CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadscommissie - 12 januari 2022

Raadscommissie 12 januari 2022, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript (verslag)22.237 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSCOMMISSIE VAN GEMEENTE ZANDVOORT d.d. 12 januari 2022

1.

Opening en mededelingen De voorzitter: Luisteraars en kijkers thuis en ook commissieleden, jammer genoeg weer thuis. Ik heb de vergadering dan geopend met de vraag of er iemand een mededeling heeft over belangen of betrokkenheid bij een van de onderwerpen van vanavond. Dat is niet het geval. Dan zal ik de procedure niet uitgebreid gaan noemen, dat is gisteravond al gedaan. Het enige wat ik u zal melden is dat ik bij de bespreking van de agendapunten alle fracties oproep en dan krijg ik wel te horen wie vanavond woordvoerder is voor welk onderwerp.

2.

Vaststellen agenda De voorzitter: Dan komen we bij het vaststellen van de agenda. U gaat daarmee akkoord, begrijp ik. Nonverbaal betekent instemming.

3.

Mededelingen van het college van B&W De voorzitter: Dan is er wel een mededeling van het college. Gisteravond hebben wij van wethouder Bluijs het nodige gehoord over de corona update. Nou, dat speelt dagelijks, daar komen steeds nieuwe berichten binnen. De burgemeester Moolenburgh heeft mij gevraagd om daar vanavond even tijd voor te nemen. Dus het woord is aan de burgemeester. De heer Moolenburgh: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, dat ik het woord even krijg naar aanleiding van datgene wat door wethouder Bluijs gisteren is ingebracht en daar wil ik graag een aanvulling op doen. Dat betreft de oproepen die gedaan worden in de richting van Den Haag voor versoepelingen van de huidige maatregelen. Zoals u weet hebben een aantal gemeenten daar al op voorgesorteerd, de komende dagen waarschijnlijk culminerend in een persconferentie van vrijdag zal daar nog het nodige over gewisseld worden. Wij zijn ook door de verschillende ondernemersverenigingen en de individuele ondernemers in Zandvoort benaderd. Ik zal daar de komende dagen ook gesprekken mee hebben. Misschien goed om even te melden welke acties er ondertussen ingezet zijn. Morgen is er een ingelaste vergadering, althans, het was al een vergadering die uitgesteld was van de VNG waar een motie zal worden behandeld die toeziet op een oproep in de richting van Den Haag voor verdere versoepelingen.

Daar wordt op dit moment nog aan gesleuteld, er gaan verschillende versies rond. Wij zullen in ieder geval vanuit Zandvoort die motie van harte ondersteunen en we hebben vanmiddag overleg gehad met de burgemeesters in het kader van de veiligheidsregio en ook met elkaar afgesproken dat wij met elkaar een lijn zullen inzetten. Dat lijkt ons in ieder geval ook een zeer krachtige weg om dat via een signaal van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten te doen. Daarnaast is er morgenavond een veiligheidsberaad waar namens de negen gemeenten in de veiligheidsregio Kennemerland onze voorzitter Marianne Schuurmans, de burgemeester van Haarlemmermeer, eenzelfde signaal in de richting van de bewindslieden zal afgeven. Dat zullen wij in ieder geval ook, hebben wij vandaag met elkaar afgestemd. U krijgt dit nog van mij schriftelijk ook bevestigd, hoe wij hiermee omgaan. Nogmaals, wij proberen op die manier ook onze invloed uit te oefenen, ook als kleine gemeente Zandvoort, door juist met een verbreding van de afzender te zoeken naar een verzwaring van de boodschap. Het neemt niet weg dat wij vandaag ook uitgebreid stilgestaan hebben bij het feit dat toch de situatie op dit moment nog zorgelijk is. Niet zozeer vanwege het zeer hoge oplopende aantal besmettingen en tegelijkertijd het beeld dat binnen de

ziekenhuizen het aantal opnames beperkt blijft, maar dat met name vanwege het grote aantal besmettingen er in een aantal andere cruciale sectoren wel degelijk ook problemen kunnen ontstaan. Dan moet u met name ook denken, waar het gaat om essentiële diensten zoals politie, brandweer, maar ook bijvoorbeeld als het gaat om het ophalen van ons dagelijks huisvuil. Dus het is een moeilijk speelveld waarbinnen wij opereren maar nogmaals, binnen de afweging economie versus de medische maatregelen hebben wij gemeend in ieder geval vanuit de veiligheidsregio op twee manieren ons signaal af te geven en ik zal dit ook bespreken met de ondernemers in de komende dagen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dit roept geen vragen op, zie ik op mijn scherm. 4.

Rondvraag De voorzitter: Dan laten we het er bij en gaan we naar agendapunt 4, dat hebben we opnieuw laten staan, of er iemand is die zich voor de rondvraag meldt. Dat is kennelijk gisteren voldoende geweest.

Bestuur en middelen 5.

Protocol geheimhoudingsplicht gemeente Zandvoort De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 5 en dat gaat over het protocol geheimhoudingsplicht. De gemeente Zandvoort beschikt over het informatieprotocol 2018 waarin afspraken zijn opgenomen over de informatievoorziening van het college en de burgemeester aan de raad in het kader van hun actieve en passieve informatieplicht. Daarin wordt benoemd dat het college en de burgemeester aan de raad de informatie verstrekken met aandacht voor de gewenste geheimhouding of vertrouwelijkheid. Bijgaand, wat we vanavond dus bespreken, protocol geheimhoudingsplicht is een uitwerking van die afspraak. Het protocol bevat heldere en begrijpelijke kaders die uitleg geven over en een concrete handelingsperspectief bieden aan de bestuurders en commissie en de raadsleden bij het opleggen, bekrachtigen en het opheffen van de geheimhouding. Aan het protocol is een gedragscode privacy en persoonsgegevens op internet verbonden met daarin opgenomen richtlijnen als publicatie van informatie met daarin weer persoonsgegevens op de website van de gemeente als dat aan de orde is. Insprekers zijn er niet voor dit onderwerp, dus ik ga het woord geven aan de commissieleden. Ik begin bij de fractie Drommel. Mijnheer Drommel, aan u het woord. De heer Drommel: Dank u vriendelijk. Ik zal het heel kort maken omdat ik ook heel kort kan zijn.

Ik heb vol vertrouwen in het gehele stuk en ik sta er honderd procent achter en voor mij is het een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Dan Gemeente Belangen Zandvoort. Ik zie mevrouw Kuin vanavond. Welkom. We hebben een probleem, misschien dat u eventjes de goede knop in kunt drukken, we konden het niet verstaan. We gaan u even bellen, misschien kunnen we even een telefoontje wijden aan. Ja? Dan ga ik naar de Partij van de Arbeid. Mevrouw De Vries: Dank u wel, voorzitter. Goed om te zien dat er een vertaling is gekomen van het informatie protocol. Een helder protocol en de geheimhoudingsplicht voor de gemeente Zandvoort. We hebben de plicht om in de openbaarheid te spreken, tenzij dit anders kan. Dus dit biedt ons ook weer verdere handvaten. Geheimhouding moet wat ons betreft nooit vanzelfsprekend zijn. Dus wat ons betreft een hamerstuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, de heer El Gebaly of mijnheer … Ja, gaat uw gang.

De heer El Gebaly: Klopt, mijnheer El Gebaly doet de eerste drie punten en daarna neemt mijnheer Keuning het over. Nee, wat GroenLinks betreft een hamerstuk. Wij zijn blij dat deze lang gekoesterde wens van de raad in vervulling gaat met dit stuk en het stuk wat we hierna behandelen. Dus ik denk dat wij er niet meer woorden aan vuil maken en ik me aansluit bij de woorden van mevrouw De Vries. De voorzitter: Dank u wel. De PVV, de heer Van Tiggelen zag ik in beeld vanavond, klopt dat? De heer Van Tiggelen: Dat is helemaal goed, voorzitter. Ik ben vanavond de woordvoerder voor de PVV. Binnen de wet- en regelgeving zijn we voor zoveel mogelijk openbaarheid van bestuur en zo min mogelijk geheimhouding. Dat gezegd hebbende zien we geen problemen met dit protocol. Dank u wel, een hamerstuk ook, wat ons betreft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u voor uw vlotte reactie. Het CDA, de heer Stephan. De heer Stephan: Ja, dat neem ik voor mijn rekening. Ik kan het ook kort houden, maar ik wil toch even heel kort iets zeggen en een vraag heb ik wel. Even kort voor de context want geheimhouding is deze raadsperiode best vaak aan de orde geweest, aan de orde gesteld, in twijfel getrokken ook, de noodzaak ervan. Ik wil toch nog even benadrukken want de inleiding in het stuk is toch best wel kort.

Het gaat hier dus om bescherming van vertrouwelijke gegevens van inwoners en ondernemers ofwel, het gaat erom dat we ons als dorp, als gemeenschap niet in onze kaarten laten kijken als we in onderhandeling zijn of in gesprek zijn met marktpartijen. Dus er is wel degelijk nut en noodzaak van zo’n regeling en ik denk dat het protocol, ja. Die afspraak van hoe we dat met elkaar afspreken heel goed neerleggen. Ik had wel een vraagje, ik zie dat het mogelijk is op grond van de nieuwe wetgeving, anders dan nu het geval is, niet langer wordt verlangd dat aan de raad opgelegde geheimhouding door de raad bekrachtigd wordt. Maar ik heb het zo begrepen dat wij dat, hoewel het niet meer nodig is, dat wij ervoor kiezen om het alsnog door de raad te laten bekrachtigen. Heb ik het juist begrepen? Dat is mijn enige vraag. De voorzitter: Die vraag, die ga ik doorgeven aan hetzij mevrouw Verheij of de heer Moolenburgh die beide portefeuillehouder zijn. Dank u wel, CDA. VVD, wie mag ik het woord geven? De heer Hendriks: Dat mag aan mij, voorzitter, dank u wel. De heer Stephan haalde het net al aan, geheimhouding is deze periode vaak aan de orde geweest, we hebben namelijk best wel vaak dingen geheim verklaard en daar ontstond best wel vaak discussie over. Ik ben wel blij dat dit protocol er ligt wat duidelijk bevestigt juist ook die punten waarover die discussie vaak ging.

Moeten we het hele stuk geheim verklaren of kan het ook met delen? Er staat hier duidelijk opgenomen, als we iets geheim verklaren, doen we een zo beperkt mogelijk stuk. Dat doen we ook voor een zo kort mogelijke termijn, daar gingen ook vaak discussies over omdat het college voorstelde om zaken tot in het oneindige geheim te verklaren. Dus het is goed dat dat helder hier wordt beschreven. Goed dat ook erin staat dat zo’n geheimhoudingsbesluit, dat dat echt wel goed onderbouwd moet zijn. Dus niet alleen, het moet geheim zijn, maar, het moet geheim zijn, want het raakt die en die belangen van die en die persoon of die en die organisatie. Dus dat we ook toewerken naar een goed onderbouwde geheim besluiten, dat zijn zaken die de VVD toejuicht en waar we de afgelopen jaren ook vaak aandacht voor hebben gevraagd. Dus ook wat de VVD betreft kunnen wij instemmen met die protocol, dat maakt de zaken gewoon nog eens helder en duidelijk. Wel een vraag, want er wordt ook verwezen naar de wet open overheid en de opvolger van de WOB. Daar gaat het onder andere over ook het openbaar maken van het elektronisch berichtenverkeer. Dus bijvoorbeeld plus van bestuurders of sms’jes van ambtenaren.

Dat vraagt wel wat, niet alleen van de wens om dingen openbaar te maken maar ook wel van de archieforganisatie voor ons als gemeente en we vragen eigenlijk aan de portefeuillehouder, meer naar aanleiding van dit stuk,

hebben we dat voldoende op orde om klaar te zijn voor die wetswijziging? En voor het overige, voorzitter, voor de VVD een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Uw vraag wordt ook doorgegeven, bij deze. D66, de heer Van Marle. De heer Van Marle: Ja, dank u. Geen aanvullingen, ook voor ons een hamerstuk. De voorzitter: Dank u. OPZ, wie mag ik het woord geven? Mevrouw Keur: Dat mag u mij doen, voorzitter. De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Keur. Mevrouw Keur: Dank u wel. De vraag is of met dit besluit het gewenste doel, een minimalisering van een aantal geheime stukken, zal worden bereikt. Dat is voor OPZ nog maar de vraag. De actualisatie van geheime stukken bij agendapunt 6 laat zien dat er nog steeds koudwatervrees is om open en transparant te communiceren. Voorzitter, ik lees ook dat een halfjaarlijkse beoordeling van geheimhoudingsbesluiten, zoals deze nu plaatsvinden, ongewijzigd worden doorgezet. Waarschijnlijk is de tekst uit het raadsstuk van Haarlem overgenomen. Onze vraag om inzage te krijgen in halfjaarlijkse beoordeling kan niet worden geleverd. Voorzitter, voor OPZ voor nu een basis om mee aan de slag te gaan en ons als raad kritisch te volgen en uiteindelijk onder geheimhouding kunnen worden besloten. Tenslotte blijft het uiteindelijk de verantwoording van de raad of wij open en transparant willen communiceren. Voor OPZ is het ook een hamerstuk.

De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Nog even terug naar mevrouw Kuin. U hebben we niet gehoord net, is de situatie nu verbeterd? GBZ? Mevrouw Kuin-Moerenburg: Ik hoop dat ik nu verstaanbaar ben. De voorzitter: Duidelijk, gaat uw gang. Mevrouw Kuin-Moerenburg: Oké, goedenavond. Voor Gemeente Belangen Zandvoort is het ook een hamerstuk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nou, die conclusie kunnen we in ieder geval trekken en dan geef ik het woord hetzij aan mevrouw Verheij, hetzij aan mijnheer Moolenburgh voor de twee vragen van het CDA en van de VVD. Gaat uw gang. De heer Moolenburgh: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook nog een vraag van de OPZ genoteerd. Dank u wel voor uw instemming met dit stuk. Dat vind ik zeer bemoedigend want uiteindelijk … Wat dit stuk ademt is in ieder geval de grondhouding om zoveel mogelijk alles openbaar te maken tenzij het echt niet anders kan en daar waar het beperkt te houden tot datgene wat echt niet kan en ook zo kort mogelijk. In dat opzicht denk ik dat het ook goed is om dat op deze manier vastgelegd is en dat wij elkaar daar ook aan kunnen houden. Dat brengt mij bij de vraag van het CDA met betrekking tot de wetswijziging die aanstaande is. Op dit moment is het nog zo dat op het moment dat er een geheimhouding opgelegd wordt, dat u als raad dat dient te bekrachtigen.

In de aankomende situatie, dus de wetswijziging die over ons komt, vervalt die bekrachtiging maar dat betekent geenszins dat u niet uiteindelijk toch het laatste woord heeft als het gaat om het feit of u wenst of iets geheim is of niet. Dus wij als college zouden dat bijvoorbeeld kunnen, uiteindelijk sturen wij dat naar u toe, maar u kunt vervolgens dat naar u toe halen en zeggen, wacht eens eventjes, dit is wat ons betreft

niet aan de orde en hier vinden wij dat er gewoon een sprake van openbaarheid zou moeten zijn. Dus in die zin is het een vrij technische wijziging waarbij uiteindelijk de positie van u als raad niet in het geding komt. De vraag van de heer Hendriks met betrekking tot het punt van met name het elektronisch verkeer, ja, dat is een belangrijk punt. Ik merk dat ook zelf wel met vraagstukken, zeker rond de Formule 1, die gespeeld hebben als het gaat om WOB verzoeken dan is het een hele toer om met name ook die gegevens die via WhatsApp en via Signal en weet ik veel wat allemaal, gewisseld zijn, om die boven water te krijgen. Dat vergt heel veel energie en tijd van de mensen die daar mee bezig zijn. Maar goed, uiteindelijk is het wel een kwestie van het feit dat het ook onderdeel uitmaakt van datgene wat onderzocht wordt. Zijn we daar klaar voor? Dat hoop ik en in ieder geval is het wel standaard procedure dat we dat op die manier moeten organiseren met elkaar. Even naar mevrouw Keur van de OPZ dat daar inderdaad nog geen sprake is thans van een halfjaarlijkse evaluatie. Dat gaat vanaf dit moment plaatsvinden. In Haarlem is dat al een bestaande procedure om dat op deze manier te doen. Het volgende agendapunt, heeft u kunnen zien, dat daar in ieder geval ook een eerste proeve van ligt.

Vanaf dit moment is het ook absoluut de bedoeling om elk jaar, elk halfjaar dat voor te leggen en ongewijzigd aan u door te sturen. Daarmee voldoende gezegd, hoop ik, voorzitter. De voorzitter: Dan ga ik vragen, is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan stellen we vast dat dit een hamerstuk is. 6.

Actuele status geheime stukken 2007-2020 De voorzitter: Punt 6 van de agenda, dat heeft daar direct mee te maken. Er is al, het is al even genoemd door mevrouw Keur. Waar gaat het om? De raad en het college wensen het aantal geheime stukken tot een minimum te beperken. Wanneer op stukken toch geheimhouding wordt opgelegd, dan moet die altijd voor een beperkte tijd zijn en toetsbaar aan de in de Wet Openbaarheid Bestuur genoemde criteria. Het register van stukken waarvoor nog geheimhouding geldt, wordt actueel gehouden. Geen insprekers. Ik ga het even langs. OPZ, wat vindt u hiervan? Mevrouw Keur: Dank u wel, voorzitter. Ik kom nog even terug op het koudwatervrees. Met deze actualisatie is het gewenste doel van de minimalisering van een aantal geheime stukken niet bereikt. Wij constateren dat de inhoud van meerdere stukken die nog steeds onder geheimhouding blijven vallen, vaak al achterhaald zijn door besluiten van projecten of nadien overeenkomsten met partijen is gesloten. Maar zelfs dan over de inhoud van de geheimhouding of deels daarvan in openbaar worden gecommuniceerd. Bijvoorbeeld 2018, dossier Watertorenplein staat als argument, handhaving opheffen nadat projecten volledig gerealiseerd is en alle eventuele lopende zaken afgewikkeld zijn. Dat verwacht men op 1 januari 2030.

Wij hebben het beeld dat alle juridische zaken zijn afgewikkeld middels de ondertekening van overeenkomsten met partijen die betrokken zijn bij het Watertorenplein. Nu roept de vraag op of er nog lopende juridische zaken zijn. Misschien kan de wethouder aangeven of er nog juridische zaken lopen. Voorzitter, voor OPZ een hamerstuk, beter iets dan niets. Echter, willen we wel een stemverklaring te zijner tijd in de raad, waarbij we opmerken dat over de inhoud van bepaalde stukken die nu nog op geheimhouding blijven, in de raad stukken van latere datum, passages of ‘exposaties’ openbaar zijn gemaakt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Duidelijk. D66, de heer Van Marle. De heer Van Marle: Wij kunnen ons vinden in het voorstel, dus voor ons een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. De VVD, de heer Hendriks, neem ik aan.

De heer Hendriks: Hendriks wederom, ja hoor, dank u wel. Ja, dank, voorzitter. Ook goed om zo’n lijst een keer hier te behandelen en te kijken naar die onderwerpen die nog geheim zijn. Maar goed, daar zouden we het overzicht voor kunnen bespreken. Wel een tweetal vragen. Namelijk, een van de bijlages is het register van geheime stukken en daar staan een aantal stukken geel gemarkeerd, of die nog geheim moeten blijven of niet, en daar staat bij, opheffen na instemming door AM. Dat gaat met name over het LDC verhaal, volgens mij. Ja, de vraag is, op wat voor termijn gebeurt zoiets en kunnen die stukken alsnog toegevoegd worden aan de lijst, want dat zijn er best wel een aantal. Lukt het bijvoorbeeld om, het is gewoon een kwestie van een zienswijze vragen dus dat moet waarschijnlijk best wel snel kunnen gebeuren. Ik had een vraag, de vraag die net al gesteld is door de Ouderen Partij over het Watertorenverhaal maar ook op pagina 7 van het register staat over het besloten deel raadsvergadering 26 september, over de Formule 1 ging dat, 26 september 2017. Daar staat bij, aan de raad om te bepalen of verslag besloten deel openbaar wordt gemaakt. Mijn vraag is eigenlijk aan het college, is er een reden om dat niet openbaar te maken? En zo ja, welke? Dank u wel. De voorzitter: Fijn, prima. Het CDA. De heer Stephan: Dank u wel.

Ik denk dat het goed is, ik heb er alle vertrouwen in dat de collega’s hier goed hebben gekeken naar deze lijst, dus daar heb ik op dit moment geen opmerkingen of vragen over, daar kunnen we mee instemmen. Ik vind het een goede zaak dat we hier periodiek naar kijken. De voorzitter: Dank u wel. De PVV, de heer Van Tiggelen, gaat uw gang. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. Onze dank voor de informatie in het overzicht en het aangeleverde register. Nadere bespreking in de raad is wat ons betreft niet nodig. Dank u wel. De voorzitter: Het is voor u een hamerstuk, begrijp ik uit uw woorden. Dank u wel. GroenLinks. De heer El Gebaly: Ja, voorzitter, de meeste woorden zijn al gezegd. Blij dat het er ligt, dat we er naar gaan kijken om het half jaar. Ik denk dat het alleen maar een pre is. Ik ben benieuwd naar de antwoorden op de vragen van de heer Hendriks en wat ons betreft ook een hamerstuk. De voorzitter: Dank u. Partij van de Arbeid, mevrouw De Vries. Mevrouw De Vries: Dank u wel, voorzitter. Als navolging op het vorige stuk handelen we naar hetgeen we voor staan, dus goed dat we de geheimhouding opheffen. Hamerstuk, wat ons betreft. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kuin van het GBZ, gaat uw gang. Mevrouw Kuin-Moerenburg: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb op dit moment ook geen vragen of aanmerkingen. Voor ons is dit ook een hamerstuk. De voorzitter: Dank u.

Fractie Drommel, gaat uw gang. De heer Drommel: Dank u, voorzitter. Duidelijk overzicht, overzichtelijk ook. Geen verdere vragen en dank hiervoor. Hamerstuk. De voorzitter: Dank u. Het woord is aan de heer Moolenburgh, ga ik vanuit. Er zijn enkele vragen gesteld. Gaat uw gang.

De heer Moolenburgh: Ja, dank u wel. De vragen van de heer Hendriks. Ik zal uitzetten bij AM dat inderdaad die instemming zo snel mogelijk geregeld zou kunnen worden. Dus dank in ieder geval voor uw opmerking. Dat wil ik even ook nog als algemeen punt meenemen, het feit dat wij deze lijst aan u voorleggen, betekent ook dat wij ter harte nemen wat u ons aan vragen meegeeft omdat het ook een continuing story is, dat wij dat ook mee kunnen nemen voor volgende keren. Dus dank in ieder geval daarvoor, dat punt neem ik in ieder geval mee. De heer Bluijs zal even ingaan op het Watertorenplein en ik moet met betrekking tot het punt van de Formule 1 even in gebreke blijven dus daar kom ik nog even apart op terug bij de heer Hendriks. Als u het mij toestaat, voorzitter, misschien kunt u de heer Bluijs even het woord geven. De voorzitter: Ja, gaat uw gang, mijnheer Bluijs. De heer Bluijs: Ja, dank u wel. Goedenavond allemaal. Even kort, het proces van de Watertorenplein, dat loopt nog. Het behelst een deel van het project, dat is het plein en we zijn nog steeds in discussie met elkaar over de toren. Daar bent u recentelijk nog over geïnformeerd. Het is dus ook heel moeilijk om in dit geval dit stuk op te splitsen voor het Watertorenplein en sec de toren. Dus wat dat betreft lijkt het ons op dit moment niet verstandig om dat vrij te geven.

Maar ik ben het er wel mee eens dat we in het vervolg, dat staat ook in het stuk volgens mij, op het moment dat we iets geheim verklaren, dat we daar ook een datum aan geven en een motivatie waarom en hoe lang we het geheim willen houden. Dan hebben we die discussie ook niet en aan de andere kant denk ik ook, het gaat vaak over financiële zaken, daar wil ik nog wel even op ingaan als dat mag, mijnheer de voorzitter, dan is het ook een kwestie van beter formuleren in raadsvoorstellen en stukken dat je zaken wat algemener neerschrijft zodat het voor de raad in principe voldoende informatie is zodat je niet alle stukken die wel geheim moeten blijven omdat het allemaal detailinformatie, offertes en zo zijn, om die te duiden. Feitelijk proberen we daar al naar te handelen, want sinds wij met Haarlem samenwerken en wij grexen produceren, in het verleden waren de grexen bijna helemaal financieel geheim. Nu zijn de grexen eigenlijk voor een groot gedeelte openbaar, met ook heel veel getallen, maar de achterliggende niet. Dus daar gaan we ook verder aan werken. Dus ik hoop dat ik hiermee voldoende heb geantwoord. Ik dank u. De voorzitter: Ja, dank u wel. Ik heb een toezegging gehoord aan u, mijnheer Hendriks, dat de burgemeester terugkomt op uw vraag.

Is er voor iemand nog aanleiding om een tweede termijn aan de orde te stellen? Niet? Ik heb ook begrepen dat u dit als een hamerstuk beschouwt, dank daarvoor. Dan gaan we naar het volgende agendapunt. 7.

Onderzoek bestuurskracht & toekomst organisatie De voorzitter: Voor het volgende agendapunt wil ik in elk geval twee mensen welkom heten en dat zijn twee mensen die werken voor het bureau wat het rapport gemaakt heeft en dat is mevrouw Van Heerwaarden, ik zag haar al eerder even in beeld, en de heer Bos. Voor de ingewijden die in de begeleidingscommissie gezeten hebben zijn de voornamen bekend, maar we zullen het in dit geval bij mevrouw en mijnheer laten. Mevrouw Van Heerwaarden en de heer Bos. Dus welkom bij dezen. Ik zal een korte inleiding … Of een korte, hij is iets langer, om in ieder geval mensen wat inzicht te bieden in de rode draad van het rapport. Als voorbereiding op de evaluatie van de samenwerking met Haarlem, een fusie van de ambtelijke organisatie, heeft het college de bestuurskracht laten meten, zoals het ook in 2016 gebeurd is. Dit is afgesproken bij de start van de samenwerking. Bovendien is naar aanleiding van een aangenomen motie onderzoek gedaan naar de kosten van een toekomstige organisatievorm. Dit voor het geval de ambtelijke fusie naar aanleiding van die evaluatie niet in de huidige vorm wordt voortgezet. In afstemming met een begeleidingsgroep van raadsleden uit deze raad heeft bureau Berenschot beide onderwerpen onderzocht. De uitkomst van het onderzoek is dat de bestuurskracht van Zandvoort verbeterd is ten opzichte van de meting van 2016.

Zandvoort heeft aan

bestuurskracht gewonnen, als het gaat om de kwaliteit van de ambtelijke organisatie, de financiële positie van de gemeente en de positie van Zandvoort in de regio. De bestuurskracht van Zandvoort is niet verbeterd als het gaat om de verhoudingen binnen de gemeenteraad en tussen de gemeenteraad en het college. Aandachtspunten zijn de grote ontwikkelopgaven. Ten aanzien van de motie, ook aanleiding voor dit onderzoek, blijkt hieruit in vergelijking met andere gemeenten dat de kosten van de meeste taken passen bij de werklast van die taak over de afgelopen jaren. Over kosten van beëindigen van de samenwerking en het opzetten van een nieuwe organisatie, vermeldt het onderzoek dat deze tussen de 8.7 miljoen en 10.3 miljoen liggen. Nog zonder de kosten voor ICT. Het advies van de onderzoekers is om de ontwikkelopgave te verbeteren en daarvoor de huidige samenwerking met Haarlem te behouden en vooral te versterken. Het advies is daarbij dan ook om de relatie tussen bestuur, organisatie en natuurlijk de Zandvoortse samenleving te verbeteren. Er staat natuurlijk veel meer in, maar we hebben gemeend met deze inleiding de kern aan te duiden. Insprekers zijn er niet gemeld voor dit onderwerp en ik geef dan ook het woord aan de leden.

Het betekent dus, daar komen we aan het eind wel aan als u vragen gesteld heeft en uw opmerkingen gemaakt heeft, dat de vragen beantwoord zullen worden door de verantwoordelijke wethouder, mevrouw Verheij, of mevrouw Van Heerwaarden of de heer Bos. Met name als het gaat om de technische kant, het is een rapport wat door hen is opgesteld. Ik begin bij de fractie Drommel. Ik zou de heer Drommel het woord willen geven. De heer Drommel: Nou, dat is nogal wat, wat u nu doet, voorzitter, hartelijk dank. Het eind van de lijst, de kleinste fractie en kennelijk toch de meeste verantwoordelijkheid, ik sta voor in de rij. Weet u, als ik zo kijk naar de opdracht die in het raadstuk staat, dan kan ik me daar natuurlijk volledig in vinden. Als ik dan ook kijk naar diegene die de opdracht heeft gegeven tot dit onderzoek, dan denk ik dat vooral daar mijn nieuwsgierigheid ligt van wat zij te melden hebben. Maar nogmaals, even terug naar het onderzoek zelf, ik heb het een paar keer gelezen en ik ben nog niet uit gestudeerd, om maar zo te zeggen. Ik vind het helder, ik vind het duidelijk en ik vind het ook buitengewoon prettig om het te lezen, maar ik vind het ook een beetje vervelend om die kennis tot me te nemen, vooral inhoudelijk natuurlijk. Het is niet altijd even prettig als er op de gewezen wordt wat niet goed gegaan is en wat veel beter moet en vooral ook als je weet waar het aan ligt.

Maar als ik dan ook waarneem dat er de laatste zeven, acht maanden toch duidelijk wat progressie in het geheel zit, dan krijg ik daar een fijn gevoel bij. In het bijzonder moet ik opmerken dat de blauwe kaders die in de stukken staan met nogal wat verwijzingen naar samenvattingen, naar mijn smaak bijzonder verhelderend werken en nogmaals, ik vind het een heel fijn stuk om te lezen en eigenlijk ook een vingerwijzing van naar onszelf, kijk eens in de spiegel en kijk eens hoe je zelf acteert. Er valt bijzonder veel te verbeteren aan onszelf. Ik ben nieuwsgierig naar degene die de opdracht hebben gegeven, wat zij te melden hebben, maar ik stem volledig in met dit voorstel van het raadsstuk. Dat kan ik u nu al melden. Dank u, voorzitter, voor deze eerste kleine reactie. De voorzitter: Dank u wel. Was in elk geval kernachtig. Dan kom ik bij mevrouw Kuin van GBZ. Mevrouw Kuin-Moerenburg: Ja, dank u wel, voorzitter. GBZ neemt dit stuk voor kennisgeving aan en wij komen er in de raadsvergadering op terug. De voorzitter: Daar is volop de gelegenheid voor, dank u wel. De Partij van de Arbeid. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Koper: Ja, dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik graag complimenten maken voor het tempo van opstelling en afhandeling van het advies.

Binnen een paar maanden ligt er een goed gefundeerd rapport en de complimenten daarvoor en dank ook aan de raadscollega’s die zitting hebben genomen in de begeleidingsgroep. De bestuurskracht is onderzocht en op basis van feiten kan straks de volgende raad een

besluit nemen in de evaluatie, als die daarna heeft plaatsgevonden. En belangrijk ook de financiële consequenties, want geld is natuurlijk een belangrijk argument. Wij willen woningen bouwen, projecten tot stand brengen en voorzieningen en zorg op orde houden en straks een besluit nemen over de bestuurskracht en over de tevredenheid over de dienstverlening zonder de financiële consequenties, helpt ons dorp niet vooruit. Als het gaat naar de conclusies uit het bestuurskrachtonderzoek, dan lezen wij duidelijk verbetering op een aantal punten en ik vertaal dat even snel in mijn eigen woorden, meer kwaliteit in de organisatie, vooral het strategisch operationele, slagkracht dus. Verbeterd imago ook in de omgeving, afgenomen kwetsbaarheid van de organisatie. Ik kom zo direct op een paar vragen voor de onderzoekers, dus als ik nu iets niet goed vertaal, dan hoor ik dat straks ook graag. De winstwaarschuwing, zo lees ik, zit in de stroperigheid van een grote organisatie. Voordeel van groot is tegelijkertijd het nadeel, de korte lijnen worden gemist en de nabijheid wordt niet gevoeld. Dan heb ik wat behoefte aan meer duiding.

In hoeverre gaat dit over de directe dienstverlening in het dorp? Uitgangspunt dat mensen gewoon goed geholpen moeten worden, iemand spreken die je verder helpt, en hoe is dat nu op te lossen? Gaat dit dan om, wij moeten de structuur met de open balie wat beter inzetten, meer mensen dichtbij, of moeten kennis en kunde van het lokale beter op orde zijn bij de medewerkers? Graag uw reactie. Als het gaat om de aanbeveling om extra bestuurlijke adviseurs voor de gemeente Zandvoort in te zetten, daar wordt over gesproken. In het verhaal gaat het ook over de huidige gevormde zeester. Zou dat elkaar in de weg kunnen zitten, in de aanbeveling die u doet in de structuur? Dan, collega Drommel gaf het net ook al aan, de belangrijke waarschuwing is natuurlijk de bestuurscultuur, een onderwerp wat wij vaak bespreken met elkaar in de raad, maar de aanbeveling is, werk er vooral aan en die boodschap is zeer terecht en ik hecht er toch ook wel aan om te zeggen, dat moeten wij ons allemaal goed aantrekken, want ondanks de vele pogingen die gedaan zijn om verhoudingen te verbeteren, is dat niet gelukt en dat moet zeker anders.

Maar het is dan wel goed te lezen dat buiten Zandvoort die verhoudingen wel sterk verbeterd zijn en mag ik die boodschap dan zo vertalen dat de kunst van het samenwerken op alle niveaus zijn vruchten kan afwerpen en daarmee Zandvoort vooruit helpt? Dit zijn een aantal korte opmerkingen die ik heb over het stuk en dan lees ik in het raadsstuk, maar dat is maar een detail, op pagina 4 iets bij de laatste regel van resultaat onderzoek iets over slachtkracht. Ik neem aan dat we het niet over slachting hebben, maar over slagkracht. Maar dat is maar een detail. Dank u wel, dit was het voor de eerste termijn. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan gaan we naar GroenLinks, de heer El Gebaly. Gaat uw gang. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Ja, allereerst complimenten voor hoe dit rapport eruit ziet en hoe gedetailleerd het eigenlijk is beschreven. Ik vind het een heel fijn rapport om te lezen, de heer Drommel gaf het al net aan, en ik zou bijna wensen dat elk rapport dat we krijgen op deze manier geschreven is. Sterker nog, met zo’n verduidelijkende samenvatting erbij en ook specifiek geschreven naar de bewoners vind ik dat echt een pre wat dat betreft. Echt niets meer dan lof eigenlijk. Dan de inhoud zelf. We hebben een aantal vragen waar ik graag mee wil beginnen.

U schrijft op bladzijde 12 een stuk over het gevoel of eigenlijk over de feitelijke situatie waarin de gemeente Haarlem de eigenaar is van de organisatie en de gemeente Zandvoort eigenlijk de inkoper is bij die organisatie. U schrijft daarbij, en dat versterkt het nog eens een keertje op bladzijde 13 waar Haarlem de organisatie ziet als onze organisatie lijkt het in Zandvoort vooral dus die inkoopconstructie. Ziet u een mogelijkheid dat er ook voorbeelden worden aangehecht op bladzijde 12 waarin andere gemeentes ook echt daadwerkelijk eigenaar zijn van een deel van een organisatie, dat dit misschien ook een optie is voor Zandvoort om toch ook die ambtelijke organisatie meer als een Zandvoortse en een Haarlemse organisatie te zien, omdat eigenlijk bladzijde 12 wel het antwoord lijkt te geven op wat er in bladzijde 13 staat. Alleen, is die mogelijkheid er en wat zou die mogelijkheid betekenen in de context van het hele onderzoek? Dan bladzijde 20, daar staat dat de exacte hoogte van de incidentele kosten afhangen van

nog diverse te maken keuzes in combinatie met nog onbekende factoren. We lezen ook dat het vaak gaat over ICT factoren, maar welke andere onbekende factoren worden hier geduid en wat maken deze onbekende factoren dan weer uit voor het uiteindelijke financiële plaatje? Er wordt ook beschreven dat Zandvoort nu politiek bestuurlijk stabiel is maar nog altijd kwetsbaar. Is dit nu een typisch Zandvoorts iets? Is dit iets wat we alleen in Zandvoort zien dat deze politieke kwetsbaarheid er is, of is dit meer een trend en zien we het ook landelijk. En een andere vraag die ik hier graag bij wil stellen is, hoe gaan we landelijk om met dit soort dingen die er ontstaan in raden? Is daar een blauwdruk voor om dat op te lossen? Lost dat zich vanzelf op bij verkiezingen of heeft u daar andere ideeën van vanuit uw expertise als bureau? Dan ben ik ook benieuwd naar, en dat lees ik er niet helemaal in terug, naar hoe de gemeente Haarlem aankijkt tegen ons. Want ik kan me voorstellen, wanneer wij afscheid nemen van de gemeente Haarlem, Haarlem niet zitten wachten op nog onderdeeltjes hier en onderdeeltjes daar van Zandvoort.

Dus hoe kijkt de gemeente Haarlem, kan iemand het college of het bureau mij vertellen hoe de gemeente Haarlem aankijkt tegen juist het scheiden van de samenwerking en welke gevolgen dat voor Zandvoort zou kunnen hebben en daarbij ook meegenomen is er gekeken naar wat de buurgemeentes vinden van zo’n scheiding. Zitten die te wachten op een deel werk van ons of voor ons of zitten die daar niet op te wachten? Dit heeft natuurlijk heel veel te maken met het hybride model wat u aangeeft en ook daar in die samenwerking zijn natuurlijk ook hun eigen problemen en hun eigen successen. Dat zijn de vragen die we willen stellen en dan nu het rapport zelf. Wij zien inderdaad dat het qua bestuurscultuur lastig is in deze raad. Aan de andere kant, de heer Drommel gaf al aan, zien we ook dat er stappen worden gemaakt de laatste tijd. Ik vind het altijd lastig, zeker in deze tijd, als wij als bestuurders heel erg ook in onszelf keren. Daarom is het misschien wel goed dat we nu dit rapport hebben. Maar ik heb de vurige hoop eigenlijk dat we vanaf nu gaan kijken naar wat ons bindt, eigenlijk wat we ook in de regio moeten doen, wat ‘…’ wat ons daar bindt en niet naar wat ons scheidt.

Want ik denk, als we helemaal terug gaan naar het begin, hoe met elkaar begonnen in een raadsperiode met het raadsprogramma, dat we heel veel overeenkomsten met elkaar hebben en dat we van Zandvoort echt een prachtige gemeente kunnen maken en ook voor een deel hebben gemaakt, en ik denk dat het heel belangrijk is dat we ons soms wat meer beseffen dat we met ze allen aan een missie werken en een doel en dat is het verbeteren van onze prachtige gemeente. Dus ik heb de vurige hoop dat dit een van de laatste rapporten is waarin we het over de bestuurskracht gaan hebben in de raad, waarin we gaan kijken naar hoe we dat kunnen verbeteren, maar dat we daarna ook ons weer echt focussen op Zandvoort zelf, want Zandvoort verdient dat en Zandvoort heeft dat nodig. Voor de rest kan ik me redelijk vinden in de aanbevelingen die in rapport staan. Ik denk dat het rapport voor zich spreekt en de rest, ik heb daar geen op- of aanmerkingen aan. Het is nu gewoon vooral bedenken, als fractie zijn, ook richting de raad, hoe wij in dit rapport staan en ook natuurlijk met de verkiezingen die eraan komen. Dus dat wil ik gezegd. Wat ons betreft kunnen we ons vinden in het raadsstuk en is het wat dat betreft in die zin een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel, de heer El Gebaly van GroenLinks. Dan kom ik bij de PVV, de heer Van Tiggelen, gaat uw gang. De heer Van Tiggelen: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ook vanuit ons complimenten over zowel levertijd als kwaliteit van de inhoud van het rapport. Of we het rapport moeten doorsturen naar Haarlem, die vraag werd gesteld. Ja, natuurlijk zijn we daarvoor. Conclusies en aanbevelingen moeten we ter harte nemen. In zijn algemeenheid zijn we van mening dat de ambtelijke samenwerking, daar waar kwaliteitswinst en of efficiëntie valt te behalen, we dat zeker niet moeten nalaten. De behaalde winst die moeten we natuurlijk vasthouden en zo mogelijk uitbreiden. Wanneer uit de eindevaluatie blijkt dat de serviceverlening naar de Zandvoorter in gedrang is gekomen, dienen we de betreffende onderdelen terug te halen naar Zandvoort. Vermindering van

kwaliteit van serviceverlening is voor ons niet aanvaardbaar en ik heb daar persoonlijk recentelijk een nogal onprettige ervaring mee mogen meemaken met Haarlem. Dank u wel. De voorzitter: Duidelijk en kort. Dank u wel. Het CDA, de heer Stephan, gaat uw gang. De heer Stephan: Dank u wel. Er is al veel gezegd, ik ga me echt beperken tot aanvullingen. Ik sluit me aan bij de woorden van onder andere mevrouw Koper. Die heeft daar iets langer bij stil gestaan en daar kan ik me wel in vinden. Ik wil ook daarbij aangeven dat ook nog even terugkomen, inhoudelijk denk ik, omdat mijn collega fractiegenoot ook bij de begeleidingsgroep zat en daar misschien wat meer over kan delen. Ik heb gehoord, dat vind ik toch wel belangrijk om even te noemen, om zoiets, zo’n stuk even leesbaar te maken voor de kijkers, want bestuurskracht dan hebben we het natuurlijk ook over de dienstverlening. Wat ik veel terug hoor uit de ondernemers van Zandvoort is bijvoorbeeld wat er gemist wordt is bijvoorbeeld een telefoontje naar de ambtenaar. Men had vroeger de 06 nummers van de ambtenaar en de vergunning was, de lijntjes waren korter. Dat is, we moeten wel realiseren dat het een andere tijd was. Dat is ook iets wat bestuurlijk ook qua integriteit ook niet meer van deze tijd is om dat soort zaken te doen.

Maar dat neemt niet weg dat als men nu als ondernemer of als inwoner naar de gemeente belt, men ook niet uren in de wachtlijn moet hangen en dat zijn aandachtspunten die zeker moeten worden meegenomen. Dat wil ik maar even als concreet punt van hoe zo’n stuk zich nou vertaald in wat wij hier doen. Voorts benoem ik toch ook kort de positieve punten. De financiële positie is sterk verbeterd. De verbetering van de positie van Zandvoort in de regio. Ambtelijke slagkracht verbeterd. Dus ik zie dan toch allemaal positieve ontwikkelingen met de vanavond al vaak genoemde grote kanttekening. We moeten als raad naar onszelf blijven kijken en ik ben het niet helemaal eens met mijn vriendelijke collega El Gebaly. Ik vind het juist goed dat we toch ook dit continu blijven doen. Ik ben het met hem eens in de zin van, ik hoop niet dat zo’n conclusie nog eens een keer terugkomt, want die is toch wel vernietigend, dat mag je wel zeggen, maar ik hoop wel we een periodiek even zo’n ‘…’ ik denk dat het ook goed is voor Zandvoort, dat moet ook gezegd worden, er zijn niet veel gemeentes die dit soort onderzoeken doen, die zich zo bloot durven te leggen en eens kritisch naar zichzelf te laten kijken. Ook dat, denk ik, is een compliment waard.

De discussies zijn scherp hier, de omgangsvormen niet altijd even vriendelijk, maar at the end of the day zijn we ook wel zo dat we ook naar onszelf durven laten kijken door derden en dat vind ik toch ook wel een compliment aan ons allemaal waard. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Stephan. U bent ook op de dienstverlening ingegaan. De VVD, de heer Hendriks. De heer El Gebaly: Ik heb een interruptie, voorzitter. De voorzitter: O, ja, ik zie het. De heer El Gebaly. Gaat uw gang, mijnheer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, dank u wel, voorzitter, en dank u wel, de heer Stephan, voor de woorden. U deelt met mij wel de mening dat het geen obsessie van de raad moet worden, toch? Dat het niet telkens meer terug hoeft te komen? Want dat is wat ik ermee bedoelde en als u dat deelt, dan denk ik dat wij de hand kunnen schudden, virtueel, want dat kan niet in het echt, met wat wij er samen van vinden. De voorzitter: Een korte reactie, mijnheer Stephan. De heer Stephan: Helemaal mee eens.

De voorzitter: Goed, dat klopt, dank u wel. We gaan dus toch naar de VVD dan en de heer Hendriks is aan het woord. De heer Hendriks: Ja, zeker. Dank, voorzitter, en ook in het bijzonder dank aan de onderzoekers. Er ligt volgens mij een helder rapport wat volgens mij ook antwoord geeft aan de vragen die wij als raad hebben gesteld. Dus dank daarvoor ik sluit me aan bij de complimenten die al zijn gegeven. De heer Stephan en de heer El Gebaly hadden het net over, het moet niet elke keer terugkomen. Dat is wel een beetje het gevoel wat mij bedroop toen ik dit stuk las. Het zijn namelijk wel constateringen die we denk ik als raad herkennen. Zeker mensen die wat langer meelopen, de bestuurscultuur is iets wat we herkennen, de omgangsvormen binnen de raad is iets wat we herkennen. En als je dan eens terugbladert, en ik heb dat bij de voorbereiding van dit agendapunt gedaan, naar het bestuurskrachtonderzoek uit 2016, wat destijds de reden was voor die verschrikkelijke ambtelijke fusie, zal ik maar zeggen. Dan zie je eigenlijk dezelfde constateringen terugkomen als hier, namelijk, het ambtelijk apparaat heeft de zaakjes globaal wel op orde, maar politiek bestuurlijk schort er nog wel het een en ander aan en we missen, en dat stond in 2016, nogal wat realisatiekracht op het gebied van de grote projecten. Nou, dat is eigenlijk een constatering die overeind is blijven staan.

We missen nog steeds realisatiekracht op de grote projecten, bestuurlijk, en politiek is er nog steeds, of alweer, een scherpe kloof tussen coalitie en oppositie. Ja, dat is jammer en het is jammer dat we dat ook niet de afgelopen jaren hebben kunnen verbeteren. Eigenlijk hebben we toen in 2016 op basis van de bestuurskracht, zijn we die ambtelijke visie opgestart, maar het echte probleem wat in 2016 is geconstateerd, wordt nu wederom geconstateerd, namelijk de persoonlijke verhoudingen en professionele verhoudingen zou ik benoemen, binnen deze gemeenteraad. Voorzitter, die constatering stemt mij toch wel bedroefd. Ik vind het jammer dat we dat niet hebben kunnen verbeteren en ik hoop dat een volgende raad daar beter in zal slagen en in dat kader werd ook het onderzoek, maar ook eerder door sprekers aangehaald van ja, maar de laatste paar maanden nemen we gelukkig de besluiten. Dan heb je volgens mij een verkeerde opvatting van wat bestuurskracht is, want besluiten willen nemen met zo’n krappe meerderheid op basis van alleen de steun van de coalitie zonder de oppositie daar op een reële manier in mee te nemen, is volgens mij … Zorgt op de korte termijn dat je de besluiten neemt die je moet nemen, maar op de lange termijn zorgt dat er niet voor dat dat vertrouwen en die goede relatie terugkomt.

Het zorgt er namelijk voor, en ik hoop daarop, dat na de verkiezingen een andere meerderheid in de raad zich vormt die weer heel andere besluiten gaat nemen. En onder de streep, en dat is ook een constatering die uit eerdere onderzoeken komt, kom je zo geen steek verder. Een voorbeeld van zo’n onderzoek, is het onderzoek naar het midden boulevard project, van jaren geleden inmiddels, 2010. Waarom is dat project nou zo mislukt en daar werk ook beschreven dat elke wethouder, elk nieuw college, elke nieuwe coalitie ging weer zijn eigen kant op. Nou, het resultaat als ik vier jaar lang naar links hol en mijn opvolger die holt vier jaar lang naar rechts, dan staan we weer precies waar we vier jaar geleden stonden, dat was in 2010 een constatering over het midden boulevard project en volgens mij is dat nog steeds een constatering over deze gemeenteraad. Voorzitter, dan over het onderzoek zelf heb ik nog een aantal vragen die ik graag aan de onderzoekers zou willen stellen en daarvoor ga ik het stuk gewoon even door. Excuus, voorzitter, ik moet even bladeren. De voorzitter: Gaat uw gang, we liggen volgens mij op schema. De heer Hendriks: Top, dank u wel. Ja, ik zie op pagina 12 van het onderzoek, er wordt beschreven dat de toegenomen capaciteit de gemeente Zandvoort in staat stelt om een project als de Formule 1 neer te zetten.

Ja, dat is volgens mij exact zo’n voorbeeld van een project waar we ook met die ambtelijke samenwerking met Haarlem flink hebben moeten inhuren flink en flink wat extra capaciteit hebben moeten inzetten. Dus zelfstandig hadden we diezelfde capaciteit en zelfs dezelfde mensen misschien kunnen inhuren. Dus dat is,

wat dat betreft een slecht voorbeeld, ook al ben ik het met de algemene constatering dat we minder eenpitters hebben en dat de organisatie stabieler is geworden, wel eens. Ja, het concurreren op de arbeidsmarkt, daar vraag ik me van af waar die opmerking van de onderzoekers op is gebaseerd. Zou je als zelfstandige organisatie wel aantrekkelijk genoeg zijn voor werknemers? Mijn vraag aan de onderzoekers is waar dat op gebaseerd is, omdat in mijn persoonlijke ervaring zijn er juist ook heel veel mensen die het leuk vinden om voor een kleine gemeente te werken waar je takenpakket breder is, doorgroeimogelijkheden sneller. Ik draai zelf lang genoeg in gemeentes mee om uit eigen ervaring te kunnen zeggen dat ik liever voor wat kleinere gemeentes werk dan voor grotere gemeentes. Dan werd ik getriggerd op pagina 13, de heer El Gebaly citeerde het stukje net, maar een zin verder staat, ik citeer, de discussie van inzet van de organisatie en bijbehorende kosten steekt ondanks de geschillencommissie nog steeds de kop op en die constatering die verbaasde mij. Kunnen de onderzoekers die iets verder uitleggen, want ik was in de veronderstelling dat met die geschillencommissie eigenlijk die geschillen de wereld uit waren. Ik heb in elk geval van het college niet andere informatie gehad dan dat het daarmee afgerond was, dus ik hoor graag welke geschillen daar nog spelen.

Ofwel van de onderzoekers, ofwel van het college. En dan gaat het al vrij snel … Oh nee, ja, er wordt ook beschreven dat de ambtelijke fusie 10,3 miljoen euro kost, op grond van de huidige begroting, de begroting 2021. Verderop staat er dat als wij zelfstandig een organisatie zouden opzetten, pagina 21, zou die loonsom acht en een half miljoen zijn. Kan ik die acht en een half miljoen en die 10,3 miljoen met elkaar vergelijken? Mijn laatste vraag, daar heb ik ook de behoefte aan wat meer informatie en dat gaat over als we dan zouden gaan ontvlechten, wordt er vergeleken met een aantal andere gemeentes en wordt er gezegd, dat zou voor Zandvoort ongeveer acht en een half tot ik geloof iets meer dan tien miljoen euro incidenteel kosten en daar wordt een aantal vergelijkingen genoemd met andere gemeentes waarbij het een totaal, dus niet alleen voor een van de twee gemeentes, maar voor het totaal van Ysselsteyn en Montfoort iets meer dan een miljoen kosten. Dat is nogal een verschil. Dus ik heb dat toch behoefte aan iets meer uitleg waar dat grote verschil vandaan komt. Waarom kost het Ysselsteyn en Montfoort samen maar iets meer dan een miljoen en Zandvoort minimaal acht en een half miljoen. Komt dat alleen maar door het uitgangspunt van als Zandvoort er eenzijdig uitstapt? Dat is eigenlijk in het kort mijn vraag, maar wellicht kunnen de onderzoekers daar iets verder op ingaan.

Daar wou ik het in eerste termijn bij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank u, mijnheer Hendriks. D66, de heer Van Marle, gaat uw gang. O, ik zie hier iemand die een vraag heeft aan de heer Hendriks. Gaat uw gang, mijnheer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. Ja, ik dacht, ik laat de heer Hendriks even uitspreken, maar hij heeft me toch even getriggerd aan het begin van zijn betoog dan kom ik toch even terug op de bestuurscultuur. Ik heb me eigenlijk voorgenomen om er niks over te zeggen, maar aangezien het toch ook de heer Hendriks zijn laatste vergadering is. Ik heb toch op persoonlijk vlak altijd wel geprobeerd heb om met hem te levelen, is het helaas niet altijd gelukt. Dat is ook altijd een beetje iets tussen personen geweest, maar ik wil toch die opmerking niet in de ruimte laten staan en in die vrijheid, ik weet, mijnheer Mettens, u vindt, het CDA moet daar toch eigenlijk een beetje bescheiden zijn, maar ik wil mijn punt toch even maken graag. Want ik wil toch over hoe we met elkaar omgaan het volgende zeggen, over minderheden en meerderheden. Ik zeg het een keer, en daarna niet meer, als u me toestaat. Want, en dat is even mijn persoonlijke mening, ik spreek niet voor de heer Mettens, maar mijn persoonlijke mening, ik heb me in de afgelopen jaren gegijzeld gevoeld door OPZ en de VVD om mijnheer Hendriks.

Dan kan ik u toelichten waarom, als u het heeft over minderheden en meerderheden, dan kan ik vier voorbeelden noemen, van 24 september 2019 over het selectiekader bestemmingsplan waarin u het CDA niet heeft kunnen vinden en naar de PVV bent gegaan. Hetzelfde is gebeurd 30 oktober 2019 waar u met een meerderheid binnen de PVV heeft gezocht om tegen de wens van het CDA in de coalitie een amendement tegen de sociale basis weg te stemmen. Zo kan ik nog een paar

voorbeelden noemen. Telkens wanneer wij, we hadden weliswaar geen coalitie, maar we hadden wel een samenwerking, we hebben de wethouders geleverd en ik heb naar mijn gevoel telkens wanneer u vooral zag dat het met mij niet ging lukken of met het CDA niet ging lukken, heeft u de meerderheid met de PVV gezocht en dan vraag ik mij, wat zijn uw woorden over minderheden, het respect voor minderheden, zelfs als ze met elkaar in een informele coalitie zitten, dan waard? Ik wilde toch een keer de ruimte hebben genomen om dat even gezegd te hebben. Nogmaals, we moeten niet te veel in het verleden kijken, maar ik wil toch wel dat u daar even op reflecteert hoe u dat dan ziet hoe wij in die informele coalitie met elkaar dan hebben gewerkt, waar ik me dus als kleinste partner binnen die coalitie gegijzeld heb gevoeld. De voorzitter: De heer Stephan. Mijnheer Hendriks, wilt u hierop reageren? Een reflectie geven op de opmerkingen van de heer Stephan. De heer Hendriks: Ja, ik zou dat graag willen, maar ik ben bang dat ik zijn vraag niet helemaal begrijp en dan antwoord ga geven op een vraag die hij niet gesteld heeft. Want de voorbeelden die hij noemde, komen mij zo niet bekend voor.

Maar ik snap niet, wat bedoelt de heer Stephan met dat hij zich gegijzeld voelt op het moment dat een partij met een andere partij een meerderheid vormt? Wat is daar het gegijzelde? De heer Stephan: Ik heb het, heel kort, dan wordt het niet te veel … Ik wil best heel graag met u hierna nog dit goed afsluiten met elkaar. Deze raadsperiode, maar waar het mij om gaat, en dat mag u best weten, dat heeft mij echt dwars gezeten, is dat wij vooral in 2019-2020, toen wij nog met elkaar die informele coalitie zaten, telkens wanneer wij als CDA een punt toch wel wilde maken, u als kleinste in die groep, u de toevlucht hebt gezocht naar de PVV. Dan vraag ik me af, u zegt, minderheden worden aan de kant gezet. Dat heb ik dus gevoeld in 2019, 2018-2019 en een stukje 2020. Daarom zeg ik, u moet goed kijken van wat u zegt als u zegt, de minderheden worden hier, zijn hier in de Zandvoortse raad niets waard zijn dat is ook de reden dat u collega mevrouw Keur het zo heeft opgezegd, terwijl ik denk, heeft u wel eens nagedacht over hoe uw opstelling met de Ouderenpartij en de PVV met mij heeft gedaan in 2018-2019-2020? Maar nogmaals, ik zeg het eenmalig, maar ik wil het toch een keer ook hebben vastgelegd dat ik … Ik ben eigenlijk te lief geweest in de afgelopen periode, dat ik hier niet vaker een punt van heb gemaakt.

Maar ik wil het toch even gemaakt hebben, zo kort voor het einde van deze raadsperiode. Maar we gaan het graag een keer met een kop koffie afsluiten. De heer Hendriks: Ik denk inderdaad dat we dit, als ik nog even mag reageren, voorzitter. De voorzitter: Ja, gaat uw gang even. De heer Hendriks: Ik denk dat we dit gesprek inderdaad een keer, ik hoop dat we vrijdag goed nieuws krijgen dat de lockdown misschien een keer beëindigd gaat worden, maar ik denk dat we dit gesprek daarna een keer fysiek met elkaar moeten voeren. Meer voor de persoonlijke relatie dan politiek maar want inderdaad, het is mijn een na laatste vergadering nu. Maar, voorzitter, ik denk wel, dat zou ik de heer Stephan toch willen meegeven, dat juist ook het voorstellen en moties indienen met een oppositiepartij, zoals de PVV toen was, juist goed is voor de samenwerking. Dat we niet die ijzeren muur tussen coalitie en oppositie hebben, maar juist ook, als coalitiepartij, omdat we dat toch een beetje waren, wij als VVD en CDA destijds, dat we ook, maar ook met OPZ, maar dat we dan ook samenwerking kunnen zoeken met een oppositiepartij zoals de PVV toen was. Ik kijk daar dus juist eigenlijk wat dat betreft positiever op terug dan de heer Stephan blijkbaar.

De voorzitter: Dank u wel. Hier moet zeker ruimte voor zijn, wat ook één van de opmerkingen is uit dit onderzoek. Ik zie een handje van de heer El Gebaly. U wil hierop reageren? Dan krijgt u nu ook de kans en de tijd. De heer El Gebaly: Ja, voorzitter, dank u wel, op beide heren eigenlijk. Twee dingen, aan de ene kant mooi dat er ruimte is in deze vergadering dat we op deze manier met elkaar omgaan en we op deze manier met elkaar praten. Dat vind ik fijn. Dat is een mooie constatering en zeker in het licht van het rapport. Aan de andere kant zie ik hier ook duidelijk waar het probleem in zit, want volgens mij hebben beide heren het over de tijd dat er nog een raadsprogramma was en dingen als een informele coalitie terwijl je een raadsprogramma hebt op dat moment hebt, is natuurlijk ook niet een omgang richting de rest van de raad. Dus ik denk dat het een heel mooie les is dat we uit dit gesprek tussen de beide heren net kunnen trekken dat wanneer je met elkaar communiceert en ook communiceert naar de rest van de raad, er gewoon geen ruis ontstaat. Ik denk dat dat een heel mooie les is die we eigenlijk aan onze collega’s in de nieuwe raad moeten meegeven. Dus wees open, wees eerlijk en communiceer alstublieft met elkaar. Ik denk dat dat heel erg waardevol kan zijn in de onderlinge verhoudingen.

De voorzitter: Ja, het past in uw pleidooi wat u eerder in uw bijdrage gegeven heeft en daar zou ik het dan ook mee willen afsluiten. Volgens mij is dit een heel zinvol gesprek geweest. Dan ga ik voor de reactie naar D66 op dit rapport en de aanbevelingen die gedaan zijn. De heer Van Marle, gaat uw gang. De heer Van Marle: Dank u wel, mijnheer Mettens. Nou, ik zal proberen de fijne sfeer te behouden. Terug naar het stuk. Het is echt een goed en gedegen stuk. Er is echt goed en grondig aan gewerkt en keurig volgens opdracht uitgevoerd. Juiste toon, juiste toonzetting en een verduidelijking in een samenvatting voor publiek. Ik heb dat ook nog nooit gezien, dus ik vind dat echt wel een groot compliment voor de aanpak van de medewerkers van Berenschot en uiteraard ook complimenten voor alle betrokkenen voor de inhoud. De conclusies en aanbevelingen zijn ook helder en duidelijk. Het gaat beter, het moest ook beter. Het is prettig om te lezen dat we kennelijk de goede weg zijn ingeslagen vijf jaar geleden en hoewel de overheid, wat voor overheid dan ook, voortdurend kritiek krijgt, waar dan ook, het is ook vaak terecht. Dit is ook wel een rapport waar je een compliment voor de ambtelijke organisatie mee kan geven. Dat het beter kan, dat is echt duidelijk en dat was twee jaar geleden ook met die tussenevaluatie zo. Je bent altijd zo goed als je laatste wedstrijd.

En het moet ook steeds beter en daar ben ik ook voor dat je jezelf blijft meten. Je moet jezelf blijven auditen en meneer El Gebaly en meneer Stephan zeiden daar ook al wat over. Het is een continu proces. Elke keer, elke invoering van een wet, elke verandering van regels, elke vorm van bestuur die weer gevolgen heeft, elke verandering is een dynamiek die de ambtelijke organisatie moet verwerken naar de samenleving toe. En dat is voor het werk van de ambtenaar ontzettend leuk. Daar heeft hij voor gekozen. En zeer uitdagend. Maar het is niet altijd makkelijk en daarom gaan er ook vaak dingen mis. Maar daar moet je wel weer aan werken. Ook al gaat er wat mis, ook al is het een incident, kijk wat je dan kan verbeteren. En dat is de taak die er ligt voor het bestuur en vooral het topmanagement. Om deze ambtelijke fusie verder door te zetten naar krachtige verbeteringen. Een juiste weg met een juist vervolg. Juist onze doelen van Gemeente Zandvoort moeten daarin gerealiseerd komen worden en dat kan alleen maar door een sterk bestuur. Ik heb tot zover eigenlijk maar een vraag. En dat is eigenlijk wat de wethouder of het college vindt op de overzichten van de vier scenario's die beschreven zijn.

Heeft het college daarin voorkeuren? Ziet men nadelen? Herkent zich in exact in wat daar geschreven is? Kunnen ze daar al een tipje van de sluier geven wat voor hun belangrijk is? Tot zover voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel. Heel duidelijke en kernachtige vragen. Dank daarvoor. Dan komen we tot slot bij OPZ. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Keur: Ja dat is weer aan mij voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Keur. Mevrouw Keur: Ja dank u wel. We hebben kennis genomen van het rapport en de daarin vermelde conclusies. En onderschrijven het voorstel van het college om de aanbevelingen over de bestuurskracht van Zandvoort en de toekomstige organisatievorm te betrekken bij de vorming van het nieuwe coalitie- en het college naar de aanstaande gemeenteverkiezingen. En bij de evaluatie van de samenwerking Haarlem-Zandvoort die worden uitgevoerd in 2022. Voorzitter, OPZ kan zich vinden en dat er vooruitgang is geboekt maar ook dat er nog veel dat we nog veel met elkaar kunnen bereiken. En wij als OPZ voortzetting van de huidige ambtelijke fusie met Haarlem op basis van dit rapport nog steeds niet zien als doel op zich. Als OPZ blijven wij van mening dat als de directieaansturing vanuit Zandvoort aantoonbaar meer waarde heeft waar Zandvoort uniek in is zal op dit beleidsterrein een ontvlechting moeten plaatsvinden. Zandvoort verdient een ambtelijke organisatie die aan hand meedenkt en vragen, problemen van inwoners en ondernemers snel en adequaat oplost.

Een ander speerpunt is dat bestuur, raad en college van B&W die na de verkiezingen worden benoemd hard hun best moeten gaan doen om het vertrouwen van inwoners, ondernemers en belanghebbenden in de politiek van Zandvoort en Bentveld terug te winnen of te krijgen. Dat zullen we dan ook met zijn allen moeten doen. En OPZ zal in ieder geval niemand hierbij uitsluiten. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Keur. Dan hebben we alle partijen gehad. En ja ik geef het woord aan in eerste instantie aan de wethouder. En waar vragen niet beantwoord kunnen worden in elk geval rechtstreeks gevraagd is naar de onderzoekers dan zullen die daarna aan het woord komen. Mevrouw Verheij gaat uw gang. Mevrouw Verheij: Ja dank u wel voorzitter. En ook nogmaals woorden van dank namens het college richting de onderzoekers van Berenschot want die hebben zeer zeker een heel gedegen rapport opgeleverd. Maar ook dank aan de raadsleden die deel hebben genomen aan de raadsbegeleidingscommissie. Dat was een groep bestaande uit zowel coalitieleden als oppositieleden waarin we terdege goed hebben kunnen samenwerken, de onderzoeken hebben getoetst. Ook hebben kunnen toetsen of die beantwoord zijn. En dat is een heel goed proces geweest. En dat heeft tijd en energie gekost. En ik wilde daarvoor nogmaals mijn dank uitspreken aan eenieder die daaraan bij heeft gedragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11032594/1