06-23RV030 Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg - Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg ontwerp
bestemmingsplan Toelichting
Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg ontwerp
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Begrenzing projectgebied Westflank vliegbasis Soesterberg 1.4 Vigerende bestemmingsplannen 1.5 Leeswijzer
7 7 8 8 11 11
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Rijksbeleid 2.3 Provinciaal beleid 2.4 Regionaal beleid 2.5 Gemeente Zeist
13 13 13 15 20 22
Hoofdstuk 3 Planproces Vliegbasis Soesterberg Westflank 3.1 Inleiding 3.2 Bescherming waardevolle bomen
35 35 35
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Bestaande situatie 4.2 Uitgangspunten bij inrichting 4.3 Toekomstige situatie 4.4 Vertaling uitgangspunten in bestemmingsplan
37 37 38 39 40
Hoofdstuk 5 Planologische en milieutechnische randvoorwaarden 5.1 Inleiding 5.2 Wet Milieubeheer 5.3 Bodem 5.4 Niet gesprongen explosieven 5.5 Externe veiligheid 5.6 Geluid 5.7 Bedrijven en milieuzonering 5.8 Verkeer en parkeren 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Natuur 5.11 Archeologie, cultuurhistorie en aardkundige waarden 5.12 Water 5.13 Kabels en leidingen
43 43 43 44 45 46 48 50 52 54 55 59 60 63
Hoofdstuk 6 Juridische toelichting 6.1 Inleiding 6.2 Inleidende regels 6.3 Bestemmingsregels 6.4 Algemene regels 6.5 Overgangs- en slotregels 6.6 De verbeelding
65 65 65 65 66 67 67
Hoofdstuk 7
De uitvoerbaarheid
69
Hoofdstuk 8
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
71
3
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
8.1 8.2 8.3
Voorbereidingsfase Ontwerpfase Vaststellingsfase
71 71 72
4
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Toelichting
5
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
6
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aanleiding voor dit bestemmingsplan is de beoogde woningbouwontwikkeling voor de locatie Dolderseweg, nabij de rotonde Dolderseweg/Hertenlaan. Ter plaatse is de bouw van maximaal vijf vrijstaande woningen voorzien. Deze ontwikkeling maakt deel uit van het programma Hart van de Heuvelrug/Vliegbasis Soesterberg. De Utrechtse Heuvelrug is Nederlands op één na grootste aaneengesloten natuurgebied. Het dreigde verregaand te versnipperen door bebouwing en wegen. De provincie Utrecht, de gemeenten Zeist en Soest en het Utrechts Landschap roepen sinds 2004 die versnippering een halt toe met het gebiedsprogramma 'Hart van de Heuvelrug'. Door de aanleg van ecoducten en de realisatie van natuur is een aaneengesloten natuurgebied ontstaan van ruim 700 ha. Door bebouwing en natuur te herschikken is er ruimte ontstaan voor wonen, werken, recreatie en zorg. Binnen dit programma worden ruim 25 projecten uitgevoerd die variëren van nieuwe natuur tot woningbouw, van ecoducten tot duurzame bedrijventerreinen. Doel is de ruimtelijke kwaliteit en de belevingswaarde van de Heuvelrug te versterken. Een groot deel van deze projecten is inmiddels gerealiseerd. Het vigerende bestemmingsplan 'Vliegbasis Soesterberg' laat de bouw van de woningen op de kavels van de westflank Soesterberg toe.
Er is echter aanleiding om de bouw- en gebruiksregelingen beter af te stemmen op de landschappelijke en natuur waarden ter plaatse. Beoogd wordt een regeling tot stand te brengen waarbij de woonfunctie 'te gast is' in het aansluitende bosgebied. Dit betekent dat het bestemmingsplan optimale bescherming moet bieden aan het aanwezige struweel en het bomenbestand en dat de overgang van woonkavels naar het aansluitende park Vliegbasis Soesterberg van een solide buffer wordt voorzien.
7
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Figuur 1: Globale ligging plangebied (Bron: GoogleMaps)
1.2
Doelstelling
Het doel van dit bestemmingsplan 'Vliegbasis Soesterberg Westflank' is om de geplande woningbouwontwikkeling te maximeren tot het aantal van vijf woningen en om de aanwezige landschappelijke en natuurwaarden adequaat te beschermen.
1.3
Begrenzing projectgebied Westflank vliegbasis Soesterberg
Het plangebied bevindt zich aan de Dolderseweg te Huis ter Heide in de gemeente Zeist. De percelen zijn direct ten westen van het voormalig militair vliegveld Soesterberg gesitueerd.
8
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Figuur 2: Huidige kadastrale verkaveling Het plangebied heeft een oppervlakte van in totaal circa 1,44 ha en omvat de volgende vier kadastrale percelen: A4575; A4577; A2875; A4643. Na herverkaveling zullen vijf kadastrale percelen ontstaan. In de huidige situatie zijn de percelen grotendeels onbebouwd en onverhard, met dien verstande dat op het perceel Dolderseweg 54 (A4577) een bestaande woning aanwezig is. De gronden zijn begroeid met bomen en struiken. In navolgende afbeeldingen is de bestaande situatie weergegeven.
9
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Figuur 3: Beoogde herverkaveling tot vijf kadastrale percelen
Figuur 4: Omgeving plangebied
10
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
1.4
Vigerende bestemmingsplannen
Bestemmingsplan 'Vliegbasis Soesterberg' Voor de kavels vigeert het bestemmingsplan 'Vliegbasis Soesterberg'. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Zeist vastgesteld op 26 juni 2012. Het plan heeft onherroepelijke status. Omdat het terrein van de voormalige vliegbasis zich uitstrekt over het grondgebied van zowel de gemeente Soest als Zeist hebben de beide gemeenteraden een gelijknamig bestemmingsplan vastgesteld, waarvan de planbegrenzingen ter hoogte van de gemeentegrenzen op elkaar aansluiten. Beide plannen tezamen voorzien in de herontwikkeling van de voormalige militaire vliegbasis Soesterberg. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden om onder andere nieuwe woningen en een Nationaal Militair Museum (welke inmiddels is gerealiseerd) te bouwen. Voorts is een deel van het plangebied omgevormd tot natuurgebied, blijft het huidige zweefvliegveld bestaan en behoudt een deel van het plangebied een militaire bestemming. In onderstaande afbeelding zijn de vigerende en omliggende bestemmingsplannen opgenomen inclusief het met rood omlijnde plangebied.
Figuur 5: Uitsnede bestemmingsplan Vliegbasis Soesterberg
1.5
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit drie delen: 1.
2.
3.
de toelichting; hierin worden de beweegredenen weergegeven die hebben geleid tot het geven van een bepaalde bestemming en/of bescherming aan een stuk grond, alsmede uitleg van de gebruikte bestemmingen, de regels; hierin wordt per bestemming een omschrijving van de functies gegeven en regels met betrekking tot het gebruik van de in dit plan begrepen gronden en de zich daarop bevindende opstallen, en de verbeelding, met daarop de bestemmingen van de betreffende gronden aangegeven.
De regels en de verbeelding zijn het jurdisch bindende deel van het bestemmingsplan.
11
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
12
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Hoofdstuk 2 2.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de belangrijkste beleidskaders voor het plangebied. Gelet op de bijzondere ligging en de aanwezige natuur- en cultuurhistorische waarden hebben zowel het Rijk, de provincie Utrecht als de gemeenten Soest en Zeist in hun beleidsstukken uitspraken gedaan over de (on)mogelijkheden van de Vliegbasis Soesterberg en omgeving. Het beleid vormt het kader van toetsing van de huidige situatie en nieuwe ontwikkelingen. Het beschreven beleidskader is daarmee een van de belangrijkste bouwstenen voor de visie op het plangebied en de opzet van de juridische regelingen.
2.2
Rijksbeleid
Het beoogde gebruik (wonen) past binnen het bestemmingsplan 'Vliegbasis Soesterberg' (onherroepelijk). Ook staat het bestemmingsplan het bouwen van vijf woningen op de percelen toe. Voor het bouwen van woningen stelt het bestemmingsplan specifieke bouwregels waaraan dient te worden voldaan. Toetsing aan de wet- en regelgeving en beleidsuitgangspunten van het Rijk is pas aan de orde zodra wordt gebouwd in afwijking van het vigerende bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de huidige wet- en regelgeving en beleidsuitgangspunten van het Rijk die van toepassing zijn op de kavels.
2.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020), geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI wordt ingegaan op urgente opgaven die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Deze opgaven omvatten onder andere klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Het uitgangspunt in de aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Nationale belangen en vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Er zijn 21 nationale belangen beschreven waarop de nationale overheid zich in de NOVI richt. Nationale belangen zijn de inhoudelijke belangen bij de fysieke leefomgeving waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarvoor het kabinet in politieke zin aanspreekbaar is. De behartiging van de nationale belangen en de realisatie van de daaruit voortvloeiende beleidsdoelen en opgaven gebeurt niet alleen door het Rijk.
Er zijn vier prioriteiten waar het Rijk op wil sturen en richting geven: Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Prioriteit 2: Duurzaam economisch groeipotentieel Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio's Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van
13
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
die van toekomstige generaties. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda vindt u onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Planspecifiek De NOVI doet geen uitspraken over dit initiatief of het plangebied. Het initiatief is daarmee in lijn met de NOVI. 2.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is eind december 2011, met uitzondering van enkele onderdelen, in werking getreden. Het Barro omvat regels die gericht zijn op bestuursorganen die belast zijn met de besluitvorming over bestemmingsplannen, provinciale inpassingplannen, beheersverordeningen, projectuitvoeringsbesluiten voor ontwikkelingsgebieden op grond van 2.1 Crisis- en herstelwet en omgevingsvergunningen waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur (NNN), de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Planspecifiek De regels in het Barro hebben vooral een conserverend/beschermend karakter. Ze zijn niet relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. De kavels maken geen deel uit van een van de bovengenoemde gebieden. Daarmee is het plan niet strijdig met het nationaal ruimtelijk belang, zoals neergelegd in het Barro. 2.2.3
Besluit ruimtelijke ordening
2.2.3.1 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, tweede lid Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder) opgenomen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik en overprogrammering dient te worden voorkomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Om gebruikers goed te kunnen ondersteunen bij de toepassing van de nieuwe Ladder heeft het Rijk een handreiking opgesteld. De handreiking opent met de vraag om welk type plan het gaat. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. In de Handreiking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat bij woningbouw in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724). Planspecifiek Het planvoornemen betreft de realisatie van vijf vrijstaande woningen. Vanwege de kleinschalige omvang van het project en het feit dat planologisch al woningbouw mogelijk is binnen het huidige bestemmingsplan kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
De duurzaamheidsladder vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
14
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
2.3
Provinciaal beleid
Het beoogde gebruik (wonen) past binnen het bestemmingsplan 'Vliegbasis Soesterberg' (onherroepelijk). Ook staat het bestemmingsplan het bouwen van vijf woningen op de percelen toe. Voor het bouwen van woningen stelt het bestemmingsplan specifieke bouwregels waaraan dient te worden voldaan. Toetsing aan de wet- en regelgeving en beleidsuitgangspunten van de provincie is pas aan de orde zodra wordt gebouwd in afwijking van het vigerende bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de huidige regelgeving en beleidsuitgangspunten van de provincie Utrecht die van toepassing zijn op de kavels. 2.3.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 is de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld. In deze Omgevingsvisie legt de provincie haar integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. De provincie wil dat de provincie Utrecht het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijft, ook in 2050. Daarbij staat zij voor een flinke uitdaging: het aantal inwoners, woningen, banen en verplaatsingen groeit fors. Het grondgebied is te klein om al deze ruimtevragers los van elkaar een plek te bieden. De grootste opgave is daarmee de vraag hoe wij de verschillende functies ruimtelijk met elkaar kunnen combineren. Ook zal het nodig zijn om prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van de gezonde en veilige leefomgeving.
In 2050 is er een inclusieve en circulaire provincie Utrecht: waarin Stad en land gezond zijn; die Klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin Duurzame energie een plek heeft; met Vitale steden en dorpen; die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een Levend landschap, erfgoed en cultuur; die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. Deze zeven thema’s vragen om een brede blik. Ze staan niet op zichzelf, maar kennen samenhang en relaties in boven- en ondergrond. Deze worden bezien vanuit het algemene belang, de integrale aanpak en de lange termijn. De zeven thema’s zorgen gezamenlijk voor integrale, toekomstgerichte oplossingen voor de opgaven waarmee de Utrechtse kwaliteiten per saldo worden behouden of versterkt. Dit bereiken we door nieuwe ontwikkelingen te combineren en te concentreren,zorgvuldig om te gaan met de schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Al deze thema’s zijn in verband te brengen met het streven naar een duurzame, circulaire en in alle opzichten gezonde en vitale provincie. Dit betekent dat herbruikbaarheid van grondstoffen en producten ontstaat en dat waardevernietiging en verlies aan biodiversiteit wordt voorkomen.
Kortom: met de ambities in deze Omgevingsvisie dragen wij bij aan het verbeteren van de brede welvaart waarbij wij onder brede welvaart zowel de kwaliteit van leven in het hier en nu verstaan, als die van latere generaties of die van mensen elders in de wereld. Planspecifiek Voorliggend initiatief draagt bij aan de ambities van de provincie Utrecht. Ter plaatse wordt gezorgd voor een klimaatbestendige en duurzaam ingerichte woninglocatie. Het initiatief sluit aan bij de provinciale omgevingsvisie en is voor het overige niet strijdig.
15
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
2.3.2
Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 is, samen met de provinciale omgevingsvisie, de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht vastgesteld. De omgevingsverordening legt de beleidsthema's zoals uitgewerkt in de provinciale omgevingsvisie vast in concrete regelgeving. Voor dit initiatief zijn de volgende artikelen uit de verordening van toepassing: Artikel 3.5 en 3.7 Het plangebied is aangemerkt als 'Kwetsbare strategische grondwatervoorraad' op basis van artikel 3.5 van de Omgevingsverordening. In artikel 3.7 van de verordening is vastgelegd dat binnen deze zone geen activiteiten toegestaan zijn en geen bestemmingen en regels bevat die een risico vormen voor de grond- en oppervlaktewaterwinning voor menselijke consumptie. Ook bevat de toelichting een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop het waterwinbelang in acht is genomen. Planspecifiek Dit initiatief voorziet niet in activiteiten die het grondwater ter plaatse kunnen vervuilen. De kwaliteit van het drinkwater komt niet in het gevaar door dit bestemmingsplan. Hoe is omgegaan met het waterbeleid ter plaatse wordt nader uitgewerkt in paragraaf 5.12. Artikel 6.2 en 6.3, 6.5, 6.6 en 10.2i Bij het opstellen van de verordening is een kleine strook van de gronden van het plangebied binnen de NNN zone geplaatst.
16
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Figuur 6: Uitsnede Kaart Natuurnetwerk Nederland Volgens de artikelen 6.2, 6.3, 6.5 en 6.6 betekent dit dat het uitgangspunt bij het opstellen van het bestemmingsplan is dat de kwaliteit en oppervlakte van het natuurnetwerk Nederland niet achteruit mogen gaan en dat de samenhang tussen de gebieden van het natuurnetwerk Nederland moet worden behouden. Er mogen geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt worden die de wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het natuurnetwerk Nederland (NNN) aantasten. Aantasting van het natuurnetwerk Nederland op grond van het eerste lid is slechts mogelijk als:. a. b.
de aantasting zo veel mogelijk wordt beperkt; en de overblijvende aantasting tijdig wordt gecompenseerd.
De motivering van een bestemmingsplan moet een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de voorwaarden is voldaan. Vooropgesteld zij, dat het NNN gebied voor de betreffende strook van het plangebied die valt binnen het NNN geen aantasting oplevert.
Figuur 7: NNN-lijn over plangebied Overgangsrecht De als NNN aangewezen gronden in dit plangebied vallen echter eerst en vooral onder de overgangsbepalingen van de Interim Omgevingsverordening. In het overgangsrecht van de Interim Omgevingsverordening is in artikel 10.2i bepaald dat de regels van deze verordening geen betrekking
17
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
hebben op bouw- en gebruiksmogelijkheden die worden geboden bij of krachtens bestemmingsplannen die voor inwerkingtreding van de Interim Omgevingsverordening ter inzage zijn gelegd. Dit wordt wel aangeduid als de zogenaamde eerbiedigende werking: bestaande, planologische mogelijkheden hoeven niet te voldoen aan de regels van deze verordening. Planspecifiek Het huidige bestemmingsplan biedt bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de als NNN aangewezen strook in het plangebied. In de onderhavige situatie is sprake van een bestemmingsplan vastgesteld en van kracht voordat de Interim Omgevingsverordening in werking trad, waarin bouw- of gebruiksmogelijkheden worden geboden. In een dergelijke situatie kunnen de geboden bouw- en gebruiksmogelijkheden op grond van het geldende bestemmingsplan volgens de overgangsrechtelijke bepaling, ondanks strijdigheid met deze verordening, van kracht blijven en deze kunnen in opvolgende bestemmingsplannen opnieuw geboden worden. In het plangebied hebben de gronden, die in de zone van het NNN komen te vallen, op basis van het vigerend bestemmingsplan Vliegbasis Soesterberg de bestemming 'Wonen'. Binnen het deel van de bestemming 'Wonen' dat thans is gelegen in het NNN, zijn de volgende bouw- en gebruiksmogelijkheden relevant die nu worden geboden: a. b. c. d. e. f. g.
er mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd (buiten het bouwvlak); de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij elke woning mag 40 m² bedragen, plus 2% van het bijbehorende bouwperceel tot een maximum van 100 m²; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag bij elke woning tot maximaal 50% van het bouwperceel bedragen; de bijbehorende bouwwerken mogen maximaal 4,5 m hoog zijn; er mogen tuinen en erven worden aangelegd; er mogen op de gronden parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen aan gelegd worden; het bouwvlak bij de bestemming Wonen valt buiten de zone van het NNN.
In het onderhavige plan zijn op de gronden gelegen binnen de zone NNN gebied twee bestemmingen aan de orde, te weten: de bestemming: 'Wonen' en de bestemming: 'Bos-tuin'. Binnen deze bestemmingen zijn de volgende bouw- en gebruiksmogelijkheden toegestaan (voorzover relevant): 'Wonen' h. i. j. k.
de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - erf' ligt binnen de NNN zone; gronden mogen worden gebruikt voor de bestemming 'wonen- erf'. op het erf mogen geen woningen worden gebouwd; bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak, dan wel binnen de zone met aanduiding 'specifieke vorm van wonen - erf' worden gebouwd (dat ligt niet binnen het NNN); l. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een woning mag , voor zover deze in de zone met aanduiding 'specifieke vorm van wonen - erf' worden gebouwd, niet meer bedragen dan 50% van de gronden die zijn aangeduid als 'specifieke vorm van wonen - erf' (niet aan de orde); m. de bouwhoogte mag niet meer dan 4,5 m bedragen (niet aan de orde); n. het bouwvlak voor woningen valt buiten de zone van het NNN. 'Bos-tuin' Binnen deze bestemmingen zijn de volgende functies toegelaten: a. b. c.
bos/tuin in gebruik als siertuin met behoud van het boskarakter; instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden en de functie van deze gronden voor de aanwezige flora en fauna; instandhouding en ontwikkeling van aldaar voorkomende watergangen, sloten en andere waterpartijen;
18
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
d. e.
opritten, paden en overige tuinverhardingen, met dien verstande dat de opritten maximaal 3 m breed mogen zijn en toekomstwaardige, te behouden bomen beschermd worden; ter plaatste van de aanduiding 'overige zone - overgangszone natuur', een natuurlijke overgang van het bos-tuingebied naar het natuurgebied, met dien verstande dat op de als zodanig aangewezen gronden siertuinen, opritten en overige tuinverhardingen niet zijn toegestaan;
Meer uitleg over de gekozen juridische regeling is te vinden in paragraaf 6.3. De regels in het voorliggende bestemmingsplan zijn een continuering van het toegestane gebruik en de bouwmogelijkheden op grond van het huidige bestemmingsplan zij het in beperktere mate. Aan de orde is de continuering van de bestemming wonen (voor een beperkter deel op de verbeelding). Het gebruik 'wonen' was toegestaan en wordt gecontinueerd. De bouwmogelijkheden worden ingeperkt. Op grond van het geldende bestemmingsplan geldt de bestemming 'Wonen' waarbij een nadere functieaanduiding erf niet toegekend is. Op grond van het ontwerp-bestemmingsplan wordt binnen de bestemming 'Wonen' een nadere functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen – erf' toegekend. Aangezien de 'bouw- en gebruiksmogelijkheden' binnen deze functieaanduiding beperkter zijn dan binnen de bestemming 'Wonen' op grond van het geldende bestemmingsplan kan dit onder de overgangsbepaling van artikel 10.2i Interim omgevingsverordening worden geschaard. De (hoofd)bestemming wijzigt niet ten opzichte van het geldende bestemmingsplan en daarmee wijzigen ook de gebruiks- en bouwmogelijkheden niet in negatieve zin. Deze mogelijkheden worden enkel en alleen ingeperkt. Dat is dus uitdrukkelijk geen nieuwe bouw- of gebruiksmogelijkheid.
Een deel van de in het voorafgaand aan de Interim Omgevingsverordening reeds geldende bestemmingsplan toegekende bestemming 'Wonen' wordt gewijzigd in de bestemming bos-tuin van dit bestemmingsplan. De bestemming 'Bos-tuin' ligt op een bestemmingsvlak dat eerder bestemd was voor 'wonen'. Binnen de bestemming 'Wonen' is een tuin mogelijk, in zoverre is de bestemming 'Bos-tuin' eveneens een inperking van de bestemming in het geldende bestemmingsplan 'Wonen'. De nieuwe regeling levert een op zijn minst vergelijkbare en op sommige vlakken zelfs een inperking van de huidige gebruiks- en bouwmogelijkheden. Ook betreft het een verdergaande bescherming van de aanwezige natuurwaarden in het gebied ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Conclusie Op basis hiervan kan het bestemmingsvlak gelegen binnen het NNN op grond van het overgangsrecht, te weten artikel 10.2i van de Interim omgevingsverordening, toegestaan worden en zijn de vereisten van artikelen 6.2, 6.3, 6.5 en 6.6 verder niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. De strook NNN, die binnen het plangebied ligt en onder het overgangsrecht valt, behoeft niet positief bestemd te worden en wordt ook niet opgenomen op de verbeelding. Artikel 7.5 en 7.7 Het plangebied is aangemerkt als Instandhouding en versterking militair erfgoed. In artikel 7.5 is dit vastgelegd.
In artikel 7.7 zijn voorwaarden opgenomen waaraan bestemmingsplan moet voldoen wat zich in dit gebied bevindt. Deze zij opgenomen onder lid 3 en luiden als volgt: De motivering van een bestemmingsplan bevat: a. b.
een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden; en een beschrijving en motivering van de wijze waarop rekening is gehouden met deze waarden.
Planspecifiek Hoe met deze voorwaarden rekening is gehouden wordt uitgewerkt in paragraaf 4.2, 4.3 en 5.11. Artikel 9.2 Het plangebied is aangemerkt als landelijk gebied. In dit gebied kunnen in eerste instantie geen bestemmingsplannen worden opgesteld die regels bevatten voor verstedelijking.
19
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Ter plaatse van het plangebied zijn in de huidige situatie al woningen toegestaan. Dit bestemmingsplan voorziet enkel in een duidelijkere vastlegging van de regels ter plaatse. Ter plaatse van het plangebied zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan reeds woningen toegestaan. Deze woningen zijn tot vandaag nog niet gebouwd. Het bestemmingsplan maakt in die zin geen nieuwe verstedelijking in het buitengebied mogelijk. Planspecifiek Het initiatief is in overeenstemming met dit artikel. 2.3.3
Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021. (BWM-plan)
Het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (BWM-plan) legt het beleid op basis van de provinciale wettelijke taken voor bodem, water en milieu vast voor de periode 2016-2021. Het BWM-plan richt zich op vier belangrijke maatschappelijke opgaven: waterveiligheid en wateroverlast, schoon en voldoende oppervlaktewater, ondergrond en leefkwaliteit stedelijk gebied. Vanaf 2016 is al het bodem-, water en milieubeleid in één integraal plan opgenomen. De opgaven vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van dit plan. Voor de kavels zijn de volgende provinciale belangen uit het BWM-plan van belang: Ontwikkelen van een robuust en duurzaam bodem- en watersysteem en een waterveilige provincie. Behoud van de strategische watervoorraden. Ruimte voor duurzame energiebronnen. Behouden en versterken van de kwaliteit van de cultuurhistorische hoofdstructuur. Een duurzame leefomgeving. Behouden en ontwikkelen van een vitaal en samenhangend stelsel van natuurgebieden. Planspecifiek Het planvoornemen is niet in strijd met het beleid beschreven in het BWM-plan.
2.4
Regionaal beleid
2.4.1
Hart van de Heuvelrug
In 2004 is de samenwerking gestart tussen 17 verschillende partijen (o.a. Stichting Het Utrechts Landschap, Provincie Utrecht en gemeente Zeist) om verschillende projecten uit te voeren op de Utrechtse Heuvelrug om de natuur te versterken. Het doel hiervan is om zo groot mogelijk aaneengesloten natuurgebieden te realiseren. Onder meer door de doorsnijding van de A27 en A28 en de aanwezigheid van (voormalige) defensieterreinen en de verschillende zorginstellingen liggen de natuurgebieden versnipperd. Stichting Het Utrechts Landschap, één van de grootste grondbezitters in het Heuvelruggebied, voorziet in een forse natuurontwikkeling door het uitruilen van rood tegen groen en omgekeerd. Bijvoorbeeld door bepaalde zorgcomplexen en defensieterreinen in de regio te saneren, groene verbindingszones te creëren en daarmee de natuurgebieden tussen de verschillende gemeenten met elkaar te verbinden. Door deze projecten in samenhang uit te voeren ontstaan voordelen om grootschalige verbeteringen toe te passen aan de Utrechtse Heuvelrug. Op deze manier kunnen natuurcompensatieverplichtingen in een groter kader worden geplaatst en is de financiering van natuurontwikkelingsprojecten gekoppeld aan de projecten die geld opleveren (o.a. door woningbouw). Op onderstaande kaart is te zien waar deze projecten liggen.
20
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Figuur 8: Kaart Hart van de Heuvelrug Planspecifiek Dit initiatief is opgenomen in de visie 'Hart van de Heuvelrug'. Binnen de vsie is het plangebied aangemerkt met het label Kavels Westflank. Deze vijf kavels Westflank liggen aan de Dolderseweg in Huis ter Heide, gemeente Zeist. Op elke kavel mag een vrijstaande woning worden gebouwd. De vijf bouwtitels zijn reeds mogelijk gemaakt op basis van het vigerende bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan voorziet in een specifiekere uitwerking van het plan. Het initiatief past binnen de visie Hart van de Heuvelrug.
2.4.2
Utrecht Nabij
Rijk, provincie Utrecht en gemeenten in de regio Utrecht hebben gezamenlijk de visie Utrecht Nabij opgesteld. In de visie staat hoe de regio Utrecht de groei met 104.000 tot 125.000 nieuwe woningen en de opvang van ruim 80.000 nieuwe banen in de komende twee decennia opvangt en bereikbaar blijft. Planspecifiek Dit initiatief voorziet in de realisatie van vijf woningen. Deze woningen passen binnen de woningaantallen van 125.000 woningen die in de visie zijn weergegeven. Het initiatief is in lijn met de visie Utrecht Nabij. 2.4.3
Programma Klimaatadaptatie 2020-2023
In het Programma Klimaatadaptatie 2020-2023 'Op weg naar een klimaatbestendig Utrecht' (PDF) schetst de provincie Utrecht de aanpak voor de komende jaren, op weg naar een klimaatbestendige en waterveilige provincie in 2050. Klimaatadaptatie geeft richting aan al het beleid van de provincie. De maatregelen om de provincie klimaatbestendiger te maken, bieden ook kansen om andere doelen te realiseren voor een gezonde en vitale regio. De doelen van het Programma Klimaatadaptatie 2020-2023 zijn: 1. 2. 3.
Bewustwording en gedragsverandering stimuleren; Klimaatadaptatie in de praktijk brengen met concrete maatregelen, pilots, voorbeeldprojecten en innovaties, zowel binnen de provincie als regio-overstijgend; Klimaatadaptatie verankeren in ons provinciaal beleid en in onze regels, programma’s en uitvoering;
21
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
4. 5.
Participeren in de ontwikkeling van regionale klimaatadaptatiestrategieën en in activiteiten voor klimaatadaptatie in de werkregio’s; Kennis ontwikkelen en monitoring: kennis verzamelen, benutten en delen op het gebied van klimaateffecten en klimaatadaptatiemaatregelen.
Belangrijke onderwerpen in het Programma Klimaatadaptatie zijn: Toekomstbestendig bouwen; Adaptief landelijk gebied; Klimaatrobuust wegen- en OV-netwerk; Veilige en vitale netwerken en nutsfuncties; Innovatie en kennis: de regio Utrecht als kennishub voor 'gezonde leefomgeving' (met universiteit, onderzoek en bedrijfsleven). Planspecifiek Het initiatief voorziet in de realisatie van vijf woningen. De woningen worden op een toekomstbestendige manier gebouwd en er wordt voorzien in een klimaatadaptieve leefomgeving ter plaatse. Het initiatief is in lijn met het beleid.
2.5
Gemeente Zeist
Het beoogde gebruik (wonen) past binnen het bestemmingsplan 'Vliegbasis Soesterberg' (onherroepelijk). Ook staat het bestemmingsplan het bouwen van vijf woningen op de percelen toe. Voor het bouwen van woningen stelt het bestemmingsplan specifieke bouwregels waaraan dient te worden voldaan. Toetsing aan de regels en het beleid van de gemeente is pas aan de orde zodra wordt gebouwd in afwijking van het vigerende bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de huidige gemeentelijke regels en beleidsuitgangspunten van de gemeente die van toepassing zijn op de kavels. 2.5.1
Structuurvisie Zeist 2020
Op 1 maart 2011 heeft de gemeenteraad van Zeist de 'Structuurvisie Zeist 2020' vastgesteld. Deze structuurvisie bouwt voort op het eerder ontwikkelde Ontwikkelingsperspectief 2030. In dit perspectief werden vier kernwaarden geformuleerd: natuur en landschap, cultuurhistorie, duurzaam en zorgzaam en de kwaliteit van vijf kernen met een eigen identiteit. Deze kernwaarden zijn nu vertaald naar tien hoofdkeuzes. Deze keuzes geven een beeld van het toekomstig wonen, werken, sporten, zorgen, uitgaan en recreëren. De keuzes dragen zorg voor een duurzaam en zorgzaam Zeist waar groen en cultuurhistorie een prominente rol spelen en waar kwaliteit altijd centraal staat. Voor Den Dolder heeft de gemeente als doel om de relatie tussen het noordelijk en zuidelijk deel van Den Dolder (noord-zuidverbinding) te versterken. Dat geldt ook voor de relatie van Den Dolder met de groene omgeving. De aanwezige cultuurhistorische elementen maakt de gemeente beter zichtbaar. De gemeente kiest ervoor bij nieuwbouw aan te sluiten bij de kwaliteiten van de omgeving. Dat houdt dus maatwerk in. Het aantal woningen volgt op de keuze voor kwaliteit. Kwaliteit wordt ontleend aan de kernwaarden: natuur en landschap, cultuurhistorie, duurzaamheid en zorgzaamheid en identiteit van de kernen. Bij nieuwbouw of transformatie zijn ruimtelijke kwaliteitscriteria en maatwerk het belangrijkst.
Uitruil van rood en groen is daarbij een optie, als het de woningproblematiek helpt oplossen en de kwaliteit van natuur en landschap versterkt. Kwaliteit is ook het zorgen voor de woonbehoefte van alle inwoners. Het creëren van ruimte voor senioren, voor starters en voor middeninkomens is daarbij van groot belang. Er wordt niet gebouwd in het buitengebied. Buiten de rode contour zijn vijf gebieden aangewezen waar een uitzondering daarop geldt, te weten zone Arnhemse Bovenweg, stationsgebied Driebergen-Zeist, de zone A28, Den Dolder en Austerlitz. In de genoemde vijf gebieden kan uitruil tussen rood en groen plaatsvinden waarbij het uitgangspunt is dat het groen verbetert.
22
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Planspecifiek Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de structuurvisiekaart. Ter plaatse van het plangebied liggen de zones 'bebouwing in groene setting' en 'bosgebied'.
Figuur 9: Structuurvisiekaart streefbeeld 2020 (plangebied is weergegeven met een rood kader)
23
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
2.5.2
Propositie van Zeist
Op 6 oktober 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met de 'Propositie voor Zeist'. Deze Propositie geeft de ambities en de onderzoeksrichting aan wáár en hóé Zeist belangrijke maatschappelijke opgaven een plek kan geven. Zoals bijvoorbeeld de realisatie van voldoende betaalbare woningen. De uitwerking van de onderzoeksrichtingen uit de Propositie vormt het startpunt voor het in nauwe betrokkenheid van de samenleving opstellen van een nieuwe Omgevingsvisie voor Zeist. Het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie is inmiddels vastgesteld. Het is de bedoeling de Omgevingsvisie begin 2023 vast te stellen. Dan vervangt deze ook de Structuurvisie Zeist 2020. In de Propositie worden zes waarden onderscheiden die Zeist uniek maken. De opgaven staan beschreven als ontwikkelkansen en geven een idee naar welke oplossingen de gemeente zoekt: woningbouw, mobiliteit, natuur en biodiversiteit, duurzaamheid en andere opgaven. Ten slotte formuleert de Propositie negen onderzoeksrichtingen. Dit zijn plekken waar en manieren waarop nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Deze moeten nog verder worden uitgewerkt. Planspecifiek De ontwikkeling van de kavels Westflank overeenkomstig de Gebiedsvisie maakt als project onderdeel uit van de Propositie. 2.5.3
Woonvisie Zeist 2021 - 2025
In 2021 is de nieuwe Woonvisie 2021 - 2025 vastgesteld door de gemeenteraad van Zeist. Deze woonvisie is een actualisatie van de eerdere woonvisie uit 2016. Uit afgelopen jaren is gebleken dat ontwikkelingen in de woningmarkt elkaar snel opvolgen. De gemeente zet in de Woonvisie in op onder andere nieuwbouw en differentiatie om te voorzien in een concrete behoefte aan woningen. Belangrijk onderdeel is zorgvuldig ruimtegebruik. Er wordt grote waarde gehecht aan het groene karakter van Zeist. Dat en de andere ruimtelijke opgaven in Zeist maken locaties voor woningbouw schaars. Daarom is het belangrijk dat de locaties die er zijn, binnen ruimtelijke en stedenbouwkundige kaders, zorgvuldig worden benut. Zorgvuldig betekent hierbij dat gezocht wordt naar een optimale balans tussen aantallen woningen, inspelen op woonbehoeften, kenmerken van de omgeving, ruimtelijke kwaliteit, cultuur historische waarde en het behoud en/of versterken van het groen. Planspecifiek Voor het woningbouwprogramma die op de kavels westflank worden gerealiseerd is de basis gelegd in de Samenwerkingsovereenkomst Programma Vliegbasis Soesterberg tussen de Gemeente Zeist, de Provincie Utrecht en de gemeente Soest uit 2015 (hierna: SOK 2015). Hierin zijn afspraken gemaakt over de uit te voeren projecten waaronder ook de kavels Westflank.
Hierin is opgenomen dat voor deze kavels maximaal 8 woningen kunnen worden gerealiseerd. Dit is in het kader van het bestemmingsplan uit 2012 (onherroepelijk in 2013) ook mogelijk (nb. er kunnen zelf conform bestemmingsplan nog meer woningen worden gerealiseerd). Met het terugbrengen van de bouwmogelijkheden in deze herziening van het bestemmingsplan naar maximaal 5 woningen wordt voldaan aan de afspraken in de SOK 2015. Deze kunnen afwijken van de huidige woonvisie, echter betreft het hier een afspraak die is gemaakt van voordat de woonvisie van kracht is geworden. Daarbij bestaat het volledige pakket van afspraken tussen de gemeente Zeist, Soest en de provincie Utrecht (incl de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst Hart van de Heuvelrug uit 2015) uit een evenwichtig woningbouwprogramma. Los daarvan is het in dit bestemmingsplan vast te stellen aantal woningen en de ruimtelijke inkadering voor deze plek - ruimtelijk gezien - een juiste oplossing.
24
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
2.5.4
Groenstructuurplan
Het groenstructuurplan 'Groen (voor) Zeist' (mei 2011) schetst de hoofdlijnen van het beleid voor het openbaar groen binnen de bebouwde kom van de kernen van Zeist. Het is een kader voor beheer en onderhoud van het groen en het levert input vanuit het groen bij ruimtelijke of andere ontwikkelingen. Het is één van de toetsingskaders bij afwegingen tussen verschillende belangen. Daarbij zet de gemeente in op het veiligstellen, koesteren en versterken van het groene karakter van Zeist, dat bestaat uit een rijkdom van samenstellende, kenmerkende groene structuren. Daarbij worden 5 structuurkenmerken (S) en 5 thema's (T) onderscheiden, elk met een eigen beleidsdoel, te weten: S1 Landschappelijke structuur en Ecologische Hoofdstructuur Zeist (EHZ) Het herkenbaar houden van de verschillende landschapstypen, doorlopen tot in de directe woonomgeving van mensen, als drager van de EHZ, ook op privéterreinen. S2 Het groene cultuurhistorische raamwerk Het koesteren, zichtbaar houden en versterken van de groene samenhang binnen het cultuurhistorisch raamwerk als geheel, inclusief laanpatronen en lopen van oude waterwegen S3 Het netwerk van lanen en wegen Inzetten op het netwerk van lanen (en wegen) als dragers van de groenstructuur en als beeldkenmerk van Zeist.
(!) S4 Parken en plantsoenen Parken en plantsoenen moeten qua geschiedenis, beeld en gebruikswaarde de aandacht krijgen die ze verdienen. S5 De collage van kenmerkende groene karakters van de buurten van Zeist Deze collage moet worden gekoesterd, zichtbaar worden gehouden en versterkt, waarbij de vervlechting met de stedenbouwkundige karakteristieken en de rest van de groenstructuur kenmerkend is (en blijft). T1 Bomen Inzetten op bomen als belangrijkste beeldkenmerk van de Zeister groenstructuur. (!) T2 Recreatief medegebruik Optimaal ruimte bieden voor recreatief medegebruik van het groen in de woonomgeving, in een grote verscheidenheid aan gebruiksmogelijkheden. T3 Natuurwaarden Bij voldoende ruimte, natuurontwikkeling en –beleving bevorderen in de woonomgeving van mensen, waarbij acceptatie van de verschijningsvorm een belangrijke rol speelt. (!) T4 Tuinen De tuinen van de inwoners van Zeist als thema in beeld brengen en ervoor zorgen dat met ter beschikking staande middelen het belang ervan voor de Zeister groenstructuur wordt uitgedragen. (!) T5 Buurt- en wijkinitiatieven Buurt- en wijkinitiatieven toetsen aan bovenstaande beleidsuitgangspunten.
25
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Figuur 10: Uitsnedes Groenstructuurkaart Zeist Planspecifiek Uit de gemeentelijke groenstructuurkaart (zie figuur 10) en het beeldkenmerk van Zeist. Aangezien het plangebied door de vele aanwezige bomen een boskarakter heeft, zijn er aanknopingspunten voor de versterking van het groene karakter en de ruimtelijke kwaliteit (thema's T1, T3 en T4). 2.5.5
Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan GVVP 2014-2023)
Het gemeentelijk verkeer- en vervoerplan (GVVP) is een strategisch beleidskader op het gebied van mobiliteit, verkeer en vervoer. In het GVVP zijn doelstellingen en beleidskaders opgenomen voor het autoverkeer, de fiets, openbaar vervoer, verkeersveiligheid, flankerend beleid en milieu en is de toekomstige hoofdverkeersstructuur voor Zeist vastgelegd. Met het vaststellen van deze structuur is primair beoogd een oplossing te bieden voor verkeersproblemen. De visie en doelen van het GVVP zijn voor een belangrijk deel gericht op duurzaamheid. Duurzaam vanuit het oogpunt van natuur, milieu, ruimtebeslag en veiligheid, Duurzaam Veilig. Planspecifiek De 5 kavels in het plangebied worden ontsloten via de bestaande in- en uitrit van de parallelweg Dolderseweg en de Hertenlaan op de provinciale Nieuwe Dolderseweg. 2.5.6
Parkeerbeleidsnota Zeist
Voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen binnen nieuwbouwplannen geldt de 'Parkeerbeleidsnota Zeist' uit 2004. Hierin zijn parkeernormen opgenomen, die gebaseerd zijn op parkeerkencijfers van het CROW. De parkeernormen gelden voor nieuwbouw-, uit- en inbreidingsprojecten, alsmede functieveranderingen. Bij nieuwbouwprojecten dient er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein gerealiseerd te worden,
26
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
voor zowel bewoners als bezoekers. In onderstaande tabel zijn de parkeernormen opgenomen.
Tabel: Parkeernormen Planspecifiek De betreffende kavels zijn gelegen in het 'restgebied' van de gemeente Zeist. Voor woningen geldt hier een gemiddelde parkeernorm van 2, 1 parkeerplaats per woning. Bij vijf woningen betekent dit circa 11 parkeerplaatsen. 2.5.7
Archeologische beleidsadvieskaart Zeist
De gemeente Zeist heeft in 2008 een eigen archeologische beleidskaart laten opstellen. De kaart wordt op dit moment geactualiseerd. Op de kaart staan archeologische monumenten en verwachtingszones aangegeven waaraan oppervlaktes en diepteondergrenzen zijn gekoppeld. Indien een plangebied groter is dan de gestelde ondergrens dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Planspecifiek Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de archeologische verwachtingskaart weergeven. Het plangebied is rood omlijnd.
27
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Figuur 11: Uitsnede Archeologische beleidsadvieskaart Zeist De gronden in het plangebied hebben een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Op basis van de archeologische beleidsadvieskaart geldt voor plangebieden groter dan 1.000 m2 en/of gelegen binnen een straal van 50 m van AMK terrein dat er geen bodemingrepen dieper dan 30 cm beneden maaiveld mogen worden verricht. Indien niet aan deze voorwaarde wordt voldaan moet bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening vroegtijdig archeologische onderzoek worden uitgevoerd en moet naar inpassing van terreinen met archeologische waarden worden gestreefd. In 2007 heeft BAAC een gedetailleerd bureauonderzoek verricht voor het plangebied Vliegbasis Soesterberg, dat is verschenen als het rapport met kaart dd. 18-01-2008. Op basis daarvan kon geconcludeerd worden dat de nu geplande woonkavels Dolderseweg 50-56 in het westen van dat plangebied op landschappelijke gronden en vanwege een grote kans op verstoringen door bombardementen in WO-II een lage verwachting hebben. Dit archeologische onderzoek is daarna meegenomen in het inmiddels vastgestelde bestemmingsplan, dat voor de kavels geen dubbelbestemming archeologie aangeeft. Juridisch gezien bestaat er dus nu geen aanleiding meer om aanvullend archeologisch onderzoek te gaan doen: er ligt immers al een gedetailleerd bureauonderzoek met een specifieke (lage) verwachting.
28
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
2.5.8
Erfgoedverordening Zeist 2010
Het cultuurhistorisch beleid van de gemeente Zeist is vastgelegd in de 'Erfgoedverordening Zeist 2010'. Het betreft in dit kader de bescherming van de gemeentelijke monumenten (als gebouw) en archeologische terreinen. Planspecifiek Op de kavels zijn geen gemeentelijke monumenten aanwezig. 2.5.9
Brede milieuvisie Zeist
Op 4 oktober 2016 heeft de gemeenteraad de Brede Milieuvisie Zeist vastgesteld. Deze visie heeft tot doel om te zorgen dat inwoners, organisaties, bedrijven en gemeente samen dagelijks werken aan een beter milieu en een betere leefomgeving in Zeist. Door het verbeteren van de staat van de leefomgeving (milieu) ontstaat er een toekomstbestendige balans tussen mens, natuur en omgeving (duurzaamheid). In de visie staan vier pijlers centraal: 1. 2. 3. 4.
Klimaat en energie: we gaan op weg naar een klimaatneutraal Zeist in 2030; Circulaire economie: we handelen vanuit kringlopen en hergebruik, delen en gebruiken in plaats vanuit bezit; Levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie: we zorgen voor een met groen dooraderd Zeist; Gezonde leefomgeving en kwaliteit van leven: we zetten ons in voor een goede lucht- en waterkwaliteit, minder geluidshinder en een duurzame voedselvoorziening.
Bij de vaststelling van de Brede Milieuvisie is door de gemeenteraad van Zeist de ambitie vastgelegd van een energieneutrale gemeente per 2030. Wanneer het de gebouwde omgeving en nieuwe ontwikkelingen betreft wordt onder andere ingezet op energiereductie door het treffen van maatregelen aan de zogenaamde 'energie-infrastructuur'. Het betreft maatregelen zoals het verbeteren van isolatie en het elektrisch koken in plaats van op gas. Op 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie (Wet VET) in werking getreden. Met de komst van de Wet VET vervalt de gasaansluitplicht voor nieuwbouwwoningen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen vormt daarnaast de “ladder voor duurzame verstedelijking” het uitgangspunt, zodat ongewenste aantasting van bijzondere kwaliteiten van natuur, landschap en cultuurhistorie voorkomen worden. Ruimtelijke plannen worden daarnaast “natuur- (of groen-)inclusief” ontworpen door de aanwezige groene waarden en de omgevingscontext eerst in kaart te brengen en te waarderen. Planspecifiek Het voorliggend ntitiatief heeft in het ontwerp de uitgangspunten uit de Brede Milieuvisie verwerkt. Voor de uitwerking van de duuzaamheideisen wordt verwezen naar paragraaf 2.5.11 Duurzaamheid .
29
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
2.5.10
Klimaatbestendig Zeist
Klimaatadaptatie is een opgave op zich, maar staat niet op zichzelf. In de beleidsnota 'Klimaatbestendig Zeist, 21 januari 2021' worden verbindingen gemaakt met andere opgaven zoals de energietransitie, de woningbouwopgave, beheer openbare ruimte, etc. Aanpassen aan het klimaat (adaptatie) is één kant van de medaille. De klimaatverandering beperken (mitigatie) staat op de andere kant. Zowel het ‘Nationale Programma Regionale Energie Strategieën’ als het ‘Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie’ stellen dat het belangrijk is deze koppeling te maken. Zowel klimaatadaptatie als de energietransitie (mitigatie) vragen om investeringen in de openbare ruimte. Om richting te geven aan deze opgave is een visie klimaatadaptatie opgesteld. De vragen: ‘Hoe bereiden we Zeist voor op het veranderende klimaat?’ en: ‘Hoe houden we onze leefomgeving gezond?’ worden in dit document beantwoord. Omschreven wordt welke concrete doelen daarbij worden nagestreefd en hoe dat te bereiken. De visie is een bouwsteen voor de ‘Omgevingsvisie’ en het ‘Meerjaren onderhoudsplan Beheer Openbare Ruimte’. Daarnaast is het een belangrijk thema in het nieuwe ‘Verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan 2022 – 2026’. Planspecifiek Het initiatief houdt rekening met de speerpunten uit het klimaatbeleid. Ter plaatse van het initiatief worden maatregelen toegepast om water zoveel mogelijk vast te houden en lokaal te gebruiken.
2.5.11
Duurzaamheid
Het meenemen van duurzaamheid in nieuwbouwprojecten wordt door steeds meer partijen belangrijk gevonden. Het integreren van duurzaamheid in nieuwbouwprojecten biedt kansen in iedere fase van een project. Zo kan met een slimme ruimtelijke planning het energieverbruik van gebouwen teruggedrongen worden, bijvoorbeeld door zongericht verkavelen. In het ontwerp van een gebouw kan bijvoorbeeld door de juiste materiaalkeuze de impact op milieu verlaagd worden, door bijvoorbeeld het vermijden van uitlogende materialen als zink of door het gebruik van gerecyclede materialen. Het gebruik van natuurvriendelijke materialen binnenshuis kan het binnenklimaat verbeteren. Dit resulteert in een gezonde en toekomst bestendige leefomgeving, met onder andere een hogere kwaliteit en comfort, alsook lagere vaste (energie)lasten. Nationale wetgeving Het nationaal duurzaamheidbeleid voor nieuwbouwprojecten richt zich voornamelijk op zuinig gebruik van fossiele energie en de inzet van hernieuwbare energiebronnen. Hiermee kan de CO2 -uitstoot en daarmee klimaatverandering beperkt worden. In dit kader zijn er in het Bouwbesluit eisen gesteld aan nieuwe gebouwen. Belangrijk daarbij is de gewijzigde Gaswet per 1 juli 2018. Op grond daarvan krijgen nieuwe gebouwen kleinverbruikers (zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen) geen gasaansluiting meer.
Tevens geldt dat per 1 januari 2021 nieuwbouwwoningen, waar een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, bijna energieneutraal moeten zijn. Deze woningen moeten dan voldoen aan de BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw). Deze eisen komen in de plaats van de voorheen geldende EPC-normen (EPC stond voor Energie Prestatie Coëfficiënt). De geldende indicatoren zijn geïnspireerd op de Trias Energetica: eerst de energievraag beperken, dan energie uit hernieuwbare bronnen gebruiken en voor het restant eindige energiebronnen efficiënt benutten. Provinciaal beleid Het provinciaal beleid voor dit aspect is vastgelegd in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht. In dit beleid wordt ingegaan op ruimtelijke maatregelen inzake de klimaatverandering en anderzijds energiebesparing door het gebruik van duurzame energiebronnen te stimuleren. Het beleid is gericht op het stimuleren hiervan bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ingezet wordt op het ruimtelijk mogelijk maken van opwekking en distributie van duurzame energie. Daarnaast geldt de provinciale ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Hierbij gaat het om zowel CO2-reductie alsook het onafhankelijk zijn van de beperkt beschikbare fossiele brandstoffen. Bij
30
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
gebiedsontwikkelingen wordt daarom gestreefd naar zelfvoorzienendheid voor energie. Om deze reden geldt bij verstedelijking, renovatie, herstructurering, transformatie en uitbreiding de voorwaarde dat omschreven wordt op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en de inzet van duurzame energie. Gemeentelijk beleid Het college van burgemeester en wethouders van Zeist heeft in februari 2022 nieuw beleid omtrent duurzaam bouwen vastgesteld. Met de notitie “Zeist bouwt duurzaam” is het beleid uit 2017 en 2019 geactualiseerd en aangescherpt. De ambitie is nog steeds om in 2050 een energie neutrale gemeente te zijn, met als tussendoel de realisatie van 30% van de opgave in besparing en duurzame opwek in 2030. De gemeente wil dat bereiken door onder meer aan gebouweigenaren, bouwers en ontwikkelaars een extra bijdrage te vragen bij nieuwbouwprojecten en ingrijpende renovaties. Hen wordt gevraagd rekening te houden met hergebruik van materialen, natuur en milieu, hittestress, energieverbruik en periodes van droogte en wateroverlast. In dit kader zijn voor alle nieuwbouwprojecten in Zeist eisen én ambities geformuleerd. Ze gelden zowel voor woningen als voor andere gebouwen. Ook is een deel van de eisen en ambities nu gericht op ingrijpende renovaties.
De eisen en ambities uit het gemeentelijk beleid voor duurzaam bouwen worden hieronder per thema puntsgewijs weergegeven.
31
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
Figuur 12: Eisen en ambities duurzaam bouwen Van de eisen uit dit Duurzaam Bouwen beleid, kan worden afgeweken indien onderbouwd inzichtelijk wordt gemaakt dat het niet haalbaar is. Hiervoor kunnen technische en/of financiële redenen worden aangedragen. Bij financiële redenen wordt uitgegaan dat alle maatregelen met een eenvoudige terugverdientijd van 15 jaar (woningen) of korter worden meegenomen. Juist bij nieuwbouw en renovaties zijn veel maatregelen kosteneffectief te nemen. In de nota 'Klimaatbestendig Zeist' is bovendien een route uitgezet naar een klimaatbestendige gemeente in 2050. Voor nieuwbouw en herinrichtingsprojecten zijn in de bijlagen bij de nota concrete doelen en ambities uitgewerkt ten aanzien van wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid. Planspecifiek De initiatiefnemer van de herziening van het bestemmingsplan Kavels Westflank is de Provincie Utrecht. De Provincie heeft samen met de gemeente Zeist de lat voor duurzaamheidsambities voor de bebouwde omgeving hoog gelegd. Eind september 2021 een convenant duurzame Woningbouw ondertekend tussen de Provincie, de gemeente Zeist in combinatie met enkele honderden andere organisaties waaronder overheden en marktpartijen. In het convenant worden zes thema's behandeld en worden 3 ambitieniveau's beschreven (brons, zilver en goud). De thema's zijn: 1.
Natuurinclusief
2.
Gezondheid
3.
Klimaatadaptatie
4.
Circulair
5.
Energie
6.
Mobiliteit
In lijn met het convenant wordt voor de volledige woningbouwprojectenportefeuille van de Provincie (Woonwijk Vliegbasis Soesterberg, Sortie 16 en de kavels Westflank) gekeken naar hoe we dit convenant kunnen vertalen naar praktische ambities om zodoende het streven van de provincie en de gemeente (Zilver en goud) bij elkaar te brengen. Hier zullen begin 2023 nadere afspraken over worden vastgesteld in de stuurgroep Hart van de Heuvelrug / Vliegbasis Soesterberg die als kader gelden voor de verdere ontwikkeling. 2.5.12
Bomenverordening 2016
Bomen vormen het groene hart van de gemeente Zeist. Om het bomenbestand te beschermen en tegelijkertijd de ambtelijke werkzaamheden rond kapvergunningen flink te verminderen heeft de gemeente een nieuwe bomenverordening opgesteld. Particulieren hoeven niet langer voor elke boom een kapvergunning aan te vragen. Ook hoeven zij alleen nog in uitzonderlijke gevallen een nieuwe boom te planten. Onderdeel van die regels is de Groene Kaart. Die laat zien waar in de gemeente Zeist particulieren wel of niet een kapvergunning hoeven aan te vragen. Binnen de groene gebieden is meestal wel zo'n vergunning nodig. Uitzonderingen daarop (en dus vergunningsvrij) zijn dode bomen, bomen die op 1,30 m hoogte een omtrek hebben van minder dan 80 cm, berken en wilgen en populieren (tenzij geknot). Voor particuliere bomen in de witte delen van de kaart is nooit een vergunning nodig. De gemeente zal alleen nog in bijzondere gevallen inwoners verplichten om een nieuwe boom te planten. De gemeente is en blijft verantwoordelijk voor de bomen in de openbare ruimte. Zij hoeft geen kapvergunning voor gemeentelijke bomen aan te vragen als de kap voortvloeit uit het Lange Termijn Bomenbeheerplan dat deze zomer is vastgesteld. Planspecifiek Belangrijkste uitgangspunt voor de ontwikkeling van het plangebied, dat na uitgebreid vooroverleg en
32
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
participatie met omwonenden naar voren is gekomen, is behoud van zoveel mogelijk bomen op de kavels. Bij het realiseren van de woningen dienen de bestaande bomen zoveel mogelijk duurzaam te worden in gepast binnen de nieuwe verkaveling en bebouwing. Om een beter beeld te krijgen wat de status van het aanwezige bomen bestand is, is er een Boomeffectanalyse uitgevoerd (Bijlage 1). In het kader van dit plan is een boomanalyse uitgevoerd naar en is onderzocht . Het doel van deze analyse is het inzichtelijk maken van de kwaliteit van het huidige bomenbestand in het plangebied en te bepalen hoeveel bomen toekomstwaardig zijn en beschermd dienen te worden. Om de percelen bosrijk te houden, is het wenselijk zoveel mogelijk bomen te behouden. In de huidige situatie heeft het grootste deel van de bomen in het projectgebied een redelijke tot goede toekomstverwachting van 10 tot 15 en meer dan 15 jaar actieve groei. De bescherming van de natuur- en landschapswaarden van de bomen in het gebied verloopt via de Bomenverordening Zeist 2016. De Bomenverordening beschermt echter niet alle als toekomstwaardige bestempelde bomen, maar alleen bomen die een diameter hebben van minimaal 25cm. Bepaalde soorten bomen, zoals berken, worden ook niet beschermd.
In bijlage 1 van de Boomeffectanalyse zijn in totaal 143 bomen opgenomen waarvan het wenselijk is dat deze behouden blijven en waarvan 24 niet onder de bescherming van de bomenverordening vallen. Het gaat hier om bomen met een diameter kleiner dan 25 cm en soorten die niet vallen onder de bomenverordening (berken, levensbomen en schijncypressen). Om deze bomen toch te beschermen is in het onderhavig bestemmingsplan een vergunningplicht opgenomen voor het vellen en rooien van deze bomen. Op deze manier worden bomen, die in het plangebied staan, maar niet onder de bescherming van de Bomenverordening vallen, ook beschermd.
33
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg
34
bestemmingsplan Kavels Westflank Vliegbasis Soesterberg