Transcript raadscommissie - 12 januari 2022
Tekst van het document
Een aantal van u geeft expliciet aan eens te zijn met het voorstel dat het college heeft gedaan. Namelijk om nu geen inhoudelijke besluiten te nemen maar dat vooral te betrekken ook bij de vorming van een nieuwe coalitie of een nieuw college. En ik denk dat dat ook op dit moment het juiste besluit is. En wij zitten in de laatste maanden van deze bestuursperiode. Het is een heel belangrijk onderwerp en de manier waarop dat verder invulling gaat krijgen naar de toekomst toe dat is iets wat dermate belangrijk is dat dat ook goed is om dat bij in de nieuwe bestuursperiode te betrekken. Een aantal van u heeft het ook over de spiegel die ons toch is voorgehouden. En ik denk dat het goed is om af en toe inderdaad in die spiegel te kijken om te kijken waar is ruimte voor verbetering. En de bestuurscultuur dat heeft u eigenlijk in een aantal vergaderingen ook al aangegeven is een punt dat aandacht verdient. En ook hier moeten we blijven streven naar de verbetering. En misschien ja is dat dan ook weer de optimist in mij. Maar het doet mij toch ook altijd wel deugd dat wij iedere maand toch ook behoorlijk wat hamerstukken bijvoorbeeld op de agenda hebben staan. En dat zijn stukken waar we het dus allemaal over eens zijn. Het kan dus wel. En dat kan ook bij een groot project als het Badhuisplein. Dus ik erken veel van wat u zegt.
Ik denk dat daar een opgave eigenlijk altijd ligt voor ons allemaal. En daar zullen we ook in de toekomst in moeten blijven
investeren. Er is een heel aantal vragen ook rechtstreeks gesteld aan de onderzoekers. Die laat ik dan ook bij hen. En daar zal ik dan inhoudelijk op dit moment niet verder op ingaan. Ja mevrouw Koper, inderdaad het moet slagkracht zijn en geen slachtkracht. Normaliter en daar pesten mijn collega's in het college mij ook weleens mee ben ik enorm scherp op typo's en dergelijke. Maar deze is ook aan mijn aandacht ontglipt. Maar uiteraard moet het gaan om die slagkracht. U vroeg ook u had een aantal vragen ook aan de onderzoekers. U hecht ook zeer eigenlijk aan de nabijheid. U vindt het belangrijk ook dat die nabijheid wordt gevoeld. En u vroeg ook van de extra bestuursadviseurs versus De Zeester zal dat elkaar niet in de weg zitten. Mijn beeld is dat dat niet strijdig hoeft te zijn maar ik laat ook graag de onderzoekers daar nog verder iets over zeggen. Meneer El Gebaly u was ook lid van de begeleidingscommissie. Dank ook daarvoor. U hebt ook uw complimenten geuit. En ik ben het met u eens dat het goed is ook om altijd te blijven kijken naar wat bindt. En u had een aantal vragen ook gericht rechtstreeks aan de onderzoekers. En ik denk dat het goed is dat zij daar verder op ingaan. En ja een aantal van u maar ook meneer Van Tiggelen van de PVV benadrukt ook het belang van de dienstverlening en hoe die beleefd wordt en ervaren wordt.
En dat is een punt ook het college hecht daar zeer aan. En dat is ook een punt dat gaat beter maar kan altijd nog beter. En dat is iets waar we ook aan werken ook wat meneer Stephan ook aangaf met de ondernemers. Maar dat geldt zeker ook voor onze inwoners. En want wat u zegt het is echt wel op onderdelen een andere manier van werken geweest. U kunt zich dat misschien nog wel herinneren in het begin eigenlijk ook van de fusie. Was ook aan het begin van deze raadsperiode. Ook de problemen die we hadden met het KCC. En ook wel ja de een andere manier van bereikbaar zijn. En we hebben daar en zeker ook in het kader van Ondernemersbelangen Zandvoort richting de ondernemers geïnvesteerd. Het KCC op orde gebracht. Maar dienstverlening en aandacht voor onze inwoners en ondernemers dat is een blijvend punt van aandacht en dat geldt eigenlijk ook voor ons allemaal. Meneer Hendriks, u had ook nog een aantal vragen aan de onderzoekers. Onder meer over de arbeidsmarkt. Dat laat ik op dit moment aan hen. En ik hoop inderdaad met u dat het lukt om die bestuurscultuur te verbeteren. Ja u zei op een gegeven moment van ja vanuit 2016 als je hebt over de bestuurskracht was het min of meer hetzelfde. Dat ben ik niet geheel met u eens. Want er zijn in een woord en dat citeer ik de onderzoekers is de bestuurskracht verbeterd. En die is op een aantal onderdelen verbeterd.
Maar dat wil niet zeggen dat er natuurlijk geen aandachtspunten zijn. En als u zegt van nou de bestuurscultuur en de realisatiekracht voor de projecten dat zijn ook nu inderdaad nog aandachtspunten. Ja meneer Van Marle ook dank en fijn dat u ook nou ja zo betrokken was bij de raadsbegeleidingscommissie. Ja ik vind het altijd mooi dat u ook goede sportmetaforen hebt. Je bent zo goed als je laatste wedstrijd. Ja dat is iets ja ik noemde de woorden in die spiegel blijven kijken en dat is ook iets wat we nu hebben gedaan. Maar wat ook naar mijn mening in elk geval in de volgende periode moet je dat ook geregeld blijven doen. U vroeg ook expliciet aan het college wat vindt u er nou eigenlijk van? Nogmaals we vinden dit een zeer gedegen rapport. Dat voldoet aan alle onderzoeksvragen die zijn gesteld. We zijn blij ook dat de bestuurskracht is verbeterd. Maar op dit moment en daarom is het luidt het raadsstuk ook zoals het luidt nemen wij hier geen expliciet hebben we hier geen expliciet besluit over genomen. Wij vinden dat dat op dit moment niet aan ons is. Dat wil echter niet zeggen ik wil daarmee verder geen afbreuk doen aan de huidige samenwerking en ook de relatie met onze collega's in Haarlem. Die is goed. We hebben geregeld overleg ook met het college van Haarlem. En we zullen dat uiteraard ook blijven doen.
Maar het raadsstuk luidt niet voor niets laat ik het zo zeggen zoals het luidt. En we vinden dit een heel belangrijk onderwerp ook nou ja voor over negen weken. Want dan zijn alweer de verkiezingen. En voor de nieuwe raad. En ja mevrouw Keur u gaf aan u gaf ook aan dienstverlening, vertrouwen van de inwoners heel dat is heel erg belangrijk. Dat is het zeker. Ja u bent het eens met het voorstel om dit vooral ook te betrekken eigenlijk bij de vorming van nieuwe afspraken voor de komende bestuursperiode. En voorzitter, ik denk dat het ja ik denk dat de meer politieke vragen heb ik geprobeerd allemaal bij stil te staan. En ik denk dat de onderzoekers een aantal andere vragen nog kunnen beantwoorden. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Ja u bent zeker op de politieke kant ingegaan als het gaat om de besluit wat u over negen weken overlaat aan de nieuwe raad. Ja mevrouw Van Heerwaarden en de heer Bos. Wat betreft in willekeurige volgorde. Ik hoorde enkele financiële vragen en ook andere vragen. Dus degene die wil gaat uw gang, hetzij mevrouw Van Heerwaarden, hetzij de heer Bos die in beeld komt. Mevrouw Van Heerwaarden: Helemaal goed. Dankjewel voorzitter. Lars met jou nou weten jullie wel gelijk de voornaam van Lars met jouw goedvinden begin ik en vul jij aan bij de financiële vragen. Dat was... De heer Bos: Ja helemaal goed. Mevrouw Van Heerwaarden: Helemaal goed. Allereerst veel dank voor de complimenten. En dat nou ja dat is altijd als onderzoekers fijn om te horen en zeker in zo'n pressure-cooker-onderzoek zoals dit was dat het ook het resultaat in ieder geval bij jullie tot ook positieve geluiden leidt. En het vraagt ook altijd wat complimenten wederzijds. Want we hebben met veel plezier kunnen werken aan het onderzoek en ook een mooi onderzoek kunnen uitvoeren.
En dat ja niet in de laatste plaats komt dat omdat we heel erg prettig met de begeleidingsgroep hebben kunnen samenwerken maar ook de bereidheid en de samenwerking van nou ja jullie als fracties, het college, de ambtelijke organisatie, nou verschillende partijen in de samenleving die we hebben mogen spreken en ook de partners in de regio hebben allemaal ook in die korte tijd zich heel erg bereidwillig opgesteld om aan het onderzoek bij te dragen. Dus dat heeft denk ik nou ja tot dit mooie onderzoek kunnen leiden. Dus veel dank ook daarvoor. Dan de vragen die jullie ons hebben gesteld hebben we zo goed mogelijk proberen mee te schrijven. Mochten we nou wat missen of ergens nog onvoldoende duidelijkheid op geven, geef het vooral even aan. Dan gaan we daar of nog weer dieper op in of komen we even schriftelijk bij jullie op terug mochten we daar nu niet afdoende antwoord op kunnen geven. En dan heb ik als eerste vraag genoteerd vanuit mevrouw Koper vanuit de PvdA, ging een vraag over in hoeverre de nou ja of de korte lijntje die weleens gemist worden in zo'n grote ambtelijke organisatie of dat nou de directe dienstverlening in het dorp betreft of dat dat eigenlijk veel meer gaat over de lokale kennis en kunde beter in die organisatie te borgen. Zo heb ik de vraag geïnterpreteerd.
Nou zoals je in het onderzoek kan zien maken we eigenlijk onderscheid naar twee typen opgaven waar Zandvoort voor staat. Dus die opgave van die directe dagelijkse dienstverlening die zeker bij jullie ook heel veel aandacht vraagt. Daar constateren we enerzijds dat dat kwaliteit van dienstverlening door de bevolking redelijk goed wordt beoordeeld. Dus op het landelijk gemiddelde. Maar dat soms vraagstukken ook van inwoners wat lang in de organisatie blijven hangen. Dus daar zou het de korte lijntjes erop gericht zijn om nou ja om wat sneller binnen die bureaucratische organisatie de juiste antwoorden op de vragen van inwoners naar voren te brengen. Dus dat zou dat zijn. En we zien in algemene zin en dat heeft ook te maken met die slagkracht op die meer hoge bestuurlijke opgave zoals dat in het onderzoek wordt genoemd dat binnen de ambtelijke organisatie zeg maar de coördinatie een belangrijk aandachtspunt is. Dus de ambtelijke organisatie bestaat uit een aantal afdelingen en een samenwerking tussen die afdelingen op overstijgende opgaven nou ja dat zou nog een stuk beter moeten is ook de constatering van het directieteam van de ambtelijke organisatie. En daar zijn ze op dit moment ook druk mee bezig. Dus het zit hem eigenlijk op die twee punten. Die die korte lijnen zouden moeten kunnen versterken.
Als dat geen verdere vragen oproept ga ik door naar de volgende vraag van mevrouw Koper. En die vroeg of de extra groep adviseurs zoals ze in het onderzoek zijn opgenomen of dat niet juist De Zeester dus die kerngroep van ambtenaren die nu eigenlijk die coördinatie op die Zandvoortse opgave versterkt in de weg kunnen zitten. Nou ja zoals wij dat in het onderzoek zien en ook beschrijven denken wij van niet. Dus volgens mij juist die extra adviseurs zijn bedoeld om die coördinatie op die Zandvoortse opgave verder te versterken en te verstevigen. En dat moet juist in nauw samenspel met die Zeester gaan werken wat zo al dan niet een Octopus zou kunnen worden om maar in beeldspraak te blijven praten. Maar dat dus dat moet nadrukkelijk is
dat bedoeld om juist die coördinatie te verstevigen. Dat waren volgens mij de vragen van mevrouw Koper in ieder geval de vragen richting de bestuurskracht en de organisatie. Ik weet niet of daar nog een financiële vraag aan vast zat Lars die je hebt genoteerd? De heer Bos: Nee volgens mij komen die bij de volgende... Mevrouw Van Heerwaarden: Kijk nou dan ga ik voort. Dan vanuit de fractie van GroenLinks van de heer El Gebaly was de eerste vraag die ik heb genoteerd dus we beschrijven in het onderzoek dat de gemeente Zandvoort formeel geen eigenaar is van de ambtelijke organisatie. En is het een optie om dat eigenaarschap te delen en wat zou die mogelijkheid betekenen? Nou ja dus in ieder geval zou dat een andere juridische constructie betekenen. Dus dat zou andere afspraken betekenen tussen de gemeenten Haarlem en Zandvoort ten aanzien van die ambtelijke organisatie. Dus dan zou je toegaan naar een ambtelijke fusieorganisatie daar waar je nu een centrumregelingconstructie hebt. De specifieke juridische consequenties daarvan die nou ja dat zouden we misschien iets nader nog moeten uitzoeken. Dus dat hebben we niet in dit onderzoek onderzocht. Je ziet wel andere gemeenten die daarvoor kunnen kiezen, maar die zijn dan vaak bij aanvang van de samenwerking hebben ze hun organisaties samengevoegd.
Dus formeel dus het antwoord is denk ik formeel zou het kunnen dat vraagt andere afspraken met Haarlem en heeft andere juridische consequenties dan nu het geval is. Punt. Dan de volgende vraag die je stelde ging over de politieke kwetsbaarheid. Zoals we die in het onderzoek hebben opgenomen in Zandvoort of dat ook een breder fenomeen is op dat dat alleen voor Zandvoort in sterke mate het geval is. En de vraag of dat zichzelf oplost bij de verkiezingen. Nou kan ik helaas niet de toekomst voorspellen. Maar wat ik daar wel over kan zeggen is dat dat niet een vraagstuk is dat alleen en enkel in Zandvoort speelt. Ik denk wel dat zoals jullie ook al met elkaar vandaag constateren binnen jullie raad dat wel een heel serieus aandachtspunt is, zijn er ook andere gemeenten die met issues rondom bestuurscultuur worstelen en ook landelijk is dat tegenwoordig een belangrijk thema. Wat we vanuit onze expertise als adviesbureau veel bij andere gemeenten zien is dat ze nou ja aan de gang gaan met een soort programma bestuurscultuur. En dat gaat eigenlijk dat gesprek tussen de raad en college op een aantal punten voeren. Nou daar kan je verschillende variaties in doen.
Ik denk wat we ook constateren in het onderzoek is dat juist die nieuwe verkiezingen en het feit dat je straks met de nieuwe raad start en met een nieuw college start een heel goed aanknopingspunt is om daar echt met elkaar nou ja ook ja voor die goede start te zorgen. En daar zijn allerlei dingen in die je zou kunnen doen. Dus misschien op de vraag lost dat zichzelf op bij verkiezingen dat weet je nooit. Maar hebben jullie zo meteen een kans om hier een goede start te maken door daar extra aandacht aan te besteden dat zeker. Dus nou ja neem dat wellicht ter harte. En dat is ook een van onze volgens mij aanbeveling twee op pagina 26. Dan de volgende vraag die ik heb genoteerd is hoe kijkt de gemeente Haarlem aan tegen het scheiden van de samenwerking en welke gevolgen zou dat voor Zandvoort kunnen hebben. Nou dat doen we op verschillende plekken in het rapport dat zie je ook in die tabellen daar waar het gaat om de organisatievormen. Hebben we ook de positie van Haarlem opgenomen. Dus voor de precieze tekst zou ik graag daar naar willen verwijzen.
In algemene zin kan ik erover zeggen dat de gemeente Haarlem die we zijn de gesprekspartners die we daar top ambtelijk over hebben gesproken gemotiveerd zijn om de samenwerking verder vorm te geven en ook veel aanknopingspunten zien omdat eigenlijk veel van de knelpunten waar jullie als Zandvoort tegenaan lopen ook de knelpunten zijn waar Haarlem zelf tegenaan loopt. Dus er is nou ja een soort gedeelde urgentie om daar de komende jaren verder op door te ontwikkelen. Dus dat is denk ik in algemene zin wat Haarlem meegeeft. Ik zie bij de heer El Gebaly een vraag voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang.
De heer El Gebaly: Ja dank u wel voorzitter, misschien een verduidelijkende vraag. En was de vraag die ik stelde misschien niet duidelijk genoeg dat denk ik eigenlijk. Mijn vraag is, is het bij Haarlem zo dat het of samenwerken is of de hele boel eigenlijk uit elkaar? Of zijn er ook nog tussenwegen dat bijvoorbeeld domein X of Y bij Haarlem blijft en de rest naar Zandvoort gaat? Hoe kijken ze daarnaar? Dat is meer de... Mevrouw Van Heerwaarden: Helder. Ja dus ook hier zou ik graag voor de formele reactie van Haarlem wel naar het rapport willen verwijzen. Want dat zijn ook de exacte woorden zoals zij die ons hebben meegegeven. Wat zij eigenlijk aangeven kijk samenwerking is natuurlijk samenwerking doe je met zijn tweeën. Dus voor zij geven aan dat bij het scenario doorontwikkeling ze enthousiast zijn om de samenwerking samen door te zetten bij zowel het scenario hybride organisatie als het scenario hybride organisatie daarmee zijnde wat jij volgens in je verduidelijkende vraag bedoelt, dus dat je delen naar jezelf toetrekt. Daar is vanuit Haarlem geen draagvlak voor. En ook voor nou ja de zelfstandige ambtelijke organisatie zijn ze ook geen voorstander van gegeven alles wat dat met zich meebrengt. De voorzitter: En de heer Hendriks. Oh de heer El Gebaly is dat voldoende? Dan de heer Hendriks zie ik met een handje, gaat uw gang.
De heer Hendriks: Ja voorzitter, op ditzelfde punt. Want verbaast die stellingname van Haarlem de onderzoeker niet? Want voor 2018 hadden we volgens mij de het sociaal domein al een paar jaar gefuseerd. Dus hebben we in die zin ook samen met Haarlem wel ervaring met gedeeltes wel en gedeeltes niet gefuseerd. Dus die harde stellingname zoals uit het onderzoek blijkt mij verbaasde die. Dus ik ben benieuwd naar de reflectie daarop van de onderzoeker. Mevrouw Van Heerwaarden: Ja dus ik begrijp de vraag. Maar ik denk niet dat dit een technisch aspect is van ons rapport. Dus volgens mij doet het niet heel erg ter zake of dat ons verbaast of niet. Dus dat is wat de gemeente Haarlem ons heeft meegegeven. En volgens mij is het belangrijk om daar recht aan te doen. En voor vragen ja interpretaties daarvan laat ik aan uzelf. De voorzitter: Duidelijk. Gaat u door mevrouw Van Heerwaarden. Mevrouw Van Heerwaarden: Ja dan vraag ja ik heb ze misschien soms wat in mijn eigen woorden samengevat. Dus excuus daarvoor. Maar hier staat nu, zitten buurgemeenten te wachten om werk voor ons te doen? Nou dat is een vraag die we aan de verschillende gemeenten in de regio hebben gevraagd die we in het kader van het onderzoek hebben gesproken. Op pagina 26 in het rapport hebben we nou ja ook de weergave daarvan teruggelegd.
We zeggen eigenlijk dat het eerste opgehaalde beeld is dat we bij andere gemeenten hebben opgehaald dat ze geen taken voor Zandvoort kunnen dan wel willen uitvoeren. Dus in principe zitten buurgemeenten daar ja niet op te wachten is wat in het kader van ons onderzoek naar voren is gekomen. Dat waren dan volgens mij de vragen van de heer El Gebaly in ieder geval ten aanzien van inhoud. En Lars jij gaf aan die heb ik zelf dan weer niet meegeschreven excuus.. De heer Bos: Yes, … ook nog een vraag vanuit de heer El Gebaly van GroenLinks. Dat ging over de passage over de incidentele kosten op pagina 20. De vraag als ik hem goed heb opgeschreven was van naast de ICT-posten die als onbekend worden opgenomen in de tabel zijn er nog meer onzekerheden? En zo ja, welke zijn dat en welke consequenties heeft dat dan? Nou het flauwe antwoord daarop is als we dat hadden geweten dan hadden we het opgenomen in de tabel. En dan hadden we het daar teruggezien. En dat maakt het zo lastig met onzekerheden. Wat we geprobeerd hebben in deze passage is om zo goed mogelijk een beeld te geven van wat op onze ja vanuit onze expertise de verwachte kosten zullen zijn van eigenlijk twee scenario's. Nou
dat geeft al een beetje de onzekerheid aan. Want we hebben namelijk een scenario uitgewerkt waarin uitgaan van vijf fte, bovenformatieve formatie. En eentje van tien Fte’s. Dus die hebben we uitgewerkt. En nou ja wat ik al aangaf we hebben geprobeerd zoveel mogelijk PM-posten die in eerdere versies zaten om die uitgewerkt te krijgen. En ja ik kan nog even heel kort iets over de ICT zeggen. Want die staan als enige in de tabel nog wel op PM. En daar spelen gewoon een heleboel onzekerheden en onduidelijkheden en nou ja afhankelijkheden waardoor we eigenlijk op dit moment geen goede inschatting kunnen maken van de kosten die dat met zich meebrengt. Uit een eerste inventarisatie is gebleken dat het aantal applicaties waar de gemeente Zandvoort gebruik van maakt ongeveer tweehonderd betreft. Nou al die tweehonderd applicaties zouden moeten worden overgezet weer naar Zandvoort. Nou dat vraagt allereerst of daar misschien aanbestedingstrajecten voor moeten worden gestart. Misschien zelfs Europese aanbestedingen. Vervolgens is het de vraag van hoe gaan we de gegevens die nu in Haarlem in de systemen staan hoe gaan we die dan overzetten. Gaan we historie meenemen of niet? Dat zijn allerlei vragen die bepaalde financiële consequenties hebben die we op dit moment nog niet in kunnen schatten.
Nou datzelfde geldt voor een serveromgeving waar de ICT op draait die op dit moment in Haarlem gebruikt wordt. Nou ga je die in Zandvoort inrichten? Ga je die in een cloud inrichten? Ga je een combi kiezen? Kortom allemaal onzekerheden die overigens in de uitwerking in hoofdstuk 8 wel worden toegelicht. Waarvan wij op dit moment geen inschatting kunnen maken van de kosten. Dus nou ja wat ik al aangaf we hebben geprobeerd om zoveel mogelijk van de PM-posten ja in te vullen. Met de expertise die we hebben. Alleen voor de ICT-kosten is dat niet gelukt. En ik weet niet of dit voldoende antwoord geeft op de vraag? Oké. De voorzitter: Goed, dat zijn de vragen die nou ga ik toch maar Lars zeggen, Lars genoteerd heeft of neemt hij er nog meer voor zijn rekening? De heer Bos: Er komen zo nog wat vragen ik zal het meteen doorgaan van de VVD-fractie van de heer Hendriks. Heb ik twee vragen genoteerd. Allereerst een vraag over de kosten van ambtelijke fusie. In het rapport schrijven wij dat de kosten die Zandvoort nu aan Haarlem betaalt dat die rond de 10,3 miljoen euro betreffen. En nou ja de heer Hendriks verwijst tegelijkertijd terecht naar een loonsom van 8,5 miljoen die elders in het rapport wordt genoemd. En de vraag is eigenlijk van hoe die twee met elkaar te vergelijken zijn. Of dat dan over dezelfde grootheden gaat. Nou het antwoord daarop is dat dat deels het geval is.
Die 10,3 miljoen is op basis van het dienstverleningshandvest de bijdrage van Zandvoort aan Haarlem. En daar zitten dus onder andere de loonkosten in van het personeel wat ingezet wordt voor Zandvoort. Alleen naast die loonkosten zitten er ook nog andersoortige kosten in. En dan moet u denken aan huisvestingskosten of aan materiele kosten van de ICT. En gezamenlijk vormen die dan die bijdrage van de 10,3 miljoen die eerder in het rapport genoemd is. Dus ik ga er in die zin even vanuit dat daarmee de vraag beantwoord is. En ik zie de heer Hendriks ook knikken. Dus volgens mij is dat ook het geval. En dan ga ik gelijk door naar de volgende vraag. En dat was eigenlijk de vraag over de incidentele kosten die worden door ons geraamd tussen 8,7 miljoen in het scenario van 5 bovenformatieve fte en 10,3 miljoen in het scenario van 10 bovenformatieve fte. En de vraag is eigenlijk ook gezien de voorbeelden die wij aanhalen in het rapport hoe het kan dat er een dusdanig verschil tussen zit tussen de organisaties die ontvlochten zijn en uit elkaar zijn gegaan en de raming die wij neerleggen. Maar het belangrijkste verschil ten opzichte van de voorbeelden die wij aanhalen is dat in de andere gevallen de gemeenten gezamenlijk besloten hebben om de samenwerking stop te zetten.
Maar in het geval dat Zandvoort ervoor zou kiezen om de samenwerking stop te zetten dan zorgt dat voor een andere dynamiek. En ook een ander kostenplaatje dan dat je daar gezamenlijk voor zou kiezen. Dus wat wij in kaart hebben gebracht is op het moment dat de samenwerking vanuit Zandvoort wordt ja gestopt of beëindigd dan is dit het kostenplaatje waar je aan zou moeten denken. En er zijn eigenlijk twee grote financiële elementen die nou ja een groot deel van het verschil ten opzichte van de voorbeelden kunnen verklaren. En dat is het deel van de
ontvlechting door de gemeente Zandvoort door de gemeente Haarlem en de ambtenaren vanuit de gemeente Haarlem om die ontvlechting te begeleiden. Die staat als eerste bij het onderdeel projectorganisatie genoemd. En dat zijn die personele frictiekosten waar ik al even aan refereerde. De eerste categorie die ramen we op 4,4 miljoen en die tweede categorie op 1,6 miljoen dan wel 3,2 miljoen. Dus dat is eigenlijk de belangrijkste oorzaak voor de grote verschillen. En een ander punt wat ook in een aantal van de voorbeelden in het rapport benoemd het geval is is dat niet alle kosten zijn ingebracht door de gemeente. Dus er is een begroting opgesteld, er zijn ook kosten naar voren gekomen die niet in die begroting stonden. Daar hebben de gemeenten eigenlijk voor gekozen om die niet in te brengen. Al dan niet door middel van arbitrage, maar dat is eigenlijk de belangrijkste analyse waarom daar een verschil tussen zit ten opzichte van de voorbeelden die wij noemen. Dank u wel, dat is de financiële kant van de vragen. Ik denk dat er is ook nog iets gevraagd over de geschillencommissie zo. De geschillen die er nog zijn door de heer Hendriks. Klopt dat meneer Hendriks dat u daar een vraag over gesteld? Is dat iets om op in te gaan mevrouw Van Heerwaarden? Mevrouw Van Heerwaarden: Ik geloof dat dat tenminste die heb ik zo genoteerd als dat een vraag voor het college was.
De voorzitter: Is de vraag nog duidelijk? Wilt u hem herhalen meneer Hendriks dan? Want in tweede termijn dan. De heer Hendriks: ‘…’. Nee maar mijn vraag was inderdaad in het stuk staat beschreven dat er ondanks die uitspraak van die geschillencommissie nog een aantal geschillen lopen. Die waren mij niet bekend. Maar de vraag is eigenlijk welke geschillen lopen er dan nog? En of dat bij u uit interview is gebleken of dat de wethouder daar meer over kan vertellen is me eigenlijk om het even. Mij verbaasde het dat er nog geschillen lopen. Dus daar had ik graag meer informatie over. De voorzitter: Oké. Dat is een vraag voor de wethouder begrijp ik mevrouw Van Heerwaarden. Ja. Ik ga toch het rondje even maken en dan sluiten we af bij mevrouw Verheij. Wie meneer Drommel, heeft u nog een aanvulling voor de tweede termijn? Heeft u daar behoefte aan? De heer Drommel: Dank u voorzitter, heb ik u de gelegenheid? De voorzitter: Ja volop. De heer Drommel: Ja u bent bijzonder aardig vanavond. Het is ook uw laatste keer vandaag. De voorzitter: Ja misschien de laatste keer ja.
De heer Drommel: Nou ik wou toch een kleine reactie doen buiten dat ik natuurlijk ontzettend content ben met het hele verhaal dat toch besturen wat besturen dan ook of je nou bij Tata Steel zit, KLM of gemeente Zandvoort, besturen gaat natuurlijk altijd over de zwakste schakel en dat is rust, vertrouwen en uiteindelijk dan kunnen besturen. En als dat rusten met vertrouwen er niet is en dat onderzoek beide onderzoekers die hier zitten die hebben het al uiteraard genoemd. Mevrouw Van Heerwaarden en de heer Bos. Het is natuurlijk altijd die dingen die je dan uit moet breiden en daarop terug moet komen. En dat heeft u gedaan. En dat vind ik prachtig. En net gaf sorry net kwam ook heel mooi duidelijk naar voren toe waar de schoen over het algemeen wringt. In het gesprek tussen de heer Stephan en de heer Hendriks bleek zo duidelijk dat de empathische gevoelens van of de empathische reactie van de heer Stephan en de tekenende reactie van de heer Hendriks eigenlijk het grootste probleem is. Niet dat een van de beiden hier iets in te verwijten was,
maar daarin schuilt denk ik naar mijn gevoel al duidelijk het scenario. Nogmaals, hartelijk dank beide heren, mevrouw en meneer voor dit heel duidelijke verhaal. En ik wil ook een ding zonder degene wil vertellen dat ik mijn voorkeur gaat voor 1B. Dat is slechts een voorkeur en dat kan denk ik uiten want u ziet mij nooit meer terug hierna. Dat durf ik dus toch maar even te zeggen. Dank u vriendelijk u beiden voor dit verhaal. De voorzitter: U ook meneer Drommel. Is het voor u een hamerstuk of een bespreekstuk mag ik dat nog vragen aan het slot? De heer Drommel: Ja u mag dat vragen. Het is voor mij een hamerstuk. De voorzitter: Mooi ‘…’. GWZ, wilt u daar nog op ingaan ook of u het een hamerstuk vindt of heeft u nog aanvullende vragen? Mevrouw Kuin-Moerenberg: Voorzitter, dank u. Nee we hebben geen ‘…’ vragen op dit moment. Maar voor ons is het een bespreekstuk. De voorzitter: Duidelijk. Dan is dat ook voor de anderen duidelijk. Dan ga ik door Partij van de Arbeid nog een aanvullende vraag of een opmerking? Mevrouw ...: Geen vraag, wel een opmerking. Want de bijdragen van de collega's prikkelde mij daartoe. Allereerst dank voor de beantwoording. Het heeft mij nog meer duidelijkheid gebracht dan het rapport zelf al gaf. Dank daarvoor. En ik ben blij dat ik de boekenbon had uit het door de type uit het raadsstuk. U weet daar streef ik altijd naar.
Onze conclusie was uit het rapport van de eerste termijn dat samenwerken of het nu intern is of met Haarlem of in de regio, dat werpt dus duidelijk zijn vruchten af. En na de beantwoording van de vragen ben ik daarin gesterkt. En dat is wat wij ook belangrijk vinden. Blijft natuurlijk interessant wat we allemaal nu verstaan onder goed samenwerken. Voor Partij van de Arbeid gaat het over vertrouwen en afspraken met elkaar nakomen. En investeren in die samenwerking. En dat lees ik ook in het rapport met Haarlem. Je kunt niet alleen maar op de deur kloppen en halen. Je moet investeren in die gelijkwaardigheid en die samenwerking. Maar die beelden van hoe zien we dat is wel belangrijk dat we dat scherp krijgen. Dat zullen we met de nieuwe raad ook de volgende periode moeten doen. Want die discussie tussen de heer Stephan en Hendriks maakt ook duidelijk dat het ook tussen fracties daarover gaat. Want je moet in de politiek kunnen incasseren. En als je je zin niet krijgt dat ook kunnen verwerken. Elkaar gunnen maar wat mij betreft vooral streven naar compromis. En dat moet je doen. En u kent mij als iemand de onderzoekers weten dat niet maar u kent mij als iemand die talloze pogingen doet om met iedereen koffie te drinken. Maar dat vereist wel dat je aan de andere kant van de tafel ook iemand krijgt die aanschuift. In dat verband compliment voor de heer Van Marle. Mooi betoog.
Reflectie, kijken naar jezelf. De kracht van elkaar ruimte geven en het compromis zoeken. Nou dat is precies wat we nodig hebben. En met negen partijen nu. En wie weet straks, nou we zien het wel. Een raadsbesluit als dat er ligt daar kunnen wij ons volledig in vinden. Ik moet dat nog even terugkoppelen met mijn fractie, maar het ziet er zo heel goed uit. En ik weet niet of het de bedoeling is om ook al iets te zeggen over de opties. Maar daar kom ik dan in de raad op terug. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dat kan. Het komt inderdaad terug. Meneer El Gebaly, GroenLinks, uw reactie nog. De heer El Gebaly: Ja voorzitter, ik ga het kort houden. Ik heb heel veel gezegd in de eerste termijn en ik denk dat ik in ieder geval de twee onderzoekers van het rapport heel erg veel complimenten wil geven ook voor de beantwoording en de verduidelijkingen en de verhelderingen die wij op onze vragen hebben gekregen. Het sterkt mij in het idee wat ik bij het rapport al had. Dus daarvoor echt duizendmaal dank. En ik denk dat wij als
commissie vandaag ook laten zien dat we elkaar kunnen samenwerken en dat we met elkaar kunnen praten. En laten we daar ook bij aantekenen dat we in deze raad ook in een hele moeilijke tijd met elkaar ook hele moeilijke dingen hebben beslist en nog steeds beslissen. En normaal gesproken in een raad kun je met elkaar ook na de raad een biertje drinken of een colaatje. En wij zijn nu al twee jaar aan huis gebonden wat ook nog dat persoonlijke wat mevrouw Koper terecht zegt nog moeilijker maakt. En het is ook een vurige hoop en volgens mij zei de heer Hendriks dat, dat we na komende vrijdag misschien wel weer dat biertje of die cola dat colaatje kunnen drinken en zo ook de persoonlijke verhoudingen stapje bij stapje kunnen verbeteren. Dus het zou mooi zijn als dat kan. En het zou een hele leuke wens voor in ieder geval dit nieuwe jaar. Nieuw begin en een nieuwe start. Ik dank u wel. De voorzitter: De heer Stephan, heeft u nog een reactie korte reactie CDA? Niet nodig nu. VVD, de heer Hendriks, uw vragen beantwoord? Ja. D66, nog gebruik maken? De heer ...: Ja ik wil toch wel die complimenten van mevrouw Koper in ontvangst nemen. Want laat ik dan maar zeggen je bent zo goed als je laatste betoog. En verder dank aan jullie de heer Bos en mevrouw Van Heerwaarden, ook de heer Van Veller en de collega's. Oké. De voorzitter: Die krijgen zo een slotwoord nog.
OPZ, mevrouw Keur heeft u nog een laatste reactie? Mevrouw Keur: Nee geen laatste reactie. En voor ons is het ook een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Ja we gaan toch... Mevrouw Van Heerwaarden en meneer Bos, u gaat vertrekken. Misschien wil u nog iets zeggen tegen ons voordat ik het woord geef aan de wethouder ter afsluiting. Mevrouw Van Heerwaarden: Ik zie dat de heer Van Tiggelen nog... excuus ja. De voorzitter: Dank voor uw hulp. Dank voor uw advies. Meneer Van Tiggelen sorry. Gaat uw gang. Uw reactie nog. Meneer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Met de microfoon aan werkt het allemaal een stukje beter zoals bekend. Ik was met mijn handje bezig weghalen en daarmee vergat ik de microfoon. We wilden ook ons nog even onze dank uitspreken over de verhelderende antwoorden. En over dit rapport ja is het iets om nog lang over na te gaan praten in de raad of is het iets om samen mee aan de slag te gaan? We denken dat laatste. Dat wilde ik nog wel even gezegd hebben. Dank u wel. De voorzitter: Prima. De ja de onderzoekers. Mevrouw Van Heerwaarden: Dank u wel voorzitter. Nou volgens mij rest ons niets meer dan te zeggen ontzettend veel dank. Ook voor de prettige bespreking voor jullie vragen en de wijze waarop dit ging. De prettige samenwerking heb ik net al jullie voor gecomplimenteerd.
Wij zullen uiteraard ook de rest van ons onderzoeksteam en niet in de laatste plaats ‘…’ Van Vedder die veelvuldig hebben gezien nou ook de hartelijke complimenten die jullie ons hebben meegegeven teruggeven. En verder zou ik willen zeggen, veel wijsheid toegewenst en nou... De voorzitter: Dank u wel. Dat is ook namens meneer Bos begrijp ik. De heer Bos: Zeker, daar sluit ik me volledig bij aan ja.
De voorzitter: Goed zo. Mevrouw Verheij, tweede termijn, heeft u nog een slotwoord of laten we bij het feit dat het als bespreekstuk terugkomt in de raad? Mevrouw Verheij: Het komt inderdaad als bespreekstuk terug. Maar er was nog een vraag open van de heer Hendriks over de geschillen die zal ik kort beantwoorden. Want u refereerde aan hetgeen staat pagina 13. En dat de discussie van inzet en bijbehorende kosten ondanks de geschillencommissie opsteekt en of er nog geschillen zijn. Er lopen op dit moment geen geschillen. Wel is het zo dat dit gesprek van tijd tot tijd plaatsvindt en dat heeft onder andere te maken bijvoorbeeld met nieuwe zaken die spelen. En dat is misschien ook wel inherent aan nou ja welke ambtelijke organisatie dan ook. Dank nogmaals aan onze onderzoekers. En dank ook aan deze commissieleden voor al hun reflecties deze avond. Dank u wel voorzitter. 8.
Wijzigingsverordening individuele studietoeslag Participatiewet Zandvoort 2022 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 8. En ik zal dat even kort inleiden voor u. De het gaat over de individuele studietoeslag participatiewet Zandvoort 2022. Die is dat is een inkomensondersteuning voor studenten die door een medische beperking structureel niet in staat zijn om naast hun studie bij te verdienen. De hoogte van de toeslag die is vastgelegd in de verordening 2017. En dat wordt met een jaarlijks bedrag uitgekeerd. Op dit moment ligt het wetsvoorstel dat heeft breed offensief ter behandeling bij de Tweede Kamer. Onderdeel daarvan is om de bijdrage de bedragen voor deze studietoeslag landelijk te harmoniseren. In afwachting van de behandeling van het wetsvoorstel roepen de staatssecretarissen van sociale zaken, werkgelegenheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op om alvast in de geest van het wetsvoorstel de bedragen te verhogen naar 300 euro per persoon per maand. Om dat te kunnen doen moet de verordening aangepast worden. En ligt daarom ter bespreking hier voor. Geen insprekers. En ik wil als eerste het woord geven aan OPZ, mevrouw Keur. Mevrouw Keur: Dank u wel voorzitter. Wij ondersteunen van harte het voorstel om het aantrekkelijk te maken van deze regeling. En daarmee een groter bereik te realiseren door passende bedragen op te nemen.
Voorzitter, we gaan dan ook akkoord met de wijzigingsverordening individuele nou studietoeslag participatiewet Zandvoort 2022. Om deze vast te stellen met terugwerkende kracht per 1 januari 2022. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: En dat betekent ook voor u een hamerstuk mag ik aannemen mevrouw Keur. Mevrouw Keur: Ja een hamerstuk ja. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar D66. De heer Van Marle. De heer Van Marle: Hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. De VVD, meneer Hendriks. Nee mevrouw goede avond. Mevrouw Duijn: Goede avond, hartelijk dank. Nee ik zal ook voor de rest het woord hebben. Nee hartelijk dank voor ons is het ook een hamerstuk. En zien we dat het ja zijn we ontzettend blij met ondersteuningen die we hiermee kunnen bieden. Dus dank u wel. De voorzitter: Prima, CDA. De heer Endstra.
De heer Endstra: Ja dank u wel voorzitter. Ja het CDA vindt het ook een positief voorstel. Maar goed om de nou ja het budget wat te verhogen voor jongeren die niet kunnen werken naast hun studie. Nou ja de gemeente Zandvoort wordt in afwachting van de behandeling van dit wetsvoorstel opgeroepen door de staatssecretaris en door de Vereniging Nederlandse Gemeenten om het stuk alvast vast te stellen. Nou laten we dit gewoon doen. En wat ons betreft ook een hamerstuk. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Tiggelen, gaat uw gang. De heer Van Tiggelen: Ja dank u wel voorzitter. Ja anticiperen op iets dat op je afkomt is sowieso prima. En in dit geval ook nog eens een hele goede zaak. Dus hier geven we met plezier het predicaat hamerstuk op. Dank u wel. De voorzitter: En de heer GroenLinks, de heer Keuning. De heer Keuning: Nou leuk dat ik zo genoemd wordt de heer Keuning. Ja dank voorzitter, het is goed dat we vooruit gaan lopen op deze landelijke regeling. En het laat ook zien dat Zandvoort goed meedenkt met studenten. En daar ook wel inderdaad aandacht aan wil besteden. Dus helemaal mee eens met het voorstel, hamerstuk. De voorzitter: Mooi zo. Partij van de Arbeid, mevrouw Koper gaat uw gang. Mevrouw Koper: Ja dank u wel voorzitter. Ja dit gaat natuurlijk over kansengelijkheid.
Als je een beperking hebt als student en je kunt je bijbaantje die je hard nodig hebt om rond te kunnen komen niet hebben dan is daar deze regeling. En dat die verhoogd wordt is alleen maar prima. Hij is in de geest van het wetsvoorstel, mooi anticiperen. Dat hoorde ik net ook. Betekent dat ook dat als het wetsvoorstel niet doorgaat deze regeling gewoon op deze manier dat we dat nu hebben besloten? Heb ik dat goed begrepen? Dat check ik nog even bij de wethouder. En verder ja ik hoop dat daar de communicatie ook weer zoals gebruikelijk goed wordt opgestart om iedereen te bereiken die dat nodig heeft. Mooi dat we dit doen, hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. GWZ. Mevrouw Kuin: Ja dank u wel voorzitter. Voor ons ook een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Fractie Drommel. De heer Drommel: Dank u wel voorzitter. Akkoord, niet slechts een ledende geest maar ook in de letter. Hamerstuk. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Voor wethouder Bluijs een vraagje over de status van het wetsvoorstel wel of niet doorgaan. De heer Bluijs, wilt u daarop een reactie geven? De heer Bluijs: Ja dank u wel. Ja eerst bedankt voor jullie instemming met dit stuk. Het is inderdaad niet de bedoeling dat stel dat het wetsvoorstel niet door zou gaan dat wij dan dit weer gaan terugdraaien. Dan dragen wij gewoon deze meerkosten. Maar ik verwacht niet dat dat gaat gebeuren.
De voorzitter: Goed, dank u wel. Dat betekent commissie dat we de afspraak maken dat het een hamerstuk is. En vol enthousiasme deze raad hiermee heeft ingestemd.
9.
Regionaal kader Opvang Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027
10. Oprichten gemeenschappelijk orgaan Beschermd Wonen 11. Verwervingsstrategie voorzieningen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang (ter bespreking) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 9. En 10 en 11 die met elkaar te maken hebben en daar is de verantwoordelijke wethouder portefeuillehouder de heer Van Haeften aanwezig. Agendapunt 9, dat gaat over het regionale kader opvang wonen en herstel. Daar wordt de inbedding binnen het sociale domein voortgezet. En de doelstelling die is om alle cliënten maatschappelijke opvang, beschermd wonen en vrouwenopvang zo gewoon mogelijk te laten wonen met herstelondersteuning gericht op inclusie, burgerschap. Beetje duur woord. Burgerschap niet, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in de lokale omgeving. En die ondersteuning moet betaalbaar en vooral toekomstbestendig zijn. Door meer nadruk te leggen op de cliënt zelf die zo thuis mogelijk ondersteund wordt geeft het college verder vorm aan deze opgave. Hiermee houden we rekening met uw weerbarstige uitvoeringspraktijk. De doordecentralisatie van beschermd wonen biedt een kans om samen met de acht gemeenten in onze regio en de partners vorm te geven aan de ambitie om zorg op maat dichtbij inwoners te organiseren. Hierbij geldt lokaal wat kan, regionaal wat moet.
Het college wil de kwetsbare inwoners ondersteunen met zorg en ondersteuning die zoveel mogelijk lokaal georganiseerd wordt. Maar wanneer deze ondersteuningsbehoefte complex, langdurig en ook zwaar is dan moeten cliënten terug terecht kunnen in de regionale woonvoorzieningen. Dit regionale kader vormt de basis voor alle gemeenten om het lokale beleid en de lokale uitvoering voor beschermd wonen in samenhang met die maatschappelijke opvang en vrouwenopvang vorm te geven. Dit onderwerp daar hebben zich geen insprekers voor gemeld. Dus geef ik het woord aan de commissieleden. En ik wilde beginnen bij de heer fractie Drommel, bij de heer Drommel. Gaat uw gang. De heer Drommel: Dank u vriendelijk voorzitter. Het zal u wellicht niet verbazen maar als ik dan kijk naar de agendapunten 9, 10 en 11 heb ik behoefte om ook gelijk alle drie maar mijn fiat aan te geven. Want naar mijn smaak is het beetje zuur en raar als je de ene wel goed doet en de ander niet. En qua inhoud een oordeel over geven dat ja dat zou ik haast niet beter kunnen dan mevrouw Koper. Ik kan het natuurlijk wel iets beter maar ik hoor het liever van mevrouw Koper. Want zij is daar toch het meest in ingevoerd. Dus voorzitter, ik durf nu al te zeggen dat ik van 9, 10 en 11 ook wetende wat de wethouder hiervan vindt en wat de meesten hiervan vinden mijn fiat aan wil geven. Dank u voor deze gelegenheid.
En hierbij sluit ik mijn gelegenheid ook weer af. De voorzitter: Nou ik moet zeggen dat u een enorme sprong maakt. En ik wil best met u meespringen. Daar heb ik geen moeite mee. Maar het is ook de vraag of de andere commissieleden dat ook willen. Dat gaan we vragen. Dus dat merken we dan of u zegt van ik wil op 10, 11 en 10 en 11 die verwervingsstrategie en het oprichten van het gemeenschappelijke orgaan beschermd wonen dat is agendapunt 10 direct ingaan. Ik ga het horen. GBZ, wat vindt u hiervan? Mevrouw Kuin: Ja dank u wel voorzitter. Wij springen mee met meneer Drommel. Dus voor ons voor alle drie springen we mee, ook hamerstukken. De voorzitter: Ziet er goed uit. Geen aanvullende vragen. Oké. Dan de Partij van de Arbeid. Mevrouw Koper: De college Drommel legt een zware last op mijn schouder. Maar ik ga proberen eraan te voldoen. U kent mij. Maar en dat is bij dit stuk niet zo moeilijk. En ik zal ook proberen om ze alle drie dan te behandelen. Lokaal waar het kan, regionaal waar het moet. Ja u kent van ons ook van de Partij van de Arbeid
dat dat juist datgene is waar wij fervent voorstander van zijn. En normaal gesproken moeten we dwars ervoor gaan liggen als er weer vanuit Den Haag de oekaze komt dat we iets samen moeten doen, marktwerking, aanbesteden. In dit geval is het de omgekeerde beweging. Centrumgemeente Haarlem deed een hoop hierin. En wij gaan dat allemaal als gemeentes gaan we dat terugpakken en oppakken. En dat is natuurlijk best wel een onzekere situatie. Want ondertussen gaat het wel om hele kwetsbare inwoners die de juiste zorg thuis moeten krijgen. Dichtbij. En wat als dat een keer niet lukt. En die zorg ik heb daar al met de wethouder over gesproken. En die wethouder deelt die zorg. Die zorg is er natuurlijk als je zoiets naar je toe haalt. Maar in feite werken we al een deeltje zo. Er zijn natuurlijk al mensen die hier thuis ondersteuning krijgen. En dat gaat nog niet altijd vlekkeloos. Dus die zorg wil ik meegeven aan de wethouder. Het gaat nu wel in dit stuk over betere afspraken. Hele goede intenties. Maar het gaat er vooral dan om kan er snel geschakeld worden tussen de organisaties om op tijd op te schalen als het nodig is? Mensen de hulp te geven en zonder allerlei bureaucratische overleggen waar inwoners vaak de dupe van zijn. Dat was nu juist in het verleden vaak het probleem.
Dus ik zou eigenlijk uit de mond van de wethouder zelf willen horen kunt u aangeven waarom u vindt dat het op deze wijze beter geregeld wordt? Want dat we hier een voorstander van zijn en ik denk de hele raad, een gezin, een plan, een regisseur. Dat is waar we het eigenlijk altijd over hebben. Mensen niet allerlei moeten leuren langs allerlei verschillende hulpverleners maar dat thuis krijgen. Dat als dat lukt is dat natuurlijk een enorme verbetering maar die structuur is er nog niet. En de ruimte op de werkvloer moet er ook voor zijn. Nou ik denk dat ik het gezien de... ik wil nog wel even iets kwijt over hoe wij het hier in Zandvoort geregeld hebben met al die lokale organisaties. Bijvoorbeeld het initiatief niemand verzandt in Zandvoort. Wij doen ongelofelijk veel goede dingen om te zorgen dat iedereen mee kan doen. Maar het valt en staat met de ruimte aan de professional om dat op de werkvloer ook allemaal goed in te kunnen richten. En daar gaat het over. Een laatste vraag nog ik weet niet precies meer waar die hoorde. Want ik heb nu even heel snel alles bij elkaar gegooid. Pré Wonen gaf in de commissie een half jaar geleden aan dat het belang om als corporatie daar goed bij te betrokken wordt groot is. En dat heeft natuurlijk alles te maken met hoe zorg je nou dat in wijken, in buurten het voor iedereen leuk blijft. En voor die kwetsbare inwoner.
En voor het netwerk eromheen. Maar ook voor de buurt. En hoe gaat dat in zijn werk. Is dat contact er inmiddels al opgezet hierover? En gebeurt dat al? En dat het ook op als het gaat over de beschutte woonplekken? Want daar ben ik dan nog nieuwsgierig naar. En dan stel ik voor om ook gelijk te huppelen naar ik ben ervan overtuigd dat dit een hamerstuk wordt. De voorzitter: En daarmee heeft u ook uw bijdrage geleverd als het gaat op het oprichten op punt 10 voor het gemeenschappelijk orgaan en de verwervingsstrategie? Dank u zeer. Mevrouw Koper: Ik denk dat ik dat gedaan heb ja. De voorzitter: Dank u wel. Dan GroenLinks. Wie mag ik het woord geven? De heer Keuning, gaat uw gang. De heer Keuning: Ja dank voorzitter. Hiervoor zijn al veel woorden hierover gesproken. Veel goede woorden. En het wordt inderdaad een moeilijke opgave. Het creëren van veilige plekken is natuurlijk heel belangrijk. En om kort te zijn, een van de voorwaardes van de ambitie is dat de stigma's rondom psychische kwetsbaarheid wordt doorbroken. En mijn vraag aan de wethouder is dan ook, wat doet de gemeente op dit moment om deze stigma's te doorbreken? En daar wil ik het voor nu nog even bij laten. Oh als we dan toch naar punt 10 en 11 gaan dan ook allemaal hamerstukken. En nog een vraag bij punt 10 bij de GO heb je het vereffeningsfonds.
En wat gebeurt er nou als alle gemeentes een tekort uiteindelijk hebben? Dank u wel. De voorzitter: Duidelijke vragen. Dank u wel. De PVV, meneer Van Tiggelen gaat uw gang. Drie in één.
De heer Van Tiggelen: Drie in één, ja drie in één. Ik ben het op een punt niet eens met de vorige sprekers. Dat is namelijk agendapunt 11, dat is een collegebesluit dat ons ter bespreking wordt aangeboden. En de vraag ligt niet voor of dat hoe we dat gaan agenderen. Dat is het enige technische punt waarop ik het niet eens ben met de vorige sprekers. Voor de rest wel hoor. Kijk zorg op maat, dicht bij de mensen en regionale samenwerking is allemaal prima. Een vraagje, de term inclusie is gevallen. Ja als dat betekent dat niemand wordt uitgesloten en mensen gelijk worden behandeld dan vinden we dat prima. Mocht die term iets anders betekenen dan hoor ik het graag. Want dan wil ik het daar nog wel eventjes over hebben. Voor de rest agendapunt 9 en 10 dus hamerstuk. En agendapunt 11 ziet er goed uit. Daar hebben we geen op- of aanmerkingen op. Dank u wel. De voorzitter: Bedankt dat u mij geholpen heeft. Dat is inderdaad volstrekt juist. Gaat om twee raadsstukken. En het laatste stuk is ter informatie en het meegeven aan het college. Dank daarvoor voor die bijdrage. Het CDA, gaat uw gang, de heer Endstra. De heer Endstra: Ja dank u wel voorzitter. Nou ja ook wij kunnen ons vinden om alle drie de agendapunten in een keer te behandelen. Wij willen graag nog even meegeven dat het CDA was erg blij met de informatieavond die we hierover hebben gehad.
Complimenten aan wethouder en ambtenaren. Wel hadden wij nog wat vragen voor de wethouder. Hoe borgen wij de kwaliteit van dienstverlening? Dan en kan de wethouder ons nog even meenemen in ja de aanleiding van dit hele stuk? Ja daar horen we graag nou wat hij daar persoonlijk van vindt. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u. De VVD, mevrouw Duijn gaat uw gang. Mevrouw Duijn: Ja hartelijk dank voorzitter. Ja nee het is inderdaad een complexe taak die we gecentraliseerd hebben gekregen. En we moeten als gemeente natuurlijk gewoon goed gaan kijken hoe we deze zaken het beste kunnen aanpakken. En het is inderdaad goed om regionaal samen te werken. Want het kan leveren voor de goede voorzieningen en het betaalbaar halen van de zaken. Alleen inderdaad is het belangrijk dat we dan niet het zicht kwijtraken op de eigen dingen die hier in onze gemeente gebeuren. En dan is het ook fijn om te zien dat deze ja gemeenschappelijk orgaan zal zorgen dat wij onze eigen verantwoordelijkheid hebben. En het is goed om het motto te zien van wat lokaal kan. En wat regionaal moet. Want vinden het als VVD de subsidiariteitsregel inderdaad van groot belang. En zien wij de stukken 10 en 11 ook als hamerstuk of 9 en 10 of wat was het nou? Oh god... ja 9 en 10 zien wij als hamerstuk en 11 vinden we ook helemaal prachtig. Dus hartelijk dank voorzitter. De voorzitter: Goed, dank u wel.
D66, de heer Van Marle. De heer Van Marle: Ja dank u. Nee professionele opzet en daar staan wij ook helemaal achter. We springen ook graag mee met de heer Drommel. En we hadden ook eigenlijk een vraag en die heeft meneer Keuning al gesteld. Dus daar krijgen we straks wel een antwoord op. Dus voor ons ook een hamerstuk voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. OPZ, mevrouw Keur. Mevrouw Keur: Ja dank u wel voorzitter. Ook wij steunen het voorstel met betrekking tot regionale kader opvang wonen en herstel 2022 tot en met 2027. Voorzitter, wij ondersteunen de doelstellingen om alle cliënten met betrekking tot maatschappelijke opvang, beschermd wonen en vrouwenopvang zoveel mogelijk te laten wonen met herstellende ondersteuning gericht op inclusie, burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in lokale omgeving. Wij vragen hierbij wel waar gaan we dat doen? Zandvoort is namelijk een kleine gemeenschap met redelijk veel sociale en maatschappelijke problemen zoals bij u bekend is in het
geval Nieuw Noord. Maar ook kan het niet genoeg worden benadrukt dat er een schrijnend tekort is aan woonruimte. Dus dat was agendapunt 9 en dan ga ik gelijk door naar 10. En agendapunt 9 is een hamerstuk. Wij hebben eigenlijk geen keus omdat we vanaf 1 januari 2022 ja 2022 verplicht zijn regionaal samen te werken in het kader van decentralisatie van beschermd wonen. Het college heeft de besluitvorming bevoegdheid met betrekking tot interne gemeenschappelijke samenwerking onder de voorwaarde dat de raad hiermee toestemming verleent. Het college ‘…’ gemeenschappelijke orgaan. Voorzitter, aan de wethouder de vraag of er nog andere alternatieven waren. Voorzitter, al zouden er andere keuzes zijn, wij zijn tevreden met het door de college gemaakte keuze. Nu is er gezamenlijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid geborgd. Met bijkomende voordeel is dat wanneer de ondersteuning complex, langdurig of zwaar is dat ze terecht kunnen in regionaal woonvoorziening. Ook dit is voor OPZ een hamerstuk. En dan hadden we nog 11. Wij gaan wij hebben geen aandachtspunten die wij willen meegeven ter behoeve van de uitvoering van de verdere procedure. Wij zijn wel benieuwd of de aanbesteding gaat lukken gezien de voorbehouden die u heeft gemaakt. En dat was het voor OPZ. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u. Nou die laatste vraag of het gaat lukken zal ook meegenomen worden.
Ja ik heb alle commissieleden de gelegenheid gegeven. Dan is nu het woord aan de heer Van Haeften. Gaat uw gang. De heer Van Haeften: Ja voorzitter, dank u wel. En wat efficiënt vanavond. Fijn om te horen dat we drie agendapunt in een moment kunnen bespreken. Blij daarmee. Scheelt een hoop tijd voorzitter. Maar met alle respect, het laatste agendapunt, agendapunt 11, dat is eigenlijk een vraag aan de commissie en daar straks mee ook aan de raad of er zienswijzen zijn die de raad zou willen meegeven om uiteindelijk samen met alle andere gemeenteraden in de regio te kijken van wat wilt u nog dat wij meenemen in de zeg maar de verwervingsstrategie. Dus dat die ruimte wil ik graag nog eventjes benadrukt hebben dat die er is. Ja dan kom ik toch even begin ik maar even bij het begin bij mevrouw Koper. We hebben het al eerder over gehad dat geldt eigenlijk ook voor het zeg maar de gemeenschappelijke orgaan waar ik u in meende voorjaar al een soort informatie heb gegeven dat we hiermee bezig waren mevrouw Keur. Dus het is niet zo dat wij nu ineens met dit voorstel komen als het gaat om opstarten van een gemeenschappelijk orgaan. Maar we hebben in feite al instemming gevraagd begin of medio 2021. Dus het vervolg op datgene wat we daar toen al met u hebben besproken. Maar datgene even terzijde. Lokaal ja mevrouw Koper, lokaal waar het kan en regionaal waar het moet.
En in al uw variaties daarover hebben we het al eerder met elkaar gehad. Lokaal is denk ik het allerbelangrijkste zeker als het gaat om Zandvoort. En we hebben dus al een behoorlijke stevige basis voorgelegd. Wij zijn al in Zandvoort behoorlijk goed bezig mag ik zeggen. En dat weet u ook. Daar waar wij nog verbetering kunnen aanbrengen ben ik daar de eerste die zich daarvoor in wil zetten. En als het gaat om overlegstructuren die soms lijken stroperig over te komen of verzanden in oeverloze gesprekken dat vindt u mij op uw weg als het gaat om daar aandacht voor te vragen om te zorgen dat daar nog wat meer efficiëntie in kan worden ondergebracht. En het belangrijkste is eigenlijk die basis dat is zeg maar het sociaal wijkteam met Pluspunt en ook Pré Wonen en alle andere organisaties die zich al bezig houden met deze doelgroepen die hebben ook meegewerkt aan de totstandkoming van dit rapport. En daar hebben we ook in principe ook heel goed samengewerkt, goed naar geluisterd en ze hebben ook hun inbreng gehad. En dat zijn dan mensen uit de praktijk. En daar gaat het ook mij om. Zij weten wat er speelt. En hoe wij op een of andere manier datgene wat goed is nog beter kunnen doen en waar het niet zo goed loopt daar echt aandacht aan te besteden om te voorkomen dat mensen soms buiten de boot vallen. En nou u noemde het zelf al. Niemand verzandt in Zandvoort.
Ik denk dat dat het allerbelangrijkste is. Daar sta ik voor. Ik vind dat we daar gezamenlijk ook verantwoordelijkheid in dragen. En dat geldt niet alleen voor de gemeenten maar dat geldt voor alle partijen die zich daar ook aan verbonden hebben. En eigenlijk college Bluijs heeft in zijn portefeuille het pact van uitstroom eigenlijk al behandeld. Het is belangrijk om ervoor zorgen dat die ook nauw betrokken zijn bij dit
hele proces. En dat geldt eigenlijk ook met de huurdersorganisaties of huurderorganisaties in Zandvoort. Ook die zijn betrokken en hebben we ook overleg mee. Nou u heeft zelf neem ik aan het antwoord gelezen van de adviesraad sociaal domein van Zandvoort die heel goed meegekeken en meegelezen hebben, ook hun advies hebben gegeven en ook betrokken blijven in het proces de komende tijd zodat we ze ook echt meenemen in als het gaat om die verwervingsstrategie en de terugkoppeling daarover. Zij zullen wat dat betreft ook echt aangehaald worden en in het verlengde daarvan uiteraard u ook. Er is ook overleg met Pré Wonen. Dat is onlangs ook geweest. Niet alleen maar met Pré Wonen maar ook met RIBW en Pluspunt over deze doelgroep en hoe we dat aanpakken. Dus dat overleg vindt plaats, dat vond plaats en dat zal plaats blijven vinden. Dan de heer Keuning die stelde eigenlijk de vraag om hoe ik denk dat wij het stigma kunnen verbreken in Zandvoort. Nou ik ben van mening dat dat proces behoorlijk verankerd is al in Zandvoort. Wij doen ons uiterste best ik denk dat het ook over het algemeen heel goed werkt dat we aandacht voor de mensen die nou op een andere manier leven en wonen en zich gedragen dan gemiddeld laat ik het zo noemen. En dat we daar ook aandacht aan besteden. En dat we die mensen ook helpen, begeleiden en zorgen dat ze op hun eigen wijze kunnen meedoen.
En mensen in de omgeving ook laten zien welke bijdrage deze mensen kunnen leveren aan die samenleving. Die zijn net zo waardevol als alle anderen. Dus daar blijf ik mij ook voor inzetten en wat dat betreft gaan we daar ook gewoon mee door. Dan was eigenlijk uw vraag wat nou als alle gemeenten zeg maar een tekort oplopen. Nou laat ik vooropstellen dat we het afgelopen jaar een aardige overschot hebben kunne nopbouwen. Er zijn financiële middelen. In dat geval als dat het geval zou zijn die tekorten eventuele tekorten ook aangevuld kunnen worden uit de reserves die we hebben opgebouwd. De bijdragen die we van het rijk krijgen die 38 miljoen als ik dat uit mijn hoofd zeg die lijkt veruit toereikend, zeker voor het begin. Maar we hebben daar geen zekerheid over. Het kan best zo zijn dat we het komende jaar ons nou geconfronteerd zien met een toename van het aantal personen die we daar moeten helpen, begeleiden en dat zou dus kunnen betekenen dat de kosten inderdaad daarmee zouden oplopen. Maar er zijn reserves en ik verwacht ook eerlijk gezegd dat we en zeker ook de eerste drie jaar waarin we dat vereveningsproject met elkaar hebben afgesproken. Dat geen enkele gemeente daar uiteindelijk nadeel aan zou ondervinden. Dus daar gaan we daar hebben we goede afspraken over gemaakt.
Dan kom ik even bij de heer even kijken het CDA, dat was de heer Endstra die stelde ook nog even ja het borgen van de dienstverlening. Met name de kwaliteit van die dienstverlening. Nou wat we gaan doen is we zullen jaarlijks een rapportage toesturen hoe de voortgang van het proces is. Hoe partijen en instanties met wie wij samenwerken ons daarover terugkoppelen. En wat we zelf ervaren, inzien. Wat we zelf horen uit de samenleving. En we gaan in het derde jaar, 2025, dus een grote evaluatie houden. Dan gaan we kijken van heeft het allemaal gewerkt? Is die vereveningsfonds nog noodzakelijk? Hoe gaan we nieuwe afspraken maken? En hoe kunnen we zaken die dan aan het licht gekomen zijn eventueel aanpassen en verbeteren. Dus dat is ingepland. Wat was nou de aanleiding was uw vraag geloof ik. De aanleiding van dit document. Ja in feite is er een rapport verschenen. Ik meen dat dat het rapport van Dannenberg is geweest die aanleiding was om hieraan te werken, de visie van beschermd wonen naar een beschermd thuis. Dus niet alleen maar goh je mag ergens wonen maar je moet je echt thuis kunnen voelen, je moet je in je directe omgeving of zo dicht mogelijk bij je omgeving moet je kunnen verblijven en je inderdaad ook een thuisgevoel geven. Nou dat rapport is aanleiding geweest om hiermee aan de slag te gaan. Dan nog een andere vraag.
En oh ja ook nog eigenlijk en dat staat ook in het rapport eigenlijk ik dacht al in de eerste alinea geschreven dat het in feite een doordecentralisatie is van datgene wat we al eerder hebben gehad als het gaat om de hele wet op de maatschappelijke ondersteuning. En we zijn dus per 1 januari '23 pas echt verantwoordelijk. We zijn nu aan de voorbereidingsfase, de besluiten nemen, we gaan het komende jaar gaan we het uitwerken. We gaan het hele proces hoe gaan we dat nou in de praktijk uitvoeren. Daar kom ik nog in het nou rond de zomer of net na de zomer bij u voor terug. Met alle zienswijzen die daarop binnengekomen zin. Hoe gaan we daar nou mee om? En daar krijgt u dus ook een terugkoppeling van. Dan nog even een vraag inderdaad was er denk ook wel een terechte opmerking van