06-23RV030 Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg - Toelichting
Tekst van het document
59
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
5.12 Water 5.12.1
Generiek beleid
Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: a.
b.
vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd; schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.
Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. 5.12.2
Beleid Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
Waterbeheerplan Voor de planperiode 2016-2021 is het Waterbeheerplan (WBP) van De Stichtse Rijnlanden van toepassing. In dit plan geeft De Stichtse Rijnlanden aan wat haar ambities voor deze planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. Het WBP legt meer dan voorheen accent op uitvoering. De vijf hoofdthema's zijn: waterveiligheid; voldoende water; gezond water; gezuiverd afvalwater; genieten van water. Wat betreft 'waterveiligheid' is het cruciaal dat de waterkeringen voldoen aan de veiligheidseisen en dat bij dijkverbeteringswerken wordt uitgegaan van een duurzaam en robuust ontwerp. Bij het veiligstellen van
60
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
'voldoende water' gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden, zodat het gebied geschikt is om te wonen, werken en recreëren. Daarbij wil De Stichtse Rijnlanden dat het watersysteem op orde en toekomstvast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en hevigere buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. 'Gezond water' is voor De Stichtse Rijnlanden gezond als er een grote diversiteit aan planten en dieren in kan leven, als het veilig gebruikt kan worden voor recreatie of als grondstof voor drinkwater. Het water kan alleen zo schoon mogelijk gehouden worden als de (natuurvriendelijke) inrichtingen, het beheer en onderhoud van watersystemen worden aangepast. Europese regelgeving (de Kaderrichtlijn Water) is hierbij kaderstellend. Het tegengaan van verontreiniging en een goede inrichting van oppervlaktewateren dragen in belangrijke mate bij aan gezond water. Met het oog op het 'gezuiverd afvalwater' beheert De Stichtse Rijnlanden rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties. Het laatste thema betreft genieten van water. Hoewel dit geen kerntaak voor het waterschap is, is het onderwerp zeer belangrijk omdat dit in relatie staat tot het watersysteem en het waterbeheer.
Recreatie en in het bijzonder 'genieten van water' neemt in de Nederlandse samenleving een steeds belangrijkere plaats in. Het waterschap wil de bewoners en bezoekers van het gebied laten genieten van water in een gezonde en veilige omgeving. Zo kan het waterschap ook zijn werk zichtbaar maken voor de bewoners. Het vaarwegbeheer is een wettelijke taak van het waterschap, voor de overige recreatieve thema's neemt het waterschap een adviserende en faciliterende rol aan. Keur en uitvoeringsregels Per 21 oktober 2010 is de Keur in werking getreden, alsmede nieuwe beleidsregels. In de Keur van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2009 staan verboden en geboden die betrekking hebben op oppervlaktewaterlichamen, waterkeringen en grondwater. De verboden betreffen die handelingen en gedragingen die in principe onwenselijk zijn voor de constructie of de functie van oppervlaktewaterlichamen, waterkeringen of grondwaterlichamen. De geboden geven de verplichtingen aan om deze waterstaatswerken in stand te houden. Een gebod kan bijvoorbeeld betrekking hebben op een onderhoudsverplichting. Hiermee vermeldt de Keur expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. In de Uitvoeringsregels die bij de Keur horen is dit nader uitgewerkt.
Indien de toename aan verharding minder bedraagt dan 500 m², dan geldt alleen de algemene zorgplicht. Indien de toename meer bedraagt is in de regels opgenomen dat het oppervlak van het ter compensatie aan te leggen water minimaal 15 % moet bedragen van het oppervlak van de toename aan verharding. Beleid hemel- en afvalwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt, omdat dit het meest duurzaam is. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. 5.12.3
Gemeentelijk beleid
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Zeist 2022-2026 In 2021 heeft de gemeente Zeist een nieuw verbreed rioleringsplan vastgesteld. In dit plan werkt de gemeente uit hoe zij haar riool wil ontwikkelen en aanpassen. Hierbij wordt rekening gehouden met de huidige ontwikkelingen zoals klimaatverandering.
61
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Klimaatbeleid Zeist Het klimaatbeleid van de gemeente Zeist is reeds uitgewerkt in paragraaf 2.5.9. In dit beleid worden aanvullende eisen gesteld aan nieuwbouwplannen voor de thema's wateroverlast, droogte, hitte en waterveiligheid. Zo moet bijvoorbeeld ieder perceel 45mm neerslag kunnen bergen, waarbij geldt dat ten minste 35,7mm in 45 minuten, dat valt op de daken, direct in de bodem kan infiltreren of geborgen kan worden. 5.12.4
Water
In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening is voor dit ruimtelijke plan een watertoetsproces ( zie )doorlopen. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de gemeente en waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. Het watertoetsproces voor het project Bestemmingsplan Vliegbasis Soesterberg Westflank is op 29-06-2021 digitaal doorlopen via www.dewatertoets.nl. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is via deze weg door de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling op de hoogte gebracht van de plannen. Beoordeling en conclusie Water in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling De ruimtelijke ontwikkelingen hebben weinig tot geen gevolgen voor het huidige watersysteem. In het kort gaat het om: Het verhard oppervlak neemt gering toe (Zie de Keur bepalingen voor de grenswaarden). Deze geringe toename van verhard oppervlak heeft weinig gevolgen voor het watersysteem.
Het bestaande watersysteem kan tijdens een hevige regenbui al het hemelwater vanaf dit oppervlak verwerken en bergen. Het bestaande oppervlaktewater wordt niet aangepast. Water wordt niet buiten het plangebied geborgen. Er vindt geen lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater. Er wordt gewerkt met niet uitlogende bouwmaterialen. Het plangebied ligt niet op of nabij een waterkering of belangrijke watergang. Het plangebied ligt niet nabij een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) of rioolpersleiding. Afvoer hemelwater Hemelwater wordt afgevoerd via een hemelwaterriool. De capaciteit van dit hemelwaterstelsel dient groot genoeg te zijn om wateroverlast te voorkomen. Afvalwater kan worden afgevoerd naar vuilwaterriool/DWA-riool. Met betrekking tot de berging van hemelwater wordt aangesloten bij de eisen uit het Klimaatbeleid Zeist. Afvalwater Afvalwater wordt als volgt afgevoerd: Gescheiden stelsel. Aandachtspunten Ondanks dat de ruimtelijke ontwikkeling weinig gevolgen heeft voor het huidige watersysteem, kan het zijn dat er kansen zijn om verbeteringen door te voeren ten behoeve van duurzaam waterbeheer en het klimaatbestendig maken van de leefomgeving (omgaan met extremen als wateroverlast, hitte en droogte).
Geadviseerd wordt om bij alle nieuwbouw goed te kijken naar het juiste vloerpeil om wateroverlast te voorkomen, groene daken aan te leggen om hittestress te voorkomen en de juiste beplanting te kiezen afhankelijk van de grondwaterstand tijdens droge perioden. Conform gemeentelijk beleid dient schoon hemelwater niet afgevoerd te worden naar een gemengd rioolstelsel maar geinfiltreerd
62
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
te worden in de bodem of afgevoerd te worden naar oppervlaktewater (eventueel via een gescheiden rioolstelsel). Voor straten of parkeerplaatsen kan halfverharding aangelegd worden of groenvoorzieningen worden gebruikt voor tijdelijke waterberging. Meer informatie op ruimtelijkeadaptatie.nl Aanleghoogte Geadviseerd wordt om de nieuwbouw aan te leggen met een ontwateringsdiepte van minimaal 80 cm, en bij voorkeur 1 m. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Grondwater Grondwateroverlast als gevolg van afwijkende aanleghoogten is voor de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemers. Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem wordt geadviseerd om zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Om wateroverlast en -schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 cm boven het straatpeil te hanteren. Waterketen Het plan heeft gevolgen voor de rioleringssituatie. Geadviseerd wordt om een lokaal rioleringsplan op te stellen. Het waterschap zal dit plan vervolgens goedkeuren.
Basisprincipes omgaan met water: Klimaatbestendige leefomgeving (ruimtelijke adaptatie) Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit) Schoon houden - scheiden - zuiveren (waterkwaliteit) Watertoets Uit de digitale analyse blijkt dat er geen grote waterbelangen zijn. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de belangrijkste minimale voorwaarde: "het standstill beginsel". Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden adviseert positief over het ruimtelijk plan.
5.13 Kabels en leidingen In het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een planologische bescherming nodig hebben. De huidige nutsvoorzieningen zijn geschikt om de woningen aan te sluiten.
63
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
64
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Hoofdstuk 6
Juridische toelichting
In hoofdstuk 4 is de voorgestane invulling van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 5 toont aan dat deze invulling uitvoerbaar is. De volgende stap is het treffen van een juridische regeling die de invulling mogelijk maakt. Dit hoofdstuk beschrijft deze regeling. In de inleiding wordt het karakter van dit bestemmingsplan beschreven. In paragraaf 6.2 en verder wordt een toelichting gegeven op de regels, waarbij de hoofdstukindeling van de regels wordt gevolgd. In paragraaf 6.6 ten slotte wordt de verbeelding beschreven.
6.1
Inleiding
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. Daarnaast zijn er algemene regels, overgangsregels en slotregels opgenomen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
6.2
Inleidende regels
Begrippen In dit artikel is de omschrijving opgenomen van de in het plan voorkomende begrippen. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe bij de toepassing van de regels metingen en berekeningen plaatsvinden.
6.3
Bestemmingsregels
De verschillende aanwezige functies in het plangebied worden zoveel mogelijk positief overeenkomstig hun huidige/toekomstige gebruik bestemd. Een aantal regelingen behoeft echter een nadere uitleg. In het algemeen geldt dat hoofdgebouwen uitsluitend gebouwd mogen worden in het bouwvlak en bijgebouwen en bouwwerke geen gebouw zijnde binnen de zone erf. In deze bouwvlakken zijn de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste bestemmingen: Wonen Woningen De woningen met de daarbij behorende tuinen en erven en in samenhang daarmee de uitoefening van beroep- en bedrijf aan huis zijn bestemd als 'Wonen'. In deze bestemming zijn de woningen zelf op de verbeelding begrepen in bouwvlakken. Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken mogen binnen deze woonbestemming, binnen de bouwvlakken en de erfzone worden gebouwd. Beroep- en bedrijf aan huis In de bestemmingsomschrijving is, voor de duidelijkheid, expliciet bepaald dat een beroep- of bedrijf aan huis is toegestaan. Dergelijke beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis mogen op zich als recht in een woning worden uitgeoefend. Om te voorkomen dat de beroeps- of bedrijfsuitoefening de woonfunctie zou kunnen overheersen, is deze aan een maximale vloeroppervlakte gebonden binnen de woning en de
65
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
bijbehorende bouwwerken. Een en ander is geregeld binnen de specifieke gebruiksregels. Voorwaardelijke verplichting geluid De woningen mogen pas worden gebouwd onder de voorwaarde dat op basis van akoestisch onderzoek blijkt dat de maximaal toegestane geluidswaarden, zowel op de gevel als in de woning, worden gewaarborgd. Omgevingsvergunning voor het vellen en rooien van bomen In aanvulling op de bomen die reeds onder de bomenverordening worden beschermd, wordt middels de omgevingsvergunning voor het vellen en rooien van bomen geregeld dat bomen, die niet onder de bescherming van de Bomenverordening vallen, een apart beschermingsregime hebben. Bos - Tuin De bestemming Bos - Tuin is opgenomen omdat in het plangebied het bosrijke karakter en de bescherming van waardevolle bomen voorop staat en er dus geen bebouwing is toegestaan in dit gebied. Omgevingsvergunning voor het vellen en rooien van bomen In aanvulling op de bomen die reeds onder de bomenverordening worden beschermd, wordt middels de omgevingsvergunning voor het vellen en rooien van bomen geregeld dat bomen, die niet onder de bescherming van de Bomenverordening vallen, een apart beschermingsregime hebben.
6.4
Algemene regels
Anti-dubbeltelbepaling Dit artikel bevat een regeling over de telling van gronden. In de regels is een bepaling opgenomen om te voorkomen dat gronden die bij een eerder bouwplan reeds in aanmerking zijn genomen voor het toestaan van het bouwplan nogmaals meegeteld worden. Algemene bouwregels Dit artikel bevat algemene bepalingen over het bouwen van bouwwerken. Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat algemene bepalingen voor wat onder een verboden gebruik moet worden verstaan. In de algemene gebruiksbepaling wordt gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met de bestemming en met het in of krachtens het plan bepaalde, als verboden gebruik aangemerkt. Indien in een bepaald geval gebruik in strijd met bijvoorbeeld de doeleindenomschrijving van een bestemming of met een verleende vrijstelling wordt geconstateerd, dan is er sprake van een overtreding, waartegen kan worden opgetreden. Conform bestendige jurisprudentie is die verbodsbepaling voorzien van een vrijstellingsbepaling, waarmee in uitzonderlijke gevallen een te grote 'hardheid' van het verbod kan worden vermeden. Algemene aanduidingsregels Ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ zijn de bepalingen voor de 100-jaarsaandachtgebied in de Provinciale milieuverordening van toepassing. Algemene afwijkingsregels Dit artikel geeft een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden.
Het plan bevat algemene afwijkingsregels om een aantal nodige zaken en ondergeschikte afwijkingen mogelijk te maken. Het betreft met name: nutsbebouwing; afwijkingen van de ligging van bestemmings- en bouwgrenzen en andere grenzen, voorzover die nodig
66
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein; afwijkingen van bepalingen, gesteld ten aanzien van maten en percentages. Overige regels Dit artikel bevat verwijzingen naar de wettelijke regelingen waaraan het plan refereert.
6.5
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht Dit artikel bevat bepalingen over het overgangsrecht van bouwwerken en gebruik. Uitgangspunt in een nieuw bestemmingsplan is dat bestaande bouwwerken en gebruiksvormen in principe positief worden bestemd, dus als zodanig als recht zijn toegestaan. De overgangsrechtelijke bepalingen zijn bindend voorgeschreven in art. 3.2.1 en 3.2.2 Bro. Deze overgangsrechtelijke bepalingen dienen om te waarborgen dat een bestaand bouwwerken of een bestaand gebruik dat niet in overeenstemming is met het nieuwe plan en waarvan sloop respectievelijk beëindiging wordt beoogd, als zodanig voorlopig kan blijven voortbestaan. Het bouwwerk of gebruik wordt dan als zodanig gedoogd totdat in de loop van de planperiode wordt beslist over sloop respectievelijk beëindiging. Bouwwerken en gebruiksvormen die al in strijd zijn met het vorige bestemmingsplan worden expliciet uitgesloten van het overgangsrecht van het nieuwe plan. Ze worden niet gedoogd onder het nieuwe plan, maar blijven in strijd daarmee. Handhaving door sloop respectievelijk gebruiksbeëindiging blijft een optie. Slotregel Dit artikel bevat de slotregel van het bestemmingsplan.
6.6
De verbeelding
Het plangebied is getekend op gekleurde verbeeldingen, schaal 1:600. De verbeelding is IMROgecodeerd getekend, conform IMRO2012. Voor de verbeelding is aangesloten bij de systematiek van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008, die bindend is voorgeschreven in de ministeriële regeling standaarden ruimtelijke ordening.
67
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
68
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Hoofdstuk 7
De uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerp voor een bestemmingsplan dienen op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, ondermeer voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar.
69
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
70
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Hoofdstuk 8
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
8.1
Voorbereidingsfase
8.1.1
Inspraak
Digitale participatie De provincie Utrecht vindt het belangrijk dat de toekomstige woningen op de kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg goed in de omgeving passen. Daarom hebben tussen 3 en 17 juli 2020 omwonenden, belanghebbenden en geïnteresseerden de mogelijkheid gekregen om te reageren op het advies van de onafhankelijke adviseur ruimtelijke kwaliteit waarin was opgenomen hoe de kavels het beste vorm gegeven kunnen worden. Het advies met de verkavelingsvarianten is aan de hand van digitale participatie voorgelegd omdat het via de maatregelen rondom corona op dat moment niet mogelijk was een bewonersbijeenkomst te organiseren. Het advies is middels een www.tinyurl.com/kavelswestflank.
Storymap
en
filmpjes
samengevat
en
te
zien
via:
Via een enquête, de mail en telefonische spreekuren zijn de reacties opgehaald op de verkavelingsvarianten. Er zijn circa 70 reacties opgehaald. Aan de hand van deze reacties zijn de kaders en uitgangspunten met daarbij de definitieve verkaveling van vijf kavels met op elke kavel maximaal één vrijstaande woning vastgesteld op 8 december 2020 door Gedeputeerde Staten voor de ontwikkeling van de Kavels Westflank. Over dit besluit, de bestemmingsplanprocedure en de planning zijn de omwonenden geïnformeerd via een informatiebrief. Op deze manier is in voldoende mate invulling gegeven aan inspraak.
8.1.2
Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro
In het kader van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vooroverleg gevoerd over het (concept)ontwerpbestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners in het kader van de ruimtelijke ordening, waaronder het waterschap HDSR, de ODRU, VRU en de provincie Utrecht. De resultaten van dit vooroverleg zijn opgenomen in de Nota beantwoording vooroverleg reacties bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg die als Bijlage 16 bij deze toelichting is opgenomen.
8.2
Ontwerpfase
De formele bestemmingsplanprocedure start met de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de periode van ter inzagelegging (6 weken) kan eenieder zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan indienen. Tijdens de terinzage legging van het ontwerp bestemmingsplan zal de provincie Utrecht in samenwerking met de gemeente Zeist een informatiemoment beleggen om een toelichting te geven op dit bestemmingsplan en eventuele vragen uit de buurt te kunnen beantwoorden. Zodra eventuele zienswijzen bekend zijn, dan zal een beknopte inhoud van de zienswijzen alsmede de gevolgen van de zienswijzen voor het bestemmingsplan vermeld worden.
71
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
8.3
Vaststellingsfase
Na de ter inzagelegging neemt de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan en neemt daarbij ook een standpunt in met betrekking tot eventueel ingediende zienswijzen. Vervolgens wordt het vaststellingsbesluit en het bestemmingsplan voor zes weken ter inzage gelegd.
72