02-24RV006 Bijlage 2 - Verordening voorz. huisvesting onderwijs Gemeente Zeist 2024
Tekst van het document
B.3.1 Bouwkosten 1. Tot de bouwkosten behoren: a. de bouwkosten van het gebouw, en b. kosten voor extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. 2. De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter. Met deze vergoedingsbedragen moet de overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd.
B.3.2 Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m² bvo of groter Startbedrag bij uitbreidingen van 55 tot 115 m² bvo Naast het startbedrag voor elke m² bvo
€ 267.600,48 € 178.400,31 € 3.564,71
B.3.3 Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 105 m² bvo of groter Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 105 m² bvo Voor elke volgende m² bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m² bvo) in combinatie met uitbreiding van de school Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal, zonder gelijktijdige uitbreiding van de school
41
€ 275.190,75 € 193.460,48 € 3.635,76 € 320.825,31 € 589.856,66
B.3.4 Bouwkosten school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of speciaal of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 96 m² bvo of groter Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 96 m² bvo Naast het startbedrag voor elke m² bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m² bvo) in combinatie met uitbreiding van de school Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m² bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding van de school Toeslag liftinstallatie als bij uitbreiding een liftinstallatie inclusief een schacht wordt aangebracht
€ 249.241,18 € 166.160,79 € 3642,96 € 280.935,43 € 589.856,66 € 331.903,58
B.3.5 Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs Het bepaalde in A.3.6 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de omvang van de vergoeding voor paalfundering en bemaling bij uitbreiding.
B.3.6 Toeslag voor het herstel van het terrein en verhuiskosten bij vervangende bouw op dezelfde plaats Het bepaalde in A.3.7 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de omvang van de vergoeding voor het herstel van terrein en verhuizing bij uitbreiding.
C.
Tijdelijke voorziening
C.1
Vergoedingsbedragen tijdelijke voorzieningen 1. De vergoedingsbedragen voor tijdelijke voorzieningen zijn afgestemd op de investeringslasten van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen: a. nieuwbouw van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw als hoofdlocatie; b. uitbreiding van een permanente hoofdlocatie met een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw, en c. uitbreiding van bestaande voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen. 2. In aanvulling op het eerste lid wordt rekening gehouden met het bekostigen van een tijdelijke voorziening door middel van huur van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw.
C.2
Kosten voor terreinen
Als een tijdelijke voorziening niet gerealiseerd kan worden op het aanwezige terrein, worden de kosten voor het benodigde terrein bepaald overeenkomstig B.1.1.
C.3.1 Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente hoofdlocatie De vergoeding voor een tijdelijke voorziening bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de kosten van herstel en inrichting van terreinen, de kosten van paalfundering en de eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen.
42
C.3.2 Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m² bvo of groter Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m² bvo Naast het startbedrag voor elke m² bvo
€ 104.065,88 € 69.377,27 € 2.557,38
C.3.3 Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs 1. De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m² bvo of groter Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m² bvo Naast het startbedrag voor elke m² bvo
€ 109.072,12 € 73.706,55 € 2.505,66
2. Paragraaf A is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen en voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen.
C.3.4 Vergoeding school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de vergoedingsformule € 1.556,83 * A + € 107.034,52, waarbij A het overeenkomstig bijlage III, deel C, bepaalde aantal vierkante meter bruto vloeroppervlakte aan tijdelijke huisvesting is.
C.4.1 Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen primair en speciaal of voortgezet speciaal onderwijs 1. De vergoeding voor uitbreiding bestaande tijdelijke voorziening bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering en de toeslag voor herstel en inrichting van terreinen. 2. Paragraaf B1 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen en voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen.
C.4.2 Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 80 m² bvo of groter Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m² bvo Naast het startbedrag voor elke m² bvo
€ 58.496,26 € 38.997,49 € 2.679,72
43
C.4.3 Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 80 m² bvo of groter € 59.312,84 Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m² bvo € 39.541,89 Naast het startbedrag voor elke m² bvo € 2.649,18
C.5
Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen
Huur van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening en huur van een bestaand gebouw worden vergoed op basis van de werkelijke kosten.
D.
Eerste inrichting
D.1.1 Uitbreiding onderwijsleerpakket en meubilair Bij uitbreiding met onderwijsleerpakket en meubilair wordt het uit te keren bedrag van de vergoeding bepaald aan de hand van het verschil tussen de al toegekende investeringsbedragen en de nieuw berekende vergoeding.
D.1.2 Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag incl. 250 m² bvo Voor elke volgende m² bvo
€ 49.858,74 € 174,43
D.1.3 Vergoeding speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag incl. 250 m² bvo Voor elke volgende m² bvo
€ 105.782,37 € 180,45
D.1.4 Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:
SO/VSO-doven SO/VSO-sh SO/VSO-esm SO/VSO-visg SO/VSO-lz SO/VSO-lg SO/VSO-zmlk SO/VSO-zmok SO/VSO-pi SO/VSO-mg
Startbedrag incl. vaste voet 370 m² € 178.233,17 € 161.910,64 € 150.873,00 € 214.118,82 € 136.541,06 € 160.747,26 € 134.420,39 € 131.207,21 € 132.367,08 € 162.756,68
Voor elke volgende m² bvo € 311,12 € 403,21 € 200,50 € 382,68 € 188,55 € 367,58 € 159,95 € 183,88 € 199,69 € 163.11
44
D.1.5 Vergoeding speellokaal speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs bedraagt € 9.653,11.
D.2
School voor voortgezet onderwijs
1. De vergoeding voor eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair is gekoppeld aan de toe te kennen voorziening nieuwbouw, niet zijnde vervangende nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming, niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw. Aanspraak op deze vergoeding bestaat als de eerste inrichting nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd. De hoogte van de vergoeding wordt berekend door vast te stellen het verschil tussen de al toegekende vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te realiseren bruto vloeroppervlakte per ruimtetype. De hoogte van de vergoeding per ruimtetype wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Ruimtetype Algemeen Specifiek Werkplaatsen
Functie
m²
(Uiterlijke) verzorging/mode en commercie Handel/verkoop/administratie Praktijkonderwijs Techniek algemeen Consumptief Grafische techniek Landbouw
€ 205,75 € 480,90 € 294,18 € 394,99 € 504,54 € 977,06 € 0,00 € 0,00
2. Als in plaats van uitbreiding van het schoolgebouw medegebruik van een voor een school bestemd gebouw wordt gevorderd, wordt inventaris slechts toegekend als de inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte ontbreekt of niet geschikt is.
45
E.
Lokalen bewegingsonderwijs
E.1
Bouwkosten nieuwbouw 1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een netto speeloppervlakte van 252 vierkante meters bedraagt € 1.921.030,18 als deze op het schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 1.959.884,16 als deze op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt. In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein. 2. Scholen met lichamelijk gehandicapte leerlingen, meervoudig gehandicapte leerlingen of zeer moeilijk lerende leerlingen wordt een toeslag toegekend van 50 vierkante meter. Het normbedrag van deze toeslag is € 192.707,13. 3. Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen:
Paallengte 1<15m 15<20m >20m
E.2
Vergoeding Vergoeding bij ruimten LG en MG € 38.639,41 € 48.718,77 € 53.266,39 € 67.471,69 € 74.810,36 € 97.103,10
Uitbreiding
Het bepaalde in E.1, eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs. Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer van 140 vierkante meter netto speeloppervlakte of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 vierkante meter. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Uitbreiding
Normbedrag
112 t/m 120 m² 121 t/m 150 m²
€ 446.327,08 € 542.571,90
Paallengte 1 < 15 meter € 17.298,18 € 21.629,75
15 < 20 meter € 29.961,47 € 37.442,17
> 20 meter € 48.983,67 61.229,56
E.3.1 OLP/meubilair primair onderwijs (bao, sbo en (V)SO De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs bedraagt € 66.795,22.
E.3.2 Meubilair/leer- en hulpmiddelen school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting meubilair of leer- en hulpmiddelen voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Eerste lokaal Tweede lokaal Derde lokaal Oefenplaats 1 Oefenplaats 2
E.4
Meubilair € 1.410,69 € 1.410,69 € 1.410,69 € 0,00 € 0,00
Leer- en hulpmiddelen € 84.122,97 € 65.622,30 € 28.529,51 € 18.578,41 € 2.144,63
Totaal € 85.533,70 € 67.033,01 € 29.940,22 € 18.578,41 € 2.144,63
Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening
Naast bewegingsonderwijs in een eigen lokaal van de school is ook bewegingsonderwijs mogelijk in een bestaand lokaal bewegingsonderwijs door middel van: a. medegebruik van een gebouw van een andere school of de gemeente, of b. huur van een gebouw van een commerciële exploitant.
46
F.
Verhoging vergoedingen
F.1
Verhoging normbedragen
De normbedragen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, kunnen door burgemeester en wethouders worden verhoogd met een toeslag van ten hoogste 10% als de voorziening zonder deze verhoging door bijzondere omstandigheden in redelijkheid niet kan worden gerealiseerd. Dit betreft bijvoorbeeld specifieke gemeentelijke eisen vanwege bestemmingsplannen, het behoud van bomen, cultuurhistorische waarde, parkeereisen, monumenten, extra projectmanagement hiermee samenhangend, etc.
F.2.
Verhoging feitelijke kosten
De vergoeding van de feitelijke kosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt gebaseerd op de door het college goedgekeurde offerte en verhoogd met de kosten van technische advisering, voor zover het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder b en c.
G.
Huur sportvelden 1. Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een vergoeding van de huur van een sportveld voor maximaal 8 weken per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de periode van 8 weken € 27,26 per klokuur. 2. Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een sportveld dat door de gemeente is gefinancierd.
47
Bijlage V – Criteria voor het vaststellen van de prioriteit van de aangevraagde voorziening 1. Algemeen Prioriteiten worden vastgesteld als het overeenkomstig artikel 11 vastgestelde bekostigingsplafond onvoldoende is om alle aangevraagde voorzieningen die in aanmerking komen om te worden opgenomen op het programma te honoreren. Op basis van de gestelde prioriteiten wordt een rangorde vastgesteld van de voorzieningen waarvan is vastgesteld dat die voor bekostiging in aanmerking komen. Daarna wordt vastgesteld voor welke voorzieningen het bekostigingsplafond voldoende is en deze voorzieningen worden opgenomen op het programma. De voorzieningen die niet worden opgenomen op het programma worden op het overzicht geplaatst.
2. Onderscheid voorzieningen 1. Bij het stellen van de prioriteiten wordt onderscheid gemaakt in voorzieningen die noodzakelijk zijn: a. om capaciteitstekorten op te heffen, en b. om een adequaat niveau te handhaven. 2. Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder a, vallen onder hoofdprioriteit 1. Het betreft de volgende voorzieningen: a. nieuwbouw, inclusief terrein; b. uitbreiding, indien van toepassing, inclusief terrein; c. in gebruik nemen bestaand gebouw, indien van toepassing, inclusief terrein; d. verplaatsen tijdelijke gebouwen; e. eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair of leer- en hulpmiddelen; f. uitbreiding eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair of leer- en hulpmiddelen, en g. medegebruik. 3. Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder b, vallen onder hoofdprioriteit 2. Het betreft de volgende voorzieningen: a. vervangende nieuwbouw, indien van toepassing, inclusief terrein; b. herstel van een constructiefout, en c. herstel en vervanging in verband met schade. 4. De onder hoofdprioriteit 2 opgenomen voorziening vervangende nieuwbouw valt onder hoofdprioriteit 1 op het moment dat deze voorziening gecombineerd wordt met een uitbreiding van de capaciteit en de vervangende nieuwbouw noodzakelijk is omdat wordt voldaan aan het criterium genoemd onder in bijlage I, deel A, onder A.2.
3. Hoofd- en subprioriteit 1. Om te komen tot het vaststellen van de prioriteit wordt een onderverdeling gemaakt in hoofdprioriteit en sub-prioriteit. 2. Voor het vaststellen van de prioriteiten wordt voor de onder 2, eerste lid, onder a, genoemde voorzieningen de ruimtebehoefte vastgesteld overeenkomstig bijlage III, deel C. Deze voorzieningen omvatten zowel de schoolgebouwen als de lokalen bewegingsonderwijs 3. Nadat de onderverdeling naar hoofdprioriteiten heeft plaatsgevonden moet worden vastgesteld welke voorzieningen in aanmerking komen om op het programma te worden geplaatst. Dit vindt plaats op basis van het vaststellen van de sub-prioriteit. Bij hoofdprioriteit 1 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd om vast te stellen welke voorzieningen voor het plaatsen op het programma in aanmerking komen: a. als eerste die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie met herschikking van schoolgebouwen;
48
b. vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder herschikking van schoolgebouwen, en c. vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort aan lokalen bewegingsonderwijs en sportterreinen opheft.
49