bevorderen (in plaats van gebracht te worden met auto). - Aanbrengen kiss and ride stroken bij scholen als het niet lukt of niet mogelijk is om fietsen naar scholen verder uit te breiden, bijvoorbeeld bij basisscholen met een regionale functie. - Stimuleren van het gebruik van duurzame voertuigen: bijvoorbeeld door bij wijze van het goede voorbeeld het wagenpark van de gemeente Zeist duurzaam uit te voeren. - Promoten e-fiets en e-scooter: naast de groei van het aantal bijzondere fietsen, is de elektrische fiets sterk in opkomst. Op specifieke plekken kan er behoefte zijn aan de mogelijkheid om de elektrische fiets of elektrische scooter op te laden. Het gaat dan bijvoorbeeld om voorzieningen bij bedrijven. De rol van de gemeente Zeist beperkt zich dan het attenderen van bedrijven op de mogelijkheden, want het plaatsen van de oplaadpunten is een aangelegenheid voor de bedrijven zelf.

- Voor de gemeente Zeist ligt er een mogelijkheid bij het meer recreatief fietsen, omdat dat vraagt om oplaadpunten op bijvoorbeeld Toeristische Opstap Punten.

31

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

4.7

Autoverkeer

4.7.1

Uitgangspunten

Het uitgangspunt in Zeist is ook om eerst de bestaande infrastructuur beter te benutten. Dat gebeurt onder meer door het vernieuwen en beter (onderling) afstemmen van verkeerslichten. Bij sommige kruisingen kan dat betekenen dat deze kleine aanpassingen nodig hebben. Daarnaast neemt Zeist deel aan de DVM Sturingsvisie. Daarbij kunnen wegen in Zeist gebruikt worden voor de afwikkeling van regionaal verkeer. 4.7.2

Veilig benutten e

e

Gebiedsontsluitingswegen: 1 en 2 orde wegen De principes van Duurzaam Veilig zijn voor Zeist als volgt vertaald. In Zeist liggen doorgaande wegen die Zeist verbinden met gemeenten daar omheen en er zijn wegen die wijken onderling verbinden. Beide typen wegen worden binnen Duurzaam Veilig ‘gebiedsontsluitingswegen’ genoemd. In Zeist is e er – zoals in veel gemeenten in Nederland gebeurt – een verder onderscheid gemaakt naar 1 orde e wegen voor doorgaand verkeer en 2 orde wegen voor bestemmingsverkeer in Zeist. e

De 1 orde wegen maken deel uit van het regionale verkeersnetwerk. Op regionaal niveau hebben de e 1 orde wegen in Zeist overigens een ondergeschikte rol. Regionaal spelen vooral de autosnelwegen een belangrijke rol. De Waterigeweg en Koelaan zijn in het regionale netwerk zogenaamde ‘beschermde wegen’. Dat betekent dat op deze wegen doorgaande relaties geweerd worden ten gunste van het lokale verkeer, recreatief verkeer en openbaar vervoer. In Zeist worden de e Waterigeweg en Koelaan daarom tot de 2 orde wegen gerekend. e e 11 De maximum snelheid op de 1 en 2 orde wegen binnen de bebouwde kom is 50 km/uur . De e intensiteit (uitgedrukt aantal motorvoertuigen per etmaal) bedraagt op een 1 ordeweg minimaal 5.000 e motorvoertuigen per etmaal en er wordt geen maximum gesteld. Op wegen van de 2 orde is het minimum eveneens 5.000 motorvoertuigen per etmaal. Op basis van inbreng uit de beleidsateliers en de klankbordgroep is er een maximum gesteld: 15.000 motorvoertuigen per etmaal op wegen met een ruim profiel (afstand gevel tot as van de weg >10 meter) en op wegen met een smal profiel (afstand van gevel tot as van de weg <10 meter) maximaal 10.000 motorvoertuigen per etmaal. De genoemde maximum intensiteiten zijn geen streefwaarden.

Als deze intensiteiten worden overschreden dient er na te worden gegaan of aanvullende maatregelen om de intensiteit om laag te brengen noodzakelijk en gewenst zijn. Verblijfsgebieden: buurtverzamelwegen en woonstraten e e In de gebieden buiten de wegen van de 1 en 2 orde liggen ‘verblijfsgebieden’. Daar staat verblijven centraal en ze zijn bedoeld voor verkeer dat er een herkomst of bestemming heeft. Als men geen bestemming heeft in het gebied is het de bedoeling om de verblijfsgebieden heen te rijden via de e e wegen van de 1 en 2 orde. Dit is gunstig voor de veiligheid en het woongenot in die gebieden. De wegen in verblijfsgebieden worden binnen Duurzaam Veilig ‘erftoegangswegen’ genoemd. Verkeer uit de verblijfsgebieden moet dan ook zo direct mogelijk naar de doorgaande wegen worden geleid om zo min mogelijk bewoners te belasten. De wegen waarop verkeer zich concentreert de woonwijk uit zijn ‘buurtverzamelwegen’ met een maximaal aantal voertuigen van 5.000 voertuigen per etmaal. De andere wegen zijn ‘woonstraten’, waar een maximum van 2.500 voertuigen per etmaal geldt. De maximum snelheid binnen de bebouwde kom is op beide typen wegen 30 km/uur. Voor de leefbaarheid (geluidsniveau, oversteekbaarheid, hoeveelheid uitlaatgassen) is het onverantwoord om meer dan 5.000 motorvoertuigen per etmaal over een erftoegangsweg straat te leiden.

Dit GVVP biedt hiermee de richtlijnen voor deze wegen, maar spreekt zich niet uit over de categorisering of circulatie

11

Maatwerk is mogelijk, bijvoorbeeld bij scholen of winkelcentra.

32

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

12

in de verblijfsgebieden. Dat gebeurt in wijkverkeersplannen . Als die worden opgesteld, worden deze richtlijnen gehanteerd. Omvang verblijfsgebieden Volgens de eisen van Duurzaam Veilig moeten verblijfsgebieden zo groot mogelijk zijn, maar er is niet precies aangegeven hoe groot dat is. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) heeft onderzocht dat een oppervlakte van 200 hectare het maximaal haalbare is. Maar als een verblijfsgebied groter is dan 100 hectare geldt dat de omliggende wegen vaak al (te) veel motorvoertuigen per uur zullen moeten verwerken. Daardoor ontstaat een beperkte oversteekbaarheid voor fietsers en voetgangers. Daarnaast wordt het aantrekkelijker gemaakt om door de verblijfsgebieden te ‘sluipen’ doordat er meer afgesneden kan worden. Meer informatie over de omvang van verblijfsgebieden is opgenomen in bijlage 10. Wegprofiel Naast de intensiteit en de functie van de wegen is het wegprofiel van belang. Het wegprofiel is de opbouw van een weg van gevel tot gevel. De breedte van een rijbaan, een fietspad, een voetpad en de mogelijkheid van een parkeerplaats et cetera hangen hiervan af. Hoe krapper het wegprofiel is des te lager is de kwalificatie van een weg. Het is daarbij ook van belang een geloofwaardige maximum snelheid te hanteren.

Daarvan is sprake als het beeld van een weg en de omgeving in overeenstemming zijn met de maximum toegestane snelheid. Wegencategorisering Gegeven de bovenstaande beschouwing op de verschillende typen wegen, de omvang van verblijfsgebieden, gebruik van de wegen en wegprofielen geeft onderstaande afbeelding de wegencategorisering van de gemeente Zeist weer.

12

Het doel, de uitgangspunten en mogelijke maatregelen op wegvakniveau en kruispuntniveau van een wijkverkeersplan is opgenomen in bijlage 9, gereedschapskist inrichting verblijfsgebieden. Daar worden ook afwegingen gemaakt als het gaat om de keuze tussen kruisingen, rotondes of ander kruispuntvormen.

33

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

Figuur 6: wegencategorisering Zeist e

In bijlage 11 is een onderbouwende analyse opgenomen van 2 orde wegen, afgezet tegen intensiteit e en profiel. En in bijlage 12 is een analyse opgenomen van 2 orde wegen en buurtverzamelwegen. 4.7.3

Inrichting wegvakken

Om een vertaalslag te kunnen maken naar maatregelen is een overzicht van richtlijnen voor inrichting en kenmerken van wegvakken van de verschillende typen wegen in Zeist nodig. Deze profielen zijn gebaseerd op de landelijk geaccepteerde CROW-richtlijn ‘Basiskenmerken wegontwerp, Categorisering en inrichting van wegen’. In Zeist wordt ernaar gestreefd om drempels te vermijden. Alleen als het echt niet anders kan worden deze toegepast. Maatwerk blijft mogelijk, bijvoorbeeld bij scholen of andere locaties waar veel overstekende bewegingen plaatsvinden. Vooral als het overstekende kinderen of senioren betreft. In de tabel in bijlage 13 is aangegeven welke uitgangspunten gelden als er maatregelen op wegvakniveau worden genomen. Kruisingen Voor kruisingen in de gemeente Zeist geldt dat hoe drukker twee kruisende wegen zijn, des te meer eenheid er moet zijn in de kruisingen. Bij wegen van een lagere orde is meer verscheidenheid

34

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

toelaatbaar. In woonstraten is het uiteraard mogelijk om naast de benoemde inrichtingsvormen een gewone kruising toe te passen. De bovenstaande gedachtegang is vertaald naar onderstaande figuur, waarin de ambitie van Zeist wordt weergegeven.

1e orde

2e orde

Buurtverzamelwegen

Woonstraten

1e orde

2e orde

Buurtverzamelwegen Woonstraten

inrit

minirotonde plateau

geen aansluiting Figuur 7: kruispuntvormen naar type weg e

Let wel: indien aansluitingen van woonstraten op 1 orde wegen worden afgesloten, moet dat op wijkniveau worden geanalyseerd. De gevolgen gelden namelijk voor de verkeerscirculatie binnen de wijk als geheel.

Centrumplan Het centrumplan voorziet in een autovrij winkelgebied, dat wel goed bereikbaar is met de auto, fiets en openbaar vervoer. Doordat een groot deel van het winkelgebied autovrij wordt ontstaat een optimaal winkelklimaat voor de voetganger. Het centrum wordt eigenlijk in twee delen geknipt. Doorgaand verkeer wordt in de nieuwe situatie om het centrum geleid. Daardoor zal de hoeveelheid autoverkeer in het centrum fors afnemen. Uitzondering is de Meester de Klerkstraat, die wordt drukker. Hier moet gekeken worden naar de verkeersafwikkeling in relatie tot parkeergarage Belcourt (P2). De nieuwe verkeersstructuur leidt niet tot grote nieuwe knelpunten, de wegen kunnen het extra verkeer goed verwerken. Wel blijkt dat de kruising Laan van Beek en Royen – Driebergseweg – Lageweg een groot knelpunt wordt. In omliggen woonwijken wordt het mogelijk ook iets drukker. De mogelijke maatregelen worden na vaststelling van het Centrumplan met de belanghebbenden besproken.

35

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

4.8

Goederenvervoer

4.8.1

Uitgangspunten goederenvervoer

Stedelijke distributie Samen met onder meer de BRU-gemeenten, de Kamer van Koophandel en een vertegenwoordiging van de transportsector heeft de gemeente Zeist een convenant getekend dat een looptijd heeft tot 2015. Met dit convenant streven de gezamenlijke partijen naar een optimalisatie van de leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid van steden. Dat betekent dat goederenvervoer zoveel mogelijk wordt afgewikkeld over wegen die daarvoor geschikt zijn. Routering gevaarlijke stoffen Volgens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) moet alle vervoer van gevaarlijke stoffen in principe buiten de bebouwde kom plaatsvinden. Op grond van artikel 11 van de wet geldt het gebod: indien de chauffeur die er niet hoeft te laden, lossen of niet redelijkerwijs kan aantonen dat er geen alternatieve route buiten de bebouwde kom voorhanden is, dan mag hij daar niet rijden. Voor gemeenten met een routering is bij afwijken van die route een ontheffing nodig. Desgewenst kan een gemeente routes binnen de bebouwde kom aanwijzen waarover gevaarlijke stoffen vervoerd mogen worden. In Zeist is dat niet het geval en het voornemen om die aan te wijzen bestaat ook niet. Indien het vervoer van gevaarlijke stoffen een bestemming heeft in de bebouwde kom van de gemeente Zeist is dat wel toegestaan. 4.8.2

Maatregelen goederenvervoer

Als invulling van het convenant goederenvervoer regio Utrecht zijn op het gebied van distributie en goederenvervoer belangrijke stappen te maken. Deze gaan in de richting van duurzaam en efficiënt vervoer, zowel qua vervoermiddelen als qua logistieke oplossingen. Vervoer van goederen is primair een bedrijfsmatige activiteit, bedrijven dienen dus zelf concepten met een sluitende business case te ontwikkelen. Gemeente Zeist wil dit echter wel faciliteren en stimuleren. De gemeente helpt bijvoorbeeld bedrijven over drempels heen of brengt partijen bij elkaar. Ook het platform Port of Utrecht biedt hierbij kansen. Dit platform verenigt overheden en bedrijfsleven en wil Port of Utrecht (Lage Weide in Utrecht en – indien er een haven komt – ’t Klooster in Nieuwegein) ontwikkelen tot een efficiënte, innovatieve en duurzame multimodale toegangspoort voor de regio Utrecht. Gemeente Zeist maakt daarbij gebruik van de expertise en oplossingen van de bedrijven die al in Port of Utrecht actief zijn en stimuleert bedrijven die actief zijn in het goederenvervoer in Gemeente Zeist en willen werken aan innovatieve, duurzame en efficiënte oplossingen zich aan te sluiten bij Port of Utrecht. Waar mogelijk kan worden aangesloten bij het te verlengen en uit te breiden ‘Basisconvenant mobiliteitsmanagement Zeist, De Bilt, Driebergen en Bunnik.

36

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

4.9

Voetgangers

Ook de voetganger stelt eisen aan de openbare ruimte. Daarom zijn er uitgangspunten en maatregelen geformuleerd voor looproutes en voetgangersoversteekplaatsen in Zeist. 4.9.1

Uitgangspunten

Algemene eisen looproutes Looproutes zijn duidelijk herkenbaar. De routes zijn verhard, vlak, obstakelvrij en voldoen aan de eisen voor toegankelijkheid. Verder zijn de routes zodanig verlicht dat wordt bijgedragen aan de sociale veiligheid. Voetgangersoversteekplaats op drukke looproutes Op elk kruispunt of rotonde moet ter hoogte van de oversteekplaats of op de plaats waar gewoonlijk wordt overgestoken een geleidelijke overgang zijn tussen het trottoir en de rijbaan. Voor rolstoelgebruikers moet deze overgang voldoende breed zijn (groter of gelijk aan 1,20 meter), een flauwe helling (groter of gelijk aan 1:10) en weinig hoogteverschillen hebben (minder dan 20 millimeter). Ook voetgangers met een rollator, een boodschappenwagen of kinderwagen kunnen van de afschuining gebruikmaken. Op het voetpad dient voldoende ruimte aanwezig te zijn in het verlengde van de oversteek als opstelruimte voor de wachtende voetgangers en als manoeuvreerruimte voor rolstoelen en kinderwagens. Er moeten ook gids- of geleidelijnen en waarschuwingsmarkeringen aanwezig zijn voor blinden en slechtzienden (bron: CROW: Veilig oversteken? Vanzelfsprekend!). e

e

Op een aantal locaties kruisen belangrijke voetgangersroutes wegen van de 1 en 2 orde. Dit zijn bijvoorbeeld schoolroutes en winkelroutes in het centrum. Op deze plaatsen moet veilig en met voorrang kunnen worden overgestoken. Wegcategorie e e 1 en 2 orde wegen (binnen de bebouwde kom) Buurtverzamelweg/woonstraat (binnen de bebouwde kom)

Voetpad Gescheiden

Oversteekplaats Gelijkvloers op kruispunten

Gescheiden

Gelijkvloers op wegvakken en kruispunten (maatwerk)

Tabel 2: type voetpad en oversteekplaats naar wegcategorie

4.9.2 Maatregelen e e Op wegen van de 1 en 2 orde worden in principe voetgangersoversteekplaatsen alleen gerealiseerd op kruispunten. Op buurtverzamelwegen en in woonstraten worden in principe geen voetgangersoversteekplaatsen gerealiseerd vanwege de aard van het gebied (verblijven). In geval er maatwerk wordt gevraagd kan daarop een uitzondering plaatsvinden. Bij maatwerk gaat het om locaties waar relatief veel mensen – en in het bijzonder kinderen en ouderen – oversteken. Tevens gaat het vooral om oversteekplaatsen waar gedurende lange periodes per dag veel mensen oversteken. Bij scholen bij voorkeur niet.

37

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

5.

Wat er gaat gebeuren

5.1

Inleiding

De in het voorgaande hoofdstuk benoemde maatregelen dragen bij aan de ambitie, het eindbeeld van Zeist op het gebied van verkeer en vervoer in 2023. Het uitvoeren van die maatregelen kost tijd en geld. In veel gevallen gaat het om meer geld dan de gemeente nu ter beschikking heeft. Anderzijds kost het tijd om maatregelen uit te voeren. Om inzichtelijk te maken wat de inwoners van de gemeente Zeist kunnen verwachten, wordt een uitvoeringsprogramma GVVP opgesteld. In dat programma staat wanneer en hoeveel geld de gemeente aan maatregelen wil (en kan) besteden en waaruit dat gefinancierd wordt. In paragraaf 5.2 wordt allereerst de systematiek van het uitvoeringsprogramma beschreven. Daarna worden in paragraaf 5.3 de beschikbare budgeten en financieringsbronnen beschreven. In paragraaf 5.4 worden de maatregelen die in dit GVVP zijn geformuleerd onderling afgewogen, zodat in paragraaf 5.5 een overzicht kan worden gegeven van de te nemen maatregelen in 2014 en maatregelen na 2014.

5.2

Systematiek uitvoeringsprogramma

Het GVVP stelt een ambitieniveau vast met een tijdshorizon van 10 jaar. De praktijk leert dat de maatregelen om het ambitieniveau te bereiken in ieder collegeprogramma andere accenten worden gelegd. In een collegeprogramma spreekt het College van burgemeester en wethouders samen af wat ze in een periode van vier jaar als resultaat willen bereiken. Daarom is het in principe werkzaam om een uitvoeringsprogramma van vier jaar op te stellen dat is afgestemd op de gemeentelijke verkiezingen.

2026

2025

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

Het uitvoeringsprogramma wordt gekoppeld aan de looptijd van het College van burgemeester en wethouders, met een overlap van één jaar. Dit betekent dat er telkens één jaar na aanstelling van het nieuwe College een nieuw uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld, voor een periode van vier jaar. Alleen het eerste uitvoeringsprogramma, behorend bij dit GVVP, kent een looptijd van één jaar: 2014. Zodoende kunnen de toekomstige uitvoeringsprogramma’s van start gaan na de akkoorden van de nieuwe Colleges. Voor de nieuwe Colleges is er ruimte om eigen accenten aan te brengen binnen het uitvoeringsprogramma. Daarvoor kan geput worden uit een groslijst met uit te voeren maatregelen na 2014.

Uitvoeringsprogramma 1 GVVP Collegeprogramma 2014-2018 Uitvoeringsprogramma 2 GVVP Collegeprogramma 2018-2022 Uitvoeringsprogramma 3 GVVP Collegeprogramma 2022-2026 Uitvoeringsprogramma 1 GVVP 2023-2033

Figuur 8: cyclus uitvoeringsprogramma’s, afgestemd op collegeprogramma’s

5.3

Beschikbare budgetten en financieringsbronnen

In totaal bestaan er vier financieringsbronnen in Zeist om verkeersprojecten te realiseren, waarbij financiering vanuit beheer en onderhoudsbudgetten leidend is: 1. Onderhoud wegen en riolering 2. Onderhoud verkeerslichten 3. Gemeentelijk verkeersbudget 4. Provinciale en regionale budgetten en projecten

38

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

Alle vier de financieringsbronnen kunnen bijdragen bij aan de ambities van het GVVP. De invloed vanuit verkeersprojecten op de verschillende bronnen verschilt. Zo is de invloed op het onderhoud van wegen en riolering het kleinst en op het gemeentelijk verkeersbudget het grootst. 5.3.1

Onderhoud wegen en riolering

De herinrichting van verschillende wegvakken gebeurt doorgaans alleen wanneer er sprake is van groot onderhoud of rioleringswerkzaamheden. De kosten worden dan gedekt uit de bijbehorende beheerbudgetten en komen niet ten laste van het verkeersbudget. Het wegennet en rioleringsnet wordt jaarlijks geïnspecteerd en pas vervangen als dit strikt noodzakelijk is. Het is daarmee lastig om meerdere jaren vooruit te kijken. Daarom zijn in het uitvoeringsprogramma dergelijke projecten niet opgenomen. 5.3.2

Onderhoud verkeerslichten

Iedere 15 jaar vindt er bij verkeerslichten klein of groot onderhoud plaats. Dat is het moment om niet alleen de verkeerslichten te moderniseren, maar ook om kritisch te kijken naar de vormgeving van het kruispunt of de mogelijkheid het kruispunt met verkeerslichten te vervangen door een rotonde. In het voorjaar van 2013 wordt het Beheerplan Verkeerslichten vastgesteld. Dat plan geeft voor de periode 2013 – 2022 een doorkijk in de verwachte uitgaven. Eén van de uitgangspunten van dit beheerplan is dat als verkeerslichten niet noodzakelijk zijn, die in beginsel worden vervangen door een voorrangskruispunt of rotonde. Als verkeerslichten noodzakelijk zijn, dan ontstaat er ruimte voor een win-win-win-situatie. De gemoderniseerde verkeerslichten zijn ´slimmer´ dan de bestaande verkeerslichten. Daardoor kan meer verkeer worden afgewikkeld. In de nieuwe situatie krijgen de fiets en het openbaar vervoer waar mogelijk prioriteit. Daarbij wordt de afwikkeling van het autoverkeer gewaarborgd, in overeenstemming met de uitgangspunten van dit GVVP.

Locatie VRI Utrechtseweg - Sanatoriumlaan VRI Boulevard - Dijnselburgerlaan VRI Schaerweijdelaan - Bergweg VRI Slotlaan - Steynlaan - Antonlaan VRI Lageweg - Driebergseweg VRI Utrechtseweg - Montaubanstraat VRI Kromme Rijnlaan - Kroostweg VRI Woudenbergseweg - Jagersingel VRI Utrechtseweg - Griftlaan VRI Utrechtseweg - De Dreef VRI Utrechtseweg - Jordanlaan VRI Driebergseweg - Heideweg VRI Driebergseweg – Breullaan VRI Kwekerijweg (spoorwegovergang) Totaal

Raming groot onderhoud € 257.800,€ 350.500,-

Raming klein onderhoud

€ 184.400,€ 130.600,€ 142.200,€ 242.400,€ 217.300,€ 196.400,€ 200.700,€ 182.400,€ 153.700,€ 182.400,-

€ 1.221.700,-

€ 1.219.100,-

Eerstvolgend onderhoud 2013 2013 2013 2015 2016 2017 2018 2022 2024 2026 2026 2028 13 na 2030 14 n.v.t. € 2.440.800,-

15

Tabel 3: overzicht projecten uit budget verkeerslichten

13

Voor 2020 worden de verkeerslichten vervangen binnen project Driebergen-Zeist. Het is op het moment van het opstellen van dit GVVP onduidelijk wanneer en dus ook wanneer dan het eerste onderhoud zal moeten plaatsvinden. 14 Spoorwegovergang komt voor 2020 te vervallen en daarmee ook de verkeerslichten. 15 De inhoud van deze tabel heeft pas status als het Beheerplan Verkeerslichten in het voorjaar van 2013 is vastgesteld.

39

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

5.3.3

Budget GVVP

Op jaarbasis is ongeveer € 310.000 verkeersbudget beschikbaar. Dat budget wordt verdeeld over: - verkeerseducatie; - maatregelen VCP Den Dolder – Bosch en Duin – Huis ter Heide Noord (in de periode tot en met 2022 jaarlijks toegekend); - verzoeken vanuit de samenleving; - maatregelen GVVP 16

In onderstaande tabel is weergegeven wat dat betekent voor het uitvoeringsprogramma 2014 . Verkeersbudget Verkeerseducatie Maatregelen VCP Verzoeken vanuit de samenleving Maatregelen GVVP

Uitvoering 2014 2014 2014 2014

Totaal verkeersprojecten 2014

Kosten € 20.000 € 40.000 € 100.000 € 150.000 € 310.000

Tabel 4: inzet verkeersbudget in 2014 (naar verwachting)

Per saldo is er jaarlijks ongeveer € 150.000 te besteden aan maatregelen van het GVVP. 5.3.4

Provinciale en regionale budgetten en projecten

Binnen het programma VERDER zijn een aantal projecten die invloed hebben op het verkeer in en rondom Zeist. De gemeente Zeist hoeft hiervoor geen eigen financiële bijdrage te leveren. Voor de volgende VERDER-projecten is Zeist verantwoordelijk voor de uitvoering: 1. Busbaan Driebergseweg (€ 525.000) (2014) 2. Utrechtseweg 2 x 2 *(€ 760.000) (2014) Daarnaast zijn er VERDER-projecten die van belang zijn voor Zeist (en een organisatorische bijdrage wordt geleverd): 1. Fietstunnels Utrechtseweg (Universiteitsweg – Vollenhove) (2015) 2. Verkeersmanagement-maatregelen (2014) 3. Fietstunnel Jordanlaan (onbekend)

5.4

Uitvoeringsprogramma GVVP 2014 en verder

5.4.1 Afwegingskader De in hoofdstuk 4 geformuleerde maatregelen kunnen niet allemaal tegelijk worden uitgevoerd. Daarom zijn de maatregelen onderling afgewogen. Daarvoor wordt een aanzet tot een afwegingskader gegeven waarin het principe van duurzaamheid volgens de ladder van Verdaas een belangrijke rol speelt. Daarnaast is bezien of maatregelen bijdragen aan de visie van Zeist in termen van mens, milieu en meerwaarde. Deze bijdragen worden vertaald naar het toekennen van punten. Te samen met de kosten die zijn verbonden aan de maatregel, is per maatregel een conclusie getrokken over wanneer deze uitgevoerd kan worden. De aanzet voor de afweging werkt als volgt. Bijdrage aan duurzaamheid volgens de ladder van Verdaas - Indien een maatregel bijdraagt aan verkeersveiligheid, fiets of openbaar vervoer, dan worden 3 punten toegekend.

16

Bij het jaarlijkse verkeersbudget wordt de kanttekening gemaakt dat hiervan ruim € 200.000 afkomstig vanuit een regionale bijdrage. Hier is in 2012 op bezuinigd. Het is onzeker of dit budget op de lange termijn beschikbaar blijft. Daarnaast is een korting vanuit de eigen bijdrage niet onwaarschijnlijk, gelet op toekomstige gemeentelijke bezuinigingen.

40

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

-

Indien een maatregel bijdraagt aan slim werken slim reizen, duurzaam vervoer of beter benutten, dan worden 2 punten toegekend. Indien een maatregel bijdraagt aan aanpassing van infrastructuur, goederenvervoer of voetgangers, dan wordt 1 punt toegekend.

Bijdrage aan visie verkeer en vervoer Zeist, de 3 M’en - Indien een maatregel bijdraagt aan mens, dan wordt 1 punt toegekend. - Indien een maatregel bijdraagt aan milieu, dan wordt 1 punt toegekend. - Indien een maatregel bijdraagt aan meerwaarde, dan wordt 1 punt toegekend. In bijlage 14 is de bovenstaande systematiek op ieder van de maatregelen toegepast. In de volgende paragraaf is aangeven wat dat betekent voor het uitvoeringsprogramma 2014. In 2014 wordt de aanzet tot het afwegingskader uitgewerkt. Op basis daarvan wordt voor de periode 2015-2018 en definitief voorstel voor een uitvoeringsprogramma gedaan. 5.4.2

Uitvoeringsprogramma GVVP 2014

Voor het uitvoeringsprogramma 2014 worden de maatregelen benoemd die gefinancierd worden vanuit: 1. het budget onderhoud verkeerslichten; 2. het budget GVVP; 3. budgeten vanuit de provincie en regio. Budget en Maatregel

Score afwegingskader

Onderhoud verkeersregelinstallaties in 2014 niet van toepassing Budget GVVP Maatregelen VCP Verkeerseducatie Verzoeken uit de samenleving Zeist centrum – De Uithof (via Bisschopsweg): In Zeist West liggen deels geen aparte fietsvoorzieningen. De maximumsnelheid is 30 km/u bibeko en 60 km/u bubeko. Wegen zijn duidelijke woonstraten, parkeren langs de weg, erfaansluitingen, woningen aan weg. Relatief veel auto’s in straatbeeld. Het is geen herkenbare route. Door de aanleg van fietsstroken kan de herkenbaarheid worden vergroot. Huis ter Heideweg – Prins Alexanderweg – Hobbemalaan – Dolderseweg: Op de Hobbemalaan vindt in 2013 of 2014 groot onderhoud plaats. Ambities t.a.v. fietsvoorzieningen dienen te worden bepaald. De ruimte is alleen zeer beperkt. Verlengen van het convenant en meer partijen interesseren om deel te nemen aan het convenant. Campagne om fietsen naar scholen te bevorderen (in plaats van gebracht te worden met auto) Actieve rol van gemeente in goederenvervoer bij duurzaam en efficiënt vervoer Maatregelen opnemen bij herinrichting kruispunten en wegvakken Provinciaal en regionaal budget Busbaan Driebergseweg Utrechtseweg 2 x 2 Verkeersmanagement-maatregelen Tabel 5: uitvoeringsprogramma maatregelen verkeer en vervoer 2014

41

Kosten

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t. n.v.t. n.v.t. 4

€ 40.000 € 20.000 € 80.000 € 100.000

3*

€ 50.000

4

0,1 fte

4

€ 20.000

3

0,2 fte

2**

nihil

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

€ 525.000 € 760.000 0,1 fte

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

Toelichting op * en ** *: Hoewel de maatregel om fietsvoorzieningen aan te leggen op de Huis ter Heideweg – Prins Alexanderweg – Hobbemalaan – Dolderseweg 3 punten scoort, staat deze wel in het uitvoeringsprogramma 2014 omdat er ook groot onderhoud plaatsvindt (werk met werk). **: Deze maatregel scoort weliswaar 2 punten, maar kost ook nagenoeg niets. Het is dus een maatregel die ieder jaar in het uitvoeringsprogramma kan worden opgenomen. 5.4.3

Uitvoering na 2014

De maatregelen die worden uitgevoerd na 2014 kunnen worden afgeleid uit bijlage 14.

42

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

6.

Vinger aan de pols

6.1

Monitoring en evaluatie

Om te bepalen of de verschillende maatregelen effect hebben, is het van belang om periodiek te monitoren en evalueren. De monitoring vindt plaats aan de hand van de in paragraaf 3.3 benoemde doelen, welke in bijlage 5 van het bijlagendocument SMART zijn geformuleerd. Het gaat om de doelen binnen op het gebied van: • Verkeersveiligheid • Leefbaarheid en verblijfskwaliteit • Bereikbaarheid De uitwerking van de monitoring en evaluatie is opgenomen in bijlage 15.

6.2

Communicatie over de monitoring

Monitoring en evaluatie is natuurlijk niet alleen nuttig voor gebruik door de gemeente alleen. Uit oogpunt van transparantie en draagvlak voor de maatregelen wordt jaarlijks een ‘verkeer- en vervoermonitor’ vastgesteld door het bestuur. De bijbehorende rapportage wordt aansluitend gepubliceerd via www.zeist.nl.

43

Duurzaam verkeer en vervoer, Actualisatie GVVP Zeist 2014-2023, ambtelijk concept 28 februari 2013

Bronnen Publicaties -

Arane Adviseurs in Verkeer en Vervoer, DVM Sturingsvisie Midden-Nederland, Gouda, 2009 Bestuur Regio Utrecht e.a., Convenant aangaande intenties voor goederenvervoer regio Utrecht, Utrecht, 2007 Bestuur Regio Utrecht e.a., Samen goed geregeld, Eindrapport van het voorbeeldproject Goederenvervoer regio Utrecht, Utrecht, 2008 Bestuur Regio Utrecht, Regionaal Verkeer- en Vervoersplan 2005-2015, Utrecht, 2008 Bestuur Regio Utrecht, Regionale OV-visie, Utrecht, 2012 Bestuurlijk Overleg Noordvleugel Utrecht, Concept-Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 20152030 (Eindbalans), Utrecht, 2008 Gemeente Zeist, Geluidsnota, Zeist, 2006 Gemeente Zeist, Groen (voor) Zeist, Groenstructuurplan voor binnenstedelijk groen, Zeist, 2011 Gemeente Zeist, Luchtnota, Zeist, voorjaar 2012 Gemeente Zeist, Samen verkeren, GVVP, Zeist, 2001 Gemeente Zeist, Structuurvisie, Zeist, 2011 Gemeente Zeist, Programma Zeist Duurzaam 2012-2016, Zeist, 2011 Gemeente Zeist, Routekaart Zeist Klimaatneutraal 2050, Zeist, 2012 Gezamenlijke partijen, Basisconvenant mobiliteitsmanagement Zeist, De Bilt, Driebergen en Bunnik, 2010 Keypoint Consultancy, Evaluatie GVVP Zeist 2001, Utrecht, 2009 Ministerie van infrastructuur en milieu, Structuurvisie Ruimte en infrastructuur, Den Haag, 2012 Ministerie van infrastructuur en milieu, Beleidsimpuls Verkeersveiligheid, Den Haag, 2012 Ministerie van verkeer en waterstaat,

Strategisch plan verkeersveiligheid en Duurzaam veilig, Den Haag, 2008 Provincie Utrecht, Provinciaal Ruimtelijke Structuurvisie 2005-2015, Utrecht, 2005 SWOV, Factsheet Duurzaam Veilig, Leidschendam, 2010 VERDER, Het VERDER-pakket 2010 – 2020, Projectenboek, Utrecht, 2010

Richtlijnen -

CROW, Publicatie 216, Fietsstraten in hoofdfietsroutes, Ede, 2005 CROW, Publicatie 226, Veilig oversteken? Vanzelfsprekend!, Ede, 2006 CROW, Publicatie 230, Ontwerpwijzer fietsverkeer, Ede, 2006 CROW, Publicatie 291, Leidraad Fietsparkeren, Ede, 2010 CROW, Publicatie 315, Basiskenmerken wegontwerp, Categorisering en inrichting van wegen, Ede, 2012

Internet -

www.kpvv.nl/KpVV/SUMPguidelines www.provincie-utrecht.nl www.regioutrecht.nl www.zeist.nl

Bijlagen: de bijlagen zijn opgenomen in een apart bijlagenrapport

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9975881/1