08-23RV004 Bijlage 8, Quickscan Wet natuurbescherming
Tekst van het document
uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en12 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
23
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN
Nederlandse naam
Categorie
SvI* (als broedvogel)
Nederlandse naam
Categorie
SvI (als broedvogel)
Steenuil
1
matig ongunstig
Gekraagde roodstaart
5
matig ongunstig
Gierzwaluw
2
gunstig
Glanskop
5
matig ongunstig
gekoppeld, namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10
Huismus
2
matig ongunstig
Grauwe vliegenvanger
5
matig ongunstig
andere soorten.
Roek
2
matig ongunstig
Groene specht
5
gunstig
Grote gele kwikstaart
3
gunstig
Grote bonte specht
5
gunstig
Kerkuil
3
gunstig
Hop
5
artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek
Oehoe
3
gunstig
onbekend, vermoedelijk ongunstig
Huiszwaluw
5
matig ongunstig
benoemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de
Ooievaar
3
gunstig
IJsvogel
5
gunstig
Slechtvalk
3
gunstig
Kleine bonte specht
5
gunstig
Boomvalk
4
matig ongunstig
Kleine vliegenvanger
5
Buizerd
4
gunstig
onbekend, vermoedelijk geen broedvogel
Havik
4
gunstig
Koolmees
5
gunstig
Kortsnavelboomkruiper
5
gunstig
Oeverzwaluw
5
gunstig
Pimpelmees
5
gunstig
Raaf
5
gunstig
Ruigpootuil
5
onbekend, vermoedelijk geen vaste broedvogel
Spreeuw
5
matig ongunstig
Tapuit
5
zeer ongunstig
Torenvalk
5
matig ongunstig
Zeearend
5
gunstig
Zwarte kraai
5
gunstig
Zwarte mees
5
matig ongunstig
Zwarte roodstaart
5
gunstig
Zwarte specht
5
matig ongunstig
Tabellen Wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten
Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in
vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-vogels.
Legenda tabel Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil)
Ransuil
4
zeer ongunstig
Sperwer
4
gunstig
kolonie)
Wespendief
4
gunstig
Categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest
Zwarte wouw
4
onbekend, vermoedelijk gunstig
Categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen
Categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Enkel beschermd bij zwaarwegende ecologische redenen, zoals een zeer
Blauwe reiger
5
matig ongunstig
ongunstige SvI (zie tekst onder kader).
Boerenzwaluw
5
gunstig
Bonte vliegenvanger
5
gunstig
Boomklever
5
gunstig
Boomkruiper
5
gunstig
Bosuil
5
gunstig
toekomstperspectief.
Brilduiker
5
zeer ongunstig
De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie,
Draaihals
5
zeer ongunstig
Eidereend
5
zeer ongunstig
Ekster
5
zeer ongunstig (in het buitengebied)
*SvI: Staat van Instandhouding De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b) ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)
leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.
Vetgedrukte soorten (uit cat. 5) hebben een zeer ongunstige staat van instandhouding en hebben daarom een zwaarwegende ecologische reden om als jaarrond beschermd aangemerkt te worden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
24
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)
Nederlandse naam
Categorie
SvI
Nederlandse naam
Categorie
SvI
Bijeneter
4
onbekend, vermoedelijk gunstig
Blauwe reiger
4
matig ongunstig
Buizerd
4
gunstig
Draaihals
4
zeer ongunstig
Grauwe klauwier
4
gunstig
Grutto
4
matig ongunstig
IJsvogel
4
gunstig
Boerenzwaluw
2
gunstig
Boomvalk
3
matig ongunstig
Bosuil
2
gunstig
Gierzwaluw
2
gunstig
Grote gele kwikstaart
2
gunstig
Legenda tabel
Havik
3
gunstig
Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten
Huismus
2
matig ongunstig
Huiszwaluw
2
matig ongunstig
een specifiek nest
Kerkuil
1
gunstig
Categorie 4: Vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar
Oehoe
1
gunstig
voldoende flexibel om elders nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig
Ooievaar
2
gunstig
Raaf
3
gunstig
Ransuil
3
zeer ongunstig
Rode wouw
3
matig ongunstig
Roek
1
matig ongunstig
De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b)
Slechtvalk
2
gunstig
ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)
Steenuil
1
matig ongunstig
Torenvalk
3
matig ongunstig
Wespendief
3
gunstig
Zwarte wouw
3
onbekend, vermoedelijk gunstig
Limburg: vogels met een jaarrond beschermd nest Vogels met jaarrond beschermde nesten conform provinciale beleidsregels passieve soortenbescherming provincie Limburg.
Categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk van bebouwing Categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar
kwetsbaar dat functionaliteit van het leefgebied niet in het geding mag komen.
*SvI: Staat van Instandhouding
toekomstperspectief. De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie, leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.
Kramsvogel
4
zeer ongunstig
Kwartelkoning
4
zeer ongunstig
Oeverzwaluw
4
gunstig
Paapje
4
zeer ongunstig
Ringmus
4
zeer ongunstig
Roerdomp
4
zeer ongunstig
Sperwer
4
gunstig
Spotvogel
4
matig ongunstig
Visdief
4
zeer ongunstig
Wulp
4
matig ongunstig
Zomertortel
4
zeer ongunstig
Zwarte specht
4
matig ongunstig
Vetgedrukte soorten zijn specifiek in Limburg beschermd.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
25
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Apollovlinder
Gestreepte dolfijn
Heikikker
Noordse vinvis
Tijmblauwtje
Bataafse stroommossel
Gestreepte waterroofkever
Heldenbok
Noordse vleermuis
Tuimelaar
Bechsteins vleermuis
Gevlekte witsnuitlibel
Hille
Noordse winterjuffer
Tweekleurige vleermuis
Bever
Gewone baardvleermuis
Houting
Noordse woelmuis
Vale vleermuis
Boomkikker
Gewone dolfijn
Ingekorven vleermuis
Oostelijke witsnuitlibel
Vermiljoenkever
Bosvleermuis
Gewone dwergvleermuis
Juchtleerkever
Orka
Vroedmeesterpad
Boszandoog
Gewone grootoorvleermuis
Kamsalamander
Otter
Walrus
geldt volgens de wettekst artikel 3.5 ook de verbodsbepalingen en het
Brandt's vleermuis
Gewone spitsdolfijn
Kemps’ zeeschildpad
Pimpernelblauwtje
Watervleermuis
beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. De MvT van de wet gaf juist
Brede geelrandwaterroofkever
Gewone vinvis
Kleine dwergvleermuis*
Platte schijfhoren
Wilde kat*
Bronslibel
Gladde slang
Kleine hoefijzerneus
Poelkikker
Witflankdolfijn
Bruinvis
Griend
Kleine zwaardwalvis
Potvis
Witsnuitdolfijn
genoemd in Bijlage II van de Conventie van Bern en Bijlage I Conventie
Bultrug
Grijze dolfijn
Knoflookpad
Rivierrombout
Witte dolfijn
van Bonn conform art. 3.5 waren beschermd of niet. Onlangs, op 1 juli
Dikkopschildpad
Grijze grootoorvleermuis
Kruipend moerasscherm
Rosse vleermuis
Wolf*
Donker pimpernelblauwtje
Groene glazenmaker
Laatvlieger
Rugstreeppad
Zandhagedis
Drijvende waterweegbree
Groenknolorchis
Lederschildpad
Ruige dwergvleermuis
Zilverstreephooibeestje
Dwergpotvis
Grote hoefijzerneus
Lynx
Sierlijke witsnuitlibel
Zomerschroeforchis
Dwergvinvis
Grote rosse vleermuis
Meervleermuis
Soepschildpad
Oeveraas**
Franjestaart
Grote vuurvlinder
Mopsvleermuis
Spitsdolfijn van Gray
Walrus**
Gaffellibel
Hamster
Muurhagedis
Steur
Geelbuikvuurpad
Hazelmuis
Narwal
Teunisbloempijlstaart
Artikel 3.5 Habitatrichtlijnsoorten: Onder artikel 3.5 vallen naast habitatrichtlijnsoorten ook soorten uit Bern I, Bern II en Bon I. Vogels vallen echter niet* onder artikel 3.5. * In de officiële wettekst, gepubliceerd in het Staatsblad op 19 januari 2016, is in artikel 3.5 verwezen naar de Conventie van Bern, Bijlage I en II en de Conventie van Bonn, Bijlage I. Met betrekking tot de in Bijlage II Conventie van Bern en Bijlage I Conventie van Bonn genoemde vogelsoorten,
aan dat de Vogelrichtijn de rechtsbasis vormt en dat de bescherming van vogels is geregeld in de Vogelrichtlijn, dat is uitgewerkt in art. 3.1. Er is lang verwarring geweest bij de verschillende bevoegde gezagen of de vogels
2018, is echter een verzamelwet inwerking getreden waarin is aangegeven dat art. 3.5 niet van toepassing is op soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
*= niet opgenomen in Bijlage 2 Memorie van Toelichting, maar wel op lijst Habitatrichtlijn Bijlage IV. ** = niet genoemd in Bijlage 3 Memorie van Toelichting: Tabel I, staat wel in Bijlage II van de Conventie van Bern.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
26
BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG) Artikel 3.10 Andere soorten Hieronder vallen soorten genoemd in onderdeel A en onderdeel B bij de Wnb. Sommige van deze soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Dat verschilt per provincie. In Bijlage 3 is hiervan een overzicht te vinden. Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Soort
Aardbeivlinder
Bruine kikker
Gewone bosspitsmuis
Karthuizeranjer
Naaldenkervel
Veenbesblauwtje
Molmuis
Aardmuis
Bruinrode wespenorchis
Gewone bronlibel
Karwijselie
Ondergrondse woelmuis
Veenbesparelmoervlinder
Oeveraas
Adder
Bunzing
Gewone pad
Kempense heidelibel
Pijlscheefkelk
Veenbloembies
Mercuurwaterjuffer
Akkerboterbloem
Damhert
Gewone zeehond
Kleine ereprijs
Pimpernelblauwtje
Veenhooibeestje
Akkerdoornzaad
Das
Glad biggenkruid
Kleine heivlinder
Ree
Veldmuis
Akkerogentroost
Dennenorchis
Gladde zegge
Kleine ijsvogelvlinder
Ringslang
Veldparelmoervlinder
Alpenwatersalamander
Donker pimpernelblauwtje
Grijze zeehond
Kleine Schorseneer
Roggelelie
Veldspitsmuis
Beekdonderpad
Donkere waterjuffer
Groene nachtorchis
Kleine watersalamander
Rood peperboompje
Vinpootsalamander
Beekkrombout
Dreps
Groensteel
Kleine wolfsmelk
Rosse woelmuis
Vliegend hert
Beekprik
Duinparelmoervlinder
Groot spiegelklokje
Kluwenklokje
Rozenkransje
Vliegenorchis
Beklierde ogentroost
Dwergmuis
Grote bosaardbei
Knollathyrus
Ruw parelzaad
Vos
Berggamander
Dwergspitsmuis
Grote bosmuis
Knolspirea
Scherpkruid
Vroege ereprijs
Bergnachtorchis
Echte gamander
Grote leeuwenklauw
Kommavlinder
Schubvaren
Vuursalamander
Blaasvaren
Edelhert
Grote modderkruiper
Konijn
Schubzegge
Waterspitsmuis
Blauw guichelheil
Eekhoorn
Grote parelmoervlinder
Korensla
Sleedoornpage
Wezel
Bokkenorchis
Egel
Grote vos
Kranskarwij
Smalle raai
Wild zwijn
Boommarter
Eikelmuis
Grote vuurvlinder
Kruiptijm
Speerwaterjuffer
Wilde averuit
Bosbeekjuffer
Elrits
Grote weerschijnvlinder
Kwabaal
Spiegeldikkopje
Wilde ridderspoor
Bosboterbloem
Europese rivierkreeft
Haas
Lange zonnedauw
Spits havikskruid
Wilde weit
Bosdravik
Franjegentiaan
Hazelworm
Levendbarende hagedis
Steenbraam
Woelrat
Bosmuis
Geelgroene wespenorchis
Hermelijn
Liggende ereprijs
Steenmarter
Wolfskers
Bosparelmoervlinder
Gentiaanblauwtje
Honingorchis
Meerkikker
Stijve wolfsmelk
Zandwolfsmelk
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
27
Groningen
Drenthe
Overijssel
Gelderland
Utrecht
N-Holland
Z-Holland
Flevoland
Zeeland
N- Brabant
Limburg
Soort / Provincie
Friesland
BIJLAGE 3 - VRIJGESTELDE SOORTEN
hiernaast genoemd, mits het gaat om handelingen die
Aardmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
worden verricht in verband met:
Bastaardkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bruine kikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader
Bunzing
x
x
x
x
x
x
x
van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen,
Dwergmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken,
Dwergspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Egel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Haas
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
bosbouw;
Hermelijn
x
x
x
x
x
x
x
d. bestendig gebruik.
Huisspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ondergrondse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ree
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Rosse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Steenmarter
x
Tweekleurige bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Vos
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
x
x
x
x
x
x
x
In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten
a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting;
oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of
Deze vrijstelling geldt dus niet voor (eenmalige) activiteiten, zoals evenementen of (sport)wedstrijden.
x
x
x
Wild zwijn
x
x
x x
Woelrat
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone pad
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Kleine watersalamander
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Meerkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
28
BIJLAGE 4 - KAART PROJECTGEBIED
m Wille
23
f nkho 39a
l Alfri
teeg Vers
inaa
Kard 21
28
of
58
weg
10 16
24
2 8
60
wijzigingsplan
18 traat
eghs
rste
64
10
weg
53
bestemming groen
rweg
10a
Berg
55
de exan
Korte
57
s Al
12
7
15
62
16 59
1
Prin
m Ve
Wille
bestaande situatie
56
Berg
1
Korte
at hstra
45
al Alfrinkh
Kardina 15
16
52 54
26
17
LEGENDA
48 50
30
39
76 8c
51
sportvelden
49
22c
47
8b 45
kadastrale grenzen
78
43
21a
41 39
8a 37
20
Bijzonder waardevol groen
22c
Zeer waardevol groen
35
21b
8bis
33
22c 19
4a
31
82
6 Korte
29
Berg
27
Korte
8
weg
Berg
weg
22a
80
2
25 23
7 11
20
3
5
1
9
14
17
5
b
Datum
Accoord projectleider: Accoord opdrachtgever:
Datum:
30-10-2019
Schaal:
1:2000
Formaat:
A3
Tekenaar:
Ri
g jkswe
lvr
Blad van bladen: 1/1
A28
Projektomschrijving:
Projekt
Opties Honk- en softbal Phoenix
a
8
Gec.
3
Gemeente Zeist
2
Get.
2
3b
11
9
60 m
Opdrachtgever:
8
6
40
Omschrijving
1
weg
a
3a
20
alle hoogten in meters t.o.v. NAP Wijz.
Heide
2
2
0 Huis ter
4
6
Geringe waarde
19
1
B
7
6
Waardevolle solitaire boom
C
22c
12
Matig waardevol
weg
22c
A
8
Heide
13b Th
Waardevol groen
Huis ter
22b Kantine
13a
5
Teknr.
g A28
Rijkswe
1
Tekeningomschrijving:
Status:
adviesburo r.i.e.t
Burg. v.d. Weijerstraat 80 Postbus 167 3980 CD Bunnik Tel: (030) 657 06 36
Modellenstudie
b
18053
ruimtelijke inrichting en techniek
CONCEPT
E-mail: info@adviesburoriet.nl F:\Documenten algemeen\
Figuur: kaart projectgebied (paarse omlijning) zoals aangeleverd door de opdrachtgever.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
29
BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS Hieronder is de ingevulde vragenlijst weergegeven die door de opdrachtgever is ingevuld.
Vragenlijst quickscan Habitus 2019
Vragenlijst quickscan Habitus 2019
#85
Q12 Wanneer eindigen de werkzaamheden (in het veld)? Of wat is de voorgenomen einddatum/opleverdatum?
COMPLETE Collector: Started: Last Modified: Time Spent: IP Address:
nazomer 2020
RIET2019-5 (Web Link) Monday, November 11, 2019 2:58:37 PM Monday, November 11, 2019 3:07:47 PM 00:09:09
Q13 Wordt er (bouw)materiaal of materieel opgeslagen buiten het projectgebied?
Nee
Q14 Indien vorige vraag met 'ja' beantwoord is: waar wordt het materiaal/materieel opgeslagen? En voor hoe lang en/of in welke periode? Een kaartje aanleveren (op basis van google maps) kan uiteraard ook.
Respondent skipped this question
Q15 Wordt er (extra) licht geplaatst tijdens de uitvoeringsfase of in de gebruiksfase? De uitvoeringsfase betreft de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden. De gebruiksfase is de nieuwe (uiteindelijke) situatie.
Nee, geen bouwlampen of extra verlichting. Niet tijdens de werkzaamheden en ook niet na afronding (definitieve situatie).
Q16 Worden er heiwerkzaamheden uitgevoerd?
Nee
Q17 Ontstaan er trillingen tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling?
Nee
Q18 Wordt er gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst? Denk hierbij ook aan de korte daglengte in de winterperiode. Dit kan van belang zijn bij nachtactieve diersoorten, zoals vleermuizen.
Nee
Q19 Deze vraag is enkel relevant bij gebouwen/opstallen. Is er een spouwmuur aanwezig?
Niet van toepassing
Q20 Worden er harde, lage of hoge geluiden verwacht tijdens en/of na het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling?
Nee, er zullen geen (bouw)geluiden ontstaan tijdens de werkzaamheden én geen extra geluid na afloop.
Q21 Wordt er (grond)water onttrokken of water opgespoten?
Nee
Q22 Wordt er in het water gewerkt en/of in de oeverzone?
Nee
Q23 Kunnen er zand- of gronddepots ontstaan tijdens de werkzaamheden?
mogelijk)
90.145.109.77
Page 1: Vragen over de voorgenomen ontwikkeling, omgeving en informatievoorziening. Q1 Dit formulier is ingevuld door (geef je voor- en achternaam op): liesbeth van rijnsbergen
Q2 Datum waarop deze vragenlijst is ingevuld
Datum/tijd
11/11/2019
Q3 In de verstuurde offerte is een kenmerk opgenomen in de colofon (pagina 2). Dit kenmerk hebben wij nodig om de vragenlijst te kunnen verwerken. Welk kenmerk heeft de offerte? RIET2019-5-OFR
Q4 De quickscan wordt aangevraagd vanwege een:
Ruimtelijke ontwikkeling
Q5 Ik vraag de quickscan aan:
Namens een klant van mij, namelijk...: gemeente zeist
Q6 Het projectgebied (inclusief gebouwen, stallen, terreinen e.d.) dient geheel geïnspecteerd te kunnen worden voor een correcte beoordeling. Moeten wij voorafgaand aan het veldbezoek contact opnemen voor de toegang?
Nee, het projectgebied is vrij toegankelijk (dus geen hek of slot!) en alle gebouwen/opstallen zijn volledig inspecteerbaar.
Q7 Toegang: geef hier de naam van de persoon op waar wij contact mee op moeten nemen. Geef ook zijn/haar (mobiele) telefoonnummer. Laat deze vraag onbeantwoord als de vorige vraag met 'nee' is beantwoord. 0654650303
Q8 Zijn er nog risico's aanwezig waar wij rekening mee moeten houden? Denk bijvoorbeeld aan gevaren in het projectgebied, zoals een stier in het land, een gebouw dat (deels) op instorten staat of een open put. nee
Q9 Het veldbezoek kunnen wij zonder begeleiding uitvoeren, indien toegankelijk. Als het wenselijk is, kan er wel iemand bij aanwezig zijn. Bijvoorbeeld om een toelichting te geven op het plan. Wil je bij het veldbezoek aanwezig zijn?
Nee
Q10 Waaruit bestaan de voorgenomen werkzaamheden? Geef dit zo specifiek mogelijk aan. Denk aan zaken als: slopen gebouw, kappen bomen en/of dempen sloot. Vermeld ook de rijroute die wordt gebruikt als er materiaal wordt aangevoerd/opgeslagen. kappen van bomen tbv uitbreiding voetbalveld tot honkbalveld
Ja, dat kan (of is
Q24 Deze vraag is enkel relevant bij gebouwen/opstallen. Is er een bouwtekening van het gebouw aanwezig? Of zijn er andere technische tekeningen die relevant zijn? Zo ja, kunnen wij die ontvangen?
Nee, niet(s) beschikbaar
Q25 Upload hier aanvullende technische- of bouwtekeningen die nog niet eerder zijn aangeleverd. Ook eigen tekeningen die de ontwikkeling verduidelijken zijn welkom! Met betere informatie, kunnen wij beter adviseren.
Respondent skipped this question
Q11 Wanneer starten de werkzaamheden of voorbereidingen (in het veld)? Of wat is de voorgenomen planning? zomer 2020
1/3
2/3
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
30
BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS (VERVOLG) Vragenlijst quickscan Habitus 2019 Q26 Verwacht je dat de voorgenomen ontwikkeling zal leiden tot uitstoot van stikstofoxiden of ammoniak/ammonia? Dit is veelal aan de orde bij grotere ontwikkelingen, zoals de bouw van meerdere nieuwe woningen, renovatieprojecten of bedrijfsmatige activiteiten (uitstoot van gassen of extra vee). Ook machines die tijdens de bouw worden ingezet, kunnen stikstof uitstoten.
Nee, de ontwikkeling is (zeer) kleinschalig
Q27 De opdrachtgever is altijd de eigenaar van een rapportage. Het Ja is dus aan jou/jouw organisatie of wij een eindproduct (zoals een rapportage) openbaar mogen maken. Wij zijn zelf voorstander van open informatie, omdat dit de kwaliteit ten goede komt. Daarom zouden wij het eindproduct graag als download beschikbaar willen maken op onze website. Wilt u bijdragen aan deze open informatievoorziening? Ter toelichting: wij zullen nooit actief rapporten verspreiden door deze aan andere partijen toe te sturen. Q28 Tijdens een veldbezoek doen wij veelal diverse natuurwaarnemingen. Wij kunnen deze waarnemingen doorsturen naar de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Wilt u hieraan bijdragen? Wij uploaden dan de waarnemingen naar het NDFF.
Ja
Q29 Is er al informatie bekend over beschermde dieren/planten of beschermde gebieden op de projectlocatie? Of heb je zelf wel eens relevante natuurwaarnemingen gedaan?
Ja, ik heb zelf wel eens wat gezien, namelijk: via internet is er wel wat te vinden
Q30 Upload hier eerdere ecologische rapporten (die nog niet eerder Respondent skipped this question bij ons zijn aangeleverd) of andere relevante documenten. Ook eigen waarnemingen (op kaart) zijn welkom. Q31 Zijn er verder nog vragen, wensen of opmerkingen?
Respondent skipped this question
Q32 Ik ben me er van bewust dat de vragenlijst inclusief antwoorden opgenomen wordt in de adviesrapportage en geef daar toestemming voor (namens onze organisatie).
Ja (enige optie)
Q33 Aan wie kunnen wij de factuur richten? Voornaam en achternaam
liesbeth van rijnsbergen
Bedrijf
gemeente Zeist
Factuuradres
postbus 167
Plaats
Bunnik
Land/provincie
Nederland
Postcode
3980CD
Land
nl
E-mailadres
l.van-rijnsbergen@adviesburoriet.nl
Telefoonnummer
+31654650303
Q34 Welk factuur- of inkoopnummer kunnen wij vermelden op de factuur? tav S. Kolk masterplan sport
3/3
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
31
BIJLAGE 6 - EFFECTENINDICATOR
De effectenindicator (Ministerie van Economische Zaken, 2017) is ingevuld voor Natura 2000-gebied ‘Oostelijke vechtplassen’ en voor werkzaamheid ‘landrecreatie’.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
32
BIJLAGE 7 - CV’S BETROKKEN ECOLOGEN Ruth van den Herik, MSc
Nick Kroese, BSc Functie: kwaliteitscontroleur
Functie: veldecoloog en projectadviseur
Relevante opleidingen:
Relevante opleidingen:
- hbo Bos- en natuurbeheer aan Van Hall Larenstein
- wo master Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit, met specialisatie animal ecology.
met specialisatie natuur- en landschapstechniek. - mbo-4 Bos- en natuurbeheer aan het Wellantcollege te Gouda.
- wo bachelor Dierwetenschappen aan de Wageningen Universiteit, met specialisatie wildlife biodiversity.
Ervaring: Nick is sinds 2014 in dienst bij Habitus. Hij voert al sinds 2009
Ervaring:
quickscans uit en heeft daardoor ruime ervaring opgedaan
Ruth is sinds augustus 2018 in dienst bij Habitus. Sinds die tijd
met deze dienst. Ook verricht hij al sinds 2009 soortgerichte
ondersteunt zij projectleiders met het uitvoeren van veldwerk
onderzoeken
persoonlijke
en het opstellen van diverse rapporten, onder begeleiding van
aandachtsgroepen zijn planten, libellen, weekdieren en kevers.
Benjamin Brandt. Vanaf mei 2019 voert zij haar werkzaamheden,
Van de volgende soortgroepen heeft hij bewezen over voldoende
waaronder quickscans, zelfstandig uit. Tijdens haar opleiding heeft
kennis te beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit
zij een brede kennis opgedaan van ecologie en heeft zij ook een
te voeren en deze van anderen te beoordelen: grondgebonden
semester gestudeerd in Zweden, om zich meer te verdiepen in
zoogdieren, zeezoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen,
natuur- en wildbeheer. Ook heeft ze ervaring met wildcamera’s. Ze
vlinders, libellen, kreeften, vogels, mossen en vissen.
heeft vooral interesse in vogels en landzoogdieren.
en
fauna-inventarisaties.
Zijn
Benieuwd naar de persoonlijke waarnemingen die Nick doet? Zie dan zijn account op waarneming.nl. Professionele waarnemingen worden ingevoerd via WrnPro.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
33
BIJLAGE 8A - RESULTATEN BUREAU-ONDERZOEK In deze tabel zijn de soorten opgenomen die binnen een straal van vijf kilometer van de projectlocatie zijn waargenomen (bron: NDFF). Er is een periode van vijf jaar aangehouden. Dit zijn arbitraire grenzen die in de meeste situaties toereikend zullen zijn. Wij houden altijd rekening met uitzonderlijke gevallen (bijzondere soorten of biotopen). Welke van deze soorten vrijgesteld zijn van ontheffing, is te vinden in Bijlage 3.
Amfibieën
Kevers
Alpenwatersalamander
Vliegend hert
Planten en mossen
Reptielen
Vogels**
Vleermuizen
Zoogdieren
Zoogdieren
Dennenorchis
Hazelworm*
Boomklever
Baardvleermuis
Aardmuis
Ree*
Bastaardkikker
Dreps
Levendbarende hagedis
Buizerd
Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Boommarter
Rosse woelmuis
Bruine kikker*
Drijvende waterweegbree
Ringslang
Gaai
Franjestaart
Bosmuis*
Veldmuis
Zandhagedis
Grote Bonte Specht
Gewone dwergvleermuis*
Bunzing
Vos*
Houtduif
Gewone grootoorvleermuis*
Das
Wezel
Gewone pad*
Libellen
Glad biggenkruid
Heikikker
Gevlekte witsnuitlibel
Knolspirea
Kamsalamander
Rivierrombout
Naakte lathyrus
Kleine watersalamander
Sierlijke witsnuitlibel
Meer-/Bastaardkikker
Vlinders
IJsvogel
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Dwergmuis
Wezel/Hermelijn
Grote vos*
Kauw
Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis
Dwergspitsmuis
Woelrat
Kommavlinder
Pimpelmees
Laatvlieger*
Eekhoorn*
Meerkikker
Putter
Meervleermuis
Egel*
Poelkikker
Ransuil
Myoot (soort onbekend)
Haas
Vroedmeesterpad
Roodborst
Rosse vleermuis*
Hermelijn
Soepeend
Ruige dwergvleermuis*
Huisspitsmuis
Soepgans
Watervleermuis*
Konijn
Vink Zwarte Kraai
* = deze soorten zijn waargenomen binnen één kilometer van het projectgebied. ** = deze vogelsoorten zijn waargenomen binnen 100 meter van het projectgebied. Deze afstand is gekozen omdat er daarbuiten geen effect wordt verwacht op broedvogels.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
34
BIJLAGE 8B - RESULTATEN BUREAU- EN VELDONDERZOEK Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek
Bron (hyperlink)
a/m/ vm¹
Te verwachten functies²
Alpenwatersalamander
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk grote poelen, ondiepe plasjes, vrij zure vennen, tuinvijvers of volgelopen karresporen in de buurt van bos of houtwallen en ook veel in tuinen. De alpenwatersalamander komt ook veel voor in sterk beschaduwde en vegetatiearme bospoelen. Als schuilplaatsen worden allerlei vochtige plekken gebruikt. De dieren worden onder hout, stenen, mos en afval aangetroffen. Alpenwatersalamanders overwinteren voornamelijk op vorstvrije plaatsen op het land, zoals holten, houtwallen, overhoekjes, houtstapels, stenen, afvalhopen, kelders, groeven en (vleermuis)bunkers. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven.
Ravon: Alpenwatersalamander
Heikikker*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiep, stilstaand, enigszins zuur (pH 4 tot 5,5) voedselarm water met oevervegetatie. Verder is er geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig binnen 300 meter van geschikt voortplantingswater waar de heikikker tijdens de actieve fase verblijft, zoals vochtige heideterreinen, veengebieden, vochtige schraallanden, uiterwaarden of komkleigebieden (met struweel en kruidenvegetatie). Ook is er geen geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig in de vorm van vorstvrije plekken op het land, zoals (afgetrapte) slootkanten of bosschages in de nabijheid (500 meter) van terrestrisch- of voortplantingsbiotoop.
Ravon: Heikikker
Kamsalamander*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk wat diepere, vegetatie- en licht voedselrijke, niet verzuurde poelen en plassen op landgoederen, in beekdalen, in het rivierengebied, in loofbossen of in kleinschalige cultuurlandschappen. Kamsalamanders verblijven op het land onder stenen, hout, bladafval, in gaten onder wortels en in holen van kleine zoogdieren, meestal binnen 100 meter van het voortplantingswater. Wanneer geschikt landbiotoop ontbreekt kunnen ze 1000 meter afleggen op zoek naar geschikt biotoop. Overwintering van dieren in het water komt zelden voor.
Ravon: Kamsalamander
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zwak zuur, onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone, zoals vennen, poelen, watergangen in hoogveengebied of uiterwaarden. Ook worden geen landschapselementen verwijderd of aangetast, zoals bosschages, struweel of hoger gelegen verlandingsvegetaties, waarin de poelkikker kan overwinteren.
Ravon: Poelkikker
De volgende drie eisen worden gesteld volgens het Kennisdocument rugstreeppad: 1. Recente aanwezigheid (drie jaar) binnen één kilometer van de projectlocatie. 2. Geen barrières aanwezig tussen bekende waarnemingen. 3. Er is een geschikte combinatie van habitats aanwezig: voortplanting- , zomer- en winterverblijfplaatsen. Er zijn geen waarnemingen van de rugstreeppad bekend binnen vijf kilometer van het projectgebied in de laatste drie jaar. De dichtstbijzijnde waarneming is bekend op circa 6.200 meter. Tussen het projectgebied en de bekende waarneming(en) bestaan onoverbrugbare barrières, namelijk provinciale wegen (N237). Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van (tijdelijke) ondiepe wateren, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes, karresporen, recent geschoonde sloten of ondiepe slootjes. Er is geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig zoals (teelt)akkers, zandafgravingen, kassen, muizen- of konijnenholen, pallets en tegels die kunnen dienen als zomerverblijfplaats. Verder zijn geen (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand, bosschages of struwelen aanwezig boven het grondwater die kunnen dienen als winterverblijfplaats. Vanwege de gestelde eisen is er geen kans op vestiging in nieuw voortplantingsbiotoop. Ook is er geen kans op vestiging in geschikt winterbiotoop.
Ravon: Rugstreeppad
Onderbouwing en locaties ³
Amfibieën
Poelkikker*
Rugstreeppad*
N.v.t.
N.v.t
N.v.t.
N.v.t.
BIJ12: Kennisdocument kamsalamder. BIJ12: Kennisdocument poelkikker.
BIJ12: Kennisdocument Rugstreeppad
Vinpootsalamander*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk poelen, sloten, vennen, waterbakken of karrensporen op hogere gronden en in of in de nabijheid van bossen in de provincies Noord-Brabant en Limburg. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4). Op het land houden de dieren zich op onder stronken, dode bladeren, takken en stenen binnen een straal van 400 meter van het voortplantingswater. De vinpootsalamander overwintert in allerlei gaten en spleten in de bodem, tussen wortels, onder stenen, boomstronken en bladhopen. Overwintering vindt ook vaak plaats in het water.
Ravon: Vinpootsalamander
Vroedmeesterpad
N.v.t.
N.v.t.
De vroedmeesterpad komt van nature alleen in Zuid-Limburg voor. Op andere plaatsen in Nederland is hij uitgezet. Hij wordt aangetroffen op ruderale plaatsen (groeven, oude bebouwing en kerkhoven) en in hellingbossen en graften. Een stenige structuur van de bodem is de belangrijkste bepalende factor voor verspreiding. Aan de waterbiotoop worden relatief weinig eisen gesteld. De pad plant zich voort in typische pionierwateren in groeven, in betonnen drinkbakken en in diepe koude bronpoelen langs hellingbossen. Deze biotopen zijn niet aanwezig.
Ravon: Vroedmeesterpad
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
35
Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek
Bron (hyperlink)
a/m/ vm¹
Te verwachten functies²
Gestreepte waterroofkever*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk onbeschaduwde, stilstaande wateren of zeer langzaam stromende wateren op veen- of zandgrond van 40 tot 160 cm diep met een maximaal kroosbedekkingspercentage van 5%. Veelal zijn klein kroos en veelwortelig kroos wel aanwezig. De onderwateroever mag wel door hoogopgaande oevervegetatie beschaduwd worden, zoals riet en grote lisdodde.
Cuppen en Kroese: Gestreepte waterroofkever in Nederland.
Vermiljoenkever*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk recent gestorven bomen (zowel liggende als staande) in vochtige tot natte bossen. De favoriete waardboom is de populier, maar ook andere loofbomen en zelfs enkele naaldbomen zijn geschikte waardbomen. De vermiljoenkever leeft vrijwel permanent achter de schors van net gestorven bomen. De soort is al aanwezig in de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg. Ook lijkt het goed mogelijk dat de soort al in de provincies Utrecht en ZuidHolland aanwezig is.
EIS kenniscentrum insecten: Vermiljoenkever; Verspreiding.
Vliegend hert
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt leefgebied aanwezig, namelijk oude eikenhakhoutbossen op zuidhellingen van (of in de buurt van) stuwwalen of eindmorenes. Klei- en kalkgebieden worden gemeden. Ook ontbreekt het aan eikenstobben, holle knoteiken, opgaande eiken of doorgeschoten hakhout aangetast door witrot (of eikenrot) die larven van het vliegend hert zouden kunnen herbergen. Specifiek met soorten zoals doolhofzwam, roodgerande houtzwam, eikevuurzwam, biefstukzwam of zwavelzwammen. Ook zijn geen sapbomen aanwezig waarop de paring plaats kan vinden.
EIS kenniscentrum: Vliegend hert.
Beekrombout*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt uitsluipbiotoop aanwezig, namelijk oevervegetatie, holle oevers, boomwortels of stenen, meestal binnen enkele meters van het water van grotere beken en kleine rivieren. Op en rond deze wateren zijn de imago's te vinden. De eieren worden op het wateroppervlak afgezet. De larven leven ingegraven in de beekof rivierbodem, op ondiepe, traag stromende plaatsen waar veel slib of fijn zand is afgezet.
Vlinderstichting: Beekrombout
Gevlekte witsnuitlibel*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, namelijk laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. De larven leven tussen waterplanten in de verlandingszone. Het uitsluipen vindt plaats tot enkele decimeters hoogte in de oevervegetatie.
Vlinderstichting: Gevlekte witsnuitlibel
Groene glazenmaker*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig: stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden; plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden. De eitjes overwinteren in krabbenscheerplanten. De larven leven tussen de bladen van krabbenscheerplanten, meestal in dichte krabbenscheervegetaties. Het uitsluipen gebeurt ook op krabbenscheerplanten.
Vlinderstichting: Groene glazenmaker
Rivierrombout*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig. Een geschikt larvenbiotoop bestaat uit zandige substraten in ondiepe, onbegroeide, stromingsluwe riviertrajecten. Net uitgeslopen imago’s drogen op in of nabij ruigtevegetaties in de directe nabijheid van de rivier. Ook oudere imago’s zijn in de nabijheid van de rivier te vinden. Vanwege de grote afstand tot de rivier (> 1 kilometer) wordt aanwezigheid van de soort uitgesloten.
Vlinderstichting: Rivierrombout
Sierlijke witsnuitlibel
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk beschutte oeverzones van meren en stilstaande, ongestoorde wateren met een rijke (submerse)watervegetatie, zoals veenplassen, vijvers en dode rivierarmen.
Vlinderstichting: Sierlijke witsnuitlibel
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige, jonge wilgenbossen of jonge aanplant van zomereik. De soort komt voor op de schors van deze bomen en vaak gaat het om een enkel polletje op een tak. Er is gericht gezocht naar tonghaarmuts, maar de soort is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek.
BLWG: informatieblad
Brede wolfsmelk*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkrijke akkers, braakliggende grond, bermen (open plekken) en omgewerkte kleiige waterkanten met o.a. akkerdistel (100%, n=3), haagwinde en kruipende boterbloem. De soort kan voorkomen op matig voedselrijke gronden die droog tot vochtig zijn en waarvan de zuurgraad zwak zuur tot matig zuur is. De soort verdraagt geen sterke beschaduwing.
Floron: Brede wolfsmelk
Dennenorchis
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, voedselarme, meestal zure grond. Dennenorchis wortelt in halfverteerd naaldenstrooisel en goed doorluchte grond (zand en lemig zand). De soort groeit in bossen (dennenbossen en andere mosrijke naaldbossen) en zeeduinen (duinvalleien en soms onder berken of kraaihei in de duinen en in jeneverbesstruweel). Het projectgebied is niet geschikt omdat er te weinig naaldbomen (en naaldenstrooisel) aanwezig is.
Floron: Dennenorchis
Dreps*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's, voornamelijk uit klasse 30 van de akkergemeenschappen (30BA, 30AA en 30 BB) met begeleidende soorten zoals grote windhalm, zwaluwtong, korenbloem en akkerviooltje. Groeiplaatsen zijn onder andere akkers (wintergraanakkers en speltakkers), spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken, in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen.
Floron: Dreps
Onderbouwing en locaties ³
Kevers
Libellen
Mossen Tonghaarmuts*
Planten
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
36
Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek
a/m/ vm¹
Te verwachten functies²
Bron (hyperlink)
Drijvende waterweegbree*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk natte pioniermilieu's, zoals vennen, vijvers, beken, pas gegraven of regelmatig geschoonde poelen en sloten, afwateringskanaaltjes, duinplassen en/of kanalen. Vegetaties uit het Overkruidverbond (06AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. drijvend fonteinkruid, knolrus en mannagras.
Floron: Drijvende waterweegbree Hennekes et al.
Glad biggenkruid*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's (30BB - Verbond van vingergras en naaldaar) met onder andere schapenzuring, gewone spurrie, zwaluwtong en gewoon varkensgras.
Floron: Glad biggenkruid Hennekes et al.
Groenknolorchis*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (kalk-, zand- en grindgroeven), moerassen (trilvenen, kalkmoerassen, veenmosrietland en aan de rand van rietland), heide (op veenmoskussens in heidemoeras), opgespoten grond (zand), plekken waar turf gestoken is en grasland (beekdal-blauwgrasland). Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. watermunt, gewone waternavel, riet en kruipwilg.
Floron: Groenknolorchis
Onderbouwing en locaties ³
Hennekes et al.
Grote leeuwenklauw*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's of natte pioniermilieu's, zoals bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen. Begeleidende soorten zijn o.a. akkerviooltje, zwaluwtong, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het Windhalmverbond (30Ba) of Naaldenkervelverbond (30Aa) ontbreken op de projectlocatie.
Floron: Grote leeuwenklauw
Kleine wolfsmelk*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's zoals kalkrijke, vaak kleiige omgewerkte grond (pioniervegetatie) met onder andere zwaluwtong, akkerdistel, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en verbond van duivekervel en kroontjeskruid (30AB) ontbreken op de projectlocatie.
Floron: Kleine wolfsmelk
Knolspirea
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zonnige plaatsen op vrij droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet bemeste, neutrale, vaak kalkhoudende grond (leem, löss en mergel). Groeiplaatsen zijn onder andere grasland (kalkgrasland), bermen en bosranden.
Floron: Knolspirea
Kruipend moerasscherm*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk open plekken aan oevers van beken, zoete kreken en, ondiepe poelen langs sloten aan de rand van veengebieden, zeeduinen (langs drinkpoelen, in binnenduinweiland en duinvalleien), grasland (extensief begraasde weiland en oud grasland), ijsbanen en uiterwaarden (langs beken en kleine rivieren). Enkel op matig voedselrijke bodems, vooral in het zuiden en oosten van het land. Vegetaties uit het Dwergbiezenverbond (29AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. fioringras, zomprus, pinksterbloem en moeraswalstro.
Floron: Kruipend moerasscherm
Hennekes et al.
Hennekes et al.
Hennekes et al.
Muurbloem*
N.v.t.
N.v.t.
Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk droge storingsmilieu's zoals muren of andere kunstmatige kalkrijke plaatsen met begeleidende soorten zoals muurvaren, muurleeuwenbek, gewoon muursterretje of plat beemdgras. Vegetaties uit het Verbond van klein glaskruid (21AA) ontbreken op de projectlocatie.
Floron: Muurbloem
Naakte lathyrus
N.v.t.
N.v.t.
Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk zonnige, warme, open plaatsen op matig droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke, soms kalkarmere, lichte grond (leem, zandig leem en mergel). Groeiplaatsen zijn onder andere akkers (graanakkers en klavervelden), bermen, dijken, langs holle wegen, omgewerkte grond, ruderale plaatsen, bosranden, struwelen en langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen).
Floron: Naakte lathyrus
Ruw parelzaad*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals zonnige, open plaatsen op braakliggende grond of op open plekken langs oeverwallen met begeleidende soorten zoals akkerdistel (trefkans > 85%; n=26), duist, grote klaproos en akkerwinde. Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en Windhalmverbond (30BA) ontbreken op de projectlocatie.
Floron: Ruw parelzaad
Wolfskers*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk bossen (open plekken en langs bospaden, bosranden, kapvlakten, brandvlakten), stenige plaatsen, ruderale plaatsen en braakliggende grond. Wolfskers prefereert half beschaduwde, warme, droge tot vochtige, voedsel- en stikstofrijke, zwak basische tot kalkrijke bodems en op stenige plaatsen, met een humeuze bovenlaag.
Floron: Wolfskers Hennekes et al.
m
L
In het projectgebied bevindt zich geschikt biotoop voor de hazelworm, namelijk warme, beschutte, halfopen terreinen met vochthoudende bodem zoals bosranden en open plekken in bossen. Hazelwormen verschuilen zich vaak onder planten, in strooisel en ondergrondse holen. In het projectgebied kunnen verblijfplaatsen van hazelworm aanwezig zijn onder het strooisel en in (muizen)holen. De dichtstbijzijnde waarneming is bekend op circa 260 meter. Negatieve effecten kunnen daarom niet uitgesloten worden.
Ravon: Hazelworm
Hennekes et al.
Reptielen Hazelworm*
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
37
Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek
a/m/ vm¹
Te verwachten functies²
Bron (hyperlink) Onderbouwing en locaties ³
Levendbarende hagedis*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige heide of structuurrijke bermen en ruigten.
Ravon: Levendbarende hagedis BIJ12: Kennisdocument levendbarende hagedis.
Ringslang*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt leef- of voorplantingsbiotoop aanwezig, zoals waterrijke biotopen op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. Grote oppervlaktes laag gelegen, nat gebied worden gemeden. De ringslang komt ook voor in het laagveen. Andere landschapstypen waarin relatief veel waarnemingen worden verricht zijn bos en struweel en op infrastructuur (wegen en spoorwegen). Ringslangen kunnen ook aanwezig zijn in een bebouwde omgeving en in het agrarisch gebied. Heide en hoogveen maken onderdeel uit van het leefgebied, maar zijn geen voorkeurshabitat. Verder zijn geen broeihopen, zoals bladhopen, composthopen of mestvaalten aanwezig.
Ravon: Ringslang
Zandhagedis*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig zoals (droge) heide of structuurrijke bermen/ruigten met open plekken en kaal zand.
Ravon: Zandhagedis BIJ12: Kennisdocument zandhagedis
Vissen Beekprik*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk relatief natuurlijke beken met een goede waterkwaliteit. De soort is beperkt tot de provincies Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. De soort paait in de periode februari-mei op grindrijke plaatsen met stromend water.
Ravon: Beekprik
Elrits*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk snelstromende rivieren en beken in Zuid-Limburg en in Gelderland op de oostflank van de Veluwe.
Ravon: Elrits
Grote modderkruiper*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikt leefbiotoop aanwezig, namelijk ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. Ook zijn geen drooggevallen wateren aanwezig, waarin de soort enige tijd ingegraven in de modder kan overleven. Ook is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiepere warme delen van het water met waterplanten, overhangende takken of andere vormen van structuur. Ook is er geen opgroeibiotoop voor juveniele dieren, zoals ondiepe plantenrijke oeverzones.
Ravon: Grote modderkruiper BIJ12: Kennisdocument grote modderkruiper
Vlinders Bruine eikenpage*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk kleine eikenboompjes die in de schaduw van hogere bomen groeien of jonge eikenopslag. Vaak worden de eitjes aan de zuidoostkant van de boompjes afgezet op een stam, tak of twijg met een gladde bast zonder korstmossen op een halve tot anderhalve meter hoogte. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: zandgronden met eiken in het binnenland en in de duinen. In het binnenland vliegt de soort bij bosranden, jonge eikenaanplant en open loofbossen. De soort vliegt bij gedrongen eikenstruweel, bij vrijstaande eikjes, in open eikenbossen en kapvlakten.
Vlinderstichting: Bruine eikenpage
Grote vos*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. De eitjes worden afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. Er zijn te weinig vrijstaande hoge bomen aanwezig binnen het projectgebied. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout. Dit is niet aanwezig. De takkenhopen zijn hiervoor te klein. Ook zijn er geen geschikte waardplanten aanwezig, zoals iep, zoete kers en sommige wilgensoorten.
Vlinderstichting: Grote vos
Iepenpage*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars. Het eitje wordt meestal afgezet in de kruin van de boom. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk bloeiende en vruchtdragende bomen of op relatief jonge iepen. Geschikte bomen worden doorgaans gevonden in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen.
Vlinderstichting: Iepenpage
Kommavlinder
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk kleine polletjes schapengras, zwenkgras, buntgras en struisgras. Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge, schrale open graslanden, duinen en gevarieerde heide.
Vlinderstichting: Kommavlinder
Sleedoornpage*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk sleedoorn en enkele andere gecultiveerde Prunus-soorten (o.a. pruim). Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: struwelen met sleedoorn (waardplant) langs bosranden, weg- en spoorbermen, holle wegen en akkers, in parken én vrijstaande pruimen in tuinen. De gebruikte sleedoorns moeten geregeld verjongd worden door begrazing of door ze regelmatig te snoeien.
Vlinderstichting: Sleedoornpage
Teunisbloempijlstaart*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Voornamelijk in het zuiden en oosten van het land. Er is een strooisellaag aanwezig waarin de soort als pop kan overwinteren. Echter, door het ontbreken van geschikte waardplanten, zoals wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart, kan de teunisbloempijlstaart uitgesloten worden.
Vlinderstichting: Teunisbloempijlstaart
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
38
Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek
a/m/ vm¹
Te verwachten functies²
m
N
Bron (hyperlink) Onderbouwing en locaties ³
Vogels Boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer*
Er is één nest van vermoedelijk buizerd aangetroffen. Buizerds broeden in bossen, bosjes en soms ook in solitaire bomen. Nesten welke voor meerdere jaren gebruikt zijn door buizerds zijn omvangrijk. Nieuwe nesten zijn aanzienlijk kleiner. Nesten van buizerds bevinden zich zowel tegen de hoofdstam als in de kruin van bomen. Buizerds broeden vaak langs snelwegen. Echter, het kan niet uitgesloten worden dat het nest gebruikt wordt door boomvalk, havik, ransuil of sperwer. Boomvalken broeden vaak in (oude) kraaiennesten kunnen tot na het vertrekken van de zwarte kraai nog tot broeden komen. Ze kunnen tot begin juni nog beginnen met broeden. Het is minder waarschijnlijk dat dit een nest is van boomvalk, omdat de omgeving minder geschikt is. Er is namelijk veel bos aanwezig, terwijl de soort water en moeras nodig heeft om te foerageren. Nesten van havik zijn omvangrijk en bevinden zich overwegend in bossen groter dan tientallen hectares, soms ook in kleine bosjes in (half)open landschap. Het nest bevindt zich doorgaans halverwege tot een derde onder de kruin van de top van de boom, tegen de hoofdstam aan. Het is minder waarschijnlijk dat dit een nest is van havik, omdat er veel verstoring is van de snelweg, waar de havik gevoelig voor is. Roestbomen van ransuil zijn vaak naaldbomen, deze zijn aanwezig binnen het projectgebied.
Ook de ransuil maakt gebruik van oude kraaien- of eksternesten. Onder nesten van ransuil worden braakballen verwacht, maar deze zijn niet aangetroffen binnen het projectgebied. Echter kunnen deze ook geraapt zijn. Om die reden kan de ransuil niet uitgesloten worden. De sperwer broedt meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Dit biotoop is aanwezig., waardoor de sperwer niet uitgesloten kan worden. Soms broedt de sperwer ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels in bosjes en op erven. De sperwer bouwt jaarlijks een nieuw nest, vaak in de directe omgeving van oudere nesten zodat clusters ontstaan. De onderlinge nestafstanden zijn soms klein (minder dan 200 meter).
Vogelbescherming: Boomvalk, Buizerd; Havik; Ransuil; Sperwer Sovon: Boomvalk; Buizerd; Havik; Ransuil; Sperwer Boomvalken.nl: Voortplanting
Wespendief en zwarte wouw*
N.v.t.
N.v.t.
Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van wespendief of zwarte wouw. Wespendieven broeden overwegend in grotere bossen (meer dan 100 hectare) met voorkeur voor gemengd bos of loofbos. Zwarte wouwen nestelen in halfopen landschappen, doorgaans in de buurt van visrijke wateren, vooral in moerasbos, maar ook in loofbos, veelal aan de rand.
Vogelbescherming: Wespendief; Zwarte wouw. Sovon: Wespendief; Zwarte wouw
Gierzwaluw*
N.v.t.
N.v.t.
Binnen het projectgebied zijn geen gebouwen aanwezig: vaak oudere stadswijken of grotere gebouwen en in mindere mate nieuwe gebouwen. De gierzwaluw nestelt in donkere holtes van ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen, in kerktorens en in nestkasten. Deze zijn niet aanwezig binnen het projectgebied. De gebouwen moeten minstens 3 meter hoog zijn, omdat de gierzwaluw zich eerst naar beneden moet laten vallen voordat hij kan opstijgen. Ook moet de vrije uitvliegbreedte minstens één meter zijn.
Vogelbescherming: Gierzwaluw BIJ12: Kennisdocument gierzwaluw
Huismus*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen gebouwen aanwezig binnen het projectgebied, waardoor geschikte nestplaatsen ontbreken zoals onder dakpannen, in neststenen, kieren en gaten in muren, achter regenpijpen of speciale mussennestkasten met dekking (bomen of struiken) op enkele meters afstand. Daarnaast zijn er geen wintergroene struiken aanwezig of gevelbegroeiingen aanwezig die de huismus gebruikt als plaats om te overnachten in de winter. Er worden geen (houtige) elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving, zoals struweel/hagen (schuilplaats), watertjes (drinkfunctie) of zandige stukjes (zandbad). Daarnaast zijn er geen huismussen op of rond de projectlocatie aangetroffen binnen 1000 meter, waardoor vestiging op korte termijn (binnen de houdbaarheid van deze quickscan) niet aannemelijk is.
Vogelbescherming: Huismus
Kerkuil, steenuil*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen geschikte nestplaats aanwezig voor de kerkuil en steenuil, zoals een nestkast of open schuur. Ook worden geen oude kassen gesloopt of knotbomen aangetast die door de steenuil gebruikt kunnen worden. Er zijn geen sporen, zoals veren of braakballen aangetroffen.
Vogelbescherming: Kerkuil; Steenuil BIJ12: Kennisdocument kerkuil; Kennisdocument steenuil
Oeverzwaluw*
N.v.t.
N.v.t.
Geen geschikt nestbiotoop aanwezig, namelijk een kale zandige of lemige steilwand met insecten in de omgeving. Er is geen kans op vestiging indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april t/m juni in de vorm van zanddepots en afgravingen.
Vogelbescherming: Oeverzwaluw
Roek*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen roeken waargenomen. Ook zijn er geen nestbomen aangetroffen binnen het projectgebied of in de omgeving hiervan. Nestbomen zijn vaak (vrij) grote bomen en liggen meestal in de buurt van geschikt foerageergebied. De nestbomen staan niet per definitie aan de grenzen van het foerageergebied. Geschikt foerageergebied bestaat uit vochtige gras- en bouwlanden.
Vogelbescherming: Roek; BIJ12: Kennisdocument Roek.
Slechtvalk*
N.v.t.
N.v.t.
Nestgelegenheid ontbreekt: hoge gebouwen zoals torens of hoogspanningsmasten zijn niet aanwezig.
Vogelbescherming: Slechtvalk
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
39
Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek
Bron (hyperlink)
a/m/ vm¹
Te verwachten functies²
Categorie 5-broedvogels met zeer ongunstige staat van instandhouding: ekster, eidereend, brilduiker, draaihals, ruigpootuil, zwarte specht, tapuit*
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen nesten van ekster aangetroffen. Er zijn geen kustduinen aanwezig waar de eider kan broeden. Er zijn geen oude, bestaande holten van vooral de zwarte specht (in den en beuk) waar de ruigpootuil gebruik van kan maken. De brilduiker broedt voornamelijk in landgoedbossen in het IJsseldal (tussen Zwolle en Deventer), hier ligt het projectgebied niet in. In het projectgebied ontbreken oude berken (op de Veluwe) met holtes waar de draaihals gebruik van maakt. Er zijn geen schrale heide- of stuifzandgebieden of duinen aanwezig met konijnenholen waar de tapuit tot broeden kan komen.
Vogelbescherming: Ekster; Eider; Brilduiker; Draaihals; Ruigpootuil; Tapuit; Zwarte specht
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
a
N
• •
Vogelbescherming: houtduif; huiszwaluw; spreeuw
Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.
Onderbouwing en locaties ³
• • •
Er is een (oud) nest van vermoedelijk houtduif aangetroffen, zie Figuur 4. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende vogelsoorten waargenomen: merel, grote bonte specht, kramsvogel, boomkruiper, roodborst, goudhaan, koolmees, pimpelmees, houtduif, ekster en gaai. Deze soorten kunnen broeden in het projectgebied. Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw kan tot broeden komen in het projectgebied. De spreeuw kan broeden in de aanwezige boomholte. De volgende biotopen (zie 2.3) zijn aanwezig: extensief beheerd grasland, bos en ruigte. Zie Tabel 3 op pagina 12 voor de vogelsoorten die verwacht worden. Duiven, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 4.5.1 voor de te nemen maatregelen.
Weekdieren Platte schijfhoren*
N.v.t.
N.v.t.
Er is geen (helder) voedselrijk, stilstaand (of slechts zwakstromend) water aanwezig (ionenarm) met begroeiing van waterplanten, zoals bijvoorbeeld gele plomp en witte waterlelie. De soort wordt vaak in draadalg-vegetaties aangetroffen. Ook in andere vegetaties, zoals in wateren met krabbescheer. Daarnaast soms op de wortels van o.a. lisdodde en vergelijkbare oevergebonden planten. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water.
IvL & RHB: Platte schijfhoren
N.v.t.
N.v.t.
Er zijn geen gebouwen aanwezig binnen het projectgebied. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen uitgesloten worden. Er wordt ook geen verlichting geplaatst die gebouwen, bomen of beplanting beschijnt. Negatieve effecten op gebouwbewonende vleermuizen kunnen daarom uitgesloten worden. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd (fysiek of door lichteffecten). Effecten op een essentiële vliegroute worden daarom niet verwacht. Essentieel foerageergebied: er wordt geen grote solitaire boom gekapt in open gebied. Er wordt geen moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Wel wordt de houtige beplanting gerooid. Er zijn echter alternatieve foerageergebieden aanwezig in de bosgebieden ten noorden en wersten van het projectgebied. Effecten op essentieel foerageergebied worden daarom niet verwacht.
BIJ12: Kennnisdocument gewone dwergvleermuis
Vleermuizen Laatvlieger, Brandt's vleermuis, meervleermuis
Vleermuis.net: gewone dwergvleermuis; laatvlieger; meervleermuis, Brandts vleermuis Netwerk Groene Bureaus : Vleermuisprotocol 2017.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
40
Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis
a/m/ vm¹
Te verwachten functies²
m
k, z, p, w
Baardvleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis
k, p, z
Watervleermuis,
k, z
Bron (hyperlink) Onderbouwing en locaties ³ Er is één boom met een holte aanwezig in het projectgebied. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten kunnen dus niet uitgesloten worden binnen het projectgebied. Buiten het projectgebied zijn ook bomen aangetroffen met klimop rond de stam, waardoor eventuele holtes niet uitgesloten kunnen worden. Deze bomen blijven echter behouden. Er wordt geen verlichting geplaatst welke gebouwen, bomen of beplantingen beschijnt. Kraamverblijfplaatsen: de eisen aan een kraamverblijf zijn, onder andere, een stabiele, warme temperatuur met gradiënt en buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in een spouwmuur of boomholte. Om deze reden kunnen kraamverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten. Winterverblijfplaatsen: de eisen aan een winterverblijf zijn onder andere een stabiele temperatuur met gradiënt, vorstvrij (wel koud/koel), buffermogelijkheden. Instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit een woning maken een verblijfplaats extra geschikt als winterverblijf. Aan deze eisen kan worden voldaan in een spouwmuur of boomholte. Daarom kunnen winterverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten.
Winterverblijfplaatsen van de gewone grootoorvleermuis, franjestaart, baardvleermuis en watervleermuis kunnen wel uitgesloten worden omdat ondergrondse ruimten zoals groeven, forten of ijskelders niet aanwezig zijn. Zomerverblijfplaatsen: de eisen aan een zomerverblijf zijn aanzienlijk beperkter dan aan kraam- of winterverblijven, zo zijn rolluiken, ruimtes achter dakbetimmeringen en boomholtes geschikt. In het projectgebied zijn zomerverblijfplaatsen mogelijk in de boomholte. Paarverblijfplaatsen: aan een paarverblijf worden vaak weinig eisen gesteld, kleine ruimtes onder vensterbanken of kozijnen zijn geschikt, maar ook boomholtes en bijvoorbeeld ruimtes onder dakranden. In het projectgebied zijn paarverblijfplaatsen mogelijk in de boomholte. Paarverblijfplaatsen van de watervleermuis kunnen wel uitgesloten worden omdat ondergrondse ruimten zoals groeven, forten of ijskelders niet aanwezig zijn. Massawinterverblijfplaatsen: massawinterverblijven kunnen aanwezig zijn in gebouwen met meerdere etages. In het projectgebied zijn massawinterverblijfplaatsen niet mogelijk. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd (fysiek of door lichteffecten). Effecten op een essentiële vliegroute worden daarom niet verwacht. Essentieel foerageergebied: er wordt geen grote solitaire boom gekapt in open gebied.