CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

03-Bijdrage St Milieuzorg Zeist

Overige evenementen 25 mei 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Meesprekers13.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wat wil de gemeente Zeist Positief is dus dat de gemeente in wil zetten op een verbetering van de biodiversiteit in Zeist, dat dus door:  te zorgen voor meer ruimte (meer plekken) waar (wilde) planten en dieren kunnen leven;  te zorgen dat de kwaliteit van die plekken beter wordt, zodat ze geschikt worden voor meer planten en dieren,  te zorgen dat al deze plekken zo goed mogelijk met elkaar verbonden zijn, zodat planten en dieren er ook kunnen komen. Op zich dus allemaal doelstellingen die de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van harte onderschrijft, maar teneinde daar dus ook zodanig vorm aan te geven aan dat ook echt de gewenste kwaliteitsimpuls ontstaat, zal daaraan dus wel een gedegen landschapsecologische analyse ten grondslag moeten liggen, dat mede op basis beschikbare data, die o.i. evenwel tot op heden ontbreekt, althans niet direct in het rapport zichtbaar is, behalve dan in de meer globale analyses die nu voor Zeist als geheel (zie dus ook hoofdstuk 2.3: ‘De stand van biodiversiteit in Zeist’) en per onderscheiden deelgebied (zie dus ook hoofdstuk 3: ‘De biodiversiteit per deelgebied’) worden gegeven. 26

Zie in deze overigen ook het ‘Ontwikkelbeeld Groen en Landschap Regio U-16’, waarbij overigens nog wel een aantal kanttekeningen zijn te maken.

19

Dan is het dus nog onduidelijk hoe een en ander dan in de integrale: ‘Visiekaart’ gaat landen, want deze zal dus met name bepalen waar dan bepaalde kansen zijn en mogelijk dus ook waar dan bepaalde prioriteiten komen te liggen. Dan zou het o.i. dus wel degelijk goed zijn als er ook op basis ‘nul-monitoring’ een meer concrete doelstelling wordt aangegeven. Door de natuur- en milieuorganisaties is zo al eerder in het kader van de ‘Brede Milieuvisie’ aangegeven dat zij bijvoorbeeld als doelstelling een verhoging van de biodiversiteit van 20% wilde opnemen, maar hebben zij daar toen helaas niet de handen voor op elkaar gekregen. Dan wordt in deze paragraaf eveneens aangegeven dat ook rekening dient te worden gehouden met andere belangen. Dat is natuurlijk in een samenleving altijd zo, maar als daarbij geen prioriteit aan de natuur wordt gegeven, dus door bijvoorbeeld altijd uit te gaan van ‘natuurinclusief ontwerpen’ en ook het respect voor op een bepaalde plek aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, dus als gemeente/regio ook echt te gaan staan voor die waarden, dan zal de natuur dus uiteindelijk alleen maar verder achteruitgaan. Doelsoorten Uiteraard is het mooi dat bij de visie ‘doelsoorten’ centraal worden gesteld, waarbij dan door in die zin te nemen maatregelen andere soorten dan mee kunnen liften.

Wel het dan van belang dat een en ander dan wel vanuit het perspectief van de zogenaamde: ‘leefgebiedbenadering’ plaatsvindt, evenals dus ook vanuit de diverse eisen die doelsoorten aan hun leefgebied stellen en dat dan in relatie tot het voorkomen en dus levensvatbaarheid van de betreffende populatie, dus netwerkbenadering/benadering op metapopulatieniveau (zie in deze dus o.a. ook diverse soortendocumenten/ kennisdocumenten van Bij12). Verder zou het dan o.i. goed zijn als ook de relatie wordt gelegd met de ‘icoonsoorten’ en bijbehorende ‘aandachtsoorten’ die de provincie Utrecht in haar analyse gebruikt (of wellicht (nog beter) de doelsoorten uit de landelijke: ‘Index Natuur en Landschap’), met mogelijk aanvulling voor doelsoorten die met name in het binnenstedelijke gebied voorkomen (maar zie dus ook de betreffende paragraaf 2.3: ‘De stand van de biodiversiteit in Zeist’). De natuur houdt immers niet op bij de gemeentegrenzen en o.i. zou moeten worden voorkomen dat elke gemeente in die zin een eigen systematiek ontwikkeld, zij het dat uiteraard wel altijd op basis van maatwerk, dus ook rekening houdend met de locale omstandigheden, dus aldaar voorkomende bijzondere biotopen/habitats.. Visiekaart (nu nog niet opgenomen maar dus wel o.i.

van groot belang daaraan direct in het visie hoofdstuk op te nemen, dus niet alleen in Bijlage V) Dan zou het dus goed zijn als in het: ‘Visiehoofdstuk’, dat dus op basis van in die zin uitgevoerde landschapsecologische analyse (in brede zin, dus inclusief milieufactoren), een duidelijke ‘Visiekaart’ wordt gepresenteerd, die dan ook als grondlegger voor de analyse voor de biodiversiteit in de afzonderlijke deelgebieden kan worden gebruikt (zie dus ook het hoofdstuk 3: ‘De biodiversiteit per deelgebied’), evenals voor de diverse voorgestelde maatregelen (zie dus o.a. de betreffende Bijlage II: ‘Doelsoorten en maatregelen’ én ook Bijlage III: ‘Maatregelen voor biodiversiteit’), zodat in die zin de samenhang tussen het geheel en bepaalde/mogelijke maatregelen in diverse deelgebieden blijft bestaan.

20 Wie gaat het doen Natuurlijk gaan we het ‘samen’ doen (vergelijk ook de aanpak van: ‘Samen Duurzaam Zeist’), want natuurlijk kan de gemeente dat niet alleen. Wel zet de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus er vraagtekens bij dat alles wel binnen het bestaande ‘budget’ moet, want natuurlijk de gemeente beheert haar groen dan wel waar dat kan ecologisch (overeenkomstig het uitgangspunt van haar tweetal groenstructuurplannen van de afgelopen 30 jaar), maar ook daarbij zijn o.i. nog heel wat verbeteringen mogelijk en ook wenselijk, tenminste als je ook echt op basis van ecologische basisprincipes je beheer wilt uitvoeren. Dat geldt dan zowel voor het beheer van het aan grond als aan water gebonden natuur/soorten. In de praktijk is het nu toch vaak op basis gegeven aanbestedingen ‘maaien (of nog erger frezen) en afvoeren (of nog erger afzuigen)’, ook al zijn er gelukkig ook positieve uitzonderingen. Wil je in die zin dus ook echt een kwaliteitsslag maken, dus ook door bijvoorbeeld meer gefaseerd te maaien dan zal dat ongetwijfeld ook extra kosten met zich meebrengen. Daarnaast kosten maatregelen, zoals bijvoorbeeld de aanleg van faunapassages, etc., natuurlijk ook geld. Uiteindelijk ‘vertalen’ al deze maatregelen zich ook terug, namelijk in levende natuur/ecosystemen, hetgeen dus ook van toegevoegde waarde voor de mens is (zie in deze dus o.a.

ook de publicatie: ‘Het geld groeit op onze Heuvelrug (Bade, T., 2005)’). Dan is het dus wel ook van belang, dat teneinde ook echt een levend natuurnetwerk te laten ontstaan, dat er, zoals ook hiervoor al onder het hoofdje ‘Algemeen’ opgemerkt, er niet alleen duidelijke richtlijnen zouden moeten zijn, zoals o.a. voor het beheer, evenals welke maatregelen in bepaalde gebieden dus gewenst zijn (of zo men wil welke (specifieke) maatregelen kansen voor het versterken van de aldaar aanwezige biodiversiteit bieden), maar dus ook iemand die dat echt kan coördineren, zoals dus een stadsecoloog. Wat hebben we in Zeist (hoofdstuk 2) In dit hoofdstuk wordt dan eigenlijk een analyse van de biodiversiteit van Zeist gegeven. Huidige karakteristiek Zeist in hoofdlijnen In dit hoofdstuk wordt dan een wel zeer korte karakteristiek van Zeist gegeven, dus alleen op hoofdlijnen, dus van de bodem en dan een korte beschrijving van de binnen Zeist als zodanig te onderscheiden landschapstypen, te weten de Utrechtse Heuvelrug, het Kromme Rijngebied en de Overgangszone daartussen. Wat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. hierbij met name toch mist is de aandacht voor (grond)water, dus kwel, hetgeen voor binnen de gemeente Zeist voorkomende natuur dus o.i. heel wezenlijk is (zie ook onderstaand fig.).

Zeist ligt immers op de gradiënt van de Heuvelrug naar het Kromme Rijngebied waarbij dus juist kwel en daaraan gebonden soortenrijkdom een belangrijke betekenis dient te worden toegekend. Natuurlijk is het de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. bekend dat door grondwaterontrekking (t.b.v. drinkwater en ook voor o.a. Vrumona) de kweldruk in de afgelopen decennia sterk is afgenomen, maar o.i. is dat dus wel met name ook, dus naast het intensieve landgebruik door met name de landbouw (inclusief ook bijbehorende stikstofproblematiek), waarom de biodiversiteit is Zeist (zo sterk) is achteruitgegaan.

21 Gelukkig is tijdens de presentatie die vandaag door Bureau Waardenburg werd gegeven, dus in een keer wel bijzondere aandacht aan water en ook kwel gegeven, maar het had dus goed geweest als daar meteen vanaf het begin prominent aandacht aan was gegeven.

Fig. Dwarsdoorsnede Heuvelrug en Kromme Rijngebied (uit bodemvisie provincie Utrecht) De natuur in Zeist in het kort Hierbij wordt dus aandacht gegeven aan de natuur op de Heuvelrug, evenals het Kromme Rijngebied, met ook enige doelsoorten, maar wellicht dus ook goed hier breder op de er voorkomende ecosystemen/levensgemeenschappen en dus vegetatietypen met bijbehorende al dan niet beschermde soorten in te gaan, zodat ook in die zin tot meer diepgang kan worden gekomen. In die zin zou dus ook van diverse natuurdoeltypenkaarten die met name in het verleden voor de: ‘Natuurbeheerplannen provincie Utrecht’ zijn gebruikt gebruik kunnen worden gemaakt, maar dus ook bijvoorbeeld de kaarten en analyses die in die zin voor het Kromme Rijngebied in het kader van de landinrichting: ‘Groenraven-Oost’ beschikbaar waren (en dus nog zijn). Ook kan hierbij gebruikt worden gemaakt van de vele rapporten en daarbij gegeven analyses, zoals dus: ‘Ontsnipperingsvisie Heuvelrug (Van den Bijtel, 2005)’ en diverse inventarisatierapporten ‘Vliegbasis’. Dan ontbreekt dus wel ook bijzondere aandacht voor het: ‘Overgangsgebied’, dus feitelijk de Stichtse Lustwarande (n brede zin), terwijl juist ook daar wel degelijk bijzondere natuurwaarden voorkomen (zie in deze o.a. de publicatie: ‘Ecologische inventarisatie van een landgoederenzone (gemeente Zeist) (Mabelus, A., 2001)’).

Juist hier komt de kwel aan de oppervlakte en bestaat er zeker ook in de iets lager delen volop kansen voor het ontwikkelen van bijzondere natuurwaarden (zie in deze bijvoorbeeld ook het: ‘Beheerplan Schoonoord, De Buning, Blikkenburg en Wulperhorst (Utrechts Landschap, 2011)’).

22 Dan ontbreekt dus hier ook meer in algemene zin juist ook de bijzondere aandacht voor biodiversiteit in de stad, die toch vaak net een andere accent heeft dan in de buitengebieden. Ook hierover is dus wel degelijk ook nadere informatie beschikbaar (zie in deze dus bijvoorbeeld ook het rapport: ’Ecologische beheervisie gemeente Zeist (Ecologisch adviesbureau Van de Den Bijtel, 2007)’). Dan zou het dus ook goed zijn als ook hier bijzondere aandacht zou worden gegeven aan binnen de gemeente Zeist voorkomende wateren (dus in de hoofdtekst en dus niet alleen in bijvoorbeeld de betreffende Bijlage III: ‘Maatregelen voor biodiversiteit’), waarvan een aantal dus als ‘Waterlichaam’ binnen de KRW zijn aangewezen, evenals worden deze dus thans ook door groot aantal burgers gemonitoord. Ook daarvoor zijn overigens in het verleden en ook meer recent diverse inventarisaties uitgevoerd, evenals worden ook thans door burgers in die zin tal van gegevens verzameld, zij het nog niet direct gericht op soorten, althans dat heeft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zo begrepen. In ieder geval zou het o.i.

goed zijn als ook hier een meer algemene analyse zou worden gegeven van de diverse binnen de gemeente Zeist voorkomende ecosystemen en hoe de onderlinge samenhang daarbij dan is, inclusief alle maatregelen die inmiddels zijn genomen, mede overigens op basis van eerdere analyses vanuit het RIN met betrekking tot de ecologische infrastructuur van de gemeente Zeist (zie dus ook het betreffende rapport uit 1990 ?) en bijbehorende kaarten, inclusief dus ook het: ‘Natuur en landschapsbeleidsplan (Zeist, 1990)’. Dan staat er voor mensen ook een beter beeld hoe een en ander dan in zijn totaal samenhangt. De stand van biodiversiteit in Zeist In deze paragraaf wordt dan overzicht gegeven van stand van zaken biodiversiteit in Zeist, dat dus mede op basis beschikbare data van ‘waarneming.nl’, ‘Tel.mee’ en ook gegevens provincie Utrecht. Evenals passeren mogelijke oorzaken dus ook de regie. Mooi dat wat betreft bossen dus nu ook aandacht wordt gegeven aan ‘oude boskernen’ en ook ‘oude bosgroeiplaatsen’, waarvoor in het verleden niet altijd de aandacht was die die oude bosgroeiplaatsen toekomt. Verder mooi dat wat betreft de huidige biodiversiteit ook een kaartje wordt gepresenteerd met dus aantal ‘aandachtsoorten per gegeven vak van 250 m x 250 m’ (zie dus ook het kaartje op pag.

15), maar dus wellicht wel ook goed te vermelden dat op basis analyse provincie in het kader van de provinciale ‘Natuurvisie provincie Utrecht’ en dat dan op basis van het voorkomen van zogenaamde ‘icoonsoorten’ bepaalde gebieden dus wel degelijk ook als ‘natuurparel’ zijn aangegeven (zie ook onderstaand fig.).

23

Fig. Natuurparels provincie Utrecht (uit: ‘Natuurvisie provincie Utrecht, supllement biodiversiteit’) Dan wordt dus ook in deze paragraaf bijzondere aandacht voor in Zeist voorkomende wateren node gemist, terwijl daaraan o.i. dus wel degelijk een belangrijke betekenis voor de biodiversiteit in Zeist kan worden toegekend. Wat betreft de gegeven oorzaken deelt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de gegevenanalyse, zoals dus met gevolgen intensieve agrarische landgebruik en ook de stikstofproblematiek (zie in deze dus o.a. het rapport: ‘Niet alles kan (Commissie Remkes, 2020), maar onduidelijk blijft dan toch wat deze constateringen voor (de uitgangspunten van) de voorliggende ‘Biodiversiteitsvisie’ dan betekenen. Anders blijft het o.i. toch dweilen met de kraan open, zoals feitelijk dus ook overeenkomstig het meest recente rapport van het PBL en de WUR m.b.t. de evaluatie van het Natuurpact wordt geconstateerd (zie dus wederom het rapport: ‘Lerende evaluatie van het Natuurpact (PBL, et al, 2020)’).

Natuurlijk wordt in het rapport een aantal maatregelen voorgesteld, ook voor de binnen Zeist voorkomende agrarische gebieden (zie in deze dus met name ook de betreffende Bijlage III; ‘Maatregelen voor biodiversiteit’), maar als dus niet echt de dringend noodzakelijke systeemverandering of zo men wil systeemherstel optreedt, dat uiteraard ook in samenspraak met betrokken partijen, dan zal de natuur achteruit blijven gaan. Met betrekking tot de landbouw liggen er o.i. dan met name ook kansen voor een biologische en in ieder geval natuurinclusieve landbouw die ook streekgebonden is, met dus ook volop mogelijkheden om de biodiversiteit te versterken (vergelijk in deze dus ook het :‘Deltaprogramma Biodiversiteit’). In die zin leent het gebied zich dus o.i. wel degelijk als een ‘Proeftuin’ voor natuurinclusieve landbouw (zie in deze dus ook het voorstel zoals dat door de ‘Werkgroep buitengebied Zeist’ is gedaan en die deel uitmaakt van peiler 3 van Samen Duurzaam Zeist)

24

Dan zal de gemeente o.i. dus toch nog veel meer bij besluiten, zoals die op het gebied van RO, met de natuur rekening moeten houden, hetgeen dus bij de keuze voor bouw woonwijk op de Vliegbasis o.i. niet het geval is geweest, met dus alle gevolgen van dien, zoals de kap van 14 ha bos (met ook beschermde soorten zoals de hazelworm) om ter compensatie verlies habitat veldleeuwerik t.g.v. bouw woonwijk voor deze soort elders op de Vliegbasis nieuw habitat te kunnen realiseren. In die zin wil de Stichting Milieuzorg Zeist er dus nogmaals voor pleiten dat er toch alsnog een: ‘Handreiking natuurinclusief ontwerpen’ komt. In ieder geval wordt eveneens in dit hoofdstuk dus bijzondere aandacht voor de binnen Zeist voorkomende wateren en watersystemen node gemist, terwijl de kwaliteit daarvan o.i. nog steeds te wensen overlaat, ook al zijn er ook verbeteringen. Wat doet de gemeente al voor biodiversiteit Hier wordt dus aangegeven wat de gemeente al doet, maar deze lijst zou o.i. dus nog wel met aantal projecten kunnen worden aangevuld, zoals activiteiten ‘exotenbrigade’, een thema wat sowieso wordt gemist (m.u.v.

dan in de aandacht in de Bijlage: ‘Maatregelen voor biodiversiteit), naast bijvoorbeeld ook het project: ‘Zeist zoemt duurzaam’, met dus ook het voorstel voor een visie voor Zeist-West (zie dus ook het rapport: ‘Burgers en bijen – Communicatiestrategie en actieplan voor Zeist (ZoomIn Consultancy, 2019)’ met dus o.a. ook een voorstel voor een bijenlint), waarvan o.i. toch verwacht had kunnen worden dat daaraan nu juist ook in voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ bijzondere aandacht was gegeven. Het project: ‘Heuvelrugtuinen’ is overigens niet van de provincie Utrecht maar van het NPUH, tenminste voor zover bekend bij de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. Meer in het bijzonder beheert de gemeente haar groen dus al heel lang ecologisch, zij het dus wel op basis van een ‘aanbesteding’, waardoor de resultaten o.i. toch vaak net te wensen overlaten. Zo wordt dus bijvoorbeeld niet gefaseerd gemaaid, laat staan gefaseerd gesnoeid (op basis van eenduidige beheerplannen), waardoor o.i. toch vele kansen om zo de biodiversiteit te kunnen versterken worden gemist (maar zie in deze dus wel de betreffende Bijlage III: ‘Maatregelen voor biodiversiteit’). In ieder geval zou ook veel meer aandacht voor basisprincipes als het realiseren van bosmantel-zoom vegetaties m.b.t. beplantingen moeten zijn, evenals het beheer van beplantingen op een ecologische grondslag, dus ook in die zin is o.i.

nog een hele slag te maken (maar zie in deze mogelijk beheerplannen Copijn die thans voor landschappelijke beplantingen gemeente Zeist worden opgesteld). Het groene raamwerk Het zou dus goed zijn als op de gegeven kaart behalve de (robuuste) ecologische verbinding zoals deze ter hoogte Heuvelrug loopt, dus ook de ecologische verbinding zoals deze door het Kromme Rijngebied loopt expliciet zou worden aangegeven (zie in deze dus met name ook de folder: ‘Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages, 2009) en ook de actualisatie op de website van de Werkgroep Natuurlijk Zeist-West’) 27. De maatregelen zoals deze in die zin zijn genomen hebben er in ieder geval toe geleid dat de das zich vanuit een relictpopulatie bij Hilversum weer over grote delen van het gebied heeft kunnen verspreiden. 27

Zie in deze dus o.a. ook het rapport: ‘Ecolosiche verbindingszones Kromme Rijngebied (Van den Bijtel, 2009)’.

25

Zoals aangegeven moet de EHZ van Zeist hieraan nog worden toegevoegd teneinde voor Zeist ook echt tot een levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie te kunnen komen, dat dus als drager voor de natuur in alle tuinen, etc. (vergelijk ook de doelstelling uit de Brede Milieuvisie: Peiler 3: ‘Levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie’). In ieder geval werd tijdens de sessie van vanmiddag dus duidelijk dat er in die zin inmiddels een nieuwe kaart ligt, waar hiermede dus wel rekening is gehouden. Biodiversiteit per deelgebied (hoofdstuk 3)` Hierop zal nu niet in detail worden ingegaan, aangezien dat nog een verdere analyse vereist, mede op basis beschikbare gegevens, zoals o.a. vanuit de: ‘Ecologische beheersvisie gemeente Zeist (Ecologische adviesbureau van den Bijtel’), evenals diverse andere rapporten. Wel dus inderdaad van belang dat apart ook aandacht aan de Stichtse Lustwarande wordt gegeven, dus als apart deelgebied, dat ook gezien de er voorkomende natuurwaarden (zie overigens ook de bijzondere aandacht die hieraan in zowel de gemeentelijke Structuurvisie als het Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied + (Brons & partners, 2010)’ wordt gegeven). Ook t.b.v.

ecologische infrastructuur tussen het Kromme Rijngebied en de Utrechtse Heuvelrug moet deze zone van wezenlijk belang worden geacht (zie in deze dus met name ook de folder: ‘Natuur verbinden en behouden (Werkgroep faunapassages Zeist Zuid-West, 2009)’, met dus een actualisatie op de website van de Werkgroep Natuurlijk Zeist-West) Strategie (hoofdstuk 4) Kansen grijpen Gelukkig wordt hierbij dus aandacht gegeven aan o.a. ‘Natuurinclusief ontwerpen’. In het kader van het proces van de ‘Brede Milieuvisie’ heeft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. (en ook anderen) hier bijzondere aandacht voor gevraagd en ook een voorstel tot het maken van een ‘Handreiking Natuurinclusief ontwerpen’ gedaan, wat de gemeente evenwel (toen) niet zag zitten. Door bijvoorbeeld Amsterdam (zie dus ook de brochure: Natuurinclusief bouwen en ontwerpen in 20 ideeën (Amsterdam, 2018)’), Gorinchem (zie dus ook het rapport: ‘ Ideeënboek Natuurinclusief ontwerp (Bureau Waardenburg, 2020)’) is dit inmiddels wel actief opgepakt, evenals ook in diverse andere gemeenten, dus zou het o.i. goed zijn als ook de gemeente Zeist hier nu op basis voorliggende ‘Biodiversiteitsvisie’ ook echt actief werk van zou maken (zie in deze overigens ook het rapport: ‘Aan de slag met natuurinclusief bouwen (Natuur en Milieu Zuid-Holland, 2019)’, ook al is dat o.i.

nog geen ‘natuurinclusief ontwerpen’, waarbij dus meteen vanaf het begin van bepaalde plannen met de natuur, etc., rekening wordt gehouden). In ieder geval zou dus voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ en dan in het bijzonder ook de ‘Visiekaart’ als belangrijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie’ moeten gaan gelden, naast dus kaart waarop het ‘Groene Netwerk Zeist’ staat aangegeven. Dat teneinde de bijzondere aandacht voor biodiversiteit die o.i. gezien biodiversiteitscrisis zo hard nodig is ook echt te kunnen verankeren.

Voorlichting (en participatie) Hier wordt dan bijzondere aandacht aan de acceptatie van groenbeheer gegeven, maar als je dat o.i. op de juiste wijze uitvoert, evenals dus met een goede voorlichting over de

26 betekenis daarvan, dan kun je daarvoor mensen o.i. alleen maar enthousiasme opwekken (vergelijk ook het enthousiasme voor de bijenoase). Ook zijn dus vele projecten mogelijk om juist dit enthousiasme een plek te geven, zoals vergroenen schoolpleinen, etc.. Dan is dus zoals ook al door de gemeente in de paragraaf 1.5: ‘Wieg gaat het doen’ van belang dat we het ook echt ‘samen’ gaan doen, dus op basis participatie met alle groepen in de samenleving. Dan is het dan dus van belang, zoals ook al eerder aangegeven, dat er in die zin niet alleen duidelijke richtlijnen komen, die ook toetsbaar zijn, evenals indien wenselijk een bepaalde prioritering, maar dus met name ook een stadsecoloog om een en ander te coördineren. Bijlagen Maatregelen voor doelsoorten (Bijlage II) Hierbij wordt dus aandacht gegeven aan maatregelen voor diverse doelsoorten, hetgeen dus op zich mooi is, maar deze zouden o.i. dus niet zomaar ad hoc moeten worden genomen, maar wel vanuit het bredere perspectief van de ‘leefgebiedbenadering’ en dus met de kennis/analyse van het leefgebied van de betreffende soorten. Maatregelen voor biodiversiteit (Bijlage III) Veel van de gegeven maatregelen zijn de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.

uit het hart gegrepen, zoals ook een meer natuurlijke snoei van bomen (dus: ‘fractal pruning’), evenals dus ook een meer natuurinclusieve landbouw, ecologisch groenbeheer, etc., maar ook bij alle maatregelen zal o.i. dus wel steeds moeten worden gekeken vanuit een bredere visie/structuur waar betreffende maatregelen van toegevoegde waarde zijn, dat dus ook rekening houdend met ecologie plek en ook andere waarden, zoals die van cultuurhistorie. Dus dient o.i. altijd ‘ecologisch maatwerk’ sprake te zijn. Ingebrachte punten (Bijlage V) Fantastisch dat dus zoveel ideeën zijn ingebracht (dus in totaal ongeveer 500). Dus goed als deze eventueel themagewijs worden geordend. Maar dus wel ook van belang dat er terugkoppeling plaatsvindt, evenals hoe deze dan verder worden opgepakt, eventueel dus op basis van een nadere prioritering. Wel is het o.i. dus wel van belang te toetsen of de ingebrachte ideeën ook echt van toegevoegde waarde zijn, dat dus ook vanuit de het totale ecosysteem van Zeist en omgeving, dus feitelijk in ecologische zin passend zijn op basis van de (nog op te stellen) ‘Visiekaart’. 3. Conclusie De Stichting Milieuzorg Zeist is verheugd dat dit op de agenda is gezet. Gezien relatief korte tijd voor reactie kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. niet op alle onderdelen een uitvoerige reactie geven.

In die zin was het mooi geweest als het rapport gewoon in een gewone bijeenkomst met elkaar had kunnen worden besproken, evenals de opzet. Maar toch alvast een aantal hopelijk opbouwende kanttekeningen/opmerkingen. Patrick Greeven, mede namens Erik Notenboom (Stichting Milieuzorg Zeist e.o.)

27 Bijlage 2: Addendum reactie SMZ e.o. inzake Werkdocument Biodiversiteitsvisie Zeist Zeist, 17 juli 2020 Beste Renate, Mede n.a.v. de presentatie van gisteren toch nog een addendum op reactie die gisteren al is toegestuurd. Rode bosmier Allereerst staat in de: ‘Biodiversiteitsvisie’ dat langs de Utrechtseweg nog een kolonie van de (kale) rode bosmier voorkomt, maar voor zover bij ons bekend is deze daar helaas inmiddels uitgestorven, dus wellicht nog wel even controleren. Vleermuizen In de betreffende Bijlage II: ‘Doelsoorten en maatregelen’ wordt o.a. ook aandacht gegeven aan maatregelen voor vleermuizen. Door Jan-Dirk Buizer is gisteren o.a. een viertal structuren aangegeven waaraan aan bepaalde betekenis kan worden toegekend voor het verplaatsen van dieren. Voor vleermuizen is het dus bekend dat aangesloten bomenstructuren van belang zijn als zowel migratie- als foerageerroute, met name ook voor de gewone dwergvleermuis. Nu heeft naar de betekenis van bepaalde gebieden en ook bomenlanen voor vleermuizen als verblijfplaats dus door Bureau Waardenburg in 2017 al een meer uitgebreid onderzoek plaatsgevonden (zie in deze dus ook het rapport: ‘Boombewonende vleermuizen in Zeist (Bureau Waardenburg, 2017)’.

Daarnaast is dus in het kader van het: ‘Soortenmanagementplan’ (in het kader van de Wet Natuurbescherming) ook door Ecogroen en Bureau Viridus naar de betekenis van (bepaalde) bomenlanen als vliegroute voor met name de gewone dwergvleermuis gekeken (zie in deze dus ook het rapport: ‘Soortenmanagementplan gemeente Zeist (Ecogroen & Viridis, 2019)’). Ongetwijfeld is dit rapport in het Biodoversitietsplan meegenomen, waarin behalve aandacht aan vleermuizen, dus ook aandacht aan huismussen en gierzwaluwen wordt gegeven. Wel is het dus zo dat door met name Andrew Notlen in het verleden veel informatie is verzameld over betekenis bepaalde laanstructuren in Zeist-West voor vleermuizen en dan in het bijzonder de gewone dwergvleermuis, waaruit dan naar voren kwam dat toch meer lanen als vliegroute van belang moeten worden geacht dan diegene die op onderstaande kaartje naar voren kwamen.

28

Fig. Vliegroutes en belangrijke foerageergebieden vleermuizen vastgesteld tijdens de nulmeting (2019) in de gemeente Zeist (uit: Soortenmanagementplan).

29 Kromme Rijngebied Dan in aanvullende zin toch ook nog enige informatie over de betekenis van ecologische structuren in het Kromme Rijngebied. Door de Grontmij is indertijd in opdracht van de provincie Utrecht een streefbeeld opgesteld voor de hier voorkomende ecologische verbinding (zie in deze dus het rapport: ‘Deelgebied Bunnik Zeist – Perspectief en inrichtingsbeeld voor een ecologische verbinding (Grontmij, 2011)’). Daarbij is o.a. een biotopenkaart vastgesteld.

Fig.: Biotopenkaart EVZ tussen Bunnik en Zeist (Uit rapport: Deelgebied Bunnik – Zeist ‘ (Grontmij 2011) Dit deel van de EVZ maakt dus deel uit van de ecologische verbinding tussen het Kromme Rijngebied en het Vechtplassengebied (zie in deze dus ook de folder: ‘Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapsaages Zeist Zuid-West, 2009)’ met dus een actualisatie op de webiste van de Werkgroep Natuurlijk Zeist-West). Met name t.a.v. aanleg faunapassage ter hoogte van de Werken van Griftenstein is toen ook door Alterra nader gekeken naar de eisen die soorten die van de verbinding gebruik maken (zie in deze dus met name ook het rapport: ‘Ecopassage Grfitenstein bij de N-237 (Alterra, 2009)’). In onderstaande tabel is daar ook nadere informatie over gegeven.

30

Utrechtse Heuvelrug Ook m.b.t. diverse projecten in het kader van het programma Hart van de Heuvelrug is dus ook een nader onderzoek gedaan over betekenis grotere faunapassages voor de levensvatbaarheid van een aantal beschermde soorten (zie in deze dus met name ook het rapport: ‘Corridor Leusderheide (Alterra, 2004)’). Dat op basis van het programma TOVER. Het voert wellicht dus te ver om hier in de Biodivrsiteitsvisie van de gemeente Zeist allemaal dieper op in te gaan, maar als achtergrondinformatie acht ik de gegeven literatuur en ook vele andere documenten voor mensen die zich hierin verder willen verdiepen wel degelijk van belang. Patrick Greeven (SMZ e.o.)

31 Bijlage 3: ‘Fotocollage beheer bermen Zeist-West’

32 Bijlage 4: Bijenlint Zeist-West

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10168811/1