CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

02-Bijdrage St Milieuzorg Zeist

Overige evenementen 18 november 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Meesprekers en ontvangen bijdragen Meesprekers: St. Beter Zeist, St. Milieuzorg Zeist, Werkgroep Natuurlijk Zeist West15.641 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake het: ‘Rv Integraal Ruimtelijke Perspectief Regio Utrecht 2021 - 2040’ van de gemeente Zeist Geachte leden van de Commissie Ruimte, wethouder, overige aanwezigen, 1. Thans is binnen de Commissie Ruimte en daarna in de gemeenteraad van de gemeente Zeist de besluitvorming inzake het: ‘Integraal Ruimtelijk Perspectief Regio Utrecht 2021 2040 (hierna: ‘IRP’)’ aan de orde; 2. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van de geboden gelegenheid gebruik nog een reactie op het: ‘IRP’ te geven. Eerst zal nog kort worden stilgestaan bij het planproces, waarna het: ‘IRP’ in inhoudelijke zin aan de orde zal worden gesteld. Afgesloten zal worden met een conclusie; Planproces Proces 3. Zoals ook in het: ‘IRP’ aangegeven is aan het betreffende perspectief een lang proces voorafgegaan. De basis werd dan gevormd door het zogenaamde: ‘REK Regio U-16 (2018)’, waarin dan de ruimtelijke economische koers voor de regio is aangegeven; 4. Daarna heeft dan een thematische verkenning van diverse thema’s plaatsgevonden, zoals m.b.t. wonen, werken en energie, hetgeen dan later door inbreng van (bepaal)de gemeenten nog is aangevuld met die op het gebied van natuur, landschap en cultuurhistorie (zie in deze dus met name het rapport: ‘Ontwikkelbeeld Groen en Landschap (BVR, 2019)’ en ook de latere nadere uitwerkingen daarvan 1); 5.

Uiteindelijk hebben die diverse nadere verkenningen dan, zij het wel nadat eerst nog een: ‘Uitgangspuntennotitie’ en ook een: ‘Beoordelingskader’ was vastgesteld, geleid tot de zogenaamde: ‘Contour-REP Regio Utrecht (2020)’ met o.a. de visiekaarten: ‘Kaart van Altijd’ met de ontwikkelingen tot 2030 en ook de: ‘Kaart van Alles’ met die tot 2040; 6. Teneinde dan zelf een koers t.a.v. de ontwikkelingen in de Regio te kunnen bepalen is dan door (o.a.) de gemeente Zeist eerst een: ‘Position Paper (Zeist, 2019)’ vastgesteld en daarna tegelijker met de ‘Contour REP’ de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2020)’, dat dan mede als basis is gebruikt als reactie op diverse regionale (en ook provinciale) plandocumenten; 7. Dan is een en ander uiteindelijk nader uitgewerkt in het: ‘Concept-IRP’, met ook een uitvoeringsparagraaf. Door de gemeenten zijn daarop dan wederom zienswijzen ingebracht, dat ook na een behandeling in de diverse gemeenteraden, hetgeen dan uiteindelijk tot het definitieve: ‘IRP’ heeft geleid. In een aparte notitie wordt dan aangegeven hoe met de diverse zienswijzen van de gemeenten is omgegaan (zie in deze dus ook de notitie: ‘Overzicht zienswijzen raden op concept-IRP’).

Voor wat betreft Zeist zelf wordt dan een in de notitie: ‘Relatie IRP en Propositie van Zeist’ ingegaan op wat dan als de ‘gedeelde opgaven tussen Zeist en de Regio’ wordt gezien (zie dus ook het: ‘RV IRP’, Bijlage 5: ‘Relatie IPR en Propositie van Zeist’); Participatie 8. Meer in het bijzonder is in de laatste fase toch ook bijzondere aandacht gegeven aan de participatie, dat ook op basis van de reacties vanuit de diverse gemeente(rade)n. Die participatie heeft dan met name plaatsgevonden met regionale stakeholders, waar ook verslag van is gedaan (zie in deze ook de notitie: ‘Memo Regionale Participatie’); 1

Zie wat betreft de nadere uitwerkingen dus ook de beide rapporten: ‘Casestudy Ontwikkelbeeld Groen en Landschap (BVR, 2019)’ en met name ook: ‘U 16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020 – 2040 (BVR, 2020)’.

2 9. Alhoewel het actief betrekken van regionale stakeholders door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. wordt gewaardeerd, blijft zij het toch als een gemiste kans zien dat de bevolking zelf hier op geen enkele wijze bij is betrokken. De participatie vanuit de samenleving (in brede zin) dient dan plaats te vinden in het kader van met name de opstelling door de afzonderlijke gemeenten van hun: ‘Omgevingsvisies’ en ook ‘plannen’. Dan heeft echter al wel de vaststelling van het: ‘IRP’ plaatsgevonden. Natuurlijk het: ‘IPR’ heeft dan weliswaar in planologisch-juridische geen formele status 2, maar anderzijds gaan de afzonderlijke gemeenten met het vaststellen daarvan natuurlijk wel een bepaalde commitment aan, dat ook vanuit een bepaalde ‘governance’; 10. Meer in het bijzonder valt het dan op, dat met name ook als we de notitie: ‘Relatie IRP en Propositie van Zeist’ bezien, dat er kennelijk ook al heel programma klaar ligt teneinde de als zodanig in de Propositie en nu ook het IRP voor de gemeente Zeist aangegeven projecten vorm te gaan geven, inclusief ook eventueel betrokken ‘stakeholders’, dat terwijl toch in die zin nog de ‘dialoog’ met de samenleving in het kader van de Omgevingsvisie loopt; 11. In ieder geval had o.i.

toch voor de hand gelegen als het: ‘Concept-IRP’ (op zijn minst) voor het indienen van inspraakreacties ter inzage was gelegd, zoals dat vaak ook wel bij andere plannen zonder formele juridische status het geval is geweest; Plannen op andere overheidsniveau’s 12. Naast de plannen vanuit de diverse regio’s, zoals dus de U-16, vindt er thans ook planvorming op diverse andere overheidsniveaus plaats, dat veelal in het kader van de invoering van de: ‘Omgevingswet’, zoals door het Rijk de: ‘NOVI’, door de: ‘Provincie Utrecht’ de: ‘POVI/POVER’ en dan door afzonderlijke gemeenten ook hun: ‘Gemeentelijke Omgevingsvisies (GOVI)’, zoals ook het proces zoals dat thans in die zin binnen de gemeente Zeist plaatsvindt m.b.t. haar ‘Omgevingsvisie’; 13. Dan speelt tevens op het Regionale niveau het proces in het kader van het ‘UNED/MIRT-Oost’, waarbij tamelijk recent ook de visie: ‘Utrecht Nabij (UNED, 2020)’ is gepresenteerd 3; 14. Op diverse overheidsniveaus vindt er dus planvorming plaats. Op zich natuurlijk goed dat er op diverse schaalniveaus er planvorming plaatsvindt, zeker als deze ook echt integraal is, maar een goede onderlinge afstemming is dan wel van wezenlijk belang.

Wel is het dus zo, dat ook gezien de complexiteit, ook al aangezien elk plan net weer iets andere accenten lijkt te leggen, dat dit het er natuurlijk voor de burger allemaal niet eenvoudiger op maakt; Beoordelingskader i.r.t. opstellen echte ‘Plan-MER 15. Teneinde aan het eindproduct en ook de toekomstige uitvoering dan mede sturing te geven is dan gebruikt gemaakt van een zogenaamd: ‘Beoordelingskader’, hetgeen dan ook is gebruikt in het kader van het: ‘MIRT-Oost’, of althans daarmede een grote gelijkenis vertoont; 16. Op zich goed dat van een dergelijk: ‘Beoordelingskader’ gebruik is gemaakt, maar het is in die zin natuurlijk nog geen: ‘Plan-MER’, inclusief ook een: ‘Passende beoordeling’;

2

Overigens is het o.i. zo dat wat betreft de formele planologische status de: ‘Provinciale Omgevingsvisie (POVI)’ bepalend is welke ruimtelijke ontwikkelingen al dan niet mogelijk zijn, althans voor zover dat uit een eerdere uitspraken van de Raad van State valt af te leiden n.a.v. een indertijd door het BRU gevoerde procedure tegen besluit van de provincie m.b.t. het toenmalige: ‘Regionale Struktuurplan (RSP)’ (zie in deze ook de: ‘Uitspraak van de Raad van State’, d.d. 19 december 2007)’ 3 Zie overigens in deze ook het: ‘Toekomstbeeld OV’ waarna dan met name ook in het ‘RV IRP’ wordt verwezen.

3 17. Door de provincie Utrecht is in het kader van haar: ‘Provinciale Omgevingsvisie (POVI)’ dus wel een: ‘Plan-MER’ opgesteld, inclusief ook een: ‘Passende beoordeling’. Daarbij komt men dan tot de conclusie dat de in de: ‘POVI’ opgenomen ontwikkelingen, inclusief ook die binnen de Regio, wel degelijk tot een aantasting kunnen leiden van binnen de provincie Utrecht aanwezige landschappelijke kwaliteiten (zie in deze dus ook de: ‘PlanMER Omgevingsvisie provincie Utrecht (TAUW, 2020)’, Hoofdstuk 4.6: ‘Levend landschap, erfgoed en cultuur’, Tabel: ‘Effecten ontwikkelingen op thema Levend landschap, Erfgoed en Cultuur’, pag. 59)’; 18. Eveneens is door de provincie Utrecht een: ‘Plan-MER’ opgesteld m.b.t. het zogenaamde: ‘Programma Wonen en Werken provincie Utrecht’, inclusief eveneens een: ‘Passende beoordeling’ (zie in deze dus ook het rapport: ‘Plan-MER Programma Wonen en Werken Provincie Utrecht (Antea-group, 2021)’). Door o.a. de Commissie voor de mer zijn daar in haar: ‘Toetsingsadvies’ ook een aantal kritische kanttekeningen bij geplaatst. Inmiddels is dat: ‘Programma Wonen en Werken’ ook door GS vastgesteld, dat mede op de basis van een: ‘Nota van Beantwoording programma Wonen en Werken’, inclusief ook een reactie op het ‘Toetsadvies’ van de Commissie voor het m.e.r.; 19.

Dus blijft het op basis gestelde toch de vraag of voor het voorliggende: ‘IRP’, ook al is dat wellicht dan wettelijk niet verplicht, toch niet goed was geweest als toch een: ‘PlanMER’ was opgesteld, inclusief ook een: ‘Passende beoordeling’ m.b.t. mogelijke effecten van alle voorgenomen ontwikkelingen op de zogenaamde: ‘Natura 2000-gebieden’, zoals die m.b.t. stikstof; Conclusie m.b.t. het planproces 20. In de loop van het proces zijn met name de gemeenteraden en ook de regionale stakeholders steeds meer aangehaakt. Een groot deel van bevolking is evenwel nog ongewis van de regionale ontwikkelingen zoals de regiogemeenten van de U-16 zich dat voor zich zien, evenals hebben zij daar dus ook geen (inspraak)reactie op kunnen geven (vergelijk in die zin dus wel ook het interactieve planproces zoals dat door de provincie Utrecht in het kader van de: ‘POVI’ is gevolgd, inclusief dus ook een formele zienswijzenprocedure). O.i. is en blijft dat toch een gemiste kans; 21. Meer in het bijzonder wordt het tevens betreurd dat toch geen echte: ‘Plan-MER’ is opgesteld, inclusief een: ‘Passende beoordeling’ m.b.t. mogelijke effecten op: ‘Natura 2000-gebieden’, inclusief die m.b.t. effecten stikstof, etc. Inhoudelijke aspecten 22. Hierbij zal toch eerst een meer algemene reactie worden gegeven, waarna nog op aantal deelaspecten zal worden ingegaan.

Hierbij kan dan tevens worden verwezen naar de reactie van de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zoals deze eerder al in de Commissie Ruimte t.a.v. het: ‘Concept-IRP’ is gegeven, dat ook om te voorkomen thans teveel in herhaling te vervallen (zie in deze dus ook voor de zekerheid de als zodanig toegevoegde Bijlage 1: ‘Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake het Raadsvoorstel zienswijze gemeente Zeist Concept-IRP’); Algemeen Integrale aanpak 23. In het: ‘IRP’ wordt dan op basis van het centrale thema: ‘Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen’ op basis van 5-tal ‘opgaven’, een 7-tal ‘perspectieven’ én een 8-tal ‘redeneerlijnen’, evenals een 5-tal verdiepende afspraken m.b.t. bepaalde thema’s, een

4 toekomstbeeld voor de Regio Utrecht tot/voor 2040 geschetst. Dat dan op basis van een: ‘Integrale Perspectiefkaart 2040’ (zie in deze dus ook het: ‘IRP’, de kaart op pag. 102-103), hetgeen dan vervolgens gebiedsgericht voor een 5-tal als zodanig onderscheiden gebiedsdelen nader wordt uitgewerkt. Tenslotte wordt ook alvast nader stilgestaan bij de uitvoering, waarbij dan aan een zogenaamde: ‘Regionale programmering’ een belangrijke betekenis wordt toegekend, evenals aan een: ‘Adaptief ontwikkelpad’; 24. Laat voorop worden gesteld dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de integrale aanpak zoals deze wordt voorgestaan en waar na inbreng vanuit de diverse gemeente(rade)n nu met name ook bijzondere aandacht wordt gegeven aan de waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, die in het: ‘IRP’ dan ook wel als de: ‘Utrechtse Trots’ worden aangeduid, bijzonder waardeert; 25. Wat betreft die integraliteit is het o.i. dus wel zo dat: ‘Niet alles overal kan’ 4, dus zullen in die zin toch ook bij nadere gebiedsgerichte uitwerkingen bepaalde keuzen moeten worden gemaakt, evenals is dus ook een bepaalde prioritering wenselijk/noodzakelijk, waaraan overigens ook wel in het: ‘Beoordelingskader’ en (nu) ook in het: ‘IRP’ zelf een bepaalde aandacht wordt gegeven; 26.

Meer in het bijzonder is en blijft het dus wel zo dat de diverse gepresenteerde kaarten echte ‘schetsen’ blijven, hetgeen aan een kant aangezien veel nog onzeker en nog niet nader is uitgewerkt wellicht logisch lijkt, maar dat maakt het wel veel moeilijker bepaalde ontwikkelingen ook echt te duiden, dat dus ook gezien de daarmede gepaard gaande effecten, dat ook weer aangezien vaak met diverse bandbreedtes wordt gewerkt; Opgave woningbouw en werkgelegenheid 27. Waar de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dan toch met name kritisch over is (en ook blijft), is het gewoon in de Regio blijven faciliteren van de grote vraag naar woningen (tot 175.000 extra woningen) en ook de werkgelegenheid (tot 80.000 extra arbeidsplaatsen), waarbij door het faciliteren van de werkgelegenheid de druk op de woningmarkt natuurlijk nog verder zal worden verhoogd. Bij die vraag gaat het dan niet alleen om de woningbehoefte van de Regio Utrecht zelf, maar ook om de vraag die dan voorkomt uit wat dan als de binnenlandse en buitenlandse migratie wordt aangeduid, dus wat in algemene zin als de trek naar de Randstad bekend staat.

Alhoewel dan ervoor wordt gekozen de betreffende woningbehoefte toch in eerste instantie zoveel mogelijk in en nabij de randen van de stad Utrecht en vervolgens ook rondom de zogenaamde (H)OV-Knooppunten te realiseren (zie in deze dus met name ook de visie: ‘Utrecht Nabij (UNED, 2020)’ en ook de: ‘RSU (Utrecht, 2021)’), zal dat naar verwachting wel degelijk ook met relatief grote negatieve effecten op de binnen de provincie Utrecht en dus ook Regio Utrecht aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie gepaard gaan (zie in deze dus wederom de: ‘Plan-MER Omgevingsvisie provincie Utrecht (TAUW, 2020)’, Hoofdstuk 4.6: ‘Levend landschap, erfgoed en cultuur, Tabel: ‘Effecten ontwikkelingen op thema Levend landschap, Erfgoed en Cultuur’, pag. 59); 28. Natuurlijk men wil het groen dan mee laten groeien (zie ook het: ‘Programma Groen Groeit Mee’), maar enerzijds is daarvoor vooralsnog geen financiering gevonden en anderzijds is de ruimte in Utrecht schaars, dus blijft het de vraag, ook al zijn daarna dan verkennende studies uitgevoerd, of hiervoor de ruimte uiteindelijk wel kan worden gevonden (zie wat betreft gegeven verkenningen o.a. het document: ‘Groen groeit mee

4

Zie in deze dus o.a. het eindrapport van de zogenaamde Commissie Remkes m.b.t de stikstofproblematiek: ‘Niet alles kan overal (Commissie Remkes, 2020)’.

5 - Opgaven in beeld (BureauBuiten, 2021)’ en dus ook de diverse nadere uitwerkingen m.b.t. groen en landschap in het kader van het: ‘IRP’); 29. Meer in het bijzonder is het dus ook nog onbekend wat de uiteindelijke effecten van COVID en thuiswerken zijn, hetgeen dus ook een grotere spreiding van de vraag naar won(ing)en over het land kan betekenen, dus goed ook dat te blijven volgen en zo nodig de vraag bij te stellen; 30. In ieder geval wel mooi te lezen dat men voor: ‘Natuurinclusief ontwerpen’ en ‘- bouwen’, dus: ‘Nature Based Solutions (NBS)’ gaat (zie dus o.a. het: ‘IRP’ en dan het kader op pag. 152), waarbij het o.i. goed zou zijn als ook in die zin voor de gemeenten in een: ‘Handreiking NBS’ zou worden voorzien, dat dus naast een: ‘Handreiking voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen’ en ook een: ‘Handreiking vitaliteit met kwaliteit’; 31. Overigens zal extra woningbouw en werkgelegenheid dus ook leiden tot extra druk op natuurgebieden in de nabije en verdere omgeving van de gebieden alwaar die verstedelijking is voorzien, gebieden die nu vaak al onder een te grote recreatieve druk staan, hetgeen, voor zover dus al wenselijk, het belang van een goede ‘recreatie zonering’ nog eens extra benadrukt, dat ook rekening houdend met voldoende rustgebieden voor de dieren; Duurzaamheid 32.

In het: ‘IRP’ is dan het centrale thema: ‘Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen’, met nu dus ook bijzondere aandacht voor wat dan als de: ‘Utrechtse Trots’ wordt aangeduid, dus de binnen de regio aanwezige intrinsieke kwaliteiten van het landschap, inclusief de natuur, en ook de cultuurhistorie. Steeds duidelijker wordt hoe belangrijk groen is, niet alleen vanuit het gezichtspunt van de (achteruitgang van de) natuur/biodiversiteit (en dus ook van de zogenaamde ‘ecosysteemdiensten’ 5), maar dus ook voor de gezondheid/het welbevinden van de mens (zie in deze o.a. de publicatie: ‘Green and Blue Spaces and Mental Health (WHO, 2021)’); 33. Ook aan de overige thema’s die o.i. vanuit het gezichtpunt van duurzaamheid van belang moeten worden geacht wordt dan eveneens bijzondere aandacht gegeven, zoals het ontwikkelen van een circulaire economie, inclusief een circulaire landbouw, evenals de opgaven die er zijn om uiteindelijk tot een duurzame mobiliteit te kunnen komen; 34. Daarnaast is in het voorliggende: ‘IRP’ nu gelukkig dus ook de opgave m.b.t. de energietransitie, dat i.v.m. de problematiek van het klimaatverandering (vergelijk ook de bijeenkomst CoP 26 in Glasgow), geïntegreerd, dus wat betreft de: ‘RES Regio Utrecht 1.0’; 35.

Ook is er dan, zoals ook hiervoor reeds aangegeven, bijzondere aandacht voor: ‘Natuurinclusief ontwerpen’ en ook ‘- bouwen’, dus ‘Nature based solutions’ (zie in deze dus o.a. ook het: ‘Manifest bouwen voor natuur’), hetgeen eveneens wordt gewaardeerd 6; 36. Wel valt het op dat vele van de (m.b.t. het thema duurzaamheid) aangegeven doelen niet tot nauwelijks SMART zijn, met uitzondering dan van die m.b.t. wonen, werken en duurzame energie, zodat het niet alleen onduidelijk blijft hoe hard die doelen dan zijn, maar het daardoor tevens de regie/sturing er niet eenvoudiger op zal maken; 37. Dan zou het o.i. toch mooi zijn, zoals ook in de eerdere reactie op het: ‘Concept-IRP’ aangegeven, als de Regio U-16 net als de stad Amsterdam de zogenaamde ‘Donut5

Zie in deze dus met name ook de website: ‘www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl Zie overigens m.b.t. NBS ook de publicatie: ‘Een natuurlijkere toekomst voor Nederland in 2120 (WUR, 2020)’. 6

6 aanpak’ zou gaan omarmen, waarbij dus echt op basis van daartoe gegeven ecologische grondslag/analyses wordt gestuurd op een ontwikkeling die enerzijds de grenzen van de aarde/natuur respecteert, anderzijds rekening houdt met de minimale behoeften van de samenleving, dus ook in die zin inclusief is (vergelijk in deze dus ook de zogenaamde: ‘Sustainable Development Goals (SDG’s) van de UN) 7; Natuur en landschap 38. Dan is met name t.a.v. het: ‘REK’ een aanzienlijke inhaalslag gemaakt m.b.t. het alsnog rekening houden met waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, evenals aan die waarden bij toekomstige ontwikkelingen bijzondere aandacht te geven (vergelijk dus ook de aanpak via het programma: ‘Groen groet mee’); 39. Zoals bekend staan we behalve m.b.t. het klimaat, ook m.b.t. de biodiversiteit voor grote opgaven (vergelijk ook diverse rapporten IPBES en waaraan met name volgend jaar bij CBD CoP 15 in China/Kunming bijzondere aandacht zal worden gegeven). Dus verheugd over alle aanpassingen die in die zin m.b.t. opgave t.a.v. de natuur/biodiversiteit zijn doorgevoerd; 40. Meer in het bijzonder is dan als een van de doelstellingen aangegeven dat men de Heuvelrug meer robuust wil maken, hetgeen natuurlijk op zich mooi is, maar anderzijds blijft het o.i. dus wel onduidelijk hoe men daar dan vorm aan wil gaan geven.

In ieder geval wordt daarbij door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. het alsnog realiseren van een robuuste ecologische verbinding tussen de Heuvelrug en de Veluwe ter hoogte van het zogenaamde ‘Valleilint’/’Groene loper’ van wezenlijk belang geacht, dat teneinde ook op de Heuvelrug op termijn tot meer duurzame populaties en ook (meer) complete zelfregulerende ecosystemen, inclusief dus mogelijk ook predatoren als de wolf, te kunnen komen (zie in deze dus eventueel ook: https://regiotvdebilt.nl/televisie/gemist/levende-monumenten/89b4b1d3-db61-497c-9aaf3a4d2a08f0e9/levende-monumenten-de-wolf-van-de-utrechtse-heuvelrug ). Verder moet dus ook, dat mede ook gezien de in de toekomst te verwachten nog grotere recreatieve druk, met name op Heuvelrug, maar ook elders, een goede ‘recreatieve zonering’ o.i. van groot belang worden geacht. In het kader van het NPUH is daar ook een eerste aanzet toe gegeven, maar moet deze kennelijk toch nog verder nader worden uitgewerkt/bezien’. Ook zou door het instellen van een snelheidsregime van 60 km/uur voor de provinciale wegen op de Heuvelrug tot een bepaalde verbetering robuustheid kunnen worden gekomen (zie dus ook het initiatief: ‘Heuvelrug in goede banen’); 41. In vergelijkbare zin geldt dat ook voor vele andere opgaven, zoals o.a.

het versterken van de natuur in de zogenaamde: ‘Kromme Rijn Vallei’, inclusief ook de kansen tot het benutten van aldaar aanwezige kwelpotenties i.r.t. de: ‘Blauwe Agenda Heuvelrug’, ook al wordt daar in het kaartbeelden op pag. 36/38 en ook 114 wel een bepaalde impressie van gegeven; 42. Aangezien feitelijk t.a.v. diverse natuuropgaven alleen een globaal beeld wordt gegeven, voor zover dat dus al het geval is, is dan overeenkomstig het: ‘Beoordelingskader’ ook niet echt aan te geven, wat nu de effecten voor de biodiversiteit zijn, dat ook omdat geen kwalitatieve uitwerking op basis van bijvoorbeeld: ‘Natuurdoetypen’ heeft plaatsgevonden, maar is dat afhankelijk van de nadere uitwerking, dus programmering (zie dus ook het: ’Beoordelingskader’ onder het hoofdje: ‘Intrinsieke natuurwaarden’, pag. 18);

7

Overigens bestaat er ook bij de provincie Utrecht steeds meer aandacht voor de zogenaamde: ‘Donut-aanpak’, zoals o.a. in het kader van het: ‘Programma Recreatie en Toerisme’.

7 43. Wel dus goed dat mede n.a.v. zienswijzen vanuit de gemeenten alsnog de ecologische verbinding tussen het Noorderpark en het Kromme Rijngebied (nog) meer expliciet op een van de betreffende kaartbeelden is aangegeven (zie in deze dus ook onderstaande Fig.: ‘Ontwikkelbeeld Kromme Rijn Vallei’ naar het: ‘IRP’ en dan de Fig. op pag. 114), ook al aangezien deze verbinding voor tal van soorten voor hun overleven van belang moet worden geacht (zie wat betreft de m.b.t. tot de betreffende ecologische verbinding van belang zijnde doelsoorten o.a. ook het rapport: ‘Ecopassage Griftenstein bij de N237 (Alterra, 2009)’). In die zin is dus wel ook aangegeven, dat men zich richt ‘op een groene verbinding (ecologische en recreatief) over de A-28 (Landgoed Oostbroek) en de A-27 (Noorderpark)’ (zie in deze dus ook het: ‘IRP’, het bepaalde op pag. 117), maar onduidelijk blijft dan toch wat daar dan exact mee wordt bedoeld, want juist ook als het om deze ecologische verbinding gaat moet een goede recreatieve zonering van belang worden geacht; 44. In ieder geval zal o.i. als algemeen doel alsnog wat betreft de natuur minimaal naar een: ‘Basiskwaliteit’ moeten worden gestreefd (zie ook diverse publicaties Vogelbescherming), evenals binnen het NNN en ook de Natura 2000-gebieden natuurlijk naar die kwaliteiten die daartoe in diverse: ‘(Natuur)beheerplannen’ zijn vastgelegd; 45.

Meer in het bijzonder is er dan niet tot nauwelijks in het: ‘IRP’ aandacht voor de problematiek van de stikstof, dus blijft het toch de vraag of diverse ontwikkelingen zoals men deze mogelijk wil maken, zowel wat betreft woningbouw, als die m.b.t. werkgelegenheid, inclusief toch ook een mogelijke uitbreiding van het wegennet, zoals in het uiterste geval dus een bypass van de A-12 ter hoogte Bunnik – Houten Laaggraven, wel in juridische zin houdbaar zullen zijn; 46. Verder is dan door de gemeente Zeist gepleit voor het instellen van een: ‘Bijzonder provinciaal landschap’ voor (delen van) het Kromme Rijngebied. Daarop wordt dan door de Regio als reactie gegeven dat dat aan de provincie Utrecht is, maar waar het hierbij natuurlijk om gaat is dat de bijzondere landschappelijke waarden van dit gebied worden erkend, evenals wordt bezien hoe die kwaliteiten dan kunnen worden behouden en ook versterkt;

Fig.: ‘Ontwikkelbeeld Kromme Rijnvallei’ met dus o.a. ecologische corridor Vechtplassengebied/Noorderpark en het Kromme Rijngebied (zie ook het: IRP’, Fig. op pag. 114)’

8

Specifieke aspecten 47. Hier zal dan met name nog worden ingegaan op enkele aspecten die dan in het bijzonder voor de gemeente Zeist van belang moeten worden geacht. Feitelijk wordt daar dan in het bijzonder in zowel het: ‘Rv IRP’, als ook in de notitie: ‘Relatie IRP en Propostie Zeist’ reeds bij stilgestaan; (H)OV USP-Zeist 48. Mede door de zienswijzen van de gemeenten Zeist en De Bilt is hetgeen m.b.t. het ‘(H)OV USP – Zeist - Amersfoort’ in het: ‘IRP’ is aangegeven nu enigszins genuanceerd, namelijk dat hierna nog een nader onderzoek dient plaats te vinden en op basis waarvan dan nog een nadere afweging van de varianten zal plaatsvinden, dat op basis van zowel de vervoerswaarde, als ook de daarbij in geding zijnde waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, zij het dat de (voorkeurs)verbinding gewoon langs de A-28 blijft ingetekend (zie in deze dus o.a. ook het: ‘IRP’, ‘Visiekaart’, pag. 102 – 103 en ook bijvoorbeeld de kaart op pag. 72: ‘Mobiliteitsnetwerk 2040’); 49. Ook op basis van haar eerdere reactie(s) zal het duidelijk zijn dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. weliswaar een voorstander is van het verbeteren van het (H)OV tussen het USP en De Bilt/Zeist, dat ook gezien de opgave(n) m.b.t.

het verduurzamen van de mobiliteit, maar gezien de met de diverse varianten gepaard gaande effecten op aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie, waaronder op de hier aanwezige ecologische verbinding tussen het Vechtplassengebied/Noorderpark en het Kromme Rijngebied (zie in deze dus ook de folder: ‘Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2009)’), is zij dus vóór een tracékeuze ter hoogte van de as Universiteitsweg-Utrechtseweg, waar dus al grotendeels een vrije busbaan ligt; 50. Overigens wordt de aanleg van een dergelijk (H)OV ook gekoppeld aan de bouw van 0 5.000 extra woningen in Zeist-Noord, dat kennelijk ook teneinde de vervoerswaarde te van een eventueel HOV (lees: tram) te verhogen, naar de vraag blijft dan toch waar de gemeente al die woningen dan voor zich ziet. Meer in het bijzonder lijken dan diverse kaarten te verwijzen naar het gebied van het Bedrijvenpark Dijnselburg, dat kennelijk ook t.b.v. de ontwikkeling van wat dan als de: ‘Regiopoort Zeist-Noord’ wordt aangeduid (zie dus ook het: IRP’, pag. 119), evenals als ‘Regionaal Transformatiemilieu’ (zie in deze dus ook het: ’IRP’, de kaart op pag. 79), maar dan blijft het natuurlijk wel de vraag waar al de daar thans gevestigde bedrijven en kantoren dan naar toe zouden moeten gaan; 51.

Kennelijk hangt een en ander dan ook (nog) samen met de ontwikkeling van een zogenaamde ‘Multimodale hub A-28’ ter hoogte van de afslag Den Dolder, inclusief dus een halte van de Waterlinielijn (zie in deze ook het: ‘IRP’, pag. 119); Fietspad USP – Zeist 52. Ook hierbij blijft de Regio, ondanks een daartoe door met name de gemeente De Bilt, maar in zekere zin ook Zeist, ingebrachte zienswijze kennelijk vasthouden aan een rechtstreekse fietsverbinding tussen het USP en Zeist, dat kennelijk ook gezien het belang dat de provincie Utrecht daaraan hecht (zie in de o.a. het: ‘IRP’, ‘Visiekaart’, pag. 102 – 103’ en ook het daartoe bepaalde op pag. 119); 53. Zoals bekend loopt nu juist hier een belangrijke ecologische verbinding, namelijk die tussen het Vechtplassengebied/Noorderpark en het Kromme Rijngebied (zie in deze dus wederom de folder: ‘Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West. 2009)’), evenals is er o.i. wel degelijk een goed alternatief, namelijk door de

9 huidige Bisschopsweg voor fietsers verder te verbeteren (zie in deze dus ook motie van de gemeenteraad Zeist, d.d. 08juli 2021), ook daarbij overigens nadrukkelijk rekening houdend met aanwezige natuurwaarden, maar kennelijk wil de provincie Utrecht/regio daar niet aan; 54. Gezien zienswijzen diverse gemeenten blijft het voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. wonderlijk dat zowel provincie als ook de Regio ondanks de negatieve effecten die van een dergelijke tracé op aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie kunnen worden verwacht daaraan dan toch blijven vasthouden; Ontwikkelingen op en nabij het Station Driebergen-Zeist 55. Kennelijk wil men dan bij het Station Driebergen-Zeist vast blijven houden aan de ontwikkeling van zowel wonen, evenals werken, dat laatste kennelijk ook als satelliet van het USP (zie ook het: ‘IRP’, pag. 83), waarbij het dan bij wonen gaat om 500 - 1500 extra woningen. Ook wordt gesproken over de uitbreiding van de spoorcapaciteit tussen Utrecht en Maarn (zie ook het: ‘IRP’, pag. 113), waarbij het dan kennelijk om een verdubbeling van het spoor gaat (zie in deze dus ook de notitie: ‘Relatie IRP en Propositie van Zeist’); 56. Nu is ook al eerder door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. aangegeven dat zij zeer kritisch staat tegen de ontwikkeling van een nieuwe woonkern ‘Rijnwijk’ nabij het Station Driebergen-Zeist.

Zoals bekend ligt dit Station midden in de Stichtse Lustwarande (SLW) en wordt het omgeven door aantal waardevolle landgoederen, die bovendien grotendeels deel uitmaken van het NNN. Ook lopen er een aantal belangrijke ecologische verbindingen. Juist teneinde rekening te houden met aangegeven waarden is dus nog niet zolang geleden de: ‘Gebiedsvisie Station Driebergen Zeist (12 N Stedenbouw, 2014)’ opgesteld, dus zou het goed zijn die visie dan als basis voor de toekomstige ontwikkeling van deze ‘Poort van de Stichtse Lustwarande/Heuvelrug’ te nemen; 57. Dan zijn ook in het verleden al eens in het kader van de plannen voor de HSL-Oost diverse studies naar verbreding van twee naar vier sporen uitgevoerd. In ieder geval zal dat ook grote consequenties voor diverse direct aan het spoor gelegen natuurgebieden met zich meebrengen, evenals voor de oversteekbaarheid door dieren daarvan; Regiopoort Den Dolder 58. Dan staat op diverse kaarten dus ook het stationsgebied van Den Dolder-Noord kennelijk als een soort van ‘Regiopoort’ aangegeven (zie in deze dus o.a. het: ‘IRP’, de kaart op pag. 116), maar ook hier is het aan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. niet geheel duidelijk wat men daarmede dan precies beoogt; Conclusie 59.

Gewaardeerd wordt de echt ‘integrale aanpak’ van de voorliggende regionale visie/het perspectief, met na inbreng diverse gemeente(rade)n nu gelukkig ook de bijzondere aandacht voor het groen/natuur, hetgeen toch de basis voor het leven is; 60. Wel zijn er dus met name (grote) bedenkingen bij de grote opgaven m.b.t. wonen en ook werkgelegenheid, die de regio kennelijk gewoon wil faciliteren, terwijl daarvoor o.a. wel degelijk ook oplossingen op een hoger schaalniveau zijn te vinden, namelijk door de betreffende opgaven, waar overigens door diverse partijen verschillend tegenaan wordt gekeken , op basis van het principe van ‘gebundelde deconcentratie’ meer te spreiden over het land (denk o.a. ook aan Almere), ook daarbij uiteraard rekening houdend met aldaar aanwezige waarden;

10 61. Meer in het bijzonder zou het goed zijn als de Regio ook echt m.b.t. duurzame ontwikkeling de zogenaamde ‘Donut-aanpak’ zou omarmen (vergelijk ook Amsterdam); 62. Met betrekking tot de ontwikkelingen binnen de gemeente Zeist staat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus met name kritisch tegenover de stedelijke ontwikkelen zoals deze in het: ‘IRP’ voor zowel Zeist-Noord, als het Station Driebergen Zeist zijn voorzien, dat ook gezien de daarmede (naar verwachting) mee in geding zijnde waarden van natuur, landschap en ook cultuurhistorie; 63. Dat geldt dan eveneens m.b.t. het: ‘HOV USP – Zeist – Amersfoort’ en een ‘rechtstreeks fietspad tussen het USP en Zeist’, met dus naar verwachting grote gevolgen voor de aldaar aanwezige ecologische verbinding tussen het Vechtplassengebied/Noorderpark en het Kromme Rijngebied; 64. Kortom, we staan met zijn allen voor grote opgaven/uitdagingen, zoals die m.b.t. het klimaat en ook de biodiversiteit. Daarvoor is ook echt een omslag/transitie van de samenleving als geheel nodig. Daartoe wordt in het voorliggende: ‘IRP’ gelukkig ook op diverse vlakken een aanzet gegeven, hetgeen ook wordt gewaardeerd, maar de vraag is dus wel of men daarbij moet blijven inzetten op (economische) groei (sec), terwijl o.i.

dus toch veel meer de/het ‘Brede welvaart/Wel-zijn’, inclusief ook het wel-zijn van de natuur/aarde, het centrale thema zou moeten zijn 8; Patrick Greeven (bestuurslid IVN-De Bilt e.o./Stichting Milieuzorg Zeist e.o.)

8

Zo gebruiken we thans in het westen 3.5 keer de aarde (zie in deze ook diverse: ‘Living Planet Report(s)’, dus om in die zin meer in balans te komen zullen we dan tot een heel andere economie en bijbehorende levensstijl moeten komen.

11

Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake het: ‘Raadsvoorstel zienswijze gemeente Zeist Concept-IRP’ Geachte raadsleden, wethouder, overige betrokkenen, 1. Thans is de het: ‘Rv Zienswijze Zeist Concept-IRP’ aan de orde. Door het College is ook al eerder een zienswijze op een eerder concept van het IRP ingediend. Leidraad van de zienswijze van de gemeente is de dan eerder door de gemeenteraad vastgestelde: ‘Propositie Zeist 2020’; 2. Eerst zal nog kort worden stilgestaan bij het planproces, waarna het: ‘Concept-IRP’ en daarmede samenhangende raadsvoorstel vanuit de gemeente in inhoudelijke zin aan de orde zal worden gesteld. Afgesloten zal worden met een conclusie (zie ook onder de aandachtspunten 67 t/m 70, pag. 19); Planproces 3. Nadat eerst het RBU en daarna het BRU is opgeheven 9, is daarna door diverse gemeenten binnen de Regio Utrecht naar een nieuwe samenwerkingsvorm gezocht, eerst met 10 gemeenten, daarna met 16 gemeenten; 4. Door in eerste instantie 10 gemeenten is dus eerst een koersdocument opgesteld t.a.v. van de beoogde ruimtelijke economische ontwikkeling van de regio (zie in deze ook het document: ‘Ruimtelijke Economische Koers U 10 - Ontmoetingsplaats voor Healthy Urban Living (U10, 2017)’); 5. Daarna hebben er t.a.v. diverse thema’s/pijlers eerst een aantal verkenningen plaatsgevonden, zoals m.b.t.

wonen, werken (inclusief analyse kantorenmarkt), mobiliteit (inclusief een zogenaamde: ‘knooppuntenanalyse’) en ook energie (inclusief per gemeente ook zogenaamde: ‘energiepaspoorten’). Mede n.a.v. van diverse moties door de diverse gemeenteraden heeft er daarna nog een aanvulling m.b.t. het thema/de pijler groen en landschap plaatsgevonden, ook wel als de 5e Pijler aangeduid (zie in deze dus het rapport: ‘Ontwikkelbeeld Groen en Landschap (BVR, 2019)’). Op basis van de informatie zoals deze uit de betreffende analyserapporten naar voren kwam is dan vervolgens de: ‘Contour-REP (U-10, 2020)’ opgesteld, inclusief ook een ‘Kaart van Altijd (tot 2030)’ en een ‘Kaart van Alles (tot 2040)’, hetgeen wederom aan de gemeenteraden van de U16-gemeenten ter besluitvorming is voorgelegd. Dat ook inclusief een zogenaamd: ‘Beoordelingskader’. Daarbij zijn toen ook door diverse gemeenten een aantal amendementen en moties aangenomen en niet in de laatste plaats ook m.b.t. het: ‘Beoordelingskader’ (zie o.a. voor het overzicht en ook de reactie vanuit de U-16 dus ook het: ‘Raadsvoorstel Zeist Concept-IRP’, Bijlage 5: ‘Overzicht amendementen/moties Contour-REP’ én ook Bijlage 6: ‘Overzicht amendementen/moties Beoordelingskader’); 6. Teneinde hun positie t.a.v.

de: ‘Contour-REP’ te kunnen bepalen is dan door een aantal gemeenten in de regio een (pro)position paper opgesteld, zoals bijvoorbeeld door gemeente Zeist een: ‘Propositie (zie in deze ook: ‘Propositie gemeente Zeist voor het REP U-10 (Zeist, 2020)’) en door de gemeente De Bilt een: ‘Position paper’ (zie in deze dus ook het: ‘Position Paper - De betekenis van De Bilt in het Daily Urban System van de Regio (De Bilt, 2019)’; 7. Indertijd is o.a. door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. en ook anderen ten tijde van de gelijktijdige behandeling in de Commissie Ruimte van zowel het: ‘Rv Contour-REP’, het: ‘Rv Propositie’ en ook het: ‘Rv Duurzame opwek energie’ reeds een uitgebreide reactie 9

Zie o.a. het: ‘Regionaal Structuurplan 2005-2015 (BRU, 2005)’.

12 op de betreffende beleidsdocumenten gegeven (zie in deze dus ook desgewenst in het RIS: ‘Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake het: ‘Rv BOK REP en Contour REP’, het ‘RV Propositie’ én het: ‘Rv Duurzame opwek energie’/’Beleidsvisie zonnevelden’); 8. Die: ‘Contour-REP’ is dan uiteindelijk nader uitgewerkt in wat dan als het: ‘Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP)’ wordt aangeduid, dat dan weer in nauwe samenwerking met zowel het Rijk in het kader van (o.a.) U-NED (zie dus ook de visie: ‘Utrecht Nabij (UNED, 2019)’), de provincie Utrecht in het kader van de provinciale Omgevingsvisie (zie dus o.a. de: ‘POVI’), de stad Utrecht (in relatie tot de: ‘Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’) en uiteraard de deelnemende gemeenten. Met name m.b.t. het thema/de Pijler groen en landschap heeft er nog wel een nadere uitwerking plaatsgevonden, zowel wat betreft een nadere verdieping van diverse daarbij aan orde zijnde thema’s (zie dus ook het rapport: ‘Verdieping groene routes en scheggen/Landschap van de toekomst/landbouw kerngebied (BVR, 2019)’), als t.a.v. de uiteindelijke ruimtelijke opgaven en waar deze dan zouden moeten landen (zie het rapport: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen en Landschap 2020-2040 (BVR, 2020)’); 9.

Aan de gemeenten wordt dan thans de mogelijkheid geboden om op het: ‘Concept-IRP’ een zienswijze in te dienen, waarop door de Colleges, waaronder dat van Zeist, op een eerder concept al een reactie is gegeven. Door het College wordt m.b.t. de zienswijze vanuit de gemeente Zeist dan een voorzet gegeven, dat mede op basis van de eerder door de gemeenteraad vastgestelde: ‘Propositie’ (zie in deze ook het: ‘Rv Zienswijze Zeist Concept IRP’) én ook een consultatie van de gemeenteraadsfracties die in die zin heeft plaatsgevonden (zie in deze dus ook het ‘Rv Zienswijze IRP’, Bijlage 9: ‘Van de raad ontvangen mee te geven aandachtspunten voor zienswijze op Concept-REP’) Die door de bij de U 16 betrokken gemeenten ingebrachte zienswijzen moeten dan uiteindelijk tot een definitief IRP leiden, nog gevolgd door een ‘Uitvoeringsstrategie’ en ook een: ‘Integraal Ruimtelijk Programma’; 10. Het: ‘Programma wonen en werken U-16’ zal dan weer, net als van andere regio’s binnen de provincie Utrecht worden opgenomen in het: ‘Regionaal programma wonen en werken provincie Utrecht’, waarvoor inmiddels een m.e.r.-procedure is opgestart 10; 11.

Wat betreft de participatie met de samenleving heeft deze (uiteindelijk) kennelijk wel plaatsgevonden, maar dan vooral met een aantal ‘regionale stakeholders’ (zie in deze dus ook de aan het Raadsvoorstel toegevoegde Bijlage 8: ‘Stand van zaken en vooruitblik - Participatie Integraal Ruimtelijk Perspectief’), dat ondanks diverse moties vanuit diverse gemeenten om toch ook echt actief de bevolking te betrekken (zie dus o.a. ook de aan het Raadsvoorstel toegevoegde Bijlage 5: ‘Overzicht amendementen/moties Contour-REP’). Zonder hier nu op dit moment al te diep op in te gaan blijft het niet breed laten participeren van de burgers/bevolking bij de thans overeenkomstig het: ‘Concept-IRP’ voorgestelde ruimtelijke ontwikkelingen o.i. toch een grote gemiste kans, terwijl het uiteindelijk met name die burger natuurlijk toch aangaat. Natuurlijk er lopen diverse processen in het kader van locale omgevingsvisies, waarbij (soms) ook aandacht voor de positie van de betreffende gemeente in de regio, maar veel burgers zijn van de beoogde ontwikkelingen in de regio zoals nu met het IRP voorgestaan niet of nauwelijks op de hoogte, behalve dan mogelijk via de media, terwijl de voorgenomen ontwikkelingen naar verwachting wel degelijk een grote invloed op de leefomgeving zullen uitoefenen. 10

Overigens ligt het betreffende ‘Regionaal programma Wonen en Werken’, inclusief ook de: ‘PlanMER’ thans voor het indienen van zienswijzen ter inzage.

13 In die zin zou het o.i. toch goed zijn als er ook alsnog voor derde belanghebbenden, waaronder de burgers, belangenorganisaties, etc., de mogelijkheid komt om zienswijzen op het: ‘Concept-IRP’, hetgeen toch een (soort van) ‘Regionale Omgevingsvisie (ROVI)’ is, te kunnen indienen. Dat ook voorafgaand met een goede voorlichting/communicatie, alvorens het definitieve IRP door diverse gemeenteraden (op basis van ‘consent’) wordt aangenomen (vergelijk overigens ook het uitgebreide planproces in het kader van de: ‘POVI’). Weliswaar heeft het IRP dan geen officiële wettelijke status, aangezien de Regio U-16 niet onder de WGR valt, maar daarom moet o.i. een inbreng vanuit de samenleving/burgers niet minder belangrijk worden geacht. Dat ook aangezien de gemeenten het IRP kennelijk toch als een (soort van) ‘convenant’ zien, waarbij de deelnemende gemeenten afspreken met behoud van de eigen publiekrechtelijke verantwoordelijkheden t.a.v. bijvoorbeeld gemeentelijke omgevingsplannen, de ambities en doelen van het IRP naar vermogen te helpen realiseren (zie in deze overigens ook het zogenaamde: ‘Governance document’).

Hoe dat ook zij, in ieder geval zou het op zich goed zijn als de gemeente Zeist, dat in navolging van de gemeente De Bilt, in haar zienswijze op het: ‘Concept-IRP’ aangeeft dat zij het IRP eerder als een ‘tussenstap’ ziet, ook al aangezien het proces in het kader van haar Omgevingsvisie dus nog loopt en dat zij er in die zin aan hecht dat elementen die voortkomen uit de betreffende locale participatieprocessen dan ook echt nog in de programmeringsfase van het REP/IRP aan de orde kunnen komen, dat ook gezien het voorgenomen adaptieve karakter van het IRP. Natuurlijk de gemeente Zeist geeft in haar: ‘Concept-zienswijze’ aan dat zij bepaalde bouwopgaven, zoals voor Zeist-Noord en ook het Stationsgebied Driebergen-Zeist, niet als een ‘taakstelling’ ziet, maar deze te benaderen als een ‘maatschappelijke opgave’, waaraan Zeist op een eigen manier en vanuit eigen ontwikkelwaarden vorm wil geven, maar ook dan blijven de in het IRP in die zin genoemde woningaantallen natuurlijk wel boven de ‘markt’ hangen. Bovendien is het o.i. gewoon zo dat als er eenmaal een definitief IRP ligt, het dan later niet eenvoudig zal zijn een eenmaal ingezette koers nog te wijzigen, dat dus n.a.v. de uitkomsten van het participatieproces in het kader van de omgevingsvisie, zodat ook al zou de gemeente Zeist net als de gemeente De Bilt en mogelijk ook andere gemeenten, zoals o.a.

de gemeente Utrechtse Heuvelrug, dergelijke kanttekeningen bij het IRP plaatsen, het o.i. nog steeds een gemiste kans blijft dat burgers, etc., bij het gehele proces niet op een actieve wijze direct zijn betrokken; 12. Verder is het o.i. wel zo is dat het uiteindelijk niet alleen om reactie vanuit het locale perspectief van de gemeente Zeist zou moeten gaan, maar ook om een reactie op het gehele IRP, dat ook aangezien ontwikkelingen in andere gemeenten ook weer gevolgen kunnen hebben voor de keuzen waar de gemeente Zeist dan in haar eigen Omgevingsvisie voor staat (en natuurlijk ook vice versa); 13. Ook aangezien de invoering van de Omgevingswet wederom met een half jaar is uitgesteld, zou men o.i. eenvoudigweg ook de besluitvorming m.b.t. de IRP kunnen aanhouden, nadat dus eerst een uitgebreide participatie heeft plaatsgevonden; Inhoudelijke aspecten 14. Eerst zal een algemene reactie worden gegeven, waarna nog bij een aantal deelaspecten zal worden stilgestaan en dan ook meer specifiek bij hetgeen in die zin in de: ‘Concept-zienswijze’ van de gemeente naar voren wordt gebracht;

14

Algemeen 15. In het: ‘Concept-IRP’ wordt dan aan de hand van de ‘opgaven’ t.a.v. het groen (inclusief nu ook de opgaven m.b.t. water, klimaatadaptie en biodiversiteit), mobiliteit, het wonen en werken én de energie hét (algemene) perspectief voor de Regio geschetst, namelijk een: ‘Gezond leven in en stedelijk regio voor iedereen’, hetgeen dan weer in een ‘zevental perspectieven’ op meer thematische basis wordt uiteengezet. De gegeven perspectieven leiden dan weer tot integrale ruimtelijke keuzen die dan worden toegelicht op basis van een ‘achttal redeneerlijnen’. Vervolgens vindt dan een thematische verdieping t.a.v. de thema’s groen en landschap, mobiliteit (met dus o.a. het ‘wiel met spaken’), wonen en werken en energie plaats, alvorens een nadere uitwerking in een vijftal deelgebieden plaatsvindt. Dat alles wordt dan op basis van een aantal (globale) schetsen per laag en ook een integrale: ‘Perspectiefkaart’ in beeld gebracht (zie dus ook het: ‘IRP’, ‘Perspectievenkaart Regio Utrecht in 2040’, pag. 28-29 en ook 100-101). Tenslotte vindt dus een uiteenzetting van de uitvoering plaats, inclusief wat dan als een ‘Adaptief ontwikkelpad’ wordt aangeduid; 16. Laat voorop wordt gesteld dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. verheugd is dat nu alsnog in het ‘Concept-IRP’ t.o.v. de eerdere: ‘Contour-REP’ en zeker t.o.v.

de: ‘Koers’ aan groen en landschap, dus wat dan als de ‘Trots van Utrecht’ wordt aangeduid, zo’n hoge prioriteit, zo niet de hoogste prioriteit, wordt gegeven, dat niet alleen in algemene zin, maar ook in voorwaardelijke zin t.a.v. voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen (zie dus ook het ‘Concept-IRP’, ‘Redeneerlijn 1: ‘De Utrechtse Trots als basis’, pag. 39); 17. Die prioritering voor groen en landschap, hoe mooi ook, neemt evenwel niet weg dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. bij de overeenkomstig het: ‘Concept-IRP’ voorgestane sterke groei van de regio Utrecht tot een Metropoolregio - waarbij het dan niet alleen om het aantal inwoners en dus ook extra woningen gaat, maar ook om de economische groei, zoals m.b.t. de groei van het aantal arbeidsplaatsen, met dus ook weer verdergaande gevolgen voor diezelfde woningmarkt en naar verwachting ook de mobiliteit - dus wel (zeer) kritische kanttekeningen plaatst. Zoals iedereen die in de Regio Utrecht woont en werkt bekend is, staan de ruimtelijke kwaliteiten in de Regio al decennia onder een grote druk, dat ook na eerdere grote uitbreidingen in met name de jaren zestig en zeventig, de jaren negentig (met diverse zogenaamde VINEX-locaties) 11 en dan nu weer een nieuwe golf. De kernvraag is o.i.

gewoon of je die sterke groei in de regio wel moet willen en in die zin dus ook accommoderen, dus in kwantitatieve zin, dat ook aangezien deze o.i. toch uiteindelijk vrijwel altijd ten koste zal gaan van de kwaliteiten van de regio, dus wat dan in het IRP als de ‘Utrechtse trots’ wordt aangeduid (zie in deze dus o.a. ook de diverse: ‘Staat-en van Utrecht’); 18. Als je dan het: ‘Beoordelingskader’ ziet, ook al liggen daar dan m.b.t. het bepalen van de eventuele effecten met name kwalitatieve inschattingen op basis van ‘expert-judgement’ aan te grondslag, dan zou de Regio daar op vrijwel alle punten naar verwachting beter op worden, ook al zijn m.b.t. een aantal subdoelen de inschattingen nog onzeker aangezien bijvoorbeeld een nadere uitwerking nog ontbreekt. Dat geldt dan bijvoorbeeld m.b.t. het subdoel: ‘Het bevorderen van een gezonde leefomgeving’ (zie in deze dus ook het: ‘Beoordelingskader IRP’, Hoofdstuk 3.1: ‘Bevorderen van een gezonde, duurzame en energieke regio’ en dan onder het hoofdje: ‘Bevorderen gezonde leefomgeving’, pag. 9/10), maar bijvoorbeeld ook m.b.t. het subdoel ‘Behouden versterken van de intrinsieke natuurwaarden’, waarbij (enerzijds) wordt aangegeven dat de effectieve invloed op 11

Zie in deze overigens o.a. het rapport: ‘Ecologische toetsing stedenbouwkundige modellen Regio Utrecht (Bureau Waardenburg, 1990)’.

15 biodiversiteit ongewis is, maar (anderzijds) dat men al met al (toch) een licht positief effect verwacht (zie dus ook het: ‘Beoordelingskader IRP’, Hoofdstuk 3.4: ‘Ruimtelijke kwaliteit verhogen’ en dan onder het hoofdje: ‘Behouden versterken van intrinsieke natuurwaarden’, pag. 17/18). Nu hangt een dergelijk toetsing allereerst af van welke toetsingcriteria wordt uitgegaan, maar anderzijds is het o.i. gewoon zo dat kennelijk van veel veronderstellingen wordt uitgegaan, waarbij de uiteindelijke effecten vooralsnog alleen inschattingen zijn; 19. Nu is dus in het kader van de: ‘POVI’ (wel) een: ‘Plan-MER’ (inclusief ook zogenaamde: ‘botsproeven’) uitgevoerd en daarbij komt men toch o.i. tot een iets andere inschatting van de effecten van alle ruimtelijke ontwikkelingen dan op basis van het: ‘Beoordelingskader’ zoals dat in het kader van het voorliggende IRP is toegepast, namelijk dat er van gegeven ruimtelijke ontwikkelingen wel degelijk een negatief effect op met name de Utrechtse Landschappen zal uitgaan (zie in deze dus ook onderstaande fig.: ‘Effecten ontwikkelingen op thema ‘Levend landschap, Erfgoed en Cultuur (uit ‘Plan-MER POVI’, Hoofdstuk 4.6)). Dat terwijl deze dus al onder een grote druk staan; Thema

Indicator

Huidig

Autonoom

Levend landschap, erfgoed en cultuur

Utrechtse landschappen

Neutraal

Negatief

Cultuurhistorie

Neutraal

Neutraal

Archeologie

Neutraal

Neutraal

Aardkundige waarden

Neutraal

Neutraal

Invloed omgevingsvisie (per saldo)

Tabel.: Effecten ontwikkelingen op thema ‘Levend landschap, Erfgoed en Cultuur (uit: ‘Plan-MER POVI’, Hoofdstuk 4.6) 20. Natuurlijk men probeert een en ander te ondervangen door wat dan als: ‘Groen groeit mee’ wordt aangeduid, dat als opvolger van het eerdere: ‘Ringpark-concept’ 12, hetgeen op zich als men er dan voor kiest om de bevolking en werkgelegenheid sterk te willen laten groeien natuurlijk mooi is. Een dergelijke voorwaarde, voor zover dus al hard (denk aan o.a. de financiën), neemt o.i. evenwel niet weg dat door de bouw van die minimaal 124.100 en maximaal 147.500 (inclusief kennelijk 30 % overprogrammering) extra woningen 13 én ook 80.000 extra arbeidsplaatsen, zij het dat dus kennelijk ook al met de bouw van 167.265 extra woningen 14 rekening wordt gehouden, hoe dan ook de druk op de regio als geheel sterk zal toenemen. Weliswaar is het dan het voornemen het grootste gedeelte van die woningen en ook arbeidsplaatsen te situeren rondom zogenaamde ‘Metropoolpoorten’ en ook ‘Regiopoorten’, dat dus vanwege de relatie met het ‘Wiel met spaken’, hetgeen op zich 12

Zie in deze ook het: ‘Ringpark Magazine’. Zie dus ook de betreffende getallen in het ‘IRP’ op pag. 21. 14 Zie dus ook het betreffende getal in het ‘IRP’ op pag. 156. 13

16 vanuit duurzaamheid voor de hand ligt, namelijk vanwege goede bereikbaarheid (H)OV (zie ook de zogenaamde: ‘Ladder van verdaas’), maar door de grote aantallen zal daar hoe dan ook o.i. grote effecten vanuit gaan. Is het niet door het ruimtegebruik ter plaatse van die poorten zelf, dan wel door de toename die daarvan via het zogenaamde ‘roltrapmodel’ (op termijn) op de woningbehoefte van omliggende gemeenten zal uitgaan (zie voor een nadere uiteenzetting ook hieronder onder aandachtspunt 22), evenals op de mobiliteit (in brede zin) en ook de recreatieve druk. Daarbij komt dan ook nog bij hoe slim men bepaalde functies ook wil combineren, hetgeen ook een mooi streven is, dat ook daarbij toch geldt, wil men tenminste ook echt kwaliteit realiseren, dat ook dan ‘niet alles overal kan’ 15; 21. Meer in algemene zin kan hier nog de kanttekening bij worden geplaatst dat overeenkomstig de diverse rapporten van het NIDI/CBS de scenario’s voor de toekomstige groei van bevolking toch onzeker zijn (zie in deze o.a.

het rapport: ‘Bevolking 2050 in beeld (NIDI et al, 2020)’), evenals hoe de samenleving zich ook na ervaringen met COVID verder zal ontwikkelen, zodat het wellicht ook in die zin goed was geweest, voor zover men de groei dus al wil accommoderen dat dan met diverse ‘scenario’s’ was gewerkt, dus toch grotere bandbreedtes dan nu aangehouden, inclusief ook met een heldere prioritering/planning. Natuurlijk men heeft op het einde van IRP met bepaalde onzekerheden rekening gehouden, dat door uit te gaan van wat dan een: ‘Adaptief ontwikkelpad’ wordt genoemd, maar in de praktijk is het de ervaring, dat als je eenmaal koers hebt gezet in de richting van een maximaal ontwikkelmodel dat dan een latere bijsturing lastig, zo niet onmogelijk is. Vele ontwikkelingen zijn dan feitelijk in gang zijn gezet, inclusief een bepaalde grondspeculatie, die dan nog lang een bepaalde schaduw vooruit zullen (kunnen) werpen; 22. Dan is op zich dus wel een inschatting van de woningbehoefte van de Regio gemaakt, dat kennelijk op basis van de zogenaamde PRIMOS-prognoses, die ook door Companen zijn gebruikt voor kwalitatieve woninganalyse (zie dus ook het rapport: ‘Kwalitatieve woningmarktanalyse U-16 gemeenten (Companen, 2020)’). Bij die PRIMOS-prognoses gaat men allereerst evenwel vaak ook uit van de gegeven plancapaciteit, dus t.o.v.

het zogenaamde ‘migratie saldo nul’ komen daar altijd hogere aantallen m.b.t. de woningbehoefte uit. Duidelijk is dus wel ook dat er binnen de Utrechtse Regio wel degelijk ook sprake is van een aanzienlijke binnenlandse en buitenlandse migratie, die dan mede samenhangt met de druk op de Randstad als geheel 16. Wat evenwel met name ook opvalt dat in het: ‘Concept-IRP’, ook al zou men dus groei willen faciliteren, er o.i. toch van de bouw van veel hogere aantallen extra woningen wordt uitgegaan dan zoals deze uit gegeven PRIMOS-prognoses naar voren komen. Zo zou er dan volgens die PRIMOS-prognoses (2020) tot 2040 van een woningtekort sprake zijn van 96.300 woningen (zie dus ook het rapport: ‘Woningvraag Regio Utrecht Kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte 2040 (Stec-groep, 2020)’, ‘Tabel 10:

15

Zie in deze dus o.a. ook het eindrapport van de zogenaamde Commissie Remkes m.b.t. stikstofproblematiek: ‘Niet alles kan overal (Commissie Remkes, 2020)’ en bijvoorbeeld ook het rapport: ‘Kiezen en delen - Advies van de Studiegroep Ruimtelijke inrichting landelijk gebied (ABDTOPConsult, 2021)’. 16 Zie in deze o.a. het rapport: ‘Wonen in de provincie Utrecht - Knelpunten, veranderrichtingen en knelpunten (STEC-groep, 2017) en met name ook het rapport: ‘Woningvraag Regio Utrecht – Kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte 2040 (Stec-groep, 2020)’. Met name uit dat laatste rapport komt dan naar voren dat het aandeel van de binnenlandse en buitenlandse migratie in de loop van het afgelopen decennium in de Regio Utrecht is toegenomen tot iets meer dan 50%.

17 ‘Confrontatie U16 woningvraag en plancapaciteit totaal’, pag. 17) 17, terwijl men dus in het: ‘Concept-IRP’ voor betreffende periode uitgaat van 124.100 extra woningen, inclusief planuitval van 147.500 woningen (zie in deze dus ook het: ‘Concept-IRP’, de gegeven getallen op pag. 21). Tenzij de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de betreffende cijfers dus op een verkeerde wijze interpreteert. Verder is ook duidelijk dat alhoewel de bouw van woningen en kantoren, etc., dan voornamelijk rondom ‘Metropoolpoorten’ en ook ‘Regionale poorten’ is geprojecteerd daarvan toch ook op basis van wat dan als het zogenaamde ‘roltrapmodel’ wordt aangeduid een bepaalde druk vanuit de stad Utrecht op de omliggende in het groen gelegen gemeenten zal uitgaan, zowel wat betreft de woningbehoefte (zie in deze dus ook onderstaande fig.: ‘Illustratie roltrapmodel (uit het rapport: ‘Kwalitatieve woningmarktanalyse U-16 (Companen, 2020)’), als dus ook de mobiliteit en ook de recreatieve druk;

Fig.: ‘Illustratie roltrapmodel (uit het rapport: ‘Kwalitatieve woningmarktanalyse U-16 (Companen, 2020)’ 23. Hoe dat ook zij, de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zet zich in voor een duurzame ontwikkeling in het algemeen en dus ook van de Regio Utrecht, inclusief ook de gemeente Zeist. Ook in haar eerdere reacties op o.a. de: ‘Contour-REP’ heeft de Stichting daarbij o.a. verwezen naar de kansen die in die zin het zogenaamde model van de: ‘Doughnut Economics (Kate Raworth, 2016)’ biedt en waarna ook in een motie van de gemeente Utrecht in haar reactie op het: ‘Beoordelingskader’ wordt verwezen. Overeenkomstig dat model wordt dus enerzijds rekening gehouden met de grenzen die de aarde aan ontwikkelingen stelt en anderzijds met de minimale basisbehoeften van de 17

Een en ander geldt dus o.i. in vergelijkbare zin als we het deelrapport: ‘Locatieonderzoek woningbouw Regio Utrecht - De opgave (SITE Urban Development, 2018)’ er op na slaan en waarbij de cijfers uit van de PRIMOSprognoses uit 2017 als basis heeft gebruikt en waarbij men uiteindelijk op 90.000 woningen en inclusief sloop 104.00 woningen voor 2040 uitkwam (zie dus ook het: ‘Locatieonderzoek woningbouw Regio Utrecht - De opgave (SITE Urban Development, 2018), het kader op pag. 11).

18 mens (zie in deze dus ook onderstaande fig.: ‘Doughnut economics (naar K. Raworth, 2016)’, dus met wat als de ‘inclusieve samenleving’ wordt aangeduid. Door de stad Amsterdam is dit model inmiddels omarmt 18, dus het zou mooi zijn als de Regio Utrecht haar in die zin alsnog zou volgen.

Fig.: ‘Doughnut economics (naar K. Raworth, 2016)’ Voor zover dan het model van de: ‘Doughnut economics’ niet direct wordt overgenomen, zou het dan het dus mooi zijn als in ieder geval wat dan als: ‘Brede welvaart’ wordt aangeduid in de Regio centraal zou komen te staan, dat dus op basis SDG’s van UN (vergelijk in deze dus o.a. ook de: ‘NOVI’), inclusief dus wel ook de bijzondere aandacht voor de biodiversiteit; 24. Dan dus wel mooi dat wat betreft (het thema) groen/natuur/biodiversiteit er behalve aandacht voor het in algemene zin versterken van het natuurnetwerk er ook bijzondere aandacht is voor ‘landschapsinclusief ontwikkelen/ontwerpen’ 19 en ook ‘natuur/groeninclusief bouwen’ 20 (zie in deze dus het ‘IRP’, Hoofdstuk 2.2: ‘Acht redeneerlijnen die leiden tot ruimtelijke keuzen’ en dan met name onder ‘Redeneerlijn 1: ‘De Utrechtse trots als basis’, pag. 39). Wel is het o.i. zo dat bepaalde aspecten nog wel verder nader zouden moeten worden uitgewerkt, ook al ligt er met de diverse rapporten zoals deze m.b.t. Pijler 5: ‘Groen en landschap’ zijn opgesteld natuurlijk wel in die zin een goede basis. Zo zou het mooi zijn als bijvoorbeeld t.a.v. de te bereiken natuurwaarden ook duidelijke (streef)doelen zou worden aangegeven, dat dus als een soort van ’Meetlat’ (vergelijk ook het initiatief van de Vogelbescherming m.b.t.

het weer bereiken van een: ‘Basiskwaliteit Natuur’ in Nederland 21), evenals men ook echt zou kiezen voor wat dan als: ‘Nature base solutions (Nbs)’ wordt aangeduid (zie o.a. ook de publicatie: ‘Een natuurlijkere toekomst voor Nederland in 2021 (WUR, 2020)’, het: ‘Handvest Nederland Natuurinclusief (IPO, 2021)’, evenals ook de betreffende motie van Bunnik m.b.t.: ‘Contour-REP’). 18

Zie dus ook het rapport: ‘The Amsterdam City Doughnut – A Tool for transformative Action (Amsterdam, 2020)’. 19 Zie o.a. het rapport: ‘Zorg voor landschap - Naar een landschapsinclusief omgevingsbeleid (PBL, 2019)’ 20 Zie in deze ook het: ‘Manifest natuurinclusief bouwen’. 21 Zie in deze ook het: ‘Manifest Basiskwaliteit Natuur’.

19 Daarnaast zou o.i., zoals eigenlijk ook in de zienswijze van de gemeente Zeist aangegeven, ook het belang van ‘landschapsinclusief ontwerpen’ en ook ‘natuurinclusief bouwen’ nog wel sterker kunnen worden benadrukt, door ook deze aspecten nader uit te werken, bijvoorbeeld in een: ‘Handreiking landschaps- en natuurinclusief ontwerpen’ en wat betreft: ‘Natuurinclusief bouwen’ bijvoorbeeld ook m.b.t. aanbestedingen met een puntensysteem te gaan werken (vergelijk ook de puntensystemen dat in die zin reeds door de gemeenten Den Haag, Groningen, Arnhem en Ede worden toegepast); 25. Juist vanuit het rekening houden met die groene waarden, dus de totale balans, dat dus met name ook vanuit het perspectief van een duurzame ontwikkeling van de Regio als geheel, is het dan toch voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de kernvraag, zoals ook hiervoor al aangegeven, of je dan alle groei wel moet willen accommoderen, of juist wat betreft de werkgelegenheid en ook het wonen deze beter te spreiden over het gehele land, dat dan op basis van het principe van de ‘gebundelde deconcentratie’, ook daarbij uiteraard rekening houdend met aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie en ook de leefomgeving 22; 26. Dan wordt dus aangegeven dat veel nog een nadere uitwerking verdient, dat o.a.

in het kader van de nog vast te stellen: ‘Regionale programmering’ en ook: ‘Groen groeit mee’, waarbij wat betreft dat laatste overigens nog geen gelden beschikbaar zijn. Maar dan zou het toch goed zijn, voor zover de gemeenten dan instemmen met de nu aangegeven programmering van extra aantallen woningen, arbeidsplaatsen, etc., dat een aantal punten zoals nu in het ‘zevental perspectieven’, ‘achttal redeneerlijnen, etc., worden aangegeven dus veel harder in voorwaardelijke zin zouden moeten worden geformuleerd, dus op basis duidelijke ‘Meetlatten’, zoals die m.b.t. de biodiversiteit, maar ook m.b.t. een integrale ruimtelijke ontwikkeling in het algemeen, zoals bijvoorbeeld op basis van de ‘bar-codes’ die Utrecht t.a.v. stedelijke ontwikkelingen in het kader van haar ‘RSU 2040’ heeft aangegeven 23, dat dus naast harde grenzen/contouren waar al dan niet bepaalde ontwikkelingen kunnen plaatsvinden (vergelijk dus ook de: ‘POVI’). Anders bestaat er toch een grote kans dat we straks met name wat betreft de te bereiken kwaliteiten, inclusief die van de natuur, het landschap en ook de cultuurhistorie en de leefomgeving, toch (wederom) achter heel veel feiten aan gaan lopen (zie dus wederom diverse: ‘Staat-en van Utrecht’); 27. Feitelijk ontbreekt in die zin o.i. toch een echt integraal (en zorgvuldig) ‘Afwegingskader’ m.b.t.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10800985/1