03-Bijdrage St Milieuzorg Zeist
Tekst van het document
1 Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake: ‘Rv Biodiversiteitsvisie - Samen voor meer biodiversiteit in Zeist’ Geachte raadsleden, wethouder, overige aanwezigen, 1. Thans ligt de besluitvorming in de gemeenteraad inzake het: ‘Rv Biodiversiteitsvisie Samen voor meer biodiversiteit in Zeist’ voor. De visie is opgesteld door het Bureau Waardenburg en dat dan mede op basis inbreng vanuit de samenleving, dat o.a. door gebruik te maken van: ‘Storymaps’ (zie ook artikel in: ‘Binnenlands Bestuur’); 2. Afgelopen zaterdag, dus 22 mei, is door UN uitgeroepen tot de Wereldbiodiversiteitsdag, dus in die zin kan de behandeling van de: ‘Biodiversiteitsvisie - Samen voor meer biodiversiteit in Zeist’ eigenlijk niet op een mooier moment komen; 3. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. gebruik van de gelegenheid een reactie op het raadsvoorstel en met name ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’ zelf te geven. Eerst zal nog kort bij het planproces worden stilgestaan, waarna een inhoudelijke reactie zal worden gegeven. Afgesloten zal worden met een conclusie (zie dus ook onder de aandachtspunten 58 t/m 63); Planproces 4.
Feitelijk is ook al in alle groenstructuurplannen van de gemeente, dus zowel het: ‘Groenstructuurplan 1992’, dat met als uitgangspunt: ‘Natuurlijk waar het kan en cultuurhistorisch waar dat moet’, als ook het: ‘Groenstructuurplan - Groen (voor) Zeist (Zeist, 2011)’, inclusief dus wat dan als de: ‘Ecologische Hoofdstructuur Zeist (EHZ)’ wordt aangeduid, bijzondere aandacht aan de natuur en dus ook de biodiversiteit gegeven, ook al werd dat vaak dan als zodanig niet altijd zo, dus specifiek, benoemd; 5. Dat geldt feitelijk ook voor de diverse landschapsbeleidsplannen zoals deze in de loop van tijd zijn opgesteld, zoals het: ‘Landschapsbeleidsplan (Mro, 1995)’ en ook het: ‘Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied + (Brons & Partners, 2009’), met in dat laatste plan dus ook bijzondere aandacht voor de natuur van met name de diverse buitengebieden van de gemeenten die in het Kromme Rijngebied zijn gelegen, inclusief dus ook een kaart: ‘Natuurvisie’; 6. Zoals met name ook in het: ‘Rv Biodiversiteitsvisie’ aangegeven zijn dan met name ook in het: ‘Uitvoeringsplan Brede Milieuvisie’, dat dan in 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld, bepaalde meer specifieke doelstellingen t.a.v. het verbeteren/versterken van de biodiversiteit opgenomen, namelijk: ‘In 2030 is biodiversiteit het centrale uitgangspunt bij de aanleg en beheer van het openbaar groen in Zeist’ 1; 7.
Inmiddels is uit diverse (inter)nationale rapporten, zoals het zogenaamde: ‘IPBESrapport (IPBES, 2019)’, maar ook o.a. het rapport: ‘Living Planet Report Nederland Natuur en landbouw verbonden (WWF, 2020)’ duidelijk geworden, dat naast de klimaatcrisis, de biodiversiteitscrisis een van de grootste uitdagingen is waar we op de schaal van de wereld/aarde met zijn allen voor staan. Op vrijwel alle overheidsniveaus, maar gelukkig ook bij burgers, etc., staat dit thema dus inmiddels hoog op de agenda. Dus zowel bij de UN (denk behalve aan de SDG’s met name ook aan de CBD CoP-bijeenkomsten) 2, in Europa (met dus behalve de: ‘Green 1
Overigens waren de natuur- en milieuorganisaties van mening dat er m.b.t. biodiversiteit een meer ambitieuzere en ook meer SMART doelstelling in de: ‘Brede Milieuvisie (Zeist, 2016)’ en later dan met name ook in het: ‘Uitvoeringsplan Brede Milieuvisie (Zeist, 2017)’ had moeten worden opgenomen, maar heeft een dergelijke meer ambitieuze en SMART doelstelling, zoals dus bijvoorbeeld ‘een toename van de biodiversiteit in 2030 met minimaal 20 %’, het uiteindelijk niet gehaald. 2 Zie overigens ook diverse resoluties UN om in harmonie met de natuur te leven (zie dus ook de website: www.harmonywithnatureun.org ).
2 deal’ ook een: ‘Biodiversiteitsstrategie 2030 - De natuur terug in ons leven brengen’), bij de rijksoverheid (met o.a. de: ‘Rijksnatuurvisie - Natuurlijk verder (LNV, 2014)’), bij de provincie Utrecht (met de: ‘Natuurvisie - Een plus op het natuurbeleid 2.0 (Provincie Utrecht, 2016)’ met ook een apart: ‘Supplement Biodiversiteit’ 3), in de Regio U16 (met een 3-tal documenten met ontwikkelbeelden t.a.v. groen en landschap) en ook al langer bij diverse gemeenten, zoals o.a. de gemeenten Leiden, Zwolle, Amsterdam, Utrecht, Gorinchem, etc., en nu gelukkig dus ook in de gemeente Zeist; 8. Met name ook in de: ‘Maaltijd van Zeist’ is dan bijzondere aandacht voor de biodiversiteit binnen de gemeentegrenzen van Zeist gevraagd, hetgeen dan kennelijk de directe aanleiding is geweest voor de gemeente om een: ‘Biodiversiteitsvisie’ op te stellen.
Wel was er natuurlijk ook binnen ‘Samen Duurzaam Zeist’ ook al bijzondere aandacht voor biodiversiteit, zoals binnen de: ‘Werkgroep Biodiversiteit’ en ook: ‘Zeist Zoemt Duurzaam’, evenals zijn in die zin in de loop van de tijd ook door de gemeente diverse rapporten opgesteld om aan de natuur/biodiversiteit een kwaliteitsimpuls te kunnen geven, zoals de rapporten: ‘Beschermde en bedreigde soorten in Zeist (Bureau Waardenburg, 2013)’, inclusief bijbehorende: ‘Veldgids - Voor altijd groen (Bureau Waardenburg, 2016)’, ‘Natuurlijk op weg in Zeist (Bureau Waardenburg, 2015)’, ‘Kansen voor natuur in Zeist (Bureau Waardenburg, 2019)’, evenals ook een: ‘Soortenmanagementplan (SMP) (Ecogroen et al, 2019)’ en ook diverse beheerplannen (zie in deze dus o.a. de: ‘Beheervisie Ecologische Groen gemeente Zeist (Van den Bijtel ecologisch onderzoek, 2007)’, maar een echte integrale biodiversiteitsvisie ontbrak toch. Recent is dus eveneens door de IAC in haar: ‘Adviesrapport’ nog bijzondere aandacht voor biodiversiteit gevraagd, dus biodiversiteit leeft; 9. Uiteindelijk is dus door de gemeente besloten om die ‘Biodiversiteitsvisie’ op basis van participatie op te stellen, waarvoor ook waardering, dat dus mede op basis van: ‘Storymaps’ en een tweetal digitale bijeenkomsten met ‘stakeholders’.
Met name de ‘stakeholders’ zijn daarbij ook nog in de gelegenheid gesteld een reactie op een eerste concept-rapport, dus wat dan als het: ‘Werkdocument Biodiversteitsvisie’ werd aangeduid, te geven, waarbij o.a. door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. een uitgebreide reactie is ingebracht (zie in deze dus ook de als zodanig gevoegde Bijlage 1: ‘Inspraakreactie SMZ op het Werkdocument Biodiversiteitsvisie’), evenals ook nog een aanvullende reactie (zie ook Bijlage 2: ‘Addendum reactie SMZ e.o. inzake het Werkdocument Biodiversiteitsvisie Zeist’). In de zogenaamde: ‘Reactienota’ is dan door de gemeente ook een reactie op de door de ‘stakeholders’ op het: ‘Werkdocument Biodiversiteitsvisie’ gegeven reacties gegeven. Wel is het toch voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. niet altijd duidelijk of en hoe bepaalde reacties dan zijn verwerkt. In ieder geval zou het dus goed zijn als de gemeenteraad ook van betreffende reacties en ook de: ‘Reactienota Biodiversiteitsvisie’ kennis zou kunnen nemen, want zover bij de Stichting bekend is die: ‘Reactienota’ dus niet bij de stukken gevoegd; 10. Thans is dus de raadsbehandeling van de: ‘Biodiversiteitsvisie’ aan de orde; Inhoudelijke aspecten 11. Eerst zal een algemene reactie worden gegeven, waarna nog bij aantal aspecten meer specifiek zal worden stilgestaan;
3
Zie wat betreft de daarbij aangegeven icoonsoorten dus ook het in die zin speciaal uitgebracht ; ‘Kwartet icoonsoorten’.
3 Algemeen 12. Ook gezien de urgentie is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. natuurlijk ontzettend verheugd dat met voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ biodiversiteit door de gemeente nu ook echt hoger op de agenda wordt gezet. Dus in die zin wil de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de gemeente toch allereerst haar complimenten voor de voorliggende visie geven, ook voor al hetgeen (uiteindelijk) toch in de visie is verwerkt; 13. Dat die urgentie hoog is blijkt dus uit tal van onderzoeksrapporten (zie dus ook de eerder al aangehaalde onderzoeksrapporten). Kort gezegd komt het erop neer dat als er nu geen actie wordt ondernomen en dat niet alleen wat betreft het herstel van de natuur zelf, maar ook op het niveau van alle al dan niet economische activiteiten in de samenleving (zie in deze dus ook onderstaande fig: ‘Kansen voor ecosyteemhersel (IIASA, 2019)’), dat dat niet alleen met grote gevolgen voor de natuur gepaard zal gaan, maar uiteindelijk ook voor de mens. Naast de intrinsieke waarde van soorten is het immers zo, ook al staat niet iedereen daar altijd bij stil, dat biodiversiteit de drager van leven is en daarmede ook van de zogenaamde ‘ecosysteemdiensten’, hetgeen ook wel als het: ‘Natuurlijk kapitaal’ wordt aangeduid (zie in deze dus o.a. ook de website: ‘www.atlasnatuurlijkkaptiaal.nl).;
Fig.: ‘Kansen voor ecosysteemherstel (Bron: IIASA)’ 14. Bezien we dan vanuit het hiervoor geschetste perspectief de voorliggende visie dan wordt daarbij natuurlijk een aanzet gegeven tot het zo gewenste biodiversiteitsherstel (zie in deze dus met name ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 3: ‘Verbetermogelijkheden voor de biodiversiteit per deelgebied’), dat mede ook vanuit de daarbij gegeven analyse én ook de inbreng vanuit de samenleving, maar deze kan o.i., hoe mooi dus op zich ook, uiteindelijk toch vanuit de hiervoor naar voren gebrachte urgentie, niet meer dan als een eerste, zij het dus wel goede en ook inspirerende (zie in deze dus o.a. ook de vele foto’s in de visie van (beschermde) soorten), aanzet worden gezien. Voor zover de Stichting dat met name uit de in het raadsvoorstel: ‘RV Biodiversiteitsvisie’ in die zin gegeven toelichting afleid ziet de gemeente dat zelf overigens ook zo (zie in deze dus ook hieronder onder aandachtspunt 20); 15. Wat betreft de aanpak teneinde tot een: ‘Biodiversiteitsvisie’ te komen kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich daar in algemene zin wel in vinden, niet alleen wat betreft het met: ‘Storymaps’ betrekken van de bevolking, hetgeen dus een zeer groot aantal
4 reacties (400) heeft opgeleverd, hetgeen natuurlijk fantastisch is, maar ook gezien de uitgangspunten en de wijze waarop deze uiteindelijk (toch) zijn uitgewerkt. Wel heeft zij er vanaf het begin voor gepleit teneinde ook echt tot een herstel van biodiversiteit te kunnen komen bij het ontwikkelen van de visie allereerst een landschapsecologische analyse uit te voeren, dus netwerkanalyse op ecosysteemniveau (zie in deze dus ook onderstaande fig: ‘Basis analyse op metapopulatie-niveau’), dat dus op basis van beschikbare data en inventarisaties. Dat dus mede ook op basis van de diverse door o.a. de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. in die zin in haar reacties naar voren gebrachte rapporten, hetgeen overigens nog maar een afspiegeling is van vele rapporten die beschikbaar zijn 4. Dan zouden er o.i. toch meer gerichte herstelmaatregelen mogelijk zijn;
Fig.: Basis analyse op metapopulatie-niveau 16. Daarnaast heeft zij er voor gepleit ook echt m.b.t. biodiversiteit in de voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ een duidelijk doel op te nemen, net zoals zij daar samen met andere organisaties al eerder voor heeft gepleit, zoals dus een ambitie: ‘tot een toename van de biodiversiteit te komen in 2030 van 20%’;
4
Zo staat men name op landschapsecologisch niveau eigenlijk sinds de procedures in het kader van de S-8 in Zeist de betekenis van ecologische structuren hoog op de agenda, met dus o.a. het rapport: ‘Onderzoek van de ecologische betekenis van het viaduct onder Rijksweg A-28 ten westen van Zeist (RIN, 1990)’, dat later dus mede aanleiding heeft gegeven tot het rapport: ‘Ecologische infrastructuur in de omgeving van Zeist. Knelpunten en oplossingen (IBN, 1994)’. Op landelijk niveau is dan in 1990 het: ‘Nationaal Natuurbeleidsplan’ verschenen, met dus de contouren van de EHS, later het NNN, evenals op provinciaal niveau het: ‘Beleidsplan Natuur en Landschap provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 1992)’ en wat betreft ecologische verbindingen het: ‘Werkdocument ecologische verbindingen (Provincie Utrecht, 1993)’. Later hebben dan dus ter optimalisatie diverse verbindingen een groot aantal rapporten het licht gezien, zoals voor de Heuvelrug het rapport: ‘Ontsnippering van de Heuvelrug (Van den Bijtel, H., 2004)’, o.a. uitmondend in het programma: ‘Hart van de Heuvelrug’, evenals voor het Kromme Rijngebied het rapport: ‘Ecologische verbindingszones Kromme Rijngebied (Van den Bijtel ecologisch onderzoek, 2009)’, die ook later weer meer in detail zijn uitgewerkt (zie in deze dus o.a. het rapport: ‘Deelgebied Zeist-Bunnik (Grontmij, 2011)’).
En voor de overgangszone tussen de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied moet dan met name ook het rapport: ‘Ecologische evaluatie van een landgoederenzone (Mabelis, B, 2001)’ van belang worden geacht. Meer in het bijzonder is dus ook reeds door de gemeente Zeist voor het binnenstedelijke gebied dan met name in haar: ‘Groenstructuurplan - Groen (voor) Zeist’ op basis van een daarbij gegeven analyse dan de ‘Ecologische Hoofdstructuur Zeist (EHZ)’ aangegeven, evenals op is op een groter schaalniveau dus ook op basis van het: ‘Landschapsonwikkelingsplan Kromme Rijngebied + (Brons & partners, 2009)’ dus aangegeven waar er in die zin met name ook kansen voor het buitengebied van Zeist liggen.
5 17. Eveneens heeft zij ervoor gepleit, wil een echt herstel gezien de urgentie ook echt mogelijk zijn, om voor een meer integrale benadering te kiezen 5, dat dus ook in relatie tot met name ook de andere al dan niet economische activiteiten in de samenleving, dat ook met het oog op de nog op te stellen: ‘Omgevingsvisie’, zoals m.b.t. de bouw (denk aan ‘natuurinclusief ontwerpen’ en ook ‘-bouwen’), maar ook tot de landbouw, zoals het stimuleren van een ‘natuurinclusieve landbouw’, etc.. Alhoewel de wens/noodzaak tot een algehele omwenteling/transitie in de voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ dus wel wordt aangestipt, althans met betrekking tot bepaalde (economische) activiteiten, zoals m.b.t. de bouw en ook de landbouw (zie in deze dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 4.3: ‘Kansen grijpen voor de toekomst’), hetgeen op zich dus mooi is, worden ook daarbij evenwel geen concrete (dus SMART) ambities uitgesproken (zie overigens eveneens hierna onder het aandachtspunt 20); 18.
Bezien we dan de reactie van de gemeente in de: ‘Reactienota’ op de door de Stichting Milieuzorg Zeist op het: ‘Werkdocument Biodiversiteitsvisie’ in die zin ingebrachte reacties, dan wordt dus allereerst naar de algemene reactie verwezen, dus dat het om een beleid op hoofdlijnen gaat, dat het om een voor iedereen leesbaar document moet gaan, evenals dat de betreffende reacties ‘Voor kennisgeving (wordt) aangenomen’ (zie in deze dus ook de ‘Reactienota’); 19. Wel wordt dus in de: ‘Biodiversiteitsvisie’ op basis van een in die zin gegeven analyse, evenals een aantal uitgangspunten, namelijk (zie in deze dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 1.3: Wat wil de gemeente doen? Onze visie): te zorgen voor meer ruimte (meer plekken) waar (wilde) planten en dieren kunnen leven; te zorgen dat de kwaliteit van die plekken beter wordt, zodat ze geschikt worden voor meer planten en dieren; te zorgen dat al deze plekken zo goed mogelijk met elkaar verbonden zijn, zodat planten en dieren er ook kunnen komen, hetgeen op zich natuurlijk goede uitgangspunten zijn, op basis van een: ‘Visiekaart’ (zie dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Bijlage I: ‘Visiekaart’) en dan met name de nadere uitwerking daarvan in de: ‘Kaart Groene netwerk Zeist’ (zie ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Bijlage II: ‘Kaart Groene netwerk Zeist’) voor Zeist als geheel dan met name ook per deelgebied op basis van
zogenaamde ‘ambassadeursoorten’ en ook mogelijke ‘maatregelen’ een beschrijving gegeven van de ‘kansen’ die er in de betreffende gebieden zijn om de biodiversiteit op een hoger niveau te brengen (zie dus ook de: ‘Biodiversteitsvisie’, Hoofdstuk 3: Verbetermogelijkheden voor de biodiversiteit per deelgebied’); Dat dan alsnog t.o.v. van met name het: ‘Werkdocument Biodiversiteitsvisie’ er nu (toch) een duidelijke(re): ‘Visiekaart’ en met name ook een: ‘Kaart Groene netwerk’ ligt en deze ook als basis is gebruikt voor de kansen en mogelijke maatregelen die er dan in de als zodanig onderscheiden deelgebieden zijn om de biodiversiteit te verbeteren, is dan op zich natuurlijk mooi. Wel is het dus dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus de mening is toegedaan, zoals ook het voorgaande kan worden geleid, dat er voor bepaalde op de: ‘Kaart Groene netwerk Zeist’ als zodanig aangegeven ecologische structuren, inclusief ook faunapassages, nog wel een nadere uitwerking wenselijk/noodzakelijk is, hetgeen overigens ook in de: ‘Biodiversteitsvisie’ als zodanig wordt onderkend en dan met name ook m.b.t. faunapassages (zie in deze dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 2.5:
5
Zie wat betreft de noodzaak van een echt integrale aanpak dus o.a. het rapport: ‘Making peace with Nature (UNEP, 2021)’.
6 ‘Het Groene Netwerk Zeist’ 6). Dat uiteraard voor zover de betreffende informatie nog niet beschikbaar is. Een dergelijk robuust en aaneengesloten ecologische netwerk moet dus met name wezenlijk worden geacht zodat er voor planten en dieren niet alleen leef-/kerngebieden zijn waar zij hun habitat hebben, maar dat zij zich ook kunnen verplaatsen (vergelijk dus ook het NNN), zodat er (in een sterk versnipperd Nederland) er ook genetische uitwisseling tussen (deel)populaties kan plaatsen, hetgeen dus voor het overleven van veel soorten essentieel moet worden geacht (zie in deze dus ook hiervoor onder het aandachtspunt 15), dat niet in de laatste plaats ook vanwege de gevolgen van de klimaatverandering. Alleen zo kan immers tot een: ‘Levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie (zie in deze ook de: ‘Brede Milieuvisie’, Pijler 3) worden gekomen. In die zin dus goed dat de gemeente Zeist reeds op basis van wat dan in haar: ‘Groenstructuurplan: Groen (voor) Zeist’ als de: ‘Ecologische Hoofdstructuur Zeist (EHZ)’ wordt aangeduid daaraan reeds een belangrijke betekenis heeft toegekend en waarbij o.i. dan de voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ als een nadere uitwerking daarvan wat betreft de biodiversiteit kan worden gezien; 20.
Eveneens is dus met name ook in het: ‘Rv Biodiversiteitsvisie’ aangegeven dat deze visie dus moet worden gezien als een ‘eerste stap is in de richting van een bredere, meer integrale visie, die de gemeente kan gebruiken als kader voor haar biodiversiteitsbeleid’, hetgeen dus wederom een mooi streven (en inzicht) is, maar het zou natuurlijk wel goed zijn als een dergelijke bredere en meer integrale visie er dan wel zou liggen op het moment dat de besluitvorming over de Omgevingsvisie voor ligt. Een dergelijke meer integrale visie op biodiversiteit moet o.i., zo zal eveneens uit het voorgaande duidelijk zijn, dus wezenlijk worden geacht om ook echt tot een duurzame en dus met name ook biodiverse toekomst van Zeist te komen (zie in deze dus overigens ook diverse programma’s, zoals het: ‘Deltaprogramma Biodiversiteitsherstel’, maar ook diverse manifesten en ook handvesten, zoals het: ‘Manifest basiskwaliteit natuur (Vogelbescherming en anderen), het ‘Handvest natuurinclusief ontwerpen’, maar ook diverse adviezen, zoals o.a.: ‘Samen werken aan regie op ruimte (Transitiecoalitie Voedsel, 2021)’, etc., etc.). Meer in het bijzonder zou het o.i.
in die zin in ieder geval dus goed zijn als de voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ en dan met name ook de: ‘Visiekaart’, evenals ook de nadere uitwerking daarvan in de: ‘Kaart Groene netwerk Zeist’, uiteindelijk ook als een belangrijke, zo niet dé belangrijkste bouwsteen van de nog op te stellen: ‘Omgevingsvisie’ zou worden beschouwd, dat dus als basis om in Zeist ook echt tot een duurzame ontwikkeling te kunnen komen. Hetgeen dus ook geldt voor eventueel in het kader van de ‘Omgevingsvisie’ nog op te stellen ‘(Uitvoerings)programma’s. Voor zover het evenwel onduidelijk is wat dan uiteindelijk de status van de voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ en dus ook de ‘Visiekaart’/’Kaart Groene netwerk Zeist’ is, blijft het toch onduidelijk of de gegeven kaart en de bijkomende per deelgebied aangegeven maatregelen dan alleen als kansen tot herstel biodiversiteit moeten worden gezien, dus alleen als inspiratie (zie in deze dus ook de: ‘Biodiverstiteitsvisie’, Hoofdstuk 4.3: ‘Kansen grijpen voor de toekomst’ en dan onder het hoofdje: ‘Omgevingsvisie en 6
Zo wordt dus wel aangegeven dat de ecologische verbindingen zoals deze op de ‘Kaart Groene Netwerk’ op basis van pijlen zijn aangegeven dus in werkelijkheid veel breder zijn (zie dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 2.5: ‘Het Groene Netwerk Zeist’, pag. 28), maar onduidelijk blijft dan toch hoe breed, hetgeen dus mede afhankelijk is van de eisen die bepaalde doelsoorten aan een dergelijke ecologische verbinding stellen (zie in deze dus wat betreft de ecologische verbinding tussen het ‘Vechtplassengebied’ en het ‘Kromme Rijngebied’ met name ook het rapport:’Ecopassage Griftenstein bij de N-237 (Alterra, 2009)’).
7 Leidraad openbare ruimte’) òf juist als hét beleidskader en dus harde randvoorwaarde bij eventuele toekomstige ontwikkelingen (zie dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 4.3 ‘Kansen grijpen voor de toekomst’ en dan aandachtspunten onder algemene inleiding, pag. 60); 21. Dan is dus mede op basis van de: ‘Biodiversiteitsvisie’ zowel een artikel verschenen over de gekozen aanpak met: ‘Storymaps’, evenals ook een persbericht waarbij de gemeente dan zelf een aantal gemeentelijke acties aankondigt, zoals (zie in deze dus met name ook de ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 4.2: ‘Uitvoeren van enkele projecten in gemeentelijk beheer’): ontstenen van de openbare ruimte waar mogelijk 7, het niet langer maaien rondom boomspiegels; het omvormen op bepaalde plaatsen van gazon naar bloemrijk lang gras. Eveneens wil de gemeente in de toekomst het ecologische beheer van het groen zorgvuldiger gaan aanbesteden, waarbij dan bijvoorbeeld het ‘Kleurkeur’ (van de Vlinderstichting) als inspiratie kan dienen. Dat allemaal om ook het goede voorbeeld te geven. Ook dit is natuurlijk allemaal fantastisch, maar ook recent kreeg de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. vanuit haar leden weer diverse mails met ook foto’s van het maaien bermen, waar je als het over biodiversiteit gaat niet meteen vrolijk van wordt (zie ook bepaalde foto’s in Bijlage 3: ‘Fotocollage beheer’).
Dit wil dan niet zeggen dat de gemeente niet zijn best doet, maar dus ook nog veel om te leren/verbeteren; 22. In ieder geval dus ook mooi dat de gemeente zich inzet om samen met organisaties en burgers op basis van de vele kansen die er in die zin zijn tot een verbetering van de biodiversiteit te komen (zie in deze dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie - Samen werken aan biodiversteit’, Hoofdstuk 4.3: ‘Kansen grijpen in de toekomst’ en dan onder het hoofdje: ‘Smeden van allianties’ en ook Hoofdstuk 4.4: ‘Voorlichting’ en dan onder het hoofdje: ‘Mogelijkheid bieden om zelf iets te doen’). Diverse voorbeelden in de gemeente van de afgelopen jaren laten zien dat op basis van het samen-werken met de burgers en organisaties er mooie resultaten kunnen worden behaald, ook wat betreft de biodiversiteit, zoals bij de: ‘Bijenoase’, het ‘Griftbosje’, maar ook in het kader project: ‘De Clomp’ en dan in het bijzonder de Griftzone en Griftlaan, dus laten we inderdaad samen stappen zetten naar een biodiverser Zeist; 23. Wel was het in die zin dus o.i. goed geweest als in die zin aan de kansen die bepaalde programma’s/campagnes in die zin bieden toch ook in de voorliggende ‘Biodiversiteitsvisie’ toch nog iets meer aandacht was gegeven, zoals dus de: ‘Operatie Steenbreek’, dat ook i.v.m.
de noodzakelijke klimaatadaptie (zie dus ook de beleidsnotitie: ‘Zeist klimaatbestendig’), maar ook de: ‘Campagne Heuvelrugtuinen’, dat dus niet alleen door daar kort aandacht aan te geven (zie dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 2.4: ‘Wat doet de gemeente nu al voor biodiversiteit?), maar de betreffende programma’s/campagnes bijvoorbeeld ook echt in bijvoorbeeld een apart: ‘(actie- of zo men wil uitvoerings)programma’ op te nemen en zo ook daadwerkelijk het zo noodzakelijk geachte biodiversiteitsherstel vorm te geven (zie dus in deze overigens o.a. ook de rapporten: ‘Natuurlijk op weg in Zeist (Bureau Waardenburg, 2015)’)’, ‘Kansen voor natuur in Zeist (Bureau Waardenburg, 2019)’, ‘Bijenlint’, diverse kansen LOP, waaronder het aanleggen ‘Kleine Landschapselementen
7
Zie in deze dus ook het rapport dat kennelijk in opdracht van de gemeente door SWECO is opgesteld: ‘Van zinloze verharding naar waardevol groen (SWECO, 2021)’.
8 (KLE)’ 8, etc.). Dat dus mogelijk als: ‘(Uitvoerings)programma’ in het kader van de Omgevingsvisie. In het raadsvoorstel wordt dan aangegeven dat aan de: ‘Biodiversiteitsvisie’ een vervolg kan worden gegeven in het: ‘Programma Duurzaamheid’, maar de vraag is dan of het dit thema wel de aandacht blijft houden die het o.i. verdient; 24. Verder moet o.i. dus ook evaluatie en monitoring 9 wel degelijk van belang worden geacht, tenminste om te zien en te leren wat de effecten van bepaalde maatregelen zijn; 25. Juist ook om het herstel van de biodiversiteit ook echt hoog op de agenda houden en zo daadwerkelijk tot een herstel van de biodiversiteit in Zeist te komen is het dan mogelijk een goed idee om een breed samengestelde: ‘Adviesgroep biodiversiteit’ in het leven te roepen, bestaande uit een vertegenwoordiging van burgers en belangenorganisaties en ook betrokken ambtenaren, die dan de voorliggende visie samen met betrokken ambtenaren nader uitwerkt in een: ‘Programma’ en daaraan ook een gevolg geeft met betrekking tot de uitvoering (vergelijk dus ook de: ‘Bomenadviesgroep’); Status 26. Allereerst is het dus de vraag wat dan de status is van de voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ is, dat dus o.a. ook in relatie tot de: ‘Omgevingsvisie’. Teneinde tot een duurzame ontwikkeling te kunnen komen, inclusief dus ook m.b.t.
biodiversiteit, dus het: ‘Planet-deel’ van duurzame ontwikkeling, zou o.i. de ‘Biodiversitetsvisie’ en dan dus met name ook de bredere, integrale visie, dat dus op basis van de zogenaamde: ‘lagenbenadering’, ook echt dé basis voor de toekomstige ontwikkelingen van de gemeente Zeist moeten zijn, inclusief dus ook de in die zin te maken ‘afwegingen’, waardoor dus bovendien de gemeente haar groene imago nog aanzienlijk zou kunnen versterken; Relatie met de omgevingsvisie 10 27. Zoals ook hiervoor al aangegeven zou de voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ en wellicht dan een meer en dus integralere visie dus o.i. als dé belangrijkste ‘bouwsteen’ moeten wordt beschouwd voor de toekomstige omgevingsvisie, dus ook om daadwerkelijk tot een duurzame ontwikkeling van Zeist te kunnen komen, met dus enerzijds respect voor de grenzen die de aarde aan ontwikkelingen stelt en anderzijds vanuit het perspectief van een ‘inclusieve samenleving’ (zie in deze dus met name ook het model van de: ‘Doughnut economics (Raworth, K., 2016)’). In het bijzonder zou daarbij dus aan het op de: ‘Kaart Groene netwerk Zeist’ aangegeven natuurnetwerk, net als dat met de: ‘Ecologische Hoofdstructuuur Zeist (EHZ)’ het geval is, dus een wezenlijke betekenis moeten worden toegekend, dat dus voor het functioneren van de natuur als geheel en daarmede de kansen voor soorten, dus de biodiversiteit.
8
Zie in deze overigens ook het ‘Dashboard Kleine Landschapselementen’ van Landschap Erfgoed Utrecht (LEU). 9 Zo zijn in het verleden op diverse tijdstippen voor aantal delen in het buitengebied van Zeist door het Bureau Waardenburg inventarisaties uitgevoerd voor de flora en fauna en de als zodanig geïnventariseerde gebieden ook wat betreft hun natuurkwaliteiten gewaardeerd. Daarbij gaat het dan o.a. om: ‘Ecologisch onderzoek in het buitengebied ten zw van Zeist (Bureau Waardenburg, 1991)’, ‘Ecologisch onderzoek in een drietal gebieden langs de Driebergseweg, Woudenbergeweg en Utrechtseweg (Bureau Waardenburg, 1992)’, ‘Ecologisch onderzoek Zeisterbosch-Zuid, Kerckebosch, Dijnselburg/Huis ter Heide en Den Dolder-Noord (Bureau Waardenburg, 1992)’, evenals Ecologische onderzoek gemeente Zeist 2002 (Bureau Waardenburg, 2002)’. 10 Zie ter inspiratie overigens o.a. het rapport: ‘Bouwstenen voor biodiversiteit in de Omgevingswet (Provincie Zuid-Holland, 2021)’.
9 Daarnaast zou aan biodiversiteit, zoals ook hiervoor al aangegeven (zie dus ook hiervoor onder aandachtspunt 26), bij eventueel te maken afwegingen, dus ‘afwegingskaders’, een wezenlijke betekenis moeten worden toegekend; 28. Voorts is het dus ook mogelijk om in de: ‘Omgevingsvisie/Omgevingsplannen’ de ambities m.b.t. tot de natuur/biodiversiteit ruimtelijk door te vertalen, dat dus door daaraan een bepaalde ‘omgevingswaarde’ toe te kennen. In die zin is bijvoorbeeld door o.a. de Vogelbescherming voorgesteld om dan per landschapstype een minimale: ‘Basiskwaliteit’ als uitgangspunt te nemen. Daarbij zouden dan mogelijk de in de: ‘Biodiversiteitsvisie’ als zodanig per deelgebied gegeven ‘ambassadeursoorten 11’ een belangrijke rol kunnen spelen, inclusief een daarvan dan afgeleide ‘Meetlat’, ook al is daar o.i. dan nog wel een nadere (benchmark)analyse voor nodig 12; 29. Dan zou het o.i. dus ook goed zijn als de voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ nader zou worden uitgewekt in de ‘(Uitvoerings)programma’, teneinde m.b.t. de biodiversiteit ook daadwerkelijk tot een herstel te kunnen komen. In die zin zouden dan bepaalde programma’s die er reeds bestaan (mede) als een belangrijke inspiratiebron kunnen dienen, zoals dus o.a. het: ‘Deltaprogramma Biodiversteitsherstel’; 30.
In ieder geval is het dus ook van belang om in de natuur, zeker als de recreatieve druk hoog is, tot een bepaalde zonering te komen, zodat er ook voor met name voor verstoring gevoelige diersoorten, ook echt rustgebieden zijn (zie in deze dus ook ‘Concept-zoneringskaarten NPUH’). Die recreatieve zonering zou dan ook ruimtelijke door moeten worden vertaald in de Omgevingsvisie en ook latere Omgevingsplannen; 31. Ook zou het o.i. dus ook goed zijn als: ‘Natuurinclusief ontwerpen’ en ook ‘- bouwen’ dus ook echt in de omgevingsvisie als een standaard zouden worden genomen (zie in deze dus ook de: ‘Brede Milieuvisie’ en inmiddels ook diverse: ‘Manifesten’), met dus ook een bepaald ‘puntensysteem’ m.b.t. ‘natuurinclusief bouwen’, zoals dat o.a. bij de gemeenten Den Haag, Arnhem, Ede en Groningen al wordt toegepast; Biodiversiteitsvisie Visiekaart 32. Mooi dus dat er in ieder geval nu een duidelijke ‘Visiekaart’ en met name dus ook: ’Kaart Groene netwerk Zeist’ ligt, met dus ook daarbij de in Zeist voorkomende kerngebieden en ook ecologische verbindingen, dat zowel op schaalniveau Zeist als geheel (denk ook aan de meer robuustere verbindingen Heuvelrug en ook het Kromme Rijngebied), als op buurtniveau. Ook wordt in de betreffende (deel)kaart(en) (gelukkig) meteen ook aan bestaande faunapassages en ook ontbrekende -passages aandacht besteed. Alhoewel op punten o.a.
nog verbeteringen/aanpassingen mogelijk zijn, dus wel op zich fantastisch dat zo’n kaart er nu ligt, ook al is ook daarbij dan wel een nadere uitwerking wenselijk (zie dus ook hiervoor onder het hoofdje: ‘Algemeen’ en dan onder de aandachtspunten 15 en 19); Juist zo’n kaart maakt het immers mogelijk ook de mogelijke kansen en maatregelen op het niveau van de deelgebieden juist ook vanuit een breder perspectief te zien (zie in deze wat betreft het: ‘Kromme Rijngebied’ dus met name ook de folder: ‘Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’); 33. Verder is dus op basis gegeven analyse duidelijk dat Zeist dus al een aantal fantastische natuurkernen rijk is met ook een hoge biodiversiteit (zie in deze dus ook de: 11
Zie wat betreft de betreffende ‘Ambassadeursoorten’ dus met name ook de ‘Biodiversiteitsvisie’, Bijlage III; ‘Doelsoorten en maatregelen’. 12 Zie in deze dus ook het boek: ‘Vogels in hun domein (Vogelbescherming, 2021)’en ook het rapport: ‘Verkenning basiskwaliteit Natuur in het Achterhoekse landschap (Stortelder Advies Natuur en Landschap, 2021)’.
10 ‘Biodiversiteitsvisie’, Fig. 2.3: Aantal Utrechtse aandachtsoorten per 250x250 m2 in de gemeente Zeist’, pag. 24), waaronder dus het gebied van de Vliegbasis en ook het gebied rondom het landgoed Blikkenburg, dus bieden deze gebieden als ‘referentie’ een goede basis hoe mogelijk aan de biodiversiteit in Zeist als geheel een kwaliteitsimpuls kan worden gegeven. Overigens moeten natuurlijk binnenstedelijke natuurkernen, zoals die van het Brinkpark, maar ook het Sanatoriumbos, evenals bijbehorende ecologische verbindingen, dus o.i. voor de binnenstedelijke ecologie niet minder belangrijk worden geacht (zie in deze dus eveneens het: ‘Groenstructuurplan - Groen (voor) Zeist (Zeist, 2011)’, ‘Kaart Groenstructuur van de gemeente Zeist’ met dus ook wat dan als de: ‘Ecologische Hoofdstructuur Zeist (EHZ)’ wordt aangeduid) 13; 34. Meer in het bijzonder is het dus mooi dat de algehele: ‘Visiekaart’ en dan met name ook de: ‘Kaart Groene netwerk Zeist’ ook is doorvertaald naar ‘deelgebieden’, dat dus mede op basis per deelgebied gegeven analyse en dus ook ‘ambassadeursoorten’ en daarbij mogelijke maatregelen en dus kansen (zie in deze dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 3: ‘Verbetermogelijkheden voor de biodiversiteit per deelgebied’), dat ook vanuit het grotere geheel, dus ecologische netwerk, zodat ook aan die gebieden dus een kwaliteitsimpuls kan worden gegeven.
Ook met betrekking tot de per deelgebied aangegeven: ‘Ambassadeursoorten’ en mogelijke maatregelen/kansen zijn er ongetwijfeld nog aanvullingen/verbeteringen mogelijk, dus goed ook daar voor open te (blijven) staan; 35. In ieder geval dus wel ook goed dat voor bepaalde gebieden ook de kansen in het kader van reeds lopende initiatieven worden aangegeven, zoals dus m.b.t. Bijenlint Zeist-West (zie in deze dus ook Bijlage 4: ‘Bijenlint Zeist-West), zij het dat ook voor dit initiatief nog wel nadere uitwerking noodzakelijk is (zie dus eveneens hieronder onder het hoofdje: Kansen’ en dan onder aandachtspunt 40); Milieucondities 14 36. Gelukkig wordt dus (nu) wel ook in de: ‘Biodiversiteitsvisie’ aan voor de natuur wezenlijke milieucondities aandacht gegeven, zoals dus het optreden ‘kwel’ en ook de gevolgen van ‘stikstof’15, maar mooi als dus er ook een programma zou komen om die milieucondities daadwerkelijk te verbeteren, dat dus door bijvoorbeeld een actieve deelname van de gemeente aan de ‘Blauwe agenda’ teneinde tot het herstel grondwaterbalans Heuvelrug - Kromme Rijngebied te kunnen komen, dus ‘kwel’, dat uiteraard voor zover de gemeente daar al niet actief aan deelneemt; 37.
Meer in bijzonder moeten dus ook voor de wateren van Zeist het verbeteren van de waterkwaliteit van belang worden geacht, zoals in het kader van de Kader Richtlijn Water (KRW), waarbij dan zowel de Grift als de Hakswetering als zogenaamd Waterlichaam zijn aangegeven. In ieder geval loopt er dus momenteel samen met de HDSR een programma om de waterkwaliteit te meten, ook in samenwerking met: ‘Samen Duurzaam Zeist’. Wel zou het mooi zijn als de uitkomsten daarvan dus ook zouden worden gebruikt om zo ook echt tot een verbetering van de waterkwaliteit te komen (zie in deze dus wel ook eerdere rapporten m.b.t. waterkwaliteit Zeister wateren, zoals o.a. het rapport: ‘Beoordeling stadswateren gemeente Zeist (TAUW, 2007)’, ‘Ecoscan water bebouwde omgeving Zeist (TAUW, 2016)’ en ook: ‘Ecoscans gemeente Zeist (TAUW, 2018)’) en waaruit toch ook
13
Zie overigens ook het rapport: ‘Zeister groen: Natuurlijk(er) (Stichting Milieuzorg Zeist e.o., 1990)’. Zie overigens ook: ‘Zeist in balans (Stichting Milieuzorg Zeist e.o., 1990)’. 15 Zie dus o.a. ook het eindrapport van zogenaamde Commissie Remkes: ‘Niet alles kan overal (Adviescollege Stikstofproblematiek, 2020)’. 14
11 duidelijk naar voren komt dat de ecologische kwaliteit van bepaalde (stads)wateren nog steeds (zeer) slecht is); Kansen 38. Mooi dat er dus op basis van de gegeven analyses de kansen worden aangegeven om tot een verbetering van de biodiversiteit te komen, zowel in het algemeen (zie in deze ook de ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 4.3: ‘Kansen grijpen in de toekomst’ en met name ook de ‘Biodiversiteitsvisie, Bijlage IV: ‘Maatregelen voor biodiversiteit’), als ook per deelgebied met dus ook bijzondere aandacht voor de in betreffende deelgebied relevante ‘ambassadeursoorten’/’doelsoorten 16’ (zie in deze dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 3: ‘Verbetermogelijkheden voor de biodiversiteit per deelgebied’). Dat dus ook op basis vanuit de inbreng op basis van ‘Storymaps’ door de samenleving; 39. Wel zou o.i. dus moeten worden bezien hoe de in die zin aangegeven kansen nu ook echt gaan worden opgepakt, want als de voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ niet in een echt ‘(actie)programma’ worden doorvertaald, dat bijvoorbeeld ook in het kader van de ‘Omgevingsvisie’, kunnen diverse nu aangegeven mogelijke maatregelen/kansen tot verbetering al weer snel op de achtergrond raken; 40. In ieder geval zou het o.i.
het dus goed zijn als met name in het binnenstedelijke gebied er nu ook, behalve de aandacht voor het ecologisch beheer van de bermen (zie ook hieronder onder het hoofdje: ‘Ecologisch beheer’), er toch ook bijzondere aandacht voor de realisatie van het ‘Bijenlint’ komt (zie in deze dus ook: ‘Bijlage 4: ‘Bijenlint ZeistWest’), dat door een nadere uitwerking van de visie die er ligt en ook echt te kijken waar hier kansen tot een verbetering liggen. De resultaten van de: ‘Bijenoase’ laten zien hoe zo op korte termijn fantastische resultaten voor diverse bijensoorten (nu al in totaal 56 bijensoorten met ook bijzondere soorten als koekoeksbijen) kunnen worden behaald (zie dus ook diverse you-tube filmpjes op de website www.bee-foundation.nl waaronder dat van de feestelijke opening van de bijenoase op 20 mei j.l.); 41. Verder zou het o.a. dus goed zijn na alle aandacht die in het kader van het programma ‘Hart van de Heuvelrug’ aan het herstel van de (landschaps)ecologische relaties van de Heuvelrug is gegeven, ook al zijn we er nog niet, dat nu ook een vergelijkbaar programma voor het Kromme Rijngebied zou worden opgesteld, dus bijvoorbeeld als: ‘Proeftuin’ in het kader van het: ‘Deltaprogramma Biodiversiteitsherstel’ (zie in deze dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 3.14: ‘Kromme Rijngebied’). Door de gemeente (en anderen) is er o.a.
in het kader van haar zienswijze op de: ‘POVI’ voor gepleit voor het Kromme Rijngebied te komen tot een aanwijzing als: ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, dus zou het mooi zijn als wordt bezien hoe aan dit gebied een al langer door veel partijen gewenste ecologische en ook landschappelijk kwaliteitsimpuls kan worden gegeven 17, dat uiteraard in samenwerking met de landbouwbedrijven die in het gebied voorkomen. Juist ook door de ligging nabij het stedelijke gebied zijn er o.i. daartoe alle kansen om hier (o.a.) tot een natuurinclusieve en ook circulaire landbouw met korte ketens te kunnen komen (zie in deze dus o.a. ook het rapport: ‘Gezond en duurzaam eten in en uit de Regio - Voedselagenda provincie Utrecht 2021-2023 (Provincie Utrecht, 2021)’). In ieder geval zou het dus mooi zijn als een ‘ambassadeursoort’/’doelsoort’ als de patrijs ook in de toekomst weer in het buitengebied van Zeist-West waarneembaar zou zijn (zie
16
Wat betreft aangegeven ‘ambassadeursoorten’/ ‘doelsoorten’ zijn bepaalde soorten dan weer gebonden aan bepaalde specifieke habitats/biotopen, dus ook ‘natuur(doel)typen’, andere weer aan diverse natuur(doel)typen die dan deel uitmaken van een bepaald landschapstype, etc.. 17 Zie overigens o.a. ook het rapport: ‘Ruimtelijke opgave Groen en Landschap (BVR, 2020)’.
12 in deze dus ook het zogenaamde: ‘Partridge-project’ en ook de inspanningen van de (landschapscoördinator van de) ‘Stuurgroep Kromme Rijnlandschap’) 18; 42. Meer in het bijzonder zou men de burgers nog verder kunnen betrekken door (bijzondere) soorten te laten melden bij de gemeente of een speciaal daartoe ingerichte website (vergelijk dus ook: www.waarneming.nl en ook: www.telmee.nl , maar dan een locale variant), zoals als deel van: ‘OmZeist’. In het verleden zijn ook dergelijke acties uitgevoerd, zoals het melden van egels (en ook ringslangen) in Zeist-West en deze acties hebben tot veel betrokkenheid van de burgers geleid; Ecologisch beheer 43. Ook gezien het gegeven dat Zeist is gelegen op de overgang/gradiënt van de Heuvelrug (met zandgrond) naar het Kromme Rijngebied (met klei) met daartussen dus een overgangszone, met o.a. het optreden van kwel, biedt dus in potentie de kans voor een relatief hoge biodiversiteit, mits daarbij dus nadrukkelijk ook bij het beheer met die potenties en waarden rekening wordt gehouden 19; 44. In ieder geval zal dus bij de keuze van bijvoorbeeld beplanting en ook zaad, voor zover aan de orde, dus moeten worden gekozen voor ter plaatse thuishorend en ook inheems/autochtoon plantmateriaal en zaad dat bij voorkeur ook biologisch is (zie in deze ook het ‘Levend archief’).
Wel is de Stichting Milieuzorg de mening toegedaan, dat je terughoudend zou moeten zijn met inzaaien, maar dus eerst door gericht beheer zou moeten kijken wat de potenties op een bepaalde plek zijn. Verder zou waar mogelijk een bos/mantel/zoom/bloemrijk grasland vegetatie moeten worden nagestreefd en het beheer dus ook gefaseerd dienen plaats te vinden (zie in deze dus ook de: ‘Ecologische beheervisie gemeente Zeist (Ecologisch adviesbureau Van de Den Bijtel, 2007)’ en ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Bijlage V: ‘Sinusbeheer’); 45. Dan is er gelukkig ook steeds meer aandacht voor de bodemecologie, dus het zogenaamde: ‘bodemvoedselweb’, waarbij naar verwachting ook het voorkomen van bodemverdichting met dus ook gevolgen voor de zuurstofhuishouding van belang moet worden geacht 20. Dus ook in die zin zou daar bij het beheer of herinrichting nadrukkelijk rekening mee moeten worden gehouden; 46.
En ook al heeft de gemeente dan haar bosgebieden in 1994 (grotendeels) overgedragen aan het Utrechts Landschap, dat ook om deze voor de toekomst te kunnen behouden, hetgeen toen ook bijzonder is gewaardeerd, zou dus waar mogelijk bij het beheer er dus ook bijzondere aandacht voor successie van vegetaties moeten zijn, zoals bijvoorbeeld bij Zeist-West met het zogenaamde wijkers-blijvers systeem het geval is, evenals ook voor (op bepaalde mate van) zelfregulatie (vergelijk ook vroegere campagne: ‘Dood hout leeft’); 47. Zoals ook in algemene zin hiervoor reeds aangegeven is het dan met name in de praktijk nog niet zo eenvoudig om niet alleen op het juiste tijdstip te maaien, dat dus ook rekening houdend met de bloei(tijd) van bepaalde planten (en dus ook de zogenaamde ‘bloeiboog’), evenals dat ook zorgvuldig te doen, dus ook rekening houdend met kwetsbaarheid bepaalde vegetaties en ook de bodem (zie in deze dus ook ‘Bijlage 3: 18
Overigens is het de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. niet geheel duidelijk waarom bij het deelgebied Kromme Rijngebied niet de patrijs als: ‘ambassadeursoort’ is aangegeven (zie dus ook de: ‘Biodiversiteitsvisie’, Hoofdstuk 4.13: ‘Deelgebied 13 Kromme Rijngebied’, pag. 58, maar wel in de bij de ‘Biodiversiteitsvisie’ gevoegde bijlagen: ‘Doelsoorten en maatregelen’ en ook: ‘Maatregelen voor biodiversiteit’ als doelsoort is aangeven. Maar wellicht gaat het hier om een omissie. 19 In die zin dus goed dat op de: ‘Visiekaart’ en ook de: ‘Kaart Groene netwerk Zeist’ dus ook die kwelgebieden (nu) staan aangegeven. 20 Zo is dus niet uit te sluiten, dat op basis van door Copijn uitgevoerde bodemonderzoeken, dat het massaal afsterven van de beuken aan de Koelaan dus in belangrijke mate met de slechte zuurstofhuishouding van de bodem die sterk is verdicht te maken heeft.
13 Fotocollage beheer bermen Zeist-West’). Dus goed te lezen dat men dus in de toekomst in die zin tot een andere wijze van aanbesteden wil komen, dus door zich daarbij niet zozeer op efficiency, maar juist op ecologische kwaliteit te richten (vergelijk in deze dus inderdaad ook het: ‘Kleurkeur’ van de Vlinderstichting); 48. In ieder geval had het i.o. goed geweest als wat betreft het beheer dus in de: ‘Biodiversteitsvisie’ dus wel ook een natuurkalender was opgenomen, zodat bij het beheer nadrukkelijk ook met kwetsbare perioden (beschermde) soorten rekening kan worden gehouden, dat mede i.r.t. de Wet natuurbescherming; 49. Dan wel weer mooi dat de gemeente in samenwerking met de woningbouwcoöperaties een: ‘Soortenmanagementplan (SMP)’ heeft laten opstellen voor gebouwbewonende beschermde soorten, zoals dus vleermuizen, huismussen en ook gierzwaluwen, zodat bij renovaties, energiemaatregelen, etc., nadrukkelijk met deze soorten rekening kan worden gehouden; 50. Ook mooi dat er binnen de gemeente bijzondere aandacht is voor aanpak van exoten (met o.a. een: ‘exotenbrigade’), waarbij dan bijzondere aandacht uitgaat naar zowel de Japanse duizendknoop als ook de reuzenberenklauw; 51. Ook is er een:’Protocol’/‘Plan van Aanpak’ voor de eikenprocessierups (EPR), waarbij dan zoveel mogelijk wordt ingezet op natuurlijke maatregelen, zoals bloemrijke bermen (zie o.a.
de genomen maatregelen langs de Utrechtseweg), waarbij het wel goed zou zijn deze maatregelen te evalueren; Uitvoering 52. Teneinde aan de aangegeven kansen dus ook daadwerkelijk een gevolg te kunnen geven zou het dus goed zijn, zoals eveneens hiervoor al meerdere keren naar voren gebracht, dat dus de voorliggende: ‘Biodiversiteitsvisie’ nader in een programma’ wordt uitgewerkt, dus mogelijk ook als een nader ‘(Uitvoerings)programma’ in het kader van de: ‘Omgevingsvisie’; 53. Goed dat er dus al een groene makelaar (in kader activiteiten SDZ) is aangesteld, die vele ‘burgerinitiatieven’ op een enthousiaste en deskundige wijze begeleid; 54. Verder zou het dus o.i. eveneens goed zijn als er alsnog een: ‘Adviesgroep/-raad Biodiversiteit’ in het leven zou worden geroepen, dat dus bestaande uit betrokken burgers en maatschappelijke organisaties en ook ambtenaren, dat niet alleen om het opstellen van een dergelijk (uitvoerings)programma (mede) vorm te geven maar ook de uitvoering te begeleiden (vergelijk dus ook de: ‘Bomenadviesgroep’); Integratie tussen diverse beleidsvelden en ook tussen beleid en beheer 55. Wat betreft de schakel tussen de diverse beleidsvelden en ook het beheer zou het o.i. dus goed zijn als naast een groene makelaar, die zich toch met name op de uitvoering richt, er toch ook nog een stadsecoloog wordt aangesteld (vergelijk dus o.a.
ook de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Utrechtse Heuvelrug), dat niet alleen als verbindende schakel tussen diverse beleidsvelden, maar ook bij de toetsing van omgevingsvergunningen en ook bij de inhoudelijke begeleiding van projecten en programma’s. Natuurlijk ook de ODRU heeft een ecoloog in dienst, maar deze staat toch vaak op een grotere afstand, zeker ook als het om (de toetsing van) beleidsplannen en bijvoorbeeld ook mitigerende- en compenserende maatregelen gaat; Financiën 56. Dan is dus op basis van met name het: ‘Rv Biodiversiteitsvisie’ duidelijk dat er thans onvoldoende financiën beschikbaar zijn om alle kansen die er zijn ook daadwerkelijk te realiseren. Wel is dus 200.000 euro beschikbaar voor het uitvoeren van een aantal aangekondigde acties, hetgeen dus op zich al mooi is, maar als we echt iets willen
14 veranderen zullen er dus ook echt structurele financiën ter beschikking moeten worden gesteld, dat dus naast de gelden in het kader van het Programma Duurzaamheid/SDZ; 57. Wellicht dus wel goed dat er in die zin ook een structurele locale subsidie komt voor het nemen maatregelen door burgers en bedrijven, zoals bijvoorbeeld thans de subsidie van de HDSR voor de aanleg van groene daken en ook subsidie provincie Utrecht m.b.t. verbeteren biodiversiteit; Conclusie 58. Fantastisch dat er door de gemeente samen met de burgers en maatschappelijke organisaties een: ‘Biodiversiteitsvisie’ is opgesteld, maar de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. acht het dus wel van belang dat er ook daadwerkelijk een vervolg komt, dat dus in vorm van een actieplan/programma, inclusief ook een (structurele) financiering; 59. Verder dus goed als t.a.v. bepaalde thema’s, zoals ecologische verbindingen, inclusief bijbehorende faunapassages, er nog een nadere uitwerking plaatsvindt, dat ook op basis van de eisen die ‘doelsoorten’/ ‘ambassadeursoorten daaraan stellen, althans voor zover deze er nog niet zijn; 60. Dan is het dus ook van belang, ook gezien de urgentie, dat biodiversiteit ook echt een belangrijke drager van de ‘Omgevingsvisie’ wordt, inclusief bijbehorende: ‘Omgevingswaarden’, dus ook: ‘Meetlatten’, evenals ook ‘programma’; 61. Meer in het bijzonder zou het dus goed zijn, zowel m.b.t.
de nadere uitwerking als het opstellen van een actieplan/programma en de uitvoering van het biodiversiteitsherstel er een: ‘Adviesgroep Biodiversiteit’ zou komen (vergelijk dus ook de: ‘Bomenadviesgroep’); 62. Ook zou het dus goed zijn als alsnog een: ‘Stadsecoloog’ wordt aangesteld om alle processen en acties in inhoudelijke zin te begeleiden en ook te toetsen; 63. Laten we – tenslotte - dus ook echt samen met elkaar werken aan meer biodiversiteit in de buitenruimte Zeist. Zowel de natuur als de (gezondheid) van mens is daar bij gebaat 21, zoals ook de Corona duidelijk heeft aangetoond. Patrick Greeven (Stichting Milieuzorg Zeist e.o.)
21
Zie in deze dus o.a. de factsheet: ‘Natuur en gezondheid (IVN, 2013)’.
15 Bijlage 1: Reactie Stichting Milieuzorg Zeist inzake ‘Werkdocument Biodiversitetsvisie gemeente Zeist’ Zeist, 16 juli 2020 Beste Renate Siekman en medewerkers Bureau Waardenburg, Bij mail van 06 juli 2020 is aan diverse bewoners en organisaties die zich hadden opgegeven voor de Online workshop m.b.t. de: ‘Biodiversiteiitsvisie’ van de gemeente Zeist een eerste concept van het betreffende document toegestuurd. Daarbij is aangegeven dat het nog om een: ‘Werkdocument’ gaat. Vanmiddag heeft er dus de online werkbijeenkomst plaatsgevonden, waarbij diegene die zich hadden opgegeven ieder 5 minuten kregen om een reactie op het document te geven. Daarnaast is er de mogelijkheid geboden nog tot en met 19 juli een meer uitgebreidere reactie te kunnen geven. De Stichting Milieuzorg Zeist e.o. maakt gaarne van de betreffende gelegenheid gebruik. Eerst zal een algemene reactie worden gegeven, waarna op meer specifieke aspecten zal worden ingegaan. Afgesloten zal worden met een voorlopige conclusie. 1. Algemeen De Stichting Milieuzorg Zeist e.o. is dus bijzonder verheugd dat dit door de gemeente op de agenda is gezet. Wel heeft zij dus bij de aanpak en ook inhoud op onderdelen een aantal opbouwende kanttekeningen. Aanpak De Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
blijft het een gemiste kans vinden dat de bewoners en maatschappelijke organisaties niet actiever zijn betrokken bij de algehele aanpak en ook uitwerking. Natuurlijk speelt hierbij ook de coronacrisis, evenals is aan burgers en maatschappelijke organisaties, etc., digitaal de mogelijkheid geboden om via: ‘Storymaps’ de kansen die zij zien om aan biodiversiteit binnen de gemeente een impuls te geven in te brengen, waarvan dus gelukkig ook massaal gebruik is gemaakt (namelijk door maar liefst 500 inwoners!), maar juist ook door over de algehele opzet met elkaar in dialoog te gaan, evenals dus ook m.b.t. de analyse op basis waarvan dan tot een visie kan worden gekomen, voorkom je o.i. dat er ook kansen worden gemist. Maar goed dingen gaan soms zoals ze gaan. Storymaps Eerder is dus door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. (in de persoon van Patrick Greeven) dus al in het kader van: ‘Storymaps’ per mail een bijdrage gegeven (zie in deze dus ook de bijlage). Daar is overigens geen reactie meer op gekomen. Positief is in ieder geval wel dat in de: ‘Biodiversiteitsvisie’ dus niet alleen naar het binnenstedelijke gebied wordt gekeken, maar ook naar het buitengebied, waar o.i. ook vele kansen liggen. Werkdocument juli 2020 In algemene zin mist de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
toch een duidelijke landschapsecologische analyse, dus een bepaalde verdieping op basis ecosysteembenadering, dat dus
16 op basis van diverse beschikbare data 22, waar nu in Zeist, dat ook in relatie tot de (wijdere) omgeving, dan knelpunten aanwezig zijn op (eco)systeemniveau, zodat ook echt in de toekomst als gemeente een bijdrage kan worden gegeven aan de biodiversiteit in de regio/provincie/Nederland/Europa. Natuurlijk er wordt een korte beschrijving gegeven van wat onder biodiversiteit wordt volstaan, evenals een beschrijving van de natuur in Zeist en dus stand van de biodiversiteit, als ook wat Zeist al doet en wat haar inzet is, waar de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich in algemene zin in kan vinden, alhoewel zij daarop ook een aantal aanvullingen heeft, maar als niet op systeemniveau een verdere analyse en dus verdieping plaatsvindt, dus waar de echte knelpunten (of zo men wil kernpunten) zitten, dan zul je .o.i. dus niet wezenlijk tot een zodanige ‘structuurverandering’ komen, dus transitie, dat biodiversiteit en dus het leven van hier van nature voorkomende soorten, dus ook bijzondere soorten, weer echt deel van het leven (op aarde) uit gaat maken.. O.i. moet een dergelijke analyse dus ook van belang worden geacht voor de Omgevingsvisie van Zeist, waarbij aan omgevingskwaliteiten een belangrijke betekenis wordt toegekend (zie in deze dus ook de: ‘Omgevingswet’). O.i. geldt dat dus in het bijzonder ook voor de biodiversiteit.
Algemene analyses maken duidelijk dat de biodiversiteit op de aarde als geheel, maar dus ook in Nederland (zie o.a. het zogenaamde IPBES-rapport, evenals het: ‘Living Planet Report Nederland 20202 (WNF, 2020)’), onder grote druk staat en dat in feite in die zin de grenzen zijn bereikt zo niet al ruim overschreden. Dat geldt als wij zo diverse onderzoeksrapporten zoals deze in loop van de tijd zijn opgesteld dus ook voor Zeist (vergelijk dus o.a. onderzoeken van Bureau Waardenburg voor de gemeente Zeist uit begin jaren ’90 met die uit begin 2000, etc.), ook al zijn er ook lichtpuntjes, zoals dus m.b.t. tot de natuur op de Vliegbasis, ook al staat ook deze onder druk, evenals ook de bijenoase, alwaar op basis van tellingen afgelopen de maanden (door Kees Goudsmits) maar liefs 93 insecten zijn waargenomen, waaronder ook een aantal zeer zeldzame soorten.
Juist gezien de enorme druk op de ruimte en dus ook de natuur, niet alleen wat betreft het directe ruimtebeslag, maar dus ook wat betreft de milieudruk (denk daarbij dus aan grondwateronttrekkingen, maar ook stikstofproblematiek, problematiek gewasbeschermingsmiddelen, onkruidbestrijdingsmiddelen 23, etc.) en bijvoorbeeld ook de recreatiedruk komen het PBL en de WUR dan ook in een van hun recente publicaties, zo ook al niet eerder tot de conclusie, dat wat betreft de natuur/biodiversiteit een ‘systeemverandering/systeemherstel’ noodzakelijk is (zie in deze dus met name ook het rapport: ‘Lerende evaluatie van het Natuurpact (PBL, et al, 2020)’) 24. En alhoewel in het voorliggende Werkdocument tot een dergelijk systeemherstel wel aanzetten toe worden gegeven, mist o.i. dus in die zin toch in het Werkdocument, hoewel dus mooi dat men de kansen in beeld brengt, toch een bepaalde ‘urgentie’ om alles in die zin 22
In de eerdere bijdrage van de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. aan ‘Storymaps’ is dus aan diverse wat betreft het maken van een dergelijke analyse o.i. relevante documenten aandacht gegeven, evenals aangeboden deze ter beschikking te stellen, maar zoals dus eerder ook al aangegeven is daar geen reactie op gekomen. Daarnaast biedt natuurlijk ook ‘Citizen science’, waarin in Zeist met o.a. het monitoren van de binnen Zeist voorkomende wateren al een begin is gemaakt, evenals overigens ook met fijnstof, tal van kansen. 23 Gelukkig worden dus herbicden door de gemeente zelf bij haar groenbeheer al sinds lange tijd niet meer gebruikt. 24 Maar zie dus ook ‘Green Deal’/’Biodiversiteitsstrategie EU 2030’, etc.
17 echt anders te gaan doen, dus om de biodiversiteit, dat toch het leven op aarde vertegenwoordigt, echt bij alles centraal te stellen (vergelijk overigens ook aanpak Amsterdam die nu de ‘doughnut economy (van Kate Raworth)’ heeft omarmd en waarbij ecologie, naast dus een inclusieve samenleving, ook echt een centrale plek heeft gekregen 25). Wat betreft de gegeven doelstellingen, zoals deze dus met name in de hoofdstukken 1.3: Wat wil de gemeente Zeist’, 2.5: Het groen netwerk Zeist’ en hoofdstuk 4: ‘Strategie’ aan de orde worden gesteld, onderschrijft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. deze uiteraard van harte, maar veel hangt af van hoe de: ‘Visiekaart’ er dan uit zal gaan zien, evenals hoe de diverse in Bijlage II: ‘Doelsoorten en maatregelen’ én ook Bijlage III: ‘Maatregelen voor biodiversiteit’ gegeven maatregelen, inclusief dus ook het beheer (zoals dus ook het zogenaamde: ‘sinusmaaien’) daar uiteindelijk op basis van de hiervoor reeds als zodanig aangegeven ‘landschapsecologische analyse’ dan ook echt in zullen gaan landen.
Dan is het dus ook van belang, zeker als aan het document richtlijnen ontleed gaan worden hoe met het beheer, maar bijvoorbeeld ook waar bepaalde maatregelen, al dan niet themagewijs, nu wel van toepassing moeten worden geacht, dat deze dan wel zodanig concreet moeten zijn, dat zij ook in die zin ook daadwerkelijk als toetsingskader kunnen gaan functioneren. Verder zou het dus in die zin goed zijn als door de gemeente ook een stadsecoloog kan worden aangesteld, die de diverse uit de Biodiversiteitsvisie voorvloeiende projecten ook echt kan begeleiden, dus met daadwerkelijk ecologische kennis (vergelijk ook werkzaamheden stadsecologen Utrecht en Amersfoort). Natuurlijk de gemeente heeft al een landschapscoördinator, maar deze opereert toch vooral in het buitengebied, maar juist als we samen met bewoners, bedrijven, instellingen en scholen echt aan biodiversiteit een kwaliteitsimpuls willen geven of een stadsecoloog toch eigenlijk onmisbaar. Meer in het algemeen zou zij trouwens wat betreft de hoofdstukindeling na een meer algemene inleiding het Hoofdstuk 2: ‘Wat hebben we nu in Zeist’ eerst aan de orde stellen en dan pas het hoofdstuk: ‘Visie op Zeist’, inclusief dus ook een integrale ‘Visiekaart’ zodat je in die zin een o.i. meer duidelijke opbouw krijgt.
En dan dus ook een apart hoofdstuk, zoals ook hiervoor al aangegeven, met een aantal duidelijke richtlijnen, die straks ook toetsbaar zijn. 2. Specifieke aspecten Hier zal nog kort op hetgeen in de diverse hoofdstukken aan de orde wordt gesteld een reactie worden gegeven, zij het dus een voorlopige reactie. Visie op biodiversiteit in Zeist (hoofdstuk 1) Inleiding Hierin wordt met name verwezen naar het gemeentelijke: ‘Groenstructuurplan: ‘Groen (voor Zeist’ dat zich met name op het binnenstedelijke gebied richt, maar Zeist heeft natuurlijk ook een: ‘Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied + (Brons & Partners, 2010)’, met dus ook een: Natuurvisiekaart’ en ook een: Landschapsvisiekaart’, met dus ook vele
25
Zie in deze dus ook het document: ‘The Amserdam City Doiughnut – A tool for transformative action (Amsterdam, 2020)’).
18 maatregelen om aan de natuur in het buitengebied een algehele kwaliteitsimpuls te kunnen geven 26. Waarom is biodiversiteit, dus soortenrijkdom, belangrijk Hierbij gaat het o.i. dus niet alleen om het belang voor de mens, maar ook gewoon om de ‘intrinsieke waarde’ van de natuur en bijbehorende soorten. Natuurlijk vertegenwoordigt biodiversiteit ook een bepaald: ‘Natuurlijk kapitaal’ (zie in deze dus ook de gelijknamige webiste), maar als je ‘dieper’ kijkt is de natuur o.i. gewoon van onschatbare waarde, dat als bron van alle leven, dus ook voor de mens. Wat betreft de mens wordt ook steeds duidelijker wat dus de natuur dan in die zin betekent, ook weer in tijden van corona. De natuur is dan niet alleen van belang om ook rust te kunnen vinden in het hectische leven, maar ook voor de gezondheid van de mens in het algemeen (zie in deze o.a. de facsheet: ‘Waarom wij natuur nodig hebben – Factsheet natur en gezondheid (IVN, 2013)’).
Verder wordt steeds meer duidelijk dat naarmate de biodiversiteit van systemen afneemt, dat daardoor dan de ‘veerkracht’ van dergelijke systemen wordt aangetast, met dus grote gevolgen, met name als ‘kantelpunten’ worden overschreden en systemen dan geheel in elkaar kunnen storten, inclusief dus ook de afhankelijkheid van bepaalde soorten van elkaar, met mogelijk dus uiteindelijk ook (naar verwachting) grote/catastrofale gevolgen voor de mens (vergelijk dus ook de publicatie over gevolgen klimaatverandering voor de mens: Future of the human climate niche (Scheffer, M. et al, 2020)’). In ieder geval zou het in die zin dus ook van belang zijn dat diverse problemen ook echt integraal zouden worden opgepakt, dus zowel die van de klimaatcrisis (inclusief dus ook klimaatadpatie), als biodiversiteitscrisis. Pas door een echt integrale aanpak (inclusief dus ook de economie) kan o.i. de problematiek waar we met zijn allen op aarde voor staan ook echt worden aangepakt (zie in deze dus wederom het rapport:: ‘Lerende evaluatie van het Natuurpact (PBL, et al, 2020)’).