CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-21RV028 Samen voor meer biodiversiteit in Zeist (Eindrapport)

Overige evenementen 25 mei 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Ronde Tafel RV Samenwerken aan biodiversiteit15.656 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

57

• • • •

Op landgoed Rijnwijck staat de grootste populatie bosanemoon van Zeist. In de sloten in het deelgebied komt hier en daar de grote modderkruiper (een vis) voor en op meer plaatsen de kleine modderkruiper en bittervoorn. Bijzondere amfibieën: de kamsalamander en de poelkikker. Grootste populatie van de ringslang in Zeist

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied • • • • • • •

Ree Grote modderkruiper Ringslang Kleibospaddenstoelen Libellen, zoals de glassnijder en de bruine korenbout Akkerkruiden Planten van vochtige hooilanden

Verbetermogelijkheden • • • • •

Aanleg en beheer natuurvriendelijke oevers Biltse Grift en andere waterlopen. Ringslanghopen in diverse groengebieden Ecologisch beheer van bermen en akkerranden. Voorbeeldproject natuur-inclusieve landbouw Realisatie van faunapassages in de: o Driebergseweg ter hoogte van landgoed de Breul (op de grens met deelgebied Zeisterbos/Austerlitz). o Spoorlaan ter hoogte van de Laan van Rijnwijk en de Rijwijckse Wetering. o Koelaan.

Figuur 3.15

Reekalf.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

58

4 Strategie 4.1

Inleiding Veel van de maatregelen om het Groene Netwerk te verbeteren zijn maatregelen voor de langere termijn. Deze biodiversiteitsvisie is door de afdeling beheer opgezet. Vanuit beheer oogpunt valt er zeker winst te behalen voor biodiversiteit. Een deel van de maatregelen hoort bij andere werkzaamheden dan beheer en andere partijen dan de afdeling beheer thuis. Deze visie geeft concrete handvatten aan inwoners, ontwikkelaars en de afdeling beheer hoe de biodiversiteit versterkt kan worden. Een aantal acties voor meer biodiversiteit vraagt echter ook inzet van andere afdelingen binnen de gemeente of andere externen. Deze visie is dan ook één stap, die een vervolg zal krijgen vanuit het bredere programma Duurzaamheid. De kans dat er op korte termijn extra geld beschikbaar komt om kostbare maatregelen te treffen, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van faunapassages is klein. Hoe kunnen we dan toch werken aan verbetering van de biodiversiteit? In dit hoofdstuk geven we aan hoe we nú kunnen werken aan meer biodiversiteit.

4.2

Uitvoeren van enkele projecten in het gemeentelijk beheer De gemeente kan op korte termijn het meeste invloed uitoefenen op de biodiversiteit, door wijzigingen in het eigen beheer. In dat kader wil de gemeente de komende periode al een paar kleine stappen nemen, naar een “biodiverser” gemeente Zeist. Dit gaat om de volgende twee concrete acties: 1. In 2020 hebben we door adviesbureau SWECO laten uitzoeken welke delen van de gemeentelijke verhardingen (zoals asfalt en betegelde oppervlakten), waar de verharding feitelijk niet nodig is. De komende periode willen wij op een deel hiervan de aanwezige verharding verwijderen en deze locaties omzetten in gemeentelijk groen met inheemse soorten. Voorlopig gaan we dit doen binnen bestaande projecten. 2. Op dit moment wordt rond bomen die in gras staan, het gras rond de bomen gemaaid tot aan de stam. De komende periode willen wij dit maaien tot aan de stam verminderen. Voorlopig bij wijze van proef bij een klein deel van de bomen. Indien het bevalt bij meer bomen. Achterwege laten van het (frequent) maaien tot aan de stam heeft als voordeel dat er rond de stam hogere begroeiing komt te staan, wat extra biodiversiteit oplevert. Het positieve neveneffect is er minder beschadiging van de stam optreedt. 3. We gaan de komende periode gazon omvormen naar lang gras (extensief beheerd gras). We doen dit binnen de huidige middelen.

We starten daarom met een klein aantal locaties en breiden dit uit in de toekomst.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

59

4.3

Kansen grijpen in de toekomst Er doen zich op dit moment of in de nabije toekomst wellicht mogelijkheden voor om met aandacht voor biodiversiteit opgaven net anders aan te vliegen waardoor er kansen ontstaan voor onze ambassadeurssoorten. Een aantal voorbeelden worden hier genoemd: •

• • • • • •

Tijdens het beheer van gemeentelijk areaal: bijv. omzetten gazon in bloemrijk gras. Hiertoe zullen ecologisch bestekken voor aannemers eisen moeten stellen aan hun werkwijze en/of resultaat. Te denken valt aan bijvoorbeeld werken volgens Kleurkeur eisen (Kleurkeur is een keurmerk dat garantie geeft dat aangesloten bedrijven werken volgens een werkwijze die biodiversiteit (m.n. voor insecten) vergroot), of resultaatsverplichting niet op beeld maar op indicatorsoorten. Het opnemen van natuurverbindingen incl. gewenste faunapassages in andere plannen (inrichtingsplan, omgevingsvisie, bestemmingsplannen). Het opnemen van maatregelen, zoals het werken met inheemse beplanting of natuurspelen als er een speelvoorziening moet komen. Een faunapassage als emvi1-criterium (een van de gunningscriteria) opnemen in de aanbesteding van wegwerkzaamheden. Bij projectontwikkeling eisen stellen aan het ontwikkelen van natuur-inclusieve gebouwen en omgeving. Bij de huidige stikstofproblematiek ontwerpen aan voorzieningen of zonering om stikstofdepositie tegen te gaan. In de landbouwtransitie meekoppelen met aandacht voor natuur-inclusieve landbouw.

Door gebruik te maken van strategische combinaties worden onmogelijke opgaves soms toch mogelijk. Het is belangrijk dat biodiversiteit bij de beleidsambtenaren “tussen de oren” zit, zodat kansen benut worden. Nieuwe ontwikkelingen of groot onderhoud Wanneer we biodiversiteit vanaf het begin meenemen in nieuwe ontwikkelingen, is het veel gemakkelijker en goedkoper te realiseren. Amfibieën en kleine zoogdieren kunnen bijvoorbeeld veilig een weg oversteken, via een looppaadje in een duiker onder de weg. Zo’n ecoduiker is veel goedkoper aan te leggen, als er toch al een duiker aangelegd moet worden. Een bestaande duiker vervangen is vele malen duurder. Ook bij groot onderhoud zijn er soms mogelijkheden. Het ontwerpen met biodiversiteit noemen we “natuurinclusief ontwerp”. We gebruiken deze biodiversiteitsvisie de komende jaren als richtsnoer bij nieuwe ontwikkelingen. Dit gebeurt bij natuur-inclusief bouwen, maar ook in de buitenruimte.

1

De afkorting EMVI staat voor Economisch Meest Voordelige Inschrijving. De term wordt gebruikt om aan te geven dat een aanbesteding niet 100% op de laagste prijs wordt gegund, maar dat kwaliteit ook wordt meegewogen.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

60

Strategische combinaties Soms kunnen we maatregelen voor verschillende doelen combineren, waardoor het mogelijk wordt ze te realiseren. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen die nodig zijn om ons aan te passen aan de klimaatverandering. Bij het oplossen van problemen, zoals wateroverlast of droogte, combineren we dat, als het enigszins mogelijk is, met maatregelen om de biodiversiteit te verbeteren. Smeden van allianties In Zeist zijn vele organisaties bezig met de biodiversiteit. Iedereen met zijn eigen kennis en specialiteit. Door de krachten te bundelen, ontstaan er nieuwe mogelijkheden. Er zijn in Zeist veel organisaties actief op het gebied van biodiversiteit. Denk hierbij aan organisaties zoals de provincie, het waterschap, buurgemeenten, Staatsbosbeheer, het Utrechts Landschap, de Stichting Milieuzorg Zeist, de KNNV, Paddenwerkgroep Kerckebosch Zeist, de werkgroep Natuurlijk Zeist West, de bijenwerkgroep Zeist, enzovoorts. Waar mogelijk gaan we de biodiversiteit samen met anderen verbeteren. Samen Duurzaam Zeist, een brede beweging van bewoners en organisaties die samen werken aan een groen, gezond en duurzaam Zeist, kan hier een belangrijke rol in spelen. Omgevingsvisie en Leidraad openbare ruimte Er is een duidelijke relatie met andere documenten waar de gemeente mee werkt.

Deze visie zal als inspiratie dienen voor de omgevingsvisie en als input voor de Leidraad Openbare ruimte, die op korte termijn wordt herzien.

4.4

Voorlichting Voorlichting is heel belangrijk bij het verbeteren van de biodiversiteit. Acceptatie van groenbeheer Biodivers groen ziet er anders uit dan traditioneel beheerd groen. Niet iedereen vindt dat mooi. Soms denken mensen dat het groen verwaarloosd is, terwijl dat zeker niet zo is. Een deel van die mensen accepteert sneller dat het er ander uitziet, als zij weten waarvoor dat is. We gaan de komende jaren meer voorlichting geven over ons groenbeheer en waarom wij dit op de manier doen zoals we het doen. Mogelijkheid bieden om zelf iets te doen Veel mensen zijn begaan met de natuur en de biodiversiteit, maar weten niet altijd wat zij zelf kunnen doen. Voorlichting kan hier een belangrijke rol in spelen, bijvoorbeeld met informatie op de gemeentelijke website of gerichte voorlichting in het kader van acties in samenwerking met actieve bewoners(groepen), bedrijven of verenigingen.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

61

Het gemeentelijk groenbeheer In Zeist is het groenbeheer uitbesteed. We willen toe naar een ander aanbestedingsbeleid, waarbij biodiversiteit een belangrijk criterium vormt. Exotenbeheer Er zijn soorten, zoals Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, waterhyacint, die een bedreiging worden voor de ecologische waarden of leiden tot te hoge beheerkosten of te veel hinder geven voor de omgeving. Deze soorten noemen we exoten. We kiezen ervoor om deze soorten te bestrijden als het ook daadwerkelijk tot zeer aanzienlijke reductie of volledige verwijdering van de ongewenste soort leidt. Dat geldt met name wanneer de verschillende beheerders binnen de gemeente daar eenzelfde strategie in volgen. Daar voeren we gesprekken met bijvoorbeeld het Utrechts Landschap, Waterschap of Staatsbosbeheer over.

4.5

Financieringsmogelijkheden We moeten slim na denken over het financieren van maatregelen. In deze paragraaf geven we aan welke mogelijkheden we onderzoeken. Omvormen werkwijze binnen bestaande budgetten Door binnen bestaande beheer- of ontwerpbudgetten anders te werken kunnen wellicht betere natuur-inclusieve resultaten geboekt worden. Ecologisch beheer gaat over ander beheer. Dat betekent vooral dat de juiste kennis aanwezig moet zijn om op het juiste tijdstip het goede te doen. Dit betekent minder gestandaardiseerd op vaste momenten handelingen uitvoeren, maar wellicht minder vaak. Dat kan dan weer goedkoper uitvallen. Ook bij inrichtingsopgaven is al eerder geschetst hoe door bij de start goed na te denken over een natuur-inclusieve aanpak deze werkwijze goedkoper is dan later maatregelen te treffen. Subsidies van Rijk, Provincie of derden De provincie Utrecht heeft een aantal subsidies beschikbaar voor de ontwikkeling of uitvoering van biodiversiteitsbeleid. • Een subsidie voor de aankoop van landbouwgronden binnen het NNN en omzetting in natuur, de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap (SKNL). De SKNL stelt ook subsidie beschikbaar voor aandachtssoorten, verbeteren van de kwaliteit van weidevogelreservaten. • Een subsidie voor het opstellen van soortmanagementplannen (SMP) voor beschermde soorten op grond van de Wet natuurbescherming.

SMP’s worden vaak opgesteld voor soorten waarvoor vaak een ontheffing moet worden aangevraagd. Met een SMP heeft een gemeente de mogelijkheid om in één keer een ontheffing aan te vragen voor een gebied.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

62

Literatuur Brekelmans, F.L.A., G.J. Brandjes, P. van Horssen & L. Anema, 2014. Beschermde en bedreigde soorten Zeist. Inventarisatie van beschermde en bedreigde soorten in door gemeente Zeist beheerde groenelementen. Rapportnr. 14-032. Bureau Waardenburg, Culemborg. Broekstra I., 2011. GROEN (VOOR) ZEIST, Groenstructuurplan voor binnenstedelijk groen: Zeist, Austerlitz, Den Dolder, Bosch en Duin, Huis ter Heide. 2011-2020. Gemeente Zeist, Zeist. Brons & Partners, 2009. Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijn-Gebied. Brons & Partners, Culemborg. Gemeente Zeist, 2016. Brede Milieuvisie Zeist. Samen het milieu in Zeist verbeteren. Vastgesteld door de gemeenteraad op 4 oktober 2016. Grontmij, 2011. Deelgebied Zeist-Bunnik. Perspectief en inrichtingsbeeld voor de ecologische hoofdstructuur Wensbeeld voor natuur en landschap. Grontmij, Houten. van Herk, C.M., 2019. Monitoring van korstmossen in de provincie Utrecht, 1979 − 2018. Lichenologisch Onderzoekbureau Nederland (LON), Soest. Sweco, J., 2020. Notitie van zinloze verharding naar waardevol groen. Projectnummer 37534. De Bilt. Provincie Utrecht, Domein Fysieke Leefomgeving, team natuur en landbouw, 2018. Supplement Biodiversiteit, behorend bij de Natuurvisie Provincie Utrecht. van Schaijk, E. en W. Maaswinkel, 2019. Beheerplan landschappelijke beplantingen Zeist. Projectnummer 17.T0569.

Copijn Tuin- en Landschapsasrchitecten B.V. Utrecht. Tauw, 2015. Notitie Ecohydrologische effectbeoordeling Blikkenburgervaart. Kenmerk N0021219406PDK-kmi-V01-NL. Tauw, z.p..

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

63

Bijlage I

Visiekaart

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

64

Bijlage II Kaart Groen Netwerk Zeist

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

65

D

C

B

A

0

1

1000 1500 2000 2500 3000 m

1

2

2

-

Onderdeel

3

20-0210 Biodiversiteitsplan Zeist

Project

Gemeente Zeist

Opdrachtgever

Groen netwerk Zeist

Naam tekening

Hoofdwegen

A3

Formaat

1:40.000

Schaal

Paraaf

1-c

Versienr.

meter

Tekeneenheid

Naam controleur

27–08-2020

Datum

J.D. Buizer

Tekenaar

Faunapassage ontbreekt

Kleine faunapassage

Grote faunapassage

Natuurverbinding buitengebied

Droog/natte natuurverbinding

Bomenrij/laan aaneengesloten Bomenrij/laan niet aaneengesloten Droge natuurverbinding

Kwel

Bebouwde kom

Akker

Grasland

Stuifzand

Heide

Bos

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Legenda

3

D

C

B

A

Bijlage III Doelsoorten en maatregelen In deze bijlage geven we voor alle doelsoorten aan met wat voor maatregelen ze geholpen kunnen worden. In bijlage III gaan we dieper in op hoe die maatregelen er uit kunnen zien. Doelsoorten

•

Maatregelen

Zoogdieren Boommarter

•

Creëren veilige oversteekplaatsen bij wegen (bijvoorbeeld faunabrug bij portaalpalen (ook voor eekhoorn), buis of tunnel onder de weg door). Verbeteren voedselaanbos vruchten en noten Creëren veilige oversteekplaatsen bij wegen (faunabuis) Aanbrengen van bijvoorbeeld stapels dood hout, takkenrillen, takkenhopen of stapels stenen (met openingen ertussen) als verblijfplaats voor kleine marterachtigen. Aanbrengen van lijnvormige landschapselementen, zoals hagen, houtsingels, ruigtestroken, en bloemstroken langs akkers, waarlangs kleine marterachtigen zich graag voortbewegen. Vergroten van het voedselaanbod door toepassen van bloem- en zadenrijke begroeiingen (voedselplanten voor insecten en muizen). Creëren veilige oversteekplaatsen bij wegen (bijvoorbeeld met een buis of tunnel onder de weg door). Creëren veilige oversteekplaatsen bij wegen (bijvoorbeeld faunabrug bij portaalpalen (ook voor eekhoorn), buis of tunnel onder de weg door). Creëren aaneengesloten bomenrijen. Aanplant voedselbomen of -struiken (bijvoorbeeld hazelaar, tamme kastanje, eik, walnoot, grove den). Aanbrengen van bijvoorbeeld stapels dood hout, takkenrillen, takkenhopen of stapels stenen (met openingen ertussen) als verblijfplaats voor de egel (vergelijkbaar dus met die voor kleine marterachtigen) of een speciaal egelhuis.

Vergroting voedselaanbod door gericht vegetatiebeheer (vergroting vegetatiestructuur, voedselplanten voor insecten en (huisjes)slakken, enzovoorts). Creëren veilige oversteekplaatsen, met name bij 50 km-wegen, bijvoorbeeld door bestaande duikers of via een buis onder de weg.

Das

• •

Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel)

•

•

•

•

Eekhoorn

•

• • Egel

•

•

•

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

67

Doelsoorten

• • •

Ree

•

Vleermuizen

•

•

•

Maatregelen Maken van een opening van 15x15 cm in schuttingen en gaashekken, om de egel doorgang te verlenen. Robotmaaiers ’s nachts uitschakelen, om verwonding van egels te voorkomen Aanleg kleinschalige elementen voor beschutting en rust: grienden, bosjes, rietvelden. Verbeteren kwaliteit leefgebied door vergroting voedselaanbod (verbeteren waterkwaliteit voor groter insectenaanbod, toepassen inheemse bomen, ecologisch groenbeheer). Behoud of vergroting aantal verblijfplaatsen (toepassen van vleermuiskasten, laten staan van oude bomen, inbouwen kasten in gebouwen). Beperken verstoring (o.a. verlichting buitenruimte en gebruik vleermuisvriendelijke roodachtig verlichting).

Vogels Huismus

•

• • Gierzwaluw

•

Zwarte roodstaart

• •

Boerenlandvogels (o.a. patrijs, witte kwikstaart, kneu, ringmus)

•

Behoud/vergroting aantal nestplaatsen in huizen. Plaatsen van nestkasten of (nog beter) achterwege laten of twee pannenlatten hoger plaatsen van vogelschroot onder pannendaken. Zorgen voor insecten- en zadenrijke begroeiing. Zorgen voor plekjes met kaal zand, waar mussen een zandbad kunnen nemen. Behoud / vergroting aantal nestplaatsen. Beschermen bestaande nestplaatsen. In nieuwbouw kasten inbouwen in muren (geen Gierzwaluwdakpannen) Creëren en behoud nestgelegenheid (platte grinddaken, steenstapels, “halfholen” nestkasten). Vergroting voedselaanbod door gericht vegetatiebeheer (rommelhoekjes met wat onkruid, stapels steenachtig materiaal). Creëren nestgelegenheid en vergroting voedselaanbod door gericht vegetatiebeheer (Ruigteen bloemrijke stroken langs percelen, overhoekjes met ruigte en of struweel). Voor ringmus en witte kwikstaart kunnen ook nestkasten geplaatst worden.

Reptielen Hazelworm

• •

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

Creëren kunstmatige schuilplaatsen: dood hout, takkenrillen, plaatjes hout, golfplaat, dakpan. Veilige oversteekplekken (ecoduct, kleine faunatunnel)

68

Doelsoorten Levendbarende hagedis en zandhagedis

• • • •

Ringslang

• •

Amfibieën

•

Maatregelen Creëren verblijfplekken: takkenrillen, houtstapels, stukken golfplaat van 50x50cm. Variatie in hoogte van begroeiing en kale zandplekken. Veilige oversteekplekken (ecoduct, kleine faunatunnel) Aanleg broeihopen. Veilige oversteekplekken (bij voorkeur doorlopende oeverstroken onder bruggen).

Amfibieën

•

Aanleg en onderhoud visvrije poelen of andere visvrije wateren. Zorgvuldig slootbeheer (gefaseerd en buiten het voortplantingsseizoen).

Vissen Grote en kleine modderkruiper, bittervoorn

• • •

Insecten Wilde bijen, hommels en zweefvliegen

• • •

• •

Dagvlinders

• •

• •

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

Zorgvuldig slootbeheer (bij schonen altijd 25 % van de planten laten staan). Verbeteren waterkwaliteit door ruigte- of bloemenstroken langs sloten. Dood hout in het water aanbrengen. Uitbreiding oppervlakte bloemrijke graslandvegetaties. Creëren verblijfplaatsen in bodem en in dood organisch materiaal (bijv. onbehandelde weidepalen). Vergroting oppervlakte structuurrijk grasland door gefaseerd maaibeheer (per keer 10 à 20 % van de vegetatie laten staan. Op plekken waar voldoende ruimte is kan het zogenaamde sinusbeheer worden toegepast). Inrichting en beheer richten op nectarplanten (ook bomen en struiken). Aanbrengen van een strook met struiken en ruige bloeiende planten langs bos of bosplantsoen (een mantel-zoom). Uitbreiding beheer bloemrijke vegetaties. Vergroting oppervlakte structuurrijk grasland door gefaseerd maaibeheer (per keer 10 à 20 % van de vegetatie laten staan. Op plekken waar voldoende ruimte is kan het zogenaamde sinusbeheer worden toegepast). Inrichting en beheer richten op waard- en nectarplanten (ook bomen en struiken). Aanbrengen van een strook met struiken en ruige bloeiende planten langs bos of bosplantsoen (een mantel-zoom). 69

Doelsoorten Sprinkhanen

• •

•

Planten & Paddenstoelen Planten algemeen

• •

Planten van heide en schraalland

•

Water- en oeverplanten

• •

Muurplanten

• •

Paddenstoelen

•

• • •

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

Maatregelen Vergroting oppervlakte structuurrijk grasland door gefaseerd maaibeheer (per keer 10 à 20 % van de vegetatie laten staan. Op plekken waar voldoende ruimte is kan het zogenaamde sinusbeheer worden toegepast). Aanbrengen van een strook met struiken en ruige bloeiende planten langs bos of bosplantsoen (een mantel-zoom).

Beheer gericht op stimuleren inheemse soorten Bestrijden invasieve exoten (uitheemse planten, die de neiging hebben sterk uit te breiden ten koste van inheemse planten. Voorbeelden: Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw, grote waternavel). Het beheer van heide en schraalland vergt een op de specifieke situatie toegesneden beheer van begrazing of maaien met afvoer van maaisel, gecombineerd met diverse andere maatregelen zoals kleinschalig plaggen, opbrengen van steenmeel en dergelijke. Zorgvuldig en gefaseerd schoningsbeheer sloten. Keuze van het type natuurvriendelijke oever volgens de ‘Handreiking Natuurvriendelijke oevers’ van Stowa (2011). Dus niet standaard een flauwe oever toepassen. Muurplanten sparen bij renovaties Gebruik van kalkmortels in plaats van portlandcement bij renovatie en nieuwbouw, met name bij kade- en keermuren. Paddenstoelvriendelijk beheer van paddenstoelenrijke bermen, bijvoorbeeld niet maaien als er veel paddenstoelen aanwezig zijn (dus bij gazonbeheer het maaien tijdelijk stopzetten), tweemaal per jaar maaien en afvoeren van het maaisel. Bomen zo lang mogelijk behouden (bijv. toepassen breuksnoei). Aanbrengen of laten staan/liggen dood hout. Boomkeuze voor mycorrhiza-vormende soorten (eik, beuk, linde, populier).

70

Bijlage IV Maatregelen voor biodiversiteit Inleiding In dit hoofdstuk staan maatregelen die kunnen worden toegepast om de biodiversiteit te verbeteren. Het gaat om zowel aanleg als beheer.

Aanleg landschapselementen Hoogstamboomgaard Past in: Kromme Rijn-gebied. Goed voor: Patrijs, groene specht, wilde bijen. Belangrijk: biologische bestrijding, tussenliggende gras extensief gemaaid (bloemrijk) gras.

Figuur IV- 1

Hoogstamboomgaard.

Hakgriendbosje Past in: Kromme Rijn-gebied. Goed voor: insecten als het groot dikkopje, amfibieën, kleine marterachtigen, reeën. Belangrijk: Het meest typisch voor het Kromme Rijn-gebied zijn de essengrienden. Probleem is wel dat essen bij het hakhoutbeheer extra gevoelig lijken te zijn voor de essntaksterfte. De stobben vertegenwoordigen ook hoge natuurwaarden, bijvoorbeeld als schuilgelegenheid voor kleine marterachtigen en als groeiplaats van mossen. eikenhakhout is ook mogelijk, maar komt van oorsprong meer voor op de droge gronden.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

71

Figuur IV- 2

Essengriend (foto A. Kinnaer).

Natuurvriendelijke oever Past in: alle gebieden. Goed voor: oeverplanten, amfibieën, insecten (zoals libellen), vissen. Belangrijk: flauwe oever (bij voorkeur 1:5 of flauwer) of plasdras oever (trapsgewijs aflopend). Hoe breder de oever hoe waardevoller voor verschillende soorten. Pas voor het ontwerp de ‘Handreiking Natuurvriendelijke Oevers, een standplaatsbenadering’ van Stowa (2010) toe om het type oever te bepalen.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

72

Figuur IV- 3

Natuurvriendelijke oever.

Poel of klein water Past in: alle gebieden (ook in tuinen!). Goed voor: amfibieën, insecten (zoals libellen), oeverplanten. Belangrijk: diepte tussen 60-100 cm, flauwe oevers (1:4 of flauwer) aan noord/west zijde. Ronde poelen passen landschappelijk minder goed in het komgebied. Hier zijn ook rechthoekige of langgerekte poelen (of geïsoleerde sloten) mogelijk.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

73

Figuur IV- 4

Poel.

Bloemrijk gras Past in: alle gebieden. Goed voor: insecten (zoals vlinders, wilde bijen en zweefvliegen), wilde planten. Belangrijk: bloemrijk gras ontstaat door extensief te maaien en maaisel af te voeren. Eventueel kan ingezaaid worden met een daarvoor speciaal geselecteerd bloemrijk grasmengsel met inheemse soorten. Gebruik hiervoor bij voorkeur gras (of maaisel) uit de directe omgeving.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

74

Figuur IV- 5

Bloemrijk gras.

Haag Past in: Kromme Rijn-gebied, bebouwde kom. Goed voor: Patrijs, struweelvogels, kleine marterachtigen, insecten (vlinders en wilde bijen). Belangrijk: bij een haag kan het zowel gaan om een strakke vlechtheg of kniphaag als om een losse haag of struweelhaag. Deze laatste heeft de hoogste biodiversiteit, maar ook een vlechtheg of kniphaag biedt al meerwaarde in de vorm van schuil- en broedgelegenheid en, indien de haag tot bloei komt, aanbod van nectar en stuifmeel. Een gemengde haag, bestaande uit meerdere soorten, geeft meer mogelijkheden voor verschillende soorten.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

75

Figuur IV- 6

Vlechtheg. Een kniphaag levert bijna evenveel biodiversiteit op en kost minder onderhoud.

Figuur IV- 7

Losse haag of struweelhaag.

Bloem- en zadenrijke akkerrand Past in: Kromme Rijn-gebied. Goed voor: boerenlandvogels, kleine marterachtigen, insecten (vlinders, wilde bijen). Belangrijk: inzaaien met inheems zaadmengsel dat past bij de ondergrond en/of extensief onderhouden van akkerranden.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

76

Figuur IV- 8

Bloemrijke akkerrand.

Ruigtestrook of ruige overhoeken Past in: Kromme Rijn-gebied. Goed voor: Patrijs, struweelvogels, kleine marterachtigen, insecten (sprinkhanen, vlinders en wilde bijen). Belangrijk: door extensief maaien en afvoeren ontstaan deze ruigtes. Het is belangrijk om over het belang van dit beeld te communiceren.

Figuur IV- 9

Ruigtestrook langs akker (foto: Stichting Kleine Marters).

Slibwand Past in: Kromme Rijn-gebied, bebouwd gebied Goed voor: vogels (oeverzwaluw en ijsvogel), wilde bijen. Belangrijk: het is een steile wand langs het water, opgebouwd uit baggerslib. Indien er ergens gebaggerd moet worden en het slib is niet verontreinigd, kan het slib op deze wijze verwerkt worden.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

77

Takkenril Past in: alle gebieden Goed voor: amfibieën, kleine marterachtigen Belangrijk: snoeiafval van grote takken kan hiervoor gebruikt worden. De takkenrillen ook onderhouden.

Figuur IV- 10

Takkenril.

Bomenrij Past in: alle gebieden Goed voor: vleermuizen, vogels Belangrijk: diversiteit in het bomenbestand, qua soort en leeftijd zorgt voor minder kwetsbaarheid bij plagen. Voorkeur voor inheemse soorten en diversiteit in bloeiseizoen. Bij toepassen uitheemse soorten, is de voorkeur voor zuidelijke Europese soorten. De soorten die hier op lezen (zoals insecten) kunnen Nederland dan makkelijker bereiken.

Figuur IV- 11

Bomenrij van populier.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

78

Overige beplanting Past in: bebouwd gebied Goed voor: vogels, insecten, amfibieën. Belangrijk: letten op voldoende nectarplanten en diversiteit in bloeiseizoen (bloeiboog voor hommels en vlinders en variatie in soorten voor andere wilde bijen).

Faunapassages Faunapassages zorgen ervoor dat kleine zoogdieren en amfibieën veilig een weg of spoorweg kunnen kruisen. In de Leidraad Faunavoorzieningen 2013 (Wansink et al., 2013) staat uitgebreid beschreven hoe een dergelijke voorziening moet worden aangelegd. De Leidraad is te downloaden van de site van het MJPO (www.mjpo.nl). Hieronder staan enkele voorbeelden, die in Zeist kunnen worden toegepast. Faunabuis Veel soorten kleine zoogdieren, kunnen via een buis veilig de overkant van een weg bereiken. Hoe groter de buis, hoe meer soorten er gebruik van maken.

Figuur IV- 12 Faunabuis.

Halfopen amfibieëntunnel Tunnel waarvan boven licht (en waarschijnlijk vooral ook lucht en regenwater) in kan vallen. Of deze beter werken dan een faunabuis is niet bekend. Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

79

Figuur IV- 13

Halfopen amfibieëntunnel.

Ecoduiker of loopstrook door duiker Veel kleine zoogdieren volgen graag oevers van watergangen. Waar deze een weg kruisen, steken ze vaak de weg over omdat ze niet graag door een duiker zwemmen (zelfs een otter zwemt niet door een duiker!) Daardoor vallen bij duikers vaak verkeersslachtoffers. Oplossing is een ecoduiker, met looppaden langs de randen. De looppaden moeten goed aansluiten op de oevers van de watergang. Bij bestaande situaties kan een looppad in een bestaande duiker worden aangebracht.

Figuur IV- 14

Loopstrook onder brug.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

80

Boombrug Een boombrug is een voorziening van die boomkronen met elkaar verbindt over een weg. Vaak worden ze aangelegd bij wegportalen (waar richtingaanwijzers of matrixborden aan hangen). Eekhoorns en boommarters blijven liever op hoogte, dan dat ze door een buis onder de weg door gaan. Ook vleermuizen kunnen er gebruik van maken om een weg over te steken.

Maatregelen bebouwd gebied Groen of bruin dak Past bij: alle platte daken of daken met een beperkte hellingshoek, van bestaande gebouwen met voldoende draagconstructie of nieuwbouw. Goed voor: vogels, insecten en planten, evenals verkoeling van het bebouwde gebied. Belangrijk: een groen dak afhankelijk van de draagkracht een beplanting met weinig wortelruimte (sedum, bodembedekker) of veel wortelruimte (boom). Een bruin dak is een dak met een laag grond, zand of puin, waar geen beplanting wordt aangebracht (hoogstens wordt er een zaadmengsel opgebracht). Hier moet vanzelf begroeiing op komen. Indien er voldoende draagkracht is, heeft een bruin dak vanuit biodiversiteit de voorkeur boven een groen dak. De gewenste dakopbouw kiezen in overleg met een specialist.

Figuur IV- 15

Groen dak.

Groene gevel Past bij: alle blinde muren, waarbij met zelfhechtende planten of een klimconstructie kan worden gewerkt. Goed voor: vogels, insecten, planten Belangrijk: bloeiende en besdragende soorten hebben extra aantrekkingskracht voor fauna.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

81

Figuur IV- 16

Groene gevel (foto: Subhrajyoti Saha)

Geveltuin Past bij: gevels met minimaal 0,5 meter ruimte naast de gevel, waar wat verharding kan worden verwijderd om een tuintje te maken. Goed voor: vogels, insecten, egel, planten. Belangrijk: nectarplanten zijn waardevol. Let op spreiding van het bloeiseizoen.

Figuur IV- 17

Geveltuin.

Kademuur of stapelmuur Past bij: watergangen binnen of bij bebouwd gebied, parken en tuinen. Goed voor: muurvegetatie, bij kademuren ook voor (onder)waterplanten, die weer interessante biotopen vormen voor insecten, (water)vogels en vissen.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

82

Belangrijk: kalkrijke metselspecie is interessant voor muurllora, evenals holtes tussen de stenen, waar planten zich kunnen vestigen of insecten verblijfsruimtes vinden.

Figuur IV- 18

Stapelmuur.

Wadi Past bij: groenstroken en parken om water op te vangen en eventueel te reinigen met een helofytenfilter. Goed voor: kleine zoogdieren, zoals de egel, amfibieën, vogels, insecten en planten. Belangrijk: een wadi kan op verschillende manieren ingericht worden, met gras, vaste planten, ruigtes en bosschages. Belangrijk is dat het hemelwater dat hier naartoe geleid wordt goed de grond kan intrekken.

Figuur IV- 19

Wadi

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

83

Natuurvriendelijke tuin Past bij: alle tuinen van mensen die de natuur dichtbij en de seizoenen willen beleven. Goed voor: vogels, insecten, amfibieën (als er wat water is), kleine zoogdieren, zoals de egel. Belangrijk: maken van verschillende gradiënten (overgangen) tussen hoog en laag, nat en droog, lage en hogere beplanting, gebruik van nectarplanten, besdragende struiken en rommelhoekjes. In het winterseizoen de tuin met rust laten en oude beplantingsdelen, zoals oude stengels, laten staan.

Figuur IV- 20

Natuurvriendelijke tuin met inheemse planten.

Nesthulp voor vogels Past bij: gebouwen, waar geen openingen meer in de constructie aanwezig zijn. Dit ondervangen door nestkast, inbouwkast, gevelsteen, speciale dakpannen, geen vogelschroot aanbrengen, etc. Goed voor: diverse vogels, zoals huismus, gierzwaluw, huiszwaluw. Belangrijk: er zijn diverse speciale (nest)kasten te koop. Bij nieuwbouw kunnen voorzieningen meteen worden ingebouwd. Een specialist kan advies geven over voorzieningen en positionering daarvan.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

84

Figuur IV- 21

Wit dakoverstek voor huiszwaluw.

Vleermuiskasten Past bij: gebouwen, waar geen openingen meer in de constructie aanwezig zijn. Dit ondervangen door kasten aan de gevel, inbouwkasten, gevelsteen, etc. Goed voor: gebouwbewonende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis Belangrijk: inbouwkasten hebben de voorkeur boven buiten opgehangen kasten, omdat ze veel duurzamer zijn.

Figuur IV- 22

Inbouwkasten voor vleermuizen.

Nesthulp voor wilde bijen (bijenhotel) Past bij: (moes)tuinen, parken, brede bermstroken. Goed voor: diverse insecten. Belangrijk: bijenhotels bestaan uit hout- of steenblokken met gaten, bundels bamboe of riet (aan één kant dicht!), met zachte kalkspecie gemetselde stenen, een leemwandje,

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

85

open bestrating of met (zand)voegen. De gaten in de hout- of steenblokken moeten aan één kant dicht zijn en glad afgewerkt, zonder rafels en splinters. De meeste wilde bijen (70%) nestelen overigens in de grond. Enkele soorten, zoals de pluimvoetbij, doen dat het liefst op kaal zand. Voor deze bijen zijn stukjes kaal zand of zandhopen een geschikte nesthulp. Nesthulpen voor wilde bijen hebben overigens alleen zin in de directe omgeving van geschikte nectar- en stuifmeelplanten.

Figuur IV- 23

Bijenhotel.

Drinkschaal Past bij: (moes)tuinen Goed voor: insecten en vogels Belangrijk: Voor insecten is het prettig als er in de schaal een steen ligt, zodat ze zich op kunnen warmen. Voor vogels is het goed om een ondiepe schaal te hebben, waar ze ook in kunnen baden.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

86

Figuur IV- 24

Drinkschaal (foto: Vivara.nl).

Egelhuis Past bij: tuinen, rommelhoekjes in openbare plantsoenstroken of parken Belangrijk: zet een egelhuis op een beschutte plek, onder een takken- of bladerhoop. Het plaatsen van een egelhuis heeft alleen zin als de tuin geschikt is voor egels, dus met voldoende beschutting en voedsel (zie natuurvriendelijke tuin). Zorg ervoor dat de tuin toegankelijk is voor egels, door een opening van 15 x 15 cm in schuttingen of hekken te maken. En zorg ervoor dat robotmaaiers van zonsondergang tot zonsopkomst uitgeschakeld zijn.

Figuur IV- 25

Egelhuis (foto: Vivara.nl).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

87

Figuur IV- 26

Egels zorgen zelf voor de aankleding van het egelhuis.

Ecologisch groenbeheer Ecologisch beheer van groenelementen is van belang om de waarde voor flora en fauna blijvend te verhogen. In grote lijnen komt dit beheer neer op: • Het vergroten van overgangen (gradiënt), bijvoorbeeld tussen hoge en lage begroeiing. • Gefaseerd beheer, dus bij elke beheerronde een (wisselend) deel onbeheerd laten. Zo kunnen soorten altijd vluchten naar het onbeheerde deel. • Verschralingsbeheer (afvoeren van maaisel of bagger).

Beheer bloemrijk gras Om gras bloemrijker te maken is een beheer van twee maal per jaar maaien waarbij het maaisel wordt afgevoerd (hooilandbeheer) het meest effectief. Belangrijk daarbij is het om gefaseerd te werken, dat wil zeggen dat per maaibeurt 10 - 20 % van de begroeiing blijft staan. Een bijzondere manier van gefaseerd maaien en afvoeren is het sinusbeheer, ontwikkeld door Jurgen Couckuyt, waarbij in steeds wisselende slingerende banen wordt gemaaid (zie bijlage 2). Ook met begrazing is bloemrijk gras te realiseren. Dat is echter lastiger te realiseren dan met maaien en afvoeren van het gras.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

88

Inzaaien of niet inzaaien? De laatste jaren is het inzaaien van bloemen voor bijvoorbeeld bijen populair. In zogenaamde bijenmengsels zitten echter vaak veel uitheemse soorten, die er wel vrolijk uitzien, maar waar maar weinig wilde bijen van profiteren. Bovendien gaan deze mengsels ten koste van inheemse soorten. Inzaaien is duur en het effect is vaak maar kort. Inzaaien kan gunstig zijn als: • gebruik gemaakt wordt van inheemse soorten, waarvan het zaad liefst in de directe omgeving is geoogst (bijvoorbeeld door het uitspreiden van hooi van een geschikte andere locatie); • het zaadmengsel goed wordt afgestemd op de situatie ter plekke (bodemsoort, vocht, beschaduwing, enzovoorts). Zaaien heeft doorgaans een beter effect als het plaatsvindt op onbegroeide bodem, dan wanneer er al gras aanwezig is. Gazons Ook gazons kunnen bloemrijk zijn met typische gazonbloeiers als madeliefje, paardenbloem en draadereprijs. Ook deze planten zijn waardevol als nectarplant. Bovendien is gazon van belang voor vogels als de merel. Maai gazons niet te vaak en niet te laag, om bloeiende planten een kans te geven. Indien tijdens de bloei gemaaid moet worden, maai dan ook gazons gefaseerd. Voer bij voorkeur ook het maaisel van gazons af. Schonen oppervlaktewater Bij het schonen van oppervlaktewater is het van belang dat per schoningsbeurt 25-50% van het oppervlak ongemoeid wordt gelaten.

Als er teveel waterplanten worden verwijderd, kunnen de overblijvende waterplanten te weinig voedingsstoffen uit het water halen. Dat veroorzaakt een sterke algengroei, waardoor het water troebel wordt. Ook treden sneller problemen op met ziekten als botulisme. Tot slot kan het water zuurstofloos worden als de algen in het najaar allemaal tegelijk afsterven en verrotten. Beheer verhardingen In Zeist houdt de gemeente verhardingen gelukkig al lange tijd niet meer onkruidvrij met gif, maar met borstelen en of verhitten. Vaak wordt aangeraden om verhardingen in mortel te leggen en te voegen met voegmortel. Dit voorkomt weliswaar onkruid, maar zorgt ervoor dat de verharding nog minder waterdoorlatend wordt. Daarnaast zijn er veel soorten wilde bijen, die hun nestjes maken in het voegzand tussen de tegels. Beheer bomen Het beheer van bomen in Nederland komt voort uit de praktijk van de bosbouw ten behoeve van de houtoogst. Oude en zieke bomen worden daarom relatief snel gekapt, omdat ze gevaar op zouden leveren. Juist oude en holle bomen leveren echter veel biodiversiteit op. Op Engelse landgoederen is veel ervaring met een andere vorm van het beheer van bomen, gericht op het zo lang mogelijk handhaven van de bomen. Een techniek die ook in Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

89

Nederlandse parken goed kan worden toegepast, is de zogenaamde breuksnoei. Deze snoeimethode is kortgeleden in Nederland geïntroduceerd en is er op gericht oudere, door zwammen geïnfecteerde bomen, een tweede jeugd te geven. Met deze snoeitechniek kunnen bomen honderden jaren oud worden, zonder gevaar op te leveren voor de bezoekers van parken.

Tijdelijke natuur Op braakliggende stukken grond is soms spontane natuur ontstaan. Met de bestemming ‘tijdelijke natuur’ zorgt de gemeente dat deze groene ruimte dienst kan doen als verblijf- en foerageergebied zonder dat het daarmee in strijd is met de Wet natuurbescherming.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

90

Bijlage V Sinusbeheer

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

91

Handleiding Sinusbeheer Door Jurgen Couckuyt, Singeldreef 42, 9160 Lokeren, België. Tel.+32 (0)473 43 62 24 couckuyt.jurgen@telenet.be

Wat is een sinus? Een sinus is een golvende lijn (in de huidige context door mij een sinuspad genoemd) die afwisselend in de tijd een middellijn meermaals doorkruist. De frequentie van deze sinus wordt bepaald door het aantal keren dat je deze middellijn doorkruist. Je kan de frequentie in de tijd aanpassen door zowel de hoogte van de sinus als de breedte van de sinus te veranderen. En dat is nu net de bedoeling wanneer je het sinuspad (rode lijn) maait. Variëren met de hoogtes en breedtes van de sinus.

De vorm van een sinuspad wordt willekeurig bepaald door de hoogte en breedte.

VVE WG Dagvlinders. Persoonlijk onderzoek 2015-2 Jurgen Couckuyt

2015.iv.04 0473 43 62 24

p 19 couckuyt.jurgen@telenet.be

Uitvoering van het sinusbeheer. Omdat dagvlinders graag in een gunstig microklimaat vertoeven, werken we steeds tegen een houtkant of bosrand aan. Het hooiland gaat zo in een meer gevarieerde manier over in de ruigte en/of mantelzoom i.p.v. de scherpe overgang bij het gefaseerd maaibeheer. De optimale situatie voor een ideaal microklimaat is een houtkant of bosrand die zuidwaarts gericht ligt (dus in het noorden van je gebied). In de onderstaande voorbeelden ligt de bosrand dus ook in het noorden.

Sinusbeheer is een vergevorderde methode die zowel hooilandbeheer als insectenbeheer samen laat gaan. Hooilandbeheerders die met beide streefdoelen willen rekening houden, staan steeds voor een dilemma, nl. ik moet maaien want anders verschraal ik niet, en ik mag niet maaien want dat is nefast voor insecten die afhankelijk zijn van een bloemrijk hooiland. sinusbeheer laat beide toe én met extra veel voordelen! In deze handleiding wordt enkel de werkwijze belicht. Wie meer wil weten over het waarom van sinusbeheer, kan binnenkort een uitgebreid artikel verwachten in natuurbladen en wetenschappelijke tijdschriften.

VVE WG Dagvlinders. Persoonlijk onderzoek 2015-2 Jurgen Couckuyt

2015.iv.04 0473 43 62 24

p 20 couckuyt.jurgen@telenet.be

Stap 1: het sinuspad A.

Naarmate het gras begint te groeien in het voorjaar is het tijd om een eerste sinuspad te maaien. 1. Maak een slingerend pad (sinuspad) met de maaibalk parallel met de houtkant/bosrand. 2. Varieer met de frequentie van het sinuspad zowel in de hoogte als in de breedte. 3. Vermijdt een monotone sinus. Varieer! 4. Durf met de sinus ook eens in de houtkant/bosrand te maaien alsook veel verder in het hooiland (dit is de hoogte van de frequentie). 5. Voer het maaisel uit het sinuspad zodra dit droog is.

VVE WG Dagvlinders. Persoonlijk onderzoek 2015-2 Jurgen Couckuyt

2015.iv.04 0473 43 62 24

p 21 couckuyt.jurgen@telenet.be

Stap 2: eerste maaibeurt van het hooiland.

Wanneer je het tijd acht om het hooiland te maaien. 1. Maai dan enkel de binnenzijde van het hooiland (wit gedeelte). 2. Het sinuspad en de buitenzijde van het hooiland (groen gedeelte) worden niet gemaaid! 3. Voer het maaisel uit het hooiland na een 2-tal dagen wanneer dit gedroogd is.

VVE WG Dagvlinders. Persoonlijk onderzoek 2015-2 Jurgen Couckuyt

2015.iv.04 0473 43 62 24

p 22 couckuyt.jurgen@telenet.be

Het gemaaide hooiland groeit langzaam weer aan en wordt gedomineerd door een zomerbloei (lichtgroene gedeelte).

VVE WG Dagvlinders. Persoonlijk onderzoek 2015-2 Jurgen Couckuyt

2015.iv.04 0473 43 62 24

p 23 couckuyt.jurgen@telenet.be

Stap 3: het tweede sinuspad B.

Nadat het gemaaide hooiland weer is aangegroeid, wordt het tijd om een tweede sinuspad B te maaien. 1. Maai een nieuw sinuspad B maar let op dat dit verschoven is t.o.v. het eerste sinuspad A dat visueel nog altijd zichtbaar is. (groene kleurschakeringen). 2. Varieer ook nu weer met de frequentie van de sinus zowel in de hoogte als breedte. 3. Voer ook nu weer het maaisel af eens gedroogd.

VVE WG Dagvlinders. Persoonlijk onderzoek 2015-2 Jurgen Couckuyt

2015.iv.04 0473 43 62 24

p 24 couckuyt.jurgen@telenet.be

Stap 4: de tweede maaibeurt.

Als de tijd weer rijp is, kunnen we het hooiland een tweede maaibeurt geven. 1. Neem het tweede sinuspad B als grens tussen het niet gemaaide gedeelte (groen gedeelte) en het te maaien (wit) gedeelte. 2. Het sinuspad wordt niet meegemaaid! 3. Voer het maaisel af na een 2-tal dagen eens dit droog is.

Zoals u kan zien, treedt er t.o.v. de eerste maaibeurt een variatie op in de vegetatiestructuur. Dit merk je a.d.h.v. de verschillende groenschakeringen. Deze situatie treedt niet op bij gefaseerd maaibeheer!

VVE WG Dagvlinders. Persoonlijk onderzoek 2015-2 Jurgen Couckuyt

2015.iv.04 0473 43 62 24

p 25 couckuyt.jurgen@telenet.be

Na de tweede maaibeurt (zomer) groeit ook nu het gemaaide hooiland weer aan. Bij een zachte winter kan het gras zelfs zeer lang doorgroeien waardoor het hooiland in een ongewenste situatie de winter ingaat (lichtgroene gedeelte).

VVE WG Dagvlinders. Persoonlijk onderzoek 2015-2 Jurgen Couckuyt

2015.iv.04 0473 43 62 24

p 26 couckuyt.jurgen@telenet.be

Stap 5: het derde sinuspad C.

Tijdens lange nazomers en zachte winters blijft het gras groeien. In dat geval maaien we een derde sinuspad C. 1. Varieer ook nu weer met de frequentie t.o.v. de 2 vorige sinuspaden. Dit is nog steeds visueel merkbaar (groene kleurschakeringen). 2. Durf bij dit sinuspad meer in het hooiland te gaan (hoogte van de sinus). 3. Voer het maaisel af eens gedroogd.

NB. Dit sinuspad kan dus zowel in de late zomer of zelfs in de winter gemaaid worden!

VVE WG Dagvlinders. Persoonlijk onderzoek 2015-2 Jurgen Couckuyt

2015.iv.04 0473 43 62 24

p 27 couckuyt.jurgen@telenet.be

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10089380/1