08-23RV004 Bijlage 8, Quickscan Wet natuurbescherming
Tekst van het document
OV20220626
19-05-2022
Quickscan Wet natuurbescherming
Nabij SV Zeist te Huis Ter Heide Adviesbureau R.I.E.T.
Projectadviseur R. van den Herik MSc
Kwaliteitscontrole door: N. Kroese BSc
06-83578877 ruth@habitus.nl
Kwaliteitscontrole op datum: 9 december 2019
Rapportage R. van den Herik MSc
Paraaf
Veldwerk R. van den Herik MSc Documentcode RIET2019-5-RAP In opdracht van Mw. L. van Rijnsbergen Organisatie Adviesbureau R.I.E.T.
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport (inclusief foto’s) is enkel toegestaan onder vermelding van de bron en na toestemming van de eigenaar (opdrachtgever). Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus natuur & landschap geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van de adviezen.
Correspondentieadres: Tolnasingel 1 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01
Opleverdatum 16 december 2019
Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894 www.quickscan-flora-en-fauna.nl
Quickscan is een merk van Habitus natuur & landschap www.habitus.nl
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
2
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING EN ONDERZOEK 4
2.
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 7
3.
RESULTATEN 8
4.
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 15
5.
BOVENWETTELIJKE MAATREGELEN 19
BRONNENLIJST 20 BIJLAGEN 21
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
3
1. INLEIDING & ONDERZOEK 1.1 Aanleiding
Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als
De opdrachtgever is voornemens een bosschage te
kappen
binnen
het
projectgebied.
bewijsstuk dat een ecologische quickscan is verricht.
De
activiteiten zullen plaatsvinden nabij SV Zeist
1.3 Criteria
te Huis Ter Heide. In paragraaf 2.2 worden de
Op deze ecologische quickscan zijn de volgende
werkzaamheden nader beschreven.
criteria van toepassing:
De quickscan wordt aangevraagd voor een
•
Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige
aanvraag omgevingsvergunning. Daarom dient
ecologen
onderzocht te worden of met de voorgenomen
Rijksdienst voor ondernemend Nederland.
ruimtelijke ontwikkeling sprake is van overtreding
•
Het
volgens
onderzoek
is
de
definitie
uitgevoerd
van door
de een
van de geldende natuurwet en regelgeving.
onafhankelijk adviesbureau. Habitus natuur &
Indien na het onderzoek geen overtredingen
landschap verklaart hierbij geen enkel belang
worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de
te hebben bij de uitkomst van het onderzoek.
ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.
Ook heeft iedere vaste medewerker de
Indien wij vervolgonderzoek adviseren, kan
ethische
een voorgenomen ontwikkeling doorgaans nog
beloofd hiernaar te handelen.
steeds plaatsvinden na het verkrijgen van een
•
ontheffing of vergunning.
gedragscode
ondertekend
en
De resultaten zijn op een efficiënte wijze verkregen, dat wil zeggen dat er een adequate verhouding bestaat tussen kosten in relatie
1.2 Doel en centrale vraag In deze ecologische quickscan wordt een voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de Wet natuurbescherming. De centrale vraag luidt:
• •
tot de geleverde resultaten. De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. De conclusie en aanbevelingen (inclusief vervolgstappen)
Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) of provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
•
van
het
onderzoek
zijn
duidelijk voor de opdrachtgever. Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum (zie colofon).
Toelichting op de afbeelding Het grootste gedeelte van het projectgebied bestaat uit bosschage met o.a. Amerikaanse eik en fijnspar.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
4
• •
De kwaliteit van het natuuronderzoek kan
1.4.2 Gebiedsbescherming en provinciaal beleid
beoordeeld worden door het bevoegd
Voor gebiedsbescherming wordt getoetst aan de
gezag.
volgende onderdelen van de Wet natuurbescherming:
Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Habitus
• •
Natura 2000-gebieden (artikel 2.7); Bijzondere nationale gebieden.
natuur & landschap. Bekijk deze op https://
•
habitus.nl/EisenEcologischOnderzoek.
Daarnaast wordt getoetst aan provinciaal beschermde
Voor
gebieden,
het
opsporen,
vangen
(met
beschermd
via
de
Wet
Ruimtelijke
toegestane vangmiddelen) of bemachtigen
Ordening. Het betreft gebieden die in de Verordening
van beschermde dier- of plantensoorten is
• • •
een geldige ontheffing aanwezig. 1.4 Reikwijdte
Ruimte zijn aangewezen, zoals: Natuurnetwerk Nederland (NNN); Groene contour; Militair terrein met natuurwaarden.
Onderstaand is beschreven aan welke wetten, artikelen en aan welk beleid de voorgenomen
Indien uit de toetsing naar voren komt dat er mogelijk
ontwikkeling wordt getoetst in deze quickscan.
sprake is van een overtreding, dan is vervolgonderzoek vaak benodigd. Hierbij valt te denken aan een
1.4.1 Soortbescherming Er
wordt
getoetst
soortgericht aan
de
volgende
een
onderzoek
NNN-toetsing
of
(soortbescherming) Voortoets
Natura
of
2000
verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming:
(gebiedsbescherming). Deze nadere onderzoeken
•
Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1)
maken geen onderdeel uit van deze quickscan.
•
Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5)
•
Andere soorten (artikel 3.10)
1.5 Werkwijze
•
Zorgplicht (artikel 1.11)
De ecologische quickscan bestaat uit een bureau-
In Bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen.
onderzoek, een veldonderzoek en een toetsing. Daarna
In Bijlage 2 zijn de beschermde soorten te
volgen de conclusie en de aanbevelingen. Hieronder
vinden. De vrijgestelde soorten zijn opgenomen
volgt per onderdeel een toelichting op de methode.
in Bijlage 3. Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld, want door de vrijstelling is er geen kans op het overtreden van de Wet natuurbescherming
Toelichting op de afbeelding Op de bodem is een strooisellaag aanwezig van afgevallen blad.
bij de geplande ruimtelijke ontwikkeling. Wel worden
maatregelen
voorgesteld
om
met
vrijgestelde soorten rekening te houden. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
5
1.5.1 Soortbescherming
1.5.2 Gebiedsbescherming
Als eerste wordt het bureau-onderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt een lijst met soorten die in de omgeving
De begrenzingen van beschermde (beleids)gebieden worden via provinciale kaartmachines geraadpleegd,
aanwezig zijn. Deze lijst is weergegeven in Bijlage 8a en is een samenstelling van:
dit is altijd de meest actuele stand van zaken. Via de website kunnen diverse provinciale kaartmachines
• •
Soorten die naar voren komen uit een analyse van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Er
vlot geraadpleegd worden. De effectbeoordeling voor Natura 2000-gebieden wordt verricht door de
wordt standaard gekozen voor een tijdreeks van vijf jaar en een afstand van vijf kilometer rond de
effectenindicator in te vullen. Eerst wordt de meest passende activiteit gekozen, daarna beoordeelt de ecoloog
grens van het projectgebied. Alle waarnemingen van soorten met relevant gedrag worden bekeken
of de effecten compleet zijn én of een effect relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. De informatie
en beoordeeld.
over de ontwikkeling wordt aangeleverd door de opdrachtgever (zie Bijlage 5). De effectbeoordeling voor
Soorten die niet uit te sluiten zijn op basis van verspreiding. Deze zijn weergegeven met een *. Dit
Natuurnetwerk Nederland wordt uitgevoerd door te kijken naar de wezenlijke kenmerken en waarden van
betreft soorten die zeer mobiel zijn (zoals de rivierrombout), vrij algemeen voorkomen (zoals de
een gebied. Indien deze kenmerken en waarden niet bekend zijn, worden effecten bepaald op basis van het
gewone dwergvleermuis) of soorten waarvan vestiging in de nabije toekomst verwacht wordt (zoals de
beheertype en/of kenmerkende soorten. Op deze manier kan er altijd een indicatie worden verkregen of
bataafse stroommossel).
de wezenlijke kenmerken en waarden worden aangetast. Aangezien deze beoordeling per situatie verschilt, wordt op basis van bronnen of expert judgement beoordeeld of een effect te verwachten is.
Na het bureau-onderzoek wordt een veldonderzoek uitgevoerd. Bij dit veldonderzoek onderzoekt een deskundig ecoloog of er geschikt biotoop aanwezig is voor beschermde soorten. Het veldonderzoek is een
1.5.3 Toetsing, conclusie en aanbevelingen
potentiebepaling, en is geen onderzoek naar de daadwerkelijke aanwezigheid van soorten De beoordeling
Nadat alle benodigde informatie over soorten en gebieden is verzameld, wordt getoetst aan de
wordt verricht aan de hand van een lijst met alle beschermde soorten, dus niet alleen de soorten die uit het
natuurwet- en regelgeving zoals gespecificeerd in paragraaf 1.4. Dit wordt gedaan door de effecten van
bureau-onderzoek komen. Er kunnen namelijk altijd soorten in het projectgebied aanwezig zijn, die niet uit
de werkzaamheden (zie paragraaf 2.2) op de (mogelijk) aanwezige beschermde soorten en gebieden
het bureau-onderzoek komen.
te bepalen. Op basis van de resultaten van de toetsing worden aanbevelingen gedaan. Per mogelijke overtreding wordt geadviseerd hoe hiermee omgegaan kan worden. Het uitgangspunt hierbij is dat een
De beoordeling van de biotopen wordt uitgevoerd op basis van de kennis van de ecoloog, eventueel aangevuld
overtreding wordt voorkomen (door een aangepaste werkwijze) of pas kan worden begaan na ontvangst
met een literatuurstudie, welke wordt vermeld in de bronnenlijst. Daarnaast wordt gezocht naar individuen,
van een ontheffing of vergunning. Als een soort mogelijk aanwezig is en overtreding op deze soort niet
sporen of verblijfplaatsen van beschermde soorten, zoals (poot)afdrukken, holen, haren, braakballen, wissels
kan worden uitgesloten, dan wordt nader onderzoek geadviseerd. In een enkel geval zal er voldoende
en uitwerpselen. Alle aangetroffen geschikte biotopen, individuen, sporen en verblijfplaatsen worden in het
informatie aanwezig zijn om direct een ontheffing of vergunning aan te vragen, dan zal uiteraard geen
veld geregistreerd met Waarneming Pro (WrnPro) en in het rapport weergegeven (zie Fig.4. in paragraaf 3.2).
nader onderzoek geadviseerd worden.
Als de ecoloog tijdens het veldonderzoek geschikt biotoop heeft gevonden voor een bepaalde soort, maar er
1.5.4 Bovenwettelijke maatregelen
niet zeker van is of deze soort op de betreffende locatie voor kan komen, dan wordt vastgesteld of de soort
Deze quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de geldende natuurwetgeving te voldoen.
wel of niet in het projectgebied voor kan komen door te kijken naar:
Echter, ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Er zijn vaak ecologische
• • • •
verspreiding;
kansen aanwezig voor een waardevolle verhoging van de plaatselijke biodiversiteit. Deze maatregelen
dispersie-afstand (vogels die zich naar broedplaatsen verplaatsen);
kunnen een bijdrage leveren aan de biodiversiteit van de leef- en projectomgeving. Daarom benoemen
mate waarin een soort onderzocht is;
wij in hoofdstuk 5 de bovenwettelijke maatregelen.
aanwezigheid van obstakels.
Obstakels, zoals snelwegen en grote wateren, kunnen het projectgebied mogelijk isoleren. Het uitsluiten van soorten wordt altijd beargumenteerd in Bijlage 8b. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
6
2. PROJECTGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie
2.2 Werkzaamheden en planning
Het projectgebied ligt in Huis ter Heide en is gelegen in de provincie Utrecht. De begrenzing
In het projectgebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
van het projectgebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het
1. kappen bosschage.
projectgebied uit een bosschage met onder andere fijnspar, Amerikaanse eik, beuk, ruwe
De bomen dienen gekapt te worden ten behoeve van uitbreiding van het voetbalveld tot honkbalveld.
berk, hulst en gewone esdoorn. Ook is er braamstruweel aanwezig. Op de bodem ligt een
Een kaart van het projectgebied is weergegeven in Bijlage 4.
strooisellaag van afgevallen blad. Er is geen kruidlaag aanwezig. Ook er is midden in het Op basis van de aangeleverde informatie (zie Bijlage 5) wordt verwacht dat er geen sterke trillingen, maar
projectgebied een open plek met gras.
wel geluiden zullen ontstaan tijdens de werkzaamheden. Er wordt in de uitvoerings- en realisatiefase Ten noorden van het projectgebied liggen sportvelden van SV Zeist. De Rijksweg A28 ligt
geen extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. In de nieuwe situatie zal er ook
ten zuiden van het projectgebied. In de omgeving van het projectgebied is verder nog veel
geen extra verlichting aanwezig zijn. Het huidige voetbalveld is verlicht. Honkbal is een zomersport en
gemengd bos en bebouwing (bedrijven en woningen) aanwezig. Deze bebouwing ligt niet
er is daarom geen extra verlichting nodig rond het veld. Eventueel wordt tijdens trainingen de huidige
binnen de invloedsfeer van de wekzaamheden.
verlichting gebruikt. Er wordt niet gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst. Er zal geen water onttrokken worden of water worden opgespoten. Er wordt niet in het water of langs de oever gewerkt. Er zullen mogelijk zanddepots ontstaan.
Legenda Projectgebied
De opdrachtgever is voornemens om de werkzaamheden uit te voeren in de (na)zomer van 2020. De precieze planning is mede afhankelijk van de vergunningverlening.
Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het plan of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke werkzaamheden. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken wordt gewerkt binnen het projectgebied, zoals een watergang, bosschage of oever. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer/uitvoerder. Figuur 1: het projectgebied is rood omrand (PDOK, 2018). Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
7
3. RESULTATEN
3.1 Beschermde gebieden
Tabel 1: afstanden van het projectgebied tot beschermde gebieden
In de provincie Utrecht zijn de volgende beschermde gebieden relevant:
• • • •
Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Groene contour Militair terrein met natuurwaarden
In Tabel 1 zijn de afstanden tot deze gebieden benoemd. In de figuren 2 en 3 is de ligging van het projectgebied weergegeven ten opzichte van beschermde gebieden. Binnen het projectgebied
Beschermd gebied
Afstand tot projectgebied (in meters)
Natura 2000-gebied: 'Oostelijke vechtplassen' Habitatsoorten & (niet-)broedvogelsoorten: zie Bijlage 6.
10.500
Voormalig PAS-gebied*: ‘Oostelijke vechtplassen’
10.500
Natuurnetwerk Nederland Beheertype: N16.03 Droog bos met productie
0
Groene contour
2.700
Militair terrein met natuurwaarden
3.300
*Zie Natura 2000 PAS-gebieden en Bijlage 9.
bevinden zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Binnen het projectgebied bevindt zich wel gebied behorend tot Natuurnetwerk Nederland
(NNN),
maar
geen
gebieden
aangeduid als ‘groene contour’ of ‘militair terrein met natuurwaarden'.
vijf
kilometer.
Een
grote
projectgebied
afstand en
een
tussen
het
beschermd
gebied betekent niet dat negatieve
Er zijn geen Natura-2000 gebieden aanwezig binnen
Algemene opmerking:
Daarom
wordt
het
dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied beoordeeld of tot zover de effecten reiken.
effecten
per
definitie
uitgesloten
kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op een soort die buiten een beschermd gebieden verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan
Toelichting op de afbeelding
effecten veroorzaken op grote afstand.
In het midden van het projectgebied is een open plek met gras aanwezig.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
8
Legenda
Legenda
Projectgebied Groene contour Militair terrein met natuurwaarden Natura 2000-gebieden
Projectgebied Natuurnetwerk Nederland beheertypen
Figuur 2: ligging projectgebied (rode aanduiding in cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden,
Figuur 3: ligging projectgebied (rode omlijning) ten opzichte van NNN-gebieden (provincie Utrecht,
groene contour en militair terrein met natuurwaarden (provincie Utrecht, 2019).
2019).
3.1.1 Effecttoetsing beschermde gebieden
De afstand tot een voormalig PAS-gebied is groter dan 10.000 meter. Voor het kappen van de bomen zijn
In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017; Bijlage
machines nodig, welke stikstof uitstoten. Gezien de grote afstand zijn depositie-effecten niet aannemelijk,
6) is gekozen voor de activiteit 'landrecreatie’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de
maar kunnen momenteel (ten tijde van het schrijven van het rapport) enkel door een aeriuscalculatie
ontwikkeling. Het projectgebied wordt ingericht als recreatiegebied. De bosschage wordt namelijk
uitgesloten of vastgesteld worden.
gekapt zodat het voetbalveld uitgebreid kan worden tot honkbalveld. Het projectgebied is gelegen binnen NNN-gebied. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ‘landrecreatie’ op Natura 2000-gebied
waarden kunnen niet vooraf uitgesloten worden, omdat de bosschage binnen het projectgebied gekapt
‘Oostelijke vechtplassen’ worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; verontreiniging; verstoring door
gaat worden en er dus sprake is van oppervlakteverlies van NNN-gebied. De kwalificerende soorten
geluid en licht; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het
van het beheertype N16.03 behoren tot de soortgroepen broedvogels. Soorten als boomklever en
huidige project geen sprake, aangezien de effecten zeker niet tot het Natura 2000-gebied zullen reiken.
groene specht kunnen broeden in het projectgebied. Bovendien kunnen depositie-effecten van stikstof
Het Natura 2000-gebied ligt daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping
niet uitgesloten worden. Negatieve effecten kunnen dus optreden op beheertype N16.03 op het
van landschap en bebouwing. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het projectgebied
onderdeel structuur, fauna (vogels) en stikstofdepositie. Een NNN-toetsing is benodigd in verband met
ook geen habitatsoorten of (niet-)broedvogelsoorten verwacht. De (niet-)broedvogelsoorten van
oppervlakteverlies en het niet uit kunnen sluiten van negatieve effecten op het NNN.
het Natura 2000-gebied zijn voornamelijk watervogels en in het projectgebied worden voornamelijk bosvogels verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet
Er vindt geen ruimtebeslag plaats op groene contour of militair terrein met natuurwaarden. De
aan de orde.
werkzaamheden zullen niet leiden tot externe werking op deze gebieden. De gebieden liggen daarvoor Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
9
op een te grote afstand van het projectgebied. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten. 3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 18 november 2019, voorafgaand aan het veldonderzoek. Het veldonderzoek heeft op 20 november 2019 plaatsgevonden. Beide deelonderzoeken zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk Ruth van den Herik. In Bijlage 7 zijn de cv’s van de veldecoloog, projectleider en kwaliteitscontroleur opgenomen om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek was het droog, circa 3 graden, zonnigen stond er een windkracht van circa 1 Bft vanuit de richting zuidoost. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling (zie ook par. 1.5). Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat de omgeving ook beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. In Tabel 2 is te zien welke soorten (mogelijk) in het projectgebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht.
Een overzicht van de soorten die uit het bureauonderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8a. Soorten die wel uit het bureau-onderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 8b.
Toelichting op de afbeelding In de bomen kunnen vogels zonder jaarrond beschermd nest broeden, waaronder kwalificerende soorten van het beheertype N16.03. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
10
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 8 voor een totaaloverzicht van de beoordeelde soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto’s. Zie Figuur 4 voor
Toelichting op Tabel 2: In deze tabel staan enkel de soorten
een kaart met het projectgebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
Resultaten
waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vegroten. De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 8b. Daar
is
een
nadere
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m/ vm
Te verwachten functies
Onderbouwing en locatie(s) in het projectgebied
Werkzaamheid1
Kans op overtreding Wnb2
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
a
N
• •
Er is een (oud) nest van vermoedelijk houtduif aangetroffen, zie Figuur 4. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende vogelsoorten waargenomen: merel, grote bonte specht, kramsvogel, boomkruiper, roodborst, goudhaan, koolmees, pimpelmees, houtduif, ekster en gaai. Deze soorten kunnen broeden in het projectgebied. Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw kan tot broeden komen in het projectgebied. De spreeuw kan broeden in de aanwezige boomholte. De volgende biotopen (zie 2.3) zijn aanwezig: extensief beheerd grasland, bos en ruigte. Zie Tabel 3 op pagina 12 voor de vogelsoorten die verwacht worden. Duiven, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 4.5.1 voor de te nemen maatregelen.
1
Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4
Er is één boom met een holte aanwezig in het projectgebied. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten kunnen dus niet uitgesloten worden binnen het projectgebied. Buiten het projectgebied zijn ook bomen aangetroffen met klimop rond de stam, waardoor eventuele holtes niet uitgesloten kunnen worden. Deze bomen blijven echter behouden. Er wordt geen verlichting geplaatst welke gebouwen, bomen of beplantingen beschijnt. Kraamverblijfplaatsen: de eisen aan een kraamverblijf zijn, onder andere, een stabiele, warme temperatuur met gradiënt en buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in een spouwmuur of boomholte. Om deze reden kunnen kraamverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten. Winterverblijfplaatsen: de eisen aan een winterverblijf zijn onder andere een stabiele temperatuur met gradiënt, vorstvrij (wel koud/koel), buffermogelijkheden. Instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit een woning maken een verblijfplaats extra geschikt als winterverblijf. Aan deze eisen kan worden voldaan in een spouwmuur of boomholte. Daarom kunnen winterverblijfplaatsen van de benoemde soorten niet worden uitgesloten.
Winterverblijfplaatsen van de gewone grootoorvleermuis, franjestaart, baardvleermuis en watervleermuis kunnen wel uitgesloten worden omdat ondergrondse ruimten zoals groeven, forten of ijskelders niet aanwezig zijn. Zomerverblijfplaatsen: de eisen aan een zomerverblijf zijn aanzienlijk beperkter dan aan kraam- of winterverblijven, zo zijn rolluiken, ruimtes achter dakbetimmeringen en boomholtes geschikt. In het projectgebied zijn zomerverblijfplaatsen mogelijk in de boomholte. Paarverblijfplaatsen: aan een paarverblijf worden vaak weinig eisen gesteld, kleine ruimtes onder vensterbanken of kozijnen zijn geschikt, maar ook boomholtes en bijvoorbeeld ruimtes onder dakranden. In het projectgebied zijn paarverblijfplaatsen mogelijk in de boomholte. Paarverblijfplaatsen van de watervleermuis kunnen wel uitgesloten worden omdat ondergrondse ruimten zoals groeven, forten of ijskelders niet aanwezig zijn. Massawinterverblijfplaatsen: massawinterverblijven kunnen aanwezig zijn in gebouwen met meerdere etages. In het projectgebied zijn massawinterverblijfplaatsen niet mogelijk. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd (fysiek of door lichteffecten). Effecten op een essentiële vliegroute worden daarom niet verwacht. Essentieel foerageergebied: er wordt geen grote solitaire boom gekapt in open gebied.
Er wordt geen moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Wel wordt de houtige beplanting gerooid. Er zijn echter alternatieve foerageergebieden aanwezig aangrenzend aan het projectgebied en in de bosgebieden ten noorden en westen van het projectgebied. Effecten op essentieel foerageergebied worden daarom niet verwacht. In Bijlage 10 zijn foto’s opgenomen.
1
Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.
onderbouwing
te vinden over waarom een soort of
• •
beschermde functie uitgesloten is.
• Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis
Legenda Tabel 2: a = beschermde functie aangetroffen
m
k, p, z, w
m = beschermde functie mogelijk aanwezig
Baardvleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis
k, p, z
Verblijfplaatsen
Watervleermuis
k, z
N = nest (vogels) k = kraamverblijfplaats z = zomerverblijfplaats p = paarverblijfplaats w = winterverblijfplaats R = rust- of verblijfplaats Overig en omgeving L = leefgebied
en/of Artikel 1.11
Artikel 3.5 lid 1, 2 en 4 HR-soorten
¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2
De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
11
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 8 voor een totaaloverzicht van de beoordeelde soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto’s. Zie Figuur 4 voor
Toelichting op Tabel 2: In deze tabel staan enkel de soorten
een kaart met het projectgebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
Resultaten
waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vegroten. De soorten waarvoor geen effect wordt
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m/ vm
Te verwachten functies
Onderbouwing en locatie(s) in het projectgebied
Werkzaamheid1
Kans op overtreding Wnb2
Boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer
m
N
Er is één nest van vermoedelijk buizerd aangetroffen. Buizerds broeden in bossen, bosjes en soms ook in solitaire bomen. Nesten welke voor meerdere jaren gebruikt zijn door buizerds zijn omvangrijk. Nieuwe nesten zijn aanzienlijk kleiner. Nesten van buizerds bevinden zich zowel tegen de hoofdstam als in de kruin van bomen. Buizerds broeden vaak langs snelwegen. Echter, het kan niet uitgesloten worden dat het nest gebruikt wordt door boomvalk, havik, ransuil of sperwer. Boomvalken broeden vaak in (oude) kraaiennesten kunnen tot na het vertrekken van de zwarte kraai nog tot broeden komen. Ze kunnen tot begin juni nog beginnen met broeden. Het is minder waarschijnlijk dat dit een nest is van boomvalk, omdat de omgeving minder geschikt is. Er is namelijk veel bos aanwezig, terwijl de soort water en moeras nodig heeft om te foerageren. Nesten van havik zijn omvangrijk en bevinden zich overwegend in bossen groter dan tientallen hectares, soms ook in kleine bosjes in (half)open landschap. Het nest bevindt zich doorgaans halverwege tot een derde onder de kruin van de top van de boom, tegen de hoofdstam aan. Het is minder waarschijnlijk dat dit een nest is van havik, omdat er veel verstoring is van de snelweg, waar de havik gevoelig voor is. Roestbomen van ransuil zijn vaak naaldbomen, deze zijn aanwezig binnen het projectgebied.
Ook de ransuil maakt gebruik van oude kraaien- of eksternesten. Onder nesten van ransuil worden braakballen verwacht, maar deze zijn niet aangetroffen binnen het projectgebied. Echter kunnen deze ook geraapt zijn. Om die reden kan de ransuil niet uitgesloten worden. De sperwer broedt meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Dit biotoop is aanwezig., waardoor de sperwer niet uitgesloten kan worden. Soms broedt de sperwer ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels in bosjes en op erven. De sperwer bouwt jaarlijks een nieuw nest, vaak in de directe omgeving van oudere nesten zodat clusters ontstaan. De onderlinge nestafstanden zijn soms klein (minder dan 200 meter).
1
Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4 en Vogel met een jaarrond beschermd nest
Boommarter
m
R
a
Er zijn geen konijnen-, vossen- of dassenholen aanwezig binnen het projectgebied of binnen 50 meter afstand welke geschikt zijn voor boommarter. Er zijn geen eekhoornnesten (bolvormige nesten) waargenomen binnen het projectgebied en 50 meter daarbuiten. Er is wel een boom met een holte aanwezig in het projectgebied welke geschikt is voor boommarter en eekhoorn. De boommarter kan de boomholte gebruiken als nest- en rustplaats. De eekhoorn kan de boomholte gebruiken als nest- en rustplaats, maar ook voor een voedselvoorraad. Ten tijde van het veldbezoek was er ook één eekhoorn aanwezig binnen het projectgebied.
1
Eekhoorn
Artikel 3.10 lid 1
Hazelworm
m
L
In het projectgebied bevindt zich geschikt biotoop voor de hazelworm, namelijk warme, beschutte, halfopen terreinen met vochthoudende bodem zoals bosranden en open plekken in bossen. Hazelwormen verschuilen zich vaak onder planten, in strooisel en ondergrondse holen. In het projectgebied kunnen verblijfplaatsen van hazelworm aanwezig zijn onder het strooisel en in (muizen)holen. De dichtstbijzijnde waarneming is bekend op circa 260 meter. Negatieve effecten kunnen daarom niet uitgesloten worden.
1
Artikel 3.10 lid 1
verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 8b. Daar
is
een
nadere
onderbouwing
te vinden over waarom een soort of beschermde functie uitgesloten is.
Legenda Tabel 2: a = beschermde functie aangetroffen m = beschermde functie mogelijk aanwezig Verblijfplaatsen N = nest (vogels) k = kraamverblijfplaats z = zomerverblijfplaats p = paarverblijfplaats w = winterverblijfplaats R = rust- of verblijfplaats
¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2
De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.
Overig en omgeving L = leefgebied
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
12
Tabel 3: Beschrijving van de biotopen en te verwachten vogels zonder jaarrond beschermd nest
Legenda Projectgebied Bos (vogels*, hazelworm) Extensief beheerd grasland Boomholte (vogels*, boommarter, eekhoorn, vleermuizen) Bomen met klimop (vleermuizen) Nest van vermoedelijk buizerd Nest van vermoedelijk houtduif Takkenhoop (zorgplichtsoorten)
Aanwezige biotopen
Beschrijving biotoop
Vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn (indicatief, het betreft geen volledige lijst):
Extensief beheerd (gras)land
gras (>50%) met ruimte voor kruiden/ schijngrassen
geen
Bomen of bos (niet lijnvormig)
boom, boomgroep of houtig vlakelement
tjiftjaf, pimpelmees, houtduif, winterkoning, roodborst, zwartkop, boomklever, groene specht
Figuur 4: kaart met het projectgebied, biotopen waar diersoorten in verwacht worden en relevante waarnemingen. * = vogels zonder jaarrond beschermd nest. Alleen biotopen waar beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, zijn weergegeven in deze figuur. In Tabel 3 wordt per biotoop beschreven welke broedvogels er kunnen voorkomen. Dit is echter slechts een indicatie, er kunnen altijd nog andere vogels aanwezig zijn in dit biotoop. Het grote nest is van vermoedelijk buizerd, maar boomvalk, havik, ransuil en sperwer kunnen niet uitgesloten worden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
13
3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. In het projectgebied kunnen verschillende diersoorten aanwezig zijn welke relevant zijn om rekening mee te houden tijdens de voorgenomen ontwikkeling. In de bosschages kunnen egel, bosmuis, gewone bosspitsmuis, rosse woelmuis en bruine kikker aanwezig zijn. Vanwege de afwezigheid van water in de ruime omgeving worden bastaardkikker, meerkikker en kleine watersalamander niet verwacht. Zie het kader hieronder hoe met de betreffende zorgplichtsoorten omgegaan kan worden. De volgende plantensoorten zijn in het projectgebied aangetroffen: stinkende gouwe, gewoon robertskruid, beuk, hulst, gewone esdoorn, fijnspar, bonte gele dovenetel, grote brandnetel, braam spec., ruwe berk en Amerikaanse eik. Voor deze algemene planten zijn geen maatregelen benodigd. Er zijn geen planten van de Rode Lijst aangetroffen.
Strategie zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd: 1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. 2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. De voortplantingsperiode en de winterrust zijn voorbeelden. In paragraaf 4.5.2 worden specifieke maatregelen genoemd die nadelige gevolgen op dieren en/of planten in het projectgebied kunnen voorkomen of beperken.
Toelichting op de afbeelding In de takkenhopen en de strooisellaag kunnen zorgplichtsoorten als bosmuis, egel en bruine kikker voorkomen.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
14
4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN 4.1 Inleiding op de conclusie Dit hoofdstuk bestaat uit twee belangrijke onderdelen, namelijk de conclusie (4.2) en de aanbevelingen
Algemene opmerking:
(4.3). Indien de conclusie aangeeft dat er een effect kan plaatsvinden op beschermde soorten, dan zijn
In 4.2 is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie te
er twee mogelijkheden om de voorgenomen ontwikkeling door te laten gaan, namelijk:
voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke informatie
1. Er worden maatregelen getroffen die het negatieve effect opheffen.
over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie gegeven over de
2. Er is een ontheffing of vergunning verleend voor de overtreding*.
begrenzing van het projectgebied en welke werkzaamheden getoetst zijn. Hoofdstuk 3 geeft nadere
Indien een overtreding niet voorkomen kan worden door maatregelen te treffen, zal nader onderzoek
informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de bijlagen zijn onlosmakelijk met
worden geadviseerd om overtreding te voorkomen óf om daarmee ontheffing aan te kunnen vragen.
de inhoud verbonden, met name Bijlage 8.
Zowel de aanbevelingen als de maatregelen hebben een verplicht karakter. *Een ontheffing kan normaliter enkel verkregen worden indien er vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden volgens de geldende
4.4 Nader onderzoek is nodig voor de volgende soorten en gebieden
onderzoeksprotocollen. Of, indien er geen protocol beschikbaar is, na afstemming met het bevoegd gezag.
Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie (mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven.
4.2 Conclusie De conclusie geeft antwoord op de centrale vraag: Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) of provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden? Effecten op vogels zonder jaarrond beschermd nest kunnen niet worden uitgesloten, maar kunnen door maatregelen worden voorkomen (zie par. 4.3). Effecten op boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer, boommarter, eekhoorn, hazelworm en vleermuizen dienen nader onderzocht
• • •
PAS-gebied en negatieve effecten op NNN-gebied kunnen niet uitgesloten worden. Negatieve effecten op andere beschermden gebieden zijn uitgesloten. 4.3 Aanbevelingen Als door het nemen van een maatregel een wetsovertreding niet kan worden voorkomen, wordt nader onderzoek geadviseerd, zie paragraaf 4.4. Indien met een maatregel een bepaalde wetsovertreding wel geheel kan voorkomen, is deze opgenomen in paragraaf 4.5.
Voormalig PAS-gebied. Een aeriuscalculatie is nodig om de depositie-effecten van stikstof te bepalen. Vleermuizen: zie Tabel 2 voor de soorten en functies. Dit onderzoek dient globaal plaats te vinden tussen half mei en half oktober volgens het vleermuisprotocol 2017. Er zijn onder andere
• •
veldbezoeken in het voorjaar (mei) en in het najaar (september) benodigd. Boomvalk, buizerd, havik, ransuil & sperwer. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden door minimaal vier veldbezoeken in de periode februari t/m augustus. Hazelworm: leefgebied. Dit onderzoek dient plaats te vinden in juni tot en met september volgens het soortinventarisatieprotocol van Netwerk Groene Bureaus (Netwerk Groene Bureaus, 2017b).
te worden (zie par. 4.4). Bij werkzaamheid 1 (zie paragraaf 2.2) kan overtreding plaatsvinden. Effecten op andere beschermde soorten worden niet verwacht. Depositie-effecten op voormalig
NNN-gebied. Een NNN-toetsing is nodig om de effecten op het NNN nader te bepalen.
Er dienen vijf bezoeken te worden uitgevoerd: één voor het plaatsen van platen (één maand
•
gewenning) en vier voor de controles. Boommarter. Dit onderzoek dient bij voorkeur verricht te worden in de voortplantingsperiode, welke loopt van 15 maart t/m 15 juni. Een andere onderzoeksperiode is ook mogelijk. Er kan een
•
wildcamera opgehangen worden bij de mogelijke verblijflocatie voor twee weken. Eekhoorn. Bij voorkeur zal er op drie momenten gedurende het jaar (voorjaar, zomer en winter) onderzoek uitgevoerd worden. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van een wildcamera,
•
sporenonderzoek en zichtwaarnemingen. Vogels zonder jaarrond beschermd nest: voorkom negatieve effecten door buiten de broedperiode te werken (zie paragraaf 4.5.1). Indien dit niet mogelijk is, is er een broedvogelinspectie benodigd.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
15
4.5 Maatregelen
Tabel 4: indicatieve broedperiode vogels zonder jaarrond beschermd nest per biotoop
Hieronder volgen de te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de
Aanwezige biotopen
Voorbeelden van vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn:
Indicatieve broedperiode (bron: sovon)
Bomen of bos (niet lijnvormig)
tjiftjaf, pimpelmees, houtduif, winterkoning, roodborst, zwartkop, boomklever, groene specht
half februari t/m oktober
Extensief beheerd (gras)land
geen
n.v.t.
uitvoering van de werkzaamheden. De maatregelen zijn opgedeeld in:
• •
4.5.1 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10) en/of beschermde gebieden; 4.5.2 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11).
4.5.1 Maatregelen voor beschermde soorten en/of gebieden Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn genomen en/of (indien aan de orde) een ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wél mogelijk zijn. Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken (omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 4.7. Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest Voorkom vernietiging van vogelnesten of een verstoring die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort. Het vernietigen van nesten of het verstoren van vogels kan enkel plaatsvinden als er daadwerkelijk broedgevallen aanwezig zijn op of rond de projectlocatie. Een broedvogelinspectie geeft hier meer duidelijkheid over. In Tabel 3 zijn de verwachte vogelsoorten benoemd. Nesten van deze soorten mogen niet beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het nest zijn verboden. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Echter, alle broedende in Europa inheemse vogelsoorten zijn te allen tijde beschermd. Maatregel 1: verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode. In Tabel 4 is per biotoop een indicatieve broedperiode opgenomen.
Het is ook mogelijk om buiten de broedperiode te starten en door te gaan in het broedseizoen, met als voorwaarde dat er voortdurende activiteit is en de werkzaamheden niet tijdelijk stil komen te liggen. Indien het niet mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden. Maatregel 2: laat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog. Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden alsnog doorgang vinden. Let op: in de aangegeven broedperioden (Tabel 4) is er veelal wel een grote kans op het aantreffen van broedende vogels. Een gunstige uitkomst van de inspectie is dus vooraf niet te geven.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
16
4.5.2 Zorgplichtmaatregelen
4.6 Wat betekent de conclusie nu voor uw project en welke stappen moet u nemen om te
Hieronder worden per soort(groep) de maatregelen benoemd:
voorkomen dat de Wet Natuurbescherming wordt overtreden? Er is vervolgonderzoek (4.4) geadviseerd en er zijn maatregelen (4.5) opgenomen. Dit betekent dat nog
Zoogdieren
niet gestart kan worden met de werkzaamheden tot het vervolgonderzoek is afgerond en de maatregelen
In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals genoemd in par. 3.3. De volgende maatregelen
zijn gerealiseerd. Anders zal mogelijk overtreding van de Wet natuurbescherming plaatsvinden.
zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:
Concreet adviseren wij de volgende stappen te nemen:
• • • • • •
Spaar rust- en schuilplekken, zoals holen (muizensoorten, egel).
>1. Beoordeel of alle maatregelen in 4.5.1 en 4.5.2 genomen kunnen worden. Zo ja, dan zijn er voor deze
Zorg dat er voldoende dekking van bosschages aanwezig blijft voor de egel en diverse
soort(groep)en geen vervolgacties benodigd. Zo nee, overleg dan met een adviseur en zie stap 2. De
muizensoorten. Plant bij voorkeur nieuwe beplanting aan, voordat de oude verwijderd wordt.
maatregelen benoemd in paragraaf 4.5.2 dienen zoveel mogelijk te worden genomen als redelijkerwijs
Verplaats de takkenhopen in het projectgebied naar de directe omgeving in plaats van ze te
te verwachten is. Deze maatregelen zijn er vooral om te zorgen dat er zorgvuldig wordt gewerkt en dat
vernietigen. Wanneer takkenhopen verplaatst worden, dient dit te gebeuren in de periode van
er niet met opzet soorten gedood of verstoord worden als dat niet nodig is.
maart tot oktober, omdat daarna egels in de takkenhopen kunnen gaan overwinteren.
>2. Vraag zo spoedig mogelijk een offerte aan voor het vervolgonderzoek genoemd in 4.4. Zonder de
Ondanks zorgvuldig handelen is verstoring van vooral fauna niet altijd te vermijden. Indien er
resultaten uit dit vervolgonderzoek kunt u geen omgevingsvergunning verkrijgen.
verstoring plaatsvindt, dient er een goede vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder
Let op: de capaciteit voor vleermuisonderzoek is landelijk zeer beperkt door het gebrek aan
voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om verkeersslachtoffers te
deskundige onderzoekers en de vele onderzoeken. Wij adviseren om niet te wachten met het
voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke locatie naar een rustige locatie.
aanvragen van een offerte, maar dit direct in gang te zetten. U kunt in het voorjaar starten met
Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten.
het vleermuisonderzoek, omdat de periode voor het najaarsonderzoek al afgelopen is.
Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk niet tussen
>3. Indien er tijdsdruk is van een planningsdeadline die gehaald dient te worden, kan beoordeeld
zonsondergang en zonsopkomst.
worden of het mogelijk is om te starten met voorbereidende werkzaamheden. Als dit gewenst is, dient
Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de
contact opgenomen te worden met een adviseur (zie colofon). Deze vervolgvraag maakt geen onderdeel
projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals
uit van deze quickscan.
bosschages en ruigtes.
>4. Indien uit het totale vervolgonderzoek blijkt dat er geen beschermde functies van beschermde soorten aanwezig zijn, kunnen de werkzaamheden zonder verdere beperking doorgang vinden. Wel
Amfibieën
dient altijd de zorgplicht in acht genomen te worden (zie 4.5.2) voor zover aan de orde. Indien er wel
In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals genoemd in par. 3.3. De volgende maatregelen
beschermde functies aangetroffen en effecten niet te voorkomen zijn, zal een ontheffing of vergunning
zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:
aangevraagd moeten worden om de ontwikkeling doorgang te laten vinden.
• •
Spaar rust- en schuilplekken, zoals takkenhopen, boomstammetjes, losliggende stenen en/of boomstronken met holtes. Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
17
4.7 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies? De adviezen in deze ecologische quickscan zijn opgesteld om te werken volgens de geldende natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de geplande ontwikkeling zoals aangeleverd door de opdrachtgever of tussenpersoon. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat het projectgebied groter wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een adviseur (zie colofon) om te onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt. Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een ontheffing benodigd. Dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een deskundig ecoloog met kennis van de betreffende soorten.
Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in deze quickscan benoemd zijn, dient direct contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden.
Toelichting op de afbeelding In het projectgebied groeit beuk.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
18
5. BOVENWETTELIJKE MAATREGELEN Deze ecologische quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het rapport wordt dus geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk beschermd zijn. Maar ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast zijn er vaak ecologische of landschappelijke kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om ook niet-beschermde natuurwaarden en ecologische kansen te benoemen. 5.1 Aanwezige niet beschermde natuur- en/of landschapswaarden Binnen het projectgebied zijn de volgende niet-beschermde natuur- en landschapswaarden aangetroffen:
• •
Bomen kunnen dienen als nestplaats voor vogels. Takkenhopen worden door amfibieën, kleine zoogdieren en vogels gebruikt als nest- en schuilplaats.
5.2 Ecologische en/of landschappelijke kansen Binnen het projectgebied zijn de volgende ecologische en/of landschappelijke kansen of mogelijkheden aanwezig:
•
Realiseer een aaneengesloten takkenril (gemaakt van de te kappen bomen) tussen het te realiseren honkbalveld en het omliggende bos. Takkenrillen bieden schuil-, foerageer- en verblijfplaatsen aan vele
•
soorten zoogdieren, vogels en amfibieën. Laat het afgevallen blad liggen, of blaas het naar de rand van het boomvak zodat er een rand met bladmateriaal ontstaat. Deze rand is waardevol voor vogels, insecten, grondgebonden zoogdieren en paddenstoelen.
5.3 Aanbevelingen bovenwettelijke maatregelen Wij stellen voor om de volgende aanbevelingen uit te voeren:
• •
Zorg dat de aanwezige natuur- en/of landschapswaarden niet verloren gaan. Herstel of opnieuw ontwikkelen van natuurwaarden is veelal lastiger dan een goede inpasbare oplossing zoeken. Realiseer de aangegeven ecologische- en/of landschappelijke kansen om het projectgebied aantrekkelijker te maken voor flora en fauna. Dit versterkt de algemene omgevingskwaliteit.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
19
BRONVERMELDING Internetpagina’s, programma's en online documenten •
BIJ12 (2017). Kennisdocumenten soorten natuurbescherming.
•
Boomvalk (z.d.). Voortplanting.
•
BWLG (2007). Tonghaarmuts.
•
Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus in Nederland: een eerste inhaalslag.
•
EIS Kenniscentrum Insecten (z.d.). Vermiljoenkever.
•
EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde vermiljoenkever duikt op in Gelderland.
•
Floron (z.d). Verspreidingsatlas
•
Hennekes, S.M., N.A.C. Smits & J.H.J. Schaminée (2010). SynBioSys Nederland versie 2. Alterra, Wageningen UR.
•
Huijbrechts, H. (2002). Het vliegend hert - Een bureaustudie.
•
IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren.
•
Ministerie van Economische Zaken (2017). Effectenindicator.
•
Ministerie van Economische Zaken (z.d.). Wet natuurbescherming,
•
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2018). PAS-gebieden.
•
NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna.
•
Netwerk Groene Bureaus (2017a). Vleermuisprotocol 2017.
•
Provincie Utrecht (2019). Geodataviewer Natuurnetwerk Nederland.
•
Ravon (z.d.). Soorteninformatiepagina
•
Sovon (z.d.). Sovon.
•
Vleermuis.net (2018). Pagina soorten.
•
Vlinderstichting (z.d.a). Vlinderstichting startpagina.
•
Vogelbescherming Nederland (z.d). Vogelgids
•
Zoogdiervereniging (z.d.a). Startpagina zoogdiersoorten.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
20
BIJLAGE 1 - WET NATUURBESCHERMING Wet natuurbescherming (Wnb)
Verbodsartikel
Lid
Toelichting
3.1 Vogelrichtlijn
Lid 1
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.
In de Wet natuurbescherming zijn meerdere oude wetten samengevoegd. Relevant
zijn
de
samenvoegingen
van
de
Lid 2
Natuurbeschermingwet
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
1998 die over beschermde gebieden gaat, de Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die
Lid 3
Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.
over de bescherming van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan
Lid 4
Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Lid 5
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van
niet aangepast overgenomen in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in een ecologische quickscan aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hiernaast is weergegeven waar wij aan toetsen.
instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 3.5 Habitatrichtlijn
Lid 1
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te
Soortbescherming
vangen.
De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de andere soorten. In de Wet
Lid 2
Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
Lid 3
Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Lid 4
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.
natuurbescherming zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen
Lid 5
Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag
neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden
van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te
en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend
vernielen.
door het bevoegd gezag. In de tabel hiernaast is weergegeven op welke
Artikel 3.10 andere
beschermingsregimes welke verboden van toepassing zijn.
soorten
Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten zijn in Bijlage 3 weergegeven.
Lid 1
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Omgevingswet Het kabinet heeft besloten dat de natuurbeschermingsregels overgaan in het stelsel van de Omgevingswet. De Aanvullingswet natuur voorziet in deze wijzigingen van de Omgevingswet, zodat die wet straks over de nodige bevoegdheden en instrumenten beschikt om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur. Vermoedelijk zal de wet in 2021 in werking treden.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
21
Beschermde nesten
Beschermde gebieden
*Het verbod van het vernietigen of wegnemen van nesten geldt alleen tijdens het broedseizoen van de
In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-
soorten die elk jaar een nieuw nest maken. De soorten die jaarlijks terug komen op het zelfde nest zijn
gebieden. Deze gebieden zijn in de Wnb zwaar beschermd. Volgens de Wnb is het volgens artikel 2.7 lid 2
jaarrond beschermd. Specifiek gaat dit om vogels van categorie 1t/m 4 en de nesten van soorten in
verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de
categorie 5 als er onvoldoende alternatieven zijn.
instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of
• • • • •
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn
de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen
als vaste rust- en verblijfplaats.
hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer
Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect
honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats
kunnen hebben op het gebied (externe werking).
zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen
nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat
natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
De soorten die beschermd zijn staan in Bijlage 2 weergegeven, hierbij wordt ook aangegeven welke vogels onder de categorieën vallen.
In het Natuurnetwerk Nederland liggen:
• • • • •
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen:
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De ligging en
Artikel 1.11, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere
bescherming van de NNN is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie, welke door de gemeentes wordt
nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
uitgewerkt in bestemmingsplannen, conform de Wet Ruimtelijke Ordening.
Artikel 1.11, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
22
Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit. Wij beoordelen ook eventuele effecten op beschermde beleidsgebieden. Zuid-Holland: strategische reservering natuur en belangrijke weidevogelgebieden Het realiseren van een natuurmantel in de vorm van een groenblauwe dooradering rondom de natuurkernen in het NNN. Deze mantel wordt de ‘Strategische reservering natuur’ genoemd. Het in stand houden van de belangrijke leefgebieden voor weidevogels in blijvend agrarisch gebied door agrarisch natuurbeheer. Weidevogelgebieden worden gerekend tot categorie 2 in het handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Deze gebieden worden ‘Belangrijke weidevogelgebieden’ genoemd. Beschermde houtopstanden In de Wnb is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen buiten de bebouwde kom houtopstanden grenzen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag. Deze regel geldt niet voor: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f.