CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01.0-24RV003 BP WA-Hoeve Bijlage 1 Toelichting (gewijzigd)

Raad 23 januari 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Bestemmingsplan WA Hoeve - Historische Middenas28.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Willem Arntsz Hoeve Historische Middenas Toelichting

Documenttitel: Bestemmingsplan Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas Toelichting Status: Vastgesteld Datum: 23 januari 2024 Projectnaam: WAH Den Dolder Projectnummer: BG9319 Opdrachtgever: BPD B.V. Referentie: Auteur(s): N.v.E., F.M., F.B. Collegiale toets: F.B. Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: R.v.K. Datum/paraaf vrijgave:

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

7 7 8 8 8

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Relatie tot WA-Hoeve Vigerende plannen Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

9

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2 2.3

9 9 9 10 18 18

Historie Utrechtse Heuvelrug Den Dolder WA-Hoeve Ruimtelijke structuur Functionele inrichting

Hoofdstuk 3 Beleidskader

19

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

19 23 28 32

Hoofdstuk 4 Planbeschrijving

39

4.1 4.2 4.3

39 40 41

Doelstellingen en uitgangspunten Ontwikkelingen Ladder voor duurzame verstedelijking

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten

43

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

43 44 45 52 53 54 56 57 62 67 68 68

Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) Bedrijven en milieuzonering Verkeer Luchtkwaliteit Geluidhinder Externe veiligheid Bodemkwaliteit Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Niet gesprongen explosieven Duurzaamheid

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet

71

6.1 6.2 6.3

71 71 72

Algemeen Plansystematiek Toelichting op de regels

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

75

7.1 7.2

75 75

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

2

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Cultuurhistorische verkenning

Bijlage 2 2022

Beeldkwaliteitsplan Bosch & Hei Willem Arntsz Hoeve - Den Dolder

Bijlage 3

Aanmeldnotitie

Bijlage 4

Onderzoek verkeer en parkeren

Bijlage 5

Onderzoek kruispunt N238-Vijverhof

Bijlage 6

Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 7

Onderzoek externe veiligheid

Bijlage 8

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 9

Watertoets

Bijlage 10

Quickscan flora en fauna

Bijlage 11

NNN-toets

Bijlage 12

Natuurtoets soortenbescherming

Bijlage 13

Onderzoek stikstof

Bijlage 14

Archeologisch vooronderzoek

Bijlage 15

Vooronderzoek CE

Bijlage 16

Laddertoets

Bijlage 17

Nota van zienswijzen

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

3

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

4

Toelichting

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

5

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

6

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Eind januari 2017 is de gebiedsvisie voor de Willem Arntsz Hoeve (WA-Hoeve) vastgesteld door de gemeenteraad van Zeist (zie paragraaf 3.4). Aanleiding hiervoor is de voorgenomen verhuizing van Altrecht (psychiatrische gezondheidszorg). Altrecht gaat in dat geval over tot gefaseerde verkoop van haar gronden. Het einddoel van de vastgestelde visie is een transformatie van het gehele gebied WA-Hoeve naar een levendig gebied waarbij een mix van wonen, werken en verblijven door verschillende soorten woningen, bewoners en ondernemers één van de uitgangspunten is. Na het uitschrijven van een prijsvraag heeft Altrecht ervoor gekozen om aan ontwikkelaar BPD gronden te verkopen. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een deel van het terrein; de Historische Middenas (zie afbeelding 1.1), en heeft als doel om de door BPD voorgestelde transformatie (binnen de kaders van de vastgestelde gebiedsvisie) planologisch en ruimtelijk juridisch mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de transformatie van het plangebied Historische Middenas (HMA) naar een mix van onder andere wonen, werken, zorg en horeca.

Afbeelding 1.1. Plangebied

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De voorgenoemde ontwikkeling ligt ten noorden van Den Dolder, in de gemeente Zeist, op het terrein van de WA-Hoeve. Ten zuiden van het plangebied loopt de spoorlijn tussen Utrecht en Amersfoort en ten westen loopt de provinciale weg N238 (Dolderseweg). Nog wat verder ten zuiden van het plangebied ligt Vliegbasis Soesterberg (voormalig militair vliegveld, nu in gebruik als recreatiegebied). De locatie van de WA-Hoeve kenmerkt zich als landelijk gebied met een bos- en groenrijk karakter. Het plangebied ligt in het noordelijk deel van de WA-Hoeve en bevat een groot deel van de aanwezige historische bebouwing die nog aanwezig is op de WA-Hoeve. Het plangebied, ook wel de Historische Middenas genoemd ligt aan de Vijverhof, het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.1. Het plangebied grenst aan de Altrecht-locatie die momenteel nog in gebruik is voor geestelijke gezondheidszorg, maar op den duur mogelijk zal verhuizen, waarna ook deze locatie vrij zou kunnen komen voor transformatie naar bijvoorbeeld een mix van wonen, werken en verblijven. Ten noorden van de HMA is Stichting Reinaerde gevestigd, die zorg (dagbesteding, ambulante begeleiding, etc.) biedt aan mensen met een verstandelijke beperking.

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

7

1.3

Relatie tot WA-Hoeve

De gebiedsvisie is vastgesteld voor de hele WA-Hoeve. Omdat Altrecht gefaseerd de WA-Hoeve verlaat, wordt de transformatie van de WA-Hoeve in verschillende ruimtelijke plannen geregeld. Als eerste worden dit bestemmingsplan voor de Historische Middenas en een bestemmingsplan voor het Noordelijk en Zuidelijk ontwikkelveld in procedure gebracht. Te zijner tijd volgen de ruimtelijke plannen voor de Zorgkern en de bosgebieden gelegen tussen en om de verschillende deelgebieden. De plannen voorzien gezamenlijk in het einddoel van de gebiedsvisie: de transformatie van het gehele gebied WA-Hoeve naar een levendig gebied waarbij een mix van wonen, werken en verblijven door verschillende soorten woningen, bewoners en ondernemers één van de uitgangspunten is. Middels de gebiedsvisie en verschillende overeenkomsten tussen gemeente en intitiatiefnemers zijn afspraken gemaakt om de integraliteit tussen de verschillende plannen te borgen.

1.4

Vigerende plannen

Het vigerende bestemmingsplan is Den Dolder Noord 2008 (23 juni 2008 vastgesteld). In dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming Gemengd, zie onderstaande uitsnede (afbeelding 1.2). Deze bestemming maakt het voorgenomen gebruik van wonen, werken en horeca niet of maar deels mogelijk. Om het voorgenomen gebruik planologisch goed te regelen is ervoor gekozen een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Ter plaatse geldt ook het Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Zeist (vastgesteld op 11 september 2018).

Afbeelding 1.2: uitsnede bestemmingsplan Den Dolder Noord 2008

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie Utrecht en gemeente Zeist uiteen gezet. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de doelstelling en uitgangspunten. Hoofdstuk 5 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en planregels worden besproken. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van de inspraak en overleg.

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

8

Hoofdstuk 2

2.1

Huidige situatie

Historie

2.1.1 Utrechtse Heuvelrug Het gebied van de WA-Hoeve is gesitueerd op de noordflank van de Utrechtse Heuvelrug (glaciale stuwwal) en varieert in hoogtes van ongeveer 5 m +NAP tot 10 m +NAP. In de Cultuurhistorische Effectrapportage (2005) is de ontwikkeling als volgt omschreven: "Het terrein van de Willem Arntszhoeve ligt ten noordwesten van de stuwwal van Den Dolder, die deel uit maakt van de Utrechtse Heuvelrug. De Utrechtse Heuvelrug is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saale-glaciaal (370.000 - 130.000 jaren geleden). Tijdens dit glaciaal werden pleistocene fluviatiele afzettingen door Scandinavisch landijs opgestuwd en vormden zo het reliëf dat landschapsbepalend is voor Midden-Nederland. De stuwwal van Den Dolder is oost-west georiënteerd en staat loodrecht op de rest van de Utrechtse Heuvelrug. Ten westen van de Utrechtse heuvelrug en ten zuiden van de stuwwal van Den Dolder worden smeltwaterafzettingen aangetroffen, die ook zijn afgezet tijdens het Saalien. Deze smeltwater- of glaciofluviatiele afzettingen bestaan uit grof zand en grind en behoren tot het Laagpakket van Schaarsbergen, Formatie van Drente. Geomorfologisch gezien vormen deze glaciofluviatiele afzettingen smeltwaterwaaiers (sandrs) en smeltwatervlaktes (sandr-vlaktes).

Tijdens een groot deel van het laatste glaciaal, het Weichselien (115.000 - 10.000 jaar geleden), heerste er in Nederland een poolklimaat. Er is praktisch geen begroeiing en de wind heeft vrij spel, waardoor bestaande afzettingen worden geërodeerd om elders als dekzanden te worden afgezet, zo ook rondom de Utrechtse Heuvelrug. Deze dekzanden behoren tot het Laagpakket van Wierden (Formatie Boxtel). De dekzanden die op de flanken van de stuwwal worden afgezet, worden gordeldekzanden genoemd. Gedurende het grootste deel van het Holoceen (10.000 jaar geleden tot heden) staat de geologische ontwikkeling rondom de stuwwallen stil en is het gebied grotendeels begroeid met loofbos. Vanaf de Late Middeleeuwen neemt de bevolkingsdruk toe en ontstaan er door houtkap en overbegrazing uitgestrekte heidevelden. Door het op steken van heideplaggen ontstaan er grote zandverstuivingen rondom de Utrechtse Heuvelrug. Deze zandverstuivingen vormen het Laagpakket van Kootwijk (Formatie van Boxtel). Geomorfologisch worden lage en hoge land- en stuifduinen onderscheiden. Het verschil tussen land- en stuifduinen is een kwestie van begroeiing: landduinen zijn begroeid, stuifduinen niet." 2.1.2 Den Dolder Den Dolder is omstreeks 1900 tot ontwikkeling gekomen door de vestiging van een zeepfabriek (De Duif), nadat in 1895 een station werd gerealiseerd aan de spoorlijn die er sinds 1864 lag.

De directeur van de zeepfabriek, dhr. Pleines, liet in de loop der jaren naast arbeiderswoningen onder andere ook een postkantoor, een school en een kerk bouwen, waardoor Den Dolder echt als woonplaats beschouwd kon worden. Omstreeks 1906 was daar ook de vestiging van de Willem Arntsz Stichting, die grond van het landgoed Ewijckshoeve kocht en hier startte met opvang en behandeling voor de geestelijke gezondsheidszorg. De vestiging van de Willem Arntsz Stichting (en de groene, rustige omgeving) heeft ervoor gezorgd dat in de loop der jaren meerdere gezondheidsinstellingen zich vestigden in en om Den Dolder. De spoorlijn zorgt voor een scheiding van het dorp. Aan de zuidzijde zijn enkele centrumvoorzieningen (supermarkt en enkele andere winkels) aanwezig. Centraal in het dorp, net ten noorden van de spoorlijn, is het bedrijf Remia C.V. gevestigd. De structuur van de dorpskern van Den Dolder wordt verder bepaald door de aanwezige (doorgaande) wegen. De N238 (Nieuwe Dolderseweg) ligt ten oosten van de dorpskern en heeft een ongelijkvloerse kruising met de spoorlijn en vormt een belangrijke noord-zuid verbinding van de Soestdijkerweg naar de kern Zeist, waar deze aansluit op de A28.

De Dolderseweg is de belangrijkste (doorgaande) verbinding tussen het noordelijke en zuidelijke deel van de dorpskern en heeft een gelijkvloerse kruising met de spoorlijn (voorzien van een beveiligde spoorwegovergang). De enige andere mogelijkheid naast de N238 en Dolderseweg om de spoorlijn te kruisen is ter hoogte van de Tolhuislaan, waar een langzaamverkeerstunnel onder het spoor door gaat. De overige wegenstructuur is ingericht als woonstraat of verblijfsgebieden/woonerven met een bijbehorend snelheidsregime (30

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

9

km/uur). Ten noorden van Den Dolder, aan de oostkant van de N238 is de WA-Hoeve gesitueerd. 2.1.3 WA-Hoeve De ontwikkeling van het terrein De WA-Hoeve is begonnen met de bouw van een boerderij en het gebruik van aangesloten percelen als buitenplaats voor de psychiatrische instelling, zie afbeelding 2.1. Inzichten in de psychiatrie van die tijd gingen ervan uit dat patiënten sneller zouden genezen wanneer zij in de buitenlucht tot rust konden komen en zich bezig konden houden met land- en tuinbouwactiviteiten. Daarnaast vond de verpleging in kleine groepen plaats, en leefden mannen en vrouwen gescheiden. Ondanks dat er verschillende veranderingen op het terrein zijn doorgevoerd en gebouwen volgens andere principes zijn toegevoegd of uitgebouwd is het oorspronkelijke concept nog steeds duidelijk afleesbaar. Opvallend is de symmetrische as en de situering van de paviljoens, die allemaal met de lange zijde parallel aan de noord-zuid lopende dwarsassen liggen. De lange (woon)gevels zijn daarom op het oosten en het westen georiënteerd. Bij alle paviljoens ligt de westgevel aan de dwarsas; hier bevindt zich dan ook altijd de ingangspartij. De symmetrische stedenbouwkundige opzet heeft een hoge cultuurhistorische waarde, omdat het zeer zeldzaam en waardevol is in Nederland. Koesteren van deze opzet is uitgangspunt bij herontwikkeling.

Afbeelding 2.1: Vestiging boerderij (bron: Cultuurhistorische Verkenning Willem Arntsz Hoeve, 2021). In de Cultuurhistorische Verkenning (3 mei 2021) (zie Bijlage 1) en het Beeldkwaliteitsplan Bosch & Hei Willem Arntsz Hoeve - Den Dolder (zie Bijlage 2) is gedetailleerd opgenomen hoe de WA-Hoeve in de loop der jaren is ontstaan. Een overzicht daarvan: (bron: Cultuurhistorische Effectrapportage Willem Arntsz Hoeve, 2005 en Cultuurhistorische Verkenning Willem Arntsz Hoeve, 3 mei 2021).

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

10

1906-1915 (ontwerp Poggenbeek) Vanuit het idee dat het buitenleven en de land- en tuinbouwactiviteiten een heilzame werking op de patienten zou hebben, werd in 1907 allereerst de bouw van een boerderij voltooid. Deze is gesitueerd ten noordwesten van het latere directiegebouw (aan de Boerderijlaan). Naast ruimte voor het boerengezin bood deze boerderij aan veel andere mensen woonruimte. Na de bouw van de boerderij volgde de bouw van de overige onderdelen van de buitenstichting. De ontwerper van de eerste generatie gebouwen was de Amsterdamse architect F.W.M. Poggenbeek. Kenmerkend aan zijn ontwerp is de tweeledige opzet van de inrichting die bestond uit een symmetrische as met aan weerszijden daarvan de dwarsassen met een verstrooide indeling en de hiërarchische opzet die een weerspiegeling gaf van toenmalige organisatie van de gezondheidszorg. Het ontwerp van Poggenbeek zorgde enerzijds voor overzichtelijkheid en anderzijds vermeed het massaliteit en creëerde het rust en ruimte. In het centrale gedeelte bevond zich het zorgcomplex bestaande uit een gehoorzaal, bedrijfsgebouw en een directiegebouw, gelegen aan een rond pleintje aan de Vijverhof. De Vijverhof heeft op de situatietekening een flauw gebogen tracé; vermoedelijk was het de bedoeling dat steeds maar een beperkt aantal gebouwen zichtbaar zou zijn vanaf de Dolderseweg en de laan.

In de dwarsassen lagen de woningen (oa. voor de directeur) en een aantal paviljoens voor de patiënten. zie afbeelding 2.2. De keuze is gemaakt om losse en bescheiden paviljoens te realiseren, in plaats van één hoofdgebouw, omdat het paste bij de kleinschalige insteek van de instelling. Kenmerkend voor de paviljoens die door Poggenbeek ontworpen zijn, is de lichte en soms zelfs witte kleur van de paviljoens. Dit heeft hij waarschijnlijk zo ontworpen, om de bebouwing een vrolijke uitstraling te geven. De paviljoens liggen aan drie gebogen, maar vrijwel evenwijdige assen die de Vijverhof onder een haakse hoek kruisen. De indeling van de paviljoens was gericht gebaseerd op de stringente sexe scheiding. Daardoor werden de paviljoens van de vrouwen aan de zuidkant gevestigd en die van de mannen aan de noordkant. Ook werden er rustige plekken gecreëerd voor zeer onrustige patiënten. Deze paviljoens lagen ver weg van de centrale as. Om de centrale as heen ontwierp Poggenbeek een soort tweede laag, die bestond uit de boerderij en de dienstwoningen. Bij het ontwerp van het terrein werd qua infrastructuur rekening gehouden met de spoorweg in het zuiden en de Dolderseweg in het westen. Buiten de aanwezige bospercelen, was er op het terrein vrijwel geen opgaande begroeiing. Het is onduidelijk of het terreinontwerp ook afkomstig is van Poggenbeek.

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

11

Afbeelding 2.2: Periode Poggenbeek (bron: Beeldkwaliteitsplan Bosch & Hei Willem Arntsz Hoeve Den Dolder) 1915 - 1927 (periode Kolk) De bouwactiviteiten gingen na 1915 door onder leiding van architect H.J. Kolk, die tot 1928 verantwoordelijk was voor de ontwerpen. De grootste wijzigingen onder Kolk zijn: de drie dwarsassen komen aan de zuidkant niet samen; wel is de middelste doorgetrokken naar de Dolderseweg vlak bij het station en vanaf de flauwe bocht in de Vijverhof zijn ter weerszijden gebogen paden naar de westelijke dwarsas aangelegd. Dit gegeven versterkt de symmetrie. Aan de zuidoostkant van de Vijverhof is een min of meer rechthoekige padenstructuur met een cirkelvormig pad als centrum (in rudimentaire vorm aanwezig in 1915, uitgewerkt in 1927). In de huidige situatie is dit patroon herkenbaar. Ten noordoosten van de Vijverhof, op een verre afstand van de andere bebouwing werd een mortuarium en een begraafplaats aangelegd. De begraafplaats is nooit in gebruik geweest en is ook niet meer herkenbaar. 1928 - 1940 (periode Mertens) De symmetrische principes uit de eerste fase werden eind jaren ’20 losgelaten of tenminste veel

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

12

soepeler gehanteerd. In de periode vanaf 1928 werd het complex van de buitenstichting aanzienlijk uitgebreid, zowel met paviljoens als met personeelswoningen. De belangrijkste ontwerper in deze bouwfase was architect H.F. Mertens uit Bilthoven, zie afbeelding 2.3. Hij bouwde ten zuiden van de Vijverhof twee vrouwenpaviljoens, ten noorden twee mannenpaviljoens. Hiermee doorbrak hij de symmetrie. Bovendien waren de ontwerpen van de paviljoens, bestaande uit bakstenen en forse kappen, een contrast tot de lichte gebouwen die in de eerste fase door Poggenbeek zijn ontworpen. Vervolgens realiseerde Mertens zes dubbele zusterhuizen gebouwd in een U-vorm rond twee vijvers. Hiermee kwamen voor het eerst gebouwen voor vrouwen aan de noordkant van de as. De situering was gedeeltelijk spiegelbeeldig. Het zichteffect van de flauwe bocht in de Vijverhof ging hiermee voor een groot deel verloren en de vooruitgeschoven positie van het directiegebouw werd minder. Met de bouw van het Theehuis werd de symmetrie nog verder verstoord. De centrale as werd verdicht met een ketelhuis en werkplaatsen (Carré). Naast het doorbreken van de symmetrie, was in een aantal opzichten ook sprake van continuïteit. Nieuwe gebouwen werden continu gekoppeld aan de infrastructuur van het eerste ontwerp. Hierdoor is een deel van de symmetrie van Poggenbeek in stand gebleven.

In de architectuur is eveneens continuïteit terug te vinden. Net als Poggenbeek past Mertens veel en grote ramen toe, bijvoorbeeld in de paviljoens en de werkplaatsen in het Carré. Uit kaartmateriaal blijkt dat de WA-Hoeve in deze periode opgevat kan worden als een ‘landschapscatalogus’, met wei- en bouwland, moestuinen, bos en heide.

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

13

Afbeelding 2.3: Periode Mertens (bron: Beeldkwaliteitsplan Bosch & Hei Willem Arntsz Hoeve - Den Dolder) 1940 - 1980 In de periode net na de Tweede Wereldoorlog vond weinig uitbreiding plaats. In 1955 werd door Van Heerde een winkeltje ('t Heuveltje) ontworpen met een werkplaats voor vrouwelijke patiënten daarachter, op de bestaande kolenloods. In 1967 werd, buiten de HMA, het Deltahuis (nu Centrale Receptie) gebouwd. In de jaren '70 en '80 vonden nog verdere uitbreidingen op het terrein plaats. Deze vonden vooral ten noorden en zuiden van de middenas plaats. De architectuur van deze gebouwen was in een jaren '70-stijl, wat daardoor niet direct aansloot bij de destijds bestaande gebouwen. In deze periode is ook een aantal paviljoens, ontworpen door Poggenbeek en Mertens, gesloopt. Bovendien zijn her en der tegen de bestaande gebouwen aanbouwen verschenen en is noodbebouwing neergezet. Huidige situatie Het terrein van de WA-Hoeve, dat ooit één geheel vormde, is nu over verschillende eigenaren verdeeld. De Stichting Altrecht (WA-Hoeve) en de Stichting Reinaerde (Dennendal) hebben respectievelijk het

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

14

zuidelijk en het noordelijk deel van het bebouwde terrein in bezit, het Utrechts Landschap het heide- en bosgebied ten oosten en ten westen daarvan. De huidige situatie bestaat uit de voornamelijk historische bebouwing in de middenas die her en der is aangevuld met latere aan- en uitbouwen en tijdelijke bebouwing, zie afbeelding 2.4. Een aantal van de historische paviljoens aan de dwarsassen staat er nog steeds, een aantal andere is gesloopt. Daaromheen staan de paviljoens uit de jaren '70, vrijstaand in het groen en zonder duidelijke oriëntatie op de weg. Het terrein van de voormalige WA-Hoeve is er in de loop der jaren niet overzichtelijker op geworden, zie afbeelding 2.5. Wel is de oorspronkelijke opzet van Poggenbeek met de belangrijkste bebouwing in de middenas vanaf de Vijverhof nog goed ervaarbaar. Alleen is de relatie tussen middenas en de paviljoens aan de dwarsassen minder geworden door de sloop van een aantal nabij de as gelegen paviljoens, het verdwijnen van een deel van de laanbeplanting en door het vele, spontaan opgekomen struikgewas. Vanaf de latere bebouwing ten noorden en ten zuiden van de as (bijvoorbeeld de Centrale Receptie) zijn de middenas en de logica van de lanenstructuur in het geheel niet meer te ervaren. Ook de aan- en uitbouwen en de tijdelijke bebouwing dragen daar hun steentje aan bij.

Afbeelding 2.4: Huidige situatie (bron:Beeldkwaliteitsplan Bosch & Hei Willem Arntsz Hoeve - Den Dolder) Monumenten

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

15

Ondanks de verscheidenheid in architectonische ontwerpen vormen de gebouwen uit verschillende perioden een bijzondere eenheid waarbinnen de ontwikkelingsgeschiedenis van het complex tot uiting komt. Het geheel van gebouwtypen heeft daarnaast een zeldzaamheidswaarde in Nederland; er zijn slechts enkele voorbeelden van dergelijke gestichten uit de vroege 20e eeuw, waarvan vele reeds ingrijpend zijn aangepast. Vooral in de historische middenas is een groot aantal historische panden te vinden, die daardoor beschermd worden op zowel gemeentelijk niveau als rijksniveau. Voor de gebouwen zal een nieuwe functie gevonden moeten worden, waarbij in bijna alle gevallen restauratie en/of renovatie noodzakelijk is. Per gebouw moet individueel worden afgewogen hoe de transformatie plaats moet vinden.

Afbeelding 2.5: Huidige situatie met plangrens (bron:Beeldkwaliteitsplan Bosch & Hei Willem Arntsz Hoeve - Den Dolder) Overzicht van rijksmonumenten De volgende monumenten in de historische middenas zijn vanuit rijksniveau aangewezen als beschermde monumenten (bron: Noor Mens, Het ontstaan van de WA Hoeve in Den Dolder): Directiegebouw (1911-1912) - ontworpen door Poggenbeek Het directiegebouw heeft een representatieve uitstraling: het is een klassiek, symmetrisch opgezet complex dat de centrale as van het terrein markeert, waardoor het een van de belangrijkste structurerende elementen is. In 1936 is de aanbouw aan de achterzijde met daarin het cursuslokaal uitgebreid t.b.v. een leslokaal, laboratoria en een rontgenkamer. Het ontwerp is van H.F. Mertens in de hem kenmerkende baksteenarchitectuur. Vervolgens zijn er in de jaren ‘60 aanpassingen gedaan, waarbij de entree is ‘gemoderniseerd’ en de inpandige structuur van het pand vertroebeld is geraakt. De vluchttrappen zijn na 1963 aangebracht. Het directiegebouw van de WA-Hoeve is van grote cultuurhistorische waarde alsmede van ensemble waarde als functioneel onderdeel van de WA-Hoeve. Tevens is het gebouw van architectuurhistorische waarde vanwege het bouwtype en de oorspronkelijke detaillering van het exterieur. Gehoorzaal (1911-1912) - ontworpen door Poggenbeek De gehoorzaal behoort tot de eerste gebouwen van de WA-Hoeve.

Het is gelegen op de centrale as van het complex, achter het hoofdgebouw. Het gebouw was bestemd voor ontspanning van

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

16

patiënten en personeel. Er vonden zang- en toneeluitvoeringen plaats en het was tevens bestemd voor het doen van godsdienstbeoefeningen. Later werd de gehoorzaal voornamelijk gebruikt voor lichamelijke oefening. In 1952 heeft een verbouwing plaatsgevonden waarbij de kelder en het toneel vergroot zijn. Deze verbouwing is in de stijl van Poggenbeek uitgevoerd. In 1957 zijn de entreeportalen met garderobe, toiletten, buffet en bergruimte vergroot en voorzien van luifels. In deze periode zijn ook de dakkapellen verwijderd. De gehoorzaal is van cultuurhistorische waarde vanwege de oorspronkelijke functie alsmede van ensemble waarde als onderdeel van de eerste bebouwing op het terrein van de WA-Hoeve. Carré (1936-1937) - ontworpen door Mertens Het Carré bestaat uit verschillende paviljoens, die bestemd waren voor arbeidstherapie en creatieve therapie, en voor ontspanning van de patiënten. De vertrekken zijn erg licht door de grote ramen, die typerend zijn voor de stijl van Mertens. Het Carré is redelijk in oorspronkelijke staat. In 1962 en 1963 heeft wel een aantal aanpassingen in de noord- en zuidgevel en toiletruimten plaatsgevonden, en zijn er overkappingen van golfplaten gekomen.

Het gebouw is van cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een therapievorm die in de eerste helft van de 20ste eeuw ontwikkeld werd, alsmede van architectuurhistorische betekenis vanwege de Nieuw-Zakelijke invloeden en bouwtype en als onderdeel van het oeuvre van architect Mertens. Tevens van ensemble waarde als onderdeel van de het terrein. De Wingerd - TBC Paviljoen (1911-1912) - ontworpen door Poggenbeek Ook de Wingerd behoort tot de oudste gebouwen van het complex. Het was een barak waar slechts een klein aantal patiënten ondergebracht kon worden dat ongeschikt was om in de grotere gemeenschappelijke zalen te worden ondergebracht. Het was lange tijd in gebruik als TBC paviljoen voor klinische patiënten van de gehele Willem Arntsz Stichting. De Wingerd is nog in redelijk originele staat en in goede staat van onderhoud. De verbouwingen uit het verleden hebben betrekking op modernisering van sanitair en keuken. Daarnaast is een aantal binnenwanden verwijderd waardoor de oorspronkelijke structuur vertroebeld is. Van cultuurhistorische waarde vanwege oorspronkelijke functie alsmede van ensemble waarde als historisch onderdeel van de eerste ontwikkeling WA-Hoeve.

Overzicht van gemeentelijke monumenten De volgende monumenten in de historische middenas zijn vanuit gemeentelijk niveau aangewezen als beschermde monumenten: Bedrijfsgebouw (1911-1912) - ontworpen door Poggenbeek Het bedrijfsgebouw maakt deel uit van het symmetrische complex (begin 20e eeuw) en ligt op de middenas van het terrein, achter het hoofdgebouw en de gehoorzaal. In het gebouw bevonden zich onder andere vertrekken voor vrouwelijke personeelsleden en kamers voor leerlingverpleegsters. Ook waren er keukens en een provisieruimte aanwezig. Het bedrijfsgebouw heeft diverse verbouwingen en uitbreidingen ondergaan, waarbij het steeds aangepast werd aan de wensen en eisen van de bedrijsvoering. Ketelhuis (1928) - ontworpen door Mertens Voor een centraal geregelde verwarming werd het ketelhuis gebouwd, in de hoofdas van het complex, achter het bedrijfsgebouw. In 1937 heeft er een uitbreiding plaatsgevonden naar ontwerp van Van Heerde in de stijl van de oorspronkelijke architectuur. Het gebouw is letterlijk naar het zuiden toe geëxtrudeerd. In 1951 is een generatorruimte tegen de westzijde gebouwd. Ten slotte is in 1973 de kolenbunker aan de oostzijde verbouwd tot kantoor en werkplaats voor de technische dienst. Hierbij wordt het beeld met de rondbogen verstoord. Een restant van de schoorsteen is nog aanwezig.

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

17

Theehuis (1931) - ontworpen door Mertens Het theehuis is onderdeel van de gebouwen die voor arbeidstherapie en creatieve therapie gebouwd werden. Het werd opgetrokken in een rustieke stijl. Patiënten konden hier hun bezoekers ontvangen en theedrinken en er konden zelfgemaakte producten gekocht worden. Het is in de jaren ‘60 uitgebreid, dit valt niet onder de gemeentelijke bescherming. Paviljoen Wier - Oud Wier (1911-1912) - ontworpen door Poggenbeek Dit paviljoen was bestemd voor mannen uit de laagste sociale klasse. In 1980 heeft er een uitbreiding plaatsgevonden. De brandtrap aan de noordzijde dateert uit 1961. De karakteristieke schoorstenen zijn niet meer aanwezig. 't Heuveltje (1940) - ontworpen door Van Heerde De oorspronkelijke functie van 't Heuveltje was een opslagloods. In 1954 werd het getransformeerd tot een werkplaats voor vrouwen. In 1998 is het uiteindelijk verbouwd tot een kunstenaarsbedrijf. Daardoor is de naam ook veranderd naar Het Vijfde Seizoen. Voor deze vernieuwde functie is het gebouw bijna volledig gestript. Paviljoen Spinoza (1911-1912) - ontworpen door Poggenbeek Dit paviljoen was bestemd voor de dames van de eerste klas. Naar alle waarschijnlijkheid is er in de periode van Kolk een éénlaagse uitbreiding aan de noordzijde van het paviljoen geweest. Verder is er een aantal aanpassingen geweest aan zowel het interieur als het exterieur.

Groenaanleg Vooral de verscheidenheid aan typen landschappen op de WA-Hoeve is bijzonder; er komt wei- en bouwland voor, moestuinen, bos en heide. Bij herontwikkeling is het van belang dat deze verscheidenheid zoveel mogelijk gekoesterd wordt en waar mogelijk versterkt. De groenaanleg binnen de primaire laag van de centrale as en de dwars-assen is in de loop van de tijd vertroebeld geraakt. Bij herontwikkeling ligt hier dan ook een bijzondere kans om de kwaliteit van het groen als verbinder tussen alle gebouwen op het complex te verbeteren.

2.2

Ruimtelijke structuur

WA-Hoeve De ruimtelijke structuur van de WA-Hoeve (en het ontstaan daarvan) is al grotendeels beschreven in paragraaf 2.1. De WA-Hoeve heeft van oorsprong een prachtige karakteristieke structuur van paviljoens en paden rond een as met centrale functies. Nieuwe inzichten in zorg en huisvesting hebben in de vorige eeuw geleid tot aanpassingen in de ruimtelijke structuur en de bebouwing. De landschappelijke structuur is versterkt. Waar aanvankelijk sprake was van voornamelijk kale heide is de aanplant van weleer uitgegroeid tot een monumentale laanstructuur en de omgeving heeft zich juist ontwikkeld tot prachtige bossen en heide.

2.3

Functionele inrichting

In de huidige situatie geeft het plangebied deels een rommelige aanblik. In de afgelopen jaren zijn verschillende panden anti-kraak bewoond/gebruikt en staat het grootste deel leeg. Dit heeft in zijn algemeen een negatief effect op de algehele uitstraling en staat van de gebouwen. Het gebied is verder openbaar toegankelijk via de openbare weg, maar nodigt niet uit om te bezoeken. Het gebied wordt doorkruist door een fietsroute, die vanuit het noorden via de Kapelweg, de Vijverhof en Distelvlinder naar het zuiden gaat, over de fietsbrug over de N238 richting de kern van Den Dolder, of via Dagpauwoog richting Soest in het oosten.

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

18

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Begin 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteits- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid heeft onder meer de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de Structuurvisie Randstad 2040 vervangen. De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water-)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen m.b.t. (inter-)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven-)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's met concentraties van topsectoren (waaronder Amsterdam c.a.

en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk los. Het Rijk stelt heldere ambities voor Nederland in 2040; een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Dit doet het Rijk op basis van de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven zowel bovengronds als ondergronds richting 2040 bepalen. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Een aantal ambities heeft raakvlakken met dit bestemmingsplan: De woon- en werklocaties in steden en dorpen passen bij de vraag van mensen Mensen wonen in een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit, zowel in stedelijk als in landelijk gebied, en zijn blijvend beschermd tegen overstromingen en heeft voldoende zoetwater in droge perioden. Deze ambities zet het Rijk neer voor 2040. Het is niet enkel aan het Rijk om deze ambities waar te maken; dit vraagt samenwerking met decentrale overheden, marktpartijen en kennisinstellingen. Op basis van de ambities is het Rijk tot drie rijksdoelen gekomen. Dit zijn drie hoofddoelstellingen voor de middellange termijn (2028), namelijk “concurrerend, bereikbaar en leefbaar & veilig”.

Voor deze drie hoofddoelen zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Voor alle nationale opgaven worden rijksinstrumenten ingezet, waarbij financiering slechts één van de instrumenten is. Ook decentrale overheden en marktpartijen dragen bij aan de realisatie van nationale opgaven. Dit bestemmingsplan heeft raakvlakken met de volgende nationale belangen: Nationaal belang 8: Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's. Voor een goede milieukwaliteit moet de kwaliteit van bodem, water en lucht minimaal voldoen aan de (internationaal) geldende norm(en). De gezondheid van burgers moet worden beschermd tegen

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

19

negatieve milieueffecten zoals geluidsoverlast. Het uitgangspunt is een gelijk beschermingsniveau voor het hele land. In Hoofdstuk 5 is aangegeven op welke wijze in het voorliggende bestemmingsplan rekening is gehouden met de diverse milieuaspecten. Nationaal belang 13: Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Bij het voorliggende bestemmingsplan zijn alle belangen zorgvuldig afgewogen. Burgers, belangenorganisaties en andere overheden hebben de mogelijkheid om in het kader van de bestemmingsplanprocedure te reageren op deze afweging. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De NOVI is vastgesteld, maar nog niet in werking getreden. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kan in gebieden gekomen worden tot betere, meer geïntegreerde keuzes. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen.

Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het rijk. Nationale belangen Met de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen. De eerste drie nationale belangen zijn van een ander, meer overkoepelend karakter, dan de overige. Deze nationale belangen zijn: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9.

Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij.

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

20

Prioriteiten Tevens geeft de NOVI richting met behulp van vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energiestrategie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Afwegingsprincipes Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond. Zo wordt 'omgevingsinclusief' beleid gevoerd. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Uitgangspunten voor samenwerking De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij worden vier uitgangspunten gehanteerd: 1. Er wordt gewerkt als één overheid, samen met de samenleving. 2. De opgave staat centraal. 3. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. 4. Er wordt permanent en adaptief gewerkt aan de opgaven. Brede maatschappelijke betrokkenheid is een voorwaarde voor het slagen van gezamenlijke ambities. Daarom wordt in de NOVI tevens aandacht besteed aan participatie. Participatie vraagt om maatwerk per opgave, gebied en bestuurlijke situatie.

NOVI-gebieden Ten slotte worden in de NOVI op vier thema's voorlopig acht zogenaamde NOVI-gebieden benoemd welke onderdeel worden van de Omgevingsagenda. Het Rijk zal in deze gebieden een actieve rol gaan spelen. Deze thema's en bijbehorende gebieden zijn: 1. Transities van havengebieden in Regio Rotterdam en Amsterdam 2. Transities landelijk gebied: De Peel en Groene Hart 3. Energie- en klimaattransities in relatie tot verstedelijking: Groningen en regio Zwolle 4. Transities in grensoverschrijdende context: Zuid-Limburg en de Zeeuwse havens/Zeeuws-Vlaamse kanaalzone. Uitvoeringsagenda De NOVI gaat vergezeld met een Uitvoeringsagenda, waarin staat hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Zo helpt de NOVI om keuzes te maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Toepasbaarheid Dit bestemmingsplan draagt bij aan de volgende nationale belangen: 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. Met de herontwikkeling van het bestaande deels leegstaande gebied wordt de kwaliteit van de leefomgeving verbeterd. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

De initiatiefnemer heeft afspraken gemaakt met de gemeente Zeist over het woonprogramma binnen dit plangebied en het nabijgelegen plangebied "Willem Arntsz Hoeve - Noordelijk en Zuidelijk ontwikkelveld" dat in gezamenlijkheid ontwikkeld zal worden. Op die manier wordt zo goed mogelijk aangesloten op de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoeften in de gemeente. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Het plangebied is grotendeels gelegen in een cultuurhistorisch waardevol gebied met monumenten en cultuurhistorische elementen. Daarnaast is het gelegen in een gebied met landschappelijke waarden.

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

21

De planontwikkeling respecteert de bestaande waarden, maakt er gebruik van en versterkt deze. Dit bestemmingsplan draagt daarnaast bij aan de prioriteit: 1. Sterke en gezonde steden en regio’s De herontwikkeling van een bestaand gebied ten behoeve van woningbouw, werken, horeca en zorg draagt bij aan de economische ontwikkeling van Zeist en Den Dolder en daarmee aan een sterke regio. Besluit ruimtelijke ordening Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'ladder' voor duurzame verstedelijking op (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Deze ladder is als motiveringseis voor stedelijke ontwikkelingen, opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op dit bestemmingsplan. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de ladder. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 heeft gevolgen voor de doorwerking van het nationale ruimtelijke beleid. Totdat de Wro in werking was getreden was het geldende rijksbeleid vastgelegd in Planologische Kernbeslissingen (PKB's). Sinds 1 juli 2008 zijn deze documenten alleen nog bindend voor het rijk en niet meer voor andere overheden. Het rijk kiest ervoor om het deel van het ruimtelijk beleid dat bedoeld is bindend te zijn voor andere overheden, ook onder de Wro te borgen.

Dit kan via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt over ruimtelijke ordening. Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau, in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee, defensie, erfgoederen en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, reserveringsgebieden voor nieuwe hoofdwegen en spoorlijnen en reserveringsgebieden voor uitbreiding van enkele bestaande hoofdwegen. Op 1 juli 2014 zijn de wijzigingen van het Barro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Deze wijzigingen hebben betrekking op buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen die van nationaal belang zijn.

Tevens is hiermee een aantal verbeteringen aangebracht in het Barro. Dit bestemmingsplan heeft geen directe betrekking op regels in het Barro, maar staat deze regels ook niet in de weg. Waterbeleid De basisprincipes van het nationale beleid, Waterbeheer 21e eeuw (WB21) en het Europese beleid, de Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn uitgewerkt in een drietrapsstrategie voor waterkwaliteit en -kwantiteit: waterkwantiteit: vasthouden, bergen, afvoeren (afbeelding 3.1); waterkwaliteit: schoonhouden, scheiden, zuiveren. Daarbij geldt als uitgangspunt dat meer ruimte voor water nodig is, niet afgewenteld mag worden in plaats en tijd en geen achteruitgang mag plaatsvinden van de huidige chemische en ecologische waterkwaliteit.

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

22

Afbeelding 3.1: Vasthouden (1), Bergen (2), Afvoeren (3) Het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is een verdere uitwerking van het WB21 beleid. In het NBW hebben het rijk, provincies, gemeenten en waterschappen zich als taak gesteld om de wateropgave in beeld te brengen en oplossingsrichtingen uit te werken. Het NBW-actueel is een actualisatie van het NBB uit 2003. Het NBW-actueel benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het op orde krijgen en houden van het totale watersysteem. Het geeft aan welke instrumenten ingezet worden om de opgave te realiseren, welke taken en verantwoordelijkheden iedere partij daarbij heeft en hoe partijen elkaar in staat willen stellen hun taken uit te voeren. De afspraak is ook dat kan worden vastgehouden aan de wateropgave zoals die volgens het WB21-middenscenario in beeld is gebracht. De KRW (Kaderrichtlijn Water) is gericht op het bereiken van een goede ecologische waterkwaliteit in alle Europese wateren. De KRW is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren vanaf 2015 aan bepaalde eisen moet voldoen. In paragraaf 5.8 wordt ingegaan op de omgang met de diverse wateraspecten. Conclusie Rijksbeleid Dit bestemmingsplan voldoet, voor zover relevant, aan het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Provincie Utrecht (2021) Op 1 april 2021 is de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht in werking getreden. Ter ondersteuning van de visievorming en de besluitvorming over de Omgevingsvisie en -verordening is een milieueffectrapport (planMER) opgesteld. Deze hebben Gedeputeerde Staten op 10 maart 2021 in definitieve vorm vastgesteld. De provinciale Omgevingsvisie vervangt de provinciale gebiedsdekkende structuurvisies zoals de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028, de relevante delen van de natuurvisies, verkeers- en vervoerplannen, strategische gedeelten van provinciale waterplannen en milieubeleidsplannen. De Omgevingsvisie schetst op hoofdlijnen het ruimtelijk beleid van de provincie Utrecht tot 2050, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige trends en ontwikkelingen. Naar verwachting zal in 2050 het inwoneraantal van de provincie een kwart hoger zijn dan nu. Eén van de redenen hiervan is dat de provincie wordt gezien als een aantrekkelijke omgeving om te wonen, die wordt gekenmerkt door een centrale ligging, een mooi en diverse (bosrijk) buitengebied en prettige steden en dorpen met goede voorzieningen. Het groeiende inwoneraantal zorgt ervoor dat zo'n 165.000 woningen gebouwd moeten worden tot 2040. Dit is een grote opgave, omdat de ruimte voor woningbouw binnen Utrecht niet meegroeit.

Hierdoor is efficiënt en multifunctioneel ruimtegebruik van belang. De woningen worden naar verwachting voor een groot deel binnen het bestaand stedelijk gebied via inbreiding en transformatie gerealiseerd. Daarnaast zijn grootschalige woningbouwlocaties nodig. Bij het realiseren van nieuwe woningen moet naast de gehanteerde basisprincipes rekening worden gehouden met thema's zoals

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

23

klimaatverandering, bereikbaarheid, nabijheid van functies, de energie-infrastructuur, biodiversiteit en het behoud van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Toepasbaarheid Bij de ontwikkeling van de WA-Hoeve wordt bijgedragen aan de in de Omgevingsvisie geschetste woningbouwopgave. Daarnaast wordt in grote mate rekening gehouden met de omgevingskwaliteit, zoals de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van het gebied. Omgevingsverordening Provincie Utrecht De Omgevingsverordening van de provincie Utrecht is op 10 maart 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Op 1 april 2021 is de Omgevingsverordening, tegelijk met de provinciale Omgevingsvisie, in werking getreden. De Omgevingsverordening stelt normen aan het beschreven beleid uit de Omgevingsvisie. Landelijk gebied & Kernrandzone In de Omgevingsverordening is het plangebied aangewezen als landelijk gebied waar uitbreiding van woningbouw en bedrijventerrein onder voorwaarde mogelijk is. Eén van de voorwaarden is dat de woningbouw past in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde programma woningbouw die is opgenomen in Bijlage 18 Wonen en werken van de Omgevingsverordening. Gezien de WA-Hoeve hierin is opgenomen als uitbreidingslocatie is de realisatie van woningbouw in het landelijk gebied mogelijk.

De WA-Hoeve is daarnaast eveneens opgenomen in het programma Hart van de Heuvelrug, zie hiervoor ook paragraaf 3.3. Een andere voorwaarde is dat de woningbouw plaatsvindt in aansluiting op het stedelijk gebied. Ook hier wordt aan voldaan door de aansluiting met de kern van Den Dolder. Overige voorwaarden zijn dat de planontwikkeling niet tot extra bodemdaling leidt, dat de woningbouw in samenhang met lokale en regionale groenontwikkeling wordt ontwikkeld, waarbij de omvang van de woningbouw in evenwichtige verhouding staat tot de hoeveelheid te ontwikkelen natuur en recreatie, en dat de realisatie van natuur en recreatie en de duurzame instandhouding daarvan is verzekerd.

Afbeelding 3.2: Landelijk gebied en kernrandzone De provincie wil de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied behouden en koestert daarom de functies die bijdragen aan behoud van de openheid, kwaliteit en beleefbaarheid van het platteland, zoals landbouw, natuur en bos. Dit betekent het voorkomen van een verdere uitwaaiering van stedelijke functies over het landelijk gebied. De kwaliteit van het landelijk gebied draagt immers bij aan de aantrekkelijkheid en het goede functioneren van de steden. In bijzondere situaties en onder voorwaarden

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

24

zijn ontwikkelingen van niet aan het landelijk gebied gebonden functies aanvaardbaar. Die situaties hebben veelal betrekking op de herbestemming van bestaande bebouwde erven en op de ontwikkeling van nieuwe kwaliteit. Het gaat daarbij om: kernrandzones: waarbij ruimte moet zijn voor stedelijke functies en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit wordt nagestreefd; recreatiezones: waar sprake is van een recreatieve opgave die ook door rood-voor-groenconstructies moet kunnen worden gerealiseerd; gebieden binnen en direct grenzend aan de groene contour: waar nieuwe natuurgebieden met behulp van alternatieve financieringsmogelijkheden kunnen worden gerealiseerd. De WA-Hoeve ligt in de kernrandzone. De kernrandzone is het gedeelte van het landelijk gebied dat direct aansluit aan de rode contour, in dit geval de rode contour van Den Dolder. Deze zone is van grote waarde voor de leefbaarheid van de kern Den Dolder als uitloopgebied. De verstedelijking die in een kernrandzone mogelijk wordt gemaakt middels een onderbouwing in het ruimtelijk plan (in onderhavig plan voorafgegaan door de ontwikkelvisie voor de WA-Hoeve) dient ruimtelijk en landschappelijk goed ingepast te worden, zodat deze past bij de kenmerken en verstedelijkingsstructuren van kern en kernrandzone.

Naast kwaliteitsverbetering in de kernrandzone zelf, kan de kernrandzone ook ten dienste staan van kwaliteitsverbetering elders in landelijk of stedelijk gebied. In het beeldkwaliteitsplan dat is opgesteld voor de transformatie van de WA-Hoeve is deze kwaliteitsverbetering nader toegelicht. Verder dient tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit worden geborgd en moet de stedelijke ontwikkeling niet leiden tot onevenredige nadelige effecten op omliggende functies. Het voldoen aan deze voorwaarden wordt ruimtelijk onderbouwd in dit bestemmingsplan. De kernrandzone kent goede verbindingen met de aangrenzende kern. Daarnaast biedt deze zone de mogelijkheid voor ommetjes en een aansluiting op het bovenliggend recreatief routenetwerk. De WA-Hoeve is recreatief aantrekkelijk gelegen, een goede aansluiting op het recreatief routenetwerk is dan ook goed mogelijk. Voor goede verbindingen met de kern Den Dolder worden plannen gemaakt. In paragraaf 5.3 wordt hier nader op ingegaan. Landschap Utrechtse Heuvelrug Het gebied valt onder Landschap Utrechtse Heuvelrug. Het behoud van de volgende kernkwaliteiten staat in dit landschap centraal: robuuste eenheid; reliëfbeleving; extreme historische gelaagdheid. Deze kernkwaliteiten hebben in de verschillende deelgebieden van de Utrechtse Heuvelrug verschillende accenten.

Een uitgebreidere beschrijving en handvatten voor het omgaan met de kernkwaliteiten is opgenomen in de Kwaliteitsgids voor de Utrechtse Landschappen. Bij de nadere uitwerking zal hiervan gebruik worden gemaakt. De Utrechtse Heuvelrug manifesteert zich als een landschappelijke eenheid. Deze wordt bepaald door het doorlopende reliëf, wat zich sterk manifesteert ten opzichte van de omliggende vlakkere en meer open landschappen. Het dominante voorkomen van bos geeft de Utrechtse Heuvelrug een bosdeken. Deze heeft een afwisseling in zich met heide, vennen en stuifzand, waardoor de Utrechtse Heuvelrug een centraal robuust element is voor het natuurnetwerk in de provincie Utrecht. De Utrechtse Heuvelrug wordt doorsneden door een historisch bepaald netwerk van wegen. Open plekken op de Utrechtse Heuvelrug zijn aan het bos gerelateerd en niet aan de wegen. Bij ontwikkelingen in het landschap van de Utrechtse Heuvelrug wordt aandacht gevraagd voor het in stand houden van het reliëf en voor het in stand houden van het samenhangend boscomplex. Vanwege het reliëf en de overige kwaliteiten van de Heuvelrug zijn in dit gebied geen grootschalige ontgrondingen toegestaan. Kleinschalige ontgrondingen voor natuurontwikkeling of recreatieve ontwikkeling zijn wel mogelijk, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteiten.

Cultuurhistorische Hoofdstructuur Vanuit de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) is het plangebied aangewezen als Uitzondering verstedelijkingsverbod Landelijk Gebied. Voor de voorgenomen ontwikkeling betekent dit dat afgeweken

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

25

kan worden van het verstedelijkingsverbod landelijk gebied, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: het betreft een kleinschalige ontwikkeling; de ontwikkeling is gericht op het creëren van economische kostendragers ten behoeve van het behoud, herstel of de versterking, of een combinatie hiervan, van de cultuurhistorische waarde van de Historische buitenplaatszone dan wel het militair erfgoed; de ontwikkeling wordt zorgvuldig ingepast in de omgeving. Het ruimtelijk plan dient een onderbouwing te bevatten van hoe wordt voldaan aan bovenstaande beschreven voorwaarden.

Afbeelding 3.3: Cultuurhistorische Hoofdstructuur Natuur Netwerk Nederland (NNN) Het NNN is een robuust, samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingen daartussen op nationaal niveau. De provincie wil het NNN in Utrecht behouden en verder ontwikkelen. Hiervoor beschermt zij deze gebieden en wil ze 1.506 hectare nieuwe natuurgebieden realiseren. Ze zorgt ervoor dat zich geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die een significant negatief effect hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Dit doet zij via het beschermingsregime 'nee, tenzij'. Als er sprake is van aantasting, dan mag de voorgenomen ontwikkeling niet doorgaan, tenzij deze voldoet aan enkele randvoorwaarden. Dit tenzij heeft betrekking op ontwikkelingen met redenen van groot openbaar belang, beperkte wijziging die noodzakelijk is voor instandhouding NNN of een duidelijk aantoonbare meerwaarde met compensatie. Indien één van deze randvoorwaarden aangetoond is, er geen reële alternatieven zijn, en de negatieve effecten zoveel mogelijk beperkt worden, is de ontwikkeling wel mogelijk. De overblijvende effecten moeten dan wel gecompenseerd worden door realisatie van nieuwe natuur elders.

De ontwikkeling van de WA-Hoeve is opgenomen in het ontwikkelingsprogramma Hart van de Heuvelrug, waar binnen het kader van de NNN rekening is gehouden met compensatie omdat er een duidelijke aantoonbare waarde ontstaat. Deze compensatie is berekend in relatie tot alle projecten binnen dat ontwikkelingsprogramma. In paragraaf 5.9 en Bijlage 11 wordt nader ingegaan op de NNN-opgave. Daaruit blijkt dat er ter plaatse van het plangebied geen sprake is van aantasting van NNN.

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

26

Afbeelding 3.4: Natuurnetwerk Nederland Voorheen, onder de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028, viel de WA-Hoeve onder het NNN. De Omgevingsvisie heeft reeds voorgesorteerd op de ontwikkeling van de WA-Hoeve door het overgrote deel van de WA-Hoeve voortaan buiten het NNN te laten vallen (zie afbeelding 3.4). Omdat de WA-Hoeve wordt omringd door het NNN dient het netwerk beschermd te worden tegen eventuele nadelige effecten van de ontwikkeling. De bescherming van het NNN richt zich zowel op actuele als potentiële waarden. De potentiële waarden worden vooral bepaald door abiotische factoren zoals waterhuishouding en bodemopbouw. De kaders die het Rijk stelt voor de bescherming van het NNN (vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) geven aan, dat de bescherming van potentiële waarden in het NNN alleen aan de orde kan zijn, als de gronden daadwerkelijk (mede) voor natuurdoelen zijn bestemd. Dat betekent, dat de provincie ter plekke van zogenoemde ingesloten functies binnen het NNN alleen de actuele waarden beschermt. Als er echter in het vigerende bestemmingsplan sprake is van een mede- of dubbelbestemming voor natuur of bos dan moet de ontwikkeling voor de bestaande functie getoetst worden aan zowel actuele als potentiële waarden. Het NNN heeft een belangrijke functie voor de recreatie.

De provincie wil die recreatieve functie behouden en waar nodig versterken. Dit mag echter niet leiden tot een toenemende versnippering van het NNN. Voor intensivering van bestaande dag- en verblijfsrecreatieve terreinen geldt ook de regel voor ingesloten functies. De provincie hecht belang aan goede voorzieningen voor recreatief medegebruik van het NNN, zoals wandelen en fietsen, mits passend in een duidelijke zonering in relatie tot het functioneren van het NNN. Recreatieve poorten naar natuurgebieden kunnen op grond van een gebiedsvisie een intensievere inrichting krijgen indien dit opweegt tegen de ecologische winst van een goede recreatieve zonering in het achterliggende natuurgebied. Conclusie Provinciaal beleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen voorgestelde voorwaarden voor afwijking van provinciaal beleid

Willem Arntsz Hoeve - Historische Middenas

27

met betrekking tot de kernrandzone en de NNN. De inpassing van het plan is opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan Bosch & Hei Willem Arntsz Hoeve - Den Dolder en voldoet aan de provinciale voorwaarden. Ook wordt rekening gehouden met de doelstellingen van het Landschap Utrechtse Heuvelrug. Het plangebied is aangewezen als toekomstige woonlocatie en daarbij wordt conform de afspraken uit het programma Hart van de Heuvelrug de ontwikkeling mogelijk gemaakt (zie paragraaf 3.3).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13718910/1