01-23RV013 Bijlage 1 Lange termijn Bomenbeheerplan Zeist 2016-2041
Tekst van het document
2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041
173,67 bomen aanwezig 173,33 bomen aanwezig 173 bomen aanwezig 171,8 bomen aanwezig 170,6 bomen aanwezig 169,4 bomen aanwezig 168,2 bomen aanwezig 167 bomen aanwezig 156,14 bomen aanwezig 145,28 bomen aanwezig 134,42 bomen aanwezig 123,56 bomen aanwezig 112,7 bomen aanwezig 101,84 bomen aanwezig 90,98 bomen aanwezig 80,12 bomen aanwezig 69,26 bomen aanwezig 58,40 bomen aanwezig 47,54 bomen aanwezig 36,68 bomen aanwezig 25,82 bomen aanwezig 14,96 bomen aanwezig 4,1 bomen aanwezig
50% Van het gewenste aantal bomen in de Boulevard is minimaal 72,15 bomen, dus dat betekent dat er vanaf 2035 69,26 moeten worden gerooid en in een keer 144,3 bomen moeten worden geplant om aan het wensbeeld te voldoen. Voor deze rekenwijze is gekozen om een zo goed mogelijke kostenraming te kunnen maken over de komende jaren. In werkelijkheid wordt er tot volledige kap en 100% aanplant overgegaan op het moment dat er minder dan 72,15 bomen staan. De uitgevallen bomen worden verwijderd in Greenpoint, het rekenmodel telt de bomen die er nog staan en wanneer er minder bomen zijn dan in het wensbeeld * 50% (144,3 * 50% = 72,15 bomen) staan aangegeven, worden de kap en aanplantactie uitgevoerd.
58
4.4 Uitwerking Engelse landschapsstijl boomstructuur Engelse landschapsstijllanen in Zeist Engelse landschapsstijllanen in Zeist zijn lanen die veelal zijn aangelegd volgens de beginselen van de Engelse landschapsstijl. De naam zegt het al. Deze stijl waaide over uit Engeland en raakte in zwang e e ruim voor de tweede helft van de 19 eeuw tot in het begin van de 20 eeuw. Voor Zeist was dit de periode van het ontstaan van en de bloeitijd van de Stichtse Lustwarande met zijn mooie buitenplaatsparken. Het was ook de tijd waarin diverse eigenaren van landgoederen – als echte projectontwikkelaars – overgingen tot de aanleg van villaparken. Mooie voorbeelden daarvan zijn het Wilhelminapark en het Blookerpark/Huis ter Heide. Het spreekt voor zich dat deze villaparken werden aangelegd in de stijl die toen in de mode was: de Engelse landschapsstijl dus. De “nieuwe” mode werd ook leidend bij het moderniseren van de formele landgoederen, die toen vaak al ruim 150 jaar oud waren. Daarbij werden belangrijke kwaliteiten van de oorspronkelijke formele aanleg vaak behouden en werd de Engelse landschapsstijl ingepast. De omgeving van het Slot is daar een voorbeeld van. Door deze ontwikkelingen is de Engelse landschapsstijl in Zeist tamelijk nadrukkelijk aanwezig in het straatbeeld.
Kenmerken van deze stijl zijn gebogen lijnen (bijvoorbeeld voor oprijlanen), waarmee een ideaalbeeld van een landschap werd vormgegeven met coulissen en zorgvuldig geënsceneerde zichtlijnen en vergezichten: met kronkelende waterpartijen, glooiende gazons, mooie boomgroepen en prachtige bosschages (vaak met taxus, rhododendron en hulst) werd een arcadisch landschap geschapen. Deze vormgeving was daarmee een duidelijke tegenhanger van de strenge rechtlijnigheid van de formele aanlegstijlen. In Zeist komt deze stijl veel voor. Gezien de ontwikkeling die Zeist doormaakte in juist de hoogtijdagen van de Engelse landschapsstijl, is dat ook logisch. De ruimte voor bomen is, door de ruimtebehoefte van het autoverkeer, wel aanzienlijk afgenomen.
Beleid ten aanzien van landschapsstijllanen Algemeen uitgangspunt is het leesbaar en herkenbaar houden van de geschiedenis van Zeist. Die kan bij uitstek ook in het groen tot uitdrukking komen. Het aanknopingspunt is, dat het karakter van dit soort wegen toch vaak al herkend wordt als een unieke kwaliteit. In het groenstructuurplan Groen (voor) Zeist zijn Engelse landschapsstijllanen niet als afzonderlijke eenheid benoemd, maar gezien hun duidelijk cultuurhistorische component is het logisch het beleidsdoel voor cultuurhistorische lanen niet alleen te laten gelden voor formele lanen, maar ook voor lanen in Engelse landschapsstijl. “Het koesteren, zichtbaar houden en versterken van de groene samenhang binnen het cultuurhistorisch raamwerk als 21 geheel, inclusief laanpatronen en lopen van oude (water)wegen” De sfeer van de lanen in Engelse landschapsstijl, in combinatie met de bebouwing die eraan grenst, maakt dat er sprake is van een unieke en hoge kwaliteit, die in belangrijke mate bijdraagt aan het beeld van Zeist als gemeente “waar de straten lanen zijn”.
Inspiratiebeeld voor landschapsstijllanen Ook voor de landschapsstijl geldt, dat er genoeg bronnen zijn om als onderligger te kunnen dienen voor het inspiratiebeeld voor het kunnen behouden van de karakteristieken van de Engelse landschapsstijllanen. 21
Hoofdstuk 7, Groenbeleid voor Zeist, pagina 72 Groen (voor) Zeist
59
Inspiratiebeeld Engelse landschapsstijl boomstructuur
duidelijk ontworpen landschappelijk karakter gebogen lijnvoering, weinig tot geen rechte stukken gelijksoortig in de laan gelijke plantafstanden, vaak ruimer dan bij formeel weinig onderbegroeiïng, anders dan rhododendron, taxus etc (groenblijvers) 1e orde bomen, bijvoorbeeld eik, beuk, linde, haagbeuk en dergelijke vereist intensief laanbeheer
Belangrijkste kenmerk is de gebogen lijnvoering, waarbij er – in ieder geval oorspronkelijk – sprake is van een vrij ruime plantstrook voor de bomen.
Wat betekent het inspiratiebeeld voor het toekomstig beheer De keuzes, zoals die in het inspiratiebeeld gemaakt zijn, betekenen dat we ervoor kiezen om ook voor toekomstige generaties in Zeist een herkenbaar beeld en een samenhangende structuur te bewaren. Dit heeft aanzienlijke gevolgen voor het in te zetten beheer. Het gaat hier over het algemeen om laanstructuren die – door de aanlegperiode – al aardig op leeftijd zijn. Bovendien komt deze stijl redelijk veel voor in Zeist. Het gewenste eindbeeld op basis van het inspiratiebeeld – noodzakelijk om de kwaliteit voor de toekomst veilig te stellen – vraagt om grootschalige vervangingen in één keer. Dit is vergelijkbaar met het laanbeheer van formele lanen. Met het elke keer vervangen van een dode boom door een nieuwe, wordt het gewenste eindbeeld niet bereikt. Het tijdstip waarop vervanging aan de orde zal zijn, laat zich niet heel precies bepalen. Het ligt – net als bij formele lanen – voor de hand om bij een uitvalspercentage van 50% over te gaan tot vervanging. Op dat moment komen de herkenbaarheid en de kwaliteit van de boomstructuur namelijk onder druk te staan. Omdat dergelijke lanen over het algemeen ook nu gelijkjarig zijn, zal bij 50% uitval de rest vaak (heel) snel volgen. Heel veel eerder vervangen is kapitaalvernietiging: hoe langer een boom kan blijven staan, hoe lager de totale levenscycluskosten.
De kosten worden in zoverre gespreid, dat dode bomen uiteraard gerooid moeten worden. Dat is een duur onderdeel van de levenscycluskosten (namelijk 45% ervan). Doordat het afsterven tot 50% geleidelijk zal gaan, worden die kosten gespreid. Het rooien van de overige 50% gaat in één keer en is daarmee wel een grote eenmalige investering, tezamen met de kosten voor het nieuw aanplanten. We weten nu natuurlijk nog niet exact welke lanen wanneer onder de 50 %-grens zakken: op basis van de kwaliteitsanalyse op basis van de VTA-gegevens weten we wel dat dit voor een groot deel van de lanen tussen 2025 en 2040 zal zijn. Dat is een ruime marge van 15 jaar: maar met elke VTA-ronde kunnen we dat gelukkig nauwkeuriger in kaart brengen. Voor de inwoners van Zeist betekent het vervangen van deze laanstructuren ook nogal wat: volgroeide laanstructuren brokkelen eerst langzaam af. Dat doet flink afbreuk aan het beeld. Vervolgens gaat op enig moment de zaag in de resterende – vaak hele grote – bomen en kijkt men voor heel lange tijd tegen mini-boompjes aan, waar voorheen statige, monumentale bomen stonden. Over het algemeen roept dit bijzonder veel emotie en reacties op, wat ook heel logisch is. Deze vervangingen doen we in feite voor de generaties na ons: want “boompje groot, plantertje dood”….
60
Nadere onderverdeling in beheertypen De lijst met wegen die we hebben gekarakteriseerd als Engelse landschapsstijl is nader onder te verdelen. Deze onderverdeling is van belang voor de strategieën ten aanzien van het bomenbeheer. Er zijn met name in het Wilhelminapark een paar straten in een patroon van Engelse Landschapsstijl, waar geen ruimte meer is voor bomen. Deze vallen onder beheertype EL0. Het volgende onderscheid één of twee rijen bomen (beheertype EL1 of EL2). Dit onderscheid is van belang. Wanneer er weinig ruimte is in het profiel (beheertype EL1a), is het hoe dan ook de vraag of vervanging succesvol plaats kan vinden. De toekomstmogelijkheden voor bomen zijn bij meer ruimte in het profiel (beheertype EL1b) beter, maar aangrenzende bosranden (vooral in Bosch en Duin) kunnen het lastig maken een mooie rechtopgaande boomgroei te krijgen. Bij beheertype EL2 maken we ook het onderscheid weinig ruimte in het profiel en meer ruimte in het profiel. Dit bepaalt de mogelijkheden bij de keuze van boomsoorten.
Engelse Landschapsstijllanen (11 % van de boomstructuur) 3% 3%
0%
EL2b 2 rijen, veel ruimte EL2a 2 rijen, weinig ruimte EL1b 1 rij, meer ruimte
38% 56%
EL1a 1 rij, weinig ruimte EL0
geen bomen, geen ruimte
Engelse landschapsstijl GEEN BOMEN GEEN RUIMTE
type EL0
EEN RIJ BOMEN
weinig ruimte type EL1a
Vijverlaan Huydecoperweg Wilhelminalaan noord van Prins Hendriklaan Wilhelminalaan zuid van Prins Hendriklaan Erasmuslaan Boslaan Ester Vas Nuneslaan
Dit zijn de lanen in Zeist, vaak uit de
61
eerste decennia van de 20e eeuw, in de toen kenmerkende landschapsstijl of tuinstad-stijl. Kenmerkend zijn de gebogen lijnen, waardoor de straat niet in één keer te overzien is. Het plantverband is regelmatig. Voor deze straten is de samenhang tussen weginrichting en karakter van de kavels karakteristiek. Bij EL1b is de oorspronkelijke (ruime en lommerrijke) karakteristiek door toenemende verkeersruimte minder gemakkelijk beleefbaar te maken.
TWEE RIJEN BOMEN Dit zijn lanen , die duidelijk ontworpen zijn qua beplanting, waardoor ze qua karakter de uitstraling hebben van de landschapsstijl. Het karakter is vaak dat van een oprijlaan. In Bosch en Duin gaat het vaak om aanzienlijke lengtes. Voor de lanen waar weinig ruimte is, is het de vraag of vervanging van de bomen binnen het huidige profiel wel mogelijk is. De verkeersruimte is aanzienlijk toegenomen ten opzichte van het ontstaan van de buurt. Het asfalt ligt vaak tot aan de stamvoet. Bij type EL2b is weliswaar meer ruimte, maar ook hier zijn er beperkingen.
Spinozalaan Jan Steenlaan Griffensteijnselaan tussen Waterigeweg en
meer ruimte type EL1b
Ridderschapslaan
Oirschotlaan Valckenboschlaan west van Boulevard
weinig ruimte EL2a
Lyceumlaan Baarnseweg tussen Taveernelaan en Paltzerweg Baarnseweg zuid van Taveernelaan Biltseweg Duinweg noord van Mesdaglaan Gerolaan Jan Luijkenlaantje Lindenlaan west van rotonde Boulevard Mesdaglaan Pauw van Wieldrechtlaan Fransen van de Puttelaan west van
meer ruimte type EL2b
Aristoteleslaan
Fransen van de Puttelaan oost van Aristoteleslaan
Acacialaan oost van Boulevard Acacialaan west van Boulevard Aristoteleslaan noord van Lindenlaan Aristoteleslaan zuid van Lindenlaan Douglaslaan Driebergseweg Duinweg zuid van kruising Mesdaglaan Frans van Mierislaan oost van Gezichtslaan Frans van Mierislaan west van Gezichtslaan Harmonielaan Homeruslaan tussen Laan door het paardenweitje en Homeruslaan (achterpad) Homeruslaan tussen Verlengde Slotlaan en Homeruslaan (achterpad)
Jozef Israëlslaan Koelaan bocht bij Sportlaan Potterlaan oost van Gezichtslaan Potterlaan west van Gezichtslaan Rembrandtlaan noord van Van Ostadelaan Rembrandtlaan zuid van Van Ostadelaan Ruysdaellaan Utrechtseweg Valckenboschlaan oost van Boulevard Van der Helstlaan oost van Gezichtslaan Van der Helstlaan west van Gezichtslaan Van Ostadelaan oost van Gezichtslaan Van Ostadelaan west van Gezichtslaan Vossenlaan oost van Baarnseweg Vossenlaan west van Baarnseweg
62
Uitgewerkte puzzelstukken in beeld, aantallen en financieel De in groen gemarkeerde wegen in de tabel zijn op basis van de kaart en de feitelijke toestand buiten geanalyseerd en uitgewerkt in toekomstbeelden. Voor de (sub)groep waar ze toe behoren zijn ze representatief voor de in te zetten beheerstrategie. In het bijlagenrapport werken we die beheerstrategieën voor de verschillende (sub)beheertypen uit in tekst en beeld. Over het algemeen geldt voor de karakteristieke boomstructuur EL dat we – net als bij formeel – rekenen met een vaste onderlinge plantafstand van boom tot boom. Het verschil met formeel zit ‘m in de gebogen lijnvoering. De boombeplanting staat in strak rijverband, en is gelijkjarig en gelijksoortig. Dit heeft gevolgen voor de vervanging. Gelijkjarigheid houdt in, dat we alles in één keer willen vervangen. In de praktijk kiezen we ervoor, om de rest van de bomen te rooien als er minder staan dan 50% van het wensbeeld: geleidelijk dus. De laan wordt zo steeds kaler. Als de 50 % grens is bereikt, kiezen we voor het rooien van de rest in één keer: om vervolgens alles in één keer opnieuw in te planten. Zo verzekeren we ook de generaties na ons van het beeld dat we nu zo waarderen en dat cultuurhistorisch passend is. Dit betekent in financieel opzicht dat we de investering voor deze lanen steeds iets naar voren halen.
EL1a, weinig ruimte 1 rij bomen
EL1b, meer ruimte 1 rij bomen
EL2a, weinig ruimte 2 rijen bomen
EL2b, weer ruimte 2 rijen bomen
63
kaart met Engelse Landschapsstijl boomstructuur in Zeist
64
Echter: omdat de lanen ook nu gelijkjarig zijn, zal bij 50 % uitval de rest naar verwachting ook heel snel volgen. Dit effect is dus maar relatief. Op het totaal van de investeringscyclus van 70 jaar maakt het uiteindelijk niets uit. Voor deze karakteristieke boomstructuur hebben we vooral gekeken hoe het cultuurhistorische beeld/effect kan worden bereikt. Dit kan geregeld met een grotere plantafstand dan nu, maar in een enkel geval kiezen we ook voor een dichter plantverband. Het “oprijlaaneffect” blijft dan bewaard. Beheertype EL0, Engelse Landschapsstijl, geen bomen Beheertype EL0 kent geen ruimte voor bomen: meestal door een te smal profiel in combinatie met de verkeersfunctie. In de categorie EL0 vallen straten in de Wilhelminaparkbuurt. Deze dateren uit de tijd van vóór de auto. Hoewel het uit cultuurhistorisch oogpunt wellicht wenselijk zou zijn om dergelijke tracés herkenbaar in te planten, is dat qua ruimte niet mogelijk. Gelukkig zijn de voortuinen in deze straten bijna zonder uitzondering heel groen ingericht. In het rekenmodel is het gemiddeld aantal bomen gesteld op 0,01 bomen per 1000 m weglengte. In de praktijk betekent dat, dat er gerekend wordt met nul bomen. Representant van deze categorie is de Vijverlaan. Beheertype EL1, Engelse Landschapsstijl, één rij Bij beheertype EL1 is er ruimte voor 1 zijdige boombeplanting: een rij. Het is een kleine categorie.
Het gaat om 3 % van het totale aantal bomen van de karakteristiek Engelse Landschapsstijl met weinig ruimte (subbeheertype EL1a: met als puzzelstuk Erasmuslaan) en 3 % met meer ruimte (subbeheertype EL1b: met als puzzelstuk Jan Steenlaan). Er is weinig ruimte beschikbaar in deze profielen. Er zal dus gekozen moeten worden voor een boomsoort met een smalle kroon. Voor beheertype EL1a is de gekozen plantafstand is 10 m. Bij EL1b gaan we uit van een plantafstand van 15 m. Beheertype EL2, Engelse Landschapsstijl, twee rijen Beheertype EL2 is de categorie met twee rijen, waar er dus sprake is van een laan. We maken onderscheid in weinig ruimte (subtype EL2a: puzzelstuk Lyceumlaan ) en meer ruimte (subtype EL2b: puzzelstuk Fransen van de Puttelaan, west van Aristoteleslaan). Het gaat om respectievelijk om 38 % en 56 % van het totaal van de Engelse Landschapsstijl boomstructuur. Voor subbeheertype EL2a hebben we gekozen voor een plantafstand van 17,5 m. Bij subbeheertype EL2b gaan we uit van een plantafstand van 15 m. Het rekenmodel dat voor deze karakteristieke boomstructuur is opgebouwd, “telt” op basis van de kwaliteit en de daarmee samenhangende levensverwachting (steeds actueel opgehaald uit het beheersysteem Greenpoint) wanneer de 50% uitval is bereikt ten opzichte van de gewenste situatie en de overige beplanting in één keer moet worden gerooid.
Daarna vindt in één keer totale verjonging van dat laanvak plaats. Dat leidt tot de volgende fasering in benodigde budgetten. Voor de te onderscheiden subcategorieën is een gewenste plantafstand en aantal rijen aangegeven. Wanneer door uitval van bomen (gerekend met de toekomstverwachting, zoals is opgenomen tijdens de veiligheidscontrole van de bomen) de werkelijke hoeveelheid aanwezige bomen onder de hoeveelheid gewenste aantal bomen komt, geeft het rekenmodel een melding, dat het betreffende wegvak moet worden aangevuld tot de gewenste boombezetting. In het geval van de Engelse landschapslanen geldt, wanneer er meer dan 50% ten opzichte van de gewenste boombezetting is uitgevallen, dient de restant beplanting in één keer te worden gerooid en de gehele laanbeplanting in één keer te worden aangeplant.
Voorbeeld van de werking van het rekenmodel voor Engelse Landschapsstijl boomstructuur:
De Jan Steenlaan heeft een lengte van 142 m en er staan nu 6 bomen. Deze Engelse landschapsstijllaan heeft de subcodering EL1b gekregen, wat een minimaal gewenste plantafstand van 15 meter in één rij betekent. Omgerekend naar de lengte van 142 m van de Jan Steenlaan betekent dit dat een toekomstige bezetting van 142 m/15 m plantafstand = 9,5 bomen minimaal gewenst is. Er wordt echter pas overgegaan tot gehele vervanging van de laan als hiervan minder dan 50% aanwezig is, dus 50% van 9,5 bomen is 4,7 bomen,
65
Op dit moment staan er 6 bomen, dus voldoet de Jan Steenlaan aan het gewenste aantal bomen. Wanneer gaan we dan ingrijpen? Als er minder dan 4,7 bomen staan. Aan de hand van de toekomstverwachting van de bomen op de Boulevard kunnen we berekenen wanneer dit moment aanbreekt.
Volgens de toekomstverwachting staan er geen “dode”, “slechte” of “matige” bomen binnen dit tracé, dus het aantal aanwezige bomen neemt dit jaar niet af (aanwezige bomen minus het aantal dode bomen is meer dan 4,7 bomen) en de komende vijf jaar (=maximale toekomstverwachting van de “slechte” bomen en “matige” bomen samen) is ook geen uitval te verwachten. Maar er staat wel één boom met toekomstverwachting “redelijk” en 2 bomen met de toekomstverwachting “goed”. Omdat niet exact te voorspellen is wanneer dit dan is, is er voor gekozen om de hoeveelheid bomen gelijkwaardig over de toekomstverwachting af te schrijven. Dus 1/5e deel van het aantal bomen met toekomstverwachting “redelijk” afschrijven per jaar tussen 6 en 10 jaar (dus 1 bomen/5) vanaf nu en 1/15e deel van het aantal bomen met toekomstverwachting “goed” per jaar af te schrijven tussen 11en 25 jaar (dus 2 bomen/15) vanaf nu.
De boombezetting voor de toekomst van de Boulevard ziet er dus als volgt uit: 2016 6 bomen aanwezig 2017 6 bomen aanwezig 2018 6 bomen aanwezig 2019 6 bomen aanwezig 2020 6 bomen aanwezig 2021 6 bomen aanwezig 2022 5,8 bomen aanwezig 2023 5,6 bomen aanwezig 2024 5,4 bomen aanwezig 2025 5,2 bomen aanwezig 2026 5 bomen aanwezig 2027 4,87 bomen aanwezig 2028 4,73 bomen aanwezig 2029 4,6 bomen aanwezig 2030 4,47 bomen aanwezig 2031 4,33 bomen aanwezig 2032 4,2 bomen aanwezig 2033 4,07 bomen aanwezig 2034 3,93 bomen aanwezig 2035 3,8 bomen aanwezig 2036 3,67 bomen aanwezig 2037 3,53 bomen aanwezig 2038 3,4 bomen aanwezig 2039 3,27 bomen aanwezig 2040 3,13 bomen aanwezig 2041 3 bomen aanwezig 50% Van het gewenste aantal bomen in de Jan Steenlaan is minimaal 4,7 bomen, dus dat betekent dat er vanaf 2029 4,6 moeten worden gerooid en in een keer 9 bomen moeten worden geplant om aan het wensbeeld te voldoen. Voor deze rekenwijze is gekozen om een zo goed mogelijke kostenraming te kunnen maken over de komende jaren. In werkelijkheid wordt er tot volledige kap en 100% aanplant overgegaan op het moment dat er minder dan 4,7 bomen staan. De uitgevallen bomen worden verwijderd in Greenpoint, het rekenmodel telt de bomen die er nog staan en wanneer er minder bomen zijn dan in het wensbeeld * 50% (9,5 * 50% = 4,7 bomen) staan aangegeven, worden de kap en aanplantactie uitgevoerd.
66
4.5 Uitwerking boomstructuur in Zeister profiel Zeister profiel in Zeist Zeister profiel is een inrichtingsprincipe van straten dat in Zeist veel voorkomt. Het is de benaming voor straten met een groene (gras)loper, als plantstrook voor de laan- of straatbeplanting. Soms smal, maar vaak ook twee meter of breder. In veel gevallen is het gebruikt als inrichtingsprincipe voor formele lanen, lanen in Engelse landschapsstijl of middeleeuwse wegen. Maar ook in buurtstraatjes komt het voor: vaak in buurten die gebouwd zijn in de zogenaamde “tuindorpstijl”. Goede voorbeelden zijn de Dichtersbuurt, Hoge Dennen, maar ook Kersbergen. Het draagt in belangrijke mate bij aan een lommerrijke uitstraling. Het Zeister profiel staat onder druk, omdat steeds meer ruimte in het profiel nodig is voor verkeersbewegingen, parkeren en inritten. Daardoor wordt er steeds meer grasstrook bestraat. In sommige wijken is er sprake van vervanging van de grasstroken door heesterbeplanting. Dit geeft vaak een rommelig en minder ruimtelijk beeld. Omdat beelden meer zeggen dan 1000 woorden, vindt u hieronder een aantal foto’s.
Z1, éénzijdige beplanting
Z2a, tweezijdige beplanting, smalle groenstrook
Z2b, tweezijdige beplanting, brede groenstrook
Z3, “omgekeerd” profiel
67
Beleid ten aanzien van Zeister profiel Omdat deze karakteristiek van de boomstructuur zo typisch is voor Zeist, en zo belangrijk voor de groeimogelijkheden van de bomen (ze staan immers niet in verharding, maar in een grasstrook), hechten we grote waarde aan dit inrichtingsprincipe en koesteren we dit. Wanneer het voorkomt in combinatie met middeleeuwse wegen, formele lanen, Engelse landschapsstijl of als buurtkenmerk, dan is dat kenmerk leidend, bepalend voor de codering in het beheersysteem en 22 voor de toekomstige beheerstrategie. In alle gevallen geldt dat het behouden van de grasstrook, die zo kenmerkend is, grote prioriteit heeft. Bij wegreconstructies, aanvragen voor parkeerplaatsen en uitritten moet getoetst worden op een zo efficiënt mogelijke toepassing, waarbij zoveel mogelijk van het profiel gras met bomen behouden kan worden. Individueel belang moet dan ondergeschikt worden gemaakt aan het algemeen belang. Denk daarbij aan een gedeelde toerit over het openbaar gebied voor twee woningen. Dan is er nog maar drie meter verharding nodig in plaats van zes meter.
Inspiratiebeeld voor Zeister profiel Het beeld dat naar voren komt, is lommerrijk en ruimtelijk. Daarbij hoort een zekere rechtlijnigheid en strakheid, om het ruimtelijke effect te vergroten. In bijgaand kader hebben we dat op een rijtje gezet .
Inspiratiebeeld Zeister profiel
strakke, brede grasstroken met bomen bij wijze van groene loper komt voor in combinatie met andere karakteristieken (middeleeuws, formeel, landschapsstijl): dit gaat dan voor qua beheerkeuzes vaak kortere lanen tuinwijkgedachte ligt vaak ten grondslag aan deze stijl ruimtelijk effect van totale profiel bepaalt boomkeuze scheiding rijweg en voetpad/fietspad door grasstrook, soms ook nog tussen voetpad en erfgrens bomen vaak op relatief grote plantafstand relatief wat meer groeiruimte voor wortelstelsel
NB: vele boomsoorten mogelijk, in sommige buurten ook sterk gemengd (arboretum-achtig)
Wat betekent het inspiratiebeeld voor het toekomstig beheer De keuzes zoals die bij het inspiratiebeeld gemaakt zijn, betekenen dat er bij verjonging gekeken wordt naar het profiel. De ruimte die er is, bepaalt de boomgrootte, de soort en de plantafstand. De wijk waarin of waarlangs de straat loopt, geeft – samen met het inspiratiebeeld – de sfeer en aanpak aan voor het stuk. Voor sommige straten betekent dat ongelijkjarige verjonging, omdat dat in de om- of aanliggende 22
Voor het buurtgroen hebben we – omdat het Zeister profiel voor veel buurten een belangrijk kenmerk is – gekozen voor een toevoeging van een Z-tje aan de codering voor buurtgroen.
68
buurt ook het principe is. Voor andere straten kiezen we voor gelijkjarigheid. Zo wordt ook de soortenkeuze en de plantafstand mede bepaald door de aanliggende buurten. Zie daarvoor de buurtbeschrijvingen bij buurtgroen.
Nadere onderverdeling in beheertypen De lijst met wegen die we geclassificeerd hebben is nader onder te verdelen. Alle wegen liggen in het stedelijk gebied, dit is dus geen onderscheidende factor. De belangrijkste onderverdeling is het aantal rijen: namelijk één (beheertype Z1) of twee in combinatie met de breedte van de grasstrook (en dus de beschikbare ruimte voor de bomen): beheertype Z2a en Z2b. Een heel aparte categorie vormt de categorie: omgekeerd profiel ofwel beheertype Z3. Hier staan de bomen niet aan weerszijden van de straat in een grasstrook, maar ligt de straat aan weerszijden van de grasstrook.
Zeister Profiel (2 % van de boomstructuur) * 7% 17%
Z3
29%
omgekeerd profiel
Z2b 2-zijdig, brede grasstrook > 1 m Z2a 2-zijdig, smalle grasstrook < 1m Z1
1-zijdig
47%
*de overige karakteristieke boomstructuren in “Zeister profiel-vorm” (dus met bomen in grasstroken) worden meegeteld in hun “eigen” karakteristieke boomstructuur. Zeister profiel komt in Zeist heel veel voor, maar dan als onderdeel van de formele, middeleeuwse of één van de andere boomstructuren.
Zeister profiel IN STEDELIJK GEBIED EENZIJDIG
Z1
Sanatoriumlaan Thorbeckelaan langs Thorbeckepark
Dit zijn wegen die langs of door een buurt lopen, met één rij bomen in een grasloper of strook.
69
TWEEZIJDIG Dit zijn wegen die langs of door een buurt lopen met aan twee zijden een rij bomen in een grasloper of –strook.
in smalle grasstrook (< 1 m) type Z2a in brede grasstrook (> 1 m) type Z2b
Berkenlaan zuid van Dalweg Berkenlaan noord van Dalweg Baarnseweg Den Dolder Prinses Irenelaan west van Kerckeboschlaan Tussen de Dennen Graaf Janlaan Jacob Catslaan Jacob van Lenneplaan tussen Schaerweijdelaan en Bergweg Thorbeckelaan oost van Thorbeckepark
OMGEKEERD PROFIEL
type Z3
Johan van Oldenbarneveltlaan
Hier is sprake van een beplante grasmiddenberm: zeg maar een “binnenste buiten” Zeister profiel
Uitgewerkte puzzelstukken in beeld, aantallen en en financieel De in groen gemarkeerde wegen in de tabel zijn op basis van de kaart en de feitelijke toestand buiten geanalyseerd en uitgewerkt in toekomstbeelden. Voor het (sub)beheertype waar ze toe behoren, zijn ze representatief voor de in te zetten beheersstrategie. In de bijlage zijn die beheersstrategieën voor de verschillende subbeheertypen terug te vinden in tekst en beeld. Bij de karakteristiek Zeister profiel rekenen we met vaste plantafstanden tussen de bomen. De soortenkeuze en al dan niet gelijkjarigheid is afhankelijk van de omgeving: de karakteristiek van de e buurten waaraan deze lanen grenzen. Waar mogelijk kiezen we voor 1 orde bomen (grote bomen). Hoe groter de volwassen boom, hoe langer de levensduur. Beheertype Z1, Zeister profiel, één rij Beheertype Z1 is een eenzijdige boombeplanting in gras. Dit is maar 7 % van het totaal van Zeister profiel (wat weer slechts 2 % is van het totaal aantal bomen in Zeist). Bij de Sanatoriumlaan verspringt de eenzijdige beplanting van oost naar west, maar er is nergens sprake van een tweezijdige beplanting. De boombeplanting is kwalitatief slecht. Dat geldt voor de Thorbeckelaan minder. Dat gegeven zal vooral van invloed zijn op de fasering.
Er is gerekend met een vaste plantafstand van 15 meter, maar dat betekent niet dat de bomen ook in dit strakke stramien moeten worden geplant. Wanneer de huidige boombezetting van het betreffende tracé minder is dan het gewenste aantal aan bomen, dan moet het aantal bomen worden aangevuld tot minimaal het gewenste aantal weer is gerealiseerd. De bomen komen in de groenstrook te staan. Beheertype Z2, Zeister profiel, twee rijen Bij beheertype Z2 maken we onderscheid in een smalle grasstrook (subbeheertype Z2a: weinig ruimte, minder dan 1 m breed) en een brede grasstrook (subbeheertype Z2b: meer ruimte, meer dan 1 m breed). Het gaat om respectievelijk 29 en 47 % van het totaal van Zeister profiel. De puzzelstukken zijn Berkenlaan (zuid van de Dalweg) en Tussen de Dennen. In het subbeheertype Z2a is uitgegaan van 2 rijen met een gemiddelde plantafstand van 15 meter en in de subbeheertype Z2b is uitgegaan van 2 rijen met een gemiddelde plantafstand van 17,5 meter. Beheertype Z3, Zeister profiel, omgekeerd profiel Beheertype Z3 is een heel aparte categorie: de bomen staan namelijk niet aan weerszijden van de weg, maar de weg ligt aan weerszijden van de laan. Daarom noemen we het omgekeerd profiel.
Dit komt in Zeist vaker voor, maar dan als onderdeel van een andere karakteristiek: bijvoorbeeld de profielen een stuk van de Schaerweijdelaan (middeleeuws) en Het Rond (formeel) zijn zo opgebouwd. Het puzzelstuk voor Z3 is meteen het enige stuk in deze categorie en omvat 17 % van het totaal van de boomstructuur e Zeister profiel. We gaan uit van gelijkjarigheid, dezelfde plantafstand en 1 orde bomen. De
70
levensverwachting van de huidige bomen is uitermate goed, omdat ze nog tamelijk jong zijn en de groeiomstandigheden prima zijn. Daarmee is vervanging in de periode tot 2041 onwaarschijnlijk. Voor de te onderscheiden (sub)beheertypen is een gewenste plantafstand en aantal rijen of een boombezetting per oppervlak aangegeven (aantal bomen per hectare). Wanneer door uitval van bomen (gerekend met de toekomstverwachting, zoals is opgenomen tijdens de veiligheidscontrole van de bomen) de werkelijke hoeveelheid aanwezige bomen onder de hoeveelheid gewenste aantal bomen komt, geeft het rekenmodel een melding, dat het betreffende wegvak moet worden aangevuld tot de gewenste boombezetting.
Voorbeeld van de werking van het rekenmodel voor Zeister profiel boomstructuur:
Tussen de Dennen heeft een lengte van 295 m en er staan nu 53 bomen. Deze Zeister profiel weg heeft de subcodering Z2b gekregen, hetgeen een minimaal gewenste plantafstand van 17,5 meter in een rij en 2 rijen betekent. (Er wordt gerekend met een plantafstand van 8,75 meter, want in een rij is de plantafstand 17,5 m, maar met 2 rijen komen er 2x zoveel bomen terug) Omgerekend naar de lengte van 295 m van Tussen de Dennen betekent dit dat een toekomstige bezetting van 295 m/8,75 m plantafstand = 34 bomen minimaal gewenst is. Op dit moment staan er 53 bomen, dus voldoet Tussen de Dennen aan het gewenste aantal bomen. Wanneer gaan we dan ingrijpen? Als er minder dan 34 bomen staan. Aan de hand van de toekomstverwachting van de bomen op Tussen de Dennen kunnen we berekenen wanneer dit moment aanbreekt. Volgens de toekomstverwachting staan er geen “dode”, 1 “slechte” en 2 “matige” bomen binnen dit tracé. Ook staat er 12 bomen met toekomstverwachting “redelijk”. Dit betekent dat deze boom (volgens verwachting) tussen 6 en 10 jaar vanaf nu gaat uitvallen en 34 bomen met de toekomstverwachting “goed”. Deze bomen zullen volgens verwachting uitvallen tussen 11 jaar en 25 jaar vanaf nu. Omdat niet exact te voorspellen is wanneer dit dan is, is er voor gekozen om de hoeveelheid bomen gelijkwaardig over de toekomstverwachting af te schrijven.
Dit betekent: e 1/2 deel van de bomen met toekomstverwachting “slecht”, afschrijven per jaar over de komende 2 jaar (dus 1 boom/2), e 1/3 deel van de bomen met toekomstverwachting “matig” afschrijven per jaar tussen 3 en 5 jaar vanaf nu (dus 2 bomen/3), e 1/5 deel van het aantal bomen met toekomstverwachting “redelijk” afschrijven per jaar tussen 6 en 10 jaar (dus 12 bomen/5) vanaf nu en e 1/15 deel van het aantal bomen met toekomstverwachting “goed” per jaar af te schrijven tussen 11en 25 jaar (dus 34 bomen/15) vanaf nu. De boombezetting voor de toekomst van Tussen de Dennen ziet er dus als volgt uit: 2016 53 bomen aanwezig 2017 52,5 bomen aanwezig 2018 52 bomen aanwezig 2019 51,3 bomen aanwezig 2020 50,7 bomen aanwezig 2021 50 bomen aanwezig 2022 47,6 bomen aanwezig 2023 45,2 bomen aanwezig 2024 42,8 bomen aanwezig 2025 40,4 bomen aanwezig 2026 38 bomen aanwezig 2027 35,7 bomen aanwezig 2028 33,5 bomen aanwezig 2029 31,2 bomen aanwezig 71
2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041
28,9 bomen aanwezig 26,7 bomen aanwezig 24,4 bomen aanwezig 22,1 bomen aanwezig 19,9 bomen aanwezig 17,6 bomen aanwezig 15,3 bomen aanwezig 13,1 bomen aanwezig 10,8 bomen aanwezig 8,5 bomen aanwezig 6,7 bomen aanwezig 4 bomen aanwezig
Gewenste aantal bomen in Tussen de Dennen is minimaal 34 bomen, dus dat betekent dat er vanaf 2028 een boom moet worden bij geplant om te blijven voldoen aan het wensbeeld. Ook in de jaren daarop zal er bijgeplant moeten worden, omdat het bijplanten van één boom niet opweegt tegen de op basis van het toekomstbeeld verwachte afname van het bomenbestand met 2,27 bomen per jaar (34 bomen over 15 jaar). Voor deze rekenwijze is gekozen om een zo goed mogelijke kostenraming te kunnen maken over de komende jaren. In werkelijkheid wordt er in deze situatie een boom bijgeplant op het moment dat er minder dan 34 bomen staan. De uitgevallen bomen worden verwijderd in Greenpoint, het rekenmodel telt de bomen die er nog staan en wanneer er minder bomen zijn dan in het wensbeeld (34 bomen) staan aangegeven, moet er worden bijgeplant.
72
4.6 Uitwerking boomstructuur parken, pleinen en plantsoenen Parken, pleinen en plantsoenen in Zeist Zeist kijkt terug op een rijke groentraditie. Dat heeft ook grote invloed gehad op de aanwezigheid en het karakter van parken en plantsoenen in Zeist. Veel parken zijn van oorsprong parken die bij buitenplaatsen hoorden: het Blookerpark, het Pestersbosje, het Walkartpark, het Slotpark en De Brink zijn daar voorbeelden van. Een aantal parken en pleinen is mee ontworpen met de buurten waarin ze liggen. Voorbeelden zijn het Wilhelminapark, het Kersbergenplein, het Griffensteijnseplein, het Oranje Nassauplein, het Fazantenplein etcetera. Parken, pleinen en plantsoenen zijn ruimtes met een samenhangende inrichting. Parken zijn groener ingericht dan pleinen en uit de aard der zaak meestal (veel) groter. Onder plantsoenen verstaan we sterk vormgegeven groen, vaak met een hoge sierwaarde (qua beplanting, materiaalgebruik, fonteinen c.a.). Pleinen zijn vergeleken met parken en plantsoenen nog kleiner qua oppervlakte, meestal relatief stenig en/of omsloten door straten met een verkeersfunctie. De meeste parken, pleinen en plantsoenen zijn nauwkeurig ontworpen en bieden vaak meerdere mogelijkheden: wandelen, spelen, zitten. Op pleinen vinden we geregeld ook een verkeersfunctie in de vorm van parkeren. Bomen zijn bijna altijd dé bepalende elementen.
Ze bepalen de verhoudingen, de sfeer en uitstraling en vormen de wanden, de coulissen of het decor. Ze zijn als het ware het geraamte van de inrichting. Bij verschillende architectonische stijlen horen duidelijk andere toepassingen van bomen.
Beleid ten aanzien van parken, pleinen en plantsoenen In Groen (voor) Zeist is voor parken, pleinen en plantsoenen het volgende beleidsdoel geformuleerd: 23 Parken en plantsoenen meer aandacht geven qua geschiedenis, beeld en gebruikswaarde. De parken, pleinen en plantsoenen moeten voor de toekomst uiteraard duurzaam worden veiliggesteld. Dit vergt maatwerk per park, plein of plantsoen. Daarnaast speelt mee dat veel parken en plantsoenen een beschermde status hebben. Ze zijn onderdeel van een beschermd stads- en dorpsgezicht (Wilhelminapark, Slotpark, Bethaniëplein) of ze zijn rijksmonument (Blookerpark, Walkartpark, De Brink, Pestersbosje, Dieptetuin, Oude Begraafplaats en andere). Ook zijn er veel parken en plantsoenen die in de bestemmingsplannen de status beeldbepalend groen hebben. Er is dus niet in zijn algemeenheid wat over te zeggen. De onderhoudstoestand, de oorsprong, de (beschermde) status, de mogelijkheden per park/plantsoen en de wensen van de buurt bepalen of er mogelijkheden zijn voor verandering en ontwikkeling, of dat alleen renovatie de aangewezen weg is. Voor het bomenbestand speelt mee, dat de groeiomstandigheden weliswaar goed zijn, maar de bomen (mede daardoor) gemiddeld oud. Hoe in historische parken om te gaan met de verjonging van het bomenbestand is een vraagstuk dat – gezien de periode van aanleg van veel parken en plantsoenen landelijk speelt.
We volgen die ontwikkelingen op de voet, aangezien we het juiste antwoord ook niet hebben. Vooralsnog is – ook landelijk – de meest gekozen tactiek, om het verval te begeleiden en bij uitval mondjesmaat nieuwe bomen aan te planten. De toekomst zal uitwijzen of het uiteindelijke resultaat tot kwalitatief goede parken leidt.
Inspiratiebeeld voor parken, pleinen en plantsoenen Zoals uit het beleid al naar voren komt, is maatwerk nodig. Inspiratiebeelden zijn niet in algemene zin te formuleren. Dat vraagt om een maatwerkuitwerking per park, plantsoen en plein. Voor een aantal parken 23
Groen (voor) Zeist, pagina 139 en verder
73
is er al een visie/maatwerkuitwerking voorhanden, zoals voor het Walkartpark. In het Groenstructuurplan is voor de belangrijkste parken en pleinen in een schema aangegeven wat de kenmerken zijn op basis van de oorsprong van de parken en pleinen, welke status ze hebben en of er al uitwerkingen voorhanden 24 zijn.
Wat betekent het inspiratiebeeld voor het toekomstig beheer? Dat hangt af van de maatwerkuitwerking. Er zijn wel in algemene zin dingen over te zeggen voor de verschillende categorieën parken, pleinen en plantsoenen. Bij nadere onderverdeling in beheertypen werken we dat verder uit. Daarnaast mag duidelijk zijn dat het bij parken, pleinen en plantsoenen niet alleen gaat om de bomen, maar om de totale samenhang: overige beplanting, vijvers, paden, materiaalgebruik, kunstwerken, bankjes, speeltoestellen en dergelijke. In dit Lange Termijn Bomenbeheerplan doen we alléén een uitspraak over de reservering voor de bomen. Bomen hebben van alle inrichtingscomponenten de meeste tijd nodig om uit te groeien en zo hun beeld en functie in het geheel ten volle te vervullen. De “maakbaarheid” van de andere inrichtingselementen is veel groter dan van bomen. Het ligt voor de hand om juist in het geval van parken uit te gaan van integraal beheer: onderhoud, investering, planning van vervanging van de verschillende “inrichtingscomponenten” op elkaar afstemmen.
Parken, pleinen en plantsoenen (9 % van de boomstructuur) 9%
14%
3% 1%
Pls aanleg landschappelijke structuur Pm aanleg middeleeuws
13%
10%
Pf aanleg formeel Pel aanleg engelse landschapsstijl Pbp aanleg als buitenplaats Pt aanleg tuindorpstijl Pz aanleg zeister profiel
19%
Pov overige aanleg
31%
Verdeling van percentages van de boomstructuur parken, pleinen en plantsoenen over de verschillende beheertypen
24
Groen (voor) Zeist, pagina 140 en 141
74
Parken, pleinen en plantsoenen25 PARKEN LANDSCHAPPELIJK
type Pls
Park de Brink natuurpark Blikkenburg ijsbaan De Dreef zuid van Laan van Vollenhove Jan Ligthartplein Voorheuvel plein hoek Hogeweg De Brink hoek Kroostweg/Utrechtseweg Belcour Markt Schoolweg Bethaniëplein * Dieptetuin * Dorpsplein Koelaan grasveld bij tennispark Parkeerplein Blikkenburgerlaan tennispark
Dit zijn parken waar het onderliggende landschap de inrichting en het beheer bepalen. Vaak zijn er (ook) hoge ecologische waarden.
PLEIN MIDDELEEUWS
type Pm
Dit zijn pleinen die van oorsprong, als plek of als functie (markt) middeleeuws van oorsprong zijn.
PARKEN/PLEINEN FORMEEL
type Pf
Dit zijn parken, pleinen en plantsoenen die onderdeel zijn geweest van of op zichzelf van oorsprong een formele aanleg hebben. Een aantal in de omgeving van Het Slot, een aantal als restant van het legerkamp Austerlitz en een paar uit de eerste decennia van de 20e eeuw, toen deze stijl een tijdelijke opleving kende .
PARKEN ENGELSE LANDSCHAPSSTIJL
type Pel
Wilhelminapark * Wilhelminapark * doorgang bij Slotlaan Wilhelminapark * hoek Woudenbergseweg Wilhelminapark * bij Wilhelminalaan Blookerpark * Oude Begraafplaats * Walkartpark * Slot Zeist park * Bisonpark * Dijnselburg omgeving zwembad Dijnselburg oost van oude kerkpad Dijnselburg Dijnselburg west van oude kerkpad Dijnselburg Hertenkamp * Hoek Blikkenburgerlaan voor appartementen Lommerlust Mooi Zeist net noord van Beukenlaantje Bachlaan Nijenheim omgeving villa Nijenheim Overtuin De Breul sportpark Phoenix Overtuin Landleven Overtuin Villa Nuova (Zandenhoeff) Park de Brink * direct rond het huis De Brink Pestersbosje * e Plein bij 2 Hogeweg Plein bij Anne de Vrieslaan Plein van der Heijdenlaan Prins Alexanderweg noord van autoboulevard Overtuin Villa Nuova (Zandenhoeff) Sportpark Jonathan * Villa Oirschot restant hoek Utrechtseweg
Deze stijl is kenmerkend voor de bloeiperiode van de buitenplaatsen, tevens de bloeiperiode van Zeist.
PARK GEMEENTELIJKE BUITENPLAATS
type Pbp
Gemeentelijke buitenplaatsen zijn parken van buitenplaatsen, die tegenwoordig in gemeentelijk beheer zijn. De stijl is overwegend Engelse Landschapsstijl (zie hierboven), omdat in de bloeitijd van die stijl (in de 19e eeuw) de meeste buitenplaatsen in en rond Zeist zijn aangelegd.
25
inclusief gemeentelijke buitenplaatsen, wat uit de aard der zaak vaak parken in Engelse Landschapsstijl zijn
75
PARK, PLEIN, PLANTSOEN TUINDORPSTIJL
type Pt
Griffensteijnseplein Jacob van Lennepplein Jan Meerdinkplein Joost van den Vondelplein Julianaplein Kersbergenplein Oranje Nassauplein oost Oranje Nassauplein west Willem Pijperplein noord Willem Pijperplein zuid Dr. Bosplein Plein aan Boogaardlaan Plein aan Johannes Wierlaan Waterwinpark Fazantenplein Kohnstammplein Laan van Vollenhove Plein aan Willem Arntzlaan thv Brede school Plein bij rand Couwenhoven Plein bij Prof. Aalberselaan Plein Ridderschapslaan Thorbeckepark zuid van pad door park Thorbeckepark noord van pad door park
Deze stijl is kenmerkend voor de jaren 20 – 40 van de 20e eeuw. Veel wijken in Zeist dateren uit die tijd. Kenmerken zijn symmetrie, hoge sierwaarde, vooral “kijkgroen”.
PARK/PLEIN ZEISTER PROFIEL
type Pz
Kenmerk: bomen in gras(stroken)
PARKEN, PLEINEN en PLANTSOENEN OVERIG
type Pov
Dit is de categorie parken, pleinen en plantsoenen die niet een kenmerk hebben waarmee ze toe te kennen zijn aan een bepaalde categorie. Dat zegt overigens niets! over de kwaliteit van deze parken, pleinen en plantsoenen.
*de met een * gemarkeerde parken, pleinen, plantsoenen en gemeentelijke buitenplaatsen hebben een beschermde status: hetzij als (Rijks)monument, hetzij als onderdeel van een beschermd stads- en dorpsgezicht.
Nadere onderverdeling in beheertypen We maken voor parken, pleinen en plantsoenen een onderverdeling in beheertypen die gestoeld is op de karakteristieken die we ook hebben toegepast voor de lanen. Daarmee koppelen we de daarbij behorende inspiratiebeelden en de manier van verjongen op hoofdlijnen aan inspiratiebeelden en verjongingstrategieën voor de parken, pleinen en plantsoenen: als basis voor de maatwerkuitwerking. Natuurlijk kan dat niet één op één: parken zijn geen lanen. Maar er is wel een zekere parallel te trekken: ongelijkjarig is prima bij landschappelijk, maar minder passend bij formeel. En zo bieden de inspiratiebeelden wel meer handvatten, die echter verstandig moeten worden toegepast. Maar aangezien we voor deze karakteristieke boomstructuur maatwerkuitwerkingen gaan ontwikkelen, komt dat wel goed. De verdeling van de bomen over de verschillende categorieën parken, pleinen en plantsoenen is terug te vinden in de grafiek. Parken, pleinen en plantsoenen landschappelijk (beheertype Pls) Deze parken zijn ingericht als of geïnspireerd op het oorspronkelijke landschap. Het natuurlijke karakter overheerst in de vorm van Heuvelrugbos of Kromme Rijnlandschap. Vaak zal hier ook sprake zijn van (hoge) ecologische waarden. Vervanging van bomen vindt in die context plaats.
Parken, pleinen en plantsoenen middeleeuws (beheertype Pm) Hoewel het weinig aannemelijk lijkt, dat hier in de huidige tijd nog wat van resteert, is dat toch zo! Het bomenplein voor park De Brink is een oude brink: een typisch driehoekig gevormd bomenplein is karakteristiek. De leeftijd en kwaliteit van de bomen is dusdanig dat verjonging nog lang geen rol speelt. Ook het plein hoek Voorheuvel/Hogeweg is als plek heel oud: het was vroeger de markt van Zeist. In de inrichting is dit jammer genoeg niet meer terug te vinden. De bomen zijn weliswaar karakteristiek qua uitstraling, maar niet het meest passend. Ze zijn echter van goede kwaliteit (onder andere de Wilhelminaboom) en gaan nog lang mee. Dat geldt ook voor het plein voor De Klinker en voor Belcour (hoewel we daar helaas geen “echte” bomen kunnen planten, vanwege de parkeergarage eronder). Deze 76
zijn weliswaar niet middeleeuws, maar het thema “markt” is wel passend qua plek en functie. Bij een eventuele reconstructie van de pleinen in het centrum (herinrichting) kan het motief “markt” wellicht benadrukt worden met boombeplanting . Parken, pleinen en plantsoenen formeel (beheertype Pf) Hier is een sterke samenhang met de formele aanleg van lanenpatronen. De meeste van deze categorie horen bij Het Slot, een paar bij de (rechtlijnige en rationele) legerkampaanleg van Austerlitz en een paar e zijn geïnspireerd op formele principes. Er is namelijk in de eerste decennia van de 20 eeuw een ontwerpstijl geweest, die schatplichtig was aan de formele ontwerpprincipes uit de Barok. Het Bethaniëplein en de Dieptetuin zijn daar voorbeelden van. Voor deze categorie parken en plantsoenen is gelijkjarigheid van bomen een uitgangspunt. Parken Engelse Landschapsstijl en gemeentelijke buitenplaatsen (beheertype Pbp) We beschrijven ze hier gezamenlijk, omdat de inrichtings- en beheerprincipes overeenkomen. De meeste buitenplaatsen stammen uit de bloeiperiode van de Engelse Landschapsstijl. De bomen in deze parken zijn zeer nauwkeurig gepositioneerd en toegepast om hun effect en uitstraling. Vaak staan de bomen in groepjes of op een zodanige plaats als solitair, dat 30 m verderop alvast een nieuwe boom aanplanten het effect (sturen van het blikveld) teniet doet.
Dat maakt verjonging een lastige puzzel. Park, plein, plantsoen tuindorpstijl (beheertype Pt) Een aardig deel hiervan komt voort uit de in Zeist veel voorkomende tuindorpstijl. In het wegenpatroon werden vaak pleinen of pleintjes opgenomen, ingericht met gras-, bloem- en sierperken en soms vijvers. Deze hebben vaak een symmetrische aanleg. Omdat de inrichting op maaiveld aanzienlijk is versoberd als gevolg van bezuinigingen (eenjarigen en rozenvakken komen bijna niet meer voor), is de kwaliteit van de boombeplanting des te belangrijker. Door goede soorten te kiezen kunnen deze pleinen aan zeggingskracht en uitstraling winnen. Sierwaarde en karakteristieke vormen zijn een pluspunt. Pleinen Zeister profiel (beheertype Pz) Hier is het typerende “grasstrook met bomen”-thema toegepast. De boomsoorten in verhouding tot de breedte van de grasstroken en de omliggende bebouwing bepalen de ruimtelijke kwaliteit en de uitstraling van deze pleinen. Parken, pleinen en plantsoenen overig (beheertype Pov) Hiertoe behoren alle andere parken, pleinen en plantsoenen. De overige pleinen en parken hebben elk hun eigen kwaliteiten en toepassing van bomen. Het vraagt maatwerk hier een goede toekomstige invulling voor te vinden. Voor sommige pleinen is dat nog lang niet aan de orde. Het Waterwinpark bijvoorbeeld is pas recent ingericht.
Uitgewerkte puzzelstukken in beeld, aantallen en financieel Voor parken, pleinen en plantsoenen hebben we geen puzzelstukken. Hoewel de groepen consistent zijn, zijn er teveel variabelen (oppervlakte, aantal bomen, functie, en dergelijke) om het nuttig te maken om puzzelstukken te onderscheiden. Bomen in parken, op pleinen en in plantsoenen vragen om maatwerkoplossingen, zoals ook onlangs voor het Walkartpark (2015) is uitgewerkt. Voor deze karakteristiek kiezen we voor het maken van individuele uitwerkingen. De parken, pleinen, plantsoenen-boomstructuur bedraagt 10% van het totaal van de Zeister boomstructuur. Dit is vergeleken met andere karakteristieken niet veel, maar de betrokkenheid van bewoners bij de groene kwaliteit van deze structuren is heel groot. In het verleden hebben buurten zelfs zelf opdracht gegeven aan ontwerp- of onderzoeksbureaus om met toekomstadviezen te komen. Daarom moeten bewoners ook ruim de mogelijkheid hebben om zelf invulling te geven aan de uitwerkingen voor deze karakteristiek. De ervaring uit het verleden leert, dat dat niet altijd tot overeenstemming binnen de buurtvertegenwoordiging leidt. Vooraf moet dus goed worden nagedacht over kaders en spelregels zodat duidelijk is hoe de uitwerking tot stand komt en wat te doen als “de stemmen staken”.
77
Voorbeeld van de werking van het rekenmodel voor parken, pleinen en plantsoenen:
We kiezen voor de parken, pleinen en plantsoenen voor 100% vervangen: het aantal bomen blijft dus uiteindelijk – net als nu – ruim 5700 stuks. Wel willen we enige flexibiliteit inbouwen. Dat heeft te maken met het feit dat we de tijd en de ruimte willen hebben om tot een goed onderbouwd en in te richten eindbeeld te komen. Daarbij blijft het uitgangspunt van kracht, dat we bomen aanplanten die toekomstmogelijkheden hebben. Dat kan dus bijvoorbeeld leiden tot andere plantplaatsen, omdat daar boven- of ondergronds meer ruimte voorhanden is. Om die reden kiezen we niet voor één op één vervangen in geval een boom verdwijnt. Dat maakt namelijk dat we blijven “hangen” in wat was, in plaats van wat kan zijn: namelijk het best passende eindbeeld voor dat park, dat plein, dat plantsoen, die gemeentelijke buitenplaats. We vinden daarom een tijdelijke terugval van 20% acceptabel. Dat geeft ons de tijd om tot de uitwerkingen te komen en fysiek ruimte te creëren voor goede plantplaatsen (denk aan concurrentie om licht, water en voedingsstoffen). Bij 20% terugval moet de strategie voor vervanging er liggen en werken we vervolgens weer toe naar 100% van het oorspronkelijke aantal. In de uitwerking kan overigens – bijvoorbeeld als gelijkjarigheid een gewenst eindbeeld is – uiteindelijk misschien wel gekozen worden voor 50% uitval, voor we tot vervanging overgaan.
Denk aan de Schoolweg in Austerlitz. In Natuurpark De Brink, waar ongelijkjarigheid juist een kenmerk is, kunnen we wel kiezen voor meteen vervangen (als dat uit concurrentieoverwegingen met bestaande beplanting mogelijk is). Nogmaals: dit moet uit de uitwerkingen blijken.
toekomstbeelden overzicht parken, pleinen en plantsoenen percentage uitval 20% 20% 20% 20% 20% 20% 20%
Pel Pm Pf Pbp Pt Pz Pov
78
4.7 Uitwerking boomstructuur buurtgroen Boomstructuur buurtgroen in Zeist Is buurtgroen dan alles, wat gewoon niet past in één van de andere karakteristieken? Nee, zeker niet! Zoals in Groen (voor) Zeist wordt geconstateerd: kenmerkend voor de gemeente Zeist is de sterke verwevenheid van de stedenbouwkundige opzet, de architectuur en de groene inrichting van buurten. In het Groenstructuurplan noemen we dat: S5 de collage van buurten. Zeist groeide in het verleden buurt voor buurt – meest op particulier initiatief – in de architectuur en stijl die in die tijd gangbaar was. Dat gold niet alleen voor de bebouwing, maar zeker ook voor de inrichting e van de openbare ruimte. De tuindorpstijl uit de jaren ‘30 en ‘40 van de 20 eeuw heeft een heel andere inrichting en sfeer dan de nieuwe zakelijkheid van de wederopbouw en – in reactie daarop – de kneuterigheid van de hofjesbuurten uit de jaren ’70 en ’80. Juist die sterke samenhang tussen stedenbouwkundige opzet, architectuur en inrichting geeft een sterke uitstraling en vormt daarmee een waardevolle kwaliteit. Er hoort een andere toepassing van bomen bij en vaak ook een andere keuze ten aanzien van boomsoorten. In sommige buurten, zoals het Lyceumkwartier, zijn bijna alle boomstructuren in de straten formeel en is er slechts een enkele boom die daar niet onder valt en daarmee onder de boomstructuur buurtgroen valt.
In andere buurten komen juist bijna geen buurtoverstijgende boomstructuren voor en zijn alle voorkomende boomstructuren van de karakteristiek buurtgroen.
Beleid ten aanzien van boomstructuur buurtgroen
In Groen (voor) Zeist is het beleidsdoel voor de buurten: “S5 De collage van kenmerkende groene 26 karakters van de buurten van Zeist koesteren, zichtbaar houden en versterken”.
Inspiratiebeeld voor boomstructuur buurtgroen Om hier uitvoering aan te kunnen geven, is een beschrijving van de karakteristiek van de buurten noodzakelijk. Er is immers niet een algemeen inspiratiebeeld te geven: het is juist voor elke buurt een ander inspiratiebeeld. Deze karakteristieken, die de inspiratiebeelden vormen voor die buurt, zijn gebaseerd op de buurtbeschrijvingen zoals die ook in het groenstructuurplan zijn opgenomen. Voor de leesbaarheid van dit hoofdstuk, vindt u de buurbeschrijvingen als laatste. Voor een meer uitgebreide beschrijving van de buurten (historie, kenmerken, doelen) verwijzen wij u naar het Groenstructuurplan.
Wat betekent het inspiratiebeeld voor het toekomstig beheer? Dat verschilt zoals gezegd per buurt. Staan bomen in buurtstraten met Zeister profiel, zijn het grote of kleine boompjes, staan ze in één of twee rijen langs straten of staan ze in groepjes in de openbare ruimte? Zijn ze gelijksoortig en gelijkjarig of juist helemaal niet? Door de enorme hoeveelheid en diversiteit in buurtgroen-boomstructuren is het niet mogelijk hier in het algemeen wat over te zeggen. Omdat buurtgroen vooral een buurtkenmerk is, is de vrijheidsgraad bij bomenvervanging groter dan voor bijvoorbeeld formele structuren of andere buurtoverstijgende boomstructuren. Dit is dus bij uitstek het onderdeel van de boomstructuur waar er veel ruimte is voor bewonersinbreng op het moment dat vervanging aan de orde is.
26
Groen (voor) Zeist, pagina 144 en verder
79
Nadere onderverdeling in beheertypen
Het aantal variabelen voor de boomstructuur buurtgroen is – door het eigen karakter van elke buurt – erg groot. Om één en ander toch overzichtelijk te houden en de buurt de gelegenheid te geven mee te praten over de toekomstige boomstructuur in hun straten, hebben we de nadere onderverdeling als basis voor de codering in het groenbeheersysteem tamelijk simpel – en vooral rekenkundig van aard – gehouden. We onderscheiden: B0: geen bomen en ook in de toekomst niet mogelijk, B1: één rij bomen (in het profiel). Er wordt gerekend met een gemiddelde plantafstand per 100 m straat, B2: twee rijen bomen (in het profiel). Er wordt gerekend met een gemiddelde plantafstand per 100 m straat, maal 2, Bopp: bomen komen onregelmatig verspreid in de openbare ruimte voor. Er wordt gerekend met een gemiddeld aantal bomen per 100 m2 openbare ruimte. De toevoeging Z betekent dat de bomen in een grasstrook staan, volgens de inrichtingsprincipes van het Zeister Profiel. Dit is in sommige buurten een belangrijk en karakteristiek kenmerk.
Buurtgroen (26 % van de boomstructuur) 8%
2%
15%
11%
62%
Bopp
Boppz
B2
B2z
B1
B1z
B0 0 %
2%
Buurtbeschrijvingen Austerlitz Austerlitz is duidelijk een ‘dorp in het bos’: het bos is bijna overal voelbaar. De bossen zijn in eigendom en beheer bij natuurbeherende instanties. Behalve langs de Oude Postweg (M2b), Dorpsplein (Pf) en Schoolweg (F5) staan er maar weinig gemeentelijke bomen in de straten van Austerlitz. De ruimte is beperkt, de straatjes zijn vaak smal. De karakteristiek is vooral B0, maar ook wat B1 of B2. De straatbomen zijn vaak kleine sierbomen, geplant in verharding, met een beperkte levensduur.
80
Bloemenbuurt De Bloemenbuurt ligt aan de westkant dicht tegen het centrum van Zeist aan, tussen de Van Reenenweg en de Voorheuvel. De straten en stoepen zijn smal en het aantal straatbomen is – daardoor – beperkt. De karakteristiek B0 komt daardoor veel voor. Wanneer er bomen staan, zijn het vaak kleine sierbomen of vorm/knotbomen in de karakteristieken B1 of B2, in verharding. Bosch en Duin Bosch en Duin ligt in het boslandschap van de Utrechtse Heuvelrug. Wonen in het bos, op grote (bos)kavels, bepaalt de sfeer. De wegen door Bosch en Duin zijn kilometers lang en vallen onder EL of LS. De ruimte in het profiel voor bomen is geregeld beperkt. Zeker als er sprake is van vrijliggende fietspaden, resteert vaak maar een plantstrook van 50 cm en ligt het asfalt tot in de boomstammen. Zonder aanpassing in het profiel is verjonging niet mogelijk: de bomen hebben geen toekomstmogelijkheden. Bomen in de karakteristiek boomstructuur buurten zijn hier bijna niet aanwezig, met uitzondering van de Sparrenlaan, de Taxuslaan en de Vincent van Goghlaan. Brugakker Brugakker is één van de buurten van de wijk Zeist-West. Brugakker ligt tussen Weteringlaan (LS2b), Kouwenhovenselaan (F3b) en het Kromme Rijngebied en is gebouwd in het begin van de jaren ’80 van e de 20 eeuw. Er is een grote diversiteit aan bouwvormen, richtingen en situering van voor- en achterkanten.
De resthoekjes die dat oplevert, zijn groen ingericht. Veel straatbomen zijn dicht tegen de bebouwing aan geplant om het stenige karakter wat te verzachten. Veel bomen zijn sierbomen, onder andere sierperen. De groeiomstandigheden zijn moeilijk: weinig ruimte en vaak in verharding. De karakteristiek voor deze buurt is Bopp. Bij herplant moet goed gekeken worden naar goede toekomstmogelijkheden en de daarbij passende plantplekken en boomsoorten. Het landschap van het Kromme Rijngebied is daarbij de inspiratiebron. Een algehele herinrichting van de openbare ruimte zou wenselijk zijn, bijvoorbeeld in combinatie met de vernieuwing van het riool. Centrum Er zijn in het centrum veel straten zonder beplanting (B0). Het is – uiteraard – vrij dicht bebouwd. De bomen die er zijn, zijn veelal toegepast als aankleding. In een aantal – veelal smalle – straatjes is wel boombeplanting aanwezig (B1 of B2). Dit zijn vaak zuilbomen of kleine sierboompjes. Door de beperkte aanwezigheid is de invloed van die bomen op het beeld groot. De wens is het centrum meer te vergroenen. Daarvoor moeten groeiplaatsen van bomen worden behouden en liever nog: gecreëerd. Anno 2016 vindt hier planvorming voor plaats. Centrumschil noord Deze buurt omvat de Afrikaandersbuurt, gelegen ten noorden van de Steynlaan, tot aan de Dalweg. In e het oosten vormt de Boulevard de begrenzing.
De buurt dateert uit het begin van de 20 eeuw. De straatprofielen zijn smal. Er staan geen of kleine bomen, meestal in de parkeerstroken. Door het beperkte aantal bomen hebben de bomen die er staan een grote impact op het straatbeeld. Centrumschil zuid Dit is de buurt tussen Slotlaan, Woudenbergseweg, Laan van Beek en Royen en Dorpsstraat. De buurt is e uit het begin van de 20 eeuw. De straatjes zijn smal, de bebouwingsdichtheid hoog. Er staan in veel straten twee rijen kleine sierboompjes. Deze zijn van groot belang voor de buurt, gezien het zeer stenige karakter ervan.
81
Couwenhoven Couwenhoven is één van de buurten van Zeist-West en gebouwd volgens een hofjesstructuur. Het ligt tussen de Godfried van Seijstlaan (M3), Koelaan (F4b), Kouwenhovenseveld, en het Kromme Rijngebied (Weilandweg: LS2b). De centrale weg is de Weteringlaan (LS2b). Er staan veel straatbomen dicht tegen bebouwing. Veel bomen zijn sierbomen. De groeiomstandigheden zijn moeilijk: weinig ruimte en veel verharding. De karakteristiek voor deze buurt is Bopp. Bij herplant moet goed gekeken worden naar goede toekomstmogelijkheden en de daarbij passende plantplekken en boomsoorten. Het landschap van het Kromme Rijngebied is daarbij de inspiratiebron. Een algehele herinrichting van de openbare ruimte zou wenselijk zijn, bijvoorbeeld in combinatie met de vernieuwing van het riool. Crosestein e.o. Het gaat hier om de buurt tussen Utrechtseweg (EL2b), Kromme Rijnlaan (LS2b) en Koppelweg (M3). De Kroostweg (M2b) en de Noordweg (M1) lopen dwars door deze wijk. In deze buurt van Zeist-West zien we een enorme variatie in richtingen van de bebouwing. Er staan vooral (kleine) straatbomen in verharding. De karakteristiek is vooral Bopp. Bij herplant moet goed gekeken worden naar goede toekomstmogelijkheden en de daarbij passende plantplekken en boomsoorten. Het buitenplaatskarakter van de Stichtse Lustwarande en het landschap van het Kromme Rijngebied zijn daarbij de inspiratiebron.
Een algehele herinrichting van de openbare ruimte zou wenselijk zijn, bijvoorbeeld in combinatie met de vernieuwing van het riool. De Clomp De Clomp is het voorzieningenhart van Zeist-West. Het wordt begrensd door De Grift, de Griftlaan (LS2b), en de Weteringlaan (LS2b). Zo landschappelijk als de begrenzing is, zo stenig is het winkelhart zelf. Kleine straatbomen in verharding bepalen het beeld. Het voorzieningenhart wordt vernieuwd, inclusief de openbare ruimte en de groenvoorziening. Er wordt voorzien in betere groeiplaatsen voor grotere en dus duurzamere bomen. De karakteristiek is vooral Bopp. Den Dolder noord Den Dolder noord ligt tussen de Nieuwe Dolderseweg (N238), de spoorlijn, de gemeentegrens met De Bilt en het Pleinesbos. Het is overwegend naoorlogse laagbouw in stroken. We zien er veel straten die zijn ingericht met Zeister profiel: plantstroken in gras, met vaak kleine (sier)bomen. Veel voorkomend zijn B1 en B2. Den Dolder zuid Den Dolder zuid ligt ten zuiden van de spoorlijn en wordt begrensd door de Nieuwe Dolderseweg (N238), de Baarnseweg, Taveernelaan en de gemeentegrens met De Bilt. Op veel straathoeken zijn nog stukjes van het oorspronkelijke bos zichtbaar, met daarin o.a. veel grove den. In de straten staan vaak grote straatbomen, vaak in Zeister profiel. De buurt als totaal heeft een bosachtige uitstraling. De karakteristieken zijn B1 en B2.