00.1-21RV052# Begroting 2022 boek 1
Tekst van het document
Doel – Actie – Resultaat Hieronder beschrijven we waar we ons binnen dit programma voor inzetten, oftwel: Wat willen we bereiken? Per gewenst maatschappelijk effect (doel) beantwoorden we de vraag ‘Wat gaan we daarvoor doen?’ (actie) en ‘Welke resultaten verwachten we?’ (resultaat). De doelen zijn vetgedrukt en genummerd. Onder elk doel staat één of meerdere acties beschreven. Per actie benoemen we de verwachte resultaten (schuingedrukt). 1.
Een robuuste en inzichtelijke financiële huishouding volgens onderstaande 4 kaders, zodat we een stabiele en betrouwbare partner zijn voor inwoners en ondernemers.
We stellen een structureel sluitende meerjarenbegroting op. In samenspel met de samenleving komen we tot afwegingen welke ambities kunnen worden ingevuld en wat daarvoor in onze huidige activiteiten kan vervallen. In het voorjaar van 2022 komen we tot keuzes voor de volgende begrotingsjaren. We monitoren de signaalwaarden uit de Nota Stabiliteitscriteria, zodat we tijdig zicht krijgen op financiële afwijkingen en op tijd kunnen bijsturen. We komen met een plan om het weerstandsvermogen te versterken. We stimuleren het lerend vermogen door de planning- en controlcyclus (plan, do, check, act) stap voor stap te verbeteren. We verwoorden onze doelen en activiteiten concreet en rapporteren krachtig over de voortgang. Waar mogelijk gebruiken we indicatoren om dit te volgen. Uitgangspunt is altijd het maatschappelijk effect. 55
Verbonden partijen - BghU - Gasdistributie Zeist en Omstreken (GZO) - BNG - Dataland - Vitens [Zie verder de paragraaf Verbonden partijen in deel 2 van deze begroting.]
Beleidsindicator en Geen Investeringen Geen Risico’s [Zie verder de paragraaf Weerstandsvermog en en risicobeheersing in deel 2 van deze begroting.]
Reserves en voorzieningen - Vrije reserve - Algemene reserve met inkomensfunctie - Reserve weerstandsvermogen - Reserve meerjarig onderhoud
We actualiseren ons risicomanagementbeleid waarin we ook stil staan bij onze risicobereidheid (risk appetite). We actualiseren ons garant- en borgstellingsbeleid. Daarin maken we de afweging in te spelen op maatschappelijke vraagstukken die zonder borgstelling niet gerealiseerd worden, maar waarbij we rekening houden met de impact op ons risicoprofiel. - Structurele kosten worden gedekt door structurele inkomsten. Voor de financiële uitdagingen in het sociaal domein en/of de herijking van het gemeentefonds komen passende maatregelen. We zijn zoveel mogelijk voorbereid op financiële tegenvallers. - Aan de hand van het dashboard bieden we bij begroting en jaarrekening inzicht in de financiële staat van onze gemeente. - Bij de kadernota 2023 doen we hiervoor een voorstel. Het streven is om onze weerstandsratio uiterlijk in 2023 op minimaal 1,0 te hebben. - Voor de begroting 2022 hebben we een nieuw model, waarin de samenhang tussen doelen, activiteiten en indicatoren beter inzichtelijk wordt. - We bieden een nieuwe nota risicomanagementbeleid ter besluitvorming aan. - We bieden een nieuwe nota garant- en borgstellingen ter besluitvorming aan.
2.
Verantwoording door het college over rechtmatigheid, waardoor duidelijk wordt of we als gemeente volgens de regels werken.
We richten onze interne processen in, zodat het college de rechtmatigheidsverklaring vanaf 2023 kan afgeven. - Ons intern accountantsverslag geeft inzicht in de rechtmatigheid per proces.
Tabel AL Beheer overige gebouwen en gronden Lasten Baten Saldo
Bedragen x € 1.000
1.142 1.228 86
Tabel AM Treasury Lasten Baten Saldo
Bedragen x € 1.000 90 349 259
Tabel AN OZB woningen Lasten Baten Saldo
Bedragen x € 1.000 514 7.514 7.000
Tabel AO 3.
Bezit en beheer van een (kern)vastgoedportefeuille die past binnen onze kerntaken. OZB niet woningen Lasten Baten Saldo
Bedragen x € 1.000 70 5.077 5.007
Tabel AP Belastingen overig Lasten Baten Saldo 56
Bedragen x € 1.000 38 642 604
kapitaalgoederen - Reserve dekking investeringen - Reserve egalisatiesystematiek - Reserve integrale ontwikkeling Zeist (RIOZ) - Voorziening risico’s - Voorziening onderhoud woningen algemene dienst - Voorziening dubieuze debiteuren [Zie verder bijlage 4 in deel 2 van deze begroting.]
De gemeente heeft nog 29 oude dienstwoningen in bezit. Deze stoten we af via vrije verkoop zodra ze vrijkomen door huuropzegging. We hebben een actueel meerjarig onderhoudsplan voor onze eigendommen. Het onderhoud doen we tijdig (niet eerder dan noodzakelijk, maar ook niet later dan gewenst) en prijsbewust. De onderhoudsplannen passen bij de gemeentelijke ambities op duurzaamheid en toegankelijkheid. Zie voor detailuitleg over de onderhoudsaanpak de paragraaf Kapitaalgoederen in boek 2. We gaan strategischer naar de vastgoedportefeuille. Hiervoor zetten we in op kostendeskundigheid en vastgoedeconomie. Dit is een uitwerking van IAC-voorstel 1.10. Kernpunten zijn: Sturen op kernportefeuille, slim sturen van vastgoed economie. Exploitatiebegrotingen en inzetten op business cases bij ontwikkelingen zorgen voor kostenefficiëntie. - We stoten er gemiddeld 3 per jaar af. De economische meest voordelige manier is om dit op momenten te doen dat de woningen vrijkomen. - De strategie voor behoud of afstoten van ons overig vastgoed wordt jaarlijks geactualiseerd. - De onderhoudsplannen zijn eind 2021 geactualiseerd en het weerstandsvermogen is daar op aangepast voor de komende jaren. In de plannen is verdere verduurzaming en verbetering van toegankelijkheid opgenomen. Vanaf 2022 wordt het onderhoud conform deze plannen uitgevoerd.
- We onderzoeken een versterkte inzet op gebied van vastgoed econoom/kostendeskundigheid, hiermee sturen we op nog meer optimalisatie van reserves en voorzieningen, leggen we verbinding met integrale gebiedssturing en zoeken we naar economische kansen. (draagt bij aan IAC 1.10, zie ook programma 4).
57
Tabel AQ Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Lasten Baten Saldo
Bedragen x € 1.000
0 105.730 105.730
Tabel AR Overige baten en lasten Lasten Baten Saldo
Bedragen x € 1.000 -30 0 30
Uitgangspunten financieel beleid Bij het ramen van de budgetten voor ongewijzigd beleid is het vigerende financiële beleid toegepast. Concreet houdt dit onder meer in: • De jaarlijkse begroting wordt gepresenteerd in het perspectief van structureel sluitende meerjarenramingen (begrotingsjaar en 3 daarop volgende jaren). • De begroting is opgezet naar constante prijzen op het prijsniveau van 2022. Dit betekent dat voor de jaren 2023 tot en met 2025 gerekend wordt met hetzelfde prijspeil als in 2022. • Ter vergelijking zijn in veel tabellen realisatiebedragen over 2020 en begrote bedragen over 2021 opgenomen. De gerealiseerde bedragen 2020 stemmen overeen met de cijfers gebruikt voor de jaarrekening 2020. De begrote bedragen 2021 zijn de actuele budgetten op basis van raadsbesluiten per 1 juli 2021. • De prijsindex voor 2022 bedraagt 2,1% voor de opbrengstenkant en 1,1% voor de kostenkant. . Bij de berekening van de prijsindex wordt ook gekeken naar de toegepaste prijsindex in voorgaande jaren (het zogenoemde dakpannensysteem). De prijsindex 2022 is als volgt berekend: Ontwikkeling prijsindex CPB / sept.circ. 2019: deze prijsindex zit nu in de begroting CPB / sept.circ. 2020: deze prijsindex zou het moeten zijn volgens recente cijfers CPB Correctie bij begroting 2022 Voorstel index begroting 2021 Aangepaste index kosten 2021 (heroverweging)
•
2018
2019
2020
2021
2,20%
2,50%
1,50%
1,70%
2,40% 0,20%
3,00% 0,50%
1,70% 0,20%
1,50% -0,20%
58
1,40% 2,10% 1,10%
De loonkostenindex wordt gebaseerd op de index “prijs overheidsconsumpties / beloning werknemers” van het Centraal Planbureau. Dit is dezelfde index die vroeger door het Rijk werd gehanteerd in de circulaires. Het rijk is gestopt dit in de circulaires te doen en verwijst de gemeenten naar deze index. Bij de berekening van de loonkostenindex wordt ook gekeken naar de toegepaste loonkostenindex in voorgaande jaren (het zogenoemde dakpannensysteem), dat we ook voor de prijsindex hanteren. De loonkostenindex 2022 komt uit op 0% en is als volgt berekend: Ontwikkeling loonindex Prijs overheidsconsumptie / beloning werknemers maart 2020: deze loonindex zit nu in de begroting Prijs overheidsconsumptie / beloning werknemers maart 2021: deze loonindex zou het moeten zijn volgens recente cijfers CPB Correctie bij begroting 2022 voorgaande jaren Voorstel loonindex begroting 2022
• •
2022
2019
2020
2021
4,50%
2,60%
2,80%
3,20% -1,30%
3,50% 0,90%
2,00% -0,80%
Op de te verstrekken subsidies is de prijsindex van 1,1% toegepast. In de begroting 2022 zijn de gevolgen van de meicirculaire verwerkt.
2022
1,20% 0,00%
• • • • • •
59
Het percentage voor de renteomslag is 0,5%. Dit percentage wordt toegepast op alle activa in de gemeentelijke begroting, met uitzondering van de grondexploitaties (1,16%). Meer informatie hierover is te vinden in de paragraaf Financiering in deel 2 van deze begroting. In de meerjarenbegroting is jaarlijks € 188.000 gereserveerd voor onvoorziene ontwikkelingen en manifest wordende risico’s. Een aantal tarieven c.q. gemeentelijke belastingen is aangepast met de door de raad vastgestelde prijsindex van 2,1%. Voor een aantal tarieven geldt 100% kostendekkendheid, en voor weer andere tarieven gelden bijzondere afspraken. Per tarief wordt de ontwikkeling weergegeven in de paragraaf Lokale heffingen in deel 2 van deze begroting. De overheadkosten van de gemeente zijn zichtbaar in een specifiek collegeproduct: ondersteuning organisatie (programma 1 Goed bestuur in een betrokken samenleving). Dit betekent dat bij de overige programma’s de lasten exclusief deze overheadkosten zijn opgenomen. Bij de berekening van 100% kostendekkende tarieven wordt de overhead toegrekend conform de definitie die het BBV (belsuit begroting en verantwoording) geeft voor de berekening van de overhead. In 2022 komt de overhead uit op 118,38% van de directe loonkosten. Het financiële startperspectief van de begroting 2022 wordt gevormd door de besluitvorming bij de kadernota 2022.
Hierin zijn de beschikbare middelen per primo 2021 opgenomen en zijn de (structurele / meerjarige) bijstellingen van de eerste bestuursrapportage 2021 verwerkt.
Totale begroting De verdeling van de totale lasten in 2022 over de programma’s is opgenomen in onderstaande grafiek. [Tabel AS grafiek lasten begroting]
Begroting 2022 lasten (totaal € 180,3 x mln. ) 1,8 1,1
8,0
Goed bestuur in betrokken samenleving
25,0
Vitale gemeenschappen
15,7
Merkbaar beter in zorg voor elkaar Toekomstbestendig wonen 22,7
Veilig thuis en op straat Mobiliteit in beweging
43,9
Meedoen
Samen aan de slag voor het klimaat Economie als versneller 40,4 9,0
Stortingen in de reserves 7,6
60
Maatschappelijk bewust financieel beleid
5,0
In onderstaande grafiek is te zien hoe de totale lasten 2022 worden gedekt. [Tabel AT grafiek baten begroting]
61
Algemene lokale heffingen Onder de algemene lokale heffingen vallen de onroerendzaakbelasting, toeristenbelasting en precario. Deze worden verder toegelicht in de paragraaf Lokale heffingen in deel 2 van deze begroting. Exploitatie (programma’s 1 t/m 10) Uit de exploitatie volgen ook baten. Zie hiervoor de programma’s 1 t/m 10. Gemeentefonds De meerjarenbegroting 2022 is, net als voorgaande jaren en conform de richtlijn van onze toezichthouder, gebaseerd op de uitkomst van de meicirculaire 2021 van het gemeentefonds. Over de uitkomst van de meicirculaire is de gemeenteraad van Zeist begin juli 2021 geïnformeerd met raadsinformatiebrief nummer 21.119.
Exploitatie- en financieel resultaat De ramingen van de per saldo benodigde budgetten voor uitvoering van de programma’s 1 t/m 10 zijn weergegeven in onderstaande tabel. Dit saldo wordt het exploitatiesaldo genoemd. Voor inzicht in de ontwikkeling van het saldo zijn ook de saldi van de jaarrekening 2020 en de lopende begroting 2021 (peildatum 1 juli 2021) weergegeven. [Tabel AU Exploitatieresultaat] Exploitatieresultaat Programma
1 Goed bestuur in betrokken samenleving 2 Vitale gemeenschappen 3 Merkbaar beter in zorg voor elkaar 4 Toekomstbestendig wonen 5 Veilig thuis en op straat 6 Mobiliteit in beweging 7 Meedoen 8 Samen aan de slag voor het klimaat 9 Economie als versneller 10 Maatschappelijk bewust financieel beleid Totaal
(bedragen x € 1.000) 2020 2021 2022 2023 2024 2025 realisatie begroting begroting begroting begroting begroting
-20.083 -20.702 -42.375 -2.819 -7.037 -6.661 -20.785 -412 -637 118.276
-26.865 -20.433 -42.151 -960 -7.500 -5.574 -23.817 -561 -650 117.022
-23.492 -19.394 -39.672 103 -7.333 -5.487 -23.330 -141 -579 118.716
-23.013 -18.909 -39.971 301 -7.331 -5.316 -23.239 140 -447 118.915
-22.682 -19.081 -39.967 444 -7.362 -5.296 -23.277 138 -347 118.721
-22.495 -18.956 -39.867 392 -7.317 -5.239 -23.008 139 -342 119.594
-3.235
-11.489
-609
1.130
1.291
2.901
Na het verwerken van de begrote stortingen in en onttrekkingen aan reserves wordt vanuit het exploitatieresultaat het financieel resultaat berekend. Dit financieel resultaat vormt het begrotingssaldo van de begroting 2022. 62
[Tabel AV Saldo van de begroting] Saldo van de begroting
(bedragen x € 1.000 ) 2024 2025 begroting begroting
2020 realisatie
2021 begroting
2022 begroting
2023 begroting
Begrotingsresultaat voor mutaties
-3.235
-11.489
-609
1.130
1.291
2.901
Storting in Reserves(-) Onttrekking aan Reserves (+)
-27.085 32.241
-7.951 17.991
-8.016 8.622
-8.358 6.979
-8.728 6.629
-8.728 6.387
1.921
-1.449
-3
-249
-808
560
Omschrijving
Saldo
Uit bovenstaande tabel blijkt dat in de jaren 2022 tot en met 2025 (planperiode) per saldo € 5,2 miljoen wordt toegevoegd aan het vermogen (de reserves) van de gemeente Zeist.
63
Budgetautorisatie Inleiding In dit hoofdstuk treft u de budgetten aan, zoals de raad die kaderstellend autoriseert. In overeenstemming met het dualisme, stelt de raad de budgetten op programmaniveau vast, de lasten en de baten. Het gaat dan om de exploitatiebudgetten en de investeringsbudgetten. De raad autoriseert de budgetten voor 2022 via deze begroting. Binnen deze budgetten is het college geautoriseerd de begroting uit te voeren. Het college kan binnen het kader van de programmabudgetten zelf de onderverdeling in de budgetten per product vaststellen en indien nodig wijzigen. Wanneer de budgetten op programmaniveau wijzigen (ook als baten en lasten budgetneutraal stijgen of dalen), ligt de bevoegdheid bij de raad. De rapportages en verantwoording kennen eenzelfde verdeling: programmaniveau voor de raad, productniveau voor het college. Dat in deze begroting en in de rapportages de informatie gebundeld (op product- en programmaniveau) is opgenomen, verandert niets aan de formele (budgettaire) bevoegdheden van raad en college.
Autorisatie exploitatiebudgetten per programma De lasten en baten (beide per programma) in de kolom 2022 vormen de kaderstellende budgetten voor de uitvoering van deze begroting. De lasten en baten in latere jaren zijn ter informatie opgenomen, zodat duidelijk is hoe het bestaande beleid zich financieel meerjarig vertaalt. De formele autorisatie en dus de mogelijkheid deze meerjarige budgetten te gebruiken vindt niet plaats in de begroting 2022. Die volgt bij latere begrotingen. [Tabel AW Exploitatiebudgetten per programma lasten] Exploitatiebudgetten per programma (bedragen x € 1.000) 2022 2023 2024 2025 Programma begroting begroting begroting begroting
1 Goed bestuur in betrokken samenleving 2 Vitale gemeenschappen 3 Merkbaar beter in zorg voor elkaar 4 Toekomstbestendig wonen 5 Veilig thuis en op straat 6 Mobiliteit in beweging 7 Meedoen 8 Samen aan de slag voor het klimaat 9 Economie als versneller 10 Maatschappelijk bewust financieel beleid Totaal budget lasten
64
24.972 22.719 40.440 5.003 7.582 9.043 43.896 15.709 1.063 1.824
24.475 22.122 40.566 4.816 7.580 9.093 43.766 15.474 962 1.167
24.288 22.252 40.562 4.662 7.577 9.073 43.792 15.698 862 1.229
24.101 22.127 40.368 4.686 7.532 9.016 43.515 15.935 857 833
172.251
170.021
169.995
168.970
[Tabel AX Exploitatiebudgetten per programma baten] Exploitatiebudgetten per programma (bedragen x € 1.000) 2022 2023 2024 2025 Programma begroting begroting begroting begroting 1 Goed bestuur in betrokken samenleving 2 Vitale gemeenschappen 3 Merkbaar beter in zorg voor elkaar 4 Toekomstbestendig wonen 5 Veilig thuis en op straat 6 Mobiliteit in beweging 7 Meedoen 8 Samen aan de slag voor het klimaat 9 Economie als versneller 10 Maatschappelijk bewust financieel beleid Totaal budget baten Totaal exploitatieresultaat ( baten -/- lasten )
1.480 3.325 768 5.106 249 3.556 20.566 15.568 484 120.540
1.462 3.213 595 5.117 249 3.777 20.527 15.614 515 120.082
1.606 3.171 595 5.106 215 3.777 20.515 15.836 515 119.950
1.606 3.171 501 5.078 215 3.777 20.507 16.074 515 120.427
171.642
171.151
171.286
171.871
-609
1.130
1.291
2.901
Behalve de baten en lasten per programma, autoriseert de raad eveneens de in deze begroting opgenomen stortingen en onttrekkingen aan reserves. De stortingen en onttrekkingen aan de reserves vallen binnen de kaders die de raad over deze reserves heeft vastgesteld. [Tabel AV Saldo van de begroting / zonder voorgaande jaren] Saldo van de begroting 2022 2023 Omschrijving begroting begroting
Begrotingsresultaat voor mutaties
Storting in Reserves(-) Onttrekking aan Reserves (+) Saldo
65
(bedragen x € 1.000 ) 2024 2025 begroting begroting
-609
1.130
1.291
2.901
-8.016 8.622
-8.358 6.979
-8.728 6.629
-8.728 6.387
-3
-249
-808
560
Autorisatie investeringen De raad autoriseert de geplande investeringen voor 2022. De investeringen van de latere jaren zijn ter informatie bijgevoegd. Het grootste deel van de geplande investeringen zijn vervangingsinvesteringen. De rente- en afschrijvingslasten van deze investeringen maken deel uit van de exploitatiebudgetten en zijn daarmee van dekking voorzien. Uitgaven voor onderhoud (soms net zo omvangrijk als investeringen) mogen niet worden geactiveerd en zijn volledig opgenomen in de exploitatie. [Tabel XY (Vervangings)investeringen] (Vervangings)investeringen Investeringsbedragen Topkrediet vervangingsbudget auto's Vervangen Gemeentehuis meubilair Totaal Goed bestuur in een betrokken samenleving Blikkenburg-W Clubgebouw Blikkenburg-W kunstgras 1 Blikkenburg-W kunstgras 2 Blikkenburg-W natuur grasveld 1 Dijnselburg kunstgrasveld Dijnselburg natuurgras Kunstgras Noordweg Atletiekbaan Dijnselburg Slot/blikkenb toplaag Totaal Vitale gemeenschappen Parkeerinstallatie garages Vol-meldinstallatie parkeren Parkeerinstallatie Steynlaan Kaartlezers parkeren Totaal Mobiliteit in beweging Totaal investeringen
U U I* I* I* I* I* I* I* I* U U U U U
Begroting 2022 130 0 130 -18 -97 -98 -9 -111 -16 -8 -54 186 -225 93 0 0 0 93 -2
Begroting 2023 107 742 849 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 103 0 0 103 952
(bedragen x € 1.000) Begroting Begroting 2024 2025 52 0 0 0 52 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 321 0 0 0 321 0 373 0
* Deze inkomsten betreffen zgn. SPUK-bijdragen van het Rijk (Regeling specifieke uitkering stimulering sport, voor vanaf 2019 optredende btw-nadelen bij sport) voor in 2021 beschikbaar gestelde kredieten voor sportfaciliteiten. Naast de autorisatie van bovenstaande vervangingsinvesteringen plannen we investeringen in 2022 welke we steeds via technische begrotingswijziging aan u voorleggen. De reden hiervan is, dat de uitvoering en raming van de geplande investering nader is uitgewerkt. Het gaat hier bijvoorbeeld om investeringen in de openbare ruimte. Hiervoor is de volgende (voorlopige) planning beschikbaar. 66
(bedragen x € 1.000)
Planning overige investeringen Investeringsbedragen
Vervangen speelvoorzieningen 2022
U
Totaal Vitale gemeenschappen
Asfalt Groot Onderhoud 2022 Openbare Verlichting 2022 Halfverharding 2022 Griffensteijnselaan (van Waterigeweg tot Griftlaan) Dr. Jacoblaan en omgeving (buurtaanpak) Kouwenhovenselaantje Kwikstaartlaan Couwenhoven
Totaal Samen aan de slag voor het klimaat Totaal investeringen
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
300 300
U U U U U U U U
Totaal Mobiliteit in beweging
Renovaties gemalen Renovaties gemalen Deelrenovaties riolering 2022 Deelrenovaties riolering 2022 Dr. Jacoblaan en omgeving (buurtaanpak) Dr. Jacoblaan en omgeving (buurtaanpak) Kwikstaartlaan Kwikstaartlaan Couwenhoven Couwenhoven
Begroting
U I U I U I U I U I
0 0
0
0
300 200 500 835 1.600 301 600 2.158
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0
6.494
0
0
0
100 -100 500 -500 105 -105 40 -40 105 -105
0 0
0
0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0
0
0
0
6.794
0
0
0
Investeringen ten behoeve van de onderwijshuisvesting worden jaarlijks separaat via het Strategisch Huisvestingsplan aan de raad voorgelegd. De dekking van deze investeringen wordt gevormd door de bestemmingsreserve Huisvestingsvoorzieningen onderwijs. De start van de investeringen is mede afhankelijk van het proces dat samen met het schoolbestuur wordt doorlopen om te komen tot de juiste investering. Om die reden wordt het krediet via een technische begrotingswijzging aangevraagd, wanneer er voldoende inhoudelijke duidelijkheid is over de investering en de geplande uitvoering. Dit kan op deze technische wijze, omdat de investering past binnen de door de raad vastgestelde systematiek, de uitvoering van het bestaande beleid rond onderwijshuisvesting en binnen de bestaande budgetten voor deze taak. Voor het onderdeel Informatievoorziening (IV) werken we met een egalisatiesystematiek (door de raad besloten bij de Voorjaarsnota 2012). Waar vroeger zaken werden ingekocht, lopen tegenwoordig zaken via abonnementen. De technologische ontwikkelingen gaan snel en daarmee ook de ontwikkelingen qua kosten. Om die reden werken we met een vast budgetniveau waarbij de wisselende financiële consequenties van de juiste uitvoering van de IV-taken worden opgevangen via de reserve egalisatiesystematiek (reserve egalisatie ICT).
Daarnaast zorgt de wet- en regelgeving van het BBV ervoor dat sommige zaken moeten worden geactiveerd en afgeschreven, en andere zaken ineens ten laste van de exploitatie worden betaald. Hierdoor werkt IV niet met geplande vervangingsinvesteringen: per vervanging wordt gekeken naar de beste technische invulling en ook naar de bijpassende financiële oplossing: aankoop (= investering = krediet) of een vorm van abonnement / jaarlijkse kosten. 67
Wanneer de keuze voor de juiste vervanging leidt tot een materiële aankoop met een meerjarige levensduur, dan wordt conform BBV geactiveerd. In dat geval zal de raad via een technische begrotingswijziging een vervangingskrediet ter vaststelling worden voorgelegd. Dit kan op deze technische wijze, omdat de investering past binnen de door de raad vastgestelde systematiek, de uitvoering van het bestaande beleid rond IV en binnen de bestaande budgetten voor deze taak.
68
Vaststellingsbesluit De Raad van de gemeente Zeist, gezien vorenstaande begroting over het jaar 2022 van haar gemeente;
gelet op artikel 191 van de Gemeentewet, besluit deze Programmabegroting vast te stellen.
______________________________________________________ (datum)
69
Bijlage 1 Exploitatie per programma en toelichting op budgetten Programma 1 Goed bestuur in betrokken samenleving De kosten voor het product Bestuur zijn in 2021 incidenteel hoger door een een aantal doorgeschoven budgetten vanuit 2020 en corona gerelateerde budgetten. Vanaf 2021 is de toerekening van de loonkosten aangepast conform de wettelijke richtlijnen (BBV). Deze aanpassing is in de begroting 2021 nader toegelicht. Daardoor is er een interne verschuiving van de loonkosten tussen 2020 en 2021, die onder andere op dit product zichtbaar wordt. Bij het product Burgerzaken zijn de opbrengsten in 2020 lager uitgevallen als gevolg van corona. Daarnaast zijn een aantal incidentele taken in 2020 niet uitgevoerd, en zijn de betreffende budgetten doorgeschoven naar 2021. Vanaf 2020 zijn de baten (opbrengsten) en lasten (inkoop bij het Rijk) van paspoorten budgettair neutraal naar beneden bijgesteld op basis van realistisch verwachte aantallen. Bij het product Ondersteuning organisatie is in 2021 sprake van extra incidentele lasten als gevolg van meegenomen budgetten vanuit 2020 via de reserve egalisatiesystematiek.Om dezelfde redenen waren in 2020 de lasten juist lager uitgevallen. Ook zijn er in 2021 incidentele budgetten voor corona gerelateerde zaken.
Vanaf 2022 dalen de kosten voor dit product als gevolg van door de raad besloten maatregelen om te komen tot een sluitende begroting. Vanaf 2021 is de toerekening van de loonkosten aangepast conform de wettelijke richtlijnen (BBV). Deze aanpassing is in de begroting 2021 nader toegelicht. Daardoor is er een interne verschuiving van de loonkosten tussen 2020 en 2021, die onder andere op dit product zichtbaar wordt. Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product
2020 realisatie
(bedragen x € 1.000 ) 2021 2022 2023 2024 2025 begroting begroting begroting begroting begroting
0.1
Bestuur
L B S
4.500 0 -4.500
2.902 0 -2.902
2.779 0 -2.779
2.779 0 -2.779
2.779 0 -2.779
2.773 0 -2.773
0.2
Burgerzaken
L B S
2.401 787 -1.614
3.122 1.197 -1.925
2.850 1.110 -1.740
2.496 1.092 -1.404
2.456 1.236 -1.220
2.423 1.236 -1.187
0.4
Ondersteuning organisatie
L B S
14.839 870 -13.969
23.225 1.187 -22.038
19.343 370 -18.973
19.200 370 -18.830
19.053 370 -18.683
18.905 370 -18.535
Programma Goed bestuur in betrokken samenleving
L B S
21.740 1.657 -20.083
29.249 2.384 -26.865
24.972 1.480 -23.492
24.475 1.462 -23.013
24.288 1.606 -22.682
24.101 1.606 -22.495 [Tabel BA]
70
Programma 2 Vitale gemeenschappen De lasten van het product Onderwijshuisvesting kennen per jaar een wisselend verloop. Dit komt omdat de kapitaallasten (rente en afschrijving van investeringen) en de uitgaven voor onderhoud een jaarlijks wisselend niveau hebben. Deze (wisselende) lasten worden afgerekend met de reserve onderwijshuisvesting. Bij het product Sportaccommodaties kennen de onderhoudskosten een jaarlijks wisselend verloop, net als de kapitaallasten van investeringen. Voor zowel de onderhoudkosten als de kapitaallasten zijn reserves ingesteld bij het vaststellen van het Masterplan Buitensport. De kosten voor groot onderhoud van de overige sportaccommodaties lopen via de reserve meerjarig onderhoud kapitaalgoederen. De kosten waren in 2020 hoger door een incidentele kosten in het kader van het Masterplan buitensport en als gevolg van corona-gerelateerde maatregelen. Bij het product Cultuurpresentatie, cultuurporductie en cultuurparticipatie waren in 2020 de kosten hoger als gevolg van corona gerelateerde maatregelen. De lasten van het product Cultureel erfgoed omvat onder andere de kapitaallasten en onderhoudskosten van het Slot en de Oude begraafplaats. Deze kosten kennen een door de jaren heen wisselend niveau en worden, voor wat betreft onderhoud, afgerekend met een daarvoor bestemde reserve. In 2020 waren als gevolg van corona de baten vanuit het Slot lager.
In 2021 is er een eenmalig budget voor de uitvoering van ambities rond erfgoed. In 2021 zijn de lasten het product Openbaar groen en (openlucht) recreatie incidenteel hoger vanwege baggerwerkzaamheden, aanpak van de buitenruimte in Vollenhove en verwacht onderhoud aan de Kinderboerderij. De kosten van groot onderhoud worden gedekt uit de daarvoor gevormde reserve. De lasten en baten van het product Begraafplaatsen en crematoria zijn conform de besluitvorming bij de begroting 2021 opgenomen.
71
Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product
2020 realisatie
2021 2022 2023 begroting begroting begroting
(bedragen x € 1.000 ) 2024 2025 begroting begroting
4.2
Onderwijshuisvesting
L B S
4.264 197 -4.067
3.618 117 -3.501
3.725 119 -3.606
3.734 119 -3.615
3.806 119 -3.687
3.746 119 -3.627
5.1
Sportbeleid en activering
L B S
853 60 -793
912 0 -912
857 0 -857
857 0 -857
857 0 -857
855 0 -855
5.2
Sportaccommodaties
L B S
4.481 1.544 -2.937
3.781 1.204 -2.577
3.686 1.229 -2.457
3.679 1.229 -2.450
3.571 1.229 -2.342
3.523 1.229 -2.294
5.3
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
L
3.205
3.060
2.957
2.932
2.907
2.904
B S
3 -3.202
20 -3.040
28 -2.929
14 -2.918
0 -2.907
0 -2.904
5.5
Cultureel erfgoed
L B S
1.314 266 -1.048
1.629 539 -1.090
1.432 548 -884
1.051 548 -503
1.257 548 -709
1.253 548 -705
5.6
Media
L B S
1.545 0 -1.545
1.590 0 -1.590
1.481 0 -1.481
1.481 0 -1.481
1.481 0 -1.481
1.481 0 -1.481
5.7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
L B S
4.982 150 -4.832
5.539 199 -5.340
5.005 180 -4.825
4.820 82 -4.738
4.804 54 -4.750
4.802 54 -4.748
7.1
Volksgezondheid
L B S
2.393 0 -2.393
2.566 0 -2.566
2.546 0 -2.546
2.537 0 -2.537
2.538 0 -2.538
2.537 0 -2.537
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
L B S
956 1.071 115
1.042 1.225 183
1.030 1.221 191
1.031 1.221 190
1.031 1.221 190
1.026 1.221 195
Programma Vitale gemeenschappen
L B S
23.993 3.291 -20.702
23.737 3.304 -20.433
22.719 3.325 -19.394
22.122 3.213 -18.909
22.252 3.171 -19.081
72
22.127 3.171 -18.956 [Tabel BB]
Programma 3 Merkbaar beter in zorg voor elkaar Bij het product Wijkteams zijn in 2020 en 2021 incidentele budgetten opgenomen voor preventie. In 2021 tot en met 2024 zijn er incidentele budgetten beschikbaar in het kader van de sociale versterking van Vollenhoven binnen het porject Vollenhove vooruit. Voor 50% worden deze gedekt uit subsidies van het rijk en de provincie (regiodeal), die als baten op dit product zijn opgenomen. Voor de andere 50% vindt dekking plaats via de RIOZ / gelabeld deel Vollenhove Vooruit. Bij het product Maatwerkdienstverlening 18+ wordt uitgegaan van in de toekomst stijgende kosten op basis van een groter gebruik van voorzieningen.. Bij het product Maatwerkdienstverlening 18- zijn in 2020 en 2021 eenmalige kosten opgenomen van het Transformatiefonds regio Zuid Oost Utrecht. Daarnaast is er in 2021 ee incidenteel budget voor meerkosten en inhaalzorg als gevolg van corona. Vanaf 2022 moeten diverse maatregelen ervoor zorgen dat de kosten voor deze taak niet verder stijgen. Bij het product Geëscaleerde zorg 18- dalen de kosten vanaf 2022 als gevolg van de gewijzigde toepassing van het zogenoemde woonplaatsbegingsel. Hier staat een lagere bijdrage vanuit het Gemeentefonds tegenover (meicirculaire 2021).
73
Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product
2020 realisatie
2021 2022 2023 begroting begroting begroting
(bedragen x € 1.000 ) 2024 2025 begroting begroting
6.2
Wijkteams
L B S
6.683 192 -6.491
7.005 320 -6.685
6.822 267 -6.555
6.336 94 -6.242
6.336 94 -6.242
6.160 0 -6.160
6.6
Maatwerkvoorzieningen (WMO)
L B S
2.248 49 -2.199
2.075 0 -2.075
2.089 0 -2.089
2.084 0 -2.084
2.080 0 -2.080
2.079 0 -2.079
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
L B S
13.495 307 -13.188
12.443 491 -11.952
12.544 501 -12.043
13.367 501 -12.866
13.367 501 -12.866
13.357 501 -12.856
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
L B S
14.781 229 -14.552
15.345 0 -15.345
14.432 0 -14.432
14.277 0 -14.277
14.277 0 -14.277
14.274 0 -14.274
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
L B S
248 0 -248
140 0 -140
109 0 -109
109 0 -109
109 0 -109
108 0 -108
6.82 Geëscaleerde zorg 18-
L B S
5.705 8 -5.697
5.954 0 -5.954
4.444 0 -4.444
4.393 0 -4.393
4.393 0 -4.393
4.390 0 -4.390
L B S
43.160 785 -42.375
42.962 811 -42.151
40.440 768 -39.672
40.566 595 -39.971
40.562 595 -39.967
40.368 501 -39.867 [Tabel BC]
Programma Merkbaar beter in zorg voor elkaar
74
Programma 4 Toekomstbestendig wonen De lasten van het product Ruimtelijke ordening kent tussen de jaren kleine schommelingen. Dit wordt mede veroorzaakt door de voorbereiding van de invoering van de nieuwe Omgevingswet. De baten betreffen de leges voor wijziging van bestemmingsplannen op verzoek van een belanghebbende. Deze opbrengsten worden zo reëel mogelijk begroot. Omdat het gaat om kleine aantallen en een relatief hoog tarief kan een bestemmingsplanwijziging meer of minder een groot verschil betekenen. De lasten van het product Grondexploitaties betreffen alleen de toegerekende uren voor de algemene werkzaamheden voor deze taak. Bij de actualisatie van de toerekening van de loonkosten vanaf 2021 komt hier een stijging naar voren vanwege de huisvestingsopgave van de gemeente en de toegenomen inzet richting vastgoedeigenaren om te komen tot gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. De specifieke kosten en opbrengsten van de grondexploitatieprojecten worden conform BBV toegerekend aan de balans (onderhanden werk) en zijn daarom niet zichtbaar in dit product. Voor de lasten en baten van de grondexploitatieprojecten is het door de raad vastgestelde MPSO 2021 (meerjaren perspectief stedelijke ontwikkeling) het financieel kader. Voor verdere toelichting zie ook de paragraaf Grondbeleid. Het product Wonen en bouwen bevat twee onderdelen.
Enerzijds vallen hieronder de ruimtelijke projecten. Deze projecten kennen een zeer wisselend niveau van baten en lasten. De begrote baten en lasten van deze projecten worden begroot op basis van raadsbesluiten en door de raad goedgekeurde (begrotings)wijzigingen. In 2020 waren er lasten en baten voor diverse projecten: De Clomp, de afwikkeling van het project Rozenheuvel, onderzoekskosten Drieluik Den Dolder, de eerste activiteiten binnen Vollenhove Vooruit, het Walkartpaviljoen, Dijnselburg, Austerlitz (dorpshuis en grondopbrangt AusterlitzNoord), bijdrage programmabureau Hart van de Heuvelrug, Utrechtseweg Noord en de verduurzaming van flat 11 in Kerckebosch. Daarnaast zijn de voorzieningen voor de verlieslatende grondexploitaties op het juiste niveau gebracht, heeft tussentijdse winstneming plaatsgevond bij winstgevende grondexploitaties en is de grondexploitatie Harmonielaan afgerond en afgesloten. Deze boekingen zijn verplicht vanuit het BBV. In 2021 staan er lasten en baten begroot voor onderzoekskosten Drieluik Den Dolder, diverse projecten binnen Vollenhove Vooruit, het Walkartpaviljoen, bijdrage programmabureau Hart van de Heuvelrug, Utrechtseweg Noord en de gebiedsvisie voor de Mr. De Klerkstraat / Voorheuvel.
Voor de jaren van 2022 en verder zijn lasten en baten geraamd voor onderdelen van Volenhove Vooruit, de bijdrage aan programmabureau Hart van de Heuvelrug, voor het project Utrechtseweg Noord en voor de gebiedsvisie Meester De Klerkstraat / Voorheuvel. Anderzijds bevat het collegeproduct de lasten en baten voor de omgevingsvergunningen. De baten van de leges omgevingsomgeving worden zo reëel mogelijk begroot, maar zijn in werkelijkheid (sterk) wisselend. In 2019 was de opbrengst lager dan begroot. Voor de meerjarenbegroting 2021 – 2025 is de raming van de opbrensten berekend op basis van een lager verwacht aantal vergunningen en een verwachte lagere gemiddelde bouwsom (de basis van de heffing van de leges) De wisseling in de gerealiseerde opbrengst wordt opgevangen via een egalisatiereserve.
75
Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product
2020 realisatie
2021 2022 2023 begroting begroting begroting
(bedragen x € 1.000 ) 2024 2025 begroting begroting
8.1
Ruimtelijke ordening
L B S
1.056 120 -936
1.298 170 -1.128
1.205 174 -1.031
1.205 174 -1.031
1.205 174 -1.031
1.195 174 -1.021
8.2
Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
L B S
364 0 -364
495 0 -495
497 0 -497
497 0 -497
497 0 -497
490 0 -490
8.3
Wonen en bouwen
L B S
5.582 4.063 -1.519
4.384 5.047 663
3.301 4.932 1.631
3.114 4.943 1.829
2.960 4.932 1.972
3.001 4.904 1.903
Programma Toekomstbestendig wonen L B S
7.002 4.183 -2.819
6.177 5.217 -960
5.003 5.106 103
4.816 5.117 301
4.662 5.106 444
4.686 5.078 392 [Tabel BD]
76
Programma 5 Veilig thuis en op straat De lasten op het product Crisisbeheersing en brandweer zijn afgestemd op de meerjarige begroting van de VRU (Veiligheids Regio Utrecht). In 2019 waren de lasten iets lager op het product Openbare orde en veiligheid. Dit kwam door het niet volledig benutten van de middelen voor wijkgericht werken. Conform afspraak met de raad zijn de resterende budgetten meegenomen naar 2020 (egalisatiesystematiek), waardoor in 2020 juist een iets hoger budget staat. Voor de jaren 2021 tot en met 2023 vinden er extra activtieiten plaats in het kader van Vollenhove Vooruit, deze zorgen voor extra lasten en baten. Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product
2020 realisatie
2021 2022 2023 begroting begroting begroting
(bedragen x € 1.000 ) 2024 2025 begroting begroting
1.1
Crisisbeheersing en brandweer
L B S
5.078 14 -5.064
5.214 0 -5.214
5.262 0 -5.262
5.261 0 -5.261
5.309 0 -5.309
5.308 0 -5.308
1.2
Openbare orde en veiligheid
L B S
2.040 67 -1.973
2.530 244 -2.286
2.320 249 -2.071
2.319 249 -2.070
2.268 215 -2.053
2.224 215 -2.009
Programma Veilig thuis en op straat
L B S
7.118 81 -7.037
7.744 244 -7.500
7.582 249 -7.333
7.580 249 -7.331
7.577 215 -7.362
7.532 215 -7.317 [Tabel BE]
77
Programma 6 Mobiliteit in beweging Bij het product Verkeer en wegen kent in 2021 een incidenteel hoger budget vanwege de activiteiten rond de verkeerssituatie in het centrum. Bij het product Parkeren kennen de lasten kleine schommelingen tussen de jaren door de jaarlijks wisselende kosten van onderhoud aan de garages en het verloop van rente en afschrijvingen van gedane investeringen uit vroegere jaren. Een deel van de bestaande uitvoeringskosten is op basis van het BBV (budgettair neutraal) verschoven van het product Parkeren naar het product Parkeerbelasting. Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product
2020 realisatie
2021 2022 2023 begroting begroting begroting
(bedragen x € 1.000 ) 2024 2025 begroting begroting
0.63 Parkeerbelasting
L B S
0 2.442 2.442
0 3.059 3.059
245 3.124 2.879
245 3.345 3.100
245 3.345 3.100
245 3.345 3.100
2.1
Verkeer en wegen
L B S
7.166 294 -6.872
7.369 662 -6.707
7.189 432 -6.757
7.224 432 -6.792
7.207 432 -6.775
7.162 432 -6.730
2.2
Parkeren
L B S
2.274 43 -2.231
1.926 0 -1.926
1.609 0 -1.609
1.624 0 -1.624
1.621 0 -1.621
1.609 0 -1.609
Programma Mobiliteit in beweging
L B S
9.440 2.779 -6.661
9.295 3.721 -5.574
9.043 3.556 -5.487
9.093 3.777 -5.316
9.073 3.777 -5.296
9.016 3.777 -5.239 [Tabel BF]
78
Programma 7 Meedoen De baten van het product Onderwijsbeleid en leerlingzaken betreft voor het grootste deel een subsidie vanuit het Ministerie inzake Onderwijs Achterstanden Beleid. Deze baat wordt jaarlijks door het ministerie bepaald en uitgekeerd. We begroten deze baat en dus ook de lasten pas wanneer de uitkering van het ministerie bekend is. Daarom staat (voorlopig) in 2022 en verder een lager bedrag voor baten en lasten in de begroting. In 2020 waren diverse lasten op dit product lager dan gebruikelijk, omdat als gevolg van corona kosten niet werden gemaakt of activtieiten niet konden worden uitgevoerd. Bij het product Samenkracht en burgerparticipatie zijn in 2020 een aantal activiteiten niet uitgevoerd. Via de reserve egalisatiesystematiek zijn deze budgetten doorgeschoven naar 2021. Vanaf 2022 dalen de kosten voor dit product als gevolg van door de raad besloten maatregelen om te komen tot een sluitende begroting. Bij het product Inkomensregelingen waren er in 2020 hogere lasten als gevolg van de uitvoering van de TOZO-regeling tijdens de corona-periode. Hier stond een extra baat vanuit het rijk tegenover. Ook in 2021 worden er extra kosten en opbrengsten voor de TOZO regeling verwacht. Deze zullen via begrotingswijzigingen in de loop van 2021 in de begroting worden verwerkt.
Op de reguliere inkomensregelingen waren de lasten in 2020 lager dan begroot, dit heeft geleid tot de vomring van de reserve BUIG. Bij het product Begeleide participatie waren in 2020 de kosten hoger vanwege de inkomstenderving van de SW bedrijven als gevolg van Corona. Hier stond een compensatie van het rijk tegenover via het Gemeentefonds. Het product Arbeidsparticipatie kent in 2020 lagere lasten omdat diverse activiteiten als gevolg van corona niet op de geplande wijze konden worden uitgevoerd. Een deel van deze budgetten zijn doorgeschoven naar 2021. Vanaf 2022 zijn de kosten gebudgetteerd conform de inschatting van de RDWI.
79
Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product
2020 realisatie
2021 2022 2023 begroting begroting begroting
(bedragen x € 1.000 ) 2024 2025 begroting begroting
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
L B S
2.887 1.570 -1.317
3.292 1.706 -1.586
1.922 393 -1.529
1.881 370 -1.511
1.881 370 -1.511
1.876 370 -1.506
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
L B S
5.046 83 -4.963
5.409 28 -5.381
5.048 29 -5.019
5.042 29 -5.013
5.139 29 -5.110
5.131 29 -5.102
6.3
Inkomensregelingen
L B S
37.300 30.393 -6.907
28.975 19.853 -9.122
28.642 19.917 -8.725
28.642 19.901 -8.741
28.642 19.889 -8.753
28.641 19.881 -8.760
6.4
Begeleide participatie
L B S
5.426 0 -5.426
4.818 0 -4.818
5.165 0 -5.165
5.087 0 -5.087
5.024 0 -5.024
4.771 0 -4.771
6.5
Arbeidsparticipatie
L B S
2.298 126 -2.172
2.920 10 -2.910
3.119 227 -2.892
3.114 227 -2.887
3.106 227 -2.879
3.096 227 -2.869
Programma Meedoen
L B S
52.957 32.172 -20.785
45.414 21.597 -23.817
43.896 20.566 -23.330
43.766 20.527 -23.239
43.792 20.515 -23.277
43.515 20.507 -23.008 [Tabel BG]
80
Programma 8 Samen aan de slag voor het klimaat Het product Riolering kent een stijgende lijn van lasten en baten. Dit is het gevolg van het gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). Op de middellange termijn worden grote investeringen verwacht voor de vervangingen van het riool, met name in Zeist-West. Via een spaarconstructie wordt hier langzaam naar toe gegroeid. Het product Afval kent stijgende kosten als gevolg van ontwikkelingen in de afvalverwerking en de toenemende heffingenen die op (rest)afval worden geheven. Via het tarief worden deze lasten doorberekend in de baten. Bij beide producten geldt een gesloten systeem. Wanneer op basis van realisatie blijkt dat de baten hoger zijn dan de lasten, dan wordt het overschot gestort in een egalisatievoorziening en via de tarieven weer terug gegeven aan de burger. Binnen het product Milieubeheer vormen de budgetten van het programma Duurzaamheid een belangrijk onderdeel, naast de reguliere milieutaken, die voor een groot deel zijn belegd bij de ODRU. De budgetten voor het programma Duurzaamheid zijn in 2020, 2021 en 2022 hoger en lopen daarna iets terug. Dit heeft te maken met allerlei (wettelijke) deadlines die de gemeente moet behalen als stappen naar verduurzaming. Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product
2020 realisatie
2021 2022 2023 begroting begroting begroting
(bedragen x € 1.000 ) 2024 2025 begroting begroting
7.2
Riolering
L B S
3.773 5.395 1.622
3.605 5.588 1.983
4.218 5.936 1.718
4.569 6.197 1.628
4.843 6.469 1.626
5.140 6.753 1.613
7.3
Afval
L B S
7.317 8.707 1.390
6.861 8.650 1.789
7.372 9.475 2.103
7.296 9.417 2.121
7.246 9.367 2.121
7.200 9.321 2.121
7.4
Milieubeheer
L B S
3.642 218 -3.424
4.437 104 -4.333
4.119 157 -3.962
3.609 0 -3.609
3.609 0 -3.609
3.595 0 -3.595
Programma Samen aan de slag voor het klimaat
L B S
14.732 14.320 -412
14.903 14.342 -561
15.709 15.568 -141
15.474 15.614 140
15.698 15.836 138
15.935 16.074 139 [Tabel BH]
81
Programma 9 Economie als versneller Het product Economische ontwikkeling kent in 2021 en 2022 hogere (begrote) lasten vanwege de stimulering van recreatie en toerisme en de retailvisie. Bij het product Economische promotie was in 2020 sprake van lagere baten toeristenbelasting als gevolg van corona. Dit werd gedeeltelijk gecompenseerd door het rijk via het Gemeentefonds. Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product
2020 realisatie
2021 2022 2023 begroting begroting begroting
(bedragen x € 1.000 ) 2024 2025 begroting begroting
3.1
Economische ontwikkeling
L B S
888 28 -860
1.002 0 -1.002
971 0 -971
870 0 -870
770 0 -770
765 0 -765
3.3
Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen
L B S
140 80 -60
93 109 16
92 111 19
92 111 19
92 111 19
92 111 19
3.4
Economische promotie
L B S
0 283 283
0 336 336
0 373 373
0 404 404
0 404 404
0 404 404
Programma Economie als versneller
L B S
1.028 391 -637
1.095 445 -650
1.063 484 -579
962 515 -447
862 515 -347
857 515 -342 [Tabel BI]
82
Programma 10 Maatschappelijk bewust financieel beleid Bij het product Beheer overige gebouwen en gronden worden de wisselende bedragen voor de lasten veroorzaakt door de jaarlijks wisselende kosten voor onderhoud. Dit wordt meerjarig geëgaliseerd via de reserve egalisatie onderhoud kapitaalgoederen. De hogere baten in 2020 betreffen de eenmalige opbrengst van de verkoop van gemeentelijk onroerend goed. Deze extra baten worden gestort in het vastgoedfonds en de reserve revolving fund sociale woningbouw op basis van afspraken met de raad. Bij het product Treasury is naar verwachting in 2021 de toegerekende rente aan de producten (een negatieve kostenpost) hoger dan de werkelijke rentekosten. Bij iedere volgende begroting wordt opnieuw een berekening gemaakt om de verwachte rentekosten om te slaan. In 2022 heeft dit gerelateerd in een verlaging van de omslagrente. Bij de producten OZB en Belasting overig stijgen de opbrengsten als gevolg van het toepassen van de prijscompensatie, net als de overige belastingen. De kosten betreffen vooral de uitvoering van het opleggen en innen van aanslagen door de BghU. Bij het product Belasting overig dalen deze vanaf 2023 door de afschaffing van de hondenbelasting. Conform contract moeten deze kosten tot en met 2022 nog worden betaald.
Bij de OZB (niet woningen) heeft een correctie plaatsgevonden tussen de kosten van de BghU voor de OZB-heffing en voor de rioolheffing, op basis van de opgave van de BghU. Het product Gemeentefonds kent een wisselend verloop op basis van de circulaires van het rijk. De uitkomst van het gemeentefonds is voor de gemeente niet beïnvloedbaar en is gerelateerd aan de omvang van de rijksbegroting (samen de trap op en de trap af systematiek). Iedere circulaire wordt uitgebreid toegelicht via raadsinformatiebrieven. Het product Overige baten en lasten bevat een beperkt aantal stelposten en taakstellingen op basis van eerdere besluitvorming van de raad. Voorbeelden hiervan zijn de stelpost onvoorzien, het terugstorten van middelen in de Algemene reserve, die daar tijdelijk uit zijn voorgeschoten een stelpost voor corona zaken in 2021 en de taakstellingen als gevolg van door de raad besloten maatregelen om te komen tot een sluitende begroting. Omdat diverse stelposten een oplopend of aflopend karakter hebben, zorgt het totaal ervan voor een wisselend patroon van lasten. De baten en lasten bij de realisatie in 2020 worden veroorzaakt door afwikkeling van gemeentebrede posten zoals transitoria en het saldo op de totale loonkosten van het ambtelijk apparaat.
83
Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product
2020 realisatie
2021 2022 begroting begroting
2023 begroting
(bedragen x € 1.000 ) 2024 2025 begroting begroting
0.3
Beheer overige gebouwen en gronden
L B S
1.113 1.961 848
1.224 1.203 -21
1.142 1.228 86
1.163 1.259 96
1.283 1.259 -24
1.278 1.259 -19
0.5
Treasury
L B S
107 527 420
-290 378 668
90 349 259
26 345 319
-25 341 366
-46 336 382
0.61 OZB woningen
L B S
447 7.510 7.063
455 7.359 6.904
514 7.514 7.000
494 7.514 7.020
487 7.514 7.027
493 7.514 7.021
0.62 OZB niet woningen
L B S
219 5.017 4.798
222 4.973 4.751
70 5.077 5.007
68 5.077 5.009
68 5.077 5.009
68 5.077 5.009
0.64 Belastingen overig
L B S
37 253 216
38 339 301
38 642 604
2 642 640
2 642 640
2 642 640
0.7
L
0
0
0
0
0
0
B S
104.937 104.937
105.620 105.620
105.730 105.730
105.245 105.245
105.117 105.117
105.599 105.599
L B S
104 98 -6
1.201 0 -1.201
-30 0 30
-586 0 586
-586 0 586
-962 0 962
L B S
2.027 120.303 118.276
2.850 119.872 117.022
1.824 120.540 118.716
1.167 120.082 118.915
1.229 119.950 118.721
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
0.81 Overige baten en lasten
Programma Maatschappelijk bewust financieel beleid
84
833 120.427 119.594 [Tabel BJ]