CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-23RV004 bijlage 1 ROB

Raad 24 januari 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Ontwerp VVGB Huis ter Heideweg 19 (Huis ter Heide)10.101 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.11

Externe veiligheid

Kader In een plan dat kwetsbare objecten zoals woningen mogelijk maakt moet aandacht worden besteed aan externe veiligheid. Nieuwe kwetsbare objecten mogen namelijk niet binnen de risicocontour (invloedsgebied van een risicobron) van bestaande risicobronnen liggen. Risicobronnen zijn bijvoorbeeld inrichtingen waar wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen. Ook transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor, water en door buisleidingen vormt een risico. Het beleid voor externe veiligheid is geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In de genoemde besluiten zijn de diverse risicocontouren met betrekking tot externe veiligheid vastgelegd. Planspecifiek Een sportpark betreft een beperkt kwetsbaar object, waardoor de gewenste ontwikkeling getoetst dient te worden aan de wetgeving omtrent externe veiligheid. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van deze kaart.

30

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

Uitsnede risicokaart (bron: Risicokaart.nl) Er ligt in de directe omgeving van het plangebied geen hoofdvaarweg, spoorbaan of rijksweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Ook bevindt zich in of nabij het plangebied geen buistransportleiding met een PR 10-6 contour. In de nabijheid van het plangebied zijn geen EV-relevantie inrichtingen gevestigd. De dichtstbijgelegen risicovolle inrichting betreft een tankstation op een afstand van ca. 500 meter. Anderzijds is de voorgenomen planontwikkeling geen risicovolle inrichting in het kader van de BEVI en vormt de gewenste ontwikkeling geen gevaar voor de omgeving. Er kan geconcludeerd worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het heringerichte terrein.

4.12

Bedrijven en milieuzonering

Kader Het aspect milieuzonering gaat in op de invloed die bedrijven kunnen hebben op hun omgeving. Deze invloed is afhankelijk van de afstand tussen een gevoelige bestemming en de bedrijvigheid. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Bij een ruimtelijke ontwikkeling kan sprake zijn van reeds aanwezige bedrijvigheid en van nieuwe bedrijvigheid. Milieuzonering zorgt er voor dat nieuwe bedrijven een juiste plek in de nabijheid van de gevoelige functie krijgen en dat de (nieuwe) gevoelige functie op een verantwoorde afstand van bedrijven komen te staan. Doel hiervan is het waarborgen van de veiligheid en het garanderen van de continuïteit van de bedrijven en tevens het waarborgen van een goed klimaat voor de gevoelige functie. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie zoals: geluid, geur, gevaar en stof. De mate waarin de milieuaspecten gelden en waaraan de milieucontour wordt vastgesteld, is voor elk type bedrijvigheid verschillend.

De 'Vereniging van Nederlandse Gemeenten' (VNG) geeft sinds 1986 de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' uit. In deze publicatie is een lijst opgenomen, met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Indien van deze richtafstanden afgeweken wordt dient een nadere motivatie gegeven te worden waarom dat wordt gedaan. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Het scheiden van milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen dient twee doelen: het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige bestemmingen; het bieden van voldoende zekerheid aan de milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven) zodat zij de activiteiten duurzaam, en binnen aanvaardbare voorwaarden, kunnen uitoefenen. Planspecifiek De omgeving ten oosten van het sportpark kan gekarakteriseerd worden als rustige woonwijk, door de overwegende woonfunctie die er aanwezig is. Een sportpark wordt niet gezien als een gevoelige functie in het kader van milieuzonering, waardoor bedrijven of instellingen in de omgeving niet beperkt worden door de gewenste ontwikkelingen. Een sportpark wordt wel gezien als een milieubelastende functie.

Specifiek wordt een veldsportcomplex met verlichting genoemd, dit valt onder milieucategorie 3.1. De richtafstand voor geluid is hierin maatgevend. In rustige woonwijk is dit een afstand van 50 meter. Zoals beschreven in paragraaf 4.8 vinden er geen wijzigingen plaats die effect hebben op het aspect geluid. Zoals beschreven in paragraaf 4.9 vormen de ontwikkelingen die effect hebben op het aspect lichthinder geen belemmeringen. Concludeerd wordt bedrijven en milieuzonering geen belemmering

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

31

vormen voor onderhavige ontwikkeling.

32

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

4.13

Kabels en leidingen

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:    

gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgasleidingen afhankelijk van druk; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.

Planspecifiek Voordat de grondwerkzaamheden hebben plaatsgevonden is er een Klic-melding gedaan. Er liggen geen kabels en leiding die een belemmering vormen voor de herinrichting van het sportpark.

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

33

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Met dit plan wordt geen ontwikkeling mogelijk gemaakt, die voldoet aan de definitie van ‘bouwplan’ zoals bepaald in art. 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Daarmee is een nadere uitwerking van de economische uitvoerbaarheid niet aan de orde.

5.2

Maatschappelijke en procedurele uitvoerbaarheid

In artikel 3.10 van de Wabo is opgenomen dat voor een activiteit die in strijd is met het bestemmingsplan, de uitgebreide procedure wordt doorlopen. De uitgebreide voorbereidingsprocedure kent een doorlooptijd van 26 weken en kan eenmaal worden verlengd met zes weken. De uitgebreide procedure is van toepassing op onderhavig planvoornemen. Op de voorbereiding van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan is artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor) van toepassing. Daarin is bepaald dat het bij bestemmingsplannen verplichte bestuurlijk vooroverleg ex. Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ook wordt gevoerd bij deze besluiten. Dit houdt in dat overleg plaats vindt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in geding zijn als gevolg van het project. Op deze procedure is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Voordat een besluit wordt genomen, legt de vergunningverlenende instantie het ontwerpbesluit en waar nodig de ontwerpverklaring van geen bedenkingen met de overige relevante stukken (waaronder deze ruimtelijke onderbouwing) zes weken ter inzage.

Eenieder heeft de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Bij besluitvorming op de aanvraag van de omgevingsvergunning worden de zienswijzen beoordeeld. Als de omgevingsvergunning wordt verleend, treedt deze in werking met ingang van de dag na afloop van de beroepstermijn, tenzij een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan. Na inwerkingtreding van de omgevingsvergunning vormt die vergunning de basis om af te wijken van het bestemmingsplan. Na bekendmaking van de vergunning is het mogelijk om beroep in te stellen bij de rechtbank en eventueel een voorlopige voorziening aan te vragen. Na uitspraak van de rechtbank kan hoger beroep worden aangetekend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (en kan eveneens een voorlopige voorziening worden aangevraagd).

34

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

Hoofdstuk 6

Conclusie

De herinrichting van Sportpark Dijnselburg is niet in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient een omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan aangevraagd te worden. Met voorliggende ruimtelijke onderbouwing is aangetoond dat de herinrichting aansluit bij het rijksprovinciaal en gemeentelijk beleid. Daarnaast is de ontwikkeling getoetst aan alle relevante milieuaspecten. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot een aantasting van het milieu of overschrijding van wettelijke normen. De afwijking van het bestemmingsplan wordt hiermee aanvaardbaar geacht.

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

35

Bijlagen bij toelichting

36

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

Bijlage 1

Overzichtstekening deelgebieden

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

37

Bijlage 2

38

Situatietekening deelgebied 1

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

Bijlage 3

Situatietekening deelgebied 2

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

39

Bijlage 4

40

Situatietekening deelgebied 3

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

Bijlage 5

Grondonderzoek aanleg advies sportvelden

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

41

Bijlage 6

42

Archeologisch onderzoek

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

Bijlage 7

Quickscan ecologie

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

43

Bijlage 8

44

Nader onderzoek beschermde soorten

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

Bijlage 9

Oplegnotitie ecologie

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

45

Bijlage 10 Integraal lichthinderonderzoek Dijnselburg

46

Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12321197/1