CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-21RV028 Samen voor meer biodiversiteit in Zeist (Eindrapport)

Overige evenementen 25 mei 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Ronde Tafel RV Samenwerken aan biodiversiteit15.656 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist! in de buitenruimte van Zeist

J.D. Buizer A.A. van Helsdingen

“Samen voor meer biodiversiteit” in de buitenruimte van Zeist

Auteurs: J.D. Buizer, A.A. van Helsdingen Status uitgave: eindrapport Rapportnummer:

20-116

Projectnummer:

20-0210

Datum uitgave:

5 februari 2021

Foto's:

J.D. Buizer, Bureau Waardenburg bv (tenzij anders vermeld)

Projectleider:

ir. A.A. van Helsdingen

Naam en adres opdrachtgever:

Gemeente Zeist Postbus 513 3700 AM Zeist

Referentie opdrachtgever:

0368399, 28 mei 2020

Akkoord voor uitgave:

drs. D. Emond,

Paraaf: Graag citeren als: Buizer, J.D., Helsdingen, A.A van. 2020. “Samen voor meer biodiversiteit” in de buitenruimte van Zeist. Bureau Waardenburg, Rapportnr. 20-116, Bureau Waardenburg, Culemborg. Trefwoorden: Biodiversiteit, ecologische verbinding, ecologische maatregelen Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Bureau Waardenburg bv / Gemeente Zeist. Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is door CERTIKED gecertificeerd overeenkomstig ISO 9001: 2015.

Bureau Waardenburg bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Bureau Waardenburg, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@buwa.nl, www.buwa.nl

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

2

Voorwoord Voor u ligt de biodiversiteitsvisie voor de buitenruimte van gemeente Zeist. Wij vinden biodiversiteit belangrijk en schetsen daarom in dit plan de mogelijkheden voor het vergroten van de biodiversiteit in Zeist en de acties die wij de komende periode in de buitenruimte gaan nemen om de biodiversiteit te verbeteren. Niet alleen wijzelf vinden biodiversiteit belangrijk. De inwoners ook, zoals blijkt uit eerdere reactie uit de "Maaltijd van Zeist" en uit het grote aantal reacties dat is binnengekomen op onze raadpleging door middel van Storymaps. De reacties konden niet allemaal een op een verwerkt worden in dit plan. In het kader van Samen Duurzaam Zeist kunnen in de toekomst mogelijk meer ingebrachte actiepunten worden opgepakt. Maar ook de Groene Makelaar kan een belangrijke rol spelen bij het verbinden van bewoners en organisaties met de gemeente en stimuleren van meer biodiversiteit, ontstenen en vergroenen. Deze biodiversiteitsvisie biedt handvatten voor de gemeente in het beheer van de openbare ruimte, maar daarnaast ook voor bijvoorbeeld inwoners en projectontwikkelaars. Het plan vormt hiermee een eerste stap in de ontwikkeling van het thema biodiversiteit in het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid en Samen Duurzaam Zeist. Dit plan is in opdracht van de gemeente Zeist geschreven door Bureau Waardenburg.

Geelsprietdikkopje.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

3

Inhoud 1

2

3

4

Voorwoord

3

Visie op biodiversiteit in Zeist

6

1.1

Wat is biodiversiteit?

6

1.2

Waarom is biodiversiteit belangrijk?

6

1.3

Wat wil de gemeente Zeist? Onze visie.

7

1.4

Ambassadeursoorten

9

1.5

Wie gaat het doen?

10

1.6

Leeswijzer

11

Wat hebben we nu in Zeist?

12

2.1

Huidige karakteristiek Zeist in hoofdlijnen

12

2.2

De natuur in Zeist in het kort

15

2.3

De stand van de biodiversiteit in Zeist

22

2.4

Wat doet gemeente Zeist nu al voor de biodiversiteit?

25

2.5

Het groene netwerk Zeist

28

Verbetermogelijkheden voor de biodiversiteit per deelgebied

30

3.1

Deelgebied 1 Willem-Arntzbos

32

3.2

Deelgebied 2 Den Dolder

35

3.3

Deelgebied 3 Bosch en Duin

37

3.4

Deelgebied 4 Vliegbasis Soesterberg

39

3.5

Deelgebied 5 Sterrenberg

41

3.6

Deelgebied 6 Huis ter Heide

43

3.7

Deelgebied 7 Panbos

45

3.8

Deelgebied 8 Zeist Noordwest

47

3.9

Deelgebied 9 Zeist Oost

49

3.10 Deelgebied 10 Zeisterbosch en Austerlitz

51

3.11 Deelgebied 11 Zeist Zuid-West

53

3.12 Deelgebied 12 Kerkebosch/Hoge Dennen

55

3.14 Deelgebied 13 Kromme Rijn-gebied

57

Strategie

59

4.1

Inleiding

59

4.2

Uitvoeren van enkele projecten in het gemeentelijk beheer

59

4.3

Kansen grijpen in de toekomst

60

4.4

Voorlichting

61

4.5

Financieringsmogelijkheden

62

Literatuur

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

63

4

Bijlage I

Visiekaart

64

Bijlage II

Kaart Groen Netwerk Zeist

65

Bijlage III

Doelsoorten en maatregelen

67

Bijlage IV

Maatregelen voor biodiversiteit

71

Bijlage V

Sinusbeheer

91

Biefstukzwam

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

5

1 Visie op biodiversiteit in Zeist Zeist is een groene gemeente, die de biodiversiteit hoog in het vaandel heeft staan. Maar wat is biodiversiteit eigenlijk? Waarom is het belangrijk de biodiversiteit te verbeteren? En hoe willen we dat gaan doen? Met deze visie geven we een antwoord op deze vragen. In de Brede Milieu Visie hebben we een toekomst voor Zeist geschetst waar het behoud van groen: ‘een groen dooraderd Zeist’ één van de pijlers is voor een groen en duurzaam Zeist. Het belang van biodiversiteit is inmiddels nóg belangrijker als bij het vaststellen van de Brede Milieu Visie: meer en meer is bekend hoe onder andere door onze huidige leefwijze de biodiversiteit onder druk is komen te staan. Als kaderstelling voor onze inzet op groen in de openbare ruimte hebben we het groenstructuurplan. Dat gaat over al het groen in de bebouwde kom. Ook in dit plan hebben we al aangegeven dat we met het stadsgroen een bijdrage willen leveren aan het verbeteren van de biodiversiteit. In deze biodiversiteitsvisie werken we verder uit hoe we dat gaan aanpakken. En daarnaast gaat dit plan niet alleen over de bebouwde kom, maar ook over het buitengebied. Voor het buitengebied hebben we eerder samen met onze buurgemeenten het Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied+ opgesteld. Dat ging vooral over het landschap, maar ook in dat plan is al veel geschreven over biodiversiteit.

Met het nu voorliggende plan bouwen we op de eerdere plannen voort en geven we onze visie op de biodiversiteit in de hele gemeente Zeist. Niet alleen over het gemeentelijk groen, maar ook over de natuurgebieden, het landbouwgebied, tuinen en gebouwen.

1.1

Wat is biodiversiteit? Eenvoudig gezegd is biodiversiteit de variatie aan in het wild levende planten en dieren op de wereld. Waarschijnlijk heeft iedereen wel gehoord dat veel soorten planten en dieren uitsterven of dreigen uit te sterven. Ook in Nederland en in Zeist gaan veel soorten in aantal achteruit of dreigen ze zelfs uit te sterven. Biodiversiteit wordt ook wel “ecologische diversiteit” genoemd. Ecologie gaat over hoe planten en dieren samenleven en elkaar beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan dieren die planten eten of roofdieren die anderen dieren opeten.

1.2

Waarom is biodiversiteit belangrijk? Waarschijnlijk merken we er weinig van als een soort er niet meer is. Zeker als het een klein insect betreft waar de meeste mensen overheen kijken. Waar maken die natuurorganisaties zich dan druk om, zou je zeggen? Het probleem is dat we niet weten wanneer het wel effect heeft. We weten niet in hoeverre de biodiversiteit kan dalen totdat we problemen krijgen met bijvoorbeeld de teelt van onze groenten en fruit. Op dit moment is de achteruitgang van de bijen erg in het nieuws. Wilde bijen en hommels zorgen voor een groot deel van de bestuiving van vele soorten groenten en fruit. Zonder die bijen Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

6

worden de planten niet bestoven en dus niet bevrucht. Hierdoor kunnen de planten geen wortels of vruchten ontwikkelen die wij eten (bron: S. Elzerman). Diversiteit binnen een systeem wordt vaak gezien als randvoorwaarde om veerkrachtig te kunnen reageren op veranderingen die zich voordoen (bijvoorbeeld klimaatverandering). Het gaat in deze beschrijving alleen over het praktische nut van biodiversiteit voor de mens. Maar behalve praktisch nut, genieten ook steeds meer mensen van de biodiverse natuur. Mensen recreëren in de natuur. Ze wandelen of fietsen er in en steeds meer mensen genieten van het kijken naar vogels en andere dieren of planten. Soms zo veel dat de biodiversiteit daar zelfs onder lijdt! Tot slot kunnen we ons afvragen of de mens de enige is die recht heeft op een geschikt leefgebied op de aarde. Zelfs als dat ten koste gaat van andere levende wezens. De planten en dieren op deze aarde vertegenwoordigen een eigen waarde en hebben evenals wij het recht op een plek op deze aarde.

1.3

Wat wil de gemeente Zeist? Onze visie. De gemeente Zeist wil zich de komende jaren inzetten voor het verbeteren van de biodiversiteit in de gemeente. We willen dat doen door: 1. te zorgen voor meer ruimte (meer plekken) waar (wilde) planten en dieren kunnen leven; 2. te zorgen dat de kwaliteit van die plekken beter wordt, zodat ze geschikt worden voor meer planten en dieren; 3. te zorgen dat al deze plekken zo goed mogelijk met elkaar verbonden zijn, zodat planten en dieren er ook kunnen komen. Voor Zeist zou dat er uit zien als: • Zo veel mogelijk aaneengesloten natuurlijk gebied van de Utrechtse Heuvelrug met het vliegveld Soesterberg als bijzonder gebied voor diverse soorten. • Verbindingen van de Utrechtse Heuvelrug naar het Kromme Rijn-gebied, met oversteekvoorzieningen bij drukke wegen. • Zo veel mogelijk verbindende landschapselementen, zoals sloten, bosjes en lanen in het open rivierengebied van de Kromme Rijn. • De groengebieden van de Stichtse Lustwarande veiligstellen en inrichten en beheren als verbinding tussen de Utrechtse Heuvelrug en het rivierengebied. • De kwaliteit van een aantal grotere groengebieden in de bebouwde kom verbeteren. • Deze groengebieden met elkaar verbinden, zoals het Sanatoriumbos en het Brinkpark, door lanen, bloemrijke bermen en watergangen (natuurverbindingen).

• “Oversteekvoorzieningen” voor dieren bij wegen, waar deze een verbinding kruisen: faunavoorzieningen genoemd. • De kwaliteit van het gebied tussen de groengebieden en de natuurverbindingen verbeteren als leefgebied voor planten en dieren, zoals de landbouwgebieden, maar ook tuinen en gebouwen.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

7

•

Zeist wil zich extra inzetten voor de wilde bijen. Speciaal hiervoor willen we een ‘bijencorridor’ aanleggen. Dit is een groene verbinding voor wilde bijen, vanuit Zeist-West naar het Zeisterbos en de vliegbasis Soesterberg.

Visiekaart Deze visie is schematisch weergegeven op een kaart (zie figuur 1.1 op pagina 9). Deze kaart geeft de hoofdlijnen weer van onze aanpak voor de biodiversiteit (voor zover dat op een kaart is weer te geven). Deze visie werken we verder uit in de Groene Netwerkkaart in paragraaf 2.5. Op de Visiekaart is het volgende weergegeven: • • •

•

• •

•

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat de grotere aaneengesloten natuurgebieden buiten de bebouwde kommen van Zeist vertegenwoordigt. De grotere groengebieden in de bebouwde kom zijn schematisch als rechthoek weergegeven. De natuurverbindingen in het NNN en tussen NNN-gebieden, door het buitengebied. Deze zijn schematisch weergegeven als pijlen, maar zijn in werkelijkheid veel breder dan de pijlen. De pijlen dienen om aan te geven welke verbindingsrichting belangrijk is en welke barrières, zoals wegen, er in liggen. De natuurverbindingen door de bebouwde kom. Dit zijn lijnvormige verbindingen door de bebouwde kom. Het kunnen zijn: o droge en natte verbindingen: een watergang met groen erlangs; o droge verbindingen: verbindingen zonder watergang, maar met (bijvoorbeeld) bloemrijk gras, ruigte, struiken en of bomen; o bomenrijen waarvan de boomkronen elkaar raken; o bomenrijen waarvan de boomkronen elkaar niet raken. De drukkere wegen en de spoorlijn zijn ook op de visiekaart weergegeven. Waar een natuurverbinding een weg of spoorlijn kruist, is een ‘faunapassage’ een oversteekplaats voor dieren nodig. Op sommige plekken liggen al faunapassages. Op veel plekken zijn ze er nog niet. Op de visiekaart zijn enkele faunapassages die er al zijn weergegeven en een aantal plekken waar een faunapassage nodig is.

We geven in deze visie biodiversiteit nog niet aan voor wat voor dieren een faunapassage nodig is en hoe die er uit moet zien. Dat moet dus later nog uitgewerkt worden. Plekken waar mogelijk kwelwater omhoogkomt. Dit zijn belangrijke plekken, omdat hier bijzondere natuur mogelijk is.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

8

Figuur 1.1

1.4

Visiekaart biodiversiteit

Ambassadeursoorten Om vast te stellen wat we moeten doen voor meer biodiversiteit, maken we in dit plan gebruik van ambassadeursoorten. Ambassadeursoorten zijn soorten planten of dieren, die thuishoren in het Zeister landschap, maar die daar alleen kunnen leven als de kwaliteit goed genoeg is. Als de kwaliteit van het landschap zo goed is dat deze soorten er kunnen leven, betekent dit dat er ook veel andere soorten kunnen leven. Deze soorten geven daarmee een beeld van het soort natuur dat we op een bepaalde plek nastreven. Maar het is zeker niet zo dat we alleen deze soorten belangrijk vinden. Soms kiezen we voor een soort als ambassadeur, zoals bijvoorbeeld de eekhoorn. Maar soms kiezen we ook voor een groep dieren, zoals bijvoorbeeld wilde bijen en hommels. Dat doen we vooral als het gaat om dier- of plantgroepen met veel, niet zo bekende soorten. Provincie Utrecht heeft voor haar natuurbeleid ‘icoonsoorten’ vastgesteld De provincie heeft een speciale verantwoordelijkheid voor de beschermde en bedreigde planten en dieren die in Utrecht voorkomen. De provincie heeft een lijst opgesteld van 517 van deze soorten. Dit noemt de provincie aandachtsoorten. De provincie heeft hiervan 41 benoemd tot icoonsoort. Deze 41 staan symbool voor alle aandachtsoorten. In Zeist komen 14 van Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

9

de 41 Utrechtse icoonsoorten voor1. Het gaat vooral om soorten die in natuurgebieden voorkomen. Een enkele soort is ook in de bebouwde kom te vinden, bijvoorbeeld in parken maar soms zelfs in gebouwen. Zo is de gevlekte witsnuitlibel te vinden in enkele parken, waaronder park de Brink. De gierzwaluw broedt in gebouwen. De franjestaart (een vleermuis) overwintert in gebouwen (meest buiten de bebouwde kom) en verblijft in de zomer in holle bomen, bijvoorbeeld op de landgoederen. We nemen deze soorten niet allemaal op als ambassadeurssoort, maar zorgen dat met ‘onze’ ambassadeurssoort het leefmilieu voor deze icoonsoorten wordt veiliggesteld.

1.5

Wie gaat het doen? Met dit plan bekijken we wat we al goed doen en waar we nog dingen kunnen verbeteren. Daarbij houden we ook rekening met andere belangen. Want we moeten in Zeist natuurlijk wel prettig kunnen blijven wonen, werken en recreëren. Verder staat er in het plan niet alleen wat we als gemeentelijke organisatie gaan doen, maar ook wat we aan anderen kunnen vragen om te doen voor de biodiversiteit. Bijvoorbeeld rond (of aan) het huis, in de tuin, op de akker of in de wei. De gemeente heeft beperkte mogelijkheden om iets te doen om de biodiversiteit te versterken. Maar we willen deze beperkte middelen inzetten, om waar mogelijk de biodiversiteit te versterken. Daarbij hebben we de medewerking van anderen nodig Wat doen we als gemeente zelf? • We gaan nog beter rekening houden met de biodiversiteit in het groenbeheer van de gemeentelijke eigendomen (zoals bermen en parken). Waar mogelijk breiden we het ecologisch beheer uit. We gaan het beheer dat anderen voor ons uitvoeren beter borgen. We moeten hierbij wel rekening houden met de kosten. • Biodiversiteit binnen onze organisatie breed onder de aandacht brengen. • Biodiversiteit meenemen in andere werkzaamheden (de inrichting van nieuwe bouwplannen, herinrichting, groot onderhoud). • Bewoners vertellen over wat zij kunnen doen.

Waar hebben we anderen voor nodig? • Bewoners: maatregelen nemen aan eigen huis, tuin en erf. • Bewoners: meedenken met gemeente, signaleren • Bewoners: invloed uitoefenen op medebewoners, gemeente, provincie, grondeigenaren/-gebruikers/-beheerders2. • Grondeigenaren/-gebruikers/-beheerders: maatregelen nemen op hun percelen. • Projectontwikkelaars en tuinprofessionals: natuurinclusief bouwen en ontwerpen.

1

Dit zijn de franjestaart, de gevlekte witsnuitlibel, de gierzwaluw, de grote modderkruiper, de grote veldhommel, de kamsalamander, de kievit, de kleibosrussula, de kommavlinder, de nachtzwaluw, de ringslang, de veldkrekel, de wollige bisschopsmuts en de zandhagedis 2 Hieronder vallen ook de natuurbeherende organisaties. Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

10

1.6

Leeswijzer In hoofdstuk 2 staat een beschrijving van Zeist en kansen en knelpunten op hoofdlijnen bij het vergroten van de biodiversiteit. In hoofdstuk 3 beschrijven we de huidige natuurwaarden per deelgebied en hoe we de waarden voor de natuur kunnen vergroten. In hoofdstuk 4 staat de strategie beschreven hoe we dit willen gaan bereiken en welke prioriteiten we stellen.

Figuur 1.2

Weidebeekjuffer.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

11

2 Wat hebben we nu in Zeist? In dit hoofdstuk beschrijven we kort het landschap van Zeist en de verschillende typen gebieden voor dieren en planten die daar voorkomen. Vervolgens geven we aan waar kansen en knelpunten liggen op het gebied van biodiversiteit op hoofdlijnen.

2.1

Huidige karakteristiek Zeist in hoofdlijnen De basis Voor de natuur en de biodiversiteit maakt het nogal uit wat voor grondsoort er ligt en daarmee samenhangend of het er droog of nat is. Op zandgrond ontstaat een heel ander soort natuur dan op kleigrond. En op droge grond groeien andere planten dan op vochtige of natte grond. Figuur 2.1 (volgende bladzijde) is een kaart waarop de bodemsoorten in Zeist zijn verdeeld in vier soorten: • Rose: grof zand, dat daar in de voorlaatste ijstijd is neergelegd door gletsjers of smeltwater daarvan; • Geel: fijn zand, dat in de laatste ijstijd is afgezet door de wind (dekzanden), en dat later soms weer is verstoven (stuifzanden); • Bruin: een zwartig mengsel van zand en humus, dat de mens daar heeft neergelegd, door eeuwenlang een mengsel van mest en heideplaggen op de akker aan te brengen: dit zijn de enkeerdgronden; • Groen: kleigrond, die daar door de Kromme Rijn is afgezet. Als we de fijne en grove zandgronden bij elkaar nemen, kunnen we Zeist indelen in drie zones: De Heuvelrug Op de Heuvelrug liggen hogere en drogere, arme zandgronden. Hier trekt het regenwater snel de grond in. Na de laatste IJstijd is hier bos gaan groeien. Door het eeuwenlang verzamelen van bosstrooisel en het veelvuldig kappen van de bomen, verarmde de grond en kwam er heide voor in de plaats.

Op de heide graasden kuddes schapen en er werden heideplaggen gestoken. Als de heide te intensief werd begraasd en geplagd, verarmde de grond zo ver, dat er stuifzanden ontstonden. Vanaf het einde van de achttiende eeuw is er op de Heuvelrug weer veel bos geplant, bij de aanleg van de landgoederen. Hiervoor zijn vooral veel naaldbomen gebruikt, zoals grove den, fijnspar en Douglasspar. Later is men hier ook gaan wonen, in dorpen zoals in Den Dolder en Austerlitz en in wijken zoals Bosch en Duin of Kerckebosch.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

12

Figuur 2.1

Vereenvoudigde bodemkaart (bron: PDOK).

De Overgangszone De Overgangszone ligt op de rand van de stuwwal en het rivierdal. Dit is de zone waarop het dorp Zeist van oorsprong is ontstaan. Deze overgang van hoog naar laag was een gunstige plek om te wonen: het overstroomde zelden, maar de rivier had hier wel wat slib afgezet, waardoor de grond vruchtbaarder was dan op de Heuvelrug. Tegelijkertijd was de grond goed bewerkbaar voor de eenvoudige ploegen die toen in gebruik waren. Hier liggen de oude dorpen en hun akkers, de rijkere enkeerdgronden. Deze vruchtbare gronden, ontstaan door eeuwenlange bemesting en voldoende beschikbaarheid van water, waren erg geschikt voor de aanleg van parken en tuinen. In deze zone zijn daarom vanaf eind 17e eeuw veel landgoederen en buitenplaatsen aangelegd; de Stichtse Lustwarande. Nu is een Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

13

deel van deze landgoederen bebouwd en woonwijk geworden, zoals Patijnpark en Valkenbosch. Het Kromme Rijn-gebied Het Kromme Rijn-gebied is het laagst gelegen en vrij open kleigebied. Dit gebied is natter. In de laagste delen van het gebied lagen hooilanden en grienden. De wat hogere en drogere delen waren geschikt als weiland of akker. Ook daar is gebouwd, zoals Zeist ZuidWest. Ook slot Zeist ligt in dit gebied. Door het gebied lopen lanen zoals de Koelaan, de Kouwenhovenselaan en de Blikkenburgerlaan. Provincie Utrecht heeft het rivierengebied, waar het Kromme Rijngebied binnen ligt, aangewezen als natuurparel. De Blikkenburgerlaan is daarbij apart genoemd als natuurparel, vanwege de bijzondere paddenstoelen die langs de laan voorkomen.

Figuur 2.2

De drie landschapszones in Zeist

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

14

Hoe verhouden de landschapszones zich tot elkaar? De drie landschapszones hebben elk hun eigen soort natuur, met hun eigen plantengroei. Van veel diersoorten strekt het leefgebied zich echter uit over meerdere zones. Van oorsprong gaat dat bijvoorbeeld om soorten die in de zomer in het Kromme Rijn-gebied leefden en die bij hoge waterstanden in de winter naar de Heuvelrug trokken. Maar ook nu nog zijn er vele soorten die in de drie zones voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan de ree en de das. Voor deze soorten is het belangrijk dat ze van de ene naar de andere zone kunnen trekken.

2.2

De natuur in Zeist in het kort Gemeente Zeist is een groene gemeente met veel natuur. Een groot deel van de natuur in Zeist is bos. Hier en daar zijn stukken heide. In Zeist is maar weinig grond in gebruik voor de landbouw. Het meeste daarvan ligt in het Kromme Rijn-gebied. Bos Zeist is een groene en vooral bosrijke gemeente. De grootste aaneengesloten stukken bos liggen op de Heuvelrug. Het grootste deel van het bos in Zeist bestaat uit een mengsel van naald- en loofbomen. In Zeist ligt meer dan 1200 ha gemengd bos. Gemengd bos komt voor op de Heuvelrug en de Overgangszone. Het gaat om verschillende bostypen. Op de Heuvelrug komt bijvoorbeeld veel bos van grove den met ruwe berk voor. In de Overgangszone zijn naaldbomen eerder gemengd met soorten als gewone es, zomereik en beuk. Ongemengd naaldbos staat alleen op de Heuvelrug. Het gaat om ongeveer 480 ha. Vaak zijn het bossen van grove den. Ongeveer 360 ha van de bossen zijn loofbossen. Deze staan verspreid over de hele gemeente. In het Kromme Rijn-gebied komen naast loofbossen ook hier en daar grienden van wilg of els voor. Het gaat om een kleine oppervlakte, in totaal ongeveer 18 ha. Veel bos in Zeist is al erg oud. Het stond er al in 1850. Daardoor hebben deze oude bosgroeiplaatsen een bijzondere bodem. Wel is het bos meestal aangeplant en is er veel gekapt en opnieuw geplant.

De meeste bomen die hier groeien, zijn ergens anders opgekweekt tot plantmateriaal (bosplantsoen). Er zijn ook plekken waar bomen en struiken staan die rechtstreeks afstammen van de oorspronkelijke inheemse bomen en struiken, die na de IJstijd zelf Nederland hebben bereikt. Deze oude boskernen kunnen stukken bos zijn, maar ook houtwallen of soms enkele bomen of struiken. Provincie Utrecht heeft de oude bosgroeiplaatsen en oude boskernen op een kaart gezet. De kaart is te zien in Figuur 2.4. De bossen in Zeist zijn belangrijk voor bijvoorbeeld: • boombewonende vleermuizen als de rosse vleermuis en de franjestaart, • het ree als schuilgebied, • reptielen als de hazelworm (een hagedis, die in open bos voorkomt), • vogels als de zwarte specht, de kuifmees en de kruisbek, • planten als dubbelloof (een varen).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

15

Figuur 2.3

Bos in Zeist (bron: Topografische Dienst Kadaster).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

16

Figuur 2.4

Oude bosgroeiplaatsen en oude boskernen in Zeist (bron: Provincie Utrecht). Niet alle oude bosgroeiplaatsen op deze kaart zijn nu nog begroeid met bos.

Heide en stuifzand Op de Heuvelrug is hier en daar heide en stuifzand te vinden. Het meest bijzonder zijn de vliegbasis Soesterberg en de heide rond de Willem Arntzhoeve. Deze gebieden heeft de provincie Utrecht aangemerkt als “natuurparels”. De vliegbasis Soesterberg wordt zelfs gezien als een van de drie gebieden in provincie Utrecht met de hoogste natuurkwaliteit. Verder zijn er nog stukken heide in het Zeister bos, zoals de Krakeling. Deze heide is door smalle heidestroken verbonden met de Leusderheide. De heide is van belang voor bijvoorbeeld: • broedvogels als de veldleeuwerik en de nachtzwaluw, • reptielen als de zandhagedis en de levendbarende hagedis, • wilde bijen als de heidewespbij en de donkere zomerzandbij, • kevers als de groene zandloopkever, Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

17

• • •

sprinkhanen als de blauwvleugelsprinkhaan, planten als kruipbrem, stekelbrem en hondsviooltje, mossen en korstmossen.

Figuur 2.5

Heide, stuifzand, grasland en akkers in de gemeente Zeist (bron: Topografische Dienst Kadaster).

Graslanden en akkers De meeste graslanden en akkers in de gemeente Zeist zijn te vinden in het Kromme Rijngebied. Dit zijn vooral graslanden en akkers die in agrarisch gebruik zijn. Veel Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

18

natuurwaarden hebben deze tegenwoordig niet meer. Hier en daar zijn er nog bloemrijkere graslanden, die meestal worden beheerd door natuurbeherende instanties. In het Kromme Rijn-gebied gaat het dan vooral om vochtige hooilanden. Op de Heuvelrug eerder om droge graslanden, zoals de bijzondere heischrale graslanden1. De beste hiervan liggen op de voormalige vliegbasis Soesterberg. Graslanden en akkers zijn van belang voor bijvoorbeeld: • vogelsoorten die in gras hun voedsel zoeken (zoals de merel in de bebouwde kom), • het ree, als graasgebied, • de das, als gebied om voedsel te zoeken, • wilde bijen zoals de weidebij, • graslandvlinders als het oranjetipje, • akkeronkruiden als de eironde leeuwenbek.

Figuur 2.6

Das (foto Ralph Smits).

Water Van oorsprong is er op de Heuvelrug weinig open water te vinden. Water dat als regen op de Heuvelrug terecht komt, zakt in de grond (inzijging). Het komt jaren later in de Overgangszone en het Kromme Rijn-gebied als kwel weer boven de grond. Doordat het 1

Droog heischraal grasland is een soort grasland dat steeds minder voorkomt in Nederland. Er groeien veel soorten van heides, maar er staat meer gras dan heide. Maar het gaat niet om vergraste heide, waar vooral de grassen pijpenstrootje en bochtige smele staan. Het wordt pas heischraal grasland genoemd als er speciale plantensoorten voorkomen, zoals tandjesgras, borstelgras, tormentil en liggend walstro. Voor heischraal grasland mag de bodem niet te zuur zijn. Vaak komt het voor op zand met een beetje leem er doorheen.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

19

water onderweg allerlei mineralen heeft opgenomen, zoals kalk en ijzer, heeft het een bijzondere kwaliteit. Op plekken waar kwel omhoogkomt, zijn dan ook vaak bijzondere planten te vinden. Nagenoeg alle wateren in Zeist zijn door de mens gegraven. Op de Heuvelrug en in de Overgangszone gaat het vaak om waterpartijen voor de landgoederen, die soms gevoed worden door watergangen die hogerop in de Heuvelrug gegraven zijn. In deze watergangen komt ook kwelwater omhoog. In het Kromme Rijn-gebied zijn de watergangen vooral gegraven om water af te voeren naar de Kromme Rijn. Zo werd het gebied droog genoeg voor de landbouw. Sommige watergangen zijn ook gebruikt voor de scheepvaart.

Figuur 2.7

Kamsalamander (foto Floris Brekelmans).

Door de drinkwaterwinning van Vrumona in Bunnik en van Vitens in De Bilt en Zeist, is de grondwaterstand op veel plekken met ruim een meter gezakt. Daardoor is de hoeveelheid kwel enorm verminderd. Op veel plekken waar vroeger kwel optrad, komt tegenwoordig in de zomer juist inzijging voor. Daarom moet er in de zomermaanden water worden aangevoerd uit de Kromme Rijn. Het water wordt aangevoerd via de Blikkenburgervaart, die via een lange duiker is verbonden met de Rijnwijckse Wetering. De Rijnwijckse Wetering komt nabij Odijk bij de Kromme Rijn. Het aangevoerde water is van veel slechtere kwaliteit dan het kwelwater. Ook door andere oorzaken is de kwaliteit van het water achteruitgegaan. Vooral door de landbouw (afspoeling van mest), de riooloverstorten en het effluent van de rioolwaterzuivering. Vooral de waterkwaliteit van het water in het Kromme Rijn-gebied is hierdoor slechter geworden. In de nabije toekomst zal maximaal de

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

20

helft van het aangevoerde water uit de Kromme Rijn komen1. De andere helft komt van een andere plek met een betere waterkwaliteit. De waterkwaliteit zal daardoor verbeteren. De wateren in Zeist zijn onder andere van belang voor • vissen, zoals de grote modderkruiper, • libellen en kokerjuffers, zoals de gevlekte witsnuitlibel, • amfibieën als de kamsalamander, • de ringslang, die veel langs oevers voorkomt. Kleine landschapselementen Kleine landschapselementen zijn bijvoorbeeld bomenrijen, lanen, hagen, houtwallen, veedrinkpoelen of ruige oevers langs watergangen. Vooral in het Kromme Rijn-gebied waren rond 1900 vele bomenrijen, houtsingels en of hagen tussen de landerijen aanwezig. De meeste hiervan zijn verdwenen, op wat resten na. Wel zijn nog steeds de lanen aanwezig, zoals de Koelaan, de Blikkenburgerlaan en de Kouwenhoevenselaan. Landschapselementen zijn onder andere van belang voor: • vleermuizen, als vliegroute en jachtgebied, • zoogdieren als egel, wezel, das en ree (als er voldoende dekking is door ruige begroeiing of struikgewas), als trekroute en schuilgelegenheid, • roofinsecten die plaaginsecten in de landbouw aanpakken. Groen in de bebouwde kom Ook in de bebouwde kommen van Zeist is natuur te vinden. Zo zijn bijvoorbeeld in het Sanatoriumbos, het Lyceumkwartier, Kerckebosch en Huis ter Heide oude bosgroeiplaatsen te vinden, waar al voor 1850 bos stond.

Ook zijn er vele landgoederen of resten daarvan als park opgenomen in de bebouwde kom, zoals bijvoorbeeld Crosestein, Huis ter Heide en Nijenheim. Veel van deze parken bestaan uit bos, boomgroepen en gazons. Tegenwoordig wordt het in de gemeente ook meer van dit gras beheerd als bloemrijk gras. Park De Brink is een voorbeeld van een omgeving waar dit wordt toegepast. De parken vormen grotere groene ruimten in de bebouwing. Daarnaast zijn er groene linten door de bebouwing, in de vorm van watergangen met groen erlangs, brede groenstroken, bermen en bomenrijen. Typisch voor Zeist is het ‘Zeister profiel’: gras met bomen. Meestal is dit gazongras, maar een deel van deze bermen wordt als bloemrijk gras beheerd. De groene linten door de bebouwde kom kunnen dienen als natuurverbinding tussen de parken en het buitengebied en tussen de parken onderling. Hoe breder de linten en hoe natuurlijker de inrichting, hoe beter ze die functie kunnen vervullen.

1

Bron: Ecohydrologische effectbeoordeling Blikkenburgervaart, Tauw, 2015.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

21

2.3

De stand van de biodiversiteit in Zeist De achteruitgang van de wereldwijde biodiversiteit staat de laatste jaren weer volop in de belangstelling. Dat komt onder andere doordat sinds kort duidelijk is dat niet alleen soorten achteruitgaan, maar dat de totale hoeveelheid insecten enorm is afgenomen. De afgelopen tientallen jaren is in Duitsland driekwart van de insecten verdwenen. Dat is niet alleen zo in landbouwgebieden of in de bebouwde kom, maar ook in de natuurgebieden. Tot voor kort was wel duidelijk dat vooral de landbouwgebieden steeds leger werden. Maar dat de situatie ook in de natuurgebieden zo slecht was, was niet bekend. In Nederland blijkt een vergelijkbare afname te zijn. Insecten vormen een belangrijke basis voor de biodiversiteit en zijn belangrijk voor heel veel andere soorten. Het is niet helemaal duidelijk in hoeverre deze landelijke ontwikkelingen ook in Zeist spelen. Steeds meer mensen geven hun waarnemingen door via websites als waarneming.nl en telmee.nl. Maar uit die gegevens is heel moeilijk te halen hoe het er nu echt voorstaat met de biodiversiteit in Zeist. Daarvoor is het nodig om langdurig op dezelfde manier natuurgegevens te verzamelen. Er wordt wel veel aan monitoring gedaan, maar het blijkt daarmee toch moeilijk te zijn om de ontwikkeling van de biodiversiteit in de gemeente goed te volgen.

Wel kunnen we over Zeist het volgende zeggen: Negatieve ontwikkelingen • De biodiversiteit in de agrarische gebieden is sterk achteruitgegaan en gaat nog steeds achteruit. Boerenlandvogels staan in het hele land onder druk. In Zeist is bijvoorbeeld de Patrijs als broedvogel verdwenen. Wel zijn er hier en daar graslanden en akkers omgezet in bloemrijk grasland en natuurakker, waardoor de biodiversiteit daar weer is gestegen. • De waterkwaliteit in het Kromme Rijn-gebied is de afgelopen 50 jaar sterk achteruitgegaan. Oorzaken zijn het verminderen van de kwel door waterwinning, aanvoer van water met een mindere kwaliteit uit de Kromme Rijn, rioolwateroverstorten, restwater van de rioolwaterzuivering en bemesting in de landbouwgebieden. • De aanpak van de stikstofuitstoot is sterk gericht op de Natura 2000-gebieden. De bos- en heidegebieden op de Heuvelrug zijn geen Natura 2000-gebied. Maar ook deze gebieden leiden naar verwachting onder de grote hoeveelheid stikstof. Dit kan de conditie van de bomen aantasten en zorgen voor de groei van ongewenste planten in de heidegebieden. • Veel korstmossen op bomen in Utrecht gaan achteruit. Dat is een gevolg van de ammoniakuitstoot uit de landbouw. Ammoniak is een vorm van stikstof die niet zuur is. In de bodem wordt het omgezet in een zure vorm, waardoor het uiteindelijk een verzurend effect heeft. Ammoniak is giftig voor veel korstmossen.

In en direct rond gemeente Zeist liggen weinig intensieve veehouderijen, waardoor de ammoniakdepositie hier naar verwachting minder hoog is dan in andere gebieden. Uit de kaarten van de Atlas Natuurlijk Kapitaal blijkt echter dat ook in grote delen van Zeist te veel stikstof terecht komt (zie Figuur 2.8) • De droogte van 2018, 2019 en 2020 versterkt de effecten van de stikstofdepositie. • De stikstofdepositie en de droogte hebben een negatief effect op vlinders als de heivlinder en kommavlinder. Deze soorten gaan in heel Nederland sterk achteruit.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

22

•

•

Door de bouw van woonwijken en de aanleg van wegen is de natuur sterk versnipperd geraakt. Voor niet vliegende dieren is het vaak onmogelijk om de drukke wegen over te steken. Dat is de afgelopen jaren wel iets verbeterd, door de aanleg van speciale voorzieningen, zoals ecoducten en wildtunnels. Maar er blijven veel knelpunten over waar wegen moeilijk over te steken zijn. Zo wordt de verbinding tussen de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied nog steeds onderbroken door de Arnhemse Bovenweg en de Driebergseweg. De trend om tuinen te betegelen en daarbij andere voegmiddelen te gebruiken dan alleen zand, speelt ook in Zeist. Hoewel met de operatie Steenbreek ook juist tegels worden verwijderd, weegt dat nog niet op tegen de hoeveelheid betegelde tuinen. Dat betegelen van de tuinen zorgt er niet alleen voor dat er minder groen in Zeist is. Ook de hoeveelheid regenwater die in de grond kan trekken vermindert, wat ervoor zorgt dat er minder kwel optreedt én dat de riolen vaker overbelast raken. Daardoor verslechtert de waterkwaliteit weer. Tot slot zorgen betegelde tuinen ervoor dat het sneller te heet wordt in de bebouwde kom.

Figuur 2.8

Stikstofdepositie in Zeist in mol/ha/jr (bron: Atlas Natuurlijk Kapitaal)

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

23

Figuur 2.9

Aantal Utrechtse “aandachtssoorten” per 250x250m in de gemeente Zeist (bron: Provincie Utrecht, 2018)

Positieve ontwikkelingen • De waterkwaliteit lijkt in de periode 1999-2006 weer wat verbeterd. Dat blijkt onder meer uit een aantal libellen die afhankelijk zijn van schoon water en die in die periode zijn toegenomen (niet alleen in Zeist, maar in heel Nederland). Dat geldt bijvoorbeeld voor de vroege glazenmaker en de weidebeekjuffer. • De biodiversiteit in de bebouwde kom is de afgelopen tientallen jaren verbeterd, doordat we in het groenbeheer meer rekening houden met de biodiversiteit, onder meer door het ecologisch maaibeheer, het inzaaien van inheemse zaadmengsels, het aanleggen van poelen en natuurvriendelijke oevers.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

24

•

•

2.4

Een aantal zuidelijke soorten gaan door de opwarming van het klimaat vooruit. Dat geldt bijvoorbeeld voor de gehoornde metselbij, die 10 jaar geleden nog zeldzaam was, maar nu veel algemener voorkomt. De voormalige vliegbasis Soesterberg is een van de drie meest soortenrijke gebieden in provincie Utrecht. De andere twee zijn de uiterwaarden van de Lek en het Vechtplassengebied, buiten gemeente Zeist dus. Op de kaart met aantallen aandachtssoorten per 250 bij 250 m (zie Figuur 2.9) springt de vliegbasis er duidelijk uit. Het andere gebied dat er uitspringt zijn de natuurakker en het bloemrijke grasland op landgoed Blikkenburg.

Wat doet gemeente Zeist nu al voor de biodiversiteit? De gemeente is al langere tijd bezig met biodiversiteit. Een aantal voorbeelden zijn: • De gemeente beheert het grootste deel van de gemeentelijke bermen en het gras in park De Brink ecologisch. Dat houdt in dat de gemeente het gras een of tweemaal per jaar maait en het maaisel afvoert (zie figuur 2.8). • De gemeente zaait bermen in met een gebiedseigen bloemenmengsel. • De gemeente heeft de notitie “Van zinloze verharding naar waardevol groen” (Sweco, 2020) laten opstellen. Op basis hiervan kan de gemeente op termijn een deel van deze verharding vervangen door groen. • De gemeente heeft een beheerplan laten opstellen voor de landschappelijke beplantingen (met name randbeplantingen langs wegen, soms met bos erachter) (Van Schaijk & Maaswinkel, 2019). • De gemeente heeft op een aantal plekken faunapassages onder wegen aangelegd, zodat amfibieën en kleine zoogdieren veilig de weg kunnen oversteken. • Groene daken in kader Samen Duurzaam Zeist: samenwerking met hoveniers. • De Werkgroep ‘Zeist zoemt duurzaam’ heeft studenten een onderzoek laten doen naar soorten bijen die aanwezig zijn in Zeist en een advies op welke soorten we ons zouden moeten richten en waarom.

Binnen de gemeentegrenzen van Zeist liggen drie van de vier landschapstypen, die het rijkste zijn aan wilde bijen: de hogere zandgronden, het stedelijk gebied en het rivierengebied. In Zeist komen dan ook veel soorten wilde bijen en hommels voor. Zeist heeft van “Nederland zoemt” het predikaat “bijvriendelijke gemeente” gekregen. Een bijvriendelijke gemeente voldoet aan de criteria voor bijvriendelijk beheer, door onder andere te zorgen voor jaarrond bloeiende planten, bijvriendelijk bermbeheer en nestgelegenheid voor wilde bijen. • Operatie Steenbreek: we stimuleren bewoners om hun tuinen te ontstenen en vergroenen. Er is een werkgroep vanuit Samen Duurzaam Zeist. De werkgroepleden bemensen op de dag van Operatie Steenbreek diverse kraampjes in Zeist, om planten uit te delen en informatie te verstrekken. Ze zijn aanwezig bij info-avonden voor bewoners over grootschalige projecten (zoals renovatieprojecten) om voorlichting te geven. In samenwerking met gemeente zullen zij bewoners stimuleren om geveltuintjes aan te leggen. • Heuvelrug tuinen: Project van de Provincie , waarin gemeente mee doet om tuinen met inheemse planten aan te leggen. Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

25

•

Kansen voor natuur in Zeist: uitvoeren van projecten om de biodiversiteit in Zeist te verbeteren, in samenwerking met natuurorganisaties uit Zeist.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

26

Figuur 2.10

Kaart van het gemeentelijke maaibeheer van grasoppervlakten.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

27

2.5

Het groene netwerk Zeist In hoofdstuk 1 gaven we aan dat het belangrijk is om: • genoeg gebieden te hebben waar wilde planten en dieren kunnen leven; • dat de kwaliteit van deze gebieden goed moet zijn; • en dat de gebieden met elkaar verbonden moeten zijn, zodat dieren deze kunnen bereiken. Dit noemden we het Groene Netwerk Zeist. Op de kaart in Figuur 2.11 en in Bijlage I is het Groene Netwerk Zeist weergegeven. Een grotere versie van de kaart staat in bijlage 1. De kaart van het groene netwerk is een uitwerking van de visiekaart (zie Figuur 1.1 op pagina 9 en bijlage I). Op de kaart komen dezelfde elementen voor als op de visiekaart, maar ze zijn op groter detailniveau weergegeven. Daarnaast zijn op de groene netwerkkaart een aantal elementen weergegeven, die niet op de visiekaart staan, zoals bos en grasland. De elementen die op de groene netwerkkaart staan zijn: • Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat de grotere aaneengesloten natuurgebieden buiten de bebouwde kommen van Zeist vertegenwoordigt. • Bos, heide, grasland en stuifzanden (zowel in het buitengebied als in de bebouwde kom). • De natuurverbindingen in het NNN en tussen NNN-gebieden, door het buitengebied. Deze zijn schematisch weergegeven als pijlen, maar zijn in werkelijkheid veel breder dan de pijlen.

De pijlen dienen om aan te geven welke verbindingsrichting belangrijk is en welke barrières, zoals wegen, er in liggen. • De natuurverbindingen door de bebouwde kom. Dit zijn lijnvormige verbindingen tussen de bebouwing en verharding door. Het kunnen zijn: o droge en natte verbindingen: een watergang met groen erlangs; o droge verbindingen: verbindingen zonder watergang, maar met (bijvoorbeeld) bloemrijk gras, ruigte, struiken en of bomen; o bomenrijen waarvan de boomkronen elkaar raken; o bomenrijen waarvan de boomkronen elkaar niet raken. • De drukkere wegen en de spoorlijn. • Waar een natuurverbinding een weg of spoorlijn kruist, is een ‘faunapassage’ een oversteekplaats voor dieren nodig. Op sommige plekken liggen al faunapassages. Op veel plekken zijn ze er nog niet. Op de visiekaart zijn enkele faunapassages die er al zijn weergegeven en een aantal plekken waar een faunapassage nodig is. We geven in deze visie biodiversiteit nog niet aan voor wat voor dieren een faunapassage nodig is en hoe die er uit moet zien. Dat moet dus later nog uitgewerkt worden. • Plekken waar mogelijk kwelwater omhoogkomt. Dit zijn belangrijke plekken, omdat hier bijzondere natuur mogelijk is.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

28

Figuur 2.11

Groen netwerk Zeist. Een grote versie is opgenomen in bijlage II.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

29

3 Verbetermogelijkheden voor de biodiversiteit per deelgebied In het vorige hoofdstuk hebben we in grote lijnen gekeken hoe het Groene Netwerk Zeist erbij ligt. In dit hoofdstuk gaan we meer in detail kijken. We hebben de gemeente daarvoor ingedeeld in 13 deelgebieden. De deelgebiedsgrenzen zijn gebaseerd op de grenzen uit het Groenstuctuurplan. Voor deze biodiversiteitsvisie zijn deelgebieden van het Groenstructuurplan samengevoegd.

Figuur 3.1

Deelgebieden

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

30

Per deelgebied geven we een korte beschrijving van de opbouw en de voorkomende natuurwaarden. Vervolgens noemen we de ambassadeurssoorten. Om het leefgebied voor de ambassadeurssoorten geschikt te maken zijn verbetermogelijkheden aangegeven. Daarnaast zijn er diverse maatregelen, die voor de hele gemeente gelden. In bijlage III is een beschrijving van maatregelen opgenomen. Het is raadzaam om deze lijst ook per deelgebied te raadplegen.

Figuur 3.2

Kommavlinder.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

31

3.1

Deelgebied 1 Willem-Arntzbos

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

32

Het buitengebied van Zeist ten noorden van Den Dolder is een grotendeels bebost gebied met een flinke oppervlakte oude bosgroeiplaatsen en oude boskernen. Deze liggen vooral ten noordwesten van de Soestdijkerweg en ten oosten van het golfterrein De Lage Vuursche. In het deelgebied liggen ook een aantal open gebieden, zoals de heide en graslanden bij de Willem-Arntzhoeve en de greens van het golfterrein. In het deelgebied liggen de instellingen Willem Arntzhoeve en Reinaerde-Dennendal. Bijzondere natuurwaarden • • • • • •

Op de heide bij de Willem Arntshoeve groeien bijzondere mossen en kortmossen (onder andere kaal tandmos en heidefranjemos). Op een aantal heideterreintjes komen de heivlinder en de kommavlinder voor. Sprinkhanen als schavertje, zoemertje en sikkelsprinkhaan. Voorkomen van de zandhagedis, levendbarende hagedis en ringslang. Eekhoorn, das en boommarter. Een grote oude boskern ten oosten van het golfterrein.

Figuur 3.3

Heideterreintje ten noorden van Dennendal met bijzondere mossen.

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied Willem-Arntzbos • • •

Boommarter en das Ree Zandhagedis, levendbarende hagedis en ringslang

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

33

• •

Wilde bijen Dagvlinders (kommavlinder en heivlinder)

Verbetermogelijkheden • • • • •

Naaldbos geleidelijk omvormen naar loofbos of gemengd bos. Betere overgangen van open gebied naar bos door een geleidelijke overgang met ruigte en struweel. Met regelmaat vrijmaken van zand voor diverse bijensoorten. Zo mogelijk uitbreiden van het bos of bomenstructuren aan de randen. Realisatie van faunapassages in de: o Dolderseweg N238, tussen Den Dolder en de Soestdijkerweg. o Soestdijkerweg (N234) ten westen van de Dolderseweg.

Figuur 3.4

Zoemertje (foto Floris Brekelmans).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

34

3.2

Deelgebied 2 Den Dolder

Den Dolder is ontwikkeld na de aanleg van het spoor met het station (Dolder =moerassige plek). De groenstructuur bestaat uit lanen en straatbomen. Ten noorden van de spoorlijn is vooral strokenbouw. Ten zuiden van de spoorlijn liggen nog kleine bosvlakken. Ten zuiden van de Eekhoornlaan is er meer een bosbeeld dat aansluit bij Bosch en Duin. Bijzondere natuurwaarden • • • •

Levendbarende hagedis tot in bebouwde kom (bermen van wegen). Alpenwatersalamander in de bebouwde kom (geen natuurlijke populatie). Stadsvogels en vleermuizen van gebouwen (o.a. huismus). Eekhoorn

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

35

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied • • • •

Stadsvogels en vleermuizen Eekhoorn Wilde bijen Dagvlinders

Verbetermogelijkheden • • • • •

Meer diversiteit in soort beplanting (spreiding van bloei door seizoenen). Betere overgangen van bebouwd gebied naar bos door een geleidelijke overgang met ruigte en struiken. Meer straatbomen en solitaire bomen planten om bosmilieu te versterken. Omzetten van “Gazon B” in ecologisch beheerd gras. Realisatie van een faunapassage in de Paltzerweg tussen Den Dolder en Bilthoven.

Figuur 3.5

Levendbarende hagedis (foro Jeroen Brandjes).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

36

3.3

Deelgebied 3 Bosch en Duin

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

37

Villawijk in (grotendeels zeer oud) bosgebied. De ontginning van het gebied startte in het begin van de 20e eeuw met zomerhuizen. Natuurschoon was uitgangspunt. Er zijn grote tuinen met microreliëf en een boskarakter met vooral grove den. De terreinen van het Utrechts landschap in het deelgebied zijn ‘stapstenen’ in een natuurverbinding tussen de Pan en vliegbasis Soesterberg. In de straatprofielen staan op veel plaatsen grote oude bomen. Bijzondere natuurwaarden • • • •

In de berm van de Nieuwe Dolderseweg (N238) komt op één plek de blauwe knoop voor, een bijzondere plant van vochtige schrale graslanden. Eekhoorn. Oude bomen met holtes, waarin vleermuizen, holenbroedende vogels en zoogdieren als boommarter en eekhoorn. Paddenstoelen in de bermen van diverse lanen.

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied • • •

Eekhoorn Vogels en vleermuizen van holle bomen. Paddenstoelen

Verbetermogelijkheden • • •

Waar mogelijk laten staan van oude bomen (bijvoorbeeld door toepassing “breuksnoei”). Toepassen van stinzenplanten in bermen. Realisatie van faunapassages in de: o N238 tussen de beide aansluitingen op de Hertenlaan en ter hoogte van de Van Weerden Poelmanlaan (beide op de overgang naar Deelgebied Vliegbasis Soesterberg). o Tolhuislaan tussen Den Dolder en de Taveernelaan. o Biltseweg ter hoogte van de afslag naar Stal de Molshoop. o Baarnseweg ter hoogte van de Spoorlaan.

Figuur 3.6

Eekhoorn (foto Jeroen Brandjes).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

38

3.4

Deelgebied 4 Vliegbasis Soesterberg

In 2008 is de vliegbasis gesloten en overgedragen aan de Provincie Utrecht. Vanaf dat moment heeft de gemeente Zeist meegewerkt aan de openstelling van het gebied. Vanaf 2017 is het gebied van Utrechts landschap en daarmee is het veiliggesteld als belangrijk natuurgebied voor de Utrechtse Heuvelrug.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

39

Bijzondere natuurwaarden •

• • • • •

Op de schrale graslanden van de vliegbasis staan veel bijzondere en bedreigde planten, zoals de kleine steentijm en het hondsviooltje. De kleine steentijm groeit hier vanwege de kalk uit de verharding van de startbanen. Door het jarenlange ijs- en sneeuwvrij houden van de startbanen met zout, groeit hier Engels gras, een plant die van nature langs de kust voorkomt. De schrale graslanden van het vliegbasis zijn het belangrijkste leefgebied van de kommavlinder in de gemeente Zeist. De open graslanden zijn een belangrijk broedgebied voor de veldleeuwerik en de boomleeuwerik. Ook de grauwe klauwier broedt hier af en toe. Eekhoorn en das. Venwitsnuitlibel

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied • • • • • • • •

Boommarter en das Ree Mossen en korstmossen Zandhagedis, levendbarende hagedis en ringslang Wilde bijen Sprinkhanen Dagvlinders (kommavlinder en heivlinder) Planten van heide en droog schraal grasland

Verbetermogelijkheden • •

Hier is voldoende aandacht voor natuur. De aansluiting op de omgeving door buffer van bos en struiken kan stikstof depositie van N238 en bedrijven verminderen. Realisatie van faunapassages in de N238 tussen de beide aansluitingen op de Hertenlaan en ter hoogte van de Van Weerden Poelmanlaan (beide op de overgang naar Deelgebied Bosch en Duin).

Figuur 3.7

Zandhagedis (foto Gerard Smit).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

40

3.5

Deelgebied 5 Sterrenberg

In dit deelgebied is recent een nieuwe woonwijk aangelegd op het terrein van de voormalige Johannesstichting (nu Abrona). Het sportterrein van Abrona is hierbij verplaatst naar een nieuwe locatie. Aan de andere zijde van de Amersfoortseweg ligt Beukbergen een vernieuwd woonwagendorp in het bos. Bijzondere natuurwaarden •

Eekhoorn.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

41

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied • • •

Eekhoorn en boommarter Wilde bijen Sprinkhanen

Verbetermogelijkheden • • • • •

Overgangen bebouwd gebied naar bosrijke omgeving geleidelijk met ruigte en struiken Aandacht voor afwisseling beplanting en brede bloeiboog (aaneengesloten aanbod van bloeiende planten van voorjaar tot nazomer en vroege herfst). Grote bomen in de straten. Oude bomen zo veel mogelijk laten staan en dood hout laten liggen. Omzetten van Gazon B naar ecologisch beheerd gras.

Figuur 3.8

Vosje (foto Marc van der Aa).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

42

3.6

Deelgebied 6 Huis ter Heide

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

43

Huis ter Heide maakt onderdeel uit van landgoederen- en buitenplaatsenzone langs de Amersfoortseweg. Het is een villapark met grote bomen en brede grasbermen ten noorden van de Amersfoorteseweg en het oude dorp ten zuiden ervan, met smalle wegen met laanbeplanting en grotere villa’s. De Gezichtslaan is de oude zichtas op Landgoed Zandbergen. Bijzondere natuurwaarden • • • • •

Eekhoorn Geelsprietdikkopje in de berm van de Zandbergenlaan Stinzenplanten als gewone vogelmelk, daslook, lelietje van dalen en bosanemoon. Steenanjer in de berm van de Amersfoortseweg (waarschijnlijk ingezaaid). Bijzondere paddenstoelen als de sneeuwvloksatijnzwam en de lentefranjehoed.

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied • • • •

Eekhoorn Dagvlinders Stinzenplanten Paddenstoelen

Verbetermogelijkheden • • • • •

Overgangen bebouwd gebied naar bosrijke omgeving geleidelijk met ruigte en struiken Aandacht voor afwisseling beplanting en brede bloeiboog (bloei in verschillende seizoenen). Grote bomen in de straten. Oude bomen zo veel mogelijk laten staan en dood hout laten liggen. Ecologisch beheer van de bermen

Figuur 3.9

Bosanemoon.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

44

3.7

Deelgebied 7 Panbos

Het Panbos is een natuurgebied aan de noordzijde van de Amersfoortseweg N237 ten westen van Bosch en Duin aan de rand van De Bilt. Het Panbos vormt samen met de landgoederen Beerschoten en Houdringe een aaneengesloten groengebied. Bijzondere natuurwaarden • • • • •

Hazelworm Ransuil en zwarte mees Heikikker tussen N237 Amersfoortseweg en de A28. Jenerverbes in het Panbos Eekhoorn, boommarter en das.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

45

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied • • •

Hazelworm Boommarter Ransuil

Verbetermogelijkheden • •

Zonering aanbrengen t.b.v. recreatiedruk. Kern met weinig paden en rand met meer paden. Omvorming naar meer loofbos ter plekke van de naaldhoutlocaties.

Figuur 3.10

Ransuil (foto Annette Karels).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

46

3.8

Deelgebied 8 Zeist Noordwest

Dit deelgebied bestaat uit een aantal wijken. De stedenbouwkundige opzet, passend bij de gedachte over wonen in de tijd dat het gebouwd is laat zien hoeveel ruimte er voor groen was en waar nu kansen liggen voor een groenblauwe dooradering van de wijken. Bijzondere natuurwaarden • • • •

Venwitsnuitlibel in de waterpartijen langs de Dreef Kale rode bosmier langs de Utrechtseweg (inmiddels helaas verdwenen) Stadsvogels als huismus en gierzwaluw en vleermuizen Eekhoorn.

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied •

Wilde bijen (bijenlint) en dagvlinders

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

47

• • • •

Gierzwaluw en huismus Wilde bijen (corridor) Libellen Eekhoorn

Verbetermogelijkheden • • • • •

Doorgaande laanstructuren handhaven en versterken Grote solitaire bomen aanplanten en zo mogelijk oude bomen in groengebieden laten staan. Maatregelen voor gebouwbewonende vogels en vleermuizen. Omzetten van Gazon B naar ecologisch beheerd gras. Realisatie van faunapassages in de: o Dijnselburgerlaan, ter hoogte van de fietsbrug over de A28. o Panweg, direct ten zuiden van de Dijnselburgerweg. o Utrechtseweg bij de Dreef en bij ter hoogte van het voormalige kantoor van de Triodosbank (beide op de grens naar deelgebied Zeist Zuid-West).

Figuur 3.11

Venwitsnuitlibel (foto Floris brekelmans).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

48

3.9

Deelgebied 9 Zeist Oost

Dit deelgebied bestaat uit een aantal wijken. De stedenbouwkundige opzet, passend bij de gedachte over wonen in de tijd dat het gebouwd is laat zien hoeveel ruimte er voor groen was en waar nu kansen liggen voor een groenblauwe dooradering van de wijken. Bijzondere natuurwaarden • •

Stadsvogels als huismus en gierzwaluw Eekhoorn

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

49

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied • • •

Stadsvogels als huismus en gierzwaluw Eekhoorn Vleermuizen

Verbetermogelijkheden • • •

Doorgaande laanstructuren handhaven en versterken Grote solitaire bomen aanplanten en zo mogelijk oude bomen in groengebieden laten staan. Omzetten van Gazon B naar ecologisch beheerd gras.

Figuur 3.12

Gierzwaluw (foto Mark Collier).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

50

3.10

Deelgebied 10 Zeisterbosch en Austerlitz

Het dorp Austerlitz is omgeven door bos. Er zijn nog bosassen te vinden. De overgangen tussen bebouwing en bos zijn belangrijk.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

51

Bijzondere natuurwaarden • • • • • • • • •

Op de Krakeling en de nabijgelegen heide komen bijzondere insecten voor, zoals geelstaartklaverzandbij, geelschouderwespbij en heideblauwtje. Sprinkhanen als veldkrekel, schavertje, zoemertje en sikkelsprinkhaan. Vlinders als groot dikkopje en groentje (en het eerdergenoemde heideblauwtje). Drie soorten witsnuitlibellen in een waterpartij op landgoed de Breul. Zandhagedis en hazelworm. Ringslang tussen de Arnhemse Bovenweg en de Driebergseweg. Grasklokje op diverse plekken langs de Driebergseweg (onder meer op landgoed de Breul). Eekhoorn, boommarter en das. Bijzondere mossen en korstmossen op begraafplaats Bosrust.

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied • • • •

Eekhoorn Das Ree Dagvlinders en wilde bijen (waaronder de hierboven genoemde soorten).

Verbetermogelijkheden • • •

Doorgaande laanstructuren handhaven en versterken Grote solitaire bomen aanplanten en zo mogelijk oude bomen in groengebieden laten staan. Realisatie van faunapassages in de: o Arnhemse Bovenweg, ter hoogte van de Heideweg (op de grens met deelgebied Kerkebosch/Hoge Dennen) en tussen de Prinses Margrietlaan en de Breullaan. o Driebergseweg ter hoogte van landgoed de Breul (op de grens met deelgebied Kromme Rijn-gebied).

Figuur 3.13

Groentje.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

52

3.11

Deelgebied 11 Zeist Zuid-West

Dit deelgebied bestaat uit de wijken Nijenheim, Couwenhoven, Brugakker, De Clomp, Crosestein, Kersbergen-Griffestein, Fazantenbuurt en Vogelwijk. Ook Slot Zeist ligt in het deelgebied.

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

53

Bijzondere natuurwaarden • • • • • • •

•

Gevlekte witsnuitlibel in Park de Brink en in de Couwenhovense poel Vroedmeesterpad nabij Kroostweg Noord (geen natuurlijke populatie). Ringslang af en toe tot in bebouwde kom, o.a. Couwenhovense poel en park de Brink. Stadsvogels en vleermuizen in gebouwen: veel huismussen. Oude bomen met holtes: holenbroeders en boombewonende vleermuizen. Eekhoorn. In dit deelgebied ligt de tuin die het meest intensief op wilde bijen is onderzocht (ruim 60 soorten). Dit geeft aan welke potenties bijenvriendelijk ingericht groen in Zeist heeft. Doorlopende groenstructuren, onder meer langs de Griftlaan, die het park de Brink met het buitengebied verbindt.

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied • • • • •

Ringslang Amfibieën Wilde bijen Libellen Vlinders

Verbetermogelijkheden • • • • • •

Aanleg en beheer natuurvriendelijke oevers Biltse Grift en andere waterlopen. Ringslanghopen in diverse groengebieden Versterken van de bloeiboog van de beplanting Ecologisch beheer van bermen en groengebieden. Omzetten van Gazon B naar ecologisch beheerd gras. Realisatie van faunapassages in de Utrechtseweg o bij de Kromme Rijnlaan, o ter hoogte van het voormalige kantoor van de Triodosbank (beide op de grens naar deelgebied Zeist Zuid-West).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

54

3.12

Deelgebied 12 Kerkebosch/Hoge Dennen

Zowel het oude deel van Kerkebosch als het nieuwe is wonen in het bos. Dit bos is overwegend arm, grove dennenbos. Hoog Kanje is een Middeleeuwse weg. Het nieuwe deel bestaat uit scheggen bosgebied, die in verbinding staan met Heidestein. Hoge Dennen: Vroeger gehuchtje Siberië (ver van Zeist). Het is een villawijk die in de bosrijke omgeving is ingepast. Het heeft rijke lommerrijke wegprofielen volgens het “Zeisterprofiel”: bomen met gras er onder. Er zijn oudere bomen aanwezig en bosrestanten met grove den. Er zijn veel grote tuinen. Bijzondere natuurwaarden • •

Zandhagedis en hazelworm in het groen tussen de bebouwing (met name in het nieuwe deel van Kerkebosch). Eekhoorn

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

55

Ambassadeurssoorten voor het deelgebied •

Eekhoorn

Verbetermogelijkheden • • • •

Naaldbos geleidelijk omvormen naar loofbos of gemengd bos. Betere overgangen van open gebied naar bos door een geleidelijke overgang met ruigte en struiken (een zogenaamde “zoom-mantelvegetatie”). Omzetten van Gazon B naar ecologisch beheerd gras. Realisatie van faunapassages in de Arnhemse Bovenweg, ter hoogte van de Heideweg (op de grens met deelgebied Zeisterbos/Austerlitz)

Figuur 3.14

Hazelworm (foto Dirk Kruijt).

Samen voor meer biodiversiteit in Zeist!

56

3.14

Deelgebied 13 Kromme Rijn-gebied

Het Kromme Rijn-gebied binnen de gemeente Zeist maakt onderdeel uit van een veel groter gebied dat bij Kromme Rijn hoort. De gemeente werkt samen met omliggende gemeenten Bunnik, Odijk, Driebergen en de Bilt, om natuur en landschap zo veel mogelijk op elkaar aan te sluiten. Bijzondere natuurwaarden • •

Langs de lanen groeien veel paddenstoelen van kleibossen. Dat geldt in het bijzonder voor de Blikkenburgerlaan. Op de natuurakkers bij huis Blikkenburg komen veel bijzondere akkerplanten voor. Hier is zaad (of maaisel?) van andere akkeronkruidreservaten van het Utrechts Landschap uitgestrooid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10089380/1