CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

08-23RV004 Bijlage 8, Quickscan Wet natuurbescherming

Raad 24 januari 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Ontwerp VVGB Huis ter Heideweg 19 (Huis ter Heide)19.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en12 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

23

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN

Nederlandse naam

Categorie

SvI* (als broedvogel)

Nederlandse naam

Categorie

SvI (als broedvogel)

Steenuil

1

matig ongunstig

Gekraagde roodstaart

5

matig ongunstig

Gierzwaluw

2

gunstig

Glanskop

5

matig ongunstig

gekoppeld, namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10

Huismus

2

matig ongunstig

Grauwe vliegenvanger

5

matig ongunstig

andere soorten.

Roek

2

matig ongunstig

Groene specht

5

gunstig

Grote gele kwikstaart

3

gunstig

Grote bonte specht

5

gunstig

Kerkuil

3

gunstig

Hop

5

artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek

Oehoe

3

gunstig

onbekend, vermoedelijk ongunstig

Huiszwaluw

5

matig ongunstig

benoemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de

Ooievaar

3

gunstig

IJsvogel

5

gunstig

Slechtvalk

3

gunstig

Kleine bonte specht

5

gunstig

Boomvalk

4

matig ongunstig

Kleine vliegenvanger

5

Buizerd

4

gunstig

onbekend, vermoedelijk geen broedvogel

Havik

4

gunstig

Koolmees

5

gunstig

Kortsnavelboomkruiper

5

gunstig

Oeverzwaluw

5

gunstig

Pimpelmees

5

gunstig

Raaf

5

gunstig

Ruigpootuil

5

onbekend, vermoedelijk geen vaste broedvogel

Spreeuw

5

matig ongunstig

Tapuit

5

zeer ongunstig

Torenvalk

5

matig ongunstig

Zeearend

5

gunstig

Zwarte kraai

5

gunstig

Zwarte mees

5

matig ongunstig

Zwarte roodstaart

5

gunstig

Zwarte specht

5

matig ongunstig

Tabellen Wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten

Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in

vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-vogels.

Legenda tabel Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil)

Ransuil

4

zeer ongunstig

Sperwer

4

gunstig

kolonie)

Wespendief

4

gunstig

Categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest

Zwarte wouw

4

onbekend, vermoedelijk gunstig

Categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen

Categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Enkel beschermd bij zwaarwegende ecologische redenen, zoals een zeer

Blauwe reiger

5

matig ongunstig

ongunstige SvI (zie tekst onder kader).

Boerenzwaluw

5

gunstig

Bonte vliegenvanger

5

gunstig

Boomklever

5

gunstig

Boomkruiper

5

gunstig

Bosuil

5

gunstig

toekomstperspectief.

Brilduiker

5

zeer ongunstig

De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie,

Draaihals

5

zeer ongunstig

Eidereend

5

zeer ongunstig

Ekster

5

zeer ongunstig (in het buitengebied)

*SvI: Staat van Instandhouding De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b) ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)

leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.

Vetgedrukte soorten (uit cat. 5) hebben een zeer ongunstige staat van instandhouding en hebben daarom een zwaarwegende ecologische reden om als jaarrond beschermd aangemerkt te worden.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

24

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)

Nederlandse naam

Categorie

SvI

Nederlandse naam

Categorie

SvI

Bijeneter

4

onbekend, vermoedelijk gunstig

Blauwe reiger

4

matig ongunstig

Buizerd

4

gunstig

Draaihals

4

zeer ongunstig

Grauwe klauwier

4

gunstig

Grutto

4

matig ongunstig

IJsvogel

4

gunstig

Boerenzwaluw

2

gunstig

Boomvalk

3

matig ongunstig

Bosuil

2

gunstig

Gierzwaluw

2

gunstig

Grote gele kwikstaart

2

gunstig

Legenda tabel

Havik

3

gunstig

Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten

Huismus

2

matig ongunstig

Huiszwaluw

2

matig ongunstig

een specifiek nest

Kerkuil

1

gunstig

Categorie 4: Vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar

Oehoe

1

gunstig

voldoende flexibel om elders nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig

Ooievaar

2

gunstig

Raaf

3

gunstig

Ransuil

3

zeer ongunstig

Rode wouw

3

matig ongunstig

Roek

1

matig ongunstig

De SvI is bepaald op basis van (a) de ontwikkeling in de populatie, (b)

Slechtvalk

2

gunstig

ontwikkeling in verspreiding, (c) ontwikkeling in kwaliteit van het leefgebied, en (d)

Steenuil

1

matig ongunstig

Torenvalk

3

matig ongunstig

Wespendief

3

gunstig

Zwarte wouw

3

onbekend, vermoedelijk gunstig

Limburg: vogels met een jaarrond beschermd nest Vogels met jaarrond beschermde nesten conform provinciale beleidsregels passieve soortenbescherming provincie Limburg.

Categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk van bebouwing Categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar

kwetsbaar dat functionaliteit van het leefgebied niet in het geding mag komen.

*SvI: Staat van Instandhouding

toekomstperspectief. De meest sombere score bij een van de vier elementen (verspreiding, populatie, leefgebied, toekomstperspectief) bepaalt de indicatieve SvI. Indien twee of meer keer ‘onbekend’ is aangegeven, gecombineerd met ‘groen’ (gunstig), dan is de SvI ‘onbekend’.

Kramsvogel

4

zeer ongunstig

Kwartelkoning

4

zeer ongunstig

Oeverzwaluw

4

gunstig

Paapje

4

zeer ongunstig

Ringmus

4

zeer ongunstig

Roerdomp

4

zeer ongunstig

Sperwer

4

gunstig

Spotvogel

4

matig ongunstig

Visdief

4

zeer ongunstig

Wulp

4

matig ongunstig

Zomertortel

4

zeer ongunstig

Zwarte specht

4

matig ongunstig

Vetgedrukte soorten zijn specifiek in Limburg beschermd.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

25

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG)

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Apollovlinder

Gestreepte dolfijn

Heikikker

Noordse vinvis

Tijmblauwtje

Bataafse stroommossel

Gestreepte waterroofkever

Heldenbok

Noordse vleermuis

Tuimelaar

Bechsteins vleermuis

Gevlekte witsnuitlibel

Hille

Noordse winterjuffer

Tweekleurige vleermuis

Bever

Gewone baardvleermuis

Houting

Noordse woelmuis

Vale vleermuis

Boomkikker

Gewone dolfijn

Ingekorven vleermuis

Oostelijke witsnuitlibel

Vermiljoenkever

Bosvleermuis

Gewone dwergvleermuis

Juchtleerkever

Orka

Vroedmeesterpad

Boszandoog

Gewone grootoorvleermuis

Kamsalamander

Otter

Walrus

geldt volgens de wettekst artikel 3.5 ook de verbodsbepalingen en het

Brandt's vleermuis

Gewone spitsdolfijn

Kemps’ zeeschildpad

Pimpernelblauwtje

Watervleermuis

beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. De MvT van de wet gaf juist

Brede geelrandwaterroofkever

Gewone vinvis

Kleine dwergvleermuis*

Platte schijfhoren

Wilde kat*

Bronslibel

Gladde slang

Kleine hoefijzerneus

Poelkikker

Witflankdolfijn

Bruinvis

Griend

Kleine zwaardwalvis

Potvis

Witsnuitdolfijn

genoemd in Bijlage II van de Conventie van Bern en Bijlage I Conventie

Bultrug

Grijze dolfijn

Knoflookpad

Rivierrombout

Witte dolfijn

van Bonn conform art. 3.5 waren beschermd of niet. Onlangs, op 1 juli

Dikkopschildpad

Grijze grootoorvleermuis

Kruipend moerasscherm

Rosse vleermuis

Wolf*

Donker pimpernelblauwtje

Groene glazenmaker

Laatvlieger

Rugstreeppad

Zandhagedis

Drijvende waterweegbree

Groenknolorchis

Lederschildpad

Ruige dwergvleermuis

Zilverstreephooibeestje

Dwergpotvis

Grote hoefijzerneus

Lynx

Sierlijke witsnuitlibel

Zomerschroeforchis

Dwergvinvis

Grote rosse vleermuis

Meervleermuis

Soepschildpad

Oeveraas**

Franjestaart

Grote vuurvlinder

Mopsvleermuis

Spitsdolfijn van Gray

Walrus**

Gaffellibel

Hamster

Muurhagedis

Steur

Geelbuikvuurpad

Hazelmuis

Narwal

Teunisbloempijlstaart

Artikel 3.5 Habitatrichtlijnsoorten: Onder artikel 3.5 vallen naast habitatrichtlijnsoorten ook soorten uit Bern I, Bern II en Bon I. Vogels vallen echter niet* onder artikel 3.5. * In de officiële wettekst, gepubliceerd in het Staatsblad op 19 januari 2016, is in artikel 3.5 verwezen naar de Conventie van Bern, Bijlage I en II en de Conventie van Bonn, Bijlage I. Met betrekking tot de in Bijlage II Conventie van Bern en Bijlage I Conventie van Bonn genoemde vogelsoorten,

aan dat de Vogelrichtijn de rechtsbasis vormt en dat de bescherming van vogels is geregeld in de Vogelrichtlijn, dat is uitgewerkt in art. 3.1. Er is lang verwarring geweest bij de verschillende bevoegde gezagen of de vogels

2018, is echter een verzamelwet inwerking getreden waarin is aangegeven dat art. 3.5 niet van toepassing is op soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

*= niet opgenomen in Bijlage 2 Memorie van Toelichting, maar wel op lijst Habitatrichtlijn Bijlage IV. ** = niet genoemd in Bijlage 3 Memorie van Toelichting: Tabel I, staat wel in Bijlage II van de Conventie van Bern.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

26

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN (VERVOLG) Artikel 3.10 Andere soorten Hieronder vallen soorten genoemd in onderdeel A en onderdeel B bij de Wnb. Sommige van deze soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Dat verschilt per provincie. In Bijlage 3 is hiervan een overzicht te vinden. Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Aardbeivlinder

Bruine kikker

Gewone bosspitsmuis

Karthuizeranjer

Naaldenkervel

Veenbesblauwtje

Molmuis

Aardmuis

Bruinrode wespenorchis

Gewone bronlibel

Karwijselie

Ondergrondse woelmuis

Veenbesparelmoervlinder

Oeveraas

Adder

Bunzing

Gewone pad

Kempense heidelibel

Pijlscheefkelk

Veenbloembies

Mercuurwaterjuffer

Akkerboterbloem

Damhert

Gewone zeehond

Kleine ereprijs

Pimpernelblauwtje

Veenhooibeestje

Akkerdoornzaad

Das

Glad biggenkruid

Kleine heivlinder

Ree

Veldmuis

Akkerogentroost

Dennenorchis

Gladde zegge

Kleine ijsvogelvlinder

Ringslang

Veldparelmoervlinder

Alpenwatersalamander

Donker pimpernelblauwtje

Grijze zeehond

Kleine Schorseneer

Roggelelie

Veldspitsmuis

Beekdonderpad

Donkere waterjuffer

Groene nachtorchis

Kleine watersalamander

Rood peperboompje

Vinpootsalamander

Beekkrombout

Dreps

Groensteel

Kleine wolfsmelk

Rosse woelmuis

Vliegend hert

Beekprik

Duinparelmoervlinder

Groot spiegelklokje

Kluwenklokje

Rozenkransje

Vliegenorchis

Beklierde ogentroost

Dwergmuis

Grote bosaardbei

Knollathyrus

Ruw parelzaad

Vos

Berggamander

Dwergspitsmuis

Grote bosmuis

Knolspirea

Scherpkruid

Vroege ereprijs

Bergnachtorchis

Echte gamander

Grote leeuwenklauw

Kommavlinder

Schubvaren

Vuursalamander

Blaasvaren

Edelhert

Grote modderkruiper

Konijn

Schubzegge

Waterspitsmuis

Blauw guichelheil

Eekhoorn

Grote parelmoervlinder

Korensla

Sleedoornpage

Wezel

Bokkenorchis

Egel

Grote vos

Kranskarwij

Smalle raai

Wild zwijn

Boommarter

Eikelmuis

Grote vuurvlinder

Kruiptijm

Speerwaterjuffer

Wilde averuit

Bosbeekjuffer

Elrits

Grote weerschijnvlinder

Kwabaal

Spiegeldikkopje

Wilde ridderspoor

Bosboterbloem

Europese rivierkreeft

Haas

Lange zonnedauw

Spits havikskruid

Wilde weit

Bosdravik

Franjegentiaan

Hazelworm

Levendbarende hagedis

Steenbraam

Woelrat

Bosmuis

Geelgroene wespenorchis

Hermelijn

Liggende ereprijs

Steenmarter

Wolfskers

Bosparelmoervlinder

Gentiaanblauwtje

Honingorchis

Meerkikker

Stijve wolfsmelk

Zandwolfsmelk

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

27

Groningen

Drenthe

Overijssel

Gelderland

Utrecht

N-Holland

Z-Holland

Flevoland

Zeeland

N- Brabant

Limburg

Soort / Provincie

Friesland

BIJLAGE 3 - VRIJGESTELDE SOORTEN

hiernaast genoemd, mits het gaat om handelingen die

Aardmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

worden verricht in verband met:

Bastaardkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bruine kikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bosmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader

Bunzing

x

x

x

x

x

x

x

van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen,

Dwergmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken,

Dwergspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Egel

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Haas

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

bosbouw;

Hermelijn

x

x

x

x

x

x

x

d. bestendig gebruik.

Huisspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Konijn

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Ondergrondse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Ree

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Rosse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Steenmarter

x

Tweekleurige bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Veldmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Vos

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Wezel

x

x

x

x

x

x

x

In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten

a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting;

oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of

Deze vrijstelling geldt dus niet voor (eenmalige) activiteiten, zoals evenementen of (sport)wedstrijden.

x

x

x

Wild zwijn

x

x

x x

Woelrat

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone pad

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Kleine watersalamander

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Meerkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

28

BIJLAGE 4 - KAART PROJECTGEBIED

m Wille

23

f nkho 39a

l Alfri

teeg Vers

inaa

Kard 21

28

of

58

weg

10 16

24

2 8

60

wijzigingsplan

18 traat

eghs

rste

64

10

weg

53

bestemming groen

rweg

10a

Berg

55

de exan

Korte

57

s Al

12

7

15

62

16 59

1

Prin

m Ve

Wille

bestaande situatie

56

Berg

1

Korte

at hstra

45

al Alfrinkh

Kardina 15

16

52 54

26

17

LEGENDA

48 50

30

39

76 8c

51

sportvelden

49

22c

47

8b 45

kadastrale grenzen

78

43

21a

41 39

8a 37

20

Bijzonder waardevol groen

22c

Zeer waardevol groen

35

21b

8bis

33

22c 19

4a

31

82

6 Korte

29

Berg

27

Korte

8

weg

Berg

weg

22a

80

2

25 23

7 11

20

3

5

1

9

14

17

5

b

Datum

Accoord projectleider: Accoord opdrachtgever:

Datum:

30-10-2019

Schaal:

1:2000

Formaat:

A3

Tekenaar:

Ri

g jkswe

lvr

Blad van bladen: 1/1

A28

Projektomschrijving:

Projekt

Opties Honk- en softbal Phoenix

a

8

Gec.

3

Gemeente Zeist

2

Get.

2

3b

11

9

60 m

Opdrachtgever:

8

6

40

Omschrijving

1

weg

a

3a

20

alle hoogten in meters t.o.v. NAP Wijz.

Heide

2

2

0 Huis ter

4

6

Geringe waarde

19

1

B

7

6

Waardevolle solitaire boom

C

22c

12

Matig waardevol

weg

22c

A

8

Heide

13b Th

Waardevol groen

Huis ter

22b Kantine

13a

5

Teknr.

g A28

Rijkswe

1

Tekeningomschrijving:

Status:

adviesburo r.i.e.t

Burg. v.d. Weijerstraat 80 Postbus 167 3980 CD Bunnik Tel: (030) 657 06 36

Modellenstudie

b

18053

ruimtelijke inrichting en techniek

CONCEPT

E-mail: info@adviesburoriet.nl F:\Documenten algemeen\

Figuur: kaart projectgebied (paarse omlijning) zoals aangeleverd door de opdrachtgever.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

29

BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS Hieronder is de ingevulde vragenlijst weergegeven die door de opdrachtgever is ingevuld.

Vragenlijst quickscan Habitus 2019

Vragenlijst quickscan Habitus 2019

#85

Q12 Wanneer eindigen de werkzaamheden (in het veld)? Of wat is de voorgenomen einddatum/opleverdatum?

COMPLETE Collector: Started: Last Modified: Time Spent: IP Address:

nazomer 2020

RIET2019-5 (Web Link) Monday, November 11, 2019 2:58:37 PM Monday, November 11, 2019 3:07:47 PM 00:09:09

Q13 Wordt er (bouw)materiaal of materieel opgeslagen buiten het projectgebied?

Nee

Q14 Indien vorige vraag met 'ja' beantwoord is: waar wordt het materiaal/materieel opgeslagen? En voor hoe lang en/of in welke periode? Een kaartje aanleveren (op basis van google maps) kan uiteraard ook.

Respondent skipped this question

Q15 Wordt er (extra) licht geplaatst tijdens de uitvoeringsfase of in de gebruiksfase? De uitvoeringsfase betreft de periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden. De gebruiksfase is de nieuwe (uiteindelijke) situatie.

Nee, geen bouwlampen of extra verlichting. Niet tijdens de werkzaamheden en ook niet na afronding (definitieve situatie).

Q16 Worden er heiwerkzaamheden uitgevoerd?

Nee

Q17 Ontstaan er trillingen tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling?

Nee

Q18 Wordt er gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst? Denk hierbij ook aan de korte daglengte in de winterperiode. Dit kan van belang zijn bij nachtactieve diersoorten, zoals vleermuizen.

Nee

Q19 Deze vraag is enkel relevant bij gebouwen/opstallen. Is er een spouwmuur aanwezig?

Niet van toepassing

Q20 Worden er harde, lage of hoge geluiden verwacht tijdens en/of na het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling?

Nee, er zullen geen (bouw)geluiden ontstaan tijdens de werkzaamheden én geen extra geluid na afloop.

Q21 Wordt er (grond)water onttrokken of water opgespoten?

Nee

Q22 Wordt er in het water gewerkt en/of in de oeverzone?

Nee

Q23 Kunnen er zand- of gronddepots ontstaan tijdens de werkzaamheden?

mogelijk)

90.145.109.77

Page 1: Vragen over de voorgenomen ontwikkeling, omgeving en informatievoorziening. Q1 Dit formulier is ingevuld door (geef je voor- en achternaam op): liesbeth van rijnsbergen

Q2 Datum waarop deze vragenlijst is ingevuld

Datum/tijd

11/11/2019

Q3 In de verstuurde offerte is een kenmerk opgenomen in de colofon (pagina 2). Dit kenmerk hebben wij nodig om de vragenlijst te kunnen verwerken. Welk kenmerk heeft de offerte? RIET2019-5-OFR

Q4 De quickscan wordt aangevraagd vanwege een:

Ruimtelijke ontwikkeling

Q5 Ik vraag de quickscan aan:

Namens een klant van mij, namelijk...: gemeente zeist

Q6 Het projectgebied (inclusief gebouwen, stallen, terreinen e.d.) dient geheel geïnspecteerd te kunnen worden voor een correcte beoordeling. Moeten wij voorafgaand aan het veldbezoek contact opnemen voor de toegang?

Nee, het projectgebied is vrij toegankelijk (dus geen hek of slot!) en alle gebouwen/opstallen zijn volledig inspecteerbaar.

Q7 Toegang: geef hier de naam van de persoon op waar wij contact mee op moeten nemen. Geef ook zijn/haar (mobiele) telefoonnummer. Laat deze vraag onbeantwoord als de vorige vraag met 'nee' is beantwoord. 0654650303

Q8 Zijn er nog risico's aanwezig waar wij rekening mee moeten houden? Denk bijvoorbeeld aan gevaren in het projectgebied, zoals een stier in het land, een gebouw dat (deels) op instorten staat of een open put. nee

Q9 Het veldbezoek kunnen wij zonder begeleiding uitvoeren, indien toegankelijk. Als het wenselijk is, kan er wel iemand bij aanwezig zijn. Bijvoorbeeld om een toelichting te geven op het plan. Wil je bij het veldbezoek aanwezig zijn?

Nee

Q10 Waaruit bestaan de voorgenomen werkzaamheden? Geef dit zo specifiek mogelijk aan. Denk aan zaken als: slopen gebouw, kappen bomen en/of dempen sloot. Vermeld ook de rijroute die wordt gebruikt als er materiaal wordt aangevoerd/opgeslagen. kappen van bomen tbv uitbreiding voetbalveld tot honkbalveld

Ja, dat kan (of is

Q24 Deze vraag is enkel relevant bij gebouwen/opstallen. Is er een bouwtekening van het gebouw aanwezig? Of zijn er andere technische tekeningen die relevant zijn? Zo ja, kunnen wij die ontvangen?

Nee, niet(s) beschikbaar

Q25 Upload hier aanvullende technische- of bouwtekeningen die nog niet eerder zijn aangeleverd. Ook eigen tekeningen die de ontwikkeling verduidelijken zijn welkom! Met betere informatie, kunnen wij beter adviseren.

Respondent skipped this question

Q11 Wanneer starten de werkzaamheden of voorbereidingen (in het veld)? Of wat is de voorgenomen planning? zomer 2020

1/3

2/3

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

30

BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS (VERVOLG) Vragenlijst quickscan Habitus 2019 Q26 Verwacht je dat de voorgenomen ontwikkeling zal leiden tot uitstoot van stikstofoxiden of ammoniak/ammonia? Dit is veelal aan de orde bij grotere ontwikkelingen, zoals de bouw van meerdere nieuwe woningen, renovatieprojecten of bedrijfsmatige activiteiten (uitstoot van gassen of extra vee). Ook machines die tijdens de bouw worden ingezet, kunnen stikstof uitstoten.

Nee, de ontwikkeling is (zeer) kleinschalig

Q27 De opdrachtgever is altijd de eigenaar van een rapportage. Het Ja is dus aan jou/jouw organisatie of wij een eindproduct (zoals een rapportage) openbaar mogen maken. Wij zijn zelf voorstander van open informatie, omdat dit de kwaliteit ten goede komt. Daarom zouden wij het eindproduct graag als download beschikbaar willen maken op onze website. Wilt u bijdragen aan deze open informatievoorziening? Ter toelichting: wij zullen nooit actief rapporten verspreiden door deze aan andere partijen toe te sturen. Q28 Tijdens een veldbezoek doen wij veelal diverse natuurwaarnemingen. Wij kunnen deze waarnemingen doorsturen naar de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Wilt u hieraan bijdragen? Wij uploaden dan de waarnemingen naar het NDFF.

Ja

Q29 Is er al informatie bekend over beschermde dieren/planten of beschermde gebieden op de projectlocatie? Of heb je zelf wel eens relevante natuurwaarnemingen gedaan?

Ja, ik heb zelf wel eens wat gezien, namelijk: via internet is er wel wat te vinden

Q30 Upload hier eerdere ecologische rapporten (die nog niet eerder Respondent skipped this question bij ons zijn aangeleverd) of andere relevante documenten. Ook eigen waarnemingen (op kaart) zijn welkom. Q31 Zijn er verder nog vragen, wensen of opmerkingen?

Respondent skipped this question

Q32 Ik ben me er van bewust dat de vragenlijst inclusief antwoorden opgenomen wordt in de adviesrapportage en geef daar toestemming voor (namens onze organisatie).

Ja (enige optie)

Q33 Aan wie kunnen wij de factuur richten? Voornaam en achternaam

liesbeth van rijnsbergen

Bedrijf

gemeente Zeist

Factuuradres

postbus 167

Plaats

Bunnik

Land/provincie

Nederland

Postcode

3980CD

Land

nl

E-mailadres

l.van-rijnsbergen@adviesburoriet.nl

Telefoonnummer

+31654650303

Q34 Welk factuur- of inkoopnummer kunnen wij vermelden op de factuur? tav S. Kolk masterplan sport

3/3

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

31

BIJLAGE 6 - EFFECTENINDICATOR

De effectenindicator (Ministerie van Economische Zaken, 2017) is ingevuld voor Natura 2000-gebied ‘Oostelijke vechtplassen’ en voor werkzaamheid ‘landrecreatie’.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

32

BIJLAGE 7 - CV’S BETROKKEN ECOLOGEN Ruth van den Herik, MSc

Nick Kroese, BSc Functie: kwaliteitscontroleur

Functie: veldecoloog en projectadviseur

Relevante opleidingen:

Relevante opleidingen:

- hbo Bos- en natuurbeheer aan Van Hall Larenstein

- wo master Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit, met specialisatie animal ecology.

met specialisatie natuur- en landschapstechniek. - mbo-4 Bos- en natuurbeheer aan het Wellantcollege te Gouda.

- wo bachelor Dierwetenschappen aan de Wageningen Universiteit, met specialisatie wildlife biodiversity.

Ervaring: Nick is sinds 2014 in dienst bij Habitus. Hij voert al sinds 2009

Ervaring:

quickscans uit en heeft daardoor ruime ervaring opgedaan

Ruth is sinds augustus 2018 in dienst bij Habitus. Sinds die tijd

met deze dienst. Ook verricht hij al sinds 2009 soortgerichte

ondersteunt zij projectleiders met het uitvoeren van veldwerk

onderzoeken

persoonlijke

en het opstellen van diverse rapporten, onder begeleiding van

aandachtsgroepen zijn planten, libellen, weekdieren en kevers.

Benjamin Brandt. Vanaf mei 2019 voert zij haar werkzaamheden,

Van de volgende soortgroepen heeft hij bewezen over voldoende

waaronder quickscans, zelfstandig uit. Tijdens haar opleiding heeft

kennis te beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit

zij een brede kennis opgedaan van ecologie en heeft zij ook een

te voeren en deze van anderen te beoordelen: grondgebonden

semester gestudeerd in Zweden, om zich meer te verdiepen in

zoogdieren, zeezoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen,

natuur- en wildbeheer. Ook heeft ze ervaring met wildcamera’s. Ze

vlinders, libellen, kreeften, vogels, mossen en vissen.

heeft vooral interesse in vogels en landzoogdieren.

en

fauna-inventarisaties.

Zijn

Benieuwd naar de persoonlijke waarnemingen die Nick doet? Zie dan zijn account op waarneming.nl. Professionele waarnemingen worden ingevoerd via WrnPro.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

33

BIJLAGE 8A - RESULTATEN BUREAU-ONDERZOEK In deze tabel zijn de soorten opgenomen die binnen een straal van vijf kilometer van de projectlocatie zijn waargenomen (bron: NDFF). Er is een periode van vijf jaar aangehouden. Dit zijn arbitraire grenzen die in de meeste situaties toereikend zullen zijn. Wij houden altijd rekening met uitzonderlijke gevallen (bijzondere soorten of biotopen). Welke van deze soorten vrijgesteld zijn van ontheffing, is te vinden in Bijlage 3.

Amfibieën

Kevers

Alpenwatersalamander

Vliegend hert

Planten en mossen

Reptielen

Vogels**

Vleermuizen

Zoogdieren

Zoogdieren

Dennenorchis

Hazelworm*

Boomklever

Baardvleermuis

Aardmuis

Ree*

Bastaardkikker

Dreps

Levendbarende hagedis

Buizerd

Baardvleermuis / Brandts vleermuis

Boommarter

Rosse woelmuis

Bruine kikker*

Drijvende waterweegbree

Ringslang

Gaai

Franjestaart

Bosmuis*

Veldmuis

Zandhagedis

Grote Bonte Specht

Gewone dwergvleermuis*

Bunzing

Vos*

Houtduif

Gewone grootoorvleermuis*

Das

Wezel

Gewone pad*

Libellen

Glad biggenkruid

Heikikker

Gevlekte witsnuitlibel

Knolspirea

Kamsalamander

Rivierrombout

Naakte lathyrus

Kleine watersalamander

Sierlijke witsnuitlibel

Meer-/Bastaardkikker

Vlinders

IJsvogel

Gewone/Grijze grootoorvleermuis

Dwergmuis

Wezel/Hermelijn

Grote vos*

Kauw

Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis

Dwergspitsmuis

Woelrat

Kommavlinder

Pimpelmees

Laatvlieger*

Eekhoorn*

Meerkikker

Putter

Meervleermuis

Egel*

Poelkikker

Ransuil

Myoot (soort onbekend)

Haas

Vroedmeesterpad

Roodborst

Rosse vleermuis*

Hermelijn

Soepeend

Ruige dwergvleermuis*

Huisspitsmuis

Soepgans

Watervleermuis*

Konijn

Vink Zwarte Kraai

* = deze soorten zijn waargenomen binnen één kilometer van het projectgebied. ** = deze vogelsoorten zijn waargenomen binnen 100 meter van het projectgebied. Deze afstand is gekozen omdat er daarbuiten geen effect wordt verwacht op broedvogels.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

34

BIJLAGE 8B - RESULTATEN BUREAU- EN VELDONDERZOEK Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

Bron (hyperlink)

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Alpenwatersalamander

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk grote poelen, ondiepe plasjes, vrij zure vennen, tuinvijvers of volgelopen karresporen in de buurt van bos of houtwallen en ook veel in tuinen. De alpenwatersalamander komt ook veel voor in sterk beschaduwde en vegetatiearme bospoelen. Als schuilplaatsen worden allerlei vochtige plekken gebruikt. De dieren worden onder hout, stenen, mos en afval aangetroffen. Alpenwatersalamanders overwinteren voornamelijk op vorstvrije plaatsen op het land, zoals holten, houtwallen, overhoekjes, houtstapels, stenen, afvalhopen, kelders, groeven en (vleermuis)bunkers. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren die de hele winter in het water verblijven.

Ravon: Alpenwatersalamander

Heikikker*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiep, stilstaand, enigszins zuur (pH 4 tot 5,5) voedselarm water met oevervegetatie. Verder is er geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig binnen 300 meter van geschikt voortplantingswater waar de heikikker tijdens de actieve fase verblijft, zoals vochtige heideterreinen, veengebieden, vochtige schraallanden, uiterwaarden of komkleigebieden (met struweel en kruidenvegetatie). Ook is er geen geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig in de vorm van vorstvrije plekken op het land, zoals (afgetrapte) slootkanten of bosschages in de nabijheid (500 meter) van terrestrisch- of voortplantingsbiotoop.

Ravon: Heikikker

Kamsalamander*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk wat diepere, vegetatie- en licht voedselrijke, niet verzuurde poelen en plassen op landgoederen, in beekdalen, in het rivierengebied, in loofbossen of in kleinschalige cultuurlandschappen. Kamsalamanders verblijven op het land onder stenen, hout, bladafval, in gaten onder wortels en in holen van kleine zoogdieren, meestal binnen 100 meter van het voortplantingswater. Wanneer geschikt landbiotoop ontbreekt kunnen ze 1000 meter afleggen op zoek naar geschikt biotoop. Overwintering van dieren in het water komt zelden voor.

Ravon: Kamsalamander

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zwak zuur, onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone, zoals vennen, poelen, watergangen in hoogveengebied of uiterwaarden. Ook worden geen landschapselementen verwijderd of aangetast, zoals bosschages, struweel of hoger gelegen verlandingsvegetaties, waarin de poelkikker kan overwinteren.

Ravon: Poelkikker

De volgende drie eisen worden gesteld volgens het Kennisdocument rugstreeppad: 1. Recente aanwezigheid (drie jaar) binnen één kilometer van de projectlocatie. 2. Geen barrières aanwezig tussen bekende waarnemingen. 3. Er is een geschikte combinatie van habitats aanwezig: voortplanting- , zomer- en winterverblijfplaatsen. Er zijn geen waarnemingen van de rugstreeppad bekend binnen vijf kilometer van het projectgebied in de laatste drie jaar. De dichtstbijzijnde waarneming is bekend op circa 6.200 meter. Tussen het projectgebied en de bekende waarneming(en) bestaan onoverbrugbare barrières, namelijk provinciale wegen (N237). Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van (tijdelijke) ondiepe wateren, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes, karresporen, recent geschoonde sloten of ondiepe slootjes. Er is geen geschikt terrestrisch biotoop aanwezig zoals (teelt)akkers, zandafgravingen, kassen, muizen- of konijnenholen, pallets en tegels die kunnen dienen als zomerverblijfplaats. Verder zijn geen (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand, bosschages of struwelen aanwezig boven het grondwater die kunnen dienen als winterverblijfplaats. Vanwege de gestelde eisen is er geen kans op vestiging in nieuw voortplantingsbiotoop. Ook is er geen kans op vestiging in geschikt winterbiotoop.

Ravon: Rugstreeppad

Onderbouwing en locaties ³

Amfibieën

Poelkikker*

Rugstreeppad*

N.v.t.

N.v.t

N.v.t.

N.v.t.

BIJ12: Kennisdocument kamsalamder. BIJ12: Kennisdocument poelkikker.

BIJ12: Kennisdocument Rugstreeppad

Vinpootsalamander*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk poelen, sloten, vennen, waterbakken of karrensporen op hogere gronden en in of in de nabijheid van bossen in de provincies Noord-Brabant en Limburg. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4). Op het land houden de dieren zich op onder stronken, dode bladeren, takken en stenen binnen een straal van 400 meter van het voortplantingswater. De vinpootsalamander overwintert in allerlei gaten en spleten in de bodem, tussen wortels, onder stenen, boomstronken en bladhopen. Overwintering vindt ook vaak plaats in het water.

Ravon: Vinpootsalamander

Vroedmeesterpad

N.v.t.

N.v.t.

De vroedmeesterpad komt van nature alleen in Zuid-Limburg voor. Op andere plaatsen in Nederland is hij uitgezet. Hij wordt aangetroffen op ruderale plaatsen (groeven, oude bebouwing en kerkhoven) en in hellingbossen en graften. Een stenige structuur van de bodem is de belangrijkste bepalende factor voor verspreiding. Aan de waterbiotoop worden relatief weinig eisen gesteld. De pad plant zich voort in typische pionierwateren in groeven, in betonnen drinkbakken en in diepe koude bronpoelen langs hellingbossen. Deze biotopen zijn niet aanwezig.

Ravon: Vroedmeesterpad

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

35

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

Bron (hyperlink)

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Gestreepte waterroofkever*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk onbeschaduwde, stilstaande wateren of zeer langzaam stromende wateren op veen- of zandgrond van 40 tot 160 cm diep met een maximaal kroosbedekkingspercentage van 5%. Veelal zijn klein kroos en veelwortelig kroos wel aanwezig. De onderwateroever mag wel door hoogopgaande oevervegetatie beschaduwd worden, zoals riet en grote lisdodde.

Cuppen en Kroese: Gestreepte waterroofkever in Nederland.

Vermiljoenkever*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk recent gestorven bomen (zowel liggende als staande) in vochtige tot natte bossen. De favoriete waardboom is de populier, maar ook andere loofbomen en zelfs enkele naaldbomen zijn geschikte waardbomen. De vermiljoenkever leeft vrijwel permanent achter de schors van net gestorven bomen. De soort is al aanwezig in de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg. Ook lijkt het goed mogelijk dat de soort al in de provincies Utrecht en ZuidHolland aanwezig is.

EIS kenniscentrum insecten: Vermiljoenkever; Verspreiding.

Vliegend hert

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leefgebied aanwezig, namelijk oude eikenhakhoutbossen op zuidhellingen van (of in de buurt van) stuwwalen of eindmorenes. Klei- en kalkgebieden worden gemeden. Ook ontbreekt het aan eikenstobben, holle knoteiken, opgaande eiken of doorgeschoten hakhout aangetast door witrot (of eikenrot) die larven van het vliegend hert zouden kunnen herbergen. Specifiek met soorten zoals doolhofzwam, roodgerande houtzwam, eikevuurzwam, biefstukzwam of zwavelzwammen. Ook zijn geen sapbomen aanwezig waarop de paring plaats kan vinden.

EIS kenniscentrum: Vliegend hert.

Beekrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt uitsluipbiotoop aanwezig, namelijk oevervegetatie, holle oevers, boomwortels of stenen, meestal binnen enkele meters van het water van grotere beken en kleine rivieren. Op en rond deze wateren zijn de imago's te vinden. De eieren worden op het wateroppervlak afgezet. De larven leven ingegraven in de beekof rivierbodem, op ondiepe, traag stromende plaatsen waar veel slib of fijn zand is afgezet.

Vlinderstichting: Beekrombout

Gevlekte witsnuitlibel*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, namelijk laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. De larven leven tussen waterplanten in de verlandingszone. Het uitsluipen vindt plaats tot enkele decimeters hoogte in de oevervegetatie.

Vlinderstichting: Gevlekte witsnuitlibel

Groene glazenmaker*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig: stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden; plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden. De eitjes overwinteren in krabbenscheerplanten. De larven leven tussen de bladen van krabbenscheerplanten, meestal in dichte krabbenscheervegetaties. Het uitsluipen gebeurt ook op krabbenscheerplanten.

Vlinderstichting: Groene glazenmaker

Rivierrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig. Een geschikt larvenbiotoop bestaat uit zandige substraten in ondiepe, onbegroeide, stromingsluwe riviertrajecten. Net uitgeslopen imago’s drogen op in of nabij ruigtevegetaties in de directe nabijheid van de rivier. Ook oudere imago’s zijn in de nabijheid van de rivier te vinden. Vanwege de grote afstand tot de rivier (> 1 kilometer) wordt aanwezigheid van de soort uitgesloten.

Vlinderstichting: Rivierrombout

Sierlijke witsnuitlibel

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk beschutte oeverzones van meren en stilstaande, ongestoorde wateren met een rijke (submerse)watervegetatie, zoals veenplassen, vijvers en dode rivierarmen.

Vlinderstichting: Sierlijke witsnuitlibel

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige, jonge wilgenbossen of jonge aanplant van zomereik. De soort komt voor op de schors van deze bomen en vaak gaat het om een enkel polletje op een tak. Er is gericht gezocht naar tonghaarmuts, maar de soort is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek.

BLWG: informatieblad

Brede wolfsmelk*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkrijke akkers, braakliggende grond, bermen (open plekken) en omgewerkte kleiige waterkanten met o.a. akkerdistel (100%, n=3), haagwinde en kruipende boterbloem. De soort kan voorkomen op matig voedselrijke gronden die droog tot vochtig zijn en waarvan de zuurgraad zwak zuur tot matig zuur is. De soort verdraagt geen sterke beschaduwing.

Floron: Brede wolfsmelk

Dennenorchis

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, voedselarme, meestal zure grond. Dennenorchis wortelt in halfverteerd naaldenstrooisel en goed doorluchte grond (zand en lemig zand). De soort groeit in bossen (dennenbossen en andere mosrijke naaldbossen) en zeeduinen (duinvalleien en soms onder berken of kraaihei in de duinen en in jeneverbesstruweel). Het projectgebied is niet geschikt omdat er te weinig naaldbomen (en naaldenstrooisel) aanwezig is.

Floron: Dennenorchis

Dreps*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's, voornamelijk uit klasse 30 van de akkergemeenschappen (30BA, 30AA en 30 BB) met begeleidende soorten zoals grote windhalm, zwaluwtong, korenbloem en akkerviooltje. Groeiplaatsen zijn onder andere akkers (wintergraanakkers en speltakkers), spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken, in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen.

Floron: Dreps

Onderbouwing en locaties ³

Kevers

Libellen

Mossen Tonghaarmuts*

Planten

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

36

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Bron (hyperlink)

Drijvende waterweegbree*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk natte pioniermilieu's, zoals vennen, vijvers, beken, pas gegraven of regelmatig geschoonde poelen en sloten, afwateringskanaaltjes, duinplassen en/of kanalen. Vegetaties uit het Overkruidverbond (06AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. drijvend fonteinkruid, knolrus en mannagras.

Floron: Drijvende waterweegbree Hennekes et al.

Glad biggenkruid*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's (30BB - Verbond van vingergras en naaldaar) met onder andere schapenzuring, gewone spurrie, zwaluwtong en gewoon varkensgras.

Floron: Glad biggenkruid Hennekes et al.

Groenknolorchis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (kalk-, zand- en grindgroeven), moerassen (trilvenen, kalkmoerassen, veenmosrietland en aan de rand van rietland), heide (op veenmoskussens in heidemoeras), opgespoten grond (zand), plekken waar turf gestoken is en grasland (beekdal-blauwgrasland). Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. watermunt, gewone waternavel, riet en kruipwilg.

Floron: Groenknolorchis

Onderbouwing en locaties ³

Hennekes et al.

Grote leeuwenklauw*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's of natte pioniermilieu's, zoals bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen. Begeleidende soorten zijn o.a. akkerviooltje, zwaluwtong, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het Windhalmverbond (30Ba) of Naaldenkervelverbond (30Aa) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Grote leeuwenklauw

Kleine wolfsmelk*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's zoals kalkrijke, vaak kleiige omgewerkte grond (pioniervegetatie) met onder andere zwaluwtong, akkerdistel, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en verbond van duivekervel en kroontjeskruid (30AB) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Kleine wolfsmelk

Knolspirea

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zonnige plaatsen op vrij droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet bemeste, neutrale, vaak kalkhoudende grond (leem, löss en mergel). Groeiplaatsen zijn onder andere grasland (kalkgrasland), bermen en bosranden.

Floron: Knolspirea

Kruipend moerasscherm*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk open plekken aan oevers van beken, zoete kreken en, ondiepe poelen langs sloten aan de rand van veengebieden, zeeduinen (langs drinkpoelen, in binnenduinweiland en duinvalleien), grasland (extensief begraasde weiland en oud grasland), ijsbanen en uiterwaarden (langs beken en kleine rivieren). Enkel op matig voedselrijke bodems, vooral in het zuiden en oosten van het land. Vegetaties uit het Dwergbiezenverbond (29AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. fioringras, zomprus, pinksterbloem en moeraswalstro.

Floron: Kruipend moerasscherm

Hennekes et al.

Hennekes et al.

Hennekes et al.

Muurbloem*

N.v.t.

N.v.t.

Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk droge storingsmilieu's zoals muren of andere kunstmatige kalkrijke plaatsen met begeleidende soorten zoals muurvaren, muurleeuwenbek, gewoon muursterretje of plat beemdgras. Vegetaties uit het Verbond van klein glaskruid (21AA) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Muurbloem

Naakte lathyrus

N.v.t.

N.v.t.

Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk zonnige, warme, open plaatsen op matig droge tot matig vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke, soms kalkarmere, lichte grond (leem, zandig leem en mergel). Groeiplaatsen zijn onder andere akkers (graanakkers en klavervelden), bermen, dijken, langs holle wegen, omgewerkte grond, ruderale plaatsen, bosranden, struwelen en langs spoorwegen (spoorbermen en spoorwegterreinen).

Floron: Naakte lathyrus

Ruw parelzaad*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals zonnige, open plaatsen op braakliggende grond of op open plekken langs oeverwallen met begeleidende soorten zoals akkerdistel (trefkans > 85%; n=26), duist, grote klaproos en akkerwinde. Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en Windhalmverbond (30BA) ontbreken op de projectlocatie.

Floron: Ruw parelzaad

Wolfskers*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk bossen (open plekken en langs bospaden, bosranden, kapvlakten, brandvlakten), stenige plaatsen, ruderale plaatsen en braakliggende grond. Wolfskers prefereert half beschaduwde, warme, droge tot vochtige, voedsel- en stikstofrijke, zwak basische tot kalkrijke bodems en op stenige plaatsen, met een humeuze bovenlaag.

Floron: Wolfskers Hennekes et al.

m

L

In het projectgebied bevindt zich geschikt biotoop voor de hazelworm, namelijk warme, beschutte, halfopen terreinen met vochthoudende bodem zoals bosranden en open plekken in bossen. Hazelwormen verschuilen zich vaak onder planten, in strooisel en ondergrondse holen. In het projectgebied kunnen verblijfplaatsen van hazelworm aanwezig zijn onder het strooisel en in (muizen)holen. De dichtstbijzijnde waarneming is bekend op circa 260 meter. Negatieve effecten kunnen daarom niet uitgesloten worden.

Ravon: Hazelworm

Hennekes et al.

Reptielen Hazelworm*

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

37

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Bron (hyperlink) Onderbouwing en locaties ³

Levendbarende hagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige heide of structuurrijke bermen en ruigten.

Ravon: Levendbarende hagedis BIJ12: Kennisdocument levendbarende hagedis.

Ringslang*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leef- of voorplantingsbiotoop aanwezig, zoals waterrijke biotopen op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. Grote oppervlaktes laag gelegen, nat gebied worden gemeden. De ringslang komt ook voor in het laagveen. Andere landschapstypen waarin relatief veel waarnemingen worden verricht zijn bos en struweel en op infrastructuur (wegen en spoorwegen). Ringslangen kunnen ook aanwezig zijn in een bebouwde omgeving en in het agrarisch gebied. Heide en hoogveen maken onderdeel uit van het leefgebied, maar zijn geen voorkeurshabitat. Verder zijn geen broeihopen, zoals bladhopen, composthopen of mestvaalten aanwezig.

Ravon: Ringslang

Zandhagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig zoals (droge) heide of structuurrijke bermen/ruigten met open plekken en kaal zand.

Ravon: Zandhagedis BIJ12: Kennisdocument zandhagedis

Vissen Beekprik*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk relatief natuurlijke beken met een goede waterkwaliteit. De soort is beperkt tot de provincies Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. De soort paait in de periode februari-mei op grindrijke plaatsen met stromend water.

Ravon: Beekprik

Elrits*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk snelstromende rivieren en beken in Zuid-Limburg en in Gelderland op de oostflank van de Veluwe.

Ravon: Elrits

Grote modderkruiper*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leefbiotoop aanwezig, namelijk ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. Ook zijn geen drooggevallen wateren aanwezig, waarin de soort enige tijd ingegraven in de modder kan overleven. Ook is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiepere warme delen van het water met waterplanten, overhangende takken of andere vormen van structuur. Ook is er geen opgroeibiotoop voor juveniele dieren, zoals ondiepe plantenrijke oeverzones.

Ravon: Grote modderkruiper BIJ12: Kennisdocument grote modderkruiper

Vlinders Bruine eikenpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk kleine eikenboompjes die in de schaduw van hogere bomen groeien of jonge eikenopslag. Vaak worden de eitjes aan de zuidoostkant van de boompjes afgezet op een stam, tak of twijg met een gladde bast zonder korstmossen op een halve tot anderhalve meter hoogte. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: zandgronden met eiken in het binnenland en in de duinen. In het binnenland vliegt de soort bij bosranden, jonge eikenaanplant en open loofbossen. De soort vliegt bij gedrongen eikenstruweel, bij vrijstaande eikjes, in open eikenbossen en kapvlakten.

Vlinderstichting: Bruine eikenpage

Grote vos*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. De eitjes worden afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. Er zijn te weinig vrijstaande hoge bomen aanwezig binnen het projectgebied. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout. Dit is niet aanwezig. De takkenhopen zijn hiervoor te klein. Ook zijn er geen geschikte waardplanten aanwezig, zoals iep, zoete kers en sommige wilgensoorten.

Vlinderstichting: Grote vos

Iepenpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars. Het eitje wordt meestal afgezet in de kruin van de boom. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk bloeiende en vruchtdragende bomen of op relatief jonge iepen. Geschikte bomen worden doorgaans gevonden in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen.

Vlinderstichting: Iepenpage

Kommavlinder

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk kleine polletjes schapengras, zwenkgras, buntgras en struisgras. Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge, schrale open graslanden, duinen en gevarieerde heide.

Vlinderstichting: Kommavlinder

Sleedoornpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk sleedoorn en enkele andere gecultiveerde Prunus-soorten (o.a. pruim). Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: struwelen met sleedoorn (waardplant) langs bosranden, weg- en spoorbermen, holle wegen en akkers, in parken én vrijstaande pruimen in tuinen. De gebruikte sleedoorns moeten geregeld verjongd worden door begrazing of door ze regelmatig te snoeien.

Vlinderstichting: Sleedoornpage

Teunisbloempijlstaart*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Voornamelijk in het zuiden en oosten van het land. Er is een strooisellaag aanwezig waarin de soort als pop kan overwinteren. Echter, door het ontbreken van geschikte waardplanten, zoals wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart, kan de teunisbloempijlstaart uitgesloten worden.

Vlinderstichting: Teunisbloempijlstaart

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

38

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

m

N

Bron (hyperlink) Onderbouwing en locaties ³

Vogels Boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer*

Er is één nest van vermoedelijk buizerd aangetroffen. Buizerds broeden in bossen, bosjes en soms ook in solitaire bomen. Nesten welke voor meerdere jaren gebruikt zijn door buizerds zijn omvangrijk. Nieuwe nesten zijn aanzienlijk kleiner. Nesten van buizerds bevinden zich zowel tegen de hoofdstam als in de kruin van bomen. Buizerds broeden vaak langs snelwegen. Echter, het kan niet uitgesloten worden dat het nest gebruikt wordt door boomvalk, havik, ransuil of sperwer. Boomvalken broeden vaak in (oude) kraaiennesten kunnen tot na het vertrekken van de zwarte kraai nog tot broeden komen. Ze kunnen tot begin juni nog beginnen met broeden. Het is minder waarschijnlijk dat dit een nest is van boomvalk, omdat de omgeving minder geschikt is. Er is namelijk veel bos aanwezig, terwijl de soort water en moeras nodig heeft om te foerageren. Nesten van havik zijn omvangrijk en bevinden zich overwegend in bossen groter dan tientallen hectares, soms ook in kleine bosjes in (half)open landschap. Het nest bevindt zich doorgaans halverwege tot een derde onder de kruin van de top van de boom, tegen de hoofdstam aan. Het is minder waarschijnlijk dat dit een nest is van havik, omdat er veel verstoring is van de snelweg, waar de havik gevoelig voor is. Roestbomen van ransuil zijn vaak naaldbomen, deze zijn aanwezig binnen het projectgebied.

Ook de ransuil maakt gebruik van oude kraaien- of eksternesten. Onder nesten van ransuil worden braakballen verwacht, maar deze zijn niet aangetroffen binnen het projectgebied. Echter kunnen deze ook geraapt zijn. Om die reden kan de ransuil niet uitgesloten worden. De sperwer broedt meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Dit biotoop is aanwezig., waardoor de sperwer niet uitgesloten kan worden. Soms broedt de sperwer ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels in bosjes en op erven. De sperwer bouwt jaarlijks een nieuw nest, vaak in de directe omgeving van oudere nesten zodat clusters ontstaan. De onderlinge nestafstanden zijn soms klein (minder dan 200 meter).

Vogelbescherming: Boomvalk, Buizerd; Havik; Ransuil; Sperwer Sovon: Boomvalk; Buizerd; Havik; Ransuil; Sperwer Boomvalken.nl: Voortplanting

Wespendief en zwarte wouw*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn geen horsten aangetroffen van wespendief of zwarte wouw. Wespendieven broeden overwegend in grotere bossen (meer dan 100 hectare) met voorkeur voor gemengd bos of loofbos. Zwarte wouwen nestelen in halfopen landschappen, doorgaans in de buurt van visrijke wateren, vooral in moerasbos, maar ook in loofbos, veelal aan de rand.

Vogelbescherming: Wespendief; Zwarte wouw. Sovon: Wespendief; Zwarte wouw

Gierzwaluw*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied zijn geen gebouwen aanwezig: vaak oudere stadswijken of grotere gebouwen en in mindere mate nieuwe gebouwen. De gierzwaluw nestelt in donkere holtes van ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen, in kerktorens en in nestkasten. Deze zijn niet aanwezig binnen het projectgebied. De gebouwen moeten minstens 3 meter hoog zijn, omdat de gierzwaluw zich eerst naar beneden moet laten vallen voordat hij kan opstijgen. Ook moet de vrije uitvliegbreedte minstens één meter zijn.

Vogelbescherming: Gierzwaluw BIJ12: Kennisdocument gierzwaluw

Huismus*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen gebouwen aanwezig binnen het projectgebied, waardoor geschikte nestplaatsen ontbreken zoals onder dakpannen, in neststenen, kieren en gaten in muren, achter regenpijpen of speciale mussennestkasten met dekking (bomen of struiken) op enkele meters afstand. Daarnaast zijn er geen wintergroene struiken aanwezig of gevelbegroeiingen aanwezig die de huismus gebruikt als plaats om te overnachten in de winter. Er worden geen (houtige) elementen verwijderd die onderdeel uit kunnen maken van de functionele leefomgeving, zoals struweel/hagen (schuilplaats), watertjes (drinkfunctie) of zandige stukjes (zandbad). Daarnaast zijn er geen huismussen op of rond de projectlocatie aangetroffen binnen 1000 meter, waardoor vestiging op korte termijn (binnen de houdbaarheid van deze quickscan) niet aannemelijk is.

Vogelbescherming: Huismus

Kerkuil, steenuil*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikte nestplaats aanwezig voor de kerkuil en steenuil, zoals een nestkast of open schuur. Ook worden geen oude kassen gesloopt of knotbomen aangetast die door de steenuil gebruikt kunnen worden. Er zijn geen sporen, zoals veren of braakballen aangetroffen.

Vogelbescherming: Kerkuil; Steenuil BIJ12: Kennisdocument kerkuil; Kennisdocument steenuil

Oeverzwaluw*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt nestbiotoop aanwezig, namelijk een kale zandige of lemige steilwand met insecten in de omgeving. Er is geen kans op vestiging indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april t/m juni in de vorm van zanddepots en afgravingen.

Vogelbescherming: Oeverzwaluw

Roek*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen roeken waargenomen. Ook zijn er geen nestbomen aangetroffen binnen het projectgebied of in de omgeving hiervan. Nestbomen zijn vaak (vrij) grote bomen en liggen meestal in de buurt van geschikt foerageergebied. De nestbomen staan niet per definitie aan de grenzen van het foerageergebied. Geschikt foerageergebied bestaat uit vochtige gras- en bouwlanden.

Vogelbescherming: Roek; BIJ12: Kennisdocument Roek.

Slechtvalk*

N.v.t.

N.v.t.

Nestgelegenheid ontbreekt: hoge gebouwen zoals torens of hoogspanningsmasten zijn niet aanwezig.

Vogelbescherming: Slechtvalk

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

39

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek

Bron (hyperlink)

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

Categorie 5-broedvogels met zeer ongunstige staat van instandhouding: ekster, eidereend, brilduiker, draaihals, ruigpootuil, zwarte specht, tapuit*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen nesten van ekster aangetroffen. Er zijn geen kustduinen aanwezig waar de eider kan broeden. Er zijn geen oude, bestaande holten van vooral de zwarte specht (in den en beuk) waar de ruigpootuil gebruik van kan maken. De brilduiker broedt voornamelijk in landgoedbossen in het IJsseldal (tussen Zwolle en Deventer), hier ligt het projectgebied niet in. In het projectgebied ontbreken oude berken (op de Veluwe) met holtes waar de draaihals gebruik van maakt. Er zijn geen schrale heide- of stuifzandgebieden of duinen aanwezig met konijnenholen waar de tapuit tot broeden kan komen.

Vogelbescherming: Ekster; Eider; Brilduiker; Draaihals; Ruigpootuil; Tapuit; Zwarte specht

Vogels zonder jaarrond beschermd nest

a

N

• •

Vogelbescherming: houtduif; huiszwaluw; spreeuw

Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.

Onderbouwing en locaties ³

• • •

Er is een (oud) nest van vermoedelijk houtduif aangetroffen, zie Figuur 4. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende vogelsoorten waargenomen: merel, grote bonte specht, kramsvogel, boomkruiper, roodborst, goudhaan, koolmees, pimpelmees, houtduif, ekster en gaai. Deze soorten kunnen broeden in het projectgebied. Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw kan tot broeden komen in het projectgebied. De spreeuw kan broeden in de aanwezige boomholte. De volgende biotopen (zie 2.3) zijn aanwezig: extensief beheerd grasland, bos en ruigte. Zie Tabel 3 op pagina 12 voor de vogelsoorten die verwacht worden. Duiven, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 4.5.1 voor de te nemen maatregelen.

Weekdieren Platte schijfhoren*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen (helder) voedselrijk, stilstaand (of slechts zwakstromend) water aanwezig (ionenarm) met begroeiing van waterplanten, zoals bijvoorbeeld gele plomp en witte waterlelie. De soort wordt vaak in draadalg-vegetaties aangetroffen. Ook in andere vegetaties, zoals in wateren met krabbescheer. Daarnaast soms op de wortels van o.a. lisdodde en vergelijkbare oevergebonden planten. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water.

IvL & RHB: Platte schijfhoren

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen gebouwen aanwezig binnen het projectgebied. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kunnen uitgesloten worden. Er wordt ook geen verlichting geplaatst die gebouwen, bomen of beplanting beschijnt. Negatieve effecten op gebouwbewonende vleermuizen kunnen daarom uitgesloten worden. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd (fysiek of door lichteffecten). Effecten op een essentiële vliegroute worden daarom niet verwacht. Essentieel foerageergebied: er wordt geen grote solitaire boom gekapt in open gebied. Er wordt geen moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Wel wordt de houtige beplanting gerooid. Er zijn echter alternatieve foerageergebieden aanwezig in de bosgebieden ten noorden en wersten van het projectgebied. Effecten op essentieel foerageergebied worden daarom niet verwacht.

BIJ12: Kennnisdocument gewone dwergvleermuis

Vleermuizen Laatvlieger, Brandt's vleermuis, meervleermuis

Vleermuis.net: gewone dwergvleermuis; laatvlieger; meervleermuis, Brandts vleermuis Netwerk Groene Bureaus : Vleermuisprotocol 2017.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

40

Te verwachten soort op basis van bureau- en veldonderzoek Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis

a/m/ vm¹

Te verwachten functies²

m

k, z, p, w

Baardvleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis

k, p, z

Watervleermuis,

k, z

Bron (hyperlink) Onderbouwing en locaties ³ Er is één boom met een holte aanwezig in het projectgebied. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten kunnen dus niet uitgesloten worden binnen het projectgebied. Buiten het projectgebied zijn ook bomen aangetroffen met klimop rond de stam, waardoor eventuele holtes niet uitgesloten kunnen worden. Deze bomen blijven echter behouden. Er wordt geen verlichting geplaatst welke gebouwen, bomen of beplantingen beschijnt. Kraamverblijfplaatsen: de eisen aan een kraamverblijf zijn, onder andere, een stabiele, warme temperatuur met gradiënt en buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in een spouwmuur of boomholte. Om deze reden kunnen kraamverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten. Winterverblijfplaatsen: de eisen aan een winterverblijf zijn onder andere een stabiele temperatuur met gradiënt, vorstvrij (wel koud/koel), buffermogelijkheden. Instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit een woning maken een verblijfplaats extra geschikt als winterverblijf. Aan deze eisen kan worden voldaan in een spouwmuur of boomholte. Daarom kunnen winterverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten.

Winterverblijfplaatsen van de gewone grootoorvleermuis, franjestaart, baardvleermuis en watervleermuis kunnen wel uitgesloten worden omdat ondergrondse ruimten zoals groeven, forten of ijskelders niet aanwezig zijn. Zomerverblijfplaatsen: de eisen aan een zomerverblijf zijn aanzienlijk beperkter dan aan kraam- of winterverblijven, zo zijn rolluiken, ruimtes achter dakbetimmeringen en boomholtes geschikt. In het projectgebied zijn zomerverblijfplaatsen mogelijk in de boomholte. Paarverblijfplaatsen: aan een paarverblijf worden vaak weinig eisen gesteld, kleine ruimtes onder vensterbanken of kozijnen zijn geschikt, maar ook boomholtes en bijvoorbeeld ruimtes onder dakranden. In het projectgebied zijn paarverblijfplaatsen mogelijk in de boomholte. Paarverblijfplaatsen van de watervleermuis kunnen wel uitgesloten worden omdat ondergrondse ruimten zoals groeven, forten of ijskelders niet aanwezig zijn. Massawinterverblijfplaatsen: massawinterverblijven kunnen aanwezig zijn in gebouwen met meerdere etages. In het projectgebied zijn massawinterverblijfplaatsen niet mogelijk. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd (fysiek of door lichteffecten). Effecten op een essentiële vliegroute worden daarom niet verwacht. Essentieel foerageergebied: er wordt geen grote solitaire boom gekapt in open gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12321156/1