CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-Inspreektekst werkgroep Nat Zeist-West

Overige evenementen 4 maart 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Deelnemers Ronde Tafel10.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Couwenhoven 4612, 3703 EM Zeist. Telefoon 030-6958618; e-mail: werkgroep@natuurlijkzeist-west.nl

Inspreektekst Ronde Tafel Klimaatbestendig Zeist 4 maart 2021

Geachte raadsleden,

Wij zijn blij dat dit onderwerp goede aandacht krijgt. Het voorstel roept op sommige punten vragen op. Maar allereerst dank voor de gelegenheid voor overleg in de voorfase. Wij vinden echter dit onderwerp echt ook in een algemene inspraakronde voor elke Zeistenaar hoort. Velen zich hierbij zeer betrokken. De gemeente onthoudt hen de mogelijkheid hierin mee te denken en mee te werken. De gemeentelijke Adviescommissie Milieukwaliteit en Leefomgeving vraagt naar de borging (niet afhankelijk van een enthousiaste projectleider) en in punt 4 naar duidelijke, meer gebiedsgerichte doelen. Wij gaan aan het eind als het mag van de voorzitter nader in op deze punten. Onze Werkgroep en onze leden werken enthousiast mee in vergroenende duurzaamheidsprojecten zoals Steenbreek en Heuvelrugtuinen. Goed dat de gemeente deze projecten kent. Evenals de Duurzame Daken, een goed burgerinitatief. Maar vrijwilligheid werkt niet voldoende. Want als ik om mij heen kijk, zie ik nog steeds tuinen behoorlijk verhard worden. Het zou ook goed zijn als de gemeente met duidelijke normen komt, zoals het beperken van verharden van tuinen en de plicht tot groen houden van een deel van je tuin (niet alleen grind dus). Misschien eerst als dringend advies, maar toch op termijn in bestemmingsplannen. Een mooi onderwerp voor de Omgevingsvisie.

Oplossingen voor klimaatproblemen kunnen ook nadelig effect hebben op de natuur. Wij vinden dat hieraan duidelijk meer aandacht moet worden besteed. Wij noemen het voorbeeld van het afkoppelen van afvoerwater van wegen van riolering naar vijvers en bermen. Dat betekent dat strooizout, gelekte olie en slijtmateriaal van auto’s in de vijvers en bermen terecht komt. En de groei van planten en bomen negatief beïnvloedt. Wij vinden dat de nota aangevuld moet worden met de maatregel dat de gevolgen hiervan blijvend worden gemonitord. En waar het gaat om zeer waardevol natuur of landschapsparken, deze worden beschermd tegen vuil water door het werken met filters, in vijvers en wadi’s met helofietenfilters.

Klimaatbestendigheid moet niet ten koste gaan van groen en natuur In 2009 heeft de gemeente Zeist met anderen gemeenten, de provincie, Waterleidingbedijf Vitens en het waterschap HDSR een afkoppelconvenant gesloten. In dat convenant hebben de gemeenten beloofd nat zout te strooien. Daardoor kan met 50 procent minder zout

2 worden gestrooid. Vijf jaar later is aan de convenantgemeenten gevraagd hoe het ermee stond. Zeist heeft daar geen antwoord op gegeven. Zie het bijgaande rapport “Geactualiseerde leidraad afkoppen Utrechtse Heuvelrug” waarin de voortgang aan de orde kwam. Zie bijlage 3, 2e blad. Bij het afkoppelen van het riool van de Kromme Rijnlaan in 2019 is door ons aandacht gevraagd voor het risico van strooizout. En opnieuw hebben we gevraagd naar de convenantafspraak. Deze vraag is herhaald in 2020. Tot op heden hebben wij geen antwoord op gekregen. Ik lees in het rapport dat er ook een gemeente is die wegen die met zout gestrooid worden, niet afkoppelt. Zo kun je er ook meegaan. Aan de hand van dit voorbeeld willen wij vragen, niet alleen de lusten van het groen te nemen, maar dan ook de lasten. En als je iets beloofd, zie het convenant, maar er dan ook werk van. Voor hittestress en waterafvoer is het groen belangrijk Een voorgestelde maatregel is het aanplanten van klimaatbestendige bomen en struiken. Wij willen ook de aandacht vestigen op goed beheer. Als je gras wat langer laat bijvoorbeeld, is het beter bestand tegen hitte. En als het grondwater op een normaal peil blijft, in plaats kunstmatig te worden verlaagd, kunnen bomen ook meer hebben.

Wij vinden dus dat er naar goed klimaatbestendig beheer van het groen moet worden gekeken voordat we onze vertrouwde bomen vervangen door bomen uit zuidelijke streken van Europa. En wij vinden het niet passen, en wij hopen ook dat de gemeenteraad daarover ook een duidelijke uiitspraak doet, eigen vertrouwde bomen en struiken te vervangen door hittebestendige cultivars of exoten uit Australië of Amerika. Dat heeft behalve voor de beleving ook voor het insectenleven en de biodiversiteit grote gevolgen. Dan gooien we de biodiversiteit met het badwater weg. Voor de waterafvoer wordt voorgesteld plantsoenvakken te verlagen. Afgraven van vakken heeft in veel gevallen veel nadeel voor de biodiversiteit omdat de oorspronkelijke bodemlaag wordt aangetast met veel leven. Er zijn ook andere oplossingen zoals infiltratiegeul die minder ingrijpend zijn. Wij gaan er vanuit dat er geen groenvakken worden gerooid en afgegraven voor de klimaatproblemen. Maar dat er gekeken wordt naar wat er mogelijk is met behoud van het groen en de natuurkwaliteiten van het groen. De groenvakken moeten geen afvulputjes worden. Meer sturing De Commissie AML zegt in punt 4 van haar advies over de normen, dus over alle mooie percentages en labels, dat deze te weinig sturend zijn. De commissie stelt voor om per gebied doelstellingen te formuleren. Een goed punt. Want zo kun je stappen zetten.

Meer schaduw is mogelijk in lommerrijk Zeist Een norm die we graag beter, is dat 40 procent van de langzaamverkeersverbindingen in de schaduw moet liggen. In onze ogen mag dat wel 80 tot 100 procent zijn. Wij kunnen verwijzen naar Napoleon die zijn wegen goed liet beplanten zodat zijn soldaten in de schaduw konden lopen. Onder laanbomen is het 00 procent schaduw schat ik, Napoleon wist wat hij en kwam pas in de sneeuw in de problemen. En ik kon 20 jaar geleden, toen ik in de zomer veel moest wandelen vanwege een hernia, op hete zomerdagen rond de middag van mijn huis in Couwenhoven naar de Slotlaan lopen. Voor Zeist vind ik 40 procent schaduw dus laag. De norm is ontleend aan parken die 40 procent boombedekking zouden hebben. Ik zou zeggen, kijk niet naar de parken maar kijk naar Zeist en naar Napoleon en ga voor een keizerlijke norm voor de beschaduwd en groen routenet door Zeist. Daar draagt dan ook verder bij aan de verkoeling van versteende omgevingen.

3 Wij vragen uw raad om het plan te amenderen op de volgende punten: 1. Kom de belofte na van minder zout strooien of koppel wegen en fietspaden met gladheidsbestrijding zo lang de belofte niet is nagekomen, niet af. 2. Duidelijke doelstellingen per gebied en onderwerp. Te beginnen met de langzaamverkeersbindingen. Die dus niet ten minste 40 procent schaduw, maar zoveel mogelijk schaduw (80 – 100 procent). Wijs een netwerk aan van lommerrijke fiets- en wandelroutes aan door Zeist. 3. Geef een duidelijk gevolg aan het advies van de AML. 4. Borg de plannen via een uitvoeringsprogramma met taakstellingen en ook graag inspraak van inwoners daarover. 5. Aansturen van vermindering particuliere verhardingen, geen vrijblijvende benadering; 6. Geen groenvakken rooien om deze af te graven. 7. Geen exoten van andere continenten als klimaatbestendige beplanting, maar inheems/Europese bomen en heesterkeuze.

E. Schuler 06-49876043

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Definitief d.d. 26 november 2015

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Definitief

Uitgebracht aan: Provincie Utrecht Postbus 80300 3508 TH UTRECHT

Auteur

ir. W. Noome

Kenmerk

BG42 RAP20151126

Vrijgave

ir. J.H. Bouma

Datum

26-11-2015

Status

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Wareco is het Nederlandse ingenieursbureau op het gebied van water, bodem en funderingen. Onze kracht is de integratie en combinatie van de specialisaties. We doen onderzoek en geven advies. We maken plannen en begeleiden de uitvoering. Enthousiast, persoonlijk en innovatief. Al 35 jaar leveren we maatwerk, met als resultaat hoge kwaliteit en duurzame, kostenbesparende oplossingen. Vanuit haar vestigingen in Deventer en Amstelveen bedient Wareco met circa 60 professionals overheden, bedrijfsleven en particulieren. Wareco beschikt over een ISO 9001 gecertificeerd kwaliteitssysteem en een ISO 14001 gecertificeerd milieumanagementsysteem. Daarin worden de kwaliteit van onze adviseurs, de producten die we leveren en het adviesproces duurzaam geborgd.

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Inhoudsopgave Tekst

pagina

1.

Inleiding ........................................................................................... 1

2.

Wettelijk kader .................................................................................. 3

3.

4.

2.1.

Watersysteem van Nederland.................................................. 3

2.2.

Huidig wettelijk kader ............................................................ 6

Gebiedsbeschrijving ........................................................................... 7 3.1.

Algemeen ............................................................................ 7

3.2.

Geohydrologie ...................................................................... 7

Verspreiding verontreinigingen bij infiltratie.......................................... 11 4.1.

Algemeen .......................................................................... 11

4.2.

Verontreinigingsbronnen bij afstromend hemelwater ................. 11

4.3.

Kans op verspreiding naar het grondwater per stofgroep ........... 13

4.4.

Regionale monitoring grondwater .......................................... 15

4.5.

Conclusies verspreiding verontreinigingen ............................... 15

5.

Bronmaatregelen ............................................................................. 17

6.

Ervaringen convenant ....................................................................... 18

7.

6.1.

Algemeen .......................................................................... 18

6.2.

Resultaten van de enquête ................................................... 18

6.3.

Conclusie ........................................................................... 20

Beslisschema afkoppelen en infiltreren ................................................ 21 7.1.

Algemeen .......................................................................... 21

7.2.

Voorkeursvolgorde voor infiltratie .......................................... 21

7.3.

Infiltratiemogelijkheden en voorwaarden................................. 22

7.3.1. Algemeen .......................................................................... 22 7.3.2. Typering verhard oppervlak .................................................. 22 7.3.3. Gevolgen voor grondwaterkwaliteit ........................................ 24 7.3.4. Beslisschema ..................................................................... 24 7.4.

Maatregelen ter beperking uitspoeling naar grondwater ............. 26

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

8.

Voorbeelden infiltratievoorzieningen .................................................... 28

Bijlagen 1. Algemene begrippenlijst 2. Grondwaterschermingsgebieden 3. Resultaten telefonische enquête 4. Beslisschema en toelichting

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

1. Inleiding In 2009 is het convenant ‘Leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug’ door de gemeenten op de Utrechtse Heuvelrug ondertekend. Het ondertekende convenant van 2009 had een looptijd van vijf jaar en is derhalve toe aan een update en eventueel verlenging. Dit document is het achtergronddocument behorende bij het convenant. De wijzigingen in het document in vergelijking met de leidraad uit 2009 hebben met name betrekking op de gewijzigde wetgeving in de afgelopen vijf jaar. Enkele wetgevingen zijn opgeheven of ondergebracht bij andere wetten (o.a. de Waterwet). Veel van de provinciale wet- en regelgeving is de afgelopen vijf jaar vernieuwd of verlengd. In de tekst is aangegeven welke wetgeving bedoeld wordt. Daarnaast is contact geweest met Floris Boogaard, promovendus TU Delft op het gebied van infiltratie van hemelwater (ook betrokken bij de leidraad uit 2009), over nieuwe inzichten rondom de infiltratievoorzieningen. Ook is een enquête gehouden onder de gemeenten op de Utrechtse Heuvelrug over de ervaring van de gemeenten met de leidraad en het convenant van 2009. Al deze punten zijn verwerkt in dit achtergronddocument. In onderstaand kader is de inleiding van de leidraad van 2009 te vinden. Hierin is onder andere het doel van de leidraad terug te vinden. Enkele in deze rapportage gebruikte begrippen zijn toegelicht in een algemene begrippenlijst, zie bijlage 1.

Inleiding leidraad 2009 In de ontwerp waterplannen (uit 2009) van de provincie Utrecht enerzijds en het waterschap Vallei en Eem en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden anderzijds, zijn verschillende visies weergegeven ten aanzien van het afkoppelen op de Utrechtse Heuvelrug. Het grondwaterbeleid van de waterschappen was met name gericht op de grondwaterkwantiteit en heeft als speerpunt het vasthouden van water, bijvoorbeeld door het in de bodem brengen van hemelwater. Het beleid van de provincie is daarentegen met name gericht op de waterkwaliteit en heeft als speerpunt het beschermen van de grondwaterkwaliteit, bijvoorbeeld door het beperken van de infiltratie van verontreinigd hemelwater.

1 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Om tot overeenstemming over het afkoppelen van schoon water van de riolering op de Utrechtse Heuvelrug te komen, is destijds een werkgroep opgericht met vertegenwoordigers van de provincie, Vitens, de waterschappen en een aantal gemeenten. Het planvormingsproces met deze partijen heeft geleid tot een afgestemd afkoppelbeleid, waarvan voorliggende rapportage het resultaat is. Om de samenwerking te bekrachtigen is een convenant opgesteld. Beoogd wordt dat het convenant door bovenstaande partijen wordt gedragen en bestuurlijk wordt vastgesteld. Gezien de kwetsbaarheid van de grondwatervoorraad in de Utrechtse Heuvelrug, vraagt het gebied om locatiespecifiek beleid voor infiltratie. Deze rapportage heeft betrekking op het infiltreren van afstromend hemelwater en de risico’s hiervan voor de grondwaterkwaliteit, niet op oppervlaktewater. Voor de begrenzing van de Utrechtse Heuvelrug wordt de volgende definitie aangehouden: “dat deel van de Utrechtse Heuvelrug waarbinnen het grootste deel van het neerslagoverschot (de ondiepe grondwateraanvulling) het diepe grondwater bereikt”. Deze definitie is in lijn met de beoogde bescherming van de strategische grondwatervoorraad in de provincie (notitie “Grenzen en zones Visie Utrechtse Heuvelrug”, Grontmij, kenmerk 274493, d.d. 26 juni 2009).

2 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

2. Wettelijk kader 2.1.

Watersysteem van Nederland Het watersysteem van Nederland is er van oudsher op ingericht om afstromend hemelwater zo snel mogelijk af te voeren, zoals is aangegeven in Figuur 1. Inmiddels wordt al enige tijd onderkend dat deze behandelingswijze allerlei nadelen met zich meebrengt voor het gehele watersysteem. Het rioolstelsel wordt bijvoorbeeld zwaar belast met piekafvoeren, waardoor deze frequent overstorten op oppervlaktewater. De rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) werken minder goed bij veel hemelwater. Deze effecten zijn nadelig voor de waterkwaliteit, -kwantiteit en de waterbodemkwaliteit.

Figuur 1: De weg van de druppel Vanwege deze nadelen is nieuw waterbeleid gevormd. Met het oog op de waterkwantiteit wordt water, conform het beleid van Waterbeheer 21 e eeuw (WB21) (een overzicht van de huidige wetgeving is te vinden in paragraaf 2.3), in het algemeen naar voorkeur behandeld volgens de trits: vasthouden-bergenafvoeren. Belangrijk is dat water zo lang mogelijk wordt vastgehouden in eigen gebied, zo veel mogelijk wordt geborgen en zo langzaam mogelijk wordt afgevoerd, bijvoorbeeld door infiltratie van afstromend hemelwater.

3 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Hoe met afstromend hemelwater afkomstig van verharde oppervlakken omgegaan zou moeten worden, staat onder meer beschreven in de regenwaterbrief van Van Geel aan de Tweede Kamer en is op 1 januari 2008 wettelijk vastgelegd in de Wet Gemeentelijke Watertaken (sinds 22 december 2009 opgenomen in de Waterwet). Daarin worden vier pijlers onderscheiden: 1. aanpak bij de bron; 2. regenwater vasthouden en bergen; 3. regenwater gescheiden van afvalwater afvoeren; 4. integrale afweging op lokaal niveau. De waterkwaliteit moet bij de omgang met hemelwater niet uit het oog worden verloren. De Utrechtse Heuvelrug is tenslotte een kwetsbaar gebied met de belangrijkste hernieuwbare grondwatervoorraad van de provincie Utrecht. Dit grondwater is van belang voor drinkwater, landbouw en natuur. Voor de grondwaterkwaliteit is onder meer de Kaderrichtlijn Water (KRW) van toepassing. De KRW schrijft voor dat verslechtering van de grondwaterkwaliteit in beginsel niet is toegestaan en dat de inbreng van verontreinigende stoffen dient te worden voorkomen of beperkt (art. 4 KRW resp. art. 6 Grondwaterrichtlijnen). Een andere doelstelling van de KRW is het verlagen van zuiveringsinspanning van drinkwaterbedrijven. Ook is de voorkeursvolgorde voor omgaan met hemelwater en afvalwater aan de bron van toepassing, zoals genoemd in de Wet milieubeheer (Wm, artikel 10.32a).

Bij hemelwater geldt dat lokale lozing van hemelwater in het milieu (al dan niet via een gemeentelijk hemelwatersysteem) de voorkeur geniet boven lozing op een gemengd stelsel. Als laatste optie wordt het afvoeren naar de RWZI genoemd. Lozing op oppervlaktewater is vanuit waterkwalitatieve overwegingen (Wm) gelijkwaardig aan lozing op de bodem. De voorkeursvolgorde geeft richting aan de integrale beleidsmatige afwegingen die gemeenten maken bij het omgaan met hemelwater en ander afvalwater bij de bron. Gemeenten kunnen van de voorkeursvolgorde afwijken. Bij de omgang met (hemel)water heeft, conform de Waterwet, de gemeente een regierol om via een integrale afweging voor de lange termijn te bepalen hoe invulling gegeven kan worden aan het hemelwaterbeleid. Daarbij worden verschillende keuzes gemaakt, zoals het wel of niet afkoppelen van het verhard oppervlak of het bepalen van de afvoerroute van het afstromende hemelwater (bodem, oppervlaktewater of RWZI). Hier liggen kansen voor gemeenten om stappen te zetten richting duurzaam waterbeheer. Uitgangspunt is dat afstromend hemelwater meestal schoon genoeg is om zonder zuivering in het milieu te worden teruggebracht, maar gezien de grote kwetsbaarheid van het grondwater in de Utrechtse Heuvelrug is afgestemd beleid noodzakelijk.

4 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Wettelijk kader voor infiltratie regenwater en verantwoordelijkheden Voor beschermingszones rond winningen gelden de regels bij en krachtens de provinciale milieuverordening. Hiervoor gelden algemene voorschriften en een meldingsplicht bij de provincie. De richtlijnen vermeld in voorliggend rapport worden beschouwd als een nadere uitwerking van de regels binnen grondwaterbeschermingsgebieden zoals vermeld in de Provinciale milieuverordening (de bijzondere zorgplicht). Buiten de grondwaterbeschermingsgebieden geldt het algemene beschermingsniveau zoals dat middels generieke (landelijke) regelgeving is geregeld. Voor lozing van schoon hemelwater in de bodem is geen melding vereist (besluit lozen buiten inrichting, paragraaf 3.3). De verschillende overheden op de Utrechtse Heuvelrug hebben de volgende verantwoordelijkheden teneinde een goede grondwaterkwantiteit en -kwaliteit te bewaken dan wel te bereiken: a. De provincie is verantwoordelijk voor het bereiken van de goede grondwaterkwaliteit, uitvoering van wettelijke beschermingstaken en de uitvoering van de KRW-maatregelen zoals de terugdringing van het bestrijdingsmiddelengebruik en rapporteert over de toestand en maatregelen aan het Rijk. b.

De waterschappen zijn verantwoordelijk voor een goede oppervlaktewaterkwantiteit, en -kwaliteit, uitvoering van wettelijke beschermingstaken en de uitvoering van de KRW-maatregelen zoals de terugdringing van riooloverstorten. c. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het stedelijke waterbeheer wat betreft de zorgplicht voor afstromend hemelwater, grondwateronder- en overlast en afvalwater en zijn verantwoordelijk voor een integrale afweging hoe om te gaan met hemel-, afval- en grondwater. d. Vitens is verantwoordelijk voor een gegarandeerde drinkwatervoorziening en voert daartoe taken uit op grond van de Drinkwaterwet.

5 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

2.2.

Huidig wettelijk kader Het vigerend wettelijk kader rondom het infiltreren van hemelwater in het algemeen en op de Utrechtse Heuvelrug is deze paragraaf samengevat. Wettelijk kader op Rijksniveau: § Kaderrichtlijn Water (KRW), artikel 4; deze Europese richtlijn legt eisen op aan (onder andere) de kwaliteit van het grondwater en schrijft voor dat verslechtering van de grondwaterkwaliteit in beginsel niet is toegestaan. § Grondwaterrichtlijnen, artikel 6; dit artikel bepaalt dat de overheid de nodige maatregelen moet treffen om het inspoelen van verontreinigingen in het grondwater te voorkomen of beperken. § Wet Milieubeheer (Wm), artikel 10.32a; de gemeente is via deze verordening in staat om eisen te stellen aan het infiltreren van (hemel)water. § Waterwet (Wtw); de waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Deze wet stelt onder andere eisen aan het onttrekken en infiltreren van (hemel)water in het grondwater en regelt de vergunningen hiervoor. Het is de verwachting dat de omgevingswet (verwachting inwerkingtreding 2018) een deel van de taken van de Waterwet overneemt. Er is geen landelijke wet- of regelgeving die eisen oplegt aan een infiltratievoorziening. Het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen geeft aan dat infiltreren van hemelwater in de ondergrond (paragraaf 3.3) toegestaan is mits geen of beperkt gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.

Wettelijk kader specifiek voor de Utrechtse Heuvelrug: § Provinciale Milieuverordening (PMV); de PMV beschrijft de bescherming van de grondwaterwingebieden/beschermingsgebieden in de gehele provincie Utrecht. Voor het infiltreren van schoon hemelwater is geen melding/vergunning nodig. Het convenant leidraad afkoppelen is een nadere uitwerking van de regels en voorschriften van de PMV. In het huidige convenant (in werking van 2009 tot en met 2015) worden aanvullende eisen gesteld aan de monitoring en beheer van afkoppelvoorzieningen. Tevens hebben de aangesloten gemeente met elkaar afgesproken dat zij het gebruik van zout, chemische middelen en uitloogbaar bouwmateriaal beperken. Een laatste aanvulling op het bestaande (provinciale) beleid is de voorkeursvolgorde van infiltratie van hemelwater in de ondergrond.

6 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

3. Gebiedsbeschrijving 3.1.

Algemeen De Utrechtse Heuvelrug betreft een stuwwal. Het landgebruik op de stuwwal is voornamelijk bos. De Heuvelrug wordt omgeven door het Gooi, de Gelderse Vallei, het Kromme Rijngebied en Noorderpark. Het hoogste punt van de stuwwal bevindt zich nabij Amerongen op 68 meter boven NAP. Het regionale maaiveldverloop is weergegeven in Figuur 2.

Figuur 2: Hoogtekaart Heuvelrug (AHN2)

3.2.

Geohydrologie Het grondwatersysteem en de bodemopbouw zijn schematisch weergegeven in Figuur 3. Bodem De bodem bestaat op de Heuvelrug voornamelijk uit grof zand. Dit zandpakket heeft een dikte tot 120 m. Mede door opstuwing bevinden zich lokaal dunne, slecht doorlatende, leem en kleilaagjes in de ondiepe bodem.

7 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Figuur 3: Geohydrologisch overzicht Heuvelrug (bron: TNO) Grond- en oppervlaktewater Door de hoge ligging is over het algemeen sprake van een lage grondwaterstand (tot 50 m onder maaiveld) en is weinig oppervlaktewater aanwezig op de Heuvelrug. Aan de voet van de Heuvelrug is een hogere grondwaterstand (vanaf circa 1 m onder maaiveld) aanwezig, waardoor enkele waterpartijen voorkomen. De dorpen, voornamelijk op de flanken van de Heuvelrug, hebben over het algemeen een hoge en droge kern, met een aantal lagergelegen wijken. Verspreid over de Heuvelrug is een aantal poelen en vennen aanwezig. De poelen en vennen zijn vaak afhankelijk van hoge grondwaterstanden en hemelwater. De Utrechtse Heuvelrug is door de provincie Utrecht aangewezen als kwetsbaar grondwatergebied. Daarom wordt in het milieubeleid van de provincie sinds 2005 (tot 2010 via het Waterhuishoudingsplan, daarna via het Provinciaal Waterplan 2010-2015) ingezet op een pro-actieve bescherming van de Heuvelrug tegen verontreiniging. Drinkwatervoorziening Op verschillende plaatsen zijn grondwaterwinningen ten behoeve van de drinkwatervoorziening aanwezig. Vooral in de omgeving van Zeist-De Bilt zijn grote grondwaterbeschermingsgebieden (GBG) aangewezen. In 2010 zijn de grondwaterbeschermingsgebieden opnieuw berekend en bepaald. Het resultaat hiervan is dat enkele gebieden zijn veranderd.

Ook zijn twee grondwaterbeschermingsgebieden verdwenen (Baarn en Soest) en is één gebied toegevoegd (Rhenen).

8 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Alle onttrekkingen op de Heuvelrug zijn in het bezit van drinkwaterbedrijf Vitens. De provincie Utrecht is binnen de GBG bevoegd gezag ten aanzien van het drinkwaterbelang. Vitens wil graag op de hoogte blijven van de activiteiten in de GBG, met name als het gaat om infiltratie. De kaart met de GBG rond de onttrekkingen is opgenomen in Figuur 4 en bijlage 2.

Figuur 4: Grondwaterbeschermingsgebieden op de Heuvelrug (bron: Provincie Utrecht, 2014). Natuur Er zijn enkele verdrogingsgevoelige natuurgebieden (inclusief de Natura 2000 gebieden) aanwezig op de flanken van de Heuvelrug, zie Figuur 5. Deze gebieden worden beïnvloed door de kwel van de Heuvelrug. Slechts enkele Natura 2000 gebieden, zoals de Blauwe Hel, Kolland/Overlangbroek, het Noorderpark en Groot Zandbrink worden actief beïnvloed door de kwelstroom.

9 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Figuur 5: Gebieden met verdrogingsgevoelige natuur (bron: Grondwaterplan provincie Utrecht 2008-2013, verlengt tot 2016)

10 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

4. Verspreiding verontreinigingen bij infiltratie 4.1.

Algemeen Om inhoudelijke afspraken over de omgang met het hemelwater te kunnen maken, is inzicht nodig in: § vuilvracht van afstromend hemelwater, zie paragraaf 4.2.; § risico’s voor het ontvangend milieu (bodem en grondwater), zie paragraaf 4.3. Dit hoofdstuk geeft een samenvattende beschrijving van een door Wareco opgestelde notitie over stofgedrag in de bodem bij infiltratie van afstromend hemelwater (kenmerk KF58A, NOT20090520, d.d. 20 mei 2009), aangevuld met recente wetenschappelijke inzichten.

4.2.

Verontreinigingsbronnen bij afstromend hemelwater Het landelijke uitgangspunt is dat het hemelwater in principe schoon is. Het hemelwater kan verontreinigd raken zodra het op verhard oppervlak terecht komt. Afhankelijk van het verhard oppervlak kan het hemelwater in meer of mindere mate verontreinigd raken, alvorens het water infiltreert in de bodem. Een mogelijke route van het hemelwater is schematisch weergegeven in Figuur 6. De mate van verontreiniging hangt af van het type verharding (contactoppervlakken) en de activiteiten die er plaatsvinden. Uitloogbare bouwmaterialen De invloed van bouwmaterialen op de kwaliteit van hemelwater dat afvloeit via daken, dakgoten en regenpijpen kan groot zijn bij toepassing van uitlogende bouwmaterialen. Zo geldt dat bij bitumenhoudende daken met zinken dakgoten er in de eerste jaren het best niet afgekoppeld kan worden. Voor infiltratie van water afkomstig van daken, is derhalve kennis nodig van de gebruikte materialen. Verkeer Ook verkeer zorgt voor een zekere verontreiniging van het afstromend water. Er bestaat een relatie tussen wegsoorten en verontreiniging. Bij ZOAB (Zeer Open AsfaltBeton) wegen is de mate van vervuiling lager dan bij DAB (Dicht AsfaltBeton) wegen. In wetenschappelijke studies is echter geen relatie tussen verkeersintensiteit en vervuiling aangetoond. Een andere bron van verontreiniging zijn strooizouten.

11 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Bestrijdingsmiddelen Ook onkruidbestrijding is een mogelijke wijze van verontreiniging. Bij toepassing van een chemische werkwijze is er een vergrote kans op diffuse verontreiniging. De wetgeving rondom chemische onkruidbestrijding verandert de komende jaren. De verwachting is dat vanaf januari 2016 het voor particulieren en professionele gebruikers niet meer toegestaan is om verhard oppervlak te reinigen met chemische bestrijdingsmiddelen. Vanaf 2017 geldt dit ook voor plantsoenen en sportterreinen. (bron: www.rijksoverheid.nl). Bij het bepalen van het beleid is uitgegaan dat de gemeenten op de Utrechtse Heuvelrug geen gebruik maken van chemische bestrijdingsmiddelen. Calamiteiten Een andere verontreinigingsbron is een calamiteit. Bij een calamiteit dienen de bevoegde instanties direct tijdens en na een calamiteit maatregelen te treffen. Welke maatregelen getroffen dienen te worden, zijn terug te vinden in de gemeentelijke calamiteitenplannen en bij de VeiligheidsRegio Utrecht (VRU). In deze leidraad is geen stappenplan opgenomen over hoe te handelen bij calamiteiten. Overige bronnen Andere mogelijke processen en elementen die hemelwater kunnen vervuilen zijn onder meer: onjuiste aansluitingen en lozingen, het wassen van auto’s, straatvuil, dierlijke fecaliën en wegmeubilair.

Figuur 6: Verschillende verontreinigingbronnen

12 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

4.3.

Kans op verspreiding naar het grondwater per stofgroep Het afstromend hemelwater kan met verschillende stoffen verontreinigd raken. De belangrijkste stofgroepen zijn: zware metalen, PAK, minerale olie, zout en bestrijdingsmiddelen. Deze stoffen infiltreren met het hemelwater in de bodem. Hieronder is per stofgroep weergegeven in hoeverre hierdoor het grondwater verontreinigd kan raken. De kansen zijn schematisch weergegeven in Figuur 7. Zware metalen De wetenschappelijke inzichten geven in 2015 onveranderd aan dat zware metalen worden vastgelegd in de toplaag van de bodem (30-50 cm). Daar binden ze zich aan organische stof. Dit gebeurt ook op zandgronden met weinig organische stof in de bodem. Na verloop van tijd kan echter doorslag van metalen plaatsvinden naar de onderliggende bodemlaag, wederom circa 30 tot 50 cm. Doorslaan gebeurt wanneer de bodem verzadigd is en er geen metalen meer gebonden kunnen worden. Daarnaast worden zware metalen mobieler bij zoutbelasting door gladheidbestrijding. De periode tot het doorslaan van de metalen is onder meer afhankelijk van belastingintensiteit en de bindingscapaciteit. Over het algemeen is deze gelijk aan de levensduur van riolering; circa 30 tot 50 jaar. Hierna vindt de binding van de zware metalen plaats in de volgende, onderliggende bodemlaag.

Omdat de grondwaterstand op de Heuvelrug zich veelal ruim dieper dan 1 m bevindt, is de kans op verspreiding naar het grondwater klein. PAK Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen worden net als zware metalen effectief vastgelegd in de bovenste 30-50 cm. In tegenstelling tot zware metalen worden PAK wel afgebroken op de langere termijn. De accumulatie kan dus langer doorgaan voordat PAK doorslaan. Ook voor PAK geldt derhalve dat de kans op verspreiding naar het grondwater klein is. Minerale olie Minerale oliën worden gehecht aan bodemdeeltjes en afgebroken wanneer het in kleine hoeveelheden infiltreert in de bodem. Door de diepe ligging van de grondwaterstand zijn de oliën veelal afgebroken voordat deze het grondwater bereiken. Ook voor minerale oliën geldt derhalve dat de kans op verspreiding naar het grondwater klein is.

13 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Strooizouten Strooizout hecht zich nauwelijks aan bodemdeeltjes en percoleert derhalve met het hemelwater naar het grondwater. Uit analyses van het grondwater uit waarnemings- en pompputten van Vitens nabij grote doorgaande wegen binnen en buiten stedelijk gebied, blijkt dat de concentratie zout in het grondwater hoger ligt dan de natuurlijke achtergrondwaarden. In de directe nabijheid van een dergelijke weg worden gehalten ruim boven de drinkwaternorm van 150 mg/l in het grondwater gemeten. Op grotere afstand van de weg neemt de concentratie door verdunning af, maar is nog steeds hoger dan wat van nature voorkomt. De verhoging van het zoutgehalte beperkt zich niet tot de eerste meters in de bodem, maar is ook merkbaar op grotere dieptes. In Driebergen bijvoorbeeld wordt door het gebruik van strooizouten in de pompputten 40 tot 60 mg/l aangetroffen terwijl het natuurlijke zoutgehalte 10 tot 15 mg/l is. Zout in het grondwater wordt als gevolg van het gedrag van zout in het huidige zuiveringsproces voor de drinkwaterbereiding niet verwijderd. Dit betekent dat het zoutgehalte in het grondwater (ruwe water) en het drinkwater (reine water) hetzelfde is. Zolang de concentratie onder de drinkwaternorm blijft, is er geen risico voor de drinkwaterkwaliteit en daarmee voor de volksgezondheid.

Een hoge zoutconcentratie (circa 80 mg/l en hoger) in het reine water heeft wel consequenties voor het leidingwerk wanneer de leiding van gietijzer is. Door corrosie kan het gietijzer worden aangetast. Voor behoud van een betrouwbare drinkwaterproductie pleit Vitens voor bescherming van een goede grondwaterkwaliteit. Verslechtering is niet gewenst en strookt niet met de KRW-gedachte. Echter, gezien het maatschappelijk belang (veiligheid) accepteert Vitens het gebruik van strooizout ten behoeve van gladheidsbestrijding op de wegen. Uit de enquête blijkt dat de meeste gemeenten al gebruik maken van een nat strooibeleid. Hierdoor wordt 50% minder zout gebruikt ten opzichte van een droog strooiregime, zie ook hoofdstuk 6. Bestrijdingsmiddelen Dit betreft een zeer diverse groep van stoffen. Over het algemeen kan gesteld worden dat bestrijdingsmiddelen lang na gebruik teruggevonden worden en ook op grote diepte. Er vindt vrijwel geen binding plaats aan bodemdeeltjes en hierdoor is er sprake van een reële kans op verspreiding naar het grondwater.

14 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Figuur 7: De kansen op grondwaterverontreiniging

4.4.

Regionale monitoring grondwater Naar aanleiding van onderzoek van de provincie, Vitens en Arcadis is de monitoringsplicht van de grondwaterkwaliteit bij infiltratievoorzieningen afgebouwd. Momenteel is Vitens bezig om in samenwerking met de provincie Utrecht een regionaal monitoringsplan van de grondwaterkwaliteit op te zetten. Dit monitoringsplan richt zich niet op de bekende stoffen (Zware metalen, PAK, minerale olie e.d.), maar op de ‘exotische’ stoffen (naftaleen, medicijnen, e.d.).

4.5.

Conclusies verspreiding verontreinigingen Geconcludeerd wordt dat op de Utrechtse Heuvelrug goede kansen zijn voor infiltratie, maar dat voor met name bestrijdingsmiddelen en strooizout een reële kans op verontreiniging van het grondwatersysteem aanwezig is. De gemeenten zijn volgens de enquête (hoofdstuk 6) veelal overgestapt op een nat strooiregime, dit vermindert de kans op uitspoelen van het strooizout naar het grondwater. Tevens geven de gemeenten aan geen gebruik te maken van chemische bestrijdingsmiddelen.

15 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Uit navraag bij Floris Boogaard (promovendus TU Delft op het gebied van infiltratie van hemelwater) blijkt het inzicht rondom het vastleggen van zware metalen niet veranderd ten opzichte van 2009. Zware metalen, PAK, minerale olie zorgen voor een kleine kans op grondwaterverontreiniging. Deze stoffen worden in de bovenste 0,3 m tot 0,5 m vastgelegd. Om de risico’s te beperken kunnen technische randvoorwaarden voor infiltratietechnieken worden opgelegd. Daarnaast wordt geconcludeerd dat er geen duidelijke relatie is tussen de verkeersintensiteit en de vuilvracht.

16 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

5. Bronmaatregelen Conform de trits schoonhouden-scheiden-zuiveren, is het tegengaan van verontreiniging door bronmaatregelen de adequate wijze om hemelwater schoon te houden. Er is (in de bouw) een keur aan bronmaatregelen mogelijk en nodig, om eventuele verontreinigingen te beperken of zelfs te voorkomen. Denkbare bronmaatregelen zijn: § het beperken van de strooizouthoeveelheden; § het niet meer toepassen van uitloogbare bouwmaterialen; § niet autowassen op straat; § het voorkomen van foutieve aansluitingen op een hemelwatersysteem; § et cetera. Een andere bronmaatregel is het beperken van de verharding, bijvoorbeeld door middel van de toepassing van halfverharding. Op deze manier wordt de transportroute verkort en komt het initieel schoon hemelwater minder in contact met verontreinigde oppervlakken. Uitloogbare (bouw)materialen Voor uitloogbare (bouw)materialen is er met Duurzaam Bouwen (DuBo), al jaren gestimuleerd door SenterNovem, een landelijke tendens gaande naar het gebruik van niet/minder uitloogbare (bouw)materialen. Door gemeenten op de Utrechtse Heuvelrug wordt DuBo geregeld toegepast. Strooizout Bij gladheidbestrijding wordt gestreefd om de strooizouthoeveelheden te beperken, mits de veiligheid dit toelaat. Door Rijkswaterstaat, de provincie Utrecht en de gemeenten worden momenteel een nat strooiregime gehanteerd.

Hierdoor wordt 50% minder zout gebruikt ten opzichte van een droog strooiregime. Bestrijdingsmiddelen Schadelijke bestrijdingsmiddelen worden op de Utrechtse Heuvelrug door de gemeenten niet meer gebruikt. Op slechts een klein deel van de gemeentelijke verharde oppervlakken binnen de Utrechtse Heuvelrug is nog sprake van actief chemiegebruik. Door de betreffende gemeenten wordt gewerkt aan het chemievrij maken van het openbare oppervlak. Vanaf januari 2016 is het via de wet niet meer toegestaan om verhard oppervlak met onkruid, chemisch te bestrijden. In de leidraad wordt uitgegaan dat de gemeenten geen gebruik maken van chemische bestrijdingsmiddelen.

17 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

6. Ervaringen convenant 6.1.

Algemeen Voor extra inzicht in het gebruik van de huidige leidraad en gewenste wijzigingen in een toekomstige leidraad is een telefonische enquête gehouden onder de gemeenten van de Utrechtse Heuvelrug. Met de volgende gemeente is contact geweest: § Utrechtse Heuvelrug § Zeist § Soest (samenwerking met Baarn) § Baarn (samenwerking met Soest) § Veenendaal § Amersfoort § Rhenen § Leusden § Woudenberg

6.2.

Resultaten van de enquête Voorafgaand aan de telefonische enquête is een vragenlijst opgesteld. De vragen zijn onderverdeeld in de volgende vijf categorieën. In bijlage 3 is de gehele vragenlijst opgenomen inclusief de antwoorden per gemeente. 1. 2. 3. 4. 5.

Verwerking van de leidraad in het GRP. Praktijkervaringen met de leidraad. Handhaving van infiltratievoorzieningen. Gewenste aanpassingen in leidraad. Convenant.

Hieronder is een analyse van de antwoorden van de gemeenten opgenomen, opgedeeld in de vijf categorieën. 1. Verwerking van de leidraad in het GRP Niet alle gemeenten zijn bekend met de leidraad, gedeeltelijk doordat de gemeente de leidraad niet heeft opgenomen in het GRP of ander beleid en deels doordat anderen het werk hebben overgenomen. Vooral de gemeenten zonder drinkwaterbeschermingsgebieden maken geen gebruik van de leidraad en hebben deze niet opgenomen in het beleid. De gemeenten merken geen versnelling/versoepeling van het proces met de provincie rondom afkoppelen.

18 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

2. Praktijkervaringen met de leidraad Veel gemeenten zijn bewust bezig met het afkoppelen van wegen en/of openbare gebieden, alleen de gemeente Leusden is hier minder mee bezig. Bij het afkoppelen wordt beperkt gebruik gemaakt van de leidraad. Deels doordat het opgenomen is in het GRP en alleen het GRP wordt gebruikt, deels doordat de leidraad niet van toepassing is (doordat het af te koppelen gebied niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied ligt) en deels omdat men onbekend was met de leidraad. Binnen de Utrechtse Heuvelrug wordt enkel door de gemeenten Utrechtse Heuvelrug, Zeist en Soest de leidraad gebruikt voor het maken van procesafspraken met externen (zowel bewoners als projectontwikkelaars). Veelal wordt de leidraad meegegeven zodat de projectontwikkelaar weet welke eisen er zijn aan het infiltreren van hemelwater op de Utrechtse Heuvelrug. De gemeenten die nog gebruik maken van chemische onkruidbestrijding, zijn bezig dit te wijzigen in niet-chemische onkruidbestrijding. De landelijke wetgeving verbied per 2016 het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door gemeenten. 3. Handhaving van infiltratievoorzieningen Het grootste deel van de gemeente heeft geen actieve monitoring op de infiltratievoorzieningen. Enkele gemeenten (Zeist, Soest en Amersfoort) hebben een beperkte (in tijd of op onderdelen) monitoring.

De toegevoegde waarde van monitoren wordt dan ook als (zeer) beperkt ervaren. 4. Gewenste aanpassingen in leidraad De gemeenten die gebruik maakten van de leidraad zien vooral een update van de normen als verbeterpunt. De gemeente Utrechtse Heuvelrug vindt de huidige normen voor parkeerplaatsen en wegen te zwaar, terwijl de gemeente Zeist beperkt vertrouwen heeft in doorlatende verharding (in verband met dichtslibben door bladeren/humus). De gemeenten Soest en Baarn zien vooral het onder de aandacht brengen als positief punt voor het aanpassen van de leidraad. De gemeenten die gebruik maken van het beslisschema uit de leidraad hebben geen op- of aanmerkingen hierop. 5. Convenant Met het convenant is weinig ervaring. Uit de telefonische enquête kwam geen eenduidig advies over het verlengen/actualiseren van het convenant.

19 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

6.3.

Conclusie Uit de enquête blijkt dat niet alle gemeenten op de Utrechtse Heuvelrug gebruik maken van de Leidraad. Een deel van de gemeenten is niet bekend met de Leidraad, een ander deel ziet geen toegevoegde waarde van de leidraad voor de gemeente. De gemeenten die de leidraad wel gebruiken, geven aan dat het beslisschema (zie ook paragraaf 7.3.4) aangepast moet worden met de huidige inzichten. De gemeenten geven aan dat doordat geen (nauwelijks) gebruik gemaakt wordt van chemische bestrijdingsmiddelen, sommige oppervlakten te zwaar zijn ingedeeld. Op basis van deze informatie en de gewijzigde wetgeving is de klasse ‘beperkt schoon’ uit het beslisschema verwijderd.

20 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

7. Beslisschema afkoppelen en infiltreren 7.1.

Algemeen Afvoer van hemelwater kan plaatsvinden via de bodem, via het oppervlaktewater of via het riool naar de RWZI. De wenselijkheid van afkoppelen en infiltratie wordt per project door gemeenten door middel van een integrale afweging voor de lange termijn bepaald, zie hoofdstuk 2. De keuze hangt samen met de volgende zaken: § de verontreinigingsgraad van de af te koppelen verharding, gespecificeerd voor de verschillende stofgroepen; § de doelen die met het afkoppelen van hemelwater worden bereikt of worden nagestreefd; § de bestemming van het afgekoppelde hemelwater; § de aanwezigheid van grondwaterwinningen; § de aanwezigheid van bodem- en grondwaterverontreinigingen; § doelmatigheid: hoe verhouden de kosten van het afkoppelen zich tot het behaalde milieurendement van het scheiden van schoon en vuilwater en/of de reductie van overlast bij hevige regenval. Het in dit hoofdstuk beschreven beslisschema is van toepassing voor de situatie dat gekozen is voor afvoer naar de bodem (infiltratie). Het beslisschema geeft richting aan de te maken keuzes. Het beslisschema bestaat uit de volgende onderdelen: 1. een voorkeursvolgorde voor infiltratie (paragraaf 7.2.); 2. een richtlijn die aangeeft welke keuzemogelijkheden er zijn, afhankelijk van het type oppervlak (paragraaf 7.3.); 3. een beschrijving van maatregelen om uitspoeling naar grondwater te beperken (paragraaf 7.4.).

7.2.

Voorkeursvolgorde voor infiltratie De voorkeursvolgorde bij infiltratie is als volgt: 1. Oppervlakkige infiltratie Oppervlakkige infiltratie is goed te onderhouden. Foutieve aansluitingen worden zichtbaar, verontreinigingen zijn bereikbaar en daardoor verwijderbaar en het is bereikbaar voor monitoring.

21 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

2. Ondergrondse infiltratie Ondergrondse infiltratie is minder voordelig dan oppervlakkige infiltratie. Vervuiling is slecht te zien, waardoor het systeem gevoeliger is voor foutieve aansluitingen. Onderhoud is lastiger. Bij het ontwerp dient hier goed rekening mee te worden gehouden. Zuiverende randvoorwaarden zijn moeilijk aan te brengen en daardoor is het risico op verontreinigingen groter dan bij oppervlakkige infiltratie. 3. Diepte infiltratie Toepassing van infiltreren op (grote) diepte wordt afgeraden voor de Heuvelrug. Bij diepte infiltratie wordt het afstromend hemelwater gelijk in het diepe grondwater geïnfiltreerd. Het risico op vervuilingen is daar groter. In de grondwaterbeschermingsgebieden is Diepte infiltratie niet toegestaan.

7.3.

Infiltratiemogelijkheden en voorwaarden

7.3.1.

Algemeen Of infiltratie wenselijk is of niet is onder meer afhankelijk van het risico van verontreiniging van het grondwater. Het risico (kans maal gevolg) wordt bepaald door de kans op uitspoeling van schadelijke stoffen en de gevolgen hiervan voor het grondwater, zijnde het verontreinigen van het grondwater. Hierbij spelen twee factoren een rol: 1. Hoe vuil is het verhard oppervlak? (kans) De mate van verontreiniging hangt af van het type verharding (contactoppervlakken) en de activiteiten die er plaatsvinden. Om deze aan te duiden is een typering gemaakt van het oppervlak, zie paragraaf 7.3.2. 2. Wat zijn de gevolgen voor het grondwater? (gevolg) De gevolgen van eventuele vervuiling voor het grondwater is onder meer afhankelijk van de aanwezigheid van grondwaterwinningen. Dit onderscheid wordt benadrukt met de komst van de Europese Kaderrichtlijn Water (zie hoofdstuk 2). In paragraaf 7.3.3. worden de gevolgen besproken. De factoren typering verhard oppervlak (vuilvracht) en de gevolgen zijn vertaald naar een beslisschema, zie paragraaf 7.3.4. en Figuur 8.

7.3.2.

Typering verhard oppervlak Bij de typering van verharding worden drie categorieën onderscheiden. Verder wordt onderscheid gemaakt tussen terreinen en bebouwing. Bebouwing heeft betrekking op daken, gevels en dakgoten. Terreinen hebben betrekking op de overige verharding, zoals wegen, tuinen, pleinen, et cetera.

22 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

1. Schoon oppervlak Hieronder vallen: § alle daken en gevels van bestaande bebouwing, mits de dakbedekking en gevelbekleding uit niet-uitlogende bouwmaterialen bestaan; § vrijliggende voet- en fietspaden*; § schoolpleinen*; § kleine parkeergelegenheden (minder dan 10 plaatsen) voor personenauto’s in woongebieden*; § woonerven*; § toegangswegen van woonwijken*. Voor dakgoten geldt dat deze wel uitgevoerd kunnen zijn met uitloogbare bouwmaterialen om als schoon oppervlak beschouwd te worden. Gezien het kleine oppervlak van dakgoten dat in contact komt met hemelwater, is de vuilvracht voldoende klein om het als schoon te betitelen. * Wanneer gebruik gemaakt wordt van chemische onkruidbestrijding dan dienen deze oppervlakken beschouwd de worden als ‘beperkt verontreinigd’. 2.

Beperkt verontreinigd Hieronder vallen oppervlakken waarop PAK, minerale olie of zware metalen worden verwacht: § provinciale- en rijkswegen; § busbanen; § winkelstraten en -centra; § grotere parkeerterreinen (meer dan 10 plaatsen). Wanneer gebruik gemaakt wordt van chemische onkruidbestrijding dan dienen deze oppervlakken beschouwd de worden als ‘verontreinigd’.

3.

Verontreinigd oppervlak Verontreinigde oppervlakken zijn onderverdeeld in twee typen: § daken en gevels (3a) en § overige verontreinigde oppervlakken (3b).

3a. Daken en gevels (het betreft dakbedekking en gevelbekleding, niet de dakgoten) met uitloogbare bouwmaterialen worden vanwege een groot contactoppervlak met hemelwater separaat ingedeeld (3a). 3b. De overige verontreinigde oppervlakken (3b) betreffen bedrijfsterreinen (niet de bebouwing), marktpleinen, laad- en losplaatsen, overslag-terreinen, busstations, trambanen en tunnels, terreinen waar foutieve aansluitingen of lozingen verwacht worden.

23 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

7.3.3.

Gevolgen voor grondwaterkwaliteit De kans op uitspoeling van stoffen via de bodem naar het grondwater is op de Utrechtse Heuvelrug gering, met uitzondering van bestrijdingsmiddelen en strooizout (zie hoofdstuk 4). De gevolgen van verontreiniging van de voor de drinkwatervoorziening benutte grondwaterlichamen zijn echter groot. Het risico voor de grondwaterkwaliteit is door deze bedreiging van de drinkwaterfunctie dan ook groter, met name in gebieden rondom de winningen. Derhalve is in het beslisschema onderscheid gemaakt in grondwaterbeschermingsgebieden en gebieden binnen de Utrechtse Heuvelrug die daarbuiten liggen. Als grens hiervoor wordt de 25-jaarzone gehanteerd. Deze gebieden zijn duidelijk afgekaderd, zowel beleid/wetmatig als in het veld. Hierdoor wordt de communicatie vereenvoudigd en kan het afkoppelbeleid eenvoudiger worden geïmplementeerd.

7.3.4.

Beslisschema In Figuur 8 is het beslisschema opgenomen. Op de verticale as is de vuilvracht opgenomen (kans). Bovenin de vuile oppervlakken, onderin de schone oppervlakken. Op de horizontale as is de mate van actieve grondwaterbescherming aangegeven (gevolg). Uitgangpunt voor het schema zijn de risico’s voor de grondwaterkwaliteit. Bij een groot risico vindt een integrale afweging plaats om emissies naar het grondwater te voorkomen. Dit is in het beslissingsschema vertaald naar afkoppelen, niet afkoppelen of afkoppelen onder voorwaarden (ja, mits). Niet afkoppelen Verontreinigde oppervlakken binnen een grondwaterbeschermingsgebied worden niet afgekoppeld, evenals uitloogbare daken en gevels binnen een beschermingsgebied. Ja, mits Hemelwater van beperkt verontreinigde oppervlakken buiten de grondwaterbeschermingsgebieden en uitlogbare daken en gevels buiten een beschermingsgebied kan in principe worden geïnfiltreerd, mits beheersbare maatregelen genomen worden (streng en doelmatig) om het risico op verspreiding naar het grondwater tegen te gaan. De gestelde voorwaarden hierbij zijn beschreven in paragraaf 7.4. Als het toepassen van de randvoorwaarden vanwege oplopende kosten niet haalbaar blijken, komt lozen op het riool in beeld. Ook wordt afstromend hemelwater via het riool afgevoerd bij de aanwezigheid van verontreinigingen die niet voldoende afgevangen kunnen worden.

Ja, afkoppelen Beperkt verontreinigde oppervlakken buiten de grondwaterbeschermingsgebieden en aantoonbaar schone oppervlakken kunnen zonder de gestelde voorwaarden worden afgekoppeld.

24 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Vuilvracht

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

3b Verontreinigd oppervlak

Niet afkoppelen

Niet afkoppelen

Ja, mits

Niet afkoppelen

Beperkt verontreinigd oppervlak

Ja, afkoppelen

Ja, mits

Schoon oppervlak

Ja, afkoppelen

Ja, afkoppelen

3a Verontreinigd oppervlak: uitloogbare daken en gevels 2

1

Buiten GBG

Binnen GBG

Grondwaterbescherming 1. Schoon oppervlak • alle dake n en gevels van bestaande bebouw ing, mits de dakbedekking en gevelbekleding uit niet-uitlogende bouw materialen bestaan;

• vrijliggende voet- en fietspaden*; • schoolpleinen*; • kleine parkeergelegenheden (minder dan 10 plaatsen) voor personenauto’s in woongebieden*; • woonerven*; • toegangswegen van woonwijken*. Voor dakgoten geldt dat deze wel uitgevoerd kunnen zijn met uitloogbare bouwmaterialen om als schoon oppervlak beschouwd te worden. Gezien het kleine oppervlak van dakgoten dat in contact komt met hemelwater, is de vuilvracht voldoende klein om het als schoon te betitelen. 2. Beperkt verontreinigd Hieronder vallen oppervlakken waarop PAK, minerale olie of zware metalen worden verwacht: • provinciale- en rijkswegen; • busbanen; • winkelstraten en -centra; • grotere parkeerterreinen (meer dan 10 plaatsen). 3. Verontreinigd oppervlak Verontreinigde oppervlakken zijn onderverdeeld in twee typen: • daken en gevels (3a); Daken en gevels (het betreft dakbedekking en gevelbekleding, niet de dakgoten) met uitloogbare bouwmaterialen worden vanwege een groot contactoppervlak met hemelwater separaat ingedeeld. • overige verontreinigde oppervlakken (3b): De overige verontreinigde oppervlakken betreffen bedrijfsterreinen (niet de bebouwing), marktpleinen, laad- en losplaatsen, overslag-terreinen, busstations, trambanen en tunnels, terreinen waar foutieve aansluitingen of lozingen verwacht worden.

Figuur 8: Beslisschema afkoppelen en infiltreren op de Utrechtse Heuvelrug 2015 GBG=grondwaterbeschermingsgebied

25 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

7.4.

Maatregelen ter beperking uitspoeling naar grondwater De volgende randvoorwaarden zijn van toepassing bij (beperkt) verontreinigde oppervlakken, voor de gebieden waarvoor het “ja, mits” principe geldt: Grondwaterstand Om het risico van het doorslaan van stoffen die worden vastgelegd in de bodem te beperken, is het van belang dat de grondwaterstand zich voldoende diep onder het maaiveld bevindt. De hoogst toelaatbare maximale grondwaterstand bedraagt één meter onder de infiltratievoorziening. De grondwaterstand wordt tenminste één maal op locatie gemeten. Oppervlakkig infiltreren: beheersbaarheid Bij oppervlakkige infiltratie zijn foutieve aansluitingen en lozingen zichtbaar, is de infiltratievoorziening goed bereikbaar voor onderhoud en bij calamiteiten en is controle mogelijk op de functionering van de voorziening. Hiermee is de maatregel beheersbaar. Om de beheersbaarheid verder te vergroten, worden gemeentelijke infiltratievoorzieningen in een beheer- en onderhoudsplan opgenomen. Toepassing zuiveringstechniek Afgestemd op de verwachte vuilvracht wordt afgewogen en getoetst welk zuiveringsmechanisme en -techniek toepasbaar is. Vuile oppervlakken vragen bijvoorbeeld een intensievere zuivering dan beperkt verontreinigde oppervlakken binnen het grondwaterbeschermingsgebied.

De bodem fungeert als natuurlijke zuivering (bodempassage) voor de stofgroepen anders dan zout en bestrijdingsmiddelen. De belangrijkste aanvullende zuiveringsprocessen voor infiltratie zijn weergegeven in Tabel 1. Tabel 1: Zuiveringstechnieken voor infiltratie Voorbeeldtechnieken

Principe

- lavafilter

adsorptie:

- bodempassage met toevoeging

het hechten aan met name organisch stof, me-

van bijvoorbeeld humus en lutum

taaloxides en kleideeltjes

- metaaloxiden bodempassage met toevoeging van

afbraak:

bacteriën, bijvoorbeeld onder doorla-

het verteren van organische materie

tende straatverharding - wadi

opname:

- infiltratiegreppel

opname en afvoer via het gewas/toplaag

- helofytenfilter

De kosten van zuivering kunnen worden beperkt door het te infiltreren hemelwater naar een centrale infiltratievoorziening te leiden. Hiermee wordt het aantal zuiverende voorzieningen beperkt, hetgeen de beheersbaarheid ten goede komt.

26 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Monitoring (optioneel) Monitoring van de bodem- en grondwaterkwaliteit geeft inzicht in het gedrag van stoffen en is belangrijk om te voorkomen dat zich onverwachte verontreinigingen voordoen. Monitoring kan onder meer plaatsvinden door het periodiek (bijvoorbeeld circa eens per twee jaar) analyseren van bodemmonsters of door het analyseren van (grond)watermonsters uit bijvoorbeeld peilbuizen. De monitoring kan worden vereenvoudigd door het te infiltreren hemelwater naar een centrale infiltratievoorziening te leiden. Hiermee wordt het aantal monitoringslocaties beperkt. Vitens en de provincie bieden de gemeenten de optie om aan te sluiten bij het regionale grondwaterkwaliteitonderzoek (zie ook paragraaf 4.4)

27 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

8. Voorbeelden infiltratievoorzieningen De onderstaande infiltratietechnieken en principes zijn enkele voorbeelden en zijn geenszins uitputtend. Wadi Een wadi is een infiltratievoorziening met een verdiepte bodem. Aan de toplaag worden vaak humus en lutum toegevoegd wat er voor zorgt dat het bindend vermogen van de wadi vergroot wordt. In de verdieping van de wadi kan berging plaatsvinden. In de toplaag accumuleren de verontreinigingen. Door deze ophoping is het makkelijk ze te verwijderen. Eens in de 30 - 50 jaar moet de toplaag dan ook worden vervangen. In sommige gevallen wordt de wadi voorzien van een horizontale drain, zie Figuur 9.

Figuur 9: Overzicht wadi (bron: Aquaro) Berminfiltratie Bij berminfiltratie wordt de ondergrond van de bestaande berm verbeterd waardoor het afstromende water gezuiverd kan infiltreren, zie Figuur 10. Het is eigenlijk hetzelfde principe als een wadi, alleen is het op grotere schaal toepasbaar en heeft het minder berging.

28 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Figuur 10: Berminfiltratie Infiltratieriool Verzameld hemelwater kan ook worden geïnfiltreerd door middel van een IT-riool. Dit is in Leersum uitgevoerd met een verzamelriool, zie Figuur 11. Infiltratieriolen zelf hebben een beperkte zuiverende werking, de bodem eromheen daarentegen vangt veel verontreinigingen af. Om berging te creëren is het mogelijk een grote diameter aan te leggen.

Figuur 11: IT-riool in aanleg met een uitzonderlijk grote diameter in Leersum Doorlatende verharding Door doorlatende verharding toe te passen wordt water direct onder de verharding in de fundering gebracht. Vervolgens wordt het daar geborgen, waardoor de afvoer vertraagd wordt, zie Figuur 12. Zuivering kan worden toegepast met behulp van een reinigende vlijlaag. De doorlatende verharding is desgewenst ook nog uit te voeren met infiltratiekolken. Dit zijn kolken met gaatjes in de wand, zodat in een goed doorlatende grond, zoals veel voorkomt op de Heuvelrug, wegwater kan worden geïnfiltreerd. Bij veel bladval wordt de toepassing van doorlatende verharding afgeraden.

29 BG42 RAP20151126

26-11-15

Definitief

Geactualiseerde leidraad afkoppelen Utrechtse Heuvelrug

Figuur 12: Schets van doorlatende verharding (bron: Aquaro) Infiltratie-elementen Bij infiltratie-elementen wordt het hemelwater de bodem in getransporteerd en daar geborgen in ondergrondse elementen. Het grote voordeel hiervan is dat er meervoudig ruimtegebruik plaats kan vinden op de voorzieningen. Een groot nadeel is vaak de toegankelijkheid en het onderhoud van de voorzieningen. Het is veelal lastig te reinigen, en vaak is het niet vrij te graven bij defecten. Infiltratieelementen zijn opgebouwd met holle ruimten en bestaan in een groot aantal varianten.

30 Definitief

BG42 RAP20151126

26-11-15

BIJLAGEN

Bijlage 1 Algemene begrippenlijst Afkoppelen Het ongedaan maken van een situatie waarin regenwater, dat op verhard oppervlak valt, wordt afgevoerd naar de riolering. De term wordt ook gebruikt voor het geheel niet aansluiten op riolering die afvoert naar de rioolwaterzuiveringinrichting. Afvoer De hoeveelheid water die per tijdseenheid uit een gebied stroomt. Afwatering De afvoer van water via een stelsel van open waterlopen naar een lozingspunt van het afwateringsgebied. Diffuse bronnen Verspreide verontreinigingen, vaak zonder expliciet aanwijsbare bronlocaties of veroorzaker(s). Voorbeelden zijn: zure regen, zink afkomstig uit dakgoten en uitspoeling van meststoffen. Drinkwater Water van zeer goede en gecontroleerde kwaliteit, geschikt om zonder verdere bewerking te drinken. Gemengd rioolstelsel Rioolstelsel, waarbij afvalwater inclusief ingezamelde neerslag door 1 leidingstelsel wordt getransporteerd. Gescheiden rioolstelsel Rioolstelsel, waarbij afvalwater exclusief neerslag door een leidingstelsel wordt getransporteerd en neerslag door een afzonderlijk leidingstelsel rechtstreeks naar oppervlaktewater wordt afgevoerd. Grondwater Water beneden het grondoppervlak, meestal beperkt tot water beneden de grondwaterspiegel. Hemelwater = neerslag De massa waterdeeltjes, zowel vloeibaar als vast, die vanuit de atmosfeer het aardoppervlak bereikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9846193/1