01B-22RV004 Bijlage 01B Archeologisch vooronderzoek
Tekst van het document
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[39]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Figuur 22. Illustratie van de A12 als regenboogroute met ontwerpprincipes voor de omgeving van de weg, 2004. (Projectbureau Regenboogroute A12).
Bij de verbreding in 2011 was het bureau Landschappartners betrokken voor de inpassing van de snelweg. De weg is aan de noordzijde onbeplant gebleven en biedt zo een fraai panorama op het oude ontginningslandschap van het Kromme Rijngebied en het groene erfgoed van Rijnwijk.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[40]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Figuur 23. Het plangebied op diverse topografische kaarten.
Historische topografische kaarten laten zien dat het gebied sinds midden 19 e eeuw met enkele kleine wijzigingen de tand des tijds heeft doorstaan. Er zijn beperkte verandering te zien in de afmetingen het
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[41]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
gebruik van enkele percelen. Met name bij station Driebergen-Zeist is de bebouwing toegenomen; ook ten zuiden van Zomerdijk is wat kleinschalige bebouwing ontstaan. Op basis van de informatie uit historische topografische kaarten kan worden geconstateerd dat er geen noemenswaardige verstoring heeft plaatsgevonden, behalve wellicht rond het station Driebergen-Zeist. Afgezien van de bouwkundige waarden die al eerder in dit rapport aan de orde zijn gekomen, bieden de lijst van rijksmonumenten en MIP-objecten nog enkele toevoegingen, die hieronder in tabel 6 kort worden samengevat. Bouwhistorische waarden
Nummer
Aard
Datering
Adres
rijksmonumenten
510261
Bijgebouw (bij landhuis)
1847
Tiendweg 5B
MIP-objecten
143837
Theekoepel
1850-1900
Odijkerweg 38A
143839
Woonhuis
1912
Odijkerweg 38B
143959
Jachtopzienerswoning
1865-1875
Tiendweg 5B
Tabel 6. Overzicht van in of direct aan het plangebied gelegen gewaardeerde bebouwing. 510261 en 143959 betreffen beide het jachthuis van Wulperhorst.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[42]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Figuur 24. Bouwkundige waarden in het plangebied.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[43]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
2.5 Zichtassen 2.5.1
Rijnwijk
Rijnwijk kende tot halverwege de negentiende eeuw een aantal prominente zichtassen die voortborduurden op enkele middeleeuwse structuren, waaronder de Tiendweg. In de negentiende eeuw zijn deze oudere assen deels aangepast en deels verwijderd. Alleen bij de spoorlijn zijn ze, mede vanwege de daar nog aanwezige beplanting, nog goed herkenbaar. De meer zuidelijk gelegen assen, waaronder de meest centrale die vanaf het hart van het omgrachte wooneiland tot aan de Kromme Rijn strekte, zijn niet meer herkenbaar. Vanwege hun ligging in het in het onderzoeksgebied zijn ze volledigheidshalve wel ingetekend als verdwenen assen. Eerder onderzoek toonde aan dat er in 1796 ook een zichtas op de toren van Amersfoort heeft bestaan. 36 Ook deze is als verdwenen zichtlijn ingetekend. De 19 e - eeuwse landschappelijke aanleg (gerealiseerd volgens kaarten tussen 1832-1850) bestond grotendeels uit een wandelbos met slingerpaden rondom een open veld, waardoor een aaneengesloten wandeling langs de oever van de Kromme Rijn mogelijk was. De oude as richting de Kromme Rijn werd hierbij getransformeerd naar een trechtervormig vista dat door bosranden werd begeleid en uitzag over het open veld. De rondwandeling langs de Kromme Rijn zal vanuit het zuiden zicht op het eiland met het huis hebben geboden. Van lange zichten over de andere delen van het plangebied lijkt op basis van de kaarten geen sprake.
Geraadpleegde bronnen: Tiendkaart Stoetwegen, 1701 Topografisch-Militaire Kaart, 1850 Topografische kaart, 1882 Actuele luchtfoto en veldbezoek
2.5.2
Wulperhorst
Voor Wulperhorst zijn de geïnventariseerde assen vergeleken met het werk van R. Blijdenstijn en Haver Droeze B.N.T. Haver Droeze heeft slechts 4 zichtassen getekend, exact loodrecht en dwars op de oriëntatie van het huis. Dit lijkt een wat beperkte interpretatie. De assen die Blijdenstijn heeft getekend komen meer overeen met de resultaten van dit onderzoek. De zichtassen zijn ontleend aan de tekening van Wulperhorst en Blikkenburg van 1910 (figuur 17) en historische luchtfoto’s van de RAF. Op beide zijn duidelijk onderbrekingen in de bomenrij aan de zuidkant van de tuin te zien. Of deze zichtlijnen ontworpen zijn of ontstaan, is niet geheel duidelijk. Aan de noordzijde is de onderbreking tegenwoordig deels dichtgegroeid. Geraadpleegde bronnen: Kaart van Wulperhorst, P. Huguenin, na 1782 Kaart van Wulperhorst en Blikkenburg 1910 Topografisch-Militaire Kaart, 1850 Historische luchtfoto’s RAF, 1944 Onderzoek R. Blijdenstijn (zoals opgenomen in Feijen, M. 2011) Onderzoek Haver Droeze BNT
36
Rhoen 2007, p. 19 en Blok e.a. 2012, pp. 25-26
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[44]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Actuele luchtfoto’s en veldbezoek AHN3
2.5.3
Blikkenburg
De aanleg van Blikkenburg kent tal van speelse, met name korte zichtlijnen. De lange zichtlijnen bevonden zich van oudsher aan de zuid-westzijde en boden zicht op de Tiendweg en het voorterrein van Wulperhorst. Het ontwerp van Zocher bevatte aan die kant meerdere smalle uitzichten tussen de vele beplantingsvakken door. Er zijn er vermoedelijk twee uitgevoerd in een wat bredere vorm, waarvan de westelijke het meeste intact is. De assen komen ongeveer overeen met de wijze waarop Blijdenstijn ze heeft ingetekend. Aan de oostzijde van de tuin is nog een andere relatief lange zichtlijn ingetekend. Geraadpleegde bronnen: Ontwerp K.D. Zocher voor Blikkenburg Topografisch-Militaire Kaart, 1850 Historische luchtfoto’s RAF, 1944 Onderzoek R. Blijdenstijn (zoals gepubliceerd in Feijen, M. 2011) Actuele luchtfoto’s en veldbezoek
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[45]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Figuur 25. Geïnventariseerde zichtassen.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[46]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
2.6 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik
Bos, boomgaard, weiland, bouwland, deels boerenerven en bebouwing
Hoogteligging maaiveld
1,65 tot 4,38 m +NAP, zie figuur 13.
Grondwatertrap of -stand
II, III, V VI en VII, zie figuur 26
Milieutechnische condities
Zie figuur 27
Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)
Alleen funderingen ter plaatse van huidige bebouwing.
Locatie en diepte van kabels/leidingen
Zie figuur 28
Tabel 7. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.
Figuur 26. Grondwatertrappen in het plangebied.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[47]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Figuur 27. Milieukundige situatie. Paars: voldoende onderzocht/gesaneerd; groen: starten sanering; blauw: onbekend.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[48]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Figuur 28. Kabels en leidingen (bron: KLIC).
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[49]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
2.7 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard
Veld zonnepanelen en windmolens
Omvang en diepte
Nog onbekend
Invloed op maaiveld en grondwater
Nog onbekend
Toekomstig gebruik
Deels veld zonnepanelen en windmolens, deels ongewijzigd.
Toekomstige gebruiker
Deels nog onbekend, deels ongewijzigd.
Tabel 8. De toekomstige situatie.
Het voorliggende bureauonderzoek is uitgevoerd in het kader van een verkenning voor de meest geschikte locaties voor de zonnepanelen en windmolens. Locaties van de geplande ingrepen zijn dus nog niet bekend en a fortiori geen details over omvang en diepte van eventuele ingrepen.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[50]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
3 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom – inclusief omvang en uiterlijke kenmerken – (diepte)ligging en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. Het oppervlak uit de Steentijd dagzoomt in het noordoosten en duikt westelijker onder de Holocene rivierafzettingen, alwaar de top geërodeerd zal zijn. Een begrenzing tussen wel en niet geërodeerd is op dit moment niet bekend.
Waar de top van het Pleistoceen nog aanwezig is, is sprake van een doorlopende gradiënt vanaf de stuwwal ten oosten van het plangebied. Hier geldt een hoge verwachting voor de aanwezigheid van resten van tijdelijke kampementen uit het paleo- en mesolithicum. Dergelijke resten kenmerken zich door een spreiding van vuursteen- en houtskoolfragmenten en al dan niet verbrand bot en beslaan oppervlaktes van enkele tientallen tot honderden vierkante meters. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mensen. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Het plangebied kenmerkt zich door de ligging in een holoceen rivierenlandschap, tegen een pleistoceen zandlandschap aan (en daaroverheen). Hierdoor worden archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers verwacht in het oosten en westen van het plangebied. In het westen is sprake van zavelige en bewoonbare rivierafzettingen en in het oosten van zandige en bewoonbare pleistocene zandafzettingen.
Daartussenin liggen – lager – kleiiger en slechter bewoonbare komafzettingen, die vrijwel zeker – gezien de zandtrajecten die in sonderingen zijn aangetroffen - zandafzettingen van de rivier en dekzand afdekken. Deze zandafzettingen liggen laag en zijn in een drassig milieu afgezet en waren derhalve slecht bewoonbaar. De stroomdraden die deze afzettingen gevormd hebben zijn nog zeer goed herkenbaar op de AHN (figuur 13).
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[51]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Uit de late middeleeuwen stammen enkele wegen – als ontginningsassen aangegeven op de gemeentelijke verwachtingskaart – waar een hoge verwachting geldt voor resten van bebouwing vanaf deze periode tot aan de tijd waaruit kaarten voor het plangebied beschikbaar zijn. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd vrijwel geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Zodoende worden in het plangebied op twee plekken archeologische resten van boerderijerven en landhuizen verwacht uit de periode nieuwe tijd: Rijnwijk en een erf iets ten oosten daarvan. Dergelijke vindplaatsen beslaan een enkele huisplaats tot een heel dorp in omvang en kenmerken zich door fragmenten (vuur/natuur/bak)steen, mortel, houtskool, verbrande leem, aardewerk, glas en al dan niet verbrand bot. Tweede Wereldoorlog Er zijn geen aanwijzingen dat zich in het plangebied resten van de inrichting van het terrein voor militaire doeleinden bevinden. De kans of overige uit deze periode resten is niet uit te sluiten. (Diepte)ligging In het oosten van het plangebied liggen dekzanden uit het Laat Pleistoceen direct aan het maaiveld. Het huidige maaiveld vormt zodoende al sinds het Laat Paleolithicum het loopvlak. Aangezien een jong afdekkend pakket deels ontbreekt, kunnen archeologische resten vanaf deze periode direct aan het maaiveld aanwezig zijn.
In het uiterste oosten is een plaggendek aanwezig van minimaal 50 cm dik. In het westen van het plangebied kunnen resten direct vanaf maaiveld worden aangetroffen. Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten aanwezig zijn is mogelijk sprake van een goede conservering van de archeologische resten in het uiterste oosten, waar een plaggendek aanwezig is. Op basis van de informatie uit historische topografische kaarten kan worden geconstateerd dat er geen noemenswaardige verstoring heeft plaatsgevonden, behalve wellicht rond het station Driebergen-Zeist. Ook de verstoring door kabels en leidingen lijkt zeer beperkt, uitgezonderd twee leidingzones in het westelijk deel van het plangbied.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[52]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
4 Conclusies en advies 4.1 Conclusie Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan: Archeologie
In het oosten van het plangebied kan sprake zijn van resten van tijdelijke kampementen uit het paleo– en mesolithicum. Verder westelijk is de top van het pleistocene landschap hoogstwaarschijnlijk geërodeerd door holocene rivieractiviteit, maar een exacte begrenzing hiervan kan niet worden gegeven.
In het westen en midden van het plangebied kan sprake zijn van resten van bewoning uit de periode neolithicum tot aan de 17 e eeuw. Het gaat het om bewoonbare rivierafzettingen aan maaiveld.
Door het midden van het plangebied loopt een strook laaggelegen, kleiige afzettingen waarvoor de archeologische verwachting laag is.
Op twee plekken in het plangebied is zeker sprake van resten van bebouwing uit de Nieuwe Tijd: Rijnwijk en een erf iets ten oosten daarvan.
Langs een aantal als ontginningsassen weergegeven stroken op de gemeentelijke verwachtingskaart is sprake van een verwachting op bewonings- en bebouwingsresten voor de periode vanaf de start van de ontginningen aan het begin van de late middeleeuwen tot de 17e eeuw.
Cultuurhistorie (zie voor inventarisatiekaart en waarderingskaart figuur 29 en figuur 30)
Er zijn in het plangebied twee landschapstypen te onderscheiden, die in oorsprong dateren uit de middeleeuwen. De stroomrugontginning van de Rumpst wordt gekenmerkt door een onregelmatige, blokvormige verkaveling die in de loop der tijd is ontstaan. De ontginningen van Vierhoeven en de Breul kenmerken zich juist door een hoge mate van regelmatigheid als gevolg van een planmatige ontginning in relatief korte tijd na de afdamming van de Kromme Rijn in 1122.
Uit de waardering van de landschapstypen blijkt het grootste deel van het plangebied positief tot hoog te scoren. De voormalige ontginning Vierhoeven is het best bewaard gebleven. Onlangs de doorsnijding van de snelweg is de oorspronkelijke indeling van deze ontginning nog in hoge mate herkenbaar en heeft dit landschapstype door de aanleg van landgoed Rijnwijk en de aanwezigheid van het historische land- en waterwegenpatroon een hoge zeggingskracht. Ook de ten westen daarvan gelegen ontginning Stoetwegen is hoog gewaardeerd, als goed herkenbaar voorbeeld van de ontginningen langs de Kromme Rijn. Het zuidelijkste stukje van Stoetwegen is door de aanleg van de snelweg echter verstoord en scoort daarom laag. De stroomrugontginning van de Rumpst is minder goed bewaard gebleven en scoort daarom positief. Door latere perceelsveranderingen, bosbouw en de aanleg van de snelweg is het oorspronkelijke landschapsbeeld met een onregelmatige blokverkaveling in beperkte mate bewaard gebleven. In het deel direct langs de Kromme Rijn is dit beeld wel bewaard gebleven en daarom scoort dat deel van de Rumpst hoog. Het stukje van de ontginning de Breul/Weerdorp in het noordoosten van het plangebied tenslotte scoort laag, omdat het oorspronkelijke landschapsbeeld hier nagenoeg geheel verdwenen is door perceelsveranderingen en bedrijfsbebouwing.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[53]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Uit de waardering van de landschapselementen blijkt eveneens dat de meeste structuren hoog en positief scoren. De Tiendweg en de oudste lanen bij Rijnwijk zijn de belangrijkste historische wegen, daarna volgen de 19 e – eeuwse wijzigingen en toevoeging van lanen in het gebied. De ouderdom van de waterwegen is meestal dusdanig dat ook deze in combinatie met een hoge mate van oorspronkelijkheid hoog scoren.
Diverse stroomruggen van de Kromme Rijn zijn nog als subtiele hoogteverschillen in het landschap aanwezig. Op sommige plekken zijn ze herkenbaar aan de onregelmatig gevormde sloten. Deze hoogteverschillen en sloten zijn waardevolle elementen die de landschapsgeschiedenis van het gebied inzichtelijk maken.
Uit de inventarisatie van gemeentelijke/rijksmonumenten blijkt dat in het onderzoeksgebied geen beschermde objecten liggen. De beschermde boerderij Zomerdijk (gemeentelijk monument) en het jachthuis van Wulperhorst (rijksmonument) liggen aan de grens van het plangebied en zijn derhalve wel aangegeven. Wel is een deel van het plangebied als Beschermde Structuur aangewezen door de Gemeente Zeist.
In het gebied liggen diverse (restanten van) historische zichtassen.
4.2 Advies Archeologie (zie voor advieskaart figuur 31) Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig aan te passen dat verstoring wordt voorkomen. Dat kan vanuit archeologisch perspectief door de geplande ingrepen te plannen buiten de zones waarvoor een advies voor vervolgonderzoek geldt. Indien planaanpassing niet mogelijk is, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek in de in figuur 31 aangegeven zones met een hoge verwachting. Een dergelijk vervolgonderzoek heeft tot doel de opbouw van de ondergrond, de bodemopbouw en/of bodemverstoringen gedetailleerd in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting worden getoetst en kunnen concrete gegevens worden verzameld over gaafheid en diepteligging van de verwachte archeologische resten.
In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Cultuurhistorie Het onderzoek naar de bovengrondse cultuurhistorische waarden in het gebied resulteert in een relatief positieve- en hoge waardering van de structuren in het gebied. De afweging om op deze locatie een zonneveld of windmolens te plaatsen, zal daarom met grote zorgvuldigheid gemaakt dienen te worden.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[54]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Uit het onderzoek naar de zichtassen kan geconcludeerd worden dat een redelijk groot deel van het gebied buiten deze assen ligt. Afhankelijk van de hoogte van eventuele windmolens is het echter mogelijk dat de kwaliteit van de beleving van de landgoederen alsnog zal afnemen. Bij de beslissing om energieparken in een cultuurhistorisch waardevol landschap aan te leggen, dienen volgens de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed de onderstaande onderwerpen afgewogen te worden. Voortbouwend op de resultaten van dit onderzoek is het mogelijk om hierop een eerste reflectie te geven. Hierbij dient opgemerkt te worden dat een nadere impactanalyse met visualisaties noodzakelijk is om het effect op de cultuurhistorische waarde van dit gebied volledig te kunnen te beoordelen. Aanbevolen wordt dan ook om in een eventuele vervolgfase hiervoor specialisten in te schakelen. - De dynamiek van het landschap (hoe snel het zich in de geschiedenis heeft ontwikkeld): een dynamisch landschap kan meer ‘hebben’. In het onderzoeksgebied is langs de randen sprake van dynamiek. De spoorlijn, Station DriebergenZeist en omgeving en de snelweg zijn relatief recente ingrepen die ook in de toekomst onderhevig zullen blijven aan modernisering en vernieuwing. De kern van het gebied kent grotendeels een lage dynamiek.
- De verhouding van de schaal van het project tot de schaal van het landschap; grootschalige projecten passen beter in rationele landschappen. Het gebied tussen de A12 en de spoorlijn is een relatief kleinschalig landschap. Dit zal beperkingen met zich brengen mee t.a.v. de grootte van een mogelijk energiepark. - De mate waarin een energiepark kan aansluiten op patronen en vormen in het landschap, zoals sloten; De kern van het gebied kenmerkt zich door zijn zuid-westelijke oriëntatie, die door sloten, perceelgrenzen en beplanting wordt benadrukt. Indien voor een energiepark gekozen wordt, is het aan te bevelen dit zodanig in te passen dat deze patronen worden versterkt. - De mate waarin het project een bijdrage kan leveren aan versterking van het landschap door bijvoorbeeld herstel van historische structuren; Vanuit cultuurhistorie geredeneerd kan hier gedacht kan worden aan (gedeeltelijk) herstel van de zichtassen van Rijnwijk, de wandelbosjes bij Rijnwijk en ten zuiden van het Jachthuis van Wulperhorst, of de oude Kromme Rijn-loop. - De iconische waarde van het ontwerp van een windmolenpark/zonnepark, dat soms op zichzelf een nieuwe kwaliteit kan vormen; De hierbij door de RCE gehanteerde voorbeelden betreffen ‘grote gebaren’ zoals een formatie van een groot aantal windmolens of bijvoorbeeld het benadrukken van reliëf in een gebied d.m.v. zonnepanelen.
Dit lijkt voor het plangebied niet kansrijk. - De mate waarin alternatieve vormen van opwekking al dan niet haalbaar zijn. Hiervoor wordt verwezen naar de door Gemeente Zeist reeds uitgevoerde onderzoeken. De toelichting en voorbeelden die de RCE hanteert bij de bovenstaande lijst van afwegingspunten, zijn via deze link te downloaden: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/energie-enlandschap/documenten/publicaties/2018/01/01/ruimte-voor-energie-en-erfgoed.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[55]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Het project Zomereiken in Groenlo kan als inspiratie dienen waarbij (permanent) herstel van erfgoed samengaat met de aanleg van een zonnepark. Zie hiervoor de volgende link: https://ruimtelijkeplannen.oostgelre.nl/NL.IMRO.1586.PBBUI2025-/NL.IMRO.1586.PBBUI2025OW01/b_NL.IMRO.1586.PBBUI2025-OW01_tb6.pdf.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[56]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
30. Cultuurhistorische inventarisatiekaart. waarderingskaart. Figuur 29.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[57]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Figuur 31. Advieskaart archeologie: het plangebied geprojecteerd op het AHN (zwart is hoog, wit is laag) en de bodemkaart (zie figuur 8). Advies voor vervolgonderzoek geldt voor de wit gearceerde gebieden, te weten hooggelegen afzettingen met een zandig of zavelig karakter en erven die in het verleden bebouwd zijn geweest of bebouwd konden zijn, namelijk de als ontginningsas geregistreerde gebieden. Voor laaggelegen, kleiige afzettingen buiten die (mogelijk) bebouwde erven geldt dit advies niet.
4.3 Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Zeist, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[58]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Literatuur Benthem, A. van, 2019. Abbinglocatie, Odijkerweg 132 – 134 Gemeente Zeist. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. ADC-rapport 5061. Berendsen, H.J.A., 1982. De genese van het landschap in het zuiden van de provincie Utrecht: een fysisch-geografische studie. Utrechtse Geografische Studies (UGS) 25. Utrecht. Blijdenstijn, Roland, 2005. Tastbare tijd: cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht. Amsterdam. Blok, E.M.J., L. Fokkema & C. Brouwer, 2012. Herstelplan De Breul Zeist. Eindrapport. SB4, Wageningen. Brokke, A. J., 2012. Archeologisch verkennend booronderzoek (IVO-O), fase 1 en 2, Stationsgebied Driebergen Zeist. Arcadis-rapport (niet in Archis of Dans Easy aanwezig). Brombacher, A.A., W. Hoogendoorn, 1997. Aardkundige waarden in de provincie Utrecht. Utrecht. Dijksterhuis, R., 1984. Spoorwegtracering en stedebouw in Nederland, historische analyse van een wisselwerking de eerste eeuw, 1840-1940. Proefschrift Technische Hogeschool Delft, Delft. Groningen, C. van, 1999. De Utrechtse heuvelrug. De Stichtse Lustwarande. Buitens in het groen. Waanders Uitgevers / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist. Feijen, M., Beheerplan Schoonoord, De Bunzing, Blikkenburg en Wulperhorst 2011-2021. Het Utrechts Landschap, De Bilt. Haver Droeze, D., 2018. Wulperhorst Zeist. Tuin cultuurhistorische waardestelling.
Adviesbureau Haver Droeze B.N.T., Amersfoort. IJsselstijn, M. & M. Kruidenier, 2012. Zeist. Geschiedenis en Architectuur. Kerkebosch, Zeist. Jansen, B. & J.H.M. van Eijk, 2002. A12 Utrecht-Veenendaal; een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-rapport 781. Amsterdam. Kiestra, E., 1993. De bodemgesteldheid van het herinrichtingsgebied Groenraven-Oost, resultaten van een bodemgeografisch onderzoek. DLO-Staring Centrum Rapport 249, Wageningen. (geraadpleegd via https://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/459122) Koomen, A.J.M. & G.J. Maas, 2004. Geomorfologische kaart Nederland (GKN). Achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand. Alterra-rapport 1039. Wageningen. Kruidhof, C.N. & B. Jansen, 2004. Verbreding A12 Utrecht-Maarsbergen: archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP-rapport 1106. Amsterdam. Marinelli, M.G., 1997. Provincie Utrecht: herinrichting Groenraven-Oost: karterend en waarderend archeologisch onderzoek. RAAP-rapport 277. Amsterdam. Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat e.a., 2004. De koers voor het routeontwerp: perspectieven voor het routeontwerp van snelwegen op basis van de Regenboogroute A12: eindrapport. Publicatienummer DWW-2004-079. Rhoen, R.P.M., 2007.
‘Van de hofstede Hoog Kanje tot de buitenplaats de Breul’ in Seijst: bulletin ter bevordering van de kennis van de geschiedenis van Zeist, jaargang 37. SIKB, 2016. Beoordelingsrichtlijn Archeologie. BRL SIKB 4000. SIKB, Gouda. Tol, A.J., 2008. Onderzoeksgebied Bloemenheuvel, gemeente Driebergen-Rijsenburg: archeologisch onderzoek: een opgraving. RAAP-rapport 1634. Weesp. Volkers, K., 2011. Zeist door de Tijd. Een cultuurhistorische atlas. Stokerkade, Amsterdam.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[59]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht. z.a., 1961. De verdroging in het Kromme Rijngebied. Rapport van de provinciale commissie hydrologisch onderzoek Kromme Rijn-gebied.
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[60]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuren: Figuur 1. Aanduiding plangebied. Inzet: ligging in Nederland (ster).
8
Figuur 2. Het plangebied op de gemeentelijke beleidsadvieskaart. Donkergroen: hoge verwachting; lichtgroen: middelhoge verwachting; geel: lage verwachting; roodomrand: bekend archeologisch terrein.
9
Figuur 3. Het plangebied op de onderliggende archeologische verwachtingskaart. Donkerrood: hoge verwachting voor alle perioden; donkergroen: hoge verwachting voor de ontginningsperiode; lichtgroen: middelhoge verwachting uit periode vanaf de ontginning; geel: lage verwachting voor alle perioden; grijs: verstoringen.
9
Figuur 4. Het plangebied op de geologische kaart. In de noordoosthoek is ondoorzichtig een tweede kaart weergegeven: de kaart van pleistocene afzettingen, die iets afwijkt van de Geologische Kaart (Kaart Pleistocene Afzettingen: grijs: onafgedekt; blauw: rivierafzetting; oranje: cultuurdek; geel: stuifzand).
16
Figuur 5. Het plangebied op de paleogeografische reconstructie van de Rijn-Maasdelta. Stroomgordels: 397: Kromme Rijn tot in de Romeinse Tijd; 85: Kromme Rijn; 181: Werkhoven (Cohen, 2012).
17
Figuur 6. Het plangebied op de geomorfologische kaart.
18
Figuur 7. Het plangebied op de morfogenetische kaart van zuidelijk Utrecht (bron: Berendsen, 1982).
19
Figuur 8. Het plangebied op de bodemkaart.
20
Figuur 9. Het westelijk deel van het plangebied (blauw) geprojecteerd op een bodemkartering uit 1961. Rood: grof- en fijnzandige gronden; geel: lichte komgronden; oranje en beige: overgangsgronden tussen deze beiden; gearceerd: dal van de Kromme Rijn.
21
Figuur 10. Gedetailleerde bodemkaart van het plangebied (rood). Lichtblauw en lichtgroen: poldervaaggronden; groen tot geel: ooivaaggronden; geel: blauw: oude rivierarmen (Bron: Kiestra, 1993).
22
Figuur 11. Archeologische waarnemingen en terreinen rond het plangebied.
24
Figuur 12. Eerder uitgevoerd archeologisch veldonderzoek.
26
Figuur 13. Verschillende oude meanders van de Kromme Rijn zijn nog te herkennen op deze uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland.
29
Figuur 14. Ontginningen Kattenbroek, Stoetwegen en Vierhoeven (bewerkt naar Dekker 1983).
30
Figuur 15. Tiendkaart van Stoetwegen uit 1701 (Het Utrechts Archief). De landgoederen Rijnwijk en Wulperhorst nemen een prominente plaats in het landschap in. De grenzen tussen de tiendblokken zijn in donkerrood aangegeven.
31
Figuur 16. De formele aanleg van Wulperhorst op de kaart gemaakt door P. Huguenin, na 1782. In deze eeuw werd Wulperhorst uitgebreid in zuidwest- en zuidoostelijke richting. (Zeister Historisch Genootschap)
32
Figuur 17. Kaart uit 1910 met de landschappelijke aanleg van Wulperhorst gedeeltelijk te zien (Zeister Historisch Genootschap; het noorden ligt rechtsonder).
33
Figuur 18. Ontwerp van J.D. Zocher (1831) voor het gebied tussen Slot Zeist (links), Blikkenburg (boven) en Wulperhorst (rechts). (RCE) Figuur 19. Ontwerp van K.G. Zocher voor Blikkenburg, 1852. (Gemeentearchief Zeist).
34 35
Figuur 20. Gezicht op de voorgevel van het omgrachte huis Rijnwijk (135424, collectie Utrechts Archief).
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
37
[61]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Figuur 21. Het plangebied op de kadastrale minuutplan uit 1832.
38
Figuur 22. Illustratie van de A12 als regenboogroute met ontwerpprincipes voor de omgeving van de weg, 2004. (Projectbureau Regenboogroute A12).
40
Figuur 23. Het plangebied op diverse topografische kaarten.
41
Figuur 24. Bouwkundige waarden in het plangebied.
43
Figuur 25. Geïnventariseerde zichtassen.
46
Figuur 26. Grondwatertrappen in het plangebied.
47
Figuur 27. Milieukundige situatie. Paars: voldoende onderzocht/gesaneerd; groen: starten sanering; blauw: onbekend.
48
Figuur 28. Kabels en leidingen (bron: KLIC).
49
Figuur 29. Cultuurhistorische inventarisatiekaart.
57
Figuur 30. Cultuurhistorische waarderingskaart.
57
Figuur 31. Advieskaart archeologie: het plangebied geprojecteerd op het AHN (zwart is hoog, wit is laag) en de bodemkaart (zie figuur 8). Advies voor vervolgonderzoek geldt voor de wit gearceerde gebieden, te weten hooggelegen afzettingen met een zandig of zavelig karakter en erven die in het verleden bebouwd zijn geweest of bebouwd konden zijn, namelijk de als ontginningsas geregistreerde gebieden. Voor laaggelegen, kleiige afzettingen buiten die (mogelijk) bebouwde erven geldt dit advies niet.
58
Tabellen: Tabel 1. Administratieve gegevens.
10
Tabel 2. Overzicht van geraadpleegde geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.
15
Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.
23
Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische monumenten en archeologische vondstlocaties in en rond het plangebied.
23
Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch veldonderzoek in en rond het plangebied.
25
Tabel 6. Overzicht van in of direct aan het plangebied gelegen gewaardeerde bebouwing. 510261 en 143959 betreffen beide het jachthuis van Wulperhorst.
42
Tabel 7. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.
47
Tabel 8. De toekomstige situatie.
50
Bijlagen: Bijlage 1. Tijdschaal Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen Bijlage 3. Waarderingssystematiek cultuurhistorische landschapstypen, -elementen en bouwkunst
RAAP-rapport 5192 / versie 09-11-2021
[62]
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Bijlage 1. Tijdschaal
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Bijlage 2. Motivatie geraadpleegde bronnen
Geologische kaart van NL
X
Geomorfologische kaart van NL
X
Gedetailleerde bodemkaarten
X
DINO
X
Gegevens milieukundig bodemonderzoek
X
Actueel Hoogtebestand Nederland
X
Lucht- en satellietfoto’s
X
Topografische kaart van Nederland
X
Oud(st)e kadasterkaarten
X
Historische kaarten van Nederland
X
Beeldmateriaal bouwhistorie Archeologische en cultuurhistorische rapportages
X X
Archieven (RAAP)
X
Eigenaar en gebruiker
X
AMK
X
ARCHIS
X
CMA
X
CAA
X
CHW
X
Literatuur (arch./aardwet/hist.geog./cultuurh.)
X
Gebiedsgerichte specialisten
X
Amateurarcheologen Gemeentelijke waarden- of verwachtingskaart Archeologisch depot
X X X
Opmerking
Bevat geen (nieuwe) relevante informatie
X
Niet beschikbaar voor dit plan-/onderzoeksgebied
Bodemkaart van NL
Geraadpleegd, niet afgebeeld
Bron
Geraadpleegd en afgebeeld/beschreven
LS03 en LS04, motivatie voor de keuze van de geraadpleegde bronnen (X indien van toepassing)
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Bijlage 3. Waarderingssystematiek cultuurhistorische landschapstypen, -elementen en bouwkunst Landschapstypen Voor de inventarisatie en waardering van het historisch cultuurlandschap in het plangebied is een indeling in landschapstypen opgesteld. Voor de waardering van de landschapstypen is gelet op de volgende drie criteria, waarbij de situatie van 1832 (volgens de kadastrale minuutplans) als uitgangspunt (‘nulmeting’) is genomen: A) Verandering van de topografische structuur (weging 30%): In hoeverre is het landschap sinds 1832 veranderd wat betreft perceelsindeling, perceelsgrenzen, sloten- en wegenpatroon? B) Verandering van de verticale elementen in het landschap (weging 30%): In hoeverre is het landschap sinds 1832 veranderd wat betreft de (spreiding van) verticale elementen in het landschap (bos, houtwallen, bebouwing)? C) Bijzondere kenmerken van het landschap (weging 40%): Dit criterium staat voor de aanwezigheid van een bijzondere waarde die niet in de veranderingscriteria is te vangen (zeldzaamheid, historische zeggingskracht van een gebied, aanwezigheid bijzondere fenomenen, ensemblewaarde met gebouwen of andere elementen in het landschap). Op elk criterium wordt een score van 1, 2 of 3 punten toegekend. De betekenis van deze scores is als volgt: 1: Basiswaarde.
Het historisch landschap is nog te herkennen, maar er is een beperkte mate van historische zeggingskracht. Verstoringen (door bijvoorbeeld toename bebouwing, vervaging van kavelstructuren, nieuwe infrastructuur) treden op de voorgrond. 2: Positieve waarde. Landschap lijkt op situatie omstreeks 1832 en heeft historische zeggingskracht, die echter wordt verminderd door enige verstoringen door bijvoorbeeld toename bebouwing, vervaging van kavelstructuren, nieuwe infrastructuur. 3: Hoge waarde. Het landschap lijkt sterk op de situatie omstreeks 1832 en heeft een hoge zeggingskracht. Verstoringen hebben slechts beperkte invloed op het landschapsbeeld. Ook op nationale schaal is sprake van een bijzonder en zeldzaam landschap.
Landschapselementen Voor het waarderen van de landschapselementen (in de categorieën landwegen en waterlopen) is per categorie een drietal waarderingscriteria gehanteerd met een score op een schaal van 1-3, die hieronder nader wordt toegelicht. Landwegen: Ouderdom (weging 60%): 1: 1882 – 1950, 2: 1832-1882, 3: voor 1832 Profiel (weging 20%): 1: sterk verbreed, 2: licht verbreed, 3: ongewijzigd Materialisering (weging 20%): 1: geasfalteerd/moderne klinkers, 2: halfverhard/passende klinkerbestrating, 3: ongewijzigd
A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek
Waterlopen: Ouderdom (weging 60%): 1: 1882 – 1950, 2: 1832-1882, 3: voor 1832 Profiel (weging 20%): 1: historische waterkering/beschoeiing niet meer aanwezig, 2: historische waterkering/beschoeiing aan een van beide zijden nog intact, 3: historische waterkeringen/beschoeiingen ongewijzigd Wel/geen historisch opgaand groen (weging 20%): 1: beplanting (grotendeels) verdwenen, 2: beperkt verdwenen of historisch niet beplant, tegenwoordig wel, 3: ongewijzigd
Bouwkunst Voor de waardering van de bouwkunst is uitgegaan van de bestaande monumentenlijsten: Rijks- en gemeentelijke monumenten.