CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-23RV010 Bijlage 1 Beleidskader de sociale basis

Raad 18 april 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Beleidskader de Sociale basis17.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toelichting op beleidsdoelen 2 tot en met 5. In 2020 en 2021 is er samen met de partners een Sport- en Preventieakkoord Zeist opgesteld. Hierin is de inhoud van het Nationale Sportakkoord en het Nationale Preventieakkoord zijn naar de lokale situatie vertaald. Als uitvoering en doorontwikkeling van de Sportvisie 2015-2020 en de Kadernota Integraal Gezondheidsbeleid 2017-2020 van de gemeente Zeist en het verwerken van de actuele ontwikkelingen en wensen van partners, is dit lokale Sport- en Preventieakkoord Zeist opgesteld.

Beleidskader: De sociale basis

26/43

Onderstaande doelstellingen zijn afkomstig uit het thema leefstijl van dit akkoord en zijn overgenomen in dit beleidsstuk. Toelichting op beleidsdoel 2 Dit beleidsdoel bevat twee onderdelen. 1. Van jongs af aan vaardiger in beweging Kinderen bewegen tegenwoordig minder en minder goed. Ook is de fysieke fitheid minder goed ontwikkeld, met vooral een verslechtering van het coördinatievermogen. Waardoor kinderen steeds vaker last hebben van sportblessures. Door te bewegen en te experimenteren ontwikkelen jonge kinderen hun motorische vaardigheden. Goed ontwikkelde motorische vaardigheden vergroten de kans op deelname aan sport- en spelactiviteiten in de kinderjaren én op latere leeftijd aanzienlijk. Kinderen leren op verschillende plekken bewegen. Binnen het gezin, maar ook op de kinderopvang, school, in de wijk en bij de sportaanbieder. Het is van belang dat professionals in de verschillende sectoren gezamenlijk het belang inzien van bewegen en motorische vaardigheid en vervolgens actief aan de slag gaan met een effectieve sport- en beweegaanpak. 2. Meer bewegen Bewegen is goed voor iedereen. Het bevordert concentratie en fitheid, zelfvertrouwen en vitaliteit. We zijn er ook nog eens toe in staat, ons lijf is ervoor gemaakt. Toch bewegen we steeds minder.

Want ondanks de toenemende bewustwording van een gezonde leefstijl en het belang van bewegen, voldeed in 2020 slechts 52,9% van de Nederlandse volwassenen aan de beweegrichtlijnen. Daarbij brengen Nederlanders van 4 jaar en ouder dagelijks gemiddeld bijna 9 uur zittend door. Bewegen is goed, meer bewegen is beter. Toelichting op beleidsdoel 3 Overgewicht is (wereldwijd) een groeiend probleem. Ook in Nederland stijgt het aantal personen met (ernstig) overgewicht. Overgewicht en obesitas zijn na roken de belangrijkste oorzaak van ziekten in Nederland, zoals hart- en vaatziekten of diabetes. De belangrijkste factoren voor een gezond gewicht zijn voldoende beweging en gezonde voeding. Een gezonde leefstijl begint vroeg en de eetgewoonten van een kind worden vaak al van jongs af aan gevormd. Ouders, grootouders maar ook andere opvoeders als de kinderopvang, peutergroepen en de basisschool spelen een belangrijke rol. Op andere plekken in dit leefstijlakkoord staat al een groot aantal plannen opgenomen die bijdragen aan voldoende beweging, dit subthema focust zich daarom met name op gezonde voeding. Een integrale aanpak in samenwerking met ouders, school, supermarkten, horeca vormt daarbij de basis van een preventieve aanpak. Daarnaast is het van groot belang om kinderen met beginnend stevig overgewicht tijdig naar gezond gewicht te begeleiden.

Toelichting op beleidsdoel 4 Dit beleidsdoel bevat drie onderdelen. 1. Verantwoord middelen gebruik: focus roken. Rookvrije generatie – Iedere week raken honderden kinderen in Nederland verslaafd aan roken, tweederde van de rokers begint voor haar/zijn 18e jaar. Ruim de helft van de rokers sterft aan de gevolgen ervan, roken veroorzaakt ziekten als kanker, hart- en vaatziekten en luchtwegziekten. Ook van meeroken kunnen mensen ernstig ziek worden of zelfs dood gaan. Ondanks deze feiten wordt het nog steeds normaal gevonden dat kinderen beginnen met roken. De plannen, ambities en afspraken onder deze pijler dragen daarom bij om enerzijds alle kinderen (0-18 jaar) rookvrij te kunnen laten opgroeien tot een rookvrije generatie. En anderzijds zal meer aandacht worden gegeven aan het begeleiden van mensen die roken naar het stoppen met roken en het eerder signaleren en ondersteunen van zwangeren die roken. Beleidskader: De sociale basis

27/43

2. Verantwoord alcoholgebruik Alcohol en drugs zijn schadelijk voor de gezondheid. Landelijk, maar ook lokaal (monitoring GGD) blijkt dat een te grote groep minderjarigen (regelmatig) alcohol drinkt en/of drugs gebruikt. Sociale omgangsnormen bepalen vaak of jongeren alcohol drinken voor hun 18e verjaardag en de mate waarin alcohol wordt gedronken. Om jongeren gezond te laten opgroeien is het van belang om ook het netwerk om de jongeren heen zoals ouders, scholen en sportverenigingen, bewust te maken en handvatten te geven zodat zij mee kunnen werken aan het veranderen van deze sociale omgangsnormen. Ook plekken waar alcohol wordt verstrekt spelen een belangrijke rol, zoals horeca en supermarkten, jeugd- en cultuurclubs. 3. Terugdringen gebruik lachgas Het gebruik van lachgas voor recreatief gebruik is in Nederland de laatste jaren flink toegenomen. Lachgas wordt via gas uit een slagroompatroon via een slagroomspuit in een ballon gespoten en ingeademd, waardoor men in een roes komt die een aantal minuten aanhoudt en tot zowel (mogelijk schadelijke) lichamelijke als psychische effecten leidt. Jongeren zijn de grootste gebruikers. Lachgasgebruik brengt gezondheids- en veiligheidsrisico’s met zich mee. Het gebruik van lachgas kan slecht zijn voor de ontwikkeling van de hersenen, longen kunnen bevriezen en blijvende gehoorschade kan worden opgelopen.

Ook kan het leiden tot een onveilig gevoel voor omwonenden van plekken waar lachgas veel gebruikt wordt. Toelichting op beleidsdoel 5 Mentale weerbaarheid is een nieuw thema binnen het lokale gezondheidsbeleid. Vanuit diverse signalen en ontwikkelingen is het belang van aandacht voor de mentale gezondheid sterk naar voren gekomen. Zo hebben medewerkers van het CJG en sociaal team depressie op nummer 1 gezet in een enquête als thema dat de komende periode meer aandacht zou moeten krijgen in Zeist. Zij ontmoeten veel inwoners die somber en eenzaam zijn en/of psychische problemen hebben. Of inwoners die door complexe problemen stress hebben. De minister van VWS heeft daarom onlangs ook een akkoord gesloten met partijen om het aantal mensen met depressie terug te dringen in Nederland. Ook het gevoel dat je ergens bij hoort is belangrijk. Mensen willen zich verbonden voelen met anderen. Dit draagt bij aan mentaal welbevinden en gezondere keuzes op meerdere leefgebieden.

Beleidskader: De sociale basis

28/43

Thema 7: Opgroeien en opvoeden Met de meeste jeugdigen in Zeist gaat het goed en de meeste ouders zorgen voor hun eigen kinderen. Dat betekent: weten wat je kind nodig heeft en een eventuele hulpvraag (h)erkennen en zelf hulp organiseren. Wanneer er toch problemen ontstaan met een jeugdige in een gezin, op school of in de vrije tijd, dan moeten een jeugdige en zijn/haar gezin kunnen rekenen op hulp en ondersteuning. De gemeente en haar maatschappelijke partners streven na dat: 1. Kinderen in de gemeente Zeist een kansrijke start hebben. 2. Alle kinderen en jongeren zich veilig, kansrijk en gezond kunnen ontwikkelen. 3. Er herstel is van problemen bij de jeugd als gevolg van de Coronapandemie. 4. Er een gevarieerd vrijetijdsaanbod is voor jongeren en kinderen. Toelichting op beleidsdoel 1: Vanuit Kansrijke Start is een coalitie met Gemeente Zeist, CJG, GGD, Verloskundige Praktijk Zeist en Samen Oplopen. De coalitie heeft 5 ambities opgesteld op basis van het landelijk actieprogramma Kansrijke Start. Met een collegebesluit is het manifest Kansrijke Start ondertekend. De doelstellingen worden uit dit document nemen we over in dit stuk: 1. Voorbereid zijn: Jeugdigen en jongvolwassenen krijgen al voor een eventuele zwangerschap goede voorlichting over gezond zwanger zijn en wat het betekent om een kind op te voeden. Ook tijdens de zwangerschap is deze voorlichting van belang. 2.

Zorgeloos van start: We streven naar een zorgeloze start voor alle zwangeren met zo min mogelijk stressfactoren. We onderzoeken welke mogelijkheden er hiervoor zijn binnen bestaanszekerheid en wonen. 3. Groeiend ouderschap: Ouders mogen groeien in hun rol als ouder. Het is niet altijd voor iedereen een roze wolk en dat is normaal. We bieden laagdrempelige informatie, steun en hulp voor moeders en vaders waar gewenst. waarbij we uitgaan van de kracht van ouders zelf. 4. Steun dichterbij: Elke (aanstaande) ouder moet steun kunnen ervaren in de eigen omgeving. We stimuleren initiatieven waarin ouders elkaar kunnen ontmoeten, verbindingen kunnen aangaan en maatjes kunnen vormen. 5. Slim samenwerken: We willen een intensieve samenwerking tussen het medische en sociale domein rondom geboortezorg en jonge gezinnen. Organisaties werken constructief met elkaar samen waardoor de benodigde hulp integraal geboden wordt. Toelichting op beleidsdoel 2 Het leven van kinderen en jongeren speelt zich af tussen thuis, kinderopvang/school en sociale leefomgeving. Dit maakt dat ouders, gemeente, kinderopvang onderwijs en maatschappelijke (jeugd)partners elkaar nodig hebben bij het creëren van een gezond, veilig en kansrijk opgroei- en opvoedklimaat waarbinnen jonge mensen zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Om dit te bereiken stellen deze partijen een gezamenlijke Agenda Jeugd & Onderwijs op voor de komende jaren. Op dit moment werken we aan een nieuwe agenda waarin de gezamenlijke visie en ambities voor de komende jaren worden vastgelegd en concrete doelen worden geformuleerd. De nieuwe agenda is in Beleidskader: De sociale basis

29/43

het voorjaar van 2023 gereed, maar uit eerste gesprekken met onze partners zijn de volgende (voorlopige) sporen voor de samenwerking rondom jeugd en onderwijs naar voren gekomen. 1. Gezonde en veilige ontwikkeling Door onder meer het aanbieden van (preventieve) ontwikkelingsgerichte activiteiten en het creëren van een positief klimaat (met beschermende factoren) op kinderopvang en scholen versterken we de (mentale) gezondheid, veerkracht en saamhorigheid van kinderen en jongeren. 2. Kansengelijkheid We bieden gelijke (onderwijs)kansen aan alle kinderen. Dit doen we onder meer door met vooren vroegschoolse educatie te werken aan eventuele (taal)achterstanden en daarmee te voorkomen dat kinderen met een achterstand beginnen aan de basisschool. Op scholen met relatief veel kwetsbare kinderen investeren we (met middelen vanuit de landelijke Gelijke Kansen Alliantie) extra in bijvoorbeeld sport of leerondersteuning, waardoor de kansengelijkheid groeit. 3. Doorgaande ontwikkellijnen en soepele overgangen Problemen bij kinderen ontstaan vaak in nieuwe situaties, zoals bij de start op de basis- of de middelbare school. Daarom zorgen we voor doorgaande leerlijnen en soepele overgangen. Dit doen we bijvoorbeeld door warme overdracht en het ondersteunen van kinderen die dat nodig hebben bij de overgangen. 4.

Verbinding kinderopvang/onderwijs en jeugdhulp De kinderopvang en het onderwijs zijn belangrijke plekken voor het vroeg signaleren van knelpunten in de ontwikkeling van kinderen en ook een plek waar we kinderen kunnen bereiken met preventieve hulp gericht op bijvoorbeeld mentale gezondheid. Hoe zorgen we er samen voor dat het stellen van vragen over opgroeien en opvoeden als normaal wordt gezien? En hoe borgen we dat laagdrempelige ondersteuning vervolgens ook dichtbij is? 5. Randvoorwaarden op orde We zorgen samen voor duurzame en toegankelijke onderwijshuisvesting, een gezonde arbeidsmarkt onderwijs en goed leerlingenvervoer. Toelichting op beleidsdoel 3 De Rijksoverheid ondersteunt het onderwijs en gemeenten bij het inlopen van vertragingen en het verhelpen van problemen bij de jeugd door de pandemie. Zowel scholen als gemeenten ontvangen middelen vanuit het NPO. De gemeentelijke NPO-middelen bedragen voor Zeist in totaal 1,6 miljoen euro en kunnen tot 31 juli 2025 worden ingezet. In de afgelopen periode is in nauwe samenspraak met de partners uit kinderopvang, onderwijs (PO, (V)SO en VO), welzijn en zorg in kaart gebracht hoe het ervoor staat met de jeugd in Zeist als gevolg van de coronacrisis en wat er nodig is om problemen het hoofd te bieden. Inmiddels is een plan van aanpak NPO vastgesteld. Dit plan van aanpak richt zich op de volgende drie speerpunten: 1.

Versterken van sociaal-emotionele vaardigheden en vergroten van het mentaal welbevinden 2. Stimuleren van een gezonde leefstijl en een gezond gewicht 3. Voorkomen van zwaardere jeugdhulp en normalisering door het bieden van preventieve groepsgewijze en laagdrempelige ondersteuning op scholen en het verbeteren van de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp rondom kinderen met een ondersteuningsbehoefte. In het kader van deze drie speerpunten worden de komende periode allerlei activiteiten uitgevoerd op en rondom kinderopvang, basis- en middelbaar onderwijs, zoals bijvoorbeeld extra sportaanbod, ouderondersteuning en schooljongerenwerk. De bedoeling is ook dat jongeren zelf (onder begeleiding van professionals) een festival annex sporttoernooi gaan organiseren, waar jongeren nieuwe

Beleidskader: De sociale basis

30/43

contacten en inspiratie kunnen opdoen voor bijvoorbeeld de vrije tijdsbesteding. Dit laatste sluit ook aan bij beleidsdoel 4. Toelichting op beleidsdoel 4 Patroon 1: Er is weinig aanbod voor jongeren en kinderen Volgens inwoners en organisaties is er te weinig te doen voor jongeren en kinderen in Zeist. Wat betreft jongeren noemen inwoners dat zij soms overlast ervaren van jongeren. Volgens inwoners kunnen de jongeren hier niks aan doen en komt dit doordat ze zich vervelen. Het is volgens meerdere inwoners een goed idee om samen met de jongeren activiteiten of hangplekken op te zetten. In Den Dolder is dit geprobeerd met een jongeren ontmoetingsplek (JOP), alleen is dat niet gelukt doordat er geen geschikte plek kon worden gevonden. In het participatief onderzoek zijn te weinig jongeren gesproken om een beeld te kunnen geven van waar zij concreet behoefte aan hebben. Ook geven inwoners aan dat het goed zou zijn om jongeren meer te stimuleren. Verschillende organisaties die werkzaam zijn in of met de sociale basis maken zich zorgen om de mentale gezondheid van jongeren, zeker in en na corona. Vanuit thema 6 van dit beleidsstuk hebben we hier specifieke aandacht voor. Daarnaast vinden inwoners dat er te weinig activiteiten en plekken zijn voor jonge kinderen. Speeltuinen, skateparken of andere buitenactiviteiten worden gemist.

Mijn kinderen staan in mijn schuur Een inwoner vertelt: ‘Ik mis in Zeist wel, trouwens - want ik heb twee tieners - iets voor kinderen vanaf 12 tot en met 17 jaar. Want ze mogen helemaal niks en er is ook helemaal niks voor die kinderen. En als ze dan, ‘s avonds als het donker is, bij een speeltuintje staan en er komt één klacht binnen van iemand, dan moeten ze daar weg, maar ze krijgen niet een plek van waar ze wél naartoe mogen. Dan mag je mij wel eens vertellen wat die kinderen eigenlijk kunnen doen. En dat mis ik heel erg in Zeist. Iets voor die jeugd die overal net buiten valt. Ze zijn nergens welkom. Is het donker, dan heb je altijd mensen die het eng vinden, dus dan wordt er geklaagd, dan moeten ze daar weg. Ze mogen niet naar de kroeg want ze zijn nog geen 18. Ze zijn te oud voor andere dingen. Dus ja, dat vind ik wel triest. En op zich heb je in het wijkcentrum wel een wijk en jeugd iets. Alleen, ja, daar komt niet iedereen. Het is voor mijn kinderen ook niet echt dat ze denken: oh wat leuk, daar ga ik naartoe… dat doen ze niet. Maar ze worden wel weggestuurd rondom de flat en dat vind ik wel triest. Mijn kinderen staan in mijn schuur. Dat mag eigenlijk niet, maar ja, ze mogen ook niet buiten staan. Dus ze staan tussen mijn fietsen in een hok van 2,5 bij 2,5 zonder ramen. Dus dat is wel heel triest, dat dat er niet is. Ze moeten toch ergens terecht kunnen.’

Beleidskader: De sociale basis

31/43

Thema 8: Taal Taal is één van de basisvoorwaarden om mee te kunnen doen. We zetten in op het versterken van de basisvaardigheden in de taal van inwoners die laaggeletterd zijn. Zo werken we ook aan het voorkomen van financiële en gezondheidsproblemen. De gemeente en haar maatschappelijke partners streven na dat: 1. Laaggeletterdheid wordt voorkomen of vroegtijdig gesignaleerd waarbij we ons richten op alle leeftijden. 2. Er voor elke inwoner met een taalachterstand een kwalitatief en passend taaltraject wordt aangeboden, waarbij wordt aangesloten bij de motivatie van inwoner en bij het doel waarvoor de inwoner de taal concreet nodig heeft. 3. De taaltrajecten en taalactiviteiten zoveel mogelijk dichtbij de mensen georganiseerd worden: in de buurt en toegankelijk. 4. We zelf het goede voorbeeld geven. De gemeente en partnerorganisaties gebruiken begrijpelijke taal in de communicatie met inwoners.

In 2020 is de Taalaanpak 2020 -2023 vastgesteld. Onderstaande teksten zijn afkomstig uit deze aanpak en worden overgenomen in dit beleidsstuk.

Toelichting op beleidsdoel 1 Centraal in de aanpak staat de levensloopbenadering. Hiermee bedoelen we dat taal in ons hele leven verbonden is met alle belangrijke aspecten van het dagelijks leven. Zoals leren, werken, vrije tijd en ons financiële reilen en zeilen. Veel aanpakken richten zich alleen op de mensen waarbij een probleem is vastgesteld. Dat is hard nodig, maar het is niet genoeg. Liever nog voorkomen we problemen door in te zetten op preventie en vroegsignalering. Opvoeders hebben de grootste invloed op de ontwikkeling van kinderen, vooral in de periode voordat een kind naar kinderopvang of basisschool gaat. Dan wordt namelijk het fundament gelegd voor de latere taalvaardigheid. Om laaggeletterdheid te voorkomen en het ‘overerven’ tegen te gaan, wordt ingezet op een aanpak gericht op de allerjongsten in combinatie met het verbeteren van het taalniveau van de ouders. Bij preventie gaat het ook om aandacht voor inburgering. Nieuwkomers die niet of slecht inburgeren, zijn de laaggeletterden van morgen. We willen daarom dat het aanbod vanuit de Wet inburgering en het aanbod voor laaggeletterdheid goed op elkaar aansluiten. We willen zoveel mogelijk laaggeletterden bereiken. Daarom zetten we in op een stevig netwerk van lokale organisaties.

We werken samen met onder andere de Regionale Sociale Dienst, GGDrU, MeanderOmnium, onderwijs en Kunstenhuis Idea met een geïntegreerde aanpak op het gebied van taal. Het is van belang dat zij laaggeletterdheid signaleren en inwoners verwijzen. Deze organisaties zijn niet alleen belangrijk bij het vinden van laaggeletterde inwoners, maar ook bij het motiveren en activeren van hen. Vanuit hun persoonlijke contact ervaren medewerkers van deze organisaties ook in de praktijk wat voor iemand wel en niet werkt. Zo versterken we het aanbod. Toelichting op beleidsdoel 3 Inwoners met beperkte vaardigheid in de Nederlandse taal kunnen op allerlei leefgebieden belemmeringen ervaren. Bij het vinden van een baan tot en met het begrijpen van overheidscommunicatie. De ervaringen verschillen per inwoner en daarom kunnen zij zelf het beste aangeven welke knelpunten en kansen zij zien. We willen met onze aanpak inspelen en aansluiten op de motivatie en het taalniveau van de inwoner. Door hierop aan te sluiten en maatwerk te bieden, zal het starten en volhouden van de taaltrajecten Beleidskader: De sociale basis

32/43

succesvoller zijn. Bovendien levert het concrete resultaten op, zowel op het gebied van taalverbetering als bij het behalen van de persoonlijke levensdoelen voor de inwoner zelf. Dit betekent ook dat we laaggeletterdheid niet als een geïsoleerd probleem zien. Een integrale aanpak bij taal draagt bij aan het waarmaken van doelstellingen op andere beleidsterreinen. Laaggeletterdheid zit in de taboesfeer. Veel inwoners durven er niet voor uit te komen dat ze moeite hebben met lezen en schrijven. Vooral de inwoners die in Nederland zijn geboren, hebben allerlei manieren ontwikkeld om hun probleem te verbergen. Daardoor is het moeilijk om hen te bereiken. We willen hen met een positieve toon en om ze te met de focus op ontwikkeling motiveren om hun taalvaardigheden te vergroten. Toelichting op beleidsdoel 4 We zorgen dat de georganiseerde taaltrajecten en taalactiviteiten in de gemeente zoveel mogelijk dichtbij georganiseerd worden. Het is van belang dat taalcursussen en het ander taalaanbod goed vindbaar en toegankelijk zijn voor laaggeletterden. Daarnaast is het van belang dat organisaties goed op de hoogte zijn van het aanbod, zodat zij ook kunnen verwijzen naar passend taalaanbod. Toelichting op beleidsdoel 5 We willen als gemeente het goede voorbeeld geven. We gebruiken begrijpelijke taal op formulieren, in brieven en op de website.

We blijven weg van ingewikkeld jargon, ook in onze gesprekken met inwoners . Voor de toetsing van onze schriftelijke communicatie zetten we taalambassadeurs in. Bij onze manier van werken staat niet onze interne organisatie maar de inwoner centraal.

Beleidskader: De sociale basis

33/43

7

Ontwikkelonderwerpen

Drie ontwikkelonderwerpen Naast de acht inhoudelijke thema’s hebben de interviews en gesprekken drie overkoepelende ontwikkelonderwerpen aan het licht gebracht. Dit zijn onderwerpen waarover we op basis van alle gesprekken de conclusie trekken dat er ruimte is voor verbetering. Deze onderwerpen hebben uiteraard inhoudelijke overlap met de acht thema’s. Gezien de ervaren urgentie krijgen ze in dit beleidskader een apart plekje zodat ze met voldoende aandacht en op een juiste manier in de uitvoeringsagenda verwerkt worden. De onderwerpen zijn: (1) weg vinden, (2) samenwerking en (3) voorzieningen dichtbij. In de onderstaande paragrafen beschrijven we beleidsdoel, patroon en onderbouwing. We illustreren het vraagstuk met het verhaal van een inwoner. De gemeente en haar maatschappelijke partners streven na dat: • Inwoners - en professionals - de weg naar informatie over vrijetijdsbesteding en over (informele) hulp en ondersteuning makkelijk weten te vinden. • Vanuit een gezamenlijk inzicht en overzicht is er een nauwe samenwerking tussen vrijwilligers en professionals op de onderwerpen waar dit meerwaarde heeft. • Het in de gemeente Zeist mogelijk is om dichtbij huis aansluiting te vinden bij mensen uit buurt of dorp. Ontwikkelonderwerp 1: De weg vinden Dat vragen en behoeften per persoon en in de tijd kunnen verschillen, dat weten we.

Ook hebben de gesprekken en interviews laten zien dat veel mensen en organisaties in Zeist bereid zijn om de helpende hand te bieden. Toch is het niet gezegd dat vraag en aanbod elkaar makkelijk weten te vinden. Zorgen dat mensen de weg kunnen vinden blijkt een relevant ontwikkelonderwerp in Zeist. De gemeente en haar maatschappelijke partners streven na dat: • Inwoners - en professionals - de weg naar informatie over vrijetijdsbesteding en over (informele) hulp en ondersteuning makkelijk weten te vinden. Uit de gesprekken van het participatief onderzoek kwamen de volgende twee patronen naar voren. Patroon 1: Inwoners willen dat de weg naar hulp en ondersteuning makkelijker vindbaar is Het aanbod aan hulp, informeel en formeel, in Zeist is groot. Inwoners geven echter aan overzicht te missen en de weg naar deze zorg niet te weten. 42% van de mensen die we in Zeist Noord op straat interviewden kon 1 of 2 activiteiten noemen, maar wist niet de weg naar hulp. In Zeist Oost, Centrum en Den Dolder kende nagenoeg niemand de weg. Ook wordt de weg naar hulp als versnipperd ervaren. Door deze versnippering hebben inwoners het gevoel veel zelf en via-via te moeten regelen, wat voor sommigen lastig is. Meer outreachend werken, zeker om de kwetsbare mensen te bereiken, is volgens inwoners nodig.

Ook volgens het CJG en Sociaal Team moeten bepaalde projecten meer onder de aandacht worden gebracht bij inwoners. Verder geven inwoners aan dat de communicatie vanuit de gemeente voor en door hoogopgeleiden is. Dit zorgt er ook voor dat de weg naar hulp en ondersteuning onduidelijker is voor sommigen. Manieren waarop inwoners de weg op dit moment vinden zijn: 1. Opgezocht op internet 2. Hulp via de kerk zoeken 3. Niet kunnen vinden, maar binnen eigen kring hulp gaan vragen Twee plekken vielen positief op als het gaat om de weg naar hulp en ondersteuning vinden. In Zeist West kende 87% van de mensen die we spraken wijkservicepunt De Koppeling. Inwoners daar geven aan eerst naar De Koppeling te gaan wanneer ze hulp nodig zouden hebben. Zij zien De Koppeling Beleidskader: De sociale basis

34/43

als eerste deur naar hulp en weten dat ze vanuit daar verder door worden verwezen naar waar ze moeten zijn. In Austerlitz zijn inwoners goed op de hoogte van de sociale kaart; mensen kennen het dorpsteam, dorpshuis en de hulpmogelijkheden daarbij en verschillende activiteiten. Ook ervaren ze dat er één ingang is mocht er iets zijn. De godganse avond en weekend voor die TV zitten Een inwoner vertelt: ‘Ik ben eigenlijk meer op zoek naar een organisatie voor mensen die erg eenzaam zijn. Die dan ook contact zoeken, hetzij wandelen, hetzij fietsen samen, hetzij wat dan ook. Dat ik me daar bij aan kan sluiten. Gewoon wat anders dan alleen maar de godganse avond en weekend voor die TV zitten en dan maar uit moeten zoeken hoe je jezelf vermaakt. Ik zou het bij het inloophuis kunnen vragen. Maar ja goed, dan zouden ze zeggen: we gaan u weer verwijzen naar het Zeister wegwijscafé. die stellen dan alleen maar weer vragen: heeft u problemen met dit? Heeft u problemen met achterstallige betalingen, heeft u problemen met dit of dat, zus of zo? De sociaal raadslieden hebben we dan ook weer. Dan denk ik: jongens, ik wil het nu even niet in de juridische kant zoeken, maar in de sociale. Meer die kant op.’

Patroon 2: Inwoners helpen elkaar met het vinden van de weg Vrijwilligers bij onder andere inloophuizen hebben een belangrijke signalerende functie. Wanneer ze opmerken dat er meer aan de hand is, schakelen ze een coördinator in, die kijkt wat er nodig is. Ook helpen inwoners elkaar naar ontmoetingsplekken toe en verwijzen ze elkaar naar verschillende activiteiten in de buurt. Activiteiten en ontmoetingsplekken worden dus voornamelijk bekend door mond-tot-mond reclame. Inwoners geven aan graag op de hoogte gehouden te worden via flyers of social media. Mazzel met zo’n buurvrouw Een inwoner vertelt: ‘Wij zitten hier en we zitten in Het Binnenbos en wij weten de weg. Maar als je hier nieuw komt wonen en je kent dat allemaal nog niet… Vorige week was iemand hier, daar woont een vrouwtje naast en die heeft ze meegenomen met wandelen. En zo komt ze in Het Binnenbos en doordat ze in Het Binnenbos is krijgt ze weer iets anders, komt ze hier. Soms durven ze niet, die mevrouw heeft haar over die drempel heen moeten zetten. Maar ik bedoel, nou is het goed. Maar dat heb je als je nieuw komt wonen. En dan had zij mazzel dat ze zo’n buurvrouw heeft. Ik denk dat het voor een hoop mensen best wel moeilijk is geweest afgelopen twee jaar in coronatijd. En de gemeente mag niet de adressen doorgeven hè, van wie er nu is komen wonen, in verband met de privacy. Dat zou best wel eens handig zijn.

Dan zouden wij die kant op kunnen gaan om die erbij te kunnen betrekken. Maar ja, dat mag niet.’

Ontwikkelonderwerp 2: Overzicht en samenwerking Binnen de sociale basis zijn veel mensen voor een veelheid aan organisaties actief. Ze zorgen als vrijwilliger voor het inloophuis voor een warm welkom of geven ze hulp als maatje. Uit de gesprekken werd duidelijk dat het voor de organisaties uit de sociale basis niet duidelijk is, welk aanbod er allemaal is. Ook zien de organisaties kansen om betere hulp te verlenen door een nauwere samenwerking met professionele hulp.

Beleidskader: De sociale basis

35/43

De gemeente en haar maatschappelijke partners streven na dat: • Er vanuit een gezamenlijk inzicht en overzicht een agenda is waarmee gemeente, organisaties en inwoners gezamenlijk optrekken. Er is een nauwe samenwerking tussen vrijwilligers en professionals op de onderwerpen waar dit meerwaarde heeft. Uit de gesprekken van het participatief onderzoek kwamen de volgende drie patronen naar voren. Patroon 1: Er is behoefte aan een duidelijk overzicht van de sociale basis Er is een groot aanbod in de sociale basis in de gemeente Zeist, alleen een duidelijk overzicht mist. Dit maakt het lastig voor het CJG en Sociaal Team om te weten wat er mogelijk is en om inwoners te koppelen aan een organisatie. Het CJG en Sociaal Team hebben erg behoefte aan een overzicht en pleiten voor een voorveldmakelaar; iemand die de sociale basis kent en waar het CJG en Sociaal Team heen kunnen met hulpvragen van inwoners. Zij geven aan dat de vrijwilligerscentrale en andere online platformen hierin niet toereikend zijn, omdat deze vaak niet up-to-date zijn, ze niet snel kunnen afstemmen met iemand en het te veel zoekwerk en gedoe is. Het CJG en Sociaal Team zouden het daarom prettiger vinden een aanspreekpunt hiervoor te hebben, die met hen mee kan denken op casusniveau. Ook de organisaties uit de sociale basis hebben behoefte aan overzicht, omdat ze ervoor willen waken dingen dubbel te doen.

Tevens missen ook potentiële vrijwilligers overzicht of een ingang. Inwoners willen wel vrijwilligerswerk doen maar weten niet goed waar of hoe. Het Netwerk Informele Ondersteuning Zeist (NIOZ) is om al deze redenen een initiatief gestart om een ambassadeur informele zorg in te stellen. Deze persoon biedt een landingsplek voor vrijwilligers, hulpvragers en het formele veld en verbindt deze allemaal aan elkaar. Deze rol is vergelijkbaar met de wens van het CJG en Sociaal Team. Ik zou wel wat willen, maar geen idee wat Een inwoner vertelt: ‘Dan moet je een andere uitdaging gaan zoeken, maar die heb ik nog niet gevonden. Ik mis het wel een bezigheid. Ik heb geen idee, dus ik weet ook niet wat ik wil worden. Ik ben boekhoudster, altijd geweest. En ja, cijfertjes maakten me helemaal gek op een gegeven moment. Toen merkte ik wel van: ik moet iets met mijn handen doen, want daar ben ik beter in. Maar wat ik met mijn handen wil doen: geen idee. Daar heb ik geen hulp bij. Ik zou niet weten bij wie waar. Echt geen idee. Want ja, je komt op een gegeven moment op een leeftijd dat mensen je ook niet willen opleiden of in een bedrijf willen. Ja, ik ben 52. Dan zitten ze ook niet echt op je te wachten. Plus dat ik geestelijke problemen heb. Leg dat maar eens uit. Ik heb nu een CV van 14 jaar geen werk. Geen vast werk. Het wordt steeds moeilijker.

Je kan niet bij een baas komen van: joh, in de winter dan gaat het niet zo lekker met me, dan ben ik meestal drie maanden niet in staat om te werken. Er is geen baas die je aanneemt natuurlijk. Maar ik zou wel iets willen doen ja. Maar geen idee wat.’

Patroon 2: Het versterken van de samenwerking tussen informeel en formeel biedt grote kansen De samenwerking tussen informeel en formeel is momenteel niet optimaal. Met name de organisaties uit de sociale basis vinden dat de verbinding met de formele zorg en Sociaal Team en CJG beter kan, zowel op specifieke casussen als het samenwerken op bepaalde thema’s die spelen en hoe deze kunnen worden aangepakt. Volgens de organisaties uit de sociale basis mist sturing vanuit de gemeente hierop. Er is volgens hen geen duidelijke visie, waardoor het afhankelijk is van individuele personen uit het formele veld of de sociale basis wordt betrokken. Organisaties uit de sociale basis zien juist vaak de noodzaak om professionele hulp, mantelzorg en steun van vrijwilligers te combineren. Dit werkt versterkend naar beide kanten.

Beleidskader: De sociale basis

36/43

Hier staat tegenover dat er ook al hele mooie samenwerkingen zijn. Wanneer informele en formele organisaties elkaar goed weten te vinden, levert dit mooie resultaten op en vullen ze elkaar goed aan. Van twee kanten Een medewerker uit de sociale basis vertelt: ‘…. En dan gaan we zeggen van: joh, zet ons er nou ook in. Ga nou niet alleen maar naar die tweedelijns kijken, maar ook naar die nuldelijn. Dus ja, dan denk ik van: dat moet van twee kanten komen. Wij kunnen niet alleen maar vragen en uitnodigen, maar de gemeente moet ook aansturen daarin.’

Patroon 3: Organisaties uit de sociale basis willen een gezamenlijke agenda met de gemeente Veel organisaties uit de sociale basis geven aan er behoefte aan te hebben meer in gezamenlijkheid op te trekken met de gemeente. Er wordt volgens hen veel binnen de gemeente bedacht en pas wanneer projecten of nieuwe plannen al helemaal vast staan gedeeld met de sociale basis. De sociale basis zou graag al eerder betrokken worden en meedenken en samen tot plannen komen. Ook vinden de organisaties dat voornamelijk zij het initiatief nemen om de samenwerking tussen hen en de gemeente, inclusief Sociaal Team en het CJG, te verbeteren. Zij komen met plannen en zetten initiatieven op, maar krijgen het gevoel - omdat ze bijvoorbeeld geen reactie krijgen - dat de gemeente dit niet als belangrijk ziet. Wisselingen binnen de gemeente maken dit extra lastig. Voorstellen, routekaarten en plannen Een medewerker uit de sociale basis vertelt: ‘We zijn ook bezig met initiatieven om op wijkniveau de samenwerking tussen informele en de gemeentelijke hulpverleners beter te organiseren. Dat komt van ons af. De gemeente trekt daar niet zo hard aan. Maar wij doen het en wij maken voorstellen en routekaarten en plannen voor de invulling daarvan. De gemeente vindt dat best, maar ze zijn met andere dingen bezig.’

Ontwikkelonderwerp 3: Voorzieningen dichtbij In de gesprekken gaven inwoners het belangrijk te vinden om contact te hebben met mensen uit de eigen straat buurt of dorp. Of om samen activiteiten te ondernemen. Op sommige plekken in onze gemeente gaat dat heel gemakkelijk door goede ontmoetingspunten en een gevarieerd aanbod aan wijkvoorzieningen. Op andere plekken is dat minder vanzelfsprekend door het ontbreken van geschikte ruimtes of omdat de sociale cohesie minder groot is. De gemeente en haar maatschappelijke partners streven na dat: • Het in de gemeente Zeist mogelijk is om dichtbij huis aansluiting te vinden bij mensen uit buurt of dorp. Uit de gesprekken van het participatief onderzoek kwamen het volgende patroon naar voren. Patroon 1: Er zijn in Zeist verschillen wat betreft voorzieningen, sociale verbondenheid en ervaren steun vanuit de gemeente. Er zijn in Zeist verschillen wat betreft de hoeveelheid en kwaliteit van maatschappelijke voorzieningen en activiteiten. Daarmee samenhangend wordt de sociale verbondenheid en steun vanuit de gemeente anders ervaren. Hieruit volgt dat er daarmee ook verschillen zijn in de behoeften van inwoners voor verbeteringen in Zeist. We zien veel verhalen van inwoners uit Den Dolder waaruit blijkt dat zij het gevoel hebben dat Den Dolder geen prioriteit is voor de gemeente Zeist. Inwoners noemen Beleidskader: De sociale basis

37/43

daar verschillende voorbeelden bij. Een van die voorbeelden is de Jongeren Onmoetingsplek, die de jongeren in Den Dolder zouden krijgen maar wat niet is gelukt doordat er geen geschikte plek kon worden gevonden. Een ander punt wat erg gemist wordt in Den Dolder is een buurthuis en een ontmoetingsplek. Sinds 2015 kent Den Dolder het Sociaal en Cultureel Centrum de Kameel maar zij vangt het gemis aan een ontmoetingsplek niet op. Het centrum biedt momenteel onderdak aan onder andere Jongerenwerk, Kinder- en jeugdactiviteiten. Het dient als repetitieruimte voor een muziekvereniging en zangkoor. Daarnaast wordt het gebouw gebruikt voor vergaderingen, cursussen en trainingen, een open atelier en andere bijeenkomsten in de wijk. Naast het Sociaal en Cultureel Centrum de Kameel kent Den Dolder een andere wijkvoorziening, namelijk het wijksteunpunt Pelita. Dit is een soort buurthuis, maar inwoners zijn daar erg ontevreden over. Het is te weinig open, niet laagdrempelig en niet verwelkomend. Inwoners voelen zich niet gezien, omdat er weinig met hun ideeën en bezwaren gedaan wordt. Het is voor de inwoners van Den Dolder erg belangrijk om in Den Dolder zelf genoeg activiteiten en een buurthuis te hebben, omdat hiervoor naar Zeist gaan te ver weg is en een te grote drempel. Verder geven de inwoners op straat aan dat cohesie in Den Dolder wordt gemist, mensen zijn erg op zichzelf.

Een burendag wordt volgens hen niet gestimuleerd en gefaciliteerd door de gemeente. Ook komt er uit de werksessie met partners en inwoners naar voren dat inwoners van Huis ter Heide meer ontmoetingsplekken zouden willen. Daarnaast geven inwoners aan dat zij winkels in de kern van Huis ter Heide missen, hiervoor gaan zij naar Zeist Noord of Soesterberg. Dit in tegenstelling tot de verhalen vanuit andere delen van de gemeente, zoals Zeist- West en Austerlitz. In Zeist-West werd bijvoorbeeld erg vaak genoemd dat het nieuwe winkelcentrum erg veel toevoegt aan de verbinding en het gevoel van veiligheid in de wijk. Daarnaast zijn mensen erg blij met wijkservicepunt De Koppeling, omdat dit ervoor zorgt dat er één deur is waar je naar binnen kan lopen. Het viel daarnaast op hoe bekend De Koppeling bij bijna iedereen op straat was. Hierbij werd ook vaak aangehaald dat het erg fijn is dat alles zo dichtbij elkaar zit: De Koppeling en het winkelcentrum zitten naast elkaar, met daarbij in de buurt ook nog de moskee en de kerk. Ook vanuit Austerlitz klinken er positieve verhalen over de voorzieningen, activiteiten en de verbondenheid. Men is blij met het dorpshuis en kan de weg naar hulp en ondersteuning goed vinden via Austerlitz Zorgt. Ook wordt vaak genoemd dat de sociale verbondenheid in het dorp groot is.

Nuancering bij het hebben van voorzieningen dichtbij is dat er ook behoefte aan sociale basis is op het niveau van de hele gemeente, als het gaat om een vrije keuze van inwoners voor ‘meedoen’ bij meer specifieke behoeften en activiteiten. Die worden vaak alleen op het niveau van de hele gemeente Zeist aangeboden. Z-battle Een inwoner vertelt: ‘Zelf zie ik genoeg mensen. Of dat nou op het schoolplein is of even in het dorp. We delen elk jaar wel ijsjes uit met dendolder.nl, dus dan spreek je ook heel veel mensen. Dan vraag je ook van: goh, wat mis je precies? En dan blijkt dus dat er een gemis is aan een dorpshuis, een plek. En niet alleen maar voor jonge mensen, maar ook waar jong en oud elkaar gewoon kunnen ontmoeten. Maar dat is gewoon een heel lang proces wat al heel lang loopt, dat daar dus geen plek is. Er is ook een gebrek aan activiteiten voor écht jongeren. Er is geen hangplek. Er is een keer een Z-battle uitgeschreven vanuit de gemeente Zeist. Dat was een uitdaging voor kinderen of jongeren om aan te geven: wat mis je Den Dolder. Dat was het letterlijk. Nou, die is gewonnen door een onwijs leuk team jonge … ja, gewoon jongelui. Die zijn inmiddels al in de twintig, maar die waren toen zestien of zeventien en die wilden heel graag een chillplek. Maar er wordt gewoon geen plek in het dorp gevonden daarvoor.

Dus dat groepje heeft gewonnen en daar is verder niets mee gedaan. Dat is heel jammer. Er zijn ook jongens, die willen heel graag een skateplek. Nou, ik heb ook wel geprobeerd om dat van de grond te krijgen, maar het is gewoon heel lastig. Je moet eerst sponsor werven, dan moet je heel lang de omgeving checken. Wie wil er wel, wie wil er geen skatepark. Nou, dat soort dingen. Het is gewoon een enorm intensief traject.’

Beleidskader: De sociale basis

38/43

Bijlage 1 Subsidieregister Om een beeld te geven van de variëteit aan initiatieven in Zeist staat hieronder het subsidieregister 2021. Het gaat om de organisaties die een aanvraag bij de gemeente Zeist hebben gedaan die vallen onder de categorieën: zorg, welzijn, onderwijs en werk en inkomen. De subsidieactiviteiten van onderstaande partners vallen meestal binnen de sociale basis of hebben er duidelijk een verband mee. De aanvragen uit de categorieën sport, recreatie en cultuur zijn niet in deze bijlage opgenomen. Het gaat om activiteiten binnen het sociaal domein. Ook zijn er in de gemeente Zeist veel initiatieven uit de sociale basis die geen subsidierelatie met de gemeente hebben. 1. Afghaanse Stichting Zeist 2. Austerlitz Belang 3. Austerlitz Zorgt 4. Alzheimer Nederland regio Zeist 5. Belangenvereniging Couwenhoven 6. Bewonersvereniging Montessoriflat 7. CBO 8. Centrale Hervormde Jeugdraad 9. Chris en Voorkom 10. COC Midden-Nederland 11. De Clomp 12. Ecare4you 13. 't Gilde Zeist 14. Creatief Herstel 15. De Kameel 16. De Paraplu 17. De Zonnebloem 18. Dorpshuis Austerlitz 19. Global Charity Support Foundation 20. HandjeHelpen 21. Hip Zeist 22. Hulpkas Zeist 23. Humanitas 24. Jeugdwerk Austerlitz 25. Jinc. 26. JobOn 27. Kerk en Samenleving 28. Kiekeboe kinderopvang 29. Kindervreugd Zeist 30. KLOS Media 31. KMN Kind & Co 32. Kunstenhuis Zeist 33. Leger des Heils 34.

Leren voor de Toekomst 35. LFB 36. Lyceumkwartier Zeist 37. Meander Omnium 38. Mee Utrecht 39. Met je Hart Zeist 40. MSIVO 41. NPV Zeist Beleidskader: De sociale basis

39/43

42. Omgangshuis Zeist 43. Peuterspeelzaal de Piraatjes 44. Rechtswinkel Zeist 45. Regio Cultuur Centrum Idea 46. Samen Oplopen 47. Samen voor Zeist 48. Schuldhulpmaatje Zeist 49. Slachtofferhulp Nederland 50. Specifieke Jeugd Projecten 51. Steunpunt GGZ Utrecht 52. Tussenvoorziening 53. Verloskundige Praktijk Zeist 54. Vier het Leven 55. VrouwenTaalgroep Zeist 56. Wijkinloophuis Kerckebosch

Beleidskader: De sociale basis

40/43

Bijlage 2 Onderzoeksverantwoording Onderzoeksverantwoording ‘Samen maken we de Sociale Basis’. Het onderzoek ‘Samen maken we de basis’ is een participatief kwalitatief onderzoek uitgevoerd door K2 naar de staat van de sociale basis in Zeist en waar de opgaven liggen om de sociale basis te kunnen versterken. Er is gekozen voor kwalitatief onderzoek omdat hiermee informatie wordt verkregen over wát er leeft onder de doelgroep en waaróm. Deze onderzoeksvorm beantwoordt vragen op basis van achterliggende meningen, ervaringen en behoeften van inwoners en professionals in Zeist. Het participatieve karakter komt van de deelname van inwoners en professionals om mee te denken over hoe de sociale basis kan worden versterkt. Onderzoeksmethoden bij inwoners • Straatinterviews: In de vijf wijken van Zeist zijn korte straatinterviews gehouden. Centraal daarin stond of mensen de weg weten te vinden naar de sociale basis, en wat ze van de sociale basis verwachten. Aantal respondenten: 40 à 50 inwoners per wijk. Totaal respondenten: 220 • Diepte-interviews: In de diepte-interviews zijn inwoners uitgebreid geïnterviewd. Centraal stond wat inwoners vinden van de sociale basis in hun wijk en in Zeist. Aantal respondenten: 26.

Onderzoeksmethoden bij alle organisaties breed in de sociale basis • Enquête: Hierin is gevraagd naar tekende verhalen, goede voorbeelden en zaken die beter kunnen in de sociale basis van Zeist. Aantal respondenten: 32. • Brainstorms: Er zijn 2 brainstorms georganiseerd waaraan alle organisaties konden deelnemen om ervaringen uit te wisselen en samen na te denken over oplossingsrichtingen. Een derde brainstorm was specifiek voor het Sociaal Team en het CJG. • Diepte-interviews: In de diepte-interviews zijn organisaties bevraagd op hoe het gaat in Zeist met de sociale basis, wat goed is en wat beter kan. Aantal respondenten: 15. Data-analyse • In de diepte-interviews met inwoners is de onderzoeksmethodiek Storytelling toegepast. Deze methode leent zich uitstekend om ervaringen van respondenten concreet in beeld te brengen. Uit ieder interview zijn verhalen gedestilleerd. Totaal hebben we 148 verhalen verzameld van inwoners. De veelheid aan verhalen die eenzelfde beeld laten zien vormen een patroon. De patronen geven weer hoe de sociale basis op dit moment beleefd wordt door inwoners. Het formuleren van patronen is de wijze waarop de diepte-interviews geanalyseerd werden. De patronen vormen de kern van de bevindingen. • De straatinterviews, enquête, brainstorms en diepte-interviews met organisaties zijn geanalyseerd door de bevindingen te categoriseren en te vergelijken.

Deze bevindingen zijn naast de patronen uit de verhalen van de inwoners gelegd. Hierdoor zijn er nieuwe patronen toegevoegd aan de analyse. Ook is dit deel van de analyse benut om de patronen uit de diepte-interviews met de inwoners te versterken of aan te scherpen. Daar waar de bevindingen een ander beeld lieten zien, is dit bij het patroon vermeld. Concrete tips en oplossingsrichtingen die zijn genoemd, zijn bij het bijpassende patroon weergegeven. Validiteit en betrouwbaarheid Het is een interpretatief en subjectief onderzoek, waarin de diepte-interviews de kern vormen van de analyse. Kracht hiervan is dat alle verzamelde data een helder beeld geven van wat er leeft bij inwoners en professionals m.b.t. de sociale basis. Hiermee ontstaat ook het risico dat er inwoners of professionals worden bevraagd wiens ervaringen of meningen uitzonderlijk zijn. Echter worden er, door de veelheid aan opgehaalde verhalen, betrouwbare en representatieve patronen duidelijk. Dit komt mede doordat deze interview-methode de respondent veel ruimte geeft om te vertellen, omdat de interviewer naar verdiepende of verklarende informatie kan vragen en omdat de verhalen zijn onderbouwd of ontkracht door de 220 straatinterviews, de enquête en de bevindingen tijdens de brainstorms. Tijdens de straatinterviews is input verkregen van een brede aselecte groep inwoners.

Aangezien de interviewer ‘blanco’ inwoners aanspreekt in verschillende wijken, vormt deze groep een Beleidskader: De sociale basis

41/43

goede representatie van inwoners breed. Door dit geheel van verschillende methoden kan zekerheid worden gegeven dat de bevindingen een realistische en valide beeld geven van de beleving van de sociale basis in Zeist. Reikwijdte van het onderzoek • Bestuurders, ervaringsdeskundigen of huisartsen zijn niet meegenomen in het onderzoek. Dit kan een interessante vervolgstap zijn voor vervolgonderzoek. • Ten tweede zijn de inwoners die hebben deelgenomen aan de diepte-interviews bekend bij organisaties uit de sociale basis of bij de gemeente. De selectie van de 15 gesproken organisaties is daarnaast gemaakt door de gemeente. Zij kunnen daardoor een selectief beeld vormen. Doordat de straatinterviews onder 220 inwoners, de brainstorms en enquête echter aselectief zijn gedaan, kan gegarandeerd worden dat de onderzoeksresultaten een objectief beeld weergeven van de sociale basis. • Tot slot is het goed om te vermelden dat er nog geen stappen zijn gemaakt om de sociale basis te versterken op basis van de conclusies en bevindingen van het onderzoek.

Beleidskader: De sociale basis

42/43

Gemeente Zeist Publiekshal, Slotlaan 20, Zeist Postbus 513, 3700 AM Zeist Telefoon 14 030 Beleidskader: De sociale basis

E-mail: zeist@zeist.nl Website: www.zeist.nl Twitter: www.twitter.com/gemeentezeist

43/43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12464493/1