03.09-23RV038 Bijlage 3.9 Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16
Tekst van het document
Activiteitenplan Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet natuurbescherming
Provincie Utrecht
Definitief
Barchman Wuytierslaan 10 3818 LH Amersfoort T 0384236464
Colofon
E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet natuurbescherming
20-387
18 oktober 2021
Definitief
F.A. (Floris) Jansen & M.G. (Mark) Hoksberg
F.A. (Floris) Jansen
Extern: Mr. Fleur Onrust. Intern: D. (David) Sietses Provincie Utrecht
©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Jansen, F.A. & Hoksberg, M.G. (2021). Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg. Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet natuurbescherming. Rapport 20-387. Ecogroen bv
Inhoud Introductie
5
1.
Projectomschrijving 1.1 Aanleiding 1.2 Huidig plangebied 1.3 Planontwikkeling 1.4 Werkzaamheden bouw woonwijk 1.5 Planning 1.6 Periode ontheffing aanvraag
8 8 8 10 13 13 13
2.
Verbodsartikelen 2.1 Inleiding 2.2 Verbodsartikelen soorten van Vogelrichtlijn 2.3 Verbodsartikelen soorten van de Habitatrichtlijn 2.4 Verbodsartikelen nationaal beschermde soorten 2.5 Verboden vanuit overige bepalingen ten aanzien van in het wild levende dieren en planten
14 14 14 15 15 16
3.
Ecologische inventarisatie 3.1 Methode inventarisatie 3.1.1 Natuurwaardenonderzoek 3.1.2 Actuele informatie beschermde natuurwaarden 3.2 Actualiteit inventarisatiegegevens 3.3 Locatie inventarisatie
17 17 17 20 22 23
4.
Resultaten 4.1 Inleiding 4.2 Buizerd 4.3 Sperwer 4.4 Vleermuizen 4.5 Das 4.6 Kleine marterachtigen 4.7 Eekhoorn 4.8 Hazelworm 4.9 Levendbarende hagedis 4.10 Ringslang 4.11 Kommavlinder
24 24 24 25 25 27 30 31 32 33 34 34
5.
Effecten werkzaamheden 5.1 Buizerd 5.2 Vleermuizen 5.3 Das 5.4 Eekhoorn 5.5 Hazelworm 5.6 Levendbarende hagedis 5.7 Ringslang
36 36 36 37 40 40 41 41
5.8
Kommavlinder
42
6.
Staat van instandhouding 6.1 Das 6.2 Eekhoorn 6.3 Hazelworm 6.4 Levendbarende hagedis 6.5 Ringslang 6.6 Kommavlinder
43 43 43 44 44 44 44
7.
Maatregelen 7.1 Inleiding 7.2 Maatregelen aanlegfase 7.2.1 Algemeen 7.2.2 Voorzorgsmaatregelen 7.2.3 Kapwerkzaamheden 7.2.4 Bouwrijp maken 7.2.5 Nieuwbouw 7.2.6 Herinrichting terrein 7.2.7 Terreinbeheer 7.3 Locatie maatregelen 7.4 Doel maatregelen 7.5 Effectiviteit maatregelen
46 46 49 49 50 50 51 51 51 51 52 52 53
8.
Alternatieven en belang 8.1 Alternatieve locatie 8.2 Alternatieve inrichting en werkwijze 8.3 Alternatieve planning 8.4 Wettelijk belang
54 54 55 56 56
Geraadpleegde bronnen
57
Bijlage 1 - Beeldkwaliteitsplan Sortie 16
Activiteitenplan ActiviteitenplanWoonwijk WoonwijkSortie Sortie16, 16,Soesterberg Soesterberg
Introductie Projectnaam Bouw woonwijk Sortie 16, Soesterberg.
Aanvrager Provincie Utrecht Programma Hart van de Heuvelrug Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht
Soorten waarvoor ontheffing wordt aangevraagd • • • • • •
Das Eekhoorn Ringslang Hazelworm Levendbarende hagedis Kommavlinder
Soorten waarvoor mitigerende maatregelen van toepassing zijn • •
Vleermuizen: vliegroute laatvlieger en gewone dwergvleermuis Algemene broedvogels
Inleiding De provincie Utrecht heeft het voornemen om het woningbouwprogramma Sortie 16 grenzend aan de voormalige vliegbasis Soesterberg uit te voeren. De woonwijk is gepland in een voormalige zandafgraving aan de Amersfoortse weg die grenst aan het Park Vliegbasis Soesterberg. Voor de aanleg van de woonwijk vindt een herbestemming van het plangebied plaats. Het plangebied is nu bestemd als ‘bos’ met aanduiding ‘natuurwaarden’. In de toekomst krijgt een deel van het gebied een woonbestemming. Na herbestemming vinden bouwwerkzaamheden plaats. Vooruitlopend op de bouw worden waar nodig beheermaatregelen (bijvoorbeeld ter bestrijding van de Japanse duizendknoop) en inrichtingsmaatregelen (bijvoorbeeld faunavoorzieningen) uitgevoerd. Beschermde natuurwaarden Wet Natuurbescherming soortenbescherming
05
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Voorafgaand aan de bouw van de woonwijk zijn de in het plangebied aanwezige beschermde natuurwaarden (Wet Natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming) in beeld gebracht door middel van ecologisch onderzoek (Van den Bijtel, 2020). Hierbij is geconstateerd dat zich in het plangebied een aantal wettelijke beschermde soorten of natuurwaarden bevinden: • Een nestplaats van buizerd (NB, deze is in 2021 niet meer aanwezig gebleken); • Een vliegroute van laatvlieger en gewone dwergvleermuis tussen kraamkolonie Soesterberg en jachtgebieden op Park Vliegbasis Soesterberg; • Een bewoonde dassenburcht (vaste rustplaats), belangrijk migratieroutes en foerageergebied van de das; • Tien vaste voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen van eekhoorn; • Leefgebied en vaste verblijfplaatsen van hazelworm; • Leefgebied en vaste verblijfplaatsen van levendbarende hagedis; • Leefgebied van ringslang; • Leefgebied en waardplanten van kommavlinder. Door middel van monitoring van het plangebied tot en met 2021 is een actueel beeld van de beschermde natuurwaarden in het plangebied gehouden. Beeldkwaliteitsplan Bij het vastleggen van uitgangspunten voor de inrichting van de woonwijk als onderdeel van het nieuwe bestemmingsplan, is zo veel mogelijk rekening gehouden met deze beschermde natuurwaarden. De uitgangspunten zijn vastgelegd in de Gebiedsvisie en het Beeldkwaliteitsplan Sortie 16.
In het beeldkwaliteitsplan zijn -in nauw overleg tussen provincie, stedenbouwkundig bureau (BGSV) en ecologisch deskundigen (Ecogroen)- concrete maatregelen en uitgangspunten voor het inpassen van beschermde natuurwaarden in de toekomstige woonwijk uitgewerkt. Hierdoor kan, mits de woonwijk volgens de betreffende uitgangspunten wordt ingericht, voor sommige soorten worden voorkomen dat er sprake is van het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming. Dit principe geldt bijvoorbeeld voor een vliegroute van laatvlieger en gewone dwergvleermuis in het plangebied. Het Beeldkwaliteitsplan wordt toegevoegd aan het welstandsbeleid en aan het bestemmingsplan. Daarmee is het een juridisch middel om aan te toetsen (BGSV, 2021) . Inhoud activiteitenplan Ondanks het feit dat er in het ontwerp van de woonwijk rekening wordt gehouden met beschermde natuurwaarden en er diverse ecologische maatregelen worden getroffen, kan niet geheel worden voorkomen dat er bij de aanleg van de woonwijk negatieve effecten op beschermde soorten resteren. Ook kunnen er verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Voor het verstoren van wettelijk beschermde dieren en het verloren gaan van hun verblijfplaatsen is een ontheffing noodzakelijk. Er zullen ook adequate mitigerende maatregelen moeten worden genomen om schade te voorkomen.
Dit activiteitenplan is opgesteld als onderbouwing bij de aanvraag van een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor het overtreden van verbodsbepalingen die gelden voor de soorten das, eekhoorn, ringslang, hazelworm, levendbarende hagedis en kommavlinder, bij de aanleg van de woonwijk Sortie 16. Voor de jaarrond beschermde nestplaats van buizerd en de vliegroute van laatvlieger en gewone dwergvleermuis wordt geen ontheffing aangevraagd omdat deze waarden behouden blijven. Voor de nestplaats van buizerd geldt bovendien dat deze in 2021 niet meer is aangetroffen in het plangebied. Dit activiteitenplan beschrijft achtereenvolgens: • Het plangebied; • De beoogde ontwikkelingen; • De werkzaamheden en de planning; • De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming die worden overtreden;
06
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
• • • •
• •
Het ecologisch onderzoek dat heeft plaatsgevonden en de actualiteit hiervan; De bevindingen uit het ecologisch onderzoek; Het effect van de maatregelen op de beschermde soorten en de staat van instandhouding; Maatregelen die worden genomen om de effecten op deze soort te minimaliseren: - Inrichtingsmaatregelen; - Beheermaatregelen; - Fasering. Maatregelen vanuit zorgplicht en bovenwettelijke maatregelen; De afweging van alternatieven en het wettelijk belang van het plan.
07
Activiteitenplan ActiviteitenplanWoonwijk WoonwijkSortie Sortie16, 16,Soesterberg Soesterberg
1. Projectomschrijving 1.1
Aanleiding De ontwikkeling van Sortie 16 maakt deel uit van het programma Hart van de Heuvelrug. De Utrechtse Heuvelrug is Nederlands op één na grootste aaneengesloten natuurgebied. Het dreigde verregaand te versnipperen door bebouwing en wegen. De provincie Utrecht, gemeenten Zeist en Soest en het Utrechts Landschap roepen sinds 2004 die versnippering een halt toe met het gebiedsprogramma Hart van de Heuvelrug. Door de aanleg van ecoducten en de realisatie van natuur is een aaneengesloten natuurgebied ontstaan van ruim 700 hectare. Door bebouwing en natuur te herschikken is er ruimte ontstaan voor wonen, werken, recreatie en zorg. Binnen dit programma worden ruim 25 projecten uitgevoerd die variëren van nieuwe natuur tot woningbouw, van ecoducten tot duurzame bedrijventerreinen. Doel is de ruimtelijke kwaliteit en de belevingswaarde van de Heuvelrug te versterken. Een groot deel van deze natuurontwikkelingsprojecten is inmiddels gerealiseerd. De woningbouwontwikkelingen vinden in Zeist en met name in en rondom Soesterberg plaats. Bij de ontwikkeling van Sortie 16 wordt nadrukkelijk aangesloten bij de andere woningbouwplannen in de directe omgeving. De provincie Utrecht is verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwopgave in Sortie 16 en eigenaar van het terrein. Ter voorbereiding op de aanleg van de woonwijk vindt een bestemmingsplanprocedure plaats.
De uitgangspunten voor de inrichting van de woonwijk zijn in het kader van deze procedure uitgewerkt. Voorwaarde vanuit de Wet natuurbescherming is dat er bij het vaststellen van het bestemmingsplan uitzicht is op een ontheffing. Dat wil zeggen dat men beschikt over voldoende juridische onderbouwing (wettelijk belang, alternatieven) en dat adequate mitigatie mogelijk en haalbaar is. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is een gebiedsvisie en een beeldkwaliteitsplan voor Sortie 16 opgesteld, zie paragraaf 1.3. Hierin is rekening gehouden met de beschermde natuurwaarden in Sortie 16. Hiermee kunnen echter niet alle effecten op beschermde soorten worden voorkomen. De uitvoering van de fysieke werkzaamheden voor de aanleg van de woonwijk en de onder de Wet Natuurbescherming beschermde natuurwaarden die hierbij in het geding zijn vormen de directe aanleiding voor deze ontheffingsaanvraag.
1.2
Huidig plangebied Het plangebied ligt aan de noordzijde van de Amersfoortseweg (N237) in Soesterberg, gemeente Zeist zie figuur 1.1. Het gebied ligt tussen de Rademakerstraat - ook omschreven als ‘Westelijke Ontsluitingsweg’ en het bedrijventerrein Soesterberg Noord aan de oostkant en woonwagencentrum
08
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Beukbergen aan de westkant. Aan de noordkant ligt de geplande woonwijk Soesterberg Noord en het Park Vliegbasis Soesterberg.
Figuur 1.1 Ligging plangebied Sortie 16 (rood omlijnd – indicatieve begrenzing). Bron achtergrond: PDOK.
Op de luchtfoto in figuur 1.2 is verder ingezoomd op het plangebied en de begrenzing. De oppervlakte binnen de plangrens is ongeveer 6,55 hectare.
Figuur 1.2 Luchtfoto plangebied Sortie 16 (binnen rode stippellijn). Kaartondergrond: PDOK.
In het gebied is in het verleden zand gewonnen, hierdoor zijn in het terrein een hoog en een laag deel en diverse hellingen ontstaan. Een strook van circa 70 meter breed in het zuidelijke deel van het plangebied, parallel aan de Amersfoortseweg, ligt nog op de oorspronkelijke hoogte. Dit hoger gelegen deel is begroeid met relatief oud gemengd bos met enkele forse loofbomen en Douglasspar. Tussen dit deel van het plangebied en de Amersfoortseweg ligt een met bomen en struiken
09
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
begroeide aarden wal. In de zuidoostelijke hoek staat een vrijstaande woning. De woning behoudt de huidige functie. Vanaf de zuidelijke bosstrook loopt het terrein via een zandige helling naar beneden af in noordelijke richting. Langs de oostzijde van het terrein, parallel aan de Westelijke Ontsluitingsweg bevindt zich een helling met gras en kruidachtige vegetatie. Het laaggelegen terrein bestaat hoofdzakelijk uit vrij jong, dicht naaldbos (grove den) en een centrale meer open zone met gras, pitrus en kruidachtige vegetatie. Het terrein is aan alle kanten omgeven door hekken. Het terrein ligt buiten Natura 2000-gebied en is niet begrensd als natuur die deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Oostelijke Vechtplassen) bedraagt ruim 11 kilometer.
1.3
Planontwikkeling Gebiedsvisie De gebiedsvisie voor Sortie 16 is in het najaar van 2020 vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht en in januari 2021 door de gemeenteraad van Zeist. In de gebiedsvisie is een ruimtelijke structuur voor de inrichting van de woonwijk, het ‘ruimtelijk raamwerk’ vastgelegd, zie figuur 1.3. De visie gaat uit van het principe natuurinclusief bouwen en het behoud van belangrijke groenstructuren en waardevolle bomen.
Figuur 1.3 Ruimtelijk raamwerk Sortie 16 uit de gebiedsvisie. Bron: BGSV
10
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Beeldkwaliteitsplan Het beeldkwaliteitsplan (BGSV, 2021) is een uitwerking van de gebiedsvisie voor Sortie 16, zie bijlage 1. In het beeldkwaliteitsplan wordt richting gegeven aan de gewenste beeldkwaliteit van het gebied qua landschap, architectuur, stedenbouw en ecologie. De uitgangspunten voor verdere ontwikkeling van de woonwijk liggen hier in vast. In het beeldkwaliteitsplan wordt rekening gehouden met in Sortie 16 aanwezige beschermde natuurwaarden en is ‘natuurinclusief bouwen’ een belangrijk principe. Het is als bijlage aan het bestemmingsplan toegevoegd. Figuur 1.4 geeft een indruk van de structuur van de toekomstige woonwijk. De uitgangspunten uit het beeldkwaliteitsplan worden hierna per gebiedsdeel kort beschreven. Voor een complete beschrijving wordt verwezen naar bijlage 1.
Figuur 1.4 Structuur buitenruimte uit Beeldkwaliteitsplan Sortie 16 met te behouden bos en groen. Bron: BGSV.
Bos Het bestaande bos wordt waar mogelijk behouden en is bepalend voor de indeling van de woonwijk. Er wordt een onderscheid gemaakt in vier bosdelen (1a t/m 1 d) met een eigen karakter (zie figuur 1.4). Open plek, natuurlijk hart (1a) Het open gebied met zand en kruidenvegetatie blijft behouden als open groengebied. De aanwezige bosranden en het laaggelegen bos met dennen / berken blijven zo veel mogelijk behouden. Recreatief medegebruik wordt hier mogelijk. Het gebied is openbaar toegankelijk en smalle struinpaden met een natuurlijke uitstraling (vlonderpad) zijn hierbinnen toegestaan. De overgangen van het bos naar de open ruimte worden ontwikkeld met mantel- en zoomvegetaties met inheemse plantensoorten. Ook worden natte zones met poelen ontwikkeld en wordt, door middel van beheermaatregelen gericht op inheemse soorten en versterken van de biodiversiteit, de natuurkwaliteit van het natuurlijk hart verbeterd. Langs de westzijde van het natuurlijk hart wordt nat terrein behouden en vergroot.
11
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Bos: steilrand (1b) Het bos op de noordelijke steilrand blijft met uitzondering van trappartijen en mogelijk een glijbaan behouden. De oostelijke steilrand wordt weer beplant. Op de steilrand groeien dennen, berken en andere loofbomen in een open kruidenvegetatie met o.a. akkerdistel en echte guldenroede. Er komt hier geen dichte onderbegroeiing. De ruigte op het westelijke talud van de Westelijke Ontsluiting wordt behouden en als zodanig beheerd (vleermuizen, vogels, insecten). In de steilrand kunnen trappen gerealiseerd worden. Hooggelegen bosgedeelte (1c) Het hogere zuidelijke gebied met ouder loofbos, dichte onderbegroeiing en Douglassparren blijft behouden, inclusief de grondwal. Het karakter wordt versterkt door maatregelen als de aanplant van loofbomen (verjongen bos met eiken en beuken). Door aanplant van inheemse soorten en lokaal strategisch dunnen wordt de biodiversiteit versterkt. Door aanplant van groenblijvende struiken zoals hulst en taxus langs de wegen ontstaan goede overgangen tussen kruiden en het bos. Bosrand, afscheiding Beukbergen (1d) Tussen Sortie 16 en Beukbergen wordt buiten het plangebied een grondwal met bomen gerealiseerd, binnen het plangebied wordt de bestaande boswal met greppel zoveel mogelijk behouden.
De wal wordt ingericht als ecologische corridor voor dassen en wordt ontoegankelijk voor mensen zodat de das hier ongestoord doorheen kan wandelen naar het foerageergebied in Park Vliegbasis Soesterberg. Groen (2) Het groengebied bestaat uit twee delen: een open gebied bij de entree van de wijk en een deel in de steilrand aan de noordzijde. Het wordt gekenmerkt door een helling en heeft een open karakter. Een mix van dennen, berken en loofbomen in een open kruidenvegetatie bepalen het beeld. De steilrand wordt geprogrammeerd met o.a. trappen, hellingen, speelgelegenheden (glijbaan), struinpaden en een amfitheater. Inpassingsmaatregelen Beeldkwaliteitsplan In het beeldkwaliteitsplan is rekening gehouden met het inpassen van beschermde natuurwaarden. Beschermde soorten waar het bij Sortie 16 om gaat zijn vleermuizen, das, eekhoorn, hazelworm, levendbarende hagedis en kommavlinder. • In het natuurlijk hart worden bestaande bosranden behouden als lijnelement van bomen die zodoende als vliegroute voor vleermuizen kunnen blijven functioneren. • Het hoger gelegen bosgebied rondom de dassenburcht aan de zuidkant van Sortie 16 wordt behouden als bosgebied en ontoegankelijk gemaakt voor honden en mensen. Voor das komt een afgesloten migratieroute door Sortie 16 tussen het leefgebied rond de burcht en Park Vliegbasis Soesterberg, een belangrijk foerageergebied voor de das.
Deze komt tussen Beukbergen en Sortie 16 te liggen. Door grondwallen, hekken en beplanting wordt ervoor gezorgd dat er geen verstoring optreedt door mensen of honden. Het te behouden natuurlijk hart in het lage deel van Sortie 16 is wel toegankelijk voor mensen en honden. Hier krijgt de das schuilplaatsen waar deze zich snel kan verstoppen. Alle gebieden worden verbonden door dassentunnels. • Het natuurlijk hart, het hoge gedeelte aan de Amersfoortseweg en de groene zone tussen Beukbergen en Sortie 16 blijven een geschikte leefomgeving voor reptielen, eekhoorns en kommavlinder.
12
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
•
1.4
Nestkasten, vleermuiskasten en insectenhotels worden op vrijwillige basis geïntegreerd in de openbare ruimte en bebouwing. Dit geeft invulling aan de wens voor een natuurinclusieve wijk.
Werkzaamheden bouw woonwijk Voorzorgsmaatregelen Er wordt gestart met het nemen van voorzorgsmaatregelen voor beschermde fauna zoals plaatsen van afschermende hekken rond verblijfplaatsen, rustgebied en migratiezones van das. Ook worden hekken rond het natuurlijk hart geplaatst waarbinnen zich leefgebied van reptielen en kommavlinder bevindt, zodat hier tijdens de werkzaamheden geen materieel en uitvoerend personeel ophoudt. Rond de kap- en bouwlocaties worden reptielenschermen geplaatst en worden aanwezige reptielen voorafgaand aan de werkzaamheden weggevangen, zie hoofdstuk 6. Bij de planning van de werkzaamheden wordt rekening gehouden met kwetsbare perioden van beschermde fauna. Kap en bouwrijp maken terrein Na voorzorgsmaatregelen vinden er kapwerkzaamheden plaats ter plaatse van bouwlocaties en geplande infrastructuur. Vervolgens wordt het terrein bouwrijp gemaakt. Hierbij vindt grondverzet plaats ten behoeve van funderingen, worden kabels- en leidingen aangelegd en wordt de hoofd infrastructuur ingericht. Groenstroken en bomen die volgens het ontwerp niet verwijderd hoeven te worden blijven hierbij intact. Te behouden waardevolle bomen worden van tevoren geïnventariseerd en gemarkeerd om het boombehoud te waarborgen. Woningbouw en herinrichting Na het bouwrijp maken van het terrein vindt de woningbouw plaats.
Ook in deze fase worden (fijnmazige) kabels- en leidingen aangelegd. Vervolgens wordt het terrein ingericht met straatverhardingen, parkeerplaatsen, groenvoorzieningen, rasters, straatmeubilair en straatverlichting.
1.5
Planning Momenteel loopt de procedure voor het nieuwe bestemmingsplan voor de bouw van de woonwijk. De vaststelling van het bestemmingsplan is in de 1e helft van 2022 gepland. Het bestemmingsplan treedt per september 2022 in werking, onder voorbehoud van onvoorziene vertragingen zoals beroepsprocedures. De voorgenomen werkzaamheden volgens paragraaf 1.4 kunnen naar huidig inzicht vanaf medio 2022 worden opgestart. De verwachting is dat de bouwwerkzaamheden 2 tot 2,5 jaar in beslag nemen.
1.6
Periode ontheffing aanvraag Een ontheffing wordt aangevraagd voor werkzaamheden in de periode van 1 oktober 2022 tot en met 1 oktober 2027. Hierbij is rekening gehouden met voorbereidende werkzaamheden zoals realisatie van vervangende voorzieningen, een gefaseerde uitvoering in verband met kwetsbare perioden van beschermde soorten en een eventuele uitloop van werkzaamheden als gevolg van onvoorziene omstandigheden.
13
Activiteitenplan ActiviteitenplanWoonwijk WoonwijkSortie Sortie16, 16,Soesterberg Soesterberg
2. Verbodsartikelen 2.1
Inleiding In dit hoofdstuk worden de voor dit project relevante verbodsbepalingen uit hoofdstuk 3: ‘Soorten’ van de Wet natuurbescherming beschreven. Hierbij wordt aangegeven of er al dan niet sprake is van overtreding van een verbodsbepaling en zo ja voor welke beschermde soorten dit geldt. Verbodsbepalingen die niet relevant zijn, zoals het verkopen van dieren, worden hier niet behandeld.
2.2
Verbodsartikelen soorten van Vogelrichtlijn In artikel 3.1 van de Wet Natuurbescherming zijn verbodsbepalingen beschreven ten aanzien van soorten van de Vogelrichtlijn. Alle in Nederland van nature in het wild levende vogels maken hier deel van uit. Verbod op het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels (art.3.1 lid 2) Niet van toepassing. In het plangebied is in 2019 een nestplaats van buizerd vastgesteld. Voor nesten van buizerd geldt doorgaans een jaarronde beschermingsstatus. In 2021 is deze nestplaats echter niet meer aangetroffen. Daarnaast is een nestplaats van sperwer aangetroffen, deze heeft geen jaarrond beschermde status meer in de provincie Utrecht zo lang als er in de omgeving voldoende alternatieve broedgelegenheid is. Omdat voor beide soorten geen ontheffing (meer) nodig is, maar ze wel als zodanig genoemd zijn in het inventarisatierapport (Van den Bijtel, 2020) worden ze hier genoemd. In de wijde omtrek van Sortie 16 liggen uitgestrekte bossen met geschikte broedbomen en foerageergebied. Er is sprake van veel uitwijkmogelijk en er is dan geen ontheffing noodzakelijk. Voor andere vogelsoorten geldt dat dit verbodsartikel niet overtreden wordt, door te werken buiten de broedtijd en waar nodig aanvullende mitigerende maatregelen te nemen (zie hoofdstuk 7). Verbod op het opzettelijk verstoren van vogels (art.
3.1 lid 4) Niet van toepassing. Als gevolg van de voorgenomen kap of grondwerkzaamheden worden mogelijk vogels licht verstoord. Er worden echter maatregelen genomen om verstoring van individuen te ontzien, hierdoor blijft verstoring tot een minimum beperkt. Verstoring van vogels is niet verboden wanneer deze niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soorten.
14
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
2.3
Verbodsartikelen soorten van de Habitatrichtlijn In artikel 3.5 van de Wet Natuurbescherming zijn verbodsbepalingen beschreven ten aanzien van soorten genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied. In deze categorie komen in het plangebied alleen vleermuizen voor. Het gaat in ieder geval om ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en gewone grootoorvleermuis. Verbod op het opzettelijk verstoren (art. 3.5 lid 2) Niet van toepassing. Er zijn geen verblijfplaatsen aanwezig, zodat er geen individuen in verblijfplaatsen worden gestoord. Ook worden tijdens het foerageren worden geen individuen gestoord, omdat er niet in het donker gewerkt wordt en rekening wordt gehouden met verstoring door licht van bouwlampen. Verbod op beschadigen of te vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art. 3.5 lid 4) Niet van toepassing. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn in het plangebied niet aangetroffen. Het plangebied is foerageergebied voor onder andere ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en gewone grootoorvleermuis. De centrale open corridor door het terrein is vliegroute van laatvlieger en gewone dwergvleermuis.
Het plangebied blijft in de toekomst geschikt als foerageergebied voor vleermuizen en door het behoud van lijnvormige groenstructuren is er geen sprake van aantasting van de huidige vliegroute. Door het behoud van het foerageergebied en de vliegroute in de toekomstige woonwijk blijven verblijfplaatsen van vleermuizen (die buiten het plangebied aanwezig zijn) functioneel.
2.4
Verbodsartikelen nationaal beschermde soorten In artikel 3.10 van de Wet Natuurbescherming zijn verbodsbepalingen beschreven ten aanzien van overige (nationaal beschermde) soorten van bijlage onderdeel A van de Wet Natuurbescherming. Eekhoorn, das, hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang en kommavlinder zijn soorten van bijlage onderdeel A waarvoor bij ruimtelijke ontwikkelingen geen vrijstelling geldt. Verbod op het opzettelijk doden of vangen (art. 3.10 lid 1a.) Wel van toepassing. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden is het niet geheel uit te sluiten dat er exemplaren van hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang en kommavlinder worden gedood. Door mitigerende maatregelen wordt dit zo veel mogelijk voorkomen. Reptielen die in het plangebied voorkomen (hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang) worden gevangen met als doel om schade te voorkomen en ze in geschikt leefgebied, buiten de bouwlocaties in het plangebied weer uit te zetten (zie ook 3.5 voor het verbod op vangen en uitzetten).
15
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Verbod op het opzettelijk te beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art. 3.10 lid 1b.) Wel van toepassing. Als gevolg van kapwerkzaamheden, het uitvoeren van grondwerk en bouwwerkzaamheden gaan mogelijk vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van eekhoorn, hazelworm, levendbarende hagedis en kommavlinder verloren. Voor das geldt dat de burcht en de directe omgeving hiervan niet wordt beschadigd of verwijderd maar dat er in de aanlegfase van de woonwijk wel sprake kan zijn van een tijdelijke aantasting van de functionaliteit van de burcht door het opzettelijk beschadigen van functioneel leefgebied dat bij de burcht hoort. Hier wordt gedoeld op het laaggelegen gedeelte van Sortie 16 dat in gebruik is als foerageergebied en migratieroute van de das, waar de bouwactiviteiten plaatsvinden en waar vooraf bos wordt gekapt. Door de aanwezigheid van alternatief leefgebied en het aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen in de omgeving blijven er voor de genoemde soorten altijd voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig.
2.5
Verboden vanuit overige bepalingen ten aanzien van in het wild levende dieren en planten Verbod op het uitzetten van dieren of eieren (art. 3.34 lid 1) Van toepassing. De hazelwormen, levendbarende hagedissen en ringslangen binnen de invloedssfeer van de uitvoering van het plan worden gevangen en vervolgens uitgezet naar geschikt leefgebied in het plangebied of in de directe omgeving.
16
Activiteitenplan ActiviteitenplanWoonwijk WoonwijkSortie Sortie16, 16,Soesterberg Soesterberg
3. Ecologische inventarisatie 3.1
Methode inventarisatie
3.1.1
Natuurwaardenonderzoek In 2019 is door Van den Bijtel ecologisch onderzoek een onderzoek naar beschermde natuurwaarden in het plangebied Sortie 16 uitgevoerd (Van den Bijtel, 2020; wordt separaat meegezonden). In de periode maart tot en met december 2019 zijn 24, deels gecombineerde bezoeken aan het gebied gebracht (tabel 3.1). Twee bezoeken vonden plaats in de (vroege) ochtend en twee bezoeken vonden plaats in de (late) avond. De overige bezoeken vonden overdag plaats.
Tabel 3.1 Bezoekdata en -tijden, duur in uren, weersomstandigheden tijdens de veldbezoeken en groepen die tijdens de bezoeken zijn onderzocht (Van den Bijtel, 2020) fl = flora; mos = mossen en korstmossen; pad = paddenstoelen; zo = zoogdieren; vl = vleermuizen; vo = vogels; re = reptielen; am = amfibieën; ins = insecten.
17
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Flora Tijdens het veldonderzoek zijn van de groeiplaatsen van de aanwezige beschermde en bijzondere plantensoorten (Rode of Oranje Lijstsoorten, soorten die indicatief zijn voor bepaalde milieus) de exacte coördinaten opgenomen met een GPS (Garmin GPSMap 60csx). Van elke groeiplaats is een schatting gemaakt van het aantal aanwezige exemplaren en, indien van toepassing, een schatting van de omvang van de groeiplaats. Tevens is een lijst opgesteld van alle in het gebied aangetroffen soorten. Mossen en korstmossen In september 2019 is het terrein onderzocht op de aanwezige mossen en korstmossen. Van eventuele bijzondere en zeldzame soorten zijn met een GPS de exacte coördinaten van de groeiplaats opgenomen. Tevens is een lijst opgesteld van alle vastgestelde soorten. Dit onderzoek is uitgevoerd door dr. A. Aptroot. Paddenstoelen Tijdens twee bezoeken, in oktober en november 2019, is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van paddenstoelen. Van eventuele bijzondere en zeldzame soorten zijn met een GPS de exacte coordinaten van de groeiplaats opgenomen. Tevens is een lijst opgesteld van alle vastgestelde soorten. Dit onderzoeksonderdeel is uitgevoerd door dr. P.-J. Keizer. Zoogdieren Zoogdieren, exclusief vleermuizen. De gegevens over het voorkomen van zoogdieren zijn verzameld aan de hand van zichtwaarnemingen van individuen, sporen, nesten, holen en burchten en vondsten.
Van de locaties waar waarnemingen van beschermde soorten zijn verricht, zijn met een GPS de exacte coördinaten opgenomen. Voorts is er in september een camera geplaatst bij de dassenburcht. Deze camera heeft tot en met december opnamen gemaakt. Vleermuizen. Voor het onderzoek naar het voorkomen en de aanwezigheid van mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen (boombewonende soorten als rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis) is het gebied in totaal viermaal bezocht. Tijdens deze bezoeken is gebruikgemaakt van batdetectoren (Pettersson D240x en D1000x). Beide detectoren beschikken over zowel een heterodyne functie als een time expansion-functie en de mogelijkheid voor het opnemen van geluiden. De Pettersson D1000x beschikt bovendien nog over een derde methode (frequentiedelen) om het ultrasone geluid van vleermuizen hoorbaar te maken. Met de Pettersson D1000x zijn tijdens verschillende bezoeken opnamen gemaakt van de echolocatiegeluiden van vleermuizen. Deze opnamen zijn vervolgens op de computer geanalyseerd met het programma Batsound. In de periode 1 juli tot en met 6 augustus 2019 is bovendien onderzoek naar het voorkomen van en het terreingebruik door vleermuizen uitgevoerd met behulp van twee zogeheten luisterkistjes (figuur 3.1).
Luisterkistjes zijn batdetectoren (Pettersson D500x) die automatisch de geluiden van vleermuizen registreren en opnemen. Deze opnamen zijn vervolgens op de computer geanalyseerd met het programma Batsound. In februari en december is het terrein onderzocht op de aanwezigheid van bomen met holten, spleten en scheuren die door vleermuizen als verblijfplaats kunnen worden gebruikt. Voorts is in december een waterput aan de zuidzijde van het terrein onderzocht
18
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
op de aanwezigheid van overwinterende vleermuizen. Het onderzoek naar vleermuizen is uitgevoerd conform het vleermuizenprotocol (Gegevensautoriteit Natuur, Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging 2017).
Figuur 3.1. Locaties van de gebruikte onderzoeksmaterialen bij natuurwaarden onderzoek. Bron: Van den Bijtel (2019).
Vogels Tijdens zeventien bezoeken zijn gegevens over het voorkomen van vogels genoteerd. Specifiek op broedvogels (ook soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn) gerichte bezoeken zijn afgelegd op 19 maart, 8 april, 23 mei, 20 juni en 11 juli 2019. Onderzoek naar nachtactieve vogels (uilen) is uitgevoerd op 18 juni en 11 juli 2019. Dit onderzoek is gecombineerd met het onderzoek naar vleermuizen. Het veldwerk is uitgevoerd conform de richtlijnen van het SOVON-Broedvogel Monitoring Project (van Dijk 1996). De interpretatie en uitwerking van de veldgegevens heeft eveneens plaatsgevonden conform de richtlijnen van het SOVON-Broedvogel Monitoring Project (van Dijk 1996). Reptielen Tijdens veertien bezoeken is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van reptielen door het gericht afzoeken van geschikt biotoop. Deze werkwijze heeft enkele waarnemingen van ringslang en levendbarende hagedis opgeleverd. Voor de hazelworm is deze methode echter niet toereikend. Met name voor het onderzoek naar deze laatste soort zijn verspreid over het terrein achtentwintig plaatjes (vierentwintig tapijttegels en vier damwandprofielen) uitgelegd (figuur 3.1). Hazelwormen, maar ook andere reptielen (en soms amfibieën), kruipen onder deze plaatjes om op te warmen. De plaatjes hebben van begin augustus tot eind september 2019 in het veld gelegen en zijn zesmaal gericht gecontroleerd.
19
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Amfibieën Tijdens tien bezoeken zijn gegevens over het voorkomen van amfibieën verzameld. Omdat er in het gebied geen open water (voortplantingsbiotoop) aanwezig is, is er geen specifiek op deze groep gericht onderzoek uitgevoerd. Wel zijn alle waarnemingen van op het land aanwezige amfibieën genoteerd. Insecten Tijdens tien veldbezoeken die overdag plaatsvonden, is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van insecten, in het bijzonder dagvlinders, waterjuffers en libellen, sprinkhanen en wilde bijen. De gegevens van deze groepen zijn verzameld door gericht grazige en bloemrijke begroeiingen en bosranden af te zoeken. 3.1.2
Actuele informatie beschermde natuurwaarden In aanvulling op de onderzoeksgegevens uit het natuurwaardenonderzoek van den Bijtel is de meest recente informatie met betrekking tot beschermde soorten uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2021) geraadpleegd. Monitoring beschermde natuurwaarden Sortie 16 Vanaf 2020 vindt monitoring van beschermde natuurwaarden in Sortie 16 plaats in opdracht van provincie Utrecht. De monitoring is toegespitst op beschermde soorten die in het natuurwaardenonderzoek zijn vastgesteld. Het monitoringsonderzoek is momenteel nog gaande en omvat: • Cameraval-onderzoek ter plaatse van de dassenburcht in Sortie 16: Dit onderzoek wordt vanaf 3 september 2019 uitgevoerd door Van den Bijtel ecologisch advies (Achterberg, 2021). In 2021 wordt dit onderzoek voortgezet door Ecogroen in samenwerking met Chris Achterberg (voormalig medewerker Van den Bijtel ecologisch advies). Ter plaatse van de burcht in Sortie 16 hangt permanent een cameraval. • Inspectie van het plangebied op beschermde soorten tijdens gerichte veldbezoeken: Dit onderzoek loopt vanaf 2021 en is toegespitst op gebruik van het gebied door das en eekhoorn, nestplaatsen van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest en leefgebied van overige beschermde soorten (reptielen, kommavlinder).
In het kader van de monitoring is een eerste veldbezoek uitgevoerd op 11 februari 2021 (droog, helder, weinig wind en -5 oC). Het plangebied is hierbij onderzocht door een ecoloog van Ecogroen. Waarnemingen van (mogelijke) beschermde natuurwaarden zijn hierbij vastgelegd in een GISapplicatie. De andere onderzoeksronden die zijn uitgevoerd staan in tabel 3.1. Tabel 3.1 Onderzoeksronden uitgevoerd in het kader van monitoring van de natuurwaarden van Sortie 16.
20
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Dassenonderzoek omgeving Sortie 16 Om de activiteit van dassen in gebieden in de omgeving van Sortie 16 vast te stellen is in 2021 een onderzoek met cameravallen uitgevoerd. Doel is om te beoordelen of deze gebieden potentieel geschikt leefgebied (kunnen) vormen voor dassen van Sortie 16. Er is beoordeeld: 1. Welke (potentieel) geschikte leef- en foerageergebieden voor dassen er in de omgeving aanwezig zijn 2. Of er barrières aanwezig zijn die voor dassen van Sortie 16 een belemmering vormen om geschikt leef- en foerageergebied te bereiken. 3. Of er in gebieden rond Sortie al dassen leven die, vanwege de territoriale aard van dassen, verhinderen dat het gebied ter compensatie kan worden aangeboden. Het onderzoek was toegespitst op bos- en natuurterreinen ten zuiden en ten westen van Sortie 16 (zie figuur 3.2), respectievelijk: • Sterrenberg: de bos- en natuurterreinen ten zuiden van de N237 ter hoogte van Sortie 16 en de omgeving van de Ericaweg in Huis ter Heide; • Beukbergen: de bos- en natuurterreinen ten westen van Sortie 16, inclusief de bosstrook tussen woonwagencentrum Beukbergen en de N237. Het onderzoek begon met een verkennend veldbezoek, waarbij barrières zoals hekken en wegen, dassensporen, burchten en wissels zijn geïnventariseerd.
Op basis van het verkennende veldbezoek is bepaald waar de wildcamera’s geplaatst konden worden om de aanwezigheid van andere dassen aan te tonen of uit te sluiten. Sterrenberg & groenstrook Er zijn vier wildcamera’s geplaatst op de volgende locaties (zie figuur 3.2): • S1. Bij de uitgang van Sortie 16 (gat onder in het hek) naar de groenstrook tussen de Amersfoortseweg en Beukbergen. • S2. In de groene corridor tussen de Amersfoortseweg en de woonwijk Abrona. • S3. Langs het raster van de ecocorridor Sterrenberg in het bos. • S4. Langs het raster van de ecocorridor Sterrenberg nabij Abrona boerderij Sterrenberg. Het onderzoek is uitgevoerd van 19-02-2021 tot 06-04-2021, waarbij de camera’s tussendoor tweemaal zijn gecontroleerd en soms over korte afstanden verplaatst. De globale opzet van het onderzoek is weergegeven in figuur 3.2. Ook is een bezoek gebracht aan de omgeving van kwekerij C. Th. Van Bergenhenegouwen aan de Ericaweg in Huis ter Heide waar een dassenburcht bekend is (mededeling Chris Achterberg). Landgoed Beukbergen Er zijn vier wildcamera’s geplaatst op de volgende locaties (zie figuur 3.2.): • B1: In de groenstrook langs het hek in het zuidoosten van het plangebied. • B2: ter hoogte van het ecoduct Beukbergen over de N237. • B3: centraal in het gebied, in de nabijheid van dassenpijpen met sporen.
• B4: in het noordoosten, in de nabijheid van dassenpijpen met sporen.
21
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Figuur 3.2: Zoekgebied voor alternatief leefgebied (Sterrenberg: blauw omlijnd, Beukbergen oranje omlijnd) ten opzichte van Sortie 16 (rode stippellijn) en locaties wildcamera’s Sterrenberg S1 t/m S4 en Beukbergen (B1 t/m B4) . Bron kaartondergrond: PDOK.
Het onderzoek is uitgevoerd van 15-06-2021 tot en met 17-08-2021, waarbij de camera’s tussendoor driemaal zijn gecontroleerd en soms over korte afstanden verplaatst. Bij elke ronde zijn de foto’s uitgelezen. De globale opzet van het onderzoek is weergegeven in figuur 3.2. Relevante informatie uit de NDFF, het lopende monitoringsonderzoek Sortie 16 en de dassenonderzoeken Sterrenberg en Beukbergen zijn meegenomen bij de effectbeoordelingen die worden uitgevoerd in het kader van de Wet Natuurbescherming en bij het bepalen van benodigde vervolgstappen. Deze zijn uitgewerkt in dit activiteitenplan. Informatie project Woonwijk Soesterberg Noord Onderzoeksgegevens en informatie die is vergaard bij de voorbereiding van het naburige project Woonwijk Soesterberg Noord zijn geraadpleegd en relevantie informatie is benut bij het opstellen van het activiteitenplan.
3.2
Actualiteit inventarisatiegegevens Het natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd in 2019. In aanvulling daarop zijn actuele gegevens uit NDFF en monitoringsonderzoek (2020 / 2021) geraadpleegd. De inventarisatiegegevens zijn zodoende actueel.
22
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
3.3
Locatie inventarisatie Het plangebied en de directe omgeving in een straal van 25 meter zijn geheel onderzocht. Bij raadpleging van de NDFF zijn gegevens afkomstig uit een groter gebied (zone van circa 1 kilometer) rondom het plangebied meegenomen.
23
Activiteitenplan ActiviteitenplanWoonwijk WoonwijkSortie Sortie16, 16,Soesterberg Soesterberg
4. Resultaten 4.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bij onderzoek in het plangebied aangetroffen beschermde soorten. In paragraaf 4.2 t/m 4.11 wordt per soort of soortgroep beschreven welke functie(s) het plangebied gebied heeft, er wordt beschreven: • Waar nesten, verblijfplaatsen, migratieroutes of (essentieel) foerageergebied van de soort voorkomen in het plangebied of waar waarnemingen zijn gedaan; • Hoeveel exemplaren van de soort in het plangebied voorkomen aan de hand van een inschatting; • Wat het belang is van de populatie in het plangebied ten opzichte van de populatie in de omgeving. • Omgevingscheck: in hoeverre er in de omgeving van het plangebied geschikt leefgebied voor de soort aanwezig is en welke functies dit voor de soort kan hebben.
4.2
Buizerd In 2019 is één nest van buizerd vastgesteld in de uiterste zuidwesthoek van het plangebied, zie figuur 4.1. Bij monitoring van het plangebied in 2021 is vastgesteld dat dit nest niet meer aanwezig is. Mogelijk is dit nest uit de boom gewaaid. Ook zijn in het plangebied geen andere nestplaatsen van buizerd meer aangetroffen en is er geen territoriale activiteit van buizerd waargenomen in het plangebied. Omdat er geen nest aanwezig is, is er bij het voorgenomen initiatief geen sprake van het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming ten aanzien van buizerd. Vervolgstappen met betrekking tot buizerd zijn niet aan de orde.
24
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Figuur 4.1 locatie jaarrond beschermde nestplaats buizerd, aangetroffen bij onderzoek in 2019 (Van den Bijtel, 2020) en thans niet meer fysiek aanwezig. Bron achtergrond: PDOK.
4.3
Sperwer In 2019 is in het midden van het plangebied, in de grove dennenopstand ten westen van het groene hart één sperwernest aangetroffen. De nestplaatsen van sperwer hebben in de provincie Utrecht geen jaarrond beschermde status meer, mits er in de omgeving voldoende nestgelegenheid behouden blijft omdat is gebleken dat deze soort in de regel jaarlijks een nieuw nest bouwt (Beenen, 2017). Bovendien is monitoring van het plangebied in 2021 vastgesteld dat het in 2019 gevonden nest niet meer aanwezig is. Ook zijn in het plangebied geen andere nestplaatsen van sperwer meer aangetroffen en is er geen territoriale activiteit van sperwer waargenomen in het plangebied. Omdat er geen nest aanwezig is, is er bij het voorgenomen initiatief geen sprake van het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming ten aanzien van sperwer. Vervolgstappen met betrekking tot sperwer zijn niet aan de orde.
4.4
Vleermuizen Verblijfplaatsen, migratieroutes en foerageergebied In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Het plangebied heeft een functie als foerageergebied voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger en in mindere mate voor rosse vleermuis en gewone grootoorvleermuis. Foeragerende vleermuizen komen met name voor in de open gedeelten langs de bosranden in het plangebied. Er zijn in het plangebied geen vaste jachtgebieden waar gedurende langere tijd meer exemplaren van een soort jagen vastgesteld. De open zone die het bosgebied van Sortie 16 in noord-zuid richting doorsnijdt wordt door laatvliegers en gewone dwergvleermuizen gebruikt als vliegroute. De vliegroute vormt voor laatvlieger een verbindende schakel tussen de kraamkolonie(s) in Soesterberg en de jachtgebieden op de Vliegbasis Soesterberg, zie figuur 4.2. De bosrand aan de oostkant van het plangebied langs de ‘Westelijke
25
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Ontsluitingsweg’ heeft als vliegroute voor laatvliegers weinig betekenis, waarschijnlijk omdat hier veel minder beschutting aanwezig is. Omdat er echter wel allerlei alternatieve routes tussen Soesterberg en de vliegbasis, gaat het niet om een onmisbare route. Aantallen Het plangebied heeft een functie als foerageergebied voor enkele tientallen vleermuizen van diverse soorten zoals genoemd in de eerste alinea van 4.4. Als vliegroute heeft het plangebied een functie voor enkele tientallen laatvliegers (40 à 50 individuen) en gewone dwergvleermuizen (20 à 30 individuen).
Figuur 4.2 Vliegroute laatvlieger en gewone dwergvleermuis door Sortie 16 (blauwe stippellijn) en indicatieve aanduiding van jachtgebied op Vliegbasis Soesterberg (blauw omlijnd). Bron achtergrond: PDOK.
Belang populatie in plangebied Het plangebied is van belang als foerageergebied van diverse vleermuissoorten die hun verblijfplaatsen buiten het plangebied hebben. Omdat voor de in het plangebied aangetroffen soorten in de omgeving voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is wordt niet verwacht dat het plangebied essentieel is als foerageergebied voor vleermuizen. Als vliegroute is het plangebied met name van belang voor de populatie laatvliegers in de omgeving. Via deze route wordt foerageergebied op Vliegbasis Soesterberg ontsloten voor laatvliegers die mogelijk verblijven in gebouwen in Soesterberg. In de omgeving zijn wel vergelijkbare lijnvormige structuren tussen Soesterberg en de Vliegbasis aanwezig zoals bebouwing en beplanting langs de Rademakerstraat. Omdat er echter wel allerlei alternatieve routes tussen Soesterberg en de vliegbasis, gaat het niet om een onmisbare route. Omgevingscheck In de omgeving van het plangebied zijn diverse geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn in Nederland in de regel gebouwbewonende soorten die verblijfplaatsen kunnen hebben in bebouwing rond het plangebied, bijvoorbeeld in de be-
26
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
bouwde kom van Soesterberg, in bebouwing op landgoed Beukbergen / Sterrenberg en in bebouwing van Huis ter Heide. Rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis zijn soorten die hun verblijfplaats ook in bomen kunnen hebben. Verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied kunnen zich bevinden in holtes in oude bomen, bij voorbeeld landgoederen Beukbergen en Sterrenberg. Ook is bekend dat zich op Park Vliegbasis Soesterberg diverse gebouwen bevinden die als verblijfplaats voor vleermuizen dienen zoals niet meer in functie zijnde bunkers en bluskelders. Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving zijn foerageergebieden voor vleermuizen in ruime mate aanwezig. Voorbeelden hiervan zijn de bosranden en open terreinen van Vliegbasis Soesterberg, landgoed Sterrenberg en de Leusderheide. Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. In het plangebied is een zuid-noord georiënteerd vliegroute van laatvlieger aanwezig.
In de omgeving zijn vergelijkbare lijnvormige structuren aanwezig tussen de bebouwde kom van Soesterberg en de vliegbasis zoals de bebouwing en lijnbeplanting langs de Rademakerstraat, Sterrenbergweg en Postweg ten oosten van het plangebied en De Beukbergenlaan ten westen van het plangebied. Omdat er allerlei alternatieve routes tussen Soesterberg en de vliegbasis zijn, gaat het niet om een onmisbare vliegroute.
4.5
Das Verblijfplaatsen, foerageergebied en migratieroutes In de bosstrook aan de zuidkant van het plangebied is de aanwezigheid van een bewoonde dassenburcht vastgesteld, zie figuur 4.3. De burcht ligt slechts 15 meter van de drukke Amersfoortseweg (N237) en slechts enkele meters van het fietspad, maar wordt hiervan gescheiden door een hoog hek, een grondwal en dichte beplanting. Het is niet met zekerheid vastgesteld dat de burcht als kraamburcht wordt gebruikt (met dien verstande dat er jongen in ter wereld komen). Wel zijn er in diverse jaren jonge dassen gefotografeerd. Uit lange inventarisatiereeksen met wildcamera’s door Chris Achterberg blijkt dat de dassen na het voorjaar soms maanden achtereen afwezig zijn, en in de tussentijd slechts sporadisch voor de camera komen. De burcht is dus onderdeel van een netwerk aan burchten. Het plangebied wordt door dassen gebruikt als foerageergebied. Met name in de westelijke helft van het grove dennenbos blijkt uit sporen dat er gefoerageerd wordt. Het foerageergebied in Sortie 16 is belangrijk voor de functionaliteit van de burcht. Ook lopen er door Sortie 16 wissels van dassen vanaf de dassenburcht in westelijke en noordelijke richting, aangeduid in figuur 4.3. Deze wissels komen uit bij de hekken rond Sortie 16 en lopen via onderdoorgangen door richting de vliegbasis en richting landgoed Beukbergen.
De onderdoorgangen worden door dassen gebruikt en bieden voor dassen toegang tot foerageergebieden ten noorden en ten westen van Sortie 16 (zie figuur 4.3). Er is dus sprake van enkele belangrijke migratieroutes van das in Sortie 16.
27
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Aantal dieren Al vanaf 2012 worden er in het plangebied (bij) burchten van dassen aangetroffen. Bij cameravalonderzoek uitgevoerd sinds 2019 is geconstateerd dat de burcht wordt gebruikt door vijf verschillende dassen: een volwassen mannetje, een volwassen vrouwtje, twee jongen (geboren in 2018 / 2019) en een derde volwassen das. Het is niet bekend of deze jongen zijn geboren in de burcht van Sortie 16. De monitoring met een cameraval vindt plaats vanaf september 2019. In 2020 zijn er geen jongen die dat jaar geboren zijn, in beeld verschenen. Ook bleek uit het cameraval-onderzoek dat de burcht van Sortie 16 periodiek onbewoond was. Op grond van de meest actuele informatie leefde er in 2020 een clan van minimaal drie volgroeide dassen in de burcht. In 2021 zijn er in de periode tot en met 1 september 2021 bij het monitoringsonderzoek onderzoek twee volwassen dassen waargenomen bij de burcht (mondelinge mededeling C. Achterberg). Het plangebied is op basis van de waarnemingen van de afgelopen jaren leefgebied van een minimaal twee à drie dassen.
Figuur 4.3 Locatie dassenburcht Sortie 16 (groene ruit) en bestaande migratieroutes (indicatief, groene stippellijnen) naar foerageergebied (groene vlakken) in de omgeving. De woonwijk Vliegbasis Soesterberg (paars vlak) wordt als marginaal foerageergebied beschouwd; De burcht van Sterrenberg (rode ruit) en bijbehorend foerageergebied is rood gemarkeerd. Het bosgebied ten zuiden van de N237 (oranje) is nu niet als foerageergebied van dassen in gebruik. Bron achtergrond: PDOK.
Belang populatie in plangebied De deelpopulatie van das in het plangebied maakt deel uit van een populatie die wordt geschat op enkele tientallen dassen in de omgeving. Binnen enkele kilometers van het plangebied zijn meerdere bewoonde dassenburchten aanwezig. Eén burcht bevindt zich ten zuidwesten van het plangebied op het terrein Sterrenberg in de omgeving van de kwekerij aan de Ericaweg in Huis ter Heide: de ‘burcht van Sterrenberg’ (zie figuur 4.3) - zo is gebleken uit de dassenmonitoring door Ecogroen in 2021.
28
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Deze das(senfamilie) is hoogstwaarschijnlijk ook met cameraval-onderzoek vastgesteld op het ecoduct over de N237. Een das kwam ’s avonds vanuit de richting van de Ericaweg en liep richting Beukbergen. Het dier maakt dus gebruik van landgoed Beukbergen, waar de dassen van Sortie 16 óók gebruik van maken. De territoria grenzen daar dus aan elkaar. Omdat exacte territoriumgrenzen tussen beide clans niet bekend zijn, is de grens indicatief weergegeven in figuur 4.3. Ook op landgoed Sterrenberg heeft cameraonderzoek gedaan. De dassenclan van de Ericaweg maakt ook gebruik van het bosgebied van landgoed Sterrenberg (het deel ten westen van zorginstelling Abrona). Ten oosten van Abrona komen (nog) geen dassen voor. Andere bekende burchten in de omgeving bevinden zich ter plaatse van Park Vliegbasis Soesterberg. In 2017 zijn hier drie bewoonde hoofdburchten vastgesteld en acht onbewoonde (Van den Bijtel, 2018). Ook is melding gemaakt van een burcht ter plaatse van Camp New Amsterdam, ten noordwesten van het plangebied (Achterberg, 2021). Mogelijk vindt er uitwisseling plaats tussen dassen van de clan van Sortie 16 en andere clans in de omgeving. Op landschapsschaal vindt er uitwisseling plaats via de ecoducten over de N237, de A28 en via de uitgestrekte natuurterreinen rondom de landingsbanen.
Geslachtsrijpe mannetjes en vrouwtjes op zoek naar nieuw leefgebied kunnen zo uitwisselen met naburige clans. Omgevingscheck De das leeft in gebieden waarbinnen verschillende biotopen op korte afstand van elkaar aanwezig zijn. Doorgaans zijn dit hoger gelegen, drogere gronden waar dekking aanwezig is en lager gelegen vochtige gronden die als voedselgebied dienen. De soort komt vaak voor in kleinschalige akker- en weidelandschappen met voldoende bosjes, houtwallen, singels en heggen. De das huisvest zich normaliter in burchten op hoger gelegen gronden en foerageert in de omgeving tot 1,5 tot 12 kilometer van de burcht. Foerageergebied kan bestaan uit bosbodems, bemeste graslanden, (maïs)akkers, hoogstamboomgaarden en ruigten (BIJ12, 2017b). In de omgeving van het plangebied is veel leefgebied van dassen aanwezig. De Utrechtse heuvelrug kan op grond van bekende waarnemingen worden beschouwd als een min of meer aaneengesloten dassenleefgebied waarbinnen zich enkele barrières bevinden zoals bewoning en infrastructuur. Een aantal belangrijke barrières zijn geslecht door de bouw van ecoducten. In de directe omgeving van Sortie 16 neemt de oppervlakte van geschikt leefgebied af door een aantal bouwprojecten. Direct ten noorden van Sortie 16 wordt de woonwijk Vliegbasis Soesterberg aangelegd (zie figuur 4.3) en is een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd voor Camp New Amsterdam (CNA).
Door de toekomstige bewoning en menselijk gebruik gaat hier foerageergebied voor dassen verloren en wordt dit minder geschikt als migratieroute. Er blijven hier echter adequate mogelijkheden bestaan voor dassen om foerageergebieden in Park Vliegbasis Soesterberg te bereiken: in woonwijk Vliegbasis Soesterberg worden evenals in Sortie 16 groenstructuren ingepast die als migratieroute en foerageergebied kunnen dienen. Ook zijn er al dassentunnels aangelegd onder de ontsluitingsweg van CNA, ter hoogte van Sortie 16 (direct ten noorden van het plangebied). De bebouwde gebieden van woonwagencentrum Beukbergen en Soesterberg aan de west- en oostkant van Sortie 16 zijn geen geschikt leefgebied. De groenstroken op de taluds rond het woonwagencentrum worden wel door dassen worden gebruikt als foerageergebied en migratieroute naar bosgebieden van landgoed Beukbergen. Daarnaast blijft ten westen van het plangebied foerageergebied behouden in de groenstrook tussen woonwagencentrum Beukbergen en de provinciale weg.
29
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
Deze strook biedt voor dassen ook toegang tot foerageergebied in het verder naar het westen gelegen landgoed Beukbergen. Uit cameraval-onderzoek is gebleken dat dassen inderdaad gebruik maken van deze groenstrook als foerageergebied en migratieroute. Ten zuiden van Sortie 16 vormt de N236 (en begeleidende hekwerken en erven) een barrière voor migratie van dassen richting de bosgebieden van Sterrenberg.
4.6
Kleine marterachtigen Verblijfplaatsen, foerageergebied en migratieroutes Binnen het plangebied zijn geen waarnemingen van kleine marterachtigen bekend (NDFF, 2021). In de omgeving zijn wel enkele waarnemingen bekend van bunzing op het terrein van park vliegbasis Soesterberg. De laatste waarneming stamt uit 2016 op ongeveer 600 meter ten noordoosten van het plangebied. Ook is uit 2016 een waarneming van een viertal hermelijnen bekend in park Vliegbasis Soesterberg in de omgeving van Den Dolder, op ongeveer 2500 meter ten noordwesten van het plangebied. Tijdens de veldbezoeken in 2021 zijn geen kleine marterachtigen, sporen van kleine marterachtigen of mogelijke verblijfplaatsen aangetroffen. Aan de hand van waarnemingen uit de omgeving is het echter niet uitgesloten dat het beboste terrein van Sortie 16 leefgebied vormt voor bunzing en hermelijn. Verlaten holen van das, vos en konijn die verspreid over het terrein aanwezig zijn en struweel en takkenhopen in de zuidelijke bosstrook kunnen enkele verblijfplaatsen van bunzing of hermelijn herbergen. Bij het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen geldt in de provincie Utrecht vooralsnog een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van kleine marterachtigen. Aantal dieren Territoria van hermelijn zijn tussen de 4 en 50 hectare.
groot, van bunzing tussen de 8 en 1000 hectare (Zoogdiervereniging, 2021). Geschat wordt dat het plangebied deel uitmaakt van het leefgebied van maximaal één paartje bunzingen en één paartje hermelijnen uit de omgeving. Belang populatie in plangebied Het belang van de populatie bunzing en hermelijn in het plangebied ten opzichte van de populatie in de omgeving wordt als relatief klein ingeschat. Het plangebied vormt geen ideaal foerageergebied voor bunzing omdat het grotendeels is begroeid met dicht naaldbos met weinig ondergroei waar zich weinig tot geen prooidieren ophouden zoals grondbroeders en amfibieën. Voor hermelijn, zie vooral kleine zoogdieren jaagt, zijn in het plangebied wel prooidieren aanwezig zoals muizen aanwezig. Verwacht wordt dat natuurterreinen in de omgeving, zoals Park Vliegbasis Soesterberg, meer geschikt foerageergebied bieden. Omgevingscheck In de omgeving bevindt zich met name in Park Vliegbasis Soesterberg waar afwisselend bos, struweel, (schraal)grasland en hier en daar een poel aanwezig is, geschikt leefgebied voor bunzing en hermelijn. Door de variatie aan landschapstypen is het aanbod en de variatie in prooidieren hier naar verwachting groter dan in Sortie 16,
30
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg
4.7
Eekhoorn Verblijfplaatsen, foerageergebied en migratieroutes In de grove dennen opstand in het lage deel van het plangebied zijn vier clusters met nesten van eekhoorn vastgesteld. Daarnaast is nog een losse nestplaats waargenomen in een boom in de zuidoostelijke hoek van het plangebied, zie figuur 4.4. In totaal zijn er in 2019 elf nesten waargenomen. Aantal dieren Eekhoorns leven buiten de voorplantingsperioden solitair. Ze bouwen doorgaans naast een hoofdnest meerdere vijf à zes kleinere ‘reservenesten’ (Zoogdiervereniging, 2021). Op basis van de veldgegevens wordt aangenomen dat in het gebied twee tot vier volwassen eekhoorns leven. In perioden met jongen kunnen dit er rond de tien zijn, uitgaande van twee nesten met twee adulten en drie jongen. Op grond van de waarnemingen kan worden geconcludeerd dat de eekhoorns zich concentreren langs de westkant van het gebied, mogelijk omdat ze voedsel halen in het woonwagencentrum Beukbergen. Belang populatie in plangebied De populatie eekhoorns in Sortie 16 maakt deel uit van een grotere populatie in omgeving van het plangebied. Waarnemingen van eekhoorns zijn in de wijde omgeving bekend, onder meer in bossen in de omgeving van Soesterberg, Bosch en Duin en Huis ter Heide en Zeist (NDFF, 2021). Geschat wordt dat in de omgeving van het plangebied tientallen eekhoorns leven.
Figuur 4.4. Waarnemingen uit 2019 van eekhoornnesten (rood-bruine stippen) in Sortie 16. Bron achtergrond: PDOK.
Omgevingscheck Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos. De afmetingen van het leefgebied van eekhoorn variëren sterk; groottes van 2 tot 50 hectare zijn bekend. Verblijfplaatsen van eekhoorn vinden zich doorgaans in bomen. Als verblijfplaats dienen holtes in bomen, bolvormige nesten en soms verlaten kraaien- of eksternesten. In een territorium gebruiken eekhoorns vaak één hoofdnest met daarnaast enkele reservenesten die afwisselend gebruikt worden.