Transcript raadscommissie - 26 oktober 2022
Tekst van het document
een bouwkundige, maar in mijn ogen betekent dat dat we financieel meer kunnen hebben. Dat is natuurlijk goed, maar dat betekent dus ook dat er naar mijns inziens geld op de plank blijft liggen. En dat we ook kunnen besteden aan goede en mooie dingen, om mensen te helpen in Zandvoort en om Zandvoort en Bentveld mooier, vriendelijker, en duurzamer te maken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Gerrits. De heer Gerrits: Voorzitter, een verduidelijkingsvraag. In het begin van de begroting is een mooi groot stuk tekst gewijd aan de kernwaarden. Zijn dit kernwaarden van het college of kernwaarden van de gemeente? Dank u wel. De voorzitter: Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja, dank u wel voorzitter. Wij vragen aandacht voor het helder taalgebruik in stukken. Het overkomt ons zelf ook, we moeten ons dat zelf ook aantrekken, denk ik, dat je gauw in jargon gaat praten, maar laten we ons inspannen dat we het zo doen dat iedereen het snapt. We vragen ook aandacht voor de openingstijden van de balie. Je kunt nog steeds niet vrij naar binnenlopen zoals voorheen. Er is ook van mening dat die openingstijden meer moeten worden afgestemd op de werkende medeburger. Zodat die ook deels open zijn in de middagpauze. De maatregel dat je voorafgaand aan bezoek eerst een telefonische afspraak moet maken, kan en moet naar ons idee snel worden geschrapt. Graag reactie.
Wij vinden dat alle gemeentelijke stukken, besluiten, vergunningen, onder andere ook die voor evenementen, voor eenieder snel en gemakkelijk moeten zijn in te zien. Zowel op het raadhuis als thuis. Zowel digitaal als analoog. Hardcopy. Wij constateren dat dit in lijn is met de wijze waarop het college invulling wil geven aan de Wet Open Overheid. Het vroegtijdig betrekken van inwoners, ondernemers, en organisaties bij besluitvormingsprocessen is wel ons aller al jarenlange intentie, maar het blijkt toch lastig. Goed dat het participatiebeleid gaat moderniseren, als is aangegeven. En waar we op 24 november met elkaar gaan praten daarover. Wij kunnen ons vinden in de financiële ontwikkelingen en de meerjarenraming, inclusief de besluitpunten toeristen- en forensenbelasting. Datzelfde geldt ook voor de voorgestelde verhogingen kostendekkende tarieven Wabo en afvalstoffenheffing. Maar, hoe billijk ook, deze verhogingen tellen wel op bij alle verhogingen die al aan de orde zijn. De heer Deen maakte daar ook al een opmerking over in het begin van onze raads … van onze commissievergadering. Maar het is dus zaak ervoor te waken dat we de draagkracht niet overschrijden, en er voor waken dat we onze concurrentiepositie niet schaden.
En ik wil in ieder geval het pleidooi om in het kader van juist deze kostenontwikkeling ervoor te waken dat mensen die een minimuminkomen hebben, sociaal minimuminkomen hebben, om die dan ook te compenseren op het moment dat je daar de belasting zodanig verhoogt dat je hen niet voldoende helpt, op het moment dat je het bij de 120 procent zou laten. Daar is ook door anderen aandacht voor gevraagd. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de PVV. De heer van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Ja, dank u wel voorzitter. Er is al een beetje gras voor mijn voeten weggegraaid, of weggemaaid, door mijn compagnon, maar ik vergeef het hem graag hoor. Tot 2026 ziet onze financiële positie er goed uit. We kunnen een stootje hebben. Nou, dat is mooi. De rode draad die we ontwaren in het stuk zijn de tariefsverhogingen. De burger die te maken heeft met sterk stijgende kosten van energie en boodschappen, krijgt ook via de lokale overheid nog een extra rekening op het bordje. De burger moet noodgedwongen bezuinigen als gevolg van het gevoerde beleid in Den Haag en Brussel, en de gemeente doet niet bepaald fanatiek aan bezuinigen, maar legt de rekening bij de toch al geplaagde burger neer. Daar worden wij niet blij van. Forensenbelasting verhogen met 4,5 procent lijkt ons dubieus, aangezien er recentelijk een
zeer forse verhoging heeft plaatsgevonden, als gevolg van de verhoogde toeristenbelasting. Die twee waren toentertijd nog aan elkaar gekoppeld. Bij de verhoging afvalstoffenheffing van 9,4 procent worden oninbare vorderingen doorberekend aan mensen die u rekening nog wel kunnen betalen. Een zorgelijke ontwikkeling in onze optiek. Uiteindelijk gaat dit leiden tot steeds meer kale kippen waarvan niet meer valt te plukken. Dan kom je terecht in een neerwaartse spiraal van oninbare vorderingen. Dat zien wij niet graag gebeuren. Een lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds per 2026… De voorzitter: Excuus, mag ik u even onderbreken. U heeft een interruptie van de heer Kramer. De heer Kramer: Ja, als ik het goed begrijp zegt de heer van Tiggelen dat hij het erg vindt dat de forensenbelasting omhoog gaat. We hebben het hier wel dan over tweede woningbezit. Is dat dan niet als een luxe te typeren, of is dat echt een broodnodige zaak om een tweede woning te hebben? De heer Van Tiggelen: Nou, waar het ons om gaat is dat je mensen confronteert met verhogingen die procentueel de toch al forse inflatie sterk overschrijden. Dat is iets waar wij principieel problemen mee hebben. En dat is de reden waarom ik het hier heb genoemd. De voorzitter: Interruptie, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wilde heel kort een kleine soort van procesinterventie doen.
Ik hoor niet meer regelmatig hier de opmerking: er is gras voor mijn voeten vandaan gemaaid. Net, door de heer van Tiggelen, maar ook in het verleden voorgaande raadsvergaderingen door andere raadsleden. En ik denk dat we juist als raad blij moeten zijn met elkaar als we punten delen met elkaar, als we het met elkaar eens zijn. Dat is ook een stukje van de bestuurscultuur maar dan naar onszelf kijkend. En dat wilde ik even toevoegen. Dank u wel. De voorzitter: Opmerking genoteerd. Interruptie mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, als het gaat om, eh, ik ben van mijn à propos. Hij doet het niet. Ja? Oké. Als het gaat om het tweede woningbezit dan ben ik het helemaal eens met de heer Kramer dat wat mij betreft het prima is dat dat verhoogd wordt. Want dat is niet, volgens mij is het primaire doel van het hebben van woningen binnen de gemeente om onze inwoners te huisvesten. Dat betekent dat primair tweede woningbezit niet ons doel is. En dat betekent dat ik dat prima vind als we dan, als de kosten voor beheer toenemen, dat we dat daarin meenemen. Ik ben het wel met u eens als het gaat om afvalstoffenheffing et cetera, dat we daar die kostendekkendheid, dat moeten op een andere manier oplossen.
En als we de kwijtschelding eruit kunnen halen, en dan het bedrag, hè, zoals je dat met dubieuze debiteuren doet, en dan het bedrag kostendekkend berekent naar je bevolking, dat zou ik een veel eerlijker voorstel vinden. Wat vindt u daarvan? De heer Van Tiggelen: Nou, ik denk er het mijne van. Kijk, waar het ons om gaat is dat wanneer je het normaal gaat vinden om zaken te verhogen met 35 procent, ja, als je die grap een paar keer achter elkaar uithaalt dan zit je aan de 100. Dat werkt gewoon door naar de toekomst. En je kan wel zeggen: ja, iemand die een tweede woning heeft die kan het makkelijk betalen, nou dat zal wel zo zijn, maar het gaat ons om het principe dat je dergelijke verhogingen gewoon normaal gaat vinden. En dat vinden wij niet. En dat was één van de redenen waarom ik dit voorbeeld heb genoemd. Ik vervolg even mijn betoog, voorzitter, als ik de draad even kan oppakken. Oh ja, 4,5 procent, dus minimale verhoging, moet door de inwoners worden betaald uit het nettoinkomen. Dat is alleen op te brengen met een bruto verhoging van inkomen richting de 10 procent. Wie krijgt dat? Want wat je erbij krijgt komt bij die bovenste schijf. En dan hebben we het nog alleen maar over het
minimum. Ik weet niet wat voor loonsverhogingen mensen tegenwoordig krijgen, maar dat dat de 10 procent zou overschrijden in zijn algemeenheid, dat durven we te betwijfelen. Hier in Zandvoort kunnen we het wanbeleid in Den Haag en Brussel echter niet veranderen. Waar we echter wel over kunnen beslissen, is hoe we hiermee omgaan. Daar hebben we wat over te zeggen. Wij stellen voor om, zeker zolang het nog kan, met lastenverzwaringen uiterst terughoudend te zijn. Dat zien we niet bepaald terug in de begroting. Wij betreuren dat. In feite zou de overheid, dus ook de lokale, moeten doen waartoe de burger al jarenlang wordt gedwongen, namelijk bezuinigen. Kijk, behoedzaam begroten is mooi. Maar met je inwoners omgaan, daar kan ook enige behoedzaamheid wel naar voren worden gebracht. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar de VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel, mijnheer de voorzitter. In ieder geval bedankt voor de, wat was het? Een procesinterventie. Maar ik sluit denk ik toch aan bij de heer Stephan. De kracht zit hem namelijk toch wel ook een beetje in de herhaling. Nou, in ieder geval over de afvalstoffenheffing. Wij vinden die verhoging ook vrij fors. En we vroegen ons af, het wordt deels natuurlijk verklaard door de inflatie van 4,5 procent, en deels van het marginale nadeel van de overgang van AEB naar HVC.
Maar we vroegen ons af of de rest van de stijging is toe te bedelen aan het kostendekkend maken van de tarieven door de oninbare posten daarmee te dekken? En we vroegen ons af of het dan wel zuiver was om dat bij de afvalstoffenheffing te beleggen, en niet bijvoorbeeld onder het kopje werk, inkomen, en schulden. Ja, vervolgens hadden we ook nog de vraag op pagina 129 daar staan enkele stelposten genoemd, en we vroegen ons af of de septembercirculaire daar nog invloed op heeft gehad, en zo ja, wat dan ongeveer die wijzigingen zijn? En het laatste punt, dat gaat over de toeristenbelasting. Nou, zoals eerder in ieder geval al is opgemerkt zijn die verhoogd in 2019, met 33 procent. En wordt er nu voorgesteld om die wederom te verhogen met 10 procent. Ja, dat betekent eigenlijk dat we jaarlijks die toeristenbelasting met 10 procent hebben verhoogd. En in Zandvoort, het toerisme is in ieder geval wel een beetje de dobber waar de economie op drijft. En we vragen ons wel af in hoeverre dat gastvrij is. En eigenlijk aanvullend daarop vragen we ons af waarom de forfaitaire berekening voor kleine particuliere verhuurders wordt afgeschaft? Want wij zijn daar namelijk meer voorstander van om, ja, de administratieve lasten, om dat zo laag mogelijk en zo makkelijk mogelijk te maken. Niet alleen voor de verhuurders zelf, maar wellicht ook voor de gemeente Zandvoort.
Daar willen we het graag bij laten, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kramer. De heer Kramer: Ja, ik denk dat het toch wel even belangrijk is om te zeggen dat wij geen voorstander zijn voor het verhogen van belastingen. Maar als er een keuze moet worden gemaakt tussen wat we verhogen, dan kiezen we wel voor dan belastingen te verhogen, onder andere de forensenbelasting. Er is natuurlijk ook discussie hier over het verhogen van de toeristenbelasting, er is hier een rijtje voorbeelden van andere gemeenten opgenoemd. Maar ik kan ook gemeenten noemen waar gewoon veel meer toeristenbelasting per dag wordt geheven, en dan kijk ik onder andere ook naar Scheveningen, naar Haarlem, en naar Amsterdam. En dan is Zandvoort eigenlijk nog wel een schijntje. En ik denk dat we die keuze wel zo moeten maken dat we de lasten proberen voor onze eigen inwoners zo laag mogelijk te houden. En dan kiezen wij er toch voor om zeg maar, als er geld nodig is, omdat dan of dan wel met bezuinigingen te doen, maar dan wel ook met verhogingen eventueel van de toeristenbelasting of de forensenbelasting. De voorzitter: De heer Deen. De heer Deen: Ja, dank u voorzitter. Nog één vraag hebben wij aan de heer Kramer: wat vindt u dan van de 9.4 procent op de afvalstoffenheffing?
De heer Kramer: Kijk, zoals ik het altijd heb begrepen is de afvalstoffenheffing, dat moet zeg maar kostendekkend zijn. Dus daar heb ik ook mijn mening over. Ik heb ook gezien dat in Haarlem bijvoorbeeld, door Spaarnelanden, de bedragen veel hoger zijn. Wij waren voorheen altijd aangesloten bij de Groot, en dan was het goedkoper, maar ik denk dat het ook te maken heeft met een stukje boekhoudkundig verrekenen, omdat voorheen heel veel kosten niet mee werden genomen, en dat die nu wel in de kosten worden meegenomen. Dus ja, dat is denk ik iets waar de wethouder toch wel dan aan moet geven, van, ja, waar dat verschil dan in is komen te liggen. Maar eens, dat zou niet zo hoog moeten zijn. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Nou, gaat goed hè. Op de opmerking van de heer Kramer: ik ben het deels met hem eens, alleen op een gegeven moment noemde hij het woord bezuinigingen. En dan zou ik de heer Kramer willen vragen: wat vindt u ervan dat we nog een stukje onbenutte belastingcapaciteit hebben? Waardoor we gekort worden door het Rijk. Dus dan kunnen we een andere discussie voeren… De heer Kramer: Nou, daar kan ik heel duidelijk over zijn. Die OZB bedoelt u waarschijnlijk. Nou, daar ben ik geen voorstander van om die te gaan verhogen.
Mevrouw Koper: Maar dat betekent dat u er wel voor kiest om te bezuinigen, en u kiest er niet voor om de zwaarste schouders de zwaarste lasten te laten dragen door de OZB te verhogen. De heer Kramer: Nee, maar ik denk dat we dan op een discussie, als ik mag hoor, voorzitter… De voorzitter: Zeker. De heer Kramer: Dan komen we op een andere discussie. Kijk, op dit moment is er nog geen sprake van bezuinigingen. Ik heb het aangegeven dat dat mijn richting zou zijn, van hoe ik het zou insteken. Dus allereerst zou ik kijken naar of een bezuiniging, of kijken waar we de lasten kunnen verhogen op de belastingen. Maar zo min mogelijk de druk bij de inwoners van Zandvoort te leggen. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de portefeuillehouder, de heer Bluijs. De heer Bluijs: Ja, dank u wel. Ja, ik begin maar bij het woord bezuinigen. En, en en, deze begroting zit geen bezuiniging in. En dat is ons uitgangspunt, en we hebben er ruimte om meer te gaan doen. Dat gaan we met u invullen. En dat is ons uitgangspunt, en ik heb ook gezegd, op het moment dat bij die hele invulling, en we hebben nog een aantal dingen te doen, er ook ruimte is om ook voor toeristisch economische ontwikkeling, goed voor ons ondernemers, daar ook extra nog mede aan te geven. Dan hebben we die ruimte nu. En die hebben we gecreëerd door de wijze waarop we deze begroting hebben ingevuld.
En dat evenwicht is er. En als je zegt, ja, de lasten moeten niet bij de lage inkomens komen, nou, dan vind ik inderdaad, want dan ga je over die OZB, dat drukt ook weer op alles, dus ik ben het wel met de heer Kramer eens, laten we dat dan niet doen. Daarom hebben we het ook gezocht. We proberen gewoon wat we al negen jaar met deze wethouder doen, gewoon alleen maar eventueel verhogen met inflatie. Dus we verhogen niet, daarom besluiten we, want we hadden ook gewoon kunnen zeggen: we doen de rioolrechten, die doen we ook maar gewoon 4,5 procent. Nee, daar is het niet nodig. Ter compensatie doen we daar nul. Dus we zitten zo goed als rond die 4,5 procent. Kijkt u om ons heen, gemeentes om ons heen, het stijgt alleen maar veel meer. En wij hebben dan nog ruimte, en dan kan je zeggen: we gaan dat nu terugbrengen, dat is de discussie. We hebben goed kwijtscheldingsbeleid, dus de mensen die die rioolrechten, die krijgen kwijtschelding. Die groep die groeit. Die
was een paar jaar geleden denk ik 500, die zit op 650, die gaat groeien. Dus die mensen krijgen dus kwijtschelding. Dus aan die groep wordt al nadrukkelijk goed bediend. Dus dat probleem is er niet, denk ik dan. Ja, en dan kan je natuurlijk zeggen van, oké, maar hoe is dat tarief opgebouwd? Ga maar in het land kijken, ons tarief, afvalstoffen is volgens mij één van de laagste in heel Nederland. Ook aanzienlijk lager als dat in Haarlem is, dus dat heeft mij ook wat verwonderd, en dat heeft ook met een stukje doorbelasting te maken. Dus het begrip kostendekkendheid, nou ja, daar kan je dan ook wel zeggen van, ja, hoe bereken je dat dan? Dus die van ons zijn gewoon heel laag. En wat wij hebben geprobeerd, is gewoon die 4,5 procent vast te houden. Maar we willen ook beleid maken. En de keuze is aan u. Kijk, als u zegt van ja, we komen met een motie, nou dan zullen we dat eraf halen. En wat bereiken we er dan mee? Want als je zegt, ja maar ik doe dat omdat de lasten te hoog worden, voor? Voor die… de ene zegt, ja maar dat doe ik voor de minima, of de lagere inkomens. Dan krijg je hetzelfde wat het Rijk steeds doet. Die zeggen van, oké, we hebben een probleem. Iedereen krijgt nu 190 euro. Er zijn mensen die hebben het helemaal niet nodig, enzovoort enzovoort. Dat is met dit zie ik het ook, ik heb liever… dat we inzetten … Ja? Mevrouw Koper: Voorzitter. Voorzitter.
De voorzitter: Interruptie van mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ik vond mijnheer Bluijs heel leuk als onze huisfilosoof vanavond, maar als hij nou het verhogen van de lokale woonlasten gaat vergelijken met de inkomenspolitiek van het Rijk waarin 23 miljard over de schutting wordt gegooid, dan denk ik toch dat u wat mij betreft de plank volledig misslaat. U weet zelf ook wel, trouwens, wie zitten er allemaal in het kabinet? Welke partijen? Zullen we het dan daarover gaan hebben? Laten we dat nou niet doen. Laten we het hebben over de lokale woonlasten, en hoe we ervoor kunnen zorgen dat die zo laag mogelijk blijven voor onze inwoners. Dat waren de vragen ook die we gesteld hebben. De voorzitter: De heer Bluijs. De heer Bluijs: Dat is het uit… Het coalitieakkoord, dat we dat doen. Want we zitten gewoon op ons inflatieniveau. En dat is helaas, is dat hoger. En om het nu, dus daaronder te gaan zitten, dus af te wijken van ons beleid en ook ons voorzieningenniveau, in zijn algemeen. En zo probeer ik het te brengen. Dan … en we willen het zo laag mogelijk houden. En we willen zeker voor de minima en de lage inkomens iets extra doen, daar gaan we allerlei extra dingen voor doen. Daar is ook ruimte voor in die begroting. Dus als we wel met een noodfonds willen komen, ook voor volgend jaar, net zo goed als we dat coronafonds hebben kunnen doen, hebben we middelen nodig.
En als de lasten stijgen, die gaan waarschijnlijk zelfs meer als die 4,5 procent stijgen, verwacht ik, in de komende tijd ‘…’ de kosten voor alles, dan is die 4,5 procent denk ik, dat is hetgeen waar we ons aan vast moeten houden. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Deen. De heer Deen: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik neem toch aan dat de heer Bluijs ook wel weet dat de gemiddelde burger te maken krijgt met een inflatie van 16 procent nu al. Hè, dat wat al uit de portemonnee verdwijnt. Dus dan kunt u wel zeggen, ja we verhogen maar met 4,5 procent inflatie, maar dan zit je al op 20,5. Zo zie ik het. En dat is toch… De voorzitter: De heer Bluijs.
De heer Bluijs: Nou ja, zo werkt het inderdaad niet ... want als je die 4,5 procent, en je neemt dat bedrag wat dat is op het gemiddelde inkomen in Nederland, dan is dat relatief een vrij laag bedrag dus zo moet je dat niet zien, het is natuurlijk wel een optelsom voor iedereen. En dat snappen wij ook, en daarom proberen we het zo laag mogelijk te houden. Maar we proberen ook te zorgen, doordat we die ruimte hebben, doordat we gewoon ons beleid blijven voeren met gemiddeld 4,5 procent, dat we ook extra kunnen inzetten om te helpen waar dat nodig is. Zoals we straks extra moeten helpen bij bepaalde inkomensgroepen, dan hebben we de middelen. Als we de ondernemers straks moeten helpen dan hebben we de middelen. Als de economie toch weer over je een jaar ook weer niet goed gaat, dan kunnen we zeggen: Ja, maar we hadden toch … we hebben ruimte. Dus we kunnen het inzetten. Ja, u hebt wel meer betaald, maar u deelt er ook in mee. En ik ken u als raad zo dat u dat ook doet. Dat u ook die middelen dan voor al die partijen inzet. En dat is een keuze. De heer Den: Maar voorzitter, dan … De voorzitter: Mijnheer Deen. De heer Deen: Ja, dank u wel, voorzitter. Maar dan kun je het toch net zo goed niet doen als je het weer terug gaat geven? Waarom verhoog je dan nu met die 4,5 procent? De heer Bluijs: Nee, ik zeg niet dat we het gaan doen. Onze lasten stijgen ook hè.
En de kans dat onze lasten meer dan 4,5 procent gaan stijgen is heel erg groot. Dus dan kan je wel zeggen van, we doen nu maar even nul, en we doen net alsof het niet gaat stijgen, want dat doet u dan eigenlijk in feite. Nee, de kans is zelfs groot dat het meer gaat stijgen. Dus dan is die 4,5 procent denk ik nog, nou, dan hebben we dat meer als nodig. En dan zullen we ook moeten kijken, en misschien moeten we dan ook bezuinigen, want dan willen we bepaalde dingen wel, nou dan moeten we keuzes gaan maken. Maar die ruimte is er nu aanwezig, en ik denk dat er daarom een gezond evenwicht blijft bestaan. Ja, die discussie over die 50.000 euro oninbaar, hè, dat is dan 50.000 euro, dat is echt een klein bedrag want ik heb het ... maar oké, als u zegt van, dat het op een andere manier afgedekt moet worden, ja, dat is een keuze aan u. Dan moeten we ergens anders daar dekking voor gaan vinden. Dan eh, ja dan, dat is … maar ik … lijkt mij verstandig dit gaat over niet inbaar, hè, het gaat dus niet over degene die kwijtschelding krijgen. Er is een deel niet inbaar. Ja, en wij vinden dat we dat op die manier het beste kunnen verdelen. Inbaar heeft niks met werk en inkomen, dat zijn mensen die dus niet betalen, niet omdat ze het alleen hebben, er zijn ook mensen wanbetalers, bijvoorbeeld. De voorzitter: Dan een interruptie van de heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter.
Ja, als ik dan die bedragen, die percentages bij elkaar optel, dan kom ik nog niet helemaal op die verhoging van bijna, nou wat was het? 10 procent. Dus ik vroeg me af of ook de, wat was het nou? De kwijtscheldingen daarin zijn meegenomen. De voorzitter: De heer Bluijs. De heer Bluijs: Die kwijtscheldingen, die 50.000 euro, die oninbare? Welke pagina zit u als ik vragen mag? 156. Pak ik die er even bij. Voorzieningen dubieuze debiteur, die bedoel je? En daaronder staat die, oh ja, dat is die kwijtschelding ja. Ja, ik zoek dat even, ik kom daar nog wel even schriftelijk op terug hoe dat nu precies zit, zodat u een goed beeld krijgt waar u dan wel op kunt zeggen van, nou, dit is een goede overweging. Ja? De voorzitter: Oké, toezegging genoteerd. Mevrouw Koper.
Mevrouw Koper: Hele goede vraag van de heer Drommel. Maar ik heb nog gevraagd over de kostendekkendheid en wat hebben we er nu aan gedaan om de kosten zo laag mogelijk te houden voor de afvalstoffenheffing, van die afvalstoffengedoe? De heer Bluijs: Nou ja, wat we eraan doen, wat er ons gebeurt, de kosten van de afvalstoffenscheiding enzovoort die stijgen alleen maar, dus we doen er echt alles aan om zo goedkoop mogelijke in te kopen bij partijen en het te verwerken, dat is wat we doen, en wat we eraan doen, we moeten natuurlijk eigenlijk zorgen dat we nog meer scheiden en minder vuil produceren. En dat is wel een discussie, want de kosten zullen waarschijnlijk alleen maar gaan toenemen omdat de verwerkingskosten gaan toenemen. Dus daar zal de heer Hendriks vanuit beleid ook mee aan de gang gaan, er zijn ook roepen dat verdisconteerd moet gaan worden bijvoorbeeld in de verpakkingsmaterialen meer, omdat we dat allemaal weer anders moeten scheiden enzovoort. Dus daar zullen we de besparingen in moeten vinden. A, ene kant, dat anderen dat in hun kostprijs gaan verwerken zodat de kosten van de burger dan niet te hoog worden, maar ja dan betaalt u het wel weer via een andere kant. Uiteindelijk gaan de kosten alleen maar toenemen. Dus wij doen er echt alles aan om zo goedkoop mogelijk in te kopen, en om dat natuurlijk op efficiënte wijze te doen. Maar wel met de duurzaamheid voorop.
En dat kost geld. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ik hoor de wethouder toch zeggen dat het alleen maar gaat stijgen, en dat die rekening gewoon bij de burger neerkomt, neergelegd wordt, en dat is me echt te kort door de bocht. Dat denk ik toch dat we met elkaar die hele procedure van het duurzaam afvalbeleidsplan nog eens goed naar moeten kijken om te zorgen dat we daar gaan besparen. En niet zomaar zeggen, ja, die kosten worden gewoon maar duurder, wat ik de wethouder hoor zeggen, en dan gaan we dat gewoon maar bij de burger neerleggen. Dat is me echt te kort door de bocht. De heer Bluijs: Nee, ik leg ze niet … Dat is het gevolg van de wijze waarop wij vinden dat we onze planeet netjes schoon en helder moeten houden. Dat betekent dat die kosten … Dan kunt u wel zeggen, ja, dat legt u maar bij de burger. Uiteindelijk komt alles bij ons terecht. Wij moeten zorgen dat het schoon en netjes blijft in de wereld, en vervolgens moet dat ook betaald worden. En ja, dan heb je het … en als je dan zegt van, we werken met kostendekkende tarieven, ja dan is dat de consequent, en als je zegt van: we stappen af van kostprijsdekkende tarieven, nou dan wil ik die discussie wel met u voeren, maar dat is dan het gevolg.
En natuurlijk moeten we er alles aan doen om het te verlagen, en ook beleidsmatig dus goed kijken: wat kunnen we eraan doen? Daar ben ik het mee eens, dat zal ik ook met de wethouder bespreken, van wat kunnen we beleidsmatig eraan doen om dat te gaan regelen. Maar de service die wij vragen dan met gescheiden ophalen, tijdig weghalen, prullenbakken netjes schoonmaken om de zoveel… Ja, dat zijn allemaal zaken die gewoon gebeuren. De voorzitter: Eh, ja. Mevrouw … Mevrouw Koper: Ik vraag heel kort om met elkaar te gaan bespreken hoe we zorgen dat dat efficiënter en dat dat kostenbesparender gaat gebeuren. Dat is wat ik vraag. Dus die toezegging wil ik graag hebben. De voorzitter: Eh, ja. De heer Kramer, interruptie. De heer Kramer: Ja, wij ondersteunen dat voorstel van de PvdA. Want wij zien ook dingen in het dorp gebeuren met de afvalstoffen ... of tenminste met de afval ophalen, wat volgens ons gewoon een stukje
efficiënter kan. Maar ik denk dat dat gewoon in een breder geheel besproken moet worden, in plaats van vanavond. Dus… De heer Bluijs: Nou, u wordt op uw wenken bediend, want de 213a onderzoek dat gaat hierover. Dus er komt een onderzoek bij Spaarnelanden naar hoe het met de tariefstelling zit enzovoort enzovoort. Dus u wordt op uw wenken bediend. De heer Kramer: En wie gaat dat onderzoek doen? De heer Bluijs: Dat wordt echt door een externe … dat is een 213a onder… dat doen we gezamenlijk met Haarlem. De voorzitter: Goed, dan kijk ik nog even rond. De heer Deen, PVV. De heer Deen: Ja, dank u. Ja, houdt dat dan ook in dat die 9,4 procent voorlopig on hold wordt gezet? De heer Bluijs: Nee, nee, want ons beleid is nu nog steeds kostendekkende tarieven. En wat wij hebben gezegd van, we doen de riool, die zetten we op nul. Daarom gaat deze wat hoger en dan zitten we ongeveer op het gemiddelde van de 4,5 procent. En dat is ons beleid. Inflatievolgend. En als we het anders wilt, dan is het aan u om dat … met voorstellen daarvoor te komen. Maar het college wil … de ambitie is vooralsnog hooghouden, nou, dat heb ik allemaal uitgelegd. En er staan nog veel meer onverwachtse dingen te gebeuren misschien, ten aanzien van … extra stijging van de inflatie, ook voor de gemeente dat wij zeggen van, dat dit behoedzaam is. En voor de continuïteit van de begroting van Zandvoort noodzakelijk.
Dus dat over … dus dat wordt denk ik nog wel een discussie tijdens de raadsvergadering. Dan ten aanzien van de openingstijden van de balie. Ja, volgens mij heeft het college daar recentelijk naar aanleiding van vragen op geantwoord. Nou, tot nu toe … Wij zien wel heel veel voordelen in dat mensen gewoon op afspraak gewoon komen. Ook mensen die met spoed komen, die worden wel snel geholpen en gewoon op de dag geholpen. Ja, en als de raad zegt van, ja wij willen dat echt anders … Kijk, persoonlijk zie ik ook heel vaak dat er nog ruimte is. Dus dat er allemaal tekort aan mensen was, dat probleem is volgens mij redelijk getackeld dus ik zie niet constant mensen bij de balie staan, dus het is op dit moment gewoon mogelijk dat iedereen redelijk op zijn wenken bediend kan worden en op tijd wordt geholpen. De voorzitter: Interruptie mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, voorzitter, ik ben het volledig oneens met de wethouder, Partij van de Arbeid heeft de vorige periode vragen gesteld over de open balie. En toen hebben we in een raadsinformatiebrief de toezegging gekregen dat de balie weer open wordt als corona achter de rug is. En nu hoor ik de wethouder iets anders zeggen, van het is wel prettig als we dat allemaal op afspraak doen. Dat hebben we niet met elkaar afgesproken.
Is de wethouder dat met me eens? De voorzitter: Wellicht eerst geef ik graag het woord aan de heer … De heer Bluijs: Er zijn vragen gesteld, daar heb ik op geantwoord, ongeveer in deze trend. Dus wat dat betreft, ik heb daar niets verderop terug gehoord, dus dat was wel een iets andere insteek als u zegt, dat klopt. Dus. Het is nog steeds zoals ik zeg dat het … op afspraak. En ik … De heer Kramer: U heeft al een … Voorzitter, als ik daarop mag …
De voorzitter: Ja. Interruptie de heer Kramer. De heer Kramer: U heeft wel al een paar keer toegezegd dat het weer teruggedraaid zou worden. En wat ons verstaan is gegeven, is dat het te maken had met een stukje beveiliging. Maar als ik nu zie hoe efficiënt het gaat, er zitten daar twee mensen, er komt één iemand voor een afspraak, vervolgens zit de bode bij de balie, zitten drie mensen voor één klant. Ja, ik weet niet of we dan nog een stukje efficiëntie hebben op dat punt. Dus ik zou zeggen van, gooi zo snel mogelijk gewoon weer open zonder die afspraken, dat iedereen gewoon weer in en uit kan lopen. De heer Bluijs: Nou ja, maar op zich … die discussie dat u dat wilt, dat snap ik, en dat u dat klantvriendelijker vindt, dat kan ik ook begrijpen. Maar of het daardoor efficiënter wordt, dat wil ik niet zeggen. Want op het moment dat ik zie dat er vaak ruimte is op de dagen dat het nooit volgepland is, dan is dat gewoon … werkt dat prima. Maar ik snap, ik neem het mee, en ik zal ook kijken wat dat voor consequenties dan heeft, als we dan weer naar open gaan. Kijk, de combinatie doen, en op afspraak, want dat is een dilemma, en op afspraak, en vrije inloop, dat is dus een ingewikkelde want dan krijg je dus dat er mensen op afspraak komen en dan komen er mensen met vrije inloop, en dan gaat het door elkaar lopen.
Dan zeggen er mensen, ja waarvoor moet ik wachten, ja er was iemand op afspraak, enzovoorts. Dus dat is het ingewikkelde. De voorzitter: Interruptie. De heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Ik kan me herinneren, toen u nog in Haarlem woonde, dat ze daar een systeem hadden met en afspraken en inloop op bepaalde momenten, dus volgens mij moet het mogelijk zijn. Dank u wel. De voorzitter: Opmerking genoteerd. De heer Bluijs: Ja. We nemen het mee. Ja, nee dat is duidelijk, dat u wat anders wilt, dat is mij wel duidelijk. De zorgen over de ICT, nou die zorgen over beveiliging en hoe dat aan te pakken die zijn bekend. Er wordt ook flink in geïnvesteerd, dat staat volgens mij ook wel duidelijk bij de paragraaf bedrijfsvoering. Dus in pl… u had het over een stapje terug, maar die kon ik niet helemaal plaatsen. Maar we zetten er volop in om die beveiliging echt optimaal te krijgen, en het is elke dag zitten er mensen zelfs dag en nacht volgens mij op het systeem om te zorgen dat we beveiligd zijn. En daar wordt flink in geïnvesteerd. De voorzitter: Mevrouw van Essen. Mevrouw Van Essen: Wat ik bedoelde met een stapje terug is om even te gaan kijken naar het systeem an sich, of dat wel stabiel en robuust genoeg is voor wat wij er nu mee willen en wat we er in de toekomst mee willen. Dat bedoelde ik met een stapje terug.
De heer Bluijs: Maar dat heeft natuurlijk met ontwikkelingen op het gebied van hardware en op het gebied van software te maken. En nou ja, ook daar hebben we mensen voor om dat bij te houden. Maar ik zal het meenemen, van dat we niet inderdaad te snel gaan, te snel systemen invoeren, maar ik heb wel het idee dat ze daar heel houdend in zijn ook vanwege die beveiliging, dat ze niet zomaar naar nieuwe systemen gaan. Maar het is wel zaak om dingen te combineren, en dat gaat ook natuurlijk over die digitale data die we moeten verzamelen. Nou, we krijgen nu die WO, die wet hoe we dat goed moeten regelen, daar zullen dus ook wel weer dingen uitkomen om te zorgen dat we die hele infrastructuur nog beter gaan stroomlijnen. Handhaven, die vraag, die is voor iemand anders denk ik. Ja, en de visie van het bestuur, hè, de visie van het
bestuur zo staat het eigenlijk aan het begin beschreven, die kernwaarden zijn niet alleen van het college. Die zijn en van de ambtelijke organisatie en ook voor de gemeenteraad. Dus we moeten gezamenlijk die kernwaardes denk ik met elkaar uitdragen. En het is niet zo van dat het alleen maar voor het bestuur is. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Nou, op zich vind ik het hele idee van kernwaarden natuurlijk ongelofelijk mooi, maar ik zou de wethouder wel willen vragen waarom wij er als raad dan niet verder bij betrokken zijn. Want ik kan me nog herinneren dat we nadrukkelijk een paar maanden terug tijdens de rondvraag hebben gevraagd: hé, kunnen we daar niet samen als raad, op het moment dat we ook andere onderwerpen gaan bespreken voor gaan zitten? En dat is dus niet gebeurd. Dat is weer indruisen tegen het eigen idee van de bestuurscultuur. Dank u wel. De heer Bluijs: Volgens mij, als u de inleiding goed leest, gaan we juist wel met elkaar in gesprek ook over deze … dit soort zaken. Het hele beleid nemen we onder de loep. Dus bijvoorbeeld de kernwaarden, de open transparante vertrouwen, dan kom ik bijvoorbeeld vooral ook op het communiceren en dat participeren, nou daar gaan we juist de komende tijd over in gesprek.
En ook die kernwaarden horen ook bij het uitwerken van het coalitieakkoord waar we gezamenlijk met u nog over verdere invulling over in gesprek gaan. Dus zo benader ik hem vanuit dat we wel degelijk met u in gesprek gaan, alleen we zijn nog niet zover. Daarom zeggen we ook: deze begroting is nog niet af. We gaan met u nog in gesprek over het verder invullen gaan van het coalitieakkoord, waar dit nadrukkelijk is benoemd. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, dan zou ik aan de heer Bluijs willen vragen of het dan niet logischer zou zijn om, nou, tijdelijk even geen kernwaarden op te schrijven, eerst de raad te betrekken om te kijken, hé, waar staan we nou eigenlijk voor? En die dan pas in de volgende begroting desnoods wel toe te voegen. Dank u wel. De heer Bluijs: Ja, dit college heeft als opdracht gekregen een coalitieakkoord uit te voeren en dit staat in het coalitieakkoord. Dus als ik dit niet opschrijf, dan denk ik dat bepaalde partijen zeggen: waarom heeft u niet opgeschreven wat onze kernwaarden zijn, want deze waarden hebben wij vastgelegd in ons coalitieakkoord. Ja, heb je ook voorgesteld ja. De voorzitter: De heer Gerrits, laatste keer zou ik zeggen. De heer Gerrits: Nou, ik denk niet dat we op deze concrete wijze voor hebben gestemd, persoonlijk. Maar dat … daar kunnen we in mening van verschillen, maar dat was het.
Dank u wel. De voorzitter: Waarvan akte. Dan kijk ik even naar de andere overige portefeuillehouders. Ah, ik zie gelijk nog eerst handen. De heer Drommel, VVD. De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter. Nee, we hadden nog een vraag gesteld over de tabel op pagina 129. Of de septembercirculaire daar nog invloed op had. En we hadden ook nog een vraag over de, ja, forfaitaire berekening. Waarom die is afgeschaft en of we die niet eventueel kunnen herzien. Om de administratieve lasten ook bij de gemeente Zandvoort in ieder geval te beperken.
De heer Bluijs: Het is een verzoek van de raad geweest om het forfaitaire tarief af te schaffen om naar dit systeem over te gaan en om twee systemen door elkaar te laten lopen, ik denk dat dat ook juridisch niet standhoudt. Dit houdt … de vraag was zelfs of dit juridisch standhoudt? Als er mensen zouden gaan procederen tegen de berekeningswijze van zoveel procent bezettingsgraad enzovoort enzovoort, is ons ook verteld dat dat ook een probleem is. En als je dan twee systemen door elkaar gaat gebruiken, is al helemaal niet dan handig. En het is een verzoek van de raad, en het gaat ook over de juridische houdbaarheid dus wat dat betreft lijkt het ons verstandig. En dan betaalt ook iedereen voor hetgeen wat hij ook afneemt. En dan heb je ook daar geen discussie over. De voorzitter: Interruptie van de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja, ik heb een vraag aan de heer Drommel, want ik vraag me af of het hem duidelijk is wat we met het nieuwe systeem bedoelen. Indertijd was er een soort van schatting op basis waarvan dat forfaitaire tarief werd gehanteerd of mensen voor een aantal dagen in te schatten dat ze toeristen hadden gehuisvest. Waar het nu naartoe gaat is dat we een systeem hebben waarbij iedereen van tevoren bij iedere verhuring moet melden of hij verhuurt.
Dus met andere woorden, in het eerste geval had je, zou je kunnen zeggen, gemeente schoot erbij in, of de verhuurders schoten erbij in, wat naargelang nou de schatting juist was of niet. Maar in het nieuwe systeem heb je de volkomen eerlijke belasting voor hetgeen wat er ook werkelijk is verhuurd. Dus ik begrijp niet dat je daar een tegenstelling of een tegenstrijdig belang in ziet, voor degene die verhuurt. De voorzitter: De heer Drommel. De heer Drommel: Nou, ik zie heel goed hoe beide systemen werken, alleen mijn zorg is ook dat het extra administratieve lasten brengt richting de gemeente Zandvoort en wellicht ook richting de verhuurders zelf. Dus ik denk, ja, is het niet een win-win situatie om de forfaitaire berekening in ieder geval aan te passen zodat die meer in lijn is met de realiteit? Dat kun je heel makkelijk toetsen, want als iedereen in ene niet kiest voor de forfaitaire berekening, dan zit je kennelijk te hoog. En andersom geldt dat ook zo. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond. Ah, de heer Bluijs. De heer Bluijs: De stel ‘…’ post op 129, Ja, daar zijn, daar zit die bijvoorbeeld een hele belangrijke stelpost op 129 … is die onder uitputting gemeentefonds. Die daar is opgenomen, hè, dat was het verhaal dat we niet zeker wisten hoe dat zich ging ontwikkelen.
Nou, dat is in de septembercirculaire die u ook per raadsinformatiebrief heeft gehad is dat veranderd. Dat heeft een behoorlijk positief effect natuurlijk, want het is nu definitief wat er is. Ik zeg toe dat we het gewoon even in een overzicht nog even bij elkaar brengen zodat u die begrotingswijziging die we officieel pas gaan doen bij de voorjaarsnota, zo werkt dat hè, want dat gaan we niet hier in … we laten … we brengen hem wel even in zicht, dat u ziet wat de financiële ruimte is voor de komende jaren. Dus dat gaan we erin verwerken. Maar u heeft hem ontvangen, de informatienota daarover. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond, of kijk ik naar de wethouders, portefeuillehouders. De heer Moolenburgh komt naar voren. Aan u het woord. De heer Moolenburgh: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw van Essen heeft nog een vraag gesteld met betrekking tot handhaving. Dank u wel. Wat u vraagt is ook de werkwijze zoals die gehanteerd wordt door de handhaving. Namelijk kijken waar, op welk moment, wat nodig is. En ook kijken naar waar, ja, vanuit in ieder geval de meldingen de behoefte is. Dat hebben we ook gedaan door te kiezen voor het flexibel invullen van extra
budget wat vorig jaar vrij is gemaakt voor handhaving door het niet vast in te vullen, maar juist op de piekmomenten, dat er echt behoefte is aan meer handhaving mensen in te zetten. Betekent flexibele inhuur, dat heeft ook wel weer een nadeel, omdat het vaak mensen zijn die wat minder bekend zijn in Zandvoort, maar tegelijkertijd, flexibiliteit weegt daar zwaarder in om die mensen in te kunnen zetten op het moment dat het echt nodig is. U zet een aardig voorbeeld, want u zegt: aan de ene kant, de overlast op de Middenboulevard versus de trambaan. En nou is het zo dat de structuur van ons dorp helaas zo is, dat vaak die overlast op hetzelfde moment plaatsvindt. Dus dat we juist op die hele zware momenten inderdaad echt wel alle zeilen bij moeten zetten om handhaving in te moeten zetten. Ja, en dat betekent dat ze niet op alle plekken tegelijk kunnen zijn. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond in de commissie. Mevrouw Koper: Voorzitter? De voorzitter: Ah, interruptie mevrouw koper. Mevrouw Koper: Ja, ik dacht dat de portefeuillehouder Moolenburgh ook nog mijn vraag ging beantwoorden over de APV, en of hij genoeg budget heeft om de participatie te laten plaatsvinden komend jaar? De voorzitter: De heer Moolenburgh. De heer Moolenburgh: Nou, ik zie de penningmeester heel streng kijken naast me.
Nee, in principe hebben we, ik heb toegezegd dat bijkomende APV-wijzigingen we u meenemen in de participatie. We hebben vandaag ook interviews gehad over het nieuwe integraal handhavingsplan, wat ontwikkeld moet worden voor de komende jaren. Daar is in principe voorzien in voldoende ruimte om te participeren. Dus ik ga ervan uit dat wij daarmee uitkomen. Dank u wel. De voorzitter: Dan kijk ik even rond in de commissie. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dan denk ik dat wij kunnen concluderen dat het … ah, we hebben de heer Gerrits, interruptie. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Nog een hele kleine toevoeging, ik ben het coalitieakkoord nog even aan het teruglezen, er staat niks concreets in over de kernwaarden in deze vorm. Dank u wel. 4.
Sluiting De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat wij kunnen concluderen dat dit een bespreekstuk is. Hadden we ook mee kunnen beginnen. 9 november meer hierover. Dan sluit ik bij deze de vergadering. Dank u wel.