CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

03.09-23RV038 Bijlage 3.9 Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16

Raad 3 oktober 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Bestemmingsplan Sortie 1617.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

31

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

In de omgeving van Sortie 16 is veel geschikt leefgebied van eekhoorn aanwezig in de vorm van bossen en bosschages en andere structuren met bomen die in de omgeving van menselijke bewoning liggen. Voorbeelden hiervan zijn de groenstroken rond woonwagencentrum Beukbergen, bosschages rond vrijstaande woningen in Bosch en Duin, groenstroken en bomen ter plaatse van De Oude Tempel in Soesterberg en landgoed Sterrenberg.

4.8

Hazelworm Waarnemingen Bij het veldonderzoek zijn hazelwormen in het plangebied hoofzakelijk aangetroffen in de centraal in het gebied gelegen open strook. Daarnaast zijn enkele exemplaren aangetroffen langs bosranden aan de oostkant van het plangebied, zie figuur 4.5. Aantallen Bij het veldonderzoek zijn negen hazelwormen aangetroffen. In 2015 zijn uit de oostelijke helft van de grove dennenopstand in het plangebied 62 hazelwormen gevangen en verplaatst naar geschikte habitats op de Vliegbasis. Verwacht wordt dat in de westelijke helft van de grove dennenopstand vergelijkbare aantallen voorkomen. Aan de hand van de onderzoeksgegevens wordt geschat dat het plangebied plaats biedt aan 50 tot 200 hazelwormen. Belang populatie in plangebied De (deel) populatie hazelwormen in het plangebied maakt deel uit van een grotere populatie hazelwormen die in de omgeving van het plangebied in de omgeving vrij algemeen voorkomt in de omringende bosgebieden. Uit de NDFF zijn rond het plangebied tientallen waarnemingen van hazelworm bekend van de afgelopen 10 jaar. Waarnemingen zijn onder andere gedaan in park Vliegbasis Soesterberg, landgoed de Paltz en bosgebieden rond Soesterberg en Zeist ten zuiden van de N236.

Bij monitoringsonderzoek en het uitvoeren van mitigerende bij ontwikkelingen in het zuidelijke deel van park Vliegbasis Soesterberg, direct ten noorden van Sortie 16, zijn enkele honderden hazelwormen aangetroffen (Van den Bijtel, 2018). Omgevingscheck Hazelworm is een soort die normaliter voorkomt in open bossen, bosranden, heide, houtwallen, struwelen, spoor- en wegbermen, kalkgraslanden, vestingwerken, steenhopen, ruderale plaatsen en tuinen. De soort heeft een voorkeur voor enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. Het grootste deel van de dag leven ze onder vegetatie, strooisel en dood hout of ze verblijven in holen in de grond. Leefgebied van hazelworm is in de omgeving van het plangebied in ruime mate aanwezig. Bekende leefgebieden in de naaste omgeving van Sortie 16 zijn Park Vliegbasis Soesterberg en defensieterrein De Vlasakkers.

32

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

Figuur 4.5. Waarnemingslocaties van hazelworm,. Levendbarende hagedis en ringslang in Sortie 16. Bron: Van den Bijtel (2020).

4.9

Levendbarende hagedis Waarnemingen In de open zone die het bosgebied van Sortie 16 in noord-zuid richting doorsnijdt zijn twee levendbarende hagedissen aangetroffen, zie figuur 4.5. Aantallen In het plangebied leeft naar verwachting een kleine deelpopulatie van 10 tot 20 exemplaren in de centrale open zone. Belang populatie in plangebied De deelpopulatie levendbarende hagedissen in het plangebied maakt deel uit van een grotere populatie in de omgeving. Op grond van bekende waarnemingen (NDFF, 2021; Van den Bijtel, 2018) en beoordeling van geschikt habitat in de omgeving bevindt de hoofdpopulatie van levendbarende hagedis zich in het noordelijke deel van Vliegbasis Soesterberg. Hier zijn honderden waarnemingen gedaan, met name in open (heischrale) terreinen omringd door bos, zoals de Middle East. Omgevingscheck Levendbarende hagedis komt hoofdzakelijk voor in open plekken in bossen, (vochtige) heide, schraalgraslanden, bermen, dijktaluds, hagen en houtwallen. Het is een vochtminnende soort die veel wordt aangetroffen op structuurrijke overgangen van vochtige naar droge terreindelen, daar jaagt hij op geleedpotigen, voornamelijk spinnen. Open terrein in de buurt dekkingsmogelijkheden wordt gebruikt om te zonnen en te schuilen. Aangezien de jongen vrijwel direct bij de geboorte uit het ei komen geldt het leefgebied van vrouwtjes als voortplantingsplaats.

Overwintering vindt plaats tussen half september en half april, onder andere in grote gras of zeggepollen, oude zoogdierholen en onder boomstroken.

33

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

De meest geschikte leefgebieden van levendbarende hagedis in de omgeving bevinden zich aan de Noordkant van Park Vliegbasis Soesterberg waar bos- en heideterreinen elkaar afwisselen. Ook de hellingen van zandafgravingen in de omgeving zoals het naast het plangebied gelegen woonwagencentrum Beukbergen en open plekken omgeven met bos in landgoed Beukbergen zijn in potentie geschikt leefgebied.

4.10

Ringslang Waarnemingen Aan de westkant van de open zone die het bosgebied van Sortie 16 in noord-zuid richting doorsnijdt is één ringslang aangetroffen (zie figuur 4.5). Aantallen Verwacht wordt dat in het plangebied enkele (1 tot 3) zwervende exemplaren kunnen voorkomen. Belang populatie in plangebied De populatie ringslangen in de omgeving concentreert zich in het noordelijke gedeelte van Park Vliegbasis Soesterberg en oefenterrein De Vlasakkers op 1,5 tot 2 kilometer ten noorden van het plangebied. Het plangebied is met uitzondering van de centrale open strook vrij droog. In het plangebied en de nabije omgeving daarvan is geen open water aanwezig. Ook zijn geen geschikte voorplantingsplaatsen aanwezig zoals composthopen of bladhopen. Verwacht wordt dat het plangebied van beperkt belang als jachtgebied voor ringslangen uit de omgeving. Omgevingscheck De ringslang komt voor in waterrijke habitats, veelal op zandgronden en overgangen van zandgrond naar veen- of kleigebied. De soort jaagt onder andere in structuurrijke oeverbegroeiingen van meren, plassen en watergangen. Eieren worden in de zomer afgezet in composthopen, bladhopen en mestvaalten: plaatsen waarin broei plaatsvindt. Overwintering vindt plaats op droge plaatsen in holen, compost- en bladhopen, houtstapels, onder boomstammen en in dicht struweel.

In het gebied tussen de vliegbasis en de spoorlijn Den Dolder – Amersfoort zijn diverse waterpartijen (poelen en vijvers) aanwezig. Waarnemingen van ringslang concentreren zich rond deze waterpartijen.

4.11

Kommavlinder Waarnemingen In het plangebied is in 2019 één kommavlinder waargenomen in een bloemrijke ruigte langs de Westelijke Ontsluiting. Aantallen Geschat wordt dat in Sortie 16 tien tot twintig kommavlinders voorkomen, afhankelijk van de weersomstandigheden in een bepaald jaar. De aantallen kommavlinders op de vliegbasis lagen in 2019 ten minste 75 procent lager dan in de jaren daarvoor, waarschijnlijk als het gevolg van langdurige droogte. Het is derhalve aannemelijk dat ook het aantal kommavlinders op het terrein Dorrestein/Sortie 16 in 2019 uitzonderlijk laag was (Van den Bijtel, 2020). In 2018 zijn er 11 kommavlinders waargenomen in het plangebied, waarvan 2 ei-afzettende vrouwtjes, zie figuur 4.6.

34

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

Figuur 4.6. Waarnemingslocaties uit 2018 van kommavlinder in Sortie 16. Bron: Van den Bijtel (2020).

Belang populatie in plangebied De kommavlinders in Sortie 16 vormen een kleine deelpopulatie van de grote kernpopulatie op het aangrenzende Park Vliegbasis Soesterberg. Bloemrijke ruigtevegetaties in open delen van het plangebied hebben een functie als foerageergebied. Lokaal kan ei-afzet plaatsvinden op pollen fijn schapengras of zandstruisgras in de open delen van het plangebied zoals de zandige helling. In het plangebied is een relatief klein oppervlakte (ca. 1 hectare) van dergelijk geschikt leefgebied van de kommavlinder aanwezig ten opzichte van de tientallen hectares geschikt habitat in Park Vliegbasis Soesterberg. Verwacht wordt dat het plangebied van relatief beperkt belang is voor de populatie kommavlinders in de omgeving. Omgevingscheck De kommavlinder leeft met name in droge, schrale open graslanden en gevarieerde heide. De aanwezigheid van een lage vegetatie met polletjes gras en hier en daar kale grond is van belang voor de ei-afzet. Als de vlinders in deze schrale omgeving onvoldoende nectar kunnen vinden dient er op enige afstand een vegetatie met nectarrijke kruiden aanwezig te zijn, zoals kruiskruiden, distels, koninginnenkruid, struikhei en watermunt (Vlinderstichting, 2021). De schrale en lokaal kalkrijke graslanden, afgewisseld met heide binnen Park Vliegbasis Soesterberg bieden een groot oppervlak geschikt leefgebied voor de kommavlinder.

Lokaal zijn hier terreinen met pollen schapengras, rood zwenkgras, zandstruisgras en gewoon struisgras aanwezig waarop ei-afzet plaatsvindt (Van den Bijtel, 2018).

35

Activiteitenplan ActiviteitenplanWoonwijk WoonwijkSortie Sortie16, 16,Soesterberg Soesterberg

5. Effecten werkzaamheden 5.1

Buizerd Er gaat bij de aanleg van de woonwijk geen nestplaats van buizerd verloren. Het in 2019 aangetroffen buizerdnest is aanvankelijk ingepast in het ontwerp van de woonwijk. Rond deze locatie blijft een bosrijke zone in een straal van circa 50 meter behouden. Deze wordt uitgerasterd en is niet toegankelijk voor wandelaars en honden. Dit uitgerasterde gebied beschermt tevens de dassenburcht. Aangezien in 2021 is geconstateerd dat er geen nestplaatsen van buizerd meer aanwezig zijn in het plangebied, is geen sprake van overtreding van verbodsartikelen.

5.2

Vleermuizen Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied aanwezig. In de huidige situatie speelt het plangebied wel een rol als foerageergebied voor vleermuizen en specifiek voor laatvlieger en gewone dwergvleermuis als vliegroute door de centrale open plek door het bos. In de aanleg- en gebruiksfase van de woonwijk kan er in de te bebouwen zones en rondom verlichte infrastructuur sprake zijn van verstoring van foeragerende of pendelende vleermuizen als gevolg van uitstralend licht. De centrale open groenstrook in het plangebied is echter ingepast in het ontwerp van de woonwijk. Door het behoud van de aanwezige donkere en open structuur met aan weerszijden opgaande beplanting in de vorm van te behouden stroken met bestaand bos is er geen sprake van verstoring van de nu aanwezige vliegroute. Verstoring van foeragerende individuen wordt bovendien voorkomen door het nemen van mitigerende maatregelen (zie hoofdstuk 7). Van overtreding van verbodsartikelen ten aanzien van vleermuizen is derhalve geen sprake. Door het behoud van bos- en groenstructuren en creëren van open plekken in het terrein ten behoeve van de aanleg van de woonwijk wordt verwacht dat de kwaliteit van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen verbetert. Ook worden op vrijwillige basis natuurinclusieve maatregelen genomen, waaronder het inbouwen van vleermuiskasten.

36

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

5.3

Das Bij het beoordelen van effecten op de das wordt onderscheid in activiteiten die vooral op de burcht effect zullen hebben en activiteiten die vooral op foerageergebied en looproutes effect zullen hebben. Werkzaamheden die plaatsvinden in gebieden die als foerageergebied worden gebruikt kunnen immers ook effect hebben op het functioneren van een burcht. Effecten op burcht Bij het voorgenomen initiatief blijven de fysieke dassenburcht en de directe omgeving daarvan intact. In het ontwerp van de woonwijk blijft de hoger gelegen groenstrook aan de zuidkant van Sortie 16 waarin zich de dassenburcht bevindt, behouden (figuur 5.2). Dit geldt ook voor de burcht zelf en de grondwal die tussen de burcht en de provinciale weg ligt. In de Wet Natuurbescherming is enige verstoring van dassen of een dassenburcht niet verboden. Wanneer een dassenburcht echter zo ernstig verstoord wordt, dat de dassen deze verlaten, is deze niet langer functioneel en geldt dat ook als een overtreding van artikel 3.10. Dassen worden vooral dichtbij de burcht snel verontrust door sterk wisselende geuren, lichtpatronen, geluiden of trillingen die samenhangen met menselijke aanwezigheid. Ze kunnen echter goed wennen aan zulke prikkels, vooral als die verder van de burcht verwijderd plaatsvinden en als die prikkels niet sterk variëren in aard of sterkte (BIJ12, 2017b).

In de aanlegfase van de woonwijk kunnen activiteiten die overdag (tussen zonsopgang en zonsondergang) plaatsvinden binnen 50 meter van de meest nabijgelegen toegang tot de dassenburcht, een verstorend effect hebben. Activiteiten tussen zonsondergang (of later dan 19.00 uur als de zon later onder gaat) en zonsopgang die binnen 200 meter van de meest nabijgelegen toegang tot de dassenburcht plaatsvinden kunnen ook een verstorend effect hebben. Als deze verstoring leidt tot het verlaten van de burcht, wordt daarmee Wnb artikel 3.10 lid b overtreden. De dichtstbijzijnde bouwactiviteiten vinden echter overdag plaats op een afstand van ongeveer 50 meter van de burcht, zie figuur 5.1. Hierdoor wordt de burcht tijdens de aanlegfase niet dusdanig verstoord dat sprake is van verlies aan functionaliteit van de burchtlocatie. Het verlaten van de burcht zal niet aan de orde zijn. In de gebruiksfase kunnen dassen ’s avonds of ’s nachts gevaar lopen voor loslopende honden. Hierdoor kan een burchtlocatie en/of een looproute/foerageergebied minder geschikt of ongeschikt raken. Daarom wordt het bosperceel rondom de burcht uitgerasterd. Wandelaars en honden kunnen hierdoor het bos niet betreden. Er lopen ook geen wandelpaden langs. De foerageergebieden van de dassenfamilie blijven bereikbaar doordat: 1. de bosstrook ten zuiden van het woonwagencentrum langs bereikbaar blijft.

Dit garandeert foerageergebied en doortocht naar landgoed Beukbergen. 2. een uitgerasterde loopstrook richting de vliegbasis zorgt voor veilige doortocht en foerageergebied rondom de landingsbanen Zou de doortocht naar de vliegbasis fysiek geblokkeerd worden of door onveilige zones worden afgesloten, dan zou de burchtlocatie afgesneden worden van de essentiële foerageergebieden op de vliegbasis. Door de maatregelen wordt echter bereikt dat het essentiële foerageergebied toegankelijk blijft. Ook blijft de locatie van de burcht een logische, omdat deze blijvend als een schakel in looproutes tússen beide foerageergebieden in ligt.

37

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

Doordat de burchtlocatie niet wezenlijk verstoord wordt en looproutes naar essentiële foerageergebieden behouden blijven, wordt de functionaliteit van de burcht gehandhaafd. Van overtreding van verbodsartikelen uit de Wnb ten aanzien van de das is zodoende geen sprake. Effecten op foerageergebied Door de bouw van woningen en infrastructuur ter plaatse van het huidige grove dennenbos in Sortie 16 gaat binnen het plangebied ongeveer 3 hectare foerageergebied van das verloren. Het omliggende groen (ca. 2,5 ha.) blijft geschikt als foerageergebied maar de kwaliteit hiervan neemt af door de impact van menselijke activiteit in de woonwijk. Gezien de oppervlakte van het te verliezen gebied ten opzichte van de ruime beschikbaarheid aan geschikt foerageergebied in de omgeving, vormt het plangebied geen essentieel foerageergebied. De groenzone rond de burcht, het natuurlijk hart, hellingen rond het plangebied en de loopcorridor aan de westkant van het plangebied, samen ruim 2,5 hectare, behouden hun functie als foerageergebied (zie figuur 5.2). Door de aanleg van de woonwijken Sortie 16 en Vliegbasis Soesterberg neemt afstand tot het aldaar aanwezige optimaal foerageergebied in Park Vliegbasis Soesterberg (ten noorden van de burcht) toe tot ongeveer 600 meter. De oppervlakte van de woonwijk Vliegbasis Soesterberg bedraagt een kleine 20 hectare.

Verwacht wordt dat de groenstructuren in deze nieuwe woonwijk (ca. 30% van het bruto oppervlakte) geschikt blijven als foerageergebied van dassen. Door de bouwactiviteiten in Sortie 16 èn de woonwijk Vliegbasis Soesterberg gaat in totaal grofweg 17 hectare foerageergebied aan de noordkant van de burcht verloren of wordt veel minder geschikt (3 ha. in Sortie 16 en 14 ha. in woonwijk Vliegbasis Soesterberg). Binnen het uitgestrekte leefgebied van dassen is dit echter geen verlies dat de functionaliteit van de burcht in het geding brengt. Er blijven grote gebieden binnen bereik van de dassen, mits de looproutes functioneel blijven. Daar wordt door het inrichten van rustige en veilige corridors voor gezorgd.

38

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

Figuur 5.1 De afstand tussen burcht (groene vijfhoek) en dichtstbijzijnde gebouwen is ongeveer 50 meter (rode lijn). Bron achtergrond: BGSV.

Figuur 5.2 Plangebied (rood omlijnd) met zone rond burcht (effen groen – zie uitsnede), omringende te behouden foerageergebieden (groen gearceerd), woonwijk Vliegbasis Soesterberg (paars gearceerd) en corridors door woonwijken (geel gemarkeerd). Bron achtergrond: PDOK.

In de aanlegfase is het van belang dat deze corridor voorafgaand aan het bouwrijp maken wordt ingericht en dat er in de corridor geen verstorende activiteiten plaatsvinden. Door mitigerende maat-

39

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

regelen zoals overdag werken en het uitrasteren van de corridor dient een permanente vrije doorgang voor dassen te worden geborgd. Hierdoor blijven er te allen tijde geschikte looproutes tussen de burcht en belangrijke foerageergebieden beschikbaar. Er is evenwel een kleine kans dat de vele veranderingen die gaan plaatsvinden in het leefgebied van deze dassenfamilie betekent dat ze zich voor een langere een periode niet in de burcht ophouden. In de afgelopen jaren is ook vastgesteld dat de dieren soms maanden niet aanwezig waren. Aangezien in 2020 en 2021 geen voortplanting in de burcht heeft plaatsgevonden, hebben de dieren elders een goed onderkomen. Gezien de adequate mitigerende maatregelen die genomen worden zal dit echter steeds van tijdelijke aard zijn en kan de burcht dezelfde functie blijven vervullen als voorheen. Gezien de kans op een tijdelijk effect (en daarmee overtreding van verbodsartikel 3.10 lid 1b) is echter wel een ontheffing noodzakelijk.

5.4

Eekhoorn Als gevolg van de kap van bomen gaan vaste rust- en voortplantingsplaatsen en foerageergebied van eekhoorn verloren. Daarvoor is een ontheffing noodzakelijk. Door de kapwerkzaamheden uit te voeren in de minst kwetsbare periode van eekhoorn en door het behoud geschikte nestbomen in de omgeving wordt schade aan individuen tot een minimum beperkt. Kwetsbare perioden van eekhoorn zijn de voortplantingsperioden van december tot en met februari en van mei tot en met juni. Tijdens de uitvoering van de kap- en grond werkzaamheden hebben eekhoorns de kans om uit te wijken naar te behouden bosstroken binnen Sortie 16 en naar bosgebieden in de directe omgeving van het plangebied. In de toekomstige woonwijk blijven veel bomen en groenstructuren behouden die als uitwijkmogelijkheid voor rust- en voortplantingsplaatsen van eekhoorn kunnen dienen. Het foerageergebied in de omgeving wordt verbeterd door de aanplant van vruchtdragende bomen en struiken zoals zomereik en hazelaar in de groenstructuren van de woonwijk. Dit heeft naar verwachting een positief effect op de eekhoornpopulatie in het plangebied.

5.5

Hazelworm Als gevolg van het uitvoeren van kapwerk en grondwerk gaan vaste rust- en voortplantingsplaatsen en leefgebied van hazelworm verloren. Zonder maatregelen zouden ook exemplaren kunnen worden gedood bij kap- en grondwerk. Door het nemen van mitigerende maatregelen zoals het vroegtijdig plaatsen van reptielenschermen en het wegvangen van hazelwormen binnen de werklocaties wordt schade aan individuen tot een minimum beperkt. Zowel voor verlies van leefgebied, onverhoopt doden als voor het vangen en uitzetten is een ontheffing nodig. In de gebruiksfase van de woonwijk kunnen hazelwormen worden gedood of geschaad door verkeer in de woonwijk. Deze effecten worden zoveel mogelijk voorkomen door gevangen hazelwormen te verplaatsen naar geschikt leefgebied in de omgeving waar geen sprake is van gevaar en verstoring. Daarnaast wordt in het ontwerp van wegen en fietspaden ter plaatse van geschikt leefgebied rekening gehouden met voorzieningen om te voorkomen dat exemplaren het wegdek betreden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een slimme inrichting en beheer met geleidende structuren zoals kort

40

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

gemaaid gras. Soortgerichte beheermaatregelen voor hazelworm worden opgenomen in het beheerplan van de woonwijk. Door het beheer af te stemmen op behoud en verbetering van reptielenhabitat, kunnen hazelwormen in de groenzones optimale habitats vinden. Na oplevering van de woningen worden tijdelijke reptielenschermen opgeruimd, zodat hazelwormen ook in de bostuinen bij de woningen kunnen leven.

5.6

Levendbarende hagedis Als gevolg van het uitvoeren van kapwerk en grondwerk gaan vaste rust- en voortplantings-plaatsen en leefgebied van levendbarende hagedis verloren. Zonder maatregelen zouden ook exemplaren kunnen worden gedood bij kap- en grondwerk. Door het nemen van mitigerende maatregelen zoals het vroegtijdig plaatsen van reptielenschermen en het wegvangen van levendbarende hagedissen binnen de werklocaties wordt schade aan individuen tot een minimum beperkt. Zowel voor verlies van leefgebied, onverhoopt doden als voor het vangen en uitzetten is echter wel een ontheffing nodig. In de gebruiksfase van de woonwijk kunnen levendbarende hagedissen worden gedood of geschaad door verkeer in de woonwijk. Deze effecten worden voorkomen door gevangen levendbarende hagedissen te verplaatsen naar geschikt leefgebied in de omgeving waar geen sprake is van verstoring. Daarnaast wordt in het ontwerp van wegen en fietspaden ter plaatse van geschikt leefgebied rekening gehouden met voorzieningen om te voorkomen dat exemplaren het wegdek betreden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een slimme inrichting en beheer met geleidende structuren zoals kort gemaaid gras. Soortgerichte beheermaatregelen voor levendbarende hagedis worden opgenomen in het beheerplan van de woonwijk.

5.7

Ringslang Als gevolg van het uitvoeren van kapwerk en grondwerk gaat leefgebied van ringslang verloren. Zonder maatregelen zouden ook exemplaren kunnen worden gedood bij kap- en grondwerk. Door het nemen van mitigerende maatregelen zoals het vroegtijdig plaatsen van reptielenschermen en het wegvangen van mogelijk aanwezige ringslangen binnen de werklocaties wordt schade aan individuen tot een minimum beperkt. Zowel voor verlies van leefgebied, onverhoopt doden als voor het vangen en uitzetten is echter wel een ontheffing nodig. In de gebruiksfase van de woonwijk kunnen ringslangen worden gedood of geschaad door verkeer in de woonwijk. Deze effecten worden voorkomen door gevangen ringslangen te verplaatsen naar geschikt leefgebied in de omgeving waar geen sprake is van verstoring. Daarnaast wordt in het ontwerp van wegen en fietspaden ter plaatse van geschikt leefgebied rekening gehouden met voorzieningen om te voorkomen dat exemplaren het wegdek betreden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een slimme inrichting en beheer met geleidende structuren zoals kort gemaaid gras. Soortgerichte beheermaatregelen voor ringslang worden opgenomen in het beheerplan van de woonwijk.

41

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

5.8

Kommavlinder Bij de uitvoering van de werkzaamheden blijft leefgebied van kommavlinder behouden in de centrale open zone van de woonwijk. Als gevolg van het uitvoeren van kapwerk en grondwerk is het niet geheel uit te sluiten dat er individuen worden gedood of geschaad. Ook kunnen voortplantingsplaatsen worden verwijderd. Hiervoor is een ontheffing van de Wnb noodzakelijk. Door te behouden geschikt leefgebied van kommavlinder in het groene hart van de woonwijk uit te rasteren voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden wordt voorkomen dat individuen worden geschaad of dat waardplanten (voortplantingshabitat) verloren gaan. Door middel van beheermaatregelen in de toekomstige woonwijk wordt er voor gezorgd dat de oppervlakte geschikt leefgebied van kommavlinder in het plangebied toeneemt. Maatregelen die worden getroffen zijn het beheer van delen van het terrein als heischraal grasland met graspollen (schapengras, zwenkgrassen, buntgras of struisgras) voor ei-afzet. Ook wordt er door beheer van het groene hart voor gezorgd dat er in de omgeving van de voortplantingsplaatsen bloemrijke zones met nectarbloemen zoals kruiskruiden, distels, koninginnenkruid, struikhei en watermunt. Hierdoor wordt verwacht dat de uitvoering van het plan op de lange termijn een positief effect heeft op de populatie kommavlinders in Sortie 16.

Soortgerichte beheermaatregelen voor kommavlinder worden opgenomen in het beheerplan van de woonwijk.

42

Activiteitenplan ActiviteitenplanWoonwijk WoonwijkSortie Sortie16, 16,Soesterberg Soesterberg

6. Staat van instandhouding 6.1

Das De landelijke staat van instandhouding van das is gunstig (BIJ12 2017b). Ook de lokale staat van instandhouding van das wordt op grond van de diverse bekende burchten in de omgeving van het plangebied als gunstig ingeschat. Aan alle zijden van het plangebied zijn dassenburchten bekend. Door de aanleg van allerlei faunavoorzieningen in het kader van Hart van de Heuvelrug (faunatunnels, ecoducten, rasters) kunnen de dassen zich gemakkelijk en veilig door het landschap bewegen. Hierdoor is sprake van een goede uitwisseling van genen en de sterft als verkeersslachtoffers wordt verminderd. Dit heeft geresulteerd in een duidelijke en sterk toename van dassen op de Utrechtse heuvelrug in de afgelopen decennia. Ditzelfde beeld is te zien in andere delen van Nederland, met name op de zandgronden. Door het treffen van mitigerende maatregelen ten aanzien van rust rond de burcht en het veiligstellen van essentiële looproutes is van afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding geen sprake.

6.2

Eekhoorn De landelijke staat van instandhouding van eekhoorn is onbekend. Wel is er in de periode 19962017 een afnemende trend waargenomen. In de driehoek De Bilt – Amersfoort-Soest komt de eekhoorn vrij algemeen voor. In de bosgebieden van de Utrechtse Heuvelrug is echter ook sprake van een negatieve trend. De lokale staat van instandhouding wordt ingeschat als ongunstig. Verwacht wordt dat de situatie voor de eekhoorn rond menselijke bebouwing gunstiger is dan midden in het bos (Van Norren, 2019). Dit houdt verband met afwezigheid van schuwe roofdieren zoals havik, maar ook met voederplanken en pindasnoeren in tuinen. In het plangebied concentreren de bekende waarnemingen van eekhoornnesten zich langs bebouwd gebied van woonwagencentrum Beukbergen. Hierdoor vindt geen afbreuk aan de staat van instandhouding plaats.

43

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

6.3

Hazelworm De meerjarige trend van de hazelworm in Nederland neemt licht toe. De laatste tien jaar is de populatiegrootte stabiel (NEM, 2018). De lokale staat van instandhouding van de hazelworm in de omgeving van het plangebied is naar verwachting gunstig gezien de aantallen hazelwormen die in de omgeving zijn aangetroffen (Van den Bijtel, 2020). Dat heeft vermoedelijk ook te maken met het gerichte natuurbeheer in het park, waarbij nadrukkelijk aandacht aan reptielen wordt besteed. Door het ontbreken van afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding en -daarnaast- de ontwikkeling van reptielenhabitats in het plangebied mag zodoende juist een positief effect op de staat van instandhouding van hazelworm verwacht worden.

6.4

Levendbarende hagedis De landelijke staat van instandhouding van levendbarende hagedis wordt als ongunstig – slecht beoordeeld (Van Norren, 2019). De populatie in Park Vliegbasis Soesterberg laat in de periode 2010 – 2017 echter een stijgende trend zien (Van den Bijtel, 2018). Dat heeft vermoedelijk te maken met het gerichte natuurbeheer in het park, waarbij nadrukkelijk aandacht aan reptielen wordt besteed. De lokale staat van instandhouding wordt daarom als gunstig beoordeeld. In het plangebied is de soort slechts zwervend aangetroffen en is voor de levendbarende hagedisgeen optimaal habitat aanwezig. Door de ontwikkeling van reptielenhabitats in het plangebied mag zodoende juist een positief effect op de staat van instandhouding verwacht worden.

6.5

Ringslang De landelijke staat van instandhouding van ringslang wordt als gunstig beoordeeld (Van Norren, 2019. Op basis van aantallen waarnemingen in de omgeving Utrecht – Hilversum - Amersfoort van de afgelopen drie jaar (NDFF, 2021) wordt ingeschat dat de lokale staat van instandhouding ook gunstig is. Dat heeft vermoedelijk te maken met het gerichte natuurbeheer in het park, waarbij nadrukkelijk aandacht aan reptielen wordt besteed. In het plangebied is de soort slechts zwervend aangetroffen en is voor de ringslang geen optimaal habitat aanwezig. Door de ontwikkeling van reptielenhabitats in het plangebied mag zodoende juist een positief effect op de staat van instandhouding verwacht worden.

6.6

Kommavlinder De lokale staat van instandhouding van de kommavlinder wordt als gunstig beoordeeld. In het nabijgelegen Park Vliegbasis Soesterberg komt de soort algemeen voor (Van den Bijtel, 2018). In het natuurbeheer van het park wordt specifiek gestuurd op habitats van de kommavlinder. Wel heeft de kommavlinder de laatste jaren te lijden gehad van droogte (Van den Bijtel, 2020). De open terreinen binnen Sortie 16 waar waarnemingen van kommavlinders zich concentreren zoals het groene hart en de oostelijke helling blijven bij het voorgenomen initiatief grotendeels behouden. Daarnaast worden er in de groenstructuren van de toekomstige woonwijk beheermaatregelen

44

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

getroffen om leefgebied van de kommavlinder te verbeteren zoals ontwikkeling van heischraal grasland voor ei-afzet en bloemrijke vegetatie als voedselgebied. Door het ontbreken van afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding en -daarnaast- de ontwikkeling van geschikte kommavlinderhabitats in het plangebied mag zodoende juist een positief effect op de staat van instandhouding van de soort verwacht worden.

45

Activiteitenplan ActiviteitenplanWoonwijk WoonwijkSortie Sortie16, 16,Soesterberg Soesterberg

7. Maatregelen 7.1

Inleiding Bij het ontwerp en de inrichting van Sortie 16 worden maatregelen getroffen voor de inpassing van functies die het gebied heeft voor beschermde soorten. De uitgangspunten hiervoor liggen vast in het Beeldkwaliteitsplan (BGSV, 2021), zie ook paragraaf 1.3.2. Beschermde soorten waar bij de inrichting van Sortie 16 rekening mee wordt gehouden zijn buizerd, vleermuizen, das, eekhoorn, hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang en kommavlinder. Maatregelen ten behoeve van beschermde soorten die niet zijn opgenomen in de inrichtingsplannen van de woonwijk en dienen te worden uitgevoerd in de uitvoerings- en beheerfase van de plannen zijn beschreven in paragraaf 7.2. Tabel 7.1 op de volgende pagina geeft een samenvattend overzicht van de te treffen maatregelen per soort (groep).

46

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

Tabel 7.1 Overzicht te treffen maatregelen per soort(groep) in het kader van de Wnb. Soort

Beschermingsstatus Wnb

Maatregelen

Ontheffing (ja / nee) Nee

Broedvogels

Vogelrichtlijn

Buizerd

Vogelrichtlijn, jaarrond beschermde nestplaats

Ontwerp: behoud broedgelegenheid in groenstructuren woonwijk. Aanlegfase: werken buiten broedperiode. Niet van toepassing, in 2021 geen nestplaats meer aangetroffen.

Vleermuizen (vliegroute laatvlieger, gewone dwergvleermuis)

Habitatrichtlijn

Ontwerp: inpassen vliegroute in ontwerp woonwijk door behoud lijnelementen (randen natuurlijk hart).

Nee

Das

Nationaal beschermd

Ontwerp: inpassen burcht en leefgebied direct rond burcht (zuidelijke bosstrook) in ontwerp, door rasters ontoegankelijk maken voor honden en mensen.

Ja

Nee

Ontwerp: behouden ontsluitingen van omliggend foerageergebied door (mens- en hondenvrije) corridor en behoud onderdoorgangen rasters / aanleg dassentunnels.

Eekhoorn

Nationaal beschermd

Ringslang

Nationaal beschermd

Hazelworm

Nationaal beschermd

Levendbarende ha- Nationaal beschermd gedis

Kommavlinder

Nationaal beschermd

Ontwerp: geschikt maken (en houden) groengebieden in woonwijk als foerageergebied, aanbrengen schuilmogelijkheden. Aanlegfase: waarborgen migratieroutes, beperken verstoring door licht, geluid. Ontwerp: behoud bomen die als rust- en voortplantingsplaats kunnen dienen. Ontwerp: optimaliseren groengebieden in woonwijk als foerageergebied door juiste plantassortiment (o.a. hazelaar). Aanlegfase: uitvoeren kapwerk buiten perioden december t/m februari en mei-juni. Ontwerp: aanbrengen reptielenwand & faunagoten langs infrastructuur. Ontwerp: behoud leefgebied in groenstructuren woonwijk, aanleg waterpartij met natuurvriendelijke oevers. Aanlegfase: plaatsen reptielenscherm, wegvangen reptielen binnen bouwlocaties en verplaatsen naar geschikt leefgebied Beheerfase: uitvoeren soortgerichte beheermaatregelen (o.a. broeihopen). Ontwerp: aanbrengen reptielenwand & faunagoten langs infrastructuur. Ontwerp: behoud leefgebied in groenstructuren woonwijk, ontwikkelen zoomvegetaties langs bosranden natuurlijk hart. Aanlegfase: plaatsen reptielenscherm, wegvangen reptielen binnen bouwlocaties en verplaatsen naar geschikt leefgebied. Beheerfase: uitvoeren soortgerichte beheermaatregelen (o.a. behoud structuurrijke vegetatie dood houd als dekking). Ontwerp: aanbrengen reptielenwand & faunagoten langs infrastructuur.

Ontwerp: behoud leefgebied in groenstructuren woonwijk, ontwikkelen zoomvegetaties langs bosranden natuurlijk hart. Aanlegfase: plaatsen reptielenscherm, wegvangen reptielen binnen bouwlocaties en verplaatsen naar geschikt leefgebied. Beheerfase: uitvoeren soortgerichte beheermaatregelen (o.a. behoud structuurrijke vegetatie dood houd als dekking). Ontwerp: behoud leefgebied in groenstructuren woonwijk. Aanlegfase: uitrasteren natuurlijk hart woonwijk voorafgaand aan bouwactiviteiten. Beheerfase: terreinbeheer gericht op heischraal grasland & bloemrijk grasland.

47

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

Maatregelen ontwerp (beeldkwaliteitsplan)Inpassingsmaatregelen voor beschermde soorten bij ontwerp, inrichting en beheer van Sortie 16 op grond van het beeldkwaliteitsplan omvatten: 1. Het behoud van het open terrein van het natuurlijk hart en de bosranden aan weerszijden van dit open terrein, zodat dit deel van het plangebied blijft functioneren als vliegroute voor laatvlieger, gewone dwergvleermuis en andere vleermuissoorten (zie figuur 7.1). 2. Het behoud van de zuidelijke bosstrook rondom de dassenburcht en het door middel van hekwerk ontoegankelijk maken van deze strook voor mensen en honden (zie figuur 7.1). 3. Het behoud van de mogelijkheden voor dassen om vanuit de burcht naar omringend foerageer- en leefgebied (zie figuur 7.1) door: - Het inpassen van een voor mensen en honden afgesloten migratieroute langs de westkant van Sortie 16 richting Woonwijk en Park Vliegbasis Soesterberg, door aanleg van grondwallen, hekken en beplanting. - Het behoud van natuurlijk hart in het lage deel van Sortie 16 als foerageergebied met schuilplaats. - De aanleg van dassentunnels ter plaatse van barrières

Figuur 7.1 Kaart met mitigerende maatregelen ten gunste van vleermuizen, das, reptielen en kommavlinder die bij het ontwerp en de aanleg van de woonwijk worden geïmplementeerd. Bron: BGSV (2021).

4.

Het behoud van het natuurlijk hart, het hoge gedeelte aan de Amersfoortseweg, de groene zone tussen Beukbergen en Sortie 16 als leefgebied voor reptielen, eekhoorns en kommavlinder door het behoud van geschikt habitat en het treffen van soortgerichte beheermaatregelen:

48

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

-

-

-

-

Behoud en inpassing van (toekomst)bomen in de woonwijk die als nestplaats voor eekhoorn kunnen dienen en aanplant van voedselbomen voor eekhoorn (zoals hazelaar) in de woonwijk. Behoud en ontwikkeling van overgangsvegetaties tussen bos en open terrein (‘natuurlijk hart’), bestaande uit structuurrijke bosranden afgewisseld met open plekken ten behoeve van hazelworm en levendbarende hagedis. Het creëren van zandige plekken afgewisseld met structuurrijke, heischrale vegetatie in het natuurlijk hart ten behoeve van hazelworm en levendbarende hagedis Het ontwikkelen van natte zones met poelen in het natuurlijk hart ten behoeve van o.a. ringslang. Het inpassen van houtstapels, stobben en boomstammen in de groenstructuren van de woonwijk als verblijfplaats van reptielen en kleine zoogdieren. Terreinbeheer gericht op het in stand houden van open plekken en ontwikkeling van structuurrijke heischrale vegetaties met vochtiger plekken als leefgebied van hazelworm en levendbarende hagedis. Terreinbeheer gericht op ontwikkeling van heischraal- en bloemrijk grasland als leefgebied van kommavlinder.

7.2

Maatregelen aanlegfase

7.2.1

Algemeen 1.

2. 3. 4.

5.

6.

Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld, waarin alle vanuit de ontheffing te nemen maatregelen worden vastgelegd. Hierin worden ook maatregelen vanuit de wettelijke zorgplicht opgenomen. Dit ecologisch werkprotocol is op de locatie aanwezig en onder alle betrokken partijen bekend. Werkzaamheden worden aantoonbaar conform dit protocol uitgevoerd. Als er aanvullende maatregelen uit de ontheffing naar voren komen, verwerken wij deze in het ecologisch werkprotocol. Afwijking van het ecologisch werkprotocol is alleen mogelijk na overleg met de ecologisch toezichthouder. De werkzaamheden worden begeleid door een gekwalificeerde ecologisch toezichthouder met kennis op het gebied van das, reptielen, kommavlinder en (broed)vogels. Door de ecologisch toezichthouder wordt een ecologisch logboek bijgehouden. Hierin worden maatregelen vastgelegd, bedoeld om schade aan beschermde soorten te voorkomen. Daarbij wordt omschreven welke soort betrokken was en welke maatregelen zijn genomen op welke datum en locatie. Op deze manier kan in geval van handhaving eenvoudig worden aangetoond dat er zorgvuldig gewerkt wordt. Bij het onverwacht aantreffen van beschermde soorten worden de betreffende werkzaamheden gestaakt en wordt direct contact gezocht met de ecologisch toezichthouder (of uitvoerder).

Vervolgens wordt in overleg bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de kaders van de Wet natuurbescherming kunnen worden uitgevoerd. Bij de uitvoering van het project wordt in de planning van werkzaamheden rekening gehouden met kwetsbare perioden van beschermde soorten. Dit is in de volgende paragrafen nader uitgewerkt.

49

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

7.2.2

Voorzorgsmaatregelen 7.

Drie maanden voorafgaande aan de start van de werkzaamheden worden terreindelen die een functie behouden voor beschermde soorten uitgerasterd met een tijdelijk hekwerk om de voorkomen dat personeel en materieel deze zones betreden. De uit te rasteren gebieden zijn: a. de zuidelijke groenstrook met de dassenburcht en hierop aansluitend: een corridor van ca 20 meter aan de westkant van het plangebied b. het groene hart met leefgebied van kommavlinder, reptielen. Als raster wordt ursusgaas toegepast zodat kleine dieren dit kunnen passeren. Daarnaast wordt gezorgd voor onderdoorgangen in het raster rond de burcht zodat dassen dit kunnen passeren. Migratieroutes vanaf de dassenburcht naar foerageergebied ten noorden en ten westen van de burcht blijven behouden. Hierdoor blijft migratie naar foerageergebied in de omgeving mogelijk; 8. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden worden reptielenschermen rond de werklocaties in het plangebied geplaatst. Hiermee wordt voorkomen dat er reptielen binnen het werkgebied aanwezig zijn of reptielen het werkgebied tijdens de uitvoering van werkzaamheden betreden. Het scherm voldoet aan de eisen als beschreven in het Kennisdocument levendbarende hagedis (Bij12, 2017d): het bestaat bij voorkeur uit stevig plastic van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond.

Om te voorkomen dat de dieren over dit plasticscherm heen klimmen moet er gezorgd worden voor een naar buiten gerichte overstaande rand waardoor dit onmogelijk wordt. Het dient zodanig geplaatst en beheerd worden dat functie te allen tijde vervuld kan worden. 9. Eventueel aanwezige reptielen binnen het reptielenscherm worden in een periode gedurende 2 maanden voorafgaande aan de werkzaamheden weggevangen door een deskundige1 en verplaatst naar geschikt leefgebied in de omgeving. Dit gebeurt in de actieve periode, buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van reptielen (periode augustus / september). Hiermee wordt voorkomen dat exemplaren worden geschaad tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. 10. Scherm en rasters worden gedurende de gehele periode van de uitvoering van werkzaamheden in stand gehouden. 7.2.3

Kapwerkzaamheden 11. Vellingswerkzaamheden worden op de werklocaties bij daglicht uitgevoerd in de periode oktober – februari; dit is buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van eekhoorn (maart - sept) en buiten de broedperiode van de meeste vogelsoorten. 12. Voorafgaand aan het uitvoeren van werkzaamheden waarbij bomen worden geveld wordt de inventarisatie van nestbomen geactualiseerd om te voorkomen dat een nestboom in de winterof voortplantingsperiode wordt gekapt. ________________________________________________________________________________ 1

Het bevoegd gezag verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis moet te zijn opgedaan doordat de deskundige: • op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of • op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt natuurwetgeving, • als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of • zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, Sovon, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.

50

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

13. Bij de vellingswerkzaamheden wordt geborgd dat de reptielenschermen rond de werklocaties intact blijven. 14. De kap wordt zodanig uitgevoerd dat de bosranden die functioneren als vliegroute voor laatvlieger en waardevolle bomen buiten de te bebouwen locaties behouden blijven. 7.2.4

Bouwrijp maken 15. Om verstoring van dassen zo veel mogelijk te voorkomen worden de werkzaamheden overdag uitgevoerd. Er wordt tussen zonsondergang (of na 19:00 uur) en zonsopkomst niet gewerkt. 16. Het bouwrijp maken vindt plaats vanaf augustus na het broedseizoen, in de actieve periode van reptielen maar buiten de voorplantingsperiode. 17. Voorafgaand aan het bouwrijp maken wordt het terrein nogmaals geïnspecteerd op de aanwezigheid van reptielen en worden eventueel nog aanwezige exemplaren verplaatst naar geschikt leefgebied in de omgeving. 18. Het verwijderen van stobben en grondwerk kan pas worden uitgevoerd na vrijgave van het terrein door de ecologisch toezichthouder. 19. Werkzaamheden die in de directe omgeving van de dassenburcht plaatsvinden, duren zo kort mogelijk en worden uitgevoerd met zo min mogelijk licht, geluid en trillingen. 20. Tijdens de uitvoering van werkzaamheden worden de bouwverlichting en generatoren ‘s avonds en ‘s nachts uitgeschakeld. 21. Er wordt geen bronbemaling toegepast die dag en nacht moet draaien. 22. Bij het funderen van de woningen worden geluids- en trillingsarme technieken toegepast.

7.2.5

Nieuwbouw 23. Om verstoring van dassen zo veel mogelijk te voorkomen worden de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd. Er wordt tussen zonsondergang (of na 19:00 uur) en zonsopkomst niet gewerkt. 24. Noodzakelijke bouwverlichting wordt gericht op het werkterrein en geeft zo min mogelijk uitstraling op de dassencorridor of de vliegroute van vleermuizen in het groen hart. 25. Bouwverlichting wordt ’s avonds en ’s nachts uitgeschakeld. 26. Bij de aanleg van de woonwijk wordt de toe te passen verlichting zodanig aangelegd dat er geen verstoring van pendelende of foeragerende vleermuizen optreedt. De uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan (BGSV, 2021). 27. In de nieuwbouw worden maatregelen voor vleermuizen en kommavlinder geïntegreerd conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1)

7.2.6

Herinrichting terrein 28. Bij de inrichting van de buitenruimte worden maatregelen voor vleermuizen (vliegroute), das, eekhoorn reptielen kommavlinder getroffen conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan. 29. Voor het herinrichten van de buitenruimte na de nieuwbouw wordt een maatwerk Ecologisch Werkprotocol opgesteld waarin rekening wordt gehouden met de aanwezige beschermde soorten en natuurwaarden.

7.2.7

Terreinbeheer 30. Beheermaatregelen reptielen: om habitat geschikt te houden voor reptielen en kommavlinder dient een beheerplan specifiek voor deze soorten te worden opgesteld. Specifieke uit te voeren beheermaatregelen zijn:

51

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

a.

b.

c.

7.3

Het in stand houden van open zandige plekken in het natuurlijk hart ten behoeve van reptielen door in de periode medio augustus – eind september (buiten de kwetsbare voortplantings- en overwinteringsperiode) lokaal de bovenlaag af te plaggen. Maaibeheer van open gebiedsdelen gericht op behoud of ontwikkeling van heischrale vegetaties, door in de periode medio augustus – eind september (buiten de kwetsbare voortplantings- en overwinteringsperiode) vegetatie te maaien en af te voeren. Het niet verrijken van de bodem met meststoffen.

Locatie maatregelen De af te rasteren gebieden zijn weergegeven in figuur 7.3. De exacte locaties van maatregelen zoals reptielenschermen rond bouwblokken worden voorafgaand aan de uitvoering van werkzaamheden in overleg met een ecoloog bepaald. De locaties worden opgenomen in het ecologisch werkprotocol. De locatie van de beheermaatregelen worden vastgelegd in het beheerplan van de woonwijk.

Figuur 7.3. Locatie te plaatsen raster rond dassenburcht en corridor (groene stippellijn) en locatie te plaatsen reptielenscherm (gele stippellijn). Bron achtergrond: PDOK.

7.4

Doel maatregelen Het doel van de maatregelen is om zorgvuldig te handelen en de functionaliteit van het leefgebied van vleermuizen, das, hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang en kommavlinder te waarborgen.

52

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

7.5

Effectiviteit maatregelen De beschreven werkwijze wordt effectief geacht omdat ze zo veel mogelijk volgens kennisdocumenten van BIJ12 of op grond van kennisbronnen bij gespecialiseerde organisaties zoals RAVON en de Vlinderstichting worden uitgevoerd. Daarnaast wordt de expertise van soortendeskundigen van Ecogroen benut.

53

Activiteitenplan ActiviteitenplanWoonwijk WoonwijkSortie Sortie16, 16,Soesterberg Soesterberg

8. Alternatieven en belang 8.1

Alternatieve locatie De voorgenomen werkzaamheden zijn locatiegebonden. De aan de orde zijnde woonwijk is gebonden aan deze specifieke locatie, als gevolg van grondposities die voortkomen uit het rood- groenbeleid en het integraal gebiedsprogramma. De woonwijk Sortie 16 is onderdeel van de afspraken in het kader van Hart van de Heuvelrug-Vliegbasis Soesterberg. Hart van de Heuvelrug De Utrechtse Heuvelrug is Nederlands op één na grootste aaneengesloten natuurgebied. Het dreigde verregaand te versnipperen door bebouwing en wegen. De provincie Utrecht, gemeenten Zeist en Soest en het Utrechts Landschap roepen sinds 2004 die versnippering een halt toe met het gebiedsprogramma Hart van de Heuvelrug. Gedachte bij Hart van de Heuvelrug is de 'uitruil' van groene en rode gebieden met als het doel het creëren van grote aaneengesloten groene gebieden/groene (ecologische) verbindingen en clustering van rode ontwikkelingen. Door de aanleg van ecoducten en de realisatie van natuur is een aaneengesloten natuurgebied ontstaan van ruim 700 hectare. Door bebouwing en natuur te herschikken is er ruimte ontstaan voor wonen, werken, recreatie, natuur en zorg. Binnen dit programma worden ruim 25 projecten uitgevoerd die variëren van nieuwe natuur tot woningbouw, van ecoducten tot duurzame bedrijventerreinen. Doel is de ruimtelijke kwaliteit en de belevingswaarde van de Heuvelrug te versterken.

De afspraken gaan uit van een balans van groene en rode hectares én van een balans in kosten en opbrengsten. Een groot deel van deze projecten is inmiddels gerealiseerd. Locatiekeuze Sortie 16 In het gebiedsprogramma heeft een afweging plaatsgevonden ten aanzien van de locatie van beoogde ontwikkelingen zoals hiervoor beschreven, waaronder de woningbouw ter plaatse van Sortie 16. De provincie Utrecht is projecttrekker van zowel de woonwijk Sortie 16, de noordelijk gelegen woonwijk Vliegbasis Soesterberg evenals Kamp van Zeist. De meest recente afspraken hierover zijn vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Hart van de Heuvelrug uit 2015 en de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Vliegbasis Soesterberg (2015). Bij de locatiekeuze van Sortie 16 is getracht om aan te sluiten bij bestaande bebouwing en infrastructuur (zoals het bedrijventerrein Soesterberg en woonwagencentrum Beukbergen) en de kwetsbare natuur en ecologische corridors in de omgeving te ontzien. In de fase dat de plannen zijn gemaakt was het projectgebied nog een kale zandgroeve, later een monotoon productiebos. In de loop van jaren zijn hier in afwachting van de bouwontwikkeling de natuurwaarden toegenomen.

54

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

Ontwerp Bij het plan voor ontwikkeling van Sortie 16 is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld. De aanwezige ecologische waarden en aangetroffen (beschermde) soorten in het plangebied hebben de basis gevormd voor de definitieve invulling van dit plan en zijn mede sturend geweest voor de verschillende locatiekeuzes binnen het ontwerp. Gekozen is om de bebouwing zoveel mogelijk aan te leggen in de delen met de minste natuurwaarden en om bekende natuurwaarden in het ontwerp te behouden en te versterken, om zo de negatieve effecten op de meest kwetsbare terreindelen te beperken. Zo blijft in het ontwerp het centrale deel (natuurlijk hart) waar reptielen (levendbarende hagedis, hazelworm en ringslang) en kommavlinder leven behouden en worden er inrichtingsmaatregelen getroffen om de kwaliteit van het leefgebied voor deze soorten te verbeteren. Deze zone kan in de toekomst blijven functioneren als vliegroute voor vleermuizen door de gemaakte ontwerpkeuzes. Ook worden er zones ingericht waar de das zich vrij kan bewegen: omheinde zones met dekking rond de burcht en corridors naar foerageergebied. Bij de keuze van het plantassortiment wordt rekening gehouden met verblijf- en foerageermogelijkheden voor de eekhoorn. Bij de ontwerpkeuze is al nadrukkelijk gelet op ruimtelijke kwaliteit, ecologische waarden en soortspecifieke inrichtingseisen. Natuur krijgt voorrang.

Daarom is een alternatieve inrichting van het terrein niet gunstiger voor de beschermde natuurwaarden in het plangebied. Alternatieve locaties in de omgeving Alternatieve locaties voor woningbouw zijn in de omgeving niet beschikbaar omdat de provincie hier geen grondpositie heeft of omdat deze niet binnen het beleid passen. Een mogelijk alternatieve locatie die nog wel eens genoemd wordt betreft de locatie Kamp van Zeist. Echter, in de Streekplanuitwerking Hart van de Heuvelrug Il (2007) is de keuze gemaakt voor de vergroening van Kamp van Zeist. De ecologische waarden en potenties van Hart van de Heuvelrug worden beperkt door de over het gehele gebied verspreide bebouwing en verharding. Door de plannen voor de vergroening uit te voeren ontstaat er een groot ecologisch voordeel en worden de natuurgebieden ten zuiden van de A28 versterkt. Ook kan het vergroende Kamp van Zeist benut worden voor extensief dagrecreatief medegebruik. De vergroening biedt goede kansen om overblijfselen van de militaire historie te herstellen en beter leefbaar te maken. Daarbij komt dat de locatie Kamp van Zeist niet geschikt is voor woningbouw. Het betreffende deel van Kamp van Zeist valt buiten de rode contour en ligt binnen het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Beide contouren zijn vastgelegd in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013/2018.

Dit zijn logische contouren, de A28 vormt een logische barrière tussen stedelijk gebied en natuur

8.2

Alternatieve inrichting en werkwijze Bij de inrichting van de woonwijk wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Waar mogelijk is bestaand leefgebied van beschermde soorten ingepast in het ontwerp van de woonwijk. Daarnaast worden in het ontwerp maatregelen getroffen om de kwaliteit van leefgebied voor aanwezige soorten te verbeteren. Als bovenwettelijke maatregelen worden in de woningen verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen gecreëerd en wordt door inrichting en beheer een toename van de biodiversiteit in het plangebied bevorderd. De uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan. De werkwijze bij de aanleg van de woonwijk is ook zo veel mogelijk afgestemd op de kritische periodes van de daadwerkelijk aangetroffen of mogelijke aanwezige (beschermde) soorten en broedvogels. Door middel van mitigerende en compenserende maatregelen voorafgaand aan en tijdens de uitvoering wordt schade aan individuen tot een minimum beperkt. Een andere inrichting of werkwijze heeft derhalve geen meerwaarde voor de aanwezige beschermde soorten.

55

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

8.3

Alternatieve planning In de planning van de werkzaamheden is rekening gehouden met kwetsbare perioden van in het plangebied aanwezige soorten. Zo vinden kapwerkzaamheden plaats buiten de kwetsbare broedperiode van vogels en buiten de voortplantings- en rustperioden van eekhoorn. Het vooraf wegvangen van reptielen vindt plaats buiten de kwetsbare winterrust- en voortplantingsperioden. Daarnaast worden werkzaamheden bij daglicht uitgevoerd om verstorende effecten op nachtdieren zoals de das tot een minimum te beperken. Hierdoor wordt een alternatieve planning niet zinvol geacht.

8.4

Wettelijk belang Voor de soorten das, eekhoorn, ringslang, hazelworm, levendbarende hagedis en kommavlinder wordt ontheffing aangevraagd “in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied” (artikel 3.10, tweede lid, onderdeel b). De ruimtelijke ontwikkeling van plangebied Sortie 16 tot woningbouwlocatie komt voort uit de behoefte aan woningen in deze regio. De relevante woningmarkt (woonregio) voor de gemeente Zeist is de subregio Utrecht. De regionale behoefte is nader onderbouwd in de Omgevingsvisie provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2021) en de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht. Hieruit blijkt dat de druk op de woningmarkt in de regio Utrecht hoog is en voorlopig ook hoog blijft. Uit de Omgevingsvisie provincie Utrecht blijkt dat door het toenemend aantal huishoudens tot 2050, 147.000 tot 177.000 extra woningen nodig zijn om aan de volledige behoefte te voldoen. Met andere woorden, er is sprake van een actuele (regionale) behoefte die aan de ruimtelijke ontwikkeling ten grondslag ligt.

56

Activiteitenplan ActiviteitenplanWoonwijk WoonwijkSortie Sortie16, 16,Soesterberg Soesterberg

Geraadpleegde bronnen Literatuur Achterberg, C. (2021). Dassen en reeën Sortie 16 Soesterberg. Kenmerk 202106, 9 februari 2021. Van den Bijtel ecologisch onderzoek, Driebergen-Rijsenburg. Beenen, R. (2017). Bescherming Sperwernesten. Memorandum d.d. 17-8-2017. Provincie Utrecht. BGSV (2020). Gebiedsvisie Sortie 16, Hart van de Heuvelrug. Uitgave in opdracht van de provincie Utrecht in samenwerking met de gemeente Zeist en de gemeente Soest. Versie 1 september 2020. Bureau voor stedenbouw en landschap, Rotterdam. BGSV (2021). Beeldkwaliteitsplan Sortie 16, Hart van de Heuvelrug. Uitgave in opdracht van de provincie Utrecht in samenwerking met de gemeente Zeist en de gemeente Soest. Versie 25 maart 2021. Bureau voor stedenbouw en landschap, Rotterdam. BIJ12 (2017a). Kennisdocument Buizerd, Buteo buteo. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Das, Meles meles. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017d). Kennisdocument Levendbarende hagedis, Zootoca vivipara. Versie 1.0, juli 2017. Koolstra B. (2020). Woonwijk Vliegbasis Soesterberg, activiteitenplan soortenbescherming Wnb. Referentie 079975829 A. Arcadis Nederland B.V., Assen. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Versie 1.3, december 2016. Provincie Utrecht (2021).

Omgevingsvisie provincie Utrecht. Vastgesteld bij besluit Provinciale Staten, 10 maart 2021. Riphagen, E. (2021). Notitie Dassenonderzoek mitigatieplan Sortie 16. Kenmerk 20-387, 9 april 2020. Ecogroen, Amersfoort. Van den Bijtel, H.J.V. (2018). Van gelobde maanvaren tot kommavlinder. Monitoring van de natuurwaarden van de voormalige Vliegbasis Soesterberg 2017. Beopublicatie 201840. Van den Bijtel Ecologisch Onderzoek, Driebergen-Rijsenburg. Van den Bijtel, H.J.V. (2020). Natuurwaardenonderzoek nulmeting Terrein Dorrestein/Sortie 16 gemeente Zeist. Beopublicatie 202003. Van den Bijtel ecologisch onderzoek, Driebergen-Rijsenburg. Van Norren, E. (2019). Staat van instandhouding Gelderland. Factsheets voor 24 soorten in Gelderland. Rapport 2019.09. Zoogdiervereniging, Nijmegen.

57

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

Internet NDFF Uitvoerportaal (Waarnemingen beschermde soorten; www.ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal). Laatst geraadpleegd op 1 mei 2021). RAVON (2021). (Soortinformatie over reptielen, amfibieën; https://www.ravon.nl/). SOVON (2021). (Soortinformatie broedvogels; https://www.sovon.nl/). Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2017). Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur, Vleermuisprotocol 2017. www. gegevensautoriteitnatuur.nl en www.netwerkgroenebureaus.nl.

58

Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg

Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan Sortie 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12867811/1