01-23RV004 bijlage 1 ROB
Tekst van het document
OV20220626
19-05-2022
Sportpark Dijnselburg Zeist
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding Milieueffectrapportage Bodem Archeologie Ecologie Water Verkeer en parkeren Akoestiek Luchtkwaliteit Lichthinder Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Kabels en leidingen
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Beleidskader
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Planbeschrijving
Voormalige situatie in het plangebied Te legaliseren situatie in het plangebied
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Inleiding
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke en procedurele uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 6
Conclusie
5 5 6 7 8 8 8 13 13 14 19 24 24 24 25 25 26 27 28 28 29 29 30 31 33 34 34 34 35
Bijlagen bij toelichting
36
Bijlage 1
Overzichtstekening deelgebieden
37
Bijlage 2
Situatietekening deelgebied 1
38
2
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
Bijlage 3
Situatietekening deelgebied 2
39
Bijlage 4
Situatietekening deelgebied 3
40
Bijlage 5
Grondonderzoek aanleg advies sportvelden
41
Bijlage 6
Quickscan ecologie
42
Bijlage 7
Nader onderzoek beschermde soorten
43
Bijlage 8
Oplegnotitie ecologie
44
Bijlage 9
Integraal lichthinder onderzoek Dijnselburg
45
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
3
4
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
Ruimtelijke onderbouwing Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Ten behoeve van de herinrichting van het sportpark Dijnselburg door het realiseren van softbalvelden, een semi openbaar veld en het hoofdveld, zijn op 15 januari 2021, vergunningen aangevraagd voor het plaatsen van lichtmasten en hekwerken conform de richtlijnen van de KNBSB op het bestaande terrein van SV Zeist volgens kenmerk vergunningaanvraag; 376264_vg01; nummer: 5664613. Ter plaatse van het plangebied vigeert de beheersverordening Amersfoortseweg e.o. (onherroepelijk, vastgesteld 12 december 2017. Deze komt in plaats van het bestemmingsplan 'Amersfoortseweg e.o.' (vastgesteld 15 januari 2008). Met de beheersverordening worden de regelingen uit het moederplan opnieuw van toepassing verklaard, met uitzondering van de (algemene) wijzigingsbevoegdheden, strafbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen. Op een aantal gronden is het aangevraagde in strijd met de beheersverordening Amersfoortseweg e.o. Er is een reguliere procedure doorlopen voor het afwijken van het vigerende planologische regime. Echter is geconstateerd dat hier een uitgebreide procedure voor een omgevingsvergunning doorlopen had moeten worden.
Om de reeds gerealiseerde situatie alsnog te legaliseren dient er, op basis van artikel 2.12 lid 1, sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), een omgevingsvergunning aanvraag te worden ingediend voor het afwijken van de beheersverordening Amersfoortseweg e.o. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Sportpark Dijnselburg bevindt zich in het noorden van Zeist. Ten noorden van het sportpark ligt de N237, aan de oostzijde ligt de N238 en ten zuiden van het park ligt de A28. Het plangebied is gelegen in een bosrijke omgeving. De gronden van het sportpark zijn kadastraal bekend onder de gemeente Zeist, sectie P, perceel 1734,1212, 1273 en 1274. Navolgende afbeelding toont de globale ligging van het plangebied.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
5
Globale ligging (plangebied: wit omcirkeld, bron: Google Maps)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied vigeert de beheersverordening Amersfoortseweg e.o. (onherroepelijk, vastgesteld 12 december 2017. Met de beheersverordening worden de regelingen uit het moederplan (Bestemmingsplan Amersfoortseweg e.o., vastgesteld 15 januari 2008) opnieuw van toepassing verklaard, met uitzondering van de (algemene) wijzigingsbevoegdheden, strafbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen. Volgens de beheersverordening heeft het betreffende perceel, Huis ter Heideweg 19 te Huis ter Heide, de bestemming 'Sport' met de dubbelbestemming 'Archeologisch waardevol gebied'. Bij toetsing van het voornemen aan de beheersverordening is het volgende gebleken:
Volgens artikel 2.12, lid 2.A.1.a van het bestemmingsplan mag de bebouwing uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Alle aangevraagde bouwwerken (wel en geen gebouwen zijnde: dug-outs, opslaghok, lichtmasten) worden buiten het bouwvlak gebouwd. Volgens artikel 2.12, lid 2.A.2 van het bestemmingsplan mag de bouwhoogte van bouwwerken anders dan gebouwen, maximaal 5 meter bedragen, met dien verstande dat lichtmasten een bouwhoogte van maximaal 12 meter mogen hebben. De bouwhoogte van een aantal hekwerken is hoger dan 5 meter. De lichtmasten hebben een hoogte van maximaal 18 meter. In artikel 2.12, lid 2. onder B is een vrijstelling opgenomen waarbij onder voorwaarden een maximale bouwhoogte van 18 meter kan worden toegestaan voor lichtmasten. Van deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kan echter geen gebruik worden gemaakt voor de lichtmasten rondom de velden omdat de lichtmasten niet binnen het bouwvlak staan.
Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van Bestemmingsplan Amersfoortseweg e.o. ter plaatse van het plangebied.
6
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
Uitsnede bestemmingplan Amersfoortseweg e.o. (bron: ruimtelijkplannen.nl) Het plaatsen van lichtmasten met een bouwhoogte van 18 meter valt niet onder één van de activiteiten bedoeld in Artikel 4, Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Daarmee is een uitgebreide procedure voor een omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken van de beheersverordening/ het bestemmingsplan noodzakelijk. De overige bouwwerken zijn wel opgenomen in artikel 4, Bijlage II van het Bor maar deze worden gezamenlijk in één vergunningaanvraag meegenomen.
1.4
Leeswijzer
De ruimtelijke onderbouwing is als volgt opgebouwd: na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het project waarin de voormalige situatie en de te legaliseren situatie in het plangebied aan bod komen. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens ingegaan op het relevante, geldende ruimtelijke beleidskader. In hoofdstuk 4 komen de verschillende relevante omgevingsaspecten aan bod, waarbij de resultaten van diverse onderzoeken worden uitgelicht. Hoofdstuk 5 gaat in op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In hoofdstuk 6 wordt tot slot geconcludeerd of sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
7
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Voormalige situatie in het plangebied
Het plangebied is op te delen in drie deelgebieden: deelgebied 1 (nu: softbalvelden), deelgebied 2 (nu: semi openbaar veld) en deelgebied 3 (nu: hoofdveld). In de voormalige situatie bestond deelgebied 1 uit twee velden, één groot natuurgrasveld en één kleiner natuurgrasveld. Het grote veld was voorzien van twee doelen, twee dug-outs, een hekwerk, twee lichtmasten en zitbanken langs het veld. Het kleinere veld was voorzien van één doel, een ballenvanger van 5 meter hoog en twee lichtmasten. Deelgebied 2 bestond uit een natuurgrasveld met twee doelen. Ook deelgebied 3 was in de voormalige situatie een natuurgrasveld voorzien van 8 lichtmasten, twee dug-outs, twee doelen met daarachter een ballenvanger van 5 meter hoog. Naast de lichtmasten direct langs de velden staan verspreid over het sportpark nog een aantal lichtmasten. De gemeente Zeist spant zich al enige jaren in om de sportfaciliteiten binnen de gemeente te optimaliseren. Na uitgebreid overleg met alle betrokken sportclubs is in 2017 het Masterplan Buitensportaccommodaties vastgesteld. In dit masterplan zijn voor alle sportparken binnen de gemeentegrens maatregelen opgenomen die moeten leiden tot een betere afstemming van vraag en aanbod. De herinrichting van Sportpark Dijnselburg maakt hier onderdeel vanuit.
2.2
Te legaliseren situatie in het plangebied
De raad heeft met het vaststellen van het (aangepaste) masterplan buitensportaccommodaties aangegeven dat het ombouwen van het hoofdveld van SV Zeist tot kunstgrasveld, de softbalvelden en het tweede veld van SV Zeist c.q. het semi-openbare veld voorzien van trainingsverlichting op de betreffende locaties wenselijk is. Navolgend worden de aanpassingen voor de drie deelgebieden (softbalvelden, semi-openbaar veld en hoofdveld zie onderstaande afbeelding) beschreven.
8
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
Overzichtstekening deelgebieden (Bijlage 1)
Softbalvelden: In deelgebied 1 zijn twee softbalvelden aangelegd. De realisatie van enkele kleine bouwwerken faciliteren het gebruik van de sportvelden. Dug-outs verschaffen onderdak aan de sporters en staf tijdens de wedstrijden. Dug-outs zijn onlosmakelijk verbonden met de sportvelden. De bouwwerken zijn direct grenzend aan het sportveld strikt noodzakelijk om het terrein goed te kunnen gebruiken en de sport conform de KNVB-normen uit te kunnen voeren. De dug-outs zijn een essentieel onderdeel van het spel. Het betreft twee dug-outs met een afmeting van elk ca. 14,40 meter lang, ca. 2,95 meter dakdiepte, ca. 2,20 meter stahoogte. De ruimtelijke impact van de bebouwing is beperkt. De voormalige dug-outs zijn verwijderd. Ten behoeve van softbalwedstrijden zijn hekwerken en backstops geplaatst met een maximale bouwhoogte van 8 meter. Deze hoogte is nodig vanwege veiligheidsredenen. De (fout) geslagen ballen worden gemakkelijk hoger dan 5 meter geslagen. Door de verhoogde hekken (6,65 m) wordt voldaan aan de veiligheidsnormen en worden ongevallen en letsel van bezoekers van het sportpark voorkomen. Er zijn lichtmasten geplaatst met een lichtpunt hoogte van 18 meter. Dit is de minimale hoogte van de onderste lichtarmaturen volgens de voorschriften van de KNBSB. Lichtmasten lager dan 18 meter voldoen niet aan de norm en mogen niet geplaatst worden.
De lichtmasten hebben een doorsnede van ca 20-30 cm, daarmee is de ruimtelijke impact beperkt. De voormalige lichtmasten met conventionele armaturen zijn vervangen door energiezuinige armaturen die beter gericht zijn op het veld. Navolgende afbeelding toont de een tekening van de nieuwe situatie in deelgebied 1.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
9
Situatietekening softbalvelden (Bijlage 2)
Natuurgras voetbalveld: In deelgebied 2 is een nieuw semi-openbaar natuurgras voetbalveld aangelegd. Het veld is voorzien van twee ballenvangers achter de twee doelen. De ballenvangers hebben een hoogte van 5 meter. De voorgenomen realisatie van enkele kleine bouwwerken faciliteren het gebruik van de sportvelden. Dug-outs verschaffen onderdak aan de sporters en staf tijdens de wedstrijden. Dug-outs zijn onlosmakelijk verbonden met de sportvelden. Er zijn twee dug-outs gerealiseerd van ca. 4 meter lang, ca. 1,5 meter diep en ca. 2,20 meter hoog. Langs het veld zijn in totaal 6 lichtmasten geplaatst met een lichtpunt hoogte van 15 meter. De hoogte van de onderste lichtarmaturen dient volgens de voorschriften van de KNVB, tenminste 15 meter te zijn, gemeten vanaf het maaiveld. De lichtmasten voldoen aan de voorschriften. De lichtmasten hebben een doorsnede van ca 20-30 cm, daarmee is de ruimtelijke impact beperkt. De voormalige lichtmasten met conventionele armaturen zijn vervangen door energiezuinig armaturen die beter gericht zijn op het veld. Onderstaande afbeelding toont de tekening van de nieuwe situatie van deelgebied 2.
10
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
Situatietekening natuurgras voetbalveld (Bijlage 3)
Beweegplein bij het hoofdveld: Op het hoofdveld is een kunstgrasveld aangelegd. De werkzaamheden ten behoeve van de aanleg zijn op correcte wijze vergund op 23 april 2021: - Aanbrengen van de dug-outs: ca. 5 meter lang, ca. 1 meter diep, ca. 2,20 meter hoog. Het betreft in totaal twee dug-outs. - Aanbrengen van een ballenvanger van 5 meter hoog achter beide doelen. - De bestaande lichtmasten zijn gehandhaafd met een lichtpunt hoogte van 15 meter. De voormalige conventionele armaturen zijn vervangen door energiezuinig armaturen die beter gericht zijn op het veld. De werkzaamheden die buiten deze aanvraag valt is het realiseren van het beweegplein aan de noordoostzijde van het hoofdveld. Hier zijn enkele fitnesstoestellen geplaatst en is de terreinafrastering van het sportpark vervangen.
Onderstaande afbeelding toont de te legaliseren situatie voor het beweegplein bij het hoofdveld.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
11
Situatietekening beweegplein bij het hoofdveld (Bijlage 4)
12
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Met de komst van het nieuwe stelsel van wetgeving doet een nieuw instrument zijn intrede dat een antwoord biedt op deze ambitie: de omgevingsvisie. Rijk, provincies en gemeenten moeten allemaal een omgevingsvisie opstellen voor hun grondgebied. Het Rijk heeft in dit kader de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. De NOVI beschrijft de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het Nederlandse grondgebied. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Er zijn in totaal 21 nationale belangen waar de NOVI zich op richt: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5.
Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21.
Ontwikkelen van een duurzame visserij. Planspecifiek De herinrichting van het sportpark Dijnselburg wordt aangesloten bij het nationale belang 'realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit', 'waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving' en 'waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving'. De ontwikkeling is niet in strijd met één van de rijksbelangen en past binnen de prioriteiten van de NOVI. Het sportpark draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving door het aanbieden van diverse sport gerelateerde en recreatieve activiteiten. Op het sportpark worden verschillende functies gecombineerd, zodat iedereen er terecht kan om te sporten, leven, leren, recreëren en werken.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
13
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Het Besluit ruimtelijke ordening is op 1 juli 2017 gewijzigd. Met de wijziging van het Bro is ook een nieuwe ladder systematiek geïntroduceerd, waarbij de ladder geen treden meer bevat. Hierbij moet ten eerste de behoefte aan de ontwikkeling worden beschreven en ten tweede moet bij buiten stedelijke ontwikkelingen worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk plaats kunnen vinden. Als sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dan moet er getoetst worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Volgens artikel 1.1.1, lid 1 onder 1 van het Bro is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien een project ziet op de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Bij de beoordeling of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt gekeken of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.
Daarvan is in beginsel sprake als een nieuw ruimtelijk besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of volgens het voorheen geldende planologische regime kon worden gerealiseerd. Indien de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is moet worden beschreven in hoeverre de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Planspecifiek Het Besluit ruimtelijke ordening stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij verschillende overheden. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van een wijziging van het ruimtebeslag: de herinrichting van een watersysteem en ontwikkelen van natuurvoorzieningen. Met de herontwikkeling van Sportpark Dijnselburg is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Bro. Een toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ten opzichte van de voormalige situatie is er geen sprake van nieuw beslag op de ruimte.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht
De provincie Utrecht werkt vanaf 1 april 2021 met de Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening. Deze zijn op 10 maart 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. In de omgevingsvisie legt de provincie Utrecht haar integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast tot 2050. Het gaat om de fysieke leefomgeving op, onder en boven de grond. De provincie wil het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijven. De bestaande kwaliteiten moeten behouden blijven, worden versterkt en in balans zijn met nieuwe ontwikkeling omtrent woningbouw, werkgelegenheid, energietransitie, veranderingen in de landbouw en de versterking van natuur en recreatief groen. Het uitgangspunt is te kiezen voor slim combineren en concentreren: de beschikbare ruimte moet op meerdere manieren gebruikt worden en bouwen in bebouwd gebied heeft de voorkeur. Met zeven beleidsthema’s wordt in de omgevingsvisie richting gegeven aan de ontwikkeling en de bescherming van de gezonde en veilige leefomgeving. Op hoofdlijnen wil de provincie per thema het volgende bereiken:
14
Stad en land gezond: de woon-, werk- en leefgebieden zijn gezond en nodigen uit tot bewegen (te voet of per fiets). Daarnaast zijn er rondom steden en dorpen voldoende groene gebieden om te recreëren.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
Klimaatbestendig en waterrobuust: de provincie wordt beschermd tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Ook wordt bodemdaling tegengegaan, met name in de veenweidegebieden. Duurzame energie: energiebesparing wordt gestimuleerd, evenals het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. Vitale dorpen en steden: nieuwe woningen en bedrijven worden vooral op plekken binnen de bebouwde kom. En op plekken die goed met trein, bus, tram en fiets te bereiken zijn. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar: nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden worden aangelegd tussen de woon-, werk- en leefgebieden. Daarnaast moet beter gebruik worden gemaakt van de bestaande wegen. Levend landschap, erfgoed en cultuur: er wordt goed gezorgd voor de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen, waar mensen van kunnen genieten. Ook het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) moet meegroeien met het aantal inwoners. Toekomstbestendig natuur en landbouw: de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die onderling met elkaar worden verbonden. De boeren worden geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. Dat betekent voedsel produceren met zo min mogelijk verlies aan grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur.
Al deze thema's en keuzes staan niet op zichzelf, maar worden in samenhang met elkaar bekeken. Dat betekent dat niet overal alles kan, maar door slim combineren en concentreren wordt de ruimte in de provincie zo optimaal mogelijk gebruiken. Bij dit optimale gebruik wordt ook aandacht besteed aan inclusiviteit en circulariteit. Het beleid is verder uitgewerkt in drie regio's, die samenhang tussen de thematische ambities moeten bevorderen. De drie regio's zijn: U16, Amersfoort en Foodvalley. Gemeente Zeist behoort tot regio U16, welke is onderverdeeld in: 1. het stadsgewest Utrecht, 2. het Kromme Rijngebied, Langbroekerwetering en de Utrechtse Heuvelrug en 3. Utrecht West. Gemeente Zeist behoort tot de Utrechtse Heuvelrug.
Planspecifiek De herinrichting van Sportpark Dijnselburg past binnen de ambities van de omgevingsvisie. Het sportpark draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, die uitnodigt om te bewegen, "te ontmoeten en te recreëren. Daarnaast wordt aangesloten bij de hoofdlijn 'duurzame energie' door toepassing van energiezuinig armaturen in de lichtmasten. Ook biedt het terrein ruimte voor infiltratie van water door toepassing van onverharde velden en half verharde paden. De beoogde ontwikkeling is in lijn met de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2
Interim omgevingsverordening provincie Utrecht
In de (interim) Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht. Planspecifiek In de omgevingsverordening is het plangebied voorzien van een aantal belangrijke aanduidingen, deze worden navolgend beschreven.
Dempen van oppervlakte waterlichamen In onderstaande uitsnede van Watersysteem kaart 4 is het plangebied aangemerkt als 'gebied dempen oppervlaktewaterlichamen'.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
15
Uitsnede Kaart 5: Watersysteem kaart 4 (bron: Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht) In artikel 2.33 is het volgende opgenomen: Degene die een oppervlaktewaterlichaam geheel of gedeeltelijk dempt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot nadelige gevolgen voor de belangen, bedoeld in Artikel 2.20 Oogmerk, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Met de herontwikkeling is geen sprake van demping van oppervlaktewaterlichamen.
Grondwaterbeschermingsgebied In onderstaande uitsnede van Ondergrond en bodem kaart 1 is het plangebied aangeduid als 'grondwaterbeschermingsgebied'.
Uitsnede Kaart 6: Ondergrond en bodem kaart 1 (bron: Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht) In artikel 3.7 is het volgende opgenomen: Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen een Waterwingebied, Grondwaterbeschermingsgebied, Boringsvrije zone, Beschermingszone oppervlaktewaterwinning, 100-jaarsaandachtsgebied of Kwetsbare strategische grondwatervoorraad laat geen activiteiten toe en bevat geen bestemmingen en regels die een risico vormen voor de grond- en oppervlaktewaterwinning voor menselijke consumptie." Met de herinrichting van het sportpark is er geen sprake van functiewijziging. De activiteiten die plaatsvinden in het plangebied vormen geen risico voor de grond- en oppervlaktewaterwinning voor
16
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
menselijke consumptie.
Houtopstanden In onderstaande uitsnede van Natuur kaart 2 is het plangebied aangeduid met 'houtopstanden'.
Uitsnede Kaart 13: Natuur kaart 2 (bron: Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht) In artikel 6.2.1. zijn instructieregels opgenomen voor het vellen van houtopstanden. Met de herontwikkeling zijn enkele bomen gekapt. Hiervoor is de benodigde procedure doorlopen en is een ontheffing van de Wet natuurbescherming verkregen.
Cultuurhistorie en landschap In onderstaande uitsnede van Cultuurhistorie en landschap kaart 1 is het plangebied aangeduid als CHS - historische buitenplaatszone, CHS - archeologische waardevolle zone en Uitzondering verstedelijkingsverbod landelijk gebied voor historische buitenplaatszone en militair erfgoed.
Uitsnede Kaart 15: Cultuurhistorie en landschap kaart 1 (bron: Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht) Als waarden van de Historische buitenplaatszone gelden de kernkwaliteiten van de Amersfoortseweg (bijlage 14 bij de verordening). "De Amersfoortseweg (N237) is in 1653 aangelegd als zeer brede, kaarsrechte, met bomen beplante weg in formele landschapsstijl, tussen Amersfoort en Utrecht. Het elf kilometer lange traject tussen de Amersfoortse Galgenberg en de buitenplaats Vollenhoven kreeg een regelmatige vakkenverkaveling (24 vakken van ieder honderd roeden, i.e. 376m, breed) voor de aanleg van buitenplaatsen. Het is het grootste infrastructurele project uit de zeventiende eeuw in de provincie Utrecht. Essentieel voor de Amersfoortseweg is het symmetrisch-monumentale karakter. De cultuurhistorische kwaliteit ligt vooral in de nog geheel aanwezige verkavelingsritmiek met haakse dwarsassen (sorties), die rond Huis ter
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
17
Heide en Soesterberg in de loop der tijd aan weerszijden van de weg naar achteren zijn verlengd. Door verbredingen en omleggingen is het monumentale karakter van de weg op diverse plaatsen aangetast, maar tussen Soesterberg en de Stichtse Rotonde is de oorspronkelijke structuur nog zichtbaar. Het heldere zeventiende-eeuwse concept van buitenplaatsen centraal op de uitgezette vakken is slechts zeer ten dele gerealiseerd, maar vormt een inspiratiebron voor toekomstige ontwikkelingen. Kenmerkend voor de bestaande buitenplaatsen zijn het vrije zicht dwars over de weg en de lanen- en wallenstructuur." Met de herinrichting van het sportpark zijn de verkavelingsstructuur en andere kernkwaliteiten behouden. De Archeologisch waardevolle zone, die bestaat uit de deelgebieden Utrechtse Heuvelrug, Limes en Dorestad. Het plangebied ligt in deelgebied Utrechtse Heuvelrug. In paragraaf 4.4 wordt nader in gegaan op het milieuaspect archeologie. Omdat het plangebied is aangeduid met 'uitzondering verstedelijkingsverbod landelijk gebied voor historische buitenplaatszone en militair erfgoed' kan onder voorwaarden verstedelijking worden toegestaan. Met onderhavige herinrichting van het sportpark is geen sprake van verstedelijking. Er is enkel sprake van kleine bouwwerken ten behoeve van het gebruik van de sportvelden. Deze bouwwerken vervangen de voormalige bouwwerken op het park.
Landschap In onderstaande uitsnede van cultuurhistorie en landschap kaart 2 is het plangebied aangeduid als Landschap Utrechtse Heuvelrug.
Kaart 16: Cultuurhistorie en landschap kaart 2 (bron: Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht) Voor het landschap Utrechtse Heuvelrug wil de provincie de volgende kernkwaliteiten behouden: robuuste eenheid; reliëfbeleving; extreme historische gelaagdheid. De herinrichting van het sportpark beperkt zich tot de reeds bestaande sportvelden en tast geen van deze kernkwaliteiten aan.
Kernrandzone In onderstaande uitsnede van Wonen, werken en recreëren kaart 1 is het plangebied aangeduid als Kernrandzone.
18
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
Uitsnede Kaart 18: Wonen, werken en recreëren kaart 1 (bron: Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht) Onder de volgende voorwaarden is verstedelijking binnen deze zone toegestaan:
de verstedelijking gaat gepaard met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kernrandactiviteiten; de verstedelijking is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar en wordt, met uitzondering van windenergie en zonnevelden, in aansluiting op stedelijk gebied gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur; tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd; en omliggende functies worden niet onevenredig geschaad. Met onderhavige ontwikkeling is geen sprake van verstedelijking. De bebouwing heeft enkel betrekking op de vervanging van bestaande bouwwerken ten behoeve van het gebruik van de sportvelden. Er kan geconcludeerd worden dat de herontwikkeling van Sportpark Dijnselburg in overeenstemming is met het provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Zeist
Op 7 maart 2011 heeft de gemeenteraad de 'Structuurvisie Zeist 2020' vastgesteld. De structuurvisie bouwt voort op het eerder ontwikkelde Ontwikkelingsperspectief 2030. In dit perspectief werden vier kernwaarden geformuleerd: natuur en landschap, cultuurhistorie, duurzaam en zorgzaam en de kwaliteit van vijf kernen met een eigen identiteit. Deze kernwaarden zijn nu vertaald naar tien hoofdkeuzes. Deze keuzes geven een beeld van het toekomstig wonen, werken, sporten, zorgen, uitgaan en recreëren. De keuzes dragen zorg voor een duurzaam en zorgzaam Zeist waar groen en cultuurhistorie een prominente rol spelen en waar kwaliteit altijd centraal staat. De hoofdkeuzes zijn op onderstaande kaart weergeven.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
19
Uitsnede structuurvisie Zeist (plangebied: rood omcirkeld)
Sport De komende jaren zal er in de gemeente Zeist flink meer gesport worden. Dat past bij de trend om bewegen te stimuleren (landelijk en lokaal beleid). Vanuit een deel van de georganiseerde sportwereld is er vraag naar ruimte voor extra velden. Al met al zal er meer druk ontstaan op de beschikbare capaciteit van sportaccommodaties. Voor Zeist ligt de oplossing in de combinatie van een aantal maatregelen. Op korte termijn is dat de aanleg van kunstgrasvelden en realisatie van veldverlichting. Op lange termijn is dat niet voldoende. Het groeperen van sportverenigingen kan een meerwaarde bieden, maar dit mag niet ten koste gaan van de spreiding van sportvoorzieningen. De organisatiegraad van sport- en cultuurverenigingen in Zeist is groot. Door samenwerking en koppeling van de initiatieven van de verenigingen aan welzijnsactiviteiten kunnen maatschappelijke functies beter vervuld worden. Zo kan een clubhuis van een sportclub overdag ruimte bieden aan de kinderopvang. Of de sportvereniging een rol spelen bij maatschappelijke re-integratie.
Planspecifiek Met de herinrichting van het sportpark en de herverdeling van verenigingen, kunnen de georganiseerde en alternatieven sporten efficiënter en intensiever worden gebruikt. Het plangebied is in de structuurvisie aangemerkt als 'bebouwing in groene setting'. Met de herinrichting van het sportpark heeft er een opwaardering plaatsgevonden van de reeds aanwezige velden en bijbehorende bouwwerken. Hierbij zijn de aanwezige groenstructuren behouden gebleven.
20
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
3.3.2
Brede milieuvisie
In 2015 is de gemeente Zeist in gesprek gegaan met inwoners, ondernemers en vertegenwoordigers van groene groepen over het prettig wonen, werken en leven in Zeist. Deze gesprekken hebben wensen en ideeën opgeleverd om Zeist, ook in de toekomst, een fijne en veilige plek te laten zijn. Waar mensen graag komen en waar het prettig wonen is. Ook voor de generaties na ons. Een energieneutraal Zeist, minder grondstoffenverbruik, een groen Zeist met gezonde leefomstandigheden. De wensen en ideeën staan beschreven in de Brede Milieuvisie. Met breed wordt bedoeld dat het gaat om alle milieuthema’s die invloed hebben op onze leefomgeving. De Brede Milieuvisie onderscheidt 4 pijlers Klimaat en Energie: op weg naar een energieneutraal Zeist.
Zoveel mogelijk zelfvoorzienende energieopwekking binnen de gemeentegrenzen van Zeist; Goed in staat zijn om ‘opgewekte energie’ goed op te slaan, om zo de energievoorziening aan huizen en bedrijven te garanderen. In Zeist is het aantrekkelijk om te wandelen of om de fiets te pakken, ook voor de langere afstanden. Er zijn goede fietsverbindingen en de mogelijkheden voor de elektrische fiets zijn goed. Wijken en buurten zijn autoluw.
Circulaire Economie: handelen vanuit kringlopen en hergebruik, delen en gebruiken in plaats vanuit bezit.
Delen is het nieuwe hebben: deelauto’s, deelladders etc. Een deeleconomie, waarbij er minder privébezit is en producten worden gedeeld, leidt tot zuinig(er) omgaan met grondstoffen. Alles wat wordt gebruikt, wordt gerecycled op basis van circulaire economie/ Cradle2Cradleconcept. Zeist wordt een “waste free community”. Er wordt gewerkt aan een goed georganiseerde lokale voedselketen. Daarin speelt ook stadslandbouw een zichtbare rol en hebben meer lokale producten een plek in lokale supermarkten en kantines.
Levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie: een met groen dooraderd Zeist.
Herstel van de ecologische relaties en het versterken van de waarden van natuur, landschap en (groene) cultuurhistorie. Blijven genieten van wat in het verleden tot stand is gebracht; Groen blijft ook in de toekomst de factor die de identiteit, het imago en de aantrekkelijke vestigingsfactor vormt. Groen is de inspirerende motor voor verdere ontwikkeling, waarbij groen en stedelijke functies elkaar versterken. Het groen (en vooral de cultuurhistorische parels) zijn van hoge kwaliteit. De kwaliteit en kwantiteit van het water is uitstekend. Het natuurlijke watersysteem is zo ingericht, dat de kweldruk toeneemt en kenmerkende natuurwaarden op de overgang van Heuvelrug naar Kromme Rijngebied weer tot uitdrukking kunnen komen. Dat garandeert ook voldoende grondwater als drinkwater voor de toekomst.
Gezonde leefomgeving en kwaliteit van leven: een goede lucht- en waterkwaliteit, minder geluidshinder en een duurzame voedselvoorziening.
In Zeist kun je gezond en aangenaam leven. Er is een zó prettige woonomgeving, dat elke dag het gevoel heerst op vakantie te zijn in Zeist. Mensen wonen waar ze werken en werken waar ze wonen. Het is in Zeist een feest om op de fiets te stappen. Een goede bodem- en waterkwaliteit en het vóórkomen van milieu-onveilige situaties zijn vanzelfsprekend.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
21
Planspecifiek Gezien de beperkte ontwikkeling van de herinrichting van het sportpark hebben de pijlers uit de Brede milieuvisie in zeer beperkte mate betrekking op onderhavig plan. Zo is er aandacht besteed aan klimaat en energie door toepassing van energiezuinig armaturen in de lichtmasten. bestaande groenstructuren en omliggend landschap en cultuurhistorisch waardevolle elementen zijn behouden. 3.3.3
Groenstructuurplan
Het groenstructuurplan Groen (voor) Zeist schetst de hoofdlijnen van het beleid voor het openbaar groen binnen de bebouwde kom van de kernen van Zeist. De gemeente zet in op het veiligstellen, koesteren en versterken van het groene karakter van Zeist, dat bestaat uit een rijkdom van samenstellende, kenmerkende groene structuren. Planspecifiek Het plangebied is gelegen in de aanduiding 'sport'.
Uitsnede groenstructuur Zeist (bron: Groenstructuurplan) In het groenstructuurplan wordt in deel III per buurt een omschrijving gegeven. Het plangebied valt onder de 'buurt' 'Sportcomplexen'. Het sportcomplex ligt op een deel van het oude landgoed Dijnselburg. De Panweg is een onderdeel van de oude gridstructuur van de Amersfoortseweg (S2). Het deel waar onderhavig ontwikkeling betrekking op heeft grenst aan de buitenplaats. Met de herinrichting van het sportpark zijn bestaande groenstructuren behouden. In het kader van de uitstraling naar het cultuurhistorische kerkelaantje (wandelpad achter sportpark) heeft men besloten om de slagkooi met verlichting van de softbal te verschuiven van het laantje af.
22
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
3.3.4
Sport en beweegvisie
In de sport- en beweegvisie Zeist 2015-2020 is het belang van sport en bewegen in Zeist benadrukt en zijn diverse ambities uitgesproken:
Sport als nummer 1 vrijetijdsbesteding in Zeist In Zeist stimuleren wij elkaar om mee te doen In Zeist kun je overal sporten of bewegen We werken in Zeist zoveel mogelijk samen
Voldoende en kwalitatief goede binnen en buitensportaccommodaties en een sportief ingerichte buitenruimte vormen een voorwaarde om te kunnen sporten. De gemeente streeft naar upgrading en optimalisatie van de huidige binnen- en buitensportaccommodaties en zoveel mogelijk multifunctioneel gebruik van deze accommodaties. Het speerpunt is o.a. om de accommodaties meer en beter te benutten, aansluitend op de behoefte. Het moet gaan om duurzame accommodaties en het clusteren van zoveel mogelijk voorzieningen. Planspecifiek Om de speerpunten met betrekking tot buitenaccommodaties de komende jaren handen en voeten te geven is het integrale masterplan opgesteld. De herinrichting Sportpark Dijnselburg is onderdeel van dit masterplan. 3.3.5
Masterplan buitensportaccommodaties
Op 7 november 2017 is het masterplan buitensportaccommodaties vastgesteld door de gemeenteraad van Zeist. Dit is één plan dat betrekking heeft op alle buitensportaccommodaties in Zeist. Het plan heeft een breed draagvlak in de samenleving en biedt structurele en duurzame oplossingen voor de knelpunten waarmee de Zeister buitensportverenigingen al jaren worstelen. Door de voorgestelde aanpassingen op sportpark Dijnselburg wordt het gebied niet langer meer ingezet als (georganiseerd buiten)sportpark. De nadruk komt veel meer te liggen op ongeorganiseerd gebruik, dagrecreatie en mogelijk zelfs vormen van verblijfsrecreatie. Het gebied wordt doorontwikkeld met behoud van het sportieve-recreatieve karakter, waardoor het goed (of beter) aansluit bij het karakter van het andere deel van Dijnselburg, waar al het zwembad, de sporthal en AV Fit zijn gesitueerd en waar in visievorming ook wordt ingezet op outdoor, adventure, boot camp etc. Planspecifiek Met de omgevingsvergunning aanvraag voor het afwijken van het bestemmingsplan wordt de herinrichting van Sportpark Dijnselburg planologisch mogelijk gemaakt. Het masterplan heeft de leidraad gevormd voor de programmering, herverdeling van sportverenigingen en de aanvullende recreatie en maatschappelijke activiteiten.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
23
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
De gevolgen voor de milieu- en omgevingskwaliteit vormen een belangrijke afweging bij het al dan niet toelaten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk komen de voor het project relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod.
4.2
Milieueffectrapportage
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; b. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; c.
het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; d. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:
Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing.
Planspecifiek Met onderhavig herontwikkeling van Sportpark Dijnselburg is geen sprake van ingrijpende veranderingen met aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Er is geen sprake van een functieverandering en ook is er geen sprake van grote bouw- of sloopwerkzaamheden. De ontwikkeling heeft betrekking op de herinrichting van de velden en vervanging van dug-outs, hekwerken en lichtmasten. De ontwikkeling valt niet onder één van genoemde activiteiten uit het Besluit m.e.r., Bijlage onderdeel D of C. De ontwikkeling is niet MER-plichtig en ook niet mer-beoordelingsplichtig.
24
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
Desalniettemin zijn, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, in de navolgende paragrafen de belangrijke milieuaspecten beoordeeld.
4.3
Bodem
Kader In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er soms een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd in het plangebied. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Planspecifiek Met de herinrichting van het sportpark is er geen sprake van een functiewijziging. Daarmee is een bodemonderzoek naar de geschiktheid voor het gebruik van de gronden niet nodig. Wel zijn in het kader van de uitvoering en ter voorbereiding van de herinrichtingsopgave het sportpark Dijnselburg te Zeist in november 2020 de betreffende velden geschouwd en bodemkundige opnamen verricht (Bijlage 5). Dit ter beoordeling van de huidige profielopbouw en samenstelling van bovengrond, alsmede de ontwateringssituatie en draagkracht van de ondergrond. Op basis van het onderzoek is advies opgenomen voor het aanleggen van de velden. Dit advies is inmiddels opgevolgt. Daarnaast is de zettingsgevoeligheid van de ondergrond beoordeeld.
Uit de bodemkundige opnamen en op basis ondergrondgegevens uit Dinoloket is op te maken dat het profiel voornamelijk bestaat uit zand. Behalve en variatie aan zandlagen, zijn binnen een diepte van 25 m geen storende en samendrukbare lagen te verwachten. Het profiel kan derhalve als niet zettinggevoelig worden beschouwd. Zeker als de belastingveranderingen beperkte zijn, zijn er geen zettingen te verwachten.
4.4
Archeologie
Kader In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan totdat de Omgevingswet in werking treedt. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Onder andere de Monumentenwet is hierin opgegaan. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Artikel 5.10 lid 1 van de Erfgoedwet stelt namelijk: 'Degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister'.
Planspecifiek Er heeft in het verleden reeds een archeologisch onderzoek plaatsgevonden in het plangebied (Bijlage 6). Op basis van dit onderzoek met karterende boringen is het gehele plangebied vrijgegeven voor archeologische waarden. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig plan, nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
25
4.5
Ecologie
Kader Ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde natuurwaarden. Dit betreft potentiële effecten op vogel- en vleermuissoorten, maar ook effecten op beschermde natuurgebieden zijn mogelijk. De Wet natuurbescherming (Wnb) bevat alle regels voor de bescherming van zowel soorten als natuurgebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de mogelijke effecten van het plan op de beschermde natuurwaarden. Soortenbescherming De bescherming van in het wild voorkomende planten- en diersoorten is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn voor Nederland geïmplementeerd in deze wet. Op grond van de Wet natuurbescherming gelden diverse verbodsbepalingen, zoals het doden van specifiek aangewezen vogel- en vleermuissoorten. Gebiedsbescherming Natura 2000 gebieden Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Deze gebieden zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. In Nederland zijn deze richtlijnen geïmplementeerd in de Wet natuurbescherming. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000-gebieden, waaronder het IJsselmeer en de Waddenzee. Per gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd voor de soorten waarvoor het gebied een belangrijke functie heeft.
Activiteiten in Natura 2000-gebieden zijn alleen toegestaan als significant negatieve effecten op de gestelde instandhoudingsdoelstellingen zijn uitgesloten, of als een afweging heeft plaatsgevonden over alternatieven, dwingende redenen van groot openbaar belang en de inzet van compenserende maatregelen. In de passende beoordeling worden de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Daarbij dient ook een eventuele externe werking van een initiatief op nabijgelegen Natura 2000-gebieden te worden bepaald. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn bieden een juridisch kader dat verzekert dat menselijke activiteiten worden ondernomen op een wijze die de integriteit van Natura 2000-gebieden niet negatief beïnvloeden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Wanneer (kleine) natuurgebieden en de daarin voorkomende soorten geïsoleerd komen te liggen, bijvoorbeeld door bebouwing en infrastructuur, bestaat het risico dat soorten niet kunnen overleven en het natuurgebied zijn waarde verliest. Door het aaneenschakelen van natuurgebieden wordt een bijdrage geleverd aan het voorkomen van deze achteruitgang van natuur en biodiversiteit (veelheid van soorten).
Provincies wijzen de NNN-gebieden aan en deze worden op hun beurt vastgelegd in ruimtelijke plannen van de gemeenten. De ecologische hoofdstructuur is planologisch beschermd met het 'nee, tenzij'-principe. Nieuwe ontwikkelingen zijn niet toegestaan als deze het gebied aantasten, tenzij er geen alternatieven zijn en de ontwikkeling van groot openbaar belang is. Schadelijke effecten op de natuur dienen te worden gecompenseerd. Planspecifiek In het kader van de herinrichting van het sportpark is een ecologische quickscan uitgevoerd (Bijlage 7). Op basis van dit onderzoek is het volgende geconcludeerd: Effecten op vogels zonder jaarrond beschermd nest kunnen niet worden uitgesloten, maar kunnen door maatregelen worden voorkomen. Effecten op boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer, boommarter, eekhoorn, hazelworm en vleermuizen dienen nader onderzocht te worden.
26
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
Effecten op andere beschermde soorten worden niet verwacht. Depositie-effecten op voormalig PAS-gebied en negatieve effecten op NNN-gebied kunnen niet uitgesloten worden. Negatieve effecten op andere beschermden gebieden zijn uitgesloten. Op basis van de quickscan heeft nader onderzoek plaatsgevonden naar beschermde soorten (Bijlage 8). Uit het onderzoek en de toetsing volgt dat er geen effect wordt verwacht op de verschillende vleermuissoorten (behalve gewone dwergvleermuis), roofvogels, boommarter, eekhoorn en hazelworm. Dit betekent dat er voor deze soorten geen vervolgstappen noodzakelijk zijn. Omdat het project na uitvoering van de bovengenoemde onderzoeken nog is aangepast is er een oplegnotitie gemaakt op basis van de nieuwe ontwikkelingen (Bijlage 9). Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er geen vaste- rust en voortplantingsplaatsen aanwezig zijn van de boommarter en eekhoorn in het onderzochte projectgebied. De hazelworm is niet waargenomen tijdens het onderzoek, de bomengroep is geen essentieel onderdeel van het leefgebied van deze soort. De buizerdhorst is niet in gebruik. Er zijn in het onderzochte projectgebied geen kraam- en zomerverblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. Tevens zijn er geen essentiële vliegroutes en foerageergebieden vastgesteld. Wel zijn er twee paarterritoria van de gewone dwergvleermuis aanwezig in de bomengroep.
De nieuwe inrichting van het terrein heeft geen negatief effect op de twee aanwezige paarverblijfplaatsen binnen deze paarterritoria. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig. De benodigde maatregelen zijn getroffen en de werkzaamheden zijn inmiddels uitgevoerd. In de quickscan is geconcludeerd dat depositie-effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. Echter zorgt de herinrichting van het sportpark niet voor een toename van het aantal verkeersbewegingen en ook in het gebruik en de functie van het sportpark veranderd er niets. Daarmee is in de gebruiksfase geen sprake van toename van stikstofdepositie als gevolg van de herinrichting. Daarnaast geldt er voor projecten een partiële vrijstelling. Dat houdt in dat de tijdelijke gevolgen van de door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing kan worden gelaten bij de natuurvergunning. Deze vrijstelling geldt alleen voor tijdelijke stikstofemmissies tijdens de bouw, sloop en aanleg inclusief de vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden. Bovendien zijn de werkzaamheden die hebben plaatsgevonden voor de herinrichting van het terrein beperkt en het dichtstbijgelegen Natura 2000-gebied bevindt zich op een afstand van ruim 10 km.
4.6
Water
Kader Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets verplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen. De watertoets omvat het proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is het bevoegde waterschap. Het plangebied maakt onderdeel uit van het beheersgebied van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden(HDSR). HDSR heeft zijn digitale waterbeheerplan, getiteld 'Waterkoers 2016 - 2021', vastgesteld. Hierin legt het waterschap zijn koers voor de komende zes jaar op hoofdlijnen vast. De Waterkoers 2016 - 2021 is een omslag in denken. Het is niet meer vanzelfsprekend dat het waterschap alles wat met water te maken heeft, zelf oppakt, bepaalt of betaalt. Het motto is van 'zorgen voor' naar 'samen doen'. De waterkoers is een middel om het gesprek aan te gaan met partners in het gebied. Het waterschap werkt samen met mede-overheden, belangen- en maatschappelijke organisaties, bedrijven en bewoners aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving waarin wordt geanticipeerd op veranderingen, binnen en buiten haar beheergrenzen.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
27
Planspecifiek Met onderhavig plan is geen sprake van toename van verharding. De ontwikkeling heeft enkel betrekking op de vernieuwing van sportvelden, dug-outs, hekwerk en lichtmasten. De ontwikkeling heeft dan ook geen effect op infiltratie of berging van water. Het aspect water vormt geen belemmering voor de herinrichting van Sportpark Dijnselburg.
4.7
Verkeer en parkeren
Kader In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de aspecten verkeer en parkeren.
Planspecifiek De herinrichting van Sportpark Dijnselburg zorgt niet voor een toename aan verkeersbewegingen. De verkeersontsluiting veranderd niet en voorziet in voldoende capaciteit voor een goede verkeersafwikkeling. Ook de parkeersituatie veranderd niet. Verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de herinrichting van Sportpark Dijnselburg.
4.8
Akoestiek
Wet geluidhinder Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij nieuwe ruimtelijke plannen te worden beoordeeld of aan de normen uit de Wet geluidhinder kan worden voldaan en of binnen het plangebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar akoestisch leefklimaat. De Wet geluidhinder heeft tot doel om geluidgevoelige objecten te beschermen tegen overmatige geluidsbelastingen en geluidbelastende objecten niet te beperken in hun geluidsbelasting. Activiteitenbesluit en APV Het Activiteitenbesluit milieubeheer geeft doelvoorschriften voor geluid. De voorschriften gelden ter bescherming van gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen. De voorschriften gelden in de zogenaamde representatieve bedrijfssituatie. Dat is de situatie die meer dan 12 keer per jaar optreedt. De voorschriften zijn in onderstaande tabel opgenomen. 07.00 – 19.00 LAr,LT op de gevel van 50 dB(A) gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en 35 dB(A) aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van 70 dB(A) gevoelige gebouwen LAmax in in- en 55 dB(A) aanpandige gevoelige gebouwen Tabel Voorschriften geluid Activiteitenbesluit
19.00 – 23.00 45 dB(A)
23.00 – 07.00 40 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
Naast het Activiteitenbesluit moeten de inrichtingen zich ook houden aan de geluidsnormen die zijn opgenomen in de geldende Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). In de APV van Zeist gelden dezelfde geluidsvoorschriften. Evenementen vallen voor het aspect geluid onder de festiviteitenregeling (artikel 2.21 van het
28
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
Activiteitenbesluit). Op basis hiervan kan ontheffing verleend worden van (de geluidwaarden in) het Activiteitenbesluit. Dit artikel is gekoppeld aan de APV. In artikel 4.3 van de APV van Zeist staan de regels voor de incidentele festiviteiten. In Zeist zijn incidentele festiviteiten maximaal 12 keer per jaar toegestaan. Er geldt een geluidsgrenswaarden, die maximaal 20 dB hoger ligt dan het Activiteitenbesluit. Tevens geldt er een eindtijd van 02.00 uur, ongeacht welke dag van de week. Voor deze (maximaal) 12 festiviteiten dient de inrichting minimaal twee weken van tevoren een Kennisgeving Incidentele Festiviteit (KIF) bij de Omgevingsdienst in te dienen. Planspecifiek Met de herontwikkeling van Sportpark Dijnselburg is er geen verandering in functie en gebruik ten opzichte van voormalige situatie. Daarmee blijft ook de geluidsituatie gelijk. Met de vergunningaanvraag worden geen nieuwe activiteiten mogelijk gemaakt. De ontwikkeling heeft enkel betrekking op herinrichting/vernieuwing van de sportvelden. Een akoestisch onderzoek is niet aan de orde.
4.9
Luchtkwaliteit
Kader De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het niet in betekende mate (NIBM) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en/of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 ìg/m³ NO2 en/of PM10). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSL programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen. Planspecifiek Met onderhavige ontwikkkeling si geen sprake van verkeerstoename. Er is daarmee ook geen invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse. Er is in het kader van een goede ruimtelijke ordening met behulp van Atlas Leefomgeving gekeken naar de luchtkwaliteit in en rondom het plangebied. De achtergrondconcentraties over 2020 geven de volgende waarden: 15-17 µg/m³ NO2, 16 µg/m³ PM10 en 8-9 µg/m³ PM2,5. Uit de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10, PM2,5) blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van de locatie ruim voldoende is. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.10
Lichthinder
Kader In artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit is opgenomen dat de veldverlichting op een reguliere sportdag uiterlijk om 23:00 uur moet zijn uitgeschakeld, of eerder als er toch niet meer wordt gesport op een veld. In geval van een incidentele festiviteit (maximaal 12), zoals bijvoorbeeld in geval van een groot sportournooi, biedt artikel 4.3 lid 2 van de APV een inrichting de mogelijkheid om de veldverlichting langer aan te houden gedurende de sportactiviteiten tijdens dit tournooi.
Bestemmingsplan "Sportpark Dijnselburg Zeist" (definitief)
29
Planspecifiek In het kader van de herinrichting van het sportpark heeft een lichthinderonderzoek plaatsgevonden naar de nieuwe lichtmasten op de softbalvelden en de nieuwe lichtmasten op de voetbalvelden (Bijlage 10). De berekende resultaten uit Bijlage 9 voldoen aan de nieuwe normen voor Lichthinder van de NSvV 2020. Voor zowel de lichtmasten van de softbalvelden als de lichtmasten van de voetbalvelden is de conclusie dat omwonenden van het sportcomplex geen lichthinder ondervinden in de zin van de opgestelde richtwaarden door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde.