CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

02-Bijdrage St Milieuzorg Zeist

Overige evenementen 18 november 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Meesprekers en ontvangen bijdragen Meesprekers: St. Beter Zeist, St. Milieuzorg Zeist, Werkgroep Natuurlijk Zeist West15.641 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

waarden en leefomgevingskwaliteiten, dat dan op basis van de zogenaamde: ‘lagenbenadering’, evenals een echte: ‘Plan-MER’, inclusief een: ‘Passende beoordeling’ m.b.t. met name de effecten van stikstof op Natura 2000-gebieden, zij het wat betreft de: ‘Plan-MER’ daar dan, zoals ook hiervoor onder het hoofdje: ‘Planproces’ al aangegeven, ook op basis van het: ‘Regionaal programmeren’ in het kader van de ‘POVI’ zal worden voorzien; 28. Juist in die zin is het dus ook van belang dat voortdurend van een goede ‘monitoring’ en ook ‘evaluatie’ sprake is, dat dus ook met een eenduidig toetsingskader, zoals bijvoorbeeld dat van het: ‘Rad van de leefomgeving’ (vergelijk dus o.a. ook de: ‘PlanMER’ in kader NOVI);

22

Zie bijvoorbeeld dus ook recente aanbod noordelijke provincies voor bouw van 210.000 extra woningen. 23 Maar zie dus mogelijk ook de in het vooruitzicht gestelde Handreiking vitaliteit met kwaliteit’ en ook de: ‘Handreiking maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’ m.b.t. gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen.

20 Specifieke aspecten 29. Hierbij zal nog bij aantal specifieke aspecten worden stilgestaan, die dan o.i. met name voor de gemeente Zeist relevant moeten worden geacht. Dat dan mede ook op basis van hetgeen dan thans in die zin in de: ‘Zienswijze Concept-IRP’ van de gemeente Zeist wordt voorgesteld. Dat zal dan zowel tegelijkertijd themagewijs, als gebiedsgericht worden gedaan; Koepelthema: Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen 30. Zoals ook hiervoor onder het hoofdje: ‘Algemeen’ al aangegeven is het voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus nog maar de grote vraag of gezien het woningbouwprogramma (tussen de 124.100 en 147.500/167.265 extra woningen) en ook aan het aantal extra arbeidsplaatsen (80.000) dat men wil realiseren, men dit doel, dus een: ‘Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen’, uiteindelijk wel kan halen. Dat hangt er dan met name ook mee samen dat t.a.v. dit overkoepelende thema en dan m.b.t. bepaalde o.i. in die zin wel degelijk wezenlijke aspecten in het: ‘Beoordelingskader’ een nadere uitwerking en dus ook beoordeling feitelijk gewoon nog ontbreekt (zie in deze dus met name ook het: ‘Beoordelingskader IRP’, Hoofdstuk 3.1: ‘Bevorderen van een gezonde, duurzame en energieke regio’ en dan bijvoorbeeld onder het hoofdje: ‘Bevorderen gezonde leefomgeving’, pag. 9/10), zodat eigenlijk wat dat betreft geen goede afweging mogelijk is; 31.

Verder zou het o.i. hierbij dus niet alleen moeten gaan om de mens, maar ook over het leven van binnen de provincie Utrecht voorkomende planten en dieren 24, waaraan toch ook een intrinsieke waarde kan worden toegekend (zie in deze dus o.a. ook de: ‘Biodiversiteitsvisie (Zeist, 2021)’). Weliswaar wordt dat in het: ‘Beoordelingskader’ dus wel ook meegenomen onder het hoofddoel; ‘Ruimtelijke kwaliteit verhogen’ en dan onder het subdoel: ‘Behouden versterken van intrinsieke natuurwaarden’ (zie dus ook het: ‘Beoordelingskader IRP’, Hoofdstuk 3.4: ‘Ruimtelijke kwaliteit verhogen’ en dan onder het hoofdje: ‘Behouden versterken van intrinsieke natuurwaarden’, pag. 17/18), maar zoals uit het voorgaande duidelijk zal zijn dient vanuit de zogenaamde ‘lagenbenadering’ en juist ook het respect voor die intrinsieke waarden van de natuur o.i. nu juist hieraan bij de toetsing een veel groter gewicht te worden toegekend; 32. Ook moet nu juist ook de natuur van belang worden geacht voor tal van wat dan als ‘ecosysteemdiensten’ wordt aangeduid, dus als het: ‘Natuurlijk kapitaal’, dus eveneens in die zin van belang om daar extra zorgvuldig mee om te gaan (zie in deze dus ook de website: ‘www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl); 33.

Gezien het gestelde zou het dus goed zijn, dat bij toekomstige ontwikkelingen dus alsnog in het IRP (en dus eigenlijk ook het: ‘Beoordelingskader’) (nog) beter wordt gewaarborgd dat (nog) zorgvuldiger met (bepaalde) kwaliteiten, zoals leefomgevingskwaliteiten (denk dus aan o.a. de luchtkwaliteit en ook de geluidsbelasting), evenals dus ook waarden, zoals die van natuur, landschap en cultuurhistorie, rekening wordt gehouden, dus door daar met name bij de te maken afwegingen ook echt een hogere prioriteit aan te geven. Feitelijk wordt door de gemeente Zeist daartoe in haar: ‘Zienswijze Zeist Concept-IRP’ ook een bepaalde aanzet gegeven in de zin dat zij aangeeft dat wordt gewaarborgd dat het IRP ook echt voor alle inwoners bijdraagt aan het goede leven, zij het mogelijk via een eventuele compensatie. Wel is het zo dat de Stichting het daarbij dan niet zozeer in eerste instantie zoals voorgesteld in compensatie zou zoeken, maar dus eerder in het 24

Zie in deze dus o.a. ook het: ‘Manifest Tijd voor Biodiversiteit - Een leefbare wereld is een kwestie van kiezen (JongerenxNaturalis, 2021)’.

21 maken van duidelijk keuzen, dus in die zin nu ook echt te kiezen voor een duurzaam (en dus groen) toekomstperspectief voor de Regio Utrecht 25. Juist ook gezien de binnen de provincie Utrecht aanwezige kwaliteiten en daarmede samenhangende waarden en dan in het bijzonder ook binnen de Regio Utrecht kan o.i. immers gewoon niet alles (overal); 34. Meer in het bijzonder zou het dus goed zijn als in het IRP dus ook de per gebiedstype te bereiken omgevingswaarden/-kwaliteiten, dus zowel die met betrekking tot de natuur, als ook m.b.t. bepaalde milieukwaliteiten (sec), zoals die m.b.t. geluid en ook de luchtkwaliteit, daarbij uitgaande van de advieswaarden van de WHO 26, zouden worden aangegeven (zie wat betreft de mogelijkheden die er in die zin zijn dus ook het rapport: ‘Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling - Vernieuwd instrumentarium leefbaarheid/duurzaamheid in ruimtelijke plannen (provincie Utrecht, 2015)’); Groen en landschap 35. Dus op zich fantastisch dat aan het thema groen en landschap nu mede door de inbreng vanuit diverse gemeenteraden bijzondere aandacht wordt gegeven, zowel in het IRP zelf, als met name ook in de achterliggende basisdocumenten, waar een en ander meer in detail is aangegeven (zie dus ook het drietal onderzoeksrapporten m.b.t. het thema/de Pijler Groen en Landschap).

In die zin wil men dus ook echt aan het: ‘natuurnetwerk’ zoals dat binnen de regio voorkomt, evenals het landschap en ook cultuurhistorie een kwaliteitsimpuls geven, dat o.a. door een uitbreiding van het NP(U)H, maar ook door de aanleg van een aantal meer robuuste ecologische verbindingen tussen de Heuvelrug en de Lek. Dat dus naast tal van andere maatregelen, zoals aanleg van een zevental natuurkernen (van 30 ha), extra ecologische verbindingen en ook (bijbehorende) ecopassages, al dan niet samen met bepaalde recreatieve verbindingen, zoals langs diverse rivieren die binnen de Regio voorkomen. Ook hierbij is het natuurlijk wel altijd ook van belang te bezien hoe dat dan allemaal samen goed te doen, dat dan mede afhankelijk van de eisen die bepaalde doelsoorten aan een bepaalde ecologische verbinding stellen en in welke mate deze voor een bepaalde verstoring (zoals dus o.a. m.b.t. recreatie) gevoelig zijn; 36. Wel dus ook goed als er toch ook aandacht voor binnen de Regio voorkomende ‘aardkundige waarden’ was geweest, dat eveneens vanuit de ‘lagenbenadering’, zoals dus voor het initiatief van het: ‘Geopark Heuvelrug, Gooi en Vecht i.o.’, juist ook gezien bijzondere ligging van de Regio op overgang diverse landschappen 27; 37. Verder wil de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. hierbij nog wel ook de bijzondere aandacht vragen voor de nadere uitwerking zoals deze m.b.t.

het ‘natuurnetwerk’ heeft plaatsgevonden (zie in deze ook in het rapport: ‘Verdieping groene routes en scheggen/landschap van toekomst/landbouwkerngebied (BVR, 2019)’ én ook rapport: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’) en dan met name ook voor de grotere robuustere ecologische verbindingen die daarbij van belang moeten worden geacht, zoals die tussen de Heuvelrug en de Veluwe, dus het: ‘Valleilint’, en ook die door het Groene hart, dus de verbinding die ook wel in het verleden als de: ‘Groene Ruggengraat’ werd aangeduid. Robuuste ecologische verbindingen die o.i. essentieel moeten worden geacht om het gehele natuurnetwerk 25

Zie in deze dus ook de enquête zoals deze door de provincie Utrecht in het kader van de POVI is gehouden en waarbij bij de respondenten aan de natuur veruit de hoogte prioriteit werd gegeven, namelijk 63.8 %, en daarna aan duurzaamheid met 35.1 %. 26 Zie in deze dus o.a. ook het zogenaamde: ‘Schone Lucht Akkoord’. 27 Zie in deze ook de diverse publicaties die inmiddels in het kadar van het: ‘Geopark Heuvelrug, Gooi en Vecht i.o.’ zijn verschenen, zoals over het Vechtplassengebied en het Kromme Rijngebied, naast ook diverse Ontdekkaarten.

22 binnen de provincie Utrecht adequaat te kunnen laten functioneren, dat ook met oog op klimaatverandering. Op zich staan gegeven verbindingen ook op diverse kaarten, alsmede wordt daar met name wat betreft de: ’Groene Ruggengraat’ ook in het IRP en dan in het bijzonder ook in het document: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’ bijzondere aandacht aan gegeven (met dus o.a. aandacht voor de: ‘Blauwe krans Stelling van Amsterdam’), maar dat geldt dus niet voor het: ‘Valleilint’, aangezien dat buiten de Regio is gelegen, maar daardoor o.i. niet minder belangrijk moet worden geacht (zie overigens wel ook de motie die m.b.t. het: ‘Valleilint’ bij de behandeling van de: ‘POVI’ door de Staten van Utrecht is aangenomen); 38. In ieder geval op zich dus weer wel goed in de: ‘Zienswijze Zeist Concept-IRP’ te lezen dat zij daarbij bijzondere aandacht vraagt voor de daadwerkelijke realisatie van een ‘aaneengesloten en robuuste natuurcorridor van Groenekan tot en met tenminste Odijk (bij deelgebied Kromme Rijnvallei)’, hetgeen de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. uiteraard van harte ondersteund (zie wat betreft de betreffende natuurcorridor dus ook Bijlage 1.1: ‘Folder Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’); 39.

Wat overigens ook in de diverse kaartbeelden behorende bij het rapport: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’ dan weer wel opvalt is dat men daarbij kennelijk ook de al eerder door met name de provincie Utrecht beoogde aanleg van een fietspad tussen het USP- Zeist-West via de Lage grond reeds heeft ingetekend. Een dergelijk fietspad zal o.i. evenwel tot een onaanvaardbare aantasting van aanwezige waarden leiden, inclusief dus ook de hier aanwezige natuurcorridor/ecologische verbinding tussen het Vechtplassengebied en het Kromme Rijngebied (zie in deze dus ook Bijlage 1.1: ‘Folder Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’), terwijl er daarvoor wel degelijk een goed alternatief aanwezig is, namelijk door de bestaande route over de Bisschopsweg te verbeteren, ook daarbij uiteraard rekening houdend met aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie (vergelijk dus ook het principe van: ‘natuurinclusief ontwerpen’); 40. Verder wordt nu gelukkig ook standaard bij alle deelgebieden aangegeven, dat er bij alle opgaven bijzondere aandacht dient te zijn voor zowel het integreren van water, de klimaatopgave en ook biodiversiteit, maar het zou dus wel goed zijn, zoals hiervoor ook al in algemene zin m.b.t. het thema groen/natuur/biodiversiteit aangegeven, als er m.b.t.

betreffende thema’s nog een nadere uitwerking van plaatsvindt, dus nog even los van de (meer) algemene inzet op groen (inclusief biodiversiteit) die daartoe in het diverse rapporten m.b.t. groen en landschap wordt aangegeven. Wat betreft ‘water’ is het dan natuurlijk aan de orde dat als er inderdaad zoveel bewoners bij komen wat dat dan o.a. voor drinkwatervoorziening betekent. Dat dan ook weer in relatie tot de grondwateronttrekking t.b.v. drinkwater met dus mogelijk ook weer gevolgen voor de natuur. Juist in die zin ligt er dus o.i. ook een opgave om nu juist tot een algeheel herstel van de grondwaterbalansen tussen de Heuvelrug en omringende lager gelegen gebieden te komen, waaronder het Kromme Rijngebied, met dus ook positieve effecten op de kwel en dus aldaar aanwezige natuurwaarden (zie in deze dus ook de zogenaamde: ‘Blauwe Agenda’ vanuit het NPUH). Ook liggen er in veel gebieden nog wel degelijk ook opgaven m.b.t. het verbeteren van waterkwaliteit, zoals in het kader van de ‘Kader Richtlijn Water (KRW)’, dus goed te bezien waar in die zin nog bepaalde opgaven liggen en deze ook meteen mee te nemen bij toekomstige ontwikkelingen.

23 Wat betreft ‘klimaatadaptie’ ligt er dan natuurlijk wel ook al de: ‘Regionale Adaptiestrategie Utrecht Zuid-West (RAS) (Netwerk Water & Klimaat, 2020)’ waarna dan eveneens als inspiratie zou kunnen worden verwezen. Verder zou wat betreft ‘biodiversiteit’, zoals ook als hiervoor in algemene zin aangegeven, dus ook nog per relevant: ‘Landschapstype’ een: ‘Basiskwaliteit natuur’ kunnen worden aangegeven, dat op basis voor een bepaalde landschapstypen relevante soorten of zo men wil icoonsoorten (zie in deze dus o.a. ook de: ‘Natuurvisie Een plus op het Natuurbeleid 1.0 (Provincie Utrecht, 2016)’ en dan het: ‘Supplement biodiversiteit’). Ook zou het goed zijn, voor zover het om het daadwerkelijk bereiken van een bepaalde natuurkwaliteit gaat dat de in het document: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’ aangegeven opgaven nog wel worden doorvertaald in bijbehorende natuurdoeltypen (en dus ook daarbij dan weer behorende ‘doelsoorten’), evenals bijkomend beheer teneinde deze duurzaam in stand te kunnen houden, uiteraard voor zover niet wordt gekozen voor ‘wildernisnatuur’, dus uitgaande van ‘zelfregulatie’; 41. Onder dit thema is er dan tevens o.a. de aandacht voor de zogenaamde: ‘Waterliniescheg’, die dat ook weer met de Kromme Rijnvallei/het Kromme Rijngebied is verbonden. In dat verband wordt dus o.a.

aandacht aan de: ‘Voordorpse Polder’ gegeven (zie in deze dus ook het: ‘Concept-IRP’, pag. 74), waaraan men dus mogelijk ook een recreatieve functie wil geven (zie in deze overigens ook de mogelijke ruimtelijke reservering die met name wat betreft de: ‘Voorveldse polder’ in de: ‘RSU 2040’ is opgenomen). Nu loopt er nu juist ook en waar dus door de gemeente Zeist ook in haar zienswijze dus bijzondere aandacht voor wordt gevraagd ten zuiden van zowel de gemeenten Zeist en ook De Bilt een belangrijke natuurcorridor/ecologische verbinding tussen het Vechtplassengebied en ook het Noorderpark (zie in deze dus wederom Bijlage 1.1: ‘Folder natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’). Ook loopt er net ten oosten van de stad Utrecht de NHW die dus op de nominatie staat om door de UNESCO tot Werelderfgoed te worden aangewezen. In die zin zou het goed zijn als bij eventuele toekomstige recreatieve (en andere) ontwikkelingen nadrukkelijk met de betreffende ecologische verbinding, evenals andere waarden (denk dus met name ook aan de NHW), rekening zou worden gehouden 28.

In ieder geval is er door de Werkgroep Sandwijck (en anderen) specifiek wat betreft de: ‘Waterliniescheg’ en dan voor de zone aan weerszijden van de A-28 reeds een nadere uitwerking gemaakt met ook een duidelijke recreatieve zonering (zie in deze dus ook Bijlage 1.2: ‘Folder Liniepark Rijnsweerd’); 42. Meer in het algemeen wordt het dus van belang geacht dat wil men rekening houden met bepaalde waarden dat ook wat betreft het recreatieve mede-gebruik dus van een goede recreatieve zonering sprake dient te zijn, eigenlijk overal, dus zowel op de Heuvelrug (zie in deze ook de: ‘Zoneringskaarten’ zoals deze door het Nationale Park Utrechtse Heuvelrug zijn opgesteld), ter plaatse van de Waterliniescheg (zie dus ook hiervoor onder het aandachtspunt 41), maar dus ook in de Krommerijnvallei/het Kromme Rijngebied; 43. Meer in het bijzonder is er vanuit het verleden t.b.v. de o.i. nog noodzakelijk nadere uitwerkingen al heel veel informatie beschikbaar, evenals visies , dus goed daar dan in

28

Zie in deze overigens wel ook de diverse kaarten behorende bij het rapport: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’ en waarbij wel ook aan de hier voorkomende ecologische verbinding tussen het Vechtplassen en het Kromme Rijngebied aandacht is gegeven, zij het alleen zeer schematisch.

24 aanvullende zin ook gebruik van te maken, zoals die m.b.t. het: ‘LOP Kromme Rijngebied + (Brons & partners, 2009)’, etc., etc.; Teneinde bepaalde ambities te kunnen halen, zoals m.b.t. biodiversiteit, zou het dus ook goed zijn als ook naar de kansen die in die zin bijvoorbeeld het: ‘Deltaprogramma biodiversteitsherstel’ biedt ook echt binnen de Regio Utrecht op te pakken, bijvoorbeeld door bij de transitie naar een landbouw die circulair en ook natuurinclusief is in de diverse deelgebieden diverse ‘proeftuinen’ op te zetten, zoals dus o.a. in het Kromme Rijngebied. Verder moet wat betreft herstel biodiversiteit, zoals ook hiervoor reeds aangegeven, dus ook aan het herstel grondwaterbalansen op de Heuvelrug en daarmede dus ook de kwel in de lager gelegen gebieden een belangrijke betekenis worden toegekend, hetgeen meteen ook wat betreft de aanpak van droogte in het kader van de klimaatverandering van belang moet worden geacht, dus goed dat in die zin aansluiting met de: ‘Blauwe Agenda’ van het NPUH wordt gezocht; 44. Overigens is het, zoals ook hiervoor al in algemene zin reeds aangegeven, dus nog onduidelijk hoe dan de financiering van de ambities m.b.t.

groen/natuur en landschap zal plaatsvinden, die dus ook voorwaardelijk worden gesteld aan de overige ruimtelijke ontwikkelingen, hetgeen in die zin de aangegeven ambities dus wel meteen ook (wederom) onzeker maakt, ook al worden dan diverse fondsen en mogelijke opties aangegeven, zoals in het kader van het programma: ‘Groen groeit mee’. In ieder geval zou daarbij o.i. dus ook aan ‘bovenplanse verevening’ kunnen (en o.i. moeten) worden gedacht 29. Ook is natuurlijk een goede fasering van de aanleg van al het nieuwe groen van belang teneinde te voorkomen dat bestaande natuurgebieden niet nog verder worden overlopen door de extra toestroom van recreanten t.g.v. alle bouwplannen; 45. Al met al kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich vinden in de m.b.t. het thema: ‘Groen en landschap’ door de gemeente gegeven zienswijze, zij het dat die op punten wellicht nog wel op hetgeen hiervoor naar voren is gebracht zou kunnen worden aangevuld/aangescherpt; Mobiliteit 46. Hierbij wordt dus wat betreft het HOV bijzondere aandacht aan de betekenis daarbij van het zogenaamde ‘Wiel met spaken’ gegeven. Wat betreft de gemeente Zeist gaat het dan met name ook het HOV USP-Zeist- Amersfoort langs de A-28 en kennelijk ook een nieuwe fietsroute tussen het USP en Zeist(-West) door de Lage grond (zie in deze dus met name ook het ‘IRP’, de kaart op pag.

48: ‘Mobiliteitsnetwerk 2040’ én ook de ‘Perspectiefkaart’, pag. 100-101); 47. Wat betreft het HOV USP- Zeist(-Noord)-Amersfoort hebben er dan in het kader van UNED al diverse onderzoeken door Arcadis plaatsgevonden (zie in deze dus o.a. ook het rapporten: ‘Doortrekken Uithoflijn naar Zeist en Amersfoort (Arcadis, 2020)’ en ook: ‘Studie naar HOV verbinding USP naar Mooi Zeist (Arcadis, 2020)’). Natuurlijk ook de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. is voor een transitie van automobiliteit naar gebruik van OV en de fiets, maar het kan o.i. dus niet zo zijn dat dat ten koste van bijzondere landschappen gaat, inclusief de hier liggende robuuste natuurcorridor/ecologische verbinding (zie wat betreft de betreffende ecologische verbinding dus wederom de betreffende Bijlage 1.1: ‘Folder natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’). Zo zal een tracévariant door de Lage Grond met grote effecten op hier aanwezige waarden gepaard gaan, evenals een grote barrière gaan vormen voor de hier aanwezige natuurcorridor/ecologische verbinding. Terwijl een tracévariant parallel aan A-28 met 29

Zie in deze dus ook diverse opties zoals die in die zin reeds in de: ‘Structuurvisie Zeist schrijf je met een Q’ worden aangegeven, zoals o.a. ‘bovenplanse verevening’.

25 directe effecten op het landgoed Oostbroek gepaard zal gaan, evenals ook effecten zal hebben op het functioneren van het wildviaduct ‘De Wildsche Hoek’ onder de A-28 dat immers dan nog verder dient te worden verbreed, dat dus naast verbreding in het kader van de Ring Utrecht. Juist gezien die effecten zou o.i. dan ook, zoals overigens gelukkig ook de gemeente Zeist in haar reactie aangeeft, net als overigens de gemeente De Bilt, gewoon voor een tracé langs de Universiteitsweg en Utrechtseweg moeten worden gekozen, waar dus al vrijliggende busbanen aanwezig zijn, althans grotendeels. Verder zou het dus inderdaad goed zijn de keuze voor een tram of gelede bus af te laten hangen van een vervoerswaardestudie 30, evenals wat dit dan eventueel voor de rest van de OV-keten, dus het overige OV-net, betekent. Dat overigens vooralsnog een rijksbijdrage van 2.1 miljard voor de Merwedelijn en Waterlinielijn uit het: ‘Nationale Groeifonds’ (vooralsnog) niet is gehonoreerd, dat vanwege gegeven onderbouwing in het MKBA en die dan (voor diverse) onderdelen negatief zou zijn 31, geeft dus wel aan hoe onzeker een en ander nog is en dat dan nog los van eventuele effecten op aanwezige waarden; 48.

Over een eventuele (snel)fietsroute van het USP naar Zeist-West (en verder) via de Lage Grond is hiervoor onder het hoofdje: ‘Groen en landschap’ dus al het een en ander gezegd (zie dus ook hiervoor onder het aandachtspunt 39). Gezien de effecten op aanwezige waarden van natuur, inclusief de hier aanwezige robuuste natuurcorridor/ecologische verbinding tussen het Vechtplassengebied en het Kromme Rijngebied (zie dus wederom de betreffende Bijlage 11: ‘Folder Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’), evenals die van landschap en ook cultuurhistorie, waaronder aardkundige waarden, is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus al lange tijd een tegenstander van een nieuw fietspad door de Lage Grond, maar dus wel een voorstander van het verbeteren van de bestaande route langs de Bisschopsweg. Ook daarbij uiteraard rekening houdend met aldaar aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie (vergelijk dus wederom het principe van: ‘natuurinclusief ontwerpen’) 32; 49. Verder speelt dan tevens mogelijk een bypass van de A-12 (in kader plannen U-NED) met dus mogelijk ook aanzienlijke effecten op het Kromme Rijngebied, ook al is dan voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. toch nog niet geheel duidelijk waar deze dan exact zal worden geprojecteerd (maar zie dus ook het: ‘Concept-IRP’, pag. 109).

Duidelijk zal zijn dat niet alleen vanuit het oogpunt van duurzaamheid (zie in deze dus ook de ‘Ladder van Verdaas’), maar ook gezien de (te verwachten) effecten op aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. daar geen enkele voorstander van is; Wonen en werken 50. Wat betreft wonen wordt dan voor Zeist een extra opgave aangegeven m.b.t. de bouw van woningen voor Zeist-Noord en ook bij het Station Driebergen-Zeist, dat dus naast de 30

Overigens gaat het bij bepalen effecten HOV natuurlijk niet alleen om de effecten op waarden zoals deze in de buitengebieden voorkomen, zoals op aldaar aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, maar ook om de waarden die daarmede in de binnenstedelijke gebieden in het geding zijn, zoals in Zeist dus enerzijds op de binnenstedelijke buitenplaatsen van de Stichtse Lustwarande (SLW), maar ook de: ‘Ecologische Hoofdstructuur Zeist (EHZ)’. Zo moet bijvoorbeeld ook aan het groen aan weerszijden van o.a. De Dreef wel degelijk in (landschaps)ecologische zin een bepaalde betekenis worden toegekend. 31 Zie in deze dus ook het: ‘Rapport eerste beoordelingsrond (Adviescommissie Nationaal Groeifonds, 2021)’. 32 Zie in deze dus ook de reactie van de natuur- en milieuorganisaties op diverse onderzoekrapporten van de provincie Utrecht, d.d. 30 november 2017.

26 vele (inbreidings)locaties die er nog zijn (met dus in totaal al zo’n 3.230 extra woningen 33). Voor Zeist-Noord zou het dan gaan om 0 (minimaal) tot 5.000 (maximaal) extra woningen, hetgeen dan mede samen zou hangen met de aanleg van de eerder al aangehaalde HOV USP-Zeist-Amersfoort (zie dus ook de: ‘Visie Utrecht-Nabij’). En voor het Stationsgebied Driebergen-Zeist om 500 (minimaal) en 1.500 (maximaal) extra woningen 34. Met name wat betreft die extra opgaven m.b.t. wonen voor Zeist is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. - dat dus naast in algemene zin wat betreft de voorgenomen sterke groei van zowel het aantal woningen als het aantal arbeidsplaatsen voor de Regio Utrecht als geheel - dan zeer kritisch, dat ook gezien de waarden die daarmede in het geding 35; 51. Ook in Zeist-Noord komen wel degelijk bijzondere waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie voor, zoals i.r.t. het Sanatoriumbos en ook het landgoed Dijnselburg, evenals ligt er toch ook m.b.t. Huis ter Heide al een aanzienlijk bouwprogramma; 52. Wat betreft het Stationsgebied Driebergen-Zeist is daar dan nog niet zo lang gelegen een: ‘Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist’ opgesteld (zie dus ook de: ‘Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen Zeist (12 N Stedenbouw, 2014)’), dat nadrukkelijk ook rekening houdend met aanwezige waarden, zoals o.a.

ecologische verbindingen, etc., met ook bepaalde ontwikkelmogelijkheden binnen de ‘rode contour’, dus zou het o.i. goed zijn als die mogelijkheden als uitgangspunten voor de toekomstige ontwikkeling van dit station tot de: ‘Poort van de Heuvelrug/SLW’ zou worden genomen; 53. Weliswaar is dan m.b.t. gegeven aantallen in het: ‘Raadsvoorstel Zeist Concept-IRP’ aangegeven dat die aantallen niet als een ‘taakstelling’ moeten worden gezien, maar als een ‘maatschappelijke opgave’, dat dus ook rekening houdend met waarden, hetgeen het wellicht mogelijk maakt om ook daadwerkelijk met die waarden rekening te houden, maar als er een keer een bepaalde ambitie ligt, dan zal het o.i. dus moeilijk zijn, zoals ook hiervoor onder het hoofdje: ‘Planproces’ al aangegeven, daar later weer op terug te komen; 54. Voor zover er dan wordt gebouwd zou dat dus wel, zoals ook hiervoor al op meerdere plekken aangegeven, natuurinclusief moeten zijn, dus zowel bij het ontwerp-proces meteen vanuit de ‘lagenbenadering’ rekening houden met aanwezige waarden, evenals als dan gebouwen worden gebouwd deze dan ook meteen natuurinclusief te bouwen. Iets waaraan overigens in het IRP gelukkig nu ook wel ook aandacht wordt gegeven, maar nog wel een nadere uitwerking zou verdienen, zoals wat betreft ‘natuurinclusief bouwen’ het toepassen van een ‘puntensysteem’ (vergelijk dus ook de betreffende puntensystemen m.b.t.

‘natuurinclusief bouwen’ van de gemeenten Den Haag, Groningen, Arnhem en Ede). In ieder geval mooi dat de gemeente in het haar zienswijze ook hier bijzondere aandacht voor vraagt; 55. Dat men ook inzet op de ontwikkeling van een duurzame economie die ook circulair is op zich mooi (zie in deze ook het: ‘Concept-IRP’, Hoofdstuk 2.1: ‘Perspectief - Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen’ en dan onder: Perspectief 4: ‘In 2040 profiteert iedereen van een regio met een sterke economie die volop in transitie is naar circulariteit’), maar enerzijds ook hier de vraag of er dan m.b.t. de voorgestane sterke groei van de economie dan helemaal ‘geen grenzen aan de groei zijn’ 36, evenals of ook 33

Zie in deze ook: ‘Projectenlijst 2021’. Zie in deze ook het: ‘Concept-IRP’, Tabel op pag. 154. 35 Dit geldt overigens ook voor een aantal reeds bestaande woningplannen, zoals die m.b.t. de woonwijk op de Vliegbasis en ook de woningbouwplannen op de WA-Hoeve. 36 Zie dus ook de publicatie: ‘Grenzen aan de groei (Club van Rome, 1972)’ en bijvoorbeeld ook het: ‘Living Planet Report 2020’, waaruit dan voren komen dat we met name in het westen momenteel op het niveau zitten dat we 3.6. aarden gebruiken voor onze levensstandaard. 34

27 dit thema dan juist niet veel verder zou moeten worden uitgewerkt, dat ook gezien de ambities van het Rijk en ook de provincie Utrecht 37; Energie 56. Dan heeft iedere gemeente binnen de Regio Utrecht dus ook een opgave m.b.t. de energietransitie, dat niet alleen gezien haar eigen doelstellingen, maar ook als bijdrage in het kader van de RES; 57. Alhoewel de gemeente Zeist wel al een bepaalde ambitie heeft neergelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde: ‘Routekaart Nieuwe energie voor Zeist (Zeist, 2019)’, zal zij zelf nog wel haar definitieve bod aan de RES moeten gaan bepalen. Hoe dat ook zij, de Stichting Milieuzorg Zeist vraagt zich wel af wat nu het bod is dat samen met de provincie en andere gemeenten is gedaan aan het Min. van Economische zaken m.b.t. langs de A-28 plaatsen op gronden van RWS van zonnevelden en windmolens 38. Het is immers zo dat grote delen van de A-28 zijn gelegen binnen het NNN, evenals dat zonnevelden in bermen o.i. weinig kansrijk moeten worden geacht, dat ook aangezien aldaar een aantal beschermde diersoorten voorkomen, zoals zandhagedissen, evenals juist voor die zandhagedissen als mitigerende maatregelen bij de verbreding van de A-28 een aantal open zandige plekken zijn aangelegd. Wel ziet de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. hier, zoals ook al eerder in o.a.

haar: ‘Inspraakreactie Routekaart Zeist’ aangegeven dus kansen van een innovatieve overkapping met zonnepanelen aan de bovenzijde en dan aan de onderzijde panelen die fijnstof kunnen afvangen. Naar een dergelijke optie zou ook al samen met andere gemeenten en ook RWS een verkenning hebben plaatsgevonden, maar waarvan de uitkomst tot op heden bij de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. onbekend is en dus ook of die uitkomst dan nu als basis voor het bod aan het Min. van Economische heeft gediend; 58. Behalve vanuit een eigen verantwoordelijkheid naar de mogelijkheden die er zijn te kijken, met ook vanuit de: ‘Trias Energetica’ dus een accent op besparen, zou het dus goed zijn als ook op het schaalniveau van de RES uiteindelijk een integrale afweging plaatsvindt, dat dus rekening houdend met de diverse waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie zoals deze binnen de Regio Utrecht aanwezig zijn, evenals de gezondheid van de mensen. Als wij die opgave evenwel niet gezamenlijk oppakken, zowel wat betreft de overheid (zie dus ook uitspraak in zogenaamde :‘Urgenda-zaak’), maar ook door het bedrijfsleven (zie dus ook de uitspraak in de: ‘Milieudefensie-zaak’) én de burgers/consumenten, dan gaan we er uiteindelijk niet komen, met dus grote gevolgen voor zowel de natuur, als ook de mens.

Dus ook hierbij is het zoeken met elkaar naar (zoveel als mogelijk) gedragen oplossingen; Deelgebied 1: Kromme Rijnvallei 59. Aan dit gebied wil men dan een algehele kwaliteitsimpuls geven, zowel wat betreft de natuur, als ook de recreatieve mogelijkheden. Logischerwijs gaat daarbij dan in eerste instantie de bijzondere aandacht uit naar de moederrivier de Kromme Rijn. Ook wil men dan een meer robuust groen raamwerk ontwikkelen tussen de Heuvelrug en de Lek, waarbij de Langbroekerwetering dan een van de centrale schakels is; 60. Met name in dit gebied liggen er inderdaad o.i. vele kansen om tot een (verdere) vergroening en dus versterking biodiversiteit te komen, inclusief ook voor een landbouw

37

Zie dus o.a. ook de: ‘Beleidsvisie circulaire samenleving 2050 (Provincie Utrecht, 2021)’, etc. Overigens zou wat betreft de brief zijn afgesproken dat deze pas nadat bod RES bekend zou zijn zou worden verstuurd, dus kennelijk is dit in procesmatige zin niet helemaal gegaan zoals eerder afgesproken. 38

28 die circulair en natuurinclusief is (zie in deze dus o.a. ook de: ‘Biodiversiteitsvisie (Zeist, 2021)’ en ook de: ‘Propositie’). Voor zover men dan besluit om de aanwezige groenstructuren verder te versterken, bijvoorbeeld door de aanplant van extra bos en landschapselementen (zie in deze behalve de voorstellen in het rapport: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’ ook die uit het: ‘LOP Kromme Rijngebied + (Brons & Partners, 2009)’), zou men ook daarbij nadrukkelijk met aanwezige waarden rekening dienen te houden. In ieder geval biedt ook dit gebied wellicht extra kansen voor voedselbossen (zie ook het initiatief van het: ‘Binnenbos’ nabij Driebergen) en ook klimaatbossen (zie ook de publicatie: ‘Kansen voor soortenrijk klimaatbos - Ruimtelijke verkenning nieuwe klimaatbossen Kromme Rijngebied en Veenweidegebied (Coöperatie Bosgroep MiddenNederland, 2020)’); 61. In die zin dus goed dat de gemeente in haar zienswijze op het ‘Concept-IRP’ nogmaals de aanwijzing van dit gebied als: ‘Bijzonder provinciaal landschap’ bepleit; 62.

Wel gaat het ook bij alle opgaven die voor dit bijzondere gebied worden aangegeven, dat het ook daarbij om het vinden van de juiste balans gaat, want de ervaring is dat ook in dit gebied, dat dus naast de Heuvelrug, de recreatiedruk inmiddels ook haar grenzen heeft bereikt, zeker wat bepaalde (natuur)gebieden betreft (denk dus aan o.a. Amelsiweerd); Deelgebied 2: Noordoostflank 63. Dit gebied bestaat dus uit de Heuvelrug en ook de flanken/gradiënten naar lager gelegen gebied als het Kromme Rijngebied en ook het Noorderpark/ Vechtplassengebied; 64. De inzet is dus hier om de Heuvelrug meer robuust te maken, inclusief een vergroting van het Nationale Park. Ook wil men de kwaliteiten van de Stichtse Lustwarande (SLW) verbeteren; 65. Wat betreft het meer robuust maken van de Heuvelrug zou het o.i. dus mooi zijn, zoals ook onder het hoofdje: ‘Algemeen’ reeds aangegeven, als daarbij toch ook bijzondere aandacht aan de al langer gewenste robuuste verbinding tussen de Heuvelrug en Veluwe wordt gegeven, dus het zogenaamde: ‘Valleilint’, met ook een ecoduct over de A1 ter hoogte van Terschuur. Voor het duurzaam overleven van bepaalde soorten, zoals de boommarter, moet een dergelijke verbinding wel degelijk van belang worden geacht (zie in deze ook het rapport: ‘Corridorstudie Leusderheide (Alterra, 2004)’) 39; 66. Verder ziet de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.

het Station Driebergen-Zeist wel als dé: ‘Poort van de Stichtse Lustwarande/Heuvelrug’, maar dus niet als een ontwikkellocatie voor verdere woningbouw,etc.. Dat dus met name ook gezien de kwetsbare ligging van dit Station te midden van tal van waardevolle landgoederen, evenals aanwezige diverse ecologische verbindingen; Conclusie 67. Alhoewel mede door inbreng diverse gemeenten er nu met name ook aandacht in het IRP (en prioritering) is voor waarden van groen en landschap, inclusief biodiversiteit, blijft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. met name kritisch t.a.v. van de sterke groei die de Regio zich met dit perspectief oplegt, zowel wat betreft de woningbouw, als de werkgelegenheid;

39

Zie ook de motie die in die zin in door de Staten ten tijde van de behandeling van de POVI is aangenomen.

29 68. Verder zou het o.i. dus goed zijn als het ‘IRP’ en achterliggende documenten alsnog voor het indienen van inspraakreacties/zienswijzen ter inzage wordt gelegd, want als eenmaal vastgesteld als richtinggevend(e) koers/kader kan dan later feitelijk alleen nog bij de nadere uitwerking van participatie sprake zijn, maar dan zijn de feitelijke keuzen dus al gemaakt; 69. Wat betreft de: ‘Zienswijze gemeente Zeist IRP’ kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich in veel van de daarbij per thema gegeven zienswijzen vinden, ook al kunnen deze mogelijk op punten nog worden aangescherpt. Wel is zij t.a.v. bepaalde punten (zeer) kritisch en dan met name ook t.a.v. de sterke groei die kennelijk ook de gemeente Zeist wil faciliteren. In het bijzonder gaat het dan op (mogelijke) nieuwe woningbouwlocaties in Zeist-Noord en ook rondom het Station Driebergen-Zeist, met dus naar verwachting ook (grote) gevolgen voor aldaar aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie; 70. Gezien het gestelde wil zij de gemeente dan ook verzoeken haar reactie in die zin alsnog aan te passen. Patrick Greeven (Stichting Milieuzorg Zeist e.o.)

30 Bijlage 1.1 Folder natuur verbinden en behouden

31 Bijlage 1.2 Folder Liniepark Rijnsweerd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10800985/1