CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript (verslag) - 18 april 2023

Gemeenteraad 18 april 2023, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript (verslag) en besluitenlijst23.983 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1 alinea's met “sluiting”: 130

Maar misschien kan de wethouder daar zijn licht over laten schijnen. Wij hebben in ieder geval gedacht, het is zaak om dat gescheiden inval, inzamelen van afval, om dat een extra boost te geven. Niet alleen op die twee plekken, maar langs het gehele strand en laten we dat budget wat in onze visie dus vrijvalt doordat die verplichtingen naar ons idee voor rekening van de ondernemer dienen te komen, te gebruiken om kleinere afvaleilanden aan te bieden langs het hele strand. Welke reden hebben we daarvoor? Zoals uit de pilot is gevolgd, blijkt namelijk niet op alle strandpaviljoens voldoende grote of afsluitbare afvalpunten te staan en is het dus zaak om aan die constatering iets te doen. Door dat, door die uitbreiding aan te bieden aan de ondernemers op rekening van de gemeente, kun je de drempel voor de aanschaf van die afvaleilanden, die kun je dus verkleinen en kun je profiteren van het schaalvoordeel. Daarnaast, kun je in goed overleg met de ondernemers het hebben over hoe die eilanden eruit zouden moeten zien en ook met degene die voor het afvoer van het afval moet zorgen, hoe je die zodanig kunt maken dat dat ook een, op een efficiënte manier kan gebeuren. Kortom, dat was voor ons aanleiding tot het indienen van dat amendement, wat u allemaal heeft ontvangen. En, dat zal ik even voorlezen.

Overwegende, dat sinds de zomer van 2019 een pilot loopt van gescheiden afvalinzameling op het strand, Spaarnelanden en een strandpaviljoen afvaleilanden hebben geplaatst waardoor de strandbezoeker de mogelijkheid heeft om bij te dragen aan het recyclen van plastic, blikken en drankcontainers, PBD, papier, glas en restafval. Doel van de pilot, het creëren van meer bewustzijn bij de strandgasten, met als resultaat minder zwerf- en restafval en meer bruikbare grondstoffen. Overwegende, dat de afvaleilanden enthousiast door strandpaviljoenhouders en bezoekers zijn ontvangen. Uit het rapport Schone Stranden is gebleken, dat niet alle strandpaviljoenhouders prullenbakken op het strand hebben staan, er te weinig staan of dat ze niet groot genoeg zijn. Er wordt aanbevolen om alle open prullenbakken te vervangen door afsluitbare prullenbakken, omdat anders hetgeen wat erin zit nog wel eens de neiging heeft om door meeuwen meegepikt te worden, dan wel door de wand, door de wind. Een clustering van verscheidene afsluitbare prullenbakken in een afvaleiland als meest effectieve middel wordt gezien om zwerfafval terug te dringen. De gemeente, de strandpaviljoenhouders vanuit het duurzaamheidsbelang graag wil ondersteunen bij het realiseren van een schoner strand, zodat we de blauwe vlag kunnen continueren. En dat is een mes, dat snijdt ook aan twee kanten, denken wij.

Strandpaviljoenhouders volgens de algemene bepalingen verantwoordelijk zijn voor het schoonheden, schoonhouden van het gepachte deel van het strand en volgens de Afvalstoffenverordening 2020 zowel voor het gehuurde als vijfentwintig meter buiten het gehuurde, een onbruik, opruimplicht hebben van zwerfafval. De afvoerkosten van plastic, blik en drankkartons, papier, glas, restafval voor rekening zijn van de strandpaviljoenhouders. Dat heb ik dus even toegelicht, waarom wij dat denken. De pilot uitwijst dat meer afvaleilanden gewenst zijn en het daarom aanbeveling verdient, dat de gemeente de strandpaviljoenhouders in 2023 elk twee kleine afvaleilanden aanbiedt, die daarna eigendom worden van de strandpaviljoenhouder. Besluit. Besluit punt drie van het raadsstuk Voorstel Aanpak strand 2023 te wijzigen in: iedere

strandpaviljoenhouder in 2023 de mogelijkheid te bieden om een verzoek in te dienen voor de levering van twee kleine afvaleilanden en daarvoor in 2023 éénmaal een bedrag van tienduizend euro voor beschikbaar te stellen. En zo nodig, het college te verzoeken naar aanvullende dekking. Als nieuw besluitpunt toe te voegen, de bestaande afvaleilanden bij The Spot en Thalassa in overleg met deze strandpaviljoenhouders in eigendom aan hen over te dragen. Dat is wat betreft het amendement en de toelichting daarop. Wij hebben gaandeweg begrepen, dat er wat twijfels zijn ontstaan bij sommige fracties die aanvankelijk steun hadden toegezegd, juist op die punten die ik voorafgaand aan het amendement heb toegelicht. En ja, ik hoop dat we, dat we daarin een duidelijke richting van de wethouder kunnen vernemen. Er is ook een nieuw amendementen ingediend door GroenLinks, daar staan sympathieke dingen in. Er staan ook overeenkomstige dingen in. Alleen, wat daarin aan de orde wordt gesteld, dat gaat wat voorbij aan het probleem wat we hebben: wie is nou waarvoor verantwoordelijk? En ik denk, dat wil je een goede discussie kunnen voeren, dan moet dat wel helder zijn.

Intussen is er ook een brief ontvangen van de, vanwege de organisatie van de strandpachters die eigenlijk met zoveel woorden zegt: wij willen terugkomen op de afspraken die er tot nu toe liggen, want wij zien aanleiding om dat te doen. Nou, dat is ook iets wat je waar je iets mee moet. Kortom, wethouder, graag uw licht over al deze punten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de volgende partij. Oh, ik zie een vraag of een interruptie van de heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, dat is een aanvullende vraag, maar misschien kan ik hem dan al inkoppen. U heeft dit amendement niet afgestemd met de paviljoen, strandpaviljoenhouders, als ik u zo begrijp gezien de brief ook. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Die vraag heeft u me eerder gesteld en die heb ik ook beantwoord. En het antwoord is hetzelfde als ik u wat heb gezegd. Op het moment dat je iets wilt voorstellen aan iemand, dan moet je het er eerst over eens zijn dat je dat voorstel doet. Dus moeten we het eerst met elkaar eens worden, of we die, of we dit voorstel, of dat er door komt in deze raad. Ga je iets, over iets praten waarvan je nog niet weet of het er dan wel door komt in deze raad, dan heeft dat naar ons idee weinig zin.

Maar het lijkt me heel duidelijk dat op moment dat we dit afspreken met elkaar dat zo luidt het ook in het amendement zelf, dat je in overleg moet met de strandpachters. Je kunt hun, er moet een goeie wil zijn van twee kanten, denk ik. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de fractie van GroenLinks, want ook die hebben een amendement aangekocht mede ondertekend door de PvdA en Zandvoort Echt Een. De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, dank u wel, voorzitter. Inderdaad, de PvdA en Zandvoort Echt Een dienen dit amendement ook mede in. Ik zal beginnen bij het besluit. De overwegingen en constateringen kunt u lezen op de website van de gemeente, onder andere en het scheelt weer enige tijd in deze vergadering. Wij wijzigen agendapunt 3 in twee delen. Deel 3A, de pilot afvaleilanden te verbreden door extra afvaleilanden toe te voegen in overleg met de strandpachters, waar nodig hiervoor dekking te zoeken in Natuurwet fonds. En 3B is eigenlijk al het punt wat er al in de, in het raadsbesluit staat en dat is voor de volledigheid, voor 2023 eenmalig een bedrag van tienduizend euro beschikbaar te stellen voor de continuering van de inzet van de huidige afvaleilanden. En we voegen er nog een besluitpunt aan toe namelijk, besluit vorens de financiële implicaties voor de continuering van deze pilot in beleid mee te nemen en hierover te participeren bij de Toeristische Visie.

Dat zijn de drie beslispunten of ja, de drie punten die wij graag willen wijzigen betreffende dit amendement. En dan om maar met de laatste vraag van de heer Bouberg Wilson te beginnen. Wij denken dat we via de participatie tot een wat breder gedragen en mogelijk financiële oplossing kunnen komen. Ik zal u die

uitleggen. We hebben in de commissievergadering ook al gepleit voor juist een wat bredere konst… ja, bredere betaling van dat afvalprobleem. Omdat die nu eigenlijk heel plat gezegd, of bij de gemeente valt of bij de strandpachters. Terwijl eigenlijk beide in een aantal gevallen daar helemaal geen invloed op hebben hoe erg vol het strand met afval komt te liggen. Daar zijn andere partijen voor ook, ook voor aansprakelijk. Denk bijvoorbeeld aan het boodschappen doen bij een supermarkt, wat je vervolgens op het strand gaat nuttigen en waarbij je de tas ja, willens en wetens laat liggen op het strand. Op een mooie zomerse dag hoeven we maar één blik op het strand of bij een vuilnisbak die er dan wel staat te richten en we zien daar een aantal tassen van retailers onder andere, liggen. Wij zien juist een mogelijkheid om bij de Toeristische Visie onder andere waar we nu toch al over aan het participeren zijn, ook een vraag richting deze financiën neer te leggen. Omdat wij vinden dat die ja, dat die druk eigenlijk gemeenschappelijk is, dus niet alleen voor de gemeente of niet alleen voor de strandpachters. En ik denk dat daar beide amendementen het meest in verschillen, want eigenlijk streven we uiteindelijk volgens mij allemaal hetzelfde na in deze raad.

Wat we nastreven is uiteindelijk denk ik, dat er meer mogelijkheden komen om afval in te zamelen met als reden, dat uiteindelijk ons strand er een stuk schoner bij komt te liggen. Ook in ons amendement hebben we nogmaals ja, uiteengezet waarom wij dat vinden. Een van de meest prangende cijfers vind ik dat vijfenveertig procent van het afval op het strand bestaat uit plastic. Plastic rolt eigenlijk feitelijk bijna met een beetje ja, met een beetje pech zo de zee in. En we weten allemaal gevolgen wat dat zou kunnen hebben. Dus dat het probleem er is, dat denk ik dat we dat allemaal delen. Dat we allemaal dezelfde oplossingsrichting hebben, namelijk meer afval inzamelingspunten creëren op het strand, delen we volgens mij ook allemaal. Alleen het verschil zit hem echt in, hoe we het aanvliegen richting ja, toch de financiën. Wij zien dat dus nu tijdelijk in een voortzetting van deze pilot, deze pilot uit te breiden. Ook uit de brief die het college naar ons heeft gestuurd bleek onder andere, dat er niet echt precies valt te vertellen om of ja, door covid, wat de resultaten van deze pilot waren. Dus we zien hier een mooie kans om aan de ene kant de pilot nog eens te draaien, maar nu met wat meer mogelijkheden. En aan de andere kant dus ook de wens van deze raad in te willigen om ervoor te zorgen, dat we uiteindelijk meer punten op het strand hebben waar we afval in kunnen leveren.

Ja, in kunnen leveren. En dan ook nog eens een keertje op de manier zoals er al bij die twee andere afvaleilanden wordt gedaan. We zien dan ook een moeilijkheid bij het wegvallen van die tienduizend euro, juist omdat we nog in de pilotfase zitten. We proberen eigenlijk zo dicht mogelijk bij het raadsstuk te blijven van deze wethouder, maar voegen daar dus de mogelijkheid aan toe om die uitbreiding te doen in die vuilnis, of in die afvaleilanden. We hopen gewoon echt dat we er vandaag met zijn allen uitkomen, in die zin dat we ervoor moeten zorgen dat we uiteindelijk volgens mij het probleem oplossen. Het probleem, dat maken wij als Zandvoorters over het algemeen denk ik niet zo snel zelf, maar ligt het meer bij onze bezoekers. En daarmee bedoel ik te zeggen, dat we wel allemaal moeten zorgdragen voor ons mooie visitekaartje, dat we daar allemaal van moeten genieten. Maar misschien nog wel het allerbelangrijkste als je mij zou vragen, is om onze bezoekers en misschien ook eventueel af en toe een inwoner, echt te stimuleren om nu eens hun afval op te ruimen en niet te laten slingeren in onze openbare ruimte. Want daar maken we elkaar allemaal niet gelukkig mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer El Gebaly. Ik ga even de andere route langs dan bij het vorige voorstel, dus ik begin bij de heer Gerrits van ZEE. De heer Gerrits: Ja, dank u wel, voorzitter.

Nou, wij kunnen kort zijn over het voorstel. Wij vinden het voorstel goed. En wat betreft het amendement wat we mede hebben ingediend, wil ik graag nog toevoegen, ZEE staat er in de eerste plaats natuurlijk sowieso voor dat wij participatie heel erg belangrijk vinden. Nou, en het feit dat dat dus eigenlijk onvoldoende is gebeurd ook bij dit voorstel in de eerste instantie en dat we dan een brief krijgen erg laatste moment van de Vereniging van Strandpachters, waarin ze toch wel duidelijk iets proberen mee te geven. Was voor ons doorslaggevend om nou ja, dit voorstel van GroenLinks ook mede in te dienen.

Ander ding wat wij heel belangrijk vinden is een stukje vrijheid en daar hoort ook, ondernemerschap is daar onderdeel van wat ons betreft. En op moment dat wij zeggen, wij geven de kosten voor deze, dit afvalbeheer brengen we in rekening bij de ondernemers ja, dan gaat dat toch ten koste van hun hun business, hun bedrijf wat zij doen. Ik denk dat daar beter over gesproken moet worden. Daarom denken wij dat ja, dit traject ingaan nog een jaar en dan ook in dat jaar gewoon even wat beter het gesprek aangaan met elkaar, even wat beter kijken, hoe gaan we die kosten inderdaad anders verdelen. Misschien een stukje aan supermarkten inderdaad die eraan bijdragen. Ja, een enorme winst kan zijn op dit gebied. En verder wat betreft de oplossing, tuurlijk willen wij een schoner strand en ook een schonere zee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koper, PvdA. Mevrouw Koper: Ja, mooi als je zo’n partijnaam hebt, daar kun je altijd mee eindigen. Schone zee. Voorzitter, in de commissie heeft PvdA het college complimenten gemaakt over de, het voorstel wat er ligt. Geen dikke rapport, maar kort en bondig plan, daar zijn we van. Met in ieder geval weer die afvaleilanden. Want wat ons betreft komen er ook meer, dat blijkt uit ons mede indienen van het voorstel. Ook op de boulevard zou gescheiden afval mooi zijn. We steunen het voorstel dus om die pilot uit te breiden.

Het zwerfafval is in zijn algemeenheid een gezamenlijk probleem, dus moeten er ook gezamenlijke oplossingen komen. Is niet alleen het probleem van Spaarnelanden of de pachters, maar de laatste tijd is het strandgebruik enorm veranderd. Vooral op het middendeel stromen bezoekers met, die tassen vol van huis of de supermarkt meeslepen naar het strand en het daar ook achterlaten, vaak wel in de buurt van de afvalbakken. Dat blijkt ook uit de foto die bij de brief zit van de strandpachters. Ze doen wel hun best dan om dat ergens in te leveren, de meesten. Dus dat pleit ook echt voor het voortzetten van die afvaleilanden, want dan is dat denk ik ook een aanzet tot een gedragsverandering. Maar eigenlijk is voorkomen van afval nummer één hè. Want er zijn gelukkig ook al veel bedrijven rondom het strand mee bezig, geen plastic meer en boink, sorry. We hopen dat supermarkten snel volgen en vooral dat producenten hun verantwoordelijkheid gaat nemen, want dat lossen we hier in Zandvoort niet op. Dan hebben we in de commissie aandacht gevraagd voor het sigarettenafval, omdat twee op de drie peuken in de natuur terechtkomt en vaak ook aan allerlei opruimactie ontsnapt. Sigarettenfilters zijn van kunststof en na vijftien jaar zie je ze niet meer terug in de natuur, maar dan zitten ze wel in de magen van vissen of in de zee. En ook hier is voorkomen de enige oplossing.

En dan kom ik eigenlijk even terug. Want wat er stond. Wij weten dat uit onderzoek blijkt, dat rokers best een asbakje willen gebruiken als ze dan toch willen roken, maar dat natuurlijk niet zomaar op zak hebben op het strand. In dit plan staat de suggestie om eventueel zo'n draagbaar asbakje te verstrekken en eigenlijk is dat een hartstikke goed plan. Wat ons betreft zou op grote schaal zo'n aanpak moeten zijn in het kader van het motto: geen peuk meer in het zand, maar een peukvrij strand. Wat ons betreft mag daar in de toekomst best extra budget naartoe als het plan weer naar ons terugkomt. Maar goed, nu eerst samen met ondernemers, bezoekers en bewoners plan maken, want zonder draagvlak geen succes. We hopen dat er voorstellen breed worden opgehaald. De beste ideeën komen vaak van de gebruikers zelf, is ook ons motto. Kijk maar naar zo’n asbakje. En nogmaals, het is gezamenlijke verantwoordelijkheid, laten we het ook samen zorgen voor een oplossing. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koper. Ik ga naar de heer Hermsen, D66. De heer Hermsen: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja. Ik, het, ik vind het altijd bijzonder om te zien dat we toch nog zeg maar op baas van een raadsstuk wat eigenlijk gewoon goed ontvangen wordt, toch nog heel veel vragen worden gesteld.

Technisch hè, met betrekking van nou ja, wat betekent dat voor de kosten, wat moeten we ermee? Het strand zit toch een of andere manier bij een aantal partijen best wel in de maag. Nou ja, gewoon hoe het ingedeeld is, hoe we met afval omgaan, wat er speelt, wel of niet jaar rond Het speelt allemaal mee.

D66 heeft daar gewoon een hele simpele mening over. Desnoods maken we er allemaal jaarrond paviljoens van, maar daar gaat het nu op dit moment niet om. Het gaat om die afvalverwerking. Dat de pilot heeft gewerkt, dat is op zichzelf hartstikke fijn. Maar je hebt natuurlijk gewoon te maken en volgens mij gaf de heer Gerrits van ZEE dat ook al aan met financieringsissues of -problemen zeg maar. Een ondernemer wordt aangeslagen voor nou ja, voor afvalverwerking zeg maar op een andere wijze dat een particulier dat heeft. Ik heb ooit eens een keer laten vertellen, er was iemand die nou ja, een aantal schepen bouwt met van dat epoxy plastic en heeft heel veel verpakkingsmateriaal. Dat wilde die ook scheiden en dan komt hij dan vervolgens zeg maar bij een afvalverwerkingsbedrijf of in ieder geval bij de remise of zoiets dergelijks en dan word je gewoon aangeslagen als bedrijf. Dat is natuurlijk ook niet wat je wil. Als je duurzaam wil scheiden, dan moet je toch kijken naar een wijze van nou ja, mogelijkheden. Kijken wat er wat er plausibel is, wat wel en wat niet. Ik merkte ook bij OPZ op dat ze zeiden van nou ja, wij zijn ook wel een beetje benieuwd naar die financiering daarvan. Wat kunnen we daarmee? Wat ik wel vind, is de overweging van het amendement.

Ik heb er nogmaals een keer goed naar gekeken ook, dat ik op zichzelf bijzonder vind, want ik denk dat elke ondernemer zeker een strandpachter, in ieder geval graag een schoon strand heeft. Dat staat ook in het raadsstuk. Maar ik denk dat elke ondernemer die daar uitbaat, niet zit te wachten op afval op zijn perceel. Dat lijkt me in ieder geval iets wat we misschien nog in overweging kunt nemen, om dat in ieder geval aan te passen dan wel iets mee te doen. Maar dat is natuurlijk, dat is wel waar het om gaat. Het gaat om uitstraling. Ik denk dat iedereen gewoon een schoon strand wil en de vraag is dan alleen: hoe? Hoe wil je dat dan creëren? En hoe, wat doen we dan met die toeristen die ontzettend veel afval met zich meebrengen? Eén ding had inderdaad, dat is in principe dan al gelukt, is het reduceren van de toeristen met betrekking tot de parkeertarieven hè. Want dat gaat dan wel lukken. Was een grapje tussendoor. Maar op zichzelf, het afval komt natuurlijk gewoon mee. En de vraag is dan zeg maar: waar kun je dan indienen? En op het moment dat het inderdaad gewoon hele drukke dagen zijn nou, we hebben de coronaperiode gehad waar het natuurlijk extreem was, dan wordt er dus op bepaalde wijze of misschien dan, al dan niet te laat maar dat vind ik ook weer een beetje een subjectief oordeel, met betrekking tot Spaarnelanden die gewoon fantastische diensten levert.

Maar dat we dus gewoon een tekort hebben aan capaciteit om dat afval in te leveren. Nou, daar moeten we wat mee doen. Die afvalkosten, die stijgen. Dat weten we ook allemaal. Het is in Zandvoort ook gestegen, negen komma drie procent. De burger betaalt ook daar fijn aan mee. Dat is zoals het is. Ik hoorde, ik vond de suggestie van de PVV hè nou ja, soort van mindset. Een hele hoge boete met betrekking tot het dumpen van afval, zou bijvoorbeeld al een eerste stap kunnen zijn. Want een aantal nou ja, een aantal landen is de boete gewoon duizend euro op het moment dat je überhaupt wat laat, op straat laat vallen. Nou ja, dat kan een stukje bewustwording zijn enerzijds, anderzijds moet je daar weer capaciteit voor insteken. Dus de vraag is een beetje van, wat werkt dan? Nou, en wat vindt D66 dan? Nou, eigenlijk geen heil in beide amendementen, dat in ieder geval. De enerzijds overwegingen, anderzijds nou ja, financieringen en noem het maar op allemaal. Maar goed, bij de ander staat natuurlijk iets wat over het Duurzaamheidsfonds. Dat was ook niet het idee in ieder geval van de oprichting daarvan, dus daar moeten we misschien dan naar kijken. Maar eigenlijk stellen we hiermee voor om die afvaleilanden wel gewoon te laten doorgaan, maar dan wel zo dat het, dat het op kosten van de gemeente is zodat daar de afval, het afval gescheiden kan worden.

Misschien moeten we dan maar weer denken aan een verhoging van de toeristenbelasting, maar die is dusdanig al verhoogd. Dus de vraag is een beetje of dat helpt. En anders maar gewoon gaan vragen bij andere gemeenten wiens bezoekers ook bij ons komen, of zij misschien willen bijdragen in een schoner strand. Bijvoorbeeld een aanvraag te doen bij de MRA om daar subsidie voor los te weken, dat zou bijvoorbeeld ook een optie kunnen zijn en op die manier dan die pilot te financieren. Want op zichzelf zeg maar, ik loop gewoon omdat ik zo'n aantal ideeën die me gewoon naar voren komen, waar misschien de wethouder nog ook het een en ander over wil zeggen. Maar dat dus voor nu en ik ga ervan uit dat ik een interruptie krijg, dus dan …

De voorzitter: Dank u wel. Ik zag de heer Bouberg Wilson voor een interruptie. De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Goed gezien. Waar ik nieuwsgierig naar ben, is dit: hoe denkt D66 over de verdeling van de lusten en de lasten als het gaat om afval? Wij zien dat afval als een zaak die samenhangt met de activiteiten die de ondernemer daar op dat strand pleegt. Nou, je kunt ook redeneren: nee, daarnaast gebeuren nog andere dingen op het strand, dat kun je niet toeschrijven aan de ondernemer. Zoals het nu vastligt, is dat wel zo. Maar wat stelt D66 voor? De voorzitter: De heer Hermsen. De heer Hermsen: Nou, ik, kijk, of het zo vaststaat, dat is een vraag die u misschien aan de wethouder wilt stellen, want die vraag had u sowieso. Ja, ik denk dat de brief van de ondernemers daarin wel helder is in ieder geval. Ik denk dat overal waar zeg maar, iets wordt geconsumeerd en hetgene wat zij leveren dan vaak bestek, glas of iets anders is. Dus dat zijn gewoon producten die zij zelf aanleveren. Dat geldt misschien niet voor venters, die hebben dan misschien een ander soort gerei. Maar daar staan ook gewoon prullenbakken bij waar je dat in kan leveren. Maar iemand die dus wat koopt en vervolgens dat in een ander vuilnisbak gooit ja, wat moet je daar dan mee doen? Moet je dan zeggen van nou, dan vind ik dat die venter dan maar extra moet betalen.

Of zeggen we gewoon in het algemeen, joh, we zijn een kustplaats, daar moeten we wat mee. Maar ja, we hebben zoveel toeristen jaarlijks, waarom zou dan iedereen daaraan mee moeten betalen? Dat is een beetje de vraag die je dan kan stellen. Maar ik, dan stel ik hem ook wel even zo neer, dat op het moment dat jij dus aanbiedt aan een ondernemer of een afvaleiland neer te zetten en de ene doet het wel en de andere buurman doet het niet, dat die ene buurman die hem wel heeft vervolgens keihard wordt aangeslagen voor hetgene, voor het afval waar daar ook misschien wel door de buurman of door de toeristen van de buurman, daar worden ingeleverd. Dus het is een beetje, waar zit dan de redelijkheid in en wil je het dan opleggen? Als je het oplegt, dan betekent dat gewoon per definitie bedrijfsafval, dus een hoge tarief, dus extra kosten. In een periode die misschien toch al qua kosten en betaalbaarheid en de discussie met alles wat we nu op dit moment zijn, aan het doen zijn in Zandvoort, toch een beetje gaat wringen. Of zeggen we van nou ja, we weten het en we gaan kijken of we op een andere wijze financiering kunnen krijgen om op die manier dan de regio dan maar te benaderen of in ieder geval de MRA bijvoorbeeld. Want ik ga ervanuit dat daar nog wel wat subsidie voor over is met betrekking tot duurzaamheid.

Maar goed, dat weet ik niet, dat weet de budgethouder dan wel de portefeuillehouder op dat moment. Maar zoals we het nu in ieder geval staan, wordt het gewoon een beetje lastig om dat op die manier in te zetten. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, even voor alle duidelijkheid: ziet D66 dit als een gedeelde verantwoordelijkheid of alleen een verantwoordelijkheid voor één of andere partij. Wat is hun visie daarop? De voorzitter: De heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, maar moet ik hier antwoord op geven? Ja, ik wil het best doen hoor. Ja, nou ja, het kost ook best wel veel tijd, interrupties. Maar als dit, als het van u mag, dan doe ik het. De voorzitter: Nou, de heer Bouberg Wilson stelt u een vraag naar aanleiding van uw inbreng. De heer Hermsen: Nou, dan wordt het het langste betoog ooit.

De voorzitter: Nou, dat hoeft nou ook weer niet. De heer Hermsen: Nee, echt niet? Nou, ik was net zo lekker op dreef. Nogmaals, ik zeg het ook maar gewoon eventjes. Kijk, mijn tuintje ziet er altijd netjes uit en ik ga ervan uit dat uw balkon daar ook altijd heel netjes uitziet. Zal een enkeling zijn waar het misschien niet lukt, maar ik ga ervan uit dat een strandpachter en althans, als ik in ieder geval de strandtenten ken waar ik kom, dat die altijd onberispelijk schoon zijn. Nou, laat ik daarmee beginnen. Dus ik denk dat zij die taak op zich nemen. Maar dat afval wat ze inzamelen, is wel bedrijfsafval. Dus dat is op een ander tarief. Dus iedereen die dat, zal dat zich moeten realiseren dat het tegen een andere tarief gaat waarop jij en ik of u en ik zeg maar, afval in inleveren. Dus dat vooropgesteld. Als ik naar het strand ga, maar dat doe ik graag, ga ik met het gezin lekker naar het strand, pak een bedje erbij, koop misschien een biertje of niet, of net waar ik en dan neem ik zelf ook altijd vaak wat drinken mee en wat eten mee. En wat doen we met afval als we het niet kunnen inleveren, nemen we het gewoon weer terug mee naar huis. Maar goed, ik heb de luxe om het lopend te doen. Maar voor een ander, die wil het graag in een prullenbak gooien en als het even kan.

En, dat ga ik ook vanuit, is de jeugd natuurlijk ook gewoon netjes opgevoed, probeert ook het afval te scheiden. En als dat niet gaat, dan gooien ze het natuurlijk in de dichtstbijzijnde bak. Maar ja, als al die bakken vol zitten en je wilt, moet door of iets anders, dan zie je dus wat er gebeurt. Gaan mensen het ernaast zetten, omdat de capaciteit gewoon tekort is. Daar moeten we wat mee doen. Ja, moet je daar dan iedereen voor aanslaan? Ja, enerzijds wel. Aan de andere kant ja, we worden er in principe al voor gefinancierd op dit moment. We zijn, worden niet voor niets aangeslagen als zijnde een – hoe noem je dat – een dorp met vierentwintigduizend inwoners, terwijl we er maar zeventienduizend hebben. Daar is een reden voor; we hebben allerlei problematiek omdat we te maken hebben met toerisme. De vraag is alleen, hoe je dat dan moet oplossen. Ja, als ik dat had geweten, dan had ik het wel gezegd. Maar ik vind dat nu, zoals nu geschetst wordt dus door het neer te leggen en dan vervolgens de kosten neer te leggen bij de ondernemer, ook geen optie. Dus de vraag is een beetje: wat kan dan wel en wat is er dan mogelijk? En dan zeg ik dan: kom, ga dan op zoek naar een mogelijkheid om het in MRA regio op te lossen met mekaar, want er zal ongetwijfeld ergens een potje zijn om dat dat ergens vandaan te halen. En dan anders misschien moeten we het gesprek wel met het rijk aangaan.

De voorzitter: Dank u wel. Ik zag nog een interruptie op heer Hermsen van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, ik wil het betoog van de heer Hermsen nog iets oprekken. U zegt net dat u, via de voorzitter, dat u moeilijkheden had met het Duurzaamheidsfonds. Er zijn wellicht nog andere mogelijke dekkingsmiddelen die wij kunnen aanhalen. U heeft net een aantal genoemd, via de voorzitter. Bent u dan wel, staat u dan wel sympathiek tegenover het idee? Als wij wellicht met elkaar nog even in discussie treden via u, voorzitter om toch die dekking dan op een andere manier te doen? De voorzitter: De heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, dat vind ik een heel bijzonder goeie vraag. Dank u wel, voorzitter. U merkt het hè, ik probeer het te rekken. Nee, het is … De voorzitter: Dat heet filibusteren in Amerika. Filibusteren, heet dat. Dat is een bepaalde techniek om heel lang debatten te blijven voeren om uiteindelijk niet tot een stemming te hoeven komen. Maar dat gaan we niet doen vandaag. Dus graag kort en bondig als het kan. De heer Hermsen: Nou, want ik vind dat we altijd democratisch tot een stemming moeten komen, hoor. Dus dat, laten we dat gewoon wel vooruit hebben. Nou weet ik niet wat ik wilde zeggen, dat is heel vervelend.

De voorzitter: Ging over het Duurzaamheidsfonds. De heer Hermsen: Ja, het ging wel over, oh ja, over de financiering. Ja, ja, helemaal goed. Ja, nee, dat is een ja, zoals ik al zei, ik sta zeker open voor alternatieven, alleen niet het Duurzaamheidsfonds daarin. Dus ik heb er al een aantal geschetst. Dat kan subsidies zijn, het kan het rijk zijn, het kan algemene middelen zijn. Maar in ieder geval een manier om het op die manier in te doen, om capaciteit te vergroten. En ik ja, eigenlijk wil ik ook wel vragen of dan, stel dat het een drukke dag is of er gewoon meerdere keren geleegd kan worden op een dag. Voor zover dat al niet gebeurt dan hè. Omdat ik zeg, geef het alvast even mee. Ik zeg niet dat het niet zo is, maar als het kan en het liefst nog aan het einde van de dag, als het gewoon vol is. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de PVV, de heer Deen. De heer Deen: Ja, dank u, voorzitter. Ja, mijn collega Van Tiggelen heeft tijdens de commissie een fantastisch betoog gehouden over gedragsverandering door middel van handhaving. Hoge boetes, daar zou onze voorkeur naar uitgaan. En voor de rest gaan wij voor het amendement stemmen wat s ingediend door OPZ en Jong en tegen het amendement van GroenLinks. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. VVD, wie kan ik het woord geven? De heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel, voorzitter.

Wij, ik, we hebben in ieder geval aandachtig geluisterd naar het betoog. We hebben allereerst gehoord dat we hier als raad zijnde in ieder geval met zijn allen zouden zijn voor meer mogelijkheden om afval te scheiden op het strand. Maar volgens mij is uiteindelijk het doel wat we nastreven, een schoon strand en moeten we vooral op zoek gaan naar de wijze waarop we dat op de meest ja. effectieve en doelmatige wijze kunnen bereiken. En dat doe je onzes inziens met elkaar. Dus wij ja, zien er eigenlijk weinig voor om de schuld of de zorg daarvoor bij één partij te leggen. We zien namelijk ook dat de ja, ondernemers ook al druk bezig zijn geweest met een plasticvrij terras, wat alleen maar ten gunste komt natuurlijk voor een schoon strand. En we zien daarom ook graag dat in ieder geval deze ja, gezamenlijke opgave ook gezamenlijk wordt aangepakt. We hebben ook geluiden gehoord dat ze in Scheveningen ook bezig zijn met een bepaalde methode om een ja, schoon strand te realiseren. Die hebben natuurlijk ook te maken met dezelfde ja, problematiek. Dus ik vroeg me af of de wethouder ook daarvan op de hoogte is en of we wellicht daar goeie lesson learned van kunnen toepassen? Daar wil ik het graag in onze bijdrage bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. CDA, wie kan ik het woord geven? De heer Endstra. De heer Endstra: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ik kom ook gelijk op het OPZ amendement afvaleilandjes op het strand. Een schoon strand is erg belangrijk voor Zandvoort en uit de pilot blijkt dan ook dat de afvaleilandjes werken, dus op dat succes willen we graag voortborduren. Maar daarom zijn we ook kritisch op dit amendement. Het doel van de pilot is een schoon strand met afvalscheiding en dat is wat ons betreft een maatschappelijk probleem. Want de vervuilers zijn niet alleen de gasten van strandpaviljoens, het afval komt net zo goed van gasten van het vrije strand of van nou ja, hè bezoekers van de supermarkt bijvoorbeeld. En de insteek van dit amendement lijkt erop dat hè, dat de strandpachter iedereen zijn afval moet opruimen. Ja, en zo werkt het wat ons betreft niet. We hebben het idee dat het zo een beetje wordt afgedwongen. Een beetje een eenzijdige manier van handelen. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson, interruptie.

De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, dit lijkt me een goed moment om even te interrumperen. Is het het CDA bekend, dat de reden waarom wij dat zo voorstellen ligt in de regelgeving zoals die nu tussen gemeenten en ondernemers is afgesproken? De voorzitter: Endstra. De heer Endstra: Kunt u dat toelichten? De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ik heb in mijn, ik heb in mijn betoog gewezen naar de reden waarom wij onze amendementen hebben ingediend. Wij hebben onder andere gezegd, welk deel en gevraagd, welk deel van de kosten voor het voorkomen en opruimen van zwerfafval zijn voor rekening van ondernemers respectievelijk voor rekening van de gemeente? Technische vragen van onze kant. Antwoord: de ondernemers zijn verantwoordelijk voor het schoonhouden van het gepachte deel van het strand, waaronder het strand voor de paviljoens. De kosten hiervan zijn voor rekening van de ondernemers. Daar is geen woord Spaans bij, naar ons idee. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Nee, klopt, dat is ons helder. Maar wat dat betreft blijft mijn verhaal gewoon staan. En nee, en de verordening die u aanhaalt of in het amendement, sorry. Daar haalt u ook een verordening aan. Maar die biedt er volgens ons ook geen basis voor hè. In artikel 16 gaat het over, hebben we besproken en dan wordt er gesproken of het straatbeeld.

Maar dat is voor alle ondernemers wat ons betreft en niet alleen voor de strandpachters. Dus wat dat betreft ja, vraag ik me ook af of het technisch helemaal klopt, het amendement. En ons voorstel zou dan ook zijn om in overleg te gaan met de ondernemers, maar dus ook de winkeliers en hè en dus ook de winkeliers en gezamenlijk te kijken hoe de afvalbeheersing efficiënter en eerlijker verdeeld kan worden. En twee korte vragen. We horen graag hoe de wethouder in dit amendement staat en of het haalbaar is voor dit seizoen in te voeren? En ik maak hem even af, want ik heb nog één zin. Wij hebben ook kennisgenomen van het amendement van GroenLinks. En ja, hier kunnen we ons meer in vinden en die dienen we dan ook graag mee in. De voorzitter: Interruptie van de heer Deen. De heer Deen: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik hoor, ik hoorde zeggen door de heer Endstra dat ook gesproken moet worden met de retailers. Dan ga ik ervan uit dat ie bedoelt, waar het afval vandaan komt. Bijvoorbeeld de tassen van Albert Heijn of Dirk Van den Broeck, moeten die dat dan gaan betalen die afvalstoffenafvoer? De voorzitter: De heer Endstra. De heer Deen: Hoe moet ik dat zien? De heer Endstra: Nee, het gaat ons meer erom dat het niet van bovenaf wordt opgelegd door ons als gemeente aan de ondernemers, maar dat we het samen met hen tot een oplossing komen en een betere verdeling van de kosten.

De voorzitter: De heer Deen.

De heer Deen: Maar hoe ziet die oplossing er dan uit volgens u? De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Nou, dat is, dat moet blijken uit het overleg. Dat ga ik dus niet hier, vanaf hier gaan wij dat niet bepalen. De voorzitter: Dat was uw inbreng, mijnheer Endstra? Dank u wel. Dan ga ik tenslotte voor de termijn van de raad naar Jong Zandvoort. Wie kan ik het woord geven? Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson: Dank u, voorzitter. In de commissie hebben we aantal punten al aangehaald. Wat ons betreft is het belangrijk dat er voldoende afvalbakken zijn, voldoende groot en dat ze ook gesloten zijn om al het zwerfafval tegen te gaan. En we hebben het amendement mede ingediend, dus dat lijkt me duidelijk. We staan niet slecht tegenover het amendement van GroenLinks en de mede indieners daarvan, maar we zien op dit moment meer heil in het amendement zoals ingediend door OPZ en ons. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Göransson. Dan ga ik voor de eerste termijn van het college naar de heer Hendriks, portefeuillehouder. De heer Hendriks: Dank, voorzitter. Ja, de vraag waar ik mee begin is: hoe is dat nu formeel geregeld? En eigenlijk heeft de heer Bouberg Wilson die ook voor mij de vraag stelde, maar hem ook al meteen beantwoord.

Het pachtcontract met de ondernemers stelt heel duidelijk, dat de ondernemers verantwoordelijk zijn voor het schoonhouden van het stuk strand dat zij gepacht hebben. En de Afvalstoffenverordening stelt vrij duidelijk en het werd terecht ook genuanceerd, dat elke ondernemer verantwoordelijk is voor het schoonhouden van het stukje rondom zijn onderneming. Dat geldt dus ook voor de ondernemers op het strand. Dat is effe de basis hoe het formeel geregeld is. En wij als gemeente staan aan de lat voor het schoonhouden van het vrije strand daar tussenin. Wat is nou de achtergrond van deze pilot? De afvaleilandjes die we afgelopen twee jaar hebben gedaan, daar hebben we iets afgeweken van die algemene regel. Daar hebben we namelijk als voorwaarden mee, aantal voorwaarden bijgelegd, waarvan er één is dat de gemeente de gescheiden stromen zeg maar, ophaalt. Dus de ondernemer staat aan de lat voor de rest afvalstroom die uit die afvaleilandjes komt en de gemeente voert de andere twee af. Eén van de redenen was zoals de heer Bouberg Wilson dat terecht aanhaalde, de corona pandemie. Dat is ook de reden dat wij daar geld aan hebben uitgegeven. Er ontstaan, ontstond namelijk veel afval op het strand. Terecht geeft hij aan, die reden is er niet meer.

Een andere reden dat de gemeente die verantwoordelijkheid bij zichzelf heeft neergelegd in deze pilot was, gewoon simpelweg om die pilot wat aantrekkelijker te maken voor de ondernemers die mee zouden doen. En een andere reden is, dat de verantwoordelijkheid voor het strand en het schoonhouden daarvan ook naar zijn aard een gedeelde verantwoordelijkheid is. Want op zo'n afvaleilandje wat dan wordt neergezet op, bij de paviljoens, die trekken de aandacht. Daar staat een bord boven: hier kun je afval inleveren. Dus het is logisch om te verwachten, dat iemand die op het vrije stuk strand verblijft naar dat afvaleilandje zou lopen om zijn afval in te gooien. Dat is dan net het stuk waar eigenlijk de gemeente voor verantwoordelijk was. Dus die combinatie heeft ervoor gezorgd, dat de gemeente heeft gezegd van, die verantwoordelijkheid nemen wij op ons. Het college vindt wel en u geeft vanavond daar een mooie aanzet voor, dat je daar best een principiële discussie over kunt voeren. Want is het nou tot in lengte van dagen de bedoeling dat de gemeente verantwoordelijk is voor de inzameling van glas en plastic op gepachte stukken strand? Ik kan me heel goed voorstellen, dat u ten principale zegt van nou nee, die verantwoordelijkheid ligt niet bij de gemeente, want dat is gewoon een taak die conform huurovereenkomst bij de ondernemers zelf ligt.

Deze discussie wilde het college graag voeren bij het uitvoeringsplan wat

geschreven zou worden als, op grond van dit raadsstuk. Dus het, insteek van het college was om de pilot zoals hij nu is, voort te zetten voor de voorwaarden zoals die nu de afgelopen twee jaar in gebruik is. En dan in gesprek met ondernemers en andere stakeholders te kijken in het uitvoeringsplan hoe je dat structureel wilt borgen. Nou, in het raadsstuk wordt daar ook al een voorzet op genomen volgens mij. Dat de richting waaraan wij denken is, dat de gemeente meedenkt aan de plaatsing van afvaleilandjes of -bakken en dat de ondernemer verantwoordelijk is voor het legen daarvan of dat je die verantwoordelijkheid ergens gezamenlijk neerlegt en gezamenlijk ook de kosten daarvoor draagt, voor het hele stand. Dat is nou juist de discussie die wij in het uitvoeringsplan wilden voeren en die, dat uitvoeringsplan is ook iets breder dan alleen afvaleilandjes. Dat gaat bijvoorbeeld ook over de APV, over handhaving daarvan. .Dat even als antwoord op de vragen van D66 en PVV. Ook omdat het voor en het is dus breder in scope, dat uitvoeringsplan. Maar het is ook breder in verantwoordelijkheid, want die verantwoordelijkheid is breder dan alleen … De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Drommel, VVD. De heer Drommel: Ja, dank u wel, voorzitter.

Wij hoorden de portefeuillehouder net de optie voorleggen om ja, dat gemeenschappelijke probleem ook gemeenschappelijk te benaderen en die verantwoordelijkheid wellicht bij een derde partij te leggen die dan verantwoordelijk is voor de inzameling voor de afval van het hele strand. En dat iedereen ja, dat moet natuurlijk nog nader bepaald worden, een bijdrage in levert. In hoeverre wordt die optie ook echt daadwerkelijk meegenomen? Want dat klinkt bij ons in, op zich in de oren als een hele doelmatige en kosteneffectieve oplossing. De voorzitter: De wethouder. De heer Hendriks: Nou, dat is een optie die we ook meenemen. Maar juist is het doel van het uitvoeringsplan ook samen met de Vereniging van Strandpachters te kijken, wat nou een logische manier is om die gedeelde verantwoordelijkheid neer te zetten. Maar dit is een van de opties waaraan wij denken, ik noem hem tenslotte niet voor niets. De voorzitter: Ik zag ook een interruptie van de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja, even terug, een kort stukje terug in aanzien, de lijn die het college ziet voor de toekomst. Gedacht wordt aan een alternatief voor de afvaleilanden, waarbij de strandpaviljoens verantwoordelijk zijn voor de inzameling en de gemeente levert alleen de voorzieningen. Het leek net alsof de wethouder verder ging.

Is het inderdaad zo, afvalkostenondernemer, gemeentevoorzieningen, is dat de lijn? Of gaat dat nog verder? De voorzitter: De wethouder. De heer Hendriks: Nee, het is echt zoals het in het stuk staat. Dus gedacht wordt aan een variant waarbij, zoals de heer Bouberg Wilson het net voorlas. De vraag is alleen: hoe leg je die verantwoordelijkheid vervolgens neer? En daarvan zou ook de optie, waar de heer Drommel net wat enthousiast op reageerde, dat je één aanbieder doet die je naar rato betaalt. Zou ook een optie zijn om die gedeelde verantwoordelijkheid waar te maken, want het is een gedeelte verantwoordelijkheid. Wij zijn zelf als gemeente verantwoordelijk voor de stukken vrij strand. De ondernemers zijn verantwoordelijk voor het stuk gepachte strand. In de praktijk loopt dat ook in elkaar over, dus dat is een gedeelde verantwoordelijkheid die ook gedeeltelijk gezamenlijk waar moet maken. Nee, even kijken hoor. Maar nogmaals nou, ik denk dat we als college in het raadsstuk hebben aangegeven, dat we principieel wel heel erg meedenken, dezelfde lijn zien als hoe die in het amendement van

OPZ en Jong wordt ingezet. Maar dat we eigenlijk het plan hadden om de overbrugging te doen tegen de huidige voorwaarden, om in het uitvoeringsplan het op een wat principiële manier en ook samen met de ondernemers te regelen. In het amendement van OPZ zie ik eigenlijk twee elementen. Als eerste, wie betaalt het afvoeren? Nou, die heb ik net toegelicht. En ook, uitbreiding van het aantal bakken. Dat is eigenlijk ook het amendement van GroenLinks en andere. Wat ik ingewikkeld vind is, dat ook deze discussie naar mijn idee eigenlijk thuishoort in het uitvoeringsplan. Dus je wilt een structurele oplossing ook op een structurele manier borgen, ook in gesprek met die ondernemers zelf. Wat ik ingewikkeld vind is, dat we als we deze amendementen volgen op dit punt, zonder nadere voorwaarden afvalbakken aan commerciële partijen ter beschikking stellen. En dat kan ook zomaar de discussie oproepen, waarom we dat niet doen bij een kroeg in de Haltestraat of bij een winkel in de Kerkstaat. Want waarom zouden we voor één groep ondernemers die afvalbakken ter beschikking stellen en bij de andere groep ondernemers niet? Dat maakt dat nou, naar mening van het college dat je daar iets ja, structureler na moet denken. Dat wilden we eigenlijk bij dat uitvoeringsplan … De voorzitter: Interruptie van mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, vraag aan de wethouder.

Is de wethouder het met me eens, dat dat het hier gaat om gescheiden afval en dat het ook vooral gaat om de vrije ruimte daarbij? Dus niet alleen bij de ondernemers in de Haltestraat. Die hebben ook hun eigen verzorging en daar hangen afvalbakken en zijn gescheiden afvalpunten voor de bezoekers aanwezig. Dus daar geldt ook voor, dat het voor de bezoekers anders geregeld is. Dus ik zou het eerder om willen draaien. Is het, is de wethouder nu met me eens, dat als je dat analoog doet aan wat er in het dorp gebeurt, dat je juist dat anders moet regelen? Dus dat je die verantwoordelijkheid bij de gemeente houdt voor het algemene gedeelte. De voorzitter: De wethouder. De heer Hendriks: Ja, maar het gaat hier juist niet om afvaleilandjes die geplaatst worden in de vrije delen strand waar wij als gemeente puur verantwoordelijk voor zijn. Het gaat hier om het ter beschikking stellen aan ondernemers van afvalbakken op de stukken strand die zij gepacht hebben. Ja, dus die kanttekening heb ik bij beide amendementen. Dan de concrete vraag van de PvdA over de asbakjes. Die staan inderdaad in de planning en dat maakt deel uit van die van die vijftienduizend euro aan aanvullende maatregelen. Dit is inderdaad één daarvan. De suggestie van D66 om de, om ook de rekening voor een deel neer te leggen bij de MRA of bij het rijk of bij andere overheden, die vind ik weinig kansrijk.

Tenzij er een concrete subsidieregeling zou staan waar we bij aan kunnen sluiten, dan zullen we daarnaar kijken. Maar ik zie hem weinig kans hebben, want ik zie ook niet dat het rijk of de MRA ineens bij de Zaanse Schans de afvalproblemen gaat oplossen. Ik denk dat, de lijn zal in algemene zin zijn dat je als gemeente zelf verantwoordelijk bent voor het schoonhouden van het grondgebied. Maar dat is mijn verwachting. Een praktische vraag is, meerdere keren legen op een drukke dag. Dat klinkt natuurlijk heel logisch, zeker als je aan het eind van de dag doet. Spaarnelanden krijgt ook het signaal als de afvalbak bijna vol is, dat is het mooie van die nieuwe bakken, zodat ze een extra rondje kunnen rijden. Op een drukke zomerse dag is het natuurlijk wel lastig om met de vuilniswagen rond te rijden, want dan is het over het algemeen te druk op straat. Dus dan loop je altijd een beetje achter de feiten aan. Maar het probleem mee, van het legen van die bakken heeft zeker de aandacht. Het CDA stelde de praktische vraag: is het amendement en ik pak hem effe iets breder, zijn de amendementen haalbaar voor dit seizoen? Dat zal bij allebei bij het plaatsen van die bakken lastig zijn. Wat we kunnen doen als een van deze amendementen wordt aangenomen is, dat wij met de strandpachters in gesprek zouden gaan of er behoefte bestaat aan extra kleine afvaleilandjes.

Daarna kunnen we een offerte uitvragen om dat ook te

realiseren en kunnen we die zo snel mogelijk plaatsen. Maar of dat echt voor het seizoen haalbaar is? Kijk je zou, als ik nu afgelopen weekend door het dorp liep, dan zou ik denken van het seizoen is eigenlijk al begonnen. Dus echt voor het seizoen is misschien lastig, maar we gaan dat als een van die amendementen wordt aangenomen, gewoon zo snel mogelijk doen. De voorzitter: Interruptie van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, voorzitter. Kort even een vraag aan de wethouder via u. Het amendement voorziet eigenlijk in een verbreding van het amendement – van GroenLinks dan duidelijk, voor de duidelijkheid – voorziet in een verbreding van de huidige pilot en niet zozeer in de, het traject daarna. Wij vragen u alleen daarin om in overleg te treden met de ondernemers. En volgens mij hoor ik u eigenlijk een zelfde strekking ook zeggen met uw eigen woorden dan. Dus ik ben benieuwd of de wethouder dan ook deelt, dat we eigenlijk niet zozeer iets nieuws van de wethouder vragen, maar eigenlijk dat wij zijn beleid iets willen verbreden en of daar, of hij daar dan wel de mogelijkheden in ziet. De voorzitter: De wethouder. De heer Hendriks: Nou ja, zoals ik uw amendement las, ging het over het in eigendom overdragen van die bak ook. Ik weet niet zeker of ik dat helemaal goed heb, maar misschien heb ik dat verkeerd. Dus dat ik het moet zien als het verbreden van de pilot.

Dan zouden we dat denk ik doen door aan die nou, sorry, op de route die ik net zei. Dus dan zouden we in gesprek gaan in hoeverre daar behoefte aan is en op wat voor manier. Dan kom ik wel met een forse budgetaanvraag denk ik, naar u toe. Waarbij ik me afvraag, maar die discussie voerde u net ook volgens mij met de heer Hermsen, of het Duurzaamheidsfonds wel echt precies hiervoor bedoeld is en nog genoeg ruimte heeft. Ik kan me voorstellen dat er dan een iets vrijere dekking aangeeft. Maar dan breid je een pilot uit en dat is wel in algemene zin waar je iets genuanceerder zou willen kijken, waarvan we eigenlijk hebben gezegd dat we de effectiviteit lastig te borgen vinden. Omdat we gewoon een aantal uitzonderlijke jaren hebben gehad met die coronacrisis. We hebben de effectiviteit toch niet echt één op één kunnen aantonen. U ziet ook in de evaluatie, dat die effectiviteit hem vooral zat in de zichtbaarheid en in, niet in alle stromen die gescheiden werden aangeboden ook echt zinnig zijn. Ik vind dat het er niet direct voor pleit om die pilot heel veel breder uit te stellen. Tegelijkertijd zie ik dat u als raad in twee amendementen van verschillende partijen wel die richting in denkt. Dus nou, hoor mijn kanttekeningen. Als een van die amendementen wordt aangenomen, dan zullen we dat gesprek met de pachters aangaan en dan zullen we ook met een dekkingsvoorstel naar u toe komen.

De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, want wij hebben ook bewust naar uw raadsstuk gekeken. In uw raadsstuk zegt u over de afvaleilanden bij punt 4 punt 3, dat de afvaleilanden zichtbaar en meetbaar resultaat op hebben geleverd en hebben bijgedragen aan ja, het terugdringen van de hoeveelheid restafval voor de mogelijkheden of van ja, op het strand. Dus vandaar ook de vraag. Ik zou nogmaals willen verduidelijken. Wat ons betreft kunnen we inderdaad kijken naar die dekkingsvoorstellen, heb ik ook net aan de heer Hermsen laten weten in mijn interruptie op de heer Hermsen. Het gaat ons echt zozeer om die verbreding. We willen eigenlijk uw beleid behouden. Maar omdat we hebben gezien dat covid een lastige situatie heeft opgeleverd, denken we juist ook om de wens van de commissie en de raad gehoord hebbende, juist die pilot te verbreden. En ook staat er specifiek in dat u in overleg treedt met de strandpachters. Dus wij willen eigenlijk met zoveel woorden ook verduidelijken, dat we eigenlijk op uw lijn zitten wat dat betreft. Dank u wel.

De voorzitter: De wethouder. De heer Hendriks: Ja, dank. Maar u zit dan niet helemaal op dezelfde lijn. Het voorstel van het college was om de pilot zoals die nu is op deze twee plekken voort te zetten en dan te kijken naar een structurele borging. Ik snap dat we nu positieve dingen zien van die pilot, wat, waardoor u zegt van nou, laten we dat maar over het hele strand trekken. Het college is er juist voorstander van om de pilot te evolueren samen met de ondernemers en dan te kijken naar een structurele borging. Dat is de reden van het collegevoorstel zoals we dat hebben gedaan. Want hij ligt gewoon, het schoonhouden van het strand is meer dan in afvaleilandjes. En die verantwoordelijkheid ligt ook breder en dat is de reden dat we die eigenlijk ook iets breder aan willen pakken dan alleen één ding eruit lichten en dat breder, dat toepassen. De voorzitter: Ik zag ook een interruptie van de heer Bouberg Wilson, ja? De heer Bouberg Wilson: Ja, voor u even ter verduidelijking en ook ter onderscheiding van de beide amendementen. Ons amendement ziet niet op het uitbreiden van de pilot, maar op het gevolg geven aan de bevindingen van het onderzoek. En dat is toch wel net iets anders, denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder, tenslotte. De heer Hendriks: Ik was volgens mij klaar, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bouberg Wilson.

De heer Bouberg Wilson: Ja, voorzitter. Lijkt me goed gegeven de gewisselde argumenten, om te vragen om een schorsing even met degenen die het amendement mede wilden indienen om te zien wat de bevindingen zijn. De voorzitter: Hoe lang heeft u nodig? De heer Bouberg Wilson: Tien minuten. De voorzitter: Ik schors voor tien minuten. Ik heropen de vergadering. De schorsing is aangevraagd door de heer Bouberg Wilson, dus te doen gebruikelijk geef ik hem het woord. En dan stel ik voor om, want wij hebben nog de tweede termijn van de raad tegoed, dat dat meteen ook uw inbreng voor de tweede termijn wordt. De heer Bouberg Wilson: Dank u wel. De reden dat wij om een schorsing hebben gevraagd, om te bezien of hetgeen wat er in eerste termijn was gewisseld aan argumenten door de fracties en de wethouder, ons richting gaf om te handelen met ons amendement. Dat is het geval en dat zullen we in de tweede termijn toelichten. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de fractie van GroenLinks. Oh, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Meteen de tweede termijn, neem ik aan hè? De voorzitter: Ja, zeker. De heer El Gebaly: Ja, voorzitter, dank u. Voorzitter, wij hebben het amendement licht aangepast. Wij hebben de dekking uit het Duurzaamheidsfonds eruit gehaald, waardoor de zin nu wordt wij besluitpunt 3A de

afvaleiland te verbreden door extra afvaleilanden toe te voegen in overleg met de strandpachters, waar nodig hiervoor dekking te zoeken. Punt. En we vernamen dat het CDA mede indiener was, dus ook hun naam en logo is op het amendement verschenen. En dan nog wat. De voorzitter: Kunt u het nog even herhalen? Want de griffier zat … De heer El Gebaly: Ja, zeker, sorry. Ik zal hem zometeen ook naar de griffier toe verzenden overigens, Nogmaals, agenda of ja, agendapunt 3A te wijzigen in 3A. de pilot afvaleilanden te verbreden door extra afvaleilanden toe te voegen in overleg met de strandpachters, waar nodig hiervoor dekking te zoeken. Punt. En de rest van het amendement is gewoon wat dat betreft hetzelfde. De voorzitter: Duurzaamheidsfonds gaat er dus af? De heer El Gebaly: Ja, klopt. De voorzitter: Dus daar zet u de punt. En we tekenen daarbij dat het CDA ook mede indiener van deze motie is, of dit amendement. De heer El Gebaly: Ja. De voorzitter: Ik zie de heer Stephan bedenkelijk kijken. Daar was u niet van op de hoogte? De heer Stephan: Nee, ik zit even te kijken, want ik probeer even ondertussen de tekst ernaast te leggen. Want bij het indienen van het eerste stuk, maar we kunnen ons denk ik wel in de aanpassing vinden. De voorzitter: Nou, dat is mooi. Dus goed. Dan komen we, ah ik zie mevrouw Göransson van de OPZ. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Ja, voorzitter, dank u wel.

Even een vraag aan het CDA. Want u staat bekend als de rentmeesters hè, zo omschrijft u zichzelf altijd. Beseft u zich, dat u hiermee een blanco cheque afgeeft? De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Nee, dat, wij geven geen blanco cheque denk ik af, we hebben hier capabele ambtenaren die hè, die geen exorbitante bedragen of iets dergelijks gaan uitgeven. Dus een blanco cheque vind ik, vind ik wel een erg zwaar woord. Ik denk ook niet dat het de bedoeling is om hè, om het op het hele strand vol te zetten, bewijze van. Maar dat nou, dat er een goed gedegen voorstel moet komen. De voorzitter: Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Blanco cheque is misschien een groot woord, maar het is in ieder geval, u weet niet waar u aan toe bent. Want voor tienduizend euro hebben we twee eilanden. Reken even uit, achtendertig strandtenten, want we hebben natuurlijk ook het vrije strand. Dus dat we toch in ieder geval achtendertig aankomen keer vijfduizend euro, zitten we toch op een honderdvijfennegentigduizend euro. Bent u zich dat bewust? De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Ja, maar een vraag terug: waar leest u dat er achtendertig van deze punten moeten komen?

De voorzitter: Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: We gaan in overleg met de strandpachters. Dus als ze allemaal mee eens zijn, dat weet je namelijk niet, we hebben ook vrije stukken strand hè. Je wil het zo breed mogelijk uitzetten, dus het lijkt reëel dat dat het aantal zou kunnen zijn. De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Het lijkt ons dus niet reëel dat er achtendertig van deze punten komen. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Oké, maar een ton zou u ook gewoon respectabel vinden om dat voor een jaar uit te geven? De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Nou, dat heb ik niet gezegd een ton. Maar ik denk wel dat het een maatschappelijk probleem is, het afval ophalen. En dat ja, dat moeten we met zijn allen oplossen en ja, dat kost geld voor ons, voor Zandvoort, ja. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de fractie van ZEE, tweede termijn. De heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, nou, wat ons betreft, we hebben vorige termijn al van alles gezegd daarover vanuit ZEE. Maar wat wij heel belangrijk vinden, is het volgende. In het amendement wat de OPZ heeft voorgesteld zoals wij het nu begrijpen, wordt het een keuze voor een strandpachter om de afvalpunten of hè, te kiezen of niet. Maar dat gaat extra kosten betekenen voor die ondernemer, voor die strandpachter.

Ik ben zelf klein ondernemer, ik zou niet zomaar die kosten op me nemen als dat niet hoeft, als dat een vrije keuze is. Dus alleen om die reden al … Ja? De voorzitter: Maak uw zin af. En dan geef ik het woord aan de heer Bouberg Wilson. De heer Gerrits: Ja, dank u wel. Nou, alleen om die reden al is het, zou het, zou ik het geen logisch voorstel vinden. Daarom gaat wat mij betreft de vraag vooral tussen, kan de wethouder ons voldoende toezeggen of inderdaad de motie die wij mede hebben in, amendement dat wij mede hebben ingediend? Dank u wel. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson, interruptie. De heer Bouberg Wilson: Ja, voorzitter. Ik vraag even aan de heer Gerrits of het hem duidelijk is, dat de verplichting die de ondernemers hebben op basis van de overeenkomsten zoals die er nu liggen, al betekenen dat hij aan de lat staat voor de opruimkosten op zijn gepachte deel van het strand. Dat is niet nieuw. Dat is niet ook gebonden aan die keuze, dat is gewoon zoals we dat nu met elkaar hebben afgesproken. Daar is discussie over, dat is helder, maar dat is niettemin de feitelijke toestand op dit moment. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Ik bedoel natuurlijk binnen dit voorstel. Dus inderdaad hè, maar dat is waar we volgens mij nu met elkaar over discussiëren en dat is wat volgens mij ook de wethouder heel terecht aangaf.

Dus dat is, dat is wat ons betreft punt één en ook de reden dat we zeggen van nou, ik sta nog steeds achter dit amendement. Ook met de gewijzigde aanpassing, want inderdaad zoals de heer Endstra net al aangaf van het CDA, wij gaan er niet vanuit dat we een ton gaan uitgeven met elkaar. Ik denk dat drie, vier extra afvaleilanden al een gigantisch verschil kunnen maken, ook omdat ze gedeeld kunnen worden hè door ondernemers als ze ergens op de grens liggen tussen strandpachters. Dus wat ons betreft blijft onze steun staan. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Ik begrijp ik, ik kijk even naar de heer El Gebaly. Want ik ging ervan uit na de interruptie die er gedaan werd, dat u door uw termijn heen was, maar dat u nog een toevoeging had in uw termijn. Althans dat daar nog, dat u nog niet klaar was. Dus ik geef u nogmaals het woord. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Ja, wat dat betreft wilde ik eigenlijk net de vraag beantwoorden die mevrouw Göransson ook stelde aan het CDA. Kijk, onze insteek is om met de pachters in dit geval samen te komen tot een goede verdeling. We hebben, we weten dat we nog steeds in een pilotfase zitten. We hebben natuurlijk ook een aantal cijfers, die zijn ons toegestuurd ook in de rapporten die we hebben kunnen lezen. Dus het zou ook zomaar mogelijk kunnen zijn, dat de wethouder maar dat is de wethouder die de uitvoering doet, aan de hand daarvan gaat kijken van welke mogelijkheden er zijn. En eigenlijk zei de heer Endstra dat wat dat betreft heel duidelijk, dat we in dat geval waarschijnlijk ambtenaren hebben die dat goed genoeg weten en een wethouder die dat goed genoeg kan uitvoeren – zeker gehorende hebbende deze twee interrupties – wat daarvoor nodig is. Dus ik vind ja, het benoemen van een blanco cheque vind ik in deze dan ook niet reëel. Het kan wellicht voor u zo overkomen, dat is hoe u ernaar kijkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12690843/2