Transcript raadscommissie - 11 oktober 2022
Tekst van het document
In ons verkiezingsprogramma zat een burgerberaad, dit zou bij uitstek volgens mij een mooi project zijn om zoiets te testen. Gewoon om te zorgen dat inderdaad verschillende mensen, van verschillende wijken betrokken worden. We zien wel graag ook dat het echt een mix van live is en ook misschien digitaal, omdat dat vorige keer gewoon heel goed werkte. We noemde in de eerste termijn ook al de Omgevingsvisie als voorbeeld, daar is gewoon heel goed participatie geweest. Ik heb een aantal dingen gehoord waar ik, ik vind dat heel fijn, dat onderschrijven van wat de inspreker zei, maar ook dat participatie belangrijk is. Waar wij nog wat meer zorg bij hebben is dat de eigenlijke participatie is belangrijk, maar dat er in zo’n nota wel staat: inspraak aan het einde. Of dat het toch naar ons idee wel echt te weinig is ten opzichte van wat we willen. En daar hebben we gewoon een zorg over. Ik heb wel echt goede dingen gehoord, als interactieve interviews, dus er zijn wel ideeën, maar we willen wel nog meegeven, dat hoe het er nu staat is echt onvoldoende. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Vries. Dan ga ik naar de VVD, mevrouw Nederlof Mevrouw Nederlof: We hebben geen aanvulling. De voorzitter: Het CDA? Ook geen aanvullingen. Dan gaan we naar de overkant, de Ouderenpartij, mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-Van Kerkwijk: Dank u, voorzitter.
Volgens mij is er voldoende gezegd, ik wou zo eigenlijk willen zeggen: veel succes en neem ook de raad mee als een van de stakeholders. Zeker voor de diepteinterviews. Dank u wel. De voorzitter: De PVV, mijnheer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Ja, voorzitter dank u wel. Onze dank aan de portefeuillehouder voor de toelichting en beantwoording van de vragen. Onze inschatting is dat er nogal wat werk aan de winkel is voordat er een tienjarenvisie en een actieagenda op tafel ligt die in brede kring wordt gedragen. Maar we wensen hem veel succes en sterkte.
De voorzitter: Dan gaan we naar, ZEE heeft een u interruptie, of wilt u het woord? U krijgt dan sowieso het woord. Alstublieft. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. We zullen sowieso nog willen meegeven dat we zelf ooit hebben vastgesteld dat we willen dat inwoners een coproductie kunnen doen. Ik denk dat dit een vorm van coproductie is. Ik sluit me wat dat betreft ook heel erg aan op het voorstel van Lisa de Vries van de PvdA, om inderdaad te gaan testen met zo’n burgerraad of burgerberaad, zoals zij dat noemen. Het voordeel daaraan is ook dat in andere gemeentes zijn er al functionerende burgerberaden, dus het is ook een simpele copy-paste om voor het eerst even te kijken hoe zit dat. Verder, in het kader van de toegankelijkheid voor mensen met minder digivaardigheden en de bekendheid van verschillende participatiemogelijkheden zouden we de wethouder willen vragen of de inwonerspeiling, naast digitaal ook op papier kan worden aangeboden aan inwoners. Indien dit niet al het geval was. Ook willen we vragen om een losse uitnodiging te versturen aan inwoners voor bijvoorbeeld thema-avonden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gerrits. Dan ga ik naar D66, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Voorzitter, dank u wel. Ik had op zichzelf nog wel een vraag, wat betekent die klankbordgroep.
Er wordt natuurlijk aangegeven, een keer per maand bij mekaar, kan tussendoor input geven op de eerste concepten. De visie moet uiteindelijk een gedragen plan worden van zowel gemeente, ondernemers, natuurorganisaties, maar ook herkenbaar zijn voor eigen inwoners. Dat is natuurlijk een fantastisch streven, maar wat gebeurt er nou op het moment dat het ene belang hoger wendt dan het andere belang. Wie neemt uiteindelijk de beslissing? Bent u dat? Is dat de raad dan? Ik ben even gewoon benieuwd wat voor college u gaat, of welke positie u gaat innemen in dat soort gevallen. En daarnaast, die diepteinterviews, ik heb natuurlijk wat gehoord over burgerraad, participatie. Maar dit stuk geeft eigenlijk gewoon nog te weinig weer over wat u uiteindelijk gaat doen om dat voor mekaar te krijgen. Diepte-interviews, is natuurlijk hartstikke leuk, ik hoor natuurlijk al zeggen: één inwoner, wie, is dat alleen voor zichzelf of voor inderdaad een grotere groep mensen. Is altijd de afweging die je moet maken. Maar het zijn nogal wat tegenstrijdigheden die hier mee gaan spelen, evenement enerzijds, bewoners in het centrum anderzijds. We merken het ook met de Formule 1, voor de aanhangers ontzettend fijn, maar er lag op een gegeven moment steeds meer bier op de straat dan dat het in de kelen vloeide. Maar niet iedereen was er natuurlijk ook blij mee.
En dat is natuurlijk ook de afweging die je moet maken. Gaan we voor de grote evenementen en het economisch belang of gaan we nou voor de inwoners? Dat wil ik gewoon even weten hoe u er als wethouder naar kijkt. Zou u daar wat meer inzage in kunnen geven? Welke afwegingen u daarin maakt. Misschien wat voorbarig, maar ik ben toch wel benieuwd. De voorzitter: Vragen kan altijd. GroenLinks, de heer Keuning. De heer Keuning: Dank voorzitter, het kan zijn dat ik het gemist heb, maar ik mis nog een antwoord op de vraag over de status van dat jaarrond watersportcentrum. En het college mag er ook technisch, of via schrift op terugkomen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik tot slot naar Jong Zandvoort, de heer Driehuizen. De heer Driehuizen: Bedankt voor het woord, voorzitter. Wij beamen in ieder geval de woorden van de wethouder dat de klankbordgroep niet te groot moet worden. Dat verstoort het proces, dus daar zijn we het ook volledig mee eens. In ieder geval ook goed om te horen dat het gesprek met Zandvoort Marketing gevoerd gaat worden aanstaande vrijdag. Ik denk dat het buiten dit onderwerp ook een heel belangrijk
onderwerp de aankomende periode gaat worden. Nog twee dingen waar ik even op terug wil komen, het EK’s of WK’s, ben ik helemaal met u eens, dat zou een heel mooi iets in Zandvoort in de toekomst kunnen worden, maar dan kunnen we ook alvast nadenken, wat zou dan die ruimte voor die faciliteiten moeten zijn in die visie of in een ander document. Want dat beamen wij ook. En ook over het stukje over de evenementen, de VVD gaf het terecht aan, die stamt uit 2006. Ik denk dat het ook een heel belangrijk onderdeel in deze visie moet gaan worden. Dus dat willen we nog eventjes benadrukken. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Dan is tot slot van deze beraadslagingen het woord aan de wethouder, de heer Carree. Wethouder Carree: Ja, dank u wel. Ik ga proberen een aantal vragen te combineren in mijn antwoorden. Omtrent de participatie van de vragenlijst, daar zitten wij ook aan te denken om bijvoorbeeld, digipanel heet het volgens mij, daarvoor in te zetten. Daarnaast, want het is allemaal ernaast, de thema-avonden en ZEE vroeg nog om te kijken of de vragenlijsten misschien ook op een fysieke manier ingevuld kunnen worden. Die neem ik mee in de uitwerking om te kijken hoe we daar een invulling aan kunnen geven. Maar zeker, de nietdigitale inwoner moeten we niet vergeten. Zeker.
OPZ, de raad in de diepte-interviews, zeker, dank voor de aanvulling, het is een goede, dus die gaan we zeker meenemen. Ik kan in de snelheid mijn eigen handschrift niet meer lezen, mijn excuus, komt uit de zorg, dan heb je een doktershandschrift zeggen ze weleens. Maar de PvdA had nog een vraag gesteld over, ik heb opgeschreven: jullie hadden een zorg, nadrukkelijk tussentijds evalueren slash voortgang heb ik opgeschreven. De voorzitter: Misschien kan mevrouw De Vries deze vraag nog een keer verhelderen? Mevrouw De Vries: Ja, dank u wel voorzitter. Het waren twee punten die voor ons belangrijk zijn. Dus wordt het burgerberaad of iets in die trant meegenomen in de afwegingen, dus daar graag een toezegging op. En de zorg zat ‘m meer in van hoe concreet is er voldoende participatie aan het einde van dit traject. Maar daar heeft u ook wel uitgebreid op toegelicht. Maar dat gaan wij gewoon monitoren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Vries. Het woord is weer aan de portefeuillehouder, de heer Carree. Wethouder Carree: Dank u. D66, mijnheer Hermsen, wat doen we als de belanghebbenden in de klankbordgroep, dat er tegenstrijdige belangen zijn en er niet uitkomen. Boven de klankbordgroep zit een stuurgroep, zoals u heeft kunnen lezen, daar zit ik als portefeuillehouder in. Daar zullen in eerste instantie die knelpunten komen.
Binnen het mandaat, en ik zie even het coalitieprogramma ook als het mandaat, voel ik de vrijheid om daar keuzes in te maken. Als het echt keuzes zijn waar we dus als raad niks van gevonden hebben, dan kom ik dus vanzelf wel terug naar de raad met keuzes die gemaakt moeten worden. En ik heb nog even te weinig feeling op dit moment om te kijken waar neem ik de ruimte als portefeuillehouder en waar ga ik naar de raad. Maar ik hoop dat u het vertrouwen heeft op het moment dat het echt over wezenlijke aspecten gaat, dat u als raad mag verwachten dat ik met die vraagstelling bij terugkom. GroenLinks had die jaarrond watersportcentrum, ja, jullie zijn geïnformeerd als raad dat we de prijsvraag hebben opgeschort tot 1 december. Intern wordt er nu gekeken, van sluit de criteria van eigenlijk de prijsvraag aan bij wat we in het coalitieprogramma opgeschreven hebben en dat loopt. Toevallig heb ik daar gisteren nog intern over gesproken, maar even, de prijsvraag is tot 1 december opgeschort en ik kom vanzelf bij u als raad terug daarbij. En Jong Zandvoort gaf aan, evenementen, dat het belangrijk is dat die in die visie moeten terugkomen. Ja, die komt in die visie terug. Het evenement en de visie op evenementen komt in de Toeristische Visie terug, maar ook het evenementenbeleid wordt dus in 2023 opgepakt. Het ene, ik zie de Toeristische Visie als de
paraplu waar een aantal documenten onder vallen en waaronder het evenementenbeleid onder die paraplu van die Toeristische Visie komt te vallen. De voorzitter: Dan dank ik portefeuillehouder voor de inbreng. Ik zie nog een vraag van partij ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel voorzitter. Misschien een klein detail, maar de vraag aan de wethouder of er ook een losse uitnodiging kon worden verstuurd voor thema-avonden is nog niet beantwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dan kijk ik de wethouder aan, bij mijn weten is die vraag al wel langsgekomen. Maar misschien kan de wethouder dat antwoord nog een keer herhalen. De heer Carree. Wethouder Carree: Ik heb geantwoord op de losse vragenlijst, maar niet op de losse uitnodiging, dat klopt. Ik ga het niet toezeggen, maar ik ga wel even kijken hoe we de individuele burger, want daar gaat het om, de inwoner kunnen informeren over de participatie en de thema-avonden en dat soort zaken. Of dat dan een losse uitnodiging zal zijn, dat is een uitwerking daarvan. Maar volgens mij is de vraag helder: zorg dat de individuele inwoner bereikt wordt over de mogelijkheden die er zijn. De voorzitter: Dan kijk ik de commissie rond of dit stuk zo voldoende is besproken. Er zijn een aantal vragen geweest van uw kant, ze zijn beantwoord door de wethouder. En zo te zien is die voldoende besproken. BESTUUR EN MIDDELEN 6.
Implementatie Wet open overheid (Woo) De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende agendapunt waarbij ik portefeuillehouder Bluijs vraag om naast mij zitting te nemen en dan zal ik u inleiden in het stuk. Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden als opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur. De in de Wet openbaarheid van bestuur genoemde inspanningsverplichting voor actieve openbaarmaking van overheidsinformatie blijft, maar in de Wet open overheid is deze inspanningsverplichting deels een expliciete verplichting geworden doordat de documenten uit elf informatiecategorieën binnen veertien dagen na vaststelling actief openbaar moeten worden gemaakt. Een Wet open overheid-verzoek, voorheen de Wet openbaar bestuur moet nog steeds binnen vier weken worden afgehandeld, maar de mogelijkheid voor die termijn is van vier weken teruggebracht naar twee weken. Het coalitieprogramma geeft aan dat een transparante overheid belangrijk is. Dit uitgangspunt sluit mooi aan bij de Wet open overheid.
De ambitie is echter hoger dan de Wet open overheid expliciet voorschrijft en daarom is een impactanalyse uitgevoerd om inzichtelijk te maken wat er dient te gebeuren om alle informatie in het kader van de Wet open overheid binnen de geldende termijnen actief openbaar te maken en ervoor te zorgen dat het aantal Woo-verzoeken vanaf nu afneemt en de resterende Woo-verzoeken in tijd worden afgehandeld. De belangrijkste conclusie van de impactanalyse, geheten: Open tenzij, is dat de informatiehuishouding op dit moment onvoldoende op orde is om dit hoge ambitieniveau waar te maken. Er is structureel meer gespecialiseerde capaciteit nodig voor het onderhouden van een goede informatie-infrastructuur. Het adviseren van de organisatie, het herijken van het beleid en de toezicht houden op de toegankelijkheid van de informatie. En er moet meer en beter worden geautomatiseerd. De verwachting is dat deze hogere ambitie budgetneutraal, dus binnen de begroting, kan worden gerealiseerd. Het hoge ambitieniveau en de strategie om daartoe te komen wordt ter besluitvorming aan u, raad, voorgelegd. In eerste termijn geef ik graag het woord aan de Partij van de Arbeid, mevrouw Koper.
Mevrouw Koper: Dank u wel voorzitter. Ja, wat kunnen we doen om het proces van de Woo, zoals het nu heet, we waren gewend aan die Wob natuurlijk, te verbeteren. Even een procedurevraag vooraf, we hebben het hier over de impactstudie die er is, maar er staat bij de nog te agenderen stukken ook nog een brief van de Rekenkamer over hoe het nu functioneert. Die is hier niet bij betrokken. Is dat niet handig, want daarin staat eigenlijk hoe het nu nog niet goed geregeld is. Maar dat is ter informatie, wellicht, dat iedereen daar, ik weet niet of jullie dat er bij betrokkenen hebben. Nee? Ook niet. Dan ga ik gewoon verder met mijn verhaal, is misschien handig als we hem er nog even bij betrekken. Daar staat dus onder meer in dat toch nog wel aardig wat moeten verbeteren. En dat staat ook in dit stuk: hoe kunnen we, wat moeten we verbeteren om actief zoveel mogelijk informatie openbaar te maken, uit eigen beweging. Partij van de Arbeid staat natuurlijk volledig achter deze intenties en ook met het voorstel om dus te kiezen voor dat plusmodel, Open tenzij. Dat is het eerste besluitpunt. Maar er staat wel iets in het rapport waar we een toelichting op nodig hebben.
En dan gaat het om de tekst bladzijde 5: bovendien maakt de gemeente uit eigen beweging zoveel mogelijk informatie over het beleid openbaar, mits hiermee een redelijk belang wordt gediend en dit zonder onevenredige inspanningen of kosten mogelijk is, artikel 3.1. Dat redelijk belang, dat vind ik dan een lastige. Want, hoe definiëren wij dan dat redelijk belang? Wellicht kan de portefeuillehouder dat verduidelijken. Dan moet de organisatie die informatie anders gaan archiveren, app’jes en de sms’jes, tegen geheugenverlies. Dat is natuurlijk prima, meer en vooral eigentijdse automatisering en we zijn erg gecharmeerd van met name die geavanceerde zoekmachine die er moet komen. Dat lijkt ons uitstekend, dat is voor iedere gebruiker van de informatie, ook voor de organisatie zelf, maar ik stel me ook zo voor ons, raadsleden, ook een plus als dat goed werkt. En die zoekmachine was begroot, dat is op zich prima. Dat betekent ook dat er goed is geanticipeerd en het beeld geeft dat de intentie ook zo gevoeld wordt. Maar het venijn zit voor ons in de staart en dat is bij de financiële risico’s. Er staat dat het lastig te voorspellen is welke investeringen de komende jaren nodig zijn. En dan wordt PvdA onrustig, want dan komt er een open einde om de hoek en de overheid en digitalisering is vaak een ongelukkige combinatie.
We krijgen dan visioenen van lange trajecten en enorme overschrijdingen en dus heb ik de volgende vragen aan het college. Hoe gaan we dat voorkomen? Of, liever gezegd, u bent van de uitvoering, hoe voorkomt u dit? En hoe wordt de raad periodiek geïnformeerd, zodat de raad hierover niet verrast wordt? En dan staat er dat er ook een coördinator moet komen, lijkt me een goed plan, maar die is er nog niet. Wat is daar de stand van zaken van? Dat was het voor de eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. De Wet open overheid, waarbij het uitgangspunt is, openbaar tenzij, daar zijn wij in ieder geval van gecharmeerd. Maar de implementatie van deze nieuwe wijze om met informatiebronnen om te gaan vraagt wel om twee belangrijke stappen. Enerzijds hetgeen aan formatie wat we nu al hebben, dat dat geschikt gemaakt wordt voor de Wet open overheid, maar anderzijds hoe de huidige organisatie op een juiste wijze de informatie verwerkt, zodat die ook geschikt is voor die nieuwe systemen. En we zijn voornamelijk benieuwd, want dat hebben we een beetje gemist in de stukken, hoe de organisatie opgeleid gaat worden om goed met die informatiebronnen om te gaan.
Tevens waren wij ook nog benieuwd, hoe er omgegaan kan worden met het risico dat kennis ingekocht moet worden, zeker gezien de krappe arbeidsmarkt en het feit dat technisch personeel of ICT-mensen lastig te verkrijgen zijn, hoe we daarmee omgaan. En niet dat we straks een systeem hebben waar niemand weet van hoe dat werkt en waar we straks als inwoner die informatie nodig heeft, het antwoord krijgen: system says no. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Drommel. Dan ga ik naar GroenLinks, de heer Keuning.
De heer Keuning: Dank voor het woord. Open kaart spelen is heel erg belangrijk als gemeente en ik heb geen vragen voor de rest. Dank u wel. De voorzitter: Kort maar krachtig. OPZ, mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-Van Kerkwijk: Dank u wel voorzitter. Wet open overheid, het is de verplichting vanaf 1 mei, dus we ontkomen er niet aan. Het is alleen de manier wat we hier gaan bepalen, hoever strijkt het. We kiezen voor de plusversie, dat is mooi. Dat vereist veel, het staat ook in het stuk dat het veel vereist van de systemen bedrijfsvoering. Maar de Wet open overheid is vooral geen systeem. Het gaat met name om de mensen en daar zit ook de crux van het hele verhaal, het gaat om het vindbaar zijn van informatie, het gaat om het toegankelijk maken van de informatie maar het gaat ook om het bewustzijn dat je bezig bent met informatie en hoe gaan we dat ontsluiten. Wat dat betreft is het stuk, qua techniek is het goed ingestoken, alleen is het in sommige gevallen in de optiek van OPZ iets te technisch ingestoken en zou er meer aandacht moeten zijn, voornamelijk de bewustwording bij de medewerkers van wat het betekent om dit te gaan realiseren. Daarnaast nog twee opmerkingen, PvdA haalde het ook al aan, de financiën. U geeft aan wat het budget is. Wat betreft OPZ is dit budget het budget. Met andere woorden, dit is het kader waar u het mee zal moeten doen.
En tot slot, de Wet vereist ook open overheid, dat u een openbaarheidsparagraaf toevoegt aan alle stukken, zowel in de begroting als in de jaarrekening. Dus graag daar nog even aandacht voor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Hermsen. De heer Hermsen: Ja, even ter verduidelijking vanuit D66 naar OPZ, u gaat er dus mee akkoord met de staat die er staat op bladzijde 13, dus uiteindelijk 76.000 voor de gemeente Zandvoort. Is dat correct, is dat geld wat geld is? Of verwijst u naar het raadsstuk? Gewoon even benieuwd naar. De voorzitter: Het woord is aan mevrouw Göransson. ‘…’ (Buiten microfoon) De heer Hermsen: … van de bijlage. Er zit een staat bij, een financiële staat. Mevrouw Göransson-Van Kerkwijk: Er wordt gevraagd, een totaalproject, wordt in ieder geval gevraagd voor de overheveling van het budget richting 2023, dat zijn incidentele en structurele middelen, volgens mij van dit jaar. Daarnaast wordt er gesproken over, in het raadsstuk, maar ik moet nu even, want ik heb nu het verkeerde stuk namelijk open, sorry. De voorzitter: Wellicht kunt u er in de tweede termijn erop terugkomen. Anders? Om wille van de tijd.
Mevrouw Göransson-Van Kerkwijk: De bijdrage toe te voegen en het budget staat volgens mij in het staatje, dat zijn de middelen die we namelijk ook vanuit het Rijk toegewezen hebben gekregen, zowel incidenteel als structureel voor de uitvoering van de Wet open overheid. En die zijn hierin opgenomen en dat is het staatje, als u dat zegt, op bladzijde 13, akkoord. De voorzitter: Dan gaan we verder naar ZEE, aan wie mag ik het woord geven? De heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel voorzitter. Ik onderschrijf de boodschap van Belinda Göransson van de OPZ. Als fractievoorzitter van een partij die transparantie hoog in het vaandel heeft staan, kan ik natuurlijk niet anders dan dat wij enorm enthousiast zijn over de Wet open overheid. We hopen dat het college inderdaad het in het
document benoemde ambitieniveau plus zal nastreven. Wel viel ons op, dat van de elf punten, een voor ZEE belangrijke categorie ontbreekt in bijlage 1 van de impactanalyse, die er wel in hoort te staan, namelijk het onderwerp klachten. Wil de wethouder toezeggen dat deze, voor de daadwerkelijke stemming tijdens de raadsvergadering over dit onderwerp, wordt toegevoegd? Als dat wordt toegezegd, is wat ons betreft de woo voor de Woo. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar Jong Zandvoort, de heer Kramer. De heer Kramer: Ja, voorzitter dank u wel. Het stuk raakt eigenlijk een heel groot deel van de bedrijfsvoering en met name dan van de gemeente Haarlem. We willen gewoon de organisatie daarin heel veel succes wensen met de implementatie van deze wet. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de overkant, naar het CDA. De heer Bol: Dank u wel voorzitter. Het is voor ons goed om te lezen dat het ambitieniveau hoger ligt dan de de Woo voorschrijft. Een transparante overheid is voor ons belangrijk en we staan daarom achter het ambitieniveau Open tenzij. En het past natuurlijk ook binnen de nieuwe bestuurscultuur. Inhoudelijk weinig op het stuk aan te merken. We hebben wel twee vragen en misschien is de eerste ietwat technisch. Er wordt gesproken over elf informatiecategorieën, maar we kunnen er maar tien terugvinden in het rapport.
Dus we vragen ons af waar de elfde is gebleven. En, die sluit ook wel een beetje aan op de vraag van de PvdA: in hoeverre is het haalbaar dat al het app-verkeer wordt geïnventariseerd en openbaar gemaakt? Nou snap ik dat dat natuurlijk een heel arbeidsintensief werk, klusje is. Maar we horen graag even van de wethouder. Verder sluiten we ons aan bij de vragen van PvdA en OPZ met betrekking tot het budget. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik naar de PVV. De heer Van den Oever: Ja, voorzitter, wij zijn altijd voorstander geweest van zoveel als mogelijk openbaarheid van bestuur. Actieve openbaarmaking, dus ongevraagd, juichen wij heel erg toe. We zijn er ons van bewust dat dit in het begin een uitdaging zal zijn, want het ambitieniveau is immers nogal hoog. We zouden het op prijs stellen dat daarnaast ook antwoorden of verzoeken om openbaarmaking automatisch toegankelijk worden gemaakt voor eenieder en we spreken zeker de hoop uit dat de Haagse gewoonte om zaken geheim te houden en liever boetes te betalen of zwart te lakken in Zandvoort geen navolging krijgt. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En tot slot gaan we naar D66, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Dank u wel voorzitter. Er is natuurlijk al heel veel gevraagd. Op zichzelf ook inderdaad benieuwd waar de uitzondering op de regel is.
Maar misschien dat de wethouder ook nog wel even kan toelichten wat nou het verschil is ten opzichte van de Wob en de Woo, zoals die nu wordt gesteld, want de lijst met uitzonderingen is exact hetzelfde als in de Wob, althans zoals ik het in ieder geval zie. Tekstueel werd ook al opgemerkt, er staat op bladzijde 12 een zin zelfs dubbel. Dat gaat ook over die kosten. Misschien een puntje van aandacht. Maar het is openbaar tenzij en die tenzij afweging, losstaand van die tien informatiecategorieën, of elf, het is natuurlijk maar de vraag wat het nu is. Waarschijnlijk zijn het er tien. Zit er tekstueel een fout. Maar wat is het verschil nu? Losstaand van het feit dat nu, als je als burger Wobt heb je tenminste nog de mogelijkheid dat je er nog wat geld bij krijgt op het moment de overheid te laks is. Dat is op zichzelf fijn. Wat betekent het nu voor de burger? Want het tenzij, tenzij is natuurlijk weer een trits aan uitzonderingen die in principe niks toevoegt aan de huidige situatie zoals die is. Want volgens mij is het zo, dat
we dat nu al hanteren: geheim tenzij. En tenzij is inderdaad ook die trits van uitzonderingen die hier al genoemd worden. Dus graag nog wat toelichtingen. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de portefeuillehouder, de heer Bluijs. Wethouder Bluijs: Dank u wel en ik begin maar met de vraag van de heer Hermsen over wat is nu het verschil. Het verschil zit ‘m natuurlijk in het feit dat we nu, middels een bepaalde systematiek, met bepaalde categorieën, het gewoon honderd procent moeten gaan regelen en dat was nu niet altijd helemaal duidelijk wat wel en wat tenzij. Dus dat wordt nu eigenlijk uitgeschakeld. Het is duidelijk, het zijn tien, elf categorieën. Ik heb er zelf ook al naar gezocht maar het zijn ook verschillende manieren hoe ze opgeschreven staan. Want ik ken ook lijsten, dan kom ik op veertien categorieën. Dus ik zoek dat nog wel even uit, maar volgens mij zijn dit wel alle categorieën die het moeten zijn. Maar misschien is er eentje verdeeld en soms zijn ze weer onderverdeeld. Dus die Woo geeft gewoon het kader aan waarbinnen we echt moeten gaan handelen. En dat is het grote verschil. En de uitzonderingen, dat zijn de beroemde artikelen die er al zijn. Alleen, wij moeten zorgdragen en we beginnen, want het is een groeipad, het is niet morgen klaar. We moeten zorgen dat de eerste vier in een bepaalde systematiek komen en ter beschikking zijn.
En het moet gewoon zodanig zijn dat het voor iedereen gewoon ook te vinden is. Zonder erom hoeven te vragen. Dus het moet laagdrempelig zijn en het moet allemaal bereikbaar zijn. En er wordt niet voor niks een heleboel geld nu, ook vanuit het Rijk gezegd voor dat open transparante, om dat te doen, dus dat wordt nu in gang gezet. De voorzitter: U heeft een interruptie. De heer Gerrits, ZEE, aan u het woord. De heer Gerrits: Ja, dank u wel voorzitter. Ik wil nog even reageren op de categorieën, dat zijn er wettelijk gezien elf en er mist er dus eentje op document. ‘…’ (Buiten microfoon) De heer Gerrits: Er is er eentje samengevoegd, oké, alsnog zou het loszetten, zou ik waarderen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de verduidelijking. Portefeuillehouder, gaat uw gang, gaat u verder. Wethouder Bluijs: Dan kom je dus ook op het invoeren ervan, wordt een geleidelijk traject. En daar krijgen we middelen voor vanuit Den Haag en die worden ingezet en het moet dus groeien. Het is echt een groeipad en we zullen niet alles direct geregeld hebben. En dan om ik op de vraag: wat gaan we dan vastleggen en wat staat er dan? U, mevrouw Koper, leest ergens een bepaalde tekst, maar ik gebruik echt de tekst, dat het de documenten zijn, of de informatieobjecten die relevant zijn voor het dossier, dat die gestructureerd opgeslagen worden. Dat is echt het criterium.
Dat is inderdaad niet technisch. Nee, eigenlijk is daar niks technisch aan, want het is eigenlijk de beleving meer, de bewustwording in de organisatie wat dat dan wel en niet is. En dat geldt dus niet alleen voor de ambtelijke organisatie, maar dat geldt natuurlijk ook voor, in dit geval, voor het bestuur. Want ook het bestuur zal daaraan moeten houden. Daar wordt ook, en daar is die coördinator ook voor, daar wordt ook extra aandacht aan gegeven. Dat staat wel op pagina 11, is er ook een stuk aan gewijd, dat we daar heel veel tijd en energie in moeten steken. Want uiteindelijk moet die informatie er gewoon zijn. Want, op het moment dat we denken, dat bepalen we zelf wel even met zijn allen, dan kom je op het moment dat dat dan aan de orde is en mensen gaan verder, dan kom je vanzelf jezelf weer tegen. Want dan heb je dus niet alle informatie gedeeld. Maar het vraagt wel een bewustwording in de organisatie en een bewustwording, en dus ook training, en vooral training op hoe leg je dat dan vast, digitaal. Het is niet zo dat we alles opnieuw moeten doen, want als je een heleboel stukken leest zijn het gewoon ook een heleboel, de
beleidsstukken en de zaken die wij allemaal nu ook al moeten vastleggen, die beter gestructureerd moeten worden vastgelegd. En het ingewikkelde zijn bij de nieuwe informatieobjecten die, zoals WhatsApp, en hoe ga je daar dan mee om en hoe ga je dat dan met elkaar vastleggen. Dat is ook een groeipad. Ik ben ook blij dat het niet het eerste is wat we achter de komma moeten regelen, want we beginnen met de andere fases in te vullen. En dan kom je ook wel op de vraag, als we verder in het traject zijn, en we willen nog opener en transparanter, want dan krijgen we straks ook telefoongesprekken aan de orde en al dat soort dingen. Daar zit altijd een risico aan, hoe ontwikkelt zich de informatievoorziening en -deling in de maatschappij en wat wensen we en daar staat ook wel dat risico op, we beginnen ergens aan, maar waar het precies eindigt kunnen we niet zeggen. Vooralsnog gaan we vanuit dat we met de middelen die we vanuit het Rijk krijgen, dat we die daarvoor inzetten. En ik denk dat wij wel het voordeel hebben dat we dat samen met een grote organisatie doen, want dan kunnen we wel budgetten aan elkaar koppelen en hebben we dus denk ik ook wel wat meer om gezamenlijk dat hele traject verder in te gaan met elkaar. Dus ja, kennis inkopen om dat te regelen, ja we moeten een coördinator gaan aanstellen.
Er is wel veel ICT-kennis in Haarlem wel aanwezig, dus ik ga ervan uit dat ze dat gaan invullen. Er zijn dus al mensen mee bezig om dit proces verder nu al op gang te gaan brengen. Dus vastleggen, dat gaan we achter de komma nog uitzoeken, hoe we dat achter de komma moeten doen, vooral bij die ingewikkelde informatieobjecten, maar het is echt een proces wat we echt nu door moeten en zo snel mogelijk mee moeten gaan beginnen. Dus ik denk dat ik daarmee de hoofdzaken heb beantwoord. Over klachten zal ik nog even nagaan in hoeverre klachten vallen onder welke wetgeving, want ik denk dat ze wel ergens instaan maar ik zal dat nog even separaat navragen hoe dat met klachten verder zit. De voorzitter: Voor een tweede termijn, maak ik een rondje. Ik zie een aantal fracties die iets willen zeggen. U heeft een interruptie? De heer Hermsen. De heer Hermsen: Dank u wel, voorzitter. Zo’n Woo-verzoek, die is ook vier weken met een verlenging tot twee weken, want dat staat ook in de wet aangeschreven. Ik zit nog een beetje in dubio. We hebben een leertraject, dat hoor ik u ook zeggen, er hangt alleen geen dwangsom aan. Voor de overheid is natuurlijk heel fijn, deze wet, want er is geen dwangsom aan een Woo-verzoek, ook niet de termijn wat verlengd wordt.
Het feit met een Wob, en het Wobben en vaak ook het onnodig geheim maken van stukken natuurlijk ook, is deze gemeente ook niet onbekend mee. Is natuurlijk heel lastig, waar leg je dan die scheidslijn. Er zijn diverse trajecten gestart, maar daar is niet heel veel uit voortgekomen. Wat verwacht u nou uiteindelijk van deze wet? Deze wet biedt in ieder geval geen mogelijkheid meer om de burger een dwangsom in te leveren, of aan te vragen op het moment dat niet gewaarborgd wordt. En dan is het tenzij, waarvan dezelfde uitzonderingen weer van toepassing zijn. Hoe weten wij nou als raad dat de burger op de juiste manier wordt geïnformeerd? En hoe weten wij nou dat u ons op de juiste manier gaat informeren als het gaat om dit soort stukken? Dat werd door de PvdA natuurlijk ook al gevraagd, hoe de raad geïnformeerd wordt. Zou u er nog wat nader toelichting op willen geven? Ben ik gewoon benieuwd naar. De voorzitter: Voordat ik de portefeuillehouder laten antwoorden op de heer Hermsen, wil ik de heer Hermsen wel verzoeken om een korte interruptie te doen en dit neigde bijna naar een tweede termijn. Portefeuillehouder? Wethouder Bluijs: Op dit moment worden er Wob-verzoeken ingediend waarvan ik weleens afvraag, waarom zijn het nou Wob-verzoeken.
Want vaak wordt er om informatie gevraagd die er wel is, alleen omdat die niet toegankelijk is en mensen het niet kunnen vinden, wordt er vaak ook een Wob-verzoek ingediend. Dus, op het moment dat we de informatie volgens dit stramien open en transparant gaan maken en dus ook voor iedereen toegankelijk. Dat vraagt dus van twee kanten, want dan gaan mensen dus eerst kijken wat is er aan informatie,
en die kunnen ze ook vinden, want dat is onze opgave, daarvoor krijgen we ook middelen vanuit Den Haag. Dan krijg je ook een ander soort van verzoek als er dus nog discussie is. Want ik ga ervan uit dat er dan veel minder Wob-verzoeken zullen zijn omdat we gewoon veel meer informatie delen met elkaar. Dat is het verhaal wat het natuurlijk moet worden. Dat moet ook het vertrouwen in de overheid, zal dat moeten helpen, maar het is ook, de zelfredzaamheid van de burger die op zoek is naar iets en iets wil weten en dat hij in die systemen dat kan kijken. En het Rijk helpt daar ook nog bij, want we sluiten aan bij PLOOI, dat is dan weer een totaalsysteem. En dan pakken we de eerste vier, maar dat moet natuurlijk groeien. Dat is wel het grote verschil. En echt, ik constateer heel vaak dat een Wob, en ik heb al meerdere keren in mijn eigen portefeuille gezegd, dit is helemaal geen Wob-verzoek, ga ik gewoon bellen met diegene wat er aan de hand is. Welke informatie, die is er, maar we gaan je helpen, we gaan je die informatie geven. Snap je? Volgens mij moet dit systeem ons gaan helpen dat we meer een open en transparante organisatie zijn waar het makkelijker de informatie te vinden is. En daardoor dat aantal verzoeken zal verminderen, of een ander karakter zal krijgen.
Dat is ook wat de maatschappij in de tijd zal moeten aangeven, want ik ben er wel achtergekomen, ondanks de digitalisering we steeds meer informatie krijgen. We dachten altijd vroeger, we krijgen niet meer alles op papier, dus dan krijgen we wat beter gefaseerd de informatie. Ik heb het idee dat we overgoten worden met informatie. Dus dat is ook nog een hele uitdaging, denk ik. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Ik maak een ronde door de commissie of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Ik zie de Partij van de Arbeid, OPZ, D66 en ik wil sowieso een ronde maken door de commissie of dit voor u een bespreekstuk is of een hamerstuk. We beginnen bij de Partij van de Arbeid, mevrouw Koper, aan u het woord. Mevrouw Koper: Ja, wat ik in het begin zei, er ligt natuurlijk een brief van de Rekenkamer, rapport dat wij nogal ver af zijn van wat de Wet open overheid van ons vraagt. Het is ook een hele transitie wat we met elkaar gaan doen. Wat de portefeuillehouder zegt, dat is natuurlijk juist. Er moet ook een hele verandering plaatsvinden. En dan proberen wij natuurlijk de grip erop te krijgen, is dit het juiste middel en komt u straks uit met het geld. Of komt u daar straks nog een keer op terug? Ik hoorde u zeggen op mijn vraag over hoe gaat de gemeente uit eigen beweging dat zoveel mogelijk openbaar maken, mits hiermee een redelijk belang wordt gediend.
Wat dat redelijk belang is, dat heeft u mij nog niet helemaal duidelijk kunnen maken, hoe u daarmee omgaat. Daar hoor ik toch nog graag iets over. Maar ik hoor wel allerlei goede intenties. Die zijn prima. Alleen, hoe krijgen wij nu grip op dit proces? Dat is een beetje de vraag. Hoe gaat u ons meenemen in dit proces? De voorzitter: Mevrouw Koper, u heeft een interruptie van de heer Gerrits, ZEE, aan u het woord. De heer Gerrits: Dank u wel voorzitter. Ik zou nog heel kort willen reageren op mevrouw Koper. In het document zelf wordt ook heel duidelijk aangegeven op welke momenten informatie niet gedeeld mag worden. Dus ik raad aan om dat stuk ook even te lezen. Er staan ook dingen tussen waar ik het bijvoorbeeld niet mee eens ben lokaal, dus je mag de kroon niet, je mag niks met kroon doen bijvoorbeeld. Maar dat, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Koper, aan u het woord. Mevrouw Koper: Ja, mijnheer Gerrits, dank u, maar op uw vraag of ik het stuk gelezen heb, kan ik u volmondig ja zeggen. Ik heb het stuk gelezen, maar het gaat mij er meer om, wij kiezen voor het plusmodel. En bij het plusmodel doe je niet alleen wat noodzakelijk is, maar je verhoogt je ambitie. En daar blijft altijd een grens daaraan. Hoe gaan we daar nou mee om? En ik weet niet zo goed wat de wethouder ons nu heeft toegezegd.
En dan gaat het ook over, wat spreken we nou met elkaar af, hoe dit bij ons terugkomt. Zodat we, mijn grootste angst bij IT-processen en de overheid is dat we aan het einde van een heel proces geconfronteerd
worden met dat wat we niet, ondanks het feit dat we het goed hebben bedoeld, wat we eigenlijk niet willen hebben. Dus dat laatste wil ik ook nog graag nog een antwoord van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. En kunt u mij ook een voorschot geven of dit wellicht voor u een bespreekpunt is of een hamerstuk? Mevrouw Koper: Tot nu toe ben ik nog niet tevreden. De voorzitter: Dan heb ik nog een korte vraag aan u. U geeft aan dat er een stuk van de Rekenkamer ligt. Wenst u die toe te voegen voor de raadsvergadering, aan dit agendapunt? Mevrouw Koper: Ik ben een beetje in verwarring, want ik zag hem ook pas op het laatste moment staan bij nog te agenderen stukken. Maar dat geeft in ieder geval de status aan, de stand van zaken voor wat betreft de Wob. Dus ik kijk ook een beetje naar de agendacommissie. Was deze meegenomen of heeft dit zin om hem nog eventjes, in ieder geval even goed door te lezen. Dus, hou ik dat even boven de markt, dan wordt het van ons geen hamerstuk. Heb ik daarin wat duidelijkheid gecreëerd. De voorzitter: Dank u wel. Dan zag ik nog een hand van D66 en OPZ. D66, de heer Hermsen, aan u het woord. De heer Hermsen: Ja, ik heb net ook even snel de brief gescand. Ik vond hem inderdaad wel interessant, staan ook wel interessante conclusies in. Met name over het onzorgvuldig afhandelen van Wob-verzoeken door gemeente Zandvoort op zichzelf.
Dat geeft ook niet heel veel, er moet gewoon heel veel gebeuren om dat voor mekaar te krijgen voor 1 mei. De vraag is ook een beetje of dat haalbaar is. U zegt het inderdaad ook terecht. En daarnaast ook, ik heb bijvoorbeeld wel een voorbeeld, vind ik altijd interessant. Mijn interruptie was aan de lange kant, inderdaad, maar het was over het zoeken van de plaats van een nieuwe parkeermeter. Ik kreeg een vraag van een ondernemer. Die heb ik ook naar volle antwoord proberen te beantwoorden, maar daar zat dus bijvoorbeeld een aannemingsproces bij, bij de gemeente Haarlem, want de gemeente Haarlem doet onze aanbestedingen et cetera. Dan wil je alleen de locatie weten. De locatie is gekoppeld aan het aanneemproces. Als je naar de Woo zou kijken, zou je het openbaar maken tenzij. Je kan het openbaar maken, want het gaat simpelweg over de plaats van lokale, van een meter. Maar omdat het gekoppeld is aan een aanneemprocedure, die op zichzelf dan wel weer vertrouwelijk is omdat daar een naam bij staat en prijzen et cetera, maakt het ook wel lastig om dat soort zaken te koppelen. Gemeente Amsterdam is bijvoorbeeld ook zo’n heel goed voorbeeld ervan. Die hebben bijvoorbeeld een vingerafdrukken voor paspoorten gekoppeld in een systeem wat gewoon niet meer los te koppelen is. Die wijze van opslag is gewoon echt essentieel voor je proces. Dat is het inhoudelijke gedeelte.
Maar als wij onze evaluatie inderdaad nog niet hebben gehad over de Wob in combinatie met de Woo en welke aanbevelingen daar zijn gezet en hoe dat zich verhoudt in dit stuk, dan ben ik ook bang dat dit voor ons dan ook een bespreekstuk is. Tenzij de wethouder ons nog kan overtuigen dat het echt haalbaar is. Maar gezien het tijdstip, gezien de vereisten die we ook hebben per 1 mei, is de vraag of dit wel gewoon gaat slagen op zichzelf. De voorzitter: Dank u wel. OPZ, mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-Van Kerkwijk: Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag toch even reageren in tweede termijn op een aantal zaken die gezegd zijn door leden van deze commissie. De Woo strekt verder dan de Wob en de Wob is niet alleen een verzoek wat je in kan dienen. De Woo heeft met name ook, de Wob is echt heel erg passief gereageerd, we gaan openbaar maken na een verzoek. De Woo strekt verder, we gaan namelijk zelf, moeten actief gaan openbaar maken. Dus het is tweeledig, de passieve openbaarmaking en de actieve
openbaarmaking. De wet is ingegaan per 1 mei, maar we hebben een aantal jaren om te voldoen, om aan alle categorieën om die openbaar te maken. Dat gaat uiteindelijk vanaf 2026 via het systeem PLOOI en tot die tijd moet je zelf gewoon gaan kijken hoe je je stukken actief gaat openbaar maken. Dus daar wordt hier wel een voorschot op genomen. Een aantal zaken doen we ook al, dus laten we niet denken dat we nog niks doen. Bijvoorbeeld raadsstukken, besluitenlijsten van het college, dat zijn allemaal onderdelen die onderdeel zijn van openbaarmaking waar we al aan voldoen. Uiteindelijk is het hele proces erop gericht, in 2026 moet je zoveel mogelijk eraan voldoen en dat betreft ook documenten pas, na de inwerkingtreding van de wet. Dus wat dat betreft heb je wel de tijd om het hele systeem goed in te regelen. Als je praat over zoekmachines en dergelijke, is met name ook intern georganiseerd: hoe zorg je dat je je hele dossier openbaar hebt, hoe je je dossier compleet hebt en hoe ga je dat vervolgens openbaar maken richting de inwoner. Dat is een wezenlijk ander iets dan de Wob. De Wob is echt allemaal passief. Dit is een stukje actief. Dan is het goed dat we klein beginnen, met zaken die we nu al op dit moment geregeld hebben.
Dat staat ook goed aangegeven en dat je eigenlijk in een groeipad ernaartoe werkt dat we uiteindelijk, op het moment dat je 2026 je aansluiting hebt met PLOOI, dat we al zoveel stappen gemaakt hebben dat we vooruitlopen. En eigenlijk, wat je natuurlijk wil, is dat je Wob-verzoeken voorkomt, want dat is uiteindelijk je doel. Je wilt namelijk aan de voorkant zoveel mogelijk openbaar maken zodat het goed inzichtelijk is dat we ook op de website het duidelijk vindbaar is dat verzoeken die gedaan worden dat we die actief gaan publiceren zodat je uiteindelijk die hele last aan de achterkant van de Wob met de dwangsom die er indertijd ook waren en de termijnen, dat je dat niet meer nodig hebt. Dus wat dat betreft is het echt, er zit best een behoorlijke inspanning in, maar het is wel haalbaar. Dat geloof ik ook echt en ik geloof ook best ook dat het binnen de budgetten haalbaar is. Maar het vraagt wat van bestuur, van de ambtelijke organisatie en voor ons bestaat het er ook uit dat we er goed op gaan toetsen en het proces ook gaan volgen. Dus wat dat betreft, toch even een pleidooi voor eenieder, kijk ook met die bril ernaar, laten we ook verder kijken, laten we ook zorgen dat het hier op regelmatige basis terugkomt, dat we een stuk voortgang hebben. En dan is het, wat ons betreft, het moge duidelijk zijn, een hamerstuk. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie een aantal interrupties.
De heer Hermsen stak als eerste zijn vinger op, aan u het woord. De heer Hermsen: Ja, ik ken de achtergrond van mevrouw Göransson, dank voor de uitleg. Maar ik vroeg het echt aan de wethouder. Ik geloof u op uw ogen, maar ik ben toch wel benieuwd wat voor een antwoord hij geeft. Het zal ongetwijfeld niet zo mooi en uitgebreid zijn als u heeft gedaan, maar op zichzelf ben ik wel benieuwd wat hij daarover te vertellen heeft. De voorzitter: Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-Van Kerkwijk: Dat snap ik, het is niet zozeer als, maar gewoon ook even meenemen. En u kent mijn achtergrond, dus dat klopt dan wel. Maar daarom ook misschien even wat toelichting, het is realistisch. De voorzitter: Ik ga toch eerst eventjes naar de heer Gerrits van ZEE, die was net iets eerder, mevrouw Koper. De heer Gerrits: Dank u wel voorzitter. Wat ons betreft draagt de Woo juist bij aan een beter en opener bestuurscultuur en we zijn er dus ook zelf bij om er scherp op te zijn en we sluiten ons wederom helemaal aan op het pleidooi van Belinda Göransson van de OPZ. En wat ons betreft is het een hamerstuk ook. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, en aan u het verzoek om alleen achternamen te gebruiken in dit huis en niet de voor- en achternaam. Mevrouw Koper, aan u het woord.
Mevrouw Koper: Ja, nog even dank aan mevrouw Göransson voor haar pleidooi. Maar hoor ik u ook zeggen het regelmatig meenemen, op welke wijze ziet u dat dan in dit proces van de raad. Want dat is ook een van de vragen van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Göransson-Van Kerkwijk: Als u het aan mij vraagt zou ik gewoon zeggen laten we ook dat er een inventarisatie komt van wat hebben we nu al passief openbaar gemaakt en hoe doen we dat. Wat is de volgende stap die we gaan nemen in de actieve openbaarmaking. Dus op die manier meenemen in het proces. En we hebben echt nog wel even tijd hoor. De voorzitter: En aan de commissie het verzoek om via de voorzitter te praten en te wachten tot de voorzitter de beurt geeft aan de, maakt niet uit, ik denk ik noem het toch eventjes. Over de voorzitter gesproken, zijn er nog mensen die in tweede termijn wat willen zeggen. Want volgens mij hebben we iedereen die iets heeft kunnen zeggen gehad. We hebben u eigenlijk ook al in tweede termijn gehad, mijnheer Hermsen. Een korte toevoeging een hele korte toevoeging. De heer Hermens: Ja, anders wordt het hele korte interruptie natuurlijk. Het gaat echt om de brief, en daar staan gewoon drie zaken waar wij nu op dit moment risico lopen. Bij de invoering en niet voldoen aan dit beleid. Zolang dit in de Rekenkamer staat vind ik dat stuk gewoon niet voldoende. Nog niet voldoende toegelicht.
En die drie risico’s, misschien dat mevrouw Göransson die dan ook nog even kan lezen, want misschien ter toevoeging van het pleidooi, maar dat is wel echt wezenlijk essentieel. Als dit verhaal het wordt, dan wel, maar het gaat echt over het feit dat er geen actief beleid is. Dat is een. Twee, de verantwoordelijkheid voor actieve openbaarmaking is nog niet gelegd bij iets of iemand in de organisatie. En drie, de gemiddelde doorlooptijd van een Wob-verzoek is nu acht weken, terwijl de maximumtermijn onder de Woo zes weken is. En als wij al de acht weken niet halen, waarom verwachten wij dan dat we de zes weken ook gaan doen. Maar dat zijn echt drie elementen die wij nog niet besproken hebben, waar die risico’s, en die ik ook niet in het raadsstuk zie. Dus dat is in essentie waarom wij, en misschien ook wel de PvdA hier dat ook terecht opmerkt, een bespreekstuk is. De heer Kramer: Voorzitter, een vraag aan D66. De voorzitter: Een momentje, ik geef u graag eerst het woord voordat u begint. Dan, een interruptie neem ik aan, van Jong Zandvoort, de heer Kramer, aan u het woord. De heer Kramer: Ja, voorzitter, wat is het alternatief voor D66? De voorzitter: De heer Hermsen.
De heer Hermsen: Het alternatief is dat deze drie punten gewoon actief als beleid opgenomen moeten worden en dat wij als raad die controlerende taak hebben om dit te kunnen beoordelen of het een juist stuk is of niet. Dus op het moment dat wij het nu gaan invoeren, op het beleid wat er dus niet is, lopen we op deze drie punten het risico en nemen dus iets, in belang wat er is, maar dat weet ik niet want ik heb de wethouder nog geen antwoord horen geven. Ik hoor alleen maar antwoorden uit deze commissie, dat kan ik niet staven. Het college zit daar. De voorzitter: Is uw vraag zo voldoende beantwoord, mijnheer Kramer? Dan gaan we inderdaad naar de wethouder.
Wethouder Bluijs: De drie punten die u aanhaalt, dat is een van de redenen dat we naar deze nieuwe systematiek gaan. Die was dus niet voldoende en daarvoor is dit allemaal opgetuigd en wordt het vastgelegd. En een heleboel gebeurt er al, dus we gaan direct ergens starten met invulling geven aan die drie zaken. En ze gaan alle drie direct helpen natuurlijk. Want op het moment dat we dit gaan vastleggen op deze manier, er wordt al een heleboel vastgelegd, had ik net ook al iets over gezegd, krijgen we dus gewoon invulling daaraan. Dat is de reden dat we van Wob naar Woo gaan. Ik kan er niet meer van maken. Ik ken die brief van de Rekenkamer ook niet, want anders had ik hem wel hierbij betrokken. Het is juist de motivatie om dit te gaan invoeren. Anders kan ik het niet maken. En ik dank mevrouw Göransson dat ze al een heleboel antwoorden heeft gegeven, want ik denk dat ik niet in herhaling ga vallen van wat zij gezegd hebben. En we gaan even kijken hoe we dit proces gaan verder brengen en welke notities wanneer er nog komen dat jullie mee worden genomen, hoever zijn we in dit proces en wat gaan we verder doen en wat komen we nog meer allemaal tegen. Dus daar komen we nog op terug, we zullen dat of nog een evaluatie opnemen, tussentijdse evaluatie hoe ver we staan, eens per jaar. Of misschien is het wel het verstandigste om het gewoon bij de bestuursrapportages mee te nemen.
De voorzitter: Ik zie allereerst een interruptie van de heer Hermsen. De heer Hermsen: Het lijkt mij beter dat het college gewoon antwoord geeft op de brief die gesteld is. Het was de bedoeling dat er ook altijd een respons is en ik zou het wel fijn vinden als die drie zaken beantwoord worden in een informatiebrief. Afhankelijk daarvan zullen wij aangeven of het een hamerstuk wordt of niet. De voorzitter: De portefeuillehouder. Wethouder Bluijs: Ik pak dit stuk op en ik ga kijken of ik tijdig dat antwoord kan geven. Maar het is niet zo dat ik het stuk ga terugnemen omdat ervan uit een andere wetgeving die vragen worden gesteld. Maar we gaan kijken hoe ver we kunnen komen daarin. De voorzitter: Mevrouw Koper, heeft u ook nog … Mevrouw Koper: Nee, ik sluit me aan bij collega Hermsen, met een raadinformatiebrief of informatie van het college ben ik prima tevreden. De voorzitter: Dan is de wethouder klaar met de interrupties, denk ik. Dan nog een kort rondje, ik kan misschien de smaken wel proeven, maar wordt het een bespreek- of een hamerstuk voor de raad. Ik begin hier bij het CDA. De heer Bol: Voor ons een hamerstuk. De voorzitter: VVD. De heer Drommel: Voor ons ook een hamerstuk. De voorzitter: Partij van de Arbeid. Mevrouw Koper: Ik wacht natuurlijk wel eerst even op het briefje van de wethouder.
En dan zal ik u laten weten, voor de vergadering, of we het een hamerstuk vinden. De voorzitter: D66.
De heer Hermsen. Idem. De voorzitter: GroenLinks. De heer Keuning: Voor ons is het een hamerstuk. De voorzitter: Het is inderdaad wel zo, volgens mij, als er al twee fracties zijn die, al is er maar één fractie die er een bespreekstuk van maakt, is het een bespreekstuk, tenzij. 7.
Najaarsnota 2022 De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 7 en de portefeuillehouder Bluijs blijft zitten, want het gaat over de najaarsnota. Een korte inleiding: de najaarsnota 2022 geeft de stand van zaken weer over de realisatie van de beleidsvoornemens in het lopende jaar en de financiële afwijkingen ten opzichte van de budgetten in de begroting van 2022, inclusief de wijzigingen daarop. In deze nota verzoekt het college de raad een aantal budgetten in de begroting aan te passen. Dit gebeurt op basis van te verwachte afwijkingen in de bestedingen van de budgetten ten opzichte van de bijgestelde begroting van 2022. Verder geeft het college in de najaarsnota informatie over de realisatie en de inhoudelijke programma’s en de op handen zijnde projecten. Ik kijk de zaal in of hiervoor insprekers zijn en ik zie dat dat niet het geval is. Dat betekent dat ik naar u als commissie ga en ik begin deze keer bij de Ouderen Partij. Aan wie mag ik het woord geven? Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-Van Kerkwijk: Dank u voorzitter. Even kort met betrekking tot de najaarsnota, als we kijken richting het beslispunt najaarsnota vast te stellen en akkoord te gaan met een aantal overhevelingen, bijstellingen c.q. kredietverleningen, zijn we akkoord. Maar we willen wel graag in de najaarsnota toch een drietal punten even aanstippen.
En dat is als eerste de verdichtingsstudie, daar wordt als eerste over gesproken op bladzijde 5, en er wordt een budget voor uitgetrokken van 50.000 euro. Prima natuurlijk, in de toelichting waar alles staat waarom we dat gaan doen, is ook duidelijk dat we daarom gevraagd hebben: ga kijken naar waar zijn de mogelijkheden om te bouwen, in ieder geval te zorgen dat dus ook onze jongere starters en dat er doorgroei plaats kan vinden. Maar er wordt daar een budget voor vrijgemaakt en dan staat het over startbudget, of budget, maar dan is eigenlijk de vraag: wat krijgen we hiervoor? Is dit alleen voor het optuigen van de projectgroep, komt er een heel voorstel, wat krijgen we op het moment dat we een best wel behoorlijk budget van 50.000 euro ter beschikking stellen? En wat levert dit concreet op? Dezelfde vraag kan je eigenlijk stellen over een aantal andere budgetten die genoemd zijn en dan gaan we er even toch nog een uithalen, en dat is parkeren. We hebben met elkaar afgesproken dat er in oktober een evaluatie zal plaatsvinden. Het is ondertussen de elfde, dus we hebben nog, oktober heeft dertig dagen dus nog negentien dagen. Maar dat kost een ton. Dat is best een behoorlijk bedrag, maar wat hebben we dan voor dat bedrag. Hebben we dan alleen een evaluatie, en wat voor een evaluatie, hebben we ook voorstellen? En dat is eigenlijk, vind ik dan het jammere van de najaarsnota.
Najaarsnota is feitelijk natuurlijk ook bijstelling van beleid gedurende het lopende jaar en waarom is er dan bijvoorbeeld niet voor gekozen om hiervoor met een apart raadsvoorstel te komen, zodat er ook wat meer achterliggende informatie wordt gegeven. Zodat we als raad ook wat meer onze taak kunnen uitvoeren, als het gaat ook om het budgetrecht, maar zeker ook om onze controlerende taak. Graag een toelichting daarop van de wethouder. En tot slot eigenlijk een idee, en dat zal ik ook richting even de overige partijen neer willen leggen, we zien op dit moment natuurlijk de gevolgen die heel veel gezinnen ondervinden als het gaat om de energie, stijging van de energieprijzen, de energiearmoede daaromtrent. Er wordt ook gesproken kinderen die ook met lege, tenminste zonder ontbijt naar school gaan, sportverenigingen waar het lidmaatschap van wordt opgezegd vanwege toenemende armoede.
Mogelijk ook de kans dat ouderen toch ook in een isolement kunnen komen of te maken hebben met schrijnende situaties. Wij overwegen eigenlijk als OPZ om een motie in te dienen, maar ik zou die graag in breder verband willen indienen, om eens te kijken, en dan niet te zeggen meteen: we trekken de zak met geld. Maar ook om een kaart te laten brengen van wat zijn de gevolgen die hier in Zandvoort, die we gaan ondervinden van de stijging van de prijzen en de impact die dat heeft op inwoners, maar ook op bijvoorbeeld maatschappelijke organisaties, sportverenigingen en eigenlijk daarbij een soort verzoek te doen aan het college om dat in kaart te brengen met eventueel de meest, met eventueel een procesvoorstel hoe dat aan te pakken. Dat is de overweging die wij daarbij hebben, maar graag, of anderen dat ook zien of horen, dat eventueel in gezamenlijkheid vorm zouden kunnen geven. Dat was het in eerste termijn, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Met een duidelijke vraag ook aan de commissie zelf. Dan gaan we naar D66, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Voorzitter dank u wel. Een najaarsnota is altijd een nota waar inderdaad gewoon om bijstelling gevraagd wordt, situaties die zich nu voordoen aan het einde van het jaar. Daar zitten natuurlijk een aantal voorstellen in, waaronder het weg laten vallen van het Coronafonds.
Daar heb ik wel een politieke vraag over, zeker gezien het signaal wat vandaag nog afgegeven is. Maar wat we ook gewoon zien is de najaarsgolf. Er is nogal wat discussie, is covid nou wel of niet pandemisch op dit moment en wat zijn de eventuele consequenties van het feit als dit zo door blijft gaan. En de vraag of we dan het complete Coronafonds kunnen laten vervallen, of dat we zeggen we houden nog een bepaald percentage, dat schrijven we dan in drie jaar af van ongeveer anderhalf miljoen euro, zodat we in ieder geval 500.000 euro hebben per jaar om te kijken moeten we dit wel of niet opvangen. Tenzij de wethouder zegt, dit kan ik allemaal betalen uit de algemene reserve, maar dan moeten we het weer herbestemmen of moet er weer heel snel een wetsvoorstel komen. Die truc, die boekhoudkundige truc die we dan toepassen, dat is er eentje waar de wethouder op zichzelf niet heel onbekend mee is. Het herbestemmen van geld wat hij eigenlijk op een andere manier zou willen bestemmen. Stukje duurzaamheid, daar staat wat over dat de anderhalve miljoen euro richting de kapitaalslasten van de SIA afvallen. Op zichzelf, dat is ook iets waar we een besluit over hebben genomen, maar hoe weten wij nou dat dat wordt besteed aan duurzaamheid. Dus zou de wethouder daar ons in ieder geval over kunnen informeren waar dat geld dan aan besteed wordt.
En of dat daadwerkelijk duurzaamheid was, zodat we kunnen controleren hoe of wat. Want dat zien we in de najaarsnota ook niet, maar dat zagen we in het stuk ook niet. Dus als het gat gedicht moet worden, wethouder, dan doen we dat alsnog graag. Dat is wat betreft de najaarsnota. Niet zo heel erg spannend, wat dat aangaat. Technische vragen hebben we ook niet gesteld. Op het verzoek van mevrouw Göransson, kansgelijkheid, want als we het hebben over kinderen gaat het over kansgelijkheid. Wij hebben daar ooit een heel mooi stuk voor geschreven, D66, staat ook op onze website, kunt u teruglezen over kansgelijkheid in het onderwijs. Daar hoort natuurlijk sport en dergelijke bij, daar hebben we de Zandvoortpas voor. De vraag is alleen, en dat is denk ik ook de vraag die we misschien aan de wethouder kunnen stellen, losstaand van het feit wat moet, er is natuurlijk al geïnventariseerd, energiearmoede. Maar moeten we ook wat doen met, denk ik, de stille armoede en misschien doelt u daar ook op. Stille armoede is wel heel wat anders dan de mensen die we al kennen, die een Zandvoortpas hebben of op een andere manier last daarvan hebben. Ik las volgens mij nog een stuk in het Haarlems Dagblad dat over een deurwaarder die tegenwoordig ook in Aerdenhout en Laren langsgaat. Het is een probleem van alledag. Vraag is alleen wat je nou als overheid eraan moet doen.
En dat is altijd een economisch vraagstuk. Laat je het aan de markt over, of grijp je in? En dat is een beetje de vraag die je stelt. Daar is heel veel discussie over, niemand weet het, zeker niet de situatie waar we nu in zitten. Maar wat we wel kunnen doen, denk ik, is in ieder geval die kansgelijkheid gebruiken, of ieder geval kijken hoe we dat
kunnen benutten en daar is ontbijt, dus het standaardontbijt wat eigenlijk al wetenschappelijk, en al gevallen zijn in Limburg waarmee getest is. Is ook al een keer met de GGD over gesproken, althans ik, want ik was toen de enige die op dat moment daar was vanuit Zandvoort, dat het werkt. Dus op het moment dat kinderen een volle maag hebben, leren ze beter, gaat het ook beter. Het is bijna een soort Frans wat je dan krijgt, een Frans onderwijs, dus eigenlijk gewoon de hele dag naar school inclusief warm eten ’s middags. Dat is misschien wat veel gevraagd. Ik weet dat in Amsterdam, dat ze daar ook al mee bezig zijn, met ontbijt. Vraag is of dat kan, of we dat kunnen, of daar personeel voor is, of de scholen dat aankunnen. Is natuurlijk een heel ander soort vraag, maar ik denk dat dat wel een onderzoek is waar gewoon heel veel voorbeelden voor zijn en waar we mee aan de slag kunnen. Voor de rest is het toch een kwestie van de huidige zaken die wij hebben. En dat mensen zich wel actief melden op het moment dat het niet goed gaat. En de vraag is alleen, hoe krijg je dat voor mekaar? En die mensen melden zich op dit moment, althans dat weet de wethouder misschien meer dan ik, denk ik niet. Ik zou ook niet weten hoe we daar een oplossing voor zouden moeten bedenken. Maar als we dat moeten inventariseren, wie ben ik om daartegen te zijn. De voorzitter: Dank u wel.