01-23RV013 Bijlage 1 Lange termijn Bomenbeheerplan Zeist 2016-2041
Tekst van het document
Fornhese De buurt Fornhese betreft een bedrijventerrein. Voor dit bedrijventerrein is een beeldkwaliteitsplan gemaakt, waarbij landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein het doel is. In de praktijk is dat niet gemakkelijk realiseerbaar. Griffensteijn Dit is de buurt ten zuiden van de Griffensteijnselaan, omsloten door Griftlaan, Godfried van Seijstlaan en Waterigeweg. De buurt is ontwikkeld volgens de tuindorpstijl. De wegprofielen zijn uitgevoerd in Zeister profiel, vaak ruim en groen, met een enorm gevarieerd sortiment bomen in alle soorten, maten en leeftijden: ook wel aangeduid als het “arboretum” van Zeist. De bomen in het meest zuidelijke jaren-’5082
deel kent een eenvormiger bomenbeplanting. De karakteristieken zijn vooral B1 en B2, met de toevoeging Z van Zeisterprofiel. Handelscentrum Dit is een bedrijventerrein bij de oprit van de A28. Het karakter is bosachtig. Het Handelscentrum zelf is heel stenig en er komt alleen aan de zijde van de Boulevard een enkele boom voor. Er is hier geen boomstructuur. Hoge Dennen Hoge Dennen ligt tussen het Zeisterbos, Arnhemse Bovenweg, Graaf Janlaan en Prinses Irenelaan/Jagersingel. Het is een villawijk in tuindorpstijl, waarin vrijwel alle straatprofielen uitgevoerd zijn in Zeister profiel, vaak ruim, lommerrijk en met grote bomen, maar soms ook smaller met smalle plantstroken en kleinere bomen. Hoe groter de bomen, hoe langer de bomen meegaan. Grote bomen verdienen dan ook de voorkeur. In een aantal straten zijn de grasstroken van het Zeister profiel vervangen door heestervakken. Dit zorgt voor een optische versmalling van het profiel en een soms wat rommelig beeld. Huis ter Heide noord Huis ter Heide noord ligt tussen de Amersfoortseweg, de Dolderseweg, de Hobbemalaan en een bosperceel ten noorden van Park Rodichem. Het is als villapark ontwikkeld in de overtuin van Oud Zandbergen, en verkaveld volgens de principes van de Engelse landschapsstijl. Alle wegen vallen dan ook in die categorie.
Met uitzondering van de Gezichtslaan, de zichtas tussen Oud Zandbergen en huize Rodichem, die in formele stijl is aangelegd. Huis ter Heide zuid Huis ter Heide zuid ligt tussen de Amersfoortseweg en de A28, tussen de Zandbergenlaan en het park van landgoed Dijnselburg. Het is een mengeling van oude verspreid staande bebouwing en wat inbreiding met nieuwbouw. De Prins Alexanderweg maakt daarbij als zogenaamde “sortie” van oudsher deel uit van het verkavelingspatroon van de Wegh der Weegen (Amersfoortseweg). De Korte Bergweg is een ouder tracé met nog enkele grote eiken. In de rest van de openbare ruimte staan wat bomen tussen parkeervakken. Het aantal bomen en hun groeiruimte is beperkt. Door hun geringe aantal is het belang van de bomen voor het beeld van de openbare ruimte wel groot. Kerckebosch Kerckebosch ligt oostelijk van Hoge Dennen en wordt omsloten door bospercelen van het Utrechts Landschap. De buurt wordt in het decennium 2010 – 2020 geherstructureerd en krijgt de vorm van bebouwde scheggen die het bos in steken. Het boskarakter is voor deze buurt dus het thema, dat in de hele openbare ruimte terug komt. Wanneer de herstructurering is afgerond, verwerken we de nieuwe inrichting in ons beheersysteem. Kersbergen Kersbergen is wat inrichting betreft vergelijkbaar met Griffensteijn, maar nog iets ruimer opgezet.
De buurt is ontwikkeld volgens de tuindorpstijl en ligt tussen Utrechtseweg, Griffensteijnselaan, Waterigeweg en Van Renesselaan. De wegprofielen zijn uitgevoerd in Zeister profiel, vaak ruim en groen, met een enorm gevarieerd sortiment bomen in alle soorten, maten en leeftijden. Leijst van Seijst Dit is de omgeving van Het Slot. De Leijst van Seijst wordt gevormd door de formele lanen Waterigeweg, Lageweg en Blikkenburgerlaan. Dit is de omkadering van Het Slot. Uiteraard zijn de meeste 83
boombeplantingen binnen de Leijst van Seijst en ook de Leijst van Seijst zelf formele boomstructuren. Daarbinnen liggen een paar inbreidingsbuurtjes. Bomen zijn hier als aankleding gebruikt. Gezien de ligging in de omgeving van Het Slot en langs de Stichtse Lustwarande, ligt het voor de hand dat dit gegeven de inspiratie biedt voor toekomstige vervanging. Aangezien de buurtjes dateren van rond of na e e de eeuwwisseling van 20 naar 21 , hebben de bomen nog een lange levensverwachting. Lyceumkwartier Hiermee duiden we de buurt aan tussen Lindenlaan en Krakelingweg en tussen Boulevard en Professor e Lorentzlaan. Deze buurt kent vooral formele lanen, aangezien ze in het begin van de 20 eeuw is ontwikkeld in de jachtbossen van Het Slot. In de nieuwbouw, westelijk van de Verlengde Slotlaan, is een mengvorm van formeel en Engelse landschapsstijl gebruikt. Deze bomen zijn nog jong. Het aantal bomen in de categorie “buurtgroen” is laag in het Lyceumkwartier. Nijenheim Nijenheim ligt tussen de Kroostweg, Koppelweg, Griftlaan en De Clomp. Het is het oudste deel van ZeistWest. De bebouwing bestaat uit strokenbouw, waarbij de richting van de verkaveling geregeld wisselt. Er staan vooral (kleine) straatbomen in verharding. De karakteristiek is vooral Bopp. Bij herplant moet goed gekeken worden naar goede toekomstmogelijkheden en de daarbij passende plantplekken en boomsoorten.
Het buitenplaatskarakter van de Stichtse Lustwarande en het landschap van het Kromme Rijngebied is daarbij de inspiratiebron. Een algehele herinrichting van de openbare ruimte zou wenselijk zijn, bijvoorbeeld in combinatie met de vernieuwing van het riool. Parmentiersland Deze buurt is een tamelijk recente buurt en ligt tussen Utrechtseweg, Oude Arnhemseweg, De Dreef en Sanatoriumlaan. Er ligt, aan de laan van Eikenstein, een aantal wat grotere groenelementen met een landschappelijke of een buitenplaatskarakter. In de woonstraatjes staan kleine boompjes in verharding. De profielen zijn smal, dus veel ruimte voor bomen is er ook niet. Patijnpark/Dichtersbuurt Deze buurten zijn vergelijkbaar en aangelegd in tuindorpstijl, met van oorsprong veel Zeister profiel. Dit is in de loop van de tijd vaak opgeofferd ten behoeve van parkeerplaatsen. De buurten zijn van vóór de Tweede Wereldoorlog en er staan in veel straten mooie oude bomen. In een aantal straten heeft ook al verjonging plaatsgevonden. Dan is vaak gekozen voor kleinere (sier)boompjes. Valckenbosch Deze buurt in tuindorpstijl ligt tussen de Boulevard, Bergweg en de Dalweg. In het oudste deel van de buurt zijn de meeste lanen in Engelse landschapstijl, in het jongere – noordelijke – deel is de stijl van de wederopbouw zichtbaar. Kleine (sier)bomen zijn toegepast.
Dit is kenmerkend voor de stijl en vaak ook wel het gevolg van de smalle wegprofielen. Op een aantal plekken is het oorspronkelijke boslandschap nog zichtbaar: maar dit is vooral te vinden op de achterterreinen tussen de huizen. Verzetswijk en Indische Buurt Dit is een typische naoorlogse wederopbouwbuurt, met voor die tijd kenmerkende straatjes en boomsoorten. Hij ligt ten noorden van de Bergweg, tot aan de A28 en tussen de Panweg en de Thorbeckelaan/Dijnselburgerlaan. Het Staatsliedenkwartier maakt dus ook deel uit van dit deel van Zeist. Ook dit is een naoorlogse wederopbouwbuurt, met laagbouw en lage hoogbouw. In het Staatsliedenkwartier zijn de profielen ruim en veelal Zeister profiel. Er zijn zowel grote bomen als kleine (sier) bomen toegepast.
84
De Indische buurt is veel minder groen. Hier staan de bomen het meest in verharding. In de Verzetswijk is op sommige plekken tussen en rondom de hoogbouw het oorspronkelijke boslandschap, met o.a. grove dennen, gespaard. In de laagbouw zijn de straatjes smal en staan overwegend kleine sierbomen. Vogelwijk noord e Deze buurt stamt uit de jaren ‘60 van de 20 eeuw en is gebouwd volgens de principes van de nieuwe zakelijkheid. Hij ligt westelijk van de Kromme Rijnlaan en wordt verder omsloten door Noordweg, het terrein van PGGM en de Utrechtseweg. Er is behoorlijk wat groene ruimte, behalve in het inbreidingsbuurtje noord van de Kroostweg. Bomen zijn vaak groot en hebben de ruimte. Vogelwijk zuid Deze buurt ligt oostelijk van de Kromme Rijnlaan, tussen Weteringlaan, Griffensteijnselaan en e Koppelweg. De buurt is/wordt in het tweede decennium van de 21 eeuw geherstructureerd, waarbij ook de openbare ruimte geheel is herzien. Vollenhove/Mooi Zeist Vollenhove kent een hoogbouw en een laagbouwdeel. Mooi Zeist bestaat overwegend uit laagbouw. De bebouwingsdichtheid is hoog, zodat zoveel mogelijk bos van landgoed Vollenhove kon worden gespaard. De groeiomstandigheden voor bomen in de straten zijn moeilijk: er is weinig ruimte, bovengronds en ondergronds. In de buurt van de flats is er veel schaduw en windvang.
Door de enorme stenigheid zijn bomen wel heel belangrijk om een leefbare buurt te creëren en te behouden. Wilhelminapark e Deze buurt dateert uit het einde van de 19 eeuw en ligt tussen de Woudenbergseweg, Slotlaan, Laan van Beek en Royen/Professor Lorentzlaan en de Lindenlaan. Het is een villapark, ontworpen in Engelse landschapsstijl, met een aantal formele elementen (restanten van de aanleg van het jachtbos van Het Slot). De verkeersruimte is beperkt, en daarmee ook de ruimte voor bomen. Gelukkig zijn de voortuinen over het algemeen groen ingericht.
Voorbeeld van de werking van het rekenmodel voor boomstructuur buurtgroen:
In het geval we reconstructies van de openbare ruimte aan zien komen (rioolvervanging of wegreconstructie bijvoorbeeld) kunnen we zelfs tijdelijk kiezen voor nog meer tijdelijke terugval: vervanging als we weten dat de openbare ruimte een paar jaar later totaal overhoop gaat, is namelijk kapitaalvernietiging. Dit soort gegevens kunnen we verwerken in de planuitwerkingen. Het rekenmodel dat voor deze karakteristiek is opgebouwd, “telt” op basis van de kwaliteit en de daarmee samenhangende levensverwachting (steeds actueel opgehaald uit het beheersysteem Greenpoint) wanneer de 20% uitval is bereikt. Op basis van de uitwerkingen, worden in het beheersysteem de vervangingsstrategieën ingebouwd. Bij deze categorie wordt het aantal bomen dat nu aanwezig is gelijkgesteld aan 100%. Op basis van toekomstverwachting kan nu worden ingeschat wanneer en hoeveel bomen uitvallen. Het is zaak om in ieder geval, voordat er minder dan 80% van de bomen over is (ten opzichte van het huidige 100%), er een inrichtingsplan klaar ligt, dat er in voorziet dat er in de wijken in ieder geval 80% ten opzichte van het huidig aantal bomen blijft gehandhaafd. In dit inrichtingsplan moet helder zijn waar welke bomen terug komen en waar niet. De locaties in de buurten, die al kunnen worden ingeplant (omdat daar voldoende ruimte is), kunnen in ieder geval al voorzien worden van nieuwe bomen.
Bomen op volgens het inrichtingsplan ongewenste locaties hoeven niet actief te worden gerooid (dat is vóór het einde van hun natuurlijke leven), tenzij er sprake is van gevaarzetting of bovenmatig overlast veroorzaken.
85
Bewonersinbreng bij buurtbomen In de uitvoeringsplannen voor de buurten is ruimte voor inbreng van bewoners. Daarbij is het wel zaak, om steeds duidelijk te zijn over wat wel en niet kan: de algemene uitgangspunten voor bomenbeheer gelden ook voor de buurten. Denk aan: alleen vervangen als er ruimte is, kiezen voor boomsoorten die een relatief lange levensduur hebben, en dergelijke. Ook het buurtkarakter (zie de omschrijvingen hier boven) speelt een rol: het zou fijn zijn als buurtkarakteristieken ook in de toekomst herkenbaar blijven. Grote vraag zal worden: wat te doen als “de buurt” er niet uitkomt met elkaar? Dit moet op voorhand duidelijk worden ingebracht in het proces.
86
5. Rekenfase: financiële doorrekening Inleiding In voorgaande hoofdstukken is steeds de kwaliteit bepaald en beschreven van kenmerkende onderdelen van de boomstructuur van Zeist. Voor elke karakteristiek is op basis daarvan beschreven wat het gewenste eindbeeld moet zijn en wat de vervangingsstrategie gaat zijn, die moet garanderen dat we de groene kwaliteit van Zeist toekomstbestendig in stand kunnen houden. Deze onderverdeling en uitsplitsing was nodig, omdat de boomstructuur van Zeist heel gedifferentieerd is en elke differentiatie geheel eigen kwaliteiten kent, waar een eigen aanpak bij hoort. Met dit Lange Termijn Bomenbeheerplan kunnen we per straat uitleggen wat, waarom en hoe we in de toekomst met de boomstructuur toe willen werken naar een kwalitatief hoogwaardige boomstructuur. Hoe dan ook gaat het beeld buiten veranderen. Herplant vindt plaats op basis van het gewenste eindbeeld, terwijl we tot nog toe bij rooien automatisch tot herplant overgingen. Dit zal wennen zijn voor bewoners. De boomstructuur wordt anders dan men gewend is. Hetzij tijdelijk, bij vervanging van oude volgroeide bomen door nieuwe jonge boompjes. Hetzij permanent, omdat er een ander eindbeeld wordt nagestreefd. Behoud van kenmerkende kwaliteiten en die voor de toekomst langdurig veiligstellen, is steeds het vertrekpunt.
Hierover goede onderbouwing schrijven, kan helpen bij de burgers begrip te kweken voor deze veranderingen. Deze uitleg moet goed vindbaar zijn op de website van de gemeente Zeist. Maar uiteindelijk is het lange termijn bomenbeheer voor heel Zeist natuurlijk toch weer een totaalaanpak, met een daarbij behorend financieel plaatje. In dit hoofdstuk brengen we één en ander samen tot een totaaloverzicht.
5.1 Overzicht beheerstrategieën Per karakteristieke boomstructuur gaat het om verschillende aanpakken. In de voorgaande hoofdstukken is dit beschreven. We zetten ze hieronder kort samengevat op een rij. 1. Landschappelijk mag ongelijkjarig. We rekenen met een gemiddeld aantal bomen per oppervlakte openbaar gebied en gaan vervangen als het aantal bomen onder dat aantal zakt. De aantallen zijn bepaald op basis van de puzzelstukken voor overeenkomstige boomstructuren. 2. Middeleeuws rekent voor een aantal subbeheertypen ook met een aantal bomen per oppervlakte en ongelijkjarigheid. Voor de subcategorieën M0, M1 en M2a geldt hetzelfde als onder landschappelijk. Voor de overige subcategorieën (M2b, M3, M4 en M5) van deze karakteristiek kiezen we voor een aantal bomen in ongelijkjarige rijen (gemiddeld aantal, bepaald per 100 m). Wanneer deze boomstructuur onder het toekomstige aantal zakt, wordt er bijgeplant om weer op het eindbeeld te komen. 3. Formele boomstructuren laten we wegzakken tot 50% van de uiteindelijk gewenste aantallen. In de “verval-fase” wordt niet herplant. Op het moment dat we onder de 50% zakken van het nieuw gewenste aantal, rooien we in één keer de bomen die er nog staan, waarna we ook in één keer opnieuw inplanten. Zo stellen we het kenmerkende beeld (gelijkjarig, gelijksoortig, monumentaal) voor de toekomst veilig. We gaan uit van vaste plantafstanden. 4.
Bij Engelse Landschapsstijl is de aanpak hetzelfde als bij formeel. 5. Bij Zeister profiel hangt de aanpak af van de buurtkarakteristieken van de aangrenzende buurten voor wat betreft gelijkjarigheid of niet, vaste plantafstanden of gemiddelde plantafstanden per 100 m. De toekomstige aantallen zijn bepaald aan de hand van de puzzelstukken. Vervanging vindt plaats wanneer een boomstructuur zakt onder het toekomstig gewenste aantal. 6. Buurt- en parkbomen worden uiteindelijk tot 100% vervangen. Om tot een werkbare situatie te komen, mag 20% uitvallen voordat we daadwerkelijk weer op gaan bouwen tot 100%. Dit is nodig om wat flexibiliteit in te bouwen qua situering en aanpak. Uitwerkingen voor buurten en parken 87
worden in samenspraak met de buurt gemaakt, mede op basis van de typische karakteristieken van die buurten, pleinen en parken. Dit stuurt de uiteindelijke aanpak. In totaal zijn er 45 coderingen en dus beheertypen met een bepaalde beheerstrategie onderscheiden. Elk stuk boomstructuur (ruim 1000) heeft een codering gekregen, op basis van één van de 45 beheerstrategieën.
5.2 Rekenmodellen Deze strategieën zijn verwerkt in rekenmodellen, met draaiknoppen. Die draaiknoppen bestaan uit: 1. aantallen per oppervlakte (als ondergrensbepaling); 2. of stuks per 100 m: en dan een gemiddeld aantal stuks per 100 m of een vooraf bepaalde vaste plantafstand (als ondergrensbepaling) 3. aantal rijen 4. een toegestaan “vervalpercentage” (van 20 of 50) Deze draaiknoppen kunnen in het rekenmodel desgewenst eenvoudig anders worden ingesteld. Dat wijkt dan wel af van de in dit Lange Termijn Bomenbeheerplan gemaakte keuzes en heeft dan dus vervolgens ook consequenties voor het uiteindelijke beeld buiten. In aantallen laat zich dat als volgt uitdrukken.
aantal bomen meer/minder
overig buurten Engels formeel landschappelijk middeleeuws PPP Zeister profiel
1193 8268 3539 6891 5015 3928 5881 591 34113 35306
onbekend 8268 3112 4551 4040 3655 5881 635 30142
0 -427 -2340 -975 -273 0 44 -3971
Werken met kwaliteitsgegevens in de rekenmodellen De rekenmodellen zijn zo gebouwd, dat ze steeds voor elk van de 45 subbeheertypen (M0, F5, EL2a, Pbp en dergelijke) één op één de actuele kwaliteitsgegevens ophalen uit het bomenbeheersysteem van Greenpoint. Deze worden elke drie jaar geactualiseerd aan de hand van monitoring van de boomkwaliteit, waarbij ook de restlevensduur wordt bepaald. Deze is belangrijk. Op basis van de restlevensduur kunnen we immers voorspellen of bepaalde structuren door de ondergrens gaan zakken en dus “aan de beurt” zijn om aan te pakken. De onderscheiden restlevensduur-categorieën zijn:
restlevensduur 0 – 2 jaar 2 -5 jaar 5- 10 jaar 10 – 25 jaar meer dan 25 jaar
betrouwbaarheid zeer waarschijnlijk: geen onzekerheidsmarge zeer waarschijnlijk: nauwelijks onzekerheidsmarge waarschijnlijk: enige onzekerheidsmarge matig waarschijnlijk: behoorlijke onzekerheidsmarge onzeker, in de zin dat de verwachte rooiperiode nog niet te voorspellen is
88
Ruim de helft van de bomen zit in de categorie restlevensduur tot 25 jaar. Als we daar weer het gemiddelde van nemen, is ons bomenbestand in 2033 – 2035 gehalveerd. Uiteraard geldt de wet van de grote getallen. Bij 35.000 bomen zal het gemiddeld uiteindelijk wel kloppen. Bovendien is het zo, dat we elke drie jaar nieuwe gegevens over de restlevensduur krijgen, waardoor we de voorspellingen kunnen actualiseren naar tijd en plaats. We kunnen dan zowel de fasering van de benodigde investeringen opnieuw bepalen als ook de uitwerkingsplannen preciseren. Bestekken kunnen steeds gemaakt worden op basis van de meest actuele stand van zaken. Door steeds gebruik te maken van actuele gegevens, kunnen we in de toekomst ook “rekenen” met de gevolgen van calamiteiten als droogte, stormen, ziekten en plagen. We hebben besloten te rekenen tot en met 2041: de restlevensduur 10 – 25 jaar. De gegevens voor de jaren erna zijn te onzeker om gefundeerde uitspraken over te kunnen doen.
Kostenopbouw in de rekenmodellen We hebben gerekend met een gemiddelde kostprijs van onderdelen van het bomenbeheer op basis van de kosten van de totale levenscyclus. Rooien kost gemiddeld € 625,-, planten met nazorg gemiddeld 350,- (prijspeil 2016). Dat zijn gewogen gemiddelden op basis van de situatie van het Zeister bomenbestand. De jaartallen voor de benodigde investeringen komen uit de restlevensduurbepalingen van Greenpoint. Op basis van de omgeving waarbinnen een plantplaats moet komen is een stoplichtcodering toegevoegd, die aangeeft of er moet worden gerekend met extra kosten. Voor bomen met een groene codering zijn geen extra kosten nodig om een goede plantplaats te maken. Voor bomen met een oranje codering zijn aanvullende kostenverhogende maatregelen nodig, omdat zonder deze maatregelen geen goede plantplaats kan worden gemaakt. Bomen met een code rood kunnen nu nog niet vervangen worden. Eerst moeten er ingrijpende wijzigingen aan het profiel plaatsvinden, waarin de plantplaatsen moeten komen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een hele smalle berm vlak langs een rijbaan. De extra kosten zijn niet meegenomen in het rekenmodel, omdat dit per situatie moet worden bekeken. Met de stoplichtcodering is aangegeven wat de verwachtingen zijn over de aanwezige omstandigheden waarin plantplaatsen moeten worden gemaakt.
Vermijdbare en onvermijdbare kosten
Onderhoud (€ 200.000,- op jaarbasis voor 35.000 bomen = € 400,- per boom tijdens zijn hele leven/70 jaar) hebben we in de berekeningen buiten beschouwing gelaten. Dit zijn kosten die hoe dan ook doorlopen, los van vervangingsstrategieën en –momenten. Uit het oogpunt van veiligheid moeten deze plaatsvinden. Jonge en oude bomen zijn wat duurder in onderhoud (respectievelijk begeleidingssnoei/ opkronen en dood hout verwijderen). Bomen in de volwassen fase zijn het goedkoopst. De kosten voor onderhoud hebben we niet meegerekend in het rekenmodel. Het bestaande beschikbare jaarlijkse budget volstaat en dit blijft zo. Rooien van dode bomen is ook een onvermijdelijke kostenpost. Er is geen keuze voor wel of niet rooien. Gemiddeld € 625,- per boom als deze sterft: deze kosten moeten worden opgehoest. Op basis van de restlevensduur en de fasering van het rooien op basis van de strategie per (sub)karakteristiek kunnen we dus voorspellen welke investeringen dit vergt. Hieronder ziet u de grafiek, die gemaakt is aan de hand van de optelling van de doorrekening van alle subcategorieën en hun strategieën op basis van de rekenmodellen. U ziet in de grafiek enkele pieken optreden. Die hangen samen met de strategie voor formeel en Engelse Landschapsstijl: omdat gelijkjarigheid gewenst is, wordt bij 50% uitval de hele structuur gerooid. Dit geeft een piek in de kosten.
Daar staat tegenover dat dit in de jaren erna een besparing oplevert: de bomen die dan aan de beurt zouden zijn om te rooien, zijn immers al weggehaald. Het is dus geen kostenverhoging, maar een kostenverschuiving.
89
Nieuwe bomen aanplanten is in principe een keuze. Het zijn kosten die voortkomen uit de ambitie het 27 groene karakter van Zeist duurzaam veilig te stellen. De kosten hiervoor bedragen 25% van de totale kosten van de levenscycluskosten van een boom, namelijk gemiddeld € 350,- per boom. Op basis van de restlevensduur en de fasering van het rooien aan de hand van de strategie per (sub)karakteristiek kunnen we dus voorspellen welke investeringen dit vergt. Hieronder ziet u de grafiek, die gemaakt is aan de hand van de optelling van de doorrekening van alle subcategorieën en hun strategieën op basis van de rekenmodellen.
Op de volgende pagina vindt u bovenstaande grafiek, met daarin ook de kosten weergegeven voor aanplant. Deze lijn volgt uiteraard de pieken in het rooien.
In deze grafiek zijn de rooikosten weergegeven op basis van de berekeningen van de restlevensduur en de vervangingsstrategie op grond van de (sub)beheertypen
27
op basis van scenario Q, zoals besloten door de raad in oktober 2013.
90
In deze grafiek zijn de rooikosten weergegeven op basis van de berekeningen van de restlevensduur en de vervangingsstrategie op grond van de (sub)beheertypen.
5.3 Totale investering
Wanneer we de rooi- en plantkosten bij elkaar optellen – berekend op basis van het totaal van alle rekenmodellen voor de strategieën van alle subcategorieën – dan rolt daar het volgende totaalplaatje uit. Hieruit blijkt dat er op korte termijn al een investering nodig is, omdat er blijkbaar al een aantal boomstructuren zijn die (nog) niet of niet meer aan het gewenste eindbeeld voldoen. Wanneer deze investering is gedaan, hebben we op basis van de kwaliteit van de boomstructuur nog een paar rustige jaren voor de boeg. Daarna gaat het hard. In tabelvorm levert dit qua benodigde budgetten het volgende beeld op. Er is per jaar een budget beschikbaar van € 221.000,-- (jaarlijks beschikbare budget voor bomenbeheer minus de kosten voor het onderhoud). De rooikosten zijn bekend en onvermijdelijk. De plantkosten zijn ook bekend en staan apart vermeld in een kolom (omdat deze kosten wel te vermijden zijn). In de één na laatste kolom zijn rooi- en plantkosten bij elkaar opgeteld. In de laatste kolom staat het jaarlijks tekort vermeld: het totaal benodigde bedrag minus het jaarlijks beschikbare budget. Voor deze tekorten is aanvullend budget/financiering noodzakelijk.
jaartal 2016 2017 2018 2019
beschikbaar budget € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00
rooikosten € € € €
plantkosten
148.850,00 52.000,00 52.000,00 150.366,67
€ 667.939,97 € 2.245,70 € 2.461,02 € 15.790,99 91
totaal benodigd € € € €
816.789,00 54.245,70 54.461,02 166.157,66
saldo per jaar (- = tekort) - € 595.789,97 € 166.754,30 € 166.538,98 € 54.842,34
2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041
€ 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00 € 221.000,00
€ 150.366,67 € 165.966,67 € 572.130,00 € 529.620,00 € 567.970,00 € 529.620,00 € 537.420,00 € 936.693,33 € 949.650,00 € 1.001.216,67 € 1.039.306,67 € 1.119.083,33 € 1.019.720,00 € 1.248.823,33 € 1.014.390,00 € 1.076.963,33 € 949.910,00 € 979.463,33 € 913.336,67 € 1.130.566,67 € 760.240,00 € 677.993,33
€ 29.554,20 € 37.812,39 € 127.816,17 € 199.597,66 € 200.683,28 € 196.752,05 € 188.256,86 € 229.769,32 € 296.513,24 € 418.082,71 € 509.764,54 € 514.553,97 € 441.312,12 € 692.848,97 € 445.170,90 € 573.992,40 € 496.387,00 € 574.110,65 € 543.230,66 € 808.431,63 € 456.599,18 € 384.646,64
€ 179.920,86 € 203.779,06 € 699.946,17 € 729.217,66 € 768.653,28 € 726.372,05 € 725.676,86 € 1.166.462,66 € 1.246.181,24 € 1.419.299,38 € 1.549.071,21 € 1.633.637,31 € 1.461.032,12 € 1.941.672,30 € 1.459.560,90 € 1.650.955,74 € 1.446.297,00 € 1.553.573,98 € 1.456.567,32 € 1.938.998,30 € 1.216.839,18 € 1.062.639,97
Hieronder zijn de totale kosten in grafiekvorm weergegeven.
In deze grafiek zijn de totale kosten weergegeven op basis van de berekeningen van de restlevensduur en de vervangingsstrategie op grond van de (sub)beheertypen
92
€ 41.079,14 € 17.220,94 - € 478.946,17 - € 508.217,66 - € 547.653,28 - € 505.372,05 - € 504.676,86 - € 945.462,66 - € 1.025.181,24 - € 1.198.299,38 - € 1.328.071,21 - € 1.412.637,12 - € 1.240.032,12 - € 1.720.672,30 - € 1.238.560,90 - € 1.429.955,74 - € 1.225.297,00 - € 1.332.573,98 - € 1.235.567,32 - € 1.717.998,30 - € 995.839,18 - € 841.639,97
De huidige vulling van het bomenfonds van € 1,1 miljoen biedt ruimte voor uitvoering tot en met 2022. In het kader van voorjaarsnota 2016 en begroting 2017 worden voorstellen gedaan voor dekking van de kosten in de periode daarna. Bijstelling en verantwoording zal steeds plaatsvinden in het kader van de reguliere jaarlijkse planning- en controlcyclus. 28
5.4 Slimme maatregelen Tot het uitwerken van scenario Q behoorde ook het meenemen van slimme maatregelen in technisch en financieel opzicht, zodat we zo (kosten)efficiënt mogelijk tot een kwalitatief goede boomstructuur komen. Denk aan crowd funding, verkoop van hout, werk-met-werk maken, niet meer planten op plekken waar 29 bomen geen ontwikkelkansen hebben. Bij het doorlopen van het proces om tot dit bomenbeheerplan te komen, bleek dat slimme maatregelen plaats- en tijdgebonden zijn en dat er in zijn algemeenheid niet méér over te zeggen valt, dan we al gedaan hebben in het rapport uit 2013. Slimme maatregelen zullen deel gaan uitmaken van de uitwerkingen, die de basis gaan vormen van bestekken.
28 29
stand mei 2016 zie voor mogelijkheden de hoofdstukken X en Y van het rapport Bomen: (kleur)rijke dragers van het groen in Zeist (2013)
93
6. Enkele terzijdes bij het lange termijn bomenbeheerplan Inleiding Dit Lange Termijn Bomenbeheerplan biedt ons een prachtig instrument voor de verantwoording en toekomstige kwaliteit en fasering. Wel kunnen er zowel ten aanzien van het proces als ten aanzien van de uitkomsten nog een aantal conclusies worden getrokken, die het vermelden waard zijn.
6.1 Nadere uitwerkingen en communicatie
Dit Lange Termijn Bomenbeheerplan biedt – zoals gezegd – een prachtig instrument voor de verantwoording van toekomstige kwaliteit en fasering. Het is echter nog niet geschikt als basis voor bestekken en uitvoeringsmaatregelen. En ook maatwerk (buurten en parken) maakt er geen deel van uit. Dit is een volgende stap in het proces. Vooral het maatwerk voor buurten en parken leent zich om samen met omwonenden uit te werken. Hiervoor moeten spelregels worden opgesteld. Zo weet de buurt wat de speelruimte is. De praktijk leert bovendien, dat buurtbewoners het niet altijd eens kunnen worden. Ook hiervoor moet op voorhand duidelijk zijn wat in dat geval de afspraken zullen zijn. En buiten dat: bij het opstellen van de uitwerkingsplannen en het uitvoeren van de maatregelen, is communicatie met de samenleving hoe dan ook uitermate belangrijk. Het gaat immers om aanpassingen/veranderingen in hún woonomgeving. Dit zal voortdurend punt van aandacht moeten zijn. Ook een heldere uitleg over de aanpak van de 50% kap is een belangrijk aandachtspunt.
6.2 Bomenbeheer en integraal beheer openbare ruimte Voor bewoners is de openbare ruimte één totaalplaatje. Zij zien niet de onderdelen verharding, verkeersinrichting, verlichting, straatmeubilair, bomen en groen. Zij zien een openbare ruimte die in hun ogen wel of niet kwalitatief voldoet, wel of niet functioneel is, en die hun aanstaat of niet. Het beheer van de openbare ruimte is nu nog opgesplitst in grijs, groen en blauw, met een flinke rol voor verkeer als belangrijkste gebruiker. Dat leidt soms tot conflicten. De ideale bushalte of meer parkeerplaatsen ten koste van bomen of opgedrukte bestrating door boomwortels, straatverlichting midden in een boomkroon, om maar een paar voorbeelden te noemen. Of tot inefficiënte planning: eerst de bestrating vervangen en een jaar later nieuwe bomen planten…. Dat valt de inwoners niet uit te leggen. Met het Lange Termijn Bomenbeheerplan hebben we nu een instrument in handen om tot een totaalaanpak te komen met andere functies en werkstromen in de openbare ruimte: door te weten waar je naar streeft, kun je kijken waar je samen kunt optrekken en waar je tot oplossingen moet of kunt komen. Samen werken aan integrale kwaliteit vraagt kennis van de onderdelen, waaruit die integrale kwaliteit is opgebouwd. Het Lange Termijn Bomenbeheerplan is een mooi vertrekpunt.
Kanttekening daarbij is, dat we, wat betreft de openbare ruimte, natuurlijk werken vanuit de bestaande kwaliteiten, bestaande minpunten en strakke budgetten: er is geen blanco situatie en geen blanco cheque. Maar aan de hand van het Lange Termijn Bomenbeheerplan is er in ieder geval een vertrekpunt voor het optimaal afstemmen van het beheer van de openbare ruimte. En dat biedt in ieder geval perspectief voor een situatie die voor inwoners logischer is, uiteindelijk efficiënter is en buiten tot meer kwaliteit leidt.
6.3 Evaluatie opdracht uitwerking scenario Q in Lange Termijn Bomenbeheerplan Bij de start van de uitwerking van scenario Q hadden we als groep een bepaald beeld van wat er mogelijk zou zijn qua accuratesse en detaillering van de informatie en de manier waarop we onze keuzes zouden kunnen presenteren. Uiteraard bleek de praktijk – uiteraard – anders dan de theorie. Het is dus goed om 94
onszelf de vraag te stellen, of we voldaan hebben aan de opdracht die we in 2013 van de raad hebben gekregen. Deze was als volgt geformuleerd: scenario Q te kiezen als kader voor de uitwerking tot een Lange Termijn Bomenbeheerplan. Implementatie van “slimme maatregelen” maakt deel uit van scenario Q. Het doel is uiteindelijk te komen tot een evenwichtig bomenbestand, waarin pieken geen grote rol meer spelen. Dit is door ons als volgt geïnterpreteerd: 1. we bepalen wat de kwaliteit van de boomstructuur is, waaruit die is opgebouwd en welk eindbeeld er bij hoort; 2. kwaliteit is leidend, aantallen zijn volgend (waarbij we streven naar de zelfde of betere kwaliteit van de boomstructuur met minder bomen); 3. we doen dat voor 70 jaar, omdat we dan de hele gemiddelde levensduur van het Zeister bomenbestand de revue laten passeren en we de piek plus toekomstige voorkoming daarvan mee kunnen nemen; 4. we bepalen welke slimme maatregelen we hoe in kunnen zetten in de bekostiging: het genereren van geld, dan wel het besparen van kosten; 5. waar bomen geen ontwikkelmogelijkheden hebben, planten we ze niet meer terug; 6. we schetsen toekomstige kaart- en aanzichtsbeelden, zodat we duidelijk kunnen maken wat er buiten verandert. Hieronder gaan we puntsgewijs in op behaalde/niet behaalde doelstellingen. 1. dit is goed gelukt en qua aanpak (heel) toekomstbestendig; 2.
wij zijn van mening dat ook dit punt goed is uitgedacht en tot zijn recht is gekomen; de uiteindelijke reductie in aantallen bedraagt 11 %. Dit leidt uiteindelijk op de lange termijn tot een kostenreductie, omdat de levenscycluskosten voor 3971 bomen wegvallen. 3. de ambitie voor 70 jaar bleek niet uitvoerbaar. De gegevens uit het beheersysteem bepalen de mogelijkheden en zijn tot 25 jaar redelijk waarschijnlijk/betrouwbaar. Daarna wordt het koffiedik kijken. De systematiek (zie onder 1) is door de gekozen insteek echter zeker houdbaar voor de periode van 70 jaar. Bij actualisering van de gegevens uit het beheersysteem is duidelijk hoe één en ander zich verder ontwikkelt en welke aanpak goed werkt bij spreiding van de toekomstige piek en welke oplossingen minder opleveren; 4. slimme maatregelen blijken té plaats- en tijdafhankelijk om voor een lange periode vooruit voor heel de gemeente meer te kunnen zeggen dan al gedaan is in het kaderstellend rapport uit 2013. Bij de uitwerking tot uitvoeringsplannen of buurt- en parkuitwerkingen kunnen we hier wel concreet wat mee (zie bomenbeheerbeslisboom eerder in dit rapport, die als checklist dient); 5. met de “stoplichtcodering” groen, oranje en rood hebben we een aanduiding ingebouwd van ontwikkelkansen voor de toekomst van nieuwe aanplant; in de uitvoeringsplannen en deeluitwerkingen kunnen we hier pas meer concreet over worden; 6.
het is niet mogelijk gebleken om tot kaartbeelden van de nieuwe situatie te komen: het beheersysteem is niet zo gebouwd dat we een nieuwe strategie aan kunnen geven en dat dat dan verwerkt wordt tot een toekomstig kaartbeeld. Het kan alleen handmatig worden “ingetekend” in het beheersysteem. Een onhaalbare kaart. Iets dergelijks geldt voor gefotoshopte toekomstbeelden, die we wilden presenteren voor de puzzelstukken. In de praktijk bleek niet alles “verbeeldbaar” te zijn en bovendien is er tot het allerlaatst nog gesproken over de gewenste kenmerken van de toekomstbeelden. Daarmee was er geen productietijd meer voor dit soort beelden (het maken ervan is zeer arbeidsintensief). Al met al een aardig lijstje kanttekeningen. Alles overwegende, hebben we niet volledig aan de opdracht kunnen voldoen. We bleken te enthousiast en te naïef, waarbij we teveel vertrouwen hadden in de mogelijkheden van het beheersysteem en de kwaliteit van de gegevens. In de praktijk bleek hier nog een enorme bult werk aan verzet te moeten worden. Het bleek ook uitermate lastig om het goede abstractieniveau te vinden en vast te houden. Wel gerichte uitspraken doen, zonder per straatje in te zoomen, was een forse opgave.
95
Maar, alles overwegende, hebben we wél een kwalitatief goed doordacht systeem kunnen neerzetten, waarmee we zeer toekomstvast aan het werk kunnen en tot in lengte van jaren tot goed afgewogen uitvoeringsplannen en –maatregelen kunnen komen. Zeker als we in die fase de punten 4 tot en met 6 wel goed meenemen.
6.4 Bomenverordening en bomenbeheerplan Eén van de uitgangspunten van de nieuwe Bomenverordening (2016) is, dat de gemeente Zeist, bij een goedgekeurd bomenbeheerplan geen kapvergunning meer nodig heeft voor maatregelen die voortkomen uit dat bomenbeheerplan. Dit Lange Termijn Bomenbeheerplan kunnen we alleen uitvoeren, als dit als zodanig wordt vastgesteld. Veel strategieën voor vervanging, gaan namelijk uit van een “vervalfase”. We gaan op dat moment dus niet meteen over tot herplant, maar stellen dat uit. Ook aantallen en plaatsing kunnen wijzigen. Dit bomenbeheerplan is daar de basis voor. Daarmee is het noodzakelijk de vaststelling van dit Lange Termijn Bomenbeheerplan als grond te zien voor die eis uit de nieuwe Bomenverordening 2016. Uiteraard vallen ook de uitwerkingen, die de komende jaren gemaakt gaan worden, daar onder. Met het vaststellen van dit Lange Termijn Bomenbeheerplan als grond voor het opheffen van het verbod tot het vellen van bomen zonder vergunning, treedt wel een aanzienlijk verschil op in de mogelijkheden van inwoners om nog iets te vinden van het gemeentelijkbomenbeheer. Op basis van de Bomenverordening uit 2005 kon een inwoner kennis nemen van elke individuele kapvergunning en daar bezwaar tegen maken.
In de nieuwe situatie gaan we uit van een vastgesteld beheerplan, dat weliswaar interactief tot stand is gekomen, maar waar inwoners verder geen kennis van hebben kunnen nemen door ter inzage legging of iets dergelijks. Dit is een bewuste keuze, ingegeven door het ervaringsfeit dat het zelden lukt om inwoners op één lijn te krijgen bij plannen voor het groen in hun buurt, met langdurige procedures tot gevolg. Voorbeelden zijn het Gezichtslaantje, het bosje naast Nijenheim en het herinrichten van het eerste deel van de Verlengde Slotlaan. Hoe dan ook stelt dit feit hoge eisen aan de communicatie-inzet. De insteek is, dat we het beheerplan gewoon vaststellen en veel investeren in buurtgerichte communicatie: dus uitleggen wat je gaat doen in de straat en waarom. Bij park-, plein-, plantsoen- en buurtuitwerkingen wordt de buurt betrokken. Deze stellen we interactief op. Verder komt het aan op heel gericht en zorgvuldig communiceren rondom de uitvoering van werkzaamheden.
96
Bijlage met kernschema’s lange termijn bomenbeheer
97
98
kernschema’s bomenbeheerplan koppeling structuurkenmerken groenstructuurplan en karakteristieke boomstructuur*
S1 S2
structuurkenmerk groenstructuur landschappelijke structuur cultuurhistorisch raamwerk
S3
netwerk van lanen en wegen als dragers van de groenstructuur
S4 S5
parken en plantsoenen de collage van groene karakters van de buurten van Zeist
karakteristieke boomstructuur landschappelijk formeel Engelse landschapsstijl * gemeentelijke buitenplaats middeleeuws formeel (apart uitgewerkt onder S2) landschappelijk (apart uitgewerkt onder S1) Zeister profiel parken, pleinen en plantsoenen buurtgroen
* landschapsstijl is door de groep als categorie toegevoegd t.o.v. het Groenstructuurplan
realiteitswaarde restlevensduur bomen restlevensduur 0 – 2 jaar 2 -5 jaar 5- 10 jaar 10 – 25 jaar meer dan 25 jaar
betrouwbaarheid zeer waarschijnlijk: geen onzekerheidsmarge zeer waarschijnlijk: nauwelijks onzekerheidsmarge waarschijnlijk: enige onzekerheidsmarge matig waarschijnlijk: behoorlijke onzekerheidsmarge onzeker, in de zin dat de verwachte rooiperiode nog niet te voorspellen is
levenscycluskosten van een boom levenscycluskosten per boom plantkosten incl. water geven onderhoudskosten 70 jaar rooikosten totaal
99
voor 70 jaar € 350 ( 25 %) €400 (30 %) € 625 (45 %) € 1.375
100