CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

02-21RV070 Bijlage 2 Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd ZOU

Raad 14 december 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Norm opdrachtgeverschap jeugd10.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd De regiovisie op het Jeugdzorglandschap Regio Zuid Oost Utrecht

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd Regio Zuid Oost Utrecht

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd Regio Zuid Oost Utrecht

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd Regio Zuid Oost Utrecht

De regiovisie op het Jeugdzorglandschap Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd Regio Zuid Oost Utrecht

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd Regio Zuid Oost Utrecht

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd Regio Zuid Oost Utrecht

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ......................................................................................................................... 2 1. Voorwoord ........................................................................................................................... 3 2. De Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) Jeugd ................................................................ 5 2.1 Waarom een NvO? ......................................................................................................... 5 2.2 De totstandkoming van de NvO in regio ZOU ................................................................ 5 2.3 Governance .................................................................................................................... 6 2.4 Leeswijzer ....................................................................................................................... 6 3. De opgave van regio ZOU ..................................................................................................... 7 4. Governance .......................................................................................................................... 9 5. Jeugdzorg in regio ZOU: de huidige situatie ......................................................................

12 5.1 Het zorglandschap in regio ZOU................................................................................... 12 5.2 Het aanbod van zorg in regio ZOU ............................................................................... 14 5.3 Inkoop en bekostiging in regio ZOU ............................................................................. 15 5.4 Landelijke en regionale trends ..................................................................................... 16 5.5 Welke succesvolle stappen zijn reeds gezet? .............................................................. 20 5.6 Wat vraagt om verbetering? ........................................................................................ 24 6. Regionale Agenda voor de komende jaren ........................................................................ 27 6.1 De agenda .................................................................................................................... 27 6.2 Leidende principes bij uitvoering van de agenda ........................................................ 31 6.3 Randvoorwaarden bij uitvoering van de agenda ......................................................... 32 Bijlage 1: Samenvattend overzicht lokale, regionale en bovenregionale taken .................... 34 Bijlage 2: Overzicht belangrijkste (boven)regionale ontwikkelingen en documenten .......... 35

2

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

1. Voorwoord ‘Jeugdigen die vastlopen in hun ontwikkeling, die niet meer thuis kunnen wonen, vastlopen in het onderwijs of een verslaving en/of psychische problemen hebben. Soms groeien deze jongeren op bij ouder(s) die niet meer in staat zijn om hun eigen kind op te voeden, omdat zij zelf tal van problemen hebben. Als samenleving hebben we de verantwoordelijkheid om deze jongeren en gezinnen te helpen en mogen wij ze niet uit beeld laten verdwijnen.’ In dit document (de Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd) leest u wat onze regionale visie en inzet is voor deze jeugdigen. Onze inzet ligt in lijn met de landelijke ontwikkelingen zoals de hervormingsagenda en toekomstscenario jeugdbescherming. Dit doen wij samen met onze partners in de zorg en het onderwijs. De Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen vele partijen. Clientvertegenwoordigers, onderwijs, jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, lokale teams, adviesraden sociaal domein waren allen betrokken bij de totstandkoming van dit document. Naast de inhoudelijke opgave is ook opgenomen op welke manier de gemeenten binnen de jeugdhulpregio en bovenregionaal samenwerken.

Regionaal ligt er voor ons de opdracht om de komende jaren blijvend te investeren in jeugdzorg om de randvoorwaarden voor toegang, ketensamenwerking, inkoop, contractmanagement en monitoring verder te versterken. Ook blijven we met de Utrechtse jeugdhulpregio’s ons inzetten om de bescherming en ondersteuning voor de meeste kwetsbare jeugdigen zo goed mogelijk te organiseren. De afgelopen jaren hebben we als één van de 42 jeugdhulpregio’s in Nederland hard gewerkt om de zorg en ondersteuning voor gezinnen en jeugdigen in onze gemeenten zo goed mogelijk te organiseren. De uitspraak van de arbitragecommissie Jeugdzorg onderschrijft de moeilijke context waarbinnen dit heeft plaatsgevonden. We zijn verheugd op wat we samen met partners voor onze jonge inwoners hebben bereikt. Zonder de inzet van deze professionals was het niet gelukt om soms in moeilijke omstandigheden passende ondersteuning in te zetten. We onderkennen dat er ook nog verdere stappen gezet moeten worden. Die net als elke grote verandering, onzekerheden met zich meebrengen. Onzekerheden die erom vragen om intensief in te zetten op zowel leren en ontwikkelen als sturen. De ervaringen uit de afgelopen jaren geven vertrouwen dat wij, als jeugdhulpregio samen met partners de juiste resultaten blijven boeken voor kwetsbare jeugdigen en gezinnen die dit verdienen.

Namens de Bestuurstafel Sociaal Domein regio Zuid Oost Utrecht Mw. M. Bakker-Smit Wethouder gemeente De Bilt Mw. C. Broekhuis Bestuurlijk opdrachtgever Jeugd ZOU - Wethouder gemeente Utrechtse Heuvelrug

3

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

Mw. A. Dekker Wethouder gemeente Bunnik Mw. L. Hoogstraten Bestuurlijk opdrachtgever Passend Onderwijs ZOU - Wethouder gemeente Zeist Mw. W. Kosterman Voorzitter Bestuurstafel Sociaal Domein ZOU - Wethouder gemeente Wijk bij Duurstede

4

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

2. De Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) Jeugd 2.1 Waarom een NvO? Samenwerkende gemeenten in een jeugdzorgregio geven samen met regionale partners vorm aan de ambitie: kwalitatief goede zorg en ondersteuning voor inwoners die aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van jeugdigen, ouders en gezin én die betaalbaar is, nu en in de toekomst. Om die ambitie waar te maken zijn duurzame afspraken nodig tussen gemeenten. Op initiatief van de VNG is daarom besloten dat de gemeenten in elke jeugdzorgregio in 2021 een Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) Jeugd opstellen, waarin lange termijnafspraken over samenwerking binnen de jeugdzorgregio worden vastgelegdi. In de NvO worden afspraken vastgelegd over de gewenste inhoudelijke ontwikkeling van het zorglandschap, de vraag en het aanbod, de lokale toegang, de governance en de sturing & bekostigingii.

2.2 De totstandkoming van de NvO in regio ZOU De gemeenten Bunnik, de Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist stellen gezamenlijk, als jeugdhulpregio Zuid Oost Utrecht (ZOU), de NvO op. Bij het tot stand komen van de NvO zijn twee uitgangspunten gehanteerd: er moet aansluiting zijn met de afspraken vanuit het bestaande beleid en deze moeten breed gedragen zijn. Bij bestaand beleid is niet altijd een brede selectie van partijen betrokken geweest, ook is beleid (nog) niet altijd formeel vastgesteld door gemeenteraden. Wel is in 2019 de inkoopvisie Jeugdzorg en Wmo Begeleiding (2020-2025)iii vastgelegd. De NvO kan (voor het taakveld Jeugd) worden gezien als een verdieping c.q. actualisering van die Inkoopkoers. Voor de totstandkoming van de NvO is gekozen om vijf (digitale) themasessies te organiseren in de eerste helft van 2021 met een brede selectie aan partijen om input op te halen voor de NvO. Het gaat om onder andere veiligheidspartners, lokale teams, zorgaanbieders, het onderwijs, beleidsmedewerkers, inkoop- en contractmanagement en de adviesraden sociaal domein van de verschillende gemeenten. In de themasessies is met de deelnemers getoetst of beleid en de uitvoering juist, volledig en actueel is. Ook op de conceptversie van de NvO hebben belanghebbenden kunnen reageren.

Met het oog op het borgen van de NvO, zal de agenda die in hoofdstuk 6 is opgenomen elke twee jaar worden geüpdatet door het regionaal Beleidsteam Jeugd.

5

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

2.3 Governance Het onderwerp “governance” is expliciet onderdeel van de opdracht NvO vanuit de VNG. In dit onderdeel moeten de gemeenten die samen een jeugdzorgregio vormen weergeven welke meerjarige afspraken zij vastleggen over de organisatie van de regiofuncties, de samenwerkingsvorm formaliseren, de taakverdeling tussen de gemeenten en de regio uitwerken (incl. bestuurlijk besluit) en moet er één bestuurlijk aanspreekpunt worden benoemd die in- en extern kan optreden namens de regioii.

2.4 Leeswijzer In hoofdstuk 3 is de (maatschappelijke) opgave van regio ZOU opgenomen. In hoofdstuk 4 staan de afspraken die over de governance in de regio zijn gemaakt. In hoofdstuk 5 is weergegeven hoe de jeugdzorg in de huidige situatie is georganiseerd, welke stappen zijn gezet in de afgelopen jaren en wat verbeterpunten zijn. In hoofdstuk 6 is een agenda voor de komende jaren opgenomen, en zijn de leidende principes en benodigde randvoorwaarden voor uitvoering van de agenda uiteengezet. In bijlage 1 is een samenvattend overzicht weergeven van de verdeling van lokale, regionale en bovenregionale taken in de jeugdzorg van regio ZOU. In bijlage 2 is een overzicht weergeven van de belangrijkste (boven)regionale ontwikkelingen en documenten. In de NvO wordt gebruik gemaakt van voetnoten om de lezer te voorzien van extra informatie of uitleg. Eindnoten zijn gebruikt om te verwijzen naar de geraadpleegde (beleid)stukken en (beleid)rapporten.

6

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

3. De opgave van regio ZOU “Passende hulp voor het kind: Dichtbij, Op tijd, Afgestemd”, zo luidt de ondertitel van de Transformatieagenda Jeugd in regio ZOUiv. Het vat de opgave van regio ZOU bondig samen. Alle kinderen moeten gezond en veilig kunnen opgroeien, hun talenten ontwikkelen en naar vermogen participeren in de samenleving. Ouders en de omgeving van het gezin zoals school, buren en sportclub hebben hierin de eerste verantwoordelijkheid. De overheid komt in beeld als dit niet vanzelf of niet goed gaat en faciliteert een steeds beter jeugdstelsel van ondersteuning, zorg en veiligheid als dat nodig is. Het is de opgave van de regio ZOU om te zorgen voor een jeugdzorglandschap dat alle jeugdigen in de regio toegang geeft tot de juiste hulp wanneer dit nodig is, op basis van hun ondersteuningsbehoefte, zo dichtbij mogelijk aangeboden, met zo min mogelijk onderbrekingen. De opgave is te zorgen dat jeugdigen betere zorg krijgen, meer maatwerk, meer op hun situatie afgestemd, meer dichtbij en zoveel mogelijk in gezinssituaties. Zo krijgen jeugdigen met problemen op tijd goede en effectieve jeugdzorg, zodat ze veilig, gezond en kansrijk opgroeien. De komende jaren is de ambitie om nog meer kinderen thuis te laten opgroeien en het aandeel pleegzorg en gezinsgerichte verblijf ten opzichte van residentiële verblijfplekken te laten toenemen.

Wanneer uithuisplaatsing de best passende oplossing is, wil de regio zorgen dat de voorzieningen nadrukkelijker bijdragen aan wat voor kinderen en jongeren belangrijk is: veiligheid, ontwikkeling, regie, toekomstperspectief en gezinsgericht. De gemeenten die samen de regio ZOU vormen, werken nauw samen om invulling te geven aan de opgave. Dit doen we in nauwe samenwerking met partners om ons heen. Hierbij is het onderwijs een belangrijke partner omdat vroeg signalering op de scholen plaatsvindt en soms ook (preventieve) jeugdhulp in de school aanwezig is. De huidige context van de jeugdzorg, met een groeiend jeugdzorggebruikv en tekorten bij gemeenten door/bij uitvoering van de Jeugdwetvi, vormt hierbij een uitdaging. In de Transformatieagenda Jeugd 2018-2019 en Prioritering 2020 en verder, zijn drie speerpunten vastgesteld waarop de regio ZOU de afgelopen jaren heeft ingezet om invulling te geven aan de opdracht:

1. 2. 3.

Samenwerken met het gezin Innoveren van de jeugdzorg Leren en ontwikkelen in de regio

7

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

Terugkerende thema’s onder deze speerpunten zijn Zo Thuis Mogelijk, Veiligheid, Onderwijs en het versterken van de Lokale teams. Met betrekking tot Onderwijs zijn in het Actieprogramma Passend Onderwijs/Jeugdzorg specifiek de volgende aanvullende speerpunten geformuleerd: 1. 2. 3.

Doorgaande ontwikkelingslijn en vroegtijdige signalering Samenwerking in de ondersteuningsteams en vormgeving onderwijszorgarrangementen Geen enkel kind of jongere zit langer dan 4 weken thuis zonder een aanbod van passend onderwijs en/of zorg.

8

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

4.

4.1

Governance

Basis voor de samenwerking

De samenwerking tussen de vijf gemeenten in Zuidoost Utrecht is in de loop van de jaren organische gegroeid. Het heeft geleid tot een meerjarig programmaplan ‘Samen Sterk voor inwoners’. Dat programmaplan is in 2017 door de vijf colleges vastgesteld en beschrijft de hoofdlijnen, uitgangspunten, doelstellingen, organisatie en werkwijze van de samenwerking.1 Het programmaplan is niet in de tijd begrensd en fungeert als meerjarige paraplu van de regionale samenwerking.

De programmatische samenwerking betreft een netwerksamenwerking zonder rechtspersoonlijkheid. Besluitvorming vindt plaats binnen de bestaande kaders en het gegeven mandaat van de vijf colleges. Beslissingen die daar buiten vallen, kunnen in de netwerkstructuur worden voorbereid en afgestemd maar worden uiteindelijk, conform de in de gemeentewet vastgelegde rollen en verantwoordelijkheden, door de colleges of raden van de vijf gemeenten genomen. De hoofdlijnen van de samenwerking zijn vastgelegd in de door de vijf gemeenteraden eind 2019 vastgestelde Inkoopvisie Jeugdzorg en Wmo Begeleiding (2020-2025). Om gemeenteraden goed aangehaakt te houden bij de samenwerking, worden periodiek regionale raadsinformatie-avonden over inhoudelijke thema’s georganiseerd.

Op het moment van tot stand komen van deze Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd wordt het bestaande Programmaplan en de wijze van samenwerken opnieuw tegen het licht gehouden. Daar waar nodig zal het op basis van voortschrijdende inzichten op onderdelen worden geactualiseerd. Daarbij is en blijft de informele netwerkstructuur leidend. Het traject van het wetsvoorstel ‘Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen' wordt echter goed gevolgd. Mocht de wetgeving het alsnog noodzakelijk maken om de samenwerking vorm te geven in een Gemeenschappelijke Regeling (GR), dan kan de gelegde basis gebruikt worden voor deze volgende stap.

1 Behalve op het gebied van Jeugd strekt die samenwerking zich ook uit over andere onderdelen van het sociaal domeinen,

zoals Wmo en Participatiewet.

9

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

4.2

Aansturing van de samenwerking

De regio kent een Bestuurstafel ZOU die verantwoordelijk is voor de bestuurlijke borging van het programma . Dit overleg komt periodiek bijeen en bestaat uit de portefeuillehouders sociaal domein van de vijf gemeenten. Binnen de bestuurstafel zijn per aandachtsgebied (waaronder Jeugd) portefeuillehouders aangewezen die de regio in- en extern vertegenwoordigen, bijvoorbeeld in het bovenregionale Bestuurlijk Platform Jeugd. De voorzitter van de bestuurstafel is in algemene zin het aanspreekpunt dat extern kan optreden namens de regio. Er is frequent bestuurlijk en ambtelijk overleg met Utrecht Stad als account-houdende regio voor cruciale bovenregionaal werkende aanbieders. Binnen de algemene kaders van het Programmaplan en op basis van regionaal vastgestelde beleidsstukken (zoals deze NvO en voorheen de regionale Transformatieagenda Jeugd) worden jaarlijks plannen met een werkbegroting opgesteld en uitgevoerd. Een belangrijke rol daarbij is weggelegd voor de regionale programmamanager. Die is verantwoordelijk voor de uitvoering en realisering van de doelstellingen van het Programma en de jaarlijkse uitvoeringsplannen , legt verantwoording af aan de Bestuurstafel en aan het regionale Secretarissenoverleg. De programmamanager laat zich in meer tactische en operationele zin bijstaan door een Programmateam. Dit Programmateam is de ‘spin in het web’ van de regionale samenwerking.

Het bestaat uit integraal verantwoordelijke managers van de vijf gemeenten. Het is opdrachtgever van de regionale opgaven, coördineert de samenwerking, fourneert waar nodig ambtelijke capaciteit en fungeert als ambtelijk voorportaal van de Bestuurstafel. De inkoop- en contractmanager en een regionaal strategisch beleidsmedewerker maken als adviseur deel uit van dit team. Het ZOU- secretarissenoverleg staat iets meer op afstand en bewaakt de overall voortgang.

4.3 De ambtelijke samenwerking Hoewel de ZOU samenwerking geen formele rechtspersoonlijkheid kent, is het méér dan een los-vaste netwerksamenwerking. Voor een belangrijk deel is het inderdaad een netwerk, bestaande uit wisselende ambtenaren van de vijf gemeenten, die voor een deel van hun tijd (tijdelijk) samenwerken binnen projecten en specifieke opgaven maar verder zijn geworteld in het lokale werk. Dan gaat het vooral om het delen van kennis en gezamenlijke beleidsvoorbereiding in intergemeentelijke werkgroepen, bestuurlijke afstemming of strategievorming. Van structurele overdracht van taken en mensen van de gemeenten aan de regio is daarbij geen sprake. Dat ligt anders voor het regionaal Inkoop en contractmanagement. Daar geldt meer een integratiemodel, waarin de gemeenten hun ambtelijke capaciteit samen hebben gevoegd (in het Regionale Inkoop- en contractmanagement, gesitueerd in Zeist) en dat ook gezamenlijk betalen. Daarnaast zijn er nog enkele regionale functies die ook direct gekoppeld zijn aan het programma Samen sterk voor inwoners en daaruit gefinancierd worden: de programmamanager,

10

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

informatiemanager en een regionaal strategisch beleidsadviseur. Het intranet ‘sameninzou’ faciliteert de regionale samenwerking.

11

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

5. Jeugdzorg in regio ZOU: de huidige situatie

Er is de afgelopen jaren al veel samengewerkt, ontwikkeld en ondernomen om de in hoofdstuk 3 beschreven opgave waar te maken. In dit hoofdstuk wordt de huidige staat van de jeugdzorg in de regio ZOU geschetst. Door een weergave van de structuren waarin in de regio wordt samengewerkt rondom jeugdzorg wordt inzichtelijk gemaakt met welke stakeholders de regio te maken heeft op verschillende niveaus. Ook wordt met behulp van data weergegeven hoe de regio ZOU er op de thema’s Lokale teams, Zo thuis mogelijk, Veiligheid en Onderwijs voor staat in vergelijking met Nederland. Daarnaast wordt besproken welke stappen al zijn gezet op deze thema’s in de afgelopen jaren en wat nog kan verbeteren. Het onderwijs heeft een apart thema gekregen, maar het is goed om te beseffen dat de rol van het onderwijs ook in de andere thema’s van belang is.

5.1 Het zorglandschap in regio ZOU De regio werkt samen met tal van gecontracteerde en niet-gecontracteerde samenwerkingspartners in de uitvoering van de Jeugdwet: zij vormen het jeugdzorglandschap. Samenwerking met deze partners vindt op verschillende manieren plaats. De bestuurlijke basis voor de regionale samenwerking is neergelegd in de eind 2019 door de vijf gemeenteraden vastgestelde Inkoopkoers Sociaal Domein2. In algemene zin worden info en belangrijke stukken gedeeld op de website www.zorginZOU.nl en wordt een nieuwsbrief gedeeld met lokale teams, aanbieders en andere betrokkenen. Niveau van contractering: regionaal, bovenregionaal en lokaal De schaalgrootte van gemeenten maakt dat het voor een groot gedeelte van de zorg minder efficiënt is om deze als individuele gemeente te organiseren. De vijf gemeenten in de regio ZOU hebben daarom in de aanloop naar de decentralisaties besloten tot het gezamenlijk inrichten en uitvoeren van de inkoop en het contractmanagement vanuit de Jeugdwet. Het betreft de inkoop van specialistische zorg, meer specifiek ambulante hulp, gezinsgericht en overig verblijf en crisiszorg. Er is bewust gekozen voor het regionaal organiseren van deze specialistische zorg, zodat (blijvende) beschikbaarheid is geborgd.

Met de regio’s Lekstroom, Utrecht-West en Utrecht-Stad zijn daarnaast bovenregionale afspraken gemaakt over af- en ombouw van de essentiële functies3, waarvoor YEPH4 is

2 Voor afspraken over samenwerking met gecontracteerde zorgaanbieders zie ook: Beleidskader versterking en

professionalisering inkoop en contractmanagement 3 Jeugdzorgplus, klinische bedden GGZ en 3-milieuvoorzieningen 4 Samenwerkingsverband tussen Pluryn, Youké en ‘s-Heerenloo

12

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

gecontracteerdvii. De Utrechtse regio’s werken voor deze zorg samen, omdat dit de groep meest kwetsbare kinderen betreft en dit nodig is om (blijvende) beschikbaarheid te borgen. Voor forensische zorg wordt onderzocht of samen met omliggende regio's een contract kan worden afgesloten. Hoewel (boven)regionaal wordt samengewerkt, zijn en blijven individuele gemeenten (eind)verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van zorg en behouden ze hun jeugdzorgplicht op grond van de Jeugdwet. Daarnaast is het organiseren van de toegang een lokale verantwoordelijkheid. Hiervoor hebben de individuele gemeenten een lokaal team gecontracteerd met elk een eigen naam5, structuur en inrichting. Het lokale team kan ook (lichte) hulp en zorg bieden. Daarnaast wordt informele gezinsondersteuning lokaal gecontracteerd en is het inzetten van zorg zo dicht mogelijk bij jeugdigen een lokale verantwoordelijkheid. Hierbij wordt de zorg afgestemd op de cliënt en wordt wanneer nodig ook gewerkt met incidentele maatwerkcontracten. Toegang tot zorg in de regio ZOU: lokale teams, SVMN, huisartsen Als gevolg van de decentralisatie, met als doel zorg en ondersteuning dichtbij en passend bij de inwoner te organiseren, hebben lokale teams een cruciale rol gekregen in de toegang als verwijzer.

Regio ZOU is samen met vijf andere jeugdzorgregio’s (de 26 Utrechtse gemeenten) opdrachtgever van Samen Veilig Midden Nederland (SVMN). SVMN bestaat uit de gecertificeerde instelling (SAVE) en uit Veilig Thuis. SVMN is in de regio ZOU hoofdaannemer en heeft de onderaannemers William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Reclassering (WSSJBenR) en Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LJ&R) gecontracteerd. SVMN vormt samen met de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de 26 gemeenten in de provincie Utrecht het kader rondom Veiligheid. Door de vijf gemeenten van regio ZOU wordt lokaal nauw samengewerkt met de huisartsen. De gemeenten vullen dit op een eigen, passende wijze samen met huisartsen in. De ene gemeente heeft bijvoorbeeld een praktijkondersteuner bij de huisarts (POH Utrechtse Heuvelrug), de andere heeft een POH vanuit het wijkteam (Bunnik) en weer andere gemeenten hebben een diagnostisch team dat huisartsen ondersteunt en bijdraagt aan de kwaliteit van verwijzingen naar zowel vrij toegankelijke voorzieningen als jeugdzorgaanbieders (Wijk bij Duurstede, De Bilt). Onderwijs Het onderwijs is een belangrijke samenwerkingspartner, omdat kinderen en jongeren een groot deel van de dag en week op school zitten en omdat scholen een belangrijke signalerende functie hebben.

De regio ZOU werkt daarom samen met het Samenwerkingsverband ZOUT (Primair Onderwijs), het Samenwerkingsverband VO

5 CJG Zeist, CJG de Bilt, Stichting Binding (Wijk bij Duurstede), Sociale dorpteams (Utrechtse Heuvelrug), Centrum voor Elkaar

(Bunnik)

13

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

(Voortgezet Onderwijs), en uiteraard met alle scholen die hierbij zijn aangesloten. Daarnaast vallen drie basisscholen onder het reformatorisch samenwerkingsverband Berséba. Netwerken complexe casuïstiek In de verschillende jeugdzorgregio’s zijn (georganiseerde) netwerken ontstaan gericht op complexe casuïstiek: in regio ZOU is dit de doorbraaktafel jeugd en de doorbraaktafel Passend Onderwijs/thuiszitters. Hier worden complexe casussen besproken met betrokken partijen (o.a. jeugdigen en ouders) met het doel om wel een passende oplossing te vinden, in de praktijk te leren en te komen tot verbeteringen. Het lokale team, scholen, leerplichtambtenaren en jeugdgezondheidszorg (JGZ) kunnen een casus aanmelden. Het lokaal team is een vaste deelnemer aan de tafel. De provincies Flevoland en Utrecht geven samen invulling aan de landelijke opdracht om een expertisecentrum te ontwikkelenviii. Daarbij staat het duurzaam organiseren van zorg vanuit samenwerking met kinderen, jongeren, gezinnen en de aanbieder centraal. Sinds 2020 vindt in dit netwerk uitwisseling plaats tussen de onderlinge regio’s rondom complexe casuïstiek.

5.2 Het aanbod van zorg in regio ZOU Het uitgangspunt is om kinderen die intensieve of specialistische hulp nodig hebben, zo veel mogelijk “gewoon” te laten opgroeien door bij voorkeur de hulp en ondersteuning in te zetten binnen het eigen gezin of binnen een kleinschalige gezinsgerichte setting in de wijk of buurt. Daarbij geldt het principe: “geen kind de regio uit, tenzij…”. Dat betekent dat een breed en specialistisch aanbod van hulp (met en zonder verblijf) en ondersteuning nodig is dat tijdig en dicht bij ouders en jeugdigen ingezet kan worden, op maat, en afgestemd op dat wat nodig is. Het huidige aanbod bestaat uit: • • • • • • •

Landelijke Transitie Arrangementen (LTA)6 Essentiële functies (Jeugdzorgplus, klinische bedden GGZ en 3-milieuvoorzieningen) Verblijf overig (woongroepen, locaties zelfstandigheidstraining) Jeugdbescherming en Jeugdreclassering vanuit SVMN Crisishulp Circa 120 pleeggezinnen (voltijd, deeltijd en crisis) en 12 gezinshuizen Kamers met Aandacht7

6

Het Landelijk Transitiearrangement (LTA) is een set aan afspraken die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) landelijk wordt gemaakt, met een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders, om er zeker van te zijn dat er een contractbasis is voor aanbieders met uitzonderlijk – zeer specialistisch - aanbod. 7 Kamers met Aandacht is een initiatief dat de uitstroom van jongeren uit de jeugdzorg bevordert door kamers te zoeken bij particulieren en deze te matchen met jongeren. De jongeren kunnen hier, met ambulante begeleiding en informele steun, geleidelijk de stap naar zelfstandigheid maken.

14

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

• • • • • • •

(gezins)Dagbehandeling Systeemgerichte ambulante hulp door zorgaanbieders (o.a. ST, MDFT, Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling) Ambulante hulp regulier Diverse informele partijen (o.a. Handje Helpen, Buurtgezinnen, Steunouder, Samen Oplopen) Diverse interventies door zorgaanbieders om (pleeg)ouders te ondersteunen (o.a. Nanny Plus, Video Interactie) Lichte opvoedondersteuning vanuit de lokale teams Onderwijszorgarrangementen, CJG op de diverse scholen aanwezig, korte lijnen met leerplicht en jeugdarts op scholen, jeugdhulp op school in diverse gemeenten

5.3 Inkoop en bekostiging in regio ZOU Er zijn drie landelijk vastgestelde vormen van bekostiging: taakgericht (lump sum), inspanningsgericht (PxQ) en resultaatgericht. Regio ZOU heeft gekozen voor taakgerichte bekostiging8 en inspanningsgerichte bekostiging9. De reden hiervoor is opgenomen in de inkoopkoers.ix Deze landelijk vastgestelde vormen gaan dus over de financiering van de zorg. Voor inwoners die zorg toegekend krijgen wordt een ondersteuningsplan gemaakt. In dit plan worden de doelen opgenomen waar tijdens de behandeling / begeleiding aan wordt gewerkt. Elke gemeente heeft vanuit de regionale inkooprondes (in 2021: Jeugd Verblijf, Ambulant & Respijtzorg, Crisis) zijn eigen raamovereenkomsten (die identiek zijn aan de andere raamovereenkomsten). Naast de raamovereenkomsten kunnen gemeenten incidentele maatwerkovereenkomsten afsluiten met aanbieders voor een cliënt, hiervoor zijn spelregels opgesteld.x

8 Bijvoorbeeld voor de Essentiële Functies en Jeugd Verblijf 9 Bijvoorbeeld voor Jeugd ambulant & respijtzorg

15

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

5.4 Landelijke en regionale trends Thema

Regionale en landelijke trends10 •

Lokale teams

Het aandeel in de geleverde zorg door Lokale teams ten opzichte van zorgaanbieders fluctueert over de jaren zowel in de regio ZOU als op landelijk niveau. .

Zorg vanuit lokale team (%) ten opzichte van totale zorg* 18,0% 16,0% 14,0% 12,0% 10,0% 8,0% 6,0% 4,0% 2,0% 0,0%

16,4% 14,1%

16,3% 14,8%

14,7% 12,9% 8,7%

2016

2017 Landelijk

2018

8,1%

2019

Regionaal

* overige zorg is uitgevoerd door zorgaanbieder • Meer jeugdzorgtrajecten worden samen of volgens plan beëindigd in regio ZOU. In 2016: 91,3%, in 2019: 94,7%. Ook landelijk is deze trend aanwezig.

Veiligheid

•

De instroom van cliënten per jaar in jeugdbescherming fluctueert in regio ZOU: tussen 2016 en 2018 nam deze toe, en in 2019 nam deze af. Ook landelijk fluctueert de instroom.

•

Uithuisplaatsingen binnen OTS of Voogdij neemt af (in absolute aantallen) in de regio ZOU: van 165 cliënten in 2016 naar 140 cliënten in 2019. Dit is een trend die ook landelijk zichtbaar is: het aantal cliënten nam af van 15.340 naar 13.390 cliënten.

•

Uithuisplaatsingen binnen OTS neemt af (in relatieve aantallen) in de regio ZOU: van 33% in 2016 naar 27% in 2019. Een zeer vergelijkbare trend is landelijk zichtbaar.

10 Regionale en landelijke trends zijn afkomstig uit het dashboard Zorg voor de Jeugd (landelijke actielijnen).

16

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

Uithuisplaatsing bij OTS (%) 35% 30%

33%

32%

32%

30%

29%

25%

27%

28% 27%

20% 15% 10% 5% 0% 2016

2017 Landelijk

Zo thuis mogelijk

2018

2019

Regionaal

•

Jeugdzorg met verblijf neemt af (in absolute aantallen) in regio ZOU: 460 cliënten in 2016 naar 400 cliënten in 2019. Deze trend is ook landelijk zichtbaar: van 43.790 naar 42.975 cliënten, maar is in regio ZOU sterker aanwezig. In de periode 2018-2020 is het aantal jeugdigen dat ambulante zorg ontvangt wel toegenomen in de regio ZOU: van 1435 naar 1713 cliënten.

•

Het aandeel jeugdzorg met verblijf van de totale jeugdzorg neemt af in de regio ZOU: van 11,3% in 2016 naar 8,8% in 2019. Dit is een trend die ook landelijk zichtbaar is: 11,2% naar 10%, maar is in regio ZOU sterker aanwezig.

17

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

•

Zowel het aandeel jeugdzorg zonder verblijf van de totale jeugdzorg neemt toe als het absolute aantal jeugdzorg zonder verblijf, landelijk van 88,8% (347.192) in 2016 naar 90% (386.775) in 2019, regionaal van 88,7% (3.611) in 2016 naar 91,2% (4.145) in 2019.

Aandeel Jeugdhulp zonder verblijf (%) ten opzichte van totale jeugdhulp* 91,5% 91,0% 90,5% 90,0% 89,5% 89,0% 88,5% 88,0% 87,5% 87,0%

91,2% 90,1%

90,0%

89,6% 88,8%

88,7%

89,8%

2016

2017

2018

88,7%

Landelijk

2019

Regionaal

* Rest percentage bestaat uit jeugdhulp met verblijf

Onderwijs

•

Zowel in de regio ZOU als landelijk is geen significante verschuiving van residentiële en gesloten plekken naar pleegzorg of gezinsgerichte vormen van verblijf in de periode 20162019.

•

Absoluut verzuim (geen inschrijving op een school) en langdurig relatief verzuim (wel een inschrijving op school) fluctueert (in absolute aantallen) op het landelijke niveau: van 5.101 in 2015-2016 naar 4.958 jeugdigen in 2018-2019; en van 4.287 in 2015-2016 naar 3.917 jeugdigen in 2018-2019.

•

In het (absolute) aantal 5a vrijstellingen zit een stijgende trend op het landelijke niveau: van 5.077 in 2014-2015 naar 6.022 in 2018-2019.

18

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

•

Zowel in de regio ZOU, als landelijk, is geen verschuiving van kinderen zonder inschrijving in het onderwijs naar wel een inschrijving in de periode 2017-2019. Wel zijn er in de regio ZOU relatief veel kinderen met jeugdhulp die geen inschrijving hebben: 3,6%. Dit is op het landelijke niveau: 2,4%.

Percentage kinderen met jeugdhulp ingeschreven in onderwijs t.o.v. leeftijdsgenoten zonder jeugdhulp* 99,0%

98,6%

98,6%

98,6%

98,6%

98,6%

98,6%

98,5% 98,0%

97,6%

97,6%

97,6%

97,5% 97,0% 96,5%

96,4%

96,4%

96,4%

96,0% 95,5% 95,0% 2017

2018

Landelijk met jeugdhulp

Landelijk zonder jeugdhulp

Regionaal met Jeugdhulp

Regionaal zonder jeugdhulp

2019

* Rest van percentage betreft niet ingeschreven kinderen.

Concluderend laten de cijfers zien dat jeugdzorg met verblijf afneemt in de regio ZOU, net als het aantal OTS. Dit is in lijn met de landelijke trend en een gewenste ontwikkeling. Het gebruik van ambulante jeugdhulp kent een toename. Dit is wenselijk wanneer de evenredig loopt met de afname van jeugdzorg met verblijf. Als de ambulante jeugdhulp meer toeneemt dan jeugdhulp met verblijf daalt, stijgt het algemene jeugdhulpgebruik. Dat is geen wenselijke ontwikkeling. Uit de cijfers blijkt dat absoluut en langdurig verzuim fluctueert. Ondanks deze ontwikkelingen is het nog steeds wenselijk om in te zetten op verdere afname hiervan. Een belangrijke taak hiervoor ligt bij de lokale teams. Zij hebben te maken met hoge werkdruk, veel casussen en een complex veld waarin men zich beweegt. Dit vraagt om continu aandacht voor vaardigheden/competenties die medewerkers nodig hebben om aan de vraag te voldoen.

19

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

5.5 Welke succesvolle stappen zijn reeds gezet? 1. Lokale teams De lokale teams vervullen een belangrijke rol in de toegang naar jeugdzorg, voeren regie en kunnen zelf (lichte) hulp en zorg bieden. Vanaf 2013 heeft er afstemming in de regio plaatsgevonden over de toekomstige doordecentralisatie en de inrichting van lokale teams. Vanaf 2018 is er steeds meer samenwerking tussen lokale teams in de regio en meer eenduidigheid in de visie, werkprocessen en ondersteuningsplannen. Elk team werkt met ZorgNed en digitalisering hiervan wordt regionaal opgepakt. Er is een regionaal beeld over competenties en vaardigheden binnen lokale teams, en trainen/opleiden/coachen wordt steeds meer regionaal opgepakt. Er bestaan verschillende type verschijningsvormen van de teams, omdat deze moet aansluiten op de lokale context. Tegelijkertijd dienen wezenlijke functies wel afgedekt te zijn. Er zijn inhoudelijke componenten waarmee alle lokale teams te maken hebben, ongeacht het type. Lokale teams zijn ingebed in de wijk en het verdere landschap van zorg- en ondersteuningsmogelijkheden (de sociale kaart). Daarom gaan de basisfunctiesxi van lokale teams over alle partijen in de sociale basis. De vijf basisfuncties zijn als volgt: 1. 2. 3. 4. 5.

Veilige leefomgeving Tijdig signaleren van de vraag Vindbare en toegankelijke hulp Handelen met een brede blik Leren en verbeteren

Om te faciliteren dat de lokale teams werken vanuit het principe “één gezin, één plan, één regisseur” is er een regionale werkwijze Coördinatie van Zorg opgesteld. Hiermee wordt invulling gegeven aan de regiefunctie (samen met de regiekaart) en zijn afspraken gemaakt over het gebruik en hanteren van de Verwijsindex. Er is een eenduidig ondersteuningsplan ontwikkeld. In algemene zin kan worden geconcludeerd dat de werkwijze van Coördinatie van Zorg in de regio ZOU goed aansluit op de vijf basisfuncties. Veilige leefomgeving - Veiligheid is als belangrijk terugkerend thema opgenomen in de werkwijze Coördinatie van Zorg. Hierin zijn afspraken gemaakt over het gebruik en hanteren van de Meldcode. Tijdig signaleren van de vraag - De wijze van inrichting van vroegsignalering en preventie verschilt per gemeente en kent een lokaal karakter. De samenwerking tussen lokale teams en huisartsen is de afgelopen jaren versterkt. Vindbare en toegankelijke hulp - Elk lokaal team in de regio ZOU heeft een website en elk lokaal team is fysiek open voor inwoners. In de regio ZOU is voor Verblijf het sterk wisselende aanbiedersveld ingeperkt door de nieuwe inkoop.

20

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

Handelen met een brede blik - Coördinatie van Zorg en het Afwegingskader Jeugdhulp helpen te bepalen waar een lokaal team zich wel en niet op moet richten en om zelfredzaamheid te borgen. Het Afwegingskader Jeugdhulp is een hulpmiddel om af te wegen of professionele hulp nodig is, en zo ja, vanuit welke wet deze hulp gefinancierd dient te worden. Samenwerkingsafspraken over de rolverdeling en inhoudelijke spelregels, gebaseerd op een gezamenlijke visie, met samenwerkingspartners zijn al op diverse onderwerpen ontwikkeld. Er wordt steeds meer expertise in het lokale team vanuit verschillende aanbieders ingevlogen voor de integrale vraagverheldering en ondersteuning. Leren en ontwikkelen - Alle lokale teams in de regio ZOU bieden zelf ook laagdrempelige ondersteuning. Op dit moment lopen er in Bunnik gesprekken over het maken van de beweging naar een team dat ook zelf meer laagdrempelige hulp zal bieden. Een trainingspool is opgericht om trainingen aan lokale teams te geven. Lokale teams zijn allemaal getraind in de werkwijze Coördinatie van Zorg; in de vaardigheden om regie te houden op en zich verantwoordelijk te voelen voor de ondersteuning en uitkomsten. Leren en verbeteren op beleidsniveau gebeurt door monitoring en sturingsinfo en het gezamenlijk bespreken van complexe casuïstiek. Het expertisenetwerk Flevoland/Utrecht dient om lessen met andere regio’s te delen.

In 2020 zijn de doorbraaktafels jeugd(hulp) en Passend Onderwijs samengevoegd en is de agenda op elkaar afgestemd. Tevens is de doorbraaktafel Passend Onderwijs beschikbaar gesteld in alle gemeenten. Van iedere jongere die wordt besproken in de doorbraaktafel vinden er sinds 2020 structureel evaluaties plaats. Daarnaast worden met medewerkers van de lokale teams, YEPH, SAVE en voorzitter van de doorbraaktafel rode draden van casussen besproken om te kijken waar verbetermogelijkheden liggenxii. 2. Veiligheid Sinds het najaar van 2020 is in elke gemeente van de regio ZOU een SAVE-medewerker op locatie bij het lokaal team gepositioneerd. Dit naar aanleiding van een succesvolle evaluatie van de pilot in de gemeenten de Bilt en Wijk bij Duurstede. Uit die evaluatie blijkt dat: • • •

Positioneren van een medewerker SAVE op locatie leidt tot een verstevigde samenwerking tussen medewerkers van het lokaal team en SAVE. Men eerder signaleert en sneller kan ingrijpen bij die kinderen / gezinnen waarbij het “vijf voor twaalf” is. Er meer begrip is voor en meer geleerd wordt van elkaars werkwijze.

Op provinciaal niveau in Utrecht zijn samenwerkingsafspraken gemaakt met SVMN. Deze afspraken zijn vertaald naar de lokale teams. Ook hebben er regionale sessies plaatsgevonden om afspraken te maken over de samenwerking binnen het gedwongen

21

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

kader. Deze afspraken zijn nog niet gereed, maar zullen naar verwachting in 2021 worden vastgelegd. Een lijn die ook in omliggende regio’s speelt is dat het lokale team in het vrijwillig kader de regie heeft bij veiligheidsissues. De “Stip op de Horizon”xiii is dat het lokale team in het vrijwillig kader de regie heeft en de GI in het gedwongen kader. Op dit moment is het zo dat de GI ook soms in het vrijwillig kader de regie heeft. Voor ouders en jongeren kan dit verwarrend zijn. Om dit te bereiken moeten lokale teams hierin geëquipeerd en getraind worden, omdat dit bepaalde vaardigheden vraagt. 3. Zo Thuis mogelijk Het “Project Versterken gezinsgerichte ondersteuning”xiv in de regio ZOU focust op het verstevigen van gezinshuiszorg, pleegzorg, informele gezinsondersteuning, systeemgerichte ambulante hulp en initiatieven als Kamers met Aandacht. In 2020 is onderzoek verricht om de knelpunten rondom gezinsgerichte ondersteuning in kaart te brengen. In 2021 vindt de implementatiefase van het project plaats, en wordt door de regio o.a. ingezet op het continueren, optimaliseren en borgen van Kamers met Aandacht, het vergroten van de bekendheid van rechten en plichten van pleegouders bij maatschappelijke instanties en de pleegouders zelf en het vergroten van de bekendheid met de sociale kaart van gezinshuizen en informele gezinsondersteuning bij verwijzers en aanbieders.

Samen met aanbieders wordt daarnaast vanuit de ontwikkelopdracht Jeugd Verblijf gewerkt aan het ontwikkelen van een werving- en communicatieaanpak voor gezinshuisouders, pleegouders en informele steunouders/gezinnen, het vormen van netwerken tussen pleegouders en gezinshuisouders, het opzetten van een Taskforce huisvesting/zorg, betere ondersteuning van pleegouders en het ontwikkelen van uitstroommogelijkheden. Vanuit de Essentiële Functies zijn in 2020 al de nodige stappen gezet. Zo zijn drie kleinschalige groepen opgezet op Valkenheide, en in Maarsbergen en is de formatie van jeugdzorgwerkers uitgebreid. Hierdoor is er meer aandacht voor de jeugdigen, kan er meer preventief gehandeld worden en zijn er meer vaste gezichten voor de jeugdige. Daarnaast zijn er twee onafhankelijke adviseurs vanuit het cliëntperspectief aan YEPH gekoppeld rondom de thema’s Leefklimaat op de verblijfsgroepen en Samenwerking in de keten. Tot slot vindt er ook een transformatie van de huisvesting van de jeugdzorgplus plaats en is er een stoplichtenmodel ontwikkeld ter bevordering van het stimuleren van uitstroommogelijkheden. De ontwikkelopdracht Verblijf, die door regio en verblijfsaanbieders gezamenlijk is opgesteld, omvat de acties die de komende jaren worden uitgevoerd.

De uitvoering van deze ontwikkelopdracht Jeugd Verblijf vraagt een investering die de komende jaren nodig is voor de noodzakelijke transformatie.

22

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

4. Onderwijs Om samenhangend beleid rondom Jeugdzorg en Onderwijs vanuit een gedeelde ambitie te schetsen hebben gemeenten en samenwerkingsverbanden in ZOU in 2018 een gezamenlijke visie, ambitie en bijbehorende uitgangspunten geformuleerdxv. In het realiseren van deze ambitie hebben de verschillende ketenpartners hun eigen rol en verantwoordelijkheden. Samenhangende beleidsplannen en een gedeelde ambitie zijn nodig om tot een integrale, effectieve en resultaatgerichte aanpak te komen. Gemeenten en samenwerkingsverbanden formuleerden een gezamenlijk denkkader van pedagogisch partnerschap: met de driehoek van ouders, scholen en gemeenten worden oplossingen gecreëerd. Hierbij wordt ingezet op preventie, integraal werken en het afbreken van schotten. Ook zijn vier speerpunten geschetst: -

Vroegtijdig signaleren van knelpunten in de doorgaande ontwikkelingslijn. Samenwerking in de ondersteuningsteams en vormgeving onderwijszorgarrangement. Het voorkomen van en het zorgen voor thuiszittende leerlingen. Het faciliteren van leerlingenvervoer en passende huisvesting voor onderwijsvoorzieningen.

De regio ZOU heeft de speerpunten uit deze gezamenlijke visie vertaald en geconcretiseerd in het Actieprogrammaxvi. Na een eerste versie in 2018, waarin een volledig actieprogramma op de vier speerpunten uit de gezamenlijke visie is opgenomen, is in 2019 in een tweede versie de prioritering op de thema’s “Doorgaande ontwikkelingslijn en vroegtijdige signalering” en “Samenwerking in de ondersteuningsteams en vormgeving onderwijszorgarrangementen” aangebracht. Vanuit de Transformatieagenda Jeugd en het actieprogramma Passend Onderwijs is In 2019 gestart met de Pilot “thuiszitters” in Utrechtse Heuvelrug, met als doel om het aantal thuiszitters terug te brengen naar 0. Dit door de gehele keten te laten samenwerken om knelpunten direct te verbeteren. Regionaal is in 2017 besloten dat elke gemeente uit de regio een pilot samenwerking Jeugdzorg en onderwijs zou starten. Samenwerking tussen lokale teams, leerplichtambtenaar, JGZ en het onderwijs is in de gemeenten – mede dankzij deze pilots – versterkt. Daarnaast wordt er rondom de MBO’s in U16 verband samengewerkt in het programma SchoolWerkt. Het SchoolWerkt-programma wordt elke vier jaar opnieuw vorm gegeven. Het meest recente programma (2020-2024) is gefocust op het zoveel mogelijk begeleiden van kwetsbare jongeren die dreigen uit te vallen, én hen te begeleiden op unieke padenxvii.

23

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

5.6 Wat vraagt om verbetering? De meeste kinderen en gezinnen krijgen de zorg en ondersteuning die nodig is. We zien in de praktijk ook dat dit in sommige gevallen niet altijd tijdig en passend plaatsvindt. De inzet is om juist voor deze kinderen en gezinnen ook de komende jaren structurele verbeteringen in de praktijk te realiseren. 1. Lokale teams Lokale teams vormen een spil in de hulp en ondersteuning aan inwoners en het bijbehorende zorglandschap. Het is van belang dat lokale teams met en naast ouders en jeugdigen gaan staan. Dit moet blijvende aandacht krijgen. Tegelijkertijd kampen lokale teams met een grote caseload en veel werkdruk. Ook is nog onduidelijk wat de precieze effecten van de Coronacrisis gaan zijn. In de praktijk is merkbaar dat de Coronacrisis directe gevolgen heeft voor de (ervaren) werkdruk bij de lokale teams. Het lukt nog onvoldoende om het brede scala aan kennis en vaardigheden die van lokale teams worden gevraagd, goed te borgen. Complexe casuïstiek slokt veel tijd op, waardoor soms te weinig aandacht uit kan gaan naar outreachend werken en preventie. In het signaleren staan lokale teams er niet alleen voor. Huisartsen hebben de afgelopen jaren steeds meer zicht op de ondersteuning die lokale teams in de regio ZOU kunnen bieden voor jeugdigen, en brengen de lokale teams steeds vaker onder de aandacht van inwoners als er hulp nodig is.

Door wachtlijsten bij de lokale teams komen inwoners soms toch weer bij de huisarts terecht. Ook jongerenwerkers weten goed wat er speelt in de wijk en kunnen vanuit hun rol vroegtijdig signaleren. Er vindt in sommige gemeenten nog onvoldoende afstemming plaats tussen lokale teams en jongerenwerkers rondom de signalen. De samenwerking tussen lokale teams en het onderwijs, is de afgelopen jaren versterkt. Hierdoor vindt ook meer discussie plaats over verantwoordelijkheden rondom het bieden van hulp aan jeugdigen. Tot slot zijn de ervaringen rondom bemoeizorg vanuit de jeugd-GGZ nog te beperkt in de regio ZOU. Bij de evaluatie van de doorbraaktafel Jeugd in het najaar van 2019 en in een bijeenkomst in het najaar 2020 met vertegenwoordigers van lokale teams, SAVE en YEPH is een aantal bevindingen gedaan met betrekking tot de samenwerking met de lokale teams en aanbieders. Zo kan de zichtbaarheid van de doorbraaktafels vergroot worden, kan de toegang tot de doorbraaktafel laagdrempeliger worden ingericht en moet er aandacht besteed worden aan de vraag in welke situaties de doorbraaktafel ingezet kan en moet worden. In de praktijk blijkt dat het organiseren op afstand van de lokale teams niet goed werkt. Het gaat in het jeugdzorglandschap om interactie, vertrouwen en elkaar kennen.

Het samen beslissen en samen oplopen met professionals van verschillende verantwoordelijkheden rondom een gezin wordt als meerwaarde gezien. Hierbij is het lokale team de spin in het web. De regio wil de beweging verder versterken dat professionals van aanbieders in het lokale team gepositioneerd worden om samen met

24

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

medewerkers van het lokaal team én ouder(s)/jeugdige te bepalen op welke manier de ondersteuning het best georganiseerd kan worden. Tot slot blijkt dat nog niet altijd voldoende gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot inzet van onafhankelijke cliëntondersteuning. 2. Veiligheid Lokale teams worden geacht steeds meer regie te nemen op het gebied van veiligheid. Maar medewerkers missen nog vaardigheden of zijn handelingsverlegen omdat veiligheid als een spannend onderwerp wordt gezien. In het preventief justitieel kader is men nog onvoldoende in staat om zelf de gewenste rol in te nemen. De verwachtingen over wat SAVE kan doen in het vrijwillig kader liggen nog te hoog. Waar de samenwerking tussen SAVE en lokale teams steeds beter wordt, door werkwijzen met elkaar af te stemmen, afspraken te maken en door de veranderagenda die SVMNxviii voert, wordt bij WSS JBenJR en LJ&R als onderaannemers van SVMN ervaren dat werkwijzen niet duidelijk en transparant zijn. In het gedwongen kader wordt nog te vaak naar hulp verwezen die door de regio ZOU niet is gecontracteerd, waardoor tijdrovende maatwerkcontracten moeten worden opgesteld. Ook worden lokale teams nog te weinig en te laat betrokken wanneer hulp die vanuit het gedwongen kader wordt ingezet, wordt afgeschaald of afgerond. Dit is van belang voor het lokale team om op een goede manier procesregie uit te kunnen voeren.

Tot slot kan nog winst worden behaald in terugplaatsingen vanuit de justitiële jeugdinrichting naar de gemeenten in de regio ZOU. 3. Zo Thuis Mogelijk Gemeenten in de regio ZOU dienen nog steviger in te zetten op normaliseren, oplossend vermogen op basis van eigen kracht, eigen netwerk, vrijwilligers en voorliggende voorzieningen. Toegang verlenen tot jeugdzorg is niet altijd de juiste oplossing. Wanneer ondersteuning, hulp of opvang regulier of in eigen netwerk kan worden opgevangen, wordt dat als wenselijk gezien. Samenwerking met de GGZ voor volwassenen komt nog onvoldoende van de grond. Psychische problematiek bij ouders is regelmatig de oorzaak voor het inzetten van jeugdhulp voor kinderen. Bovendien is er bij inzet van volwassen GGZ sprake van een risico dat ouders worden weerhouden om hun eigen problemen aan te pakken, omdat aanvullende therapieën niet allemaal uit de basisverzekering zijn gedekt. Met de keuze voor de knip tussen de segmenten verblijf en ambulant, behoeft een goede samenwerking tussen deze aanbieders blijvend aandacht. De regio ZOU beschikt nog over onvoldoende aanbod van - en te lange wachttijden voor - gezinshuizen, pleegzorg, aanbod rondom complexe echtscheidingen, aanbod voor jongeren met hechtingsproblematieken en aanbod voor jongeren van 16-23 die uitstromen uit verblijf. 4.

Onderwijs In april 2021 is door onderzoeksbureau Oberon een rapport opgeleverd over de samenwerking tussen het Onderwijs/Jeugdzorg in de regio ZOUxix. Een van de conclusies is dat het Actieprogramma Passend onderwijs en Jeugdhulp (bestaande uit ongeveer 60

25

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

acties) onuitvoerbaar is door een te grote hoeveelheid aan thema’s en ruimte laat voor interpretatie. De prioritering die in 2019 om die reden is aangebracht in het actieprogramma, is bij veel medewerkers onbekend. Partijen rondom Jeugdhulp en onderwijs kennen elkaar en weten elkaar op momenten ook te vinden, maar de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp is nog niet op orde. Aan het actieprogramma Passend Onderwijs is nog te weinig uitvoering gegeven. Het opzetten van een structuur aan werkgroepen en een stuurgroep is niet van de grond gekomen, waardoor het lastig is de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp te versterken. Er is onvoldoende duidelijkheid over de voortgang op de acties en over de zorgtrajecten van leerlingen. Hoewel in de gezamenlijke visie Jeugdhulp en Onderwijs wordt gesteld dat bekostiging nooit een probleem mag vormen bij het helpen van een jeugdige, blijkt uit de praktijk dat dit een knelpunt is. Door gelimiteerde middelen is er discussie over de onderlinge afspraken betreffende het financieren van de zorg. Dit resulteert soms in het uitblijven van zorg en het onnodig thuiszitten van een leerling.

Betreffende de samenwerking met lokale teams, de samenwerkingsverbanden, School Ondersteuningsteam (SOT) in het PO en scholen, wordt ervaren dat scholen soms te vroeg aankloppen bij de lokale teams, terwijl de SOT-er de casus had kunnen opnemen, maar soms ook te laat waardoor er intensievere zorg nodig is. De afstemming tussen de taken van SOT en lokaal team kan beter. Scholen die speciaal (voorgezet) onderwijs bieden hebben door hun bovenregionale functie te maken met veel verschillenden gemeenten en zorgaanbieders. Bij de inzet van zorg op deze scholen worden hierdoor knelpunten ervaren. In het Oberonrapport worden ter verbetering van de samenwerking vijf werkzame factoren benoemd: 1. Consensus over de gedeelde visie. 2. Bevorderen van onderling vertrouwen. 3. Randvoorwaarden: Tijd creëren om te investeren in samenwerking. 4. Sterkere sturing op samenwerking. 5. Borging in beleid en bestuur. Bij elk van deze werkzame factoren is in het rapport genoemd waar kansen liggen om die te versterken.

26

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

6. Regionale Agenda voor de komende jaren In het voorgaande hoofdstuk zijn de stappen die regio ZOU de afgelopen jaren heeft gezet uiteengezet, en is in kaart gebracht waar nog verbetering mogelijk en nodig is. Om de opdracht rondom Jeugdhulp in de regio ZOU te behalen, is prioritering in de vorm van een agenda noodzakelijk. Onderstaande regionale agenda geeft weer wat de vijf gemeenten gezamenlijk de komende jaren minimaal gaan uitvoeren. Deze agenda is organisch en wordt elke twee jaar geüpdatet. Op de voortgang van de agenda wordt (bestuurlijk) gestuurd vanuit de bestuurstafel ZOU. Daarnaast is het van belang om op te merken dat iedere gemeente verantwoordelijk is om preventie lokaal te versterken. Hiervoor voeren de vijf gemeenten allen hun eigen acties uit. Indien nodig en gewenst vindt onderlinge uitwisseling plaats over het thema preventie.

6.1 De agenda 1. Lokale teams Doel: In 2024 blijkt uit cliëntervaringsonderzoek (CEO) dat inwoner tevreden is over hulp aan de lokale teams. Dit wordt met minimaal een 7 beoordeeld11. ▪

▪ ▪ ▪

De regio ZOU zet in op het zo adequaat mogelijk faciliteren en ondersteunen van de lokale teams, door vanuit de regio een trainingsprogramma en hulpmiddelen te ontwikkelen. Hierbij is aandacht voor fasering en de behoefte aan herhaling. Belangrijke thema’s waarvoor trainingen en hulpmiddelen worden ontwikkeld, zijn Coördinatie van Zorg, veiligheid, normaliseren, afspraken met samenwerkingspartners, de afbakening van de Jeugdhulp met andere wetgeving en preventie en outreachend werken. De regio ZOU zet in op het volledig implementeren en uitvoeren van de werkwijze Coördinatie van Zorg.12 De regio ZOU zet in op het stimuleren van lokale teams om inwoners te informeren over de mogelijkheden van onafhankelijke cliëntondersteuning. De regio ZOU zet blijvend in op het werken volgens de vijf basisfuncties door de lokale teams: veilige leefomgeving, tijdig signaleren van de vraag, vindbare en toegankelijke hulp, handelen met een brede blik, leren en verbeteren.

11 Zie Kwaliteit en toezicht Jeugd & Wmo | VNG 12 Zie 13. Coördinatie van zorg - Zorg In ZOU - Portal

27

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

2. Veiligheid Doel: In 2024 voeren de lokale teams procesregie in het vrijwillig kader zelf uit13 ▪

▪

▪

▪

De regio ZOU zet de komende jaren in op het faciliteren van lokale teams bij het bevorderen van (het vertrouwen in) vaardigheden, expertise en handelingsvermogen rondom veiligheid. Door in samenwerking met de SAVEmedewerker op locatie, focus aan te brengen op het overbrengen van vaardigheden naar de lokale-teammedewerkers en door een passend regionaal trainingsaanbod te ontwikkelen rondom veiligheid, dat gefaseerd en met aandacht voor herhaling aan lokale teams wordt aangeboden. Dit wordt uitgevoerd binnen de gezamenlijke visie die er bovenregionaal is op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Naast afspraken in het preventief justitieel kader worden afspraken gemaakt over samenwerking tussen GI´s en lokale teams in het gedwongen kader. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat er verwezen wordt naar niet-gecontracteerd aanbod, start de regio ZOU met een analyse op de huidige maatwerkcontracten die naar aanleiding van verwijzingen vanuit SAVE zijn aangegaan. In de afspraken zullen ook de afstemming tussen GI’s en lokale teams bij afschalen of afronden van zorg uit het gedwongen kader worden meegenomen. Uitgangspunt is ook dat medewerkers van lokale teams minimaal één jaar voor het 18de levensjaar meewerken aan het perspectiefplan. De regio ZOU zet de komende jaren in op een versterking van de samenwerking met WSS JBenJR en LJ&R als onderaannemers.

Voor alle huidige en toekomstige afspraken in het preventief justitieel kader en rondom de jeugdbeschermingstafel, wordt SVMN gevraagd deze extra en expliciet onder de aandacht te brengen bij hun onderaannemers. De voortgang van deze samenwerking wordt een vast onderdeel van kwartaalgesprekken met SVMN. Ontwikkelingen vanuit het landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming zullen de komende jaren de aandacht van de regio ZOU vragen. Naast de groter wordende rol voor de lokale teams zullen functies van de Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming worden samengebracht in Regionale Veiligheidsteams.

13 Hierin is de regio (deels) afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen in de jeugdbeschermingsketen, vanuit het

toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming.

28

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

3. Zo Thuis Mogelijk Doel: 3-10% reductie van het budget verblijf in 2024 ten opzichte van ingangsdatum contract 2022 (afhankelijk van scenariokeuze gemeenteraden)14 ▪

▪

▪

▪ ▪

De regio ZOU zet, vanuit de ontwikkelopdracht Verblijf, in op samenwerking tussen de jeugdhulp verblijf aanbieders met lokale teams, ambulante aanbieders en informele zorg, om zo niet-passend verblijf te voorkomen. Hiervoor is het noodzakelijk dat medewerkers van de jeugdhulpaanbieders binnen de lokale teams – gelijk aan SAVE op locatie – gepositioneerd worden. De regio ZOU versterkt en faciliteert, vanuit de ontwikkelopdracht Verblijf, gezinshuisouders en pleegouders. Deze vormen van hulp en zorg zijn nodig om, wanneer uithuisplaatsing niet te voorkomen is, jeugdigen zo gezinsgericht mogelijk te laten opgroeien. Het versterken en faciliteren gebeurt onder andere door het creëren van netwerken tussen pleegouders en gezinshuisouders waar onderlinge hulp, opvang en ondersteuning wordt geboden en door het ontwikkelen van een gezamenlijke wervingsaanpak. De regio ZOU stimuleert vanuit de ontwikkelopdracht Verblijf, andere initiatieven en beschikbaar aanbod om de door- en uitstroom te bevorderen, met name voor de leeftijdsgroep 16-20 jarigen die eraan toe zijn om een stap richting zelfstandigheid te maken. Hierin wordt ook een verbinding met de Wmo, maatschappelijke opvang/beschermd wonen, huisvesting en de participatiewet gemaakt. De regio ZOU zet met YEPH en de andere vier jeugdhulpregio’s in op de transformatie van de Essentiële Functies.

De regio ZOU zet in op versterking van de samenwerking met professionals rondom de volwassenenproblematiek vanuit de GGZ. Samen met zorgaanbieders en zorgverzekeraars gaat de regio ZOU op zoek naar manieren om hulpverlening aan gezinnen waar GGZ-problematiek speelt integraal op te pakken en te handelen vanuit de doorbraakgedachte.

4. Onderwijs Doel: Verder verbeteren van de samenwerking. ▪

De regio ZOU en het onderwijs zetten in op het herbevestigen van de gezamenlijke koers door te bespreken wat het belang is van de onderlinge samenwerking voor kinderen en jongeren in de regio en wat dat moet opleveren. De regio prioriteert in het actieprogramma en maakt onderscheid tussen wat lokaal en regionaal ingevuld en verantwoord moet worden.

14

Voor het einde van 2021 wordt een keuze gevraagd van de gemeenteraden voor de transformatie Jeugdhulp Verblijf. Dit vraagt een financiële investering. Afhankelijk van welke keuze de gemeenteraden kiezen, wordt bepaald hoe groot de reductie van het budget Jeugdhulp Verblijf wordt.

29

Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd

Regio Zuid Oost Utrecht

2019

▪

▪

▪

▪

▪

De regio ZOU en het onderwijs zetten samen in op het eenvoudiger en effectiever inrichten van de regionale samenwerkingsstructuur onderwijsjeugdhulp. De regio ZOU en het onderwijs zetten in op de scholen als de plaats waar hulp en ondersteuning geleverd wordt, via multidisciplinair werken. Het vormen van multidisciplinaire teams (zoals IB-ers, zorgcoördinatoren, samenwerkingsverband, leerplicht, lokaal team, jeugdgezondheidszorg) vraagt tijd en ruimte. Wanneer de hulp op school wordt geleverd vindt er ontmoeting plaats en leren zorg- en onderwijsprofessionals elkaar beter kennen. Dit kan ervoor zorgen dat leerlingen in goed overleg met ouders sneller passende hulp kunnen krijgen, er preventieve activiteiten kunnen worden georganiseerd, er genormaliseerd wordt, en de samenwerking meer vanzelfsprekend wordt. De regio ZOU en het onderwijs zetten in op het implementeren van het afwegingskader Jeugdhulp, dat lokale teams helpt bij het bepalen of een hulpvraag onder onderwijs, jeugdhulp of een ander wettelijk kader valt. Dit neemt niet weg dat er een grijs gebied blijft, omdat de wettelijke kaders niet geheel eenduidig zijn. De regio ZOU zet in op het ontschotten van budgetten en het bieden van een integrale aanpak door diverse lokale pilots voort te zetten en hier op regionaal niveau van elkaar in te leren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10789215/1